CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Bijlage 3 omnibuzz-begroting-2026-1-v100-print

Gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: Zienswijze Omnibuzz begroting 2026-1, begroting 2027 & meerjarenplan 2028-2030 en jaarverslag 202513.870 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begroting

2026-1

Inhoud 1.

Inleiding _________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 3

2.

Omnibuzz ______________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 6 2.1 Wie is Omnibuzz _______________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 6 2.2 Relevante ontwikkelingen _________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 7 2.3 Pijler 1: Kantelen van vervoer en stimuleren van OV‑gebruik __________________________________________________________________________________________________ 7 2.4 Pijler 2: Het efficiënter organiseren van doelgroepenvervoer __________________________________________________________________________________________________ 8 2.5 Pijler 3: Omnibuzz als slimme en wendbare organisatie ___________________________________________________________________________________________________________ 8 2.6 Realisatie 2025 en doorwerking naar 2026 _ ____________________________________________________________________________________________________________________________ 9

3.

De beleidsbegroting __________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 12 3.1 Programma Omnibuzz-vervoer _ _____________________________________________________________________________________________________________________________________________ 12

4.

Financiële begroting _________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 28 4.1 Financiële kaders _ ___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 28 4.2 Toelichting op de baten en lasten Wmo _________________________________________________________________________________________________________________________________ 31 4.3 Analyse tweede begrotingswijziging 2026-1 ten opzichte van de eerste begrotingswijziging 2026-0 (Wmo) _____________________ 40 4.4 Toelichting op de baten en lasten jeugdwetvervoer (JWV) ____________________________________________________________________________________________________ 42 4.5 Toelichting op de baten en lasten leerlingenvervoer (LLV) _____________________________________________________________________________________________________ 45

5.

Bijlagen ________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 50 5.1 Staat van geactiveerde kapitaaluitgaven 2026-1 _ __________________________________________________________________________________________________________________ 50 5.2 Staat van reserves 2026-1 ______________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 50 5.3 Opbouw algemene reserve _____________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 51

Vormgeving: Foto’s: 2

bartistiek Design De Fotovakvrouw

Omnibuzz



1. Inleiding Voor u ligt de eerste begrotingswijziging 2026-1 van de programmabegroting 2026 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Omnibuzz. In deze begrotingswijziging zijn actuele inzichten en ontwikkelingen verwerkt die zich hebben voorgedaan na vaststelling van de oorspronkelijke begroting 2026. Ten opzichte van de vastgestelde begroting 2026 betreft deze begrotingswijziging geen fundamentele beleidswijziging, maar een actualisatie op basis van voortschrijdend inzicht. De wijzigingen hangen samen met de realisatie over 2025, de concretisering van de uitvoering in 2026 en een nadere duiding van ontwikkelingen die reeds in de meerjarenraming waren voorzien. De strategische koers en de uitgangspunten van Omnibuzz blijven ongewijzigd. Met deze begrotingswijziging wordt geborgd dat de begroting 2026-1 aansluit bij de actuele stand van zaken en in samenhang wordt gepresenteerd met de begroting/meerjarenraming over 2027-2030, conform het Besluit begroting en verantwoording (BBV).

3

4

2

Over Omnibuzz

5

Omnibuzz

Over Omnibuzz

2. Omnibuzz 2.1

Wie is Omnibuzz

Omnibuzz is onder andere verantwoordelijk voor de uitvoering van het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV) in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) voor 30 Limburgse gemeenten. Voor een aantal gemeenten in Midden-Limburg is Omnibuzz tevens verantwoordelijk voor het leerlingenvervoer en/of jeugdwetvervoer. Dit komt later in een apart hoofdstuk aan bod. Onze ruim 40.000 klanten in het Wmo-vervoer hebben van hun gemeente een indicatie voor ons vervoer gekregen. Omnibuzz neemt de administratie en andere uitvoerende en controlerende taken over. Afstemming en overleg tussen betrokken partijen en deelnemende gemeenten zijn hierin geborgd. De dienstverlening is gericht op optimalisatie van het vervoer voor de reizigers en de deelnemende gemeenten. Het doel van Omnibuzz is: ‘Het bieden van de beste service op het gebied van (aangepast) vervoer.’ Hierbij ligt een sterke focus op het bieden van (maatwerk-)oplossingen voor vervoersvragen van klanten. Omnibuzz zorgt dat klanten - ook diegenen die daarbij ondersteuning nodig hebben - optimaal gebruik kunnen maken van het vervoer en daardoor kunnen blijven participeren. De uitdaging is deze functie binnen de financiële kaders te blijven vervullen. Hiervoor wordt ingezet op efficiënt vervoer en de eigen kracht van klanten. Omnibuzz staat voor de volgende kernwaarden:

› Klantgericht en betrouwbaar. › Kostenefficiënt en duurzaam. › Innovatief en flexibel. › Kwaliteit en deskundigheid. › Integriteit. 6

2.1.1 Missie

De missie van Omnibuzz is:

Goed, veilig, betrouwbaar en betaalbaar “doelgroepenvervoer voor nu en later.” Uit onze missie blijkt een sterke focus op duurzaam en kwalitatief hoogwaardig vervoer. De missie is verbonden aan een motto dat centraal staat in de dienstverlening:

Via slim vervoer maatschappelijk blijven “verbinden. ” 2.1.2 Slim vervoer

Met het aanbieden van doelgroepenvervoer zorgt Omnibuzz voor een belangrijk netwerk van reizigers, gemeenten en uitvoerders in Limburg. Omnibuzz kan terugvallen op inhoudelijke expertise, gedetailleerde data en een proactieve houding om het vervoer voortdurend te optimaliseren. Hierbij wegen wij alle belangen van gemeenten, klanten en vervoerders af en zorgen voor een optimale onderlinge afstemming. Dit is noodzakelijk om het vervoer voor de reizigers passend uit te blijven voeren, voor gemeenten betaalbaar te houden en voor vervoerders uitvoerbaar te houden. 2.1.3 Maatschappelijk verbinden

Maatschappelijk verbinden tekent de rol van Omnibuzz in het maatschappelijk veld. Vervoer is de verbinding tussen het sociale leven, maatschappelijke activiteiten en de gebruikers ervan. Regelmatig heeft dit geleid tot het bieden van noodoplossingen voor acute vervoersvragen, zoals het vaccinatievervoer of ondersteuning bij evacuaties door de wateroverlast.

Omnibuzz

Over Omnibuzz

2.1.4 Regiemodel

Omnibuzz is opgericht om de doelstellingen voor de 30 Limburgse gemeenten te realiseren. Hiermee dragen de Limburgse gemeenten zorg voor toekomstbestendig doelgroepenvervoer. Om te sturen op deze ambities is gekozen voor een mobiliteitscentrale volgens het regiemodel. Dit betekent een scheiding tussen regie en de uitvoering van het vervoer. Wij optimaliseren het vervoer omdat beleidsmatige aspecten, contractbeheer en het operationele proces samenkomen binnen de organisatie zonder inmenging van private belangen. Hierdoor kunnen wij het vervoerssysteem passend, betaalbaar en toekomstbestendig inrichten. Eventueel kunnen andere vervoersvormen instromen, zoals intussen regionaal al het geval is voor leerlingenvervoer en jeugdwetvervoer. Dit is echter niet noodzakelijk. De wijze en termijn waarop de ambities gerealiseerd worden is namelijk dynamisch. De drie pijlers waarop alle ambities gebaseerd zijn, borgen de visie op de lange termijn:

› Het kantelen van vervoer en het OV-gebruik stimuleren. › Het efficiënter organiseren van doelgroepenvervoer. › Omnibuzz als slimme organisatie. Na een korte omschrijving van de relevante ontwikkelingen voor het Omnibuzz-vervoer, worden de uitgangspunten per pijler toegelicht.

