CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

08 Toelichting Veulenseweg Scheiweg 23 Horsterweg 8

Gemeenteraad 11 mei 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Veulenseweg ong. – Scheiweg 23 – Horsterweg 8 Leunen13.729 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Veulenseweg ongen – Scheiweg 23 – Horsterweg 8 Leunen

1

Colofon Rapport: Rapportnummer: 2020.0630 Status: Definitief Datum: 28 augustus 2020 Projectlocatie Veulenseweg ongenummerd, Scheiweg 23 & Horsterweg 8 5809 ES Leunen Opdrachtnemer Reland Bezoekadres: Burg. Verdijkplein 1 5835 AR Beugen Correspondentieadres: Postbus 186 5830 AD Boxmeer www.reland.nl Projectleiding Reland Frank Janssen Senior Adviseur 06 – 392 701 81 Frank@reland.nl

© augustus 2020 Reland

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgeslagen, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Reland. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Reland verwerpt elke aansprakelijkheid voor een ander gebruik van deze tekst dan voor de situatie waarvoor deze wordt uitgebracht. De informatie in deze tekst is onder voorbehoud en kan worden veranderd zonder voorafgaande kennisgeving.

2

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ................................................................................................................ 1 1.1

Aanleiding ............................................................................................................ 1

1.2

Begrenzing plangebied ........................................................................................ 2

1.3

Leeswijzer ............................................................................................................ 4

Hoofdstuk 2 Huidige situatie omgeving .................................................................................... 5 2.1

Inleiding ................................................................................................................ 5

2.2

Functionele structuur ........................................................................................... 5

2.3

Ruimtelijke structuur ............................................................................................ 6

2.4

Geldend bestemmingsplan .................................................................................. 7

2.5

Huidige grondgebruik plangebieden .................................................................... 9

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving ................................................................................................. 10 3.1

Ontwikkeling ....................................................................................................... 10

3.2

Stedenbouwkundige opzet en landschappelijke inpassing ................................ 12

HOOFDSTUK 4 Beleidskader ................................................................................................ 13 4.1

Rijksbeleid .......................................................................................................... 13

4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ............................................................ 13 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening .................................................. 14 4.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking ............................................................. 14 4.2

Provinciaal beleid ............................................................................................... 15

4.2.1 Provinciaal omgevingsplan Limburg 2014 ....................................................... 15 4.3

Gemeentelijk beleid ........................................................................................... 17

4.3.1 Strategische visie ‘Venray, stad in de Peel’ (2025) .......................................... 17 4.3.2 Ontwikkelingsperspectief Venray 2015 ............................................................ 17 4.3.3 Woonvisie Venray 2017 ................................................................................... 18 4.3.4 Visie Veehouderij Venray 2018 ........................................................................ 19 4.3.5 Bestemmingsplan ............................................................................................. 20 HOOFDSTUK 5 Omgevingsaspecten .................................................................................... 21 5.1

Milieu .................................................................................................................. 21

5.1.1 M.e.r. plicht ....................................................................................................... 21 5.1.2 Bodem .............................................................................................................. 21 5.1.3 Lucht ................................................................................................................. 22 5.1.4 Geur ................................................................................................................. 24

3

5.1.5 Geluid ............................................................................................................... 26 5.1.6 Externe veiligheid ............................................................................................. 27 5.1.7 Bedrijven- en milieuzonering ............................................................................ 31 5.1.8 Kabels en leidingen .......................................................................................... 32 5.2

Water.................................................................................................................. 32

5.2.1 Waterbeleid ...................................................................................................... 32 5.2.2 Waterhuishoudkundige situatie plangebied ..................................................... 33 5.2.3 Overleg Waterschap......................................................................................... 33 5.3

Natuur ................................................................................................................ 33

5.3.1 Gebiedsbescherming ....................................................................................... 33 5.3.2 Flora en fauna .................................................................................................. 34 5.3.3 Quickscan Flora en Fauna ............................................................................... 35 5.4

Archeologie ........................................................................................................ 36

5.5

Landschap en cultuurhistorie ............................................................................. 36

5.6

Verkeer............................................................................................................... 37

5.6.1 Mobiliteit ........................................................................................................... 38 5.6.2 Parkeren ........................................................................................................... 38 HOOFDSTUK 6 Juridische vormgeving .................................................................................. 40 6.1

Algemeen ........................................................................................................... 40

6.2

Planmethodiek ................................................................................................... 40

6.3

Verbeelding ........................................................................................................ 40

6.4

Planregels .......................................................................................................... 41

HOOFDSTUK 7 Uitvoerbaarheid ............................................................................................. 42

BIJLAGEN Bijlage I Bijlage II Bijlage III Bijlage IV Bijlage V

7.1

Economische uitvoerbaarheid ........................................................................... 42

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................... 42

– Toelichting stedenbouw en landschap – Verkennend bodemonderzoek – Geurberekeningen voor- en achtergrondbelasting – Akoestisch wegverkeerslawaai onderzoek – QuickScan Flora en Fauna

4

Hoofdstuk 1.1

1 Inleiding

Aanleiding De initiatiefnemer is eigenaar van de intensieve veehouderij aan de Scheiweg 25 te Leunen. Het bedrijf wordt momenteel beperkt in haar groei en mogelijkheden door de burgerwoning van de initiatiefnemer, welke direct tegen het bedrijf is gelegen, ter plaatse van Scheiweg 23 te Leunen. Deze burgerwoning wordt aan de andere zijde eveneens geflankeerd door een grote intensieve veehouderij/ agrarisch bedrijf, waardoor het woon- en leefklimaat ter plaatse van de burgerwoning onvoldoende is . Gelet op de situatie bij de Scheiweg is de verplaatsing van deze woning dan ook een logische ontwikkeling. De intensieve veehouderij is hier zo sterk aanwezig dat het moeilijk zal zijn om het woon- en leefklimaat hier in de toekomst te verbeteren. Anderzijds heeft de woning een ook beperkende werking op de bedrijvigheid in dit met name intensief agrarische gebied. Het verplaatsen van de woning is hier dan ook een goede optie, die eveneens aansluit bij de gemeentelijke Visie Veehouderij Venray. De initiatiefnemer heeft naast de gronden aan de Scheiweg tevens gronden in bezit aan de Horsterweg/Veulenseweg te Leunen. Hierdoor is de wens ontstaan om de woning die zich momenteel aan de Scheiweg 23 bevindt, te verplaatsen naar de Veulenseweg ongenummerd te Leunen.

