08 Toelichting Peelweg 10-12-14 Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
Tekst van het document
Er is daarmee geen sprake van (nadeligere) effecten op het woon- en leefklimaat van omliggende milieugevoelige functies.
32
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
Peelweg 10-12-14 Nieuwe bedrijfswoning Met voorliggend plan wordt een milieugevoelig object (bedrijfswoning) toegevoegd aan de deellocatie. Deze locatie functioneert als kleinschalig bedrijventerrein waarop het voorkomen van bedrijfswoningen gebruikelijk is. Rondom deze locatie liggen verschillende functies, waaronder intensieve veehouderijen, agrarische bedrijven, een militair terrein, een mestverwerkingsbedrijf en een autocircuit. Er kan gesproken worden van een gemengd gebied, waardoor voor de beoordeling van het milieueffect op basis van de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' getoetst kan worden aan de richtafstanden van één lagere milieucategorie. Navolgende afbeelding geeft aan hoe de nieuwe bedrijfswoning gelegen is ten opzichte van de bestaande bedrijven op de deellocatie.
Richtafstanden omliggende inrichtingen t.o.v. nieuwe bedrijfswoning (bron: HMB) Ten aanzien van de beoogde nieuwe bedrijfswoning is akoestisch onderzoek verricht (zie bijlage 3). In de rapportage is de beoogde woning getoetst aan de richtafstanden van de reeds aanwezige bedrijven op de deellocatie. Hieruit kwam naar voren dat de woning niet voldoet aan de richtafstand van het bestaande bedrijf aan de Peelweg 12 (zie voorgaande afbeelding). Hierom is aanvullend onderzoek (eveneens bijlage 3) verricht naar de daadwerkelijk te verwachten geluidbelasting op de beoogde woning. Uit het onderzoek volgt dat de beoogde woning voldoet aan de geldende richtwaarden. Een goed woon- en leefklimaat bij de woning is daarmee vanuit het aspect industrielawaai gewaarborgd. Uit het onderzoek blijkt verder dat ten aanzien van industrielawaai voldaan wordt aan alle beoordelingsgrootheden uit het onderzoek. Een goed woon- en leefklimaat bij de woning is daarmee voor het onderdeel industrielawaai gewaarborgd. De beoordeling ten aanzien van in de omgeving gelegen functies is in navolgende tabel opgenomen.
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
33
Activiteit
SBI
Loonbedrijf, b.o. > 016 2 500 m Peelweg 8, Ysselsteyn Autocricuit , >8u 931 /week in gebruik Peelweg 47, Ysselsteyn Defensie-inrichting 8422 met luchthaven Ripseweg 1, Vredepeel Fokken en houden 0145 van paarden Peelweg 16, Ysselsteyn Mestverwerkingsbed 382 rijf Kempkensberg 7, Ysselsteyn
Categorie
Afstand tot deellocatie
3.1
Minimale richtafstand (gemengd gebied) 30 m (geluid)
6
1000 m (geluid)
Ca. 730 m
4.1
1000 m
Ca. 825 m
3.1
10 m (stof en geluid) Ca. 130 m
5.1
50 m (geluid)
(geluid)
Ca. 470 m
Ca. 700 m
Voorgaand overzicht toont dat voor het autocircuit en de militaire luchthaven niet voldaan wordt aan de richtafstanden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is akoestisch onderzoek verricht, terug te vinden in bijlage 3. Uit het onderzoek blijkt dat de ontwikkeling in het kader van de Wet ruimtelijke ordening mogelijk is. Een acceptabel woon- en leefklimaat in de omgeving is ook voor de toekomst gewaarborgd. De militaire luchthaven en het autocircuit worden niet belemmerd door de nieuwe bedrijfswoning, omdat andere bestaande woningen al dichterbij liggen. Zowel het autocircuit als de luchthaven worden niet dagelijks gebruikt voor activiteiten die (hard) geluid veroorzaken, waardoor eventuele geluidhinder niet structureel aanwezig is. Zie daarvoor ook paragraaf 4.1.3 (geluid). Toe te voegen bedrijf Met de herinrichting van het terrein en het toe te voegen bedrijf is tevens de situering van de bestaande bedrijfswoningen ten opzichte van de bedrijven opnieuw gewogen. Op voorgaande afbeelding is zichtbaar dat de bestaande bedrijfswoningen niet gelegen zijn binnen de contouren van de reeds aanwezige bedrijven. De aanwezige bedrijven leveren daarmee geen belemmeringen op voor het plan. Daarnaast is op navolgende afbeelding zichtbaar dat de bedrijfswoning van Peelweg 12 binnen de richtafstanden van het toe te voegen bedrijf ligt.
