05 Ontwerpbegroting 2024 incl meerjarenbegroting 2025-2027 RUD LN (versie 16 mei)
Tekst van het document
Begroting 2024 Inclusief meerjarenraming 2025-2027 GR RUD Limburg Noord
Datum: 16 mei 2023 Versie: 2.4
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
1
Voorwoord
2
1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Bestuurlijke organisatie 1.3 Leeswijzer
4 4 4 4
2 Programmabegroting 2.1 Programmabegroting 2.2 Wat willen we bereiken? 2.3 Wat gaan we doen?
5 5 5 5
2.3.1 Prestatie-indicatoren 2.3.2 Organisatie-brede opgaven 2.3.3 Vakinhoudelijke opgaven
2.4 Wat mag het kosten?
5 6 10
15
3 Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.2 Financiering 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen 3.4 Bedrijfsvoering
16 16 18 20 20
4 Financiële begroting 2023 4.1 Geprognosticeerde balans 4.2 Overzicht van baten en lasten 4.3 Overzicht van incidentele baten en lasten 4.4 Overzicht van reserves en voorzieningen
22 22 24 29 30
Bijlage 1 Bijdrage per deelnemer
32
Bijlage 2 geactualiseerde risico-inventarisatie
35
Bijlage 3 Berekening kengetallen
37
1
Voorwoord Algemeen De Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (GR RUD LN) is één van de 29 Omgevingsdiensten die Nederland heeft. Namens haar 16 deelnemers is de GR RUD LN belast met de uitvoering van taken voor vergunningverlening, toezicht en handhaving, gericht op een schone, veilige en gezonde leefomgeving. Activiteiten die het leefmilieu belasten kunnen langdurige effecten op onze gezondheid hebben en zijn daarom aan regels gebonden. Er wordt gecontroleerd of deze regels in de praktijk worden nagekomen en desnoods wordt er corrigerend opgetreden (handhaving). Daarnaast zijn het vooral grote maatschappelijke (milieu)vraagstukken die extra aandacht vragen: energiebesparing/duurzaamheid, stikstofproblematiek, ZZS (zeer zorgwekkende stoffen), waterkwaliteit e.d. Omgevingsdiensten krijgen steeds meer met deze overkoepelende vraagstukken te maken en moeten hierin ook als adviseur (welke aanpak is effectief?) optreden. Ontwikkelingen Het rapport van de commissie van Aartsen (maart 2021) concludeerde dat het stelsel van Omgevingsdiensten beter moet functioneren om ongewenste gevolgen (schade) voor het leefmilieu te voorkomen. Het stelsel van Omgevingsdiensten is hierdoor in beweging gekomen.
Alle betrokken partijen, VNG, IPO, de Omgevingsdiensten en 3 ministeries (EZK, IenW, V&J) ontwikkelen samen plannen voor een versterking van het stelsel in de vorm van het Interbestuurlijk Programma (IBP). Daarnaast is de RUD LN zelf proactief aan de slag om “in de geest van het IBP” verbeteringen in onze eigen netwerk dienst door te voeren. Hiervoor is het “Plan van aanpak ontwikkeling Omgevingsdienst Noord-Limburg (ODNL)” gemaakt. Het gaat hierin om: - Uniformiteit in regionaal uitvoeringsbeleid - Werken volgens de (wettelijke) kwaliteitscriteria - Verbeteren jaarlijks Uitvoeringsprogramma - Beter inzicht in de voortgang (monitoring) - Aansturing versterken en mandaat aanpassen - Aanpassen gemeenschappelijke regeling Op 7 juli 2022 heeft het Algemeen Bestuur dit plan vastgesteld en na consultatie van de raden is er een begrotingswijziging doorgevoerd waarmee de incidentele middelen voor de uitwerking van het plan van aanpak over de jaren 2023 en 2024 in de meerjarenbegroting zijn opgenomen. Verder is bij het besluit van 7 juli 2022 aangegeven dat de structurele effecten die uit het plan voortkomen in de begroting 2024 zullen worden opgenomen. Dit is echter nog niet gedaan, hieronder zal dit nader worden toegelicht.
Bij de uitvoering van het PVA blijkt nog op een aantal onderdelen verdere uitwerking nodig alvorens verantwoorde en zorgvuldig onderbouwde afwegingen kunnen worden gemaakt over de te volgen koers en de hiervoor benodigde structurele middelen. Het AB van 20 april
2
2023 heeft hierover een duidelijk signaal afgegeven. Eerst nader onderzoeken/verdiepen /uitwerken en dan pas besluitvorming. Het Dagelijks Bestuur heeft daarop besloten om het plan nu eerst verder uit te werken en de afwegingen, die nodig zijn om keuzes te maken, beter in beeld te brengen, in nauwe samenwerking met de betrokken medewerkers. De onderliggende begroting bevat daarom “slechts” beperkte financiële effecten, die in onze ogen niet te vermijden zijn. Het gaat om kostenstijgingen (met name door indexering) of door toegenomen verplichtingen (zoals bijvoorbeeld contributies) als ook de incidentele kosten om het plan van aanpak uit te werken (begrotingswijziging 2022 t/m 2024). Daardoor spreken we over een beleidsarme begroting. De kosten zijn dan ook in lijn met 2023 maar dus wel hoger dan in 2022. Mochten de resultaten van het PVA daartoe leiden, dan kan tussentijds een begrotingswijziging worden voorgelegd. Relatie landelijke ontwikkelingen (IBP) Het landelijk programma voor de versterking van het VTH-stelsel is inmiddels van start gegaan. De resultaten van de 6 deelplannen (pijlerplannen), waaruit het IBP bestaat, komen in de loop van 2023 naar buiten. Voor de Omgevingsdiensten is met name pijler 1 spannend, hoewel natuurlijk alle andere pijlers ook consequenties kunnen hebben.
Pijler 1 gaat over de criteria waaraan Omgevingsdiensten moeten voldoen: de zogenaamde robuustheidscriteria. De staatssecretaris heeft aangegeven voor de zomer deze criteria en de bijbehorende normen te willen vaststellen en houdt er daarnaast rekening mee dat als de criteria niet tijdig gereed zijn, zij dan zelf zal ingrijpen. Niet bekend is wat dit laatste dan inhoudt, maar zeker is dat het Rijk een reductie van het aantal Omgevingsdiensten voorstaat. Deze ontwikkelingen worden door ons op de voet gevolgd en het kan zijn dat ze consequenties hebben voor de begroting. Mocht dit noodzakelijk blijken dan bestaat er de mogelijkheid om in het najaar een begrotingswijziging voor te stellen.
Namens het Dagelijks Bestuur,
K.G.M.C. (Karel) Joosten Directeur RUD Limburg Noord
3
1 Inleiding 1.1 Algemeen De 15 gemeenten in Limburg Noord en de provincie Limburg zijn deelnemers van de GR RUD LN. Er zijn circa 185 FTE die taken voor vergunningverlening, toezicht en handhaving verrichten. Vanwege de netwerkopzet van de RUD LN werken zij bij de aangesloten partners aan de taken die in het jaarlijks uitvoeringsprogramma zijn opgenomen.
1.2 Bestuurlijke organisatie Het bestuur van de RUD Limburg Noord bestaat uit een Algemeen en een Dagelijks Bestuur. Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur bestaat uit 16 leden, waaronder de voorzitter. De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en Gedeputeerde Staten van de provincie hebben uit hun midden elk één lid en één plaatsvervangend lid aangewezen. Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur is door en uit het Algemeen Bestuur gekozen. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit vijf leden. De voorzitter De voorzitter van de RUD Limburg Noord is de heer Tim Snijckers, wethouder van de gemeente Maasgouw. Hij is lid en voorzitter van het AB én van het DB. Provinciale verkiezingen maart 2023 Na de installatie van Provinciale Staten loopt momenteel de formatie. Er zal uiteindelijk een nieuw college van Gedeputeerde Staten worden geïnstalleerd. De portefeuilleverdeling in GS zal dan bekend worden en daarmee de persoon die namens de Provincie Limburg in ons AB zitting zal nemen.
