05 Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn Toelichting
Tekst van het document
Pagina | 2
BESTEMMINGSPLAN Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn Gemeente Venray
| bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 3
VERANTWOORDING EN STATUS Titel:
bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn gemeente Venray
Opdrachtgever: Contactpersoon:
Bonants Bouw Venray de heer F.J.C. Bonants
Aantal pagina’s:
51
1e Concept: 2e Concept: Ontwerp: Definitief:
23-06-2022 04-11-2022 06-02-2023
Opsteller:
mr. A.W.C.M. Jansen
paraaf:
Controleur:
mr. J.C.M.G. Beusmans
paraaf:
COLOFON BEUSMANS & JANSEN Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening Post- en kantooradres: Steeg 12 5975 CE Sevenum T/F: 077-3744817 M: 06-30202996 E: I:
beusmans-jansen@kpnplanet.nl www.beusmans-jansen.nl
© 2023 Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem gebruikt worden voor het doel waarvoor het is vervaardigd en met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening geeft in ieder geval geen toestemming aan de opdrachtgever om d it document te gebruiken of te laten gebruiken indien facturen niet of niet volledig voldaan zijn. Alle rechten voorbehouden.
|bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 4
PLANTOELICHTING
| bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 5
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Ligging plangebied Voorgaande plannen Leeswijzer
HOOFDSTUK 2 ANALYSE VAN HET PLANGEBIED EN PLANBESCHRIJVING 2.1 Analyse van het plangebied e.o. 2.2 Woningbouw
HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER 3.1 3.2 3.3 3.4
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
HOOFDSTUK 4 MILIEU-PLANOLOGISCHE ASPECTEN EN ONDERZOEKEN 4.1 M.e.r.-beoordeling 4.2 Geluidhinder 4.3 Bodem 4.4 Luchtkwaliteit 4.5 Geur 4.6 Bedrijven en milieuzonering 4.7 Externe veiligheid 4.8 Niet Gesprongen Explosieven (NGE) 4.9 Ecologie 4.10 Cultuurhistorie en archeologie 4.11 Verkeer en parkeren
HOOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3 5.4
7 7 7 8 9
10 10 12
13 13 15 19 19
25 25 26 27 27 28 29 30 33 33 36 37
WATERPARAGRAAF
38
Regelgeving, beleid en uitgangspunten Waterhuishoudkundige situatie plangebied Duurzame verwerking van regenwater Overleg met waterschap
38 39 41 41
HOOFDSTUK 6
JURIDISCHE VORMGEVING
|bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
42
Pagina | 6
6.1 6.2 6.3 6.4
Algemeen Planmethodiek Toelichting op de verbeelding Toelichting op de regels
HOOFDSTUK 7
42 42 42 42
UITVOERBAARHEID
44
7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Handhaving 7.3 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
44 44 44
BIJLAGEN BIJ TOELICHTING
| bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
46
Pagina | 7
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan
De heer F.J.C. Bonants is eigenaar van een perceel grond tussen de Heidse Peelweg 29 en 33 te Ysselsteyn (gemeente Venray) (hierna ook te noemen: de initiatiefnemer resp. het plangebied). Bij brief van 14 juli 2021 heeft hij een verzoek tot principe-medewerking ingediend bij de gemeente Venray om op dit perceel maximaal één vrijstaande woning te realiseren (hierna ook te noemen: het plan). Op 2 augustus 2021 (kenmerk: BRO2021-0157) heeft B&W van Venray besloten om hier medewerking aan te verlenen. Voor betreffende locatie vigeert het bestemmingsplan ‘Ysselsteyn’ (vastgesteld op 27 september 2016) met de bestemming ‘Agrarisch’. De bouw- en gebruiksregels van deze bestemming maken woningbouw op deze locatie niet mogelijk. Hierdoor is het noodzakelijk om een nieuw bestemmingsplan voor deze locatie op te stellen. Het voorliggende bestemmingsplan ‘Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn’ voorziet in een adequate planologischjuridische regeling ten behoeve van de woningbouw op deze locatie. Het bestemmingsplan 'Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn’ bestaat uit een digitale en analoge verbeelding met de daarbij behorende regels waaraan een toelichting is toegevoegd. Naast de digitale versie is er tevens een versie op papier van het bestemmingsplan beschikbaar.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied van het onderhavige bestemmingsplan is gelegen binnen het bestaande stedelijk (dorps)gebied van het kerkdorp Ysselsteyn (binnen de bebouwde kom). Zie voor de ligging de onderstaande afbeelding.
ligging plangebied (rood omcirkeld) in Ysselsteyn
Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Venray, sectie M. nr. 1876 en is plaatselijk bekend als Heidse Peelweg ong. (gelegen tussen Heidse Peelweg 29 en 33). Het plangebied heeft een omvang van ca.900 m 2.
|bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 8
De kadastrale situatie is op nevenstaande afbeelding weergegeven. Tevens is de grens van het plangebied ingetekend. De plangrens is zodanig getrokken dat deze samenvalt met openbare ruimte (zoals straten) en overige perceelsgrenzen. Ook is de plangrens zodanig getrokken dat er ten opzichte van het plangebied van het vigerende bestemmingsplan geen 'gaten' vallen. Verder is het plangebied gelijk aan het exploitatiegebied.
plangebied
1.3
Voorgaande plannen
Voor het plangebied vigeert het volgende bestemmingsplan:
Naam bestemmingsplan
Bestemmingen en aanduidingen
Vaststelling Raad
Ysselsteyn
- Agrarisch
27 september 2016
| bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 9
uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan
De bouwregels van de bestemming ‘Agrarisch’ staan ter plaatse het bouwen van gebouwen niet toe (zie artikel 3.2.1). Verder vloeit uit de algemene gebruiksregels voort dat ‘wonen’ strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met de doeleinden van de agrarische bestemming oplevert en verboden is zonder omgevingsvergunning (zie artikel 22.1).
