06 Hoofdrapport MER Oostverbinding Venray
Tekst van het document
RAPPORT Oostverbinding Venray Milieueffectrapportage Klant:
Gemeente Venray
Referentie: BH4288_M&I_RP2110181318 Status:
Definitief/01
Datum:
18 oktober 2021
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F reception.ame-la@nl.rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Oostverbinding Venray Ondertitel: Milieueffectrapportage Referentie: BH4288_M&I_RP2110181318 Status: 01/Definitief Datum: 18 oktober 2021 Projectnaam: Oostverbinding Venray Projectnummer: BH4288 Auteur(s): Samuel Boers
Opgesteld door: Samuel Boers Gecontroleerd door: Mark Huuskes/Eve Philips Datum: 18 oktober 2021 Goedgekeurd door: Niels Bosch Datum: 18 oktober 2021
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd. 18 oktober 2021
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
BH4288_M&I_RP2110181318
i
Projectgerelateerd
Managementsamenvatting Aanleiding en doel De regio Noord-Limburg heeft met 8 verschillende gemeentes de mobiliteitsvisie ‘Trendsportal’ opgesteld. Het is een regio waar mobiliteit van levensbelang is en het gebied speelt, met hun innovatieve fietspaden, goede snelwegen en logistieke netwerken, een belangrijke rol voor eigen land en voor Europa. Trendsportal is opgericht om tijdig in te spelen op de toekomstige ontwikkelingen in de regio en probeert te doorgronden waar de regio over pakweg 20 jaar staat. De gemeente Venray is aangesloten als één van de acht gemeentes. Er wordt aan vijf hoofddoelen gewerkt, namelijk: ◼ Verbeteren van de kwaliteit van leven. ◼ Verbeteren van de verkeersveiligheid. ◼ Aantrekkelijk mobiliteitssysteem ontwikkelen. ◼ Ondersteunen van de milieu- en energietransitie. ◼ Verbeteren van de ruimtelijk economische bereikbaarheid. Verschillende projecten moeten gaan bijdragen aan het realiseren van bovenstaande doelen. De aanleg van een nieuwe verbindingsweg en het opwaarderen van de bestaande Stationsweg in de gemeente Venray is daar onderdeel van. Het doel van de gemeente Venray is het vergroten van de leefbaarheid, verkeersveiligheid en de verkeersdoorstroming rondom de N270 en de aansluitende wegen. Op dit moment kennen enkele kruisingen in de kern van Venray doorstromingsknelpunten die nog moeten worden opgelost.
Ook kent de gemeente op een aantal wegen sluipverkeer door woongebieden, omdat er geen afdoende alternatief is geboden voor de oude, inmiddels ongewenste, structuren. De verbinding door de kern van Oostrum is daar een sprekend voorbeeld van. Door de verwachte havenontwikkeling in Wanssum en diverse ontwikkelingen in Venray zelf verwacht men dat de verkeersintensiteit op deze wegen gaat toenemen. Dit alles leidt ertoe dat een verbetering van de kwaliteit van het wegennet op dit traject noodzakelijk is. De verbetering van de kwaliteit dient met de volgende twee doelstellingen bereikt te worden: 1 Versterking Oostelijke ontsluiting De eerste doelstelling is het versterken van de oostelijke structuur van Venray. Momenteel functioneert de oostelijke ontsluiting niet optimaal doordat met name de parkeervoorzieningen aan de oostzijde van het centrum geen logische ontsluiting kennen. Door deze te optimaliseren, kan het centrum van Venray aantrekkelijker gemaakt worden voor bezoekers. Het versterken van de oostelijke structuur heeft tevens als doel het verkeer richting het centrum van Venray beter te spreiden. Momenteel is de Stationsweg de belangrijkste invalsweg vanuit het oosten. Door deze te verbinden met de Henri Dunantstraat kunnen beide wegen beter benut worden. 2 Ontlasten Stationsweg Oost, Mgr.
Hanssenstraat en Sint Antoniusveld Het project heeft eveneens als doel de huidige route over de Stationsweg Oost te ontlasten. Door een verbinding tussen de Stationsweg en de Henri Dunantstraat aan te leggen, kan het verkeer zich beter spreiden. Ook biedt dit een kans om de bereikbaarheid van het stationsgebied te vergroten, wat ook voor het openbaar vervoer voordelig is. De gemeente Venray wil daartoe een nieuwe verbindingsweg aanleggen aan de oostkant van Venray, tussen de Henri Dunantstraat en de Stationsweg, parallel aan de oostkant van de A73. Tevens wordt de Stationsweg, tussen de rotonde bij de Oostsingel en de nieuwe verbindingsweg bij de A73, opgewaardeerd. In figuur 0 is een overzichtskaart van het projectgebied en de wijdere omgeving opgenomen.
18 oktober 2021
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
BH4288_M&I_RP2110181318
ii
Projectgerelateerd
Figuur 0
Projectgebied
Waarom een milieueffectrapportage? De gemeente Venray bereidt een bestemmingsplan voor waarmee de noodzakelijke aanpassingen voor de autobereikbaarheid planologisch mogelijk worden gemaakt. Aan het besluit over het bestemmingsplan voor de Oostverbinding Venray is een m.e.r.-plicht gekoppeld. Op grond van artikel 7.2a van de Wet Milieubeheer juncto artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming is sprake van een m.e.r. plicht als significante effecten op Natura 2000-gebieden niet uit te sluiten zijn en er hierdoor een passende beoordeling noodzakelijk is. Uit het onderzoek naar effecten op de natuur dat voor dit project reeds is uitgevoerd door Royal HaskoningDHV, blijkt dat de voorgenomen maatregelen leiden tot een toename stikstofdepositie in Natura 2000-gebied Boschhuizerbergen. Omdat op voorhand niet is uit te sluiten of deze toename leidt tot significante effecten op deze Natura 2000-gebieden moet een passende beoordeling worden uitgevoerd. Hiermee is dus sprake van een plan m.e.r.-plicht. Voorafgaand en onderbouwend aan de milieueffectrapportage De eerste stap in de m.e.r.-procedure is het opstellen van een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De NRD beschrijft in feite het onderzoeksvoorstel van het m.e.r. en bevat in beginsel een beschrijving van het project, het alternatief en/of varianten die in het m.e.r.
in beschouwing wordt genomen, een beschrijving van de milieuaspecten die onderzocht worden en de wijze waarop de onderzoeken worden uitgevoerd. In de NRD is de inhoudelijke afbakening van de uit te voeren milieuonderzoeken in het m.e.r beschreven. Om burgers en andere stakeholders te betrekken bij de reikwijdte en het detailniveau van het nog op te stellen MER is de ontwerp-NRD ter visie gelegd. Eenieder kon ten aanzien van deze notitie zienswijzen inbrengen. De NRD heeft ter visie gelegen van vrijdag 17 juli t/m donderdag 27 augustus 2020. Daarnaast is advies gevraagd aan wettelijke adviseurs, te weten provincie Limburg, Rijkswaterstaat, Veiligheidsregio Limburg Noord en Waterschap Limburg. Door het betrekken van deze partijen kan het m.e.r. de basis vormen voor een uiteindelijk breed gedragen besluitvorming. Het doel van de milieueffectrapportage Doel van de m.e.r.-procedure is het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de voorbereiding en vaststelling van besluiten. Het milieueffectrapport (m.e.r.) is een hulpmiddel bij de besluitvorming over het bestemmingsplan.
