08 N270 Via Venray Natuurtoets
Tekst van het document
Verschillende soorten
Artikel 3.5
Ja
Verspreid over het plangebied wordt door verschillende soorten vleermuizen gefoerageerd.
Zoogdieren
bever
Artikel 3.5
Ja
Burchten en leefgebied aanwezig.
Zoogdieren
das
Artikel 3.10
Ja
Amfibieën
poelkikker
Artikel 3.5
Ja
4.3
Burcht op circa 100 meter van het plangebied. De soort foerageert naar verwachting binnen het plangebied. Daarnaast is binnen het plangebied een faunapassage aanwezig ingericht voor gebruik door de das. Buiten het plangebied, in de oksel van de A73, is voortplantingswater aanwezig. Mogelijk vormt het plangebied, in de oksel van de A73, landbiotoop.
Beschermde gebieden Wet natuurbescherming Natura 2000-gebieden Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied bevindt zich op een afstand van circa 1800 meter ten noorden van het plangebied. Dit Natura 2000-gebied, Boschhuizerbergen, is aangewezen in het kader van de Europese Habitatrichtlijn (zie Figuur 4.24). Op een iets grotere afstand van het voornemen ligt het Natura 2000-gebied Maasduinen (ca. 7km afstand) en het Natura 2000-gebied Deurnsche Peel & Mariapeel (ca. 8,5 km afstand).
Blad 30 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
Figuur 4.24. Globale ligging van het plangebied (rood omrand) t.o.v. Natura 2000. Bron: AERIUS Calculator 2016L.
4.4
Beschermde gebieden Omgevingsverordening Limburg 2014 Op meerdere locaties binnen het plangebied zijn in het kader van de Omgevingsverordening Limburg 2014 beschermde gebieden aanwezig. Hieronder zijn per beschermingsregime de raakvlakken omschreven.
4.4.1
Goudgroene natuurzone Ten westen van de Baggerweg, ter plaatse van westelijke afrit van de A73, zijn percelen aanwezen als goudgroene natuurzone (zie Figuur 4.25) Op deze percelen zijn verschillende beheertypen aanwezig: ‘kruiden- en faunarijk grasland’, ‘haagbeuken- en essenbos’, ‘beek en bron’ en ‘poel en kleine historische meren’ (zie Figuur 4.26). Ook is een perceel in de zuidwestelijke oksel van de kruising N270/Nobelstraat aangewezen als goudgroene natuurzone. Hier is ter plaatse het beheertype ‘kruiden- en faunarijk grasland’ aanwezig. Daarnaast is de groenstructuur ten westen van het spoor en daarop aansluitend de groenstructuur in het zuidelijke talud van de N270 tot richting de kruising met de Mgr. Hanssenstraat is aangewezen als goudgroene natuurzone. De aanwezige beheertypen zijn hier ‘kruiden- en faunarijk grasland’ en ‘dennen-, eiken- en beukenbos’.
Blad 31 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
Figuur 4.25. Globale ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde natuurzones. Groen: goudgroene natuurzone. Blauwgrijs: bronsgroene landschapszone. Blauw lijn: Zone natuurbeek. Bron. Interactieve kaart POL2014.
Figuur 4.26. Globale ligging van het plangebied (rood omrand) ten opzichte van Natuurbeheertypen. Licht groen: Kruiden- en faunarijk grasland. Groen: Haagbeuken- en essenbos. Donker groen: Dennen-, eiken- en beukenbos. Bruin: Droog bos met productie. Blauw: Beek en Bron. Licht blauw: Poel en kleine historische meren. Bron. Interactieve kaart Provinciaal Natuurbeheerplan 2018.
Blad 32 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
4.4.2
Zilvergroene natuurzone In de directe omgeving van het plangebied is geen Zilvergroene natuurzone aanwezig. Het meest nabij gelegen gebied aangewezen als Zilvergroene natuurzone bevindt zich op circa 400 meter ten noordoosten van het meest oostelijke deel van het plangebied.
4.4.3
Bronsgroene landschapszone In Figuur 4.27 is de ligging van de bronsgroene landschapzone weergegeven. De locaties die in de directe omgeving van- en binnen het plangebied zijn aangewezen als bronsgroene landschapszone zijn: De zuidwestelijke oksel van de kruising A73-N270, inclusief delen van de agrarische percelen, wegen en wegbermen; De zone rondom de Oostrumse beek. Hier vallen ook bestaande wegen en wegbermen onder; De groenstructuren ten noorden van de N270 tussen A73 en het spoor; De landbouwweg loopt deels door de bronsgroene landschapszone.
Figuur 4.27. Ligging van bronsgroene landschapszone. Bron: pol2014.
4.4.4
Zone natuurbeek De gehele Oostrumse beek in de directe omgeving van het plangebied is aangewezen als natuurbeek (zie Figuur 4.25).
4.4.5
Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg In de omgeving van het plangebied zijn geen gronden aangewezen als onderdeel van het ‘Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg’.
4.5
Beschermde houtopstanden In de bescherming van houtopstanden wordt onderscheid gemaakt tussen houtopstanden binnen de bebouwde kom en die buiten de bebouwde kom.
Blad 33 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
-
Houtopstanden die zich bevinden buiten de bebouwde kom kunnen vallen onder de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 4); Houtopstanden die zich bevinden buiten de bebouwde kom kunnen vallen onder APV;
In de gemeente Venray is een bebouwde kom Boswet van toepassing (zie Figuur 4.28). Op basis van deze kaart blijkt dat de houtopstanden binnen het plangebied vallen onder de Wet natuurbescherming.
Figuur 4.28. Bebouwde kom Boswet Venray (groen). Bron: geleverd door gemeente Venray op 23-01-2018.
4.6
Bestemming Natuur In het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010’ zijn aanvullend op de beschermde gebieden uit de Omgevingsverordening Limburg 2014 percelen bestemd als ‘Natuur’. Met betrekking tot deze percelen zijn in artikel 10 van de toelichting bij het bestemmingsplan enkele regels van toepassing. Opgemerkt wordt dat deze bestemmingen overlappen met de goudgroene natuurzone en bronsgroene landschapszone.
Blad 34 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
Figuur 4.29. Bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010’. Donker groen: Natuur. Bron: ruimtelijkeplannen.nl.
Blad 35 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
5
Effectbeoordeling In paragraaf 5.1 is de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 5.2 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). Indien vervolgstappen aan de orde zijn, is dit aangeven in een tekstkader. In paragraaf 5.3 wordt het plan getoetst aan het beschermingsregime van beschermde gebieden.
5.1
Effectbepaling plan De voorgenomen ingrepen staan in paragraaf 1.2 uitgewerkt. Concreet voor de aanwezige biotopen betekent dat bomen nabij de kruising met de Leunseweg gerooid worden. Ten westen van de kruising met de A73 zullen delen van het aanwezige bosgebied bouwrijp gemaakt worden. Ook de bosschages in de oksel van de A73 zullen bouwrijp gemaakt worden. Het noordelijke gedeelte van de oksel, met grasland en poelen, blijft onaangetast. De bomenstructuur aan de noordzijde van de N270, tussen De Germaan en de Msg Hanssenstaat, wordt gerooid. De ondiepe poelen in de bosschages en de bermsloot ten westen van de A73 worden gedempt. Er is geen sprake van het verwijderen van bebouwing.
5.2
Beoordeling beschermde soorten
5.2.1
Vogels Jaarrond beschermde nesten Steenuil Van de steenuil is een vastgesteld territorium bekend op Weideweg 19 te Leunen. Deze locatie bevindt zich op meer dan 500 meter van de werkzaamheden. Fysieke aantasting van de verblijfplaats is uitgesloten. Tussen de werkzaamheden en de verblijfplaats is voornamelijk houtige vegetatie aanwezig. Door deze afschermde werking kan ook directe verstoring van de verblijfplaats worden uitgesloten. Daarnaast blijft de omgeving, ook tijdens de realisatiefase, geschikt als foerageergebied van de soort. Effecten op jaarrond beschermde vogelnesten kan worden uitgesloten. Algemene broedvogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1 en 3.5). Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door kap- en sloopwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli 1)) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze (en wanneer de soorten uit artikel 3.5 kunnen uitwijken naar alternatief leefgebied) zijn geen belemmeringen vanuit de Wet natuurbescherming aan de orde. Zo kunnen in het plangebied nesten gebouwd worden door (algemeen voorkomende) soorten met name in opgaande vegetatie.
Indien nesten aanwezig zijn mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het plangebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden 1
Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.
Blad 36 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
voor (broed)vogels. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient vooraf aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een erkend ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied dan worden locatiespecifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is.
5.2.2
Zoogdieren Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5) Vleermuizen Vleermuizen zijn beschermde soorten en staan vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Foerageergebied Binnen het plangebied foerageren meerdere soorten vleermuizen. Er is echter geen sprake van essentieel foerageergebied. In de omgeving is voldoende foerageergebied. Vliegroutes De laatvlieger maakt gebruik van de opgaande vegetatie langs het westelijke deel van de N270 als vliegroute tijdens de kraamperiode. Onbekend is waar een (massa)kraamverblijf van de soort aanwezig is. Aangezien de laatvlieger een gebouwbewonende soort is zal deze verblijfplaats zich naar verwachting bevinden in het stedelijk gebied van Venray. Ondanks dat onbekend is waar de kraamverblijfplaats zich bevindt, kan op basis van het intensieve gebruik van de vliegroute, gesteld worden dat hier sprake is van een essentiële vliegroute. Als gevolg van het voornemen gaat de beplanting langs de kruising N270/Leunseweg verloren. In de huidige situatie is reeds sprake van een open stuk in de doorgaande structuur van beplanting van circa 120 meter. Door het rooien van de bomen zal dit open stuk toenemen tot een totale lengte van circa 330 meter (zie Figuur 5.1).
Door het verder open maken van een dergelijke afstand kan sprake zijn van aantasting van een vliegroute aangezien een windluwe zone verdwijnt met als gevolg dat vleermuizen deze route mogelijk niet langer kunnen gebruiken. De laatvlieger is echter een van de grootste vleermuissoorten van Nederland, waardoor de laatvlieger minder gevoelig is voor wind. Vliegroutes van de soort volgen waar mogelijk lijnvormige structuren, laatvliegers kunnen bij gunstige weeromstandigheden grote afstanden door open gebied vliegen (vleermuis.net). Op de locatie van de kap blijft voldoende structuur, in de vorm van bebouwing, aanwezig (zie Figuur 5.2). Aan de noordzijde grenst de vliegroute aan het stedelijk gebied van Venray waardoor de bebouwing voldoende structuur en windluwe zones creëert. Deze structuur wordt vervolgens gevolgd door de bomenrij ten zuiden van de sportvelden. Aan de zuidzijde van de N270 is tevens bebouwing aanwezig dat ook dienst doet in het tegengaan van wind. Aangezien in de toekomstige situatie voldoende structuur aanwezig blijft zal de vliegroute behouden blijven. Er is geen sprake van wezenlijke verstoring van de laatvlieger. Effecten op vleermuizen kunnen worden uitgesloten. Ten behoeve van een vleermuisvriendelijk ontwerp wordt geadviseerd in de toekomstige situatie de groenstructuur daar waar mogelijk te herstellen.
Tevens dient de uitstraling van verlichting beperkt te blijven tot wat noodzakelijk wordt geacht in het kader van de veiligheid.
Blad 37 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
~120 m ~210 m
Figuur 5.1. Rooien van bomen binnen een essentiële vliegroute van de laatvlieger. Rood: verlies aan bomenstructuur (circa 210 meter). Oranje: reeds bestaand opening in bomenstructuur (circa 120 meter).
Figuur 5.2. Voldoende structuur (geel) waardoor de aanwezige vliegroute van de laatvlieger, ondanks het rooien van bomen (rood), intact blijft.
Bever De bever is een beschermde soort en staat vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn en daarmee valt onder artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. In de omgeving van de N270 zijn meerdere burchtlocaties bekend. Tevens worden regelmatig dammen aangetroffen in de Oostrumsebeek (die vervolgens periodiek worden verwijderd door het Waterschap om verdere vernatting tegen te gaan). Bekend is tevens dat de bever overal in de directe omgeving van de Oostrumsebeek foerageert. Als gevolg van het voornemen is geen sprake van directe aantasting van een burcht. Wel worden de werkzaamheden uitgevoerd op een afstand van circa 75 meter van een burcht (zie Figuur 5.3). De bever heeft zijn burcht altijd langs het water. De oppervlakte aan leefgebied dat nodig is, en daarmee de omvang van een territorium, wordt vooral bepaald door de hoeveelheid en de kwaliteit van de voedselbronnen op en langs de oever. De benutte oeverzone bedraagt 10 à 20 meter het land op. Een territorium kan een grootte hebben van enkele honderden meters
Blad 38 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
oeverlengte tot meerdere kilometers oeverlengte (BIJ12, 2017f). In Figuur 5.4 is een schematische weergave gegeven van de verstoringsafstand tot een burcht. De verlegging van de westelijke op- en afrit vindt plaats op een afstand van circa 75 meter van de burcht (zie Figuur 5.3). De werkzaamheden vinden echter niet plaats binnen het territorium (20 meter vanaf de oevers van de Oostrumsebeek) van de bever. Om deze reden worden effecten op de burchtlocatie niet verwacht. Het Kennisdocument geeft tevens aan dat “trillingen en geluid door heien op 70 meter afstand van een burcht buiten de periode met jongen (kraamperiode loopt van mei t/m augustus) geen invloed te bleken te hebben gehad”. Ook hier geldt dat de werkzaamheden zich op een grotere afstand dan de aangegeven grens bevinden. Verstoring van de beverburcht wordt niet verwacht. De bever foerageert sporadisch binnen het plangebied. Het plangebied zelf vormt echter geen essentieel foerageergebied. Het voornemen leidt hiermee niet tot een wezenlijke verstoring van de soort. Aangezien de bever in de directe omgeving veel voorkomt en de soort sporadisch foerageert in het plangebied wordt geadviseerd en ecologisch werkprotocol op te stellen met daarin maatregelen om onvoorziene verstoring te voorkomen.
