CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

09 Ruimtelijke onderbouwing

Commissie Wonen 12 oktober 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Afgeven ontwerp weigering verklaring van geen bedenkingen Zonneweide Spurkt.15.536 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORT Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Venray

Klant:

Tomorrow Energy B.V.

Referentie: BG6746 Status:

01/Finale versie

Datum:

26 juni 2020

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Laan 1914 no.35 3818 EX AMERSFOORT Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Ruimtelijke onderbouwing

Zonnepark Venray

Referentie: XIBRP1907121240 Status: 01/Finale versie Datum: 26 juni 2020 Projectnummer: BG6746 Auteur(s): Kartrijn Klok, Nienke van der Smissen, Harrie van Lieshout, Linda Wortel Opgesteld door: Luc Dohmen, Eve Philips Gecontroleerd door: Luc Dohmen, Eve Philips Datum/Initialen: 26-06-20/ TS, LD, EP Goedgekeurd door: Thijs Sommers Datum/Initialen: 02-07-20/ TS

Classificatie Projectgerelateerd

Disclaimer

No part of these specifications/printed matter may be reproduced and/or published by print, photocopy, microfilm or by any other means, without the prior written permission of HaskoningDHV Nederland B.V.; nor may they be used, without such permission, for any purposes other than that for which they were produced. HaskoningDHV Nederland B.V. accepts no responsibility or liability for these specifications/printed matter to any party other than the persons by whom it was commissioned and as concluded under that Appointment. The integrated QHSE management system of HaskoningDHV Nederland B.V. has been certified in accordance with ISO 9001:2015, ISO 14001:2015 and OHSAS 18001:2007. 26 juni 2020

XIBRP1907121240

i

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Inleiding

1

1.1

Aanleiding

1

1.2

Nut en noodzaak

1

1.3

Locatie

2

1.4

Locatiekeuze

2

1.5

Vigerend bestemmingsplan

3

1.6

Afwijken van het bestemmingsplan

4

1.7

Leeswijzer

5

2

Gebieds- en projectbeschrijving

6

2.1

Huidige situatie

6

2.2

Toekomstige situatie

6

2.3

Landschappelijke inpassing

7

3

Beleid

11

3.1

Rijksbeleid

11

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

14

3.3

Gemeentelijk beleid

17

4

Milieuhygiënische en planologische verantwoording

30

4.1

Vormvrije m.e.r-beoordeling

30

4.2

Bedrijven- en milieuzonering

30

4.3

Geluid

31

4.4

Externe veiligheid

31

4.5

Bodem

32

4.6

Archeologie en cultuurhistorie

34

4.7

Ondergrondse infrastructuur

35

4.8

Ecologie

36

4.9

Energie en klimaat

36

4.10

Luchtkwaliteit

39

4.11

Waterparagraaf

39

4.12

Reflectie en duisternis

41

5

Uitvoerbaarheid

42

5.1

Economische uitvoerbaarheid

42

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

42

26 juni 2020

XIBRP1907121240

ii

Projectgerelateerd

6

Conclusies

43

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Landschappelijke inpassing Advies wegbeheerder Klic melding Quickscan zonnepark Venray Communicatie- en participatieplan Memo geluid

26 juni 2020

XIBRP1907121240

iii

Projectgerelateerd

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Tomorrow Energy is voornemens een zonnepark te realiseren ten noorden van de kern Venray. De projectlocatie heeft een omvang van ruim 13,9 hectare en kan volgens de eerste berekeningen potentieel een vermogen opwekken van ca. 10 MWp. Op grond van het vigerend bestemmingsplan ”Buitengebied Venray 2010” en bijbehorende herzieningen is het echter niet mogelijk om het beoogde zonnepark te realiseren. Om een zonnepark mogelijk te maken, kan worden afgeweken van het vigerend bestemmingsplan, middels een aanvraag omgevingsvergunning conform art. 2.12 lid 1, sub a onder 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Deze omgevingsvergunning kan alleen worden verleend als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. In voorliggende ruimtelijke onderbouwing, behorende bij de omgevingsvergunning ‘Handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening’, is gemotiveerd dat voorgenomen ontwikkeling voorziet in een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Nut en noodzaak

De uitstoot van broeikasgassen als gevolg van de energiebehoefte kan worden beperkt door energiebesparing en door grootschalige inzet van duurzame energiebronnen. Een dergelijke omschakeling in de Nederlandse elektriciteitsvoorziening betekent een forse inspanning. Europese taakstelling duurzame energie Nederland heeft voor wat betreft de doelstelling op het gebied van duurzame energie aansluiting gezocht bij de taakstelling die in Europees verband is geformuleerd. Deze EU-taakstelling voor duurzame energie bedraagt voor Nederland 14% van het energiegebruik in 2020. Nederlandse taakstelling duurzame energie De Nederlandse regering heeft met het Nationaal Energieakkoord die Europese taakstelling voor Nederland verhoogd naar 16% in het jaar 2023. In 2023 moet dus 16% van het totale jaarlijks energieverbruik afkomstig zijn uit duurzame energiebronnen. Voor de overheid is zonne-energie, naast andere vormen van duurzame energie, een van de bronnen van duurzame energie die benut moet worden om aan die doelstelling te kunnen voldoen. Noodzaak zonneparken Zonne-energie zal een belangrijk aandeel gaan leveren in de toekomstige duurzame energievoorziening. Zonne-energie is degelijk en betrouwbaar, flexibel te ontwikkelen en kan dicht bij de gebruiker worden gerealiseerd. Maar zonne-energie vraagt ook om ruimte.

Deels kan die ruimte gevonden worden door bestaande bouwwerken te benutten en door extra functies aan een ruimte toe te voegen. Een goed voorbeeld hiervan is een parkeerterrein met zonnecarports. Maar dan nog is er veel extra ruimte nodig. Voor de komende 10 jaar wordt de behoefte aan zonne-energie ingeschat op 14 gigawatt (getallen gebaseerd op de Nationale Energieverkenning 2016). Wanneer daarvan een derde op daken van woningen en bedrijfspanden wordt gerealiseerd, blijft er nog steeds circa 10 gigawatt over die op land zal moeten worden opgesteld. Dit komt overeen met circa 10.000 hectare landgebruik ten behoeve van zonnepanelen.

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A1

Projectgerelateerd

Taakstelling gemeente Venray In 2013 hebben de gemeenten Beesel, Venlo en Venray een gezamenlijke energiestrategie ‘Energie voor groene groei’ ontwikkeld. Deze strategie geeft richting aan de energietransitie in de gemeenten Beesel, Venray en Venlo. Als gezamenlijke ambitie hebben de gemeenten gekozen voor ‘energieneutraal in 2030 met compenserende maatregelen.’ Concreet betekent dit voor gemeente Venray dat in 2030 37,5% energiebesparing heeft plaatsgevonden en 1,7 PJ hernieuwbare energie binnen de gemeentegrenzen wordt opgewekt (en 1,9 PetaJoule (PJ) op te wekken energie elders). Volgens de inschatting van de Klimaatmonitor wordt momenteel ca. 0,6 PJ hernieuwbare energie opgewekt. Dit resulteert in een opgave van nog 1,1 PJ op te wekken duurzame energie voor 2030, wat gelijk staat aan: • 48 windturbines van 3MW, • 243 ha zonnepanelen, of • 119.000 woning met elk 20 m2 zonnepalen. Aangezien Venray minder dan 19.000 woningen telt en bedrijventerrein Smakterheide ca. 60 ha aan daken telt, kan voorgenomen ontwikkeling van een zonnepark een belangrijke bijdrage leveren aan de energieopgave van gemeente Venray. Daarnaast is de ruimtelijke en visuele impact beperkt ten opzichte van bijvoorbeeld windmolens.

1.3

Locatie

De beoogde locatie van het zonnepark bevindt zich ten noorden van de kern Venray, direct ten westen van de A73. Kadastraal staat het plangebied bekend als Venray, sectie U, percelen 174, 200, 201, 202 en 203. Deze percelen beslaan samen een oppervlakte van 13,9 ha en zijn alle in privaat eigendom van dezelfde grondeigenaar. In figuur 1-1 is de begrenzing van de locatie weergeven.

Figuur 1-1: Begrenzing projectlocatie (rode omlijning).

1.4

Locatiekeuze

De keuze voor de ontwikkeling van een zonnepark op de locatie als beschreven in de vorige paragraaf, is voortgekomen uit de volgende argumenten: 26 juni 2020

XIBRP1907121240

A2

Projectgerelateerd

• • • • •

het plangebied heeft een omvang van 13,9 hectare, waardoor bij een zuid-opstelling voldoende rendement gehaald kan worden voor een haalbare business-case; de percelen zijn in eigendom bij één eigenaar, die samen met Tomorrow Energy voorgenomen ontwikkeling wenst te realiseren; aansluiting op het elektriciteitsnet is mogelijk op het slechts 3,2 kilometer verderop gelegen 150/10 Kv middenspanning station Venray; het plangebied is gelegen langs een bestaande breuk (A73) in het landschap, ten noorden van bedrijventerrein Smakt en direct grenzend aan het geplande bedrijventerrein De Spurkt; de locatie biedt goede mogelijkheden om naast de opwekking van duurzame energie een bijdrage te leveren aan landschappelijke kwaliteitsverbetering en natuur.

Aan de overzijde van de A73 is momenteel een vergunning in voorbereiding voor de oprichting van een zonnepark in Smakt, genaamd ‘Spurkt 21’ van ontwikkelaar Kronos. Deze ontwikkeling heeft geen rol gespeeld in de locatiekeuze voor de voorgenomen realisatie van een zonnepark, maar draagt wel bij aan een eenduidig beeld van een “energielandschap” langs de A73 in de gemeente Venray, waarmee versnippering (ontwikkeling van vele kleine en verspreidde locaties) wordt voorkomen.

1.5

Vigerend bestemmingsplan

Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010;’ met IMROnummer NL.IMRO.0984.BP09001-va02, vastgesteld door de gemeenteraad op 14 december 2012. De laatste herziening van de planregels is door de gemeenteraad vastgesteld op 20 september 2017 en vervat in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010, herziening regels’ met IMRO-nummer NL.IMRO.0984.PHBP15001-va02. In figuur 1-2 is een uitsnede van het bestemmingsplan opgenomen.

Figuur 1-2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Buitengebied Venray 2010' (ruimtelijkeplannen.nl) met het plangebied in rood.

Het plangebied is bestemd als ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch met waarden’. Vanwege het ontbreken van een bouwvlak is het niet toegestaan om op de gronden ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch met waarden’ bouwwerken op te richten. Derhalve kan voorgenomen aanleg van een zonnepark alleen planologisch worden gerealiseerd via een buitenplanse afwijking, zie paragraaf 1.6.

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A3

Projectgerelateerd

Daarnaast zijn diverse dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen op (gedeelten van) het plangebied van toepassing, zie tabel 1-1. Tabel 1-1: Dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen ‘Buitengebied Venray 2010, herziening regels’ (ruimtelijkeplannen.nl)

Dubbelbestemming

Aangewezen gronden zijn mede bestemd voor:

Waarde – Archeologie – 1

bescherming van de archeologische waarden

Waarde – Archeologie – 2

bescherming van de archeologische waarden

Waarde – Beekdal

bescherming van de natuurwaarden die verbonden zijn aan een vochtig milieu, landschapswaarden behoud van kwelgebieden welke een belangrijk onderdeel vormen van het hydrologisch systeem

Waarde – Ontwikkelingszone groen

Bescherming en ontwikkeling van de potentiële natuur- en landschapswaarden in het gebied.

Gebiedsaanduidingen

Beschrijving:

Luchtvaartverkeerszone

obstakelvrije zone van het luchtvaartterrein, voor het plangebied geldt een maximale bouwhoogte van 179,6 meter

Vrijwaringszone – weg 1

bebouwingsvrije zone (0-50 m van de weg), hier mag niet worden gebouwd

Vrijwaringszone – weg 2

bebouwingsvrije zone (50-100 m van de weg), hier mag alleen worden gebouwd na een positief advies van de wegbeheerder.

Verwevingsgebied

Onder de Reconstructiewet concentratiegebieden aangewezen ‘Verwevingsgebieden’

Extensiveringsgebied

Onder de Reconstructiewet concentratiegebieden aangewezen ‘Extensiveringsgebieden’

De bescherming van de waarden zoals aangewezen bij bovengenoemde dubbelbestemmingen is verder uitgewerkt in hoofdstuk 2 en 4 van deze ruimtelijke onderbouwing. De gebiedsaanduidingen ‘luchtvaartverkeerszone’, ‘vrijwaringszone – weg 1’ en ‘vrijwaringszone – weg 2’ worden ook nader toegelicht in hoofdstuk 2. Per 1 juli 2014 is de Reconstructiewet concentratiegebieden komen te vervallen. De aanduidingen ‘verwevingsgebied’ en ‘extensiveringsgebied’ zijn daarmee niet langer meer van toepassing op het plangebied.

1.6

Afwijken van het bestemmingsplan

Voor de gevallen, waarbij buitenplans afwijken van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 1 of 2 Wabo niet mogelijk is, biedt artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3 Wabo de mogelijkheid om van het bestemmingsplan af te wijken met een omgevingsvergunning, mits de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. In voorliggende ruimtelijke onderbouwing, behorende bij de omgevingsvergunning ‘Handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening’, is gemotiveerd dat voorgenomen ontwikkeling voorziet in een goede ruimtelijke ordening.

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A4

Projectgerelateerd

1.7

Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk wordt in het kort de huidige situatie van het plangebied uiteengezet en wordt aangegeven hoe de toekomstige situatie er uit zal zien. In hoofdstuk 3 staat beschreven welke beleidsmatige aspecten relevant zijn voor het onderhavig plan. Hoofdstuk 4 omvat de milieuhygiënische en planologische verantwoording. Hoofdstuk 5 behandelt de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Tenslotte wordt in hoofdstuk 6 geconcludeerd of het planvoornemen wel of niet voorziet in een goede ruimtelijke ordening.

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A5

Projectgerelateerd

2

Gebieds- en projectbeschrijving

2.1

Huidige situatie

Het plangebied ligt in het Loobeekdal. De Loobeek stroomt hier van het zuidwesten naar het noordoosten doorheen. Dit dal wordt in het Ruimtelijk Kwaliteitskader van de gemeente Venray (2010) specifiek benoemd als een open gebied ten noorden van Venray. Historisch gezien zijn deze gronden langs de beek altijd open weidegebieden geweest. Nog steeds kenmerkt het gebied zich landschappelijk door de open ruimte, doorspikkeld met kleine bosjes. Deze open ruimte wordt begrensd door hoger gelegen bosrijke gedeelten, de Overloonse Duinen en de Boschhuizerbergen. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrenst door de A73/Venloseweg/ Spurkt en aan de noord- en noord/westzijde door het Afleidingskanaal van de Loobeek. De zuidzijde en zuidwestzijde van het plangebied wordt begrensd door omliggende percelen. Een varkenshouderij met bijbehorende bedrijfswoning aan de Spurkt 12 grenst aan het plangebied aan de zuidzijde. Op circa 500 meter afstand ten zuiden van het plangebied is het bedrijventerrein Smakterheide (Venray) gelegen. Het betreft hier een 138 hectare groot bedrijventerrein. Net over de provinciegrens, in de provincie Noord-Brabant, begint het natuurgebied de Overloonse duinen. In de huidige situatie is het plangebied in gebruik als weide- en akkerbouwgrond, net als de gronden in de directe omgeving van het plangebied aan de zuidzijde van de Loobeek.

Ten noorden van de Loobeek zijn de gronden in gebruik als natuurgebied, voornamelijk bestaande uit weidegronden. Het Afleidingskanaal maakt onderdeel uit van het Loobeekdal. Waterschap Limburg is in het kader van de Europese Kaderrichtlijn Water (verbeteren ecologische toestand en waterkwaliteit) gestart met de herinrichting van het Loobeekdal.

