CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

08 N270 Via Venray Natuurtoets

Gemeenteraad 14 december 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan N270 Via Venray.19.932 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek Toetsing Wet natuurbescherming en POL2014

projectnummer 0417318.00 definitief revisie 02 30 november 2020

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek Toetsing Wet natuurbescherming en POL2014 projectnummer 0417318.00 definitief revisie 02 30 november 2020

Auteurs J. Buijks MSc. L. de Jong MSc.

Opdrachtgever Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg Postbus 5700 6202 MA Maastricht

Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus

De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

datum vrijgave 30-11-2020

beschrijving revisie 02 definitief

goedkeuring F.A.C.M. Peeters

vrijgave P.F.G.M. Kennes

Inhoudsopgave

Blz.

Conclusies en advies

1

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer

3 3 4 5

2

Wettelijk kader

6

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.4 2.5

Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland; beschermde gebieden Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) Bescherming houtopstanden Procedure

6 6 7 7 7 8 8

3

Methodiek

10

3.1 3.2 3.3 3.4

Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject

10 10 11 11

4

Resultaten

12

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4 4.4.5 4.5 4.6

Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Samenvatting beschermde soorten Beschermde gebieden Wet natuurbescherming Beschermde gebieden Omgevingsverordening Limburg 2014 Goudgroene natuurzone Zilvergroene natuurzone Bronsgroene landschapszone Zone natuurbeek Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg Beschermde houtopstanden Bestemming Natuur

12 16 16 18 29 30 31 31 33 33 33 33 33 34

5

Effectbeoordeling

36

5.1 5.2 5.2.1

Effectbepaling plan Beoordeling beschermde soorten Vogels

36 36 36

5.2.2 5.2.3 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.2.1 5.3.2.2 5.3.2.3 5.4 5.5

Zoogdieren Amfibieën Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000 Effecten op beschermde gebieden Omgevingsverordening Limburg 2014 Goudgroene natuurzone Bronsgroene landschapszone Zone natuurbeek Beoordeling houtopstanden Beoordeling Bestemming Natuur

37 41 42 42 42 42 46 48 48 48

6

Uitwerking inrichting/compensatie

50

6.1 6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.2

Beschermde gebieden Goudgroene natuurzone – Nee tenzij Bronsgroene landschapszone Bestemming Natuur Houtopstanden

50 50 52 54 54

7

Bronnen

56

Bijlage I: Nader onderzoek 2018 Bijlage II:Wettelijk kader

Venray

N270

A73 Leunen

Globale ligging van het plangebied (rood omlijnd) Bron: Globespotter, 2017.

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Conclusies en advies De Provincie Limburg is voornemens de provinciale weg N270 Eindhoven – Well gelegen tussen km 38.3 en km 42.0 in de gemeente Venray duurzaam her in te richten. Dit voornemen is echter in het huidige bestemmingsplan deels niet toegestaan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland en het beleid uit de Omgevingsverordening Limburg 2014. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets / LNC Onderzoek. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets.

Conclusies: Beschermde gebieden Natura 2000 Het plangebied bevindt zich op grotere afstand van Natura 2000. Op basis van de afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied kunnen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van enig Natura 2000-gebied als gevolg van alle verstoringsfactoren met uitzondering van stikstof worden uitgesloten. Of sprake is van potentiële effecten als gevolg van de emissie van stikstof is afzonderlijk beoordeeld. Beschermde gebieden Omgevingsverordening Limburg 2014 Het plangebied overlapt op meerdere locaties met ‘Goudgroene natuurzone’, ‘Bronsgroene landschapszone’ en ‘Zone natuurbeek’. In de Goudgroene natuurzone is sprake van een ruimtebeslag van circa 1,2 hectare. Daarnaast is sprake van een kwaliteitsverlies als gevolg van geluidverstoring van 0,2 ha . Aangezien het voornemen van groot openbaar belang is, geen reële alternatieven beschikbaar zijn, en negatieve effecten gecompenseerd kunnen worden is dit geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voornemen. De hieruit voorkomende compensatieopgave beslaat circa 1,4 ha. In beginsel wordt financieel gecompenseerd.

In voorliggend geval dient echter de afweging gemaakt te worden of compensatie in natura de voorkeur heeft aangezien hiermee eenvoudiger kan worden voorzien in de herplantplicht van houtopstanden en tevens wordt geborgd dat de Goudgroene natuurzone (al dan niet met de bestemming Natuur) wordt gerealiseerd binnen de gemeente Venray. Opgemerkt wordt dat compensatie in natura gereed moet zijn voorafgaand aan de start van de werkzaamheden. De aantasting van de kernkwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone kan voorkomen worden door de kernkwaliteiten, in de vorm van opgaande groenstructuren, in de toekomstige situatie terug te brengen. Daarnaast doet het voornemen geen afbreuk aan de realisatie van de wezenlijke kenmerken en waarden van de Zone natuurbeek. Bestemming Natuur in bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010 Het voornemen overlapt met de bestemming Natuur. De bestemming Natuur is deels aangewezen als Goudgroene natuurzone en deels als Bronsgroene landschapszone. De hieruit voortkomende compensatieplicht is strijdig met de compensatieplicht conform de provinciale beleidsregel natuurcompensatie. Door middel van afstemming tussen gemeente en provincie dient gezocht te worden naar de invulling van de compensatie.

Conclusies: Beschermde houtopstanden Het overgrote deel van de houtopstanden binnen het plangebied is beschermd onder de Wet natuurbescherming. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt een oppervlakte van circa 2,8 hectare aan bosschages/groenstroken gerooid. Tevens worden 160 losstaande bomen gerooid. Voor het rooien van deze bomen dient een kapmelding te worden gedaan bij het

Blad 1 van 69

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

bevoegd gezag; de Provincie Limburg. Tevens geldt de herplantplicht. Dit houdt in dat het verlies aan bosschages en bomen gecompenseerd dient te worden. Daarnaast vallen mogelijk enkele bomen langs de Leunseweg onder de lokale APV. Tabel 1. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming Aanwezig Vereiste Is het plan uitvoerbaar in het binnen de Effecten? vervolgstappen kader van de invloedssfeer? aan de orde? gebiedsbescherming? Ja, enkel voor zie separate zie separate Natura 2000 zie separate toetsing stikstof stikstof. toetsing stikstof toetsing stikstof Goudgroene Ruimtebeslag + Ja Compensatie Ja natuurzone geluidsverstoring Nee, mits de Bronsgroene Herstel Ja kernkwaliteiten Ja landschapszone kernkwaliteiten worden hersteld Zone natuurbeek Ja Nee Nee Ja Bestemming Nee (provinciaal Ja Ruimtebeslag Onbekend Natuur beleid is leidend)

Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek en nader onderzoek (zie Bijlage I) is gebleken dat in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn in het plangebied. In de volgende tabel is aangegeven of mogelijk sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn dan wel geadviseerd worden. Tabel 2. Beknopte samenvatting van de toetsing soortenbescherming.* De werkwijze dient te worden vastgelegd in een Ecologisch Werkprotocol. Soortgroep Soort(en) Essentieel leefgebied in Is er mogelijk sprake van een effecten, en is er plangebied? noodzaak tot vervolgstappen? Algemene broedvogels

verschillende soorten

Vogels met jaarrond beschermd nest

steenuil

Vleermuizen

laatvlieger

Zoogdieren

bever

Zoogdieren

das

Geschikt broedbiotoop. In NDFF vastgesteld territorium Weideweg 19 te Leunen. Groenstructuur parallel langs het westelijk deel van de N270 vormt een essentiële vliegroute. Drie bekende burchten in de omgeving van het plangebied Burcht aanwezig op circa 100m van het plangebied. Foerageert binnen plangebied.

Amfibieën

poelkikker

Voortplantingswater en landbiotoop aanwezig in de oksel van de A73. Het voortplantingswater bevindt zich buiten het plangebied.

Blad 2 van 54

Nee, mits buiten het broedseizoen wordt gewerkt of maatregelen worden genomen om te voorkomen dat broedende vogels aanwezig zijn.* Nee. Nee, de vliegroute blijft ondanks ingrepen functioneel. Geadviseerd wordt waar mogelijk de opgaande groenstructuur terug te brengen. Nee, echter dient met de soort tijdens de uitvoering rekening te worden gehouden.* Nee, echter dient met de soort tijdens de uitvoering rekening te worden gehouden.* Daarnaast dient de functionaliteit van de noord-zuid verbinding die nu wordt gevormd door het fietstunneltje behouden te blijven dan wel geoptimaliseerd te worden. Nee, mits voldoende maatregelen genomen worden om effecten te voorkomen.* Geadviseerd wordt de toekomstige oksel van de A73 (deels) in te richten als leefgebied voor de soort.

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

1

Inleiding

1.1

Aanleiding De Provincie Limburg is voornemens de provinciale weg N270 Eindhoven – Well gelegen tussen km 38.3 en km 42.0 gelegen in de gemeente Venray duurzaam her in te richten. Dit voornemen is echter in het huidige bestemmingsplan deels niet toegestaan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Ruimtelijke plannen, zoals dergelijke bestemmingsplan, dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming (Wnb) en Natuurnetwerk Nederland (NNN; Omgevingsverordening Limburg 2014)). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets (LNC Onderzoek). In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven en wordt antwoord gegeven of het plan uitvoerbaar is. In Figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1. Globale begrenzing van het plangebied (rood omrand). Bron ondergrond: Globespotter, 2017.

1.2

Planvoornemen Het plan omhelst verschillende aanpassingen aan de bestaande weg tussen km 38.3 en km 42.0 inclusief alle binnen dit wegvak gelegen aansluitingen. De voornaamste aanpassingen houden in dat het wegprofiel wordt aangepast waarbij deze tussen de Leunseweg en A73 wordt omgebouwd van twee rijstroken aan elkaar naar twee losse rijstroken met een tussenberm. Daarnaast worden met name de volgende aspecten gewijzigd: huidig viaduct kruising Leunseweg blijft gehandhaafd waarbij een nieuwe afrit wordt aangelegd en diverse andere kleinere infrastructurele wijzigingen; de huidige landbouwroute (Zuivelweg, Molenhofweg, Laagriebroekseweg, De Locht) wordt geoptimaliseerd; een beperkt deel van de huidige Baggerweg wordt verlengd;

Blad 3 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

-

de fietstunnel onder de N270 van het Swingerspad wordt meer naar het westen gelegd; de westelijke afrit A73 verschuift verder naar het westen; ten oosten van de Nobelstraat/De Germaan wordt een fietspad met fietstunnel gerealiseerd; ten noorden van, en parallel aan de N270 wordt tussen de Oirloseweg en de Msg. Hanssenstraat een fietspad gerealiseerd;

In Figuur 1.2 zijn de beoogde ingrepen op kaart weergegeven.

Figuur 1.2. Overzicht beoogde werkzaamheden.

Planning Beoogd is in 2019 de ontwikkeling planologisch mogelijk te maken. De aanbesteding zal in 2020 plaatsvinden, waarna het werk in dat jaar tevens zal starten. Beoogd is in 2022 het project gerealiseerd te hebben.

1.3

Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van het voorgenomen plan met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland; NNN) en het bepalen of het plan uitvoerbaar is. De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling geldt, dan wel een ontheffing of vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig is en zo ja, of deze ontheffing of vergunning kan worden verleend, komt in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wet natuurbescherming. Echter, deze vragen zijn ook relevant voor het bestemmingsplan omdat in deze Natuurtoets wordt beoordeeld of ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan het op voorhand in redelijkheid duidelijk is dat de Wet natuurbescherming niet de uitvoerbaarheid van het plan in de weg zal staan. Het bestemmingsplan kan pas worden vastgesteld nadat uit een Natuurtoets duidelijk is geworden of voor de activiteiten die volgen uit deze vaststelling de mogelijkheid bestaat tot het verkrijgen van een ontheffing of vergunning. De volgende onderzoeksvragen zijn van toepassing: Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van het plan? Vinden er als

Blad 4 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

gevolg van de ontwikkeling die mogelijk gemaakt worden door het plan effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden (Natura 2000 of NNN) voor? Zo ja, welke zijn dit en is er mogelijk sprake tot raakvlakken met voorliggend plan. Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).

1.4

Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: De Natuurtoets begint met een samenvatting en de belangrijkste conclusies van voorliggende Natuurtoets; Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het planvoornemen; Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het plangebied; Hoofdstuk 5 geeft aan of sprake is van raakvlakken met verschillende aspecten van de natuurwetgeving en of sprake is van eventuele vervolgstappen.

Blad 5 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

2

Wettelijk kader Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.

2.1

Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving.

2.2

Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. Soorten van de Vogelrichtlijn; 2. Soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. ‘Andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage).

Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Daarbij dient opgemerkt te worden dat een aantal vogelsoorten ook vallen onder artikel 3.5 en daarom niet verstoord mogen worden (zie ook tabel E in de bijlage). Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage, onderdeel A en B van de Wnb, zie ook

Blad 6 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

tabel C en D in Bijlage II van voorliggend rapport. Voor soorten in de bijlage, onderdeel A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in de bijlage, onderdeel B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn in Limburg in de Omgevingsverordening beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend in het kader van bestendig beheer en ruimtelijke ontwikkelingen. Indien bij het voornemen gestelde verboden in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij het bevoegd gezag. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie. Zie de Bijlage I voor een uitgebreide toelichting. Provinciaal beleid Op 6 december 2017 zijn de beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg in werking getreden.

Dit beleid is gericht om ruimte te bieden voor ontwikkeling, soorten in een gunstige staat te behouden en administratieve lasten en onderzoekslasten te minimaliseren. De voornaamste aspecten uit dit beleid zijn: Aanpassen van de Rijkslijst jaarrond beschermde vogelsoorten tot 20 soorten met jaarrond beschermd nest en 19 soorten waarvoor een omgevingscheck volstaat (niet langer een onderscheid tussen cat. 1-4 en cat. 5). Dit houdt in dat o.a. nesten van de buizerd en sperwer niet langer volledig jaarrond beschermd zijn. Nesten van de boerenzwaluw, bosuil, huiszwaluw, raaf, rode wouw en torenvalk zijn echter wel jaarrond beschermd; Bij inzet van afdoende bewezen mitigerende maatregelen om een overtreding te voorkomen is geen ontheffing benodigd; Bij behoud van functioneel leefgebied het verplaatsen van kunstmatige nestgelegenheid van jaarrond beschermde soorten zonder dat een ontheffing vereist is; Toetsen van effecten op circa 100 soorten mag ook in regionaal verband (i.p.v. enkel lokaal).

2.3

Gebiedsbescherming

2.3.1

Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en / of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.

2.3.2

Natuurnetwerk Nederland; beschermde gebieden Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden; de Natura 2000-gebieden maken daar deel van uit. Naast de Natura 2000-gebieden bevat het NNN ook overige leefgebieden van soorten en – om isolatie te voorkomen - gebieden die een verbinding vormen tussen natuurgebieden. Het NNN is onderdeel van het actieve beleid om bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. De

Blad 7 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

natuurgebieden die behoren tot het NNN en hun functies worden planologisch beschermd, hier geldt het ‘nee, tenzij’- principe. De planologische bescherming betekent in het kort dat geen nieuwe bestemmingen worden toegestaan die per saldo leiden tot een significante aantasting van de oppervlakte, de kwaliteit en de samenhang van het NNN. Hieraan wordt getoetst bij de verlening van een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In de provincie Limburg is het NNN vastgelegd in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) en door vertaald in de Omgevingsverordening Limburg 2014. In de Omgevingsverordening Limburg 2014 is het NNN aangeduid als de ‘Goudgroene zone’. Daarnaast geeft de Omgevingsverordening bescherming aan natuurlijke en landschappelijke waarden in de ‘Bronsgroene landschapszone’, het ‘Beschermingsgebied Nationaal Landschap’ en de ‘Zone natuurbeek’. Op 5 januari 2018 is de wijzigingsverordening (GC03) gepubliceerd, deze verordening voorziet in de toevoeging van bescherming van de ‘Zilvergroene natuurzone’. Tevens is middels deze wijziging een uitgebreidere beschrijving van de kernkwaliteiten van de Zilvergroene natuurzone, Bronsgroene landschapszone en Beschermingsgebied Nationaal Landschap opgenomen.

2.4

Bescherming houtopstanden De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft invulling aan de bescherming van houtopstanden die tot aan 1 januari 2017 vielen onder bescherming van de Boswet. De bescherming is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wnb. De Provincie is het bevoegd gezag. De bescherming betreft de houtopstanden die zijn gelegen buiten de bebouwde kom Wnb en die een oppervlakte hebben van meer dan 1.000 m2 (0,1 hectare) of bestaan uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. De Wnb doet geen uitspraken over houtopstanden die zijn gelegen binnen de bebouwde kom of met kleinere oppervlakte dan 1.000 m 2. Bescherming van dergelijke houtopstanden is een taak van de gemeentelijke overheid. De wet geldt niet voor: a) Houtopstanden op erven of in tuinen; b) Fruitbomen of windschermen om boomgaarden; c) Naaldbomen bedoeld als kerstbomen indien niet ouder dan 20 jaar; d) Kweekgoed; e) Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; f) Het dunnen van een houtopstand; g) Het uit populieren, wilgen, essen of elsen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van biomassa (onder specifieke voorwaarden). Voor houtopstanden groter dan 1.000 m2 is veelal sprake van overlap met de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV).

De mate van overlap kan per gemeente verschillen en is dus maatwerk. Toetsing aan de APV valt buiten de scope van de Natuurtoets. Voor houtopstanden die zijn beschermd in de Wnb geldt een meldingsplicht bij voorgenomen velling, en in principe tevens een herplantplicht. Herplant wordt in principe ter plekke ingevuld. Onder voorwaarden kan herplant ook elders worden gerealiseerd.

2.5

Procedure Als een project een kans op significante negatieve effecten op enig Natura 2000-gebied heeft, dient een vergunning beschermde gebieden aangevraagd te worden. Bij een overtreding van verbodsbepalingen uit de soortbescherming dient een ontheffing beschermde soorten aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag. Onder de Wet natuurbescherming is sprake van één rechtsdocument waarmee zowel vergunning (gebiedsbescherming) als ontheffing (soortbescherming) wordt verleend. Het bevoegd gezag is de provincie waar de activiteit (grotendeels) plaatsvindt. De aanvraag kan al dan niet gekoppeld aan de omgevingsvergunning,

Blad 8 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

ingediend worden bij het gemeenteloket of rechtstreeks bij de provincie. Over de ontheffing/vergunning wordt binnen 13 weken na ontvangst beslist. Bevoegd gezag kan de beslissingstermijn eenmaal verlengen met 7 weken.

Blad 9 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

3

Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.

3.1

Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. 2.

3.2

Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.

Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. ‘Andere’ beschermde soorten die zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel C en D in de bijlage) zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door tijdens de uitvoering bijvoorbeeld rekening te houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten, wordt voldoende aan de zorgplicht voldaan en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd. Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied, wordt de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd.

Hierbij wordt nagegaan of er in de periode 2012-2018 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij (tot 2500 meter) het plangebied. De soortgegevens hebben daarom betrekking op de regio en niet specifiek op het plangebied. Ook zijn verspreidingsgevevens van roofvogels en uilen van de provinciale kartering gebruikt (Provincie Limburg, 2014). Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie wordt een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen. Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van de gebiedendatabase op de website van het Ministerie van EZ of provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het plangebied t.o.v. van het NNN is de provinciale website geraadpleegd.

Blad 10 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

3.3

Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemd bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 27 november 2017 is vanaf circa 10:00 tot 16:30 een terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij regenachtig weer met een temperatuur van circa 10 C°. Op 7 maart 2018 bij helder weer en een temperatuur van circa 8 C° is een tweede terreinbezoek uitgevoerd. De focus van dit tweede bezoek lag op het bepalen van de geschiktheid van bomen voor beschermde soorten en daarnaast zijn de scope wijzigingen meegenomen in het onderzoek.

Ook is de oude schuur ten zuiden van de N270 geïnspecteerd op de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van de kerkuil. Naar aanleiding van deze oriënterende bezoeken is in 2018 conform geldende protocollen nader onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van vogelsoorten met jaarrond beschermd nest, vleermuizen en amfibieën. Het nader onderzoek, inclusief beschrijving van de methodiek en uitgebreid kaartmateriaal, is opgenomen in Bijlage I. De bevindingen van dit onderzoek zijn verwerkt in voorliggende Natuurtoets (LNC Onderzoek).

3.4

Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is, of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.

Blad 11 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

4

Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het projectgebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 in gegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening Limburg 2014 in de omgeving van het plangebied aangegeven wordt.

4.1

Gebiedsbeschrijving Het plangebied is gelegen ten zuiden van Venray (gemeente Venray, provincie Limburg). Het plangebied wordt globaal gevormd door de N270 tussen Enge Steeg in het westen en de Msg. Hanssenstraat in het oosten. Onderdeel van het plangebied is de aansluiting met de A73. Daarnaast wordt het plangebied gekruist door het spoor. Ook bevindt de Oostrumse beek zich in de directe omgeving van het plangebied. Nadat de beek vanuit het westen onder de A73 doorloopt loopt de beek parallel aan de zuidzijde van de N270. Aan de oostzijde van het plangebied loopt de beek onder de N270 door en loopt vanaf daar verder naar het noorden. Leunseweg Aan de westzijde kruist de Leunseweg de N270. Aan de noordzijde van de N270 staan aan de westzijde van de Leunseweg rijen met oudere eiken (zie Figuur 4.1 links). In de directe berm staan echter alleen enkele jonge bomen. De N270 loopt via een viaduct over de weg heen. Aan weerszijde van het viaduct is struweel aanwezig (zie Figuur 4.1 rechts). Nabij deze kruising is aan de zuidwestzijde een oude melkfabriek aanwezig. De natuurlijke waarde van dit gebied is beperkt.

Figuur 4.1. Kruising Leunseweg – N270.

N270 tussen Leunseweg en A73 Ten zuiden van de N270 tot aan de kruising met de A73 zijn agrarische percelen gelegen. De percelen zijn van de weg gescheiden middels een ondiepe bermsloot. In de berm aan de zuidzijde van de N270 staat een bomenrij met jonge essen (zie Figuur 4.2 links). De natuurlijke waarde van de agrarische percelen is beperkt. Aan de zuidzijde van de agrarische percelen staat een oude schuur (zie Figuur 4.2 rechts). Tevens bevindt zich hier een waterretentie gebied.

Blad 12 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Figuur 4.2. Links: Impressie agrarische percelen en bomenrij langs de N270. Rechts: oude schuur op circa 150 meter afstand.

Huidige landbouwroute De huidige landbouwroute wordt gevormd door de Zuivelweg, Molenhofweg, Laagriebroekseweg en De Locht, vervolgens komt deze uit op de Beemdweg. Deze bestaande wegen lopen allen door agrarisch gebied. Langs de Molenweg staat aan de oostzijde een doorlopende bomenrij (populier). In het zuidelijke deel is de bomenrij aan weerszijden van de weg aanwezig. Ook langs de Laagriebroekseweg en De Locht staan bomenrijen. De Oostrumse Beek loopt onder De Locht door middels een duiker. In Figuur 4.3 is een impressie gegeven van de huidige landbouwroute.

A

B

C

D

Figuur 4.3. Impressie huidige landbouwroute. A: Molenhofweg. B: Laagriebroekseweg. C: De Locht. D: Beemdweg.

Blad 13 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Knooppunt met de A73 Op deze locatie zijn verschillende biotopen aanwezig met een hoge natuurlijke waarde. De Oostrumse beek loopt hier door een natuurlijk gebied dat wordt gekenmerkt door drassige graslanden, moeraszones en (broek)bossen (zie Figuur 4.4). Ten westen van de oprit van de A73 loopt een parallelweg met aan de oostzijde een brede bermsloot die deels door een brede houtsingel loopt (zie Figuur 4.5). De A73 is uitgerasterd middels een faunaraster voor klein wild. Ingesloten tussen de westelijke op- en afritten van de A73 zijn bosschages aanwezig. De zuidelijke bosschage bestaat uit voornamelijk uit berk en eik. Binnen het gebied is een vrij grote poel aanwezig (zie Figuur 4.6). De noordelijke bosschage bestaat aan de zuidzijde uit nat rabatten bos met voornamelijk els en berk (zie Figuur 4.6). Aan de noordzijde is eik ingeplant.

Figuur 4.4. Links: stroomgebied Oostrumse beek. Rechts: duiker Oostrumse beek onder A73.

Figuur 4.5. Links: bermsloot A73. Rechts: parallelweg.

Figuur 4.6. Impressie zuidelijke bosschage tussen af- en opritten A73.

Blad 14 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Figuur 4.7. Impressie noordelijke bosschage tussen af- en opritten A73.

Oostzijde van het knooppunt met de A73 ‘building with nature’ tot aan spoor Het plan heeft hier voornamelijk betrekking op de rotonde met De Germaan. Het beoogde fietspad loopt hier langs de nieuw ingerichte Oostrumse beek (zie Figuur 4.8). Ten noorden van de N270, nabij het spoor wordt is een nieuw fietspad beoogd. In de huidige situatie is hier een braakliggend verhard terrein gelegen. Aan de zijde van de N270 is hier een houtwal aanwezig (zie Figuur 4.9).

Figuur 4.8. Oostrumse beek. Links: locatie raakvlak toekomstig fietspad De Germaan. Rechts: recent ingerichte beek.

Figuur 4.9. Braakliggend terrein met naastgelegen houtwal.

Blad 15 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Spoor tot aan Msg. Hanssenstraat Van de rotonde tot aan het spoor is aan de noordzijde van de N270 een fietspad beoogd. Ter hoogte van het fietspad langs de N270 is in de bestaande situatie een houtwal aanwezig (zie Figuur 4.10 links). Het fietspad zal bij de rotonde tevens de Oostrumse beek kruisen (zie Figuur 4.10 rechts). Onderaan het talud nabij het spoor is een vochtige houtopstand aanwezig (zie Figuur 4.11). Dit zijn met name jongere bomen. In het talud staan enkele oudere eiken.

Figuur 4.10. Links: Houtwal langs de noordelijke berm N270. Rechts: Oostrumse beek ter plaatse van beoogd fietspad.

Figuur 4.11. Impressie vochtige houtopstand onderaan het viaduct over het spoor.

4.2

Beschermde soorten

4.2.1

Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV onderdeel a en b) en de nietvrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1.

Blad 16 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Tabel 4.1. Overzicht waargenomen beschermde soorten (Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 ) en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest aangegeven met een ‘X’, in de directe omgeving van het plangebied (2,5 kilometer, NDFF, 2013-2018). Deze informatie is (deels) afkomstig uit de NDFF (22 november 2017) en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Soortgroep Vogels met een jaarrond beschermd nest*

Zoogdieren

Reptielen Amfibieën

Insecten - Dagvlinders

Soort

HR

Boomvalk

X

Bosuil

X

Boerenzwaluw Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Rode wouw Torenvalk Slechtvalk Steenuil Wespendief Das Eekhoorn Steenmarter

X

Bever Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis Laatvlieger Levendbarende hagedis

X X X X X

Alpenwatersalamander Boomkikker Heikikker Kamsalamander Poelkikker Vinpootsalamander Bruine eikenpage Teunisbloempijlstaart Kleine ijsvogelvlinder Geen waarnemingen bekend Geen waarnemingen bekend Geen waarnemingen bekend

X X X X X X X X X X X X X X

X X X X X X X X X

Insecten - Kevers Insecten - Libellen Planten * de afweging of er sprake is van een jaarrond beschermd nest voor soorten uit tabel 2 uit de beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg wordt gemaakt bij de beschrijving van de resultaten van het terreinbezoek (paragraaf 4.2.2).

Blad 17 van 54

A/B

X

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het plangebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.3.2 uiteengezet.

4.2.2

Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Vogels Soorten met jaarrond beschermd nest Zoals blijkt uit de bureaustudie is een aantal vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het projectgebied waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Tijdens het terreinbezoek is de buizerd meerdere malen overvliegend waargenomen in het gebied ten zuidwesten van het knooppunt A73-N270. Huismus, gierzwaluw, huiszwaluw en boerenzwaluw De huismus en gierzwaluw zijn beide soorten die voornamelijk in gebouwen broeden. De huismus broedt over het algemeen in stedelijk gebied in uiteenlopende holtes, meestal onder of rondom dakpannen (BIJ12, 2017a). De gierzwaluw nestelt in (hoge) bebouwing in donkere holtes in ventilatieschachten, spleten in muren, onder dakpannen en in kerktorens (BIJ12, 2017b). Ook de huiszwaluw en boerenzwaluwen hebben hun nesten aan menselijke bebouwing. In het plangebied is geen bebouwing aanwezig. Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten van de huismus, gierzwaluw, huiszwaluw en boerenzwaluw kan worden uitgesloten.

Grote gele kwikstaart De grote gele kwikstaart nestelt langs snelstromende beken in natuurlijke oevers of onder bruggen en aan gebouwen. Tijdens het terreinbezoek is de soort niet waargenomen. In het NDFF is een waarneming bekend van een baltsende grote gele kwikstaart nabij de duiker van de Oostrumse beek onder de N270 (zie Figuur 4.12). Deze locatie biedt geschikt nestbiotoop. Ook andere duikers waar de beek onder wegen doorloopt bieden geschikte nestlocaties. Tijdens het tweede terreinbezoek zijn de duikers onder de huidige landbouwweg geïnspecteerd. Er zijn hier geen jaarrond beschermde nesten van de grote gele kwikstaart aangetroffen. Ook met het nader onderzoek is geen nest indicerend gedrag van de grote gele kwikstraat waargenomen (zie Bijlage I). Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten van de grote gele kwikstaart kan worden uitgesloten.

Blad 18 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Figuur 4.12. Waarneming baltsende grote gele kwikstaart nabij duiker Oostrumse beek. Bron: NDFF

Uilen In het plangebied zijn geen braakballen of krijtsporen gevonden die mogelijk toebehoren aan uilen. De kerkuil heeft veelal zijn nest in boerenschuren. De steenuil broedt voornamelijk in nestkasten of bebouwing. De ransuil heeft zijn nest over het algemeen in dichte naaldbomen terwijl de bosuil voornamelijk broedt in boomholtes. Uit NDFF gegevens is bekend dat er plaatse van het agrarische bedrijf Weideweg 19 te Leunen (nabij de landbouwroute) een vastgesteld territorium van de steenuil aanwezig is. Het agrarische bedrijf wat het centrum is van het territorium bevindt zich op een afstand van circa 250 meter ten zuiden en oosten van het plangebied. Naar verwachting maakt het stroomgebied van de Oostrumse beek onderdeel uit van het leefgebied van de soort. Tevens is aan de zuidzijde van de agrarische percelen een oude schuur aanwezig die een geschikte nestlocatie vormt voor de kerkuil (zie Figuur 4.2 rechts). Deze schuur bevindt zich op een afstand van circa 150 meter ten zuiden en oosten van het plangebied. Tijdens het tweede terreinbezoek is de schuur geïnspecteerd op het voorkomen van nesten. Nesten, of sporen van gebruik door de kerkuil, zijn niet aangetroffen. Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten van de kerkuil kan worden uitgesloten.

In de directe omgeving van het plangebied worden als gevolg van het ontbreken van dichte beplanting geen nestplaatsen van de ransuil verwacht. Ook zijn binnen het plangebied geen geschikte oude bomen met holtes aangetroffen die nestlocaties bieden aan de bosuil. De meeste waarnemingen van de bosuil komen uit het bosgebied ten westen van Venray. Jaarrond beschermde nesten van de bosuil worden niet verwacht. Ook met het nader onderzoek is geen nest indicerend gedrag van de genoemde waargenomen (zie Bijlage I). Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten van de bosuil en ransuil kan worden uitgesloten.

Blad 19 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Roek De roek heeft zijn nest in kolonies. Tijdens het terreinbezoek is geen roekenkolonie aangetroffen. Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten van de roek kan worden uitgesloten. Ooievaar De ooievaar broedt in Nederland voornamelijk op kunstmatige nesten. Op het terrein van de woning Molenhofweg 9 te Leunen is een nestpaal aanwezig. Op de paal is echter geen nest aanwezig. Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten van de ooievaar kan worden uitgesloten. Slechtvalk De slechtvalk heeft in Nederland zijn nest voornamelijk op (zeer) hoge gebouwen. Binnen het plangebied zijn geen geschikte nestlocaties aanwezig. Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten van de slechtvalk kan worden uitgesloten. Overige Roofvogels De overige soorten met een jaarrond beschermd nest hebben over het algemeen een groter horst in voornamelijk oudere bomen of gebruiken oude kraaiennesten. Binnen het plangebied zijn enkele horsten aangetroffen die mogelijk toebehoren aan een vogelsoort met jaarrond beschermd nest (zie Figuur 4.13 en Figuur 4.14). Naar verwachting zijn dit nesten van een buizerdpaar, maar mogelijk zijn ze in gebruik door de torenvalk. Op basis van de kartering van uilen en roofvogels van de Provincie Limburg blijkt dat de buizerd in het verleden een territoria had in de oostelijke ingesloten bosschage zie (Figuur 4.15).

Op basis van deze gegevens blijkt ook dat de wespendief ten oosten van het knooppunt een territoria had (zie Figuur 4.16). Ook het voorkomen van jaarrond beschermde nesten op overige locaties op korte afstand van het plangebied kan niet op voorhand uitgesloten worden. Middels nader onderzoek (Bijlage II) is gebleken dat geen van de locaties in gebruik zijn als nestlocatie van een vogelsoort met jaarrond beschermd nest. Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten binnen de invloedsfeer van het plangebied kunnen worden uitgesloten.

Soorten waarvan getoetst moet worden dat voldoende functioneel leefgebied aanwezig blijft Naast vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zijn er soorten waarvan getoetst moet worden dat voldoende functioneel leefgebied aanwezig blijft. Nesten van deze soorten zijn mogelijk jaarrond beschermd als onvoldoende functioneel leefgebied aanwezig blijft. Het plangebied heeft geen biotopen die in de directe omgeving zeldzaam zijn. Er zijn daarom geen redenen om nesten van soorten uit tabel 2 van de “Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg” jaarrond te beschermen.

Blad 20 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

A

B

C

D

Figuur 4.13. Impressies waargenomen nesten, zie Figuur 4.14 voor locaties van de nesten.

BC

D A

Figuur 4.14. Locaties waargenomen potentieel jaarrond beschermde nesten. Bron ondergrond: Globespotter.

Blad 21 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Figuur 4.15 Territoria van de buizerd (rode stip). Bron: provinciale kartering (Provincie Limburg, 2014).

Figuur 4.16. Territoria van de wespendief (rode stip). Bron: provinciale kartering (Provincie Limburg, 2014).

Algemene vogelsoorten (artikel 3.1 en 3.5) Het plangebied biedt geschikt broedbiotoop voor algemene vogelsoorten. Met name de bosschages en bomen(rijen) binnen het plangebied bieden geschikte nestplaatsen. Zoogdieren Vleermuizen Verblijfplaatsen Bij het amoveren van bebouwing en het kappen van vooral oudere bomen dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen. Gebouwbewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering, achter boeiborden of op zolders. Boombewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen. De enige bebouwing die binnen het plangebied aanwezig is zijn de betonnen viaducten. Viaducten zijn als gevolg van trillingen ongeschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Het voorkomen van vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kan worden uitgesloten. De bosschages en groenstroken nabij de kruising met de A73, die mogelijk worden gerooid, worden ‘natuurlijk’ beheerd. Als gevolg van een dergelijk natuurlijk beheer is relatief veel dood hout aanwezig (zie Figuur 4.17). Hierdoor kon niet op voorhand worden uitgesloten dat de bomen worden gebruikt als zomer- of paarverblijfplaats van vleermuizen.

Blad 22 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Ook tussen het spoor en de Msg. Hanssenstraat worden bomen, waaronder oude eiken, gerooid. In enkele bomen zijn holtes aangetroffen die geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen (zie Figuur 4.18). In overige te rooien bomen zijn geen voor vleermuisgeschikte verblijfplaatsen aangetroffen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen is verspreid over 2018, conform het vleermuisprotocol 2017, onderzocht (zie Bijlage I). Uit het onderzoek blijkt dat het voorkomen van verblijfplaatsen kan worden uitgesloten.

Figuur 4.17. Impressie geschikte verblijfplaatsen vleermuizen bospercelen nabij knooppunt A73.

Figuur 4.18. Impressie geschikte verblijfplaatsen vleermuizen houtopstand ten noorden van de N270 tussen het spoor en de Msg. Hanssenstraat.

Foerageergebied Het plangebied kan functioneren als foerageergebied voor vleermuizen. Met name het natuurlijk ingerichte stroomgebied van de Oostrumse beek is bijzonder geschikt als foerageergebied. Het belang van het foerageergebied voor vleermuizen is verspreid over 2018, conform het vleermuisprotocol 2017, onderzocht (zie Bijlage I). Hieruit blijkt dat het aanwezige foerageergebied van redelijk belang is voor de gewone dwergvleermuis. Er is echter geen sprake van essentieel foerageergebied. Effecten op essentieel foerageergebied van vleermuizen kunnen worden uitgesloten. Vliegroutes Vleermuizen gebruiken lijnvormige landschapselementen als vliegroutes. Binnen het plangebied zijn enkele potentiële vliegroutes te herkennen (zie Figuur 4.19); Bomenrijen parallel aan de N270; De bosschages en bomenrijen nabij het knooppunt A73; De fietstunnel onder de N270 nabij knooppunt A73; Spoor onder de N270;

Blad 23 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

-

Bomen langs de huidige landbouwroute; Oostrumse beek.

Figuur 4.19. Impressie potentiële vliegroutes van vleermuizen. Bron ondergrond: Globespotter. Middels nader onderzoek is bepaald of in het plangebied, daar waar ingrepen plaatsvinden, sprake is van vliegroutes van groot belang (zie Bijlage I). Uit het onderzoek blijkt dat de vliegroute langs het westelijke deel van de N270 van groot belang is voor de laatvlieger. Deze maakt tijdens de kraamperiode (mei-juli) gebruik van de structuur als vliegroute (zie Bijlage I). De gevolgen van het voornemen voor deze soort worden in hoofdstuk 5 behandeld. Overige (land)zoogdieren Uit de bureaustudie blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende soorten voorkomen: bever, das, eekhoorn en steenmarter. Tijdens het terreinbezoek zijn meerdere beverburchten en –dammen waargenomen. De overige soorten zijn niet waargenomen. Bever Tijdens het terreinbezoek zijn samen met de heer van Rens van het Waterschap Limburg aanwezige watergangen nagelopen. Op basis van de kennis van het Waterschap blijkt dat in de directe omgeving van het plangebied drie beverburchten aanwezig zijn. Daarnaast is aangegeven dat mogelijk ook in het gebied dat is ingericht als ‘building with nature’ mogelijk een burcht aanwezig is (zie Figuur 4.20 en Figuur 4.21).

Blad 24 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

A

B

C

D

E

F

Figuur 4.20. Impressies beverburchten en -dammen. Zie Figuur 4.21 voor locaties.

Blad 25 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

D

F ?

C E

AB

Figuur 4.21. Locaties beverburchten en –dammen. Voor impressies zie Figuur 4.20. Het ‘?’ geeft de locatie waar, op basis van de aanwezige dammen, mogelijk ook een beverburcht aanwezig is.

Das De das leeft in gebieden die bestaan uit een combinatie van diverse biotooptypen. Vaak zijn dit zowel hooggelegen als laaggelegen gronden die op korte afstand van elkaar liggen, in meestal kleinschalige akker- en weidelandschappen met voldoende bosjes, houtwallen, singels en watersptheggen. De belangrijkste kenmerken van het habitat zijn: groot voedselaanbod, goed vergraafbare bodem, voldoende dekking en weinig verstoring (BIJ12, 2017c) Buiten het plangebied op de hoger gelegen oevers van het waterretentiegebied is een bekende dassenburcht aanwezig (zie Figuur 4.22). Binnen het plangebied zijn geen burchten van de soort aangetroffen. Als gevolg van de aanwezigheid van de bever hebben een groot aantal delen van het plangebied een nat karakter waardoor deze delen ongeschikt zijn als locatie voor een dassenburcht. Een dassenburcht wordt niet binnen het plangebied verwacht. Naar verwachting foerageert de soort binnen het plangebied. Rijkswaterstaat heeft aangegeven dat in de duiker onder de A73 een betonnen loopplank aanwezig is die dient als faunapassage voor (o.a.) de das. Ten tijde van het terreinbezoek stond het water in de Oostrumse beek boven dit loopgedeelte waardoor de passage niet functioneel is. De Dassenwerkgroep Venray heeft in 2017 een beoordeling gemaakt van de verbindingen van de das in de omgeving van de N270.

Daaruit blijkt dat het (fiets)tunneltje naast de westelijke op-en afrit van groot belang is als migratieroute van de das (zie Figuur 4.23). De gevolgen van het project op de das worden in hoofdstuk 5 behandeld.