18 oktober 2021
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
BH4288_M&I_RP2110181318
iii
Projectgerelateerd
In het m.e.r. wordt onderzoek gedaan naar de milieueffecten van de referentiesituatie en de mogelijke (zowel positieve als negatieve) gevolgen voor mens en milieu als gevolg van het voornemen. Indien uit de resultaten van de onderzoeken compenserende of mitigerende maatregelen noodzakelijk blijken dan worden de maatregelen én hun effect(en) in beeld gebracht. Beoordelingskader De kern van het MER is dat de belangrijkste gevolgen van nieuwe verbindingsweg op het milieu overzichtelijk in beeld worden gebracht. In het navolgende is aangegeven welke aspecten worden onderzocht in het MER en op basis van welke criteria de te onderzoeken milieuaspecten worden beoordeeld. Voor een aantal aspecten zal de beoordeling plaatsvinden op basis van kwantitatieve gegevens. Waar dat niet kan of waar dat niet nodig is wordt volstaan met een kwalitatieve beschrijving van de effecten. De effecten worden per criterium vertaald naar een kwalitatieve score met behulp van de scoreschaal zoals weergegeven in tabel 0-1. In tabel 0-2 zijn de aspecten en de beoordelingscriteria weergegeven. Het voornemen wordt daarbij vergeleken met de referentiesituatie. Score
Verklaring
++
Zeer positief effect
+
Positief effect
0
Geen of verwaarloosbaar effect/neutraal
-
Negatief effect
--
Sterk negatief effect
Tabel 0-1
Scoreschaal
De referentiesituatie is de situatie in 2030, waarbij de voorgestelde maatregelen van het voornemen niet zijn meegenomen, maar zijn andere planvoornemens die een groot mate van zekerheid kennen zijn wel meegenomen. De planhorizon voor het MER is 2030 (tenzij anders aangegeven bij de specifieke milieuthema’s), zijnde het jaar waarvoor is aangenomen dat alle mogelijk gemaakte ontwikkelingen zijn ingevuld. Aspecten Verkeer en vervoer
Beoordelingscriteria Verkeersstructuur, bereikbaarheid, verkeersveiligheid
Beoordeling Kwantitatief Kwalitatief
Geluid
Geluidbelasting (verschil) bij geluidgevoelige bestemmingen Juridische maakbaarheid
Kwantitatief Kwantitatief
Luchtkwaliteit Trillingen Lichthinder
Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10 en PM2.5) Mate van hinder door trillingen Mate van hinder door lichtinval
Kwantitatief Kwantitatief Kwalitatief Kwalitatief
Externe veiligheid
Groepsrisico
Kwalitatief Kwalitatief
Plaatsgebonden risico Natuur
18 oktober 2021
Beïnvloeding beschermde gebieden (Natura 2000, GNN, Groene ontwikkelingszone) Beïnvloeding beschermde soorten (Flora en Fauna)
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
Kwalitatief
BH4288_M&I_RP2110181318
iv
Projectgerelateerd
Aspecten Landschap, archeologie en cultuurhistorie Bodem Water Ruimtegebruik Sociale aspecten
Tabel 0-2
Beoordelingscriteria Landschap en ruimtelijke kwaliteiten Archeologische waarden Cultuurhistorische waarden Bodemkwaliteit Draagkracht Oppervlaktewater (Kwaliteit- en kwantiteit) Grondwater (Kwaliteit- en kwantiteit) Ruimtebeslag op functies
Beoordeling Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwantitatief
Barrièrewerking Visuele hinder van de weg Sociale veiligheid
Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief
Milieuaspecten en beoordelingscriteria
Plan- en studiegebied Het plangebied is het gebied waarbinnen fysieke ingrepen plaatsvinden om de nieuwe verbindingsweg en de herstructurering van de Stationsweg te realiseren. Het studiegebied is het gebied waarbinnen relevante milieueffecten als gevolg van de varianten kunnen optreden. Dat gebied wordt bepaald door de reikwijdte van de effecten en die reikwijdte verschilt per milieuaspect. Door de herstructurering van de Stationsweg, maar vooral vanwege de aanleg van de nieuwe verbindingsweg, vindt er een verschuiving en kan er een toename van het wegverkeer plaatsvinden. De effecten voor bijvoorbeeld geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid en ecologie kunnen mogelijk verder reiken dan alleen het plangebied. Daar waar het nodig wordt geacht het studiegebied te benoemen, wordt hier per milieuthema invulling aan gegeven. Milieueffecten Verkeer en vervoer In deze paragraaf wordt de huidige verkeerssituatie (referentiesituatie) beschreven en wordt deze vergeleken met het voorkeursalternatief. De resultaten zijn opgedeeld in 3 sub thema’s: verkeersstructuur, bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Deze drie thema’s zijn gekozen omdat ze allemaal significant zijn voor de gemeente Venray en de gebruikers van de betrokken wegen.
Op het gebied van verkeersstructuur komt vooral naar voren dat het verkeer zich in de voorkeurssituatie meer gaat verplaatsen via de gebiedsontsluitingswegen. Hiermee wordt een belangrijke doelstelling van de aanleg van de verbindingsweg gehaald. Ook laat de structuur zien dat de aanleg van de verbindingsweg capaciteit creëert voor auto- en vrachtverkeer. Verder is de verandering neutraal ten opzichte van het nul-alternatief voor Openbaar Vervoer (OV) en fietsers ten aanzien van de verkeersstructuur. Op het gebied van bereikbaarheid is te zien dat de reistijden van zowel auto- en vrachtverkeer korter wordt door het voorkeursalternatief. Dit komt ten goede van de doorstroming van verkeer en de bereikbaarheid van het gebied. Ten opzichte van het nul-alternatief voor OV en fietsers is de toekomstige situatie vergelijkbaar met het gebied van bereikbaarheid. Op het gebied van veiligheid scoren alle modaliteiten positief tot zeer positief (+ tot ++). De situatie van de fietsers wordt verbeterd door de aanleg van ventwegen waar zij gebruik van kunnen maken en door het realiseren van losliggende fietspaden als het ontmoedigen van routering die langs scholen loopt voor autoverkeer.
Voor auto- en vrachtverkeer wordt de situatie ook veiliger doordat ze minder te maken hebben met afbuigend en invoegend verkeer op de Stationsweg en minder interacties hebben met andere modaliteiten (bijvoorbeeld fietsers die oversteken of bussen die op de rijbaan stoppen). Als laatste, de voetgangers en het OV die ook een duidelijk veiligere situatie mogen genieten in de voorkeursvariant.
18 oktober 2021
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
BH4288_M&I_RP2110181318
v
Projectgerelateerd
Hierbij hebben ze namelijk een duidelijkere plek op de weg waardoor ze minder interactie met anderen hebben. Geluid In deze paragraaf worden de geluidseffecten beschreven op de geluidgevoelige bestemmingen in de omgeving van de te wijzigen wegvakken en de nieuw aan te leggen weg. Tevens wordt aangegeven of het alternatief (de plansituatie) juridisch maakbaar is wanneer het getoetst wordt aan het wettelijk kader. Uit een akoestisch onderzoek dat is aangeleverd door Peutz komt naar voren dat zonder maatregelen sprake is van: ◼ een overschrijding van de voorkeurswaarde ten gevolge van de nieuwe weg bij één woning. ◼ toenames van meer dan 1,5 dB ten gevolge van de wijziging van de weg bij 19 woningen. Om het geluid te reduceren wordt geadviseerd om bronmaatregelen toe te passen. Na toepassing van bronmaatregelen is voor een enkele woning nog sprake van een vast te stellen hogere waarde. Met de bronmaatregelen wordt de geluidstoename door de toename van het aantal vervoersbewegingen gereduceerd. Bronmaatregelen zijn maatregelen die worden toegepast aan de bron zelf. De mogelijke maatregelen bij dit project zijn: ◼ Toepassen van geluid reducerend asfalt. ◼ Treffen van verkeersmaatregelen. Hierbij valt te denken aan snelheidsverlaging, instellen van een vrachtwagenverbod en instellen van andere routes. Wegen kunnen worden voorzien van een geluidreducerend wegdek.
Op en rond kruisingen is dit vaak niet gewenst vanwege het wringende verkeer (banden): het geluidreducerende wekdek wordt snel kapotgereden. Ook zijn vanuit onderhoud en beheer korte stukken geluidreducerend wegdek vaak niet gewenst. Gelet op het voorgaande scoort de voorkeursvariant negatief (-) ten opzichte van de referentiesituatie. Luchtkwaliteit In deze paragraaf worden de effecten op luchtkwaliteit in de omgeving van de te wijzigen wegvakken en de nieuw aan te leggen weg kwalitatief beschreven. Tevens wordt aangegeven of het alternatief (de plansituatie) juridisch maakbaar is. Uit de NSL-Monitoringstool zijn de concentraties in een straal van 1 kilometer rond het plangebied verkregen. De maximale concentratiewaarden zijn voor een drietal zichtjaren in onderstaande tabel 0-3 weergegeven. Zichtjaar Grenswaarde 2018 2020 2030 WHO-advieswaarde Tabel 0-3
Concentratie NO2 [g/m3] 40 32,0 26,6
Concentratie PM10 [g/m3] 40 22,2 19,9
Concentratie PM2,5 [g/m3] 25 13,2 11,4
15,2
16,2
8,4
40
20
10
Concentratiewaarden luchtkwaliteit
De tabel laat zien dat er rond het plangebied geen overschrijdingen van de jaargemiddelde grenswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5 voorkomen en dat de concentraties, met name door strengere emissie-eisen aan wegverkeer, scheepvaart en industrie, in de toekomst zullen dalen tot onder de Wereld.
