05 Toelichting Oude Heerweg - Berkenstraat
Tekst van het document
Berkenstraat-OudeHeerweg Blitterswijck
Verantwoording en Status
Titel:
Bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck, gemeente Venray
Opdrachtgever:
WeJeBe Garage BV Blitterswijck
Concept:
10 december 2019
Ontwerp:
14 oktober 2020
Definitief:
Post-en kantooradres: Steeg 12 5975 CE Sevenum M: 06-30202996/06-48800953
© 2020 Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem gebruikt worden voor het doel waarvoor het is vervaardigd en met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening.
Pagina | 2 Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening geeft in ieder geval geen toestemming aan de opdrachtgever om dit document te gebruiken of te laten gebruiken indien facturen niet of niet volledig voldaan zijn. Alle rechten voorbehouden.
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 3
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Ligging en begrenzing van het plangebied Vigerende bestemmingsplannen Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plangebied 2.1 2.2 2.3
Algemeen Ruimtelijke structuur Functionele structuur
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.4 3.5
Het plan Stedenbouwkundige/ruimtelijke aspecten Verkeer en parkeren Verkeer Parkeren Landschappelijke inpassing en water Duurzaamheid
Hoofdstuk 4 Beleidskader en beleidsthema's 4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4 4.4.5
Inleiding Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ladder duurzame verstedelijking Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro) Provinciaal beleid Omgevingsvisie Limburg Omgevingsverordening Limburg Provinciale Omgevingsvisie Gemeentelijk beleid Toekomstvisie 2030 'Venray loopt voorop' Economische visie Venray 2008 - 2020 Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling Energiestrategie Bestemmingsplan
Hoofdstuk 5 Sectorale aspecten 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2
Inleiding Milieuaspecten Milieu effect rapport Geluid
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
5 5 5 7 9
10 10 10 11
12 12 13 17 17 18 19 21
22 22 22 22 23 24 24 25 25 27 27 27 27 28 29 29 30
32 32 32 32 33
Pagina | 4
5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.2.6 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
Bodem- en grondwaterkwaliteit Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzoneringen Externe veiligheid Waterparagraaf Kabels en leidingen Wet Natuurbescherming Flora en fauna Archeologie en cultuurhistorie Niet gesprongen explosieven
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4
Economische uitvoerbaarheid Procedure en maatschappelijk uitvoerbaarheid Omgevingsdialoog Procedure Overleg Zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan
Hoofdstuk 7 Wijze van bestemmen 7.1 7.2 7.3 7.4
Algemeen Planmethodiek Verbeelding Regels
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
33 35 36 38 39 40 41 42 45 46
47 47 47 47 47 48 48
49 49 49 49 49
Pagina | 5
Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan
Vakgarage WeJeBe, sinds 1966 gevestigd aan de Oude Heerweg 23, 5863 AC te Blitterswijck (hierna ook: initiatiefnemer) is voornemens de huidige bedrijfsactiviteiten geheel te verplaatsen naar de vrijgekomen locatie aan de Berkenstraat 2 te Blitterswijck. De verplaatsing van het, primair niet in een woonkern wenselijk, garagebedrijf is een positieve ontwikkeling voor de kern Blitterswijck. De locatie aan de Berkenstraat 2 betreft een voormalig agrarisch bedrijf, dat inmiddels wel een bedrijfsbestemming heeft; het garagebedrijf past echter niet binnen deze bestemming. Voor de vertreklocatie aan de Oude Heerweg 23-25 zal een passende bestemming toegekend moeten worden zodat de planologische situatie door de verplaatsing ook duidelijk verbetert. In hoofdstuk 3 zullen beide ontwikkellocaties en de ontwikkelingen uitgebreid aan de orde komen.
Het plangebied bestaat uit twee delen, te weten de Oude Heerweg 23-25 (deelgebied A) en de Berkenstraat 2 (deelgebied B). Deelgebied A is gelegen in het bestemmingsplan Blitterswijck (vastgesteld op 27 juni 2019) en heeft daarin de bestemmingen 'Bedrijf', 'Waarde - Archeologie - 2 en 4' en de aanduidingen bouwvlak en bedrijfswoning gekregen. Deelgebied B is gelegen in het bestemmingsplan Buitengebied - Oost gemeente Venray (vastgesteld op 18 juni 2013) en heeft daarin de bestemmingen 'Bedrijf', 'Waarde - Archeologie 2' en de aanduidingen specifieke vorm van bedrijf - landbouwverwante bedrijven, bouwvlak en bedrijfswoning gekregen.
Binnen de planregels van het bestemmingsplan Buitengebied-Oost is het niet mogelijk aan de gewenste ontwikkeling medewerking te verlenen. Tevens dient, om te bevorderen dat de planologische situatie aan de Oude Heerweg 23 als gevolg van de bedrijfsverplaatsing verbetert, ook hier de huidige bestemming aangepast te worden. Hiertoe zal een reguliere bestemmingsplanprocedure moeten worden gevolgd. Bij schrijven van 22 maart 2019 heeft het bevoegd gezag hieraan in beginsel haar medewerking toegezegd.
Het voorliggende bestemmingsplan "Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck" voorziet in een adequate planologisch-juridische regeling voor het project. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met de daarbij behorende regels waaraan een toelichting is toegevoegd.
1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied
Deelgebied A Het plangebied is gelegen aan de Oude Heerweg 23 en 25 te Blitterswijck, kadastraal bekend gemeente Wanssum sectie E nummers 572, 574, 575 en 576.
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 6
De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 3330 m2.
Afbeelding: omvang plangebied A
Deelgebied B Het plangebied is gelegen aan de Berkenstraat 2 te Blitterswijck, kadastraal bekend gemeente Wanssum sectie E nummers 737, 739, 741 en 742. De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 5295 m2.
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 7
Afbeelding: omvang plangebied B
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor het plangebied deel A en B vigeren de volgende bestemmingsplannen: Naam bestemmingsplan
Bestemming
Vaststelling Raad
bestemmingsplan Blitterswijck
- Bedrijf 27 juni 2019 - Wonen - Waarde - Archeologie - 2 en 4 - aanduidingen bouwvlak en bedrijfswoning
bestemmingsplan Buitengebied - Oost Venray
- Bedrijf 18 juni 2013 - Leiding - Riool - Waarde - Archeologie - 2 - aanduidingen bouwvlak en bedrijfswoning - specifieke vorm van bedrijf landbouwverwante bedrijven
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 8
Afbeelding: Uitsnede verbeelding deel A
Afbeelding: Uitsnede verbeelding deel B
Binnen de planregels van deze bestemmingsplannen is het niet mogelijk om in één procedure aan de gewenste ontwikkeling medewerking te verlenen.
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 9
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit de volgende delen. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met een analyse van het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van de te regelen ruimtelijke ontwikkeling zelf. In hoofdstuk 4 wordt het plan getoetst aan het geldende provinciale en gemeentelijke ruimtelijke beleid. Hoofdstuk 5 inzicht in de relevante milieu-planologische aspecten. De uitvoerbaarheid is neergelegd in hoofdstuk 6 en ten slotte de wijze van bestemmen in hoofdstuk 7.