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de programmabegroting opgenomen. Hierin staat op hoofdlijnen wat de RUD Limburg Noord wil bereiken, wat ze daarvoor gaat doen en wat dat mag kosten. In hoofdstuk 3 wordt inzicht gegeven in de verplichte paragrafen: weerstandsvermogen en risicobeheersing, financiering, onderhoud kapitaalgoederen en bedrijfsvoering. In hoofdstuk 4 is de financiële begroting uiteengezet. In de bijlagen vindt u: 1. de bijdrage per deelnemer; 2. de risico-inventarisatie; 3. de berekening kengetallen.
4
2 Programmabegroting 2.1 Programmabegroting De begroting 2024 van de RUD Limburg Noord is opgezet conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In het BBV is geregeld hoe decentrale overheden hun financiële administratie inrichten en verantwoorden. In de programmabegroting en de paragrafen wordt de voorgenomen uitvoering in het jaar 2024 toegelicht.
2.2 Wat willen we bereiken? De doelstelling van het programma is om in een gezamenlijke verantwoordelijkheid met de deelnemers de kwaliteit van dienstverlening aan burgers, bedrijven en belanghebbenden te verbeteren bij de uitvoering van VTHtaken en de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving te verbeteren. De GR RUD LN wil daarbij een innovatieve, slagvaardige en efficiënte organisatie zijn, die bijdraagt aan de verbetering van de kwaliteit, gezondheid en veiligheid van de leefomgeving en aan de verbetering van de dienstverlening aan burgers en bedrijven. De RUD wil een vanzelfsprekende deskundige partner in de regio zijn voor het bereiken van de (kern)doelen van de Omgevingswet; zit bij de partners aan tafel en werkzaamheden worden in gezamenlijkheid uitgevoerd. De RUD kan daarbij flexibel inspringen op veranderende behoeften vanuit haar deelnemers en de maatschappij; groeit van de uitvoeringsdienst zoals we nu zijn naar een robuuste Omgevingsdienst die input levert aan (milieu)beleid en adviseert bij de aanpak van maatschappelijke vraagstukken over de leefomgeving; Werkt volgens de wettelijk kwaliteitscriteria (momenteel 2.3).
2.3 Wat gaan we doen? 2.3.1 Prestatie-indicatoren De RUD monitort de prestaties van de uitvoering. In het bijzonder gebeurt dit op basis van de prestatie-indicatoren en hun normstelling in tabel 1. Daarnaast wordt gekeken naar de kwaliteitscriteria en of medewerkers en de werkwijze hieraan voldoen.
5
Tabel 1
Prestatie-indicator % uitgevoerde milieucontroles (excl. hercontroles) % volledige controles % deelcontroles
Norm 90% 90% 90%
% uren vanuit het RUP gerealiseerd
95%
% adviezen binnen de termijn opgeleverd % adviezen overgenomen door de colleges
90% 100%
2.3.2 Opdracht en werkwijze Uitvoeringsbeleid De deelnemers hebben op basis van een probleem- en risicoanalyse en van wettelijke eisen een VTH-uitvoeringsbeleid vastgesteld. Dit vormt het kader voor de manier waarop wordt gewerkt en geprioriteerd. Verder wordt er gewerkt met regionaal afgesproken formats en procedures. Hierdoor is een level- playing field (wettelijke eis) in de regio geborgd. De gemeenteraden hebben met hun Verordening kwaliteit VTH vastgesteld dat uitvoering van de VTH-taken dient te voldoen aan de kwaliteitscriteria. Dit is ook zo vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling van de RUD Limburg Noord. De kwaliteitscriteria zijn landelijk bepaald. Takenpakket De GR RUD LN draagt zorg voor de uitvoering van tenminste de taken zoals opgenomen in het wettelijk basistakenpakket als bedoeld in artikel 7.1 lid 1 van het Besluit Omgevingsrecht. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 wijzigt de beoordelingssystematiek en zal aan de hand van de milieubelastende activiteiten (verder MBA’s) bepaald worden of de werkzaamheden onder het basistakenpakket vallen. Met deze nieuwe beoordelingssystematiek zal er een lichte verschuiving van het bassistakenpakket plaatsvinden. Naast de verplichte taken uit het basistakenpakket die alle deelnemers hebben ingebracht, kunnen de deelnemers desgewenst meer (milieu)taken bij de RUD LN beleggen.
Een groot aantal deelnemers doet dit al. Een 5-tal gemeenten brengt daarnaast ook bouwtaken of APV-taken in. De RUD is verantwoordelijk voor de uitvoering van alle ingebrachte taken en tevens verantwoordelijk dat de uitvoering ervan aan de wettelijke kwaliteitscriteria voldoet.
6
Uitvoeringsprogramma Het Algemeen Bestuur stelt jaarlijks vast welke taken komend jaar worden uitgevoerd. Dit wordt vastgelegd in het Regionaal Uitvoeringsprogramma. Het RUP 2024 zal in december 2023 worden vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Vanwege de te maken transitie (PVA) is het opstellen van het uitvoeringsprogramma 2024 vervroegd. Dit biedt namelijk de gelegenheid om, naast de opgave, ook de werkverdeling tijdig op te stellen. Bij het vaststellen van het RUP in december 2023 wordt dan niet alleen het programma (inhoudelijk) vastgesteld, maar wordt ook vastgelegd wie voor de uitvoering van welke onderdeel verantwoordelijk is. Tevens is dan ook bekend wat de benodigde inhuur is. Met de vaststelling van het RUP dragen de deelnemers de uitvoering van de overeengekomen taken op aan de GR RUD LN. Na de vaststelling van het jaarprogramma is de Omgevingsdienst hiervoor verantwoordelijk als functioneel opdrachtgever. Per gemeente is er een coördinerend VTH-manager die voor de operationele aansturing zorgt van het met die deelnemer afgesproken deel van het totale werkpakket (RUP). In het zogenaamde lijnmanagersoverleg worden afspraken gemaakt over de uitvoering en over eventuele bijsturing. Kennis Uitvoering vindt plaats in samenwerking tussen de deelnemers door uitwisseling van specialistische kennis en capaciteit.
In zogenoemde kennisgroepen wordt door medewerkers vanuit de verschillende disciplines (zoals externe veiligheid, bodem, asbest/sloop) de ontwikkelingen op dit vakgebied gevolgd en worden voorstellen gemaakt als hierdoor aanpassingen in de werkafspraken (werkverdeling) nodig zijn. Deskundige uitvoering Voor het takenpakket GR RUD LN stelt het Algemeen Bestuur kwaliteitseisen vast. Hierin zijn de geldende kwaliteitscriteria, de handhavingsarrangementen met het OM en de politie, de opdrachten van het Algemeen Bestuur en de vastgestelde landelijke prioriteiten verwerkt. Jaarlijks voert de RUD een beoordeling uit of voldaan wordt aan de kwaliteitscriteria voor de taken die in de RUD zijn belegd. Voor deze beoordeling wordt gebruik gemaakt van Ervaringsprofielen (EVP’s); iedere uitvoerend medewerker dient minimaal 1x per 5 jaar een dergelijk EVP-traject te doorlopen. Zo kan worden vastgesteld of medewerkers aan de gestelde kwaliteitseisen voldoen. Door een jaarlijks opleidingsprogramma wordt ingespeeld op situaties waar medewerkers (nog) niet voldoen. Met deze medewerkers voldoen we aan de kwaliteitscriteria voor het grootste deel van de uitvoerende taken: casemanagement, toezicht en vergunningverlening milieu, bouwen en RO en bodem, evenals aan de juridische specialismen en de technische specialismen sloop en asbest, bodem, geluid en energiebesparing.
Voor de overige uitvoerende taken heeft de RUD een te klein werkpakket om aan de kwaliteitscriteria te kunnen voldoen. In 2023 wordt bekeken hoe hier vorm aan gegeven kan worden, zodat werkzaamheden vanaf 2024 ook conform de kwaliteitscriteria uitgevoerd kunnen worden.