18 oktober 2021
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
BH4288_M&I_RP2110181318
vi
Projectgerelateerd
Gezondheidsorganisatie (WHO)-advieswaarde in 2030. De maximale concentratiewaarden blijven in elk zichtjaar ruim onder de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Volgens de prognoses zal de etmaalintensiteit van de nieuwe verbinding, op doorsnedeniveau, maximaal 6.350 motorvoertuigen per etmaal, waarvan ongeveer 470 vrachtauto’s, bedragen. De toename van de jaargemiddelde stikstof en fijnstof (NO2-, PM10- en PM2,5)-concentratie, als gevolg van het extra verkeer via de nieuwe verbinding, zijn berekend. Wij koppelen luchtkwaliteit aan gezondheid door niet alleen de wettelijke grenswaarden te beschouwen maar de concentraties ook in relatie tot de advieswaarden van de WHO te beoordelen. Als gevolg van het verkeer via de nieuwe verbindingsweg wordt, op korte afstand van de wegrand, een maximale stikstof (NO2)-bijdrage van 1,5 μg/m3 berekend. Deze bijdrage zal niet leiden tot het bereiken of overschrijden van de grenswaarde, ook als deze bijdrage opgeteld wordt bij de maximale concentraties uit tabel 0-3, is er nog een ruime marge over. Voor fijnstof (PM10 en PM2,5) is de berekende maximale toename respectievelijk 0,2 μg/m3 en 0,1 μg/m3. Ook hierbij is er nog een ruime marge tot de grenswaarde. Inclusief de bijdrage van de nieuwe verbindingsweg zullen de concentraties in de toekomst (2030) tot onder de WHO-advieswaarde dalen.
Uit de NSL-Monitoringstool blijkt dat de jaargemiddelde concentraties in en rond het plangebied ruim onder de grenswaarden uit de Wm liggen en dat de concentraties, onder invloed van dalende achtergrondconcentraties en emissiefactoren, in de toekomst verder zullen dalen. De heersende concentraties liggen ruim onder de grenswaarden uit de Wm en ook inclusief de berekende worst case toenames van de concentraties, zal de realisatie van de nieuwe verbindingsweg tussen de Henri Dunantstraat en de Stationsweg in de gemeente Venray niet leiden tot een benadering of overschrijding van de grenswaarden uit de Wm. Als gevolg van de nieuwe verbindingsweg zijn er beperkte toenames van de jaargemiddelde stikstof en fijnstof (NO2-, PM10- en PM2,5)-concentratie. De concentraties blijven onder de WHO-advieswaarden waardoor de voorkeursalternatief ‘neutraal’ scoort op luchtkwaliteit (0). Trillingen Deze paragraaf bevat de beoordeling van het aspect trillingen waarin de trillingseffecten in beeld worden gebracht van wijzigingen aan het wegennet ten gevolge van de Oostverbinding Venray. Het gaat daarbij om de aanleg van een nieuwe deel en de wijziging van bestaande wegen. De trillingseffecten hiervan op de omgeving zijn nader beschouwd. De afstanden van de woningen aan de Stationsweg tot de dichtstbijzijnde rijbaan in het wegontwerp blijven ongeveer gelijk.
In het ontwerp zijn geen verkeersdrempels of verkeersplateaus voorzien. Bij de rotondes neemt de afstand tot de dichtstbijzijnde rijbaan met maximaal een tot enkele meters af. Bij de rotondes neemt ook de snelheid van 50 km/h naar circa 30 km/h af. In de huidige, de autonome en de toekomstige project situaties is sprake is van een glad asfalt wegverharding. Hiermee is de verwachting dat de maximale trillingssterkte (eenheid: Vmax) bij de woningen aan de Stationsweg gelijk blijven. De gemiddelde trillingssterkte (eenheid: Vper) in de woningen neemt naar verwachting toe omdat de verkeersintensiteiten toenemen. Bij het nieuwe deel van de Oostverbinding worden geen trillingsgevoelige objecten (woningen) gepasseerd. Ook worden geen bedrijven met trillingsgevoelige processen gepasseerd. De Oostverbinding komt op circa 20 m van de arbeidsmigrantenwoningen op het bedrijventerrein de Hulst.
18 oktober 2021
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
BH4288_M&I_RP2110181318
vii
Projectgerelateerd
De bestemming van het terrein betreft ‘Agrarisch’ logiesfunctie. Er is geen wettelijk kader in het ruimtelijk spoor dat trillingsgevoelige functies definieert. Bescherming gaat via de Wet ruimtelijke onderbouwing (Wro)/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) (invulling van een "goede ruimtelijke ordening"). Bij de afbakening van trillingsgevoelige functies kan over het algemeen aansluiting gezocht worden bij het milieuspoor (zoals het Activiteitenbesluit). In het Activiteitenbesluit wordt voor de aanwijzing van trillingsgevoelige gebouwen verwezen naar de geluidgevoelige gebouwen van de Wgh. Het gaat dan om woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen, en kinderdagverblijven. Hiermee wordt de logiesfunctie niet als trillingsgevoelige bestemming geacht. De mate van hinder is gekoppeld aan de grootheid maximale trillingssterkte Vmax. Aangezien de maximale trillingssterkte Vmax naar verwachting niet toeneemt is hiermee de verwachting dat het aantal gehinderden voor het aspect trillingen voor de gehele Oostverbinding gelijk blijft waardoor de beoordeling neutraal is (0). Lichthinder In deze paragraaf worden de effecten op het thema lichthinder op omwonenden beschreven. Na een beschrijving van de beoordelingsmethodiek en de referentiesituatie wordt ingegaan op de effecten van het alternatief.
Huidige situatie In de huidige situatie is in het studiegebied sprake van: ◼ Openbare verlichting langs de Henri Dunantstraat, de Stationsweg en in de wijken. ◼ Terreinverlichting op het parkeerterrein van de arbeidsmigrantenhuisvesting. ◼ Voertuigverlichting op wegen. Referentiesituatie Er zijn geen plannen om de infrastructuur en de verlichting aan te passen in het plangebied. Hierdoor blijft de lichthinder in de referentiesituatie (= autonome situatie) op een gelijk niveau als de huidige situatie. Nieuwe openbare verlichting Langs de nieuwe weg wordt verlichting toegepast. Ook zal er ten opzichte van de referentiesituatie meer openbare verlichting worden toegepast bij de te wijzigen wegen, aangezien daar meer vrij liggende fietspaden komen en parallelwegen. De specificaties van de nieuwe lichtbronnen zijn nog niet gedefinieerd. Wijziging in voertuigverlichting Door de aanleg van nieuwe aansluitingen en rotondes is er sprake van wijziging in de lichtinval nabij woningen. Daar waar de lichtinval vanwege voertuigverlichting in de referentiesituatie evenwijdig was aan de woningen, zijn er locaties in het alternatief waarbij de lichtinval meer richting de woningen georiënteerd is. Door de aanleg van de nieuwe oost verbinding en de aanleg van rotondes, parallelbanen en vrij liggende fietsstroken neemt de verlichting en de kans op verblinding toe binnen het studiegebied.
Door bij de uitwerking van het ontwerp aandacht te besteden aan de keuze van de locatie en de oriëntatie van de verlichting en eventuele afscherming van armaturen of afscherming ter hoogte van woningen, kan de kans op lichthinder beperkt worden. Bij toepassing van de mitigerende maatregelen heeft de beoordeling van het voorkeursalternatief een neutraal effect ten opzichte van de referentiesituatie (0).
