CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Toelichting Zonnedauw 18 Ysselsteyn

Gemeenteraad 14 mei 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’15.352 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Omgevingstype De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid.

6

‘Bedrijven en Milieuzonering’, Uitgave VNG, Den Haag, 2009.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

32

Toetsing In dit geval dient te worden uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. De beoogde extra woning is geen functie die volgens de (indicatieve) brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ gezoneerd dient te worden ten opzichte van milieugevoelige functies in de omgeving. De woning betreft daarentegen wel een milieugevoelige functie. Medewerking aan het planvoornemen is pas mogelijk indien blijkt dat een goed woon- en leefklimaat in de zelfstandige woonruimte gegarandeerd is en de nieuwe woonfunctie, bedrijven in de omgeving niet in hun activiteiten frustreert. In de directe omgeving vinden geen milieubelastende activiteiten plaats. Het meest dichtstbijzijnde bedrijf is op een afstand van circa 110 meter ten westen van het plangebied gelegen. Het betreft een schoonheidssalon. Het plangebied valt daarmee niet binnen de richtafstanden van de omliggende bedrijvigheid. Er kan dan ook vanuit worden gegaan dat een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden. Zodoende zorgt de realisatie van de woning niet voor belemmering van de werkzaamheden van omliggende bedrijven en hebben de omliggende bedrijven geen negatief effect op het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied. Conclusie Vanuit het aspect milieuzonering bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.2

Geur

Beleidskader Geur kan hinder veroorzaken in de leefomgeving. Wanneer deze hinder inderdaad ondervonden wordt, kan dit zelfs invloed hebben op de gezondheid. Geurhinder dient daarom zoveel mogelijk beperkt te worden door regels te stellen aan de uitstoot van geuremissies en bepaalde afstanden aan te houden ten opzichte van geurgevoelige objecten. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) kent bescherming toe aan geurgevoelige objecten. Hierbij gaat het in het algemeen om gebieden bestemd voor wonen en verblijf. De woningen betreffen derhalve geurgevoelig objecten. Voor het toetsen van een aanvaardbaar woon- en/of leefklimaat ter plaat-se van het plangebied en om te voorkomen dat agrarische bedrijven in hun ontwikkeling belemmerd worden, is het bepaalde in de Wet geurhinder en veehouderij van belang. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. Buiten de bebouwde kom geldt een vaste afstand van 50 meter tot een emissiepunt van een veehouderij en 25 meter afstand tot de gevel van een stal van een veehouderij. Aan deze afstanden wordt voldaan.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

33

Op 29 september 2009 heeft de gemeenteraad van Venray de aangepaste Verordening geurhinder en veehouderij vastgesteld. De laatste aanpassing van deze geurverordening is vastgesteld op 1 november 2011. In deze verordening wijkt de gemeente Venray deels af van de wettelijke normen uit de Wgv. De geurverordening van de gemeente Venray stelt de volgende normen: 

Bestaande woongebieden 3,0 ouE/m3

Zoekgebieden woningbouw en bedrijventerreinen 8,0 ouE/m3

Buitengebied 14,0 ouE/m3

De normstelling is onderbouwd in de Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij (inclusief aanvulling uit 2011). Toetsing Bij de beoordeling of het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van het plangebied acceptabel is, dient de geurbelasting veroorzaakt door de individuele bedrijven (voorgrondbelasting) en de geurbelasting op het plangebied veroorzaakt door alle veehouderijen samen (achtergrondbelasting) in beeld te worden gebracht. Beoordeeld moet worden of de belasting acceptabel is.

Uitsnede geurnormenkaart Venray met globale aanduiding plangebied (blauw omlijnd)

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

34

Uitsnede geurhindercontourenkaart Venray met globale aanduiding plangebied (blauw omlijnd)

Voorgrondbelasting In de omgeving van het plangebied liggen een aantal veehouderijen. De meest dichtstbijzijnde veehouderij ligt op circa 500 meter ten zuidoosten van het plangebied. De grootste richtafstand voor geur betreft 200 meter. Uit de geurhinderkaart met de voorgrondgeurbelastingen blijkt dat er geurhindercontouren van intensieve veehouderijen deels over het te ontwikkelen plangebied liggen. Ter plaatse van het onderhavige plangebied geldt er, zoals weergegeven op onderstaande afbeelding, conform de Geurverordening een geurnorm van 8 ouE/m3. Hiermee wordt er aan de normen voldaan, waardoor gesteld kan worden dat de omliggende veehouderijen geen nadelige effecten hebben op het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied voor wat betreft voorgrondbelasting. De reden dat een berekening hier niet persé hoeft is dat er in alle windrichtingen andere geurgevoelige objecten liggen ten opzichte van veehouderijen in de betreffende windrichting en deze daarmee eerder belemmerend zijn dan het geurgevoelig object dat erbij komt in het plangebied. Achtergrondbelasting Op de kaart ‘achtergrondbelasting 2018’ behorende bij de gemeentelijke geurverordening wordt de indicatieve achtergrondbelasting als tamelijk slecht (20,1 tot 28,3 ouE/m3, 15-20% kans op geurhinder) beoordeeld. Voor de achtergrondbelasting gelden geen vastgestelde wettelijke normen.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