7
Gezamenlijk VTH-systeem De RUD en haar deelnemers hebben samen een nieuw VTH-systeem ingekocht dat werken onder de nieuwe omgevingswet mogelijk maakt. Inmiddels is de laatste versie van dit systeem (Rx-Mission) operationeel. In 2024 zal de focus liggen op de doorontwikkeling van de functionaliteiten van de applicatie en het ontwikkelen van dashboards en rapportages (sturings- en monitoringsinformatie). De verbetering van de datakwaliteit ten behoeve van Inspectieview is ook een van de aandachtspunten. Verder zal de ombouw van inrichtingen (Wet milieubeheer) naar milieubelastende activiteiten (MBA’s) de nodigde aandacht vergen. Het inrichtingenbestand zal in de VTH-applicatie correct geregistreerd moeten worden teneinde digitaal toezicht mogelijk te maken. Vanuit de applicatie zorgen we tevens voor de verplichte aanlevering van toezichtresultaten aan het landelijke Inspectieviewsysteem. Dit bevordert de uitwisseling van informatie over geconstateerde feiten en ondersteunt zo de verbetering in kwaliteit van controles. Interbestuurlijk programma (IBP VTH) Momenteel werkt het Rijk samen met de VNG, de IPO en ODNL in een interbestuurlijk programma (IBP) aan de implementatie van de aanbevelingen van de commissie Van Aartsen). 1. Robuuste omgevingsdiensten en financiering 2. Bestuursrechtelijk en strafrechtelijk handhaving en vervolging 3. Informatie-uitwisseling en datakwaliteit 4.
Kennisinfrastructuur 5. Onafhankelijke uitvoering toezicht en handhaving 6. Monitoring kwaliteit milieutoezicht Van Aartsen signaleerde dat maatregelen nodig zijn om vermijdbare milieuschade te voorkomen. Dit signaal is voor onze dienst aanleiding geweest om zelf voorstellen te ontwikkelen, waarmee hierop al kan worden ingespeeld. Zo is in december 2022 een regionaal VTH-beleidskader vastgesteld en is besloten het RUP anders vorm te geven. Omgevingsdiensten Nederland De RUD Limburg Noord is lid van ODNL. Deze vereniging heeft zich in de afgelopen jaren ontwikkeld tot een platform dat ondersteuning biedt aan de diensten, landelijke projecten coördineert, subsidie voor bepaalde projecten verdeeld, kennis ontwikkelt (kennisnet) en gesprekspartner voor Ministerie (I&W) en VNG is. Deze ontwikkeling heeft ook geresulteerd in meer coördinerende taken vanuit ODNL. Hierdoor zijn de kosten de afgelopen jaren ook verhoogd. Daarnaast is voor 2024 gekeken naar een actualisatie van de verdeelsleutel voor de verdeling van de kosten over de aangesloten 29 diensten. Voorheen speelde enkel de begrotingsomvang een rol. Dit is verlaten en de bijdrage wordt nu gebaseerd op de begrotingsomvang inclusief de omvang van het uitvoeringsprogramma. Deze aanpassing
8
heeft tot gevolg dat de contributiebijdrage vanuit RUD LN aan ODNL vanaf 2024 zal worden verhoogd. Arbeidsmarkt De Omgevingswet, toenemende zorgen over ondermijning, complexiteit van dossiers, de toegenomen juridisering enz. vragen extra capaciteit. Helaas is de krapte op de arbeidsmarkt hoog en groeit deze nog steeds. Vooral technische vacatures zijn moeilijk in te vullen. Dit leidt tot hoge werkdruk en in sommige gevallen tot het niet kunnen realiseren van de geraamde targets uit het RUP. We hebben aandacht voor de aanwezige kwaliteit en kennis bij de medewerkers. De RUD Limburg Noord investeert permanent in kennis, kunde en competenties van de medewerkers werkzaam binnen de RUD Limburg Noord. De RUD-academie verzorgt cursussen en trainingen gericht op de praktijk. Zo willen we de medewerkers blijven boeien en binden aan onze organisaties.
9
2.3.3 Vakinhoudelijke opgaven Net als voorgaande jaren leveren wij de producten zoals deze worden opgenomen in een Regionaal Uitvoeringsprogramma (RUP). Bij onderstaande thema’s zijn in 2024 grote veranderingen. Regionale probleem- en risicoanalyse De Regionale probleem- en risicoanalyse (verder: PRA) is een wettelijke verplichting en geeft invulling aan het jaarlijkse regionale uitvoeringsprogramma (RUP). Het doel van de PRA is inzichtelijk te maken welke risico’s voordoen om op basis daarvan sturing te geven aan de inspanningen van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Om dit inzicht te verschaffen wordt de risicomodule, RISICO = KANS x EFFECT toegepast. De probleemanalyse (PRA) is de basis voor het stellen van prioriteiten, het formuleren van doelstellingen en het maken van het uitvoeringsprogramma. Vanuit de PRA zal de diepgang en de prioritering worden gegeven worden gegeven aan de inhoudelijke thema’s. Daarnaast biedt het PRA de mogelijkheid om een minimale inspanningsverplichting op te leggen. Vanuit het Interbestuurlijk programma VTH (IBP VTH) staat de ontwikkeling van een landelijke PRA op de planning in 2023. Wij volgen deze ontwikkelingen en zullen onze eigen PRA in 2024 daarop worden aangepast. Omgevingswet Na een periode van jaarlijks uitstel is het dan eindelijk zo ver. De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking.
Dit heeft ook gevolgen voor het basistakenpakket, hierin worden onder meer provinciale bodemtaken overgebracht naar de gemeenten. Omdat het hierbij om basistaken gaat komen deze taken (behoudens de beleidsvorming) in het takenpakket van de RUD LN. Daarnaast wordt het begrip 'inrichting' uit de Wet milieubeheer losgelaten en onder de Omgevingswet vervangen door een regulering per (milieubelastende) activiteit (MBA). Verder komen enkele nieuwe milieubelastende activiteiten onder het basistakenpakket. Deze wijzigingen worden in 2023 voorbereid om deze te vertalen in de bedrijfsvoering van de RUD LN (risicoanalyse, PDC, uitvoeringsprogramma etc.). Bouwen onder private kwaliteitsborging Door de toenemende complexiteit in de bouw vindt men dat een herziening van het huidig stelsel van kwaliteitsborging noodzakelijk is. De Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) gaat gelijk met de nieuwe Omgevingswet in, per 1 januari 2024. De wet moet de bouwkwaliteit een impuls geven, De overheid wil meer toezicht en controle in de bouw, zodat bouwers zich aan de geldende kwaliteitseisen houden. Met de wet wordt de positie van de particuliere en zakelijke bouwconsument versterkt, bijvoorbeeld door een verruiming van de aansprakelijkheid voor de aannemer.
De invoering van deze wet betekent dat de technisch-inhoudelijke toetsing aan en toezicht op het Bouwbesluit 2012 voor de gemeenten grotendeels vervalt en er een aantal (deels) administratieve taken bijkomen. De bevoegde gezagen zijn verantwoordelijk voor deze taken. Enkele partners hebben deze taken ingebracht in de RUD Limburg Noord.
10
De inwerkingtreding van de Wkb heeft formatieve consequenties voor gemeenten en provincie. Enerzijds is sprake van een afname van de bouwtaken zoals we die nu kennen bij vergunningverlening en toezicht. Anderzijds komen er ook taken bij. Bovendien blijft voldoende capaciteit op bouwtoezicht noodzakelijk: niet alleen blijft de bouwtechnische toetsing bij de complexere bouwwerken (waaronder monumenten) gewoon bestaan, ook leidt de ruimere regelgeving naar alle waarschijnlijkheid tot een intensievere handhaving. De impact op de begroting van de RUD Limburg Noord is beperkt, het heeft wel gevolgen voor het Regionale uitvoeringsprogramma (RUP) en daarmee in de ondersteunende, faciliterende en organiserende rol. De gevolgen voor leges zullen de partners vanaf 2024 ervaren en zichtbaar moeten maken in hun begrotingen. Energie Intensivering van energiebesparing (beperking van CO2-emissie) en het vergroten van het aandeel duurzaam opgewekte energie zijn belangrijke speerpunten van het Klimaatakkoord en vanuit de Regionale Energie Strategie. Het Klimaatakkoord verlangt dat de inspanningen van bedrijven op het gebied van energiebesparing en het toezicht geïntensiveerd wordt. Dit komt tot uitdrukking in de inzet die gemeenten via het RUP plegen. Belangrijk is dat energietoezicht in 2024 een basistaak is. Energie en duurzaamheid zijn beleidsmatig met elkaar verbonden.