18 oktober 2021
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
BH4288_M&I_RP2110181318
viii
Projectgerelateerd
Landschap, Cultuurhistorie en Archeologie Voor het aspect landschap wordt ingegaan op de effecten van de nieuwe wegverbinding op de kenmerkende landschapsstructuur en landschappelijke patronen en de beleving daarvan. Daarnaast wordt voor het aspect cultuurhistorie ingegaan op de cultuurhistorische elementen en historisch geografische waarden. Tevens wordt onderzocht wat de effecten zijn op aanwezige archeologische waarden en verwachtingen in het gebied. Landschap De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een verkeerskundige opwaardering van de Stationsweg en een nieuwe verbindingsweg tussen de Stationsweg en de Henri Dunantstraat. De landschappelijke inpassing van de Stationsweg wordt in de voorgenomen situatie gekenmerkt door de begeleiding van veelal nieuwe laanbeplanting. Met de opwaardering van de Stationsweg wordt het beeld van deze landschappelijk waardevolle lijn sterk gewijzigd. Het huidige bijna dorpse profiel met voornamelijk groen gekoppeld aan de bebouwing wordt sterk gedomineerd door de verkeerskundige ingrepen. De groenstructuur blijft deels intact, maar ter hoogte van de hoofdentree van het Sint Servatiusterrein en op het Sint Servatiusterrein zal het beeld wijzigen doordat meerdere volwassen bomen gekapt moeten worden. De compensatie van bomen vindt met name plaats langs de nieuwe verbindingsweg.
De huidige entree van het Sint Servatiusterrein wordt een voetpad, aangekleed met aan weerszijden een bomenrij. De landschappelijke inrichting van de weg wordt aangevuld met een voetpad slingerend door het stedelijke mozaïeklandschap van het Sint Servatiusterrein. De maat en schaal van de Stationsweg verandert door het nieuwe wegprofiel en de inpassing van rotondes op het tracé. De identiteit en de landschappelijke context van de weg wordt minder herkenbaar door het conflict in maat en schaal van de omgeving en de verkeerskundige ingreep. De opwaardering van de Stationsweg, bezien vanuit het perspectief van lokaal beleid (Welstandsnota), draagt niet bij aan het beschermen van de kenmerkende waarden en eigenheid van deze historische route. De nieuwe verbinding tussen de Stationsweg en de Henri Dunantstraat loopt parallel langs de A73 in een soort van achterkanten landschap. Het effect van het aanleggen van de weg heeft geen effect op de landschappelijke kwaliteit van het gebied, maar voegt ook zeker geen kwaliteit toe. De aansluiting van nieuwe verbindingsweg op de Henri Dunantstraat door middel van een rotonde representeert in de voorgenomen ontwikkeling de nieuwe entree naar de kern Venray. De beleving daarvan en op welke wijze de route de kwaliteiten toevoegt aan het gebied, blijft ongewijzigd. Per saldo wordt dit aspect als negatief (-) beoordeeld.
Cultuurhistorie De voorgenomen ontwikkeling heeft een ruimtebeslag op het cultuurhistorische waardevolle Sint Servatiusterrein. Ter hoogte van de kruising Stationsweg/Kruidenlaan en de huidige entree van het Sint Servatiusterrein wordt een nieuwe rotonde beoogd. De rotonde draagt niet bij aan de versterking van de cultuurhistorische waarde van het Sint Servatiusterrein. De voorgenomen infrastructuur neemt in zijn totaliteit een te nadrukkelijke positie in ten opzichte van het Sint Servatiusterrein. Dit heeft een negatief effect op de cultuurhistorische waarden van het gebied. De Sint-Antoniuskapel ter hoogte van de kruising Stationsweg/Klaproos en tussen de Stationsweg en de Wilhelmina Druckerstraat wordt enkele meters verplaatst door het inpassen van een nieuwe rotonde. De ruimte rondom de kapel wordt opnieuw aangekleed met beplanting en bankjes. De kapel krijgt echter een minder prominente plek in de openbare ruimte omdat het landschappelijk beeld veranderd door inpassing van een rotonde. Hiermee wijzigt het aangezicht en daarmee de beleving op de kapel. Per saldo wordt dit aspect als negatief (-) beoordeeld.
18 oktober 2021
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
BH4288_M&I_RP2110181318
ix
Projectgerelateerd
Archeologie Stationsweg In het plangebied heeft het Voorkeursalternatief volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Venray een verwachting op aantasting van middelhoge tot hoge archeologische waarden. De wegreconstructie ter plaatse van de kruising Klaproos-Stationsweg wordt aangeduid als 'Waarde Archeologie 2 '. Binnen deze aangegeven grond is uitvoering van werk niet toegestaan indien de verstoring meer dan 250 m² bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm. Een rapport (bureauonderzoek, inventariserend (verkennend, karterend of waarderend) veldonderzoek door middel van proefsleuven of boringen, opgraving, archeologische begeleiding) dient te worden overlegd, waaruit blijkt dat de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. Gezien de huidige inrichting van infrastructuur heeft hier verstoring plaatsgevonden op het huidige wegtracé. De meeste werkzaamheden zullen waarschijnlijk te beperkt in diepte zijn en de diepere werkzaamheden te beperkt in oppervlakte. Aangezien verstoring gaat plaatsvinden buiten het ruimtebeslag om van het huidige wegtracé en de omvang en diepte van de ingreep nog niet definitief is vastgesteld, kan op voorhand niet worden uitgesloten dat archeologische waarden niet (kunnen) worden geschaad.
Verbindingsweg Ter plaatse van de verbindingsweg is archeologisch onderzoek uitgevoerd, waarbij de aanwezige archeologische resten conform wet- en regelgeving zijn gedocumenteerd en geborgen. Zodoende worden de archeologische waarden vastgelegd in een rapport en blijven de vondsten bewaard en beschikbaar in het provinciaal archeologisch depot voor bodemvondsten te Heerlen. Het onderzoeksproces bestond uit verkennend vooronderzoek door middel van boringen in 2011 (Econsultancy rapportnummer 11050483), karterend en waarderend vooronderzoek door middel van proefsleuven in oktober 2020 en definitief onderzoek in de vorm van een opgraving in december 2020. Van het onderzoek in 2020 is op dit moment (maart 2021) een evaluatierapport beschikbaar (Evaluatierapport Venray, plangebied Oostverbinding, Proefsleuvenonderzoek en opgraving, auteur: N. Lameris, 15-02-2021, BAAC projectnummer A-20.0250). Bij de twee laatste onderzoeken kon een groot gedeelte van een romeins grafveld worden gedocumenteerd. De gemeente Venray heeft opdracht gegeven aan de archeologische uitvoerder (BAAC) voor de uitwerking. Voor het bestemmingsplan volstaat het gegeven dat het archeologische veldwerk is afgerond en op basis daarvan het tracé van de nieuwe verbindingsweg is vrijgegeven door de gemeente Venray als bevoegd gezag.
Het effect op de werkzaamheden tijdens de realisatie is zodoende voor het Voorkeursalternatief negatief (-) ten opzichte van de referentiesituatie omdat ter plaatse van de Stationsweg niet definitief uitgesloten kan worden dat archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. Externe Veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s voor de omgeving ten gevolge van het transport, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen. In het geval van een verandering bij de risicobron of in de omgeving daarvan dient een afweging te worden gemaakt over de externe veiligheidssituatie. De ontwikkeling Oostelijke ontsluiting betreft een aanpassing van bestaande wegen en de aanleg van een nieuw tracé parallel aan de A73. In het kader van de wegaanpassing is het transport van gevaarlijke stoffen onderzocht. Hierbij is het aantal transporten brandbare gassen zoals lpg maatgevend voor externe veiligheid. Door de aanleg van een nieuwe weg kunnen transportstromen veranderen.
18 oktober 2021
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
BH4288_M&I_RP2110181318
x
Projectgerelateerd
In het kader van externe veiligheid zijn de effecten op het transport van gevaarlijke stoffen geanalyseerd. Hiervoor is inzicht gegeven in de effecten voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hierbij is getoetst aan de beleidsregels EV-beoordeling en is invulling gegeven aan de vuistregels uit de HART. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die (onafgebroken aanwezig en onbeschermd) op een bepaalde plaats overlijdt als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen bij een inrichting of een transportmodaliteit. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een kans van 1*10-6 per jaar als grenswaarde voor kwetsbare bestemmingen en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare bestemmingen. Groepsrisico Het groepsrisico bestaat uit de cumulatieve kans per jaar dat een groep van een bepaalde omvang overlijdt als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen bij een inrichting of een transportmodaliteit. Hierbij wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde. De oriëntatiewaarde is een ijkpunt voor de omvang van het groepsrisico. Op basis hiervan worden beleidsbeslissingen gemaakt in het kader van de verantwoording groepsrisico. Conclusie De aanleg van de oostelijke ontsluiting heeft beperkt effect voor externe veiligheid. De weg heeft geen PR 10-6 contour. Dit blijft gelijk ten opzichte van de referentiesituatie.