Deze locatie lijkt een voorstelbare plek voor een burgerwoning, echter vormt de locatie aan Horsterweg 8 daartoe mogelijk nog een planologische belemmering. Ter plaatse van de Horsterweg 8 bevindt zich namelijk een bedrijfswoning behorende bij een voormalig agrarisch bedrijf. Planologisch gezien zou hier dan ook een nieuw agrarisch bedrijf gevoerd kunnen worden, waardoor de gewenste woning aan de Veulenseweg belemmerd zou kunnen worden. Omdat er feitelijk geen sprake meer is van een agrarisch bedrijf aan de Horsterweg 8 is het vanuit planologisch oogpunt logisch om ook deze locatie op maat te wijzigen in een woonbestemming. Op deze manier ontstaat er ter plaatse van de Veulenseweg/Horsterweg een gebied dat meer gericht is op de functie wonen en ter plaatse van de Scheiweg een gebied dat gericht is op het intensief houden van vee. Middels een principeverzoek heeft de initiatiefnemer op 10 oktober 2017 om medewerking van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Venray gevraagd voor het verplaatsen van de woning van de Scheiweg naar de Veulenseweg en het wijzigen van de bestemming ter plaatse van de Horsterweg 8. Op 20 november 2017 heeft het college van B&W van de gemeente Venray, onder voorwaarden, een positieve grondhouding aangenomen ten aanzien van dit plan. Om het plan mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

Middels een separate bestemmingsplanprocedure zal deze herziening worden gerealiseerd. Onderhavige plantoelichting, waarin het plan wordt toegelicht, gemotiveerd en onderbouwd, maakt deel uit van dit bestemmingsplan.

1

1.2

Begrenzing plangebied Het plangebied is in dit geval op te delen in drie delen (A, B en C). Alle drie de plangebieden zijn gelegen in Leunen, gemeente Venray. Op onderstaande kaart (figuur 1) is de spreiding van de drie locaties binnen de gemeente weergegeven.

Plangebied C Plangebied B

Plangebied A Figuur 1. Ligging plangebieden binnen de gemeente Venray.

Plangebied A is gelegen aan de Scheiweg 23 te Leunen op het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Venray, sectie O, perceelnummer 68 en heeft een grootte van 6.140 m2. Op deze plek staat de te verplaatsen burgerwoning. Op de luchtfoto op de volgende pagina (figuur 2) is de kadastrale situatie voor plangebied A weergegeven. Plangebied B, de plek waar de burgerwoning naar toe wordt verplaatst, is gelegen aan de Veulenseweg ongenummerd te Leunen op het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Venray, sectie N, perceelnummer 1646 en welk een grootte heeft van 14.480 m2. Plangebied C (bedrijfswoning die wordt omgezet in een burgerwoning) is eveneens gelegen op dit perceel. Op de luchtfoto op de volgende pagina (figuur 3) is de kadastrale situatie van de plangebieden B en C weergegeven.

2

A

Figuur 2. Ligging / kadastrale situatie plangebied A (plangebied rood omkaderd).

B

C

Figuur 3. Ligging / kadastrale situatie plangebieden B en C (plangebieden rood omcirkeld).

3

1.3

Leeswijzer De toelichting van dit bestemmingsplan bestaat uit zeven hoofdstukken en enkele bijlagen. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie en de omgeving. In hoofdstuk 3 wordt de gewenste situatie beschreven. Vervolgens is in hoofdstuk 4 een toets op het relevante Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 5 beschrijft de omgevingsaspecten en de milieutechnische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 de juridische toelichting op het bestemmingsplan beschreven. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan en de gevolgde procedure beschreven.

4

Hoofdstuk 2.1

2 Huidige situatie omgeving

Inleiding In dit hoofdstuk is een beschrijving gegeven van de omgeving waarin de plangebieden zich bevinden. De beschrijving richt zich op de huidige structuren, kenmerken en functies van de omgeving van de plangebieden. Daarnaast wordt het vigerende bestemmingsplan hier behandeld.

2.2

Functionele structuur Plangebied A: Plangebied A is gelegen midden in het agrarisch productielandschap van het buitengebied van de gemeente Venray. Plangebied A ligt op een afstand van circa 1,35 kilometer ten zuidwesten van de kern Leunen. In de directe omgeving van het plangebied zijn met name intensieve veehouderijen en andere agrarische bedrijven gelegen. Daarnaast bevinden zich in de omgeving enkele burgerwoningen. Figuur 4 geeft de functionele structuur van de omgeving weer. Hierop is duidelijk te zien dat plangebied A ingesloten wordt door twee intensieve veehouderijen en agrarische bedrijven.

IV

IV

IV

LEGENDA Plangebied

IV Agrarisch bedrijf Intensieve veehouderij IV Burgerwoning Figuur 4. Functionele structuur rondom plangebied A.

Plangebieden B en C: De plangebieden B en C zijn gelegen in het buitengebied van de gemeente Venray, tegen de kern van Leunen aan. De omgeving van de plangebieden kenmerkt zich door met name de functie wonen / landelijk wonen. Naast de woonfunctie bevinden zich er een aantal bedrijven en een horecazaak (detailhandel, partyservice, opslag, verloskundigen praktijk, aluminimum constructiebedrijf). In de omgeving van de plangebieden bevinden zich tevens een aantal agrarische bedrijven, waarvan één intensieve veehouderij ten noordoosten van plangebied C (zie figuur 5). Er is sprake van een gemengd gebied met ruimte voor functiemenging.

5

LEGENDA Plangebied Agrarisch bedrijf IV Intensieve veehouderij IV B

C

Glastuinbouw

GTB

GTB

Burgerwoning Bedrijf Horeca Kern Leunen

Figuur 5. Functionele structuur rondom plangebieden B en C.

2.3

Ruimtelijke structuur Plangebied A ligt op een afstand van 1,35 kilometer ten zuidwesten van de kern Leunen. Dit plangebied is gelegen aan de Scheiweg, waaraan meerdere agrarische bedrijven gevestigd zijn. De Scheiweg ontleent haar naam aan het buurtschap Scheide, waar het plangebied onderdeel van uitmaakt. De Scheiweg sluit in noordelijke richting aan op de Steegse Peelweg, die in noordoostelijke richting naar het dorp Leunen leidt en in zuidwestelijke richting kruist met de provinciale weg N277 (Midden Peelweg). De ontsluiting in de omgeving van het plangebied is met name gericht op agrarisch bestemmingsverkeer. De Scheiweg heeft een landelijke uitstraling met een halfopen karakter. Agrarische bebouwing wisselt zich af met open stukken agrarisch grasland met vergezichten en zichtlijnen. Aan weerszijden van de Scheiweg bevinden zich laanbomen. Ten zuiden van plangebied A, op een afstand van circa 300 meter bevindt zicht de Oostrumsche beek. Plangebied B en C liggen tegen de kern van Leunen aan. Dit gebied vormt de overgang van het stedelijk gebied (de kern) naar het landelijk gebied. Het is te karakteriseren als een halfopen landschap. Bebouwing wordt afgewisseld met vergezichten en zichtlijnen over het agrarisch (gras-)landschap. De bebouwingsdichtheid neemt af naarmate men meer richting het zuiden (van de kern af) gaat.

Plangebied B wordt ontsloten door de Veulenseweg, welke in het noorden eindigt in de kern Leunen en richting het zuiden leidt naar het dorpje Veulen. De Veulenseweg heeft een landelijk karakter en geen laanbeplanting. Plangebied C wordt ontsloten door de Horsterweg. Deze weg verbindt de kern van Leunen met het dorp Castenray in het zuidoosten. De Horsterweg heeft een landelijk karakter met aan weerszijden laanbomen.