Blad 26 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Figuur 4.22. Locatie dassenburcht (Gemeente Venray, 2018). Bron ondergrond; Globespotter, 2017.

Figuur 4.23. Noord/zuid verbinding das Venray (Dassenwerkgroep Venray, 2017).

Blad 27 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Eekhoorn Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is, komen ze ook in bebouwd gebied. Hun voorkeur gaat uit naar ouder bos (naaldbomen ouder dan 20 jaar en loofbomen ouder dan 40-80 jaar) omdat daar meer voedsel en nestgelegenheid is. In de directe omgeving van het plangebied zijn geschikte nestlocaties aanwezig. Tijdens het terreinbezoek zijn echter geen nesten van de soort aangetroffen. Ook zijn binnen het NDFF ‘slechts’ twee waarnemingen van de soort bekend in de afgelopen 5 jaar. Nesten van de eekhoorn worden niet verwacht. Steenmarter De steenmarter heeft zijn nest voornamelijk in vervallen bebouwing en op boerenerven. Binnen het plangebied zijn geen geschikte nestlocaties aanwezig. Het voorkomen van verblijfplaatsen van de steenmarter kan worden uitgesloten. Reptielen Uit de bureaustudie blijkt dat in de omgeving van het plangebied de levendbarende hagedis voorkomt. Tijdens het terreinbezoek is deze of overige soorten beschermde amfibieën niet waargenomen. Levendbarende hagedis Op basis van het natte karakter van het plangebied is geen optimaal leefgebied van de levendbarende hagedis aanwezig. Tevens komen zijn alle waarnemingen in het NDFF gedaan in de bosgebieden op grotere afstand van het plangebied.

Het voorkomen van de levendbarende hagedis wordt niet verwacht. Amfibieën Uit de bureaustudie blijkt dat in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend zijn van de alpenwatersalamander, boomkikker, heikikker, kamsalamander, poelkikker en vinpootsalamander. Binnen de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van de soorten op korte afstand van het plangebied. De waarnemingen in het NDFF concentreren zich voornamelijk in de natuurgebieden ‘Rouwkuilen’ en ‘Paardekop’. Enkel van de alpenwatersalamander zijn waarnemingen bekend in Venray zelf. Met onderzoek in het verleden is de poelkikker waargenomen nabij het gebied dat is ingericht middels het ‘building with nature’ concept (Groenplanning, 2008). Binnen het bosrijke plangebied zijn meerdere visloze wateren en poeltjes aanwezig die potentieel geschikt zijn als voortplantingsbiotoop voor beschermde amfibieën, zoals de alpenwatersalamander, kamsalamander en vinpootsalamander. Deze ondiepe wateren zijn echter, als gevolg van de hoge mate van beschaduwing, beperkt geschikt als voorplantingsbiotoop voor de poelkikker. Als gevolg van de aanwezigheid van de Oostrumse beek zijn de wateren goed bereikbaar voor amfibieën. De wateren bevinden zich in de zuidwestelijke hoek nabij het knooppunt met de A73. Ook in de geïsoleerde bosschages tussen de op- en afritten van de A73 zijn geschikte wateren aanwezig.

Het voorkomen van leefgebied van de alpenwatersalamander, kamsalamander, poelkikker en vinpootsalamander kan niet op voorhand worden uitgesloten. Voor de overige soorten; boomkikker en heikikker zijn als gevolg van het ontbreken van geschikte biotopen in de omgeving geen geschikte voorplantingswateren aanwezig. In 2018 heeft onderzoek conform geldende protocollen plaatsgevonden naar het voorkomen van de alpenwatersalamander, kamsalamander, poelkikker en vinpootsalamander. Uit het onderzoek is gebleken dat binnen het plangebied geen voortplantingswater van beschermde soorten voorkomt. Buiten het plangebied, in de oksel van de A73, is voorplantingsbiotoop van de

Blad 28 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

poelkikker waargenomen (zie Bijlage I). Naar verwachting maakt de soort gebruik van het plangebied als land- en winterbiotoop. De gevolgen van het project op de poelkikker worden in hoofdstuk 5 behandeld. Vlinders, libellen en overige soortgroepen Uit de bureaustudie blijkt dat in de omgeving van het plangebied de bruine eikenpage, teunisbloempijlstaart en kleine ijsvogelvlinder voorkomen. Tijdens het terreinbezoek zijn geen beschermde vlinders, libellen en overige soortgroepen waargenomen. Binnen het NDFF zijn slechts enkele waarnemingen bekend van de soorten. Aangezien de aanwezige bosschages op korte afstand van de N270 zijn gelegen en van beperkte omvang zijn wordt geen essentieel leefgebied van beschermde vlinders, libellen of overige soortgroepen verwacht. Flora Uit de bureaustudie blijkt dat geen waarnemingen bekend zijn van beschermde plantensoorten. Tijdens het terreinbezoek zijn tevens geen beschermde plantensoorten aangetroffen. De gronden binnen het plangebied zijn als gevolg van de agrarische percelen en de aanwezigheid van drukke wegen vrij voedselrijk waardoor geschikte standplaatsfactoren voor beschermde planten ontbreken. Beschermde plantensoorten worden niet verwacht.

4.2.3

Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in tabel 4.2 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het plangebied.

Blad 29 van 54

Natuurtoets N270 Via Venray LNC Onderzoek projectnummer 0417318.00 30 november 2020 revisie 02 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Tabel 4.2: Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied. BeschermingsSoort Aanwezigheid Soortgroep regime

Toelichting

Vogels

algemene broedvogels

Artikel 3.1/3.5

Ja

Geschikt broedbiotoop aanwezig.

Vogels

steenuil

Artikel 3.5

Waarschijnlijk

In NDFF vastgesteld territorium bekend op Weideweg 19 te Leunen.

Vleermuizen vliegroute

Laatvlieger

Artikel 3.5

Ja

Westelijk deel van de N270 vormt een vliegroute van groot belang.

Vleermuizen foerageergebied

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10736251/1