Het groepsrisico neemt zeer beperkt toe omdat het transport van lpg over de nieuwe weg niet geheel kan worden uitgesloten. In zijn algemeenheid scoort het milieuaspect externe veiligheid een neutraal/verwaarloosbaar effect (0). Natuur Wat betreft Natura 2000 gebieden laat een Voortoets zien dat significant negatieve effecten op geformuleerde instandhoudingsdoelstellingen niet op voorhand uitgesloten kunnen worden als het gaat om “Verzuring en vermesting door depositie van stikstof uit de lucht”. In een Passende Beoordeling is het optreden van dergelijke effecten nader onderzocht. Uit de Passende Beoordeling volgt dat weliswaar sprake is van een depositietoename op daarvoor gevoelige natuurwaarden ten aanzien waarvan in Natura 2000-gebied “Boschhuizerbergen” instandhoudingsdoelstellingen zijn geformuleerd, maar dat deze niet leiden tot meetbare effecten op die instandhoudingsdoelstellingen. Het oordeel voor beïnvloeding Natura 2000-gebieden is dan ook neutraal (0). Het plangebied is in beginsel arm aan beschermde natuurwaarden, gegeven dat de aanwezige habitats primair een andere functie vervullen. Uit de uitgevoerde quickscan (Sanders 2019) volgt dat mogelijk sprake is van overtreding van onder de Wet natuurbescherming geformuleerde verbodsbepalingen als gevolg van de kap van bomen ten aanzien van vleermuizen, Iepenpage en vogels met jaarrond beschermd nest.
Vervolgonderzoek uitgevoerd door Gemeente Venray laat zien dat ten aanzien van Iepenpage inderdaad sprake is van overtreding van verbodsbepalingen zoals geformuleerd onder de Wet natuurbescherming. Bijbehorend oordeel is negatief (-). De voorgenomen activiteit vindt niet plaats in gebieden die onderdeel zijn van Natuurnetwerk Nederland. In Limburg kan daardoor geen sprake zijn van wezenlijke effecten op de wezenlijke en kenmerkende waarden van dit netwerk. Bijbehorend oordeel is neutraal (0). Het ten tijde van deze rapportage beschikbare ontwerp laat zien dat net iets meer bomen worden aangeplant dan moeten verdwijnen, zónder dat lijnvormige structuren wezenlijk veranderen. Bijbehorend oordeel is positief (0/+).
18 oktober 2021
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
BH4288_M&I_RP2110181318
xi
Projectgerelateerd
Bodem In deze paragraaf worden de effecten op het thema bodem beschreven. Hierin wordt ingegaan op de milieu hygiënische bodemkwaliteit. De referentiesituatie wordt beschreven om vervolgens de effecten van de voorkeursvariant daarmee te vergelijken. Het wettelijk uitgangspunt voor het toepassen van grond is dat deze van minimaal gelijke of betere milieu hygiënische kwaliteit moet zijn dan de grond die reeds op de locatie aanwezig is (het standstill-principe). Door de wettelijke verankering van het standstill-principe en de zorgplicht is een negatief effect op de milieuhygiënische bodemkwaliteit, ongeacht gekozen variant of ontwerp, niet toegestaan. Vergelijk van effecten van varianten op de milieuhygiënische bodemkwaliteit wordt daarmee overbodig. De voorkeursvariant zal namelijk een neutraal (0) of verbeterend effect (+) op de milieuhygiënische bodemkwaliteit hebben. De mate van een positief effect is afhankelijk van de hoeveelheid grond met een betere milieuhygiënische kwaliteit die zal worden toegepast. Water In deze paragraaf worden de effecten op het thema water beschreven. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen bodemopbouw en geohydrologie, watergang en infiltratie. De referentiesituatie wordt beschreven om vervolgens de effecten van de voorkeursvariant daarmee te vergelijken.
De referentiesituatie aangaande de aspecten bodemopbouw en geohydrologie, watergang en infiltratie leiden niet tot belemmeringen voor het realiseren van de infrastructuur of nadelige effecten tot het aspect water. Eerder zal een positief effect optreden in verband met afname belasting van het vuilwaterriool door de afkoppelmaatregelen. (+) Ter hoogte van het voorkeurstracé is het effect neutraal/verwaarloosbaar (0). Ruimtegebruik In dit hoofdstuk worden de effecten op het thema ruimtegebruik beoordeeld. Er wordt een omschrijving gegeven van de referentiesituatie en er wordt ingegaan op de effecten van de voorkeursvariant. Het gaat daarbij om het ruimtebeslag van de voorkeursvariant op bestaande ruimtelijke functies. De nieuwe weg komt te liggen op een stuk grond dat een ‘agrarische’ bestemming kent. Echter wordt deze grond niet gebruikt voor agrarische doeleinden maar, staan er tijdelijke woningen voor arbeidsmigranten en is het overige gedeelte bedekt met gras en bomen. De weg wordt gerealiseerd waar nu het grasveld ligt, qua ruimtebeslag neemt dit dus nauwelijks gebruikte grond in beslag. Het effect hiervan is dus neutraal/verwaarloosbaar (0). Sociale Aspecten In dit hoofdstuk worden de effecten op het thema sociale aspecten beoordeeld.
Met sociale aspecten wordt in dit project bedoeld de veranderingen in sociale veiligheid, visuele hinder en barrièrewerking als gevolg van de nieuwe weg en aanpassingen aan de bestaande wegen. De effectwaardering wordt weergegeven en de effecten aangaande de voorkeursvariant worden omschreven. Sociale Veiligheid Zowel bij de nieuwe weg als bij de stationsweg wordt er veel aandacht geschonken aan het creëren van een veilig fietspad. Ook is er voldoende ruimte voor voetgangers langs de stationsweg. Met de komst van de rotondes worden veilige situaties voor voetgangers en fietsers gewaarborgd. Ook voor het autoverkeer zorgt dit voor veel overzicht in die situaties. Het viaduct onder de A73 vormt verder geen belemmering vanwege het open karakter en de goede verlichting.
18 oktober 2021
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
BH4288_M&I_RP2110181318
xii
Projectgerelateerd
Visuele Hinder De A73 vormt voor sommige bewoners aan de stationsweg een belemmering van zicht, in de nieuwe situatie blijft dit onveranderd. Voor bewoners aan de stationsweg aan de oostzijde van de A73 wordt een groot gedeelte van de hoofdrijbaan verder van de woningen gesitueerd, met toepassing van parallelwegen. De visuele hinder zal in dit geval afnemen. Barrièrewerking In de nieuwe situatie wordt er een nieuwe verbindingsweg gerealiseerd waardoor de bereikbaarheid tussen Venray en Oostrum/Wanssum alleen maar beter wordt. De barrièrewerking van de Stationsweg tussen de wijken ten noorden en zuiden ervan wordt verminderd door het inpassen van goede oversteekvoorzieningen voor fietsers en voetgangers. Conclusie Er kan worden geconcludeerd dat met de aanleg van de nieuwe verbindingsweg en de herstructurering van de Stationsweg het effect als licht positief is te beoordelen. De voornaamste oorzaak hiervan is de veilige plek voor voetgangers en het verminderen van de barrièrewerking. Score Milieuthema’s Tabel 0-4 geeft een totaaloverzicht van alle onderzochte milieuthema’s en diens vergelijking tussen de referentiesituatie en het voorkeursalternatief. Uit de tabel blijkt dat, op LCA en beschermde soorten natuur na, alle milieuthema’s een neutrale of positieve effectbeoordeling hebben. Totaaloverzicht onderzochte milieuthema’s
Tabel 0-4 Criteria
Referentiesituatie
Voorkeursalternatief
Verkeer Verkeersstructuur
0
+
Fiets
0
0
Auto/vracht
0
+
Ov + voetganger
0
0
0
+
Fiets
0
+
Auto/vracht
0
+
Ov + voetganger
0
0
Verkeersveiligheid
0
++
Fiets
0
++
Auto/vracht
0
+
Ov + voetganger
0
++
0
0
NO2
0
0
PM10
0
0
PM2,5
0
0
Trillingen
0
0
Lichtinder
0
0
Bereikbaarheid
Geluid Luchtkwaliteit
18 oktober 2021
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
BH4288_M&I_RP2110181318
xiii
Projectgerelateerd
Criteria
Referentiesituatie
Voorkeursalternatief
Landschap
0
-
Cultuurhistorie
0
-
Archeologie
0
-
Plaatsgebonden Risico
0
0
Groepsrisico
0
0
Externe Veiligheid
Natuur Europees beschermde gebieden
0
Beschermde soorten
-
Landelijk en Provinciaal beschermde gebieden
0
Houtopstanden
0/+
Bodem
0
0/+
Water
0
0
Ruimtegebruik
0
0
Sociale aspecten
0
0/+
18 oktober 2021
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
BH4288_M&I_RP2110181318
xiv
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
De m.e.r. procedure en -plicht
4
1.3
Doel milieueffectrapportage
4
1.3.1 1.3.2
Waarom een milieueffectrapportage? Procedure
5 5
1.4
Doel milieueffectrapportage
6
1.5
Betrokken partijen
6
1.6
Opbouw van deze milieueffectrapportage
7
2
Probleemanalyse en doelstelling
8
2.1
Probleemanalyse
8
2.2
Doelstelling en kader
9
3
Het voornemen
12
3.1
Plan- en studiegebied
12
3.2
Referentiesituatie
12
3.2.1 3.2.2
Huidige situatie Autonome ontwikkelingen
13 13
3.3
Toelichting en onderbouwing van eerder afgevallen varianten
14
3.3.1 3.3.2
Verkeerskundige beschouwing varianten Depositieberekening afgevallen varianten
14 15
3.4
De te onderzoeken variant: de Oostelijke verbindingsweg
16
4
Milieueffecten
20
4.1
Beoordelingskader
20
4.2
Verkeer en vervoer
21
Gemeente Venray heeft een breed takenpakket op het gebied van verkeer en vervoer. Het gaat daarbij niet alleen om het beheer en onderhoud van haar wegen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toekomstbestendig maken van de mobiliteit. Dat raakt de onderwerpen bereikbaarheid, duurzaamheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid in onderlinge samenhang. Venray heeft de verantwoordelijkheid om locaties binnen de gemeente goed bereikbaar te houden. Zo optimaliseren zij het leefklimaat en de verkeersveiligheid. Daarnaast heeft mobiliteit veel raakvlakken met de ruimtelijke inrichting, economische ontwikkeling, klimaatbeleid en werkgelegenheid binnen gemeenten. In het hoofdstuk verkeer beschrijven we de huidige verkeerssituatie die we vervolgens vergelijken met het voorkeursalternatief waarbij de verbindingsweg tussen de Stationsweg en de Henri Dunantstraat is gerealiseerd. 21 4.2.1 Verkeerstructuur 21
4.3
Bereikbaarheid
25
4.4
Verkeersveiligheid
28
4.5
Effectbeoordeling verkeer
32
4.6
Geluid
33
4.6.1
Geluidseffecten bij geluidgevoelige bestemmingen
33
18 oktober 2021
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
BH4288_M&I_RP2110181318
1
Projectgerelateerd
4.6.2 4.6.3
Juridische maakbaarheid Conclusie
34 36
4.7
Luchtkwaliteit
37
4.7.1 4.7.2 4.7.3 4.7.4
Wettelijk kader Concentratiewaarden referentiesituatie Effecten Conclusie
37 37 38 38
4.8
Trillingen
39
4.8.1 4.8.2 4.8.3
Wettelijk kader Toetsing Conclusie
39 39 40
4.9
Lichthinder
41
4.9.1 4.9.2 4.9.3 4.9.4 4.9.5 4.9.6
Wettelijk kader en beleidskader Beoordelingskader Huidige situatie en autonome ontwikkeling Effectbeschrijving en -beoordeling Beoordeling mitigerende maatregelen Conclusie
41 41 42 42 42 42
4.10
Landschap, Archeologie en Cultuurhistorie
43
4.10.1 4.10.2 4.10.3
Wettelijk kader Referentiesituatie Huidige situatie
43 44 44
4.10.3.1 Landschap
44
4.10.3.2 Cultuurhistorie
45
4.10.3.3 Archeologie
46
4.10.4 4.10.5 4.10.6
46 46 47
Autonome ontwikkelingen Voorgenomen activiteit Effectbeoordeling Oostverbinding Venray
4.10.6.1 Landschap
47
4.10.6.2 Cultuurhistorie
47
4.10.6.3 Archeologie
48
4.10.7
Samenvatting en conclusies
49
4.11
Externe veiligheid
49
4.11.1 4.11.2 4.11.3 4.11.4
Toetsingskader Plaatsgebonden risico Groepsrisico Conclusie
49 50 51 51
4.12
Natuur
52
4.13
Bodem
53
4.13.1 4.13.2 4.13.3
Huidige situatie Referentiesituatie Conclusie
53 53 53
4.14
Water
53
4.14.1 4.14.2
Referentiesituatie Effecten
54 54
18 oktober 2021
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
BH4288_M&I_RP2110181318
2
Projectgerelateerd
4.14.3
Conclusie
54
4.15
Ruimtegebruik
55
4.15.1 4.15.2
Referentiesituatie Effecten
55 56
4.16
Sociale aspecten
56
4.16.1 4.16.2 4.16.3
Effectwaardering Effecten Conclusie
57 57 57
5
Leemten in kennis en doorkijk vervolg
58
5.1
Leemten in kennis
58
5.2
Doorkijk vervolg
58
6
Begrippen en Afkortingen
59
7
Bibliografie
60
Bijlagen 1.
Notitie van Reikwijdte en detailniveau
2.
Procedure en besluitvorming
3.
Autonome ontwikkelingen
4.
Achtergrondrapport Landschap, cultuurhistorie en archeologie
5.
Achtergrondrapport Natuur inclusief Passende beoordeling
6.
Verschilplot referentiesituatie en de oostverbinding
18 oktober 2021
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
BH4288_M&I_RP2110181318
3
Projectgerelateerd
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
De gemeente Venray wil de leefbaarheid, verkeersveiligheid en de verkeersdoorstroming rondom de N270 en de aansluitende wegen vergroten. Op dit moment kennen enkele kruisingen in de kern van Venray doorstromings- en verkeersveiligheidsknelpunten. Denk hierbij aan de rotonde op de kruising van de Zuidsingel met de Leunseweg. Ook kent de gemeente op een aantal wegen sluipverkeer door woongebieden omdat er geen afdoende alternatief is geboden voor de oude, inmiddels ongewenste, structuren. De verbinding door de kern van Oostrum is daar een sprekend voorbeeld van. Door de verwachte havenontwikkeling in Wanssum en diverse ontwikkelingen in Venray zelf verwacht men dat deze wegen door meer verkeer gebruikt zal worden. Dit alles leidt ertoe dat een verbetering van de kwaliteit van het wegennet op dit traject noodzakelijk is. De gemeente Venray wil daartoe een nieuwe verbindingsweg aanleggen aan de oostkant van Venray, tussen de Henri Dunantstraat en de Stationsweg, parallel aan de oostkant van de A73. Tevens wordt de Stationsweg, tussen de rotonde bij de Oostsingel en de nieuwe verbindingsweg bij de A73, opgewaardeerd. In figuur 1 is een overzichtskaart van het projectgebied en de wijdere omgeving opgenomen.
1.2
De m.e.r. procedure en -plicht
De gemeente Venray bereidt een bestemmingsplan voor waarmee de noodzakelijke aanpassingen voor de autobereikbaarheid planologisch mogelijk worden gemaakt. Aan het besluit over het bestemmingsplan voor de Oostverbinding Venray is een m.e.r.-plicht gekoppeld. De m.e.r.-procedure wordt geregeld in het Besluit milieueffectrapportage en de Wet Milieubeheer. Hierbij dient tevens een m.e.r.-procedure te doorlopen worden. Deze m.e.r.-plicht en de daarbij horende procedure wordt in dit hoofdstuk verder toegelicht.
1.3
Doel milieueffectrapportage
De m.e.r.-procedure is een hulpmiddel bij de besluitvorming over grote projecten en ingrepen. Het doel van een m.e.r. is om in de besluitvorming het milieubelang, naast de overige belangen, een volwaardige rol te laten spelen. In de milieueffectrapportage (MER) worden op een samenhangende, objectieve en systematische wijze de milieueffecten beschreven, die naar verwachting optreden als gevolg van de voorgenomen activiteit.
18 oktober 2021
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
BH4288_M&I_RP2110181318
4
Projectgerelateerd
Figuur 1
1.3.1
Overzichtskaart plangebied
Waarom een milieueffectrapportage?
In het besluit m.e.r. wordt wijziging of uitbreiding van bestaande wegen genoemd. Onder categorie C1.3 van het besluit m.e.r. staat: “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een weg bestaande uit vier of meer rijstroken, of verlegging of verbreding van bestaande wegen van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken niet zijnde een autosnelweg of autoweg.” Een m.e.r.-plicht is alleen van toepassing in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een weg met vier of meer rijkstroken en een tracélengte van 10 kilometer of meer. Het plan voorziet niet in de realisatie van een weg met vier of meer rijkstroken en de totale lengte van de aan te passen wegen is minder dan 10 km. Daarom is C1.3 van het Besluit m.e.r. niet van toepassing. Op grond van artikel 7.2a van de Wet Milieubeheer juncto artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming is sprake van een m.e.r. plicht als significante effecten op Natura 2000-gebieden niet uit te sluiten zijn en er hierdoor een passende beoordeling noodzakelijk is. Uit het onderzoek naar effecten op de natuur dat voor dit project reeds is uitgevoerd door Royal HaskoningDHV, blijkt dat de voorgenomen maatregelen leiden tot een toename stikstofdepositie in Natura 2000-gebied Boschhuizerbergen.
Omdat op voorhand niet is uit te sluiten of deze toename leidt tot significante effecten op deze Natura 2000-gebieden moet een passende beoordeling worden uitgevoerd. Hiermee is dus sprake van een plan m.e.r.-plicht.
1.3.2
Procedure
De eerste stap in de m.e.r.-procedure is het opstellen van een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De NRD beschrijft in feite het onderzoeksvoorstel van het m.e.r. en bevat in beginsel een beschrijving van het project, het alternatief en/of varianten die in het m.e.r. in beschouwing wordt genomen, een beschrijving van de milieuaspecten die onderzocht worden en de wijze waarop de onderzoeken worden uitgevoerd. In de NRD is de inhoudelijke afbakening van de uit te voeren milieuonderzoeken in het m.e.r beschreven. Om burgers en andere stakeholders te betrekken bij de reikwijdte en het detailniveau van het nog op te stellen MER is de ontwerp-NRD ter visie gelegd. Eenieder kon ten aanzien van deze notitie zienswijzen inbrengen. De NRD heeft ter visie gelegen van vrijdag 17 juli t/m donderdag 27 augustus 2020. 18 oktober 2021
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
BH4288_M&I_RP2110181318
5
Projectgerelateerd
Daarnaast is advies gevraagd aan wettelijke adviseurs, te weten provincie Limburg, Rijkswaterstaat, Veiligheidsregio Limburg Noord en Waterschap Limburg. Door het betrekken van deze partijen kan het m.e.r. de basis vormen voor een uiteindelijk breed gedragen besluitvorming. Na het ontvangen van de zienswijzen en de bestuurlijke raadpleging over de ontwerp-NRD is de NRD vastgesteld. Zienswijzen zijn in een Nota van Antwoord opgenomen en beantwoord. De gemeente Venray geeft als bevoegd gezag met de uitkomsten van dit traject haar advies voor reikwijdte en detailniveau af voor het m.e.r. In de volgende stap zijn de verschillende effectstudies uitgevoerd en is het voorliggend MER opgesteld. In samenhang daarmee en in wisselwerking met het ontwerpproces is het ontwerpbestemmingsplan opgesteld. De NRD is bijgevoegd als bijlage 1. In het MER worden de milieueffecten van het ontwerp en de eventuele uitvoeringsvarianten in beeld gebracht. Tevens wordt getoetst of aannemelijk kan worden gemaakt of met het ontwerp en deze varianten aan de wettelijke normen/grenswaarden kan worden voldaan. Het MER en het ontwerpbestemmingsplan worden tegelijkertijd door de gemeente gepubliceerd en openbaar gemaakt. Eenieder kan hierop zienswijzen indienen tijdens de periode van ter inzagelegging.
Uiteindelijk wordt het bestemmingsplan mede op basis van het MER, de reacties en de advisering daarover inclusief toetsingsadvies van de Commissie m.e.r., vastgesteld door de gemeenteraad van de Gemeente Venray. Voor de besluitvorming bestemmingsplan met milieueffectrapportage wordt de procedure gevolgd zoals weergegeven in bijlage 2.
1.4
Doel milieueffectrapportage
De m.e.r.-procedure wordt geregeld in het Besluit milieueffectrapportage en de Wet Milieubeheer. Doel van de m.e.r.-procedure is het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de voorbereiding en vaststelling van besluiten. Het milieueffectrapport (m.e.r.) is een hulpmiddel bij de besluitvorming over het bestemmingsplan. In het m.e.r. wordt onderzoek gedaan naar de milieueffecten van de referentiesituatie en de mogelijke (zowel positieve als negatieve) gevolgen voor mens en milieu als gevolg van het voornemen. Indien uit de resultaten van de onderzoeken compenserende of mitigerende maatregelen noodzakelijk blijken dan worden de maatregelen én hun effect(en) in beeld gebracht.
1.5
Betrokken partijen
Initiatiefnemers Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venray is initiatiefnemer van het project en de m.e.r.-procedure. Bevoegd gezag Dit is de overheidsinstantie, die bevoegd is om over het voornemen van de initiatiefnemer een besluit te nemen. In deze m.e.r.-procedure is dat de gemeenteraad van Venray. Commissie voor de milieueffectrapportage Na afronding van het MER, wanneer het MER ter inzage wordt gelegd, brengt de Commissie m.e.r. een toetsingsadvies uit over het MER. Dit gaat over de juistheid en volledigheid van het MER voor de besluitvorming over het bestemmingsplan. Wettelijke adviseurs Het Bevoegd gezag dient advies te vragen aan de wettelijke adviseurs. In het kader van deze m.e.r. zijn dat in ieder geval de wettelijke adviseurs voor de bestemmingsplanprocedure.
18 oktober 2021
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
BH4288_M&I_RP2110181318
6
Projectgerelateerd
1.6
Opbouw van deze milieueffectrapportage
In het eerste hoofdstuk wordt de m.e.r.-procedure toegelicht. Er wordt ingegaan op de m.e.r.-plicht en het doel van deze rapportage. Ook worden de betrokken partijen benoemd. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van het probleem en het doel van het project. Hoofdstuk 3 brengt het plangebied in kaart. Daarbij wordt ook een weergave van het studiegebied gegeven, het gebied waarbinnen de effecten van het alternatief worden verwacht. Ook wordt in dit hoofdstuk de referentiesituatie beschreven, de afgevallen varianten en het te onderzoeken alternatief. In hoofdstuk 4 komen alle milieueffecten aan bod. De belangrijkste gevolgen van de nieuwe verbindingsweg op het milieu worden overzichtelijk in beeld gebracht. In het afsluitende vijfde hoofdstuk worden de leemten in kennis benoemd (ontbreken van voldoende informatie over een milieuaspect) en de eventuele vervolgstappen hierdoor.