6

2.4

Geldend bestemmingsplan Voor de drie plangebieden is het ‘Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010’ (vastgesteld 14 december 2010) vigerend. Daarnaast hebben er in de jaren 2016 en 2017 herzieningen op de planregels plaatsgevonden die tevens gelden voor de plangebieden. Plangebied A: Op plangebied A, gelegen aan de Scheiweg 23, rust de enkelbestemming ‘Wonen’. Naast deze enkelbestemming ligt er een bouwvlak op het plangebied. In figuur 6 is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan voor plangebied A weergegeven.

Figuur 6. Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Venray 2010' (plangebied rood omkaderd).

Plangebied B: Op plangebied B, gelegen aan de Veulenseweg ongenummerd, rust de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’. Ook gelden hier de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie – 2’ en ‘ Waarde – Esgronden’. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 2’ geeft aan dat wanneer de grond hier verstoord wordt over een oppervlakte van meer dan 500 m2 en dieper dan 50 centimeter, er een onderzoeksplicht geldt. Tot slot rust er op plangebied B tevens de gebiedsaanduiding ‘Agrarisch gemengd’, wat aangeeft dat een menging van functies hier mogelijk is. In figuur 7 is een uitsnede weergegeven van het vigerende bestemmingsplan voor plangebied B.

7

Figuur 7. Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Venray 2010' (plangebied rood omkaderd).

Plangebied C: Op plangebied C, gelegen aan de Horsterweg 8, rust de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’. Ook geldt hier de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 2’. Binnen het plangebied is tevens een bouwvlak opgenomen en de functieaanduidingen ‘Agrarisch bedrijf’ en ‘bedrijfswoning’. In figuur 8 is een uitsnede weergegeven van het vigerende bestemmingsplan voor plangebied C.

Figuur 8. Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Venray 2010' (plangebied rood omkaderd).

8

2.5

Huidige grondgebruik plangebieden Plangebied A: In het plangebied is momenteel een burgerwoning aanwezig (zie figuur 9). Deze burgerwoning heeft een grootte van circa 151 m2. Een gedeelte van het plangebied is verhard ten behoeve van de inrit. Het plangebied bestaat voor de rest uit grasland.

Figuur 9. Huidige grondgebruik plangebied A.

Plangebied B: In plangebied B is momenteel geen bebouwing aanwezig. De grond is in gebruik ten behoeve van agrarische gewas-productie. In figuur 10 is het grondgebruik van plangebied B weergegeven.

C B

Figuur 10. Huidige grondgebruik plangebieden B en C.

Plangebied C: In plangebied C bevindt zich momenteel een agrarische bedrijfswoning met bijgebouw. De woning heeft een grootte van circa 215 m2 en stamt uit 1900. Het bijgebouw is later toegevoegd en heeft een grootte van circa 65 m2. Een gedeelte van het plangebied is daarnaast verhard. De overige gronden zijn in gebruik als tuin en/of agrarische grond.

9

Hoofdstuk 3.1

3 Planbeschrijving

Ontwikkeling Plangebied A: Door de overbelaste milieusituatie ter plaatse van de burgerwoning aan de Scheiweg 23 en de beperkingen voor de omliggende agrarische bedrijven die dit met zich meebrengt, is de wens ontstaan om deze woning te verplaatsen naar een meer geschikte locatie. Ter plaatse van de Scheiweg 23 zal de woning (circa 151 m2) en de verharding gesaneerd worden en de burgerwoningbestemming gewijzigd worden in een agrarische bestemming zonder bouwvlak. In figuur 11 is deze ontwikkeling gevisualiseerd.

LEGENDA Plangebied Bestemming

Wonen

Te saneren bebouwing Te saneren verharding Figuur 11. Te saneren bebouwing en verharding Scheiweg 23.

Plangebied B: Voor de te verplaatsen woning, afkomstig van de Scheiweg 23, is plangebied B gewenste locatie (Veulenseweg ongenummerd te Leunen). Voor plangebied B zal de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ gewijzigd worden in een woonbestemming. Binnen deze woonbestemming wordt een bouwvlak geprojecteerd, waarbinnen uiteindelijk een nieuwe woning opgericht kan worden. De woning zal landschappelijk worden ingepast en wordt zo gesitueerd dat deze aansluit bij en past in de rest van de omgeving. In bijlage I en paragraaf 3.2 is de landschappelijke inpassing weergegeven. In hoofdstuk 5 van deze toelichting wordt onderbouwd dat ter plaatse sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat voor verschillende aspecten en dat de nieuwe woning geen belemmering oplevert voor bedrijven in de omgeving. In figuur 12 op de volgende pagina is de gewenste situatie weergegeven als een verbeelding.

10

Figuur 12. Toekomstige situatie Veulenseweg ongenummerd.

Plangebied C: Het agrarische bedrijf met bedrijfswoning aan de Horsterweg 8 te Leunen (plangebied C) is reeds gestaakt, waardoor ook hier de wens is ontstaan om de bestemming te wijzigen in een woonbestemming. De woning ter plaatse van Horsterweg 8 is reeds landschappelijk ingepast. In hoofdstuk 5 van deze toelichting zal worden onderbouwd dat de bestemmingswijziging geen onevenredige belemmeringen oplevert voor nabij gelegen bedrijven en er ter plaatse wordt voldaan aan de eisen vanuit verschillende omgevingsaspecten. In figuur 13 is een verbeelding van de toekomstige situatie weergegeven.

Figuur 13. Toekomstige situatie Horsterweg 8.

11

3.2

Stedenbouwkundige opzet en landschappelijke inpassing Ter plaatse van de Veulenseweg ongenummerd wordt, door de verplaatsing van de woning aan de Scheiweg 23, een nieuwe woonbestemming mogelijk gemaakt en daarbij een nieuwe woning gerealiseerd. Deze nieuwe woning wordt gesitueerd en landschappelijk ingepast zoals weergegeven op figuur 14. Onder deze afbeelding volgt een korte beschrijving van de gekozen situering en inpassing. In bijlage I ‘Toelichting stedenbouw en landschap’ is de figuur en een uitgebreidere toelichting met beplantingsplan opgenomen.

Toelichting stedenbouwkundig plan: • De verkavelingsstructuur tussen de Horsterweg en Veulenseweg staat in de bestaande situatie haaks op de Horsterweg. Het nieuwe kavel met woning gaat in harmonie mee in dit patroon. • Hierdoor staat de nieuwe woning en het kavel gedraaid ten opzichte van de Veulenseweg (zie rooilijn voorstel). • Ten noorden van de woning staat een houtsingel als groene ruggengraat van het nieuwe perceel. Deze lijn accentueert het gedraaide verkavelingspatroon. • De tuin is ingetogen en sober met groene randen. De achterzijde mag transparant zijn en de bouwmassa staat op voldoende afstand van de Horsterweg (70m). Toelichting landschappelijke inpassing: • De houtsingel vormt een groene afscheiding tussen de achtertuin van de buren aan de Horsterweg. • De huidige coniferenhaag wordt verwijderd. • De voortuin is omsloten door een lage haag met inheemse soorten. De achtertuin wordt afgeschermd door een hoge haag met inheemse soort. • De achterzijde kan open gehouden worden om zicht op het achterland te behouden. In de voortuin staat een markante landschapsboom.