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 1 0
Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plangebied 2.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt de ligging van het plangebied op gemeentelijk niveau en de feitelijke situatie van het plangebied beschreven. Ook wordt er ingegaan op de aanwezige ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en omgeving. Ook worden de huidige landschaps- en cultuurhistorische waarden van het plangebied beschreven.
2.2
Ruimtelijke structuur
De ruimtelijke hoofdstructuur van Blitterswijck wordt in het algemeen gevormd door: de historische linten; de kasteelmuren; de Maas. Het dorpscentrum wordt gevormd door het Plein voor de Onze Lieve Vrouwenkerk. De woningbouw in Blitterswijck heeft in eerste instanties plaatsgevonden aan de linten. Latere uitbreidingen hebben voornamelijk plaatsgevonden ten noordwesten en voor een deel ook ten zuiden en zuidwesten van het dorp. De historische linten spelen nog steeds een grote rol in Blitterswijck. Belangrijke historische linten zijn te herkennen in de Oude Heerweg en de Ooijenseweg. De belangrijkste assen van het dorp zijn de doorgaande wegen vanuit het dorp richting Wanssum (Oude Heerweg), Well (Langstraat) en Broekhuizenvorst (Ooijenseweg). Andere beeldbepalende elementen in het dorp zijn vooral de open plekken die her en der verspreid door het dorp liggen. Deze open plekken zijn vaak in gebruik als agrarische grond of grasland. De overgang van de kern Blitterswijck naar het buitengebied is divers. Aan de oostkant van het dorp bestaat de begrenzing uit een aantal percelen met fruitbomen en houtwallen, die gedeeltelijk geplant zijn op de oude structuren van het kasteel. Aan de noordzijde van Blitterswijck is het dorp begrensd door een aantal landbouwbedrijven.
Aan de west- en noordwestzijde van het dorp is Blitterswijck begrensd door de achterkanten van tuinen en een aantal agrarische bedrijven. Aan de zuidwestzijde is Blitterswijck begrensd door een aantal tuinen, met daarachter een houtwal of bosgebied. Aan de zuidzijde van het dorp wordt Blitterswijck begrensd door het nog te ontwikkelen woongebiedje 'Beeteterrein'. De bebouwing in de omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit woonbebouwing in de vorm grondgebonden vrijstaande, halfvrijstaande en aaneengebouwde woningen met twee bouwlagen en een kap, met uitzondering van een rij woningen aan de Mgr. Martensstraat die een platte afdekking kennen.
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 1 1
2.3
Functionele structuur
Het plangebied A betreft de huidige vakgarage WeJeBe met bedrijfswoning en plangebied B is op dit moment bestemd als landbouwverwant bedrijf, bestaand uit een bedrijfsgebouw, bedrijfswoning en buitenterrein. In de omgeving van het plangebied is de woonfunctie veruit dominant. Daarnaast zijn er een aantal bedrijven gevestigd in de vorm van een autorijschool en ICT-adviesbureau. Tenslotte bevindt zich ten noorden van het plangebied deel B een maatschappelijk-religieuze voorziening in de vorm van de Sint Annakapel. Ten zuiden van deelgebied B ligt recreatiepark Roekenbosch. Deze functionele structuur zal niet wijzigen.
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 1 2
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1
Het plan
Initiatiefnemer is, vanwege de behoefte aan een groter bedrijfspand en meer buitenruimte, voornemens de huidige bedrijfsactiviteiten aan de Oude Heerweg 23-25 te Blitterswijck geheel te verplaatsen naar de vrijgekomen locatie aan de Berkenstraat 2 te Blitterswijck. De verplaatsing van het, primair niet in een woonkern wenselijk, garagebedrijf is een positieve ontwikkeling voor de kern Blitterswijck. De locatie aan de Berkenstraat 2 betreft een voormalig agrarisch bedrijf, dat inmiddels wel een bedrijfsbestemming heeft ten behoeve van landbouwverwante bedrijven. Het garagebedrijf heeft in Blitterswijck en directe omgeving een goede naam opgedaan; bijna de helft van de cliëntèle komt uit Blitterswijck zelf en het overige deel van de cliënten is nagenoeg geheel woonachtig in een straal van 5 km om de bedrijfslocatie. De gebondenheid aan deze locatie is daarmee groot te noemen en dit is de reden om de bedrijfslocatie zo dicht mogelijk bij Blitterswijck te houden. De op dit moment beschikbare bedrijfskavels in Venray welke qua benodigde omvang en gebruiksmogelijkheden in aanmerking zouden kunnen komen, liggen op bedrijventerrein Vennendreef (ruim 5 km vanuit Blitterswijck) en De Hulst (ruim 5 km vanuit Blitterswijck).
Door een dergelijke verplaatsing zou het oostelijk deel van Venray zonder garagebedrijf komen te zitten en het autobedrijf WeJeBe zou aansluiten bij drie concurrenten op hetzelfde bedrijventerrein. Dit zou het niet wenselijke gevolg hebben dat door een clustering van bedrijven in dezelfde branche een deel van de gemeente de service mist. Immers, indien een voertuig aan reparatie toe is, heeft het de voorkeur dat er in ieder geval één reparateur in de directe omgeving is gevestigd. Vandaar dat de locatiekeuze voor de verplaatsing van dit Blitterswijckse bedrijf gevallen is op een vrijgekomen perceel met bedrijfsbebouwing, waaraan reeds een bedrijfsbestemming is toegekend waarvan slechts het bedrijfstype gewijzigd hoeft te worden. Samen met de noordelijk gelegen nieuwe woon-werkkavels in het plan 'Op de Beete', wordt hiermee een planologisch wenselijke herinvulling gegeven aan een vrijgekomen bedrijfslocatie.
Voor de vertreklocatie aan de Oude Heerweg 23-25 zal een passende bestemming toegekend moeten worden zodat de planologische situatie door de verplaatsing ook duidelijk verbetert. De mogelijkheden om bedrijvigheid in de categorie 1 en 2 te voeren, zullen worden beperkt tot bedrijvigheid in de lichtste categorie 1. Het woon- en leefklimaat ten opzichte van omliggende woningen zal hierdoor zijn gebaat. De bestaande woning binnen de huidige bedrijfsbestemming, zal geen bedrijfswoning meer zijn, omdat de relatie tot de bedrijvigheid zal ontbreken. Dit noopt tot het toekennen van een op het toekomstige gebruik gebaseerde reguliere woonbestemming (qua bouwvlak ook rekening houdend met de mogelijkheid om na sloop de woning in de lijn van de overige woningen te herbouwen), welke zich tevens goed voegt in de omgeving. Gezien de functie in de omgeving welke voor het merendeel bestaat in reguliere woningen, is het op de langere termijn wenselijk om de bedrijfslocatie geheel te saneren en plaats te laten maken voor een woonprogramma waaraan een op dat moment aantoonbare behoefte bestaat, passend is in de stedenbouwkundige structuur en duurzaam en levensloopbestendig wordt uitgevoerd. Er wordt door initiatiefnemer gedacht aan maximaal 6 grondgebonden woningen. Een andere mogelijkheid is de realisatie van een woonzorgcomplex, waarvoor op dit moment binnen de
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 1 3
kern Blitterswijck een passende locatie wordt gezocht; herinrichting van een in de kern gelegen vrijkomende bedrijfslocatie biedt voor een woonzorgcomplex mogelijkheden. Voor de toekomstige en in beginsel passende invulling van deze herstructureringslocatie ten behoeve van een reguliere woonfunctie zal een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan worden opgenomen; voor het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid voor een woonzorgcomplex (maatschappelijke bestemming) is het op dit moment nog te vroeg.
Deelgebied A (vertreklocatie) is gelegen in het bestemmingsplan Blitterswijck (vastgesteld op 27 juni 2019) en heeft daarin de bestemmingen 'Bedrijf', 'Waarde - Archeologie - 2 en 4' en de aanduidingen bouwvlak en bedrijfswoning gekregen. Deelgebied B (vestigingslocatie) is gelegen in het bestemmingsplan Buitengebied - Oost gemeente Venray (vastgesteld op 18 juni 2013) en heeft daarin de bestemmingen 'Bedrijf', 'Waarde - Archeologie - 2' en de aanduidingen specifieke vorm van bedrijf - landbouwverwante bedrijven, bouwvlak en bedrijfswoning gekregen. Binnen de planregels van het bestemmingsplan Buitengebied-Oost is het niet mogelijk aan de gewenste ontwikkeling medewerking te verlenen. Tevens dient, om te bevorderen dat de planologische situatie aan de Oude Heerweg 23 als gevolg van de bedrijfsverplaatsing verbetert, ook hier de huidige bestemming aangepast te worden. Hiertoe zal een reguliere bestemmingsplanprocedure moeten worden gevolgd. Bij schrijven van 22 maart 2019 heeft het bevoegd gezag hieraan in beginsel haar medewerking toegezegd.
3.2
Stedenbouwkundige/ruimtelijke aspecten
Deelgebied A Het plangebied is gelegen aan de Oude Heerweg 23 en 25 te Blitterswijck, kadastraal bekend gemeente Wanssum sectie E nummers 572, 574, 575 en 576. De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 3330 m2. De feitelijke bebouwingssituatie is op onderstaande afbeelding weergegeven:
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 1 4
Foto's bestaande bebouwingssituatie
De bestaande bebouwing zal gehandhaafd blijven; de bedrijfswoning zal in gebruik worden genomen als burgerwoning en de bedrijfsbebouwing zal worden hergebruikt voor lichtere bedrijvigheid in de milieucategorie 1.
Deelgebied B Het plangebied is gelegen aan de Berkenstraat 2 te Blitterswijck, kadastraal bekend gemeente Wanssum sectie E nummers 737, 739, 741 en 742. De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 5295 m2. De feitelijke bebouwingssituatie (gezien vanuit de lucht) is op onderstaande afbeelding weergegeven:
Luchtfotoplangebied B
De bestaande bebouwing zal in gebruik worden genomen als garagebedrijf voor personenauto's en kleinere gemotoriseerde voertuigen. Het bedrijf zal zich ook richten op de elektrificatie van
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 1 5
voertuigen, zodat ze ook in deze nieuwe markt kunnen gaan bewegen. De bedrijfsgebouwen zullen esthetisch worden aangepast aan de nieuwe functies. Zo zal de showroom functioneel worden gemaakt met meer natuurlijke lichtinval en zal de bedrijfswoning ook modern worden vormgegeven en heringedeeld als vernieuwde bedrijfswoning. Bij alle gevelaanpassingen die zullen worden gedaan, zal een hoge en bij het bedrijf passende kwaliteit worden nagestreefd. Hierbij zal ook rekening worden gehouden met de situering van de in- en uitrit vanaf het bedrijfsperceel in relatie tot de voorgevel van de tegenover gelegen woning, zodat eventuele hinder voorkomen wordt. Op onderstaande afbeeldingen is een impressie gegeven hoe de nieuwe indeling van de locatie Berkenstraat 2 voorzien is:
Figuur: indeling perceel
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 1 6
Figuur: indeling bedrijfswoning
Figuur: artist impression
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 1 7
3.3
Verkeer en parkeren
3.3.1
Verkeer
De hoofdontsluiting van Blitterswijck bestaat uit de Oude Heerweg/Ooijenseweg (de doorgaande weg van Wanssum naar Broekhuizenvorst). Dit is een gebiedsontsluitingsweg. De overige wegen binnen het kerkdorp zijn erftoegangswegen. Zoals eerder gezegd wordt de ruimtelijke structuur van Blitterswijck grotendeels bepaalt door de historische linten waaronder deze doorgaande weg en enkele erftoegangswegen. In de bebouwde kom van Blitterswijck geldt een maximum snelheid van 30 km/h. Ter hoogte van de Mgr. Martensstraat gaat deze in de richting van het buitengebied over in 60 km/h. Ook door de ligging van de Maas is de ruimtelijke structuur van Blitterswijck bepaald. De Maas maakt onderdeel uit van een groot netwerk van vaarwegen. De transportbewegingen die over deze rivier plaatsvinden hebben echter weinig tot geen invloed op het kerkdorp.
Het plan voorzover het betrekking heeft op plangebied A leidt, in vergelijking met de vigerende bedrijfsbestemming niet tot een toename van het aantal verkeersbewegingen. De bedrijfsvloeroppervlakte zal gelijk blijven. Dit deelproject heeft hierdoor geen substantiële consequenties voor de wegenstructuur en verkeersveiligheid. Het plan voorzover het betrekking heeft op plangebied B zal, in vergelijking met de vigerende bedrijfsbestemming, wel leiden tot een toename van het aantal verkeersbewegingen. De bedrijfsvloeroppervlakte zal weliswaar gelijk blijven, maar ware de verkeersbewegingen in de huidige situatie te relateren aan een arbeidsextensief/bezoekersextensief bedrijf (loods, opslag, transport), in de toekomstige situatie zullen voor een autobedrijven de kencijfers gebruikt moeten worden van de in het CROW genoemde categorie “bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)” dat qua verkeersaantrekkende werking als vergelijkbaar kan worden beschouwd. Per 100 m2 BVO zal er dan in theorie sprake zijn van bijna een verdubbeling van de verkeersbewegingen. Hier staat tegenover dat de verkeersbewegingen bij een garagebedrijf voor het merendeel minder zwaar verkeer betreft. De verkeersbewegingen vanuit een landbouwverwant bedrijf zijn veelal grote, zware en brede landbouwvoertuigen.
Deze laatste categorie heeft een grotere impact op de doorstroom van het verkeer en de verkeersveiligheid dan het verkeer dat gerelateerd is aan een garagebedrijf. Dit deelproject heeft hierdoor wel dus consequenties voor de wegenstructuur en verkeersveiligheid: meer in aantal verkeersbewegingen maar minder in de omvang van de voertuigen. Deze verkeersbewegingen naar de nieuwe locatie betreffen echter voor een groot deel de verkeersbewegingen die nu al naar de huidige locatie van het garagebedrijf gaan en waarvan dus de facto sprake is van een verplaatsing. Op onderstaande tekening is de manoeuvreerruimte voor vrachtwagens aangeven; deze manoeuvreerbewegingen zullen op het achterterrein plaatsvinden.
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 1 8
Figuur: manoeuvreerruimte vrachtwagens
3.3.2
Parkeren
Parkeren zal geheel op eigen terrein plaatsvinden. Volgens de door de gemeente Venray gehanteerde CROW-parkeernormering en de Beleidsnota Parkeernormen zijn er per 100 m² BVO 2,4 parkeerplaatsen nodig voor een garagebedrijf. Het bruto vloeroppervlak na uitbreiding en met aftrek van de bedrijfswoning beslaat circa 1800 m2, hetgeen betekent dat er circa 43 parkeerplaatsen aanwezig zouden moeten zijn op eigen terrein ter plaatse van plangebied B. De parkeerbehoefte gerelateerd aan de representatieve bedrijfsactiviteiten kan worden opgevangen op de erfverharding in het noord-oostelijke deel van het plangebied B; de erfverharding zal worden voorzien van parkeervakken, welke ook voor bezoekers duidelijk herkenbaar zijn. Op onderstaande tekening zijn de voorziene parkeerplaatsen aangegeven; hierbij kan worden aangetekend dat ter plaatse van de noordelijke inrit oplaadplekken voor electrische auto's zullen worden gerealiseerd, welke dus ook voor parkeren gebruikt (kunnen) worden.
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 1 9
Figuur: parkeerplaatsen
Bezoekers zullen primair de parkeerplaatsen 1-18 in beslag nemen en het personeel (voorzover niet met de fiets komend) primair de parkeerplaatsen 21-30. Plaatsen 31-45 zijn auto's van cliënten die hun auto in reparatie hebben gegeven. Deze bezoekers zullen ofwel met een leenauto weer huiswaarts keren (dus feitelijk wordt dan een auto gewisseld en niet toegevoegd) ofwel na het brengen van de te repareren auto laat de klant zich ophalen. Uit ervaringsgegevens van WeJeBe blijkt dat het aantal van 43 parkeerplaatsen in de praktijk erg ruim is en dat deze in een reguliere situatie zeker niet bezet zullen worden. In ieder geval blijkt uit de bovenstaande afbeelding dat er voldoende gelegenheid op eigen terrein is voor parkeren. Voor plangebied A geldt dat voor een 'bedrijfsverzamelgebouw' voor de laagste milieucategorie een parkeernorm van 2 / 100 m2 BVO geldt; hier is dus sprake van een vermindering van de parkeerdruk.
3.4
Landschappelijke inpassing en water
De bestaande erfbeplanting rondom de bedrijfslocatie op deelgebied A zal behouden blijven. De erfbeplanting rondom de bedrijfslocatie op deelgebied B zal geheel worden aangepast, gezien het feit dat de nieuwe functie als garagebedrijf zeer uitnodigend moet worden omkleed en potentiële klanten moet aantrekken. Hiertoe is een beknopt landschappelijk beeld gegeven, zoals op onderstaande artist impression is te zien.
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 2 0
Landschappelijk beeld/inrichtingvan de locatie
In de huidige situatie wordt het hemelwater afkomstig van de bebouwing al opgevangen en infiltreert ter plaatse via een ondergrondse infiltratievoorziening welke zich onder de bestaande erfverharding op het achterterrein bevindt. Als bijlage 4 van deze plantoelichting is de landschappelijke inpassing met de sortimentslijst opgenomen, waarbij ook nog de zuidwestelijke hoek van het perceel groen is ingevuld.
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 2 1
3.5
Duurzaamheid
De ambities ten aanzien van duurzaamheid in Venray zijn hoog, zoals neergelegd in de Energiestrategie 2030 (zie voor de inhoud van deze strategie paragraaf 4.4.5). In onderhavig plan zijn de volgende duurzaamheidsmaatregelen voorzien: de bedrijfsgebouwen en bedrijfswoning zullen worden afgesloten van gas; de bebouwing zal worden aangesloten op een aardwarmtepomp ter verwarming en koeling; in de bebouwing wordt balansventilatie toegepast (warmte-terugwin-installatie); de bedrijfsgebouwen zullen een substantiële hoeveelheid energie opwekken middels zonnepanelen op de dakvlakken; de bedrijfsgebouwen worden zeer goed geïsoleerd en hebben een lage warmtevraag
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 2 2
Hoofdstuk 4 Beleidskader en beleidsthema's 4.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een beeld van de randvoorwaarden die vanuit het beleid gelden betreffende onderhavige ontwikkeling. De beleidskaders zijn op verschillende schaalniveaus beschreven. Aan bod komen het rijks-, provinciaal - en het gemeentelijk beleid.
4.2
Rijksbeleid
4.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vastgesteld op 13 maart 2012. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een krachtige aanpak die ruimte geef aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden en met een Europese en mondiale blik. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Zo ontstaat er ruimte voor maatwerk en ontwikkelingen van burgers en bedrijven. In deze structuurvisie schetst het Rijk ambities voor Nederland in 2040: een visie hoe Nederland er in 2040 voor moet staan. Uitgaande van de verantwoordelijkheden van het Rijk zijn de ambities uitgewerkt in rijksdoelen tot 2028 en is aangegeven welke nationale belangen daarbij aan de orde zijn. Deze tijdshorizon is gesteld omdat in de loop van de tijd nieuwe ontwikkelingen en opgaven kunnen vragen om bijstelling van de rijksdoelen. Voor de ambities zijn rijksinvesteringen slechts een van de instrumenten die worden ingezet. Ook kennis, bestuurlijke afspraken en kaders worden ingezet. De huidige financiële rijkskaders (begroting) zijn randvoorwaardelijk voor de concrete invulling van die rijksambities.
Een actualisatie van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid is nodig om de nieuwe aanpak vorm te geven. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende (wereldwijde) omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen die onder andere ontstaan omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. Deze structuurvisie geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vormt de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Het Rijk is verantwoordelijk voor een goed systeem van ruimtelijke ordening inclusief zorgvuldige, transparante ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dat betekent dat het systeem zo ingericht moet zijn dat integrale planvorming en besluitvorming op elk schaalniveau mogelijk is en dat bestaande en toekomstige belangen goed kunnen worden afgewogen. Gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde zijn hier onderdeel van. Het gaat dan zowel om belangen die conflicteren als belangen die elkaar versterken. Bij nieuwe ontwikkelingen, aanleg en herstructurering moet in elk geval aandacht zijn voor de gevolgen voor de waterhuishouding, het milieu en het cultureel erfgoed.
Deze aspecten worden (zijn) in hoofdstuk 5.3 en de paragrafen 5.2 respectievelijk 5.7 behandeld.
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 2 3
4.2.2
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) (welke in ontwerp tot 30 september 2019 ter inzage heeft gelegen) is een onderdeel van de nieuwe Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht het Rijk tot een strategische visie op de fysieke leefomgeving. Het doel is om alle onderdelen van de fysieke leefomgeving met elkaar in samenhang te brengen. Ook gemeenten en provincies maken een omgevingsvisie vanwege deze nieuwe wet. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) richt zich op onderstaande vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe de fysieke leefomgeving wordt ingericht. De Nationale Omgevingsvisie helpt bij het maken van de noodzakelijke keuzes. Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie Het klimaat verandert. De gevolgen hiervan worden steeds duidelijker merkbaar. Denk aan de steeds drogere zomers, de hevigere regenval en stijgende zeespiegel. Op deze en andere gevolgen van de klimaatverandering moet tijdig worden ingespeeld. Tegelijkertijd moet de overstap worden gemaakt naar duurzame energie. Het is de bedoeling dat ons land in 2050 een duurzame energievoorziening heeft. Iedereen draagt hier zelf aan bij door bijvoorbeeld zoveel mogelijk woningen aardgasvrij te maken. Maar er zullen ook aanpassingen nodig zijn, bijvoorbeeld met windenergie, die moeten worden ingepast in het landschap.
Mensen in de omgeving moeten ook voordelen ervaren van geplaatste windmolens. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden Nederland heeft een sterke internationale concurrentiepositie. Vanuit die positie wordt gewerkt aan een nieuw economisch verdienmodel dat duurzaam is en circulair. Door grondstoffen te hergebruiken in de bouw bijvoorbeeld. De overstap naar duurzame energie en het zorgen voor een gezond milieu zijn belangrijk. Ook zullen bedrijven zich hier goed moeten kunnen vestigen met voldoende ruimte voor bedrijvigheid. Daarvoor is het zaak alle verschillende aspecten te betrekken die hierbij een rol spelen, zodat duurzaam geld kan blijven verdiend. Onze steden en regio’s sterker en leefbaarder maken Veel mensen zijn op zoek naar een geschikte, betaalbare woning. Iedereen wil graag wonen in een prettige omgeving. Een omgeving met voldoende groen en met aandacht voor veiligheid en gezondheid. Denk bijvoorbeeld aan groen en fonteinen op plekken waar het erg warm kan worden (hittestress). Tegelijkertijd is het belangrijk dat de woningen goed bereikbaar zijn door goede fiets- en wandelpaden en aansluiting op het wegennet en het openbaar vervoer. Kortom, het gaat niet alleen om voldoende woningen, maar ook om een aantrekkelijke woonomgeving.
Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen In sommige regio’s staan de natuurlijke systemen en het landschap onder druk. Soms is daar sprake van een verzakkende bodem, onder meer door een te laag waterpeil. Als het waterpeil omhoog wordt gebracht, kan dat gevolgen hebben voor de landbouw en de veeteelt. In sommige gebieden wordt het dan misschien logischer om duurzame energie te produceren in plaats van voedsel. Tegelijkertijd moeten de kwaliteiten van het landschap worden behouden om te kunnen recreëren en ook vanwege het cultureel erfgoed.
In hoofdstuk 3 van onderhavige plantoelichting zijn de aspecten duurzaamheid, kwaliteit van leefomgeving, bereikbaarheid, groen en water uitgebreid aan de orde gesteld. Tevens in relatie | bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 2 4
met hoofdstuk 5 kan gesteld worden dat in onderhavig project van verplaatsing en functioneel hergebruik voldoende aandacht is voor de afwegingen die op basis van (het ontwerp van) de nationale omgevingsvisie dienen te worden gemaakt.
4.2.3
Ladder duurzame verstedelijking
Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. In casu is er voor deelgebied A sprake van een bestaand en in het stedelijk gebied gelegen garagebedrijf dat gaat verplaatsen en waarbij de vertreklocatie (behoudens de bedrijfswoning) de bedrijfsbestemming zal behouden, ten behoeve van een lagere milieucategorie. Hierbij is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor deelgebied B zal de binnen de vigerende bedrijfsbestemming ten behoeve van landbouw verwante bedrijven de maximaal te bebouwen oppervlakte substantieel afnemen, maar zal de functie wijzigen van 'landbouw verwant bedrijf' naar 'overig niet-agrarisch bedrijf' ten behoeve van een garagebedrijf.
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 20 april 2016 uitgesproken dat als enkel sprake is van een planologische functiewijziging er in beginsel geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (tenzij het een functiewijziging van zodanige aard en omvang betreft) (ABRvS 20 april 2016; ECLI:NL:RVS:2016:1075). Een bestemmingsplan dat ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan geen uitbreiding van de maximaal toegelaten oppervlakte aan bedrijfsbebouwing mogelijk maakt, maar alleen een planologische functiewijziging, voorziet in beginsel niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro, tenzij die planologische functiewijziging een zodanige aard en omvang heeft dat desalniettemin sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (vergelijk onder meer de uitspraak van de Afdeling van 15 juli 2015 in zaak nr. 201408879/1/R3 en van 5 augustus 2015 in zaak nr. 201500276/1/R2). De in onderhavig plan voorziene ontwikkeling in deelgebied B kan dus, gezien de functiewijziging binnen de vigerende bedrijfsbestemming in combinatie met de afname van de bebouwingsmogelijkheden, evenmin worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing is.
4.2.4
Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro)
In het Barro zijn een aantal onderwerpen opgenomen waarvoor het rijk uit het oogpunt van de nationale belangen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ruimtelijke regels stelt: rond rijksvaarwegen wordt ruimte geborgd voor de veiligheid van scheepvaart; rond de Maastakken wordt ruimte gereserveerd voor toekomstige rivierverruiming; rond verschillende hoofdwegen en op enkele locaties wordt ruimte gereserveerd voor
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 2 5
toekomstige uitbreiding van het hoofdwegennet en hoofdspoorwegennet; op verschillende locaties wordt ruimte gereserveerd voor (kern)energiecentrales en zones onder hoogspanningsverbindingen worden gevrijwaard; de provincies wordt opgedragen de ecologische hoofdstructuur te beschermen; primaire waterkeringen buiten het kustfundament krijgen ruimtelijke bescherming; in het IJsselmeer wordt verstedelijkingsruimte beperkt mogelijk gemaakt; het erfgoed van de Stelling van Amsterdam, de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Romeinse Limes worden ruimtelijk beschermd; rond militaire radarposten worden voorwaarden gesteld aan windmolens en hoge bebouwing. Voor een aantal van de genoemde Barro-onderwerpen, waaronder de uitbreiding van het hoofdwegennet, het hoofdspoorwegennet en de militaire radars, geldt dat de regels worden uitgewerkt in de Rarro. Op onderhavig project werken geen van de in het Barro genoemde rijksbelangen rechtstreeks door.
4.3
Provinciaal beleid
4.3.1
Omgevingsvisie Limburg
Op 12 december 2014 is de Omgevingsvisie Limburg (beter bekend als POL 2014) vastgesteld. Belangrijke principes in dit nieuwe omgevingsbeleid zijn: 1. Kwaliteit. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto ‘meer stad, meer land’, het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. 2. Algemene principes voor duurzame verstedelijking. De ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen. 3. Uitnodigen. De manier waarop de provincie samen met de partners het voortreffelijke leefen vestigingsklimaat willen realiseren. Met instrumenten op maat en ruimte om te experimenteren. De Provincie wil hierbij selectief zijn: het POL richt zich alleen op die zaken die er op provinciaal niveau echt toe doen en vragen om regionale oplossingen. Voor wat betreft de projectlocatie geeft deze omgevingsvisie aan dat de omgeving getypeerd wordt als 'overig bebouwd gebied' (deelgebied A) en voor deelgebied B als 'buitengebied' , zoals op onderstaande afbeelding is te zien.
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 2 6
Afbeelding: uitsnede POL 2014
Het 'overig bebouwd gebied' betreft gemengde woon/werkgebieden met voorzieningen, deels met een stedelijk karakter, deels met een dorps karakter. De gronden in het landelijk gebied zonder nadere zonering hebben de typering buitengebied gekregen en hebben vaak een agrarisch karakter, met ruimte voor doorontwikkeling van agrarische bedrijven. Deze zone omvat een breed scala aan gebieden variërend van landbouwgebieden in algemene zin, glastuinbouwgebieden, ontwikkelingsgebieden intensieve veehouderij, verblijfsrecreatieve terreinen, stadsrandzones tot linten en cluster van bebouwing. In casu is sprake van een bestemmingsplan waarbij een stedelijke functie binnen de zone ‘overig bebouwd gebied’ wordt verplaatst naar een bedrijfsbestemming in het buitengebied, waar gebruik zal worden gemaakt van de bestaande (landbouwgerelateerde) bedrijfsbebouwing. Ten aanzien van het hergebruik van leegstaande agrarische bedrijven is in het POL vermeld dat het proces van functieverlies van agrarische bedrijfsbebouwing al langere tijd speelt, maar het aanbod van leegstaand vastgoed blijft toenemen en de vraag blijft achterwege. De provincie streeft ernaar dat vrijkomende agrarische bebouwing zoveel mogelijk wordt hergebruikt door de land- en tuinbouw, ter voorkoming van verdere verstening in het buitengebied.
Als dat niet lukt is mogelijk benutting voor alternatieve economische activiteiten aan de orde, als daar in de betreffende sector behoefte aan is, en de functie geen belemmeringen voor bestaande functies met zich meebrengt. Dit zal leiden tot hergebruik van een deel van de vrijkomende agrarische bebouwing. Dit hergebruik doet zich aan de Berkenstraat 2 voor. Het garagebedrijf heeft behoefte aan uitbreidingsruimte, welke ruimte op een steenworp afstand van de huidige bedrijfslocatie gevonden kan worden in een vrijgekomen landbouwgerelateerd bedrijf. De vraag of de nieuwe bedrijfsfunctie naar de omgeving toe geen belemmeringen oplevert, zal in het volgende hoofdstuk aan de orde komen.
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 2 7
4.3.2
Omgevingsverordening Limburg
De Omgevingsverordening Limburg is op 1 januari 2011 in werking getreden maar is in 2014 gewijzigd vanwege de vaststelling van het Omgevingsvisie 2014, waarin was bepaald dat er een nieuw hoofdstuk Ruimte aan de Omgevingsverordening zou worden toegevoegd. Dat hoofdstuk Ruimte is gericht op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van het Omgevingsvisie 2014 naar gemeentelijke ruimtelijke plannen. Behalve de toevoeging van het hoofdstuk Ruimte zijn in de Omgevingsverordening Limburg 2014 ook de verordeningen Veehouderijen en Natura 2000 (van oktober 2013) en Wonen Zuid-Limburg (van juli 2013) opgenomen. Hiermee zijn alle verordeningen die betrekking hebben op het omgevingsbeleid ondergebracht in één document. Het hoofdstuk Ruimte heeft twee kenmerkende verschillen met de andere onderdelen van de verordening. Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt dat het plangebied niet binnen beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap of (milieu)beschermingsgebieden ligt. Het project is dan ook niet strijdig met de Omgevingsverordening Limburg 2014.
4.3.3
Provinciale Omgevingsvisie
De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. In de Omgevingsverordening legt de Provincie regels vast voor onder meer natuur, milieu, (grond-)water, ontgronding, wegen, ruimte (verstedelijking, woon- en werklocaties, agrarische bedrijven). Naar verwachting zullen het ontwerp van de Omgevingsvisie (waarvoor het POL 2014 richtinggevend zal zijn) en het ontwerp van de bijbehorende Omgevingsverordening in mei 2020 ter inzage worden gelegd; een concept is er op dit moment nog niet.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1
Toekomstvisie 2030 'Venray loopt voorop'
In het coalitieakkoord 2018-2022 'Een gezonde toekomst voor Venray' is opgenomen dat de gemeente Venray wil komen tot een nieuwe strategische visie met een horizon tot 2030. Deze stip op de horizon moet richting geven aan de vraag waarin de gemeente zich de komende jaren wil ontwikkelen gezien de actuele trends en ontwikkelingen. Bijvoorbeeld op het gebied van klimaat, energie, duurzaamheid, leefomgeving, gezondheid, demografie en technologie, maar ook kijkend naar de positie en rol van de gemeentelijke overheid. Hiertoe heeft de gemeenteraad op 27 juni 2019 een nieuwe strategische visie vastgesteld; de Toekomstvisie 2030 'Venray loopt voorop'. Deze visie vervangt de Strategische visie Venray 2020 en de nota 'Venray, stad in de Peel (2025)'. De toekomstvisie geeft richting om de koers te bepalen waarlangs we de gevolgen van de trends en ontwikkelingen laten landen in de gemeente, binnen de gemeenschap van Venray én in de regio. Belangrijke thema's uit de vorige (herijkte) strategische visie 'Tweede stad in de Peel'
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 2 8
lopen door naar deze visie. 'Venray loopt voorop' geeft een eigentijdse vertaling van zelfsturing met een herijking van participatie en de rol van de overheid. Daarnaast is er veel aandacht voor de kwalitatieve ontwikkeling van onder meer de leefomgeving. Ook is samenwerking nader geduid als het gaat om de regio, met onderwijs, bedrijfsleven en in de naaste omgeving van inwoners. Speciale aandacht verdient de komst van de Omgevingswet. De toekomstvisie 2030 is een belangrijke 'eerste stap' (identiteit, kwaliteiten, doelen) voor de totstandkoming van de Omgevingsvisie. In dat traject zal de verdieping plaatsvinden op de toekomstvisie, meer specifiek in de ruimtelijke vertaling. De gemeente Venray heeft voor de komende tien jaar de volgende vijf concrete ambities geformuleerd: "In het Venray van 2030: 1. zijn inwoners, hun netwerken, culturen en voorzieningen met elkaar verbonden; 2. woon je groen en sociaal; 3. zorgt ondernemerschap met aandacht voor mens, dier en milieu, voor nieuwe economische kansen; 4. stroomt kennis, creativiteit en vernieuwing; 5. is iedereen mobiel." In de toekomstvisie worden weinig directe beleidsuitspraken gedaan over herontwikkelingen van bedrijven en nieuwe economische dragers in het buitengebied van de gemeente Venray. In ambitie 3 wordt geconstateerd dat Venray zich tot doel stelt, dat er gezorgd wordt voor nieuwe economische kansen.
Het perceel aan de Berkenstraat 2 te Blitterswijck heeft een bedrijfsbestemming ten behoeve van landbouwverwante bedrijvigheid. Initiatiefnemer is nu eigenaar van de locatie geworden en is voornemens zijn bestaande en uitbreidingsbehoeftige garagebedrijf vanuit de kern Blitterswijck (deelgebied A) te verplaatsen naar de bestaande bedrijfsbebouwing aan de Berkenstraat 2 (deelgebied B). Binnen deelgebied B zijn voldoende bedrijfsgebouwen aanwezig en kan, met relatief beperkte aanpassingen, een in onbruik geraakt bedrijfsgebouw in de rook van de kern Blitterswijck functioneel hergebruikt worden voor een nieuwe cq voor Blitterswijck te behouden economische drager. De (esthetische) kwaliteit van deze bebouwing zal substantieel worden opgewaardeerd, waarbij tevens de duurzaamheidsmaatregelen betrokken worden.
Deze invulling van de bestaande bedrijfslocatie betreft een nieuwe economische kans en is daardoor niet strijdig met de toekomstvisie.
4.4.2
Economische visie Venray 2008 - 2020
In haar Economische visie Venray 2008 - 2020 geeft de gemeente Venray verdere invulling aan de doelstelling ‘Venray is kennisintensief’. De visie dient als leidraad voor het gemeentelijk economisch beleid voor de periode 2008 - 2020, met waar nodig een doorkijk naar 2020/2025. In de economische visie kiest Venray voor de volgende drie speerpunten:
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 2 9
Kennis en innovatie; Kwaliteit en duurzaamheid; Regionale identiteit. Met betrekking tot bedrijvigheid in het landelijk gebied wordt op zoek gegaan naar alternatieve economische dragers. De ruimtelijke kwaliteit is hierbij leidend. In het bestemmingsplan buitengebied zijn verder concrete randvoorwaarden opgenomen voor niet agrarische bedrijvigheid, waarover meer in paragraaf 4.4.4 van deze plantoelichting.
4.4.3
Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling
De Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling 2011 is vastgesteld op 20 december 2011 en op 1 januari 2012 in werking getreden. Het in deze structuurvisie vastgelegde kwaliteitsbeleid omtrent een bijdrage Ruimtelijke ontwikkeling is gebaseerd op de gedachte dat ruimtelijke ontwikkelingen (bouwactiviteiten) leiden tot verlies aan ruimtelijke kwaliteit en dat dit verlies moet worden gecompenseerd. Achterliggend doel is het behoud en waar mogelijk versterking van de (groene) kwaliteiten van zowel het buitengebied als het stedelijk gebied. Het ruimtelijk beleid in het stedelijk en het buitengebied is vastgelegd in diverse ruimtelijke visies en bestemmingsplannen. Deze zijn maatgevend voor waar welke ontwikkelingen worden toegestaan. In dit beleid en deze regelgeving wordt ook ingegaan op de ruimtelijke kwaliteit en maatregelen die kunnen worden genomen. Sommige maatregelen worden niet via een bijdrage voor de ruimtelijke ontwikkeling geregeld. In het bestemmingsplan “Buitengebied Oost-Venray” staat het fenomeen centraal van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB's) en de roep om nieuwe economische dragers in het buitengebied (NED's). Uitgangspunt is dat bij de herbestemming van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB's) de voorkeur uit gaat naar hervestiging van de agrarische functies en eventueel een recreatieve functie als deze in dat gebied past.
Er is een afname van het aantal agrarische(dus ook agrarisch gerelateerde) bedrijven te verwachten. Deze ontwikkeling zal een ruimtelijk kwaliteitsverlies met zich meebrengen indien de vrijkomende bedrijfsgebouwen niet worden gesloopt of een andere functie krijgen. De wijziging van vrijkomende agrarische bebouwing naar een niet agrarische activiteit, wordt mogelijk gemaakt ter voorkoming van kapitaalvernietiging. In het verlengde hiervan dragen de nieuwe economische activiteiten bij aan de lokale werkgelegenheid en, in het kader van de compenserende maatregelen, levert het ook een bijdrage aan de landschapskwaliteit. In de met initiatiefnemer af te sluiten anterieure overeenkomst zal de bijdrage voor de ruimtelijke ontwikkeling worden vastgelegd, welke gebaseerd wordt op het verlies van omgevingskwaliteit als gevolg van het toestaan van een garagebedrijf binnen de vigerende bedrijfsbestemming ten behoeve van een landbouwverwant bedrijf, waarbij de maximale bebouwingsmogelijkheden substantieel zullen afnemen.
4.4.4
Energiestrategie
In 2013 is de Energiestrategie 2030 voor de gemeenten Beesel, Venlo en Venray: 'Energie voor groene groei' vastgesteld. Door de gemeenteraad is daarbij de ambitie uitgesproken om in 2030 CO2-neutraal (ofwel energieneutraal met compensatiemaatregelen) te zijn. Op basis van deze visie is door het college het 2e Uitvoeringsprogramma Energie Venray (2018-2021) vastgesteld.
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 3 0
Met de Energiestrategie en het bijbehorende UP zijn de doelstellingen en de gefaseerde uitvoering op lange en korte termijn uitgewerkt. De gemeente is voor het bereiken van de energiedoelen afhankelijk van alle energiegebruikers en energieleveranciers in de gemeente: bedrijfsleven, huishoudens, instellingen etc. De samenleving laat zich echter niet door de overheid sturen om energie te besparen of lokaal duurzaam op te wekken. Daarvoor moet er in de samenleving vooral ruimte zijn die leidt tot creativiteit en innovatie van de bedrijven en inwoners zelf. De overheid heeft daarin een rol als partner die samenwerkt, belemmeringen wegneemt, faciliteert en het goede voorbeeld geeft. De betrokkenheid van de overheid zorgt voor het aanjagen en versnellen van de gewenste ontwikkelingen. Het streefbeeld in 2030 voor woningen laat zich als volgt schetsen: Gebouwen hebben de laagste energievraag Gebouwen worden energiecentrales Slimme netwerken zorgen voor optimale uitwisseling 50% van de bestaande woningen en gebouwen zijn 50% energiezuiniger en 50% van de woningen voorziet in 100% van eigen energievraag In paragraaf 3.5 is reeds aan de orde gekomen welke duurzaamheidsmaatregelen in onderhavig plan voor de realisatie van één nieuwe woning voorzien zijn.
4.4.5
Bestemmingsplan
Voor het plangebied deel A en B vigeren de volgende bestemmingsplannen: Naam bestemmingsplan
Bestemming
Vaststelling Raad
bestemmingsplan Blitterswijck
- Bedrijf 27 juni 2019 - Wonen - Waarde - Archeologie - 2 en 4 - aanduidingen bouwvlak en bedrijfswoning
bestemmingsplan Buitengebied - Oost Venray
- Bedrijf 18 juni 2013 - Leiding - Riool - Waarde - Archeologie - 2 - aanduidingen bouwvlak en bedrijfswoning - specifieke vorm van bedrijf landbouwverwante bedrijven
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 3 1
Afbeelding: Uitsnede verbeelding deel A
Afbeelding: Uitsnede verbeelding deel B
Binnen de planregels van deze bestemmingsplannen is het niet mogelijk om in één procedure aan de gewenste ontwikkeling medewerking te verlenen.