1.4
Leeswijzer
De plantoelichting bestaat uit de volgende delen. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met een analyse van het plangebied en een beschrijving van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling (het plan). In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan het relevante rijks-, provinciale - en gemeentelijke beleid. Hoofdstuk 4 bevat een expliciete toetsing van het plan aan alle relevante milieu-planologische aspecten. De gevolgen voor de waterhuishouding (waterparagraaf) zijn beschreven in hoofdstuk 5. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan wordt behandeld in hoofdstuk 6. Hoofdstuk 7 behandelt de economische uitvoerbaarheid van dit plan, de handhavingsaspecten en beschrijft de gevolgde procedure.
|bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 10
HOOFDSTUK 2
ANALYSE VAN HET PLANGEBIED EN PLANBESCHRIJVING
2.1
Analyse van het plangebied e.o.
2.1.1
Korte historische schets
Ysselsteyn is 100 jaar geleden aangelegd in een destijds nieuw ontginningslandschap. De restanten van het daarvoor aanwezig uitgestrekte hei- en bosterrein, treft men nog aan in de directe omgeving zoals in de Heidse Peel. Ysselsteyn werd in het begin van de 20e eeuw gesticht als compleet nieuwe nederzetting in het kader van de grote Peelontginning. Vanuit Venray werd destijds het initiatief genomen om in het kader van de grootschalige aanleg van nieuwe cultuurgronden juist op deze plek nieuwe woningen en nieuwe agrarische bedrijven te stichten. De ruggengraat van het stedenbouwkundig plan bestond (en bestaat nog steeds) uit een Yvormig wegenstelsel.
2.1.2
Ruimtelijke en functionele structuur
Ruimtelijke hoofdstructuur, stedenbouw en verkeer Van oorsprong bestaat er een sterke relatie tussen de wegenstructuur en het natuurlijk landschap. Doorgaande wegen werden op de hogere gronden aangelegd, waarbij veelal de hoogtegradiënt werd gevolgd. De Deurneseweg (N 270) en de Middenpeelweg (N277) vormen de historische oost-west en noord-zuidverbindingen tussen Noord-Limburg en Oost-Brabant en vormen tot de dag van vandaag belangrijke ruimtelijke en infrastructurele drager in het gebied. Het overige wegenpatroon is gelijktijdig met de systematische ontginning van het Peelgebied tot stand gekomen en kent in hoofdzaak een rechtlijnig beloop. De meeste erftoegangswegen in Ysselsteyn komen uiteindelijk op de N270 of N277 uit. Ysselsteyn ligt aan de kruising van deze twee oost-west en noord- zuid lopende wegen (N270 en N277, waarvan de laatste door de dorpskern heen loopt). Ten oosten van Ysselsteyn ligt het Peelkanaal, ten zuiden de ontginningsweg. In tegenstelling tot de meer organisch gegroeide stedenbouwkundige structuur van de oude esdorpen, vindt de ruimtelijke opbouw van Ysselsteyn -zowel wat betreft het dorp zelf als het omringende landelijke gebied – zijn oorsprong in een geheel planmatige stedenbouwkundige structuur, die ontwikkeld werd op basis van een (deels aanwezig) geometrisch patroon.
De kruising van de doorgaande provinciale wegen, het Y-vormig wegenstelsel met de ringweg en het rechthoekig verkavelingspatroon van het buitengebied, zorgden tezamen voor een heldere en sterke stedenbouwkundige opzet. Het rechthoekig verkavelingspatroon c.q. het rechthoekige grid van het landelijke (agrarische) gebied rond de bebouwde kom van Ysselsteyn is een duidelijk voorbeeld van de planmatige wijze van het in cultuur brengen van dit soort jonge peelontginningen. De meeste (agrarische) bedrijven en -bebouwing zijn gevestigd en gebouwd langs de openbare wegen. Het plangebied is onderdeel van het bestaande stedelijke (dorps)gebied van het dorp Ysselsteyn. Functies Het plangebied zelf kent (nu nog) een agrarische functie. Aan de zuidkant van de Heidse Peelweg (aan weerskanten van het plangebied zijn burgerwoningen aanwezig. Aan de noordkant van de Heidse Peelweg (tegenover het plangebied) zijn een niet-agrarisch bedrijf met bedrijfswoning en twee burgerwoningen aanwezig. Verder bevinden zich in het gebied ten noorden van de Heidse Peelweg grootschalige akkers en weilanden van het Ysselsteynse buitengebied. Op grotere afstand bevinden zich enkele agrarische bedrijven.
| bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 11
2.1.3
Feitelijke staat van het plangebied
Het plangebied is een braakliggend - geheel onverhard en onbebouwd - perceel. Het perceel wordt gebruikt als wei-en akkerland. Bomen, bosschages of andere groenvoorzieningen ontbreken.
luchtfoto plangebied e.o. (bron: Google Maps 2022)
feitelijke staat van het plangebied (bron:Google Maps 2022)
|bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 12
2.2
Woningbouw
2.2.1 Ruimtelijke en stedenbouwkundige randvoorwaarden Het plan voorziet in een planologisch-juridische regeling om de bouw van maximaal één vrijstaande grondgebonden woning mogelijk te maken. In het reeds genoemde besluit tot principe-medewerking van 02 augustus 2021 (kenmerk: BRO-2021-0157) heeft de gemeente Venray al vastgesteld dat het vanuit stedenbouwkundig oogpunt acceptabel is om ter plaatse van het plangebied een vrijstaande woning te realiseren. Een woning op dit kavel is passend in het straatbeeld van de Heidse Peelweg. Tussen de te realiseren woning en de bestaande woning Heidse Peelweg 29 blijft voldoende ruimte om een mogelijke uitbreiding van de plannen ‘Achter de Jera fase 1’ en ‘In de Wei’ te ontsluiten op de Heidse Peelweg. Het blijft hier echter wel van belang dat de woning zich in het lint en haar directe omgeving voegt, waarbij een aantal ruimtelijke uitgangspunten van belang zijn: de woning moet worden uitgevoerd in maximaal 1 tot 1,5 laag met een kap; de woning moet levensloopbestendig worden uitgevoerd; er dienen 2 parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd; de woning dient ook een uitstraling richting oostzijde te krijgen, waar in de toekomst mogelijk een nieuwe ontsluiting komt; de woning dient verder aan te sluiten bij de planregels van bestemmingsplan Ysselsteyn.
