CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Nota grondbeleid 2016 Venrays deel

Gemeenteraad 31 oktober 2023, gemeente VenrayBij agendapunt: Nota grondbeleid 2023.21.109 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Al met al is het vrij logisch dat dit percentage oploopt en dat men vandaag de dag niet meer met een percentage VTU van 20%-35% kan volstaan (je kunt je zelfs afvragen of deze richtlijn nog wel reëel is). Echter dit heeft tot gevolg dat in veel gevallen het zelf uitvoeren van een grondexploitatie niet dan wel bijna niet meer rendabel mogelijk is. 4.6.1.3 Overige kosten exploitaties Naast de algemene kosten grondbedrijf en de kosten voorbereiding en toezicht op de uitvoering zijn er nog enkele overige posten die de druk op de grondexploitaties behoorlijk verhogen. Zo was in het verleden alleen sprake van afdrachten voor bovenwijkse voorzieningen. Vanaf 1 januari 2012 is ook een afdracht aan de reserve ruimtelijke ontwikkeling vereist. Deze kosten kunnen in sommige gevallen behoorlijk oplopen. Ook worden grondexploitaties tegenwoordig belast met onroerendzaakbelasting en zijn de civiele kosten doorgaans hoger, omdat er steeds meer gefaseerd wordt uitgevoerd. Dit in samenwerking met gelijkblijvende grondprijzen en de langere looptijden maakt het voor ons als gemeente bijna onmogelijk om nog rendabele grondexploitaties op te pakken en uit te voeren. 4.6.1.4 Rekenrente In de nota grondbeleid 2011 is de methode van toerekening van rente aan de grondexploitaties herzien. Voorheen werd de rente berekend voor een heel jaar over de boekwaarde per 1-1 van het jaar.

Nu wordt feitelijk gerekend met de rekenrente over een maandelijkse actuele boekwaarde. De beoogde herziening van de verslaggevingsregels grondexploitatie (zie paragraaf 4.8) leveren ook een wijziging in de hoogte van de aan de grondexploitaties toe te rekenen rente op. Deze rente mag alleen nog maar gebaseerd zijn op de werkelijke rente over het vreemde vermogen. Voor 1 januari 2016 werd de rente berekend over het vreemde en eigen vermogen. Dit betekent dat het aan de grondexploitaties toe te rekenen rentepercentage daalt. De disconteringsvoet, ter bepaling van de netto contante waarde, is gelijk aan het rentepercentage.

4.6.2 Particuliere exploitaties Zoals in hoofdstuk 1 is beschreven kan de gemeente door middel van de grondexploitatiewetgeving kosten verhalen op particuliere initiatiefnemers. Dit vanzelfsprekend pas als het college van B&W

44

besluit medewerking te verlenen aan een aanpassing van het bestemmingsplan. De gemeente tracht in een anterieure overeenkomst kosten te verhalen die de gemeente inschat te gaan maken. Kosten die voor verhaal in aanmerking komen zijn in beginsel gelijk aan de kosten die de gemeente zou maken indien de gemeente het plan zelf zou ontwikkelen. De kosten voor planontwikkeling zijn echter begrensd door de wetgever. Voor de bepaling hiervan heeft de wetgever een plankostenscan ontwikkeld. Deze is niet altijd geschikt gebleken voor kleinere plannen. De gemeente maakt daarom op basis van ervaringscijfers gebruik van een eigen reële inschatting van personele inzet. In 2014 is bekeken of de geraamde plankosten in het algemeen overeen kwamen met de daadwerkelijk gerealiseerde kosten. Per saldo was dat inderdaad het geval. Uiteraard zijn er altijd uitzonderingen doch die leiden niet tot een benodigde aanpassing van de methodiek. Voorgesteld wordt om dit beleid te continueren.