35

Uit de gemeentelijke geurverordening blijkt dat een achtergrondbelasting van 20,1 tot 28,3 ouE/m3 in de bebouwde kom van Ysselsteyn een achtergrondbelasting is waarbij nog sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat zonder dat er overlast is van geurhinder van veehouderijen. Een tamelijk slecht leefklimaat ten aanzien van geur wordt in de bebouwde kom van Ysselsteyn op grond van het gemeentelijk beleid aanvaardbaar geacht.

Uitsnede kaart ‘Achtergrondbelastingen Geurhinder 2018’ met globale aanduiding plangebied (blauw omlijnd)

Onlangs zijn de veehouderijen ten zuiden van het plangebied op de Ringweg 10/10a en 8a gestopt met zijn bedrijfsactiviteiten. Hierdoor zal de achtergrondbelasting ter plaatse waarschijnlijk beter is dan hetgeen aangegeven op de achtergrondbelastingkaarten. Uit het voorgaande blijkt dat er ter plaatse van de initiatieflocatie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat aan de vaste afstanden wordt voldaan. Betreffende achtergrond is ondanks dat de situatie is verbeterd een berekening uitgevoerd nu het plangebied dicht bij de indicatieve zone van tamelijk slecht ligt. Door De Roever is een onderzoek

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

36

naar geurhinder van veehouderijen uitgevoerd. 7 De resultaten worden hieronder kort behandeld. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen. Omdat wordt voldaan aan de afstandseisen, kan worden gesteld dat sprake is van aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Als vuistregel geldt dat de achtergrondbelasting maatgevend is wanneer deze meer dan het dubbele bedraagt van de voorgrondbelasting. Omdat het in deze situatie gaat om een groter aantal veehouderijen met een grotere geuremissie op enige afstand van het plangebied, kan op voorhand worden gesteld dat de achtergrondbelasting maatgevend is voor het woon- en leefklimaat. De achtergrondbelasting bedraagt 17 ouE/m3. Deze waarde komt overeen met een ‘matig’ woon- en leefklimaat. In paragraaf 3.3.1 is toegelicht dat de geurnorm voor geurgevoelige objecten binnen het plangebied 8 ouE/m3 bedraagt. Het woon- en leefklimaat is vergelijkbaar met het ‘matig’ woon- en leefklimaat dat op grond van de geurnorm voor de voorgrondbelasting aanvaardbaar wordt geacht. Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat zowel voor de voorgrondbelasting als de achtergrondbelasting wordt voldaan aan de normen volgens de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Venray. Vanuit geurhinder van veehouderijen bestaan er hiermee geen belemmeringen voor de beoogde woningbouw.

Bovendien worden de veehouderijen in de omgeving niet beperkt als gevolg van deze ontwikkeling, omdat andere woningen in de omgeving dichter bij de veehouderijen zijn gelegen.

5.3

Archeologie

De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving gaan naar de Omgevingswet die in 2022 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet voor de periode 2016-2019 een overgangsregeling opgenomen. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ behouden.

7

De Roever, Onderzoek geurhinder veehouderijen Zonnedauw Ysselsteyn, kenmerk: 20231558.v01, d.d. 3 oktober 2023

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

37

Toetsing Binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Ysselsteyn’ is voor het gehele plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ opgenomen. Derhalve is plangebied ook mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te ver wachten archeologische waarden. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen, die betrekking heeft op de voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden, moeten bij verstoringen dieper dan 50 cm onder het maaiveld en bij oppervlakte van bodemingrepen groter dan 500 m 2 een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Onderhavige ontwikkeling voorziet in de realisatie van één extra woning met oprit, waarbij het verstoringsoppervlakte beneden de 500 m 2 ligt. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Conclusie Gelet op het bovenstaande zijn er geen belemmeringen te verwachten t.a.v. archeologie.

5.4

Cultuurhistorie

De eerste boerderijen vestigden zich in 1918 in de omgeving. In 1921 werd officieel Ysselsteyn gesticht op de grens van de Heijdsche Peel. De stichting kwam voort uit de grootschalige heideontginningen in de Peel dat vanaf het begin van de 20e eeuw plaatsvond, waarbij men een sterke boerenmiddenstand wilde creëren binnen deze nog onontgonnen woeste gronden. Ysselsteyn is een goed voorbeeld van een dorpsstichting, waarbij van te voren het stratenpatroon planmatig werd ontworpen. Het dorp heeft de vorm van een modelontginning, waarbij het stratenpatroon Y-vormig is. Aan deze centrale wegen Timmermannsweg en Puttenweg werden vanaf de jaren 1920-1926 een kerk, een school en woningen voor middenstanders gebouwd. Met subsidie van de gemeente Venray kon men een boerenbedrijf beginnen in en nabij het dorp. Elk bedrijf had een eigen kavel van vaak meerdere hectaren groot, waardoor men meer dan voldoende ruimte had voor het bedrijf. De beoogde ontwikkeling is gelegen op voormalige agrarische gronden. Er is géén bebouwing aanwezig in het plangebied. Er is geen sprake van aantasting van cultuurhistorische waarden, aangezien deze volgens de provinciale en gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart niet aanwezig zijn. Conclusie In het plangebied bestaan er voor de voorziene ontwikkeling geen belemmeringen in relatie tot cultuurhistorie.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

38

5.5

Ecologie

De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningplichtig. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid De provinciale groenstructuur, bestaande uit beschermingszones van verschillende typen (waaronder de goudgroene en zilvergroene natuurzones), is ruimtelijk vastgelegd in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014).

De goudgroene natuurzone vormt het netwerk aan bestaande natuurgebieden (voormalige EHS) en nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen de gebieden. De beheergebieden voor agrarisch natuurbeheer behoren tot de zilvergroene natuurzone. In het Provinciaal Natuurbeheerplan zijn de na te streven doelen weergegeven op het gebied van (agrarisch) natuur- en landschapsbeheer. De feitelijke beleidsmatige gebiedsbescherming vindt plaats middels de uitwerking van het provinciaal beleid in de gemeentelijke bestemmingsplannen. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Soortenbescherming vanuit de Wet natuurbescherming Soortenbescherming vanuit de Wet natuurbescherming heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.10 Wnb).

Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

39

en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Toetsing Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Deurnsche Peel & Mariapeel”, bevindt zich op circa 2,4 kilometer afstand ten noordwesten van het plangebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van woningen betreft, is een toename aan stikstofuitstoot te verwachten, met name tijdens de aanlegfase maar ook door een toename aan verkeersbewegingen in de toekomstige situatie. Een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied tijdens de sloop- en/of de aanlegfase is niet uit te sluiten. Derhalve is er een vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening uitgevoerd of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt. De resultaten van het onderzoek worden hieronder kort beschreven.

Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige onderzoeksrapportage in de bijlagen bij dit bestemmingsplan.8 Uit het onderzoek en de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura-2000 gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Het plangebied is niet gelegen binnen de goudgroene natuurzone. Het dichtstbijzijnde onderdeel van de goudgroene natuurzone ligt ongeveer 1 km ten westen van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van de goudgroene natuurzone niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van de goudgroene natuurzone wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Beschermde houtopstanden Ter plaatse van de beoogde ontwikkeling zijn geen bomen aanwezig. Het aspect beschermde houtopstanden vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. Soortenbescherming Ter plaatse van het plangebied is enkel sprake van braakliggend (bouwrijp) terrein zonder begroeiing. Derhalve wordt het niet noodzakelijk geacht om een quickscan flora en fauna te laten uitvoeren omdat er geen soorten worden aangetast met onderhavige ontwikkelingen.

8

BRO, AERIUS-berekening Zonnedauw 18 te Ysselsteyn, projectnummer: P05471, d.d. 9 december 2022.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

40

Conclusie Vanuit het aspect ‘ecologie’ bestaan er geen belemmeringen ten aanzien van de onderdelen ‘gebiedsbescherming’, ‘soortenbescherming’ en ‘houtopstanden’

5.6

Leidingen en infrastructuur

In of rond het plangebied zijn volgens het geldende bestemmingsplan en de Risicokaart geen kabels of leidingen gelegen met een bestemmingsplanplichtige beschermingszone die van invloed zou kunnen zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Voor wat betreft kabels en leidingen zijn er dan ook geen belemmeringen.

5.7

Verkeerskundige aspecten

Verkeer De beoogde ontwikkeling van een extra woning heeft een bepaalde verkeersgeneratie tot gevolg, die wordt berekend op basis van de CROW-publicatie nr. 381 ‘Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Hierbij is uitgegaan van een twee-onder-een kap woning in ‘rest bebouwde kom’ van de gemeente Venray (matig stedelijke gemeente). In totaal worden maximaal 16,4, afgerond 17 verkeersbewegingen per etmaal gegenereerd op een gemiddelde weekdag met de voorgenomen ontwikkeling. De aanliggende wegen kunnen deze beperkte verkeerstoename goed verwerken. Parkeren Het parkeren zal plaats vinden op het eigen terrein. Conform de ‘Beleidsnota Parkeernormen Gemeente Venray’ van de gemeente Venray zorgt onderhavige ontwikkeling voor een parkeerbehoefte van 4,0 parkeerplaatsen. Hierbij is aangesloten bij de categorie ‘woonhuis’ in de rest van de bebouwde kom. In het plangebied wordt één extra woning gerealiseerd. De voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van twee opritten met parkeerplaatsen voor vier auto’s. Hiermee wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen. Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor het initiatief.

5.8

Duurzaamheid

Het Bouwbesluit stelt eisen aan de energiezuinigheid van nieuwe woningen. Voor alle nieuwbouwwoningen geldt dat aanvragen voor een omgevingsvergunning die vanaf 1 januari 2021 worden ingediend, moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). In BENG wordt de energieprestatie van een gebouw uitgedrukt met drie indicatoren:  De energiebehoefte van het gebouw.  Het primair fossiele energiegebruik.  Het aandeel hernieuwbare energie. De te realiseren woningen binnen het plangebied zullen aan deze eisen moeten voldoen.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

41

Naast BENG zijn in het Bouwbesluit eisen opgenomen ten aanzien van de ventilatie, luchtdichtheid en isolatie van woningen. Ook deze aspecten zijn van belang in het kader van duurzaamheid. Zo zorgt een goed ventilatiesysteem voor de juiste balans in luchtkwaliteit, comfort en energieprestatie van gebouwen en wordt door ‘kierdicht’ te bouwen voorkomen dat lucht, vocht of warmte ongewenst het gebouw binnenkomt of verlaat. Een goede isolatie zorgt daarnaast voor meer comfort en lagere energiekosten. Verder stelt het Bouwbesluit eisen aan de milieuprestaties van een gebouw. Hierbij geldt als voorwaarde dat bij nieuwbouw de belasting van het milieu wordt beperkt door de in het bouwwerk toe te passen materialen. Voor nieuwbouwwoningen groter dan 100 m² geldt dat een zogeheten Milieuprestatieberekening (MPG) bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te worden ingediend. Tot slot is op basis van de ‘Wet voortgang energietransitie’ de gasaansluitplicht komen te vervallen. Dit volgt uit het nieuwe lid 7 van artikel 10 van de Gaswet, waarin is bepaald dat de aansluittaak van de netbeheerders niet van toepassing is op het aansluiten van (onder meer) nieuwbouwwoningen. Dit betekent in de praktijk dat de te realiseren woningen niet zullen worden aangesloten op het gasnet.

Om inzicht te krijgen in de duurzaamheidsambities van het plan op stedelijk niveau is een duurzaamheidsmeting verricht. De duurzaamheidsambitie op stedelijk niveau vormt de basis voor de uitwerking van het plan en werkt door op gebouwniveau. Op gebouwniveau zal tevens inzicht worden verkregen op relevante duurzaamheidsthema’s om ook hier tot passende en effectieve keuzes te komen. In het kader van duurzaamheid bestaan er mogelijkheden om hier aan bij te dragen door middel van het plaatsen van zonnepanelen op de daken. Daarnaast kunnen de opritten worden gerealiseerd met gras/beton tegels. Op platte daken kan gebruik gemaakt worden van groen-/sedumdaken. Dit is naast wateropvang goed als isolerende maatregel bij extreme temperaturen. Ook overstekken op de juiste plaats kan bijdragen aan minder zoninstraling in het gebouw bij hete zomers. Bij het bouwen van de nieuwe woningen is het wenselijk om natuur inclusief te bouwen. Hierbij wordt ruimte gemaakt voor biodiversiteit in en aan de woning. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan ingebouwde nestkastjes in de spouw et cetera.

Tot slot kunnen de mogelijkheden worden bekeken voor het gebruiken van duurzaam bouwmateriaal en kan gedacht worden aan circulaire isolatiematerialen (houtvezel, hennep etc.) voordeel hiervan is dat deze materialen het leefklimaat bevorderen (natuurlijke materialen) en langdurig CO2 opslaan op deze wijze. Conclusie Het Bouwbesluit stelt dat vanaf 1 januari 2021 nieuwbouw bijna energieneutraal (BENG) moet zijn. De binnen het plangebied te realiseren woning zal in ieder geval voldoen aan 'BENG'. Duurzaamheid gaat echter verder dan alleen bouwen. Zo wordt het hemelwater binnen het perceel opvangen waardoor wateroverlast en droogte wordt vermindert. Daarnaast zullen er met het initiatief

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

42

geen bomen worden gerooid en zal er naar alle waarschijnlijkheid aan de voorzijde van de woning bomen worden gepland. Deze maatregelen zijn passend in het beleid als het gaat om het meer vergroenen en verduurzamen van de woonomgeving.

5.9

Waterparagraaf

De laatste jaren heeft het waterbeleid een wezenlijk andere oriëntatie gekregen, namelijk van reageren naar anticiperen. In ruimtelijke plannen dient steeds meer aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid (kwantitatieve en kwalitatieve eigenschappen) en ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk. Beleid waterschap Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerprogramma 2022 - 2027 van Waterschap Limburg, het POVI, het Nationaal Waterplan, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Water legt een ruimteclaim op het (stads)landschap waaraan voldaan moet worden. De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend: 

vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit);

voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit).

Daarnaast is de Beleidsbrief regenwater en riolering relevant. Hierin staat hoe het best omgegaan kan worden met het hemelwater en het afkoppelen daarvan. Ook hier gelden de driestapsstrategieën. Gemeentelijk Rioleringsplan Venray 2022 -2025 Op 14 december 2021 heeft de gemeenteraad het Gemeentelijk Rioleringsplan Venray (GRP) 2022 2025 vastgesteld. Dit rapport betreft de actualisatie van het voormalige GRP 2016 – 2021. Met dit gemeentelijk rioleringsplan geeft de gemeente Venray invulling aan haar zorgplicht voor (stedelijk) afvalwater, hemelwater en grondwater, alsmede een doelmatig en duurzaam beheer van de gemeentelijke riool- en watervoorzieningen. Met de indeling van dit GRP is aangesloten bij de nieuwe Omgevingswet. In het GRP zijn actuele ontwikkelingen uit het stedelijk waterbeheer opgenomen en is de visie van de gemeente Venray hierop uiteengezet. 

Een belangrijke ontwikkeling binnen de planperiode van dit GRP is de komst van de Omgevingswet, waarin verschillende aspecten van het huidige beleid en regelgeving op het gebied van (afval) water in opgenomen worden. De zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater blijven bestaan met de komst van de Omgevingswet. Verder blijft de verplichting tot onderhoud van kapitaalgoederen bestaan en ook de separate financiële positie voor rioolbeheer in de gemeentelijke begroting blijft van toepassing.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

43

Door klimaatverandering valt neerslag over een jaar genomen steeds ongelijkmatiger. Perioden met extreme droogte nemen toe en ook het aantal en de intensiteit van extreme buien nemen toe. Verdroging zal toenemen door lage grondwaterstanden. Ook de kans op hinder, overlast en schade als gevolg van overtollig hemelwater zal toenemen. Al in het vorige GRP is daarom een apart budget opgenomen voor klimaatadaptatie. Het klimaat adaptieve maatregelen in Venray bestaan veelal uit het afkoppelen van verhard oppervlak van de bestaande gemengde riolering. Het GRP van Venray kent tevens een apart budget voor het jaarlijks afkoppelen van verhardingen in de openbare ruimte of gemeentelijke gebouwen. De gemeente Venray heeft de voorkeur voor bovengrondse maatregelen in het kader van klimaatadaptatie. Daarmee wordt de gemeentelijke zorgplicht in Venray meer bovengronds zichtbaar in wegen en groen en is de relatie met ruimtelijke ordening, openbare ruimte en vergunningverlening cruciaal. In het basisrioleringsplan (BRP) 2015 zijn de maatregelen beschreven die noodzakelijk zijn om Venray klimaatbestendig te maken voor wat betreft neerslag. In het GRP zijn de maatregelen uiteengezet.

Met het in werking treden van het Bestuursakkoord Water ligt de focus op het water(keten)beheer op een doelmatige aanpak: Doen we de goede dingen en doen we die dingen vervolgens goed? De omslag van sterk normatief beleid naar een meer effectgerichte benadering van het beleid is al ingezet in de gemeente Venray.

Toetsing Kenmerken van het watersysteem De kenmerken van de watersystemen, zoals die voorkomen in het plangebied (en omgeving), kunnen het beste beschreven worden door een onderverdeling te maken in de soorten van water die in het gebied aanwezig zijn. De belangrijkste zijn: grondwater, oppervlaktewater, hemelwater en afvalwater. Grondwater en waterkwaliteit Het plangebied ligt niet binnen waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of een boringsvrije zone. Het is van belang in het plangebied verontreiniging als gevolg van afstromend hemelwater te voorkomen. Om de waterkwaliteit te garanderen wordt geadviseerd bij de aanleg van de in het plangebied te realiseren gebouwen geen gebruik te maken van uitlogende materialen. Daarnaast dient het gebruik van strooizout en chemische onkruidbestrijdingsmiddelen in het plangebied zoveel mogelijk te worden voorkomen. Oppervlaktewater In het plangebied en de directe omgeving is geen primair oppervlaktewater aanwezig. In de toekomst zal hier ook niet in voorzien worden. Uit de kaarten behorende bij de POVI als de Omgevingsverordening Limburg 2021 blijken geen belemmeringen voor het plangebied. Hemel- en afvalwater

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

44

Onderhavige ontwikkeling voorziet in de realisatie van twee onder 1 kap woning. De beoogde bebouwing heeft een totale dakoppervlakte van 220 m 2 (110m2 per woning). Het resterende verhard oppervlakte betreft een waterdoorlatende verharding. Zodoende is enkel sprake van een toename 220 m 2 verhard oppervlak. Het (huishoudelijk) afvalwater wordt aangesloten op de riolering. Het hemelwater dat terechtkomt op de nieuw op te richten bebouwing wordt niet afgevoerd via het riool, maar afgekoppeld. Het regenwater dat afstroomt van de daken en verhardingen zal in het plangebied moeten worden opgevangen en geïnfiltreerd middels een zelfstandig infiltratiesysteem. Het regenwater zal in geen geval afgegeven mogen worden op het gemeentelijke rioleringsstelsel. Conform de Toetssteen Openbare Ruimte van de gemeente Venray dienen bij het ontwerp van de toekomstige voorzieningen de volgende uitgangspunten in acht te worden gehouden: 

Ontwerp van infiltratie- en retentievoorzieningen volgens module B1200 uit de Leidraad Riolering.

De infiltratievoorziening heeft een totale bergingscapaciteit van minimaal 100 mm (het aangesloten verharde oppervlak vermenigvuldigd met 100 mm geeft de benodigde bergingscapaciteit in m³).

Indien de voorziening een overloop heeft richting waterschapswater, gelden de rekenwaardes van het waterschap. De infiltratievoorziening heeft een leeglooptijd van 24 uur of minder. Aan te tonen middels een b rekening in combinatie met bodemonderzoek.

De initiatiefnemer mag een noodoverloop maken als de noodoverloop overstort op maaiveldniveau, dus niet via een buis ondergronds naar het openbaar riool.

De voorkeur gaat uit naar een centrale open infiltratievoorziening, indien wegens ruimtegebrek niet mogelijk, dan een ondergrondse voorziening.

Het type infiltratie- en/of retentievoorziening dient in overleg met de gemeente te worden vastgesteld.

De infiltratievoorziening moet reinigbaar en inspecteerbaar zijn. Voorzieningen die ondergronds worden aangebracht dienen aantoonbaar de belasting van een brandweer blusvoertuig te kunnen weerstaan.

In het kader van de concrete uitwerking van het bouwplan vindt ook de uitwerking van het infiltratiesysteem in het plangebied plaats. Per woning dient 110 m² x 0.1 m = 11 m3 hemelwater te worden geborgen. De totale berging voor het bouwplan bedraagt 2 x 11 m3 = 22 m3. In het kader van het voornemen wordt conform de huidige verkaveling in de bergingsbehoefte van 22 m3 voorzien. Het hemelwater zal ter plaatse eerst bergen of infiltreren voordat het in het hemelwaterriool terecht komt. Er is voldoende ruimte beschikbaar op eigen terrein ter realisering van infiltratievoorzieningen. Binnen het plangebied zal aldus worden voorzien in een gescheiden rioleringsstelsel voor de gescheiden afvoer van afval- en hemelwater. Tot slot voldoen de maatregelen aan de richtlijnen van het Waterbeheerplan van het Waterschap Limburg.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

45

Conclusie Als gevolg van de realisatie van de extra woning treden geen negatieve effecten op met betrekking tot de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse en staat het aspect water de uitvoering van het plan niet in de weg.

5.10

Niet gesprongen explosieven

Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen (blindgangers, granaten, mijnen en (handwapen)munitie. Het gehele grondgebied van de gemeente Venray heeft in de Tweede Wereldoorlog zwaar onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het besluitgebied, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). Met behulp van het explosievenonderzoek worden de aanwezigheid en risico’s van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht. De gemeente Venray adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detectieonderzoek uit te (laten) voeren. Dit onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de bestemmingsplanprocedure niet juridisch afdwingbaar. Het is echter ten allen tijden de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving.

5.11

M.e.r.-plicht

5.11.1

Beoordeling directe m.e.r.-plicht

Het bestemmingsplan maakt de realisatie van één extra woning mogelijk. Dit kan leiden tot een m.e.r.plicht. Ontwikkeling van bedrijventerreinen De beoogde ontwikkeling en de hiervan deel uitmakende onderdelen komen in lijst C van de bijlage van het Besluit m.e.r. niet als activiteit voor. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D (11.2) van de bijlage van het Besluit m.e.r. het volgende opgenomen: “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.” De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2, namelijk een ontwikkeling van 2000 woningen. Er is voor de activiteit derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-(beoordelings)plicht. Er dient wel een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Wet natuurbescherming (passende beoordeling en plan-m.e.r.-plicht) Naast het Besluit m.e.r. is de Wet natuurbescherming van belang om te bepalen of een plan-MER noodzakelijk is. In de Wet natuurbescherming is opgenomen dat wanneer significante effecten op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten een plan-MER in procedure dient te worden gebracht. Wanneer aangetoond kan worden dat er geen significante effecten zijn te verwachten is een plan-MER niet

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

46

noodzakelijk. Uit paragraaf 4.5 ‘Ecologie’ blijkt dat van significante effecten die kunnen leiden tot een noodzaak tot het uitvoeren van een passende beoordeling of plan-m.e.r.-plicht geen sprake is. Conclusie De omvang van de ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarden die zijn opgenomen in kolom 2, namelijk 2000 woningen. Er is voor de activiteit derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-(beoordelings)plicht. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling is vanwege de kleinschaligheid van het planvoornemen tevens niet noodzakelijk geacht.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

47

6

PLANSTUKKEN

6.1

Planstukken

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, de regels betreffende de bestemmingen en de voorliggende toelichting.

6.2

Toelichting op de verbeelding

De verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:1.000, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Hierbij dient te worden opgemerkt dat de kadastrale ondergrond geen juridische status heeft.

6.3

Toelichting op de regels

Voor de regels bij het bestemmingsplan is overwegend aangesloten bij de SVBP 2012 en overige recente bestemmingsplannen ten behoeve van de realisatie van woningen in de gemeente Venray. De planregels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1:

Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten;

Hoofdstuk 2:

Bestemmingsregels. Hiermee worden de op de verbeelding opgenomen bestemmingen geregeld.

Hoofdstuk 3:

Algemene regels, waaronder onder andere zijn opgenomen de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels.

Hoofdstuk 4:

Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen.

Het belangrijkste doel van de planregels is om de bouw- en gebruiksregels van de verschillende bestemmingen aan te geven. Inleidende regels Begrippen In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Voor het gemak zijn enkele begrippen uit de Woningwet/ Bouwverordening overgenomen. Verder zijn enkele begrippen afkomstig van de SVBP 2012.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

48

Wijze van meten Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/ percelen gemeten moeten worden. Bij de wijze van meten is aangesloten bij de SVBP 2012. Bestemmingsregels Bestemmingen De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: 1.

Bestemmingsomschrijving;

2.

Bouwregels;

3.

Nadere eisen;

4.

Afwijken van de bouwregels;

5.

Specifieke gebruiksregels;

6.

Afwijken van de gebruiksregels;

7.

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden;

8.

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk;

9.

Wijzigingsbevoegdheid.

Duidelijk zal zijn dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen. In de bestemmingsomschrijving wordt een omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functies. Als eerste wordt de hoofdfunctie aangegeven. In de bouwregels wordt bepaald aan welke voorwaarden de bebouwing moet voldoen. Voor zover nodig wordt een onderscheid gemaakt in hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waardoor de toetsing van aanvragen voor een omgevingsvergunning aanmerkelijk vereenvoudigd en inzichtelijker is. Onderstaand zijn de regels van de opgenomen bestemmingen nader toegelicht. Wonen De bestemming ‘Wonen’ is opgenomen voor de daarvoor bestemde gronden. De gronden ter plaatse van de bestemming ‘Wonen’ zijn bestemd ten behoeve van wonen, aan-huis-verbonden beroepen, voorzieningen van openbaar nut, een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder waterhuishoudkundige en parkeervoorzieningen, paden en verhardingen, in- en uitritten en tuinen en erven.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

49

Waarde – Archeologie 4 De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende (basis)bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden in het gebied. Algemene regels In de Anti-dubbeltelregel wordt bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, deze bij de beoordeling van latere plannen buiten beschouwing blijft. Het nog overgebleven terrein mag dus niet nog eens meegenomen worden bij het toestaan van een ander bouwwerk. In de algemene bouwregels zijn regels opgenomen ten behoeve van het afwijken van bestaande afstanden en maten en het ondergronds bouwen. In de algemene gebruiksregels is het strijdig gebruik aangegeven en tevens de regels omtrent het parkeren. In de algemene aanduidingsregels is de regeling omtrent de gebiedsaanduiding ‘geluidzone - industrie’ opgenomen. De algemene afwijkings- en algemene wijzigingsregels verschaffen burgemeester en wethouders c.q. het bevoegd gezag de gewenste beleidsruimte om bij de uitvoering van het plan te kunnen inspelen op gegevens of situaties die vooraf niet bekend kunnen zijn. In de overige regels zijn een verwijzing naar de wettelijke regelingen en de parkeerregels opgenomen.

Overgangs- en slotregels In de bepaling Overgangsrecht is geregeld in hoeverre en onder welke voorwaarden bestaande gebouwen en het bestaand gebruik van gronden en bouwwerken mogen afwijken van het plan. In de Slotregel is aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

50

7

UITVOERBAARHEID

7.1

Economische uitvoerbaarheid

Op 1 juli 2008 zijn samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepalingen omtrent de grondexploitatie in werking getreden. In afdeling 6.4 van de Wro is bepaald dat de gemeente verplicht is bij het vaststellen van een planologische maatregel die mogelijkheden schept voor een bouwplan zoals bepaald in artikel 6.12, eerste lid, onder a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Dit betekent dat er voor de gemeente een verplichting bestaat om de kosten, die gepaard gaan met een bouwplan, te verhalen op de initiatiefnemer middels een exploitatieplan of anterieure overeenkomst. Tenslotte wordt in deze overeenkomst ook een planschadeverhaalsbeding zoals bedoeld in art. 6.4a Wro opgenomen. Hiermee wordt gewaarborgd dat eventueel te vergoeden planschade niet voor rekening van de gemeente Venray komt maar voor rekening van de initiatiefnemers.

7.2

Overleg

Het ontwerp bestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg toegestuurd aan belanghebbende instanties. Daarbij hebben onder andere de Provincie Limburg en het Waterschap Limburg gereageerd. Reactie Provincie Limburg Het plan is beoordeeld op de adequate doorwerking van de provinciale belangen. De beoordeling van het plan geeft geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Indien u dit plan op deze wijze voortzet, zal er geen aanleiding zijn om in de verdere procedure van het plan een zienswijze in te dienen. Reactie Waterschap Limburg Plan ziet er goed uit, als waterschap adviseren wij 100 mm in 24 uur. Het hemelwater moet wel eerst bergen of infiltreren ter plaatse voordat het in het hemelwaterriool terecht komt.

7.3

Zienswijzen

Het ontwerp bestemmingsplan heeft overeenkomstig het bepaalde in de Wro gedurende 6 weken ter inzage gelegen met de mogelijkheid voor een ieder om een zienswijze op het plan in te dienen. Tijdens deze periode van ter inzage legging zijn geen zienswijzen ontvangen.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

51

8

PROCEDURE

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is in werking getreden op 1 juli 2008. De wettelijke procedure start met het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. De volledige procedure ziet er als volgt uit: - Openbare kennisgeving voorbereiding ingevolge artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening. -

Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan.

-

Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending

-

aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door eenieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht;

-

Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken indien zienswijzen

-

zijn ingediend; Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen

-

hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, vanaf 6 weken na vaststelling; Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 we-

-

ken na bekendmaking voor belanghebbenden; Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

52

Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

55

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14008044/1