Daarom is aanvullend onderzoek (bijlage 3) verricht naar de daadwerkelijk te verwachten geluidbelasting op de betreffende woning. Uit het onderzoek blijkt dat voor alle beoordelingsgrootheden wordt voldaan aan de geldende richtwaarde. Het toe te voegen bedrijf heeft geen invloed op andere bedrijfswoningen. Daarmee leidt het toevoegen van het bedrijf niet tot belemmeringen.
34
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
30 m-contour rond nieuwe inrichting (bron: HMB) Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot milieuzonering. 4.1.6 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving die ontstaan door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Hierbij gaat het om risicovolle inrichtingen, transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. De verplichting om in een ruimtelijk plan in te gaan op deze risico's komt voort uit het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi), het 'Besluit externe veiligheid transportroutes' (Bevt) en het 'Besluit externe veiligheid buisleidingen' (Bevb). Daarnaast zijn in het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Vuurwerkbesluit veiligheidsafstanden genoemd die moeten worden aangehouden rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting. De wetgeving richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn kleinere kantoren en winkels, horeca, kampeerterreinen en bedrijfsgebouwen waarin geen grote aantallen personen aanwezig zijn.
Binnen het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) van 10-6 per jaar en het groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandscontouren tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 per jaar (de kans dat per jaar 1 persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof mag niet groter zijn dan 1 op een miljoen). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij de berekening van het groepsrisico spelen mee de aard en hoeveelheid van de gevaarlijke stoffen en het aantal potentiële slachtoffers.
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
35
Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen de PR en/of de invloedsgebieden van het GR. Binnen de 10-6-contour is het realiseren van kwetsbare objecten niet toegestaan. Planspecifiek Via de website atlasleefomgeving.nl kan voor de locatie worden vastgesteld of er in de directe omgeving inrichtingen, buisleidingen en / of belangrijke transportroutes aanwezig zijn die in het kader van de externe veiligheid van belang zijn. Hieronder staat dit voor beide deellocaties beschreven. Deurneseweg 120-122 Het plan betreft voor deze deellocatie enkel het wegbestemmen van een reeds bestaande bedrijfswoning. In de huidige planologische situatie is het reeds toegestaan om hier een bedrijf uit te oefenen. Er verandert daarom niets aan de situatie met betrekking tot externe veiligheid. Verdere toetsing is niet nodig voor deze locatie. Peelweg 10-12-14 Onderstaande afbeelding toont een uitsnede van de kaart van atlasleefomgeving.nl voor de locatie aan de Peelweg. Hierop is te zien dat op circa 1.100 m van de locatie buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen lopen. De nieuwe bedrijfswoning ligt niet binnen de PR 10 -6 contouren. Gezien de grote afstand ligt de nieuwe woning ook buiten het invloedsgebied van de buisleidingen.
Risicokaart Peelweg 10-12-14, Ysselsteyn (bron: atlasleefomgeving.nl)
36
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
Tevens zijn ten westen van de deellocaties enkele inrichtingen met gevaarlijke stoffen gelegen. De deellocatie ligt op meer dan 800 m van deze inrichtingen, ruim buiten de invloedssfeer. De locatie ligt tevens niet in het invloedsgebied voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water, weg of spoor. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect externe veiligheid.
4.2
Water
Water is een belangrijk thema in de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport 'Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw' (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Indien nodig wordt overtollig water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen niet meer mogelijk is wordt het water afgevoerd. schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden.
Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de aloude vergunningstelsels uit de voorheen afzonderlijke waterbeheerwetten zijn gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld door het kabinet. Dit Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de betreffende planperiode, met een vooruitblik richting 2050. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2016-2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten.
Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 (hierna: NWP) beschrijft de hoofdlijnen en ambities van het nationale waterbeleid voor de periode 2022-2027: waterveiligheid, waterkwaliteit en klimaatadaptatie. Het beschrijf tevens de uitvoering daarvan en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak andere opgaven in de fysieke leefomgeving zoals de energietransitie, de woningbouw en de transitie landelijk gebied is noodzakelijk. Voor een integrale aanpak van de opgaven wordt het water- en bodemsysteem meegenomen als leidend principe. Daarnaast benoemt
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
37
het NWP de drie hoofdambities van het kabinet voor 2050 en verder: Een veilige en klimaatbestendige delta; Een concurrerende, duurzame en circulaire delta; Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur. Watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets, maar een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek gaan voorafgaand aan de vaststelling van het plan. De watertoets bestaat uit twee onderdelen: de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om de waterbeheerder vroegtijdig in de planvorming te betrekken, en de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om in hun plan verantwoording af te leggen over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. Dit laatste gebeurt doorgaans in de waterparagraaf bij het betreffende plan. Gemeentelijk rioleringsplan In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2022-2025, vastgesteld op 14 december 2021, is het beleid voor het beheer van de gemeentelijke riolering voor de periode 2022 tot en met 2025 vastgelegd.
Het plan wordt door de gemeente gebruikt om nu en in de toekomst aan de gemeentelijke zorgplichten te kunnen voldoen en als toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen. Voor de indeling van het GRP is rekening gehouden met de nieuwe Omgevingswet (Ow). Het veranderende klimaat en de verstedelijking brengen grote uitdagingen met zich mee. Regenbuien worden steeds extremer en komen vaker voor, met veel overlast en schade tot gevolg. Ook het vasthouden van het gewenste grondwaterpeil wordt moeilijker tijdens extreem lange droge of natte perioden. Omdat het aantal warme dagen toeneemt wordt hittestress ook een probleem, vooral in een gebouwde omgeving met weinig groen en veel verharding. Het besef groeit dat wateroverlast niet langer is op te lossen door alleen maar het aanpassen van de riolering. Om extreme buien doelmatig te verwerken moet de gehele buitenruimte beter worden benut. Bijvoorbeeld via de aanleg van meer groene voorzieningen, bergingsbassins en oppervlaktewater. Maar ook het vergroenen van daken en tuinen en het opwaarderen van bestaande sloten. Hemelwater dient zo lokaal mogelijk te worden verwerkt en kan worden benut voor het aantrekkelijk maken van de leefomgeving. In het GRP geeft de gemeente aan dat inwoners hemelwater zoveel mogelijk op eigen perceel dienen te infiltreren.
Bij nieuwe ruimtelijke particuliere ontwikkelingen is het streven om hemelwater bij voorkeur bovengronds te infiltreren in de bodem. De gemeente hanteert daarbij de volgende voorwaarden: 1. de infiltratievoorziening dient minimaal een neerslaggebeurtenis van 60 mm te kunnen verwerken*; 2. de infiltratievoorziening dient een leeglooptijd te hebben van 24 uur of minder; 3. de aanwezigheid van een overloopvoorziening (indien mogelijk bovengronds) voor de afvoer van water bij hevige buien als de voorziening vol is, is zo ontworpen dat deze wateroverlast voorkomt. * De norm van 60 mm geldt alleen als er geen verbinding is tussen de infiltratievoorziening en oppervlaktewater. Als de infiltratievoorziening loost op een oppervlaktewater gelden de normen van het Waterschap. Deze stelt dat de infiltratievoorziening minimaal 100 mm groot moet zijn. Pas daarna mag een eventueel overschot worden geloosd op het oppervlaktewater. Het waterschap adviseert overigens om altijd, dus ook als er geen verbinding is tussen infiltratievoorziening en oppervlaktewater, 100 mm aan te houden.
38
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
Planspecifiek Het plangebied ligt binnen het beheergebied van waterschap Limburg. Voor het waterschap Limburg is het niet mogelijk een digitale watertoets uit te voeren. Het waterschap zal daarom via het wettelijk vooroverleg op de hoogte worden gebracht van voorliggend initiatief. Voor beide locaties geldt dat ze niet in of nabij (beschermingszones van) oppervlaktewater, (beschermde) waterkeringen of waterwinningsgebieden liggen. Deurneseweg 120-122, Ysstelsteyn Dit plan voorziet in het slopen van de bestaande loodsen, het stalletje en een bedrijfswoning op de locatie. Ook wordt aan de achterzijde van het perceel verharding verwijderd. Daar komt een nieuwe bedrijfshal met omringende verharding voor terug. Zie daarvoor het inpassingplan uit bijlage 3 bij de Regels. De hoeveelheid verhard oppervlak op de locatie neemt niet toe. Ten aanzien van de opvang en infiltratie van het hemelwater voorziet het plan in de nodige maatregelen. Uitgangspunt is dat het hemelwater op eigen terrein wordt geborgen en geïnfiltreerd. Het van het dak en de verhardingen vrijkomende hemelwater kan worden verzameld in zaksloten rondom het verharde gebied. De sloten kunnen overstromen in de aangrenzend gelegen groensingel. Uitstromen over het aangrenzende akkerland zal worden voorkomen door een aanaarding aan de veldkant van de groensingels.
Indien hemelwater op de bestaande sloten geloosd wordt, zal eerst een buffer worden aangebracht conform het geldende beleid van het waterschap. Het hemelwater wordt gescheiden van het afvalwater Het afvalwater blijft, net als in de huidige situatie, aangesloten op de bestaande drukriolering. Hemelwater wordt niet afgevoerd via dit riool. Peelweg 10-12-14, Ysselsteyn In de huidige situatie is dit deelgebied nagenoeg geheel verhard. Dit verandert niet of nauwelijks met de komst van de bedrijfswoning. Compenserende maatregelen zijn hier dus niet noodzakelijk. Voor beide locaties geldt dat het hemelwater in de huidige situatie wordt geborgen op het eigen terrein. Hieraan verandert in de toekomstige situatie niets. Het hemelwater wordt gescheiden van het afvalwater. Het afvalwater van de nieuwe bedrijfswoning wordt aangesloten op het reeds bestaande drukriool. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect water.
4.3
Ecologie
Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en bosopstanden in Nederland. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied.
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
39
Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten. Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. Planspecifiek Gebiedsbescherming Om de gevolgen van gebiedsbescherming te beoordelen is gebruikgemaakt van de website atlasleefomgeving.nl. Hieruit blijkt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ten opzichte van het plangebied Deurnsche Peel & Mariapeel is.
Dit gebied ligt op circa 3,7 km afstand van de locatie Deurneseweg en ca 2,5 km afstand van de locatie Peelweg. Door de omvang en afstand van de ontwikkeling tot dit gebied, wordt het optreden van significante negatieve effecten uitgesloten. Ten aanzien van stikstof zijn AERIUS-berekeningen uitgevoerd (zie bijlage 4, 5 en 6). Hieruit blijkt dat in zowel de aanleg- als gebruiksfase geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Daarmee is er geen sprake van significante negatieve gevolgen van het plan met betrekking tot gebiedsbescherming. Soortenbescherming Deurneseweg 120-122 Bij de sloopmelding voor de bedrijfswoning zal flora en fauna onderzoek aangeleverd worden. Voor soorten die in dergelijke gebouwen regelmatig worden aangetroffen, zijn altijd mitigerende maatregelen te nemen, zodat als een ontheffing Wnb nodig is, deze altijd verleend kan worden. Daarmee is de uitvoerbaarheid voor deze locatie aangetoond. Peelweg 10-12-14 Dit deelgebied is een intensief gebruikt bedrijventerrein. Om de nieuwe bedrijfswoning te kunnen realiseren hoeft er geen sloop plaats te vinden. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat er een effect kan zijn op beschermde soorten. Nader onderzoek is niet nodig. Conclusie De uitvoerbaarheid van het initiatief voor ecologie is hiermee aangetoond.
4.4
Verkeer
Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Hieronder staat voor beide deellocaties beschreven of het initiatief uitvoerbaar is voor dit aspect. Deurneseweg 120-122 Voorliggend plan betreft het wegbestemmen van een bedrijfswoning op deze deellocatie. In de toekomstige situatie blijft een landbouwverwant bedrijf (verreikerbedrijf) op de locatie gevestigd. Het plan heeft geen vermeerdering van verkeers- of parkeerdruk in de omgeving tot gevolg. Verdere toetsing aan dit aspect is voor deze locatie daarom niet nodig.
40
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
Parkeren vindt in de huidige situatie aan de Deurneseweg plaats op het eigen terrein. Daarnaast verdwijnt hier een bedrijfswoning, waardoor de deellocatie minder parkeervoorzieningen behoeft dan er reeds aanwezig zijn. De huidige inrit blijft bestaan. Peelweg 10-12-14 Voorliggend plan betreft het toevoegen van een nieuwe bedrijfswoning aan deze locatie, alsmede het herschikken van de bouwvlakken. Het toevoegen van één bedrijfswoning is een dusdanig kleine ontwikkeling dat dit voor de verkeerssituatie rond de locatie geen merkbaar effect heeft. De locatie wordt ontsloten door de Peelweg, die ruim voldoende capaciteit heeft om de extra verkeersgeneratie op te vangen. Parkeren vindt in de huidige situatie aan de Peelweg plaats op het eigen terrein. Ook in de nieuwe situatie zal dit het geval zijn. Op de locatie is voldoende plek aanwerzig waarop geparkeerd kan worden. Het initiatief levert daarmee geen extra parkeerdruk op voor de omgeving. Tevens wordt er gebruikgemaakt van reeds bestaande inritten. Aan de verkeerssituatie verandert evenmin iets. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect verkeer.
4.5
Cultuurhistorie en archeologie
In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden.
Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie Beide deellocaties liggen niet in een gebied dat vanuit het aspect cultuurhistorie een beschermde status kent. Ook liggen er binnen en in de directe omgeving van het plangebied geen cultuurhistorische waardevolle elementen of objecten, zoals rijk- en/of gemeentelijke monumenten. Vanuit cultuurhistorie heeft voorliggend plan geen negatief effect.
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
41
Archeologie Deurneseweg 120-122 Voor de deellocatie aan de Deurneseweg geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie -2', met uitzondering van de noordwestelijke hoek. Voor gronden met deze bestemming geldt een onderzoeksplicht bij verstoring van de bodem dieper dan 50 cm over een oppervlakte groter dan 500 m 2. Het plan voorziet met betrekking tot de deellocatie aan de Deurneseweg in het wegbestemmen van een bedrijfswoning binnen het perceel. Hiervoor zijn geen bodemingrepen nodig. Bij het aanleggen van de verharding en de waterinfiltratie wordt de grond niet dieper verstoord dan 50 cm. Het uitvoeren van archeologisch onderzoek is niet nodig. Bij het uitvoeren van werkzaamheden wordt rekening gehouden met de regels voor archeologie binnen het bestemmingsplan. De voorgenomen nieuwbouw overlapt grotendeels met bestaande bebouwing die gesloopt zal worden ten behoeve van de planrealisatie. Bij de bouw van de bestaande bebouwing is de bodem in meerdere of mindere mate verstoord. Verder is de bebouwing in het plangebied vanaf de vroegere 20ste eeuw geleidelijk gegroeid en gewijzigd. Al met al mag worden aangenomen dat de bodem in vrijwel het gehele plangebied al geroerd is.
De mate van bodemverstoring is weliswaar niet bekend, maar gezien de specifieke (hoge) archeologische verwachting die een groot gedeelte van het plangebied heeft op de gemeentelijke archeologische beleidskaart kan deze met grote zekerheid naar beneden worden bijgesteld naar 'laag'. De verwachting betreft namelijk uitsluitend uitermate kwetsbare resten uit de vroegere fasen van de steentijd. Zinvol archeologisch onderzoek naar vindplaatsen uit deze periode is alleen mogelijk indien de bodem geheel of grotendeels intact is. De ervaring in de omgeving van Ysselsteyn leert dat hiervan vrijwel nooit sprake is. Op basis van de hoogstwaarschijnlijk te verwachten bodemverstoring in het plangebied is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek daarom niet nodig. Het aspect archeologie geen rol bij dit plan. In het verlengde daarvan wordt geen dubbelbestemming opgenomen op de betreffende locatie. Peelweg 10-12-14 Het plan voorziet daarnaast in het toevoegen van een nieuwe bedrijfswoning op de deellocatie aan de Peelweg, alsmede het herschikken van de bestaande bedrijfsbestemming. Op de plek waar de nieuwe bedrijfswoning toegevoegd wordt, rust volgens het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Venray 2010' geen dubbelbestemming rond archeologie. Een archeologisch onderzoek is niet aan de orde.
Conclusie Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot de aspecten cultuurhistorie en archeologie.
4.6
Explosieven
Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen (blindgangers, granaten, mijnen en (handwapen)munitie. Het gehele grondgebied van de gemeente Venray heeft in de Tweede Wereldoorlog zwaar onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het plangebied, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). Met behulp van het explosievenonderzoek worden de aanwezigheid en risico's van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht. De gemeente Venray adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detectieonderzoek uit te (laten) voeren.
42
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
Dit onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de bestemmingsplanprocedure niet juridisch afdwingbaar. Het is echter te allen tijden de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving.
4.7
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Met voorliggend plan wordt het bouwvlak niet verruimd. Daarom is er geen sprake van een grondexploitatiewet-bouwplan. Het sluiten van een anterieure overeenkomst is om die reden niet nodig. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen.
De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges. Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Het plan is economisch uitvoerbaar.
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
43
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.
5.2
Wijze van bestemmen
Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Deurneseweg 120-122, Ysselsteyn 'Bedrijf', ten behoeve van het uitvoeren van bedrijfsactiviteiten op de aangewezen gronden; Binnen de bestemming is een bouwvlak opgenomen met de functieaanduidingen 'specifieke vorm van bedrijf landbouwverwante bedrijven' en 'bedrijfswoning'. Tevens zijn de gebiedsaanduidingen 'luchtvaartverkeerszone' en 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied' overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. Peelweg 10-12-14, Ysselsteyn 'Bedrijf', ten behoeve van het uitvoeren van bedrijfsactiviteiten op de aangewezen gronden; 'Waarde - Archeologie 2', mede voor de bescherming van de archeologische waarden in het gebied. Binnen de bestemming zijn vier bouwvlakken opgenomen. Deze hebben de volgende aanduidingen: 'Bedrijfswoning'
44
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
'Specifieke vorm van bedrijf - kleinschalige bedrijven' 'Specifieke vorm van bedrijf - landbouwverwante bedrijven'
Daarnaast zijn de gebiedsaanduidingen 'luchtvaartvekeerzone' en 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied' overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
45
Hoofdstuk 6 6.1
Procedure
Algemeen
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.
6.2
Handhaving
De doelstellingen van het ruimtelijke beleid kunnen slechts verwezenlijkt worden, indien de regels van het bestemmingsplan worden nageleefd. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray hebben sinds 1 april 2005 via een gemeenschappelijke regeling hun handhavingscapaciteit gebundeld. Beleidsuitgangspunten voor toezicht en handhaving zijn vastgelegd in de Nota Integraal Handhavingsbeleid Horst aan de Maas en Venray (2012-2015). Het beleidsplan bevat naast een visie, doelstellingen en prioriteiten ook de werkwijzen hoe met geconstateerde overtredingen wordt omgegaan en welke strategieën daarbij worden gevolgd. Ook wordt invulling gegeven aan de vele eisen die wet- en regelgeving aan de gemeentelijke taakuitvoering stelt. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray voeren hun handhavingstaken uit op basis van het volgende uitgangspunt. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray stellen een gezonde, veilige, leefbare en groene leefomgeving centraal. Handhaving is één van de middelen om de kwaliteit van wonen, leven en werken te behouden en te versterken. Het bestuur streeft naar een gestructureerd en integraal handhavingsbeleid waarbij preventief beleid voorop staat. De betrokkenheid en het eigen verantwoordelijkheidsbesef van de burgers, bedrijven en instellingen moeten daarbij worden vergroot.
Als de preventieve inzet (informatievoorziening) niet werkt en het geschonken vertrouwen wordt beschaamd, volgt daadwerkelijke handhavend optreden. Zo krijgt iedereen de aanpak die hij/ zij verdient. De uit deze visie voortvloeiende doelstellingen en beleidsuitgangspunten van het handhavingsbeleid zijn: 1. Appelleren aan de eigen verantwoordelijkheid. 2. Preventie gaat boven repressie. 3. Draagvlak creëren. 4. Klantgericht handelen. 5. Alleen noodzakelijke en handhaafbare kaders stellen. Concreet betekent dit dat nadrukkelijk wordt ingezet op preventie. Leidend uitgangspunt is dat burgers, bedrijven en instellingen worden vertrouwd in een rechtmatige uitoefening van hun activiteiten. Er wordt daarbij van uitgegaan dat het maatschappelijk veld met gerichte voorlichting en communicatie, verantwoordelijk kan worden gemaakt (en gehouden) voor de naleving van voor hen geldende wet- en
46
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
regelgeving. Daarbij past een bewuste differentiatie van de handhavingsinzet. In een jaarlijks op te stellen handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) worden de prioriteiten vertaald naar actie. Het jaarlijkse HUP wordt vastgesteld door de colleges van burgemeester en wethouders van beide gemeenten en ter kennis gebracht van de gemeenteraden.
6.3
Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
Dit bestemmingsplan is in het kader van het wettelijk vooroverleg toegezonden aan de belanghebbende instanties. Tegen het plan zijn geen bedenkingen geuit.
6.4
Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro
Er is geen formele inspraakprocedure georganiseerd. Het plan is direct als ontwerp ter inzage gelegd. Voor beide locaties heeft een omgevingsdialoog plaatsgevonden. De verslagen hiervan zijn opgenomen in bijlage 7 (Deurneseweg 120-122) en 8 (Peelweg 10-12-14). Geen enkele bedenking is hierbij kenbaar gemaakt tegen het planvoornemen.
6.5
Verslag zienswijzen
Het plan heeft tussen 15 december 2023 en 25 januari 2024 ter inzage gelegen. Tegen het plan zijn geen zienswijzen ingediend.
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
47
48
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
Bijlagen bij de toelichting
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
49
50
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek (Peelweg 10-12-14)
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
51
52
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
Bijlage 2
Aanvullend bodemonderzoek (Peelweg 10-12-14)
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
53
54
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek (Peelweg 10-12-14)
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
55
56
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
Bijlage 4
AERIUS-berekening: Aanlegfase (Deurneseweg 120-122)
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
57
58
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
Bijlage 5
AERIUS-berekening: Aanlegfase (Peelweg 10-12-14)
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
59
60
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
Bijlage 6
AERIUS-berekening: Gebruiksfase (Peelweg 10-12-14)
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
61
62
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
Bijlage 7
Verslag omgevingsdialoog (Deurneseweg 120-122)
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
63
64
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
Bijlage 8
Verslag omgevingsdialoog (Peelweg 10-12-14)
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
65
66
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn
106
Peelweg 10-12-14/Deurneseweg 120-122 Ysselsteyn