Er is op dit moment nog geen concreet bouwplan ontwikkeld. Dit zal – met in acht name - van bovenstaande randvoorwaarden plaatsvinden nadat het onderhavige bestemmingsplan in werking is getreden. De bovenstaande ruimtelijke randvoorwaarden zullen namelijk planologisch-juridisch geborgd worden doordat zij verwerkt worden in de planregels van de bestemming ‘Wonen’ van dit bestemmingsplan. Een toekomstig bouwplan moet (!) derhalve voldoen aan deze voorwaarden.
2.2.2 Duurzaamheid, veiligheid, ontsluiting en parkeren De nieuwe woning zal in ieder geval worden gebouwd met in acht name van de BENG-eisen en TO-juli-eis. De woning zal worden uitgevoerd met een luchtwarmtepomp, PV-panelen en zal –uiteraard- volledig gasloos zijn. Het aantal PV-panelen wordt aan de hand van de BENG berekening bepaald. Al het hang- en sluitwerk en via opklimming bereikbare deuren en ramen zullen voldoen aan het POLITIE KEURMERK VEILIG WONEN. De beoogde woning wordt direct ontsloten via de Heidse Peelweg. Er wordt op eigen terrein zorggedragen voor 2 parkeerplaatsen naast elkaar.
| bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 13
HOOFDSTUK 3
BELEIDSKADER
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Het NOVI loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld: In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050? Als we alle wensen naast elkaar leggen, ontstaat het volgende beeld. We willen een land: • dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; • met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; • waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; • met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; • waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.
• dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; • waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; • dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit project relevante nationale belangen zijn: a. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. b. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Afweging Het plan is, op nationaal niveau, dermate kleinschalig dat het geen wezenlijke invloed heeft op nationale belangen.
Verstedelijkingsbeleid laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten zelf. De realisatie van dit project leidt niet tot strijdigheden met de uitgangspunten uit het NOVI.
|bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 14
3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd. Vanaf 1 juli 2017 moeten ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken worden getoetst aan de nieuwe Ladder Duurzame Verstedelijking. De grondslag voor de nieuwe Ladder-toets is het nieuwe artikel 3.1.6 lid 2 Bro. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.
Voor woningbouwlocaties geldt dat in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Indien niet meer dan 11 woningen binnen een bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, is er volgende de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geen sprake van de ruimtelijke ontwikkeling van een nieuwe woningbouwlocatie of een andere stedelijke voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i van het Bro (zie uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 (dorpskern Annen)). Afweging Het onderhavige plan voorziet in de bouw van slechts één nieuwe vrijstaande woning. Hierdoor is het project dermate kleinschalig dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De toetsing aan de Ladder Duurzame Verstedelijking is niet noodzakelijk.
3.1.3 Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro) In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ((Barro) voorheen ook genoemd: AMvB Ruimte) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro bevat alle ruimtelijke rijksbelangen uit de eerder uitgebrachte planologische kernbeslissingen (PKB’s) en geeft middels regels en plankaarten (juridisch) de mogelijkheid om de rijksbelangen veel directer door te laten werken in de ruimtelijke plannen van andere overheden. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische Hoofdstructuur (EHS), nationale landschappen, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Afweging Met het onderhavige plan zijn geen nationale belangen gemoeid waarbij geen van de genoemde rijksbelangen rechtstreeks doorwerken in dit bestemmingsplan. In het plangebied is verder ook geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn.
| bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 15
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Limburg Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Na een uitgebreid participatief proces hebben Provinciale Staten op 1 oktober 2021 de Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie Limburg is op 25 oktober 2021 in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Provinciale Omgevingsvisie zijn de volgende beleidsnota’s komen te vervallen: Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014); POL-aanvullingen Zandmaas (2002, 2004, 2010), uitbreiding Groeve ’t Rooth (2006) en beëindiging kalksteenwinning St. Pietersberg (2009). De POL-aanvulling Grensmaas (2005, 2010) blijft in stand, maar wordt opgevat als een programma onder de Omgevingsvisie. In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1.
Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving
a.
in stedelijk c.q. bebouwd gebied
Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen. In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven. Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk. Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid. b.
in landelijk gebied
Limburg kent een uniek landschap en prachtige natuurgebieden. Dit is niet vanzelfsprekend. In het landelijk gebied ligt de nadruk op uitdagingen die te maken hebben met onder meer klimaatadaptatie, de transitie van de landbouw, de inpassing van energie en het zoeken van de balans tussen natuur(behoud), ruimtelijke kwaliteit en het mogelijk maken van ontwikkelingen. Daarnaast zijn schaalvergroting en leegstand van agrarische bebouwing, toeristisch-recreatief (mede)gebruik, biodiversiteit, stikstof en (grond)waterkwaliteit belangrijke thema’s. 2.
Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie.
Tot 2020 groeit het aantal banen in Limburg. De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag. In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal ouderen toeneemt. Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentratie van kwetsbare groepen. Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan. 3.
Klimaatadaptieve en energietransitie.
Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt uitdagingen en veiligheidsoverwegingen, maar ook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van thema's. Deze klimaatontwikkelingen hebben invloed op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natuur. Ook verandert de komende jaren de energievoorziening in Nederland fors.
|bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 16
Deze energietransitie zal ook een grote impact hebben op de woon- en leefomgeving in Limburg. Energiebesparing in industrie, landbouw, woningen en mobiliteit én het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, zijn hierbij uitdagingen met impact op de omgeving. De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: A. Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; B. Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. A.
Thema Wonen en leefomgeving
De Omgevingsvisie Limburg houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten.
Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving. De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied. Groen, schone lucht, het tegengaan van hittestress en voorzieningen om wateroverlast (zowel overstromingen als droogte) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit. B.