2.2

Toekomstige situatie

Het initiatief van Tomorrow Energy voorziet ter plaatse van het projectgebied in de ontwikkeling van een zonnepark, met de daarbij behorende inrichting voor een periode van 25 jaar. Uit de eerste indicatieve berekening blijkt dat ter plaatse een zonnepark met een vermogen van ca. 10 MWp gerealiseerd kan worden. Met dit planvoornemen kan een deel van het elektriciteitsverbruik van Venray en omgeving worden verduurzaamd. De zonnepanelen worden aangebracht op zuid-gerichte stellages. Deze opstelling levert een hoog rendement op en biedt bovendien meer ruimte tussen de panelen dan een oost-westopstelling. Deze ruimte wordt benut voor ecologische onderbegroeiing, waardoor het zonnepark ecologische waarde toevoegt. De panelen worden minimaal 50 cm boven maaiveld op de stellages geplaatst. De maximale bouwhoogte van de zonnepanelen is ca. 1,70 meter boven maaiveld. Het voor het zonnepark benodigde inkoopstation kent een maximale bouwhoogte van circa 3,5 m. Aan de maximale bouwhoogte van 179,6 meter voor het plangebied vanwege de luchtvaartverkeerszone (zie paragraaf 1.5) wordt derhalve ruimschoots voldaan.

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A6

Projectgerelateerd

Figuur 2-1: Indicatief dwarsprofiel van het zonnepark met zuid-opstelling (zie ook landschappelijke inpassing in bijlage)

Op advies van het Waterschap Limburg, zie paragraaf 4.11, blijft een strook van 20 meter breedte langs de Loobeek vrij van bouwwerken en/of begroeiing ter voorkoming van beschaduwing van de beek. In verband met de vrijwaringszones ‘Weg 1’ en ‘Weg 2’ is aan de wegbeheerder Rijkswaterstaat Zuid Oost advies gevraagd over het oprichten van zonnepanelen binnen deze vrijwaringszones naast de A73. Het advies is opgenomen in bijlage 2. Rijkswaterstaat geeft aan dat in ieder geval 34 meter vanaf de buitenste kantstreep van de A73 bebouwingsvrij moet blijven, naar analogie van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Voor facilitaire gebouwen, zoals transformatoren, blusvoorzieningen en omvormers adviseert Rijkswaterstaat deze niet op te richten binnen 0-50 meter vanaf de buitenste kantstreep. Dit advies is overgenomen in het inrichtingsplan van het zonnepark. Om het zonnepark goed op te laten gaan in de omgeving en de biodiversiteit te versterken is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit inpassingsplan is beschreven in paragraaf 2.3 en opgenomen in bijlage 1. Van het projectgebied van ruim 13,9 ha zal een deel benut worden voor landschappelijke elementen, waardoor netto niet het gehele gebied als zonnepark gebruikt wordt. Het bosje dat is aangemerkt als goudgroene natuur (zie paragraaf 3.2 en 4.8) blijft in de huidige vorm behouden.

In onderstaande tabel 2-1 is het grondgebruik conform het landschappelijke inpassingsplan uiteengezet. Ter ontsluiting van het projectgebied voor onderhoud aan het zonnepark blijven de bestaande paden vanaf het Spurkt gehandhaafd. Tabel 2-1 grondgebruik conform landschappelijke inpassingsplan

Beschrijving grondgebruik

Grootte in hectare

% van totale oppervlakte

Plangebied totaal

13,9

100

Oppervlakte zonnepanelen

5,51

39,6

Oppervlakte zonnepanelen inclusief open ruimte tussen de rijen met panelen

8,35

60,1

Nieuwe natuur en landschappelijke inpassing 5,55

39,9

2.3

Landschappelijke inpassing

2.3.1

Ruimtelijk kwaliteitskader gemeente Venray

Voor de landschappelijke inpassing van een zonnepark in dit gebied is de landschappelijke ligging in een beekdal, tussen de hogere bosrijke gebieden, van groot belang. Vanuit provinciaal beleid worden beekdalen in Limburg gekoesterd als sterke landschapsstructuren. Hierin geldt het water als ordenend principe. In navolging hiervan stelt de gemeente Venray als uitgangspunt voor grootschalige

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A7

Projectgerelateerd

energieopwekking dat een initiatief zoals een zonnepark in een beekdal niet is toegestaan, tenzij deze om goede redenen alsnog landschappelijk inpasbaar is. In het geval van het initiatief van Tomorrow Energy wordt de beoogde ingreep in het beekdal gekoppeld aan de snelweg A73, welke in de huidige situatie al een doorbreking van het beekdal vormt. Daarbij worden aanvullende ingrepen rondom het zonnepark voorzien ter versterking van de landschappelijke structuur van het beekdal. In het Ruimtelijk Kwaliteitskader (2010) van de gemeente Venray (zie paragraaf 3.3) wordt de ‘mozaïekstructuur met openheid naar het beekdal’ beschreven als een van de landschappelijke kwaliteiten van dit gebied. De huidige landschapsstructuur en de bijbehorende maat van het landschap zijn leidend voor nieuwe ontwikkelingen in het gebied. De beek vormt hierin een belangrijk ordenend principe, ook omdat deze als ecologische verbindingszone verder versterkt dient te worden. Deze ambitie is gedetailleerd terug te vinden in het Masterplan Loobeekdal (2005). Hierin wordt het kleinschalige landschap rond de Loobeek benadrukt. De gronden rondom de beek bieden kansen voor het aanleggen van nieuwe natuur (in relatie tot de ecologische verbinding), het aanleggen van retentiegebieden en extensief graslandbeheer.

2.3.2

Landschappelijk inpassingsplan

Op basis van de hierboven genoemde ruimtelijke kenmerken en beleidsambities richt de landschappelijke inpassing van het zonnepark zich op vier kernpunten: • Het verbeteren van de ecologische waarde in het algemeen; • Rekening houden met het dassenkernleefgebied Loobeekdal; • Rekening houden met een klimaatbestendig beekdal; • Het benadrukken en versterken van de historische gelaagdheid van het landschap. In onderstaand figuur 2-2 is de landschappelijke inpassing van het zonnepark weergeven. In bijlage 1 is deze inpassing op groot formaat opgenomen.

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A8

Projectgerelateerd

Figuur 2-2: Landschappelijke inpassing van het zonnepark (zie voor grotere afbeelding Landschappelijke Inpassing)

Verbeteren ecologische waarde algemeen Ter versterking van de ecologische verbindingszone langs de Loobeek gaat bij de landschappelijke inpassing van het zonnepark veel aandacht naar de ecologische aspecten. Zoals beschreven in paragraaf 2.2 wordt er voor dit zonnepark uitgegaan van een zuid-opstelling. Deze opstelling laat veel ruimte open tussen de rijen zonnepanelen welke benut wordt als kruidenrijk grasland met extensief beheer of begrazing door schapen. Dergelijke graslanden, met kenmerkende plantensoorten als ratelaar, rolklaver, koekoeksbloem en scherpe boterbloem, zijn gelijk aan de ecologisch waardevolle gronden die aan de overzijde van de Loobeek gesitueerd zijn. Hierdoor voegt het zonnepark zich naar de bestaande ecologische verbindingszone. Aan de oostzijde van het perceel wordt op een zonnige locatie een poel met bramenstruweel aangelegd. Deze voegt waarde toe voor de boomkikker welke in dit gebied is aangetroffen. Rekening houden met dassenkernleefgebied Loobeekdal Het plangebied maakt onderdeel uit van de het dassenkernleefgebied Loobeekdal. In de landschappelijke inpassing is hier op de volgende manier uitvoering aan gegeven: 26 juni 2020

XIBRP1907121240

A9

Projectgerelateerd

1.

2.

Verbinding faunatunnel: de A73 kan door de das worden gepasseerd via een aantal faunatunnels, welke de leefgebieden ten oosten en ten westen van de snelweg verbinden. Het plangebied wordt nu slechts beperkt gebruikt als foerageergebied. In het plangebied wordt in het verlengde van de faunatunnel een groene corridor gerealiseerd met laag meidoorn- en sleedoornstruweel. Inpassing dassenburcht Smakterveld: direct grenzend aan het plangebied bevindt zich de dassenburcht bekend als Smakterveld gelegen in het bosje in het oosten van het plangebied. Het bosje blijft onaangetast en zal worden versterkt (nieuw aan te planten bos) en in verbinding worden gebracht met de Loobeek door nieuw te planten houtwallen.

Klimaatbestendig Beekdal Het Waterschap Limburg wil toewerken naar brede, robuuste duurzame watersystemen in beekdalen. Onder en tussen de zonnepanelen blijft het maaiveld vrij van verharding en wordt beplanting aangebracht waardoor infiltratie van (regen)water mogelijk blijft. Langs het Afleidingskanaal wordt een zone van 20 meter vrijgehouden om beschaduwing van de beek te voorkomen. In deze zone kunnen, in overeenstemming met het Masterplan Loobeekdal, aanvullende ecologische maatregelen getroffen worden door het waterschap. Benadrukken en versterken van de historische gelaagdheid Het beekdallandschap kent van oorsprong een fijnmazige verkaveling. De kavels worden van oorsprong gescheiden door houtsingels die meestal haaks op de beek staan. Hierdoor ontstaat een kenmerkend landschap waarbij doorzichten over het gehele beekdal gestimuleerd worden. Deze structuur werd door de gemeente omschreven als een “mozaïek met openheid richting het beekdal”. Om de historische landschapsstructuur met zichten over het gehele beekdal sterker terug te brengen worden er enkele van deze houtsingels aangebracht. Aan de oostzijde wordt bosbeplanting toegevoegd aan het bestaande bosje bij de boerderij, wat de dichtere beplantingsstructuur aan de rand van het beekdal versterkt. Met de inpassing van het zonnepark zal de mozaïekstructuur van houtsingels, bestaande uit o.a.

eik, es, els en wilg, zo sterk mogelijk worden teruggebracht. Met houtsingels langs de westelijke en oostelijke rand van het perceel wordt de landschappelijke structuur met houtsingels haaks op de beek versterkt. Bovendien wordt er ook een houtsingel in het midden van het perceel toegevoegd om de kleinschaligheid van het landschap te behouden. Ook de houtsingel langs de boerderij wordt verlengd om een duidelijke afbakening tussen de boerderij en het zonnepark te creëren. Naast houtsingels worden er ook twee hagen van meidoorn- en sleedoornstruweel toegevoegd. Deze vallen ook binnen de landschapsstructuur, maar worden bewust laag gehouden om het formaat van de percelen in het beekdal niet extra te verkleinen. De maat die ontstaat door de grotere houtwallen past bij de historische structuur van het landschap. Vanuit de omgeving is het zicht op het zonnepark beperkt. Alleen vanaf de A73 en een klein deel van het Spurkt zijn de panelen zichtbaar. Vanaf deze plekken is er met name zicht op de zuidkant van het zonnepark, waardoor tegen de voorkant van de panelen wordt aangekeken. Om zicht op de achterzijde van de panelen en de stellages te voorkomen wordt aan de noordzijde langs de A73 en over korte afstand langs het Afleidingskanaal een houtsingel geplant.

Vanaf de wandelpaden in het het natuurgebied aan de overzijde van het Afleidingskanaal is het zonnepark zomer en winter door begroeiing en hoogteverschillen onzichtbaar. De hekwerken die rondom het zonnepark noodzakelijk zijn worden waar mogelijk direct achter de houtsingels geplaatst, zodat deze zo min mogelijk opvallen vanuit de omgeving.

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A10

Projectgerelateerd

3

Beleid

In dit hoofdstuk wordt voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de relevante beleidskaders op zowel Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau.

3.1

Rijksbeleid

VN Klimaatakkoord In december 2015 was er een VN-klimaattop in Parijs: de Conference of Parties (COP21). Nederland heeft daar ingestemd met een nieuw VN Klimaatakkoord. Het Klimaatakkoord is in 2016 door Nederland bekrachtigd. De doelstelling van het akkoord is de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2°C, met inspanningen om de stijging verder te beperken tot 1,5°C. In 2020 treedt het Klimaatakkoord in werking. Het Klimaatakkoord vraagt van landen om nationale klimaatplannen op te stellen. In juni 2018 is daarom een voorstel ingediend van de Klimaatwet, welke in december door de Tweede Kamer is aangenomen. Het belangrijkste doel is 95% reductie van de uitstoot van broeikasgassen in 2050 ten opzichte van 1990, met een streven van 49% reductie in 2030. Een Klimaatakkoord is nog in voorbereiding door het kabinet. Toetsing van de ontwikkeling De oprichting van een zonnepark geeft invulling aan de doelstelling om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren en sluit daarmee aan bij de wereldwijde doelstelling om verdere opwarming van de aarde te beperken. Energieakkoord (2013) In september 2013 sloten meer dan veertig organisaties, waaronder de overheid, werkgevers, vakbeweging, natuur- en milieuorganisaties, maatschappelijke organisaties en financiële instellingen het Energieakkoord voor duurzame groei.

Het akkoord heeft als doel het terugbrengen van de energievraag door middel van energiebesparingen met gemiddeld 1,5% per jaar, het terugdringen van het gebruik van aardgas en een toename van het aandeel hernieuwbare energieopwekking naar 14% in 2020 en 16% in 2023. Om dit te bereiken, is een tiental pijlers geformuleerd. Pijler 3 gaat over het stimuleren van decentrale duurzame energie, waaronder zonne-energie. In het Energieakkoord is aangegeven dat voor deze vorm vooral belemmeringen weggehaald moeten worden. Belemmeringen zijn onder meer (niet uitputtend) een goede ruimtelijke inpassing om belemmeringen bij vrijwaringsgebieden waar mogelijk weg te nemen, het actualiseren van bouwregelgeving aan een grotere inzet van hernieuwbare energie, het actualiseren van vergunningsprocedures gericht op snellere toepassing van innovaties en het verkorten van project doorlooptijden. Toetsing van de ontwikkeling De oprichting van een zonnepark sluit aan bij de invulling van het Energieakkoord om het aandeel hernieuwbare energieopwekking te vergroten. Energierapport 2016 Begin 2016 is het nieuwe Energierapport gepresenteerd, met onder meer de volgende passage: ”Op 12 december 2015 zijn 195 landen onder auspiciën van de Verenigde Naties (VN) een belangrijk klimaatakkoord overeengekomen.

In dit klimaatakkoord zijn doelen afgesproken zoals het beperken van de opwarming tot ruim onder de twee graden en het bereiken van een balans tussen de uitstoot en vastlegging van broeikasgassen in de tweede helft van deze eeuw. De Europese Raad heeft de komst van dit klimaatakkoord verwelkomd, omdat het een mondiaal en juridisch bindend akkoord betreft. Dit klimaatakkoord is ook van belang voor het Nederlandse energie- en klimaatbeleid. Voor Nederland zijn daarbij de Europese afspraken leidend.” 26 juni 2020

XIBRP1907121240

A11

Projectgerelateerd

Het toenmalige demissionaire kabinet houdt dus onverkort vast aan de Europese afspraken voor 2020, 2030 en 2050 en aan de afspraken uit het Energieakkoord die samen met milieuorganisaties, bedrijfsleven en overheden zijn gesloten. Dit Energierapport geeft een integrale visie op de toekomstige energievoorziening van Nederland. Het demissionair kabinet stelt voor de transitie naar duurzame energie drie uitgangspunten centraal: • sturen op CO2-reductie; • verzilveren de economische kansen die de energietransitie biedt; • integreren energie in het ruimtelijk beleid. Toetsing van de ontwikkeling Voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de Europese afspraken en de afspraken uit het klimaatakkoord en sluit aan bij het uitgangspunt van CO2-reductie. Klimaatwet Op 28 mei 2019 is de klimaatwet door de Eerste Kamer goedgekeurd waardoor Nederland het zevende Europese land is met een wet waarin staat hoeveel CO2 er mag worden uitgestoten. De klimaatwet legt klimaatdoelstellingen in Nederland wettelijk vast en introduceert een mechanisme dat ervoor zorgt dat overheid die klimaatdoelen ook moet halen. De wet legt vast met hoeveel Nederland de CO2-uitstoot terugdringt in 2030 en 2050 en geeft iedereen (burgers en bedrijven) zekerheid over de weg die Nederland inslaat.

De wet bevat drie concrete klimaatdoelen: − Een vermindering van de broeikasgasuitstoot tot een niveau dat 95 procent lager ligt in 2050 dan in 1990; − Streven naar een reductie van 49 procent van de broeikasgasuitstoot in 2030 ten opzichte van 1990; − 100 procent CO2-neutrale elektriciteitsproductie in 2050 (zoals zonne-energie). Door de klimaatdoelen wettelijk te verankeren met een goede borging wordt het klimaatbeleid duidelijk en voorspelbaar. Op die manier kan Nederland ook voldoen aan het klimaatakkoord van Parijs. Op de vierde donderdag van oktober (Klimaatdag) rapporteert het kabinet over de CO2-reductie en presenteert ze, indien noodzakelijk, extra maatregelen om de klimaatdoelen te halen. Klimaat en Klimaatnota De Klimaatwet voorziet erin dat het kabinet eens in de 5 jaar een Klimaatplan schrijft. Het klimaatplan bevat de hoofdzaken van het klimaatbeleid voor de komende jaren. Er staat in welke maatregelen worden getroffen om de doelen uit de Klimaatwet te halen. Iedere 2 jaar wordt het klimaatplan geëvalueerd en zo nodig aangepast. Op de Klimaatdag wordt jaarlijks bekeken of Nederland nog op koers ligt om de klimaatdoelen te halen en wordt bekend of, en zo ja welk aanvullend beleid noodzakelijk is.

Toetsing van de ontwikkeling Voorgenomen ontwikkeling levert een bijdrage aan de drie klimaatdoelen uit de Klimaatwet: de productie van elektriciteit door middel van zonnepanelen is CO2-neutraal en draagt derhalve bij aan de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en het streven van een 100% CO2-neutrale elektriciteitsproductie.

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A12

Projectgerelateerd

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Om dit te bereiken heeft het Rijk in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) haar ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040 geschetst. Deze ambities zijn vertaald in 13 nationale belangen. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid in de ruimtelijke ordening (‘decentraal, tenzij …’) en staat de gebruiker centraal. Een van deze nationale belangen is: ‘Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie’. Het Rijk wijst hierbij locaties aan voor de opwekking van elektriciteit (vanaf 500 MW) en de globale tracés van hoogspanningsverbindingen vanaf een spanning van 220 kV. Ten aanzien van duurzame energie stelt de SVIR dat het primair de taak van provincies en gemeenten is om voldoende ruimte te bieden voor duurzame energievoorziening (zoals zonne-energie en biomassa). Het ruimtelijk rijksbeleid voor (duurzame) energie beperkt zich daarom enkel tot grootschalige windenergie op land en op zee. Toetsing van de ontwikkeling Met voorgenomen ontwikkeling zal (onder ideale omstandigheden) maximaal 15,25 MW worden geproduceerd, wat via het bestaande elektriciteitsnet wordt gedistribueerd.

Daarnaast betreft een zonnepark produceert geen vorm van grootschalige windenergie op land, waardoor bij voorgenomen ontwikkeling geen Rijksbelangen in het geding zijn. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De juridische borging van de SVIR is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het Barro zijn de verschillende nationale belangen vastgelegd die doorwerking moeten krijgen bij lagere overheden. Het gaat om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, project Mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, defensie, Ecologische Hoofdstructuur, erfgoederen van universele waarden, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeer-gebied. Toetsing van de ontwikkeling Binnen het plangebied is een gebiedsaanduiding ‘Luchtvaartverkeerszone’ gesitueerd. Binnen dit gebied geldt een maximale bouwhoogte van 179,6 meter, zodat het luchtruim rondom de militaire luchtvaarbasis obstakelvrij blijft. Het zonnepark kent een maximale hoogte van 3,5 meter (inkoopstation) waarmee de obstakelvrije zone in het luchtruim gewaarborgd blijft. Zoals beschreven in paragraaf 2.2 wordt het advies van de wegbeheerder met betrekking tot de afstand tot Rijkswegen opgevolgd.

Elektriciteitswet 1998 Op 1 juli 2018 is de wijziging van de Elektriciteitswet 1998 in werking getreden. Met de wetswijziging wordt beoogd om de energietransitie verder te ondersteunen en enkele knelpunten voor de huidige praktijk weg te nemen. Door nu reeds deze aanpassingen te doen, wordt de energietransitie in afwachting van de uitkomsten en implementatie van de energiedialoog en de energieagenda niet onnodig vertraagd. De aanpassingen zien met name toe op de netten die essentieel zijn om de energietransitie verder te ondersteunen. Op grond van artikel 9b van de Elektriciteitswet 1998 is voor duurzame energieprojecten groter dan 50 MW de Rijkscoördinatieregeling van toepassing. Deze projecten op het gebied van energie-infrastructuur worden aangemerkt als ‘van nationaal belang’ en worden in beginsel gecoördineerd door de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Het voorliggende project heeft een productiecapaciteit van maximaal 15,25 MW. Daarmee is in beginsel de Rijkscoördinatieregeling niet van toepassing.

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A13

Projectgerelateerd

Ladder van Duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Doel van deze ladder is dat invulling wordt gegeven aan een goede ruimtelijke ordening, door optimale benutting van de ruimte binnen stedelijk gebied en een zorgvuldige afweging plaatsvindt wanneer ruimte buiten stedelijk gebied wordt aangewend voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij een nieuwe vereenvoudigde Laddersystematiek in werking is getreden. Daarin staat dat pas als herstructurering of transformatie van bestaand stedelijk gebied onvoldoende ruimte biedt om aan de ruimtevraag van het plan te voldoen, er sprake kan zijn van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het begrip “stedelijke ontwikkeling” is daarbij als volgt gedefinieerd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Toetsing van de ontwikkeling Een zonnepark betreft geen stedelijke functie in de zin van de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals hiervoor genoemd.

De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 februari 2015 (201400570/1/R6) bevestigt dat functies die niet onder begripsbepaling zijn genoemd en ook niet in de handreiking zijn genoemd, niet als stedelijke functies worden aangemerkt. Daarbij merkt de Afdeling op dat de strekking van de regeling gericht is op het tegengaan van leegstand. De realisatie van het zonnepark leidt niet tot leegstand elders. De ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet van toepassing op een zonnepark.

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) De Provinciale Staten hebben op 12 december 2014 het POL2014 vastgesteld. Hierin beschrijft de provincie haar visie en inspanningen voor de komende 10 jaar om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren op onderwerpen als wonen, verkeer, energie, infrastructuur, detailhandel, bedrijventerreinen, water, natuur, landschap, landbouw en ondergrond. Het POL heeft de wettelijke status als Structuurvisie (Wet ruimtelijke ordening), Provinciaal milieubeleidsplan (Wet milieubeheer), regionaal waterplan (Waterwet) en provinciaal verkeer- en vervoersplan (Planwet verkeer en vervoer). Om recht te doen aan de diverse omgevingskwaliteiten binnen de Limburgse provincie, maakt het POL onderscheid in zeven gebiedstypen. Binnen het bebouwd gebied: • stedelijk centrum, • bedrijventerrein, • overig bebouwd gebied In het landelijk gebied gaat het om de zones: • goudgroene natuurzone, • zilvergroene natuurzone, • bronsgroene landschapszone en • buitengebied Elk gebiedstype heeft gebiedseigen kernkwaliteiten en ambities. Daarnaast zijn per regio (Noord-Limburg, Midden-Limburg en Zuid-Limburg) de onderwerpen wonen, bedrijventerreinen, kantoren, detailhandel, energie, landbouw, vrijetijdseconomie en Nationaal landschap Zuid-Limburg uitgewerkt.

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A14

Projectgerelateerd

Goudgroene natuurzone De goudgroene natuurzone bestaat uit gebieden waar natuur en natuurontwikkeling het primaat hebben vanwege de voorkomende waardevolle flora en fauna. Over verwerving, inrichting en beheer worden meerjarige afspraken gemaakt met natuurorganisaties, via herinrichtingsprojecten en via subsidies voor individuele grondeigenaren en samenwerkingsverbanden van natuurbeheerders. Afspraken over kwaliteitsbehoud en plaatselijke kwaliteitsverbetering in de bestaande natuurgebieden in goudgroen worden gemaakt via uitvoeringsovereenkomsten met de terrein beherende natuurorganisaties en de koepels van particuliere grondeigenaren. De planologische bescherming van de goudgroene natuurzones krijgt vorm door een “nee-tenzij”- bescherming in de Omgevingsverordening. Zilvergroene natuurzone De zilvergroene natuurzone bestaat uit landbouwgebieden waar grote kansen liggen voor ontwikkeling van natuurwaarden. In de zilvergroene natuurzone staat het benutten van kansen voor natuur centraal. Binnen de zilvergroene natuurzone wordt tevens ingezet op behoud en ontwikkeling van cultuurhistorische waarden als onderdeel van de landschappelijke waarden. De provincie zal - zowel in zilvergroen als in bronsgroen - regionale en lokale initiatieven faciliteren. Bronsgroene landschapszone De bronsgroene landschapszone betreft o.a.

de beekdalen die mede bepalend zijn voor het beeld van het Limburgs landschap. De provinciale beleidsaccenten zijn gericht op de kwaliteit en het functioneren van het regionale watersysteem, de ontwikkeling van de landbouw in balans met de omgeving, het versterken van de kernkwaliteiten landschap en cultuurhistorie en recreatief medegebruik. Het omgevingsbeleid is er op gericht om de (huidige) landschappelijke kernkwaliteiten als onderdeel van de kernwaarden van het Nationaal Landschap te behouden, te beheren, te ontwikkelen en te beleven. Ontwikkelingen binnen de ruimte die het beleid voor de verschillende thema’s biedt zijn mogelijk mits de kernkwaliteiten behouden blijven of versterkt worden (‘jamits’). In paragraaf 3.3 wordt verder toegelicht hoe het ontwerp voor Zonnepark Sporkehout omgaat met deze zonering. Energie De Limburgse ambitie sluit aan bij de nationale doelstellingen ten aanzien van energietransitie. Deze transitie bestaat uit: • een forse besparing op het gebruik van energie; • een sterke toename van het aandeel duurzaam opgewekte (=hernieuwbare) energie; • flexibilisering van het netwerk. De provincie zet in op een totale reductie van het energieverbruik van 1,5% per jaar en benutting van restwarmte als energiebesparende maatregel. Duurzaam opgewekte energie komt uit bronnen die hernieuwbaar zijn (wind, water, zon, biomassa).

Het aandeel ervan bedraagt nu 3 tot 4%. De inzet is om dit aandeel te laten toenemen tot 14% in 2020, conform Nationaal Energieakkoord. Daarbij wordt ingezet op een zoveel mogelijk lokale of regionale aanpak, waarbij de uitgaven voor energie zo veel mogelijk ten goede komen aan de Limburgse economie. Gelet op de opgave wordt een brede en grootschalige toepassing van beschikbare technieken noodzakelijk geacht met gelijktijdige de ontwikkeling van nieuwe technieken. Daarbij geldt als voorwaarde dat de bestaande leveringszekerheid geborgd blijft, de omgevingskwaliteit de aandacht heeft, kosten acceptabel zijn en de maatregelen bijdragen aan een duurzame ontwikkeling. De opgaven moeten verder geconcretiseerd worden in regionale energievisies. Conclusie Voorgenomen ontwikkeling van een zonnepark draagt bij aan de doelstelling voor een sterke toename van het aandeel grootschalig opgewekte duurzame energie.

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A15

Projectgerelateerd

Ontwikkeling van de gebiedstypen Het plangebied is gelegen binnen de gebiedstypen: • Zilvergroene natuurzone, • Bronsgroene natuurzone, en • Buitengebied Zilvergroene natuurzone Het benutten van kansen voor de natuur staat in deze gebieden centraal. Daarnaast wordt ingezet op behoud en ontwikkeling van cultuurhistorische waarden als onderdeel van de landschappelijke waarden. De zilvergroene gebieden zogenaamde uitnodigingsgebieden. Dit betekent dat de provincie met oude en nieuwe partijen kijkt welke kansen er zijn om bij te dragen aan de natuurdoelen, om nieuwe natuur te ontwikkelen, al dan niet als onderdeel van natuurcombinaties met landbouw, economie en water (Natuurvisie Limburg, 2016). Toetsing van de ontwikkeling: een relatief klein deel van het plangebied (deel van het perceel sectie U 174) is aangewezen als zilvergroene natuurzone. Dit perceel wordt nu intensief als akkerbouwgrond gebruikt en heeft een lage natuurwaarde. De realisatie van het voorgenomen zonnepark is een nieuwe economische activiteit die bijdraagt aan de kansen voor natuur en hiermee aan de doelen van de zilver groene natuurzone. In totaal is ca. 1 hectare van het plangebied aangewezen als zilvergroene natuurzone. Binnen het plangebied wordt in totaal ruim 6 hectare landschappelijk ingericht, waarbij de natuurwaarden worden versterkt.

Bronsgroene natuurzone en buitengebied Tot de bronsgroen natuurzones horen beekdalen en gebieden met steilere hellingen, die geen onderdeel uitmaken van goudgroene- of zilvergroene natuurzones, maar wel in hoge mate bepalend zijn voor het beeld van het Limburgse landschap. Ontwikkelingen in deze gebieden zijn mogelijk als de kernkwaliteiten van deze gebieden blijven behouden of worden versterkt (‘ja-mits beleid). Alle overige gronden in het buitengebied: ruimte voor land- en tuinbouw en vrijetijdseconomie. Ontwikkeling van nieuwe activiteiten of functies zijn mogelijk mits de kernkwaliteiten behouden blijven of versterkt worden (‘ja-mits beleid’). Toetsing van de ontwikkeling: Met de aanleg van een zonnepark worden de bestaande gebiedskwaliteiten binnen het plangebied verder versterkt (zie hoofdstuk 2) en de ontwikkeling geeft daarmee invulling aan de provinciale ambitie om de Limburgse omgevingskwaliteit te verbeteren binnen de bronsgroene natuurzones en het buitengebied. Energie voor groene groei In de gemeenten Beesel, Venlo en Venray komen steeds meer initiatieven van de grond die als doel hebben om lokaal het energieverbruik te verminderen en het resterende deel duurzaam op te wekken. In reactie op deze beweging hebben de gemeenten de krachten gebundeld en een gezamenlijk energiestrategie voor 2030 ontwikkeld, genaamd Energie voor groene groei.

Het doel van deze strategie is om samen met de regiogemeenten Beesel, Venlo en Venray de transitie naar een energie-efficiënte en duurzame energievoorziening op lokaal niveau aan te jagen. In de gezamenlijke energiestrategie zijn verschillende scenario’s uitgewerkt over de energietransitie van de gemeenten. Het meest realistische scenario blijkt het scenario ‘CO2-neutraliteit’ te zijn. De ambitie uit de energiestrategie luidt: “De gemeenten Beesel, Venlo en Venray kiezen voor de ambitie ‘Energieneutraal met compensatiemaatregelen’ vanuit de overtuiging dat een lokale energietransitie met meer energiebesparing en meer duurzame energie kansen biedt voor de regionale economie.”. Om deze ambitie te verwezenlijken zijn per sector (gebouwde omgeving, bedrijvigheid, mobiliteit, duurzame energieopwekking en gemeentelijke organisatie) een streefbeeld en meetbare doelen geformuleerd. 26 juni 2020

XIBRP1907121240

A16

Projectgerelateerd

Tabel 3-1 Energie voor groene groei, streefbeeld 2030

Sector

Streefbeeld 2030

Doelen

Duurzame energieopwekking

De helft van de huishoudens produceert zonne-energie

Op alle voor zonne-energie geschikte daken van huishoudens (50% van totaal) liggen 7 m² zonnepanelen en er ligt eenzelfde totale hoeveelheid op bedrijfsdaken

Toetsing van de ontwikkeling Een zonnepark draagt bij aan de een toename van het aandeel opgewekte duurzame energie. Het streven van de gemeenten Beesel, Venlo en Venray is om voor de opwekking van zonne-energie zo optimaal mogelijk gebruik te maken van alle voor zonne-energie geschikte daken. Dit vraagt een grote betrokkenheid en inzet van bedrijven en particulieren om in voldoende energieopwekking te voorzien. Met voorgenomen initiatief kan op korte termijn een flinke bijdrage worden geleverd, waardoor er ruimte ontstaat voor de (langzamere) ontwikkeling van productie van zonne-energie op daken van huishoudens en bedrijven.

3.3

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Venray De gemeente Venray vindt het belangrijk dat het buitengebied van Venray waarin de landbouw, de natuur en recreatie een hoofdplaats hebben, vitaal en aantrekkelijk blijft. Het beleid moet ertoe leiden dat het buitengebied landschappelijk en ecologisch waardevoller wordt en daardoor tegelijkertijd ook meer kwaliteit te bieden heeft voor mens, plant en dier. Nieuwe ontwikkelingen zijn pas mogelijk wanneer er sprake is van aantoonbare behoefte en een zorgvuldige planologische afweging heeft plaatsgevonden. Daarnaast is een ruimtelijke kwaliteitsverbetering (ruimtelijke tegenprestatie) gewenst, waarvan de vorm en omvang. afhankelijk is van de vraag of de ontwikkeling passend is in het gebied (gebiedseigen) of niet (niet gebiedseigen). Toetsing van de ontwikkeling Een zonnepark kan worden aangewezen als een ‘overige (gebouwde) functie’. Deze functie wordt ingedeeld als niet gebiedseigen functie. Deze ontwikkeling is pas mogelijk als er sprake is van aantoonbare behoefte en er een zorgvuldige planologische afweging heeft plaatsgevonden, waarbij de ontwikkeling dient te passen binnen de gemeentelijke beleidskaders. Naast een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing, wordt ook een ruimtelijke tegenprestatie gevraagd welke zo veel mogelijk ter plaatse en/of in nabijheid van de ontwikkeling plaatsvindt.

In voorliggende ruimtelijke onderbouwing is in paragraaf 1.2 de behoefte van een zonnepark aangetoond. In hoofdstuk 3 is aangetoond dat de ontwikkeling past binnen de geldende beleidskaders, waarbij in hoofdstuk 4 een zorgvuldige planologische afweging heeft plaatsgevonden aan diverse milieu- en omgevingsaspecten. Aan de landschappelijke inpassing en ruimtelijke tegenprestatie is invulling gegeven als beschreven in hoofdstuk 2 van voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Ontwikkeling Bedrijventerrein de Spurkt Op 27 juni 2017 heeft de gemeenteraad van Venray de Regionale Visie bedrijventerreinen vastgesteld. Als uitwerking van deze visie ziet de notitie Reikwijdte en Detailniveau De Spurkt op de ontwikkeling van 30 hectare netto bedrijventerrein grenzend aan het bestaande bedrijventerrein Smakterheide en grenzend aan het plangebied van het zonnepark in het oosten (zie figuur 3-0) Dit bedrijventerrein is bedoeld voor

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A17

Projectgerelateerd

doorgroeiende regionaal gebonden bedrijven uit Venray. Er wordt uitgegaan van grootschalige bedrijven die actief zijn in de maakindustrie, agrofood en in de logistieke sector 1.

Figuur 3-0: Het plangebied van bedrijventerrein de Spurkt aangrenzend (ten oosten) het plangebied de projectlocatie van het zonnepark (Arcadis, 2019).

Ruimtelijk kwaliteitskader en Beeldkwaliteitsplan 2010 Venray Naast het bestemmingsplan buitengebied (zie paragraaf 1.5) heeft gemeente Venray voor ruimtelijke ontwikkelingen nog twee beleidskaders vastgesteld: het Ruimtelijk kwaliteitskader (RKK) en het Beeldkwaliteitsplan (BKP). Het RKK geeft randvoorwaarden waarbinnen een ruimtelijke ontwikkeling kan plaatsvinden, het BKP gaat specifiek in op de ruimtelijke en esthetische randvoorwaarden die de gemeente Venray stelt aan de beeldkwaliteit. Ruimtelijk kwaliteitskader Het RKK maakt onderscheidt in zes deelgebieden binnen de gemeente Venray. Per deelgebied zijn de gebiedskenmerken beschreven en is een streefbeeld uitgewerkt. Naast een duidelijk onderscheidt in gebieden is het streefbeeld tevens gericht op behoud, versterking en ontwikkeling van de landschappelijke kwaliteiten. Beeldkwaliteitsplan De landschapstypen zoals beschreven in het RKK zijn nader uitgewerkt in het BKP. Daarnaast is er een bijlage opgenomen waarin alle beplantingssoorten zijn benoemd die een gebiedseigen karakter hebben en goed toe te passen zijn in het buitengebied ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing.

1

https://www.venray.nl/notitie-reikwijdte-en-detailniveau-mer-de-spurkt-venray

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A18

Projectgerelateerd

Het BKP vormt daarmee een leidraad voor de invulling van de gewenste landschappelijke ontwikkeling als beschreven in het RKK.

Figuur 3-1: Kenmerken Merselo (RKK)

Het streefbeeld van Merselo sluit aan op de visie van de Loobeek: ‘Samen puzzelen voor de toekomst’ waarbij wordt ingezet op beekherstel in het Loobeekdal en het dal van de Weverlosebeek. Water is het ordenend principe en de beek krijgt de ruimte die hij nodig heeft.

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A19

Projectgerelateerd

Figuur 3-2: Streefbeeld Merselo (RKK)

Toetsing van de ontwikkeling Het plangebied is volgens het RKK gelegen binnen het deelgebied Merselo, dat gekenmerkt wordt door het Loobeekdal. Ten noorden van Venray is het gebied redelijk open en heeft een grootschalig karakter. Er komt weinig bebouwing voor (enkele rundveebedrijven) en de gronden worden voornamelijk voor graslanden gebruikt. Kleine bosjes doorbreken de openheid gedeeltelijk en zorgen voor een afwisselend landschap. Binnen het plangebied zijn de landschapstypen ‘beekdal’, ‘kleinschalige landschappen’ en ‘bos en natuur’ gelegen. In het BKP zijn voorbeelden gegeven hoe bebouwing (bedrijfsbebouwing en woningen) en erfinrichting ingepast kunnen worden in deze landschapstypen. Voor voorgenomen ontwikkeling is geen specifiek voorbeeld geschetst in het BKP. In paragraaf 2.3 is nader toegelicht hoe invulling wordt gegeven aan het RKK en het BKP voor de inpassing en ruimtelijke kwaliteitsverbetering van voorgenomen ontwikkeling.

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A20

Projectgerelateerd

Masterplan Loobeekdal Voor het stroomgebied van de Loobeek is in 2005 een integrale gebiedsvisie opgesteld in het kader van de uitvoering van de reconstructie in Noord- en Midden Limburg. Het doel van het project is tweeledig: 1. Een in de streek gedragen integrale visie opstellen, waarin alle functies in het gebied de meest optimale plek binnen het stroomgebied van de Loobeek krijgen, met als streefdatum 2015. 2. Een uitvoeringsprogramma opstellen dat recht doet aan de visie en daarmee inzicht geeft in de maatregelen en projecten waarmee de visie in 2015 bereikt wordt. Het gebied is hiervoor opgedeeld in 6 deelgebieden, met een zekere homogeniteit per deelgebied. Per deelgebied is eerst inzicht gegeven in de ligging van het gebied en zijn de knelpunten en kansen geformuleerd. Toetsing van de ontwikkeling Het plangebied is gelegen in het noorden van deelgebied 4. Het deelgebied vormt een lang lint door het gebied en bestaat uit het Loobeekdal, het dal van de Weverslosebeek en het Vennepas. Deze gebieden zijn aangewezen als ecologische verbindingszones (EVZ’s), de inmiddels aangewezen Natuurnetwerken Nederland (NNN). Het gebied biedt kansen voor beekherstel en het ontwikkelen van nieuwe natuur.

Andere kansen zijn de aanleg van een aantal stapstenen in het noordelijk deel van het Loobeekdal, het aanleggen van retentiegebieden, extensief graslandbeheer en het benutten van de kwalitatieve goede kwel aan de noordzijde van de Loobeek. Beekherstel kan echter problemen opleveren voor de landbouw. Door het verwijderen van stuwen (huidige knelpunten van vismigratie) treedt plaatselijk vernatting en verdroging van percelen op en ontstaat er overlast bij agrariërs. De ontwikkeling aan de noordzijde van de Loobeek zijn reeds uitgevoerd. Het zonnepark is gelegen ten zuiden van de Loobeek. Een zonnepark is minder kwetsbaar dan akkerbouw als het gaat om vernatting en/of verdroging door beekherstel en het wegnemen van knelpunten van vismigratie. Het gebruik van agrarische percelen voor de opwekking van duurzame energie biedt daarmee kansen aan beekherstel en het ontwikkelen van nieuwe natuur. Dit is uitgewerkt in de landschappelijke inpassing van het zonnepark in paragraaf 2.3. Kader voor Opwekking Duurzame Energie (KODE) In september 2019 is het Kader voor Opwekking Duurzame Energie (KODE) vastgesteld en is een nadere uitwerking van het beleidsdocument ‘Uitgangspunten Grootschalige Energieopwekking en Participatie’. Het doel het KODE is om de ruimtelijke en maatschappelijke afwegingen die samenhangen met de ontwikkeling van een zonnepark meer met elkaar in balans te brengen.

Deze balans wordt gezocht op het gebied van 4 pijlers, namelijk ruimte, inwoners, locatie en eigenaarschap. Het KODE geeft aan wát op welke locaties mogelijk is, op welke manier, en hoe inwoners en gebruikers van het gebied meegenomen moeten worden in het participatieproces. In het KODE zijn de 4 pijlers vertaald naar 4 doelen. Initiatieven worden hieraan getoetst. 1. Ruimte: Zuinig en zorgvuldig gebruik van de ruimte Waar mogelijk wordt ingezet op dubbel ruimtegebruik. Waar dit niet mogelijk is wordt gekeken naar het creëren van een impuls door middel van de gebiedsontwikkeling. 2. Inwoners: Samen werken aan acceptabel plan Belang van de omgevingsdialoog gedurende de planperiode maar ook daarna. 3. Locatie: Esthetica, inpassing, verbetering kwaliteit en ecologie Inzetten op projecten die de kwaliteit van de omgeving verbeteren. 4. Eigenaarschap: Eerlijk verdelen van lasten en lusten

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A21

Projectgerelateerd

Borgen dat economische voordelen in aanleg en exploitatiefase voor een substantieel deel in de regio en gemeente blijven. Bij deze 4 pijlers zijn 10 uitgangspunten opgesteld. Hieronder worden deze 10 uitgangspunten toegelicht, en onderbouwd hoe voorgenomen plan hiertoe bijdraagt. 1. Inwoners: een zorgvuldige omgevingsdialoog op meerdere fronten Omgevingsdialoog met direct om/ aanwonenden In dit uitgangspunt wordt het betrekken van de omgeving (direct omwonenden en aangrezende grondeigenaren) zo vroeg mogelijk in het planproces benadrukt. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen hetgeen de initiatiefnemer verplicht is om te doen (inspanningsverplichting) en de extra’s ten behoeve van participatie, compensatie en acceptatie. Inspanningsverplichting In samenwerking met de gemeente wordt de directe omgeving van het plangebied bepaald gedurende het planvormingsproces. De inspanning van de aanvrager wordt aan de hand van de onderbouwing bij de vergunningsaanvraag getoetst: er wordt momenteel gewerkt aan een Leidraad Omgevingsdialoog, waarvan de eerste aanzetten in bijlage 2 bij KODE zijn opgenomen. In de KODE wordt als eis gesteld dat de gespreksverslagen van de bijeenkomsten en overleggen, inclusief de reacties uit de omgeving als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing worden toegevoegd.

In de onderbouwing wordt toegelicht hoe met de reacties van de omgeving is omgegaan en welke aanpassingen zijn gedaan. Omgevingsdialoog met dorps- of wijkraad De KODE stelt dat in een vroegtijdig stadium de meest logische of dichtst bij het plangebied gelegen (dorps-/ wijk- of buurt-) raad wordt geïnformeerd over het plan. Op welke manier de raad betrokken wil worden, staat hen vrij om zelf te bepalen. Toetsing van de ontwikkeling aan de ‘inwoners – uitgangspunten’ Binnen de planvorming van een project vindt Tomorrow Energy het belangrijk dat de omgeving goed geïnformeerd wordt en kan participeren en meeprofiteren van de voordelen die een duurzaam project met zich meebrengt. De direct omwonende aan het plangebied is voorafgaand aan de ruimtelijke procedure reeds door Tomorrow Energy op de hoogte gesteld van het planvoornemen. Daarnaast is Tomorrow Energy met de dorpsraad van Smakt in gesprek gegaan. In het participatie- en communicatieplan in bijlage 5 wordt dit uitgangspunt in detail onderbouwd. Hierin zijn onder andere de gespreksverslagen opgenomen en worden de reacties vanuit de omgeving omschreven, en hoe hier mee om is gegaan. Tevens wordt uitgangspunt 9 en 10, betreffende financiële participatie en compensatie hierin toegelicht. 2.

Ruimte: onderscheiden van gebieden waar zonneprojecten zijn toegestaan of uitgesloten, opgedeeld in 5 sporen In het KODE worden drie gebieden gedefinieerd als ‘uitsluitingsgebieden’: oftewel locaties waar de ontwikkeling niet kan. Dit zijn: -

-

Natuurgebieden; waaronder gebieden die deel uitmaken van het NatuurNetwerk Nederland (NNN) en de in de POL benoemde goud-, zilver- en bronsgroene gebieden. Realisatie van zonneparken past hierbinnen niet. Essen; esgronden zijn uitgesloten voor de realisatie voor zonneparken door de beleving, openheid en afleesbaarheid van de cultuurhistorie en landschappelijke waarden.

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A22

Projectgerelateerd

-

Beekdalen; realisatie van zonneparken in beekdalen is niet wenselijk door de hydrologische en landschappelijke en ecologische waarde. Beekdallocaties waarbij sprake is van aantasting van de landschappelijke en ecologische door ontwikkelingen in het verleden kan een uitzondering gemaakt worden.

Toetsing van de ontwikkeling aan de dit ruimtelijke uitgangspunt Volgens de Zonekaart met mogelijkheden en uitsluitingen uit de KODE is het plangebied hoofdzakelijk gelegen in de zone ‘Ja, mits gebieden oude ontginningen’. Een klein deel van het projectgebied ligt in de zone ‘Nee, tenzij’ zone.

Figuur 3-4 Zone-kaart KODE (Bron: KODE)

Figuur 3-5 Landschapszones POL (Bron: Polviewer.nl)

goudgroen zilvergroen bronsgroen

Figuur 3-6 Begrenzing natuur- en landschapszones volgens Geconsolideerde versie Omgevingsverordening Limburg 2014 (Bron: Polviewer.nl)

Figuur 3-6 laat zien dat het projectgebied van Zonnepark Sporkehout grenst aan de ‘goudgroene natuurzone’, dat het een klein deelgebiedje met de status van ‘zilvergroene natuurzone’ omvat en een groter gebied dat in de ‘bronsgroene landschapszone’ valt. De grens van de goudgroene natuurzone (natuurgebied Loobeekdal) loopt langs het Afleidingskanaal en valt daar over een zekere lengte overheen. Het zonnepark grenst daar direct aan deze zone. In het ontwerp van het zonnepark is een groene en natuurlijke bufferzone van 20 meter opgenomen langs het 26 juni 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10577027/1