2.2

Relevante ontwikkelingen

2.2.1 Ontwikkeling van de vervoersvraag

De ontwikkeling van de vervoersvraag blijft grillig. Ook in 2025 lag het totale vervoersvolume van het Wmovervoer onder het niveau van vóór de COVID19-periode. Tegelijkertijd zijn de verschillen tussen gemeenten verder toegenomen en blijft de vervoersvraag toch nog deels moeilijk voorspelbaar. De realisatie over 2025 laat zien dat

de begroting op totaalniveau passend is, maar dat afzonderlijke gemeenten substantiële over- of onderschrijdingen kunnen laten zien. Deze ontwikkeling onderstreept het belang van blijvende monitoring, analyse en advisering richting gemeenten. Deze inzet is structureel onderdeel van de werkwijze van Omnibuzz en wordt in 2026 voortgezet. 2.2.2 Personele capaciteit in de vervoerssector

Het tekort aan gekwalificeerde chauffeurs in de vervoerssector lijkt momenteel onder controle, maar blijft een belangrijk aandachtspunt voor de uitvoerbaarheid van het vervoer. In 2025 zijn maatregelen zoals piekspreiding, sturing op groepsritten en vast werk verder uitgerold. Deze maatregelen maken een vast onderdeel uit van de uitvoering en dragen bij aan de beheersbaarheid en kwaliteit van het vervoer. In 2026 worden de effecten hiervan verder gemonitord en gebruikt om de inrichting en toepassing ervan te optimaliseren. 2.2.3 Tariefontwikkeling en contractuele uitgangspunten

De in de oorspronkelijke begroting 2026 opgenomen uitgangspunten ten aanzien van de nacalculatorische tarieven en indexatie blijven ongewijzigd. De beëindiging van het eerdere addendum met vervoerders en de overgang naar een beperkt addendum (‘light’) zijn reeds verwerkt in de vastgestelde begroting 2026. De begrotingswijziging 2026-1 bevat op dit onderdeel uitsluitend een actualisatie op basis van realisatie-inzichten en leidt niet tot een beleidsmatige of financiële herijking

2.3

Pijler 1: Kantelen van vervoer en stimuleren van OV‑gebruik

Binnen deze pijler staat het verder kantelen van het doelgroepenvervoer centraal, met als doel het stimuleren van zelfstandig reizen en het waar mogelijk benutten van het reguliere openbaar vervoer en andere voorliggende voorzieningen. Deze koers is ongewijzigd ten opzichte van de vastgestelde begroting 2026. 7

Omnibuzz

In 2025 zijn binnen deze pijler verdere stappen gezet. De ervaringen uit 2025 laten zien dat het kantelen van vervoer een langdurig proces is, waarbij maatwerk en goede afstemming met gemeenten essentieel blijven. In 2026 wordt deze lijn gecontinueerd. De inzet op bewustwording bij gemeenten en ketenpartners is voortgezet en de samenwerking met provinciale en regionale partners is geïntensiveerd. Een concrete uitwerking van de ambities binnen deze pijler vormt de Regio Deal Noord-Limburg, waarin Omnibuzz samen met regionale en provinciale partners participeert. In het kader van deze Regio Deal wordt ingezet op een pilot waarin wordt onderzocht hoe doelgroepenvervoer, openbaar vervoer en andere vormen van mobiliteit beter op elkaar kunnen worden afgestemd. De pilot richt zich op het vergroten van de toegankelijkheid en het bieden van passende mobiliteitsoplossingen, met oog voor betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. De pilot in deze Regio Deal fungeert daarmee als leeromgeving om ervaring op te doen met nieuwe vormen van publieke mobiliteit, waarbij de opgedane inzichten worden benut in de verdere ontwikkeling van beleid en uitvoering binnen deze pijler, voor de gehele provincie.

Over Omnibuzz

sturing op groepsritten en het vergroten van de voorspelbaarheid van de vervoersvraag zijn verder uitgerold en structureel onderdeel geworden van de dagelijkse praktijk. Deze maatregelen hebben bijgedragen aan een betere inzet van beschikbare capaciteit en een grotere robuustheid van het systeem. Tegelijkertijd blijft de uitvoerbaarheid van het vervoer onder druk staan door externe factoren, zoals de toenemende complexiteit en de wisselende vervoersvraag. De realisatie over 2025 bevestigt dat blijvende sturing en monitoring noodzakelijk zijn. In 2026 wordt de ingezette lijn voortgezet. De focus ligt op het verder benutten van beschikbare data, het versterken van de adviserende rol richting gemeenten en het borgen van een efficiënte uitvoering binnen de bestaande contractuele en financiële kaders. De begrotingswijziging 2026‑1 leidt niet tot een wijziging van de beleidsdoelstellingen binnen deze pijler, maar actualiseert de toelichting op basis van de gerealiseerde praktijk.

2.5

Pijler 3: Omnibuzz als slimme en wendbare organisatie

De activiteiten binnen deze pijler passen binnen het bestaande financiële kader van de begroting 2026. De begrotingswijziging 2026‑1 bevat geen beleidsmatige of financiële wijzigingen voor deze pijler, maar bevestigt de ingezette koers en de doorwerking naar de meerjarenraming.

De derde pijler richt zich op de verdere ontwikkeling van Omnibuzz als een professionele, wendbare en toekomstbestendige organisatie. Digitalisering, informatiebeheer, compliance en datagedreven werken spelen hierin een centrale rol.

2.4

In 2025 zijn belangrijke stappen gezet in het versterken van de digitale dienstverlening en de interne organisatie. De inzet op digitale kanalen, dataverzameling en rapportages is verder uitgebreid en structureel ingebed. Daarnaast is gewerkt aan het voldoen aan toenemende wettelijke verplichtingen op het gebied van openbaarheid, digitale toegankelijkheid, informatiebeveiliging en archivering.

Pijler 2: Het efficiënter organiseren van doelgroepenvervoer

De tweede pijler richt zich op het efficiënt en beheersbaar organiseren van het doelgroepenvervoer, met behoud van kwaliteit en toegankelijkheid voor de reiziger. Deze pijler vormt een belangrijk instrument om de betaalbaarheid van het vervoer voor gemeenten te waarborgen. In 2025 is binnen deze pijler ingezet op verdere optimalisatie van de uitvoering. Maatregelen zoals piekspreiding, 8

Deze ontwikkelingen vragen blijvende aandacht en inspanning. In 2026 wordt de ingezette lijn voortgezet, met nadruk op borging en verdere professionalisering. Daarbij wordt

Omnibuzz

Over Omnibuzz

zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande processen en systemen, zodat de organisatie wendbaar blijft en de administratieve lasten beheersbaar blijven. De activiteiten binnen deze pijler waren reeds voorzien in de begroting 2026. De begrotingswijziging 2026‑1 bevestigt het structurele karakter van deze opgaven en leidt niet tot een uitbreiding van het beleids- of financiële kader.

2.6

Realisatie 2025 en doorwerking naar 2026

De realisatie over 2025 laat zien dat een groot deel van de voorgenomen beleidsmatige inzet daadwerkelijk is uitgevoerd of structureel is ingebed in de organisatie. Het betreft onder andere de structurele toepassing van piekspreiding, verdere digitalisering van de dienstverlening, versterking van datagedreven sturing en advisering en de concretisering van de inzet op publieke mobiliteit en integratie met het openbaar vervoer. Deze ontwikkelingen zijn geen incidentele activiteiten, maar maken integraal onderdeel uit van de reguliere werkwijze van Omnibuzz. In de begrotingswijziging 2026-1 zijn deze ontwikkelingen daarom niet als nieuw beleid opgenomen, maar als verduidelijking en/of uitwerking van de reeds ingezette koers. Het jaarplan 2026 bevat evenmin nieuwe beleidskeuzes die leiden tot een afwijking van het financiële kader. Met de begrotingswijziging 2026-1 wordt de begroting 2026 geactualiseerd op basis van de meest recente inzichten, zonder dat sprake is van een wijziging van de vastgestelde beleidskaders. Hiermee blijft de begroting actueel, realistisch en in samenhang met de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030.

9

Omnibuzz

10

Over Omnibuzz

3

De beleidsbegroting

11

Omnibuzz

De beleidsbegroting

3. De beleidsbegroting 3.1

Programma Omnibuzz-vervoer

3.1.1 Wat willen wij bereiken?

Omnibuzz heeft haar missie vertaald in enkele concrete doelstellingen. De doelstellingen zijn:

› Iedere doelgroep passend en tijdig vervoer bieden. › Continu werken aan kwaliteitsverbetering. › Het bevorderen van de zelfredzaamheid van de burger

en het zo veel als mogelijk gebruikmaken van algemeen toegankelijke (voorliggende) voorzieningen. › Vervoersuitgaven beheersbaar houden en vervoer blijven uitvoeren binnen de gemeentelijke begrotingen. › Grip op de interne organisatie, ondanks de toenemende (wettelijke) verplichtingen. 3.1.2 Wat gaan wij ervoor doen in het collectief vraagafhankelijk vervoer?

Voor de deelnemende gemeenten staat het bieden van passend en tijdig vervoer voorop. Dat vervoer moet voor gemeenten en klanten betaalbaar blijven. Door samenwerking binnen Omnibuzz wordt efficiënt met de middelen omgegaan en ontwikkelen wij samen vernieuwingen op het gebied van beheersbaarheid. Zo hebben alle deelnemende gemeenten financieel voordeel van de instroom van leerlingenvervoer of jeugdwetvervoer. Door deze manier van (samen-)werken gaat financiële beheersbaarheid samen met kwaliteitsverbeteringen voor de klant. Samengevat zal Omnibuzz in 2026 de volgende taken uitvoeren of ontwikkelen:

› Continue sturing op kwaliteitsafspraken middels contractbeheer en periodiek overleg met vervoerders.

› Het voorbereiden van de aanbesteding en verder uit-

werken van de uitgangspunten voor de komende contractperiode in het Wmo-vervoer. › Het publiceren van de aanbesteding en inrichten van 12

het gunnings- en implementatieproces.

› Uitvoeren van concrete onderzoeken op basis van de

verschillende aspecten uit het onderzoeksrapport over de integratie tussen OV- en doelgroepenvervoer, zoals de uitvoering en evaluatie van de RegioDeal pilot in Noord-Limburg. › Doorontwikkelen van de VEP om het gebruik van OV te optimaliseren. › Doorontwikkelen mogelijkheden voor maatwerk naar aanleiding van de groeiende zorgbehoefte, met oog voor kwaliteit en binnen de beheersbaarheid en de realiteit in de vervoerssector. › (Datagedreven) onderzoek naar klant- en vervoersontwikkeling en eventuele prognoses. › Doorontwikkelen van concepten om een efficiënte planning en uitvoering te bevorderen, met specifieke aandacht voor piekspreiding. › Doorontwikkeling MijnOmnibuzz dat het reizen gemakkelijker maakt en de efficiëntie van de bedrijfsvoering bevordert. › Het organiseren en faciliteren van instroom van ander vervoer, indien wenselijk. › Advisering en ondersteuning aan deelnemende gemeenten in de besluitvorming over de omzetting systematiek van zones naar kilometers voor klanten. › Advisering en uitwerking van beheersmaatregelen op gemeenteniveau, indien wenselijk/noodzakelijk. › Doorontwikkelen van informatie- en kennismanagement binnen de organisatie en uitwisseling hiervan met deelnemende gemeenten en andere externe partijen.

› Compliant zijn met geldende wet- en regelgeving, met speciale aandacht voor privacy en informatiebeveiliging, digitaal archief, digitale toegankelijkheid en openbaarheid. › Structureel toetsen en controleren van de administratieve organisatie, bijsturing van resultaten en processen via grondige informatievoorziening, rapportages en risicomanagement binnen de planning & control cyclus.

Omnibuzz

De beleidsbegroting

3.1.3 Wat gaan wij ervoor doen in het leerlingenvervoer?

Voor de deelnemende gemeenten staat het bieden van passend en tijdig vervoer voorop. Dat vervoer moet betaalbaar blijven. Door samenwerking binnen Omnibuzz wordt efficiënt met de middelen omgegaan en ontwikkelen wij samen vernieuwingen op het gebied van beheersbaarheid. Door deze manier van (samen-)werken gaat financiële beheersbaarheid samen met kwaliteitsverbeteringen voor de gebruikers van het vervoer. Samengevat zal Omnibuzz in 2026-2029 de volgende taken uitvoeren of ontwikkelen:

› Voorbereiden en bespreken vervolg van de aflo-

pende contracten leerlingenvervoer (juli 2028) en het gym-zwemvervoer, waarbij wij nog de mogelijkheid hebben om 2x1 jaar te verlengen. › Het organiseren en faciliteren van instroom van andere gemeenten, indien wenselijk. › Continue sturing op kwaliteitsafspraken middels contractbeheer en periodiek overleg met vervoerders. › Advisering en uitwerking van beheersmaatregelen op gemeenteniveau, indien wenselijk/noodzakelijk. › Doorontwikkelen van informatie- en kennismanagement binnen de organisatie en uitwisseling hiervan met deelnemende gemeenten en andere externe partijen. › Compliant zijn met geldende wet- en regelgeving, met speciale aandacht voor privacy en informatiebeveiliging, digitaal archief, digitale toegankelijkheid en openbaarheid. › Structureel toetsen en controleren van de administratieve organisatie, bijsturing van resultaten en processen via grondige informatievoorziening, rapportages en risicomanagement binnen de planning & control cyclus.

3.1.4 Wat gaan wij ervoor doen in het jeugdwetvervoer?

Voor de deelnemende gemeenten staat het bieden van passend en tijdig vervoer voorop. Dat vervoer moet betaalbaar blijven. Door samenwerking binnen Omnibuzz wordt efficiënt met de middelen omgegaan en ontwikkelen wij samen vernieuwingen op het gebied van beheersbaarheid. Door deze manier van (samen-)werken gaat financiële beheersbaarheid samen met kwaliteitsverbeteringen voor de gebruiker van het vervoer. Samengevat zal Omnibuzz in 2026-2029 de volgende taken uitvoeren of ontwikkelen:

› Het organiseren en faciliteren van instroom van ander gemeenten, indien wenselijk.

› Continue sturing op kwaliteitsafspraken middels contractbeheer en periodiek overleg met vervoerders.

› Advisering en uitwerking van beheersmaatregelen op gemeenteniveau, indien wenselijk/noodzakelijk.

› Doorontwikkelen van informatie- en kennismanage-

ment binnen de organisatie en uitwisseling hiervan met deelnemende gemeenten en andere externe partijen › Compliant zijn met geldende wet- en regelgeving, met speciale aandacht voor privacy en informatiebeveiliging, digitaal archief, digitale toegankelijkheid en openbaarheid. › Structureel toetsen en controleren van de administratieve organisatie, bijsturing van resultaten en processen via grondige informatievoorziening, rapportages en risicomanagement binnen de planning & control cyclus.

13

Omnibuzz

De beleidsbegroting

3.1.5 Wat zijn de daarmee gepaard gaande programmakosten?

De programma-indeling voor Omnibuzz is weergegeven in ‘“Tabel Begroting 2026-1”’. Tabel Begroting 2026-1 Programma Wmo-vervoer

Baten

4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken

€

- €

Lasten

4.364.345 €

Saldo 4.364.345

6.6 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)

€

- €

25.767.561 €

25.767.561

6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal (Jeugdwet)

€

- €

479.456 €

479.456

Algemene dekkingsmiddelen 0.5 Treasury

€

100.000 €

18.919 €

-81.081

4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken

€

4.364.345 €

- €

-4.364.345

6.6 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)

€

25.730.355 €

- €

-25.730.355

6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal (Jeugdwet)

€

479.456 €

- €

-479.456

0.4 Overhead Wmo

€

3.278.343 €

3.278.343 €

-

0.4 Overhead JWV

€

8.187 €

8.187 €

-

0.4 Overhead LLV

€

60.573 €

60.573 €

-

€

- €

50.000 €

50.000

€

-6.125 €

-6.125

34.021.260 €

34.021.260 €

-

Overhead

Onvoorzien 0.8 Overige baten en lasten

Bestemmingsreserve ICT 0.10 mutaties reserve

Structureel saldo van baten en lasten

€

Toevoegingen aan de reserves

€

- €

- €

-

Onttrekkingen aan de reserves

€

- €

- €

-

Algemene reserve

€

- €

- €

-

Incidenteel saldo van baten en lasten

€

- €

- €

-

Structureel en reëel evenwicht

€

34.021.260 €

34.021.260 €

-

Voor de verdeling van baten en lasten naar taakvelden is aansluiting gezocht bij hetgeen het BBV hieromtrent voorschrijft (IV3). Uitgangspunt is dat baten en lasten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken/activiteiten. Alle bedrijfskosten die direct verbonden zijn aan taken/activiteiten/producten die gericht zijn op de externe klant, moeten in de betreffende taakvelden worden geregistreerd. Voor de splitsing van de structurele en incidentele baten en lasten en het daarbij behorend structureel evenwicht wordt verwezen naar de tabel ‘Rekening per programma’. Omnibuzz kent slechts een beperkt aantal taakvelden. Onder het taakveld ‘Overhead’ zijn, conform de ‘Notitie Overhead’ in het kader van het BBV, alle kosten opgenomen die betrekking hebben op sturing en ondersteuning van het primaire proces. 14