12

HOOFDSTUK 4.1

4 Beleidskader

Rijksbeleid 4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. In deze structuurvisie wordt een samenhangende visie gegeven op het Nederlands Rijk tot 2040. Kernwoorden in het SVIR zijn concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. De belangrijkste verandering is het terugtreden van de Rijksoverheid op het gebied van ruimtelijke ordening. Lagere overheden, waaronder provincies en gemeenten krijgen een grotere rol volgens het principe ‘decentraal, tenzij…’. De gebruiker moet weer centraal komen te staan. Het Rijksbeleid richt zich daarom op het vereenvoudigen van de regelgeving. Hierdoor zal de bestuurlijke druk afnemen en ontstaat ruimte voor regionaal maatwerk. De verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal laat het Rijk over aan de provincies. Het Rijk versterkt de samenhang tussen de verschillende modaliteiten en tussen ruimtelijke ontwikkelingen en mobiliteit. Het Rijk heeft drie streefdoelen geformuleerd waaraan 13 nationale belangen zijn gekoppeld. Het Rijk heeft voor heel Nederland twee nationale doelen gesteld (nummer 4 en nummer 8).

Daarin wordt gesteld dat efficiënt gebruik van de ondergrond van belang is (zorgvuldig ruimtegebruik) en het verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water), bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s. De overige doelen en belangen zijn geografisch weergegeven in de Nationale hoofdstructuur. De drie plangebieden zijn binnen één onderdeel van de Nationale Hoofdstructuur gelegen, namelijk het zogenaamde ‘Radar verstoringsgebied’. Hierdoor zijn in dit geval naast de algemene regels, ook de aanvullende regels vanuit dit nationale belang van belang. De planlocaties liggen in dit geval binnen het ‘Radar verstoringsgebied’, hierdoor zijn er in dit gebied beperkte mogelijkheden voor windmolens en hoge gebouwen. Conclusie Bij het realiseren van een te verplaatsen woning (van plangebied A naar B) dienen de regels met betrekking tot zorgvuldig ruimtegebruik in acht genomen te worden. De provincie en gemeente hebben in die lijn beleidsregels vastgesteld waarbinnen er mogelijkheden zijn om de beoogde ontwikkeling te realiseren. De beoogde ontwikkeling past eveneens binnen deze provinciale en gemeentelijke beleidsregels (zie paragraaf 4.2 en 4.3 van dit hoofdstuk). In hoofdstuk 5 van deze toelichting wordt beschreven hoe de verschillende omgevingsaspecten geborgd worden voor de ontwikkelingen.

De ontwikkelingen op alle drie de plangebieden voorzien niet in de realisatie van hoogbouw en/of windmolens, waardoor het belang behorende bij het ‘Radar verstoringsgebied’ wordt geborgd.

13

4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'neetenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. In dit geval wordt gebruik gemaakt van een separate planologische procedure, de ontwikkeling wordt buiten het bestemmingsplan om mogelijk gemaakt doordat de ontwikkeling passend is binnen het provinciale beleid. Voor het overige worden er geen toevoegingen of overwegingen gemaakt om extra mogelijkheden of een gradatie in mogelijkheden op te nemen. Het Barro is dan ook niet relevant voor deze ontwikkeling.

Conclusie Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt in onderhavig bestemmingsplan die in strijd zijn met één van de nationale belangen. Daarnaast is de ontwikkeling kleinschalig van aard waardoor verdere toetsing aan het Barro niet noodzakelijk is. 4.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag wanneer er nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Deze systematiek is opgenomen in artikel 3.1.6 Bro. De Ladder voor duurzame verstedelijking is in principe een uitwerking van Nationaal belang 4 uit de SVIR (efficiënt gebruik van de ondergrond, oftewel zorgvuldig ruimtegebruik). De Ladder is ervoor bedoeld dat zorgvuldig wordt nagedacht over nieuwe ontwikkelingen en de plek van de nieuwe ontwikkeling. Zo gaat bijvoorbeeld inbreiding voor uitbreiding. Voor nieuwe stedelijke functies geldt daarom dat de ladder doorlopen dient te worden om te bepalen of sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. In eerste instantie is het van belang om te bepalen of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Jurisprudentie heeft ervoor gezorgd dat dit begrip steeds verder gedefinieerd werd en zelfs in sommige gevallen kwantitatief kan zijn. De Ladder voor stedelijke ontwikkeling rekent een ontwikkeling van woningbouwlocaties vanaf twaalf

14

woningen als een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is, dit is voor de ontwikkeling van één woning dus niet het geval. Conclusie Onderhavige ontwikkeling zorgt voor enerzijds de verplaatsing van een bestaande burgerwoning en anderzijds de bestemmingswijziging van een bedrijfswoning naar een burgerwoning. Per saldo wordt er met dit bestemmingsplan geen woning toegevoegd. De nieuw te bouwen woning binnen plangebied B betreft daarnaast de realisatie van één nieuwe woning en wordt daarmee niet gezien als Ladderplichtig. De ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet van toepassing op deze ontwikkeling.

4.2

Provinciaal beleid 4.2.1 Provinciaal omgevingsplan Limburg 2014 Op 12 december 2014 is het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL 2014) vastgesteld. In de loop der jaren is dit omgevingsplan meerdere keren aangepast. De meest volledige en recente versie is vastgesteld op 13 augustus 2019, aan deze versie wordt de ontwikkeling getoetst. Belangrijke principes uit het omgevingsbeleid van de provincie Limburg zijn: 1. Kwaliteit. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto ‘meer stad, meer land’, het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn en in dynamisch voorraadbeheer, dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Het instrument van het Limburgs Kwaliteitsmenu is overgedragen aan de gemeenten. 2. Algemene principes voor duurzame verstedelijking. De ladder voor duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische beeldbepalende gebouwen. 3. Uitnodigen. De manier waarop de Provincie samen met de partners het voortreffelijke leef- en vestigingsklimaat willen realiseren. Met instrumenten op maat en ruimte om te experimenteren. De Provincie wil hierbij selectief zijn: het POL richt zich alleen op die zaken die er op provinciaal niveau echt toe doen en vragen om regionale oplossingen.

Voor wat betreft de projectlocatie geeft het POL 2014 aan dat de omgeving getypeerd kan worden als overgangsgebied tussen ‘overig bebouwd gebied’ en ‘buitengebied’. De woning die verplaatst wordt naar de Veulenseweg, wordt in het buitengebied geprojecteerd zoals in figuur 15 op de volgende pagina op de uitsnede van de POLkaart is te zien:

15

Plangebied C

Plangebied B

Figuur 14. Uitsnede POL 2014.

