05-03 Toelichting bp Achterstraat 4
Tekst van het document
Via deze (tijdelijke) berging kan water vertraagd de bodem worden ingebracht, of vertraagd worden afgevoerd naar het bestaande watersysteem of geheel worden geïnfiltreerd in de bodem. Bij een hydrologisch neutrale ontwikkeling wordt dus geborgd dat extra afvloeiend hemelwater niet wordt afgewenteld op de omgeving. Bodemgesteldheid en grondwater Op de Bodemkaart van Nederland worden de gronden rondom van het plangebied aangeduid als hoge bruine enkeerdgronden bestaande uit lemig fijn zand. Conform de algemene gegevens van het waterschap blijkt het plangebied een goede bodemdoorlatendheid te hebben van 0,45 tot 0,75 m/dag. Op basis van de kaarten behorende bij het Nieuw Limburgs Peil (NLP) blijkt dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand tussen de 200 en 250 cm beneden maaiveld is gelegen.
Ontwerp
40
Afbeelding 17. Uitsnede kaart GHG
Grondwaterbescherming Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Limburg 2014. Oppervlaktewater Op de leggerkaarten van Waterschap Limburg is te zien dat ten westen een jachthaven is gelegen. In deze jachthaven komt de Groote Molenbeek uit, die ten zuidwesten van het plangebied stroomt. Daarnaast is op de leggerkaart te zien dat ten westen van het plangebied diverse keermuren en dijkpalen zijn gelegen waarvan enkele de status ‘te verwijderen’ hebben. Deze waterschapswerken worden beschermd door middel van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk'. De gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – dijk’ reikt niet tot aan het plangebied. Een vergunning van het waterschap is in dit geval derhalve niet benodigd. Afvalwater Voor de afvoer van het huishoudelijk afvalwater zal voor de woningen een aansluiting gemaakt worden op het bestaand gemeentelijk rioleringsstelsel. In de Achterstraat ligt geen riolering derhalve dient een aansluiting te worden gemaakt op de riolering aan de Burgemeester de Weichshavenstraat of op de riolering aan de Brugstraat. De aansluiting op de riolering wordt verder uitgewerkt in het kader van het civieltechnisch ontwerp. Planvoornemen in relatie tot waterhuishoudkundige aspecten Het plangebied wordt herontwikkeld voor woningbouw.
Hierbij is sprake van een wijziging van agrarisch gebruik naar wonen, verkeer en groen. Voor de woningen wordt gestreefd naar afkoppeling van regenwater en infiltratie op het eigen perceel (eis 60 mm). Bij elke woning is voldoende ruimte aanwezig voor het opvangen van hemelwater op eigen terrein. De exacte wijze waarop met hemelwater zal worden omgegaan, wordt uitgewerkt in het kader van het civieltechnisch ontwerp van de woningbouwplannen. In totaal wordt circa 530 m2 aan verhardingen in het openbaar gebied gerealiseerd. Conform het beleid van de gemeente Venray zal de bergingsvoorziening minimaal 60 mm moeten kunnen bergen. Daarnaast moet de bergingsvoorziening zodanig zijn ingericht dat deze binnen 24 uur weer leegloopt in de bodem. De bergingsvoorziening dient derhalve minimaal een inhoud te hebben van minimaal 31,8 m3 (toename verhard oppervlakte (530 m2) * bergingseis (60 mm)).
Ontwerp
41
De exacte wijze waarop met hemelwater zal worden omgegaan, wordt uitgewerkt in het kader van het civieltechnisch ontwerp. Uitgangspunt daarbij is dat hemelwater vanuit het openbaar gebied niet wordt afgevoerd via het riool, maar binnen het plangebied wordt geïnfiltreerd. Voor woningen geldt dat het hemelwater op eigen terrein geïnfiltreerd dient te worden.
5.4
Kabels, leidingen en straalpaden
Grotere kabels en leidingen krijgen in een bestemmingsplan veelal een planologische beschermingszone door middel van een dubbelbestemming. Hiermee wordt de bedrijfszekerheid en de veiligheid van de betreffende leiding gewaarborgd. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is er geen sprake van een dergelijke dubbelbestemming in of in de nabijheid van het plangebied. Binnen een deel van het plangebied loopt een middenspanningskabel die in beheer is door Enexis. Deze kabel zal in de beoogde situatie door de tuinen van de woningen aan “De Hoeve” liggen. Om deze kabel te bescherming is de dubbelbestemming ‘Leiding – elektriciteitskabel’ opgenomen. De toekomstige bewoners van de woningen aan “De Hoeve” zullen op de hoogte worden gesteld dat in de tuin behorende bij hun woning een middenspanningskabel loopt. Een straalpad is een denkbeeldige lijn tussen twee bouwwerken ten behoeve van telecommunicatie. Binnen een straalpad dient rekening gehouden te worden met de maximale bouwhoogte voor zover dat het verboden is enig bouwwerk op de gronden te bouwen met een grotere hoogte dan de hoogte van een straalpad. Verspreid over Nederland staat een aantal militaire- en burgerradarstations. Deze dienen voor de beveiliging van het nationale luchtruim en over de veilige afhandeling van het militaire en het civiele luchtverkeer.
Objecten hoger dan 65 m +NAP binnen 15 nautische mijl (circa 28 km) van dit radarstation kunnen aanleiding geven tot verstoring van het radarbeeld en kunnen derhalve niet worden toegestaan, tenzij uit onderzoek is gebleken dat de mate van verstoring aanvaardbaar is. Hiervoor dient een radarverstoringsonderzoek te worden uitgevoerd. De locatie ligt op circa 18,3 m +NAP. De maximale goothoogte van de woning is vastgelegd op 4 meter, daarnaast dien de helling van de kap ten minste 0° en ten hoogste 65° te bedragen. Met deze goothoogte en maximale helling samen met de ligging van de locatie op 22,3 m +NAP kan gesteld worden dat dit nooit meer bedraagt dan 65 m +NAP. Een radarverstoringsonderzoek is om die reden niet noodzakelijk. Het initiatief heeft geen negatieve effecten op het radarbeeld.
5.5
Natuur
De Europese natuurwetgeving is in Nederland, op het gebied van soort- en gebiedsbescherming, uitgewerkt in de Wet natuurbescherming (Wn). Deze wet heeft tot doel alle in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten en natuurgebieden (Natura2000-gebieden) te beschermen en in stand te houden. 5.5.1 Flora en fauna Om het voorkomen van flora en fauna in het plangebied aan te tonen en het effect van de bouw van de woningen hierop te onderzoeken is een flora- en faunainspectie4 uitgevoerd.
4 Faunaconsult, Flora- en faunainspectie Achterstraat 4 te Wanssum, 26 april 2021
Ontwerp
42
Algemene vogels In het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door het verwijderen van de vegetatie en het slopen van de gebouwen buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan. Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud (Provinciale staten van Provincie Limburg, 2016). Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen.
Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Vleermuizen: aanvullend onderzoek en mitigatie vooraf Het te slopen hoofdgebouw bevat mogelijk vleermuisverblijven. Het slopen van dit gebouw kan daarom leiden tot verstoring of vernietiging van vleermuizen en hun verblijven. Omdat alle vleermuissoorten streng zijn beschermd, dient het voorkomen van dergelijke verblijven conform het vleermuisprotocol (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging, 2021) te worden onderzocht. Volgens het vleermuisprotocol zijn daartoe 5 onderzoeksronden nodig: ▪ 3 ronden (2 avonden en 1 ochtend) onderzoek met batdetectors in de periode 15 mei – 15 juli (waarbij er minimaal 20 dagen zit tussen de twee bezoeken); ▪ 2 ronden (1 avond en 1 ochtend) onderzoek met batdetectors in de periode 15 augustus – 1 oktober (waarbij er minimaal 20 dagen zit tussen de twee bezoeken). Indien blijkt dat er vleermuisverblijven aanwezig zijn, dient de functionaliteit daarvan te worden gewaarborgd. Dit houdt in dat er op aangepaste wijze wordt gesloopt (zodat er geen vleermuizen worden gedood) en dat er nieuwe vleermuisverblijven gecreëerd moeten worden.
Om vertraging te voorkomen, is het verstandig om vooruitlopend op de resultaten van het vleermuizenonderzoek alvast vleermuiskasten verspreid rondom het plangebied op te hangen. Gewone dwergvleermuizen hebben bijvoorbeeld de tijd nodig om aan nieuwe verblijfplaatsen te wennen. Gedurende deze gewenningsperiode moeten zowel de oorspronkelijke situatie als de nieuw aangebrachte vervangende voorzieningen beide aanwezig zijn (BIJ12, 2017). Het is daarom beter om voor zekerheid te gaan en alvast 4 vleermuiskasten van types als VK WS 02, VK MP 02 of VK WS 07 Vleermuizenkast (te bestellen bij vivarapro.nl) of VMT1 (te bestellen bij faunaprojecten.nl) en 2 kraamkasten type VMT3 Kraamkast (te bestellen bij Faunaprojecten.nl) op te hangen. Dit dient te gebeuren aan niet te slopen of renoveren panden binnen een straal van 200 meter van het plangebied (BIJ12, 2017). Als blijkt dat er vleermuisverblijven aanwezig zijn die door de sloopwerkzaamheden zullen worden vernietigd, wordt vertraging van de werkzaamheden (in verband met de gewenningsperiode) in de meeste gevallen voorkomen. De voorgenoemde type vleermuiskasten zijn uitwendige modellen, die in principe niet geschikt zijn als permanente vervanging. Indien blijkt dat er in de te slopen woningen vleermuisverblijven aanwezig zijn, dan dient er een veelvoud van het aantal gevonden vleermuisverblijven te worden gerealiseerd.
Vleermuiskasten die geschikt zijn om te dienen als permanente vervanging, dienen zich inwendig in het gebouw te bevinden. Het gaat om typen als Vivara IB VL 01 Inbouwsteen, die wordt gekoppeld aan een extra compartiment (Vivara IB VL 02). Een goedkoper en beter alternatief bestaat uit het maken van een open stootvoeg van minstens 2 cm breed, waarbij er in de achterliggende spouw een stuk geplastificeerd volièregaas van 2 bij 1 meter wordt geplaatst waaraan de vleermuizen kunnen hangen.
Ontwerp
43
Aanvullend onderzoek vleermuizen Naar aanleiding van de resultaten van de flora- en faunainspectie is daarna een vleermuizenonderzoek5 uitgevoerd. In het plangebied is 1 zomerverblijf van de laatvlieger gevonden. Op 23 juni 2021 werden twee uitvliegende laatvliegers waargenomen uit het kapotte dakraam. Gedurende enkele onderzoekrondes vlogen er een enkele gewone dwergvleermuizen rond het plangebied kort na/voor zonsondergang. Hieruit valt op te maken dat er in de directe omgeving rond het plangebied meerdere verblijven van de gewone dwergvleermuis aanwezig zijn. Overige vleermuissoorten werden niet waargenomen. Net buiten het plangebied zijn nergens vleermuisverblijven waargenomen. Wel werden kort na zonsondergang gedurende twee vleermuizenrondes enkele gewone dwergvleermuizen waargenomen. Deze vlogen niet uit in het plangebied en moeten dus een verblijf net buiten het plangebied hebben, maar in ieder geval in Wanssum. In het plangebied bevindt zich 1 zomerverblijf van de laatvlieger. De laatvlieger is streng beschermd onder de Wet natuurbescherming, evenals hun vaste rust- en verblijfplaatsen. Voordat de bebouwing mag worden gesloopt, dient daarom een ontheffing op de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Om dit planologisch te borgen is aan het plangebied de gebiedsaanduiding ‘Milieuzone – ecologie’ toegekend.
5.5.2 Natura2000 In de omgeving van het plangebied zijn twee Natura 2000-gebieden gelegen. Dit betreffen de gebieden Maasduinen (2,6 km) en Boschhuizerbergen (4,2 km). In de Wnb is voorgeschreven dat voor alle activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op Natura2000-gebieden een Wnb-vergunning vereist is. Over een afstand van 2,6 km of meer zijn negatieve effecten vanuit het plangebied op de Natura2000-gebieden uit te sluiten, behoudens wat betreft verzuring en/of vermesting. Verzuring en vermesting zijn een van de mogelijk negatieve effecten van een initiatief op een Natura2000-gebied en kan een groot bereik hebben daar stikstof (in de vorm van NOx of NH3), welke verzuring en vermesting veroorzaakt, door de atmosfeer kan neerslaan in een Natura2000-gebied. Voor ieder habitattype binnen een Natura2000-gebied dat gevoelig is voor verzuring en/of vermesting is een kritische depositiewaarde (KDW) vastgesteld. De KDW geeft de grens aan waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Door middel van het rekeninstrument AERIUS Calculator wordt de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden als gevolg een initiatief berekend.
Aanlegfase De voorliggende ontwikkeling betreft de sloop van alle aanwezige bebouwing en het oprichten van acht nieuwe woningen aan de Achterstraat 4 in Wanssum. In het kader van het planvoornemen, worden naast de woningen, ook de openbare ruimte ingericht, met onder andere groen, waterberging, een interne ontsluitingsweg en parkeerplaatsen. Zowel bij de sloop van de aanwezige bebouwing, de inrichting van de openbare ruimte als de realisatie van de acht woningen wordt gebruik gemaakt van meerdere (mobiele) werktuigen en vinden verkeersbewegingen plaats. Dit zorgt voor een emissie van stikstof. Deze emissie is berekend. Voor de inzet van (mobiele) werktuigen is uitgegaan van een gemiddeld gebruik van mobiele werktuigen bij de sloop van de bebouwing, de aanpak van de openbare ruimte en de realisatie van woningen (tabel 12).
5 Faunaconsult, Vleermuizenonderzoek Achterstraat 4 te Wanssum, 18 oktober 2021
Ontwerp
44
20 20 24
19,28
2014
Diesel
100
70
2015
Diesel
100
55
2014 2014 2015
Diesel Diesel Diesel
100 140 60
55 80 70
15,49 17,81
2013 2008
Diesel Benzine
40 20
55 40
6,46 3,79
19,47 15,34
11,79
768 386 463
53 27
Totale emissie
38,40 19,28
Brandstofve rbruik (l/j) Adblue verbruik (l/j)
70 70 70
Draaiuren
200 100 100
Liters diesel per uur*
Diesel Diesel Diesel
Belasting (%)
2014 2015 2015
Vermogen (kW)
Brandstof
Betonpomp Hijskraan Graafmachine (middelgroot) Graafmachine (groot) Laadschop (middelgroot) Laadschop (groot) Asfaltfreesmachine Asfalt afwerkinstallatie Wals Trilplaat Totaal
Bouwjaar
Werktuig
Tabel 12. Mobiele werktuigen
1,1 0,4 1,1
24
467
32 32
24
368
25
24 6 6
372 107 71
26 0 0
0,4 3,6
8 24
52 91
0 0
1,1 2,9 13,3
0,8 0,8
2,4
Ten tijde van de aanlegfase vinden ook verkeersbewegingen plaats, onder andere in de vorm van vrachtwagens en busjes. Dagelijks zal personeel (bouwvakkers) de bouwlocatie bezoeken om bouwwerkzaamheden aldaar te verrichten. Daarnaast kunnen ook nog overige bezoekers naar de locatie komen. Er is uitgegaan van 16 bedrijfsbusjes per etmaal, dit betreft middelzwaar verkeer. Naar de locatie rijden ook diverse vrachtauto’s voor het aan- en afvoeren van materialen. Er wordt uitgegaan dat op de drukste dag 12 vrachtwagens aanwezig zijn.
Afbeelding 18. Uitsnede berekening AERIUS Calculator (aanlegfase)
Met de ingevoerde gegevens geeft AERIUS Calculator aan dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Er is derhalve geen merkbaar c.q. negatief effect voor wat betreft stikstofdepositie ter plaatse van de Natura2000-gebieden door het initiatief tijdens de aanlegfase (zie bijlage 2). Gebruiksfase Volgens AERIUS Calculator leidt het gebruik van de woningen tot een standaard emissie NOx van 15,5 kg/jaar. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen’. Er is uitgegaan van de volgende gegevens: ▪ Functie: 4x koop, huis, tussen/hoek en 4x koop, huis, twee-onder-een-kap ▪ Gebiedstype: Rest bebouwde kom in weinig stedelijk gebied Ontwerp
45
Op basis van de kencijfers genereert één tussen/hoekwoning per etmaal minimaal 7,0 en maximaal 7,8 verkeersbewegingen. Op basis van de kencijfers genereert één twee-onder-een-kap woning per etmaal minimaal 7,4 en maximaal 8,2 verkeersbewegingen. Uitgaande van een worst-case benadering genereren alle woningen samen dagelijks 64 verkeersbewegingen, veroorzaakt door 32 voertuigen (elk arriverend voertuig vertrekt weer en genereert dus per saldo 2 verkeersbewegingen). Vanwege het karakter van het initiatief wordt verondersteld dat de voertuigen van en naar de locatie lichte voertuigen betreffen (personenauto’s). Uit de ingevoerde gegevens blijkt dat door de toename van het verkeer de emissie NOx met 1,0 kg/jaar toeneemt vanuit de locatie.
Afbeelding 19. Uitsnede berekening AERIUS Calculator (gebruiksfase)
De stikstofemissie neemt met het gebruik van de woningen toe met 16,4 kg NOx per jaar. Dit leidt op basis van AERIUS Calculator niet tot een toename van stikstofdepositie ter plaatse van de Natura2000-gebieden (bijlage 3). Het initiatief leidt derhalve niet tot extra verzuring of vermesting in Natura2000-gebieden.
5.6
Archeologie en cultuurhistorie
5.6.1 Archeologie Sinds 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in werking getreden. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta (1992). De wet is een raamwet die regelt hoe Rijk, provincie en gemeente bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. Om te kunnen voldoen aan het gestelde in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg dienen de gemeenten te beschikken over archeologiebeleid en een archeologische beleidskaart. De gemeente Venray heeft in dit kader, in 2008, dan ook een archeologische verwachtingenkaart voor haar grondgebied opgesteld. Vanwege de gemeentelijke herindeling in 2008 staat de kern Wanssum niet op deze kaart. Derhalve heeft de gemeente Venray een (concept) verwachtingenkaart voor het gehele grondgebied opgesteld (Begrensd verleden, actualisatie 2011, Gemeente Venray). De criteria voor archeologisch onderzoek zijn vastgelegd in de Erfgoedverordening 2010. In het kader van de Gebiedsontwikkeling Ooijen - Wanssum (Provinciaal Inpassingsplan) is echter een beleidsadvieskaart gemaakt met een hoger detailniveau (BAAC Rapport V-14.0184, november 2014). Deze is dan ook nauwkeuriger dan de verwachtingenkaart uit 2011 en kan het beste worden voor toetsing aan de archeologische verwachtingen binnen het plangebied.
Op deze beleidskaart is het plangebied gelegen in categorie 1 (historische kernen) en categorie 2 (overige monumenten en een bufferzone rond bekende vindplaatsen).
Ontwerp
46
Afbeelding 20. Uitsnede archeologische beleidskaart
Categorie 1 Deze categorie bestaat uit de historische kernen. Dit betreffen terreinen waarvan de archeologische waarde reeds is vastgesteld. De historische kernen zijn terreinen van hoge archeologische waarde. Het uitgangspunt voor de historische dorpskernen is om behoud van archeologische waarden in originele context (behoud ‘in situ’) na te streven en bodemverstoringen groter dan 250 m2 en dieper dan 30 cm beneden maaiveld (inclusief sloopwerkzaamheden) binnen de bebouwde kom te vermijden. Categorie 2 Dit betreft de overige monumenten binnen de Gebiedsontwikkeling Ooijen - Wanssum, alsmede de gebufferde relevante waarnemingen, de gebufferde kerken, kasteelterreinen en watermolens. Het uitgangspunt voor de tot categorie 2 behorende gebieden is om behoud van archeologische waarden in originele context (behoud ‘in situ’) na te streven en bodemverstoringen groter dan 100 m2 dieper dan 30 cm beneden maaiveld (inclusief sloopwerkzaamheden) te vermijden. Gemeentelijke norm De beleidscategorieën 1 en 2 komen overeen met de gemeentelijke archeologische beleidscategorie 2. De gemeente Venray hanteert een onderzoek grens van 50 cm beneden maaiveld. Vertalend naar de gemeentelijke standaard dient een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden indien het terrein voor een oppervlakte van 250 m2 dieper dan 0,5 m verstoord wordt.
De gestelde ondergrenzen zullen in het kader van het initiatief worden overschreden. Een archeologisch onderzoek6 in de vorm van een bureau- en verkennend veldonderzoek is daarom uitgevoerd. Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel. Het doel van het booronderzoek is de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting te toetsen. Aan de hand van deze gegevens kan vervolgens een advies over eventueel aanwezige archeologische resten en een mogelijk vervolgtraject worden opgesteld.
6 Aeres Milieu, Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Achterstraat 4 te Wanssum (gemeente Venray), 23 juni 2021, projectnummer: AM21214
Ontwerp
47
Door meerdere verlegging van de Maas ontstond er een geaccidenteerd landschap, waarbij hoge oeverwallen en laaggelegen restgeulen (verlaten meanders van de Maas) zich op korte afstand afwisselen. Het plangebied ligt op een Maasterras die in het Jonge Dryas (circa 12.900 tot 11.700 jaar geleden, laat-paleolithicum) de actieve riviervlakte vormde. De kans is groot dat sporen uit deze periode, indien toch aanwezig, in het plangebied zijn geërodeerd door latere rivieractiviteiten. Op basis van deze gegevens geldt een lage verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het midden- en laat-paleolithicum. De hogere terrasvlaktes ten tijde van het mesolithicum zullen ideale bewoningslocaties voor jager-verzamelaars zijn geweest. Vanwege de ligging op een hoge terrasvlakte geldt er een hoge verwachting voor vindplaatsen uit het en met het mesolithicum. De ligging op een hoge terrasvlakte nabij water zal voor latere landbouwende samenlevingen een aantrekkelijke vestigingslocatie zijn geweest. Vindplaatsen uit het neolithicum, bronstijd, ijzertijd en uit de Romeinse tijd bevinden zich in de omgeving dan ook binnen deze delen van het landschap, met name ten noordoosten van het plangebied. Voor het plangebied geldt daarom een hoge verwachting voor zowel nederzettingsresten uit de periode neolithicum tot en met vroege middeleeuwen.
Het plangebied ligt aan de Achterstraat en maakt deel uit van de bewoningskern aan de oostoever. Uit bestudering van historische kaarten blijkt dat sinds het begin van de 19e eeuw er meerdere bebouwing aanwezig is in het westelijke en zuidelijke deel van het plangebied, gelegen aan de Achterstraat en aan het (niet meer) bestaande verlengde van de Blitterswijckseweg. Het is aannemelijk dat de bebouwing uit de vroege 19e eeuw in het westelijke en zuidelijke deel teruggaat tot de (late) middeleeuwen of voorgangers uit deze perioden kent. Mede gezien de ligging in de historische bebouwingskern van Wanssum en op basis van de vondst van aardewerk uit de late middeleeuwen – nieuwe tijd grenzend aan het plangebied, geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting voor de periode volle middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de in het bureauonderzoek omschreven verwachte hoge bruine enkeerdgronden in het plangebied zijn aangetroffen. Er zijn geen resten van een E- en/of B-horizont waargenomen in de boringen. Dit is mogelijk het gevolg van een egalisatie en/of opname in het bovenliggend dek door ploegen. Tussen de natuurlijke ondergrond en de humeuze bovengrond is in een groot deel van het plangebied een BC-horizont aangetroffen.
Op basis van deze gegevens is de archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten voor de perioden (mesolithicum – nieuwe tijd) (middel)hoog. De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau. Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen op circa 50 centimeter beneden maaiveld archeologische resten aanwezig zijn. Op basis hiervan wordt voor het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Venray). De aanbeveling om nader onderzoek te doen door middel van proefsleuven wordt door de gemeente Venray overgenomen bij wijze van (selectie) besluit. Binnen het plangebied zijn de aanwezige dubbelbestemming opnieuw van toepassing verklaard tot uit het archeologisch vervolg onderzoek blijkt dat het plangebied is vrijgegeven. 5.6.2 Cultuurhistorie De provincie Limburg hecht veel waarde aan de cultuurhistorie van de provincie. De provincie wil dan ook dat er verstandig omgegaan wordt met cultuurhistorische bouwwerken en landschappen.
Volgens de provinciale kaart ‘Cultuurhistorische Waardenkaart Limburg’ liggen er binnen of in de nabijheid van het plangebied geen belangrijke cultuurhistorische waarden en geen Rijks- en of gemeentelijke monumenten. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief. Ontwerp
48
5.7
Verkeer en parkeren
Het initiatief zal zorgen voor een verandering in de verkeersstromen van en naar het plangebied en de parkeersituatie. Er dient daarom te worden aangetoond dat met het initiatief de verkeersveiligheid niet in het gedrang komt en er voldaan wordt aan voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Verkeer De realisatie van de woningen binnen het plangebied heeft een bepaalde verkeersaantrekkende werking tot gevolg. Op basis van CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ is de verkeersgeneratie van de beoogde functie in beeld gebracht. Er is uitgegaan van het gebiedstype ‘rest bebouwde kom in een weinig stedelijk gebied’ en van de functies ‘koophuis, tussen/hoek’ en ‘koophuis, twee-onder-een-kap’. Op basis van de kencijfers genereert één tussen/hoek woning per etmaal minimaal 7,0 en maximaal 7,8 verkeersbewegingen. Eén twee-aaneengebouwde woning genereert minimaal 7,4 en maximaal 8,2 verkeersbewegingen per etmaal. Uitgaande van een worst-case benadering geneert het initiatief dagelijks 64 verkeersbewegingen, veroorzaakt door 32 voertuigen (elk arriverend voertuig vertrekt weer en genereert dus per saldo 2 verkeersbewegingen) Dit betekent dat gemiddeld per uur ongeveer 1,5 voertuigen naar de locatie gaan of van de locatie vertrekken.
Om de toename van het verkeer van en naar het plangebied goed te kunnen afwikkelen dient de Achterstraat aangepast te worden. De Achterstraat ontsluit in de huidige situatie op de Brugstraat via een ventweg. In het kader van de herinrichting van de Brugstraat zal deze ventweg worden verwijderd. In de nieuwe situatie zal een directe aansluiting worden gerealiseerd van de Achterstraat naar de Brugstraat. Ter plaatse van de woning Brugstaat 7a staat momenteel een hekwerk die tot over de perceelsgrens is gerealiseerd, op openbaar gebied. Dit hekwerk zorgt ervoor dat in de beoogde situatie geen tweerichtingsverkeer mogelijk is op dit deel van de Achterstraat. Om het tweerichtingsverkeer te herstellen zal dit hekwerk worden verwijderd en verplaatst tot op de perceelsgrens. Voor het plangebied wordt een ontsluiting gerealiseerd aan de Achterstraat waardoor de woningen via deze weg kunnen ontsluiten. De beoogde inrichting van de Achterstraat is tijdens de omgevingsdialoog ook met de omwonenden besproken. Omwonenden hebben geen bezwaar op de verkeerstechnische wijzigingen van de Achterstraat. Parkeren Om de nieuwe parkeerbehoefte te berekenen is gebruik gemaakt van de parkeernormen van de gemeente Venray. De gemeente heeft haar parkeerbeleid vastgelegd in de ‘Beleidsnota Parkeernormen’ (december 2013).
Uit deze gegevens blijkt dat voor één woonhuis, in de rest bebouwde kom, in totaal 2,0 parkeerplaatsen benodigd zijn. Per woning wordt één parkeerplaats op eigen terrein gerealiseerd. Daarnaast worden acht parkeerplaatsen in openbaar gebied gerealiseerd. Binnen het plangebied worden in totaal 16 parkeerplaatsen opgericht. Hiermee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte.
Ontwerp
49
5.8
Niet-gesprongen explosieven
Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen (blindgangers, granaten, mijnen en (handwapen)munitie. Het gehele grondgebied van de gemeente Venray heeft in de Tweede Wereldoorlog zwaar onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het plangebied, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). Met behulp van het explosievenonderzoek worden de aanwezigheid en risico’s van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht. De gemeente Venray adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detectieonderzoek uit te (laten) voeren. Dit onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de bestemmingsplanprocedure niet juridisch afdwingbaar. Het is echter te allen tijde de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving.
Ontwerp
50
6.
JURIDISCHE ASPECTEN
Een bestemmingsplan geeft bestemmingen met de bijbehorende regels. Het bestaat niet alleen uit een tekstdocument, maar ook uit een verbeelding (plankaart). Alle toegelaten functies zijn met een eigen bestemming op de verbeelding opgenomen. Samen met de regels vormt de (digitale en analoge) verbeelding het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting hoort wel bij het bestemmingsplan, maar is geen onderdeel daarvan: de toelichting is niet juridisch bindend. Dat betekent, dat indien er onverhoopt verschillen zouden bestaan tussen de toelichting en het bestemmingsplan, de regels en de verbeelding (plankaart) doorslaggevend en bindend zijn en de toelichting niet. De toelichting beschrijft wat de doelstellingen van het bestemmingsplan zijn en hoe de regels van het bestemmingsplan moeten worden geïnterpreteerd. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de SVBP 2012 alsmede de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor). Het bestemmingsplan is digitaal opgesteld en beschikbaar. Van het elektronische document is een papieren versie gemaakt. Bij een onbedoeld verschil tussen de papieren versie en de elektronische versie gaat de laatste voor.
6.1
Toelichting op de verbeelding
De verbeelding geeft met kleuren en tekens aan welke bestemming voor de gronden geldt. De bestemming is aangegeven met een gekleurd vlak met de letters van de bestemming. Er zijn voor de gronden meerdere tekens opgenomen. Het gaat dan om aanduidingen (functie- of gebiedsaanduidingen) of dubbelbestemmingen. Voor een aanduiding of dubbelbestemming zijn in de regels specifieke bepalingen van toepassing. Uit de verbeelding kan afgeleid worden op welk gebied het bestemmingsplan betrekking heeft, omdat daarop de plangrens is aangegeven. De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:1.000. De analoge verbeelding bestaat uit één plankaart met een legenda. Op de verbeelding is het plangebied bestemd tot ‘Wonen’. Binnen de woonbestemming zijn drie nieuwe bouwvlakken toegekend. De hoofdgebouwen dienen binnen deze bouwvlakken te worden opgericht. Binnen het bouwvlak aan de noordwestelijke zijde van het plangebied zijn de maatvoeringsaanduidingen ‘maximum aantal wooneenheden: 4’ en ‘maximum goothoogte: 4 m’ opgenomen. Binnen de oostelijk gelegen bouwvlakken zijn per bouwvlak de maatvoeringsaanduidingen ‘maximum aantal wooneenheden: 2’ en ‘maximum goothoogte: 4 m’ opgenomen. Daarnaast zijn alle bouwvlakken voorzien van een ‘gevellijn’.
Het plangebied is daarnaast voor een deel bestemd als ‘Verkeer’ en ‘Groen’ ten behoeve van het verkeer, parkeren en groen. Het plangebied is daarnaast nog steeds voorzien van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’ of ‘Waarde – Archeologie 4’, zoals dat in het vigerende bestemmingsplan reeds het geval is. Daarnaast is de dubbelbestemming ‘Leiding – elektriciteitskabel’ opgenomen ter plaatse van de middenspanningskabel. Tevens is het plangebied voorzien van de gebiedsaanduidingen ‘geluidzone – industrie’, ‘milieuzone – ecologie’ en ‘overige zone – (beperkt) kwetsbaar object uitgesloten’. Het perceel dat aan de overzijde van de Achterstraat ligt en voorheen onderdeel uit maakte van de paardenhouderij is in het kader van de herontwikkeling ook meegenomen. Aan dit perceel is een woonbestemming toegekend zonder bouwvlak maar met de aanduiding ‘opslag’ zodat het bestaande gebruik kan worden voortgezet.
Ontwerp
51
6.2
Toelichting op de planregels
Alle gronden binnen het plangebied hebben een bestemming. Een bestemming geeft de functie aan, die de gemeenteraad aan een gebied heeft toebedacht. Bij deze bestemmingen horen gebruiksregels. Het kan gaan om regels voor bouwen, werken en werkzaamheden, slopen en het gebruik van grond en de opstallen voor bepaalde activiteiten. De bestemming en de regels bepalen gezamenlijk welke activiteiten en handelingen zijn toegestaan. Het gevolg van het leggen van een bestemming is, dat de betreffende gronden alleen overeenkomstig deze bestemming mogen worden gebruikt. In die zin houdt een bestemming dus een inperking in van het eigendomsrecht. De bevoegdheid om bestemmingen te leggen is toegekend aan de gemeenteraad. Dit is geregeld in artikel 3.1 van de Wro. Een gemeenteraad mag niet zomaar een bestemming leggen, maar moet daarvoor vanuit het algemeen belang van een “goede ruimtelijke ordening‟ redenen hebben. Het leggen van een bestemming betekent overigens niet, dat er een verplichting bestaat voor een grondgebruiker om die bestemming te realiseren. 'Bestemming' heeft slechts een passieve betekenis: of een bestemming gerealiseerd wordt, is afhankelijk van het handelen van de rechthebbende(n) op de grond (eigenaar, huurder, pachter). Een bestemming geeft alleen aan welk handelen toegelaten is. Daaruit kan worden afgeleid dat ander handelen niet is toegelaten.
De artikelen 2.1 en 2.2 van de Wabo en enkele andere wetten verbieden het handelen in strijd met het bestemmingsplan. Om misverstanden te voorkomen wordt bij de bestemming aangegeven wat “in ieder geval‟ beschouwd moet worden als in strijd met het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is een juridisch plan: de daarin opgenomen bepalingen zijn bindend voor burgers en bedrijven en voor de overheid. Bij het opstellen van de regels is zo veel mogelijk uitgegaan van het rapport Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) en het bestemmingsplan “Venray”. De regels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: ▪ Hoofdstuk 1: Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten; ▪ Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. Hierin worden de regels voor de op de verbeelding opgenomen bestemmingen gegeven; ▪ Hoofdstuk 3: Algemene regels, waaronder zijn opgenomen de anti-dubbeltelbepaling, algemene aanduidingsregels en algemene afwijkings- en wijzigingsregels; ▪ Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen. Het belangrijkste doel van de planregels is om de bouw- en gebruiksregels van de verschillende bestemmingen aan te geven en maken in dit geval de bouw van zeven woningen mogelijk.
Het onderhavige bestemmingsplan kent de bestemmingen ‘Wonen’, ‘Groen’ en ‘Verkeer’ en de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 4’. Hoofdstuk 1: INLEIDENDE REGELS In dit hoofdstuk worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Hoofdstuk 2: BESTEMMINGSREGELS In deze artikelen worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Tevens worden per bestemming de bebouwingsmogelijkheden vermeld. Hoofdstuk 3: ALGEMENE REGELS Deze artikelen bevatten bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in een afzonderlijke paragraaf onder te brengen. Hoofdstuk 4: SLOT- EN OVERGANGSREGELS Hier wordt omschreven welke gebouwen en gebruik vallen onder het overgangsrecht.
Ontwerp
52
7.
UITVOERBAARHEID
7.1
Economische uitvoerbaarheid
De realisatie van de woningbouwlocatie geschiedt voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeentelijke financiën zijn hierbij niet in het geding. Kostenverhaal zal geregeld worden in een tussen de gemeente Venray en de initiatiefnemer af te sluiten anterieure overeenkomst, waarin naast verhaal van de ambtelijke kosten ook de bijdrage bovenwijkse voorzieningen en ruimtelijke ontwikkeling worden meegenomen. Na ondertekening van de exploitatieovereenkomst door beide partijen is het gemeentelijk kostenverhaal afdoende verzekerd. Hierdoor is dit plan economisch uitvoerbaar. Tenslotte wordt in deze overeenkomst ook een planschadeverhaalsbeding zoals bedoeld in art. 6.4a Wro opgenomen. Hiermee wordt gewaarborgd dat eventueel te vergoeden planschade niet voor rekening van de gemeente Venray komt maar voor rekening van de initiatiefnemer.
7.2
Handhaving
Sinds 1 april 2005 werkt de gemeente Venray samen met de gemeente Horst aan de Maas als het gaat om handhaving. Onder deze samenwerking valt niet alleen de uitvoering, maar ook alle juridische, administratieve en beleidsmatige ondersteuning. In 2012 is het eerste integraal handhavingsbeleid in werking getreden. Inmiddels is het Beleidsplan VTH Horst aan de Maas 2017-2020 in werking getreden. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray voeren hun handhavingstaken uit op basis van de volgende visie: de gemeenten Horst aan de Maas en Venray stellen een gezonde, veilige, leefbare en groene leefomgeving centraal. Handhaving is één van de middelen om de kwaliteit van wonen, leven en werken te behouden en te versterken. Het bestuur streeft naar een gestructureerd en integraal handhavingsbeleid, waarbij preventief belang voorop staat. De betrokkenheid en het eigen verantwoordelijkheidsbesef van de burgers, bedrijven en instellingen moeten daarbij worden vergroot. Als de preventieve inzet (informatievoorziening) niet werkt en het geschonken vertrouwen wordt beschaamd, volgt daadwerkelijk handhavend optreden. Zo krijgt iedereen de aanpak die hij/zij verdient. In dit integrale handhavingsbeleid is één van de speerpunten hoe in de economische situatie van de afgelopen jaren met minder middelen net zo veel of meer aan handhaving gedaan kan worden.
In dit kader zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: 1. appelleren aan de eigen verantwoordelijkheid; 2. preventie gaat boven repressie; 3. draagvlak creëren; 4. servicegericht handelen, en 5. Alleen noodzakelijke en handhaafbare kaders stellen. 1.
2.
“Appelleren aan eigen verantwoordelijkheid” wil zeggen dat de verantwoordelijkheid bij de burgers, bedrijven en instellingen terecht komt, dit is ten slotte ook waar hij thuishoort. Dit vergt wel een bepaald vertrouwen van de gemeente over de burgers, bedrijven en instellingen binnen hun gemeente. Wordt dit vertrouwen geschaad dan treedt de gemeente consequent hard op. Er kan nu meer op risicogroepen of zwakke schakels ingezet worden, de capaciteit van de handhaving is dus beter in te delen en kan efficiënter gebruikt worden. ''Preventie gaat boven repressie'' wil zeggen dat meer aandacht besteed wordt aan het voorkomen van overtredingen dan het aanpakken van bestaande overtredingen. Hierdoor hoeven er niet zoveel tijdrovende en geldverslindende,
Ontwerp
53
3.
4.
5.
bestuursrechtelijke procedures doorlopen te worden. Er wordt dus met zo min mogelijk inzet zoveel mogelijk resultaat behaald. Verder is “draagvlak creëren” een van de uitgangspunten. Dit houdt in dat er duidelijk over handhaving wordt gecommuniceerd en dat er ook daadwerkelijk gedaan wordt wat er gezegd wordt. Belangrijk is ook om dingen die spelen bij burgers, ondernemers, instellingen, scholen en verenigingen mee te nemen in het uitvoeringsprogramma en dat rechtsgelijkheid wordt nagestreefd. Het vierde uitgangspunt is “servicegericht handelen”. Dit houdt in dat de overheid zich dienstbaar opstelt. De gemeente denkt mee en speelt in op ongewenste situaties. Ook is de gemeente 24 uur per dag bereikbaar. Zo wordt een gevoel van veiligheid en een leefbare omgeving gecreëerd. Er is dus meer aandacht nodig voor de aanpak van overlastfeiten in de openbare ruimte. Het laatste uitgangspunt is “alleen noodzakelijke en handhaafbare kaders stellen”. Er worden dus alleen besluiten genomen en regels ingesteld die ook daadwerkelijk handhaafbaar zijn. Overbodige regels worden geschrapt om alles overzichtelijk te houden en er wordt zorg gedragen voor voldoende deskundige capaciteit, op deze manier kan gedogen geminimaliseerd worden.
Bij handhaving staat de nalevingsstrategie centraal. Hierin is opgenomen welke activiteiten worden ondernomen om te komen tot naleving van de regels. De nalevingsstrategie kan op zijn beurt worden onderverdeeld in de volgende strategieën: 1. Preventiestrategie; 2. Toezichtstrategie; 3. Sanctiestrategie, en 4. Gedoogstrategie. Vaak wordt er gekozen voor een combinatie van deze strategieën om het resultaat te vergroten. Bij deze strategieën passen verschillende handhavingsinstrumenten. Onder de preventieve handhavingsinstrumenten vallen onder andere deregulering, kritisch zijn op het formuleren van regels, handhaafbaarheid van de regels en communicatie en voorlichting. De regels moeten bekend zijn bij de doelgroep, er dient dus duidelijk gecommuniceerd te worden over handhavingsactiviteiten en de gemeentelijke prioriteiten. Naast de preventieve handhavingsinstrumenten zijn er ook nog de repressieve handhavingsinstrumenten. Dit zijn onder andere het betalen van een dwangsom, bestuursdwang en intrekking van begunstigde beschikking. Bij een dwangsom wordt er een geldbedrag per overtreding of tijdseenheid dat de overtreding voortduurt betaald aan de gemeente. Bestuursdwang houdt in dat een overtreding op kosten van de overtreder ongedaan gemaakt wordt. Als laatste kan een begunstigde beschikking worden ingetrokken, op deze manier wordt een activiteit juridisch onmogelijk gemaakt.
Het kan hierbij ook gaan om een gedeeltelijke ontheffing. Vaak volgt op het intrekken van een begunstigde beschikking nog het opleggen van een dwangsom of bestuursdwang. Naast bestuursrechtelijk aanpakken van overtreders kan het soms ook de voorkeur hebben om een overtreder strafrechtelijk aan te pakken. Op deze manier kunnen de vaak langdurende juridische procedures die gemoeid zijn met de bestuursrechtelijk aanpak ontlopen worden. Bij strafrechtelijke aanpak moet gedacht worden aan bestuurlijke strafbeschikking en een proces-verbaal. Wanneer er een privaatrechtelijke overeenkomst met de gemeente is aangegaan kan ook voor de privaatrechtelijke worden gekozen. Hierbij gaat, wanneer het mogelijk is, de bestuursrechtelijke aanpak wel voor. Ten slotte kan er voor een gedoogbeschikking gekozen worden. Dit gebeurt uitsluitend voor gevallen die veroorzaakt zijn door onvoorziene omstandigheden of overgangssituaties.
Ontwerp
54
7.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingswijziging moeten Burgemeester en Wethouders overleg plegen met het waterschap, andere gemeenten van wie de belangen bij het plan betrokken zijn, en met betrokken rijks- en provinciale diensten. Van dit vooroverleg kan worden afgezien indien de betrokken diensten aangeven dat overleg niet noodzakelijk is. Omgevingsdialoog Begin april 2021 heeft initiatiefnemer alle buurtbewoners gesproken inzake de herontwikkeling van de locatie Achterstraat 4. Tijdens de omgevingsdialoog is gesproken over de sloop van de verouderde bebouwing en het daarvoor in de plaats oprichten van acht woningen. De volgende direct betrokken omwonenden zijn benaderd: ▪ Achterstraat 3: Deze bewoners zijn erg blij met de voorgenomen ontwikkeling en steunen de ontwikkeling volledig. De bewoners van deze woning vinden daarnaast dat er een mooie oplossing komt die een meerwaarde levert aan de omgeving. ▪ Brugstraat 7a: Deze bewoners waren positief over het feit dat de locatie wordt herontwikkeld voor woningbouw. Ze vinden dit een mooie toevoeging aan de omgeving. ▪ Brugstraat 13: De eigenaren van deze detailhandel geven aan geen probleem te hebben van de voorgenomen ontwikkeling. Het plan moet wel passend zijn waarbij geen afbreuk wordt gedaan aan de bedrijfsvoering van de detailhandel.
▪ Burgemeester de Weichshavenstraat 6: Deze bewoners zijn eveneens erg blij met de voorgenomen ontwikkeling en steunen de ontwikkeling volledig. ▪ Burgemeester de Weichshavenstraat 8: De bewoners van deze woning zijn blij dat er een oplossing komt voor de huidige eigenaren van het perceel. Daarnaast wensen deze bewoners op de hoogte gehouden te worden over de voortgang. ▪ Merelhof 2a: Ook deze bewoners geven aan positief te zijn over de herontwikkeling. ▪ Merelhof 4: De bewoners van deze woning hebben geen bezwaar tegen de voorgenomen ontwikkeling. Ze zijn daarnaast blij dat er een (passende) oplossing komt voor de locatie. Alle buurtbewoners geven dan ook aan positief te zijn over de herontwikkeling van de locatie. Daarnaast zijn de buurtbewoners blij dat de oude en vervallen bebouwing zal worden gesloopt. In oktober 2021 heeft de initiatiefnemer de omwonden van de Achterstraat opnieuw gesproken over de reconstructie van de Achterstraat. Met de omwonden is gesproken over het realiseren van een rechte verbinding vanuit de Achterstraat op de Brugstraat. Alle omwonden gaven in dit gesprek aan dat zij op voorhand geen bezwaar hebben tegen de reconstructie van de Achterstraat. Initiatiefnemer heeft daarnaast op 17 oktober 2021 opnieuw gesproken met de bewoners van de woning Brugstraat 7a. De bewoners van deze woning hebben momenteel een hekwerk die over de perceelsgrens staat.
Doordat het hekwerk over de perceelsgrens staat is het niet mogelijk de Achterstraat voor tweerichtingsverkeer te gebruiken. Tijdens het gesprek is deze situatie besproken en de bewoners van de Brugstraat 7a geven aan bereid te zijn het hekwerk 1,3 meter terug te plaatsen zodat ter plaatse van de zuidzijde van de Achterstraat tweerichtingsverkeer mogelijk wordt. In december 2021 is de reconstructie van de Achterstraat ook besproken met de bewoners van de Brugstraat 9 en 11. Beide bewoners gaven aan op voorhand geen bezwaar te hebben met de beoogde reconstructie. De bewoners zijn juist blij met de gewijzigde verkeersafwikkeling doordat de ventweg, die parallel aan hun woningen ligt, verdwijnt.
Ontwerp
55
Enexis Het planvoornemen is twee keer besproken met Enexis. In oktober 2021 is met Enexis gesproken over of het transformatorhuisje, dat aan de Achterstraat is gelegen, van voldoende omvang is voor de toename van zeven woningen (één woning is reeds toegestaan). Enexis heeft via de mail aangegeven: “Zoals ik de situatie nu bekijk zou de uitbreiding geen probleem hoeven te zijn. Het hoofdnet zal wel uitgebreid moeten gaan worden om de aansluitingen te kunnen realiseren. Dit kan pas opgestart worden als u de aanvragen voor de huisaansluitingen indient.” In februari 2022 is opnieuw gesproken met Enexis, over een kabel die door het plangebied loopt. Enexis heeft een uitsnede gegeven met daarop de locatie van de middenspanningskabel. De uitsnede van de kabel is onder de verbeelding gelegd en in overleg met Enexis en met de initiatiefnemer is besloten om de kabel te laten liggen en ter plaatse een dubbelbestemming op te nemen. Enexis gaf daarbij wel aan dat zij 24/7 bij de kabel moeten kunnen en indien nodig de kabel gemakkelijk bloot kunnen leggen. Hierom zijn diepe grondwerkzaamheden, het oprichten van gebouwen, bijgebouwen, of bouwwerken geen gebouwen zijnde en het planten van bomen met diepe wortels binnen deze dubbelbestemming niet zijn toegestaan.
De toekomstige bewoners van de woningen aan “De Hoeve” zullen op de hoogte worden gesteld dat in hun achtertuin een kabel van Enexis loopt en dat er hierdoor beperkingen zijn. Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat het college van Burgemeester van Wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg dienen te plegen met betrokken instanties. Om die reden is onderhavig bestemmingsplan voorgelegd aan de provincie Limburg. De provincie heeft aangegeven dat: Het plan is beoordeeld op de adequate doorwerking van de provinciale belangen. De beoordeling van het plan geeft geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Indien u dit plan op deze wijze voortzet, zal er geen aanleiding zijn om in de verdere procedure van het plan een zienswijze in te dienen. De reactie van de provincie is opgenomen als bijlage 4. Zienswijzen PM
Ontwerp
56
8.
PROCEDURE
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is in werking getreden met ingang van 1 juli 2008. De wettelijke procedure start met het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan. De procedure ziet er als volgt uit: ▪ Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan; ▪ Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken; ▪ Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; ▪ Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling; ▪ Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden; ▪ Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroeps/inwerkingtreding termijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien beroep wordt ingediend, dat kan te allen tijde een voorlopige voorziening worden ingediend.
Ontwerp
57
Gegenereerd op: 16-06-2021 met V-STACKS Vergunning versie 2010 (c) KEMA Nederland B.V.
Naam van de berekening: Achterstraat 4 Gemaakt op: 16-06-2021 Rekentijd:
10:46:57
0:00:02
Naam van het bedrijf: Krekelkamp 1a
Berekende ruwheid: 0,34 m Meteo station: Eindhoven
Brongegevens: Volgnr.
BronID
X-coord.
Y-coord.
EP Hoogte
Gem.geb. hoogte
EP Diam.
EP Uittr. snelh.
E-Aanvraag
1
Krekelkamp 1a
203 514
394 157
6,0
6,0
0,50
4,00
4 125
Geurnorm
Geurbelasting
Geur gevoelige locaties: Volgnummer
GGLID
Xcoordinaat
Ycoordinaat
2
1
203 105
394 465
6,5
0,3
3
2
203 135
394 415
6,5
0,3
4
3
203 200
394 422
6,5
0,4
5
4
203 205
394 448
6,5
0,4
6
5
203 140
394 474
6,5
0,3
7
6
203 137
394 463
6,5
0,3
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Totale emissie
Aanlegfase - Beoogd
Resultaten
Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
RgU3z5aBxgaJ (10 februari 2023)
Bureau Leefomgeving Schoolstraat 7, 5961EE Horst Achterstraat 4 Wanssum Herontwikkelingslocatie RgU3z5aBxgaJ 10 februari 2023, 14:21 Wnb-rekengrid Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
2023 -
0,8 kg/j
18,4 kg/j
2/8
Projectberekening
Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Bouwlocatie Verkeersnetwerk
RgU3z5aBxgaJ (10 februari 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,7 kg/j 0,1 kg/j
13,3 kg/j 5,1 kg/j
3/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.
RgU3z5aBxgaJ (10 februari 2023)
4/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RgU3z5aBxgaJ (10 februari 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/8
Projectberekening
Aanlegfase, Rekenjaar 2023 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Bouwverkeer X:203138,17 Y:394381,69 176,77 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RgU3z5aBxgaJ (10 februari 2023)
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 5,1 kg/j Type scherm - NO₂ 1,3 kg/j Hoogte - NH₃ 0,1 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigen
0 p/etmaal 16 p/etmaal 12 p/etmaal 0 p/etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
6/8
Projectberekening
2
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Betonpomp Hijskraan
Bouwlocatie X:203160,79 Y:394450,42 0,30 ha
Stageklasse
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue Stof Emissie verbruik
768 l/j 386 l/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
463 l/j
Graafmachine (groot) Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
467 l/j
Laadschop (middelgroot)
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
368 l/j
Laadschop (groot)
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
372 l/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
71 l/j
Asfalt afwerkinstallatie
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
71 l/j
Wals
Stage-IIIB, 2011-2013, <= 56 kW, diesel, SCR: nee
52 l/j
Stage-IIIA, 2006-2010, <= 56 kW, diesel, SCR: nee
91 l/j
Asfaltfreesmachine
Trilplaat
20 u/j
53 l/j
NOₓ NH₃
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
Graafmachine (middelgroot)
13,3 kg/j 0,7 kg/j
20 u/j
27 l/j
NOₓ NH₃
24 u/j
31 l/j
NOₓ NH₃
24 u/j
32 l/j
NOₓ NH₃
24 u/j
25 l/j
NOₓ NH₃
24 u/j
26 l/j
NOₓ NH₃
6 u/j
0 l/j
NOₓ NH₃
6 u/j
0 l/j
NOₓ NH₃
8 u/j
NOₓ NH₃
24 u/j
NOₓ NH₃
1,1 kg/j 0,2 kg/j 0,4 kg/j 92,6 g/j 1,1 kg/j 0,1 kg/j 0,8 kg/j 0,1 kg/j 0,8 kg/j 88,3 g/j 0,4 kg/j 89,3 g/j 2,4 kg/j 17,0 g/j 2,4 kg/j 17,0 g/j 1,1 kg/j 0,0 kg/j 2,9 kg/j 0,0 kg/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. RgU3z5aBxgaJ (10 februari 2023)
7/8
Projectberekening
Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230126_290cbff6e8 Database versie 2022_290cbff6e8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RgU3z5aBxgaJ (10 februari 2023)
8/8
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Totale emissie
Gebruiksfase - Beoogd
Resultaten
Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
RuEz7GT3JUiq (10 februari 2023)
Bureau Leefomgeving Schoolstraat 7, 5961EE Horst Achterstraat 4 Wanssum Herontwikkelingslocatie RuEz7GT3JUiq 10 februari 2023, 14:20 Wnb-rekengrid Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
2023 -
66,2 g/j
16,4 kg/j
2/7
Projectberekening
Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 2 Wonen en Werken | Woningen | Tussenwoningen 3 Wonen en Werken | Woningen | Hoekwoningen 4 Wonen en Werken | Woningen | twee-aaneengebouwde woningen Verkeersnetwerk
RuEz7GT3JUiq (10 februari 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
66,2 g/j
3,1 kg/j 3,7 kg/j 8,7 kg/j 1,0 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.
RuEz7GT3JUiq (10 februari 2023)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RuEz7GT3JUiq (10 februari 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
Gebruiksfase, Rekenjaar 2023 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Verkeer woningen X:203138,65 Y:394381,71 172,45 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wonen en Werken | Woningen
Naam Tussenwoningen Uittreedhoogte Locatie X:203162,36 Warmteinhoud Y:394444,46 Spreiding Oppervlakte 0,36 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 3
Wonen en Werken | Woningen
Naam Hoekwoningen Uittreedhoogte Locatie X:203162,36 Warmteinhoud Y:394444,46 Spreiding Oppervlakte 0,36 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 4
Naam
Wonen en Werken | Woningen
tweeUittreedhoogte aaneengebouwde Warmteinhoud woningen Spreiding Locatie X:203162,36 Y:394444,46 Oppervlakte 0,36 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
Links Rechts NOₓ 1,0 kg/j Type scherm - NO₂ 0,2 kg/j Hoogte - NH₃ 66,2 g/j Afstand tot de weg - -