Omnibuzz

De beleidsbegroting

Tot de kosten van overhead worden in ieder geval de volgende zaken gerekend:

› Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie. › Personeel en organisatie. › Inkoop (inclusief aanbesteding en contractmanagement). › In- en externe communicatie met uitzondering van klantcommunicatie. › Juridische zaken. › Bestuurszaken en -ondersteuning. › Informatievoorziening en automatisering. › Facilitaire zaken en huisvesting. › Documentaire informatievoorziening. › Managementondersteuning van het primaire proces. › Leidinggevenden primair proces (hiërarchisch). Onder 0.5 ‘Treasury’ zijn de rente- en bankkosten opgenomen. Voor de begroting 2026-1 bestaat dit bedrag uit bankkosten en te ontvangen rente. Op basis van het rentetarief verwachten wij renteopbrengsten van € 100.000,- voor 2026. Met kosten van eventuele externe financiering is geen rekening gehouden. De kosten die direct toe te rekenen zijn aan het Wmo-doelgroepenvervoer zijn opgenomen onder het taakveld 6.6 ‘Hulpmiddelen en diensten (Wmo)’. Dit zijn de vervoerslasten en de lasten van de afdeling uitvoering (ritreservering), exclusief de lasten van de manager uitvoering, die conform definitie overhead toegerekend worden aan de overhead. Ook zijn hierin de lasten meegenomen van de afdeling klantenservice en de lasten gekoppeld aan klachtenmanagement, klanttevredenheid, de bonus/malus regeling en dergelijke. De hieronder opgenomen lasten bestaan wederom uit loon- en beheerkosten.

Onder taakveld ‘6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal (Jeugdwet)’ nemen wij het jeugdwetvervoer (JWV) op. Hiermee zijn wij in 2022 gestart voor de gemeente Roermond. Inmiddels verzorgen wij dit vervoer voor een vijftal gemeenten: Echt-Susteren, Maasgouw, Nederweert, Roermond en Weert. Vanaf augustus 2024 zijn wij gestart met de uitvoering van het leerlingenvervoer (LLV) voor de gemeenten Echt-Susteren, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert. Dit wordt verantwoord onder taakveld 4.3 ‘Onderwijs en leerlingenzaken’. Wij maken een splitsing in de overheadkosten tussen het Wmo-, jeugdwet- en leerlingenvervoer. Dit is terug te vinden in de tabel onder 0.4 ‘Overhead Wmo’, 0.4 ‘Overhead JWV’ en 0.4 ‘Overhead LLV’. Er vindt ook een interne doorbelasting plaats van overheadkosten van het Wmo-vervoer naar het JWV, een interne doorbelasting van de overheadkosten van het Wmo-vervoer naar het LLV én een interne doorbelasting van de indirecte vervoerskosten van het LLV naar het JWV. De baten voor taakveld 0.4 bestaan volledig uit gemeentelijke bijdragen. De baten voor taakvelden 4.3, 6.6 en 6.752 bestaan eveneens uit gemeentelijke bijdragen. De financiële uitgangspunten voor deze begroting staan vermeld in paragraaf 4.1 ‘Financiële kaders’ op pagina 28.

15

Omnibuzz

De beleidsbegroting

3.1.6 Beleidsindicatoren

Met de invoering van het vernieuwde ‘Besluit begroting en verantwoording’ dienen decentrale overheden de voor hun van toepassing zijnde beleidsindicatoren op te nemen. Met deze beleidsindicatoren worden de effecten van het beleid toegelicht. In de tabel zijn de voor Omnibuzz van toepassing zijnde beleidsindicatoren opgenomen. Indicator

2026-1

Eenheid

Bron

Formatie

0,055

fte per 1.000 inwoners

Eigen gegevens

Bezetting

0,055

fte per 1.000 inwoners

Eigen gegevens

Apparaatskosten

€ 3,01

kosten per inwoner

Eigen begroting

Externe inhuur

0,7%

kosten als % van totale loonsom

Eigen begroting

Overhead

9,84%

% van totale lasten

Eigen begroting

Op basis van de onder ‘Overhead’ opgenomen lasten bedraagt de overhead 9,84% van de totale lasten. Omnibuzz streeft ernaar deze factor in de komende jaren van groei van activiteiten zo stabiel mogelijk te houden. 3.1.7 Paragrafen

In het kader van artikel 9 van het ‘Besluit begroting en verantwoording’ zijn de volgende paragrafen opgenomen:

› Weerstandsvermogen en risicomanagement. › Financiering. › Bedrijfsvoering. 3.1.8 Weerstandsvermogen en risicomanagement

Het weerstandsvermogen kan gedefinieerd worden als het vermogen dat nodig is om incidentele niet voorziene tegenvallers te kunnen opvangen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties schrijft in artikel 11 van het nieuwe ‘Besluit begroting en verantwoording’ het volgende voor: Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen:

› De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de Gemeenschappelijke Regeling beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken.

› Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

De weerstandsratio is een verhoudingsgetal tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en het op basis van de risicoanalyse bepaalde benodigde weerstandsvermogen. 16

Omnibuzz

De beleidsbegroting

Onderstaand wordt de weerstandsratio aangegeven als de verhouding tussen de algemene reserve (het weer­stands­vermogen) en de benodigde weerstandscapaciteit gebaseerd op de totale risico’s. Als onverhoopt veel risico’s optreden, kan dit betekenen dat de deelnemende gemeenten rekening moeten houden met aanvullende bijdragen om tekorten en risico’s te dekken. Algemene reserve

Benodigde weerstandscapaciteit totaal risico

Weerstandsratio

€ 727.649

€ 760.000

0,96

De minimale omvang van de algemene reserve is op 20 december 2023 vastgesteld op € 550.000,-. Met dit minimum wordt met name het risico dat een van de vervoerders (taxibedrijven) failliet gaat alsmede de risico’s van digitale dreigingen afgedekt. Daarnaast biedt dit minimum voldoende dekking voor de financiering van eventuele investeringen. 3.1.9 Risicomanagement

Het beleid van Omnibuzz is zodanig ingericht dat minimaal één keer per 5 jaar de nota ‘Reserves, voorzieningen en risicomanagement’ geactualiseerd dient te worden. Medio 2023 is de nota ‘Reserves, voorzieningen en risicomanagement’ geactualiseerd en op 20 december 2023 vastgesteld door het algemeen bestuur. Hierbij is ook de inventarisatie van de belangrijkste risico’s waarmee Omnibuzz kan worden geconfronteerd geactualiseerd. Op basis van deze risico-inventarisatie en de bijbehorende beheersmaatregelen is een inschatting gemaakt van de financiële impact en de kans dat de risico’s zich voordoen. Dit vormt de basis voor het bepalen van het weerstandvermogen. De belangrijkste geïdentificeerde risico’s zijn: Risico’s Economische kwetsbaarheid taxibedrijven Gebrek aan kennis omtrent nieuw doelgroepenvervoer

Politiek

Strategisch

Proces

Personeel

ICT

Financieel

Kwaliteit

 

Afhankelijkheid leveranciers ICT Digitale dreigingen

Continuiteit risico tgv serverbeheer

Rekening houdend met de beheersmaatregelen die beschikbaar zijn om deze risico’s te mitigeren en de mate waarin de risico’s reeds in de eerdere begroting zijn doorgerekend, wordt de maximale impact geschat op € 760.000,-. Risicomanagement vormt onderdeel van de planning & control cyclus binnen Omnibuzz. In dit kader wordt regelmatig getoetst of de aanwezige weerstandscapaciteit afdoende is om de risico’s waarmee Omnibuzz geconfronteerd wordt af te dekken. Een overzicht van de kernrisico’s is opgenomen in de bijlagen vanaf pagina 50. De vaststelling is geldend totdat de nota ‘Reserves, voorzieningen en risicomanagement’ opnieuw zal worden geactualiseerd.

17

Omnibuzz

De beleidsbegroting

Primo 2025 bedroeg het saldo van de algemene reserve € 725.949,–. In 2025 heeft een dotering plaatsgevonden van €1.700,- ten gunste van de 30 gemeente op basis van fiscale advisering inzake het JWV en LLV. Deze dotering vindt plaats op basis van de reeds gefactureerde winstopslag om zodoende de btw-systematiek te optimaliseren. Hiermee komt het saldo ultimo 2025 uit op € 727.649. Het saldo van de algemene reserve ligt hiermee binnen de in december 2023 vastgestelde bandbreedte. Geprognosticeerde balans 2026-1 Activa

31-dec-2025

31-dec-2026

Passiva

31-dec-2025

31-dec-2026

Vaste activa

€

€

Vaste passiva

€

€

Materiële vaste activa: Investeringen met een economisch nut Financiële vaste activa

Totaal vaste activa

Algemene reserve 291.785 -

291.785

223.568 -

Egalisatiereserve

-

-

41.371

35.246

Resultaat voor bestemming Wmo

767.753

-

Resultaat voor bestemming JWV

327.795

-

Resultaat voor bestemming LLV

503.124

-

Voorziening verlofsparen

80.340

103.599

2.448.032

866.494

1.916.812

2.157.808

592.693

691.015

223.568 Totaal vaste passiva Vlottende passiva

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar:

Netto-vlottende schulden: 9.982.302

7.170.073

727.649

Bestemmingsreserve

Vlottende activa

Uitzettingen in ‘s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

727.649

Overige schulden Overlopende passiva:

Overige vorderingen

570.557

468.800

Te betalen verplichtingen

Liquide middelen

978.856

814.761

Voorschotbedragen:

186.397

Overige Nederlandse overheidslichamen

Overlopende activa

127.039

6.993.001

5.148.282

Totaal vlottende activa

11.658.754

8.640.031 Totaal vlottende passiva

9.502.506

7.997.105

Totaal generaal

11.950.540

8.863.600 Totaal generaal

11.950.540

8.863.600

De vergelijkende cijfers per 31 december 2025 zijn overgenomen uit de concept jaarrekening 2025. Voor 2026 hebben wij voor de vlottende activa en vlottende passiva de cijfers begroot door een zo accuraat mogelijke inschatting van de balanspost te maken. Waar dit niet mogelijk was, zijn de cijfers begroot door het gemiddelde van de afgelopen drie jaren te nemen (exclusief incidentele posten).

18

Omnibuzz

De beleidsbegroting

Voor de gewijzigde begroting 2026-1 is het positieve resultaat 2025 € 1.598.671,- als incidenteel gezien en uit het gewogen gemiddelde van de afgelopen drie jaar gehaald. Het positieve resultaat vloeit via het resultaatvoorstel terug naar de gemeenten of wordt toegevoegd aan de algemene reserve of bestemmingsreserves. Het voorstel resultaatbestemming 2025 wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het algemeen bestuur op 1juli 2027 en zal in de gewijzigde begroting 2027 worden verwerkt. Het eigen vermogen is begroot door een zo goed mogelijke inschatting te geven van de reserves en voorzieningen op basis van de nu bekende risico’s. Hierbij is rekening gehouden met de nota ‘Reserves, voorzieningen en risicomanagement’ die is vastgesteld door het algemeen bestuur en met de huidige weerstandscapaciteit. 3.1.10 Kengetallen

In het kader van artikel 11 van het ‘Besluit begroting en verantwoording’ zijn de volgende kengetallen opgenomen:

› Netto schuldquote. › Solvabiliteitsratio. › Structurele exploitatieruimte. › Grondexploitatie. › Belastingcapaciteit. Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Onderstaand volgt een korte toelichting op de voorgeschreven kengetallen:

› De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. › De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin aan de financiële verplichtingen kan worden voldaan. › De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te kunnen dragen of welke structurele stijging van de baten of daling van de lasten daarvoor nodig is.

› De grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten (niet van toepassing voor Omnibuzz).

› De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde (niet van toepassing voor Omnibuzz).

19

Omnibuzz

De beleidsbegroting

De uitkomsten van deze vijf kengetallen worden voor het begrotingsjaar 2026-1 weergegeven in de volgende tabel. Tabel Kengetallen Begroting jaar

Verloop van de Kengetallen

Kengetallen:

2024

2025

2026-1

Netto schuldquote

-4%

-6%

2,02%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-4%

-6%

2,02%

Solvabiliteitsratio

16%

20%

9,78%

Structurele exploitatieruimte

2%

5%

0%

Grondexploitatie

nvt

nvt

nvt

Belastingcapaciteit

nvt

nvt

nvt

Om de kengetallen voor 2026-1 te bereken is de geprognosticeerde balans van 2026 als basis gebruikt. Voor 2024 (t-2) zijn de gerealiseerde cijfers uit de vastgestelde jaarrekening gebruikt. Voor 2025 zijn de cijfers uit de concept jaarrekening overgenomen. Omdat in 2025 de resultaatbestemming nog is opgenomen, ontstaat er een vertekend beeld, waardoor het verschil tussen de solvabiliteitsratio’s van 2024 en 2025 groter lijkt dan het daadwerkelijk is. De solvabiliteitsratio voor 2026-1 is 9,78%. Dit betekent dat voor 2026-1 9,78% van het totale vermogen uit eigen vermogen bestaat. Hoe hoger dit percentage, hoe beter. De uitkomst van de netto schuldquote is 2,02%. Dit komt omdat Omnibuzz relatief weinig vreemd vermogen heeft. De structurele exploitatieruimte bedraagt voor 2026-1 0%. De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor Omnibuzz niet van toepassing. 3.1.11 Financiering

Treasury De financiering van Omnibuzz bestaat uit bijdragen van de deelnemende gemeenten. Omnibuzz maakt op dit moment geen gebruik van een kortlopende kasgeldlening. Indien er in de toekomst gebruik wordt gemaakt van een kortlopende kasgeldlening, zullen de hieraan eventueel verbonden kosten in de jaarrekening opgenomen worden als kapitaallasten. Vanuit de in 2018 gevormde bestemmingsreserve ‘ICT’ valt elke jaar het afschrijvingsdeel voor de in het jaar 2018 en 2019 geïnvesteerde activa vrij ter financiering van de afschrijvingslasten. In de gewijzigde begroting 2026-1 bedraagt dit afschrijvingsdeel € 6.125,-. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan tot welk bedrag korte financiering mogelijk is. Onder korte financiering wordt in de Wet FIDO verstaan 20

Omnibuzz

De beleidsbegroting

leningen met een rente typische looptijd korter dan één jaar. De kasgeldlimiet wordt bepaald als een percentage van het begrotingstotaal. Bij ministeriële regeling is dit percentage voor Omnibuzz vastgesteld op 8,2%. Concreet betekent dit dat de netto vlottende schuld per kwartaal de kasgeldlimiet niet mag overschrijden. Omnibuzz zal naar verwachting binnen de kasgeldlimiet blijven. Tabel Kasgeldlimiet (1) Vlottende schuld

(2) Vlottende middelen

(3) Netto vlottende schuld

Kwartaal 1 €

2.064.274 €

3.929.676 €

-1.865.402

Kwartaal 2 €

1.690.990 €

3.526.931 €

-1.835.940

Kwartaal 3 €

2.131.722 €

4.539.572 €

-2.407.850

Kwartaal 4 €

9.502.506 €

11.658.754 €

-2.156.248

(4) Gemiddelde van kwartalen €

3.847.373 €

5.913.733 €

-2.066.360

(6) Ruimte onder kasgeldlimiet €

2.066.360

(5) Berekening kasgeldlimiet (7) Omvang begroting per 1 januari 2025

€

(8) in procenten van de grondslag

34.021.260 8,2%

(5) = (7) x (8) Kasgeldlimiet:

€

2.789.743

Ruimte (+) / overschrijding (-) (6) + (5)

€

4.856.103

De (verwachte) netto vlottende schuld per kwartaal voor de kasgeldlimiet 2026 is berekend op basis van de realisatie Q1 t/m Q4 2025.. Renterisiconorm De renterisiconorm is direct gerelateerd aan het budgettaire risico en heeft als doel het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De renterisiconorm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat overtollige publieke middelen worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor zal de Nederlandse staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen. Decentrale overheden zullen op de deposito’s een rente vergoed krijgen die gelijk is aan de rentes die de Nederlandse staat betaalt bij leningen die ze op de markt aangaat. Voor decentrale overheden is het gevolg hiervan dat uitstaande beleggingen bij het vrijvallen niet kunnen worden herbelegd maar naar de rekening courant gaan. Daar kunnen ze hoogstens als deposito worden weggezet tegen de dan geldende rente op Nederlandse staatsobligaties. Er is sprake van een drempelbedrag dat Omnibuzz buiten de schatkist mag aanhouden. Voor Omnibuzz is het drempelbedrag vastgesteld op maximaal € 1.000.000,-. Het feitelijke bedrag is voor Omnibuzz rond de € 934.000,-. Dit saldo wordt daarmee niet als overtollig beschouwd.

21

Omnibuzz

De beleidsbegroting

De Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) De Europese eisen en afspraken over reductie van het begrotingstekort en de staatsschuld vormen de basis van de Wet Hof. De middellange termijndoelstelling is het op termijn verkrijgen van begrotingsevenwicht in stappen van 0,5% bbp per jaar. Omdat ook gemeenten, provincies, waterschappen en Gemeenschappelijke Regelingen bijdragen aan het begrotingstekort van de collectieve sector, bepaalt het wetsvoorstel dat niet alleen het Rijk maar ook de decentrale overheden zich moeten houden aan de doelstellingen uit het aangescherpte Stabiliteits- en Groeipact. Het EMU-saldo volgt uit de tabel: Omschrijving

2025 Jaarrekening x € 1.000

2026-1 Begroting x € 1.000

2027-0 Begroting x € 1.000

Vorig verslagjaar

Huidig begrotingsjaar

Volgend begrotingsjaar

1

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

1.574

0

0

2

Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

56

56

50

3

Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie

0

0

0

4

Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd

28

0

0

5

Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4

0

0

0

6

Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord

0

0

0

7

Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)

0

0

0

8

Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord

0

0

0

9

Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen

0

0

0

10

Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten

0

0

0

11

Verkoop van effecten

a

Gaat u effecten verkopen? (ja/nee)

Nee

Nee

Nee

b

Zo ja, wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie

0

0

0

1.602

56

50

Berekend EMU-saldo

Het EMU-saldo wordt berekend door op het exploitatiesaldo de afschrijvingen, investeringen en mutaties van reserves te corrigeren. Omdat Omnibuzz kostenneutraal begroot, leiden eventuele investeringen in 2026 in materiële vaste ac22

Omnibuzz

De beleidsbegroting

tiva tot een mutatie in het EMU-saldo. Tevens drukken de afschrijvingen op de exploitatie, die conform de financiële uitgangspunten niet gedekt worden door de algemene reserve. Per saldo wordt hierdoor voor 2026 een EMU-saldo ad € 56.000,- begroot. 3.1.12 Bedrijfsvoering Sturingsprincipes

Sinds de totstandkoming van de Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz heeft Omnibuzz zich ontwikkeld tot een compacte en doelmatige organisatie. De organisatie is ingericht op basis van een aantal sturingsprincipes die behouden blijven. Daarnaast vraagt de groei en ontwikkeling van de organisatie om een aantal nieuwe sturingsprincipes. Omnibuzz hanteert de volgende principes bij de keuzes omtrent inrichting van de werkorganisatie: Kwaliteit en klantgerichtheid Kwaliteit en klantgerichtheid staan voorop bij alle inrichtingsvraagstukken. Dit uit zich naar alle betrokkenen, van klanten tot vervoerders en van gemeenten tot de Provincie Limburg. Professionaliteit Omnibuzz organiseert haar werkorganisatie op een professionele manier. Uitgangspunt hierbij is dat de organisatie-inrichting en -sturing faciliterend moeten zijn voor de medewerkers. Doelmatigheid De werkorganisatie wordt doelmatig ingericht. Dat wil zeggen dat binnen de geldende kwaliteitskaders en taakstelling een zo efficiënt mogelijke organisatie wordt ingericht.

Lerende organisatie Omnibuzz is een organisatie in groei en in ontwikkeling. Dit betekent dat processen, systemen en werkwijzen voortdurend worden geoptimaliseerd. Omnibuzz stimuleert haar medewerkers bij te dragen aan het principe van een lerende organisatie. Good governance De organisatie wordt ingericht op basis van de principes van good governance en met inachtneming van de bepalingen van de Wet ‘Gemeenschappelijke Regelingen’. Belastingdienst In 2017 heeft de Belastingdienst Omnibuzz vrijgesteld van de vennootschapsbelasting op basis van de dienstverleningsovereenkomsten-vrijstelling. In 2018 heeft de Belastingdienst het standpunt ingenomen dat Omnibuzz btw in rekening dient te brengen over de gemeentelijke bijdrage (vervoer 9%, overige kosten 21%). Dit heeft tot gevolg gehad dat de fiscale afhandeling van het ondernemershandelen in het kader van de vervoersbeweging van Omnibuzz per 1 april 2019 is teruggevallen naar de individuele gemeenten. 3.1.13 Bestuurlijke structuur

De bestuurlijke structuur wordt gevormd door een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur bestaat uit 30 leden met 38 stemmen. Het dagelijks bestuur wordt gevormd door een zevental leden:

› 4 leden vanuit Zuid-Limburg. › 3 leden vanuit Noord- en Midden-Limburg.

23

Omnibuzz

De beleidsbegroting

De directeur van Omnibuzz legt verantwoording af aan het dagelijks bestuur (DB) en het algemeen bestuur (AB). In de nadere uitwerking van de verordeningen van DB en AB alsmede de organisatie- en directieverordening is de relatie nader geregeld. 3.1.14 Structuur werkorganisatie

Omnibuzz staat onder aansturing van een éénhoofdige directie. De directeur legt verantwoording af aan het bestuur en geeft leiding aan de werkorganisatie. Binnen de werkorganisatie worden twee afdelingen onderscheiden die elk onder aansturing staan van een manager:

› Uitvoering, waaronder ritreservering en tactische regievoering. › Bedrijfsvoering, waaronder ICT, financiële administratie, finance & control en klantenservice. Naast deze afdelingen wordt een aantal staffuncties onderscheiden die onder aansturing van de directeur vallen. De afdelingsmanagers vormen samen met de directeur het managementteam. Het formatieoverzicht is in 2024 geactualiseerd en op 13 november 2024 door het dagelijks bestuur vastgesteld. Deze actualisatie heeft de hiernavolgende verwachte bezettingen tot gevolg. Afdeling uitvoering

De afdeling uitvoering kent de volgende verwachte bezetting: Functie

Fte

Manager uitvoering

1,00

Teamleider ritreservering

1,80

Supervisor

2,20

Medewerkers ritreservering

22,45

Regiemedewerkers

3,56

Consulent klantcontact

0,67

Afdeling uitvoering totaal

31,68

24

Omnibuzz

De beleidsbegroting

Afdeling bedrijfsvoering

De afdeling bedrijfsvoering zal naar verwachting de volgende bezetting in 2026 kennen: Functie

Fte

Manager bedrijfsvoering

0,9

Teamleider financiële administratie

1,00

Financieel medewerkers A

2,82

Financieel medewerkers B

0,83

Teamleider klantenservice

1,00

Medewerker klantenservice

7,10

Medewerker applicatiebeheer

0,67

Medewerker ICT

0,90

Medewerker LLV

1,33

Medewerker LLV/MijnOmnibuzz/KTO/projecten

1,00

Medewerker finance & control

0,90

Afdeling bedrijfsvoering totaal

18,45

25

Omnibuzz

De beleidsbegroting

Staffuncties

De staffuncties zien er naar verwachting als volgt uit: Functie

Fte

Directeur

1,00

HR beleidsadviseur

1,00

HR consulent

0,78

HR assistent

0,16

Adviseur projecten

4,80

Medewerker Officemanagement/Directiesecretaresse

0,72

Management assistent

0,67

Communicatieadviseur

0,50

Coördinator klachtenafhandeling

1,00

Medewerker klachtenafhandeling

0,89

Preventiemedewerker

0,10

Medewerker databeheer en -analyse

0,67

Afdeling staf totaal

12,29

De totale structurele bezetting van Omnibuzz is 62,72 fte. Hierin is 0,30 fte opgenomen voor invulling van de OR-activiteiten. Het verloop van de bezetting over de jaren is als volgt:

26

Afdeling

2026

2027

2028

2029

2030

Uitvoering

31,68

31,68

31,68

31,68

31,68

Bedrijfsvoering

18,45

18,45

18,45

18,45

18,45

Staf

12,29

12,29

12,29

12,29

12,29

OR

0,30

0,30

0,30

0,30

0,30

Externe expertise

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

Totaal

62,72

62,72

62,72

62,72

62,72

4

Financiële begroting

27

Omnibuzz

Financiële begroting

4. Financiële begroting 4.1

Financiële kaders

Ten opzichte van de begroting 2026-0 (goedgekeurd door het algemeen bestuur op 2 juli 2025) doet zich een aantal wijzigingen voor. Enerzijds vloeien deze wijzigingen voort uit het feit dat de financiële uitgangspunten kunnen worden ingevuld met meer recent cijfermateriaal. Anderzijds is er ook een aantal beleidsmatige wijzigingen die hun effect hebben op de begroting 2026-1. De financiële uitgangspunten voor de gewijzigde begroting 2026-1 zijn vastgesteld door het algemeen bestuur op 17 december 2025 en hieronder weergegeven: 1

2

3

4

5

28

Als uitgangspunt worden de gerealiseerde vervoerscijfers per gemeente in de periode één jaar voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft (t-1) genomen. Uitgangspunt is het daadwerkelijk verreden aantal ritten en kilometers per gemeente. Voor de begroting 2026-1 is het uitgangspunt het gerealiseerde vervoersvolume in 2025 op gemeenteniveau. Op de vervoerscijfers zoals genoemd bij 1) wordt een generieke opslag van 5% toegepast om de toekomstige groei in de vervoersvraag binnen de begroting op te vangen. De individuele gemeentes hebben de mogelijkheid naar wens een alternatief opslagpercentage toe te passen om een hogere (of lagere) verwachte stijging van het vervoersvolume op gemeenteniveau (zie 2) op te vangen. Dit individueel opslagpercentage kan op maat worden ingerekend. Het vervoerstarief wordt geïndexeerd met de NEA-index voor 2026 (vastgesteld op 4,1%). Voor het vervoerstarief wordt gerekend met het voorcalculatorisch tarief 2026 op basis van de afgegeven tarieven in de vervoerscontracten, verhoogd met de NEA-index die geldt voor 2026. Het voorcalculatorisch tarief 2026 wordt bepaald op basis van het na-calculatorisch tarief voor 2025, voor het gerealiseerde deel van het vervoer 2025. Deze wordt

verhoogd met de NEA-index die geldt voor 2026 (4,1%). Voor de salaris- en loonkosten wordt een nieuwe inschatting gemaakt van de diverse kostencomponenten op basis van de meest actuele informatie. In de begroting 2026-1 zal gebruik worden gemaakt van het meest recente formatieplan. Indexatie van de salariscomponent gebeurt op basis van de meest actuele cao-informatie. De recente cao SGO 2025-2027 loopt tot 31 maart 2027. Hierin is voor 2026 een stijging van € 35,- bruto per maand gerekend en vanaf 1 juli 2026 een stijging van 1,25%. Deze zullen wij inrekenen in onze begroting. 7 De overheadkosten 2026 zijn gebaseerd op een zo goed mogelijke nieuwe inschatting van de diverse kosten­ componenten. Er wordt gewerkt met een indexpercentage gebaseerd op de schatting uit de MEV 2026 middellange termijnplanning van het Centraal Plan Bureau (CPB) zijnde 2,3%. 8 Alle vervoerskosten worden conform uitgangspunt uit de notitie ‘Afrekensystematiek’ op basis van daadwerkelijk gebruik met de deelnemende gemeenten afgerekend. 9 De afrekensystematiek voor de indirecte vervoerskosten (zoals loonkosten ritreservering en klantenservice) gebeurt op basis van het aantal ritten. In de begroting zal het aantal ritten uit 2025 opgenomen worden. Bij de afrekening wordt het gerealiseerde aantal ritten 2026 als basis genomen.

10 De afrekensystematiek voor de overheadkosten conform ‘notitie ‘overhead Commissie’ BBV/IV3) (bijvoorbeeld loonkosten staf en directie, facilitaire zaken) gebeurt op basis van het aantal inwoners (gebaseerd op CBS-gegevens peildatum 1-1-2026). 11 In de begroting wordt ervan uitgegaan dat de algemene reserve minimaal € 550.000,- bedraagt, conform de vastgestelde ‘Nota Reserves, Voorzieningen en Risicomanagement 2023’. 12 In de overheadkosten is een post onvoorzien opgenomen conform voorschrift BBV. Deze post wordt gesteld op € 50.000,-. 13 Alle bedragen zijn weergegeven exclusief btw. 6

Omnibuzz

Financiële begroting

Additionele uitgangspunten JWV (alleen voor gemeenten waarvoor dit van toepassing is): 1

2

3

4

5

6

Investeringen worden doorbelast middels de verdeelsleutel Wmo–JWV, op basis van het aantal geïndiceerde reizigers op 1 januari van het begrotingsjaar. Vervoerkosten worden bepaald middels toerekening kosten vervoerder aan betreffende gemeente: 1 gemeentelijk tarief per contractsoort. Per gemeente wordt na afloop van het jaar afgerekend op basis van realisatie en toeslagen (hoeveelheid). Verdeelsleutel interne doorbelasting Wmo–JWV: overheadkosten worden verdeeld op basis van het aantal geïndiceerde reizigers op 1 januari van het begrotingsjaar. Verdeelsleutel interne doorbelasting LLV-JWV: indirecte vervoerskosten worden op basis van het aantal ritten verdeeld, alleen voor noodzakelijke gezamenlijke kosten JWV en LLV (Bijvoorbeeld Smartwheels en klantenservice jeugdwetvervoer). Verdeelsleutels gemeenten binnen JWV: aantal kilometers voor verdeling vervoerskosten, aantal inwoners voor verdeling overheadkosten en aantal ritten voor verdeling indirecte vervoerkosten. Als uitgangspunt worden de gerealiseerde vervoerscijfers per gemeente in de periode één jaar voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft (t-1) genomen. Uitgangspunt is het daadwerkelijk verreden aantal ritten

en kilometers per gemeente. Deze gegevens kunnen door gemeenten worden aangevuld op basis van actuele data. Voor de begroting 2026-1 is het uitgangspunt het gerealiseerde vervoersvolume in 2025 op gemeenteniveau. Additionele uitgangspunten leerlingenvervoer (LLV) (alleen voor gemeenten waarvoor dit van toepassing is): 1

2

3

4

Verdeelsleutel interne doorbelasting Wmo-LLV: overhead op basis van het aantal geïndiceerde reizigers op 1 januari van het begrotingsjaar. Verdeelsleutel gemeenten binnen LLV: kilometers voor directe vervoerskosten, inwoners voor overheadkosten en aantal ritten voor indirecte vervoerkosten. Vervoerkosten middels gewogen gemiddelde tarief vervoerders: 1 gemeentelijk tarief. Alle perceeltarieven tezamen leiden tot een gewogen gemiddeld tarief (basisprijs en toeslagen) voor de gemeenten, waarbij per gemeente op basis van realisatie en toeslagen (hoeveelheid) wordt afgerekend. Als uitgangspunt worden de gerealiseerde vervoerscijfers per gemeente in de periode één jaar voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft (t-1) genomen. Uitgangspunt is het daadwerkelijk verreden aantal ritten en kilometers per gemeente. Voor de begroting 2026-1 is het uitgangspunt het gerealiseerde vervoersvolume in 2025 op gemeenteniveau.