Noord-Limburg kenmerkt zich door een aantrekkelijk woon- en leefklimaat. Er dient een transformatie van de bestaande woningvoorraad plaats te vinden, aangezien er nauwelijks bevolkingsgroei meer is. Daarbij zal primair worden gekozen voor inbreiding, aanpassing en functieverandering en slechts beperkte uitbreiding in de nabijheid van kleine kernen. Uitbreiding via uitleggebieden gebeurt slechts in zeer uitzonderlijke gevallen, met als uitgangspunt bouwen voor eigen behoefte. In deze casus is er sprake van een burgerwoning, gelegen in intensief agrarisch gebied (plangebied A), die verplaatst zal worden naar een meer geschikte locatie dichter bij de kern Leunen. De woning aan de Scheiweg 23 (plangebied A) wordt gesaneerd, wat bijdraagt aan de ontstening van het buitengebied en verpaupering en leegstand van dit soort panden voorkomt. Momenteel is het woon- en leefklimaat ter plaatse van de Scheiweg 23 niet aanvaardbaar. Met het weghalen van de woning op deze plek wordt dan ook gezorgd dat deze milieukundig onwenselijke situatie wordt opgelost. Daarnaast zorgt de ontwikkeling voor meer ontwikkelruimte van de aanwezige agrarische bedrijven. Plangebied A wordt uiteindelijk bestemd als agrarisch gebied/grasland. De woning wordt verplaatst naar de Veulenseweg ongenummerd (plangebied B), nabij de kern van Leunen. Deze plek is beter geschikt voor bewoning.

Doordat er per saldo geen nieuwe woning bijkomt, betreft het hier geen uitbreiding of vergroting van het woningaanbod. De woning zal, doordat deze nieuw gebouwd wordt, wel optimaal aansluiten op de wensen, behoeften en duurzaamheids- voorwaarden van dit moment. Het betreft dan ook een verbetering van het huidige woningaanbod. De woning wordt landschappelijk ingepast en zodanig gesitueerd dat deze aansluit bij/ingepast wordt in de omgeving. Naast de te verplaatsen woning wordt de bedrijfswoning bij het voormalige agrarische bedrijf aan de Horsterweg 8 gewijzigd in een burgerwoning. Deze functieverandering voorkomt leegstand en verpaupering. Daarnaast dateert deze woning uit 1900, de functieverandering zal bijdragen aan het behoud van dit mogelijk cultuurhistorisch waardevolle pand.

16

Onderhavige ontwikkelingen zijn niet strijdig met en dragen zelfs bij aan de doelstellingen van het provinciale ruimtelijke beleid.

4.3

Gemeentelijk beleid 4.3.1 Strategische visie ‘Venray, stad in de Peel’ (2025) In de (herijkingen van de) Strategische visie ‘Venray, stad in de Peel’ (2025) wordt een toekomstvisie geformuleerd waarin een antwoord wordt gegeven op de vraag waar de gemeente Venray in het jaar 2025 wil staan. Met de visie op de gewenste toekomstrichting kan de gemeente Venray effectief sturing geven aan het proces van beleidsontwikkeling en prioritering. Venray neemt als centrumgemeente een herkenbare positie in, in de regio gelegen tussen Venlo, Eindhoven, Duitsland en Arnhem-Nijmegen. De kern Venray heeft met name sinds de Tweede Wereldoorlog een enorme groei doorgemaakt op het gebied van inwoneraantal, werkgelegenheid en voorzieningenniveau. De kracht van Venray is dat dit gecombineerd wordt met het van oorsprong dorpse karakter van de gemeente. In de visie wordt de bewuste keuze gemaakt om dorp én stad te zijn. Aan de rand van de kern zijn er in ruime, landschappelijke setting kleinschalige en gemengde woonmilieus gerealiseerd. Het betreft grondgebonden, levensloopbestendige woningen in allerlei prijsklassen, die zich voegen naar de karakteristieken van de locatie. Naast het wonen in Venray en in de dorpen is er door de reconstructie ook meer ruimte ontstaan voor het wonen in het buitengebied.

Er is blijvende aandacht voor het bouwen in aansluiting op de ruimtelijke karakteristieken en kwaliteiten van Venray. De nieuw te realiseren woning zal van hoge kwaliteit zijn en het project vindt zijn oorsprong in het saneren van een burgerwoning die gelegen is tussen twee agrarische (intensieve veehouderij) bedrijven. Ter plaatse kon geen acceptabel woon- en leefklimaat gegarandeerd worden en tevens zorgde de burgerwoning daar voor een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden van de aanwezige agrarische bedrijven. Per saldo groeit de woningvoorraad niet, maar verbetert deze wel. Daarnaast wordt een voormalig agrarisch bedrijf met bedrijfswoning omgezet naar een woonbestemming, wat leegstand tegen gaat, zorgt voor behoud van cultuurhistorische waardevolle bebouwing en (intensieve) agrarische bedrijvigheid nabij de kern van Leunen vermindert. De woningen worden landschappelijk ingepast en zo gesitueerd dat deze aansluiten bij het gebied en het dorpse karakter. 4.3.2 Ontwikkelingsperspectief Venray 2015 Het door de gemeente Venray opgestelde Ontwikkelingsperspectief 2015 beoogt de verbindende schakel te vormen tussen het strategisch beleid zoals verwoord in de Strategische visie en het tactisch beleid zoals opgesteld in verschillende Dorp- en Wijkontwikkelingsplannen. De nota biedt een ontwikkelingsperspectief voor de

17

middellange termijn (ontwikkelingen tot 2015, met een doorkijk naar 2020/2025) en vormt voor het gemeentebestuur een leidraad bij de afweging van concrete beslissingen of voor de inzet van bestuurlijke uitvoeringsinstrumenten. In het document is derhalve een uitvoeringsstrategie opgenomen die de gemeente Venray wil hanteren bij de verdere uitwerking en uitvoering van de nota. Met betrekking tot Leunen zijn met name de volgende richtinggevende doelen uit het ontwikkelingsperspectief relevant: • het behouden van levensvatbare dorpen en wijken. Door samenwerking en clustering van dorpen en wijken beschikken deze over een compleet en gedifferentieerd woningaanbod en een basisaanbod aan maatschappelijke voorzieningen. • het ondersteunen van sociale cohesie. Door te zorgen voor integratie en samenwerking tussen doelgroepen op verschillende niveaus in en tussen de verschillende dorpen en wijken van Venray. Door het activeren en in stand houden van een diversiteit aan voorzieningen en het creëren van betrokkenheid bij de leefomgeving en betrokkenheid voor de medemens. • aandacht voor natuur en cultuurhistorische kwaliteiten. Door de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten van Venray te beschermen en waar mogelijk verder te ontwikkelen en te benutten. • het vergroten van de ruimtelijke identiteit van Venray.

