04 Toelichting vastgesteld inclusief bijlagen
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN “Rietweg 16-26 Castenray” NL.IMRO.0984.BP20014-va01 Vastgesteld
Document:
Bestemmingsplan “Rietweg 16-26 Castenray”
IDN:
NL.IMRO.0984.BP20014-va01
Status:
Vastgesteld
Datum:
9 februari 2021
Aanvrager:
Gemeente Venray
Auteur:
De heer ing. P.W.M. van de Ligt Mevrouw ing. N.A.H. van den Ekker
Bureau Leefomgeving Schoolstraat 7 5961 EE HORST 077 – 208 60 99 contact@bureauleefomgeving.nl www.bureauleefomgeving.nl
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ...........................................................................................................................................................3 1.1 AANLEIDING EN DOEL VAN HET BESTEMMINGSPLAN .............................................................................................................................. 3 1.2 LIGGING VAN HET PLANGEBIED...................................................................................................................................................................... 4 1.3 VIGEREND BESTEMMINGSPLAN........................................................................................................................................................................ 4
2.
HUIDIGE SITUATIE ..........................................................................................................................................6 2.1 ALGEMEEN............................................................................................................................................................................................................. 6 2.2 RUIMTELIJKE STRUCTUUR ................................................................................................................................................................................. 6 2.3 FUNCTIONELE STRUCTUUR ............................................................................................................................................................................. 7
3.
BEOOGDE SITUATIE .......................................................................................................................................9 3.1 UITGANGSPUNTEN EN DOELSTELLINGEN VAN HET PLAN ..................................................................................................................... 9 3.2 BESCHRIJVING PLAN ........................................................................................................................................................................................... 9
4.
BELEIDSKADER............................................................................................................................................... 11 4.1 RIJKSBELEID......................................................................................................................................................................................................... 11 4.2 PROVINCIAAL BELEID ...................................................................................................................................................................................... 13 4.3 GEMEENTELIJK BELEID ..................................................................................................................................................................................... 15
5.
RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN ............................................................. 21 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
6.
MILIEUASPECTEN .............................................................................................................................................................................................. 21 EXTERNE VEILIGHEID ....................................................................................................................................................................................... 26 WATER ............................................................................................................................................................................................................... 28 KABELS, LEIDINGEN EN STRAALPADEN ...................................................................................................................................................... 31 NATUUR ............................................................................................................................................................................................................. 32 ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE......................................................................................................................................................
34 VERKEER EN PARKEREN .................................................................................................................................................................................. 36 NIET-GESPRONGEN EXPLOSIEVEN .............................................................................................................................................................. 36
JURIDISCHE ASPECTEN .............................................................................................................................. 37 6.1 TOELICHTING OP DE VERBEELDING ........................................................................................................................................................... 37 6.2 TOELICHTING OP DE PLANREGELS ............................................................................................................................................................. 37
7.
UITVOERBAARHEID ..................................................................................................................................... 39 7.1 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ........................................................................................................................................................... 39 7.2 HANDHAVING .................................................................................................................................................................................................. 39 7.3 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ................................................................................................................................................... 41
8.
PROCEDURE .................................................................................................................................................... 42
Vastgesteld
1
BIJLAGEN Bijlage 1: AERIUS berekening gebruiksfase Bijlage 2: AERIUS berekening bouwfase
Vastgesteld
2
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan
Aan de Lollebeekweg 60 in Castenray was voorheen het loonwerkersbedrijf Hendriks-Smits gelegen. Het loonbedrijf veroorzaakte op deze locatie veel verkeersoverlast in en rondom de kern Castenray en het bedrijf had op deze plek weinig of geen uitbreidingsmogelijkheden. Om deze redenen zijn de eigenaren van het loonbedrijf en de gemeente Venray overeengekomen het bedrijf te verplaatsen naar een beter geschikte locatie, buiten de kern van Castenray. In 2010 is dit bedrijf verhuisd en heeft de gemeente de vrijkomende gronden aangekocht. In Castenray bestond destijds een dringende behoefte aan woningbouw. Hierom heeft de gemeente Venray de vrijkomende gronden herbestemd voor woningbouw (middels het bestemmingsplan “Lollebeekweg Castenray”, vastgesteld d.d. 11 september 2012). In totaal zijn 28 kavels gecreëerd voor verschillende type woningen, die voorzagen in de woningbouwbehoefte van het Castenray. Deze kavels zijn in 2012 op de markt gekomen voor verkoop. Een deel van de kavels zijn inmiddels verkocht en al bebouwd met woningen. De woningen zijn opgericht aan de Roerdomp, Aan het Broek en aan het verlengde van de Rietweg. Tot op heden zijn echter niet alle kavels verkocht en bebouwd. Aan de Rietweg bevinden zich centraal gelegen in het plan Lollebeekweg in totaal nog vier vrije diepe en smalle kavels, bedoeld voor vrijstaande en twee-aaneengebouwde woningen.
De kavels zijn al vanaf 2012 aangeboden voor woningbouw maar tot op heden zijn de kavels niet verkocht. Omdat in de praktijk gebleken is dat deze kavels moeilijk verkoopbaar zijn, is er gekozen voor een herverkaveling waarbij bouwkavels worden gerealiseerd waar inmiddels meer vraag naar is en nu beter aansluiten bij het volkshuisvestelijk beleid. Vanuit volkshuisvesting is de kans groot, zeker op langere termijn, dat grote kavels voor grote vrijstaande en twee-aaneengebouwde woningen niet aansluiten bij de ontwikkeling van de bevolking. Die laat een sterke vergrijzing zien, in combinatie met een forse groei van het aantal eenpersoonshuishoudens. Daar passen kleinere woningen en dus kleinere kavels beter bij. Daarnaast blijven er in het bouwplan ook nog voldoende kavels beschikbaar voor vrijstaande en twee- aaneengebouwde woningen. De gemeente Venray opteert daarom voor een herverkaveling waarbij vier grote kavels worden omgezet tot zes kleinere kavels (voor vier twee-aaneengebouwde woningen en twee vrijstaande woningen). De herverkaveling, van vier kavels naar zes kavels, is op basis van het vigerende bestemmingsplan “Castenray” niet mogelijk. Op basis van dit bestemmingsplan zijn betreffende kavels bestemd als ‘Wonen’ en voorzien van een bouwvlak met de aanduidingen ‘specifieke bouwaanduiding – wonen 1’, ‘maximum aantal wooneenheden: 4’ en ‘maximum goothoogte: 6 m’.
Dit betekent dat binnen deze kavels in totaal vier woningen mogen worden gebouwd die vrijstaand of twee-aaneengebouwd zijn, met een goothoogte van maximaal 6 meter. De herverkaveling en het oprichten van zes kleinere woningen op deze locatie is dan ook niet toegestaan. Om de herverkaveling in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is voorliggend bestemmingsplan, in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), opgesteld. Door middel van dit bestemmingsplan worden de vier kavels omgezet in zes kavels.
Vastgesteld
3
Afbeelding 1. Locatie betreffende kavel in de kern van Castenray (rood omcirkeld)
1.2
Ligging van het plangebied
Betreffende kavels (in het vervolg aangeduid als “het plangebied”) zijn gelegen in het zuidwesten van de kern Castenray, aan de Rietweg. De kavels zijn gelegen ten westen van de woning Rietweg 14 en ten zuiden van de woningen Aan het Broek 9, 11, 13, 15 en 17. Het perceel, waar de kavels onderdeel van uit maken, staat kadastraal bekend als gemeente Venray, sectie P, nummer 1119. In de omgeving van het plangebied is sinds 2000 begonnen met het bouwen van nieuwbouwwoningen aan de Rietweg, de Roerdomp en Aan het Broek. Deze nieuwbouwwijk bestaat dan ook uitsluitend uit woningen. Het plangebied ligt ongeveer in het midden van deze nieuwbouwwijk. In de nieuwbouwwijk zijn nog enkele kavels niet verkocht waaronder kavel 7, 8, 9 en 10. Deze kavels vormen het plangebied.
1.3
Vigerend bestemmingsplan
De locatie maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Castenray” (vastgesteld d.d. 28 oktober 2014) en is bestemd als ‘Wonen’ met de aanduidingen ‘specifieke bouwaanduiding – wonen 1’, ‘maximum aantal wooneenheden: 4’ en ‘maximum goothoogte: 6 m’. Daarnaast geldt voor de locatie ook de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het oprichten van in totaal vier woningen. De woningen dienen vrijstaand of twee-aaneengebouwd opgericht te worden. Daarnaast mag de goothoogte niet meer bedragen dan 6 meter. De beoogde herverkaveling is niet toegestaan binnen deze bestemming. Om deze ontwikkeling toch mogelijk te maken dient de bestemming op onderdelen gewijzigd te worden.
Vastgesteld
4
Voor de gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden in het gebied. Er dient een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd indien de grond voor een oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 0,5 m wordt verstoord.
Afbeelding 2. Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan
Vastgesteld
5
2.
HUIDIGE SITUATIE
2.1
Algemeen
Het plangebied is gelegen in het westelijke deel van de kern Castenray, aan de Rietweg. Castenray maakt onderdeel uit van de gemeente Venray, gelegen in het noorden van Limburg. Circa 800 inwoners bevolken de kern. Castenray ligt ten westen van de A73 en is gelegen aan de doorgaande weg (Horsterweg c.q. Venrayseweg) die Venray en Horst met elkaar verbindt.
Afbeelding 3. Luchtfoto plangebied en omgeving
2.2
Ruimtelijke structuur
Het dorp Castenray vindt zijn oorsprong in een agrarische nederzetting nabij de kruising van de Horsterweg en Lollebeekweg. Al in de Middeleeuwen stond nabij deze kruising een kapel, waarvan nog delen aanwezig zijn. De nederzetting is begonnen als een lintbebouwing, die zich rondom dit kruispunt steeds verder heeft uitgebreid. Castenray is van oorsprong gesitueerd nabij een beek en bosrand en gesitueerd op een viersprong van wegen. Het dorp grenst nu vrijwel direct aan het tracé van de autosnelweg A73. Het grondlichaam met de twee viaducten van de A73, aan de rand van de bebouwde kom, vormt een harde grens. De route Horsterweg, Lollebeekweg en Matthiasstraat zijn historische patronen waaraan de incidenteel voorkomende oudere bebouwing gesitueerd is. Castenray bestaat vooral uit agrarische bedrijvigheid aan de bebouwingslinten met rond de kruising Horsterweg, Lollebeekweg en Matthiasstraat een verdichting van gebogen woonstraten met vrijstaande of twee-onder-een-kapwoningen. De kruising Lollebeekweg-Horsterweg vormt het centrum van Castenray.
Vastgesteld
6
Afbeelding 4. Impressie bouwkavels van voorzijde
Afbeelding 5. Impressie bouwkavels van achterzijde
In 2012 is in Castenray een nieuwbouwwijk opgericht. Deze nieuwbouwwijk is gelegen aan de wegen de Rietweg, de Roerdomp en Aan het Broek. In de omgeving van deze nieuwbouwwijk zijn de nog vrije (bouw)kavels afgewisseld met woningen. In de nieuwbouwwijk zijn de woningen vrijstaand, twee-aaneengebouwd of aaneengebouwd opgericht.
2.3
Functionele structuur
In de bebouwde kom van Castenray overheerst de woonfunctie, zo ook rond het plangebied. Het plangebied maakt onderdeel uit van de nieuwbouwwijk. Naast de woonfunctie is de nieuwbouwwijk ook ingericht ten behoeve van groen. Op circa 60 meter van het plangebied is een groen speelpleintje gelegen. Het speelpleintje is her en der beplant met opgaande bomen. Daarnaast zijn in de directe omgeving van het plangebied twee bedrijven gelegen, welke beide worden ontsloten via de Lollebeekweg.
Afbeelding 6. en 7. Impressie omgeving van het plangebied
De centrumfuncties van Castenray, zijnde de kerk, de basisschool en twee horecagelegenheden bevinden zich ten oosten van het plangebied aan de Horsterweg en Mathiasstraat. Voor wat betreft winkelvoorzieningen, is de kern aangewezen op Horst of Venray.
Vastgesteld
7
Afbeelding 8. Speelpleintje in de omgeving van de bouwkavels
Op korte afstand van het plangebied is het buitengebied van Venray gelegen. Het buitengebied rondom de kern bestaat hoofdzakelijk uit landbouw en natuur. Op circa 120 meter van het plangebied zijn de Castenrayse Vennen gelegen. De Castenrayse Vennen - ook wel de Pès genoemd - vormen een 70 ha groot bosrijk gebied in een breed komvormig dal van de Lollebeek. Zuidwest van de Castenrayse vennen ligt het Castenrayse broek. Het Castenrayse broek is een langgerekt gebied dat vroeger te midden van de heidevelden de drassige bovenloop van de Lollebeek vormde. Het bestaat tegenwoordig voornamelijk uit graslanden.
Vastgesteld
8
3.
BEOOGDE SITUATIE
3.1
Uitgangspunten en doelstellingen van het plan
De doelstelling van dit bestemmingsplan is het herverkavelen van de onbebouwde kavels 7 tot en met 10 in de nieuwbouwwijk van Castenray. De vier grote kavels worden omgezet tot zes kleinere kavels. Door het herverkavelen van deze kavels wordt beter aangesloten op de actuele marktvraag. De woningen op de kavels worden levensloopgeschikt opgericht, waaraan behoefte is binnen de kern van Castenray. Daarmee samenhangend wordt in het plangebied een nieuwe wegenstructuur aangelegd zodat de zes kavels allemaal op een goede wijze ontsloten kunnen worden. Ten slotte wordt de maximale goothoogte van 6 meter verlaagd naar 4 meter. De kleinere woningen worden levensloopgeschikt opgericht (alle voorzieningen op de begane grond). Eén bouwlaag en dus een maximale goothoogte van 4 meter volstaat in dat geval.
Afbeelding 9. Huidige verkaveling
3.2
Afbeelding 10. Inrichtingsschets verkaveling kavels 7 t/m 10
Beschrijving plan
Op basis van het vigerende bestemmingsplan mogen op de vier bouwkavels, die zijn gelegen aan de Rietweg, vier woningen worden gebouwd. Deze woningen dienen vrijstaand of twee-aaneengebouwd te zijn. De kavels zijn in 2012 in de verkoop gekomen om te voorzien in de woonbehoefte van Castenray, maar tot op heden zijn deze kavels niet verkocht. In Castenray blijkt geen behoefte meer te zijn aan ‘grote’ woningen. Wel is behoefte aan ‘kleinere’ woningen die geschikt zijn voor onder andere starters en senioren. De gemeente Venray geeft in de eerste ontwikkeling van de nieuwbouwwijk aan dat de daadwerkelijke invulling van de nieuwbouwwijk afhankelijk is van de concrete woningbehoefte en de vraag op de woningmarkt (bestemmingsplan “Lollebeekweg Castenray”).
Vastgesteld
9
Afbeelding 11. Impressie woningen
Doordat in Castenray vraag is naar levensloopgeschikte woningen wil de gemeente Venray de kavels 7 tot en met 10 herverkavelen. Met de herverkaveling worden de vier kavels omgezet tot zes kavels. Met de herverkaveling wordt de mogelijkheid geboden om vier twee-aaneengebouwde woningen en twee vrijstaande woningen binnen het plangebied op te richten. De woningen krijgen een goothoogte van maximaal 4 meter en zijn daarmee levensloopgeschikt in te richten.
Afbeelding 12. Impressie hoogte verschil tussen bestaande woningen en de beoogde woningen
Vastgesteld
10
4.
BELEIDSKADER
4.1
Rijksbeleid
4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) door de Rijksoverheid vastgesteld ter vervanging van de Nota Ruimte (2004). In de SVIR staan de nationale plannen voor ruimte en mobiliteit. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid wordt steeds meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Hieronder valt bijvoorbeeld het landschapsbeleid. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR drie Rijksdoelen geformuleerd: ▪ de concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken. Dit betekent bijvoorbeeld een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat; ▪ de bereikbaarheid verbeteren; ▪ zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. De provincies en gemeenten krijgen in het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid meer bevoegdheden. Bijvoorbeeld op het gebied van landschappen, verstedelijking en het behoud van groene ruimte.
Provincies en gemeenten zijn volgens het kabinet beter op de hoogte van de situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Daardoor kunnen zij beter afwegen wat er in een gebied moet gebeuren. Het Rijk is verantwoordelijk voor een goed systeem van ruimtelijke ordening inclusief zorgvuldige, transparante ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dat betekent dat het systeem zo ingericht moet zijn dat integrale planvorming en besluitvorming op elk schaalniveau mogelijk is en dat bestaande en toekomstige belangen goed kunnen worden afgewogen. Gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde zijn hier onderdeel van. Het gaat dan zowel om belangen die conflicteren als belangen die elkaar versterken. Bij nieuwe ontwikkelingen, aanleg en herstructurering moet in elk geval aandacht zijn voor de gevolgen voor de waterhuishouding, het milieu en het cultureel erfgoed. Deze aspecten zullen in paragraaf 5.3, respectievelijk paragrafen 5.1 en 5.6 aan de orde komen. Verder heeft het gestelde in dit bestemmingsplan betrekking op provinciale en gemeentelijke belangen. Het initiatief kent een dermate kleinschalig karakter dat deze geen nadelige invloed heeft op de gestelde doelen van het Rijk. Bovendien voorziet de SVIR niet in onderwerpen die op het plangebied van toepassing zijn.
Dit houdt in dat voor de herverkaveling van de vier kavels geen beperkingen vanuit de SVIR gelden. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd.
Vastgesteld
11
Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op Rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Met de herverkaveling worden geen van de genoemde belangen geschaad. In het plangebied is verder geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Kortom, het initiatief is niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro. 4.1.3 Ladder duurzame verstedelijking In de genoemde SVIR is de “Ladder voor duurzame verstedelijking” geïntroduceerd. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. De ladder is juridisch vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ontwikkeling (Bro).
Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per 1 juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd. De drie treden uit de oorspronkelijke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Allereerst dient er sprake te zijn van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Zoals de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft overwogen (uitspraak van 18 december 2013, zaak nr. 201302867/1/R4), is het begrip woningbouwlocatie in de omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro niet nader gedefinieerd in het Bro. Voorts ontbreekt in de nota van toelichting bij deze bepaling (Stb. 2012, 388) een toelichting op de definitiebepaling van het begrip stedelijke ontwikkeling.
De Afdeling is in een eerdere zaak van oordeel geweest dat een aantal van 11 toe te voegen woningen in de bebouwde kom, een ontwikkeling is die niet voorziet in een woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015, ECLI: NL:RVS:2015:2921, r.o. 4.3). Gelet hierop kan zeker geconcludeerd worden dat het herverkavelen van vier bouwkavels voor vier woningen naar zes bouwkavels voor zes woningen in de bebouwde kom van Castenray (waarmee dus feitelijk twee woningen worden toegevoegd, vier zijn er immers reeds toegestaan) evenmin een stedelijke ontwikkeling betreft als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid Bro. Er hoeft dan ook niet aan de ladder getoetst te worden.
Vastgesteld
12
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 Op 12 december 2014 hebben Gedeputeerde Staten het POL2014, met bijbehorend m.e.r., de omgevingsverordening Limburg 2014 en het Provinciaal verkeers- en vervoersprogramma vastgesteld. Allemaal als onderdeel van een integrale omgevingsvisie. Deze documenten zijn op 16 januari 2015 in werking getreden. De provinciale ruimtelijke ambitie komt voort uit de Limburgagenda: een voortreffelijk grensoverschrijdend leef- en vestigingsklimaat, dat eraan bijdraagt dat burgers en bedrijven kiezen voor Limburg; om er naar toe te gaan en vooral ook om er te blijven. In het nieuwe POL staan de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat centraal. Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, de fundamenteel veranderende opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering. Aan het provinciaal omgevingsbeleid ligt een aantal principes ten grondslag: kwaliteit staat daarbij centraal. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto ‘meer stad, meer land’, het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien.
Algemene principes voor duurzame verstedelijking sluiten hierop aan, zoals de ladder voor duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen.
Afbeelding 13. Zonering POL2014
De grote variatie in omgevingskwaliteiten is een kenmerk en sterk punt van Limburg. Om daaraan recht te doen, worden in het POL2014 zeven globaal afgebakende gebiedstypen onderscheiden. Dit zijn zones met elk een eigen karakter, herkenbare eigen kernkwaliteiten, en met heel verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden. Het plangebied is gelegen in de zone ‘Overig bebouwd gebied’. Dit betreffen gemengde woon- en werkgebieden met voorzieningen, deels met stedelijk karakter, deels met landelijk karakter. Beleidsmatig worden hier de volgende accenten gelegd: ▪ Transformatie regionale woningvoorraad ▪ Bereikbaarheid ▪ Balans voorzieningen en detailhandel ▪ Stedelijk groen en water ▪ Kwaliteit leefomgeving
Vastgesteld
13
De realisatie van woningen past binnen de provinciale richtlijnen die zijn gesteld voor het overig bebouwd gebied. Kortom, het initiatief past binnen de beleidsregels zoals geschetst in het POL2014. 4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 Tezamen met het POL2014 is de Omgevingsverordening Limburg 2014 in werking getreden. In hoofdstuk 2 zijn de regels opgenomen inzake bouwen en wonen. In artikel 2.2.2 van de verordening is bepaald dat een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening moet houden met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid van het Bro (ladder duurzame verstedelijking). Onderhavig initiatief is getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zie paragraaf 4.1.3. Er is sprake van het toevoegen van slechts twee woningen. In het geval van twee extra woningen is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waardoor de ladder niet van toepassing is. In artikel 2.4.2 van de verordening is bepaald dat een ruimtelijk plan gelegen in de regio Noord-Limburg niet voorziet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. Zoals in paragraaf 4.2.3 van onderhavige toelichting is vermeld, is er in casu sprake van bouwen naar reële behoefte. Het initiatief past daarmee in de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg.
Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt overigens dat het plangebied niet ligt binnen (milieu)beschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap. 4.2.3 Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg De Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg, vastgesteld op 5 april 2016, is een visie waarmee de bestuurders van de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Peel en Maas, Venlo en Venray en de Provincie Limburg sturing geven aan de regionale woningmarkt. De structuurvisie heeft de status van intergemeentelijke structuurvisie op grond van artikel 2.1, lid 3 Wro. Daarmee heeft het document een juridische status met een zelfbindend karakter. Samen met alle woonpartners zijn vijf inhoudelijke pijlers geïdentificeerd die de kern vormen van de visie. De pijlers rusten idealiter op een stevig fundament: krachtige gemeenten en een sterke regio. De inhoudelijke pijlers zijn: 1. Een gezonde woningmarkt in balans: nieuwbouw naar behoefte; Het aantal plannen dat de regio heeft en maakt om nieuwbouw toe te voegen, moet in een gezonde verhouding staan tot de kwantitatieve behoefte. Het is onverantwoord om te sturen op een bouwprogramma dat uitgaat van meer dan voorspelde groei.
Dat betekent in de regio concreet dat plancapaciteit terug wordt gebracht én alleen plannen toe worden gevoegd die echt kwaliteit toevoegen en passen bij de woonbehoefte van de afzonderlijke gemeenten in de regio: bouwen naar reële behoefte. 2. De juiste woning op de juiste plek en dynamisch voorraadbeheer; Samen de regio een breed palet aan woonmilieus bieden dat aansluit bij de huidige en toekomstige inwoners van de regio. De dominante vraag in de regio is het wonen in grotere kernen waar voorzieningen zijn. Er is in de visie een afwegingskader ontworpen dat regionaal en lokaal het instrument vormt om tot een heldere prioritering en onderbouwing van nieuwbouwplannen te komen. De werkwijze sluit aan bij de principes van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Integrale afweging en integraal voorraadbeleid zijn sleutelwoorden. 3. Goed wonen voor iedereen, maar met extra aandacht voor onder andere arbeidsmigranten; Bijzondere aandacht is nodig voor de huisvesting van (toekomstige) werknemers en dan vooral de arbeidsmigranten. Zij vullen veel banen in en zijn voorwaarde voor de verdere economische ontwikkeling. De regio gaat voor een uitnodigende strategie en kiest voor de beleidslijn van short stay naar mid stay en uiteindelijk naar regulier wonen. Regionaal wordt ook de noodzaak gevoeld om stil te staan bij statushouders.
En verder zijn Toegelaten Instellingen (corporaties) vanaf 1 januari 2016 verplicht bij nieuwe verhuringen passend toe te wijzen. Betaalbaarheid en beschikbaarheid zijn dan ook twee onderwerpen die op regionaal niveau verder uitgewerkt moeten worden. Vastgesteld
14
4.
5.
Kwaliteit bestaande voorraad en kernen meer centraal; De eerste pijler van het dynamisch voorraadbeheer is het werken aan de kwaliteit en de geschiktheid van de bestaande voorraad. Vooral in de meer stedelijke wijken vraagt dit aandacht. Daar is vernieuwing nodig (slopen, verdunnen, renoveren). Stedelijke herverkaveling kan hierbij een instrument zijn, net zoals de mogelijkheden van een transitiefonds. Maar ook de leefomgeving in de kernen staat op sommige plekken onder druk. Leegkomende en leegblijvende panden kunnen juist in kleine kernen versneld een spiraal naar beneden inzetten. Lokale kracht zien, benutten en waarderen is de lijn die wordt ingezet. Ruim baan voor nieuwe vormen van maatschappijsturing (coöperaties, zelfbeheer). Maar ook, slechts na zorgvuldige afweging is er in de kleine kernen in beperkte mate ruimte voor nieuwbouw. De grote opgave voor nu is het tegengaan van het overaanbod aan goedkope en slechte koopvoorraad. Een levensloopvriendelijke en duurzame regio. Door de vergrijzing neemt het aantal senioren fors toe; in de kleine kernen gaat dit proces nog sneller. Dit wordt extra aandacht gegeven in lokaal woonbeleid. Aanpassing van de woning is primair de verantwoordelijkheid van de verhuurder of eigenaar. Maar bewustwording over woningaanpassingen maakt het verschil.
Hier ligt een prachtige kans om de koppeling te zoeken met bewustwording op het terrein van verduurzaming. Voorzieningen voor zwaardere zorg vereisen een zekere omvang en zullen naar verwachting daarom in grotere kernen geconcentreerd worden.
In casu is er sprake van bouwen naar reële behoefte. In Castenray blijkt geen behoefte aan ‘grote’ woningen. Wel is behoefte aan ‘kleinere’ levensloop geschikte woningen die bij uitstek geschikt zijn voor starters en senioren. In onderhavig geval is er sprake van een stedelijke herverkaveling van vier kavels tot zes kavels, welke veel beter aansluiten bij de kwalitatieve behoefte van de kern Castenray en die bijdraagt aan het bieden van passende woonruimte voor onder andere starters en senioren in kleine kernen. Het initiatief sluit daarmee aan op de visie van de gemeenten binnen NoordLimburg om de juiste woning op de juiste plek te realiseren.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1 Toekomstvisie Venray 2030 In 2009 heeft de gemeente Venray een strategische visie vastgesteld met als tijdzone 2020. In 2013 is de Strategische visie ‘Venray, stad in de Peel (2025)’ als een aanvulling op en herijking van de strategische visie 2020, ‘Venray Dorp en Stad’ opgesteld met een doorkijk naar 2025. De nieuwe toekomstvisie Venray 2030, ‘Venray loopt voorop’ is tot stand gekomen in 2019 en geeft een doorkijk naar 2030. De toekomstvisie gaat in op: ▪ De grote ontwikkelingen die op Venray afkomen en aangeven wat dit betekent voor de opgaven op lokaal en regionaal niveau en voor de vraagstukken of agendapunten voor het lokaal bestuur (kompas); ▪ Verbinding en energie opleveren door samen met de Venrayse gemeenschap – inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners – te komen tot een gezamenlijk toekomstbeeld van Venray; ▪ Slim verbinding leggen met andere participatietrajecten, zodat hier op voortgebouwd kan worden onder meer bij de totstandkoming van de omgevingsvisie. Ten aanzien van het thema wonen zijn wat betreft het voorliggend project geen nieuwe of afwijkende uitgangspunten geformuleerd. Het belang van een goede kwaliteit van woonomgeving en woningen, de aanwezigheid van werkgelegenheid en kwalitatief goede voorzieningen, wordt andermaal onderstreept.
Met de visie op de gewenste toekomstrichting kan de gemeente Venray effectief sturing geven aan het proces van beleidsontwikkeling en prioritering.
Vastgesteld
15
De thema’s die centraal staan zijn: 1. Venray is dorp en stad; 2. Venray is kennisintensief; 3. Venray zorgt voor elkaar; 4. Venray is levendig; 5. Venray voorziet in alle woonwensen. De gemeente wil voorzien in alle woonwensen en biedt daarbij de ruimte voor een gevarieerde en boeiende maatschappelijke omgeving. Door een grote zorg voor het in stand houden en verbeteren van de bestaande woonwijken (soms in de vorm van herstructurering) beoogt de gemeente unieke woonmilieus creëren, waarin de bestaande sociale structuren en voorzieningen op een positieve wijze worden beïnvloed. Middels onderhavig initiatief wordt aangesloten bij het streven van gemeente Venray om te voorzien in alle woonwensen, van in dit geval starters en senioren. 4.3.2 Ontwikkelingsperspectief 2015 Het door de gemeente Venray opgestelde Ontwikkelingsperspectief 2015 beoogt de verbindende schakel te vormen tussen het strategisch beleid zoals verwoord in de strategische visie en het tactisch beleid zoals opgesteld in verschillende Dorp- en Wijkontwikkelingsplannen. De nota biedt een ontwikkelingsperspectief voor de middellange termijn (ontwikkelingen tot 2015, met een doorkijk naar 2020/2025) en vormt voor het gemeentebestuur een leidraad bij de afweging van concrete beslissingen of voor de inzet van bestuurlijke uitvoeringsinstrumenten.
In het document is derhalve een uitvoeringsstrategie opgenomen die de gemeente Venray wil hanteren bij de verdere uitwerking en uitvoering van de nota. Aan de uitvoeringsstrategie ligt een aantal richtinggevende doelstellingen ten grondslag. Met betrekking tot Castenray zijn met name de volgende richtinggevende doelen uit het ontwikkelingsperspectief relevant: ▪ Het behouden van levensvatbare dorpen en wijken. Door samenwerking en clustering van dorpen en wijken beschikken deze over een compleet en gedifferentieerd woningaanbod en een basisaanbod aan maatschappelijke voorzieningen; ▪ Het ondersteunen van sociale cohesie. Door te zorgen voor integratie en samenwerking tussen doelgroepen op verschillende niveaus in en tussen de verschillende dorpen en wijken van Venray. Door het activeren en in stand houden van een diversiteit aan voorzieningen en het creëren van betrokkenheid bij de leefomgeving en betrokkenheid voor de medemens; ▪ Aandacht voor natuur en cultuurhistorische kwaliteiten. Door de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten van Venray te beschermen en waar mogelijk verder te ontwikkelen en te benutten; ▪ Het vergroten van de ruimtelijke identiteit van Venray. Door ruimtelijke kwaliteiten van Venray te behouden, te versterken en te benutten met daarin ruimte voor ontwikkeling en vestiging van passende functies.
Voor de ruimtelijke ontwikkeling van de dorpen worden clusters of groepen van kernen onderscheiden. Die clusters zijn grotendeels gebaseerd op bestaande, soms informele, samenwerkingsverbanden. Ook functioneren deze samenwerkingsverbanden soms over de gemeentegrens heen. Door clusters van dorpen aan te wijzen, wil de gemeente Venray een vangnet vormen voor de handhaving van voorzieningen op clusterniveau. Elk cluster kent een hoofdkern. Op het vlak van sociaal-maatschappelijke voorzieningen worden voorzieningen binnen de hoofdkern in elk geval in stand gehouden en wordt binnen de clusters intensief samengewerkt. De kern Castenray behoort samen met de dorpen Oirlo en Horst tot één cluster. De samenwerking tussen de dorpen zal worden vertaald in de Dorpsontwikkelingsplannen (DOP’s). De DOP’s vormen de basis voor een aantal integrale projecten, waarmee een bijdrage kan worden geleverd aan de leefbaarheid van de dorpen en omgeving. Het Dorpsontwikkelingsplan van Castenray wordt in de hierna volgende paragraaf nader toegelicht.
Vastgesteld
16
4.3.3 Structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Castenray 2010 De raad van de gemeente Venray heeft op 2 november 2010 de structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Castenray vastgesteld. Het Dorpsontwikkelingsplan bestaat uit twee onderdelen: dit betreft in de eerste plaats een analyse van de huidige situatie van de kern Castenray en hierop gebaseerde strategische visie. In de strategische visie wordt de visie op Castenray voor de periode tot 2020 beschreven. Het tweede deel van de structuurvisie behelst een uitvoeringsprogramma, waarin (eventuele) maatregelen zijn benoemd waarmee deze visie kan worden gerealiseerd. Op basis van de analyse van de huidige situatie zijn de sterktes en zwaktes, en de hiermee samenhangende kansen en bedreigingen van de kern Castenray in beeld gebracht. De ruimtelijke analyse heeft geresulteerd in een integrale gebiedsvisie. De strategische visie behelst deels een verdere uitwerking van het beleid dat al eerder in de gemeentelijke Strategische Visie en het Ontwikkelingsperspectief is weergegeven. Op basis van deze kaders, het bestaande sectorale beleid en de opgestelde gebiedsanalyse is deze visie opgesteld. De strategische visie voor de kern Castenray is gestoeld op 4 pijlers, te weten een ruimtelijke, functionele, economische en sociaal maatschappelijke pijler.
In de ruimtelijke pijler wordt bijvoorbeeld aangegeven op welke locaties in en rond de kern nieuwe (woningbouw)ontwikkelingen mogelijk zijn, en welke voorwaarden hieraan zijn verbonden. In 2007 is door de gemeente Venray een woningmarktonderzoek uitgevoerd. Hieruit komt naar voren dat in de huursector vraag is naar rijwoningen en starters geven aan behoefte te hebben aan appartementen met lift. Overigens gaat het hier wel om kleine aantallen. In de koopsector is vooral vraag naar 2- onder-1 kap en vrijstaande woningen. Huishoudens van 55 jaar en ouder hebben behoefte aan grondgebonden nultredenwoningen en appartementen met lift. Net als in de huursector gaat het hierbij niet om grote aantallen. Om te voorzien in deze woonbehoefte is in Castenray op de voormalige locatie van het loonbedrijf Hendrix een woningbouwlocatie ontwikkeld. Deze woningbouwlocatie voorziet in de bouw van ca. 20 woningen. Het onderhavige initiatief heeft betrekking op een deel van deze woningbouwlocatie. In 2019 is een nieuw Dorpsontwikkelingsplan opgesteld voor de kernen Oirlo en Castenray. In dit DOP wordt eerst gekeken naar het verleden, daarna na het heden en vervolgens naar de toekomst.
4.3.4 Dorpsontwikkelingsplan (DOP) Oirlo – Castenray De dorpsraden van Oirlo en Castenray hebben in samenwerking met de gebiedscoördinator van de gemeente Venray een nieuw Dorpsontwikkelingsplan opgesteld voor de kernen Oirlo en Castenray. Op zaterdag 12 oktober 2019 is het DOP overhandigt aan het college van B&W van de gemeente Venray. In het DOP wordt de visie voor de kernen Oirlo en Castenray voor een periode van vijf jaar beschreven. In het DOP zijn speerpunten voor de komende vijf jaar voor Castenray beschreven. De speerpunten zijn in volgorde van prioriteit weergegeven. 1. Castenray ‘moet’ groeien (leefbaarheid) Om de leefbaarheid in de dorpen te behouden en de stichtingen, verenigingen levensvatbaar te houden is groei noodzakelijk. In de demografische ontwikkeling zien wij een storm aan vergrijzing komen. Het is een must om tegemoet te komen aan de woningbouwbehoefte om beide dorpen een bestaansrecht te laten houden. 2. Renovatie dorpskern (Openbare ruimte en verkeer) De dorpskern aantrekkelijker maken door een echte dorpskern te creëren. Het huidige dorpsplein, het kruispunt bij de kerk en de Matthiasstraat herinrichten zodat dit multifunctioneel kan worden gebruikt. 3. Soepeler recreatiebeleid (Toerisme & Recreatie) Soepeler beleid wanneer er i.p.v. 15 een keer 20 caravans op de camping staan. De campings zijn afhankelijk van het seizoen.
Hier flexibel mee omgaan om het bestaansrecht te waarborgen. Vastgesteld
17
4.
5.
6.
Ontwikkelen gebied ‘De Diepeling’ (Toerisme & Recreatie) De mogelijkheden voor recreatie rondom de Diepeling onderzoeken en zo mogelijk uitwerken met een commissie / ondernemer. Opties hiervoor zijn o.a. stiltegebied, wandelgebied, zwemparadijs. Herkaveling bouwpercelen Rietweg / Roerdomp (wonen) De huidige kavelindeling is niet uitnodigend om te bouwen. Deze herindelen in overleg met de dorpsraad zodat men op de website al direct uitnodigende kavels te zien krijgt. Dit bevordert de verkoop van de kavels en de woningbouw in Castenray. Meer bekendheid geven aan prijshalvering voor sociale huurwoningbouw. Nieuw uitbreidingsgebied (wonen) Om de leefbaarheid in Castenray te waarborgen en tegemoet te komen aan de woningbouwbehoefte is het raadzaam om op niet al te lange termijn nieuwe uitbreidingsgebieden aan te wijzen.
In het DOP is daarnaast opgenomen dat verwacht wordt dan mensen langer zelfstandig blijven wonen en dat de bestaande woningen hierop aangepast dienen te worden of dat de nieuwe huizen gebouwd dienen te worden die hierop ingericht zijn. Ook is opgenomen dat door de vergrijzing de vraag naar huurwoningen zal toenemen. Onderhavig plan sluit aan bij het Dorpsontwikkelingsplan Oirlo – Castenray. Het plan heeft betrekking op speerpunt 5, namelijk het herverkavelen van een deel van de bouwpercelen die gelegen zijn aan de Rietweg. Met de herverkaveling wordt ook aangesloten bij de toekomstvisie, het oprichten van levensloopgeschikte woningen. 4.3.5 Woonvisie Venray 2017 Op 16 mei 2017 heeft de gemeenteraad de Woonvisie Venray 2017 'Transformatie van de woningmarkt' vastgesteld. Belangrijkste doelstelling van deze visie is het aanpassen van de bestaande woningvoorraad aan de veranderende wensen van de woonconsument. Venray is een gemeente die tegen de stroom van krimp in nog groeit. De focus ligt dan ook op het beantwoorden van de groeiende vraag naar woningen voor de komende jaren. Woningen die bovendien moeten aansluiten bij de nieuwe wensen van de woonconsument. De samenstelling van huishoudens verandert. Meer mensen gaan alleen wonen en gezinnen zijn kleiner dan in het verleden. Er wordt dus niet gevraagd om minder woningen, maar wel om kleinere.
Voor een belangrijk deel zijn die woningen er al, maar moeten ze worden aangepast en voor een ander deel moeten er nieuwe gebouwd worden. Bijzondere aandacht vraagt de groeiende groep senioren met een kwalitatieve woningbehoefte en nieuwe en andere woonconcepten (levensloopbestendige woningen al dan niet onder meer gecombineerd met zorg). Hieraan is een groeiend tekort. Om keuzes uit de Woonvisie te monitoren en om in te kunnen spelen op ontwikkelingen in de woningmarkt wordt jaarlijks een monitoringsrapportage woningbouw opgesteld. De monitor vormt de basis waarop ontwikkelingen gedurende een langere periode worden getoetst aan beleidskeuzes uit de woonvisie. Indien noodzakelijk worden ambities bijgesteld, dan wel aangepast. De meest recente is de Woonmonitor 2018 die op 21 oktober 2019 is vastgesteld. 4.3.6 Monitor woningbouw 2019 De Woonmonitor 2019 (vastgesteld op 8 juli 2020) blikt terug op de gerealiseerde woningbouw van het afgelopen jaar en kijkt vooruit op basis van de bekende woningbouwplannen op 1 januari 2020. Noord-Limburg is als anticipeergebied benoemd. Dat betekent dat op termijn de bevolkingsontwikkeling naar verwachting een dalende lijn te zien zal geven. De bevolkingsdaling wordt zichtbaar in het jaar 2027. Dan is het geprognosticeerde aantal inwoners met 43.986 op zijn hoogst. Daarna daalt het aantal inwoners geleidelijk.
Die daling wordt op enige afstand gevolgd door een afname van het aantal huishoudens. Tot 2033 blijft het aantal huishoudens als gevolg van de huishoudensverdunning echter nog wel groeien tot het maximum van 19.918. In dat jaar is ook de woningvraag maximaal en komen in de prognoses uit op 19.667 woningen.
Vastgesteld
18
De bevolking krimpt niet alleen: de samenstelling (naar leeftijd en huishoudenssamenstelling) verandert ook sterk. Het aandeel ouderen neemt de komende jaren sterk toe. In 2016 is nog 26% van de inwoners van Venray 60 jaar of ouder, in 2033 is dat al ruim 36%. Het aantal oudere huishoudens (> 60 jaar) loopt zelfs op tot boven 50%. De prognoses laten zien, dat de groei daarna in afgevlakte vorm doorzet. De gemiddelde huishoudensomvang neemt af door een sterke groei van het aantal één- en tweepersoonshuishoudens. Vooral de groei van het aantal éénpersoonshuishoudens is opmerkelijk; in 2016 gaat het nog om 31% van het totaal aantal huishoudens, in 2033 is het al gegroeid tot 36,5% en in 2050 tot bijna 40%. Beide ontwikkelingen hebben een (versterkend) effect: éénpersoonshuishoudens hebben gemiddeld economisch minder te besteden dan tweepersoonshuishoudens en ook onder ouderen is, ondanks verbeterde pensioenvoorzieningen, nog steeds een omvangrijke groep mensen met een betrekkelijk geringe koopkracht. Dat heeft voor de lokale economie al grote gevolgen, maar laat zich op termijn ook in de woningmarkt nadrukkelijk gelden. De sterke groei van het aantal éénpersoonshuishoudens zal op zich zelf de vraag naar kleine goedkope en betaalbare woningen doen toenemen.
Op basis van de gegevens die in de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg zijn gebruikt, zouden er gemiddeld 100 woningen jaarlijks moeten worden opgeleverd om in de behoefte tot 2030 te voorzien. In 2019 zijn in de gemeente Venray 179 woningen opgeleverd. Met de oplevering van 179 woningen zit de gemeente Venray fors boven de gemiddelde behoefte van 100 woningen per jaar. De woningbouwproductie in de gemeente Venray zal in 2020 naar verwachting uitkomen rond de 130 woningen. In de kerkdorpen wordt waarschijnlijk iets minder dan de helft van de totale nieuwbouw toegevoegd, de teller komt daar rond de 50 uit is de inschatting. Er liggen nog steeds woningbouwmogelijkheden in elk kerkdorp. De gemeente Venray streeft ernaar om tegemoet te komen aan de woonwensen van starters en senioren. Dit doet de gemeente door middel van: ▪ Bevorderen van de mogelijkheden om (weliswaar beperkt) in kleinschalige en door de consument geïnitieerde projecten nieuwbouw voor starters te plegen; ▪ Bevorderen van de bouw van kleine (tijdelijke) woningen op verschillende locaties in de gemeente. Het initiatief voor het realiseren van de woningen voor starters en senioren sluit derhalve perfect aan bij de verwachte behoefte en de door de gemeente gestelde doelstellingen. Bij de Woonmonitor is tevens een overzicht gegeven van de situatie per 1-1-2020 voor de gemeente Venray.
Het overzicht geeft zowel de harde plannen als de plannen in voorbereiding. Het overzicht is bedoeld als instrument om de totaallijst aan plannen in beeld te houden. Voor de kern Castenray geldt een behoefte van 29 woningen tot aan 2030. In de afgelopen jaren (tot aan 2019) zijn in totaal 25 woningen opgericht. Op 1 januari 2020 is een programma van 19 woningen voor de kern Castenray. Hierdoor is er sprake van een planoverschot van 15 woningen. De gemeenteraad van Venray heeft op 19 september 2017 het Herprogrammering woningbouw vastgesteld. Hierin geeft de gemeente Venray aan dat tot 2030 nog steeds sprake is van een overschot aan plannen. De gemeente Venray heeft de ambitie om het woningbouwprogramma verder in overeenstemming te brengen met de woningbehoefte. Bestaande en nieuwe woningbouwplannen worden dan ook tegen het licht gehouden op basis van een afwegingskader. Voor de kern Castenray zijn geen harde en zachte plannen opgenomen die heroverwogen worden. In Castenray is tot aan 2030 een overschot aan woningen. Echter blijkt uit het Dorpsontwikkelingsplan dat in Castenray nog wel behoefte is aan levensloopgeschikte woningen. Daarnaast is in het DOP opgenomen dat de herverkaveling van de bouwpercelen aan de Rietweg / Roerdomp een van de speerpunten is. Onderhavig initiatief voorziet in deze herverkaveling.
Met de herverkaveling worden vier kavels omgezet in zes kavels die geschikt zijn voor de bouw van levensloopgeschikte woningen die bij uitstek geschikt zijn voor senioren. Vastgesteld
19
Binnen de gemeente Venray is vraag naar starters en senioren woningen. Daarnaast is vraag naar levensloopgeschikte woningen zodat een huishouden er in verschillende levensstadia goed binnen de woning kan wonen. Gesteld kan worden dat onderhavig initiatief aansluit bij de Monitor woningbouw 2019. Het initiatief heeft namelijk betrekking op kavels die zijn opgericht om te voorzien in de woonbehoefte van de inwoners van Castenray. Deze kavels worden nu omgezet om te kunnen voorzien in de woonwens van starters en senioren. In de gemeente Venray is grote vraag naar starters en seniorenwoningen. 4.3.7 Structuurvisie Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling gemeente Venray 2011 Het in de ‘Structuurvisie Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling gemeente Venray 2011’ vastgelegde kwaliteitsbeleid omtrent een bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling is gebaseerd op de gedachte dat ruimtelijke ontwikkelingen (bouwactiviteiten) leiden tot verlies aan ruimtelijke kwaliteit en dat dit verlies moet worden gecompenseerd. Achterliggend doel is het behoud en waar mogelijk versterking van de (groene) kwaliteiten van zowel het buitengebied als het stedelijk gebied. Woningbouw dient in principe plaats te vinden binnen de contouren van de dorpen en de grens stedelijke dynamiek. Daarnaast kan het in bepaalde gevallen toch wenselijk zijn om ook in het buitengebied op beperkte schaal incidentele woningbouw toe te staan.
In dit geval is het plangebied gelegen in de bebouwde kom van Castenray, derhalve binnen de contour. Voor alle woningbouwontwikkelingen geldt dat alleen kan worden gebouwd bij aantoonbare vraag. Daarnaast is levensloopbestendig en flexibel bouwen het uitgangspunt voor elk nieuw woningbouwplan. Zoals blijkt uit paragraaf 4.3.4 is behoefte naar de herverkaveling van de bouwkavels aan de Rietweg / Roerdomp om de verkoop te bevorderen. Het omzetten van vier van deze bouwkavels naar zes bouwkavels ten behoeve van woningbouw voor starters en senioren voldoet derhalve aan de vraag. Voor het bepalen van de hoogte van de bijdrage in het stedelijk gebied wordt aangesloten bij de bijdrage ruimtelijke ontwikkeling zoals vastgelegd in de nota grondbeleid 2011. Deze bijdrage bestaat uit € 2.500,- per kavel. De tegenprestatie vindt zo veel mogelijk ter plaatse en/of in de nabijheid van de ingreep plaats. Indien dit niet mogelijk is, komt de bijdrage ten goede van het kwaliteitsfonds stedelijk gebied.
Vastgesteld
20
5.
RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN
Met de herverkaveling dient rekening gehouden te worden met (milieu-)aspecten vanuit de omgeving en op de omgeving. Het onderzoek naar de milieuaspecten bodem, milieuzonering, geluid, lucht, externe veiligheid voor het plangebied wordt in de navolgende paragrafen beschreven. Eveneens is gekeken naar de gevolgen van het initiatief voor de aspecten archeologie, leidingen en infrastructuur, natuur, waterhuishouding en verkeer. De hieruit voortkomende bevindingen worden in onderstaande paragrafen toegelicht.
5.1
Milieuaspecten
5.1.1 M.e.r.-beoordeling Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r. wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 20091. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(-beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom per 1 april van 2011 ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r. nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een m.e.r. nodig.
Beoordeling noodzakelijkheid m.e.r.(-beoordeling) Om te bepalen of een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is dient bepaald te worden of het project voorkomt in lijst C of lijst D van het Besluit, of de drempelwaarden worden overschreden, of het project in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. Drempelwaarden Lijst C en D In het plangebied worden vier bouwkavels bedoeld voor de bouw van vier woningen zodanig herverkaveld dat er zes woningen gebouwd kunnen worden en dat de perceelsgrens is veranderd. Het realiseren daarvan komt niet voor in bijlage C van het besluit m.e.r. Er is dus geen sprake van een directe verplichting om een m.e.r. procedure te doorlopen. Op grond van categorie D11.2 geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht voor onder andere de aanleg of wijziging van ‘een stedelijk ontwikkelingsproject’, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. Een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. Een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen bevat, of 3. Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Blijkens de nota van toelichting bij het Besluit m.e.r.2 kan het bij een stedelijk ontwikkelingsproject gaan om ‘bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan’.
1 2
HvJ EG 15 oktober 2009, zaak C-255/08 (Commissie tegen Nederland Staatsblad 2011, nr. 102
Vastgesteld
21
Aangezien het initiatief in dit geval betrekking heeft op in totaliteit zes woningen valt het initiatief ruimschoots onder de drempelwaarde van 2.000 woningen, zodoende is er geen sprake van een directe m.e.r.-beoordelingsplicht. Vormvrije m.e.r.-beoordeling In het Besluit m.e.r. is aangegeven dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. In feite zijn daarmee de geval definities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst) indicatief gemaakt. Dit betekent dat niet meer kan worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde ligt en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk is. Onder de geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud (dat wil zeggen: op basis van dezelfde criteria) aansluit bij de m.e.r.-beoordeling, de diepgang kan echter anders zijn en er zijn geen vormvereisten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. Gemeenten en provincies moeten dus ook bij kleinere bouwprojecten beoordelen of een m.e.r. nodig is. Die beoordeling is vormvrij.
Uit deze toelichting blijkt dat het plangebied niet is gelegen in een gevoelig gebied en het initiatief geen negatieve effecten heeft op elders gelegen gevoelige gebieden. Er is geen risico op verontreiniging en het initiatief leidt niet tot hinder voor omliggende functies. Er worden geen gevaarlijke stoffen gebruikt en / of technologieën toegepast, waardoor er geen sprake is van risico op ongevallen. Uit deze toelichting blijkt kortom dat er geen sprake is van nadelige gevolgen voor het milieu. Conclusie 1. Het herverkavelen van vier bestaande bouwkavels naar zes bouwkavels komt niet voor in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Er hoeft dus geen m.e.r. te worden opgesteld; 2. De activiteit valt wel onder categorie D11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Er geldt echter geen m.e.r.-beoordelingsplicht omdat de in kolom 2 bij deze categorie genoemde ‘drempelwaarden’ bij lange na niet worden overschreden; 3. Omdat de activiteiten wel worden genoemd in een van de categorieën in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar de drempelwaarden niet worden overschreden, dient in beginsel voor dit plan wel een vormvrije m.e.r.beoordeling te worden uitgevoerd; 4.
Uit de uitgevoerde vormvrije m.e.r.-beoordeling is gebleken dat de activiteit op grond van de selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu leidt en dus geen aanleiding vormt om op grond hiervan alsnog een m.e.r. uit te voeren. 5.1.2 Bedrijven en milieuzoneringen Om een scheiding te maken tussen de milieubelastende bedrijven of inrichtingen en milieugevoelige functies is een milieuzonering aangebracht. Als hulpmiddel hiervoor is in 2009 de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgesteld met een indicatieve bedrijvenlijst door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), in samenwerking met de Ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Economische zaken, in 2009 een indicatieve bedrijvenlijst opgesteld. De bedrijven zijn ingedeeld in milieucategorieën en per bedrijfstype is in de indicatieve bedrijvenlijst aangegeven welke afstand moet worden aangehouden tot een gevoelige functie. De afstanden die moeten worden aangehouden hebben betrekking op geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier afstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. De richtafstanden van de indicatieve bedrijvenlijst worden aangehouden om te beoordelen of er voldoende afstand is tussen bedrijven en gevoelige objecten.