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 3 2
Hoofdstuk 5 Sectorale aspecten 5.1
Inleiding
Milieuaspecten spelen een rol in de ruimtelijke planvorming wanneer aan een gebied functies worden toegekend die een milieubelasting doen ontstaan of doen toenemen. Door middel van een goede ruimtelijke ordening kan een milieubelasting ook worden beperkt of worden voorkomen, zodat wordt bijgedragen aan de duurzame ontwikkeling van de gemeente. Milieu-aspecten worden daartoe integraal en vanaf een zo vroeg mogelijk stadium in het planvormingsproces betrokken. Hierdoor wordt het milieubelang volwaardig afgewogen tegen andere belangen die evenzeer claims leggen op de beschikbare ruimte. De integratie van het milieubeleid in andere beleidssectoren leidt ertoe dat de milieuaspecten van dit plan niet alleen in deze paragraaf aan de orde komen. Daarom wordt in het onderstaande alleen ingegaan op de meest belangrijke milieudoelstellingen.
5.2
Milieuaspecten
5.2.1
Milieu effect rapport
Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is moet een m.e.r.-beoordelingsbesluit worden genomen. Dit houdt in dat in afwijking van voorheen voor iedere activiteit die wordt genoemd in kolom 1 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. en onder de drempelwaarde blijft van gevallen in kolom 2, een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet worden genomen. Bijlage D van het Besluit m.e.r. bepaalt onder activiteit 10 dat een m.e.r onderzoeksplicht geldt voor (kolom 1) plannen voor de aanleg, uitbreiding of wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, in geval er sprake is van (kolom 2) 200.000 m2 bedrijfsvloeroppervlak of een oppervlakte van 100 hectare of meer.
Het totale plangebied (deelgebied A én B) beslaat een oppervlakte van nog geen 1 ha. Ruimschoots onder de drempelwaarde dus. Binnen deelgebied A zal de wijziging uitsluitend positieve gevolgen hebben voor het milieu en het woon- en leefklimaat en ook de functiewijziging van de vigerende bedrijfsbestemming voor landbouwverwante bedrijven (deelgebied B) naar de bedrijfsbestemming ten behoeve van de verplaatsing van het garagebedrijf heeft zo'n beperkte impact, dat het in casu niet noodzakelijk is om een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen. Ter onderbouwing van dit bestemmingsplan worden uiteraard wel alle aspecten onderzocht die het gevolg zijn, dan wel kunnen zijn van het initiatief. Hiervoor zij met name verwezen naar onderhavig hoofdstuk.
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 3 3
5.2.2
Geluid
De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen (onder meer onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen) en geluidsgevoelige terreinen (onder meer woonwagenstandplaatsen). Uit art. 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De zonebreedte is afhankelijk van het gebied (stedelijk of buitenstedelijk) en het aantal rijstroken. Binnen de zones moet een akoestisch onderzoek worden verricht. De voorkeursgrenswaarde voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen bedraagt in die zone op de buitengevel 48 dB (art. 82 Wgh). Aan de Oude Heerweg bedraagt de maximaal toegestane snelheid 30 km/uur en aan de Berkenstraat (ter hoogte van het plangebied deel B) is dat 60 km/uur. In casu betreft het bedrijfsbebouwing, welke functie niet geluidgevoelig is, een binnen de 30 km/uur-zone gelegen bedrijfswoning welke omgezet wordt naar een burgerwoning en een bestaande bedrijfswoning die ook bedrijfswoning blijft. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai is dan ook niet noodzakelijk.
5.2.3
Bodem- en grondwaterkwaliteit
In het kader van het onderhavige project worden binnen het plangebied (deelgebied A) de garage-activiteiten beëindigd. Na deze feitelijke beëindiging zal in het kader van milieuregelgeving de eindsituatie bepaald moeten worden door middel van het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek.
Binnen het plangebied (deelgebied B) zullen de garage-activiteiten gaan plaatsvinden. Het uitvoeren van een bodemonderzoek is voor deze locatie derhalve noodzakelijk om de 'nulsituatie' te bepalen.
Op 10 januari 2020 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy BV. Hierin is het volgende geconstateerd: "Onder de klinkerverharding bevindt zich plaatselijk gebroken puin (gecertificeerd) met een gemiddelde dikte van ca. 30 cm. Daarnaast is de locatie deels (half)verhard met asfaltgranulaat welke tevens zwak tot matig baksteenhoudend is. De bodem bestaat voornamelijk uit matig tot uiterst siltig, matig fijn tot matig grof zand. De bodem is bovendien plaatselijk zwak humeus, zwak tot sterk grindhoudend en/of matig leemhoudend. De bovengrond is bovendien plaatselijk matig keihoudend. In de ondergrond wordt het zandpakket vanaf circa 1 m -mv doorsneden door zwak tot sterk zandige leemlagen met een dikte variërend tussen de 0,5 m en 1,9 meter. De bovengrond is plaatselijk zwak tot matig baksteen-, zwak asfalt- en/of zwak kolengruishoudend. Ter plaatse van de bovengrondse tank (deellocatie B) en de twee ondergrondse tanks (deellocatie C) zijn geen olie-waterreactie waargenomen. Er zijn op basis van het vooronderzoek, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |
Pagina | 3 4
de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Op de onderzoekslocatie zijn de volgende deellocaties onderzocht:
Deellocatie A: bedrijfslocatie Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie “verdacht, diffuse bodembelasting, heterogene verontreiniging, niet lijnvormig”. De bovengrond is licht verontreinigd met zink, minerale olie, PCB en PAK. De ondergrond is licht verontreinigd met kobalt, nikkel en PCB. De vooraf gestelde hypothese, dat deellocatie A (gehele locatie) als "heterogeen verdacht" dient te worden beschouwd wordt, op basis van de onderzoeksresultaten, bevestigd. Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en zijn er géén belemmeringen voor de bestemmingswijziging van de onderzoekslocatie.
Deellocatie B: bovengrondse dieseltank en zand, olie en vetopvangput Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "verdacht, plaatselijke bodembelasting, uitgezonderd ondergrondse opslagtanks”. In de grond zijn geen verontreinigingen met minerale olie en vluchtige aromaten aangetroffen. De vooraf gestelde hypothese dat de onderzoekslocatie ter plaatse van deze deellocatie als “plaatselijk verdacht” dient te worden beschouwd, wordt voor verworpen. Gelet op het ontbreken van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en zijn er géén belemmeringen voor de bestemmingswijziging van de onderzoekslocatie.
Deellocatie C: ondergrondse HBO tank Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "verdacht, plaatselijke bodembelasting, één of meer ondergrondse opslagtank(s)”. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen met minerale olie en vluchtige aromaten aangetroffen. De vooraf gestelde hypothese dat de onderzoekslocatie ter plaatse van deze deellocatie als “plaatselijk verdacht” dient te worden beschouwd, wordt voor verworpen. Gelet op het ontbreken van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en zijn er géén belemmeringen voor de bestemmingswijziging van de onderzoekslocatie.
Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing."
Het bodemonderzoek is als bijlage aan de planstukken toegevoegd.
| bestemmingsplan Berkenstraat-Oude Heerweg Blitterswijck | status: concept |