Door ruimtelijke kwaliteiten van Venray te behouden, te versterken en te benutten met daarin ruimte voor ontwikkeling en vestiging van passende functies. Met onderhavige ontwikkeling wordt er een nieuwe woning opgericht nabij de kern van Leunen in het kader van een verplaatsing. Dieper in het buitengebied wordt hiervoor een burgerwoning gesaneerd, waarvoor het woon- leefklimaat niet voldoende is en die beperkingen oplevert voor de bedrijven eromheen. Op deze manier wordt wonen weer meer rond de kern gecentreerd en blijft het buitengebied behouden voor agrarische productie en natuur. De woning zal voldoen aan de eisen van nu en daarnaast landschappelijk worden ingepast. De herbestemming van de bedrijfswoning aan de Horsterweg 8 verkleint het aantal (mogelijke) agrarische bedrijven om de kern van Leunen en voorziet zo in een beter woon- en leefklimaat van het dorp. Tevens draagt de herbestemming bij aan het behoud van cultuurhistorische waarden. Het planvoornemen draagt in verschillende opzichten bij aan de uitvoeringsstrategie van Venray. 4.3.3 Woonvisie Venray 2017 In mei 2017 heeft de gemeenteraad de 'Woonvisie Venray 2017: Transformatie van de woningmarkt' vastgesteld. De woonvisie geeft op hoofdlijnen de visie van het gemeentebestuur voor de komende jaren weer.

De visie heeft de focus op de rol van het wonen in de algehele ambitie om Venray sterker en aantrekkelijker te maken. Uit de verrichte onderzoeken is gebleken dat in Limburg, dat wordt aangeduid als een anticipeergebied, er tegen de stroom in nog 3 plaatsen zijn die groeien; één daarvan is de gemeente Venray.

18

De kwaliteit van het wonen speelt een grote rol voor de tevredenheid, identiteit, zelfredzaamheid en participatie van Venraynaren en is zeker ook van belang voor de economische ontwikkeling van Venray. Met deze woonvisie wil de gemeente ervoor zorgen dat Venray zich ook op langere termijn positief ontwikkelt. De focus ligt op het beantwoorden van de groeiende vraag naar woningen in Venray voor de komende jaren. Om de verwachte groei te kunnen opvangen, zijn woningen nodig om de nieuwe wens van de woonconsument te kunnen vervullen: een wat kleinere woning, gebruiksvriendelijk en duurzaam. Deze woningen staan er al voor een groot deel, maar omdat de huishoudenssamenstelling verandert, is het nodig om de bestaande voorraad aan te passen. Daarmee wil de gemeente tegelijkertijd de differentiatie in de bestaande voorraad vergroten. Ook toevoegingen zullen moeten bijdragen aan de differentiatie, waardoor er een betere balans komt in de woningvoorraad. Daarmee wil de gemeente de waarde van de bestaande voorraad in stand houden en tegelijkertijd de kwaliteit van de bestaande voorraad verbeteren. Met het planvoornemen worden per saldo geen nieuwe woningen toegevoegd. Wel wordt er één woning verplaatst vanuit het agrarisch intensieve buitengebied naar de kernrand. Daarnaast wordt een bestaande bedrijfswoning nabij de kern van Leunen omgezet naar een burgerwoning.

Op deze manier wordt op verschillende manieren een bijdrage geleverd aan een verbetering van het bestaande woningaanbod, zonder het aanbod te vergroten. De ontwikkeling sluit dan ook aan bij de woonvisie van de gemeente Venray. 4.3.4 Visie Veehouderij Venray 2018 Op 30 januari 2018 heeft de gemeente Venray de beleidsregels Visie Veehouderij Venray 2018 vastgesteld. Deze visie moet bijdragen aan een goede balans tussen de ontwikkelingsruimte voor de veehouderij en de bescherming van een goed woon- en leefklimaat voor de inwoners van Venray. De visie heeft de volgende drie doelen: 1. Verbeteren van de basiskwaliteit – Verbeteren en borgen van een goed woon- en leefmilieu voor omwonenden van veehouderijen en afname aantal overlastlocaties; 2. Ontwikkeling op de juiste locatie – Meer scheiding tussen veehouderij en bewoners in kern en woningen in het buitengebied; 3. Sturen achterblijvers en stoppers – Verlagen van de emissie bij bedrijven met verouderde stallen, het voorkomen van benutting van oude rechten op slechte locaties. Handhaven van de stoppersregeling en daar emissies schrappen. Voor onderhavige ontwikkelingen is met name doelstelling 2 ‘ontwikkeling op de juiste locatie’ van belang. Bij deze doelstelling wordt beschreven dat ook in het landelijk gebied van Venray, veehouderijbedrijven en burgerwoningen dicht bij elkaar liggen.

Hoewel het doel hier ook duidelijk is (meer scheiding tussen veehouderij en burgers) kan het gewenste perspectief voor dergelijke gebieden verschillen en minder eenduidig zijn. In een gebied waar veel burgerwoningen liggen is het een betere optie om het veehouderijbedrijf te verplaatsen. Naarmate één van beide functies de overhand heeft, is het ontwikkelingsperspectief voor het gebied duidelijker. Waar veel (blijvende)

19

veehouderijbedrijven liggen, kan het een betere optie zijn om een burgerwoning te verplaatsen. Nu is het gebruikelijk dat alle omliggende veehouderijbedrijven investeren in verdergaande emissie reducerende technieken. Ook hier is sprake van maatwerk waarbij zowel ondernemer, burger en gemeente aan zet zijn. De burgerwoning aan de Scheiweg 23 is ingesloten door een aantal (intensieve-)veehouderijbedrijven. Deze woning ligt dan ook in een gebied waar veehouderijen en agrarische bedrijven duidelijk de overhand hebben. Met onderhavige ontwikkeling wordt deze woning verplaatst naar de Veulenseweg ongenummerd, dicht tegen de kern van Leunen. De ontwikkeling is hiermee in lijn met het beleid van de gemeente zoals vastgelegd in de Visie Veehouderij Venray. 4.3.5 Bestemmingsplan Zoals eerder beschreven is voor alle drie de plangebieden het bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010’ vigerend. In de drie plangebieden vinden drie verschillende ontwikkelingen plaats, namelijk: 1. Bestemmingswijziging van ‘Wonen’ naar ‘Agrarisch’; 2. Bestemmingswijziging van ‘Agrarisch met waarden’ (zonder bouwvlak of aanduiding agrarisch bedrijf e.d.) naar ‘Wonen’; 3. Bestemmingswijziging van ‘Agrarisch met waarden’ (met de aanduiding ‘agrarisch bedrijf) naar ‘Wonen’. Binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010’ zijn voor ontwikkeling A, B en C geen wijzigingsbevoegdheden opgenomen.

Er zal dus een separate bestemmingsplanprocedure doorlopen moeten worden, waar onderhavig document onderdeel van uitmaakt. Zoals eerder beschreven in de paragraaf ‘Visie Veehouderij Venray 2018’, wordt er gebruik gemaakt van de ‘regeling verplaatsing agrarische bedrijfswoningen’ om de woning aan de Scheiweg 23 te verplaatsen naar de Veulenseweg ongenummerd.