18 oktober 2021
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
BH4288_M&I_RP2110181318
7
Projectgerelateerd
2
Probleemanalyse en doelstelling
Figuur 2
2.1
Toponiemenkaart
Probleemanalyse
De gemeente Venray wil de leefbaarheid, verkeersveiligheid en de verkeersdoorstroming rondom de N270 en de aansluitende wegen vergroten. Op dit moment kennen enkele kruisingen in de kern van Venray doorstromings- en verkeersveiligheidsknelpunten die nog moeten worden opgelost. Denk hierbij aan de rotonde op de kruising op de Leunseweg met de Zuidsingel. Deze rotonde wordt zwaar belast door het ontbreken van een alternatieve ontsluiting richting het centrum van Venray. Ook op de Stationsweg liggen een aantal kruisingen die vanuit het ideaalbeeld in het kader van verkeersveiligheid vormgegeven dienen te worden met een rotonde. Het gaat hier om de kruispunten bij de Kruidenlaan en de Klaproos. Ook kent de gemeente op een aantal wegen sluipverkeer door woongebieden omdat er geen afdoende alternatief is geboden voor de oude, inmiddels ongewenste, structuren. De verbinding door de kern van Oostrum is daar een sprekend voorbeeld van. De stationsomgeving is een drukke omgeving met veel gemotoriseerd verkeer dat deze route mede gebruikt als doorstroomroute richting het centrum van Venray. Kijkend naar de stedelijke structuur kan worden geconstateerd dat er een noord-zuid verbinding ontbreekt tussen de Oostsingel en de Stationsweg, ter hoogte van het station. Voor een breedte van 2km ontbreekt deze noord-zuid verbinding waardoor zoekverkeer in de regio wordt veroorzaakt.
Stedenbouwkundig en structuur technisch gezien is een verbinding daarom wenselijk. Door de verwachte havenontwikkeling in Wanssum en diverse ontwikkelingen in Venray zelf verwacht men dat de wegen rondom de N270 en de aansluitende wegendoor meer verkeer gebruikt zal worden. Dit alles leidt ertoe dat een verbetering van de kwaliteit van het wegennet op dit traject noodzakelijk is. Gemeente Venray wordt ontsloten door de A73 die de gemeente in noord-zuidrichting doorsnijdt. Aan de westzijde van de A73 ligt de kern Venray en aan de oostzijde de kern Oostrum. Aan de zuidzijde ligt de provinciale weg N270 die in een oost-westontsluiting voorziet. De A73 vormt een barrière in de oostwestverbindingen.
18 oktober 2021
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
BH4288_M&I_RP2110181318
8
Projectgerelateerd
Hierdoor is het centrum van Venray vanuit de oostzijde te bereiken via drie alternatieven: 1Via de N270 en de Leunseweg 2Via de N270, de Germaan en de Henri Dunantstraat 3Via de N270, de Monseigneur Hanssenstraat en de Stationsweg In figuur 3 worden deze drie alternatieven zichtbaar gemaakt. Alle drie de alternatieven kennen tekortkomingen. Zo is de route via de Leunseweg in spitsuren overbelast en is uitbreiding van de capaciteit op deze verbinding niet meer mogelijk. Bovendien voert de verbinding langs het Raayland College, een middelbare school waar sprake is van veel fietsverkeer tijdens met name de ochtendspits. Extra verkeer over deze route leidt tot verkeersonveilige situaties. De route wordt vooral gebruikt door verkeer ten zuiden van Venray en verkeer met een relatie met de A73 richting zuiden. De route over de Germaan en de Henri Dunantstraat wordt door het verkeer richting centrum oost nauwelijks gebruikt. De route is vooral interessant voor verkeer vanuit de Blakt. Uit tellingen blijkt dat verkeer dat via de Germaan naar het oostelijk deel van het centrum rijdt ook gebruik maakt van de route door St. Antoniusveld. Deze route voert over erftoegangswegen in een woonwijk en is ongewenst in verband met verkeersveiligheid en het behouden van een prettige woonleefklimaar.
De derde route wordt veelal door verkeer gebruikt uit de oostelijke richting en gaat door de kern van Oostrum. Ook deze route is ongewenst gelet op het verblijfskarakter van de kern Oostrum. Bij het station wordt het project upgrade stationsomgeving uitgevoerd. Daarin wordt de nadruk gelegd op fiets- en voetgangers. Doorgaand verkeer langs het station vanuit Oirlo, Oostrum en Landweert is daarin ongewenst en dus is een alternatief voor dit verkeer zeer gewenst.
Figuur 3
2.2
Ontsluitingsroutes centrum Venray
Doelstelling en kader
De regio Noord-Limburg heeft met 8 verschillende gemeentes de mobiliteitsvisie ‘Trendsportal’ opgesteld. Het is een regio waar mobiliteit van levensbelang is en het gebied speelt, met hun innovatieve fietspaden, goede snelwegen en logistieke netwerken, een belangrijke rol voor eigen land en voor Europa. Trendsportal is opgericht om tijdig in te spelen op de toekomstige ontwikkelingen in de regio en probeert te doorgronden waar de regio over pakweg 20 jaar staat.
18 oktober 2021
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
BH4288_M&I_RP2110181318
9
Projectgerelateerd
De gemeente Venray is aangesloten als één van de acht gemeentes. Er wordt aan vijf hoofddoelen gewerkt, namelijk ◼ Verbeteren van de kwaliteit van leven. ◼ Verbeteren van de verkeersveiligheid. ◼ Aantrekkelijk mobiliteitssysteem ontwikkelen. ◼ Ondersteunen van de milieu- en energietransitie. ◼ Verbeteren van de ruimtelijk economische bereikbaarheid. Verschillende projecten moeten gaan bijdragen aan het realiseren van bovenstaande doelen. De aanleg van een nieuwe verbindingsweg en het opwaarderen van de bestaande Stationsweg is daar onderdeel van. Als onderdeel van het programma Via Venray heeft de gemeente Venray de ambitie om de gemeentelijke wegenstructuur aan de oostzijde van Venray te versterken om de bereikbaarheid en verkeersveiligheid van Venray te verbeteren. Vanuit het oogpunt van verkeersleefbaarheid is het niet wenselijk dat doorgaand verkeer door de kern van Oostrum rijdt en daarom heeft de gemeente het streven om deze intensiteiten te verlagen. Dit is ook zo opgenomen in de nota “Uitgangspunten netwerken infrastructuur en verkeer”, waarbij de Mgr. Hanssenstraat als erftoegangsweg is aangemerkt en de Stationsweg tussen kruising met de Mgr. Hanssenstraat en het viaduct van de A73 is aangemerkt als wijkontsluitingsweg.
Om het verkeer aan de oostzijde van Venray beter te geleiden en de kern Oostrum te ontzien, wordt er een verbindingsweg tussen de Henri Dunantstraat en de Stationsweg door de gemeente Venray gerealiseerd. Daarnaast is het doel van de verbindingsweg een verlaging van de verkeersintensiteit in Sint Antoniusveld en in de stationsomgeving. Doelstelling 1: Versterking Oostelijke ontsluiting De eerste doelstelling is het versterken van de oostelijke structuur van Venray. Momenteel functioneert de oostelijke ontsluiting niet optimaal doordat met name de parkeervoorzieningen aan de oostzijde van het centrum geen logische ontsluiting kennen. Door deze te optimaliseren, kan het centrum van Venray aantrekkelijker gemaakt worden voor bezoekers. Het versterken van de oostelijke structuur heeft tevens als doel het verkeer richting het centrum van Venray beter te spreiden. Momenteel is de Stationsweg de belangrijkste invalsweg vanuit het oosten. Door deze te verbinden met de Henri Dunantstraat kunnen beide wegen beter benut worden. Doelstelling 2: Ontlasten Stationsweg Oost, Mgr. Hanssenstraat en Sint Antoniusveld Het project heeft eveneens als doel de huidige route over de Stationsweg Oost te ontlasten. Door een verbinding tussen de Stationsweg en de Henri Dunantstraat aan te leggen, kan het verkeer zich beter spreiden.
Ook biedt dit een kans om de bereikbaarheid van het stationsgebied te vergroten, wat ook voor het openbaar vervoer voordelig is. Daarnaast zou een verbeterde oostelijke structuur een positief effect hebben op het verminderen van sluipverkeer door woongebieden welke niet voorzien in een doorgaande functie. Momenteel is er voornamelijk sluipverkeer aanwezig door Antoniusveld en door Oostrum. Het verbeteren van de oostelijke structuur zal dit sluipverkeer dan mogelijk ook verminderen, wat verkeersoverlast voor bewoners van deze wijk en dit dorp wegneemt. Een ander bijkomend voordeel van de verbindingsweg is dat het terrein waar momenteel de campus is gevestigd, kan dienen als ontsluitingsweg zodra dit terrein wordt ontwikkeld naar industrie met meerdere kavels (ontsluiting dan waarschijnlijk via parallelweg).