4.7

Vennootschapsbelasting

4.7.1 Inleiding In 2015 is de Wet modernisering VPB-plicht overheidsondernemingen in werking getreden die voor het eerst toepassing vindt vanaf 1 januari 2016. Door deze wet krijgen overheden te maken met het feit dat ze voor een deel van hun activiteiten onder de vennootschapsbelasting (hierna te noemen: vpb) (kunnen) gaan vallen. De activiteiten waarmee een overheidslichaam, zoals een gemeente, onder de wet valt, wordt een overheidsonderneming genoemd. Het achterliggende doel van het wetsvoorstel is, mede onder druk van de Europese Commissie, het scheppen van een gelijk speelveld tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. Met een aantal activiteiten die een overheid uitvoert wordt in concurrentie getreden met een private onderneming die diezelfde activiteit uitoefent. Een overheid was daarvoor niet belastingplichtig in het kader van de vpb en de private onderneming wel. Dat werd beschouwd als oneerlijke concurrentie en daarmee in strijd met het EU-verdrag. De gemeente moet voor het eerst in 2017 aangifte doen over 2016 voor de vennootschapsbelasting voor de vpb-plichtige activiteiten. Het betreft één aangifte voor alle vpbplichtige activiteiten. Eén van de activiteiten waarmee de gemeente onder de vpb-plicht kan vallen betreft het voeren van een actieve grondexploitatie oftewel het grondbedrijf.

4.7.2 De overheidsonderneming: het grondbedrijf Het gemeentelijk grondbeleid is een middel voor de gemeente om ruimtelijke doelstellingen te verwezenlijken. Een belangrijk instrument om het grondbeleid uit te voeren is het grondbedrijf. Een gemeente kan via een actief grondbeleid, passief grondbeleid of samenwerking aan grondexploitatie doen. Vanaf 2016 is het van belang te beoordelen of met de uitoefening van de activiteiten van het grondbedrijf in fiscale zin een onderneming gedreven wordt. Als dat zo is dan wordt gesteld dat deze onderneming ‘door de ondernemingspoort komt’, zijnde de poort van de vpb-heffing. Er is sprake van het drijven van een onderneming indien: 1. er sprake is van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid; 2. die deelneemt aan het economische verkeer; 3. met het oogmerk daarmee winst te behalen, welke winst ook redelijkerwijze te verwachten is.

45

De toets of sprake is van het drijven van een onderneming vindt plaats op niveau van elke afzonderlijke activiteit. Als activiteiten binnen een gemeente naar hun aard verschillen, maar wel sterk met elkaar verweven zijn, vindt een gezamenlijke beoordeling van die activiteiten plaats. indicaties van verwevenheid kunnen zijn: -

de ruimtelijke vormgeving;

-

de aard van de activiteiten;

-

de organisatorische, economische en of financiële verwevenheid.

Indien er sprake is van meerdere grondexploitaties die vanuit één afdeling worden aangestuurd, er jaarlijks een meerjarenperspectief grondexploitaties wordt opgesteld en er een vereveningsfonds is (op basis waarvan resultaten tussen grondexploitaties gesaldeerd kunnen worden) zijn dit allemaal feiten en omstandigheden die kunnen leiden tot een gezamenlijke beoordeling. In Venray is dit het geval dus gesteld kan en mag worden dat het grondbedrijf in zijn totaliteit geclusterd mag worden. Voor de jaarlijkse beoordeling of het Venrayse grondbedrijf beschouwd wordt als een onderneming in de zin van de vpb, dient getoetst te worden aan de 3 genoemde criteria: ad 1 Duurzame organisatie van kapitaal en arbeid: bij actieve grondexploitaties is deze vraag snel positief beantwoord. De arbeid is gericht op het transformeren van een stuk grond waardoor deze grond meer waard zal worden. ad 2. Deelname aan het economische verkeer: in geval van gronduitgifte is er sprake van deelname aan het economische verkeer. ad. 3 Winstoogmerk. De belastingdienst heeft samen met de Vereniging Nederlandse Gemeenten een quickscan ontworpen op basis waarvan gemeenten zelf kunnen beoordelen of er sprake is van een winstoogmerk. Voor alle duidelijkheid: voor het aanwezig zijn van een winstoogmerk hoeft er niet daadwerkelijk winst gemaakt te worden.

Als met het grondbedrijf aan alle criteria wordt voldaan betekent dit dat er sprake is van een onderneming die ‘door de ondernemingspoort van de vennootschapsbelasting’ komt. Deze beoordeling moet wel jaarlijks gebeuren. Het kan namelijk op enig moment zo zijn dat doordat grondexploitaties worden afgesloten en er geen nieuwe grondexploitaties meer worden vastgesteld, het winstoogmerk vervalt. Daarmee is de vpb plicht ook van de baan. Onder het grondbedrijf vallen niet alleen de lopende grondexploitaties maar ook de restkavels (uit afgesloten grondexploitaties) en de algemene kosten grondbedrijf. Deze laatste mogen met ingang van 1 januari 2016 niet meer als kostenpost in een grondexploitatie worden opgevoerd (zie hiervoor onder paragraaf 3.6.1.1). Deze kosten mogen wel als kostenpost op de fiscale grondexploitatie opgevoerd worden. Faciliterend/passief grondbeleid Zoals hierboven aangegeven kan een gemeente ook via passief grondbeleid aan grondexploitaties doen. In Venray gaat dit via de zogenaamde anterieure overeenkomsten; het kostenverhaal. Ook hiervoor geldt dat deze gezamenlijk als één onderneming beschouwd kunnen worden, indien er sprake is van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid en een deelname aan het economische verkeer. Van een winstoogmerk is echter geen sprake: de boekwaarden (kosten) is gelijk aan de verwachte opbrengsten.

Dit uitgangspunt wordt gestaafd door het wettelijk systeem; deze spreekt namelijk van kostenverhaal en ‘verbiedt’ baatafroming.

46

Verkoop overige gronden/opstallen Voor de verkoop van overige gronden zoals pachtgronden, snippergroen maar ook opstallen is als standpunt ingenomen dit passief vermogensbeheer is en daarmee dus geen ondernemingshandeling.

4.7.3 Gevolgen vpb plicht De quickscan in 2016 heeft uitgewezen dat het grondbedrijf door de ondernemingspoort gaat. Er moet deswege voor iedere grondexploitatie, ook die van de gezamenlijke grondexploitaties zoals Brabander Aan den Heuvel en de Blakt, een fiscale grondexploitatie worden opgesteld. Deze fiscale grondexploitatie wijkt op een aantal punten af van de reguliere, bedrijfseconomische, grondexploitatie. In de fiscale grondexploitatie mag geen bijdrage voor reserves zoals bovenwijkse voorzieningen en ruimtelijke ontwikkelingen worden opgenomen. Wel mogen in de fiscale grondexploitatie de algemene kosten grondbedrijf worden opgenomen; deze mogen niet meer in de reguliere grondexploitatie opgenomen worden. De door het grondbedrijf verschuldigde vennootschapsbelasting wordt berekend door per grondexploitatie per jaarschijf de opbrengsten te verminderen met de kosten. Over het residu, indien aanwezig, wordt de belasting geheven. Tussen de grondexploitaties onderling kan gecompenseerd worden. Voor een aantal ingenomen standpunten wordt een grondslagendocument gemaakt wat ter bespreking aan de belastingdienst wordt voorgelegd. Het gaat dan bijv. over het standpunt dat het totale grondbedrijf wordt beschouwd als één onderneming.

4.8

Wijziging Besluit Begroting en Verantwoording

Diverse ontwikkelingen, waaronder de invoering van Wet modernisering VPB-plicht overheidsondernemingen en de Omgevingswet, welke naar verwachting in 2018 in werking zal treden, vragen om een aanscherping van de definitie van en de verslaggevingsregels rondom bouwgrondexploitaties. De adviescommissie Besluit Begroting en Verantwoording heeft in juli 2015 een rapport uitgebracht: Rapport grondexploitaties, Voornemen tot herziening verslaggevingsregels grondexploitatie in het BBV met ingang van 1 januari 2016. Wat verandert er voor de gemeentelijke grondexploitaties door deze voorgenomen wijzigingen: 1. Een grondexploitatie mag in beginsel geen langere voortschrijdende termijn dan 10 jaar beslaan. Van deze termijn mag alleen gemotiveerd worden afgeweken welke goedgekeurd moet worden door de gemeenteraad en in de jaarstukken worden verantwoord. Tevens moeten risico beperkende maatregelen genomen worden om de onzekerheden en risico’s die gepaard gaan met de langere looptijd te mitigeren. Een van die maatregelen is in ieder geval het niet mogen indexeren van opbrengsten die na het 10e jaar worden ingerekend. 2.

Voor de mogelijkheden tot kostentoerekening aan de grondexploitatie, dus de kosten die opgenomen zijn in een grondexploitatie wordt volledig aangesloten op de kostenverhaalsmogelijkheden zoals genoemd in de Wet ruimtelijke ordening/Besluit ruimtelijke ordening, voor dat onderdeel ook wel genoemd: de grondexploitatiewet. In het Bro is de kostensoortlijst opgenomen. Voor Venray betekent dit dat de algemene

47

kosten grondbedrijf niet meer omgeslagen mogen worden naar de grondexploitaties, maar rechtstreeks ten laste van de risicoreserve grondbedrijf komen (zie paragraaf 4.6.1.1). 3. De rente die mag worden toegerekend aan een grondexploitatie, mag alleen nog maar gebaseerd zijn op de werkelijke rente over het vreemde vermogen. Voor 1 januari 2016 werd de rente berekend over het vreemde en eigen vermogen. Dit betekent dat het aan de grondexploitaties toe te rekenen rentepercentage daalt. De disconteringsvoet, ter bepaling van de netto contante waarde, is gelijk aan het rentepercentage. 4. De categorie ‘Niet in exploitatie genomen gronden’ (NIEGG) vervalt. Deze gaan onder de Materiele Vaste Activa-categorie ‘strategische gronden’ vallen. Gevolg daarvan is dat er geen rente of andere kosten meer mogen worden toegerekend en dat deze of tegen de verkrijgingsprijs of tegen een duurzaam lagere marktwaarde gewaardeerd worden. Voor de huidige NIEGG’s, voor Venray percelen in de Hulst I en Smakt, geldt een overgangsregeling van 4 jaar. Deze wijzigingen zijn aangekondigd maar nog niet geformaliseerd. Zodra dat gebeurt gelden ze met terugwerken de kracht per 1 januari 2016. Deze wijzigingen worden voor het eerst zichtbaar bij de 1e berap of via een apart raadsvoorstel.

4.9 

Beleidskeuzes Afsluiting van grondexploitaties vindt plaats door: - het college van burgemeester en wethouders indien de grondexploitatie wordt afgesloten omdat het project gereed of bijna gereed is. - de gemeenteraad indien de grondexploitatie om andere redenen dan voornoemd moet worden afgesloten.

Financiering van herstructureringen is maatwerk doch de kosten gemoeid met de openbare ruimte en maatschappelijke doelen komen in principe voor rekening van de algemene dienst.

Op basis van een grondslagendocument wordt overleg gevoerd met de belastingdienst over de vennootschapsbelasting.

5

Beleidssamenvatting

Strategische beleidskeuzes: 

Op grond van een uitgebreide analyse bepaalt Venray per geval welke type grondbeleid wordt gevoerd, maar is terughoudend bij het aangaan van nieuwe grondexploitaties en daarmee dus terughoudend bij het voeren van actief grondbeleid.

Keuzes maken in lopende grondexploitaties.

Investeren? Zeer terughoudend en - alleen daar waar het kwantitatieve aanbod niet voldoet aan de behoefte en de markt het initiatief niet oppakt; - indien vanuit kwalitatief oogpunt gekozen wordt voor een actieve gemeentelijke rol (bijv. herstructurering). In beide gevallen geldt dat een expliciete afweging gemaakt moet worden of de ontwikkeling via het grondbedrijf loopt en zo ja of de Algemene dienst een bijdrage moet doen.

48

Geen medewerking verlenen aan particuliere initiatieven (die afwijken van de geldende bestemmingsplannen) indien bestaande grondexploitaties, zowel gemeentelijke als particuliere, reeds voldoen aan de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte naar woningbouw of anderszins. Uitzondering hierop gelden initiatieven voor bijzondere doelgroepen of met een grote maatschappelijke meerwaarde. Deze initiatieven mogen niet concurreren met de bestaande initiatieven.

strategisch verwerven ten behoeve van een toekomstige grondexploitatie en alleen daar: - waar het kwantitatieve aanbod niet voldoet aan de behoefte en de markt het initiatief niet oppakt; - indien vanuit kwalitatief oogpunt gekozen wordt voor een actieve gemeentelijke rol (bijv. herstructurering). Het krediet voor strategische verwervingen terug te brengen naar € 300.000,--.

Venray hanteert verkoop van grond als uitgangspunt boven andere vormen als verhuur, ingebruikgeving en erfpacht.

Bij elke ontwikkeling, waarbij de gemeente grond verkoopt of contractpartijen kiest, geschiedt dit met inachtneming van de nationale en Europese regelgeving, algemene beginselen van behoorlijk bestuur en voorts transparant, openbaar en non-discriminatoir.

Op welke wijze de selectie van marktpartijen plaats vindt wordt aangegeven in het projectplan.

Verkoop van opstallen en landbouwgronden vindt plaats via een openbare verkoop bij inschrijving.

Per vast te stellen bestemmingsplan zal bekeken moeten worden of de mogelijkheid bestaat om af te zien van kostenverhaal c.q. het vaststellen van een exploitatieplan, en of dit opportuun is. Uitgangspunt is kostenverhaal en niet afzien van het vaststellen van een exploitatieplan.

Venray hanteert bij het aangaan van anterieure overeenkomsten de kostensoortlijst en de lijst met bouwplannen uit het Besluit ruimtelijke ordening als uitgangspunt.

Venray hanteert bij de uitleg van de begrippen ‘woning’, ‘hoofdgebouw’ en

Bij voor gestapelde vrije- sectorwoningen hanteren we de residuele

‘oppervlakten’ de omschrijving uit deze nota. grondprijsberekening maar met een minimum van de voor vrije sector grondgebonden woningbouw vastgestelde grondprijs per m2. 

Het bepalen van de niet vastgestelde grondprijzen is maatwerk.

Afsluiting van grondexploitaties vindt plaats door: - het college van burgemeester en wethouders indien de grondexploitatie wordt afgesloten omdat het project gereed of bijna gereed is. - de gemeenteraad indien de grondexploitatie om andere redenen dan voornoemd moet worden afgesloten.

financiering van herstructureringen is maatwerk doch de kosten gemoeid met de openbare ruimte en maatschappelijke doelen komen in principe voor rekening van de algemene dienst.

Op basis van een grondslagendocument wordt overleg gevoerd met de belastingdienst over de vennootschapsbelasting.

49

6

Bijlagen

Bijlage 1 Strategische visie, inclusief aanvulling irt het grondbeleid Bekeken is of het grondbeleid een rol kan spelen in de keuzes die gemaakt zijn in de strategische visie (2009) inclusief aanvulling van 2013. De strategische visie Venray 2020, vastgesteld in 2009 kent 6 thema’s. Elk thema heeft zijn eigen keuzes/strategische doelstellingen/speerpunten. De aanvulling: Venray, stad in de Peel, een warme jas voor nu en voor de toekomst borduurt niet voor op die 6 thema’s maar komt neer op 3 leidende perspectieven die richting geven aan de ontwikkeling van Venray: -

(regionale) samenwerking

-

kwalitatieve ontwikkeling;

-

zelfsturing.

De keuzes/strategische doelstellingen/speerpunten van de 6 thema’s, , zijn hieronder per perspectief in de 1e kolom samengevat, waarbij in de 2e kolom is aangegeven of het grondbeleid daarbij een rol kan spelen. 1. (Regionale) samenwerking

1

Strategische visie 2009

Grondbeleid

Venray zet in op de verdere

De eventuele deelname van Venray aan de

versterking van de samenwerking

regionale ontwikkeling DCGV 2.0 is de

binnen de regio Venlo

belangrijkste vraag die beantwoord moet worden. In het verlengde daarvan komt regionaal grondbeleid en een regionaal grondbedrijf of dichterbij of juist verder af. Regionaal fonds herstructurering

2

Venray wil samen met de regio

Dit is nog te ver weg voor het grondbeleid. Eerst

Noord-Limburg kansen benutten in

moet Venray bepalen wat ze hier mee wil.

de (provincie) grensoverschrijdende

Daarna pas beoordelen of er een rol voor het

regio tussen Eindhoven, Nijmegen,

grondbeleid is.

Venlo en Düsseldorf en de Euregio Rijn Maas Noord. Tevens speelt de gemeente actief in op de mogelijkheden die andere regio’s bieden.

50

2. Kwalitatieve ontwikkeling 1

Strategische visie 2009

Grondbeleid

Venray kiest voor kwaliteit in de

= Kostbaar. Huidige grondprijzen verhogen we

keuzes die we maken en verbindt

niet waardoor er meer ruimte is voor kwaliteit

zijn identiteit nadrukkelijk met zijn

Keuzes maken betekent prioriteren zowel in

verleden.

lopende zaken als in nieuwe zaken. Meer aandacht voor herstructurering, revitalisering Behoud van waardevolle elementen ( St. Anna) Landelijk (kunnen) wonen

2

Venray, gaat voor kwaliteit van het

Herstructurering

voorzieningenniveau en zoekt

Meer woningen en lagere grondprijs hebben

daarbij de juiste schaal om dat te

beperkt effect op de leefbaarheid. Dat is niet de

realiseren. Daarbij zet Venray zich

oplossing.

maximaal in om voorzieningen zoals

Visie op maatschappelijke voorzieningen

basisscholen en

(scholen, wijkcentra, sportcomplexen)

gemeenschapshuizen in dorpen en

Kennis en kunde van realisatie van

wijken te behouden.

voorzieningen grondbeleid/vastgoedbeleid. Samenwerking tussen dorpen.

3

Venray behoudt de kwaliteit van

Natuurontwikkeling: Bijdrage Ruimtelijke

haar landschap.

Ontwikkeling Bijdrage bouwen binnen de contouren Groen/landschap nadrukkelijk in de grondexploitatie Anna: stadslandschap

4

Venray bouwt haar attractief

Ontwikkelen centrum= noordwest hoek, Gouden

stadscentrum verder uit.

Leeuw Optimaal gebruiken van de instrumenten die je hebt als grondbeleid Prioriteren van projecten: keuzes maken tussen bestaande en nieuwe projecten

5

Venray versterkt het toerisme.

Faciliterend: Niet zelf ontwikkelen In kader van bijdrage ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan recreatief fietsen Jachthaven Wanssum

6

Onderscheiden in de regio: De

Welke dorpen nog wel investeren en in welke

kracht van Venray is diversiteit!

niet?

Venray onderscheidt zich door een

Welke dorpen hebben potentie: Oostrum.

sterk centrum met hoogwaardige

Ysselsteyn, Merselo.

voorzieningen, groene woonwijken

Of alleen nog maar faciliterend in de dorpen.

in de kern en dertien dorpen met ieder hun eigen karakter. Venray koestert de verschillen in

51

woonmilieus en we zorgen dat er wat te kiezen blijft. 7

Onderscheiden in woontypen:

Na onderzoek kwalitatieve behoefte:

Venray heeft een grote keuze in

uitgiftebeleid actualiseren?

woningen, in elke prijsklasse en voor iedere levensfase. 8

Bij het maken van keuzes ten

Spanningsveld tussen uitgiftebeleid bedrijven en

aanzien van te stimuleren

grondbeleid

economische ontwikkelingen is de

Meerwaarde: stimuleren kwaliteit maar dat kost

meerwaarde daarvan voor de

geld. Prioriteer en herzie evt het uitgiftebeleid

gemeente leidend.

Kleinschalig toerisme: faciliterend Naast herstructurering worden ontwikkelmogelijkheden gezocht voor de reeds in Venray gevestigde bedrijvigheid.

9

Venray bevordert de

Maatschappelijke voorzieningen: faciliterend

beschikbaarheid van kennis op alle

Uitgiftebeleid

opleidingsniveaus door het ontstaan

Herstructurering

van kennisclusters te stimuleren, de instroom naar het technisch onderwijs te bevorderen en de samenwerking tussen onderwijs en arbeidsmarkt te stimuleren.

3. Zelfsturing 1. Venray investeert in mensen en

Levensloopbestendig bouwen

stimuleert mensen om zalf

Faciliterend aan volkshuisvestelijk en

verantwoordelijkheid te nemen voor

maatschappelijk beleid

de kwaliteit van hun eigen leefomgeving. Dorps- en wijkraden hebben daarin een belangrijke rol. 2. De Venrayse dorpen ontwikkelen

Verkopen leegkomend maatschappelijk vastgoed

nieuwe, kleinschalige economische functies en nemen initiatieven om de leefbaarheid in de dorpen te behouden en te versterken. 3. Burgers bepalen zelf (mede) de inrichting van hun leefomgeving.

Faciliteren

52

Grondexploitaties Woningbouw; winstgevende exploitaties Aan den Heuvel deel A Aan den Heuvel deel B Ysselsteyn fase II Veulen Brukske

Looptijd

BIJLAGE 2 Lopende grondexploitaties

2020 2025 2024 2030 2018

Totaal winstgevende expl. woningbouw Woningbouw; verliesgevende exploitaties Laagheide Molenhof Vredepeel Castenray Oirlo Zuid-Oost (Kerkhoek) Heide

2021 2021 2028 2035 2029 2034

Totaal verliesgevende expl. woningbouw Bedrijventerrein; winstgevende exploitaties De Blakt (1) De Hulst

2018 2017

Totaal winstgevende expl. bedrijventerreinen

TOTAAL EXPLOITATIES

Toekomstige grondexploitaties/strategische eigendommen Locatie

Soort plan

Beslismoment

Hulst I

Bedrijventerrein

2016

Smakt

Woningbouw

2016

Bijlage 3 Uitgiftecriteria Hulst II en De Blakt Er wordt onderscheid gemaakt tussen ‘harde’ en ‘zachte’ criteria. Harde criteria zijn criteria waaraan bedrijven in principe altijd aan moeten voldoen. Zachte criteria zijn aanvullende criteria waarmee een bedrijf pluspunten kan scoren. Op die manier kan beter ingeschat worden of een bedrijf een toegevoegde waarde heeft voor Venray. De tabel dient als hulpmiddel bij de keuze om een bedrijf wel/niet een kavel aan te bieden.

53

Harde criteria Economisch

ja

nee

Passend binnen economisch profiel: De Blakt: grootschalige productie/industrie (productontwikkeling, assemblage van producten en/of machines) en logistiek (value added logistics) De Hulst II: kantoren (sales, marketing, helpdesks, shared services), kennis- en maakindustrie (productontwikkeling, assemblage van technologisch hoogwaardige producten en/of machines), ICT, life sciences Minimaal aantal arbeidsplaatsen (vanaf begin en/of groeiverwachting): De Blakt 35 arbeidsplaatsen/ha De Hulst II 45 arbeidsplaatsen/ha Bereidheid deelname parkmanagement organisatie Ruimtelijk Voldoet aan randvoorwaarden bestemmingsplan en evt.

beeldkwaliteitplan (zoals minimale/maximale kavelomvang, milieucategorie) Parkeren, laden en lossen op eigen terrein Ruimtelijke kwaliteit op zichtlocaties: groene inpassing, representatieve uitstraling Zachte/Plus criteria Economisch Lokale binding (qua personeel/klanten/afzetmarkt/toeleveranciers) Regionale binding (qua personeel/klanten/afzetmarkt/toeleveranciers) Relaties met bestaande bedrijven op het bedrijventerrein (vanuit clustergedachte) Specifiek voor Hulst II: minimaal 25% van de arbeidsplaatsen op HBO of hoger niveau minimaal 5% van de bedrijfsinvesteringen gaan naar R&D heeft bedrijf relaties met onderwijs en kennisinstellingen Ruimtelijk Passend binnen bestemmingsplan (geen extra procedure nodig) Goede parkeervoorzieningen: capaciteit, situering, veiligheid, uitstraling Uitstraling kantoorruimte: inpandig of op verdieping, situering op terrein Duurzaam materiaal- en energiegebruik Minimaal bebouwd kaveloppervlak 50% (geen reserveruimte) Minimale bouwhoogte 15 m in de middengebieden (logistiek) Geen buitenopslag (niet in het zicht) In geval van verplaatsing binnen Venray: urgentie verplaatsing (wordt elders een ruimtelijk/functioneel knelpunt opgelost) In geval van verplaatsing binnen Venray: geen alternatieve locatie(s) beschikbaar In geval van verplaatsing binnen Venray: concreet zicht op invulling oude locatie

-/+

+

++

54

Bijlage 4 Vergelijking grondprijzen per februari 2016 De vergelijking levert het volgende schema op (grondprijzen in euro’s, per m2 en exclusief BTW) Plaats

Woningbouw

Soc.

Groen-en

woningbouw

reststroken

Bedrijventerrein

Maatschappelijke

230,--

115,--

115,--

115,-- en 150,--

90,--

Residueel

17.500 per

voor

appartement 107,50

100 en 110

Wordt per geval

Kantoren

Winkels

--

--

Kantoren

Winkels

doelen

Vrije sector Venray

gestapeld Horst aan

215,--

de Maas Deurne

bekeken Varieert van

Soc. huur: 20%

50% van de

142,-- en 182,--

Vanaf 256,--

230,-- tot

van de waarde

grondprijswoningbouw

binnenring:

binnenring:

285,--

van de woning

indien aan de

640,-

640

maar min. 285,-

achterkant, 15% van

buitenring:

buitenring:

-

de grondprijs

256,-

390

--

--

woningbouw indien grenst aan de voorzijde Boxmeer

320,-- en

25% korting op

265,-- voor

de grondprijs

Boxmeer en

voor vrije-

Overloon

sector

226,-- voor

€ 57,12

Variërend tussen 100,-- en 150,--

--

55

enkele dorpen4 en 205,-- voor de overige dorpen5 Venlo

Projectmatige

Sociale

woningbouw:

huurwoningen

65,--

109,--

residueel,

13.045,-- per

1,17 huur per jaar voor een

vrije sector

woning

kabel en leidingenstrook

kavels tot 600 m2 206,--

Trade port: Trade port west, deel 1 100,-deel 2: tussen € 93,-- en € 109,-Glas en

Vrije sector

energiecampus

kavels vanaf

tussen 117,-- en

600 m2:

168,--

taxatie van de gehele kavel

Ubroek tussen 56,-- en 120,-Trade port Oost tussen 106,-- en 124,-Veegtes 109,--

4

Sambeek, Vierlingsbeek, Rijckevort, Oeffelt en Beugen

5

Vortum Mullem, Groeningen, Maashees en Holthees.

106,--

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13211213/1