06 Toelichting St. Leonardsweg 19 en ong te Wanssum
Tekst van het document
Bestemmingsplan St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum Gemeente Venray
COLOFON Gegevens over het plan: Plannaam: Identificatienummer: Status: Datum: Projectnummer Buro SRO:
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum NL.IMRO.0984.BP22034-va01 Vastgesteld 12 maart 2024 36.60.02
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:
Michels Advies b.v.
Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem: Telefoon: E-mail: Internet:
Dhr. T. Vette Sweerts de Landasstraat 50, 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.buro-sro.nl
2
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
Inhoudsopgave Vaststellingsbesluit
5
Toelichting
7
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
Inleiding Aanleiding voor het bestemmingsplan Ligging plangebied Leeswijzer Het initiatief Huidige situatie Toekomstige situatie Duurzame stedenbouw Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Uitvoerbaarheid Milieu Water Ecologie Verkeer Cultuurhistorie en archeologie Explosieven Economische uitvoerbaarheid Juridische planbeschrijving Algemeen Wijze van bestemmen Procedure Algemeen Handhaving Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro / omgevingsdialoog Verslag zienswijzen
9 9 9 10 11 11 12 13 15 15 18 19 27 27 40 43 45 45 47 47 48 48 48 49 49 49 50 50 50
Bijlagen bij de toelichting
51
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8
53 55 57 59 61 63 65 67
Bodemonderzoek St. Leonardsweg 19 Bodemonderzoek St. Leonardsweg ong. Wanssum Akoestisch onderzoek AERIUS-berekening aanlegfase AERIUS-berekening gebruiksfase Quickscan flora en fauna Verslag omgevingsdialoog Eindrapport Adviezen en Zienswijzen
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
3
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
69 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Wonen Waarde - Archeologie - 6 Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
71 71 76 78 78 83 85 85 85 85 86 86 87 88 88 88
Bijlagen bij de regels
89
Bijlage 1 Bijlage 2
91 93
4
Staat van bedrijfsactiviteiten Inpassingsplan
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
Vaststellingsbesluit
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
5
6
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
Toelichting
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
7
8
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding voor het bestemmingsplan
De initiatiefnemers zijn voornemens om in Wanssum, aan de St. Leonardsweg 19 en een aangrenzend perceel, een agrarische bedrijfswoning om te zetten in een burgerwoning en drie vrijstaande burgerwoningen te realiseren. Deze ontwikkeling past niet in het geldende bestemmingsplan. Omdat het initiatief wel passend is op de locatie, wordt medewerking verleend aan een herziening van het bestemmingsplan. In dit document wordt dit toegelicht en gemotiveerd waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de St. Leonardsweg in het woongebied van Wanssum. Bijgevoegde afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.
Ligging plangebied en de omgeving (bron: openstreetmap.org)
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
9
1.3
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de bestaande situatie en van het plan. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 4 wordt de haalbaarheid van het project getoetst op grond van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Ook wordt ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische opzet van het plan. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op de wijze hoe burgers en andere belanghebbenden betrokken zijn bij het plan (maatschappelijke uitvoerbaarheid). Hierin zijn de uitkomsten van inspraak, vooroverleg en zienswijzen opgenomen.
10
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
Hoofdstuk 2
Het initiatief
In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde initiatief.
2.1
Huidige situatie
Het plangebied ligt aan de noordkant van het woongebied van Wanssum, op de hoek van de St. Leonardsweg en Het Zandt. Het plangebied is onderdeel van de oorspronkelijke lintbebouwing, die in de loop van de vorige eeuw is vergroeid met de kern Wanssum, ten zuiden van het plangebied. De bebouwing uit de omgeving heeft qua stijl en situering nog een landelijk karakter, maar de woonfunctie is in de loop der jaren dominant geworden. Verder naar het noorden loopt de nieuwe provinciale rondweg N270 (Boomkensweg). Deze rondweg is aangelegd als onderdeel van de grootschalige gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum. Het plangebied bestaat uit twee percelen. Binnen het noordelijk perceel, kadastraal bekend als sectie D, nummer '2023', ligt een voormalige agrarische bedrijfslocatie St. Leonardsweg 19. Tegen de St. Leonardsweg staat een oude hoeve, een zogenaamde langgevelboerderij die dienst doet als bedrijfswoning. Achter de boerderij staan meerdere voormalige bedrijfsgebouwen met een gezamenlijk oppervlak van ca 735 m². Het zuidelijk perceel, kadastraal bekend als sectie D, nummer '134', betreft een weiland dat wordt begrensd door een houten hek. Het totale oppervlak van het plangebied betreft ca 6.000 m². Navolgende afbeeldingen tonen de bestaande situatie van het plangebied.
Huidige situatie plangebied (bron: PDOk viewer)
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
11
Aanzicht plangebied vanaf zuidoostelijke hoek (bron: Landschappelijk en stedenbouwkundig inpassingsplan, Ir Guido W.F.M. Paumen)
Aanzicht plangebied vanaf noordoostelijke hoek (bron: Landschappelijk en stedenbouwkundig inpassingsplan, Ir Guido W.F.M. Paumen)
2.2
Toekomstige situatie
Voorliggend plan voorziet in de ontwikkeling van een woonlocatie met in totaal vier woningen, de bestaande woning in de hoeve en drie nieuwe vrijstaande burgerwoningen. Eén van de nieuwe woningen wordt ten zuiden van de hoeve, op het onbebouwde weiland, ontwikkeld. Deze woning is georiënteerd op de St. Leonardsweg. De andere twee woningen worden achter de hoeve gerealiseerd, gericht op Het Zandt. Alle woningen worden ten minste 10 meter van de openbare weg gerealiseerd. De huidige bedrijfswoning binnen de hoeve blijft als burgerwoning behouden. Van agrarische bedrijfsvoering aan de St Leonardsweg is in de toekomstige situatie geen sprake meer. De voormalige bedrijfsgebouwen worden gesloopt. De bestaande en de nieuwe woningen worden stedenbouwkundig ingepast. De zuidelijke woning is te typeren als 'dorpsrandwoning'. De woning krijgt anderhalve anderhalve bouwlaag met kap met de nokrichting parallel aan de St. Leonardsweg. De twee andere woningen worden uitgevoerd als schuurwoning en krijgen één bouwlaag met kap met de nokrichting parallel aan Het Zandt. Parkeren gebeurt straks geheel binnen eigen terrein, zie verder paragraaf 4.4. Landschappelijke inpassing De toekomstige woonlocatie wordt landschappelijk ingepast. Aan de basis staat het landschappelijk inpassingsplan uit Bijlage 2 Inpassingsplan van de regels.
Uitgangspunt van de landschappelijke inpassing betreft de voormalige inrichting van het gebied als 'oud bouwland aan de rand van de kern'. Landschapselementen die terugkomen in het ontwerp zijn geschoren hagen, losse bomenrijen of boomgroepen en solitaire bomen. Aan de westkant zal een vogelbosje worden gerealiseerd. Voor het opvangen van overtollig hemelwater worden de toekomstige woonkavels deels begeleid door infiltratiegreppels waar water dat op daken en verharding neerslaat naartoe kan worden geleid.
12
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
Toekomstige inrichting en de nieuwe landschapselementen van het plangebied (bron: Landschappelijk en stedenbouwkundig inpassingsplan, Ir Guido W.F.M. Paumen)
2.3
Duurzame stedenbouw
In een duurzame leefomgeving wordt bewust omgegaan met energie, klimaat, grondstoffen, ruimte, water en groen. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn een logisch moment om de verschillende aspecten van duurzame stedenbouw vanaf het begin in de planvorming mee te nemen. Bouwbesluit Het Bouwbesluit stelt eisen aan energiezuinigheid van nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen. De maat voor energiezuinigheid heet Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Voor woningen geldt sinds 2015 een Energie Prestatie Coëfficiënt van 0,4 op gebouwniveau. Vanaf 2020 wordt deze verlaagd richting een coëfficiënt dichter bij de nul. Vanaf 2020 moeten alle nieuwe gebouwen voldoen aan de BENG-eisen. Dit is rijksbeleid, waarbij BENG staat voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen.
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
13
Kansen Bij de herinrichting van een perceel en bij nieuwbouw liggen kansen om duurzaamheid te verbeteren. Het energieneutraal maken van een gebouw kan beter bij de bouw dan achteraf. Nieuwbouw biedt de kans om meteen voor een duurzame wijze van verwarming te kiezen, maar ook andere duurzaamheidsaspecten zijn bij nieuwbouw relatief eenvoudig te realiseren, zoals het opwekken van duurzame energie. Het is van belang de kansen voor het opwekken van duurzame energie te benutten om de gestelde toename van duurzaam opgewerkte energie te behalen. Sinds 01-07-2018 moeten nieuwe woningen gasloos worden gebouwd. Daarnaast kan bij de inrichting van de buitenruimte rekening worden gehouden met water- en hittestress. Het aanplanten van groen is goed voor de klimaatbestendigheid, omdat het bijdraagt aan het verminderen van de hittestress en het verbeteren van het watervasthoudend vermogen van het gebied. Verder kan er voor het materiaal gekozen worden voor het hergebruik van bouwmaterialen. Men kan kijken naar circulaire isolatiematerialen (zoals houtvezel en hennep). Het voordeel hiervan is dat deze materialen het leefklimaat bevorderen en langdurig CO2 opslaan op deze wijze. Planspecifiek De nieuwe woningen worden gerealiseerd conform de huidige geldende eisen uit het Bouwbesluit op het gebied van isolatie en energie. Kansen met betrekking tot duurzamer energiegebruik worden hiermee benut.
Zo krijgen de woningen geen aansluiting op het gasnetwerk maar worden de woningen anderszins verwarmd. Ten opzichte van de huidige versteende locatie St. Leonardsweg 19 neemt het verhard oppervlak aanzienlijk af (ca. 520 m2, zie paragraaf 4.2) en neemt de hoeveelheid groen op die locatie aanzienlijk toe. Dit is vastgelegd in het landschappelijk inpassingsplan (bijlage 2). De nieuwe bomen en struiken zorgen voor schaduwwerking, met een aangenamer leefklimaat op (zeer) warme dagen tot gevolg. Overtollig hemelwater wordt straks opgevangen in nieuw te graven greppels. Samen met de afname van het verhard oppervlak is daarmee geborgd dat er geen wateroverlast voor de omgeving ontstaat.
14
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.
Met de komst van de NOVI komen meerdere nationale beleidsstukken te vervallen, waaronder de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Strategisch relevante delen van de SVIR en het Barro worden echter opgenomen in de NOVI en blijven daarmee ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. Dit bestemmingsplan zal daarom ook aan dit beleid worden getoetst. Gebiedsgericht De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. In het Barro waren regels opgesteld waarmee deze gebiedsbescherming juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. Ladder duurzame verstedelijking Een meer algemeen onderwerp uit de SVIR is 'duurzame verstedelijking'. Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied.
Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro (artikel 3.1.6 onder 2). De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
15
Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Planspecifiek Gebiedsgericht Het plangebied ligt in een van de aangewezen gebieden van de NOVI/SVIR en het Barro, namelijk het 'Rivierbed'. Rivierbed (artikel 2.4.3 Barro) Het gehele plangebied ligt binnen het 'Rivierbed' van de rivier de Maas. In de toelichting van het Barro (2.4.3) staat het volgende beschreven over de regeling behorende bij het besluitsubvlak rivierbed: 'Dit artikel verwoordt de algemene rivierkundige voorwaarden waaraan toe te laten (bouw)activiteiten in het rivierbed, ongeacht de aard en de omvang daarvan, altijd moeten voldoen. Deze voorwaarden zijn een vertaling van de zorgplicht van de initiatiefnemer van een activiteit in het rivierbed, die is verwoord in artikel 6.15, eerste lid, van het Waterbesluit.
Om de belangen waarop deze bepaling ziet, ook via het ruimtelijke spoor te borgen, dienen deze voorwaarden door te werken in het bestemmingsplan. Dit laat overigens onverlet dat het eveneens gewenst is dat rekening wordt gehouden met de in het gebied aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische waarden'. In artikel 2.4.3 van de regels van het Barro is het volgende opgenomen 1. Een bestemmingsplan wijst ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan alleen nieuwe bestemmingen in een rivierbed aan in het geval er sprake is van: a. een zodanige situering van de bestemming dat het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; b. geen feitelijke belemmering voor de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier; c. een zodanige situering van de bestemming dat de waterstandverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is, en d. een zodanige situering van de bestemming dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert. 2. Bij toepassing van het eerste lid worden resterende waterstandeffecten of afname van het bergend vermogen gecompenseerd. 3. In een bestemmingsplan wordt vastgelegd hoe de effecten op de waterstand en de afname van het bergend vermogen worden gecompenseerd. Waterwet Het gehele plangebied ligt binnen het rivierbed van rivier de Maas.
Naar aanleiding van de overstromingen in 1993 en 1995 is het plan Ooijen-Wanssum opgesteld met enerzijds als doel ruimte voor de rivier en anderzijds hoogwaterbeveiliging met ruimte om te ondernemen en te wonen. Het plangebied ligt 'binnendijks' van het inmiddels uitgevoerde plan Ooijen-Wanssum. Overlast van hoogwater is derhalve niet meer te verwachten en het plangebied heeft geen effecten op de afvoercapaciteit van de rivier. Dit is nader uitgelegd in paragraaf 4.2. Het aanvragen van een watervergunning op grond van de Waterwet is daarom niet aan de orde. Waterbesluit Op basis van kaartblad 19 van de waterregeling ligt het plangebied binnen het waterstaatkundig beheer. Specifiek ligt het plangebied binnen 'Gebieden waar paragraaf 6 van hoofdstuk 6 van het Waterbesluit niet van toepassing is'. Deze gebieden zijn op de kaart aangegeven met de gele kleur. Op grond van het bepaalde in de
16
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
waterregeling geldt er daarom een vrijstelling van de vergunningplicht. Als gevolg van de ligging in het rivierbed kan echter wel hoogwater optreden. Bij schade als gevolg hiervan kan geen schadevergoeding verhaald worden op het Rijk. Bouwen op deze locatie is op eigen risico en verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer.
Uitsnede van kaartblad 19 van de waterregeling (bron: Ministerie van Verkeer en Waterstaat)
Planologische doorvertaling voorliggend bestemmingsplan Op de verbeelding van voorliggend plan is gelet op het voorgaande geen dubbelbestemming 'Waterstaat Rivierbed' opgenomen. Geconcludeerd wordt dat het initiatief geen negatief effect heeft op het rivierbed. Het initiatief past daarmee binnen het gestelde van artikel 2.4.4. Barro. Ladder duurzame verstedelijking Voorliggend initiatief voorziet in het omzetten van een bedrijfswoning in een burgerwoning, en het toevoegen van drie burgerwoningen binnen het plangebied. Jurisprudentie heeft uitgewezen dat ontwikkelingen van 11 woningen of minder niet beschouwd worden als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder. Omdat voorliggend plan hier ruimschoots onder valt, is verdere toetsing aan de ladder duurzame verstedelijking niet aan de orde. Het initiatief is passend binnen het rijksbeleid.
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
17
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg Op 1 oktober 2021 is de Provinciale Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. In de omgevingsvisie Limburg is de lange termijn visie van de provincie Limburg beschreven. In de visie staat beschreven hoe de provincie richting wil geven aan toekomstbestendige ontwikkeling en hoe daarbij steeds de balans wordt gezocht tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. De provincie geeft met deze visie een doorkijk voor de periode 2021 tot 2030 - 2050. De omgevingsvisie Limburg vervangt het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) en is in een interactief proces met overheden, semi - overheden, belangenvertegenwoordigers, andere partnerorganisaties en inwoners opgesteld. De visie bouwt deels voort op eerder gemaakte beleidskeuzes. Op andere onderdelen zijn nieuwe keuzes gemaakt. In de omgevingsvisie staan drie hoofdopgaven centraal: Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; 1. in stedelijk c.q. bebouwd gebied 2. in landelijk gebied Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouw transitie; Klimaatadaptatie en energie transitie. Deze opgaven spelen Limburg-breed, maar de accenten verschillen per gebied en per sector.
Per sector is in de omgevingsvisie aangegeven wat de opgave is voor de sector, welke ambitie de provincie heeft met deze sector en welke keuzes worden gemaakt per sector. Ook voor de sector 'land- en tuinbouw' is op deze manier beschreven welke richting de provincie de komende jaren op wil. 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg De Omgevingsverordening Limburg voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening Limburg treedt in werking bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen.
Kaartuitsnede kaart 2 'Duurzame verstedelijking en bestuursafspraken regionale uitwerking POL2' (bron: Omgevingsverordening Limburg 2014)
18
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
Planspecifiek Op basis van de Omgevingsverordening Limburg 2014, zie ook voorgaande kaartuitsnede, ligt het plangebied binnen het 'bebouwd gebied' (stedelijke contour). Binnen het bebouwd gebied zijn stedelijke functies zoals wonen passend. Voorliggend initiatief is daarmee passend binnen het provinciaal beleid. Provinciaal Inpassingsplan Op 15 maart 2017 is het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) 'Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum' vastgesteld. De betekenis van dit PIP voor het plangebied komt nader aan bod in paragraaf 3.3.8. Conclusie Voorliggend initiatief past binnen het provinciale beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Toekomstvisie Venray 2030 'Venray loopt voorop' Op 27 juni 2019 is de Toekomstvisie Venray 2030 'Venray loopt voorop' vastgesteld. In deze visie heeft de gemeente Venray haar ambities opgesteld voor de ontwikkeling van de gemeente tot 2030. Deze visie vervangt de Strategische visie 2020 en de nota 'Venray, stad in de Peel (2025)'. De toekomstvisie geeft de gemeente een koers voor het omgaan met nieuwe trends en ontwikkelingen in de gemeente, zowel binnen de gemeenschap van Venray als in de regio. Belangrijke thema's uit de vorige strategische visie worden doorgezet in deze visie. 'Venray loopt voorop' heeft aandacht voor burgerparticipatie, de rol van de overheid, en regionale samenwerking, met name op het gebied van onderwijs, bedrijfsleven en in de naaste omgeving van inwoners. Hiermee speelt de toekomstvisie in op de nieuwe Omgevingswet. Daarnaast is er veel aandacht voor de kwalitatieve ontwikkeling van onder meer de leefomgeving. De uitdaging daarbij is om de ruimtelijke kwaliteit zowel in de stad, op het platteland als in de natuur op een hoog niveau te houden. De gemeente Venray heeft voor de komende tien jaar de volgende vijf ambities geformuleerd.
In het Venray van 2030: zijn inwoners, hun netwerken, culturen en voorzieningen met elkaar verbonden; woon je groen en sociaal; zorgt ondernemerschap met aandacht voor mens, dier en milieu, voor nieuwe economische kansen; stroomt kennis, creativiteit en vernieuwing; is iedereen mobiel. Planspecifiek In de Toekomstvisie Venray 2030 'Venray loopt voorop' stelt de gemeente de ambitie om groen en sociaal te wonen. Het plan voorziet in het omzetten van de bedrijfswoning in een burgerwoning en het oprichten van drie nieuwe burgerwoningen aan de rand van het stedelijk gebied van Wanssum. Het inpassingsplan voorziet in het aanbrengen van groen, zoals de aanplant van geschoren hagen, losse bomenrijen of bomengroepen en solitaire bomen. Het plan sluit hiermee aan op de ambities uit de Toekomstvisie. Het initiatief past binnen de Toekomstvisie Venray 2030 'Venray loopt voorop'.
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
19
3.3.2 Omgevingsvisie Venray Op 2 november 2021 heeft de gemeente Venray de 'Omgevingsvisie Venray' vastgesteld. In de Omgevingsvisie gaat de gemeente in op de grote uitdagingen van de aankomende tijd en geeft de gemeente aan waar het naar toe wil in de toekomst. De Omgevingsvisie vormt de ruimtelijke vertaling van de strategische visie: Toekomstvisie 2030 'Venray loopt voorop'. De Omgevingsvisie is tot stand gekomen in samenwerking met inwoners, ondernemers en verenigingen uit de gemeente Venray. De volgende vijf ambities zijn geformuleerd: 1. Groen wonen voor iedereen. 2. Een gezond Venray heeft de toekomst. 3. Venray bloeit, bruist en boeit. 4. Natuurlijk Venray! 5. Ambities in regionaal perspectief. Verder geeft de gemeente aan dat het de belangrijkste waarden (Erfgoed, Landschap, Natuur en Groen, Water en bodem en Stedenbouwkundig kader) wil beschermen en versterken. Daarbij wordt er rekening gehouden met klimaatverandering, de energietransitie en de woningbouw om het woningtekort op te lossen. Woongebieden Venray en de dorpen kennen een fijn woonklimaat. Tegelijkertijd is er binnen de gemeente een woningtekort. Zowel voor jongeren als voor ouderen. De gemeente wil bouwen voor behoefte en sturen op meer kwaliteit van woningen. Oplossingen ziet de gemeente in het bouwen van woningen die meer aansluiten bij het toekomstperspectief.
Een vooruitblik in de toekomst laat zien dat: er voldoende groen en ruimte is waar Venraynaren elkaar dicht bij huis kunnen ontmoeten en er passende woningen zijn voor jong en oud.
Uitsnede van de kaart 'Woongebied' uit de Omgevingsvisie Venray (bron: Omgevingsvisie Venray)
20
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
Planspecifiek In de Omgevingsvisie geeft de gemeente Venray aan dat het plangebied ligt binnen het woongebied van de gemeente, zie ook voorgaande afbeelding. De gemeente geeft aan dat er binnen de gemeente sprake is van een woningtekort. Voor de ontwikkeling van nieuwe woningen wordt in de eerste plaats gekeken naar mogelijkheden binnen de 'woongebieden'. Voorliggend initiatief sluit hier op aan. Het initiatief past binnen de 'Omgevingsvisie Venray'. 3.3.3 Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling 2011 - Borging Kwaliteitsmenu Op 20 december 2011 heeft de gemeente Venray de 'Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling 2011' vastgesteld. Uitgangspunt van deze visie is dat ruimtelijke ontwikkelingen kunnen worden aangegrepen om de ruimtelijke kwaliteit van een gebied te verbeteren. Het doel daarbij is om bestaande (groene) kwaliteiten te behouden en waar mogelijk te verbeteren, zowel in het buitengebied als in het stedelijk gebied. Bijdrage RO solitaire woningbouw Voor het bepalen van de hoogte van de bijdrage van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen van solitaire woningbouw initiatieven aan de ruimtelijke kwaliteit maakt de gemeente een onderscheid tussen het buitengebied en het stedelijk gebied.
Binnen deze twee gebieden zijn deelgebieden aangewezen: P1 = Ecologische Hoofdstructuur (EHS); P2 = Provinciale Ontwikkelingszone Groen; P3 = ruimte voor veerkrachtige watersystemen. overige gebieden binnen het buitengebied en stedelijk gebied. Voor solitaire woningbouwontwikkelingen in het buitengebied geldt dat deze binnen P1 en P2 gebieden op voorhand niet zijn toegestaan. Voor de overige gebieden in het buitengebied komt de financiële bijdrage neer op €100,- per m² kavel of €125,- per m² bvo appartement. Deze bedragen komen ten gunste van het fonds buitengebied. Voor het stedelijk gebied geldt dat nieuwe solitaire woningbouwontwikkelingen binnen P2 op voorhand niet zijn toegestaan. Voor ontwikkelingen binnen P3 komt de bijdrage neer op €100,- per m² kavel of €125,- per m² bvo appartement. Voor ontwikkelingen binnen de overige stedelijke gebieden bedraagt de afdracht uit € 2.500,- per kavel of appartement. Deze bedragen komen ten gunste van het fonds stedelijk gebied. Planspecifiek Zoals reeds behandeld in de paragrafen 3.2.2 en 3.3.2 maakt het plangebied onderdeel uit van het stedelijk gebied / woongebied en ligt het plangebied niet in perspectief P2 of P3. Op grond van de 'Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling 2011' is daarmee geen RvR regeling (afdracht in de zin van €100/m2 of een bouwtitel) van toepassing.
Wel is de bijdrage overig stedelijk gebied van €2500 per toe te voegen kavel van toepassing, zie ook de inleidende tekst van voorliggende subparagraaf. Met voorliggend plan wordt een ruimtelijke kwaliteitsverbetering bewerkstelligd door het slopen van overtollige bedrijfsbebouwing en een landschappelijke inpassing aansluitend binnen het ter plaatse voorkomende landschap. Daarmee levert het initiatief een aanzienlijke kwaliteitsverbetering aan het plangebied en de omgeving. Het plan past binnen de 'Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling 2011'.
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
21
3.3.4 Visie Veehouderij Venray 2018 Op 30 januari 2018 heeft de gemeenteraad van Venray de 'Visie veehouderij Venray 2018' vastgesteld. In de visie is het beleid van de gemeente Venray uiteengezet dat moet bijdragen aan een balans tussen de ontwikkelingsruimte voor de veehouderijen en de bescherming van een goed woon- en leefklimaat voor de inwoners. In delen van het buitengebied en in enkele dorpskernen wordt door inwoners van de gemeente hinder ervaren door veehouderijen uit de omgeving. De hinder heeft voornamelijk betrekking op geuroverlast maar ook transport, vliegen en geluid dragen bij aan de hinder. In het gemeentelijke beleidsstuk ''Veehouderij en gezondheid omwonenden'' uit 2015 is er ook extra aandacht voor de gezondheid van inwoners. De gemeente wil dat de emissies (geur, ammoniak, fijn stof en endotoxinen) voldoende snel afnemen en het aantal overlastlocaties snel daalt. Dat betekent dat nieuwe overlast moet worden voorkomen en dat ontwikkeling gepaard moet gaan met een verbetering. Planspecifiek Voorliggend plan zet een bestaande agrarische bedrijfslocatie om naar een woonlocatie. In de toekomstige situatie is het bedrijfsmatig houden van dieren niet meer toegestaan. Van nadelige milieuhinder, waaronder geurhinder, op de omgeving is dan ook geen sprake meer. Daarmee komt het plan tegemoet aan de doelstellingen uit de Visie Veehouderij Venray 2018.
Het initiatief past binnen de 'Visie Veehouderij Venray 2018'. 3.3.5 Toetssteen Openbare Ruimte De Toetssteen Openbare Ruimte, heeft betrekking op de (toekomstige) openbare ruimte, geen gebouw zijnde, welke beheerd wordt door de beheerders van de afdeling Openbare Ruimte van de gemeente Venray. De Toetssteen Openbare Ruimte heeft als doel het waarborgen van de kwaliteit van de openbare ruimte van de gemeente Venray. Het begrip kwaliteit kan worden opgedeeld in: 1. Technisch-functionele kwaliteit; 2. Sociaal-maatschappelijke kwaliteit. De Toetssteen beschrijft de uitgangspunten, randvoorwaarden, ontwerpeisen etc. waaraan bouwplannen in de openbare ruimte minimaal dienen te voldoen. Verder verschaft de Toetssteen inzicht in de toetsingsprocedure van de gemeente. Het meenemen van de uitgangspunten, randvoorwaarden en ontwerpeisen van al de betrokken vakdisciplines in een vroeg stadium zal resulteren in een meer integraal ontwerp. Met deze werkwijze kan op de lange termijn integraal ontworpen openbare ruimte kostenefficiënter worden beheerd en kan deze door keuzes als flexibiliteit en aanpasbaarheid blijven voorzien in de behoeften van de maatschappij. Ook zal het beoordelingstraject van een bouwplan efficiënter verlopen. Het waarborgen dat wordt voldaan aan de verschillende kwaliteitseisen van de gemeente bestaat uit twee stappen, te weten: 1. Aanleveren Toetssteen. 2.
Controle op toepassing Toetssteen in de plannen. Planspecifiek Voorliggend initiatief voorziet alleen in ontwikkelingen binnen privaat terrein, waardoor de Toetssteen Openbare Ruimte met betrekking tot dit plan alleen voor het onderdeel 'Verkeer' relevant is. In paragraaf 4.4 is gemotiveerd dat binnen eigen terrein voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn in lijn met de parkeernormen uit de 'Beleidsnota Parkeernormen Venray'. Daarmee is geborgd dat parkeren als gevolg van het toekomstig gebruik van het plangebied binnen eigen terrein plaatsvindt en de parkeerdruk op de openbare ruimte door dit initiatief niet toeneemt. Het perceel blijft ontsloten via de St. Leonardsweg en Het Zandt. In paragraaf 4.4 wordt tevens toegelicht waarom deze weg voldoende capaciteit herbergt voor de toevoeging
22
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
van drie burgerwoningen. Hiermee is voldaan aan de Toetssteen Openbare Ruimte van de gemeente Venray. 3.3.6 Doelgroepenverordening Wonen Venray 2022 In februari 2022 heeft de gemeenteraad van Venray het Omgevingsprogramma Wonen en de Uitvoeringsagenda Wonen 2022 vastgesteld. In het Omgevingsprogramma is een aantal instrumenten benoemd die kunnen bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van het Omgevingsprogramma. De Doelgroepenverordening Wonen Venray 2022 (vastgesteld op 13 december 2022) is een van die instrumenten. In het Omgevingsprogramma Wonen is vastgelegd dat van de 1.500 woningen die de komende 10 jaar gerealiseerd worden voor minimaal 50% in het betaalbare segment gerealiseerd worden. Met de doelgroepenverordening kan publiekrechtelijk worden geregeld dat er voldoende woningen in het sociale en betaalbare segment worden gerealiseerd in nieuwe woningbouwontwikkelingen. Tevens wordt geregeld dat deze woningen ook langjarig beschikbaar blijven voor de betreffende doelgroepen. Met de doelgroepenverordening neemt de gemeente meer regie op de bouw en het beschikbaar houden van woningen in het sociale en betaalbare segment. De doelgroepenverordening is alleen van toepassing bij nieuwbouw van 12 of meer woningen en regelt niet de toewijzing van woningen.
Planspecifiek Voorliggend plan betreft het herbestemmen van een bestaande bedrijfswoning en het toevoegen van drie nieuwe woningen en blijft daarmee ruim onder de gestelde voorwaarde van 12 of meer nieuwe woningen. De doelgroepenverordening is hiermee niet van toepassing op voorliggend plan. Niettemin zal bij de uitvoering van dit plan aandacht worden besteed aan specifieke doelgroepen zoals ouderen (levensloopbestendigheid). De Doelgroepenverordening Wonen Venray 2022 staat het plan niet in de weg. 3.3.7 Ruimtelijk KwaliteitsKader In november 2021 is de Omgevingsvisie Venray vastgesteld. In de Omgevingsvisie staat bij de uitvoering en monitoring opgenomen dat een Ruimtelijk KwaliteitsKader voor het hele gemeentelijke grondgebied opgesteld wordt. In de Omgevingsvisie wordt ook een beschrijving van de waarden gegeven. Het betreft de waarden: Erfgoed, Landschap, Natuur en groen, Water en bodem en Stedenbouwkundig kader (alleen voor de kern Venray). Deze waarden vormen gezamenlijk de basis voor de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente. Door de ruimtelijke kwaliteit van Venray te beschermen en te versterken wordt aangesloten bij het motto van de Omgevingswet ‘Ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’. Het opgestelde Ruimtelijk KwaliteitsKader geldt zowel voor het landelijk als voor het stedelijk gebied.
Hierin wordt de ruimtelijke kwaliteit vastgelegd in de vorm van kenmerken en streefbeelden. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt getoetst aan het Ruimtelijk KwaliteitsKader waarin wordt vastgelegd welke kwaliteiten belangrijk zijn om te behouden en welke ontwikkelingen waar gewenst zijn. Het Ruimtelijk KwaliteitsKader vormt ook een inspiratiedocument voor initiatiefnemers en bevat aanbevelingen die helpen om een initiatief zo goed mogelijk in te passen rekening houdend met de omringende waarden. Uitgangspunten bij ontwikkelingen in Wanssum: Behoud en versterking van de groene en kleinschalige omgeving; Behoud en versterk de (visuele) relatie tussen de twee delen welke gescheiden zijn door de Groote Molenbeek en jachthaven;
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
23
Behoud dorpse uitstraling; Behoud open ruimte tussen Venray en Wanssum, waardoor Wanssum als een zelfstandig dorp herkenbaar blijft; Welstandscriteria: Historisch gebied, monumenten en karakteristieke panden.
Opgaven voor Wanssum: Voldoende en betaalbare woningen voor jong en oud, inzetten op levensloopbestendige woningen; Aandacht voor groen en kwaliteiten van de omgeving bij ontwikkellocaties; nieuwbouw in schaal en maat goed afstemmen op de omgeving; Toegankelijkheid van voorzieningen, goede wandel- en fietsverbindingen; Een gezonde en groene woonomgeving die uitnodigt om te bewegen en te ontmoeten. Planspecifiek Op de kaart van het Ruimtelijk KwaliteitsKader ligt het plangebied binnen het deelgebied 'Dorp - Wanssum'. Wanssum beschikt over verschillende kwaliteiten. Wanssum wil haar dorpse uitstraling behouden. Leegstaande bedrijfsgebouwen worden gesloopt en vervangen voor nieuwe woningen. Samen met het behoud van de langgevelboerderij en het aanleggen van nieuwe solitaire bomen, hagen en bosschages ontstaat er een nieuwe kleinschalige groene woonlocatie. Door het toevoegen van nieuwe woningen speelt het plan bovendien in op een urgente maatschappelijke behoefte aan woningen. Voorliggend plan sluit aan op de uitgangspunten en opgaven voor het dorp Wanssum. Het binnen het Ruimtelijk KwaliteitsKader.
initiatief past
3.3.8 Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied gelden twee gemeentelijke bestemmingsplannen en een Provinciaal Inpassingsplan: Algemeen Bestemmingsplan, vastgesteld op 12 oktober 1981; Buitengebied - Oost gemeente Venray, vastgesteld op 18 juni 2013; Partiële herziening Mantelzorg Venray, vastgesteld op 10 mei 2011; Gebiedsontwikkeling Ooijen - Wanssum , vastgesteld op 15 maart 2017; Bestemmingsplan Buitengebied Venray, Herziening regels Ruimtelijk Kwaliteitskader, vastgesteld op 31 oktober 2023 (geldt t.p.v zuidelijk deel plangebied (2)). Algemeen Bestemmingsplan Ter hoogte van het noordelijke deel van het plangebied, in navolgende afbeelding gemarkeerd met '1', geldt het 'Algemeen Bestemmingsplan' (vastgesteld: 12 oktober 1981). Dit deel van het plangebied is aangeduid met de bestemming 'Agrarisch gebied AG -B'. Het gebruik van de grond voor bebouwing is enkel toegestaan voor bouwwerken ten behoeve van een agrarisch bedrijf. Voorliggend plan betreft het realiseren van twee burgerwoningen ter hoogte van het plangebied met aanduiding '1'. De ontwikkeling is daarmee in strijd met het geldende bestemmingsplan.
24
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
Uitsnede illustratie van het 'Algemeen Bestemmingsplan' (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Buitengebied - Oost gemeente Venray Het zuidelijke deel van het plangebied (aangeduid op navolgende afbeelding met '2') is onderdeel van het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied - Oost gemeente Venray'. Ter hoogte van dit deel van het plangebied geldt de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden' zonder bouwvlak. Tevens gelden de dubbelbestemmingen 'Waarde Archeologie 1', 'Waarde - Beekdal' en 'Waterstaat - Rivierbed'. Twee gebiedsaanduidingen zijn van kracht: 'geluidzone - industrie' en 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied'. Binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden' is het niet mogelijk een burgerwoning te realiseren. Het plan is daarmee in strijd met het vigerende bestemmingsplan.
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
25
Uitsnede vigerende bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Partiële herziening Mantelzorg Venray In het bestemmingsplan 'Partiële herziening Mantelzorg Venray' is het gemeentelijk beleid tot mantelzorg uitgewerkt. Dit beleid is opgesteld om tegemoet te komen aan de toenemende maatschappelijke behoefte aan thuis- en mantelzorg en geschikte woningen hiervoor. De regels uit dit plan zijn geldig voor alle bestemmingsplannen van Venray. Hiermee wordt in voorliggend plan rekening gehouden. Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum In het Provinciaal Inpassingsplan 'Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum' is de grootschalige gebiedsontwikkeling rond de Maas en het industriegebied ten noorden van Wanssum opgenomen. Het plangebied is hierin niet met enkel- of dubbelbestemmingen aangemerkt. Wel geldt voor het plangebied de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie'. Ter plaatse van deze aanduiding is het niet toegestaan een geluidgevoelig object (bijvoorbeeld een burgerwoning) op te richten, behoudens na verlening van een omgevingsvergunning met inachtneming van de Wet geluidshinder. In de paragrafen 4.1.3 en 4.1.5 wordt hierop verder ingegaan. Buitengebied Venray, Herziening regels Ruimtelijk Kwaliteitskader In samenhang met de nieuwe Omgevingsvisie Venray heeft de gemeente Venray een nieuw ruimtelijk kwaliteitskader. Daartoe heeft de gemeente in 2023 het Ruimtelijk KwaliteitsKader vastgesteld.
In het kader heeft de gemeente vastgelegd welke waarden en kenmerken belangrijk zijn om te behouden, versterken of te herstellen. En welke randvoorwaarden gelden voor toekomstige ontwikkelingen. In diverse bestaande bestemmingsplannen zit in de begrippenlijst nu nog een statische verwijzen naar het Ruimtelijk KwaliteitsKader (RKK). Met de herziening wordt deze statische verwijzing aangepast naar een dynamische. Conclusie Het plan is passend binnen het gemeentelijk beleid.
26
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
Hoofdstuk 4
Uitvoerbaarheid
De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangetoond worden (artikel 3.1.6 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, etc.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan.
4.1
Milieu
4.1.1 Bodem Op grond van de Wet Bodembescherming (Wbb) moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Bij een functiewijziging zal in veel gevallen een specifiek bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd. Planspecifiek Voorliggend plan voorziet in de omzetting van een bedrijfswoning in een burgerwoning en de oprichting van drie burgerwoningen. Voor deze ontwikkeling is bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportages hiervan zijn terug te vinden in bijlage 1 (St. Leonardsweg 19) en 2 (St. Leonardsweg ong.). De belangrijkste conclusies zijn hieronder terug te vinden. St. Leonardsweg 19 Voor dit perceel is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat er plaatselijk, onder de druppelzone van een stal, een sterke verontreiniging met asbest is aangetroffen. Het gehalte aan asbest is bij een nieuwe monstername niet bevestigd. Het gebied blijft echter asbestverdacht, omdat onder een verweerd dak de gehaltes plaatselijk kunnen variëren. Het verwijderen/saneren van de asbestverontreiniging in de grond kan echter gelijktijdig met de eventuele sloop van de asbestdakbedekking. Derhalve is het aantreffen van deze gehaltes geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Bij de sloop zal er echter wel rekening mee gehouden moeten worden. In het onderzoek zijn evenmin andere belemmeringen aangetroffen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling. Nader bodemonderzoek is niet aan de orde. St. Leonardsweg, ong. Voor deze locatie is een vooronderzoek uitgevoerd. De locatie is te beschouwen als een onverdachte locatie ten aanzien van bodem. Ter plaatse wordt, met uitzondering van de bekende verhoogde achtergrondgehalten, geen bodemverontreiniging verwacht. Daarmee wordt het initiatief in het kader van de bestemmingplanprocedure uitvoerbaar geacht. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect bodem. 4.1.2 Lucht De mate van blootstelling aan luchtverontreiniging speelt een rol in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Met betrekking tot 'luchtkwaliteit' is het van belang te bepalen wat de bijdrage van het plan is aan die luchtkwaliteit.
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
27
Luchtkwaliteit ter plaatse In de Wet milieubeheer zijn normen opgenomen voor de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht ter bescherming van de mens. De twee belangrijkste stoffen zijn PM10 en PM2,5 (fijnstof) en NO2 (stikstofdioxide). De grenswaarde van PM10 en NOx bedraagt 40 µg/m3, van PM2,5 is dat 25 µg/m3. Bijdrage aan luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen. De Wet maakt een onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in de algemene maatregel van bestuur "Niet in betekenende mate bijdragen" (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 procent bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof en stikstofdioxide (1,2 microgram per m3) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing.
Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een toevoeging van minder dan 1.500 huizen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit, omdat een dergelijk project per definitie niet boven de 3%-norm komt. Planspecifiek Luchtkwaliteit ter plaatse van het initiatief Vanuit een goede ruimtelijke ordening is de huidige luchtkwaliteit ter plaatse getoetst met behulp van de NSL Monitoringstool. Door de metingen ter plaatse te toetsen aan de grenswaarden is gekeken of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Uit metingen van het dichtstbijzijnde rekenpunt 15985687 (aan de Venrayseweg ten zuiden van het plangebied) zijn de volgende concentraties naar voren gekomen:
Gemeten totale concentratie jaargemiddelde 2020 (µg/m3) Grenswaarde concentratie (µg/m3)
NO2 (stikstofdioxide) 16,3 µg/m3
PM10 (fijnstof) 18,8 µg/m3
PM2,5 (fijnere fractie van fijnstof) 11,1µg/m3
40 µg/m3
40 µg/m3
25 µg/m3
De gemeten concentraties stikstofdioxide, fijn stof en zeer fijn stof liggen ruim onder de gestelde grenswaarden. Met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. Bijdrage initiatief Voorliggend plan voorziet in het verwijderen van de planologische mogelijkheden voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Daar komt een kleinschalige woonlocatie voor terug met in totaal 4 woningen. Ten aanzien van de bijdrage aan luchtkwaliteit is het initiatief van geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3%, gelijk aan 1.500 woningen). Op basis van de te verwachten verkeersbewegingen ten gevolge van het project is te concluderen dat dit project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een nadere toetsing ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit.
28
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
4.1.3 Geluid De mate waarin het geluid het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd: woningen; geluidgevoelige gebouwen, zoals scholen, ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen, psychiatrische instellingen en kinderdagverblijven; geluidsgevoelige terreinen (woonwagenstandplaatsen en bestemde ligplaatsen voor woonschepen). Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. Binnen deze zones bepaalt het bevoegd gezag de te hanteren grenswaarden. Er geldt een voorkeursgrenswaarde en een bovengrens (hoger mag niet). De Wgh gaat verder onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen. De belangrijkste bronnen van geluidhinder die bij een ruimtelijke ontwikkeling aan de orde kunnen zijn betreffen: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Hogere waarden geluidbelasting Gemeenten zijn in sommige gevallen bevoegd om onder voorwaarden een hogere geluidsbelasting te hanteren dan de in de Wet geluidhinder geldende waarden. De gemeente Venray hanteert voor deze gevallen het beleidsdocument 'Geluidbeleid Hogere Waarden Wet geluidhinder'. Bij overschrijding van de norm kan een hogere grenswaarde aangevraagd worden.
Hiervoor dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden met betrekking tot: Geluidluwe gevel: De woning(en) hebben ten minste één gevel met een lager (luw) geluidniveau. Het geluidniveau op deze gevel is niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde voor elk van de onderscheiden geluidbronnen, of de hogere waarde minus 10 dB; Woningindeling: Bij een geluidbelasting hoger dan de voorkeurswaarde +5 dB geldt aangaande de woningindeling dat de verblijfsruimten zoveel mogelijk aan de geluidluwe zijde(n) liggen en dat ten minste één slaapkamer aan een geluidluwe zijde ligt; Buitenruimte: Indien de woning beschikt over een balkon of loggia, dan dient deze bij voorkeur te zijn gelegen aan een geluidluwe zijde. Ook voor een tuin geldt in eerste instantie dat deze bij voorkeur aan de geluidluwe zijde moet liggen. Planspecifiek Met voorliggend plan worden geluidgevoelige objecten (woningen) toegevoegd aan het plangebied. Voor deze woningen is het van belang te kijken naar de mogelijke gevolgen van wegverkeerslawaai en industrielawaai. Voor de bestaande bedrijfswoning geldt dat ook bedrijfswoningen op grond van de Wet geluidhinder zijn aangemerkt als geluidgevoelige objecten. Voor deze bedrijfswoning, die op de huidige plek blijft behouden als burgerwonig, geldt dat in een eerder stadium is bepaald dat deze woning op de huidige plek passend is.
Deze woning maakt daarom in het vervolg van voorliggende paragraaf geen onderdeel uit van de nadere beoordeling. Omdat het plangebied gelegen is in/bij de geluidzones van zoneplichtige geluidbronnen is akoestisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage hiervan is terug te vinden in bijlage 3 (Rapport HMB, datum 7 februari 2024, kenmerk 23204701N). Spoorweglawaai is vanwege het ontbreken van spoorlijnen in de omgeving op voorhand niet aan de orde. Wegverkeerslawaai Uit het onderzoek volgt dat voor alle omliggende zoneplichtige wegen voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Hiermee wordt voldaan aan de eisen uit de Wet geluidhinder. Ook de totale geluidbelasting voldoet na correctie overal aan de voorkeursgrenswaarde. Hiermee is voor het plangebied
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
29
sprake van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat als gevolg van wegverkeerslawaai. Industrielawaai Het plangebied is gelegen binnen de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' van het nabijgelegen bedrijventerrein 'Haven- en industrieterrein Wanssum'. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de gecorrigeerde gevelbelasting ten gevolge van het gezoneerde industrieterrein hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, maar wel voldoet aan de maximale ontheffingswaarde. Derhalve is het aanvragen van een hogere grenswaarde bij het bevoegd gezag noodzakelijk. Hiervoor dient aan de voorwaarden uit het Geluidbeleid Hogere Waarden Wet geluidhinder, zoals eerder in deze paragraaf benoemd, voldaan te worden: Elke woning voorziet in een geluidluwe (achter)gevel; Met voorliggend plan is geen sprake van een waarde die meer dan 5 dB boven de voorkeursgrenswaarde ligt; Omdat op de achtergevel overal aan de voorkeursgrenswaarde wordt voldaan, wordt voor de buitenruimtes eveneens voldaan aan de eisen uit het gemeentelijk beleid. Er wordt voldaan aan de voorwaarden die de Wet en het gemeentelijk beleid stellen voor de hogere grenswaarde en daarom is er geen reden om aan te nemen dat een dergelijke ontheffing niet verleend kan worden. Piekgeluiden In het onderzoek is eveneens rekening gehouden met de invloed van piekgeluiden.
Hieruit komt naar voren dat voor dit type lawaai voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 70 dB. Cumulatie Omdat enkel voor industrielawaai een hogere grenswaarde aangevraagd dient te worden, is cumulatie niet aan de orde. Overig De nieuw beoogde woonbestemmingen doen geen inbreuk op de geluidruimte van omliggende bedrijven/inrichtingen. Een aanvaardbaar akoestisch binnenklimaat in de woningen is gewaarborgd. Conclusie Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geluid. 4.1.4 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor milieuvergunningen als het gaat om geurhinder van veehouderijen met landbouwhuisdieren. De Wgv maakt onderscheid in dieren met en dieren zonder een vastgestelde geuremissiefactor. Voor de eerste soort wordt de geurbelasting bij geurgevoelige objecten berekend, voor de tweede gelden minimumafstanden tot dergelijke objecten (ook wel bekend onder de term 'vaste afstandsdieren'). De Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) bepaalt in bijlage 1 voor welke dieren geuremissies zijn vastgelegd. Als het (beoogde) veehouderijbedrijf niet in deze regeling wordt genoemd betreft het vaste afstandsdieren.
Op grond van artikel 3 lid 1 van de Wgv gelden de volgende normen ten behoeve van vergunningverlening voor dieren met een geuremissiefactor: geurgevoelig object gelegen in: maximaal toegestane geurbelasting (odour units per m3 lucht) concentratiegebied binnen bebouwde kom 3,0 ouE/m3 concentratiegebied buiten bebouwde kom 14,0 ouE/m³ niet-concentratiegebied binnen bebouwde kom 2,0 ouE/m3
30
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
niet-concentratiegebied buiten bebouwde kom
8,0 ouE/m3
Als het geen bedrijf is waar een geuremissiefactor voor is vastgelegd gelden de volgende eisen: binnen de bebouwde kom geldt een afstand van 100 meter; buiten de bebouwde kom geldt een afstand van 50 meter. Tot slot geldt voor zowel dieren met als voor dieren zonder geuremissiefactoren altijd een minimumafstand tussen de buitenzijde van een dierenverblijf en de buitenzijde van een geurgevoelig object. Dit betreft 50 respectievelijk 25 meter voor hetzij binnen dan wel buiten de bebouwde kom. De Wet geurhinder en veehouderij kent een omgekeerde werking. Dat wil zeggen dat ook bij plannen die woningbouwlocaties mogelijk maken wordt getoetst aan de normen van de Wet geurhinder en veehouderij. Bij ruimtelijke ordeningsplannen moet worden beoordeeld of sprake is van een goed woon- en verblijfklimaat. Geurverordening Venray De gemeenteraad van de gemeente Venray heeft een Verordening geurhinder en veehouderij vastgesteld. In deze verordening wijkt de gemeente Venray deels af van de wettelijke normen uit de Wgv. De geurverordening van de gemeente Venray stelt de volgende normen: 1. Bestaande woongebieden 3,0 ouE/m3 2. Zoekgebieden woningbouw en bedrijventerreinen 8,0 ouE/m3 3. Buitengebied 14,0 ouE/m3 Planspecifiek Voorgrondbelasting Navolgende afbeelding toont de 'kaart voorgrondbelasting gemeente Venray'. De twee agrarische bedrijven, op de kaart, St. Leonardsweg 25 en St.
Leonardsweg 19, zijn niet meer operationeel. Voor de locatie St. Leonardsweg 25 is met de vaststelling van het bestemmingsplan 'St. Leonardsweg 25 Wanssum' op 9 mei 2023 de mogelijkheid tot het uitoefenen van een agrarisch bedrijf wegbestemd. Met het onderhavige bestemmingsplan wordt het agrarische bedrijf op St. Leonardsweg 19 wegbestemd. In de omgeving zijn geen andere agrarische bedrijven actief die vanwege hun afstand tot het plangebied om een verantwoording vragen. Vanuit de voorgrondbelasting kan geurhinder daarmee op voorhand worden uitgesloten. Omgekeerd levert het toevoegen van drie nieuwe burgerwoningen geen belemmeringen op voor in de omgeving aanwezig zijnde veehouderijen. Ten aanzien van de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen zijn andere woningen in de omgeving van het plangebied reeds dichterbij gelegen en daarmee maatgevend. Het plan heeft geen negatieve gevolgen met betrekking tot de voorgrondbelasting.
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
31
Uitsnede kaart voorgrondbelasting gemeente Venray ter hoogte van plangebied
Achtergrondbelasting Verder is getoetst aan de achtergrondbelasting ten aanzien van geurhinder. Navolgende afbeelding geeft de beoordeling van de woon- en leefkwaliteit in de omgeving van het plangebied weer. Hierop is te zien dat voor het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat (3 - 7,4 ou). Hiermee voldoet het plangebied aan de norm voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (<20 ou). Volgens de 'Aanvulling op de gebiedsvisie Geurhinder en veehouderij gemeente Venray'.
32
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
Uitsnede kaart achtergrondbelasting gemeente Venray ter hoogte van plangebied
Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geur. 4.1.5 Milieuzonering Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Doel is om bij het opstellen van een ruimtelijk plan een goed en veilig leefklimaat te waarborgen, maar tegelijkertijd ook aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun activiteiten. De mate waarin bedrijven invloed hebben op hun omgeving is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid en de afstand tot een gevoelige bestemming. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Milieuzonering heeft betrekking op aspecten met een ruimtelijke dimensie, zoals geluid, geur, gevaar en stof. De mate van belasting, en daarmee de gewenste aan te houden afstand, kan per aspect en per bedrijfstype verschillen. In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is een lijst opgenomen met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven.
Van deze richtafstanden kan worden afgeweken, mits wordt onderbouwd waarom de feitelijke milieuhinder als minder belastend wordt gezien. Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'.
St. Leonardsweg 19 en ongen. Wanssum
33
In- en uitwaartse zonering Uitwaartse zonering gaat uit van de milieubelastende functie (een bedrijf of bedrijventerrein) met als doel milieugevoelige functies uit de omgeving te weren. Bij inwaartse zonering wordt vanuit de milieugevoelige functie (bijvoorbeeld een woongebied) een bufferzone gecreëerd. Planspecifiek Voorliggend initiatief voorziet in de oprichting van drie nieuwe milieugevoelige objecten. Het plangebied is gelegen in een overgangszone tussen de bebouwde kom van Wanssum, het buitengebied van de gemeente Venray en het ten noorden gelegen bedrijventerrein. In de omgeving van het plangebied wisselen verschillende functies als wonen (onder meer St. Leonardsweg 14 en Het Zandt 2) en bedrijfslocaties (onder meer St. Leonardsweg 25) elkaar af. Tevens bevindt het plangebied zich in de nabijheid van hoofdinfrastructuur (N270 en toegangswegen naar het bedrijventerrein). Gelet op het voorgaande kan daarmee gesproken worden van een gemengd gebied. Bij het toetsen van de milieueffecten kunnen de richtafstanden uit de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' daarom met één stap worden verminderd. Aan de St. Leonardsweg 25 op 40 m ten noorden van het plangebied is een bouw- en timmerbedrijf en statische opslag mogelijk. Er is sprake van milieu-categorie 2 bedrijfsvoering, met een maximale richtafstand van 30 m (10 m vanwege gemengd gebied).
Er wordt ruimschoots aan de maximale richtafstanden voldaan. Bedrijven- en industrieterrein Ooijen-Wanssum Het plangebied ligt in de omgeving van het bedrijven- en industrieterrein Ooijen-Wanssum. De dichtstbij gelegen bedrijven liggen op 80 m afstand. Het industrieterrein is ingericht volgens een categorisering waarbij de bedrijven met een zwaarder milieueffect op verdere afstand van Wanssum en het plangebied zijn toegestaan. In de zone nabij Wanssum zijn bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 toegestaan, met een maximale richtafstand van 100 m (50 m gemengd gebied). Ten noorden van de rondweg zijn bedrijven tot en met milieucategorie 4.2 toegestaan, met een maximale richtafstand van 300 m (200 m gemengd gebied). Om te kunnen bepalen wat het milieueffect is van bedrijven- en industrieterrein Ooijen-Wanssum op het woon- en leefklimaat van de nieuwe woningen binnen het plangebied, is een akoestisch onderzoek milieuzonering uitgevoerd, zie bijlage 3. De uitkomsten van dit onderzoek naar industrielawaai zijn reeds behandeld in geluidsparagraaf 4.1.3. De belangrijkste conclusie is dat als gevolg van het geluideffect van het industrieterrein een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de woningen binnen het plangebied gewaarborgd kan worden. Dit geldt eveneens voor de betonwarenfabriek. Ook piekgeluiden vormen geen belemmeringen.