In de uitvoeringspraktijk ligt de focus tot op heden bij het aspect energie. In de omgevingswet zal naast energiebesparing, ook duurzaam (ver)bouwen, duurzame opwekking en beperking van emissie van vervoer een taak worden. De toename van regelgeving op klimaataspecten leidt tot meer werk op het gebied van energietoezicht.
Vanuit het rijk is een Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparing en Informatieplicht (SPUK THE) beschikbaar gesteld, ten behoeve van het extra uitvoeren van energietoezicht. Deze subsidie bedraagt circa € 2.1 miljoen over de jaren 2022 tot en met 2026. Hieraan zijn een aantal voorwaarden gesteld. Zo dienen de werkzaamheden uitgevoerd te worden door medewerkers in dienst van de RUD LN. Een eerste wervingsprocedure heeft niet tot het gewenste resultaat geleid (arbeidsmarktkrapte). Momenteel is binnen het netwerk capaciteit vrijgemaakt. Er wordt hiervoor een meerjarenprogramma gemaakt en uitgevoerd. De middelen zijn conform het ingediende plan opgenomen in deze begroting.
11
Naast de additionele inzet op basis van subsidie is ook extra inzet nodig op de reguliere werkzaamheden. De regiogemeenten trekken hierin gezamenlijk op. In 2023 heeft echter nog niet iedere gemeente hiervoor voldoende middelen/capaciteit kunnen vrijmaken, maar de verwachting is dat in het RUP 2024 dit wijzigt omdat alle gemeentes de doelstellingen die in het RES staan delen en dit in hun middelen voor het RUP tot uitdrukking zal komen. Ter indicatie: Hiervoor is in totaal circa 12 FTE nodig in de komende 3 jaar, terwijl er nu circa 8 FTE gedekt kan worden uit reguliere formatie (4 FTE) en de SPUK THE (4FTE). Bodem, overdracht bodemtaken van provincie naar gemeenten Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen taken en bevoegdheden vanuit de huidige Wet bodembescherming van provincies naar gemeenten verschuiven. De gemeenten worden daarmee verantwoordelijk voor de bodemkwaliteit en het beoordelen, houden van toezicht en handhaven op de activiteiten graven en saneren. De (nieuwe) bodemtaken zullen overwegend tot de basistaken behoren. Om efficiency en kwaliteit te borgen is samen met de provincie een rapport opgesteld (OW Bodemtaken NML, Pouderoyen en Tonnaer, 10 juli 2020) om zorg te dragen dat er een “warme overdracht” zal plaatsvinden. Voor deze “warme overdracht” binnen de RUD LN zal incidenteel (voor 2 jaar) 2 fte extra beleidscapaciteit nodig zijn.
Structureel is er voor de uitvoering van de nieuwe bodemtaken een gezamenlijke inzet van 5 fte extra capaciteit berekend. In 2023 zal op basis van voorgenoemd rapport gezamenlijk met de provincie projectmatig een koersbepaling uitgewerkt worden. Er ontstaat dan een goed beeld van de consequenties voor de gemeenten en de RUD LN en de benodigde aanpassingen in 2024. Alle gemeenten binnen de RUD LN hebben de wens uitgesproken te willen gaan werken in één gezamenlijk bodeminformatiesysteem Squit IBIS. Enkele gemeenten hebben dit gerealiseerd en werken al gezamenlijk in Squit IBIS. De aanschaf en implementatie van Squit IBIS voor de overige gemeenten gaan we zoveel mogelijk gezamenlijk concretiseren en organiseren. Voor de overdracht van bodemtaken komt er geen gelabelde apparaatskostenvergoeding. De kosten voor de nieuwe de bodemtaken zijn onderdeel van de apparaatskostenvergoeding voor alle taken in het kader van de Omgevingswet in algemene zin via het gemeentefonds. Zeer zorgwekkende stoffen De Nederlandse overheid pakt Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) met voorrang aan. ZZS zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. De overheid heeft diverse maatregelen om de uitstoot ZZS te verminderen bij bedrijfsmatige activiteiten. Met behulp van het uitvoeringsprogramma zal de nieuwe regelgeving bijdragen tot vermindering van de uitstoot ZZS.
Asbest Er heerst nog steeds onduidelijkheid over mogelijke nieuwe subsidies en versoepelingen van geldende regels omtrent asbestsanering. Tevens zien we dat er vanuit de markt nog steeds initiatieven getoond worden voor een eenvoudigere en goedkopere manier van het saneren van asbest. Dergelijke initiatieven zullen meer werking op de markt genereren, waardoor er meer sloopmeldingen worden ingediend en meer toezicht vanuit het bevoegd
12
gezag nodig zal zijn. Mogelijke versoepeling van de regelgeving betekent dus meer werk voor de toezichthouder aangezien zij vaak als eerste op locatie zijn en middels toezicht de fouten in werkzaamheden herkennen en een halt toeroepen. Om meer aandacht te vestigingen op de juiste wijze van asbestsanering, is er een gemakkelijk leesbare folder opgesteld die informeert over wat een particulier wel en niet zelf mag verwijderen. Wij blijven ernaar streven de burgers zo duidelijk mogelijk te informeren ter voorkoming van illegale saneringen en asbestdumpingen. Het idee van Ascert om alle diploma’s en certificaten af te nemen om zo de toezichthouders te dwingen deel te nemen aan permanente educatie is niet met “gejuich” ontvangen door alle Nederlandse RUD’s/OD’s. Dit omdat het gevoel bestaat dat het een commercieel traject zal gaan worden en weinig met kennis en ervaring te doen zal hebben. Tezamen met de 3 Brabantse OD’s is daarom besloten om de regels in de kwaliteitsnormen te hanteren en dus de nieuwe toezichthouders wel deel te laten nemen aan een Asbestdeskundige cursus maar hier geen examen aan te koppelen en per RUD zelf een driejarige herhalingscursus te organiseren. Ondertussen heeft ODNL al aangegeven bezig te zijn een systeem met vlieguren op te zetten maar daar zelf de controle op te houden. Deze plannen zijn reeds bij het ministerie kenbaar gemaakt.
Geluid Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. En daaronder vallen ook de nieuwe regels voor geluid. De Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG) vormt hiervoor het digitale systeem. Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen gebruiken de CVGG om geluidgegevens aan te leveren, te raadplegen en af te nemen. Nieuwe regelgeving geluid gaat met name over het beheersen van geluid bij provinciale wegen, (lokale) wegen en industrieterreinen. Dit om te voorkomen dat er een onbeheerste groei van geluidbelasting ontstaat. Om te onderzoeken of een ruimtelijk project wel in de leefomgeving past, wordt vaak akoestisch onderzoek gedaan. Hiervoor zijn gegevens over de bronnen van geluid in de omgeving nodig. De CVGG is het digitale systeem dat deze gegevens verzamelt. Het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen moeten verplicht geluidgegevens aanleveren. Binnen de kennisgroep Geluid wordt onderzocht of het gezamenlijk oppakken hiervan binnen de RUD LN voordelen biedt. Stikstofwetgeving De stikstofregelgeving is een actueel onderwerp in Nederland. De overheid wil stikstofuitstoot verminderen en kwetsbare natuurgebieden herstellen en versterken. Er zijn verschillende maatregelen genomen om dit te bereiken.
De regelgeving rondom beperken uitstoot stikstof is met name vastgelegd in de Natuurbeschermingswet (provincie Limburg bevoegd gezag) en de Omgevingsplannen (gemeenten bevoegd gezag). Middels het uitvoeringsprogramma van de RUD LN kan wel indirect invloed op de uitstoot stikstof worden uit geoefend door het controleren van bedrijven op het voldoen aan de opgelegde emissienormen stikstof (ammoniak).
13
IPPC Veehouderijen Op 21 februari 2017 zijn er Europese regels voor het actualiseren van de toepassing van de best beschikbare technieken (BBT) voor IPPC-inrichtingen (veehouderijen) gepubliceerd. Op grond van deze publicatie heeft het bevoegd gezag een actualisatieplicht om binnen 4 jaar na publicatie (21 februari 2021) van de BBT-publicatie voor de IPPC-installatie vast te stellen of de vergunningvoorschriften voldoen aan deze BBT-conclusies en indien nodig te actualiseren. De actualisatie wordt in RUD-verband nu projectmatig opgepakt en is naar verwachting eind 2024 afgerond. De projectmatige werkzaamheden worden geborgd in de regionale uitvoeringsprogramma’s voor komende jaren. Kosten van projectleiderschap en uitvoering worden binnen het netwerk onderling verrekend op basis van de vastgestelde tarieven. De actualisatieplicht is een terugkerende verplichting.
14
2.4 Wat mag het kosten? In onderstaande tabel zijn de totale baten en lasten opgenomen voor de uitvoering van de hierboven benoemde doelstellingen en werkwijze. In paragraaf 4.2 als onderdeel van de begroting is een toelichting opgenomen op de lasten en baten. Tabel 2
Begroting Lasten 1 Programmauitvoering Openbare orde en veiligheidtaken RUP Basis- en milieutaken RUP Basis- en milieutaken overige Projecten Wonen en Bouwen taken RUP 2 Coordinatiecentrum 3 Onvoorzien 4 Vennootschapsbelasting 5 Betalingsverkeer Totaal lasten Baten 6 Programmauitvoering Openbare orde en veiligheid RUP Basis en milieutaken RUP Basis en milieutaken overige Projecten Wabotaken Bestuurskosten Overhead Onvoorzien Betalingsverekeer Totaal baten Resultaat Resultaat voor bestemming 7 Mutatie reserve Resultaat na bestemming
Taakveld
Rekening 2022
Bijgestelde begroting Begroting 2023 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
1.2 Openbare orde en Veiligheid 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen 0.1 bestuur 0.4 overhead 0.8 overige baten en lasten 0.9 Vpb 0.5 Treasury
€ € € € € € 279.000 € 627.000 € 581.000 € 611.000 € 643.000 € 676.000 € 183.000 € 165.000 € 173.000 € 181.000 € 189.000 € 197.000 € 40.000 € 1.009.000 € 511.000 € 524.000 € 531.000 € € 104.000 € 105.000 € 111.000 € 117.000 € 123.000 € 129.000 € 26.000 € 21.000 € 30.000 € 31.000 € 32.000 € 34.000 € 1.027.000 € 1.378.000 € 1.270.000 € 1.293.000 € 1.356.000 € 1.422.000 € € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € € € € € € € € € € € € € 1.659.000 € 3.355.000 € 2.726.000 € 2.807.000 € 2.924.000 € 2.508.000
1.2 Openbare orde en Veiligheid 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen 0.1 bestuur 0.4 overhead 0.8 overige baten en lasten 0.5 Treasury
€ € € € € 279.000 € 627.000 € 581.000 € 611.000 € 643.000 € 676.000 € 121.000 € 128.000 € 173.000 € 181.000 € 189.000 € 197.000 € 49.000 € 1.009.000 € 511.000 € 524.000 € 531.000 € € 104.000 € 105.000 € 111.000 € 117.000 € 123.000 € 129.000 € 21.000 € 21.000 € 30.000 € 31.000 € 32.000 € 34.000 € 1.170.000 € 1.378.000 € 1.270.000 € 1.293.000 € 1.356.000 € 1.422.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € € € € € € € 1.794.000 € 3.318.000 € 2.726.000 € 2.807.000 € 2.924.000 € 2.508.000
0.10 mutaties reserves
€ € €
135.000 € € €
-37.000 € 37.000 € €
-
€ € €
-
€ € €
-
15
€ € €
-
3 Paragrafen In de BBV zijn meerdere verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de RUD. De RUD int geen belastingen en heffingen, bezit geen grondposities en heeft geen verbonden partijen. Om deze reden zijn de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid, kapitaalgoederen en verbonden partijen niet opgenomen. Hieronder staan de paragrafen: 1. Weerstandvermogen en risicobeheersing; 2. Financiering; 3. Onderhoud kapitaalgoederen; 4. Bedrijfsvoering.
3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de buffer om tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) die de RUD LN loopt. Voor het beoordelen van het weerstandsvermogen is inzicht nodig in zowel de omvang en de achtergronden van de mogelijke risico’s als ook in de beschikbare weerstandscapaciteit. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd als de middelen en mogelijkheden waarover de RUD LN kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Het is een buffer om ervoor te zorgen dat de organisatiedoelstellingen niet in gevaar komen, als risico’s werkelijkheid worden. De RUD LN beschikte tot voor kort niet over een algemene reserve. Het Algemeen Bestuur is voorgesteld om het positieve jaarrekeningresultaat over 2022 (€ 135.000) te storten in een te vormen algemene reserve. Naast deze algemene reserve beschikt de RUD LN in de begroting over een post onvoorzien ter hoogte van € 50.000 die tot de weerstandscapaciteit gerekend kan worden. Risicobeheersing De RUD LN inventariseert de risico’s waaraan de RUD LN is blootgesteld. Een aantal risico’s zijn afgedekt met verzekeringen. Denk daarbij aan de aansprakelijkheidsen rechtsbijstandverzekering.
Een tabel van de geactualiseerde risico-inventarisatie is in bijlage 3 opgenomen. Opgemerkt dient te worden dat de tabel inzicht geeft in de verwachtingswaarde van de risico’s. Wanneer een risico zich daadwerkelijk voordoet kan het effect groter of kleiner zijn dan de verwachtingswaarde.
16
Beoordeling weerstandsvermogen Voor de beoordeling van het weerstandsvermogen is gebruik gemaakt van de waarderingstabel die door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit van Twente is ontwikkeld (NARIS). Tabel 3
In de onderstaande tabel is de beoordeling van het weerstandsvermogen opgenomen. In deze tabel is ervan uitgegaan dat het positieve jaarrekeningresultaat van 2022 wordt ingezet voor een te vormen algemene reserve te hoogte van afgerond € 135.000. Uit de tabel blijkt dat het huidige weerstandsvermogen door een actualisatie van de risico’s een ratio heeft van 1,44 en daarmee als “ruim voldoende” wordt beoordeeld. De uitgangspunten voor algemene reserve zijn nader toegelicht in paragraaf 4.4 reserves en voorzieningen. Mocht de huidige werkwijze van de RUD LN door het plan van aanpak en of het IBP aangepast worden, dan kan dit effect hebben op de risico-inventarisatie en het weerstandsvermogen. Tabel 4
Weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit • Te vormen algemene reserve • Post onvoorzien Totaal Risico’s Ratio Beoordeling
€ 135.000 € 50.000 € 185.000 € 128.750 1,44 Ruim voldoende
Kengetallen In artikel 11 van het BBV staat dat gemeenten, Provincies en gemeenschappelijke regelingen in de paragraaf Weerstandsvermogen een set van vijf financiële kengetallen dienen op te nemen. Dit zijn kengetallen voor: de netto schuldquote, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. Gezien de RUD Limburg Noord geen belastingen en heffingen int en geen grondposities bezit zijn de kengetallen voor grondexploitatie en belastingcapaciteit niet van toepassing. Hieronder zijn de (overige) ratio’s weergegeven. In bijlage 3 is de berekeningswijze uiteengezet.
17
Tabel 5
Kengetallen
Realisatie 2022
Begroting 2023
2024
2025
2026
2027
Netto schuldquote
-19,29%
-9,31%
-11,34%
-11,01%
-10,57%
-12,32%
Netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen
-19,29%
-9,31%
-11,34%
-11,01%
-10,57%
-12,32%
Solvabiliteits ratio
23,83%
21.18%
21,18%
21,18%
21,18%
21,18%
Structurele exploitatieruimte
9,81%
-1.12%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
Duiding
Beoordeling
Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Hoe lager dit percentage hoe beter. Bij verstrekte leningen bestaat onzekerheid op terugbetaling. Door deze leningen in mindering te brengen op de financiële activa wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dat betekent voor de schuldenlast. Hoe lager dit percentage hoe beter. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de RUD in staat is zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage hoe beter. Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de RUD heeft om de eigen lasten te dragen. Hoe hoger dit percentage hoe beter.
De RUD beschikt over voldoende eigen middelen en heeft geen leningen.
De RUD heeft geen leningen verstrekt en gaat deze in 2024 naar verwachting ook niet verstrekken. Hierdoor wijkt het percentage niet af van de netto schuldquote.
Door het positieve resultaat over 2022 toe te voegen aan een algemene reserve blijft het solvabiliteitsratio positief stabiel. In 2023 is er besloten om de kosten van het ICT-project te dekken uit de bestemmingsreserve. Met ingang van 2024 is de begroting structureel in evenwicht.
3.2 Financiering Bij de inwerkingtreding van de Wet Financiering decentrale overheden (Fido) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening verplicht voorgeschreven. In het Besluit Begroting en Verantwoording is neergelegd dat de financieringsparagraaf in elk geval de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Onder risico’s worden in dit verband verstaan: renterisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en voor zover van toepassing valutarisico’s. De grondslag voor de treasuryfunctie van de RUD Limburg Noord wordt gevormd door het treasurystatuut. In het treasurystatuut zijn de kaders opgenomen waarbinnen het Dagelijks Bestuur de financieringsfunctie mag uitoefenen.
18
Treasurybeheer- en beleid De belangrijkste algemene doelstelling van het treasurybeleid zijn: • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; • Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s; • Het verankeren van de treasury activiteiten in de (administratieve) organisatie; • Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; • Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de wet Fido, RUDDO en de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut; • Het bewaken van de financiële risico’s op afgegeven garanties. Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente-typische looptijd van één jaar of langer. Bij de inwerkingtreding van de Wet Fido is het begrip ‘renterisico-norm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisico-norm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal.
Kasgeldlimiet Voor het bepalen van de liquiditeitspositie is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage van 8,5%, te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de RUD Limburg Noord bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van dit limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien. De RUD Limburg Noord heeft geen schulden en het is ook niet voorzien om in 2024 vreemd vermogen aan te trekken. De activiteiten van de RUD Limburg Noord worden gefinancierd uit voorschotten van de deelnemers. Deelnemers wordt aan de start van ieder jaar verzocht de deelnemersbijdrage voor het gehele jaar over te maken. Als zodanig is het prognosticeren van zowel de kasgeldlimiet alsook de renterisiconorm niet aan de orde. Inherent aan bovenstaande is, dat het banksaldo aan het begin van het jaar hoog is en naarmate het jaar vordert afneemt. Overtollige liquiditeiten parkeren wij, verplicht en in overeenstemming met de wet Fido, op een rekening ‘schatkistbankieren’ bij het Ministerie van Financiën. Interne ontwikkelingen en renteresultaat Voor saldi, die gedurende 2024 gestald worden binnen het schatkistbankieren wordt geen rente vergoed, noch in rekening gebracht.
Er wordt aldus geen rente geboekt.
19
Berekening omslagrente Nieuwe regelgeving binnen het BBV stelt dat de berekening van de ‘omslagrente’ moet worden opgenomen in de paragraaf Financiering. De omslagrente wordt bepaald door de externe rentelasten te delen door het totaal van de activa. Zoals hiervoor is weergegeven heeft de RUD Limburg Noord geen externe rentelasten. De berekening van de omslagrente is daarmee niet van toepassing voor de RUD Limburg Noord.
3.3 Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen heeft tot doel om aan te tonen hoe RUD Limburg Noord de instandhouding van haar kapitaalgoederen waarborgt. Er zijn echter geen investeringen kapitaalgoederen door de RUD Limburg Noord voorzien. RUD Limburg Noord beschikt niet over dienstauto’s en heeft de ondersteunende diensten zoals kantoorruimte en ICT in bij de gastorganisatie Roermond ingekocht.
3.4 Bedrijfsvoering De GR RUD LN is een gemeenschappelijke regeling met een Algemeen Bestuur en een Dagelijks Bestuur. Voor de uitvoering van VTH-taken wordt gebruik gemaakt van de expertise die aanwezig is bij de deelnemers. Om kwaliteit van uitvoering en onderlinge afstemming te borgen wordt gebruik gemaakt van het coördinatiecentrum. Het coördinatiecentrum bestaat uit een directeur en medewerkers. Zij zijn in dienst van de gemeenschappelijke regeling. De uitvoerende medewerkers zijn in dienst van de partners evenals de lijnmanagers. De “kanteling” van het UP en de sturing op kwaliteitscriteria vragen mogelijk aanpassingen in de onderlinge verrekening van kosten. De huidige opzet biedt hiervoor al veel mogelijkheden. Dit zal voor de start van 2024 worden uitgewerkt. Door te werken volgens de kwaliteitscriteria neemt de uitwisseling van personeel (inzet medewerkers bij andere gemeente) toe en daarmee ook de onderling te verrekenen kosten. De landelijke criteria voor een robuuste Omgevingsdienst zijn niet alleen op het primaire proces gericht, maar er worden ook eisen gesteld aan de bedrijfsvoering en de inzet van ICT. De beschikbaarheid van een degelijk ICT-systeem en het efficiënt gebruik ervan zijn nodig om te kunnen rapporteren en tijdig bij te sturen. Ook moet dit de dienst in staat stellen snel in te kunnen spelen op wijzigingen in het takenpakket of de omvang ervan.
In de zomer van 2023 (IBP) wordt duidelijk welke consequenties dit eventueel heeft. Personeelsbeleid Binnen de GR RUD Limburg Noord is een klein team, het coördinatiecentrum in dienst van de RUD Limburg Noord. Het overig personeel is in dienst bij haar partners. De RUD Limburg Noord maakt voor de uitvoering van haar personeelsbeleid en de salarisadministratie gebruik van de ondersteuning door de gemeente Roermond in een gastheer constructie. Dit is enkele gericht op de beperkte ambtelijke organisatie van de RUD LN, het CC en de directeur (circa 7 FTE).
20
Informatisering en automatisering Volgens planning zullen alle partners in 2023 aangesloten worden op de gezamenlijk VTHapplicatie, Rx-mission. Dit programma is op de nieuwe omgevingswet ingericht en vormt het platform waarin alle deelnemers werken. Daardoor vormt het ook de basis voor monitoring en rapportage voor de taken die deelnemers in de GR inbrengen. Het digitaal toezicht wordt in die applicatie opgenomen. De applicatie zorgt ervoor dat efficiëntie behaald wordt in de vorm van rapportages en eenheid van werken. Voor ondersteunende zaken wordt gebruik gemaakt van de applicaties van de gastheer gemeente Roermond. Rechtmatigheid Met ingang van het boekjaar 2023 geldt de nieuwe wet waarbij nieuwe regels gelden voor de financiële verslaglegging en de accountantscontrole. Met deze wetswijziging dient het Dagelijks Bestuur in de jaarrekening een verklaring af te geven over de rechtmatigheid van de financiële beheers handelingen. De accountant toetst de jaarrekening (inclusief rechtsmatigheidsverantwoording) op getrouwheid. Door deze wetwijziging zullen de controle verordening en de financiële verordening in 2023 nog worden aangepast. Vooralsnog worden de richtlijnen uit 2020, aansluiting bij het wettelijk minimum aangehouden.
De RUD Limburg Noord is met de gastorganisatie Roermond in gesprek wat deze wetswijziging voor invloed heeft op de RUD LN, haar inrichting van de processen, de raakvlakken met de gastorganisatie en de controles hierop. Overhead Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft voor in de begroting een apart overzicht “overhead” op te nemen. Aan de detaillering van dit overzicht worden door het BBV geen eisen gesteld, met uitzondering van de bepaling dat er minimaal een scheiding moet zijn tussen de lasten en de baten. Dit overzicht is hieronder in tabel 6 weergegeven. Tabel 6
Begroting Lasten 2 Coordinatiecentrum Baten 5 Overhead Resultaat 6 Mutatie reserve Resultaat na bestemming
Bijgestelde begroting Begroting 2023 2024
Taakveld
Rekening 2022
0.4 overhead
€ 1.027.000 € 1.378.000 € 1.270.000 € 1.293.000 € 1.356.000 € 1.422.000
0.4 overhead
€ 1.170.000 € 1.378.000 € 1.270.000 € 1.293.000 € 1.356.000 € 1.422.000 € 143.000 € - € - € - € - € € - € - € - € - € - € € 143.000 € - € - € - € - € -
0.10 mutatie reserves
Begroting 2025
Begroting 2026
Een toelichting op de lasten, baten en de reserve mutatie is opgenomen in hoofdstuk 4 de financiële begroting.
21
Begroting 2027
4 Financiële begroting 2024 4.1 Geprognosticeerde balans Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemeen
De begroting is opgemaakt volgens de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het betreffende balansonderdeel anders is vermeld, zijn de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten rekenen we toe aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Baten en winsten nemen we slechts op voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar, nemen we in acht indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Personeelslasten rekenen we in principe toe aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Er geldt echter een formeel verbod om voorzieningen of schulden op te nemen voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Daarom rekenen we sommige personele lasten toe aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Hierbij moet worden gedacht aan componenten als overlopende verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume, wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming.
Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties), dan moeten we wel een verplichting opnemen.
22
Tabel 7
Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Realisatie 2022
Begroting 31-12 2023*
2024
2025
2026
2027
Activa Vaste activa: -
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
1.092
1.084
1.084
1.084
1.084
1.084
Liquide middelen
83
100
100
100
100
100
Overlopende activa
277
275
275
275
275
275
Totaal vlottende activa:
1.452
1.459
1.459
1.459
1.459
1.459
Totaal activa
1.452
1.459
1.459
1.459
1.459
1.459
Eigen vermogen:
346
309
309
309
309
309
Totaal vaste passiva:
346
309
309
309
309
309
107
150
150
150
150
150
Totaal vaste activa: Vlottende activa: Uiteenzettingen met een rente-typische looptijd korter dan één jaar
Passiva Vaste passiva:
Vlottende passiva: Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overlopende passiva
999
1000
1000
1000
1000
1000
Totaal vlottende passiva:
1.106
1.150
1.150
1.150
1.150
1.150
Totaal passiva
1.452
1.459
1.459
1.459
1.459
1.459
* De begrotingscijfers 2023 zijn aangepast n.a.v. de jaarrekening 2022 m.b.t. de juiste stand van het eigen vermogen
23
Tabel 8 2023*
EMU-SALDO
Vlottende activa
Vaste Passiva Passiva
2026
2027
0
0
0
0
0
0
0
0
-8
0
0
0
0
17
0
0
0
0
-2
0
0
0
0
Vaste schuld
0
0
0
0
0
Vlottende schuld
43
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Uitzettingen
Activa
2025 0
Kapitaalverstrek Financiële vaste activa kingen en leningen
Mutaties (1 januari tot 31 december )
2024
-37
Liquide middelen Overlopende activa
Vlottende passiva
Overlopende passiva Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste
* De begrotingscijfers 2023 zijn aangepast n.a.v. de jaarrekening 2022 m.b.t. de juiste stand van het eigen vermogen
4.2 Overzicht van baten en lasten Uitgangspunten 1. De begroting 2024 is gebaseerd op de jaarrekening 2022, de begroting 2023 en de kadernota 2024. 2. Er wordt nog gewerkt aan een definitief RUP 2024, waarin ook de effecten van de Omgevingswet zullen worden verwerkt. Het RUP 2024 inclusief de werkverdeling kan leiden tot een wijziging van de begroting. Net als mogelijke uitwerkingen vanuit het PVA en het IBP. Nadat het definitieve programma 2024 is vastgesteld, zal indien nodig een begrotingswijziging worden voorgelegd, waarbij de begroting zal aansluiten bij het definitieve RUP 2024 en de overige uitwerkingen vanuit het PVA en IBP. 3. Voor de indexering van loon-en prijsstijgingen wordt uitgegaan van de meest actuele raming van het CPB (na de MEV 2023 in september 2022 is in maart de CEP 2023 bekend gemaakt met de cijfers over 2024). • Loonvoet sector overheid: 5,2% • Prijs overheidsconsumptie, netto materieel: 3,9% 4. Voor de indexering van de bijdrage van de provincie is uitgegaan van het afgesproken DPI-index, de meest actuele raming is van het 3e kwartaal 2022, zijnde 7,2%. 5. De begroting is door nieuwe inzichten op de volgende punten aangepast: • De accountantskosten zijn naar boven bijgesteld, omdat er vanaf 2022 sprake is van uitbreiding van taken in verband met SISA-verantwoordingen.
• De contributie voor ODNL is bijgesteld naar aanleiding van een actualisatie van de verdeelsleutel. • Een inschatting van de kosten en doorbelasting voor de uit te voeren EVP’s is in de begroting opgenomen.
24
•
De medewerker van de uitvoeringsdienst is deels ten laste gebracht op het opleidingsbudget, aangezien deze deels ingezet wordt op het verzorgen van cursussen. • Het project vanuit de Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht in de begroting verwerkt. • De structurele licentie-, hosting- en beheerkosten voor het nieuwe VTHsysteem zijn structureel opgenomen in de begroting. Voorgaande jaren werden deze structurele kosten gedekt uit de incidentele bestemmingsreserve. • Conform de begrotingswijziging 2022 zijn de incidentele kosten voor 2024 voor de uitvoering van het plan van aanpak doorontwikkeling ODLN opgenomen. 6. Alle bedragen zijn afgerond op duizendtallen. In het onderstaande overzicht van baten en lasten zijn de lasten en baten meerjarig weergegeven. Tevens is aangegeven op welk taakveld de baten en lasten betrekking hebben. Na de tabel volgt een toelichting.
25
Tabel 9
Begroting Lasten 1 Programmauitvoering Openbare orde en veiligheidtaken RUP Basis- en milieutaken RUP Basis- en milieutaken overige Projecten Wonen en Bouwen taken RUP 2 Coordinatiecentrum 3 Onvoorzien 4 Vennootschapsbelasting 5 Betalingsverkeer Totaal lasten Baten 6 Programmauitvoering Openbare orde en veiligheid RUP Basis en milieutaken RUP Basis en milieutaken overige Projecten Wabotaken Bestuurskosten Overhead Onvoorzien Betalingsverekeer Totaal baten Resultaat Resultaat voor bestemming 7 Mutatie reserve Resultaat na bestemming
Taakveld
Rekening 2022
Bijgestelde begroting Begroting 2023 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
1.2 Openbare orde en Veiligheid 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen 0.1 bestuur 0.4 overhead 0.8 overige baten en lasten 0.9 Vpb 0.5 Treasury
€ € € € € € 279.000 € 627.000 € 581.000 € 611.000 € 643.000 € 676.000 € 183.000 € 165.000 € 173.000 € 181.000 € 189.000 € 197.000 € 40.000 € 1.009.000 € 511.000 € 524.000 € 531.000 € € 104.000 € 105.000 € 111.000 € 117.000 € 123.000 € 129.000 € 26.000 € 21.000 € 30.000 € 31.000 € 32.000 € 34.000 € 1.027.000 € 1.378.000 € 1.270.000 € 1.293.000 € 1.356.000 € 1.422.000 € € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € € € € € € € € € € € € € 1.659.000 € 3.355.000 € 2.726.000 € 2.807.000 € 2.924.000 € 2.508.000
1.2 Openbare orde en Veiligheid 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen 0.1 bestuur 0.4 overhead 0.8 overige baten en lasten 0.5 Treasury
€ € € € € 279.000 € 627.000 € 581.000 € 611.000 € 643.000 € 676.000 € 121.000 € 128.000 € 173.000 € 181.000 € 189.000 € 197.000 € 49.000 € 1.009.000 € 511.000 € 524.000 € 531.000 € € 104.000 € 105.000 € 111.000 € 117.000 € 123.000 € 129.000 € 21.000 € 21.000 € 30.000 € 31.000 € 32.000 € 34.000 € 1.170.000 € 1.378.000 € 1.270.000 € 1.293.000 € 1.356.000 € 1.422.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € € € € € € € 1.794.000 € 3.318.000 € 2.726.000 € 2.807.000 € 2.924.000 € 2.508.000
0.10 mutaties reserves
€ € €
135.000 € € €
-37.000 € 37.000 € €
-
€ € €
-
€ € €
-
1. Programma uitvoering De programma uitvoering bestaat deels uit het uitwisselingsdeel van de uitvoering van het Regionale Uitvoeringsprogramma en deels uit projecten en overige taken. Het uitwisselingsdeel van het uitvoeringsprogramma is ingedeeld in drie taakvelden: • Openbare orde en veiligheid. Hiervoor is in 2024 geen uitwisseling begroot. • Basis- en milieutaken. Hiervoor is in 2024 € 581.00 aan uitwisseling begroot. • Wonen en Bouwen. Hiervoor is in 2024 € 111.000 aan uitwisseling begroot. Daarnaast bestaat de programma uitvoering nog uit de budgetten voor projecten en voor overige basis- en milieutaken. • Voor de projecten is een bedrag van € 511.000 geraamd. Dit betreft de inzet vanuit de Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht (SPUK THE) 20222026. Deze kosten komen uit het ingediende plan bij de subsidieaanvraag. • Overige basis- en milieutaken bestaat een bedrag van € 173.000. Dit bestaat uit: • De kosten voor de bereik- en beschikbaarheidsdiensten voor circa € 51.000; • De kosten voor inspectieview milieu voor circa € 26.000. • De hosting en licentiekosten en beheerkosten voor het VTH-systeem voor € 39.000. • Een budget van € 57.000 voor het aanschaffen en onderhouden van (meet)apparatuur, visualisering van de informatieplicht en overige kosten zoals voor rapporteringstools.
26
€ € €
-
2. Coördinatiecentrum De kosten van het coördinatiecentrum bestaan uit bestuurskosten en overheadkosten. • De bestuurskosten van € 30.000 hebben betrekking op de inzet van de accountant. • De overheadkosten van € 1.270.000 bestaan uit loon- en reiskosten (€ 909.000)., opleidingskosten (€ 105.000, waarvan € 15.000 betrekking heeft op actualisering van EVP’s die doorbelast worden aan de partners), inkoop van PIOCHAF-diensten bij de gastorganisatie (€ 98.000), contributies (€ 38.000) en overige kosten (€ 120.000 waarvan € 36.000 incidentele kosten zijn voor het uitwerken van het plan van aanpak doorontwikkeling ODLN). 3. Onvoorzien Voor onvoorzien is een bedrag van € 50.000 gereserveerd. 4. Vpb De RUD gaat ervanuit dat zij geen vpb hoeft te betalen aangezien a) de RUD geen winstdoelstelling heeft, b) de kosten via een vaste verdeelsleutel worden verrekend en c) eventuele overschotten normaliter aan het eind van het jaar worden teruggegeven aan deelnemers. 5. Betalingsverkeer Voor het betalingsverkeer is, in verband met de tot op heden zeer beperkte omvang, geen apart bedrag begroot. 6. Baten De baten zijn in 2024 als volgt onderverdeeld:
27
Tabel 10
A
Onderdeel
Taakveld
Uitwisseling werkzaamheden RUP
1.2 Openbare orde en Veiligheid
Bedrag
Verdeelsleutel €-
Werkelijke afname op basis van uitwisseling vanuit het RUP
7.4 Milieubeheer
€ 581.000
Werkelijke afname op basis van uitwisseling vanuit het RUP
8.3 Wonen en bouwen
€ 111.000
Werkelijke afname op basis van uitwisseling vanuit het RUP
B
Projecten
C
Overige milieu:
D
7.4 Milieubeheer
€ 511.000
SPUK uitkering
Beschikbaarheidsregeling
7.4 Milieubeheer
€ 45.000
Vast: evenredig
Bereikbaarheidsregeling
7.4 Milieubeheer
€ 6.000
Werkelijke afname
Apparatuur
7.4 Milieubeheer
€ 122.000
Vast: inwoneraantal
Coördinatiecentrum
0.1 Bestuur
€ 30.000
Vast: inwoneraantal
0.4 Overhead
€ 1.255.000
Vast: inwoneraantal
€ 15.000
Werkelijke afname
€ 50.000
Vast: inwoneraantal
0.4 Overhead (EVP’s) E
Onvoorzien Totaal
0.8 Overige baten en lasten
€ 2.726.000
Toelichting: A. Uitwisseling werkzaamheden RUP De uitwisseling van uitvoeringscapaciteit voor de basis en milieutaken zijn geraamd op € 581.000. Voor de Wabo-taken is de uitwisseling geraamd op € 111.000. De kosten worden aan de deelnemers doorberekend op basis van daadwerkelijke afname geregistreerd in de voorgangsmonitor, op basis van door het AB nog vast te stellen uurtarieven. B. Projecten Het betreft de Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparing en Informatieplicht. De kosten worden via de SISA regeling verantwoord, waarna de subsidie kan worden vastgesteld. C. Overige milieu: • De kosten voor de beschikbaarheidsregeling van € 45.000 worden evenredig over de deelnemers verdeeld, met uitzondering van de Provincie. Ieder betaald 1/15e deel. • De ingeschatte kosten voor de bereikbaarheidsregeling (€ 6.000) worden achteraf op basis van werkelijke calls met de betreffende partners verrekend. • De kosten voor apparatuur worden verdeeld op basis van het inwoneraantal per gemeente. Hierbij wordt uitgegaan van de meest actuele gegevens. Dit betekent dat de verdeling in de begroting 2024 is gebaseerd op de inwoneraantallen van 1 januari 2023.
28
D. Coördinatiecentrum: • De kosten voor bestuur en overhead worden verdeeld op basis van het inwoneraantal per gemeente. Hierbij wordt uitgegaan van de meest actuele gegevens. Dit betekent dat de verdeling in de begroting 2024 is gebaseerd op de inwoneraantallen van 1 januari 2023. Voor de Provincie is een vaste bijdrage overeengekomen. Deze bijdrage is, conform de afspraak uit het inrichtingsplan geïndexeerd met de dienstenprijsindex (jaarmutatie 3e kwartaal 2022, zijnde 7,2%). • De ingeschatte kosten voor uit te voeren EVP’s (€ 15.000) worden achteraf op basis van werkelijkheid met de betreffende partners verrekend. E. Onvoorzien: De kosten voor onvoorzien worden verdeeld op basis van het inwoneraantal per gemeente. Hierbij wordt uitgegaan van de meest actuele gegevens. Dit betekent dat de verdeling in de begroting 2024 is gebaseerd op de inwoneraantallen van 1 januari 2023. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de vaste bijdragen en het RUP per deelnemer. 7. Mutatie reserve Vanaf 2024 zijn er geen stortingen en onttrekkingen voorzien.
4.3 Overzicht van incidentele baten en lasten In het onderstaande overzicht zijn de incidentele baten en lasten beschreven. Tabel 11