CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Toelichting Zonnedauw 18 Ysselsteyn

Gemeenteraad 14 mei 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’15.352 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’ Gemeente Venray Ontwerp

colofon

projectnaam Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’ datum 26 februari 2024 projectnummer P05471 IMRO-identificatienummer NL.IMRO.0984.BP23003-va01 opdrachtgever Particulier Ontwerp 21 november 2023 Vaststelling 14 mei 2024 BRO projectleider MOo bron kaft BRO

Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl

TOELICHTING

Inhoudsopgave 1

INLEIDING

5

2

BESTAANDE SITUATIE

7

3

PLANBESCHRIJVING

9

4

UITGANGSPUNTEN VAN HET BELEID

11

4.1

Rijksbeleid

11

4.1.1 4.1.2 4.1.3

11 12 13

4.2

4.3

Provinciaal beleid

13

4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4

13 15 16 17

5

7

Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 - 2024

18 18

Gemeentelijk beleid

20

4.4.1 4.4.2 4.4.3

20 21 23

Omgevingsvisie Venray Omgevingsprogramma Wonen Venray Vergroent

ONDERZOEK

25

5.1

Milieuaspecten

25

5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.1.5

Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Milieuzonering

25 26 26 27 32

Geur Archeologie Cultuurhistorie Ecologie Leidingen en infrastructuur Verkeerskundige aspecten Duurzaamheid Waterparagraaf Niet gesprongen explosieven M.e.r.-plicht

33 37 38 39 41 41 41 43 46 46

5.11.1

46

5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11

6

Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Omgevingsverordening 2014 Omgevingsverordening Limburg 2021 Limburgse Agenda Wonen 2020-2023

Regionaal beleid 4.3.1

4.4

Nationale omgevingsvisie (NOVI) Ladder voor duurzame verstedelijking Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Beoordeling directe m.e.r.-plicht

PLANSTUKKEN

48

6.1 6.2 6.3

48 48 48

Planstukken Toelichting op de verbeelding Toelichting op de regels

UITVOERBAARHEID

51

7.1

51

Economische uitvoerbaarheid

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

3

7.2 7.3

8

Overleg Zienswijzen

51 51

PROCEDURE

52

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Geschiksheidsverklaring Bijlage 2: Aerius berekening Bijlage 3: Omgevingsdialoog Bijlage 4: Geuronderzoek

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

4

1

INLEIDING

Het voornemen bestaat om een extra woning toe te voegen op het perceel bekend als kavel 18 Zonnedauw te Ysselsteyn. Er is momenteel één woning toegestaan. De onderhavige ontwikkeling voorziet in het planologisch-juridisch mogelijk maken van het toevoegen van één extra woning. Hiervoor is onder andere een kavelsplitsing noodzakelijk waarbij er twee adressen zullen worden toegekend: Zonnedauw 18a en Zonnedauw 18b. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan, omdat het toevoegen van woningen niet is toegestaan.

Uitsnede topografische kaart globale ligging plangebied (rood omlijnd)

Het plangebied valt onder de werking van het geldende bestemmingsplan ‘Ysselsteyn’, dat op 27 september 2016 is vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Venray. Volgens het bestemmingsplan is het plangebied bestemd als ‘Wonen’. Het geldende bestemmingsplan laat de realisatie van één extra woning hier niet toe. Het toevoegen van één extra woning is derhalve niet toegestaan. In het voorliggende bestemmingsplan worden de nieuwe bestemmingen voor de gronden wettelijk geregeld, waardoor nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden ontstaan. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, de bijbehorende regels en gaat vergezeld van voorliggende toelichting met bijlagen.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

5

Uitsnede kadastrale kaart luchtfoto globale ligging plangebied rood omlijnd

Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt de bestaande situatie rond het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft vervolgens de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 4 volgen de uitgangspunten uit het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid, die betrekking hebben op de locatie. In hoofdstuk 5 volgt de toetsing van het plan aan de milieu- en overige onderzoeksaspecten op de locatie. In hoofdstuk 6 worden de planstukken en de juridische opzet van de regels beschreven en in hoofdstuk 7 is de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan toegelicht. Tot slot wordt in hoofdstuk 8 de procedure beschreven.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

6

2

BESTAANDE SITUATIE

De beoogde ontwikkeling vindt plaats op braakliggende gronden in de gemeente Ysselsteyn. In de huidige situatie is er in het plangebied sprake van een braakliggend bouwrijp perceel. Het plangebied bestaat uit een gedeelte van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Venray, sectie M, nummer 1919. Het plangebied heeft (na kadastrale splitsing) een oppervlakte van 912 m2. Het plangebied is in het zuiden van de kern Ysselsteyn gelegen, op de hoek van de Zonnedauw met de Veenmos. Het plangebied grenst aan de noord-, west en oostzijde aan bestaande burgerwoningen. Aan de zuidzijde van het plangebied is een groenbestemming gelegen met een beek die uitmondt in een klein meertje. Het plangebied wordt ontsloten op de Zonnedauw.

Uitsnede luchtfoto globale ligging plangebied rood omlijnd

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

7

Vigerend bestemmingsplan Het plangebied is gelegen binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Ysselsteyn’ vastgesteld door de gemeenteraad van Venray op 27 september 2016. Op grond van het vigerende bestemmingsplan geldt er voor het gehele plangebied de bestemming ‘Wonen’. Een uitsnede van de verbeelding van het plangebied in het bestemmingsplan is opgenomen in de onderstaande afbeelding. Op het plangebied rust ook de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie - 4’. Eveneens geldt de gebiedsaanduiding, te weten ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied. Tot slot gelden er verder geen andere dubbelbestemmingen, functie- en of gebiedsaanduidingen.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Ysselsteyn’ plangebied rood omlijnd

Verder is er één bouwvlak opgenomen. Daarnaast geldt de bouwaanduiding ‘vrijstaand’ en geldt een maatvoering met maximaal zes woonheden en een maximale goothoogte van 6 meter. Het geldende bestemmingsplan laat de realisatie van één extra woning hier niet toe. Het toevoegen van één extra woning is derhalve niet toegestaan.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

8

3

PLANBESCHRIJVING

In dit hoofdstuk wordt het beoogde project beschreven en worden de stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten hiervan weergegeven. De ontwikkeling In het voorliggende geval is er sprake van het toevoegen van één extra woning op het braakliggende perceel. Op dit moment is er één vrijstaande woning toegestaan. De extra woning wordt volledig conform de huidige maatstaven gerealiseerd. Zodoende leent de nieuwe woning zich ook uitstekend als levensloopbestendige woning. Het perceel wordt daarnaast opgesplitst en krijgt twee adressen: Zonnedauw 18a en Zonnedauw 18b

Uitsnede visualisatie indeling plangebied (bron: opgesteld door BRO)

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

9

Uitsnede met ontwerpprincipes indeling plangebied (opgesteld door BRO)

Stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten In het kader van het initiatief worden de gronden geheel herontwikkeld. Aangezien er reeds woningen rondom de locatie aanwezig zijn en de locatie gelegen is binnen een bestaand woongebied, past de nieuw te bouwen woning functioneel in de omgeving. Er worden eveneens voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd, waaronder een garage. Vanuit ruimtelijk en stedenbouwkundig oogpunt wordt de ontwikkeling goed inpasbaar geacht. Qua bouw- en gebruiksregels voor het woningbouwplan is overwegend aangesloten bij de regeling voor de omliggende woningen. Hierdoor zullen de gebouwen qua situering en maatvoering passen bij de omliggende woningen en ontstaat een eenduidig stedenbouwkundig beeld. Er liggen echter nog geen uitgewerkte bouwtekeningen voor de nieuwe woningen. Gezien het bovenstaande zijn er geen negatieve stedenbouwkundige of ruimtelijke effecten voor de omgeving te verwachten.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

10

4

UITGANGSPUNTEN VAN HET BELEID

In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

In het kader van de invoering van de Omgevingswet, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van art. 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Dit streven naar integraliteit komt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: 

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

Duurzaam economisch groeipotentieel;

Sterke en gezonde steden en regio’s;

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

11

Relevante nationale belangen voor het voorliggende project zijn als volgt: 

Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving;

Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit;

Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving;

Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften.

Middels de voorliggende ontwikkeling wordt bijgedragen aan de realisatie van een goede omgevingskwaliteit en een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Het plan voorziet namelijk in moderne en hoogwaardige woningbouw, passend bij de behoefte van Ysselsteyn en de gemeente Venray. Voor het plangebied geldt daarnaast dat sprake is van een dermate kleinschalige ontwikkeling dat geen nationale belangen in het spel zijn. Het voorliggende planvoornemen betreft een lokale ontwikkeling, waarbij geen belangen uit de NOVI in het geding zijn. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat de gemeente verplicht moet toepassen bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. In artikel 1.1.1 Bro is gedefinieerd wat een nieuwe stedelijke ontwikkeling is: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie blijkt dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn1. Per 1 juli 2017 is de Ladder gewijzigd. Hierbij is de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om te motiveren hoe de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Indien de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, is een motivering nodig waarom men deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan realiseren (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Uit jurisprudentie blijkt dat kleinschalige woningbouwplannen geen stedelijke ontwikkeling betreffen als bedoeld in artikel 1.1.1 Bro.

In lijn met de uitspraak 2 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 juni 2017 is vastgesteld dat een initiatief waarbinnen maximaal 11 woningen worden gerealiseerd, niet wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De voorliggende ontwikkeling

1

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319). 2 ABRS 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724)

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

12

omvat de realisatie van één extra woning en wordt daarmee niet aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een nadere ladderonderbouwing is dan ook niet vereist. 4.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en naderhand zijn nog enkele wijzigingen in werking getreden. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nationaal Natuurnetwerk, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Afweging Voor de beoogde ontwikkelingen zijn er geen van de bovengenoemde belangen in het geding bij de ontwikkeling van het plangebied. Het toevoegen van de woning is kortom niet in strijd met de beleidsregels, zoals deze zijn opgenomen in het Barro.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Provinciale Omgevingsvisie (POVI)

Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de provinciale omgevingsvisie vastgesteld: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg’ (hierna te noemen: POVI Limburg). De POVI Limburg is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. De POVI is op 25 oktober 2021 in werking getreden en vervangt daarmee het Provinciaal Omgevingsplan Limburg uit 2014 (POL2014). Daarnaast wordt een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. Deze ontwerp-omgevingsverordening wordt besproken in paragraaf 4.2.3. Hoofdopgaven: In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 

Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk als in het bebouwde gebied;

Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie);

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

13

Klimaatadaptatie en energietransitie.

Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toe-komstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst dat bestaat uit twee delen: 

Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s;

Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg.

Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Wonen Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en nietcourante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten.

Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te houden en verbeteren is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

14

Afweging Onderhavig initiatief ziet toe op de toevoeging van één hoog kwalitatieve extra (levensloopbestendige) woning. De ontwikkeling past hiermee binnen de huidige maatschappelijke context, waarin sprake is van een significante woningbehoefte. De beoogde herontwikkeling betekent tevens een impuls voor de kwaliteit van bebouwd gebied. 4.2.2

Omgevingsverordening 2014

De Omgevingsverordening Limburg 2014 bevat de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van het POL2014 juridische binding te geven. Specifiek voor de doorwerking van het ruimtelijk beleid is in de verordening een hoofdstuk Ruimte opgenomen. Dit hoofdstuk bevat uitsluitend instructiebepalingen die zijn gericht tot gemeentebesturen. Zij moeten deze regels in acht nemen bij het vaststellen van bestemmingsplannen, beheersverordeningen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen. In het hoofdstuk Ruimte zijn voor een beperkt aantal onderdelen van het POL-beleid regels opgenomen. Daarnaast zijn regelingen opgenomen die naar de mening van het Rijk door de Provincies nader moeten, dan wel kunnen worden uitgewerkt in een provinciale ruimteverordening. Met name gaat het dan om de regels voor de voormalige ecologische hoofdstructuur, die zijn ondergebracht in het onderdeel Goudgroene natuurzone. In de verordening is onder andere bepaald dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen in beginsel een plaats moeten krijgen binnen het bestaande stedelijk gebied (overeenkomstig de Ladder voor duurzame verstedelijking). Herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen krijgt hierbij bijzondere aandacht. De toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op de realisatie van een of meerdere woningen beschrijft dat: 

rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie;

sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek;

over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken;

het ruimtelijk plan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring.

realisatie van de woningen beoogd is binnen vijf jaar na vaststelling van het ruimtelijk plan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

15

Vanuit de bestuursafspraken vanuit het POL 2014 zijn geen specifieke afspraken opgenomen ten aanzien van maatschappelijke voorzieningen. Het plan is gelegen binnen Boringsvrije zone Venloschol. Binnen deze zone is het niet toegestaan om beneden 5 meter boven NAP verboden een boorput te maken of te hebben, de grond te roeren, een gesloten bodemenergiesysteem te maken of te hebben, werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van slecht doorlatende bodemlagen kunnen aantasten of een aardwarmtesysteem te maken of te hebben. gelegen binnen (milieu)beschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap. Het initiatief ziet niet op een van de bovengenoemde werkzaamheden. De beschermingszone vormt derhalve geen belemmering voor het initiatief. Afweging Volgens de kaarten bij de Omgevingsverordening is het plangebied verder niet gelegen binnen milieubeschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap. De voorgenomen ontwikkeling past dan ook binnen het provinciaal beleid. De voorgenomen ontwikkeling past dan ook binnen de Omgevingsverordening Limburg 2014. 4.2.3

Omgevingsverordening Limburg 2021

Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. In december 2021 heeft de Provincie Limburg de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. De inwerkingtreding is voorzien op 1 juli 2022 wanneer naar verwachting ook de nieuwe Omgevingswet in werking zal treden. Hoewel het ontwerp van de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het plangebied binnen het stedelijk gebied. Conform artikel 12 van de Ontwerp Omgevingsverordening dient de motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de realisatie van één of meerdere woningen het volgende beschrijven: a. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk behoefteonderzoek;

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

16

c.

over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken;

d. het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in Afdeling 14.5; e. realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. Afweging In dit bestemmingsplan is in voldoende mate rekening gehouden met de in artikel 12 van de Omgevingsverordening opgenomen instructieregels. Zoals volgt uit paragraaf 4.2.1 past deze ontwikkeling binnen de POVI Limburg. In paragraaf 4.3 volgt een uitgebreide onderbouwing met betrekking tot de behoefte en de regionale afspraken en met de bouw van de woningen wordt spoedig een aanvang gemaakt, tenminste binnen 5 jaar na de verleende vergunning. 4.2.4

Limburgse Agenda Wonen 2020-2023

De Limburgse Agenda Wonen 2020-2023, ‘Versnellen, versterken en doorzetten’ geeft invulling aan de Limburgse ambitie ‘de juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment beschikbaar’. Het doel van de agenda is om een bijdrage te leveren aan een gezonde woningmarkt. Daarbij is het van belang dat mensen kunnen wonen in een woning en woonomgeving waar ze zich thuis voelen. Een gezonde woningmarkt heeft aanbod dat voldoende inspeelt op de volgende aspecten: 

De huidige en toekomstige woningbehoeften;

Mogelijkheid tot doorstroming en wooncarrière maken;

De woningmarkt is voor iedereen toegankelijk en betaalbaar;

Er zijn geen overschotten die leiden tot leegstand (met uitzondering van 2% frictieleegstand);

Flexibiliteit is noodzakelijk voor mensen die snel huisvesting nodig hebben;

Eigen keuze is van belang. Een woning past bij de leefstijl van een bewoner die tot op zeker hoogte ook kan bepalen hoe, in welke samenstelling en waar hij of zij wil wonen;

De woonomgeving is minstens zo belangrijk, net als de mogelijkheden die bewoners hebben om hier invloed op uit te oefenen.

Om de bovenstaande doelen te bereiken, zet de provincie in op het versnellen van de realisatie van woningbouwinitiatieven die voorzien in een urgente behoefte. Voor bestaande plannen die niet, of op een verkeerde locatie voorzien in een urgente behoefte, wordt beschouwd of deze omgevormd kunnen worden naar plannen met toekomstwaarde. Daarnaast wordt ingezet op het ondersteunen van wenselijke woonprojecten die doorstroming op de woningmarkt bevorderen. De focus ligt hierbij op transformatie van bestaande woningen en leegstaand vastgoed naar met name sociale en middeldure huur en daarbinnen de doelgroepen ouderen, 1- en 2-persoons huishoudens en spoedzoekers.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

17

Afweging De voorliggende ontwikkeling draagt bij aan het creëren van een gezonde woningmarkt. Met het voorgestelde programma wordt namelijk optimaal ingespeeld op de geconstateerde woningbehoeften voor de periode tot 2030. Daarnaast kan doorstroming worden bewerkstelligd, doordat het plan een divers woonprogramma omvat met o.a. woningen voor starters, doorstromers, senioren en studenten. Dergelijke hoog kwalitatieve levensloopbestendige woningen zijn op dit moment in Ysselsteyn nog niet of onvoldoende aanwezig. Het plan biedt hiermee ook meer keuzevrijheid voor bijvoorbeeld jonge starters of senioren die graag in hun eigen dorp willen blijven wonen. Samengevat is bij de voorliggende ontwikkeling sprake van de juiste woning, op het juiste moment en op de juiste plek. Wat betreft deze ‘juiste plek’ is sprake van een locatie te midden van bestaande woningen, waarmee een logische en kwalitatief hoogwaardige invulling van een ongebruikte plek in een woonwijk wordt bereikt.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 - 2024

Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 - 2024 In de ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024’ geven de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas richting aan de regionale woningmarkt. Een van de centrale opgaven is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Bij nieuwbouw dient bij voorkeur ingezet te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten. De huishoudprognose van E’til (Progneff) dient als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter is de kwalitatieve toets leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren. Er wordt dus ruimte geboden voor plannen die aansluiten bij de (toekomstige) vraag naar woningen. In de regio zijn uitgangspunten geformuleerd, waaraan alle bouwplannen moeten voldoen die binnen de kwalitatieve richtlijn vallen. Deze regionale uitgangspunten omvatten de navolgende punten: 

Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen;

Gekeken dient te worden naar koppelkansen;

Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot;

Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte;

De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na;

Zoeken naar aansluiting op de landelijke, regionale en lokale duurzaamheid doelen.

Aanvullend wordt tevens het volgende benoemd: 

Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte.

Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

18

woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt. 

Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad.

Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen.

Analyse bestaande woningvoorraad Het grootste deel van de woningvoorraad voor de toekomst staat er al. Dat maakt dat nieuwbouw slecht een klein deel vormt van de totale woningvoorraad. Inzicht in de kwaliteit van deze woningvoorraad is essentieel om een match met de toekomstige woningvraag te bewerkstelligen. Aan adviesbureau Stec Groep is gevraagd om hierin inzicht te verschaffen. De analyses van Stec Groep geven inzicht in de potentiële kwetsbaarheid van de bestaande woningvoorraad. In de ‘Regionale Structuurvisie Noord-Limburg (2016)’ gaat het vooral om de kwantiteit, terwijl in de nieuwe Regionale Woonvisie de nadruk meer ligt op de kwaliteit. Er wordt vaak gesproken over een woningtekort en vooral landelijk gaat het hierbij om de aantallen. Uiteraard is dat van belang, maar de te verwachten ontwikkeling van huishoudens (in aantal én in type) geeft aan dat wel degelijk rekening gehouden dient te worden met de kwaliteit van de woningvoorraad. In het rapport van Stec Groep wordt een verbinding gemaakt met de demografische ontwikkeling van de regio Noord-Limburg. De woningvoorraad wordt op basis van verschillende indicatoren (voor zowel de woning als de woonomgeving) beoordeeld. Dit vormt een bouwsteen voor beleid rondom de aanpak van de huidige woningvoorraad. Belangrijkste conclusies uit de analyses zijn: 

De komende 10-20 jaar groeit het aantal huishoudens netto met bijna 5.000, deze groei zit op regioniveau in de 65+ doelgroep. Hierdoor ontstaat een groeiende behoefte aan levensloopbestendige woningen;

Er ontstaan overschotten in de niet-levensloopbestendige grondgebonden huur-, goedkope koopen ruime, dure koopsegment.

Op het niveau van individuele gemeenten kunnen er afwijkingen ten opzichte van deze regionale conclusies bestaan. In de onderstaande afbeelding is een totaaloverzicht voor de regio zichtbaar waar een theoretisch tekort en waar een theoretisch overschot in de woningvoorraad ontstaat.

Theoretische tekorten en overschotten woningvoorraad | Bron: WoON2015, WoON2018, Progneff (2018), bewerking Stec Groep (2019)

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

19

Links van de 0 staat het type woning waarvan een overschot is te verwachten en rechts van de 0 staat het type woning waaraan een tekort is. Opgemerkt dient te worden dat de onderstaande theoretische overschotten en tekorten ontstaan wanneer alle doelgroepen hun verhuiswensen kunnen realiseren. In de praktijk is de woningmarkt een aanbodmarkt en zijn doelgroepen niet altijd in staat hun verhuiswens te realiseren, doordat zij hier financieel niet toe in staat zijn of omdat de gewenste woning niet beschikbaar is in de bestaande voorraad. Wel geeft onderstaande afbeelding een goede indicatie van de segmenten waar de grootste risico’s ontstaan op leegstand en achteruitgang. Afweging Middels de onderhavige ontwikkeling wordt maximaal één extra woning mogelijk gemaakt op een inbreidingslocatie binnen de kern van Ysselsteyn. Het door Stec opgestelde rapport ‘Opgaven en aanpak bestaande woningvoorraad in beeld, Basis voor woonbeleid’ uit 2019 geeft een inzicht in de bestaande regionale woningvoorraad en geeft een richting voor een transformatieopgave. Met het onderhavige planvoornemen wordt daarmee een beroep gedaan op de potentie van de bestaande voorraad. De realisatie van de beoogde woning zorgt niet voor het vergroten van het kwetsbare woningoverschot. Onderhavig plan is dan ook passend binnen de regionale kwalitatieve behoefte.

De realisatie van de extra woning is hiermee niet strijdig met de woonvisie van de gemeenten binnen de regio Noord-Limburg. Vanuit het regionaal beleid bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Omgevingsvisie Venray

De gemeenteraad van Venray heeft op 2 november 2021 de ‘Omgevingsvisie Venray’ vastgesteld. In deze visie geeft de gemeente aan wat zij belangrijk vindt in de fysieke leefomgeving en welke doelen en ambities zij daarin wil bereiken. De visie is gebiedsgericht en integraal opgesteld: per deelgebied wordt omschreven waar de gemeente voor staat. Door deze gebiedsgerichte benadering komt een gezamenlijke afweging tot stand en komen de kenmerken per gebied centraal te staan. De combinatie van ‘thema’s’, ‘waarden’ en ‘ambities’ per deelgebied wordt ook wel het toetsingskader genoemd voor nieuwe initiatieven. De omgevingsvisie borduurt voort op de ‘Toekomstvisie Venray 2030’ en is gericht op de periode tot 2030. Daarnaast wordt een doorkijk gegeven naar 2050. Het plangebied maakt deel uit van de kern van Ysselsteyn. Volgens de omgevingsvisie is het plangebied gelegen binnen de categorie ‘woongebieden’. In de woongebieden gelden de navolgende uitgangspunten: 

Het verbeteren van de woonkwaliteit door het realiseren van de juiste woningen op de juiste plek en het aanpassen van de bestaande woningvoorraad;

Er wordt een Transitievisie warmte opgesteld;

Een goede huisvesting wordt bevorderd alsmede de integratie van bijzondere doelgroepen;

Er wordt gezorgd voor voldoende toegankelijk groen om te ontmoeten en bewegen;

Er wordt aandacht besteed aan de fysieke en sociale veiligheid.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

20

Algemeen wil het dorp Ysselsteyn: behouden wat er is en verbeteren waar nodig. Daarbovenop spelen er ook uitdagingen waar Ysselsteyn mee te maken gaat krijgen, zoals de vergrijzing. En dat betekent: 

Om de samenstelling van de bevolking divers te houden, waardoor leefbaarheid en voorzieningen in stand blijven, zal het inwonertal moeten groeien. Dit leidt tot meer woningbouw passend bij de verschillende doelgroepen.

Verbeteren van de infrastructuur (wegen, kruisingen etc.) om veiligheid te waarborgen.

Behoud van agrarische identiteit, waarbij rekening wordt gehouden met de agrarische ondernemingen die zich willen ontwikkelen en met de burgers, die zich zorgen maken over het leefklimaat. Beide moeten de kans krijgen om zich te ontwikkelen.

Nader onderzoek mogelijkheden in het buitengebied waarbij toerisme en recreatie een mogelijke invulling kan zijn.

In het Dorpsontwikkelingsplan 2021-2025, dat op dit moment wordt samengesteld voor en door Ysselsteyn, worden de volgende hoofdthema’s en speerpunten benoemd: Thema Wonen: 

Meer woningen voor een groei in inwonersaantal, afgestemd op de woningbehoefte, die regelmatig gemonitord moet worden.

Verhogen van de aantrekkelijkheid van ons dorp door onder andere meer bomen en groen, behoud of uitbreiding van faciliteiten, zodat zowel mensen van binnen als buiten Ysselsteyn zich willen vestigen.

Met de onderhavige ontwikkeling wordt een kwalitatief goede woning toegevoegd op een reeds daarvoor bestemde plek. Er wordt met het onderhavige planvoornemen geen afbreuk gedaan aan de omliggende natuur. Daarnaast draagt de onderhavige ontwikkeling bij aan de diversiteit van de bevolkingssamenstelling nu het een starterswoning betreft. Afweging Gelet op bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen in lijn is met ‘Omgevingsvisie Venray’. 4.4.2

Omgevingsprogramma Wonen

Op 15 februari 2022 heeft de gemeenteraad van Venray het nieuwe Omgevingsprogramma Wonen vastgesteld. In het Omgevingsprogramma Wonen staan vijf inhoudelijke thema’s centraal. De onderstaande thema’s worden in het vervolg van dit Omgevingsprogramma verder uitgewerkt. Deze thema’s sluiten aan bij de thema’s uit de nota Koers op Wonen: 1. Versnellen en vergroten (kwantiteit): snel voldoende woningen bouwen; 2. Veranderen (kwaliteit): gevarieerd aanbod; 3. Vergroenen/verduurzamen: een duurzame woningvoorraad;

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

21

4. Wonen en zorg; 5. Vitale wijken en kernen. Versnellen en vergroten De gemeente wil goed inspelen op de kwantitatieve woningbehoefte die uit de nieuwste prognoses komt. Daarbij sluiten wordt aangesloten bij de ingezette lijn van de Koers op Wonen. Ook wordt wat verder vooruit gekeken dan 2030. De gemeente streeft naar een bouwproductie van: 

minimaal 2.000 woningen tot 2035;

waarvan minimaal 1.500 woningen tot en met 2030;

met een versnelling in de eerste jaren omdat de druk op de woningmarkt nu zeer groot is (minimaal 200 woningen per jaar);

er worden woningen toegevoegd in iedere kern.

Veranderen De gemeente zet in op een aantrekkelijk en duurzaam woonklimaat. De ambitie ziet op de volgende punten: 

een goede differentiatie van de nieuwbouw, passend bij de behoefte;

Venray en de dorpen kennen een fijn woonklimaat. Ook in de toekomst streven we naar vitale wijken en dorpen, met voldoende groen en ruimte om elkaar te ontmoeten en voldoende passende woningen voor jong en oud. Elke wijk en dorp heeft zijn eigen identiteit, opgaven en ambities (zie ook de beschrijving dorpen en wijken in de Omgevingsvisie). De eerdergenoemde thema’s in dit Omgevingsprogramma Wonen (snel woningen bouwen, gevarieerd aanbod, duurzame woningvoorraad, wonen en zorg) komen dan ook in al deze woongebieden terug, met maatwerk per kern, in samenwerking met de dorps- en wijkraden.

Afweging Om het urgente woningtekort terug te dringen en een gezond woningbouwprogramma te realiseren zet de gemeente in op versnellen, vergroten (kwantiteit), veranderen (kwaliteit) en vergroenen/verduurzamen. Daarnaast wordt aandacht besteedt aan wonen en zorg en vitale wijken en kernen. Vergroten betekent dat zachte plannen hard worden gemaakt, maar ook dat het noodzakelijk is om extra woningen te ontwikkeling. Het initiatief ziet op de realisatie van één extra woning in het woongebied Ysselsteyn. Er is een grote behoefte aan goedkope tot middeldure huurwoningen en goedkope koopwoningen, zoals opgenomen in het Omgevingsprogramma wonen. Kostentechnisch is het echter niet haalbaar om op de betreffende locatie goedkopere wooneenheden te realiseren. Het betreft namelijk een prominente locatie midden in de kern van Ysselsteyn, waar hoge eisen worden gesteld ten aanzien van onder meer architectuur, kwaliteit, duurzaamheid en ondergronds parkeren. Middels een anterieure overeenkomst is vastgelegd dat initiatiefnemer aan bovenstaande eisen zal voldoen. Bovendien is in de huidige krappe woningmarkt sprake van een dermate grote behoefte, waardoor vraag is naar elk segment. Het in beperkte mate toevoegen van middeldure tot dure woningen is hiermee te verantwoorden. Dit is in lijn met het ‘Omgevingsprogramma wonen’.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

22

4.4.3

Venray Vergroent

Klimaatverandering, luchtkwaliteit, stikstof, plastic soep, stijging van de zeespiegel, hevige buien en langdurige droogte, afnemende biodiversiteit: deze onderwerpen zijn aan de orde van de dag. Net als Europa, het Rijk en de provincies, hebben ook gemeenten een belangrijke rol om deze problemen het hoofd te bieden. De gemeente Venray doet dat onder de noemer van Venray Vergroent. In dit programma wordt op een slagvaardige, integrale en ambitieuze wijze gewerkt aan de opgaven voor de gemeente. Het liefst wordt samen gewerkt met de inwoners. Venray Vergroent kent drie deelprojecten: energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie. Energietransitie In Nederland worden veel fossiele energie gebruikt, zoals aardgas en kolen. Er is de afspraak gemaakt dat wordt overgestapt naar andere, meer duurzame energiebronnen, omdat fossiele energie verantwoordelijk is voor een belangrijk deel van de CO2-uitstoot en dus voor de klimaatverandering. Maar ook omdat het Nederlandse aardgas op raakt. Denk daarbij ook aan de problemen in Groningen. Daarnaast leidt de import van buitenlands gas tot een hogere energierekening en maakt het Nederland en de gemeente afhankelijk van andere landen. Klimaatadaptie Het klimaat is aan het veranderen. Mensen krijgen steeds meer te maken met extreme situaties. Denk aan hittestress, wateroverlast of juist periodes van langdurige droogte.

De gemeente Venray werkt aan concrete maatregelen om de omgeving aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering. Door de omgeving te vergroenen, hemelwater op te slaan in plaats van af te voeren en door ruimte te geven aan de Maas en onze beken. Daarmee wil de gemeente bovendien meteen de biodiversiteit versterken en bijdragen aan een gezondere leefomgeving. Circulaire economie De afgelopen decennia is de economie op een lineaire manier ingericht. Dat betekent dat grondstoffen worden gewonnen, producten worden gemaakt en getransporteerd, worden gekocht en/of geconsumeerd, waarna ze op de afvalberg belanden of worden opgestookt. De gevolgen van de lineaire economie zijn overproductie (immers: productie is het verdienmodel), maar ook het uitputten van grondstoffen, een verslechtering van de luchtkwaliteit, de vergroting van de afvalberg, plastic soep, klimaatverandering en stikstofproblematiek. Het is zaak deze productiewijze te veranderen. Dat betekent dat naar een circulaire economie moet worden gegaan, waarin afval waarde heeft en als grondstof voor (nieuwe) producten wordt gebruikt. Waarin producten opnieuw gebruikt worden en waarin er samen voor gezorgd wordt dat al bij het produceren, inkopen en gebruiken wordt gedacht aan de manier waarop het straks weer een functie kan krijgen. Van kleding tot bureaustoelen, van infrastructuur tot (kringloop)landbouw.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

23

Afweging Ten behoeve van de thema’s energietransitie, klimaatadaptatie en circulair economie worden respectievelijk onder andere de volgende maatregelen genomen. De extra woning wordt ten eerste gasloos gerealiseerd. Daarnaast kan het hemelwater op eigen terrein worden opgevangen. Aanvullend kan ter plaatse van de toekomstige tuin water vastgehouden worden. De infiltratie en opvang (hergebruik) van hemelwater heeft tevens een positief effect op het verminderen van hittestress. Tot slot wordt er gezorgd voor warmteterugwinning en zal passieve zonne-energie worden doorgevoerd. Gelet hierop kan worden geconcludeerd dat het initiatief voldoet aan ‘Venray Vergroent’.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

24

5

ONDERZOEK

Bij de toekenning van de nieuwe bestemming aan de locatie dient rekening gehouden te worden met (milieu-)aspecten vanuit de omgeving en op de omgeving. Het onderzoek naar de milieuaspecten bodem, geluid, lucht, geur, externe veiligheid en milieuzonering voor de locatie wordt in de navolgende paragrafen beschreven. Eveneens is gekeken naar de gevolgen van de gewenste ingreep voor de aspecten archeologie en cultuurhistorie, leidingen en infrastructuur, ecologie, waterhuishouding, verkeer en duurzaamheid. De hieruit voortgekomen bevindingen worden in onderstaande paragrafen toegelicht. Per paragraaf wordt de achtergrond uiteengezet, waarna wordt aangegeven wat de onderzoeksresultaten en/of conclusies zijn.

5.1

Milieuaspecten

5.1.1

Bodem

Bij de verkenning van mogelijkheden om nieuwe functies in een gebied te realiseren dient de bodemkwaliteit te worden betrokken. Inzicht in eventuele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieuhygiënische risico’s voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om de beoordelen of de grond geschikt is voor de beoogde functie. Er mogen namelijk geen nieuwe gevoelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd, dat schade is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. Toetsing De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van een extra woning op gronden waarop een enkelbestemming ‘Wonen’ geldt. Door Econsultancy is reeds een verkennend bodemonderzoek vooronderzoek (NEN5740) uitgevoerd. Onderstaand wordt kort ingegaan op de onderzoeksresultaten. Voor meer informatie wordt verwezen naar het volledige onderzoeksrapport (kenmerk 09033127 d.d. 23 april 2009).3 Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. Ook hebben er geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. Zowel in de bovengrond, alsmede in de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten ten opzichte van de Achtergrondwaarden 2000 voorgekomen. In dat kader is tevens een geschiktheidsverklaring opgesteld. Deze is als bijlagen aan dit bestemmingsplan toegevoegd.4

3 4

Econsultancy, Verkennend bodemonderzoek, rapportnummer: 09033127, d.d. 23 april 2009. Bodemgeschiktheidsverklaring college B&W gemeente Venray, d.d. 12 augustus 2022.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

25

Op basis van het eerder uitgevoerde verkennend bodemonderzoek, de geschiktheidsverklaring en de terreininspectie kan gesteld worden dat er milieuhygiënisch géén belemmeringen bestaan voor de voorgenomen ontwikkeling. Er is géén aanleiding voor verder bodemonderzoek. Conclusie Het aspect ‘bodem’ vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. 5.1.2

Geluid

In het kader van deze planologische procedure is het conform de Wet geluidhinder (Wgh) noodzakelijk dat er aandacht wordt besteed aan de akoestische situatie van de nieuw te bouwen woningen. Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de realisatie van geluidgevoelige objecten, dient te worden getoetst aan de Wet geluidhinder (Wgh). In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt, dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidgevoelige objecten binnen een onderzoekszone van een (spoor)weg, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen. In de Wgh is bepaald dat elke weg een onderzoekszone heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. Toetsing De nieuwe woning wordt op basis van de Wgh aangemerkt als geluidgevoelig object. De voorgenomen ontwikkeling ligt echter niet binnen de zone van een 50 km/uur-weg. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling wordt een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai dan ook niet noodzakelijk geacht. Conclusie Vanuit het aspect geluidhinder bestaan er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied. 5.1.3

Luchtkwaliteit

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering: a. Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; b. Een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c.

Een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging;

d. Een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

26

Besluit NIBM Deze AMvB legt vast, wanneer een project niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Binnen de getalsmatige grenzen van de Regeling NIBM draagt een project altijd niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor woningen gelden in de Regeling NIBM de volgende getalsmatige grenzen:

Woningen (maximaal)

Minimaal 1 ontsluitingsweg

Minimaal 2 ontsluitingswegen

3%-norm

3%-norm

1.500

3.000

Getalsmatige grenzen Regeling NIBM

De realisatie van één extra woning ligt ruimschoots beneden de grenswaarden voor woningbouw conform de Regeling NIBM. Het project leidt daarmee niet in betekenende mate tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Hiermee wordt voldaan aan artikel 5.16, lid 1, onder b. Achtergrondwaarden In aanvulling op het bovenstaande is tevens bekeken of de kwaliteit van de lucht ter plaatse goed genoeg is voor de realisatie van de gewenste ontwikkeling. Uit de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland blijkt dat de achtergrondconcentratie ter plaatse tussen de 18 en 20 µg/m3 (PM10), tussen de 10 en 12 µg/m3 (PM2,5) en tussen de 10 en 15 µg/m3 (NO2) bedraagt. In de Wet milieubeheer is de jaargemiddelde grenswaarde voor PM10 en NO2 vastgesteld op 40 µg/m3 en is de jaargemiddelde grenswaarde voor PM2,5 vastgesteld op 25 µg/m3. De luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied is derhalve ruimschoots voldoende. Conclusie Gezien de bestaande concentraties is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde en wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 5.16 Wm lid 1 onder a. Daarnaast draagt het project niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging, waarmee wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 5.16 Wm, lid 1 onder c.

Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling niet bezwaarlijk is in het kader van de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer. 5.1.4

Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

27

De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, het overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). In het Bevi en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Er is sprake van een groepsrisico zodra het plan in het invloedsgebied ligt van een risicovolle activiteit.

Het betrokken bestuursorgaan moet, al dan niet in verband met de totstandkoming van een besluit, expliciet aangeven hoe de diverse factoren die bijdragen aan de hoogte van het groepsrisico (waaronder zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid) zijn beoordeeld en eventuele in aanmerking komende maatregelen, zijn afgewogen. Basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het Basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen, hoofdwaterwegen en hoofdspoorwegen. (Beperkt) kwetsbare objecten Er moet worden getoetst aan het Bevi, het Bevt en het Bevb wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. Een woning is conform het Bevi een kwetsbaar object. Verdere toetsing aan de externe veiligheid is dan ook vereist.

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

28

Onderzoek Door het IPO is een risicokaart samengesteld waarop de meest belangrijke risico veroorzakende bedrijven, objecten en transportroutes zijn aangegeven. Het gaat hierbij onder meer om risico’s van opslag van patronen, stofexplosies, opslag van gasflessen, ammoniakinstallaties, LPG-tankstations enzovoorts. Toetsing Inrichtingen In de omgeving rond het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen die een belemmering kunnen vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. De meest dichtbij gelegen inrichting betreft een LPG-installatie. Deze inrichting ligt op ruim 730 meter ten noordwesten van de locatie. Het grootste invloedsgebied van deze LPG-inrichting (Explosieaandachtsgebied) is 160 meter en reikt hiermee niet tot het plangebied. Gezien de grote tussenliggende afstand ligt de locatie niet binnen het invloedsgebied van deze inrichting. Voor het overige zijn er in de omgeving geen risicovolle inrichtingen aanwezig die een belemmering kunnen vormen voor dit plan.

Uitsnede risicokaart ligging plangebied aangegeven met blauwe cirkel

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

29

Risicovol transport over wegen In de nabije omgeving van het plangebied ligt geen weg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaats vindt. De meest dichtstbijzijnde weg ligt op circa 8 km ten oosten van het plangebied vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de A73. De plaatsgebonden risicocontour 10 -6 van deze weg bedraagt 17 meter en het groepsrisico is kleiner dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. De ligging ten opzichte van deze weg levert daarom geen belemmeringen op. Gezien de beperkte mate waarin vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt over deze weg, in combinatie met de grote tussenliggende afstand, ligt het plangebied ook niet binnen het invloedsgebied van deze weg. Wel ligt het plangebied binnen het invloedgebied van de N277. Deze weg wordt niet meer aangegeven op de risicokaart als een weg waarover het transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is deze weg voor de onderhavige ontwikkeling toch meegenomen. De weg is gelegen op ongeveer 150 meter ten oosten van het plangebied Hierdoor is een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk volgens artikel 7 en 8 van het Bevt. Omdat het gebied op meer dan 200 meter van de N277 is gelegen, kan op basis van artikel 8, lid 1 worden volstaan met een beperkte verantwoording.

Bij een dergelijke verantwoording dient op basis van artikel 7 van het Bevt aandacht besteed te worden aan de volgende items: 

De mogelijkheden ter voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval.

De mogelijkheden van personen binnen het invloedsgebied om zichzelf in veiligheid te brengen (zelfredzaamheid).

In de onderstaande tabel is deze beperkte verantwoording weergegeven.

Aspect

Verantwoording

De moge-

Voor wat betreft de N277 bestaan er met name risico’s in verband met ongelukken

lijkheden

met giftige gassen en vloeistoffen (toxisch scenario). Gezien de grote tussenliggende

ter voorbe-

afstand tussen het plangebied en deze transportas zullen calamiteiten met brandbare

reiding

vloeistoffen en brandbaar gas (BLEVE5) een effecten hebben die tot het plangebied

van be-

reiken.

strijding

5

en beper-

De kans op overlijden ten gevolge van een incident met gevaarlijke stoffen binnen het

king van

plangebied is zeer klein. Er bestaan geen feitelijke mogelijkheden om middels deze

de omvang

ontwikkeling de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de

van een

omvang van een ramp direct te beïnvloeden.

BLEVE staat voor “boiling liquid expanding vapour explosion” (kokende vloeistof-gasexpansie-explosie).

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

30

ramp of zwaar on-

De bestrijding vindt voor zover mogelijk plaats bij de risicobron. Hierbij dient te wor-

geval.

den opgemerkt dat het plangebied bij eventuele calamiteiten over het algemeen goed bereikbaar is voor de hulpdiensten.

De moge-

Bij het beschrijven van de mogelijkheden tot zelfredzaamheid is het van belang om in

lijkheden

te gaan op de verschillende soorten calamiteiten, zijnde calamiteiten met giftige gas-

voor per-

sen en vloeistoffen (toxisch scenario).

sonen om zich in vei-

Voor blootstelling aan een toxische gaswolk (het bepalende scenario), biedt “schuilen”

ligheid te

in combinatie met het sluiten van ramen en deuren de eerste wijze van zelfredzaam-

brengen

heid. Schuilen vindt plaats binnen bouwwerken. De mate waarin deze bouwwerken

indien zich

afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwer-

op de weg

ken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Vluchten is een andere wijze van

een ramp

zelfredzaamheid bij een toxische gaswolk. Het plangebied is goed ontsloten en er zijn

voordoet

vluchtroutes in meerdere richtingen aanwezig.

(zelfredzaamheid).

Van belang is verder dat bewoners tijdig gewaarschuwd worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van het WAS (Waarschuwing- en AlarmeringSysteem) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding en mogelijk in de toekomst via NL-alert. Verder informeert de veiligheidsregio c.q. gemeente haar inwoners over de handelingsstrategie bij calamiteiten.

Risicovol transport over spoor- en vaarwegen In de directe en nabije omgeving rond het plangebied zijn geen spoor- en/of vaarwegen gelegen waarover risicovol transport plaatsvindt. De meest dichtstbijzijnde spoorweg is gelegen op 4,5 kilometer ten zuiden van het plangebied. Het plangebied is niet gelegen binnen het invloedsgebied van de spoorweg. In de directe omgeving rond het plangebied zijn ook geen vaarwegen gelegen waarover risicovol transport plaatsvindt. De dichtstbijzijnde vaarweg waarover risicovol transport plaatsvindt is de Maas. Deze is op een afstand van ruim 12,9 km ten oosten van het plangebied gelegen. Het plangebied is niet gelegen binnen het invloedsgebied van de vaarweg. Vanuit dit kader zijn er dan ook geen belemmeringen. Risicovol transport door buisleidingen Op circa 1 km ten zuidoosten van het plangebied ligt een hogedruk aardgastransportleiding (Z-541) van Gasunie. Deze leiding heeft een uitwendige diameter van 219 mm en een maximale werkdruk van 4000 kPa. De 1%-letaliteitsgrens van deze leiding ligt op een afstand van 95 meter, gemeten aan

Bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’

31

weerszijden van de leiding. Het plangebied ligt buiten deze contour en hierdoor niet binnen het invloedsgebied van de leiding. Voor het overige vindt in de nabijheid van het plangebied geen risicovol transport door buisleidingen plaats. Vanuit dit kader bestaan er kortom geen belemmeringen. Conclusie Vanuit het aspect externe veiligheid bestaan er geen belemmeringen voor de ontwikkeling. 5.1.5

Milieuzonering

Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ 6. Voor het aspect geluid geldt het gemeentelijk geluidsbeleid als toetsingscriterium. In de publicatie van de VNG is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14008044/1