Zonering
Het toekomstbeeld voor Limburg kan worden gevangen in een indicatieve zonering. Die zonering bouwt voort op de ‘tijdloze’ karakteristiek van de ondergrond; de geomorfologie en het watersysteem en de typering en ontwikkeling van het ruimte- gebruik in deelgebieden binnen Limburg in de afgelopen decennia. Het geformuleerde beleid in de Omgevingsvisie leidt niet tot aanpassingen van de begrenzing in de bestaande indicatieve kaartbeelden. De Omgevingsvisie is een visie in tekst en bevat geen specifiek kaartmateriaal. De begrenzingen van de zoneringen en andere werkingsgebieden die voortkomen uit de Limburgse principes en de uitwerkingen in de thema’s in deze Omgevingsvisie, zullen verankerd worden in het kaartmateriaal behorende bij de Omgevingsverordening Limburg. Daarna dienen deze tevens ter ondersteuning van deze visie.
| bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 17
De kaarten bij de Omgevingsverordening zijn zoneringskaarten. Dit betekent dat zones over bouwblokken, gebouwen, wegen, paden en ander grondgebruik, anders dan beoogt in de betreffende zonering, geprojecteerd zijn. Ook komt het voor dat de begrenzing van zones, bijvoorbeeld bufferzones rondom beken, dwars over percelen geprojecteerd zijn. Het precieze begrenzen van alle gebruiksfuncties hoort thuis op het niveau van de gemeentelijke omgevingsplannen. Voor de bestemmingen in de vigerende bestemmingsplannen (onder de Omgevingswet: omgevingsplannen) heeft de Omgevingsvisie geen directe gevolgen. De daarin vastgelegde bestemmingen blijven staan zolang er zich geen nieuwe ontwikkelingen voordoen. Het plangebied ligt binnen de volgende zone: Landelijke kernen;
uitsnede zoneringskaart (bron; ontwerp-Omgevingsverordening Limburg)
landelijke kernen De leefbaarheid en vitaliteit van de kernen in het landelijk gebied is belangrijk. Een aantal kernen vervult op sommige terreinen een regionale verzorgende functie met onderwijs, zorg, cultuur, winkels en werklocaties) De zorg voor een goede kwaliteit van de leefomgeving en een goede bereikbaarheid zijn hier belangrijke uitgangspunten. Afweging Het plan behelst de realisatie van één vrijstaande woning op een locatie binnen bestaand stedelijk (dorps)gebied. Met het woningbouwplan wordt een bebouwingsgat binnen een bestaande woonstraat opgevuld. Woningbouw binnen kleine kernen zoals Ysselsteyn levert tevens een belangrijke bijdrage aan de versterking van de leefbaarheid in het dorp.
3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 De Omgevingsverordening Limburg is op 1 januari 2011 in werking getreden maar is in 2014 gewijzigd vanwege de vaststelling van POL 2014, waarin was bepaald dat er een nieuw hoofdstuk Ruimte aan de Omgevingsverordening zou worden toegevoegd. Dat hoofdstuk Ruimte is gericht op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van het POL 2014 naar gemeentelijke ruimtelijke plannen. Behalve de toevoeging van het hoofdstuk Ruimte zijn in de Omgevingsverordening Limburg 2014 ook de verordeningen Veehouderijen en Natura 2000 (van oktober 2013) en Wonen Zuid-Limburg (van juli 2013) opgenomen. Hiermee zijn alle verordeningen die betrekking hebben op het omgevingsbeleid ondergebracht in één document. Het hoofdstuk Ruimte heeft twee kenmerkende verschillen met de andere onderdelen van de verordening.
|bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 18
In de eerste plaats bevat het hoofdstuk geen gedragsvoorschriften die gelden voor iedereen, maar uitsluitend instructiebepalingen die zijn gericht tot gemeentebesturen. Elders in de Omgevingsverordening wordt zeer incidenteel gebruik gemaakt van deze methodiek, maar het hoofdstuk Ruimte kent geen andere bepalingen dan opdrachten aan gemeentebesturen, die door de besturen in acht moeten worden genomen bij het vaststellen van bestemmingsplannen en bepaalde omgevingsvergunningen. Het tweede verschil met de overige onderdelen van de Omgevingsverordening is dat de Wet ruimtelijke ordening slechts zeer beperkte mogelijkheden biedt om ontheffing te verlenen van een bepaling uit het hoofdstuk Ruimte. Artikel 2.4.2 van de Omgevingsverordening Limburg heeft betrekking op 'wonen' en kent de volgende bepalingen: 1.
Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg.
2.
Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg.
3.
Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen.
4.
Het derde lid is niet van toepassing indien: a.
er sprake is van een door de gemeenteraad vastgestelde Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg; en
b.
het ruimtelijk plan voldoet aan het bepaalde in de vastgestelde Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg.
5.
De toelichting bij het ruimtelijke plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg respectievelijk de regio Midden-Limburg respectievelijk de regio Zuid-Limburg, dat betrekking heeft op het toevoegen van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen, bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste lid respectievelijk het tweede lid respectievelijk het vierde lid.
6.
De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat tevens een verantwoording van de bijdrage die met de vaststelling van dat ruimtelijk plan wordt geleverd aan de regionale opgave gericht op het terugdringen van de planvoorraad van nog onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen.
Afweging Het betreft hier een zodanig kleinschalige ontwikkeling dat deze niet valt onder de definitie 'nieuwe stedelijke ontwikkeling ' zoals bedoeld in artikel 2.2.1 van de Omgevingsverordening Limburg 2014 en artikel 1.1.1 onder i, jo. artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro. Hierdoor is de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking in het kader van dit plan niet aan de orde. Verwezen wordt naar de motivatie zoals opgenomen in paragraaf 3.1.2 van deze plantoelichting. In dit kader zijn de leden 1, 5 en 6 van toepassing. Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van één nieuwe duurzame, energiezuinige en levensloopbestendige vrijstaande woning in een van de kleine kerkdorpen van Venray. Er zijn nog steeds te weinig woningen in dit specifieke segment van de Venrayse woningmarkt. Voor het plangebied kent de Verordening geen verdere beperkingen. Het plan is dan ook niet strijdig met de Omgevingsverordening Limburg 2014.
| bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 19
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 Op 22 september 2020 heeft de gemeente Venray de nieuwe Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 vastgesteld. Deze woonvisie geeft richting aan het woonbeleid voor de komende 4 jaar. Het is de 2e visie die door de 8 Noord-Limburgse gemeenten in gezamenlijkheid is opgesteld. In deze visie wordt teruggekeken naar de vorige visie: waar komen we vandaan en wat willen we meenemen naar de nieuwe visie. En zijn er ook zaken die veranderd zijn? Het 'wonen’ is steeds meer verweven met andere beleidsvelden in het economische én het sociaal domein. In het hoofdstuk 'analyse: trends en ontwikkelingen' wordt aangegeven wat de huishoudensontwikkeling is. Demografie blijft immers een belangrijke onderlegger voor het woonbeleid. Prognoses geven een handvat om in te spelen op de toekomstige ontwikkeling van onze bevolking. Hierbij gaat het zeker niet alleen om aantallen, maar ook om de samenstelling van onze bevolking. Uit de analyse die inzicht geeft in de sterke en zwakke segmenten van de woningvoorraad, blijkt dat de aandacht met name moet uitgaan naar de bestaande voorraad. Ook zijn allerlei trends en ontwikkelingen die de context waarbinnen wordt gewerkt, beïnvloeden en de druk op de leefbaarheid vergroten. Denk hierbij aan grote ontwikkelingen zoals de energietransitie en de vergaande extramuralisering van de zorg.
Vanuit deze analyse is er dan ook een aantal opgaven dat kan worden samengevat in: Mismatch woningbehoefte en woningvoorraad Het gaat hierbij om zowel de bestaande woningvoorraad, als nieuwbouw. Er wordt geconstateerd dat de samenstelling van onze bevolking verandert. Men wordt ouder en er is een grote toename van het aantal 1persoonshuishoudens. Dit brengt een andere woonvraag met zich mee. Deze vraag sluit maar deels aan op wat we in de bestaande voorraad hebben. De opgave ligt dan ook bij het aanpassen van de bestaande voorraad. De nieuwbouw die wordt toegevoegd dient toegespitst te worden op de toekomstige woningbehoefte. Hierbij wordt nog meer dan voorheen gekeken naar de kwalitatieve vraag en het bevorderen van de doorstroming op de regionale woningmarkt. Bij nieuwbouw is de kwalitatieve toets daarom leidend en in mindere mate de kwantitatieve toets.
Afweging Met dit bestemmingsplan wordt beoogd zo veel mogelijk aan te sluiten bij de beleidsdoelen uit de Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024. In het regionale woonbeleid wordt gestreefd naar de ontwikkeling van woningtypes waar er binnen de Noord-Limburgse woningmarkt nog te weinig van zijn, zoals duurzame, energiezuinige (of zelfs energieneutrale), klimaatgeadapteerde en levensloopbestendige woningen in kleine kernen. Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van één nieuwe duurzame, energiezuinige en levensloopbestendige vrijstaande woning in een van de kleine kerkdorpen van Venray en levert daarmee een directe bijdrage aan deze ambitie.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Toekomstvisie 2030 ‘Venray loopt voorop’ In het coalitieakkoord 2018-2022 ‘Een gezonde toekomst voor Venray’ is opgenomen dat de gemeente Venray wil komen tot een nieuwe strategische visie met een horizon tot 2030. Deze stip op de horizon moet richting geven aan de vraag waarin de gemeente zich de komende jaren wil ontwikkelen gezien de actuele trends en ontwikkelingen. Bijvoorbeeld op het gebied van klimaat, energie, duurzaamheid, leefomgeving, gezondheid, demografie en technologie, maar ook kijkend naar de positie en rol van de gemeentelijke overheid.
|bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 20
Hiertoe heeft de gemeenteraad op 27 juni 2019 een nieuwe strategische visie vastgesteld; de Toekomstvisie 2030 ‘Venray loopt voorop’. Deze visie vervangt de Strategische visie Venray 2020 en de nota ‘Venray, stad in de Peel (2025)’. De toekomstvisie gaat in op: De grote ontwikkelingen die op Venray afkomen en aangeven wat dit betekent voor de opgaven op lokaal en regionaal niveau en voor de vraagstukken of agendapunten voor het lokaal bestuur (kompas); Verbinding en energie opleveren door samen met de Venrayse gemeenschap – inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners – te komen tot een gezamenlijk toekomstbeeld van Venray; Slim verbinding leggen met andere participatietrajecten, zodat hier op voortgebouwd kan worden onder meer bij de totstandkoming van de omgevingsvisie.
Ten aanzien van het thema wonen wordt het belang van een goede kwaliteit van woonomgeving en woningen, de aanwezigheid van werkgelegenheid en kwalitatief goede voorzieningen onderstreept. Met de visie op de gewenste toekomstrichting kan de gemeente Venray effectief sturing geven aan het proces van beleidsontwikkeling en prioritering. De thema’s die centraal staan zijn: 1. Venray is dorp en stad; 2. Venray is kennisintensief; 3. Venray zorgt voor elkaar; 4. Venray is levendig; 5. Venray voorziet in alle woonwensen. De gemeente wil voorzien in alle woonwensen en biedt daarbij de ruimte voor een gevarieerde en boeiende maatschappelijke omgeving. Door een grote zorg voor het in stand houden en verbeteren van de bestaande woonwijken (soms in de vorm van herstructurering) beoogt de gemeente unieke woonmilieus creëren, waarin de bestaande sociale structuren en voorzieningen op een positieve wijze worden beïnvloed. Afweging Het onderhavige woningbouwplan wordt ontwikkeld met in acht name van deze beleidsuitspraken.
3.4.2 Omgevingsvisie Venray Op 2 november 2021 heeft de gemeenteraad van Venray de Omgevingsvisie Venray vastgesteld. De omgevingsvisie van geeft aan wat belangrijk wordt gevonden in de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving is alles wat we buiten zien en voelen: bijvoorbeeld hoe de gemeente eruit ziet, wat de kwaliteit is van de lucht en welke bedrijven er zijn. De omgevingsvisie gaat in op ambities, beleid en de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, wonen en werken en cultureel erfgoed. De onderdelen van deze leefomgeving waar de gemeente trots op is, moeten worden beschermd en verbeterd. Daarnaast zet de gemeente in op nieuwe doelen die zijn beschreven in vier hoofdambities. De omgevingsvisie is gebiedsgericht. Het onderhavige plangebied wordt in de Omgevingsvisie gekwalificeerd als 'woongebied'.
| bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 21
uitsnede kaart Omgevingsvisie
Aan de hand van hoofdambities zijn de volgende actielijnen uitgewerkt: 1.