20

HOOFDSTUK 5.1

5 Omgevingsaspecten

Milieu In deze paragraaf wordt ingegaan op de relevante milieuaspecten en bekeken in hoeverre er sprake is van belemmeringen voor de voortgang van het plan. 5.1.1 M.e.r. plicht Een ruimtelijke ontwikkeling kan leiden tot een m.e.r.(beoordelings)-plicht. Om te bepalen of een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is, dient bepaald te worden of de ontwikkeling voorkomt in lijst C of lijst D van het Besluit, of de drempelwaarden worden overschreden, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. In het plangebied wordt één woningbouwmogelijkheid toegevoegd, echter wordt er ook één verwijderd. Het realiseren daarvan komt niet voor in bijlage C van het besluit m.e.r.. Er is dus geen sprake van de verplichting om een m.e.r. procedure te doorlopen. Op grond van categorie D11.2 geldt een m.e.r.beoordelingsplicht voor onder andere de aanleg of wijziging van ‘een stedelijk ontwikkelingsproject’, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen bevat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Volgens de nota van toelichting bij het Besluit m.e.r.

kan het bij een stedelijk ontwikkelingsproject gaan om “bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan”. Aangezien in dit geval sprake is van een gebied dat aanzienlijk kleiner is dan 100 ha en het plan aanzienlijk minder dan 2.000 woningen omvat, is geen sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Aanvullend op het voorgaande is op 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Daarin is een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Die geldt nu voor iedere activiteit die is opgenomen op de D-lijst, ongeacht of de activiteit onder of boven de drempelwaarde van de D-lijst valt. Woningbouw kan vallen onder onderdeel D (11.2): “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.” Het voorliggende initiatief betreft slechts de nieuwbouw van één woning, die gerealiseerd wordt in het kader van verplaatsing. Een dergelijk kleinschalig initiatief betreft geen stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage. Als gevolg hiervan hoeft voor de ontwikkeling van de woning dan ook geen vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden doorlopen.

5.1.2 Bodem In het kader van de Wro dient aangegeven te worden of de bodemkwaliteit geschikt is voor de nieuwe functie. De mate waarin beoordeling van de bodemkwaliteit aan de orde is, is met name afhankelijk van aard en omvang van de functiewijzing. Omdat met de

21

voorgestane ontwikkelingen (realiseren/verplaatsen van een burgerwoning en omzetten van een agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning) sprake is van een functiewijziging naar een milieugevoeligere bestemming, dient een bodemonderzoek aan te tonen dat sprake is van een acceptabele kwaliteit van de bodem. In bijlage II (Verkennend bodemonderzoek Horsterweg 8 en Veulenseweg ongenummerd te Leunen – 20217801A) van deze onderbouwing is het rapport opgenomen dat het bodemonderzoek beschrijft. In deze paragraaf is uitsluitend de conclusie opgenomen. Conclusie Uit de analyseresultaten blijkt dat de onderzoekslocatie onverdacht is ten aanzien van bodemverontreiniging. De opzet van het bodemonderzoek is gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor een onverdachte nietlijnvormige locatie (ONV-NL). Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'onverdachte locatie' geen stand houdt. In de bovengrond worden plaatselijk licht verhoogde gehalten aan koper, PCB of lood aangetoond. Daarnaast is in het grondwater een licht verhoogd gehalte aan barium aangetoond. Ter plaatse van de locatie worden geen asbest in de grond aangetoond. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de aanvraag van een omgevingsvergunning. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om aanvullend of nader bodemonderzoek te adviseren.

Het onderzoek is onder Kwalibo (een onderdeel van het Besluit bodemkwaliteit) uitgevoerd. Het betreft echter geen partijkeuring. Bij afvoer van grond of verhardingsmaterialen van de locatie kan er sprake zijn van verwerkingskosten. Door derden kan, ongeacht de resultaten van dit bodemonderzoek, een keuring van de af te voeren partij verlangd worden. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen ter plaatse van de Horsterweg 8 en de Veulenseweg ongenummerd te Leunen. 5.1.3 Lucht Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden en staan de hoofdlijnen voor regeling rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer. Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden uit lid 2 van dat artikel (waaronder het vaststellen van ruimtelijke plannen) mogen uitoefenen.

Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: a) er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; b) een plan leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c) een plan draagt ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; d) een plan past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen.

22

De in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling valt onder sub c van voornoemde voorwaarden en de daarbij behorende ‘Regeling NIBM’. Op basis hiervan vormen luchtkwaliteitseisen dus geen belemmering om het onderhavige bestemmingsplan door de gemeenteraad te laten vaststellen. Vervolgens zijn er twee mogelijkheden om aannemelijk te maken, of een project leidt tot een toename van de luchtverontreiniging die de NIBM-grens (3% van de jaargemiddelde grenswaarde van NO2 en PM10. In praktijk een jaargemiddelde bijdrage van 1,2 µg/m³) wel/niet overschrijdt: 1. Aannemelijk maken dat een project binnen de grenzen van een categorie uit de Regeling NIBM valt. Er is dan geen verdere toetsing nodig, het project is in ieder geval NIBM. 2. Als een project niet behoort tot een aangewezen categorie: op een andere manier aannemelijk maken dat een project niet leidt tot een toename groter dan de 3% grens. Hiervoor kunnen berekeningen nodig zijn. Ook als een project boven de getalsmatige grenzen van de Regeling NIBM uitkomt, is het mogelijk om alsnog via berekeningen aan de tonen, dat de 3% grens niet wordt overschreden. Ad 1: De Regeling NIBM geeft invulling aan de volgende categorieën: a.

woningbouw- en kantoorlocaties, en ook een combinatie daarvan Woningbouw ≤ 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg; ≤ 3.000 woningen (netto) bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Kantoorlocaties ≤ 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 1 ontsluitingsweg; ≤ 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Combinatie van woningen en kantoren, bij 1 ontsluitingsweg: 0,0008 *aantal woningen + 0,000012 *bruto vloeroppervlak kantoren in m2 ≤ 1,2. Combinatie van woningen en kantoren, bij minimaal 2 ontsluitingswegen: 0,0004 *aantal woningen + 0,000006 *bruto vloeroppervlak kantoren in m2 ≤ 1,2. b. inrichtingen. Hieronder vallen landbouwinrichtingen en spoorwegemplacementen. Inrichtingen • akkerbouw- of tuinbouwbedrijven met open grondteelt. • inrichtingen die alleen of in hoofdzaak bestemd zijn voor witloftrek of teelt van eetbare paddestoelen of andere gewassen in een gebouw. • permanente en niet-verwarmde opstanden van glas of van kunststof voor het telen van gewassen • permanente en verwarmde opstanden van glas of van kunststof voor het telen van gewassen, mits niet groter dan 2 hectare. • kinderboerderijen. spoorwegemplacementen:

23

De toename van het aantal dieseltractie-uren bedraagt niet meer dan 7500 uur op jaarbasis, als gevolg van de aanleg of uitbreiding van een spoorwegemplacement of door een wijziging van de activiteiten op het spoorweg emplacement. Als een project past binnen de (getalsmatige) grenzen van één van de voornoemde categorieën uit de ‘Regeling NIBM’, dan is het project in ieder geval NIBM. Onderhavig project valt onder het ‘3% criterium’ op basis van de categorie: ‘Woningbouw: de realisatie van < 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg. De ontwikkeling is dan ook niet in betekende mate van invloed op de omgeving. Dat betekent, dat een luchtkwaliteitsonderzoek niet noodzakelijk is en er voor wat betreft luchtkwaliteit geen belemmeringen zijn voor de voorgestane ontwikkeling. Om te bepalen of er ter plaatse van de plangebieden B en C, hier wordt de woning gerealiseerd en de bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning, sprake is van een goed woon- en leefklimaat is de achtergrondwaarde voor fijnstof en stikstofdepositie bepaald met behulp van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN). In tabel 1 zijn de achtergrondwaarden en de normen weergegeven. Tabel 1: Achtergrondwaarden en normen op basis van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland ter plaatse van het plangebied.

2018 2025 Norm

Totale concentratie (µg/m³) NO2 17.54 12.16 40

Totale concentratie (µg/m³) PM10 22.74 18.69 40

Totale concentratie (µg/m³) PM2,5 12.64 9.34 25

Uit tabel 1 blijkt dat nu en in de toekomst de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) ruim beneden de norm liggen. Hiermee kan geconcludeerd worden dat de luchtkwaliteit in het plangebied (B en C) nu en in de nabije toekomst aanvaardbaar is. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling van de realisatie van één woning door middel van verplaatsing en het omzetten van een bedrijfswoning in een burgerwoning valt onder de in de Regeling NIBM opgenomen lijst met categorieën van gevallen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. De ontwikkeling is dan ook niet in betekenende mate van invloed op de kwaliteit van de lucht. De Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten van Nederland tonen daarnaast aan dat de achtergrondwaarden nu en in de toekomst ruim beneden de norm blijven. Daarmee kan geconcludeerd worden dat de luchtkwaliteit in het plangebied aanvaardbaar is. 5.1.4 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt sinds 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv is bedoeld om mensen te beschermen tegen geuroverlast vanuit veehouderijbedrijven.

24

In principe bepaalt de Wgv de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijbedrijven op het gebied van geurbelasting. In de Wgv wordt alleen de ontwikkeling of belemmering van veehouderijbedrijven gereguleerd en vormt daarmee het toetsingskader van de veehouderijbedrijven. De wet vormt geen toetsingskader van de toelaatbaarheid van andere functies. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro), is aangegeven dat sprake dient te zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat. Het is daarom noodzakelijk om tweeledig naar aspect geur te kijken. Enerzijds mag de ontwikkeling niet leiden tot een belemmering van veehouderijbedrijven, en anderzijds dient sprake te zijn van een acceptabel woonen leefklimaat. De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (in dit geval een nieuwe woning en de bedrijfswoning die wordt omgezet naar een burgerwoning). De geurbelasting wordt berekend en getoetst met een verspreidingsmodel. In de Wgv is een definitie opgenomen voor geurgevoelige objecten. Deze definitie in combinatie met verschillende uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State [1] heeft tot gevolg dat gesteld kan worden dat alle bebouwing waar mensen kunnen verblijven en ook als zodanig bestemd is als gevoelig object beschouwd kunnen worden.

Hierdoor kan gesteld worden dat de te realiseren/verplaatsen woning en de bedrijfswoning die wordt omgezet in een burgerwoning als geurgevoelig aangemerkt kunnen worden. In dit geval worden er ter plaatse van de Veulenseweg ongenummerd en de Horsterweg 8 twee geurgevoelige(re) objecten toegevoegd. De Horsterweg 8 was echter al in een bepaalde mate geurgevoelig, doordat het hier een agrarisch bedrijf zonder landbouwhuisdieren betrof. Ten noordoosten van plangebied B en C, op een afstand van respectievelijk 75 meter en 20 meter, is een intensieve veehouderij gelegen. Dit betreft de pluimveehouderij aan de Horsterweg 7. De pluimveehouderij wordt momenteel reeds omringd door twee burgerwoningen (west en zuidoost), die tevens op 20 meter afstand liggen. Hieronder is een onderbouwing opgenomen in het kader van de Wgv. Het woon- en leefklimaat is tevens van belang omdat een nieuwe functie wordt toegevoegd en aangetoond dient te worden of voor deze nieuwe functie wel sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Vanuit de Wgv is sprake van zogenaamde afstandsdieren (bijvoorbeeld melkkoeien) en dieren met een geuremissiefactor (bijvoorbeeld varkens). Voor deze laatste dieren geldt naast een vaste afstand ook een geurnorm. Voor afstandsdieren is enkel de vaste afstand van belang.

Voor dieren zonder geuremissiefactor geldt buiten de bebouwde kom een vaste afstand van 50 meter tussen het agrarisch bedrijf en het geurgevoelige object. Voor dieren met een geuremissiefactor geldt in het buitengebied een minimumafstand van 50 meter. Plangebied B ligt op een afstand van 75 meter van gevel tot gevel en ligt hiermee op voldoende afstand. Plangebied C ligt slechts op een afstand van 20 meter, echter bevinden de emissiepunten van de twee pluimveestallen zich aan de achterzijde van de stallen. Hierdoor bedraagt de werkelijke afstand tussen de gevel [1]

Waaronder Zaaknr:200909701/1/R1, Datum:1 september 2010

25

van de woning aan de Horsterweg 8 en de emissiepunten van de pluimveestallen op 100 meter. Er wordt dus voor beide plangebieden voldaan aan de minimumafstanden. In het kader van de Wgv zijn er tevens voorgrondberekeningen uitgevoerd voor beide plangebieden ten opzichte van de pluimveehouderij aan de Horsterweg 7. In bijlage III zijn deze voor- en achtergrondberekeningen voor de geurbelasting op de Horsterweg 8 en Veulenseweg ongenummerd, vanuit de pluimveehouderij aan de Horsterweg 7, opgenomen. Uit de voorgrondberekeningen blijkt dat op ieder meetpunt van de twee plangebieden ruimschoots onder de geurnorm (voorgrond 14 OUE/m3) wordt gebleven. Hierdoor kan gesteld worden dat de pluimveehouderij niet onevenredig wordt belemmerd door de ontwikkelingen aan de Horsterweg 8 en de Veulenseweg ongenummerd. Naast toetsing op basis van de ontwikkelingsmogelijkheden van de veehouderij, dient er ook aangetoond te worden dat ter plaatse van de twee plangebieden een acceptabel woon- en leefklimaat heerst. Uit de achtergrondberekeningen (cumulatieve geurbelasting) blijkt dat voor plangebied B een gemiddelde geurbelasting van 10 OU E/m3 optreedt. In plangebied C treed een geurbelasting van 11 OUE/m3 op. De achtergrondbelasting blijft zodoende voor beide plangebieden onder de norm van 20 OUE/m3.

Ter plaatse van de twee plangebieden kan dan ook gesproken worden over een acceptabel woon- en leefklimaat. Conclusie Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening voor wat betreft het aspect geur op basis van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De ontwikkeling zorgt niet voor extra beperkingen van veehouderijen in de omgeving en ter plaatse van het plangebied heerst een acceptabel woon- en leefklimaat. Het aspect geur levert geen belemmering op voor het planvoornemen. 5.1.5 Geluid Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van een geluidgevoelig object, dient te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt, dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg een geluidzone heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. Een nieuwe woning is een geluidgevoelig object. Dit houdt in dat er moet worden aangetoond dat (spoor)wegverkeerslawaai en/of industrielawaai ter plaatse geen negatieve effecten teweegbrengen voor de toekomstige bewoners van de woning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9921569/1