~75 m A Figuur 5.3. Impressie afstand van werkzaamheden tot meest nabijgelegen beverburcht. Rood: definitief ontwerp. Oranje: burchtlocatie.
Blad 39 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
Figuur 5.4. Schematische voorstelling van een territorium van de bever bestaande uit de oeverzones (donkergroen: circa 20 meter) weerszijden van een watergang (donkerblauw) en een burcht (bruine cirkel) welke toegankelijk is vanuit het water. Niet tot het territorium behorende delen zijn met lichtgroen en lichtblauw weergegeven. Afhankelijk van de afstand tot de burcht kunnen zones worden onderscheiden waar werkzaamheden meer of minder effect zullen hebben: zone binnen 20 meter van de burcht (rode cirkel), 50 meter (oranje cirkel) en 100 meter (witte cirkel). Overgenomen uit het Kennisdocument; BIJ12, 2017f.
Beschermingsregime ‘andere’ soorten (artikel 3.10) Das De das staat vermeld op onderdeel A, behorende bij artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Voor de soorten vermeld op onderdeel A geldt dat het verboden is de soorten opzettelijk te doden of te vangen (art 3.10, lid 1), ook is het verboden vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen (art 3.10, lid 2). Er is echter geen sprake van een verbod op verstoring van de soorten (in tegenstelling tot onder art 3.1 en 3.5 beschermde soorten). Buiten het plangebied op de hoger gelegen oevers van het waterretentiegebied is een bekende dassenburcht aanwezig (zie Figuur 4.22). Deze locatie bevindt zich op circa 150 meter van de N270, maar op circa 500 meter van de werkzaamheden. Tussen de werkzaamheden en de dassenburcht is voornamelijk houtige vegetatie aanwezig. Directe aantasting van de verblijfplaats is daarom uitgesloten. Het gehele gebied ten zuiden van de N270 vormt geschikt foergageergebied van de soort. De voorgenomen ontwikkeling heeft slechts beperkt invloed op dit geschikte foerageergebied. Uitgesloten kan dan ook worden dat sprake is van aantasting van essentieel foerageergebied (d.w.z. de verblijfplaats blijft zijn functie behouden).
Zoals genoemd vormt het (fiets)tunneltje onder de N270, ten westen van het knooppunt A73, een belangrijke verbinding voor de das om de N270 te kruisen. Om verkeersslachtoffers te voorkomen, en om het leefgebied van de das niet te verkleinen, is het noodzakelijk dat een noord-zuid verbinding in tact blijft. Als gevolg van het voornemen wordt de tunnel verplaatst naar het westen. Hiermee blijft de noord-zuid verbinding intact. In de huidige situatie is de tunnel onverlicht. Om de verbinding geschikt te houden voor de das is van belang dat deze ook in toekomstige situatie onverlicht is. Ook dient sprake te zijn van voldoende geleiding richting de tunnel. Geleiding in de zin van groen structuren maar ook door het plaatsen van een dassenrasters Langs de N270 en de nieuwe op- en afritten.
Blad 40 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
Geadviseerd wordt de bestaande tunnel in de toekomstige situatie geschikt te houden voor de das. Hiermee wordt de toekomstige groenzone in de oksel van de A73 geschikt als leefgebied van de soort. Tevens is het gewenst dat ook gedurende de realisatiefase de noord-zuid verbinding in stand blijft. Echter het tijdelijk niet functioneren van de tunnel zal niet leiden tot een wezenlijke aantasting van het leefgebied van de das. Er is immers zowel ten zuiden van de N270 als ten noorden van de N270 (ter plaatse van de Spurkterdijk) voldoende leefgebied aanwezig. Er zal in deze periode enkel sprake zijn van een tijdelijke verstoring van de soort. Aangezien de das valt onder artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming is er geen verbod op verstoring van de soort. Geadviseerd wordt om een Ecologisch werkprotocol op te stellen waarbij maatregelen worden opgenomen om onnopdige verstoring van de das te voorkomen.
5.2.3
Amfibieën Uit het nader onderzoek blijkt dat in de oksel van het knooppunt met de A73, buiten het projectgebied voortplantingswater van de poelkikker aanwezig is. Voorkomen van overige beschermde amfibieën is uitgesloten. De poelkikker is een beschermde soort en staat vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn en daarmee valt onder artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Als gevolg van het voornemen is geen sprake van directe aantasting van het voortplantingsbiotoop van de poelkikker; de poelen blijven behouden. Naar verwachting maakt de soort gebruik van het plangebied als land- en winterbiotoop. Effecten op de poelkikker kunnen daarmee niet worden uitgesloten. De ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ geven aan dat wanneer met zekerheid kan worden uitgesloten dat een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming wordt overtreden door voorafgaand aan de ingreep bewezen effectieve maatregelen te treffen een ontheffing niet noodzakelijk is (Bijlage 1 van de regels, onderdeel 2 i (Ad. I (2)). Aangezien de poelkikker in de voortplantingsperiode (globaal maart t/m half september) niet binnen het plangebied voorkomt kan worden voorkomen dat effecten optreden door het voortplantingsbiotoop in die periode af te schermen met amfibieënscherm (zie Figuur 5.5).
Op deze manier is geen sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming. De werkwijze dient uitgewerkt te worden in een Ecologisch Werkprotocol. Geadviseerd wordt tevens in de nieuwe situatie, binnen de oksel van de A73, waterretentie te combineren met het creëren van geschikt leefgebied van de poelkikker. Hiermee heeft het project enkel een positief effect op de soort.
Blad 41 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
Figuur 5.5. Op hoofdlijnen voor de poelkikker weergegeven de perioden waarin activiteiten al dan niet uitgevoerd kunnen worden. Overgenomen uit BIJ12, 2017g.
5.3
Effecten op beschermde gebieden
5.3.1
Effecten op Natura 2000 De toetsing aan de Wnb-gebiedsbescherming vindt plaats in een afzonderlijke passende beoordeling. Daarin is zowel de zogenaamde Voortoets als het stikstofonderzoek opgenomen.
5.3.2
Effecten op beschermde gebieden Omgevingsverordening Limburg 2014
5.3.2.1
Goudgroene natuurzone Voor de Goudgroene zone is zowel sprake van fysiek ruimtebeslag, als van afname van biotoopgeschiktheid ten gevolge van een toename in geluidsbelasting. Beide typen aantasting kennen een andere compensatiefactor. Bij het berekenen van het ruimtebeslag en de toename in geluidsbelasting is een afbakening gebruikt op basis van de aangewezen gebieden in 2020. De nummering waar naar verwezen wordt in onderstaande tekst, is opgenomen in Figuur 5.6.
Blad 42 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
Figuur 5.6. Nummering van de gebieden van de Goudgroene zone, voor zover relevant voor de fysieke aantasting en geluidsbelasting.
Fysiek ruimtebeslag Op meerdere locaties nabij het knooppunt met de A73 overlapt het beoogde ontwerp met de Goudgroene natuurzone (zie Figuur 5.6). Het ruimtebeslag vindt plaats als gevolg van de verlegging van de toe- en afrit, de verlegging van de Baggerweg en de verlegging van het fietspad. In Tabel 5.1 is een overzicht gegeven van het ruimtebeslag van het ontwerp (inclusief talud en bermen). Het fysieke ruimtebeslag inclusief het verlies van restdelen (zoals een smalle resterende strook aan de oostzijde van de afrit) bedraagt op basis van het huidige ontwerp circa 0,8 hectare (7.500 m2). Het ruimtebeslag vindt met name plaats in ‘Haagbeuken- en essenbos’ en in mindere mate in ‘Kruiden- en faunarijk grasland’. Als gevolg van het ruimtebeslag worden de wezenlijke kenmerken en waarden aangetast. Het ruimtebeslag vindt plaats in delen van de gebieden met nummers 3496 en 3119 in Figuur 5.6.
Blad 43 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
Figuur 5.6. Impressie ruimtebeslag van het ontwerp in Goudgroene natuurzone (groen), binnen de natuurbeheertypen, Groen: Haagbeuken- en essenbos. Geel: Kruiden- en faunarijk grasland. Tabel 5.1. Beoordeling fysiek ruimtebeslag in goudgroene natuurzone.
Natuurbeheertype Haagbeuken- en essenbos Kruiden- en faunarijk grasland Totaal
Ruimtebeslag (in m2) 6.700
Toeslag 66%
Compensatieopgave (in m2) 11.122
800
33%
1.064
7.500
12.186
Aantasting door geluidsverstoring Naast het fysieke ruimtebeslag is ook sprake van een toename van geluidverstoring. Ook deze verstoring dient, conform de Methodiek Natuurcompensatie Limburg (2007), gecompenseerd te worden. Hier geldt dat enkel de “nieuwe extra geluidbelasting” gecompenseerd dient te worden (de bestaande geluidbelasting telt dus niet mee). Bij effecten als gevolg van een toename in geluid wordt onderscheid gemaakt tussen ‘gesloten gebieden (voornamelijk bosgebieden)’ en ‘open gebieden (cultuurgebieden, vrijwel onbeboste terreinen)’. Aangezien het plangebied in een bosrijke omgeving is gelegen, en het gros van het ruimtebeslag plaatsvindt binnen bosgebied, is in voorliggend project uitgegaan van de normen voor ‘gesloten gebieden’. Hier gelden de volgende geluidscontouren (Natuurbalans, 2007): • Laagste geluidsbelasting zone (48-58 dB): minimaal 20% afname biotoopgeschiktheid; • Hoogste geluidsbelasting zone (>58 dB): minimaal 50% afname biotoopgeschiktheid. Bij het berekenen van de toename in geluidsbelasting is geen onderscheid gemaakt in de verschillende natuurbeheertypen. Om deze reden is een worst-case benadering gehanteerd waarbij de hoogste toeslag in compensatie wordt gehanteerd. Voor gebied 776 (zie nummering van Figuur 5.6) is sprake van een toename in categorie van ‘kleiner dan 48 dB’ naar ‘48 tot 58 dB’.
Hiervoor geldt een afname in biotoopgeschiktheid van 20%. Voor de gebieden 3119, 3496, 4814 en 6033 is sprake van een toename in categorie van ’48 tot 58 dB’ naar ‘meer dan 58 dB’. Hiervoor geldt een afname van biotoopgeschiktheid van 50%.
Blad 44 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
Tabel 5.2 Beoordeling aantasting als gevolg van toename geluidverstoring > 58dB in goudgroene natuurzone.
Natuurbeheertype
Toename zone >58 dB (in m2)
Totaal beïnvloed oppervlak
1829
Vertaald naar 50% afname biotoop geschiktheid 1829*0,5
Toeslag in compensatie
Compensatieopgave (in m2)
66%
1.518
Tabel 5.3. Beoordeling aantasting als gevolg van toename geluidverstoring 48-58 dB in goudgroene natuurzone.
Natuurbeheertype
Toename zone 48-58 dB (in m2)
Totaal beïnvloed oppervlak
338
Vertaald naar 20% afname biotoop geschiktheid 338*0,2
Toeslag in compensatie
Compensatieopgave (in m2)
66%
112
Figuur 5.7. Verschilplot geluidbelasting huidige en toekomstige situatie. Compensatieopgave Aangezien sprake is van aantasting van de goudgroene natuurzone dienen negatieve effecten beperkt te worden en resterende effecten gecompenseerd te worden. De compensatie dient in het ruimtelijke plan te worden vastgelegd. De compensatie dient uitgevoerd te worden conform de ‘Beleidsregel natuurcompensatie 2018’.
Blad 45 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
Voor de Goudgroene natuurzone geldt bij de compensatie een kwaliteitstoeslag op basis van de ontwikkelingstijd (vervangbaarheid); 1. snel vervangbaar, ontwikkelingstijd < 2 jaar: geen toeslag; 2. gemakkelijk vervangbaar, ontwikkelingstijd < 25 jaar: 33% kwaliteitstoeslag; 3. matig vervangbaar; ontwikkelingstijd 25-100 jaar: 66% kwaliteitstoeslag; 4. moeilijk of niet vervangbaar; ontwikkelingstijd > 100 jaar: Maatwerk, 66-100% kwaliteitstoeslag. Het ruimtebeslag vindt plaats in ‘Haagbeuken- en essenbos’ en ‘Kruiden- en faunarijk grasland’. De vervangbaarheid van Haagbeuken- en essenbos is in de bijlage bij de beleidsregel natuurcompensatie beoordeeld als categorie 4. Dit is de hoogste categorie, die staat voor ‘moeilijk of niet’ vervangbaar en een ontwikkelingstijd van meer dan 100 jaar. Het aanwezige natuurbeheertype heeft echter ter plaatse een ontwikkelingstijd gehad van 25-100 jaar. In overleg met de provincie is beoordeeld dat uitgegaan kan worden van een ontwikkelingstijd van 25-100 jaar. Er dient gerekend te worden met een kwaliteitstoeslag van 66%. Voor Kruiden- en faunarijk grasland geldt een ontwikkelingstijd van 2-25 jaar (vervangbaarheid categorie 2). Hier geldt een kwaliteitstoeslag van 33%.
Omdat in de gebruikte gegevens echter geen onderscheid wordt gemaakt in de natuurdoeltypen, wordt de hoogste toeslag in compensatie gehanteerd(worst-case) Hiermee leidt het ruimtebeslag + afname biotoop ongeschikt als gevolg van geluidverstoring tot een compensatieopgave van circa 1,4 hectare (12.186 m2 ruimtebeslag en 1.630 m2 afname biotoopgeschiktheid = 13.816 m2, afgerond: 1,4 ha.).
5.3.2.2
Bronsgroene landschapszone In de POL wordt de bescherming van de bronsgroene landschapszone als volgt beschreven: “Basis voor deze zone wordt gevormd door de rivier- en beekdalen en de steilere hellingen, voor zover die niet reeds onderdeel uitmaken van de goudgroene of zilvergroene natuurzones, én de relatieve rijkdom aan cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Het betreft overwegend landbouwgronden maar ook andere functies als verblijfsrecreatieve terreinen, woningen en linten van bebouwing kunnen voorkomen. De zonering is indicatief op kaart gezet, gemeenten kunnen dit verder specificeren.” Het beleid is er op gericht om de (huidige) landschappelijke kernkwaliteiten van de bronsgroene landschapszone te behouden, te beheren, te ontwikkelen en te beleven. Ontwikkelingen binnen de ruimte die het beleid voor de verschillende thema’s biedt zijn mogelijk mits de kernkwaliteiten behouden blijven of versterkt worden (‘ja-mits’). Op een groot aantal locaties overlapt de Bronsgroene landschapszone met het beoogde ontwerp. In totaal is sprake van 21.236 m2 overlap binnen de Bronsgroene landschapszone. In kaart 6 “vereenvoudigde landschapsstructuur” is de regio aangeduid als “Beekdal” (zie Figuur 5.8). Het voornemen overlapt met verschillende landschapstypes die tevens zijn aangeduid als bronsgroene landschapszones.
In de POL zijn de kernkwaliteiten van de huidige situatie uitgewerkt.
Blad 46 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
Figuur 5.8. Verbeelding landschapsstructuur (donker groen: Beekdal) met daarin Goudgroene natuurzone (groen) en de Bronsgroene landschapszone (blauw). Bron: https://portal.prvlimburg.nl/gisviewer/viewer.do?appCode=6f453ae3251044a781b5a19b119fd509&forceVi ewer=true&cmsPageId=1&cmsPageId=1
Tabel 5.4. Beschrijving kernkwaliteiten bronsgroene landschapszone. Bron: Landschapskader Noord- en Midden- Limburg (https://docplayer.nl/19013479-Landschapskader-noord-en-midden-limburg.html) Kernkwaliteit Wat (de belangrijkste aspecten) Groene karakter De aanwezige groenstructuur waarbij bosgebieden worden afgewisseld met zowel natuurlijk- als agrarisch grasland. Het geheel heeft een kleinschalig karakter. Het beekdal van de Oostrumse Beek, met daarin verschillende gradiënten, vormt een ecologische verbindingszone. Visueel-ruimtelijk Het beekdal wordt gekenmerkt door een overwegend halfopen kleinschalig karakter landschap met afwisselend hooilanden, weiland, bosjes en kleine landschapselementen. Cultuurhistorisch Delen waar weide, oude hooi- en graslanden voorkomen zijn zeer waardevol. erfgoed Reliëf Reliëf is beperkt aanwezig. Enkel de gradiënt in het beekdal zorgt voor enig reliëf.
Bij de verlegging van met name de op- en afrit van de A73 worden door ruimtebeslag de kernkwaliteiten ‘groene karakter’ en ‘visueel- ruimtelijk karakter’ aangetast. De aantasting ter plaatse van het knooppunt bestaat het uit verlies van opgaande groenstructuren langs de bestaande wegen. Tevens gaat de toekomstige aansluiting door kleinschalig weiland. Ook leidt de realisatie van het fietspad ten westen van het spoor tot het rooien van de aanwezige bomenrij. Om effecten te voorkomen dienen de kernkwaliteiten in de toekomstige situatie te worden teruggebracht. Hieruit komen de volgende voorwaarden voor het ontwerp: De oksel van de A73 wordt ingericht als kleinschalige bosschage met tevens open graslanden (met daarin geschikte poelen voor de poelkikker); Langs de toekomstige op- en afrit worden groenstroken aangeplant. Door middel van deze twee eisen blijven de huidige kernkwaliteiten aanwezig en is er geen sprake van een netto aantasting van de bronsgroene landschapszone. Er is geen noodzaak tot fysieke compensatie conform de beleidsregel Natuurcompensatie.
Blad 47 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
5.3.2.3
Zone natuurbeek Op een aantal locaties kruist het ontwerp de zone natuurbeek. Het ontwerp is, in samenwerking met het Waterschap Limburg, afgestemd op de aanwezigheid en toekomstige inrichting van de Oostrumse Beek. Het voornemen doet geen afbreuk aan de realisatie van de wezenlijke kenmerken en waarden van de Zone natuurbeek.
5.4
Beoordeling houtopstanden De houtopstanden binnen het plangebied zijn gelegen buiten de ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ van de gemeente Venray en vallen daarmee grotendeels onder de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming is enkel van toepassing op ‘houtopstanden’; de definitie van een houtopstand is een bomenbestand van meer dan 1.000 m 2 of een bomenrij van meer dan 20 bomen. De vlakken bomen die worden gerooid vallen hiermee allen onder de Wet natuurbescherming. De bomen binnen het plangebied zijn ingemeten en op soort gebracht. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt een oppervlakte van 27.755 m2 (circa 2,8 hectare) aan bosschages/groenstroken gerooid. Tevens worden 160 losstaande bomen gerooid. De compensatie hiervan staat verwoordt in het compensatieplan. Voor aanvang van de werkzaamheden dient een kapmelding gedaan te worden bij het bevoegd gezag; de provincie Limburg. Tevens geldt er een compensatieplicht vanuit de Wnb houtopstanden. Er is immers sprake van aantasting van houtopstanden van meer dan 0,1 hectare en rijbeplanting (die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen). Hiervoor geldt een 1:1 compensatieplicht. De compensatie geldt niet voor uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden.
5.5
Beoordeling Bestemming Natuur Het voornemen heeft deels overlap met gebieden aangewezen als ‘natuur’ binnen de gemeente Venray. In artikel 10 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010’ zijn regels opgenomen ten behoeve van de bescherming van Natuur. Hieruit blijkt dat de beoogde ontwikkeling in strijd is met de bestemming Natuur. In de regels in het bestemmingsplan is echter geen (verwijzing naar) compensatiebeginsel opgenomen. De gemeente Venray hanteert de gemeentelijke beleidsregel ‘Compensatie van natuurwaarden: een voorstel voor het toepassen van het compensatiebeginsel in de gemeente Venray’ (februari 1997). De bestemming Natuur overlapt zowel met de goudgroene natuurzone, als met de bronsgroene landschapszone. Bestemming Natuur én Goudgroene natuurzone. Het grootste deel van de bestemming Natuur, waar ook ruimtebeslag plaatsvindt, overlapt met de Goudgroene natuurzone. Aangezien de bijbehorende compensatieopgave van beide gebieden gelijkwaardig is wordt hier de Provinciale omgevingsverordening gevolgd. De compensatieopgave die hieruit voortkomt wordt ingevuld conform de provinciale beleidsregel natuurcompensatie (zie hoofdstuk 6). Bestemming Natuur én Bronsgroene landschapszone. Enkele stroken van de bestemming Natuur, waar ook ruimtebeslag plaatsvindt, overlappen met de bronsgroene landschapszone.
In Bronsgroene landschapszones worden specifieke kernkwaliteiten beschermd. Bij aantasting van een Bronsgroene landschapszone dienen, conform het provinciale beleid, de kernkwaliteiten 1 op 1 terug gebracht te worden en dit noemen we
Blad 48 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
compensatie. De gemeente kent geen beleidsregel ten aanzien van de compensatie van Bronsgroene landschapszones, in dit geval is het beleid van de provincie leidend. Voor de bestemming Natuur geldt dat verloren natuur, inclusief toeslagfactor gecompenseerd dient te worden. De compensatieopgave die op basis van deze beleidsregels geldt, wordt in het plan ingevuld door invulling te geven aan de gestelde ontwerp voorwaarden (paragraaf 5.3.2.2.). Door middel van deze twee eisen blijven de huidige kernkwaliteiten aanwezig en is er geen sprake van een netto aantasting van de bronsgroene landschapszone. Er is geen noodzaak tot fysieke compensatie conform de beleidsregel Natuurcompensatie.
Blad 49 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
6
Uitwerking inrichting/compensatie
6.1
Beschermde gebieden
6.1.1
Goudgroene natuurzone – Nee tenzij Bij aantasting van goudgroene zone is het mogelijk via verschillende sporen de begrenzing van de goudgroene natuurzone aan te passen. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen ‘Ontwikkelingen van groot openbaar belang’ (artikel 2.6.3), ‘Saldobenadering bij samenhangende ontwikkelingen’(artikel 2.6.4) en ‘Kleinschalige ingrepen’ (artikel 2.6.5). De voorgenomen ontwikkeling valt onder ‘Ontwikkelingen van groot openbaar belang’ (artikel 2.6.3). De definitieve uitwerking van de compensatie wordt opgenomen als onderdeel van het groenplan. De voorgenomen ontwikkeling is mogelijk indien (artikel 2.6.3): a. er sprake is van een groot openbaar belang; b. er geen reële alternatieven zijn en c. uit het ruimtelijk plan blijkt dat en hoe negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en voor het overige worden gecompenseerd, waarbij: 1. de compensatie niet mag leiden tot verlies van areaal, samenhang en kwaliteit van de wezenlijke kenmerken en waarden; en 2. de compensatie plaatsvindt: - op financiële wijze of - in natura in nog niet gerealiseerde delen van de Goudgroene natuurzone Ad a. Het voornemen is in het kader de bereikbaarheid van de regio, maar ook in het kader van de veiligheid, van groot openbaar belang. Ad b. De aantasting van goudgroene natuurzone wordt enkel veroorzaakt door de verlegging van de op- en afrit van de A73.
Op basis van verschillende ontwerpeisen in het kader van veiligheid, maar ook eisen vanuit de Waterwet, zijn geen reële alternatieven beschikbaar waarbij sprake is van minder ruimtebeslag binnen de goudgroene natuurzone; Ad c.1 Optie 1: Financiële compensatie; Het normbedrag voor financiële compensatie wordt vastgelegd in een overeenkomst waarmee wordt geborgd dat de Provincie de compensatie zal uitvoeren en er geen sprake is van verlies van areaal, samenhang en kwaliteit van de wezenlijke kenmerken en waarden van de goudgroene natuurzone. Optie 2: Compensatie in natura: Hier is beschreven dat de compensatie van het ruimtebeslag + aantasting als gevolg van verschuiving van geluidscontouren, niet leidt tot verlies van areaal, samenhang en kwaliteit van de wezenlijke kenmerken en waarden. Areaal: als gevolg van een toeslagfactor op basis van de ontwikkeltijd van de verloren natuurbeheertypen leidt de compensatie tot een toename in areaal natuurbeheertypen. Samenhang: door ten zuiden van de bestaande goudgroene natuurzone een agrarisch perceel te ontwikkelen tot bosgebied en extensief beheerd grasland ontstaat een grotere samenhang van natuur in de omgeving. Hiermee wordt aangesloten bij de goudgroene natuurzone verder naar het zuiden (zie Figuur 6.1). Op deze wijze wordt bijgedragen aan een robuust natuurnetwerk.
Kwaliteit van de wezenlijke kenmerken en waarden: de kwaliteit van de wezenlijke waarden en kernmerken van het natuurbeheertype ‘haagbeuken- en essenbos’ worden hoofdzakelijk gevormd door de structuur van het bos en de aanwezigheid van typerende
Blad 50 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
planten en vogelsoorten. Door dit beheertype ook op de nieuwe locatie terug te brengen is geborgd dat geen sprake is van een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden. Tevens is in de omgeving relatief veel bosgebied aanwezig waardoor ook delen buiten de goudgroene natuurzone bijdragen aan de kenmerken en waarden. Ad c2. Optie 1: Financiële compensatie; Conform de beleidsregel natuurcompensatie 2018 dient in beginsel financieel gecompenseerd te worden (artikel 3.1). Gedeputeerde Staten stellen in het eerste kwartaal van elk kalenderjaar de hoogte van het normbedrag vast per hectare voor financiële compensatie. In 2020 bedraagt het normbedrag, in de regio Venray (regio 3), € 90.503,- per hectare (dit bedrag is opgebouwd uit; grondprijs, aankoopkosten, inrichtingskosten en beheerkosten). De initiatiefnemer heeft de plicht te zorgen voor een ontwerpovereenkomst conform de beleidsregel natuurcompensatie 2018. Voor de compensatie wordt verwezen naar het compensatieplan. Optie 2: Compensatie in natura Indien financiële compensatie niet mogelijk is of om andere redenen niet de voorkeur heeft, vindt compensatie in natura plaats op de wijze als beschreven in deel 3 van de beleidsregel natuurcompensatie 2018. Indien compensatie in natura gewenst is dient locatiespecifiek een inrichtingsplan en beheerplan opgesteld te worden.
Voor het compensatieplan dient, locatiespecifiek, een kostenraming opgesteld te worden (inclusief beheer voor een periode van tenminste 10 jaar is opgenomen). Voorwaarde voor compensatie in natura is dat de compensatie voorafgaand aan de aantasting is gerealiseerd (artikel 9.2). Daarnaast dient compensatie in natura plaats te vinden binnen nog niet gerealiseerde delen van de goudgroen natuurzone de zgn. “areaal uitbreiding natuur ”.
Blad 51 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
Figuur 6.1. Wijzigingsvoorstellen Natuurbeheerplan ontwerp 2019 (rode kaders). De percelen ten zuiden van het stroomgebied van de Oostrumse Beek zijn aangeduid als ‘nog om te vormen natuur’ (https://portal.prvlimburg.nl/gisviewer/viewer)
6.1.2
Bronsgroene landschapszone De nieuwe op- en afrit van de A73 zorgen voor een verlies van circa 0,3 hectare bronsgroene landschapszone (3.323 m2). De gronden in de oksel waar onder andere de oude op- en afrit zijn gelegen kunnen als nieuwe bronsgroene landschapszone worden ingericht, deze gronden zijn circa 0,9 hectare (9.193 m2). De nieuwe bronsgroene landschapszone kan in twee fases gerealiseerd worden, eerst een kwaliteitsimpuls in de bestaande oksel en ten tweede de oude op- en afrit. Deze fasering maakt het mogelijk om de nieuwe bronsgroene landschapszone te realiseren alvorens de bestaande bronsgroene landschapszone wordt aangetast.
Blad 52 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
Figuur 6.2. Aanpassingen aan Bronsgroene landschapszone (rood: bestaande Bronsgroene landschapszone, groen: nieuwe Bronsgroene landschapszone, roze: verlies Bronsgroene landschapszone, paars: Goudgroene natuurzone.) Om effecten te voorkomen dienen de kernkwaliteiten in de toekomstige situatie te worden teruggebracht. Hieruit komen de volgende voorwaarden voor het ontwerp: De oksel van de A73 wordt ingericht als kleinschalige bosschage met tevens open graslanden (met daarin geschikte poelen voor de poelkikker); Langs de toekomstige op- en afrit worden groenstroken aangeplant. Door middel van deze twee eisen blijven de huidige kernkwaliteiten aanwezig en is er geen sprake van een netto aantasting van de bronsgroene landschapszone. In Figuur 6.2 is een impressie gegeven van de beoogde inrichting ten behoeve van het behoud van de kernkwaliteiten van de bronsgroene landschapszone. Tevens zijn mogelijkheden aangegeven om het plangebied een kwaliteitsimpuls te geven als leefgebied van de poelkikker. De definitieve uitwerking van behoud van kernkwaliteiten wordt opgenomen als onderdeel van het groenplan.
Blad 53 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
Figuur 6.2. Impressie inrichting ten behoeve van het behoud van de kernkwaliteiten van de bronsgroene landschapszone en tevens het verbeteren van leefgebied van de poelkikker. Ondergrond; oranje: bronsgroene landschapszone, geel: goudgroene natuurzone, blauw: zone natuurbeek. Inrichting; donker groen: bosschages en bomenrijen, blauw: wateren geschikt voor de poelkikker, donker blauwe stippellijn: indicatie locatie dassenraster, groene pijlen: tunnels geschikt voor o.a. de das.
6.1.3
Bestemming Natuur De compensatie van het ruimtebeslag dat is aangewezen als zowel goudgroene natuurzone als bestemming Natuur vindt reeds plaats in het kader van de provinciale beleidsregel natuurcompensatie. Het resterende oppervlakte ruimtebeslag kan worden gecompenseerd in de vorm van groenstructuren ten behoeve van het behoud van de kernkwaliteiten van het landschap. Het beleid van de Provincie is leidend, zodoende is geen sprake van extra compensatie voor de bestemming natuur.
6.2
Houtopstanden Voor de te rooien houtopstanden geldt een herplantplicht. In het ontwerp is reeds voorzien in de herplant van een aantal bomen. Het terugplaatsen van deze bomen zal echter niet voorzien in de volledig benodigde herplant. De invulling van de herplant is (deels) afhankelijk van de keuze in compensatie van goudgroene natuur. Hieronder zijn twee scenario’s geschetst, de definitieve uitwerking van de compensatie wordt opgenomen als onderdeel van het groenplan. Optie 1: Financiële compensatie goudgroene natuurzone Indien gekozen wordt voor financiële compensatie dient gezocht te worden naar aanvullende locaties om invulling te geven aan de herplantplicht (het fysiek terugbrengen van bos als goudgroene natuurzone vindt immers niet plaats in het kader van voorliggend voornemen). De toekomstige oksel van de A73 biedt ruimte voor herplant van bomen. Ook langs de toekomstige randen van de op- en afrit is ruimte voor herplant. Derde mogelijkheid is op het agrarisch perceel ten zuiden van de N270 bomen te herplanten.
Blad 54 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
Optie 2: Compensatie in natura goudgroene natuurzone Wanneer in het kader van de compensatie goudgroene natuurzone in de directe omgeving van het plangebied fysiek bos wordt gerealiseerd geldt dit direct als invulling van de herplantplicht in het kader van de Wet natuurbescherming onderdeel houtopstanden. De voorgestelde locatie ten zuiden van het plangebied die is aangewezen als goudgroene natuurzone met het beheertype ‘nog om te vormen naar natuur’ (N00.01) heeft een oppervlakte van circa 2,5 hectare (zie Figuur 6.3). Wanneer op deze locatie bos wordt gerealiseerd is een aanzienlijk deel van de herplantplicht ingevuld. Het resterende deel van de herplantplicht (circa 0,5 hectare) kan naar verwachting in het kader van behoud van de kernkwaliteiten van de bronsgroene landschapszone worden ingevuld.
Figuur 6.3. Oppervlakte van het agrarisch perceel dat is aangeduid als goudgroene natuurzone met het beheertype ‘nog om te vormen naar natuur’ (N00.01).
Blad 55 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
7
Bronnen • • • • • • • • • • • • •
•
BIJ12, 2017a. Kennisdocument Huismus Passer domesticus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2017b. Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2017c. Kennisdocument Das Meles meles. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2017d. Kennisdocument Steenuil Athene Noctua. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2017e. Kennisdocument Kerkuil Tyto alba. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2017f. Kennisdocument Bever Castor fiber. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2017g. Kennisdocument Poelkikker Rana lessonae. Versie 1.0, juli 2017. Dassenwerkgroep Venray, 2017. Overzicht dassenpassages N270 – Dassenwerkgroep Venray – Horst 06-06-2017. Gemeente Venray, 2018. Bijlage verificatie LNC-scan - locatie dassenburcht. Groenplanning, 2008. Locaties beschermde soorten. Limpens, H., Regelink, J., en Koelman, R. (2010). Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Arnhem. Natuurbalans - Limes Divergens, 2007. Normen en methoden berekenen natuurschade. Provincie Limburg, 2018. Berekening normbedrag per ha. bij financiële natuurcompensatie in 2018. Overig: Globespotter NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) www.venray.nl www.ruimtelijkeplannen.nl POLviewer
Blad 56 van 54
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
Bijlage I: Nader onderzoek 2018
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
Bijlage II:Wettelijk kader Een van de doelen van de Wnb is de bescherming van inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde soorten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het ‘nee, tenzij’ – principe). Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Hieronder wordt uitgelegd welke verbodsbepalingen gelden, welke vrijstellingen er gelden en op welke gronden ontheffingen kunnen worden aangevraagd.
Verbodsbepalingen soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die onder andere zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. In het tekstkader van deze Bijlage (zie volgende pagina) staan de artikelen uitgeschreven. Het gaat om de volgende drie categorieën: -
soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’), oftewel de Nationale soorten.
Voor soorten vallend onder bovenstaande beschermingsregimes geldt dat ze in principe niet (opzettelijk) gedood en verstoord mogen worden, ook verblijfplaatsen mogen niet vernietigd worden. Bij Vogelrichtlijnsoorten is opgenomen dat verstoring is toegestaan indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Dit geldt echter niet voor Habitatrichtlijnsoorten, inclusief bijlage I en II Bern en bijlage I Bonn (zie Tabel A van deze Bijlage voor de vogelsoorten en Tabel B van deze bijlage voor een uiteenzetting van soorten niet zijnde vogels). Voor de ‘andere soorten’ geldt dat verstoring is toegestaan. Soorten die zijn opgenomen in bijlage, onderdeel A en B van de Wnb (‘andere soorten’) zijn opgenomen in tabel C en D van deze Bijlage.
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming artikel 3.1, 3.5 en 3.10 Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 1. 2. 3. 4. 5.
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 1.
2. 3. 4. 5.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Artikel 3.10 Beschermingsregime andere soorten 1.
2.
3.
Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c.
ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
Tabel A. Vogels die vallen onder artikel 3.5 (Bern bijlage II, Bonn bijlage I) én in Nederland broeden. Info tabel: Ingekorte lijst van de vogelsoorten van de Conventie van Bern bijlage II. Deze lijst is ingekort door alleen die vogels op te nemen die volgens de Atlas van de Nederlandse Broedvogels (Nederlandse Fauna serie deel 5 uit 2002) en de Avifauna van Limburg (uit 2006) in Nederland broeden. Dwaalgasten en overwinteraars zijn derhalve niet vermeld.
Vogels Appelvink Baardman Beflijster Bergeend Bergfluiter Bijeneter Blauwborst Blauwe kiekendief Boerenzwaluw Bontbekplevier Bonte strandloper Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Boompieper Boomvalk Bosrietzanger Bosruiter Bosuil Braamsluiper Brandgans Bruine kiekendief Buizerd Casarca Cetti's zanger Draaihals Duinpieper Dwergmeeuw Dwergstern Engelse kwikstaart Europese kanarie Fitis Fluiter Geelgors Gekraagde roodstaart Gele kwikstaart Geoorde fuut Glanskop Goudhaan Grasmus Graspieper Graszanger Grauwe kiekendief Grauwe klauwier Grauwe vliegenvanger Griel Groene specht Groenling
Grote bonte specht Grote gele kwikstaart Grote karekiet Grote stern Grote zilverreiger Havik Heggenmus Hop Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Klapekster Klein waterhoen Kleine barmsijs Kleine bonte specht Kleine karekiet Kleine plevier Kleine zilverreiger Kleinst waterhoen Kluut Kneu Koereiger Koolmees Kortsnavelboomkruiper Kraanvogel Krekelzanger Kruisbek Kuifmees Kwak Kwartelkoning Lepelaar Matkop Middelste bonte specht Nachtegaal Nachtzwaluw Noordse stern Oehoe Oeverloper Oeverpieper Oeverzwaluw Ooievaar Orpheusspotvogel Paapje Pestvogel Pimpelmees Poelruiter Porseleinhoen
Purperreiger Putter Ransuil Rietgors Rietzanger Rode wouw Roerdomp Roodborst Roodborsttapuit Roodhalsfuut Rouwkwikstaart Sijs Slangenarend Slechtvalk Smelleken Snor Sperwer Spotvogel Sprinkhaanzanger Steenuil Steltkluut Strandplevier Taigaboomkruiper Tapuit Tjiftjaf Torenvalk Tuinfluiter Velduil Visarend Visdief Vuurgoudhaan Wespendief Wielewaal Winterkoning Witbandkruisbek Witte kwikstaart Witwangstern Woudaap Zeearend Zwarte mees Zwarte ooievaar Zwarte roodstaart Zwarte specht Zwarte stern Zwarte wouw Zwartkop Zwartkopmeeuw
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
Tabel B. Soorten die vallen onder artikel 3.5 (Habitatrichtlijn bijlage IV, Bern bijlage II, Bonn bijlage I). Soortgroep
Nederlandse naam
Soortgroep
boomkikker
hamster
geelbuikvuurpad
otter
heikikker Amfibieën
Dagvlinders
Haften
kamsalamander knoflookpad
bever Zoogdieren landzoogdieren
Libellen
Nachtvlinders
Reptielen
Sporenplanten
Weekdieren
Zaadplanten
lynx noordse woelmuis
vroedmeesterpad
wilde kat
poelkikker
wolf
moerasparelmoervlinder
baardvleermuis
apollovlinder
bechsteins vleermuis
boszandoog
bosvleermuis
donker pimpernelblauwtje
brandts vleermuis
grote vuurvlinder
franjestaart
pimpernelblauwtje
gewone grootoorvleermuis
tijmblauwtje
grijze grootoorvleermuis
zilverstreephooibeestje
grote hoefijzerneus
oeveraas
grote rosse vleermuis
gestreepte waterroofkever juchtleerkever
ingekorven vleermuis Zoogdieren vleermuizen
kleine dwergvleermuis kleine hoefijzerneus
vermiljoenkever
laatvlieger
mercuurwaterjuffer
meervleermuis
bronslibel
mopsvleermuis
gaffellibel
noordse vleermuis
gevlekte witsnuitlibel
rosse vleermuis
groene glazenmaker
ruige dwergvleermuis
noordse winterjuffer
tweekleurige vleermuis
oostelijke witsnuitlibel
vale vleermuis
rivierrombout
watervleermuis
sierlijke witsnuitlibel
gewone dwergvleermuis
teunisbloempijlstaart Dikkopschildpad, kemp’s zeeschildpad, lederschildpad, soepschilpad
walrus Bultrug, gewone vinvis bruinvis dwergpotvis
gladde slang
gestreepte dolfijn
muurhagedis
gewone dolfijn
zandhagedis
gewone spitsdolfijn
geel schorpioenmos
grijze dolfijn
tonghaarmuts kleine vlotvaren
Vissen
hazelmuis
rugstreeppad
brede geelrandwaterroofkever kevers
Nederlandse naam
steur
Zoogdieren zeezoogdieren
kleine zwaardwalvis narwal orka
houting
tuimelaar
bataafse stroommossel
witflankdolfijn, witsnuitdolfijn
platte schijfhoren
noordse vinvis, potvis
liggende raket
butskop
drijvende waterweegbree
dwergvinvis
groenknolorchis
griend,
kruipend moerasscherm
spitsdolfijn van gray
Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
zomerschroeforchis
witte dolfijn
Tabel C. “Overige Soorten” onderdeel A behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a. Waterspitsmuis Donker pimpernelblauwtje Zoogdieren Aardmuis* Boommarter Bosmuis* Bunzing** Damhert Das Dwergmuis* Dwergspitsmuis* Edelhert Eekhoorn Egel* Eikelmuis Gewone bosspitsmuis* Gewone zeehond Grote bosmuis Grijze zeehond Haas* Hermelijn** Huisspitsmuis* Konijn* Molmuis Ondergrondse woelmuis* Ree* Rosse woelmuis* Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis* Veldmuis* Veldspitsmuis Vos*
Wezel** Wild zwijn Woelrat*