29

Omnibuzz

Financiële begroting

Beleidsindicatoren Indicator

2026-1

Eenheid

Bron

0,055

fte per 1.000 inwoners

Eigen gegevens

Bezetting

0,055

fte per 1.000 inwoners

Eigen gegevens

Apparaatskosten

€ 3,01

kosten per inwoner

Eigen begroting

Externe inhuur

0,7%

kosten als % van totale loonsom

Eigen begroting

Overhead

9,84%

% van totale lasten

Eigen begroting

Formatie

Voor een toelichting op de beleidsindicatoren wordt verwezen naar 3.1.5 ‘Wat zijn de daarmee gepaard gaande programmakosten?’ op pagina 14. Tabel Overzicht van baten en lasten per taakveld Programma Wmo-vervoer

Baten

4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken

€

- €

Lasten

4.364.345 €

Saldo 4.364.345

6.6 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)

€

- €

25.767.561 €

25.767.561

6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal (Jeugdwet)

€

- €

479.456 €

479.456

Algemene dekkingsmiddelen 0.5 Treasury

€

100.000 €

18.919 €

-81.081

4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken

€

4.364.345 €

- €

-4.364.345

6.6 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)

€

25.730.355 €

- €

-25.730.355

6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal (Jeugdwet)

€

479.456 €

- €

-479.456

0.4 Overhead Wmo

€

3.278.343 €

3.278.343 €

-

0.4 Overhead JWV

€

8.187 €

8.187 €

-

0.4 Overhead LLV

€

60.573 €

60.573 €

-

€

- €

50.000 €

50.000

€

-6.125 €

-6.125

34.021.260 €

34.021.260 €

-

Overhead

Onvoorzien 0.8 Overige baten en lasten

Bestemmingsreserve ICT 0.10 mutaties reserve

Structureel saldo van baten en lasten

€

Toevoegingen aan de reserves

€

- €

- €

-

Onttrekkingen aan de reserves

€

- €

- €

-

Algemene reserve

€

- €

- €

-

Incidenteel saldo van baten en lasten

€

- €

- €

-

Structureel en reëel evenwicht

€

34.021.260 €

34.021.260 €

-

Voor een toelichting op de baten en lasten per taakveld wordt verwezen naar 3.1.5 ‘Wat zijn de daarmee gepaard gaande programmakosten?’ op pagina 14. 30

Omnibuzz

Financiële begroting

Tabel Baten en lasten per taakveld Begroting 2026-1

2026

Programma vervoer 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken

€

4.364.345

6.6 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)

€

25.767.561

6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal (Jeugdwet)

€

479.456

Algemene dekkingsmiddelen 0.5 Treasury

€

-81.081

4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken

€

-4.364.345

6.6 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)

€

-25.730.355

6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal (Jeugdwet)

€

-479.456

0.4 Overhead Wmo

€

-

0.4 Overhead JWV

€

-

0.4 Overhead LLV

€

-

€

50.000

Overhead

Onvoorzien 0.8 Overige baten en lasten

Bestemmingsreserve ICT 0.10 Mutaties reserve

€

Structureel saldo van baten en lasten

€

Toevoegingen aan de reserves

€

-

Onttrekkingen aan de reserves

€

-

Algemene reserve

€

-

Incidenteel saldo van baten en lasten

€-

Structureel en reëel evenwicht

€

4.2

-6.125

34.021.260

34.021.260

Toelichting op de baten en lasten Wmo

Vervoerskosten en baten

Het vervoersvolume 2026-1 is gebaseerd op de gerealiseerde kilometers, de toeslagen laag en hoog en de meereizend OV-er in de periode 1 januari tot en met 31 december 2025, vermeerderd met een opslag van 5%, behalve voor de gemeenten Maastricht (0%), gemeente Valkenburg a/d Geul (2,5%) en gemeente Venlo (2,5%).

31

Omnibuzz

Financiële begroting

Tabel Vervoersvolume 2026-1 Gemeente

Kilometers 2025

Totaal aantal kilomeToeslagen km hoog ters 2026-1 (+ opslag) (+ opslag)

Opslag

Toeslagen km laag (+ opslag)

Meereizend OV-er (+ opslag)

Beek

83.548

5%

87.726

2.586

32.198

692

Beekdaelen

224.928

5%

236.174

4.087

58.108

1.308

Beesel

64.550

5%

67.778

4.823

22.027

387

Bergen

61.647

5%

64.729

342

12.167

179

Brunssum

251.996

5%

264.596

5.163

93.242

1.344

Echt-Susteren

243.307

5%

255.472

11.344

77.640

1.401

Eijsden-Margraten

189.696

5%

199.181

5.200

52.548

692

Gennep

76.579

5%

80.408

3.648

23.903

1.152

Gulpen-Wittem

128.104

5%

134.509

7.408

36.356

798

Heerlen

719.077

5%

755.030

16.710

213.449

5.120

Horst aan de Maas

184.492

5%

193.717

6.079

53.288

999

Kerkrade

481.946

5%

506.043

24.199

163.484

5.941

Landgraaf

376.167

5%

394.976

28.690

146.613

2.827

Leudal

165.540

5%

173.817

1.898

51.612

1.100

Maasgouw

145.276

5%

152.540

5.335

39.018

809

Maastricht

841.301

0%

841.301

51.072

326.695

6.373

Meerssen

164.784

5%

173.024

9.448

53.459

1.859

Nederweert

38.857

5%

40.800

177

7.733

89

Peel en Maas

176.629

5%

185.460

9.149

58.561

969

Roerdalen

81.436

5%

85.507

2.065

26.920

413

Roermond

194.460

5%

204.183

2.535

53.634

1.791

Simpelveld

62.215

5%

65.326

2.348

13.474

689

Sittard-Geleen

747.466

5%

784.840

40.992

242.323

5.448

Stein

104.923

5%

110.169

3.880

34.860

1.346

Vaals

81.176

5%

85.235

1.856

33.593

396

Valkenburg aan de Geul

164.396

2,5%

168.506

12.607

46.094

1.253

Venlo

321.315

2,5%

329.348

19.045

92.649

2.794

Venray

150.100

5%

157.605

7.705

53.273

1.134

Voerendaal

65.043

5%

68.295

612

21.000

528

Weert

119.245

5%

125.207

4.615

46.568

954

Totaal

6.710.197

6.991.499

295.620

2.186.490

50.784

In de tabel ‘Vervoersvolume 2026-1’ zijn de aantallen vervoersvolumes, opslagpercentages, toeslagen laag en hoog en de meereizend OV-er, waarmee in deze begroting wordt gerekend, weergegeven. Deze tabel vormt dan ook de basis voor de tabellen die op de volgende pagina’s staan. De basis voor de vervoerskosten bestaat uit het opstart- en kilometertarief. Het voorcalculatorisch opstarttarief is vast32

Omnibuzz

Financiële begroting

gesteld op € 5,80 (afgerond) en het voorcalculatorisch kilometertarief is € 2,- (afgerond). De financiële kaders worden in 4.1 ‘Financiële kaders’ op pagina 28 toegelicht. De tarieven worden vermenigvuldigd met het vervoersvolume uit ‘Tabel Vervoersvolume 2026-1’ op pagina 32. De eigen bijdrage voor klanten per 1 januari 2026 zijn per regio verdeeld. Onderstaand het overzicht van de tarieven per regio per zone:

› € 0,99: Gemeente Maastricht, gemeente Meerssen, gemeente Vaals en gemeente Valkenburg aan de Geul. › € 1,09: Gemeente Stein. › € 0,98: Overige gemeenten. Omnibuzz ontvangt de eigen bijdrage van de klanten middels facturatie. De ontvangen bijdrage van de klanten zal per kwartaal uitbetaald worden aan de gemeenten. Deze eigen bijdrage wordt sinds april 2019 niet meer via de begroting en jaarrekening van Omnibuzz verantwoord. De eigen bijdrage voor de meereizende OV-er bedraagt € 2,93/zone, exclusief btw. Deze bijdrage is kostenneutraal voor de gemeenten. Aangezien de gemeenten de opbrengsten begroten, worden de kosten niet door de begroting van Omnibuzz gedekt maar door de begroting van de gemeenten. Op de toeslagen is geen eigen bijdrage van toepassing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16969020/1