Versnellen: gezien het urgente woningtekort benoemen we acties om de woningbouw in Venray gericht te versnellen.
2.
Vergroten (kwantiteit): de komende jaren gaan we voor een bouwproductie van minimaal 200 woningen per jaar, door ‘zachte’ plannen hard te maken en extra plannen te ontwikkelen.
3.
Veranderen (kwaliteit): woonmilieu, woningtype en -prijs moeten beter aansluiten bij de behoefte. Naast het uitvoeren van een kwalitatief woningmarktonderzoek zetten we in op meer betaalbare woningen, de aanpak van leegstand, de ontwikkeling van bijzondere woonconcepten en meer (tijdelijke) woningen voor specifieke doelgroepen.
4.
Vergroenen/verduurzamen: we verhogen de kwaliteit van de woning en de woonomgeving door gerichte maatregelen te nemen op het gebied van groen, klimaatadaptief en duurzaam bouwen.
Afweging Dit bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om één nieuwe vrijstaande woning in een van de kleine kerkdorpen van Venray te realiseren. Er wordt gestreefd naar de ontwikkeling van woningtypes waar er binnen de Venrayse woningmarkt nog te weinig van zijn, zoals duurzame, energiezuinige (of zelfs energieneutrale), klimaatgeadapteerde en levensloopbestendige woningen. Woningbouw binnen kleine kernen zoals Ysselsteyn levert tevens een belangrijke bijdrage aan de versterking van de leefbaarheid in het dorp. Gelet hierop past de ontwikkeling binnen het planologische beleid, zoals neergelegd in de Omgevingsvisie Venray.
|bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 22
3.4.3 Omgevingsprogramma Wonen Het op 15 februari 2022 door de raad vastgestelde ‘Omgevingsprogramma Wonen’ is de uitwerking van de beleidsdoelen van de nota ‘Koers op wonen’ en tevens bedoeld als de actualisatie van de thema’s van de Woonvisie 2017-2021. In het Omgevingsprogramma Wonen worden de verschillende beleidsdoelen, maatregelen en instrumenten op hoofdlijnen uitgewerkt, die nodig zijn voor de realisatie van de nieuwbouwopgave en aanpassing van de bestaande woningvoorraad in alle kernen van de gemeente. Het Omgevingsprogramma Wonen is de onderlegger voor ieder project voor nieuwbouwwoningen en verbetering van woningen uit de bestaande woningvoorraad. In het gemeentelijke programma Koers op Wonen werden de ambities en uitgangspunten voor met name de kwantitatieve bouwopgave vastgelegd. De kwalitatieve opgave bleef echter nog wat onderbelicht. Hiervoor was een uitwerking noodzakelijk. In het voorliggende Omgevingsprogramma Wonen is een en ander verder uitgewerkt. Zo zijn de eerdere vier actielijnen (versnellen, vergroten, veranderen en verduurzamen) aangevuld en vertaald naar vijf centrale thema’s: 1. 2. 3. 4. 5.
Snel woningen bouwen Gevarieerd aanbod. Duurzame woningvoorraad. Wonen en zorg. Vitale wijken en kernen.
Venray heeft een urgent woningtekort. De woningmarkt is flink aangetrokken, de woningbehoefte komt voor de meeste kernen van de gemeente beduidend hoger uit dan eerdere prognoses. Om te zorgen dat het in Venray nu én in de toekomst goed wonen en leven is, staat de gemeente voor de grote opgave om het woningtekort (kwalitatief én kwantitatief) terug te brengen en te komen tot een gezond woningbouwprogramma. De gemeente Venray heeft met betrekking tot de realisatie van nieuw en gevarieerd woningaanbod, de volgende ambities geformuleerd: een goede differentiatie van de nieuwbouw, passend bij de behoefte; focus op betaalbaarheid in koop en huur; niet meer van hetzelfde, maar meer variatie in vorm, techniek en doelgroepen; meer sturing en regie op goede plannen, passend bij de opgaven; een daarbij passend stelsel van maatregelen, afspraken en instrumenten; focus op aanpassing bestaande woningvoorraad. Het Omgevingsprogramma Wonen bevat tevens een uitvoeringsparagraaf waarin concrete voorstellen zijn opgenomen. Hierin wordt o.a. ingegaan op de organisatie, de regierol van de gemeente en de samenwerking met onze partners en het beoogde instrumentarium. Om de algehele voortgang te bewaken, zal het in 2021 ingestelde Regieteam Wonen gecontinueerd worden. In de bijlage bij het Omgevingsprogramma Wonen is een beschrijving opgenomen van de belangrijkste woonopgaven per wijk of kern .
Deze bijlage is een momentopname van de actuele stand van zaken van de woningbouwprojecten in alle kernen van Venray. Het overzicht wordt jaarlijks bijgewerkt en geactualiseerd. Afweging Met dit bestemmingsplan wordt beoogd zo veel mogelijk aan te sluiten bij de beleidsdoelen uit het Omgevingsprogramma Wonen. Dit bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om één nieuwe duurzame, energiezuinige en levensloopbestendige vrijstaande woning in een van de kleine kerkdorpen van Venray te realiseren. Voor het dorp Ysselsteyn zijn in de bijlage bij het Omgevingsprogramma Wonen de onderstaande kwantitatieve woningbouwopgaven en huidige woningbouwplannen vastgesteld.
| bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 23
actuele woningbouwsituatie kerkdorp Ysselsteyn
Het onderhavige plan met één extra vrijstaande woning in het bebouwingsgat aan de Heidse Peelweg (tussen nummers 29 en 33) is opgenomen in deze woningbouwopgave tot 2035 voor Ysselsteyn. Met dit woningbouwplan wordt voor Ysselsteyn ook invulling gegeven aan de behoefte van de gemeenschap om meer grondgebonden en levensloopbestendige woningen in het dorp te realiseren.
3.4.4 Trendsportal / Nota “Uitgangspunten Netwerken Infrastructuur en Verkeer, fietsen en lopen in de spotlights’ In de periode december 2017 – februari 2018 hebben acht Noord Limburgse gemeenteraden de Mobiliteitsvisie Noord- Limburg vastgesteld onder de naam Trendsportal. Als gevolg van technologische ontwikkelingen, andere vormen van organisatie en veranderingen in financiële stromen wordt hiermee een verschuiving in gang gezet van meer traditionele infraprojecten naar andersoortige projecten op het gebied van mobiliteit, verkeer en vervoer. De vijf hoofddoelstellingen van Trendsportal zijn: 1. 2. 3. 4. 5.
Verhogen kwaliteit van leven: Mobiliteit zodat iedereen mee kan doen. Verbeteren verkeersveiligheid: Streven naar NUL verkeersslachtoffers. Aantrekkelijk mobiliteitssysteem: Robuust, attractief en betrouwbaar. Ondersteunen milieu- en energietransitie: Overschakelen op schone en stille mobiliteit. Verbeteren ruimtelijk-economische bereikbaarheid: Voor toerisme, agro, maak en logistieke sector.
De omschrijving van de 5 hoofddoelen werd echter nog te abstract geacht om uiteindelijk een goede projectenlijst op te kunnen stellen om die hoofddoelen te realiseren. Elk hoofddoel is daarom uitgewerkt in een aantal subdoelstellingen. De realisatie van de subdoelstellingen ‘kwaliteit van leven’, ‘aantrekkelijk mobiliteitssysteem’ en ‘hoogwaardig en compleet fietsnetwerk’ scoorde hoog. Reden genoeg de komende jaren vooral fietsen en lopen in de schijnwerpers te zetten en hier gelijk al een eerste uitwerking aan te geven. De Nota ‘Uitgangspunten Netwerken Infrastructuur en Verkeer, fietsen en lopen in de spotlights’ is de opvolger van het “Venray’s Verkeer- en Vervoerplan (VVVP)” uit 2007. De gemeente Venray acht het noodzakelijk de komende jaren het niet-gemotoriseerde verkeer (fietsen en lopen) meer in de spotlights te plaatsen. De eerste aandacht gaat dus uit naar het opstellen van een netwerk voor niet-gemotoriseerd verkeer (fiets en voetganger). Dit netwerk heeft de intentie er voor te zorgen dat fietsen en lopen een veilig, aantrekkelijk en voor de hand liggende wijze van vervoer gaan worden voor alle inwoners en bezoekers van Venray en de kerkdorpen. Met dit netwerk wordt het begrip “basis op orde” wat betreft de infrastructuur een nieuw kader meegegeven.
De tweede aandacht gaat uit naar het opstellen van de netwerken voor gemotoriseerd verkeer: personenauto, vrachtverkeer en landbouwverkeer. Voor vele doeleinden is en blijft dit toch dé wijze van vervoer, bijvoorbeeld vanwege de (langere) afstand of het vervoer van goederen.
|bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 24
Infrastructurele maatregelen waarmee het gebruik van de fiets, zowel utilitair als recreatief, wordt gestimuleerd of het autogebruik wordt ontmoedigd, worden in deze netwerkennota meegenomen. Voor stimuleren van fietsverkeer kan het gaan om bijvoorbeeld de aanleg van ontbrekende schakels, het opwaarderen van kwalitatief mindere verbindingen of het verbeteren van de oversteekbaarheid van grote verkeerswegen. Voor het ontmoedigen van autoverkeer, kan het gaan om het weren van verkeer of het aanpassen van de verkeerscirculatie. Afweging Het plangebied wordt ontsloten via de Heidse Peelweg. Deze weg heeft verkeerskundig een functie als erfontsluitingsweg. Via deze weg is het plangebied goed en veilig bereikbaar voor zowel auto-als fietsverkeer.
| bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 25
HOOFDSTUK 4
4.1
MILIEU-PLANOLOGISCHE ASPECTEN EN ONDERZOEKEN
M.e.r.-beoordeling
Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r. wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 20091. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(-beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom per 1 april van 2011 ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r. nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een m.e.r. nodig.
Beoordeling noodzakelijkheid m.e.r.(-beoordeling) Om te bepalen of een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is dient bepaald te worden of het project voorkomt in lijst C of lijst D van het Besluit, of de drempelwaarden worden overschreden, of het project in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. Drempelwaarden Lijst C en D In het plangebied wordt één extra woning opgericht. Het realiseren daarvan komt niet voor in bijlage C van het besluit m.e.r. Er is dus geen sprake van de verplichting om een m.e.r. procedure te doorlopen. Op grond van categorie D11.2 geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht voor onder andere de aanleg of wijziging van ‘een stedelijk ontwikkelingsproject’, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. Een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. Een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen bevat, of 3. Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Blijkens de nota van toelichting bij het Besluit m.e.r.2 kan het bij een stedelijk ontwikkelingsproject gaan om ‘bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan’. Aangezien het initiatief in dit geval betrekking heeft op één woning valt het initiatief ruimschoots onder de drempelwaarde van 2.000 woningen, zodoende is er geen sprake van een directe m.e.r.-beoordelingsplicht.
Vormvrije m.e.r.-beoordeling In het Besluit m.e.r. is aangegeven dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(- beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. In feite zijn daarmee de geval definities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst) indicatief gemaakt. Dit betekent dat niet meer kan worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde ligt en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk is. Onder de geldende 1
HvJ EG 15 oktober 2009, zaak C-255/08 (Commissie tegen Nederland)
2
Staatsblad 2011, nr. 102
|bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 26
regeling moet een motivering worden gegeven. Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud (dat wil zeggen: op basis van dezelfde criteria) aansluit bij de m.e.r.-beoordeling, de diepgang kan echter anders zijn en er zijn geen vormvereisten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.- beoordeling gehanteerd. Gemeenten en provincies moeten dus ook bij kleinere bouwprojecten beoordelen of een m.e.r. nodig is. Die beoordeling is vormvrij. Uit deze plantoelichting blijkt dat het plangebied niet is gelegen in een gevoelig gebied en het initiatief geen negatieve effecten heeft op elders gelegen gevoelige gebieden. Er is geen risico op verontreiniging en het initiatief leidt niet tot hinder voor omliggende functies. Er worden geen gevaarlijke stoffen gebruikt en/ of technologieën toegepast, waardoor er geen sprake is van risico op ongevallen. Uit deze plantoelichting blijkt kortom dat er geen sprake is van nadelige gevolgen voor het milieu. Conclusie 1. De activiteit komt niet voor in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Er hoeft dus geen m.e.r. te worden opgesteld. 2. De activiteit (stedelijk ontwikkelingsproject) valt wel onder categorie D11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Er geldt echter geen m.e.r.-beoordelingsplicht omdat de in kolom 2 bij deze categorie genoemde ‘drempelwaarden’ bij lange na niet worden overschreden. 3.
Omdat de activiteiten wel worden genoemd in een van de categorieën in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar de drempelwaarden niet worden overschreden, dient in beginsel voor dit plan wel een vormvrije m.e.r.- beoordeling te worden uitgevoerd. 4. Uit de uitgevoerde vormvrije m.e.r.-beoordeling is gebleken dat de activiteiten op grond van de selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu leiden en dus geen aanleiding vormen om op grond hiervan alsnog een m.e.r.-beoordeling uit te voeren.
4.2
Geluidhinder
De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen (onder meer onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen) en geluidsgevoelige terreinen (onder meer woonwagenstandplaatsen). Uit art. 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De zonebreedte is afhankelijk van het gebied (stedelijk of buitenstedelijk) en het aantal rijstroken. Binnen de zones moet een akoestisch onderzoek worden verricht. De voorkeursgrenswaarde voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen bedraagt in die zone op de buitengevel 48 dB (art. 82 lid 1 Wgh). Er geldt verder een maximale ontheffingswaarde binnen stedelijk gebied van 53 dB (artikel 83 lid 1 Wgh). Wegverkeerslawaai Alle wegen en straten binnen een straal van 200 meter om het plangebied hebben max. 2 rijstroken en er geldt overal een maximale snelheid van 30 km/uur. Het plangebied is niet gelegen in een geluidzone. Spoorweglawaai en industrielawaai De zones langs het spoor zijn afhankelijk van de vastgestelde geluidproductieplafonds (GPP-waarden) langs het spoor Nijmegen-Venlo.
Conform het Besluit geluidhinder (Bgh) is in onderhavige situatie een wettelijke geluidzone van 600 meter van toepassing. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel van woningen bedraagt 55 dB (art.4.9, lid 1 Bgh). Het plangebied is op ca. 5 km afstand van het spoor gelegen. Het plangebied ligt ruim buiten de vastgesteld geluidzone. In Ysselsteyn is geen gezoneerd industieterrein aanwezig. Op basis van de Wgh is het derhalve niet noodzakelijk om een akoestisch onderzoek te laten verrichten.
| bestemmingsplan Heidse Peelweg 29-33 Ysselsteyn | status: ontwerp |
Pagina | 27
4.3
Bodem
In het kader van het onderhavige plan wordt binnen het plangebied een nieuwe bodemgevoelige functie toegelaten in de vorm van een grondgebonden woning. Voordat door middel van dit bestemmingsplan deze nieuwe functie mogelijk wordt gemaakt zal er inzicht moeten zijn of de bodem- en grondwaterkwaliteit een dergelijke bebouwing en gebruik ook mogelijk maken. HMB BV heeft in mei 2022 een vooronderzoek bodem uitgevoerd. Het doel van het vooronderzoek is vast te stellen of er aanleiding is om bodemverontreiniging te verwachten binnen de beschouwde locatie. De te hanteren werkwijze voor uitvoering van het historisch onderzoek is gebaseerd op de NEN 57253, aanleiding A4. Conclusie Op basis van de resultaten van het uitgevoerde vooronderzoek wordt geconcludeerd dat de onderzoekslocatie als onverdacht ten aanzien van bodemverontreiniging te beschouwen is. Voor de volledige inhoud van het bodemonderzoek wordt verwezen naar de bijgevoegde rapport dat als bijlage 1 integraal deel uitmaken van deze plantoelichting.
4.4
Luchtkwaliteit
Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) heeft tot doel het beschermen van mensen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op de gezondheid. Hierbij is het van belang een onderscheid te maken tussen het: 1. realiseren van een bron (bijvoorbeeld inrichting of weg); 2. realiseren van een nieuwe gevoelige functie. Bij het realiseren van een nieuwe bron moet in beeld gebracht worden of deze ontwikkeling leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit, tenzij de ontwikkeling NIBM (Niet In Betekende Mate) is of onder het NSL valt. Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) Dit is een Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 31 oktober 2007, nr. DJZ2007004707, houdende regels omtrent de aanwijzing van categorieën van gevallen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, onder c, van de Wet milieubeheer (Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)). Voor woningbouw geldt dat woningbouwprojecten van netto niet meer dan 1500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) niet in betekende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 4 lid 1 Besluit NIBM jo. art. 4 lid 2, bijlage 3B.2 Regeling NIBM). Het onderhavige plan voorziet slechts in de bouw van één woning.
Het plan is te kleinschalig om in betekende mate bij te dragen aan een verandering/verslechtering van de luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Achtergrondluchtkwaliteit Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) maakt jaarlijks kaarten met grootschalige concentraties en deposities in Nederland. De kaarten zijn gebaseerd op een combinatie van modelberekeningen en metingen en geven een grootschalig beeld van de luchtkwaliteit en depositie in Nederland zowel voor jaren in het verleden als in de toekomst. De nieuwe concentratiekaarten worden ieder jaar beschikbaar gesteld op 15 maart. De depositiekaarten volgen in juni. Gemeentes, provincies en anderen gebruiken concentratie- en depositiekaarten bij hun rapportage van overschrijdingen in het kader van de Regeling Beoordeling Luchtkwaliteit en bij (ruimtelijke) planvorming. Op basis van de meest recente Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN) van het RIVM blijkt dat de achtergrondconcentratie in 2021 en de - door het RIVM verwachte achtergrondconcentratie in 2030 ter plaatse van het plangebied e.o. ten hoogste bedragen: