05 Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn Toelichting
Tekst van het document
3
NEN 5725, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, Delft 2017 De (verplicht) te onderzoeken aspecten worden in de NEN 5725 afhankelijk gesteld van de aanleiding van het onderzoek. Aanleiding A is als volgt geformuleerd: opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek 4
|bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 28
stofcategorie stikstofdioxide (NO2) fijn stof (PM10) fijn stof (PM2,5)
2021 12 µg/m3 19 µg/m3 10 µg/m3
2030 9 µg/m3 16 µg/m3 8 µg/m3
De grenswaarden voor de luchtkwaliteitseisen voor PM10, PM2,5 en NO2 zoals opgenomen in de Wet milieubeheer zijn in navolgende tabel weergegeven.
De totale concentratie ter plaatse van het plangebied voldoet ruimschoots aan de geldende normstelling. Conclusie Aangezien ter plaatse van het plangebied sprake is van maximaal 1 nieuwe woning met één ontsluitingsweg waardoor het project te kleinschalig is om in betekende mate bij te dragen aan een verandering/verslechtering van de luchtkwaliteit - en de achtergrondconcentraties ruimschoots voldoen aan de wettelijke normstelling, is voor het aspect luchtkwaliteit sprake van een goed woon- en leefklimaat.
4.5
Geur
Voor het toetsen van een aanvaardbaar woon- en/of leefklimaat ter plaatse van het plangebied en om te voorkomen dat agrarische bedrijven in hun ontwikkeling belemmerd worden, is het bepaalde in de Wet geurhinder en veehouderij van belang. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. Buiten de bebouwde kom geldt een vaste afstand van 50 meter tot een emissiepunt van een veehouderij en 25 meter afstand tot de gevel van een stal van een veehouderij. Aan deze afstanden wordt voldaan. De gemeenteraad van de gemeente Venray heeft een Verordening geurhinder en veehouderij vastgesteld. In deze verordening wijkt de gemeente Venray deels af van de wettelijke normen uit de Wgv. De geurverordening van de gemeente Venray stelt de volgende normen: 1.
Bestaande woongebieden 3,0 ouE/m3
2.
Zoekgebieden woningbouw en bedrijventerreinen 8,0 ouE/m3
3.
Buitengebied 14,0 ouE/m3
De normstelling is onderbouwd in de Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij. In de ‘Aanvulling op de Gebiedsvisie, geurhinder en veehouderij gemeente Venray. Aanvaardbaar woon- en leefklimaat’ is verder voor het buitengebied een maximale achtergrondbelasting van 20 ouE/m³ opgenomen. Een matig woon en leefklimaat (tot 20% geurgehinderden) wordt aanvaardbaar geacht. Bij de beoordeling of het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van het plangebied acceptabel is, dient de geurbelasting veroorzaakt door de individuele bedrijven (voorgrondbelasting) en de geurbelasting op het plangebied veroorzaakt door alle veehouderijen samen (achtergrondbelasting) in beeld te worden gebracht. Beoordeeld moet worden of de belasting acceptabel is.
| bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 29
Voorgrondbelasting Het onderhavige plangebied is volgens de Geurverordening een zoekgebied woningbouw. Er geldt ter plaatse dus een (voorgrond)geurbelastingsnorm van maximaal 8 ouE/m3. Uit de meest recente geurhinderkaarten van de gemeente Venray blijkt dat deze geurnorm nergens binnen het plangebied wordt overschreden.
voorgrondgeurbelasting (plangebied e.o. zwart omcirkeld)
Achtergrondbelasting Op de kaart achtergrondbelasting behorende bij de gemeentelijke geurverordening wordt de indicatieve achtergrondbelasting als matig (13,2 tot 20,0 OU/m 3, 15-20% kans op geurhinder) beoordeeld. Voor de achtergrondbelasting gelden geen vastgestelde wettelijke normen. Uit de gemeentelijke geurverordening blijkt echter dat een achtergrondbelasting van 13,2 tot 20,0 OU/m 3 in de bebouwde kom van Ysselsteyn een achtergrondbelasting is waarbij nog sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat zonder dat er overlast is van geurhinder van veehouderijen. De indicatieve achtergrondbelasting ten aanzien van geurhinder ter plaatse van het plangebied wordt beoordeeld als matig. Een matig leefklimaat ten aanzien van geur wordt in de bebouwde kom van Ysselsteyn op grond van het gemeentelijk beleid aanvaardbaar geacht.
4.6
Bedrijven en milieuzonering
Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige functies of gebieden. Om deze milieuzonering hanteerbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals die is opgenomen in de VNG Handreiking 'Bedrijven en milieuzonering', van maart 2009.
4.6.1 Bedrijven en Milieuzonering; Staat van bedrijfsactiviteiten De VNG Handreiking is ingedeeld in een zestal categorieën met toenemende potentiële milieuemissies. Per bedrijfsactiviteit is voor elk ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven die in beginsel moet worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
|bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 30
het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstype 'rustige woonwijk' , 'rustig buitengebied' of vergelijkbare omgevingstypen; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q. bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. De milieucategorie is direct afgeleid van de grootste afstand: categorie 1: grootste afstand 10 meter; categorie 2: grootste afstand 30 meter; categorie 3.1: grootste afstand 50 meter; categorie 3.2: grootste afstand 100 meter; categorie 4.1: grootste afstand 200 meter; categorie 4.2: grootste afstand 300 meter; categorie 5.1: grootste afstand 500 meter; categorie 5.2: grootste afstand 700 meter; categorie 5.3: grootste afstand 1.000 meter; categorie 6: grootste afstand 1.500 meter. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kortere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype 'gemengd gebied', dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent.
In zo'n geval is het ruimtelijk aanvaardbaar dat de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd.
4.6.2 Invloed milieuhinder op het plangebied Het plangebied maakt deel uit van een rustige woonomgeving. Binnen de bestemming ‘Wonen’ - die geldt voor alle woningen in dit gebied - zijn alleen beroepen aan huis, bedrijven aan huis en kleinschalige verblijfsrecreatie in de vorm van B&B’s toegestaan. Het betreft hier activiteiten die naar aard, omvang en invloed zodanig zijn dat deze in een woning en bijgebouwen kunnen worden uitgeoefend waarbij de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd (milieucategorie 1). Dergelijke lichte en kleinschalige beroeps-en bedrijfsmatige activiteiten zijn dus qua ruimtelijke gevolgen en milieubelasting aanvaardbaar in een woonomgeving. De enige bedrijfsfunctie in de directe omgeving van het plangebied is een klein constructie-en aannemersbedrijf aan de Heidse Peelweg 40 (schuin tegenover het plangebied). Het gaat hier om een aannemersbedrijf met werkplaats (b.o. < 1000 m2). Het betreft hier een categorie 2-bedrijf met een richtafstand tot woningen van minimaal 30 meter. De afstand tussen het bouwvlak van de bedrijfsbestemming van dit bedrijf en het bouwvlak van de woonbestemming van de beoogde woning bedraagt ruim 30 meter.
Door deze ruimtelijke scheiding behoeft er derhalve redelijkerwijs niet gevreesd te worden dat door de milieuinvloed van deze activiteiten een goed woon-en leefklimaat in de toekomstige woning niet gegarandeerd kan worden.
4.7
Externe veiligheid
Het wettelijk kader voor risicovolle bedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), voor het transport van gevaarlijke stoffen is het vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en voor buisleidingen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
| bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 31
Het Nederlandse externe veiligheidsbeleid is gebaseerd op twee elementen: een harde norm in de vorm van het plaatsgebonden risico (PR) en een oriënterende waarde in de vorm van het groepsrisico (GR). De norm voor het plaatsgebonden risico bedraagt één op de miljoen (10-6) per jaar, ofwel 1 op de miljoen blootgestelde personen. Het hanteren van een norm voor het plaatsgebonden risico biedt een basisveiligheidsniveau voor de individuele burger in de omgeving van een risicovolle activiteit. Voor nieuwe situaties geldt deze norm als grenswaarde. Dat wil zeggen dat kwetsbare objecten buiten de 10-6 contour moeten zijn gelegen. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de plaatsgebonden risico-contour ook, maar daar geldt de contour alleen als richtwaarde. Het groepsrisico gaat over de impact van een calamiteit met veel dodelijke slachtoffers tegelijk. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied (1 % letaliteitgrens) gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbare aantal personen, de oriënterende waarde. Dit is een richtwaarde waarvan het bevoegd gezag, voldoende gemotiveerd, kan afwijken. Bedrijven en transport gevaarlijke stoffen Volgens de Risicokaart Limburg zijn er binnen een straal van meer dan 200 meter om het plangebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig.
De dichtstbijzijnde risicovolle inrichting is gelegen aan de Jan Poelsweg 3 in Ysselsteyn (zelftankstation met LPG-doorzet tussen de 500-1000 m3/jaar) met een maximale PR 10-6 contour van 35 meter en een GR-invloedsgebied van 150 meter. Het plangebied ligt op ca. 230 meter van deze inrichting.
plangebied (rood omcirkeld) en risicovolle inrichtingen in de omgeving
De dichtstbijzijnde wegen waarover (incidenteel) vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt zijn de N270 (Deurneseweg) en de N277 (Puttenweg-Jan Poelsweg). De N270 en N277 zijn niet opgenomen in het Basisnet. Volgens de Risicokaart Limburg geldt voor beide wegen – in ieder geval ter hoogte van het plangebied - geen plaatsgebonden risicocontour (PR-contour 10-6/jr = 0 meter). Het plangebied ligt op ca. 670 meter van de N270 en op ca. 330 meter van de N277. Overeenkomstig het Bevt (artikel 8, lid 1) en de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART (paragraaf 2.1)) hoeven geen beperkingen aan het ruimtegebruik van een plan/project te worden gesteld in het gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. Indien de risicobron op meer dan 200 meter afstand van het plan-of projectgebied is gelegen, hoeft geen berekening plaats te vinden van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren en de (toename van) de hoogte van het groepsrisico. Een (beperkte) verantwoordingsplicht voor de hoogte van het groepsrisico is wel aan de orde indien een planof projectgebied zich bevindt binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied wordt bepaald door de 1% letaliteitsafstand van bepaalde stofcategorieën die getransporteerd worden. In de HART zijn per stofcategorie en per modaliteit vaste afstanden opgenomen voor de begrenzing van het invloedsgebied.
|bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 32
Op basis van de rapportage ‘Toekomstverkenningen Vervoer Gevaarlijke Stoffen over de Weg’ kan een doorkijk gemaakt worden voor transporten van bepaalde gevaarlijke stoffen over A-en N-wegen in 2030. De doorkijk is bepaald met behulp van het Global Economy scenario. Hierbij worden aan de reeds bestaande tellingen bepaalde groeifactoren toegekend. Hieruit blijkt dat ter plaatse van de N270 en N277 nu en in 2030 voornamelijk en incidenteel 4 soorten gevaarlijke stoffen worden vervoerd, namelijk LF1 en LF2-stoffen ((zeer)brandbare vloeistoffen), LT2 (zeer toxische vloeistoffen) en GF3-stoffen (brandbare gassen/ LPG en propaan). Het plangebied ligt – wat betreft de afstand tot de N277 (330 meter) - binnen het invloedsgebied van LT2- en GF3-stoffen die over de N277 vervoerd worden. Het plangebied ligt verder – wat betreft de afstand tot de N270 (670 meter) – binnen het invloedgebied van LT2-stoffen die over de N270 vervoerd worden. De gemeente Venray hanteert de beleidslijn dat zij het opstellen van een beperkte groepsrisicoverantwoording en advisering door de VRLN alleen noodzakelijk acht indien een plangebied binnen de afstand behorend bij het invloedsgebied van GF3-stoffen (maximaal 355 meter) is gelegen. Deze situatie doet zich hier voor. Een beperkte groepsrisicoverantwoording is dan ook noodzakelijk.
In het kader van dit plan is dan ook een beperkte groepsrisicoverantwoording opgesteld. Bij de verantwoording is ingegaan op de aspecten (bereikbaarheid/bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid) genoemd in artikel 7 van het Bevt. Voor de inhoud van de beperkte groepsrisicoverantwoording wordt verwezen naar de rapportage die als bijlage 2 integraal deel uitmaakt van deze plantoelichting.
Buisleidingen Het transport van gevaarlijke stoffen middels buisleidingen is gebaseerd op het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Dit besluit verplicht gemeenten en provincies om buisleidingen op te nemen in het bestemmingsplan, inclusief een belemmerende zone. Het Bevb gaat niet uit van bebouwings-, veiligheids- of toetsingsafstanden, maar van grenswaarden voor plaatsgebonden risico en een verantwoordingsplicht voor groepsrisico, vergelijkbaar met het Bevi. In onderhavige situatie ligt de dichtstbij gelegen buisleiding op ca. 1600 meter afstand van het plangebied. Het betreft hier een hogedruk aardgasleiding (Z-541-16 (4000 kPa werkdruk)). De PR-contour 10-6/jr ligt binnen de reguliere belemmeringenstrook van 5 meter aan weerszijde vanuit het hart van de leiding. Om inzicht te krijgen in de bandbreedte van het invloedsgebied van de buisleidingen is het Handboek buisleiding in bestemmingsplannen-Handreiking voor opstellers van bestemmingsplannen (geactualiseerde versie 2016) geraadpleegd, waarin uit tabel 5.1 ‘1%-letaliteitsgrens bij hogedruk aardgastransportleidingen’ blijkt dat voor buisleidingen als de bovenstaande de 1%-letaliteitsafstand 95 meter bedraagt.
Hieruit volgt dat buisleidingen geen beperkingen opleggen aan dit plan; de berekening van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico evenals een verantwoording is niet aan de orde.
Hoogspanningsleidingen Zonering rond het bovengrondse hoogspanningsnet in Nederland is vastgelegd in de Netkaart van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De Netkaart bevat o.a. gegevens over de netbeheerder en de breedte van de indicatieve zones. Op basis van de informatie van o.a. de Netkaart blijkt dat er geen hoogspanningslijnen in de directe nabijheid van het plangebied liggen die van invloed zijn op het plan.
| bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 33
4.8
Niet Gesprongen Explosieven (NGE)
Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen (blindgangers), granaten, mijnen en (handwapen)munitie. Ook in Venray hebben delen van het gemeentelijke grondgebied in de Tweede Wereldoorlog onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het besluitgebied, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). Met behulp van het explosievenonderzoek worden de aanwezigheid en risico’s van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht. De gemeente Venray adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detectieonderzoek uit te (laten) voeren. Dit onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de bestemmingsplanprocedure niet juridisch afdwingbaar. Het is echter te allen tijden de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving.
4.9
Ecologie
4.9.1 Natuur en landschap Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland en zeer kwetsbare gebieden in het kader van de Wet ammoniak en veehouderij (Wav). Het plangebied omvat geen landschapselementen of bomen met een beschermde status. Er is geen sprake van lichtvervuiling of het inbrengen van vervuil water in de bodem en het grondwater. Tevens worden er geen bomen gekapt. Ook voor plannen buiten Natura 2000-gebieden die afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kunnen hebben voor het desbetreffende gebied moet alvorens het plan wordt vastgesteld een passende beoordeling van de gevolgen voor het gebied worden gemaakt, waarbij rekening wordt gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen, tenzij de gevolgen kunnen worden uitgesloten. Het dichtstbij gelegen Natura 2000 gebied (Deurnsche Peel & Mariapeel) bevindt zich op een afstand van ca. 2,4 km van het plangebied.
|bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 34
Natura 2000-gebied en plangebied
Verstorende effecten van de bouw en het gebruik van één woning op dit natuurgebied zijn redelijkerwijs niet te verwachten, omdat er geen oppervlakteverlies of verontreiniging plaatsvindt, geen mechanische effecten zijn en geen sprake is - op deze ruimte afstand - van verstoring door licht, geluid en trillingen. Ook leidt dit plan niet tot een toename van de stikstofdepositie op dit Natura 2000-gebied (zie hiervoor ook paragraaf 4.9.2 van deze plantoelichting).
4.9.2 Stikstof De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitatals de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Na de uitspraak van de Raad van State (d.d. 29 mei 2019) mag het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer als basis voor toestemming voor activiteiten die stikstof uitstoten worden gebruikt. Daarom moet per activiteit duidelijk worden gemaakt dat beschermde natuurgebieden daardoor niet worden aangetast. Het beoogde project mag geen negatieve effecten veroorzaken op de omliggende Natura 2000-gebieden. Het plan kan leiden tot verhoogde emissie van stikstof. In deze rapportage wordt een analyse uitgevoerd van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op voor stikstof gevoelige habitattypen een leefgebieden van soorten in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde natuurgebieden zijn ‘Boschhuizerbergen’ op ca. 9,7 km van het plangebied en de ‘Deurnsche Peel & Mariapeel’ op ca. 2,4 km.
berekening Voor de berekening van de planbijdrage voor de depositie van NOx en NH3 in Natura 2000-gebieden is gebruik gemaakt van de AERIUS-versie 2022 (d.d. 26-01-2023). aanlegfase Ten behoeve van de realisatie van één extra vrijstaande levensloopbestendige woning aan de Heidse Peelweg in Ysselsteyn zal gedurende de aanlegfase gebruik worden gemaakt van een stikstof uitstotende graafmachine, mobiele kraan en een betonwagen. Daarnaast vinden er vervoersbewegingen plaats naar de bouwlocatie en is er sprake van een stationaire belasting van de voertuigen op de locatie.
| bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 35
De aanlegfase betreft een tijdelijke ontwikkeling en zal minder dan één jaar duren. De werkzaamheden zullen in 2023 worden uitgevoerd. Deze gegevens zijn in het stikstofonderzoek ingevoerd. gebruiksfase Voor de invoer van de berekening zijn de kencijfers van CROW voor een ‘vrijstaande woning, koop, weinig stedelijk, rest bebouwde kom, maximale verkeersgeneratie’ gebruikt. De totale verkeersgeneratie voor de woning komt op 8,6 vervoersbewegingen per dag. Vanwege het gebruik van de woning wordt verondersteld dat het gebruik licht wegverkeer betreft. Door de gebruikte afstand tot aan de rotonde Deurneseweg zullen de vervoersbewegingen niet meer te onderscheiden zijn van het heersend verkeersbeeld. De verkeersaantrekkende werking ten opzichte van het heersende verkeersbeeld van 12.037 vervoersbewegingen is kleiner dan de maximaal toegestane bijdrage van 2% van het heersende verkeersbeeld. Hierdoor is de verhouding van de ontwikkeling en het heersende verkeersbeeld niet bepalend voor de toe te passen afstand in de AERIUS berkening. Er is geen sprake van een stookinstallaties, want de woning wordt gasloos uitgevoerd. Uit berekening van de invoerwaardes blijkt dat de gemodelleerde emissies van de gebruiksfase niet leiden tot overschrijding van gestelde depositie-norm.
conclusie Op basis van bovenstaande uitgangspunten en bijgesloten bijlagen kan geconcludeerd worden dat de geplande activiteiten ten behoeve van zowel de aanleg- als de gebruiksfase vanwege één extra woning geen belemmeringen vormt als gevolg van de stikstofuitstoot op voor stikstof gevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Voor de volledige inhoud van het stikstofonderzoek en –berekening met AERIUS-calculator wordt verwezen naar het rapport dat als bijlage 3 integraal onderdeel uitmaakt van deze plantoelichting.
4.9.3 Flora en fauna Op de site van de Provincie Limburg (www.natuurgegevensprovincielimburg.nl) en op www.waarnemingen.nl zijn de actuele natuurgegevens (flora en avifauna) van het plangebied ontsloten. Uit deze gegevens blijkt dat binnen het plangebied geen rode lijst soorten of aandachtsoorten voorkomen. Gezien ook het huidige gebruik van de locatie en de verstoring die daardoor nu al optreedt - gras wordt regelmatig gemaaid en gronden worden geroerd - is het de verwachting dat er alleen incidenteel algemene soorten planten en dieren aanwezig zijn. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde Asoorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Verder zijn er ter plaatse van het plangebied geen (leegstaande) gebouwen en ook geen bomen en bosschages aanwezig. Hierdoor kan er geen sprake zijn van vaste verblijf-en rustplaatsen van vleermuizen of nesten van broedvogels. In het gebied kunnen vleermuizen aanwezig zijn. Het betreft dan alleen vleermuizen die hier foerageren.
Ook na realisering van de extra woning kunnen vleermuizen hier foerageren en zullen er mogelijk nieuwe plekken voor kraamkolonies ontstaan. Verder kunnen algemene soorten zoals een veldmuis, mol, konijn en egel van het gebied gebruik blijven maken. Overigens kunnen al deze dieren ook in tuinen leven, waardoor de ingreep (op termijn) zelfs positief zal zijn. Gezien het gebruik van het gebied en het ontbreken van geschikte wateren is dit gebied niet geschikt voor amfibieën of reptielen. Gelet op het ontbreken van beschermde soorten planten en broedvogels op de bouwlocatie vindt er geen verstoring plaats. Vervolgonderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming is derhalve niet noodzakelijk.
|bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 36
4.10 Cultuurhistorie en archeologie 4.10.1 Cultuurhistorie Binnen het plangebied zijn geen rijks -of gemeentelijke monumenten gelegen. Ook ligt het plangebied niet binnen een molenbiotoop of een beschermd stads-of dorpsgezicht.
4.10.2
Archeologie
De gemeente Venray heeft in dit kader, in 2008, dan ook een archeologische beleidskaart (ABK) voor haar grondgebied opgesteld (Moonen, B.J. 2008, Begrensd verleden; Een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart en de cultuurhistorische waardenkaart voor de gemeente Venray (RAAP-Rapport 1482). Vanwege de gemeentelijke herindeling in 2010 heeft de gemeente Venray in 2011 een geactualiseerde ABK voor het gehele (gewijzigde) grondgebied opgesteld. Deze kaart is – samen met archeologische beleidsregels in 2013 vastgesteld.
archeologische beleidskaart
Volgens deze archeologische beleidskaart van de gemeente Venray geldt voor het hele plangebied de status ‘droge en natte gebieden met een lage archeologische verwachting’ (categorie 7). Voor gronden met deze status bestaan er vanuit archeologisch oogpunt geen belemmeringen voor ruimtelijke ontwikkelingen. In het kader van dit plan is archeologisch onderzoek dan ook niet noodzakelijk.
| bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 37
4.11 Verkeer en parkeren Het plangebied wordt ontsloten via de Heidse Peelweg. Deze weg heeft verkeerskundig een functie als verblijfsgebied/erftoegangsweg. Het bestaande profiel is op deze functie afgestemd. Ter hoogte van het plangebied geldt een 30 km/u-regime. Het benodigd aantal parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van de 'Beleidsnota Parkeernormen Venray'. In deze beleidsnota zijn de parkeerkencijfers van het CROW vertaald naar parkeernormen voor de Gemeente Venray. De normen staan weergegeven in bijlage 3 van de Beleidsnota. In de beleidsnota staan verder de uitgangspunten en toepassingsregels m.b.t. parkeren. De woningbouwlocatie valt onder de zone 'Rest bebouwde kom, kerkdorpen en buitengebied'. De Beleidsnota Parkeernormen Venray kent een specifieke parkeerkencijfer voor wonen in deze zone, namelijk 2,0 pp /woning. Er wordt op eigen terrein zorggedragen voor 2 parkeerplaatsen per woning. De parkeerplaatsen zullen naast elkaar dan wel afzonderlijk gespreid over de percelen worden aangelegd. De parkeerplaatsen zullen echter in geen geval achter elkaar gerealiseerd worden. Verwezen wordt hier ook naar het bepaalde in paragraaf 2.2.2 van deze plantoelichting.
|bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 38
HOOFDSTUK 5
WATERPARAGRAAF
Ruimte maken voor water in plaats van ruimte onttrekken aan water; dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Het watertoetsproces is één van de instrumenten om dit te bereiken. Het proces is er om waterbelangen in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Een van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid voor de 21e eeuw vorm te geven is het watertoetsproces. Het watertoetsproces moet ervoor zorgen dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten die relevant zijn voor de waterhuishouding.
5.1
Regelgeving, beleid en uitgangspunten
5.1.1 Waterbeheerplan Waterschap Limburg De gemeente Venray valt in de zin van wateraangelegenheden binnen de Keur van het Waterschap Limburg. Het Waterschap Limburg is de waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheerder en de beheerder van de primaire en secundaire waterkeringen. In het waterbeheerplan 2016-2021 is de koers uitgezet voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg en wordt aangegeven hoe het waterschap invulling zal geven aan de taak om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten en voldoende en schoon water. In het plan is vastgelegd hoe men het watersysteem en waterkeringen op orde wil brengen en houden. Ook staat hierin welke bijdrage het waterschap levert aan de Europese Kaderrichtlijn Water. Voorbeelden van maatregelen zijn: 1.
het aanleggen en verbeteren van dijken tegen overstromingen;
2.
het aanpakken van knelpunten van wateroverlast;
3. 4.
herstellen van beken; het verbeteren van de effluentkwaliteit van de rioolwaterzuiveringsinstallaties.
Voor het aan de orde zijnde plan en plangebied kent het Waterbeheerplan geen specifieke uitgangspunten.
5.1.2 Legger en Keur Waterschap Limburg Het waterschap kent naast zijn beleid de Keur als regelgeving (en de bijbehorende Legger als kaart). Om zijn taak uit te kunnen oefenen, maakt het waterschap gebruik van deze Keur. De Keur is een door het waterschapsbestuur vastgestelde verordening waar gedoogplichten, geboden en verboden in staan. Deze regels gelden voor toestanden en handelingen op en vlakbij waterkeringen, watergangen en kunstwerken zoals duikers. De Keur bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken en waterpartijen, alsmede de onderhoud- en beschermingszones. Het waterschap levert deze gegevens aan de gemeente, teneinde de hoofdwatergangen en waterkeringen, inclusief de onderhoud- en beschermingszone in het bestemmingsplan te regelen. Op 1 april 2019 heeft het Waterschap een nieuwe Keur vastgesteld.
5.1.3 Toetsingspunten waterparagraaf in de toelichting van bestemmingsplannen Het Waterschap Limburg hanteert sinds 1 april 2019 de volgende uitgangspunten voor haar toetsing met betrekking tot de behartiging van waterhuishoudkundige belangen binnen een bestemmingsplan alsmede voor de toetsing van de waterparagraaf van een bestemmingsplan: 1.
2.
Circa 10% van het plangebied reserveren voor water. Doorgaans zijn lager gelegen gebiedsdelen het meest geschikt. Nagaan of plangebied nodig is voor wateropgave van omliggende gebieden; zorgen dat geen logische waterstructuren worden geblokkeerd. Rekening houden met hoogteverschillen in plangebied en omgeving. Voorkomen van wateroverlast en erosie door afstromend water vanuit de omgeving naar het plangebied en andersom.
3.
Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand. Input voor ontwerpen van het hemelwatersysteem. Denk ook aan bodemverontreinigingen.
4.
Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit. Schoonhouden, scheiden, zuiveren.
| bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 39
5.
Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit. Hergebruik water, vasthouden in de bodem (infiltratie), tijdelijk bergen, afvoeren naar oppervlaktewater, afvoeren naar gemengd of DWA-riool.
6.
Toepassen voorkeurstabel afkoppelen. Verantwoorde systeemkeuze conform voorkeurstabel; maatwerk per situatie. Bij voorkeur toepassen van bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. Bij diepteinfiltratie gelden zeer strenge randvoorwaarden; liever geen diepte-infiltratie toepassen.
7.
Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 100 mm per etmaal voor Noord Limburg (ten noorden van Sittard) en 80 mm per twee uur ten zuiden van Sittard met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur. Voldoende opvangcapaciteit en een duurzame leegloop realiseren.
8. 9.
Beheer en onderhoud regelen. Denk aan bereikbaarheid, controlemogelijkheid, verantwoordelijkheid. Watersysteem verankeren in het bestemmingsplan.
5.1.4 Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2022-2025 In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2022-2025 is het beleid voor het beheer van de gemeentelijke riolering voor de periode 2022 tot en met 2025 vastgelegd. Het plan bevat een beschrijving van de huidige situatie, een evaluatie van de aan het plan voorafgaande periode en een beschrijving van de te verwachten toekomstige ontwikkelingen. In het GRP wordt onder andere ingegaan op hemelwater- en oppervlaktewaterafvoer. In het kader van het GRP is onderzoek gedaan naar de geschiktheid van het uitvoeren van afkoppelprojecten binnen de gemeente. Op basis van de bodemgesteldheid, de hoogte van de grondwaterstand en de aanwezigheid van oppervlaktewater is onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor afkoppeling: uit het onderzoek blijkt dat in het overgrote deel van de gemeente Venray voldoende mogelijkheden voor afkoppeling aanwezig zijn. Bij afkoppelprojecten wordt in de eerste plaats gekeken naar openbare verharde oppervlakken. Daarbij wordt opgemerkt dat afkoppelen als maatregel slechts wordt uitgevoerd in combinatie met wegwerkzaamheden (onder andere reconstructies van wegen) of rioolvervangingen, dit gezien de kosten die dergelijke ingrepen met zich meebrengen. Het afkoppelen van particuliere oppervlakten wordt slechts in uitzonderlijke situaties meegenomen.
Bij particuliere duurzame waterhuishoudkundige systemen, zoals bergings- en infiltratievoorzieningen hanteert de gemeente Venray de volgende voorwaarden: 1.
infiltratievoorziening dient minimaal een neerslaggebeurtenis van 60 mm te kunnen verwerken;
2.
de infiltratievoorziening dient een leeglooptijd te hebben van 24 uur of minder;
3.
noodoverloop gaat via maaiveld - en niet via ondergrondse buizen of leidingen - naar de openbare riolering.
5.2
Waterhuishoudkundige situatie plangebied
afvoerend verhard oppervlak en riolering Het plangebied heeft een oppervlakte van 900 m2. Het plangebied is een braakliggend, onverhard perceel bestaand uit grasland. Het plangebied is geheel onbebouwd. Het nieuwe bestemmingsplan maakt één vrijstaande, levensloopbestendige woning met bijbehorende bouwwerken mogelijk. Het bouwplan voorziet in een toename van het afvoerend verhard oppervlak van 410 m2 (namelijk dakoppervlak van 260 m2 + schatting van de toekomstige omringende erfverharding van maximaal 150 m 2). Ter plaatse van de Heidse Peelweg ligt een gemengd rioolstelsel. bodem en grondwater Het maaiveld van het plangebied ligt op een hoogte van 31 meter boven NAP, net als de omliggende gronden. De bodemopbouw tot 9 m-mv (Formatie van Boxtel) bestaat voornamelijk uit zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus. De gemiddelde freatische grondwaterstand ligt op 1 m-mv (30 meter boven NAP). Er staan geen peilbuizen in de directe omgeving van het plangebied. Er zijn geen klachten bekend van grondwateroverlast in de omgeving. Het plangebied heeft verder geen specifieke status als grondwaterbeschermingsgebied.
|bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 40
geohydrologie Er is geen informatie aanwezig over de feitelijke K-waarden van het plangebied zelf. De K-waarden (geeft de mate van infiltratiegeschiktheid aan) van het plangebied e.o. kunnen – op basis van informatie uit de bodemdoorlatendheidskaart van het waterschap Limburg – echter worden geschat op 0,75 – 1,5 m/dag.
bodemdoorlatendheid plangebied e.o.
Onderstaande tabel geeft de classificatie van de waterdoorlatendheid van bodemlagen weer:
De onderhavige gronden zijn derhalve 'vrij goed tot goed doorlatend' en daarmee zeer geschikt voor hemelwaterinfiltratie.
Oppervlaktewater en beschermingszone Oppervlaktewater en waterlopen zijn binnen het plangebied niet aanwezig.
Hoogwaterproblematiek Het plangebied ligt buiten het stroomvoerend en bergend rivierbed van de Maas, een en ander zoals geregeld in de beleidsregels "Grote Rivieren" alsmede buiten het dal van beken met een specifieke of algemene ecologische functie.
| bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 41
5.3
Duurzame verwerking van regenwater
De voorzieningen die - op basis van de locatiespecifieke kenmerken en de beslismethodiek – geschikt zijn voor de onderhavige situatie zijn: 1.
wadi, greppel, infiltratievijver;
2.
infiltratiekratten, -koffers, -sleuf, -riool;
3.
infiltratie door waterpasserende verharding.
De voorkeur van zowel de gemeente Venray als het Waterschap Limburg gaat uit naar een open bovengrondse infiltratievoorziening. In deze voorzieningen worden eventuele verontreinigingen in de bovengrond gebonden. Door de toplaag periodiek te vervangen wordt de kans op het ontstaan van een bodem- of grondwaterverontreiniging en het dichtslibben van de voorziening tot een minimum beperkt. Een voorbeeld van zo’n voorziening is een wadi, infiltratiesloot of infiltratievijver. Bij de bepaling van de kwantitatieve bergingscapaciteit van een te realiseren waterbergende – en infiltrerendevoorziening zal uitgegaan worden van de onderstaande randvoorwaarden: 1.
afvoerend verhard oppervlak van 410 m2;
2.
een minimale K-waarde van 0,75 m/dag;
3.
veiligheidsfactor van 0,5 m;
4.
absoluut infiltratiesysteem met een dimensionering van 60 mm berging;
5.
100% afkoppeling van het afvoerend verhard oppervlak;
6.
hemelwater vanaf erfverharding afstromen naar de tuin.
juridische borging Het aanleggen en in stand houden van een systeem van duurzame hemelwaterverwerking op eigen terrein zal als een voorwaardelijke verplichting opgenomen worden in de planregels van dit bestemmingsplan (artikel 3.1 onder d. jo artikel 5.2). De keuze en technische uitwerking van het uiteindelijk te realiseren waterbergende – en infiltratiesysteem zal plaatsvinden in het kader van de aanvraag - omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. huishoudelijk afvalwater Onder de Heidse Peelweg ligt een gemengd rioolstelsel. Het huishoudelijk afvalwater vanaf de woning zal op het openbaar riool geloosd worden. bouwmaterialen De gemeente Venray streeft naar het terugdringen van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen (zoals koper, zink e.d.). Dit aspect is als aanbeveling opgenomen in het pakket duurzaam bouwen. Van de bouwende partij wordt daarom, voorzover relevant, gevraagd geen gebruik te maken van uitlogende bouwmaterialen.
5.4
Overleg met waterschap
Vooroverleg met en advies van het waterschap Limburg maakt onderdeel uit van de watertoets. Het waterschap Limburg heeft op 6 december 2022 haar advies gegeven. Het waterschap constateert dat het plan voldoet aan de normering die gesteld wordt door de gemeente Venray. Zij adviseren echter 100 mm in 24 uur. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt geadviseerd alles klimaatneutraal/adaptief in te richten.
|bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 42
HOOFDSTUK 6 6.1
JURIDISCHE VORMGEVING
Algemeen
Het bestemmingsplan heeft als doel het planologisch-juridisch kader te geven voor de ontwikkeling van het beschreven plan. De nadere juridische invulling is gedetailleerd geregeld. Dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: 1. plantoelichting (inclusief bijlagen); 2. planregels; 3. verbeelding. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Waar dat noodzakelijk was , is afgeweken van de standaard en is het plan specifiek toegesneden op de feitelijke situatie in het onderhavige plangebied. Verder voldoet dit bestemmingsplan aan de digitale eisen uit het ' Uitbestedingsprotocol digitale bestemmingsplannen gemeente Venray (versie 090305)' . De plansystematiek voldoet - onder meer - aan de volgende RO-standaarden 2012: 1. 2. 3.
6.2
Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012; PraktijkRichtlijn BestemmingsPlannen (PRBP) 2012; Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI) 2012.
Planmethodiek
Er is, volgens de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik.
6.3
Toelichting op de verbeelding
In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis ingevolge het voorliggende plan, indien en voor zover deze in de regels daaraan wordt gegeven. Als een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis heeft, is deze niet opgenomen in de verbeelding. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan wel op een topografische ondergrond gelegd. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn bij de verbeelding opgenomen in een renvooi. Opgemerkt wordt nog dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar kunnen verschillen, immers de wijze van raadplegen is ook verschillend. Inhoudelijk zijn er echter geen verschillen te vinden.
6.4
Toelichting op de regels
De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, in bestemmingsregels, in algemene regels en in overgangs- en slotregels. De Inleidende regels bestaan uit begrippen en de wijze van meten, teneinde te voorkomen dat discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In de Begrippen (artikel 1) wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als gebruikte begrippen niet in deze lijst voorkomen, dan geldt de uitleg/interpretatie conform het dagelijks taalgebruik. In het artikel over de Wijze van meten (artikel 2) worden de te gebruiken meetmethodes vastgelegd.
| bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 43
De bestemmingsregels van een bestemmingsplan bevatten regels omtrent het gebruik van de in het plan begrepen gronden en bebouwing. Per onderscheiden bestemming is een apart artikel gemaakt. Het onderhavige bestemmingsplan bevat de enkelbestemming 'Wonen' (artikel 3). Per bestemming is in de bestemmingsomschrijving aangegeven welke doeleinden binnen die bestemming zijn toegestaan. In de bouwregels wordt verder aangegeven welke bebouwing mogelijk is binnen de betreffende bestemming. Tevens kunnen Burgemeester en Wethouders nadere eisen stellen aan de situering van gebouwen en de inrichting van gronden. Daarnaast zijn in de voorkomende gevallen per bestemming flexibiliteitsregels opgenomen, in de vorm van een afwijkingsmogelijkheid voor het bevoegd gezag om in nader aangegeven gevallen van de bouw-of gebruiksregels te kunnen afwijken. In de Algemene regels zijn opgenomen de Anti-dubbeltelbepaling (artikel 4), de algemene bouwregels (artikel 5), een algemene gebruiksregel (artikel 6), de algemene afwijkingsregels (artikel 7) en de procedure- en overige regels (artikelen 8 en 9). In de Overgangs- en slotregels zijn het overgangsrecht (artikel 10) en de slotregel artikel 11) opgenomen.
|bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 44
HOOFDSTUK 7 7.1
UITVOERBAARHEID
Economische uitvoerbaarheid
De realisatie van het plan geschiedt voor rekening van de initiatiefnemer. Het plangebied is ook geheel in eigendom van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer en de gemeente Venray hebben samen een anterieure exploitatie-overeenkomst (inclusief planschadeverhaalsclausule) gesloten ten behoeve van het gemeentelijk kostenverhaal en de afwenteling van eventuele planschadeclaims op de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is niet in het geding.
7.2
Handhaving
Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan een sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde wijze daadwerkelijk aan het plan worden gehouden. In dit bestemmingsplan is daarom allereerst gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van in het bijzonder de planregels. Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter in de praktijk de mogelijkheden om toe te zien op de naleving van het plan. Bewust zijn in het plan geen detailbepalingen opgenomen die – hoewel misschien op zichzelf niet onwenselijk – in de praktijk niet kunnen worden gehandhaafd. In het verlengde daarvan is zoveel mogelijk afgezien van bepalingen die door de bewoners en andere gebruikers als een onnodige beperking van hun vrijheid kunnen worden gevoeld.
Hoe minder knellend de planregels zijn, hoe kleiner de kans dat het met de regels wat minder nauw wordt genomen. In de praktijk worden op de lange duur immers ook alleen die regels gerespecteerd waarvan door de betrokkenen de noodzaak en de redelijkheid wordt ingezien. In de bouwregels zijn maten opgenomen die van toepassing zijn op gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Te realiseren gebouwen en andere bouwwerken moeten voldoen aan deze maatvoering, zo niet, dan kan het college van burgemeester en wethouders geen omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen. Gebruiksregels zijn opgenomen om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen uit te sluiten. Toetsing aan de gebruiksregels is aan de orde bij functiewisseling of nieuwvestiging. Het gemeentebestuur draagt de verantwoordelijkheid om toe te zien op de naleving van de opgenomen regels in het bestemmingsplan.
7.3
Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.3.1
Bekendmaking ex artikel 1.3.1. Bro
Op ……2022 hebben burgemeester en wethouders van Venray - op grond van artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening - via de gemeentelijke website bekendgemaakt dat zij het voornemen hebben om het bestemmingsplan ‘Heidseweg 29 -33 Ysselsteyn’ voor te bereiden.
| bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 45
7.3.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
De provincie Limburg heeft in het kader van het wettelijk vooroverleg per e-mailbericht van 15 december 2022 gereageerd. De provincie Limburg heeft geen overwegende bezwaren, mits het stikstofonderzoek wordt uitgevoerd met de laatste versie van AERIUS Calculator. Dat is inmiddels gebeurd.
7.3.3
Omgevingsdialoog
Als onderdeel van een goede ruimtelijke ordening heeft de gemeente Venray aan de initiatiefnemer verzocht om met betrekking tot dit plan een zorgvuldige omgevingsdialoog te voeren met omwonenden en evt. andere belanghebbenden. Hierbij geldt dat de uitkomst van de omgevingsdialoog geen toetsingsgrond vormt voor het wel of niet meewerken aan dit plan. De gemeente beoordeelt uitsluitend of de omgevingsdialoog op een (voldoende) zorgvuldige wijze is gevoerd. Communicatie en dialoog De omwonenden zijn namens de initiatiefnemer geïnformeerd over het plan. Op 24 mei 2022 zijn de omwonenden middels een schriftelijke presentatie geïnformeerd over het nieuwbouwplan. Eenieder is vervolgens in de gelegenheid gesteld om t/m 7 juni 2022 eventuele opmerkingen en/of suggesties per mail kenbaar te maken. Naar aanleiding van de schriftelijke presentatie zijn er 3 reacties binnengekomen. De ontvangen reacties/opmerkingen geven geen aanleiding tot wijzigingen of een nader overleg. Er is door de initiatiefnemer een eindverslag gemaakt waarin een volledige verantwoording is opgenomen omtrent de gevoerde omgevingsdialoog. Het eindverslag van de omgevingsdialoog is als bijlage 4 bij deze plantoelichting gevoegd en maakt er integraal deel vanuit.
7.3.4
Procedure ontwerpbestemmingsplan
Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van …. 2023 tot en met…..2023. In deze periode was het voor eenieder mogelijk om zienswijzen in te dienen tegen het plan. In deze periode zijn geen zienswijzen ontvangen.
|bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 46
BIJLAGEN BIJ TOELICHTING
| bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 47
BIJLAGE 1 VOORONDERZOEK BODEM
|bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 48
BIJLAGE 2 BEPERKTE GROEPSRISICOVERANTWOORDING
| bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 49
BIJLAGE 3 STIKSTOFONDERZOEK
|bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 50
BIJLAGE 4 EINDVERSLAG OGD
| bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |