CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Toelichting Stationsweg 197a Mgr. Hanssenstraat 1a

Gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan ’Stationsweg 197a/Mgr. Hanssenstraat 1a Oostrum'20.267 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Noorderhof 16 | 5804 BV Venray | +31 077 2086099 contact@bureauleefomgeving.nl | www.bureauleefomgeving.nl

Bestemmingsplan

Stationsweg 197a / Mgr. Hanssenstraat 1a Oostrum

Identificatienummer:

NL.IMRO.0984.BP23010--va01

Concept:

13-3-2023

Ontwerp:

3-11-2023

Vastgesteld:

26-3-2024

COLOFON

Projectnaam:

INHOUDSOPGAVE 1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

8.

INLEIDING ...........................................................................................................................................................3 1.1

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan ................................................................................................................................... 3

1.2

Ligging van het plangebied .......................................................................................................................................................................... 4

1.3

Vigerend bestemmingsplan ........................................................................................................................................................................ 6

HUIDIGE SITUATIE ..........................................................................................................................................8 2.1

Algemeen........................................................................................................................................................................................................... 8

2.2

Ruimtelijke en functionele structuur..................................................................................................................................................... 9

BELEIDSKADER............................................................................................................................................... 10 3.1

Rijksbeleid....................................................................................................................................................................................................... 10

3.2

Provinciaal beleid......................................................................................................................................................................................... 12

3.3

Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................................................................... 18

PLANBESCHRIJVING .................................................................................................................................... 21 4.1

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan.............................................................................................................................. 22

4.2

Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten .................................................................................................................................... 23

RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN ............................................................. 24 5.1

Milieuaspecten .............................................................................................................................................................................................. 24

5.2

Externe veiligheid........................................................................................................................................................................................ 29

5.3

Water............................................................................................................................................................................................................... 31

5.4

Kabels, leidingen en straalpaden........................................................................................................................................................... 33

5.5

Natuur ............................................................................................................................................................................................................. 33

5.6

Archeologie en cultuurhistorie............................................................................................................................................................. 37

5.7

Verkeer en parkeren................................................................................................................................................................................. 38

5.8

Niet-gesprongen explosieven................................................................................................................................................................ 40

JURIDISCHE ASPECTEN .............................................................................................................................. 42 6.1

Toelichting op de verbeelding ............................................................................................................................................................... 42

6.2

Toelichting op de planregels .................................................................................................................................................................. 42

UITVOERBAARHEID ..................................................................................................................................... 44 7.1

Economische uitvoerbaarheid............................................................................................................................................................... 44

7.2

Handhaving .................................................................................................................................................................................................... 44

7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................................................................... 45

PROCEDURE .................................................................................................................................................... 46

Vastgesteld – ‘Mgr. Hanssenstraat 1a/Stationsweg 197a, Oostrum’

1

BIJLAGEN Bijlage 1: Aerius berekening (ver)bouw- en gebruiksfase SEPARATE BIJLAGEN ▪ Akoestisch onderzoek, HMB Groep (d.d. 16 februari 2023, kenmerk: 23211201N) ▪ Omgevingsdialoog AVG

Vastgesteld – ‘Mgr. Hanssenstraat 1a/Stationsweg 197a, Oostrum’

2

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan

Bij de gemeente Venray is door initiatiefnemer een verzoek ingediend voor het uitbreiden c.q. het verplaatsen van Melvins Tweewielers naar de locatie Stationsweg 197a en de herbestemming van de voormalige winkellocatie Mgr. Hanssenstraat 1a, beide gelegen in Oostrum.

Afbeelding 1 Ligging en omgeving plangebied (rood; plangebied)

Al jaren is Melvins Tweewielers, zijnde het bedrijf van initiatiefnemer, actief op de locatie Mgr. Hanssenstraat 1a in Oostrum. Op deze locatie voorziet Melvins Tweewielers in advisering en verkoop van fietsen en alle daaraan gerelateerde producten. Daarnaast biedt Melvin Tweewielers ook reparatie en montage van fietsen aan, echter vindt dit op een separate locatie plaats, hemelsbreed 60 meter verderop in de straat, op de locatie Stationsweg 197a. Hier is ook het magazijn van de fietsenwinkel, alsmede de bedrijfswoning waar initiatiefnemer woonachtig is, gevestigd. De huidige bedrijfssituatie, bestaande uit twee afzonderlijke locaties, is niet wenselijk en zorgt voor onduidelijkheid bij klanten en leveranciers. Ook brengt het vele ongewenste verkeersbewegingen tussen de twee separate locaties en verkeersonveilige situaties op de Mgr. Hanssenstraat in verband met parkeren/ laden en lossen van klanten en leveranciers. Om deze onwenselijke situatie op te lossen is bij initiatiefnemer het voornemen ontstaan de volledige bedrijfsvoering van Melvins Tweewielers te verplaatsen naar de locatie Stationsweg 197a. Er wordt dan één centrale bedrijfslocatie gerealiseerd, waar zowel de advisering en verkoop als de reparatie en opslag onder een dak plaats vinden.

De locatie Stationsweg 197a beschikt over een ruime separate inrit en op eigen terrein in voldoende ruimte om te laden en lossen, waardoor de ongewenste verkeersbewegingen tussen de beide locaties komen te vervallen.

Vastgesteld – ‘Mgr. Hanssenstraat 1a/Stationsweg 197a, Oostrum’

3

Om de gehele bedrijfsvoering naar de locatie Stationsweg 197a te verplaatsen is het noodzakelijk om de thans aanwezige werkplaats/opslag aan de achterzijde uit te breiden ten behoeve een showroom en winkelruimte. Deze uitbreiding is gedeeltelijk beoogd buiten het bestaande bouwvlak. Met het verplaatsen van de winkel van Melvins Tweewielers komt de bestaande winkelruimte op de locatie Mgr. Hanssenstraat 1a vrij. Het is niet wenselijk om op deze locatie een nieuwe winkel te realiseren, derhalve bestaat het voornemen om de winkelruimte inpandig te verbouwen tot woning, bestemd voor de verhuur. Deze woning sluit aan bij de thans aanwezige woning Mgr. Hanssenstraat 1b en de omliggende woningen. Op basis van het vigerende bestemmingsplan “Oostrum” is de locatie Stationsweg 197a weliswaar bestemd als ‘Bedrijf’, maar is nieuwe bebouwing alleen toegestaan binnen het bouwvlak. De beoogde nieuwe bebouwing is deels gepositioneerd buiten het bouwvlak. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is de uitbreiding van het bedrijf in de beoogde vorm dan ook niet toegestaan. De locatie Mgr. Hanssenstraat 1a is bestemd als ‘Detailhandel’. Op basis van deze bestemming is slechts één woning toegestaan. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is dan ook niet mogelijk om op deze locatie een tweede woning op te richten.

Om de voorgenomen ontwikkeling in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is voorliggend bestemmingsplan, in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgesteld. In dit bestemmingsplan wordt 1) op de locatie Stationsweg het bouwvlak uitgebreid, waardoor de uitbreiding van de werkplaats/opslag mogelijk wordt en 2) op de locatie Mgr. Hanssenstraat de bestemming ‘Detailhandel’ gewijzigd naar ‘Wonen’ en wordt de aanduiding ‘maximaal aantal wooneenheden’ toegekend, waardoor er (ver)bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een tweede woning ontstaan.

1.2

Ligging van het plangebied

Onderhavige planvoornemen heeft betrekking op twee afzonderlijke locaties, zijnde; Stationsweg 197-197a en Mgr. Hanssenstraat 1a, beide gelegen te Oostrum. De beide locaties worden in onderhavige toelichting samen aangeduid als “het plangebied”. Stationsweg De locatie is thans bebouwd met bedrijfswoning en een werkplaats/opslag. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Venray, sectie E, nummers 4565 en 4952 en heeft een totaal oppervlakte van circa 2.085 m². Feitelijk gezien is de woning Stationsweg 197 gelegen op het kadastrale perceel E 4565 en de werkplaats/opslag op de locatie Stationsweg 197a, kadastrale perceel E 4952. Het perceel aan de achterzijde van deze locatie kadastraal bekend als gemeente Venray, sectie E, nummer 4953 maakt planologisch onderdeel uit van de locatie Stationsweg 197a daar deze samen in één bouwvlak zijn gelegen. In het kader van onderhavige ontwikkeling zal deze locatie meegenomen worden in onderhavige ontwikkeling. De ontwikkeling vindt echter enkel plaats op de locatie Stationsweg 197a. De locatie wordt aan de zuidzijde begrenst door de Stationsweg, De oostzijde wordt begrensd door de naastgelegen bedrijfskavel Stationsweg 199. Aan de noord- en noordwestzijde zijn landbouwgronden gelegen en aan de westelijke zijde zijn tevens enkele burgerwoningen gelegen.

Vastgesteld – ‘Mgr. Hanssenstraat 1a/Stationsweg 197a, Oostrum’

4

E 4953

Perceel E 4952 (locatie Stationsweg 197-197a)

Afbeelding 2 Luchtfoto Stationsweg

Mgr. Hanssenstraat 1a Op de locatie Mgr. Hanssenstraat is thans een woning en inpandig winkelruimte aanwezig. De woning is voorzien van een eigen huisnummer zijnde Mgr. Hanssenstraat 1b. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Venray, sectie E, nummers 4111 en heeft een oppervlakte van circa 410 m². De locatie wordt aan de zuidzijde begrenst door de Mgr. Hanssenstraat. De overige zijde worden begrensd door de omliggende woningen. Aan de westzijde van de locatie was tot enige tijd geleden een kapsalon gevestigd.

Afbeelding 3 Luchtfoto Mgr. Hanssenstraat 1a

Vastgesteld – ‘Mgr. Hanssenstraat 1a/Stationsweg 197a, Oostrum’

5

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Beide locaties maken onderdeel uit van het bestemmingsplan “Oostrum” (vastgesteld d.d. 22 december 2015). Stationsweg De locatie Stationsweg is bestemd als ‘Bedrijf’ en ter plaatse van de bedrijfswoning en bedrijfsbebouwing voorzien van een bouwvlak. Ter plaatse van de bedrijfswoning zijn de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ en de maatvoeringsaanduiding ‘maximum goothoogte: 6 m’ opgenomen. Ter plaatse van de bedrijfsbebouwing is de maatvoeringsaanduiding ‘maximum goothoogte: 4 m’ opgenomen. Daarnaast is de gehele locatie voorzien van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – las- en montage bedrijf’ en de dubblebestemming ‘Waarde – Archeologie 4’.

Afbeelding 4 Uitsnede vigerend bestemmingsplan locatie Stationsweg

De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven van milieucategorie 1 en 2 en op deze locatie tevens een las- en montagebedrijf. Voor het bouwen van gebouwen geldt dat deze binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak dienen te worden gebouwd. Een bedrijfswoning is enkel toegestaan ter plaatse van de aanduiding bedrijfswoning. Gezien de opgenomen maatvoeringsaanduidingen mag de goothoogte van de bedrijfswoning maximaal 6 meter bedragen en de goothoogte van de bedrijfsbebouwing maximaal 4 meter. De uitbreiding van de bestaande werkplaats/opslag past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Het plangebied is weliswaar bestemd als ‘Bedrijf’ en voorzien van een bouwvlak, echter is de uitbreiding van het bedrijf deels gepositioneerd buiten het bouwvlak. Mgr. Hanssenstraat De locatie Mgr. Hanssenstraat is bestemd als ‘Detailhandel’ en ter plaatse van de bebouwing voorzien van een bouwvlak met de maatvoeringsaanduiding ‘maximum goothoogte: 6 m’. Daarnaast is de gehele locatie voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’.

Vastgesteld – ‘Mgr. Hanssenstraat 1a/Stationsweg 197a, Oostrum’

6

Afbeelding 5 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan (rood; Mgr. Hanssenstraat 1a)

De voor ‘Detailhandel’ aangewezen gronden zijn bestemd voor detailhandel en wonen. Per bouwvlak is maximaal een woning toegestaan. Het toevoegen van een tweede woning is op deze locatie dan ook niet toegestaan, daar er reeds één bestaande woning aanwezig is.

Vastgesteld – ‘Mgr. Hanssenstraat 1a/Stationsweg 197a, Oostrum’

7

2.

HUIDIGE SITUATIE

2.1

Algemeen

Het plangebied is gelegen in het westen van de kern Oostrum. Oostrum maakt onderdeel uit van de gemeente Venray, dat is gelegen in het noorden van Limburg. Oostrum is het grootste zelfstandige kerkdorp van deze gemeente, ruim 2.400 inwoners bevolken de kern.

Afbeelding 6 Luchtfoto projectgebied en omgeving (rood; plangebied)

Stationsweg De locatie is thans bebouwd met bedrijfswoning en een loods. Aan de voorzijde van de locatie is de woning gelegen welke door initiatiefnemer wordt bewoond, de gronden ten westen en noordwesten van de woning zijn in gebruik als tuin bij de woning. Achter de woning is de loods gelegen, deze is reeds in gebruik door Melvins Tweewielers als werkplaats/opslag. De gronden aan de noord- en oostzijde van de loods zijn voorzien van asfalt verharding en thans in gebruik als parkeerplaats/buitenopslag ten behoeve van het bedrijf. Mgr. Hanssenstraat Op de locatie Mgr. Hanssenstraat 1 a-b is een woning (Mgr. Hanssenstraat 1b) en winkel (Mgr. Hanssenstraat 1a) aanwezig. De winkel is gelegen aan de voorzijde van de bebouwing, grenzend aan de Mgr. Hanssenstraat. De woning is daarentegen aan de achterzijde gelegen en bereikbaar via een entree aan de achterzijde. De woning en winkel op deze locatie vormen tezamen met de woning en voormalige kapsalon op de locatie Mgr. Hanssenstraat 1 één gezamenlijk bouwmassa. De winkel is thans in gebruik door Melvins tweewielers als showroom en winkel. De aanwezige woning wordt bewoond door een derde.

Vastgesteld – ‘Mgr. Hanssenstraat 1a/Stationsweg 197a, Oostrum’

8

2.2

Ruimtelijke en functionele structuur

Oostrum is ontstaan als lintbebouwing aan de Mgr. Hanssenstraat. De Mgr. Hanssenstraat vormt dan ook een belangrijke beelddrager in ruimtelijke zin door de aanwezigheid van historische bebouwing en door het bijzondere profiel met de relatief aaneengesloten straatwanden. De kern is vervolgens, na de Tweede Wereldoorlog, uitgebreid door planmatig aangelegde woonwijken. Deze woonwijken zijn in eerste instantie ten noorden en vervolgens ten zuiden van de Mgr. Hanssentraat gerealiseerd. Ten noorden van de Mgr. Hanssenstraat bestaat de woonbebouwing met name uit strokenbouw uit de jaren 50-60 en bungalows. Aan de zuidzijde van de Mgr. Hanssenstraat bevinden zich overwegend tweekappers en vrijstaande woningen in twee lagen.

Afbeelding 7 Stationsweg ter plaatse van 197-197

Afbeelding 8 Mgr. Hanssenstraat ter plaatse van 1a-1b

Andere belangrijke structuurdragers van Oostrum zijn de spoorlijn Nijmegen – Roermond en de Oostrumsche Beek. De spoorlijn doorsnijd de kern in het westen. De Oostrumsche Beek vormt de natuurlijke zuidelijke grens van de kern Oostrum. Daar de spoorlijn de kern doorsnijd is ook de overgang tussen kern en bedrijventerrein duidelijk zichtbaar. De Stationsweg, welke in noord-zuid richting parallel aan de spoorlijn loopt, vormt de planologische afscheiding tussen de kern (oosten) en het bedrijventerrein de Hulst I (westen). Daar waar de Stationsweg zich kruist met de Mgr. Hanssenstraat vormt deze in oost-west richting de planologische afscheiding tussen bedrijventerrein de Hulst I (zuiden) en het buitengebied (noorden).

Vastgesteld – ‘Mgr. Hanssenstraat 1a/Stationsweg 197a, Oostrum’

9

3.

BELEIDSKADER

In dit hoofdstuk worden de op het plangebied van toepassing zijnde beleidskaders behandeld. Gemeenten zijn immers niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincie geven met het door hen gevoerde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op het van toepassing zijnde Rijksbeleid. In de daarop volgende paragraaf komt het provinciaal beleid aan bod. In paragraaf 4.3 volgt ten slotte het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Venray.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2024, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie die is vastgelegd in artikel 3.1, lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van artikel 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ▪ Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; ▪ Duurzaam economisch groeipotentieel; ▪ Sterke en gezonde steden en regio’s; ▪ Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzen. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteiten van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor onderhavig initiatief zijn als volgt: ▪ Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; ▪ Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; ▪ Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; ▪ Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften.

Vastgesteld – ‘Mgr. Hanssenstraat 1a/Stationsweg 197a, Oostrum’

10

Met het initiatief wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen. Bovendien geldt voor het plangebied dat er geen nationale belangen uit de NOVI in het geding in het geding zijn, mede gezien de kleinschaligheid en de aard van het initiatief. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken.

In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op Rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Met het initiatief worden geen van de genoemde belangen geschaad. In het plangebied is geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Het initiatief is daarom niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro. 3.1.3 Ladder duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is in oktober 2012 ingevoerd en is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. De ladder is juridisch vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ontwikkeling (Bro). Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per 1 juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd.

De drie treden uit de oorspronkelijke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst: “De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Met onderhavig initiatief is sprake van een woningbouwlocatie aangezien binnen het plangebied in totaal één woning wordt gerealiseerd, zodoende is in beginsel sprake van een stedelijke ontwikkeling. De omvang van de woningbouwlocatie is echter ook bepalend of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling.

Vastgesteld – ‘Mgr. Hanssenstraat 1a/Stationsweg 197a, Oostrum’

11

De Afdeling is in een eerdere zaak van oordeel geweest dat een aantal van 11 toe te voegen woningen, een ontwikkeling is die niet voorziet in een woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015, ECLI: NL: RVS:2015:2921, r.o. 4.3). Gelet hierop kan zeker geconcludeerd worden dat het realiseren van één woning in de bebouwde kom van Oostrum evenmin een stedelijke ontwikkeling betreft als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid Bro. Het initiatief valt derhalve niet onder de werking van de ladder en hoeft er dus niet aan getoetst te worden.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten de Provinciale Omgevingsvisie (POVI), met bijbehorend m.e.r vastgesteld. De Provinciale Omgevingsvisie is per 25 oktober 2021 in werking getreden. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het voormalige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg’ (POL2014). De omgevingsvisie is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a. In stedelijk c.q. bebouwd gebied; Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen. In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven.

Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk. Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid. b. In landelijk gebied; Limburg kent een uniek landschap en prachtige natuurgebieden. Dit is niet vanzelfsprekend. In het landelijk gebied ligt de nadruk op uitdagingen die te maken hebben met onder meer klimaatadaptatie, de transitie van de landbouw, de inpassing van energie en het zoeken van de balans tussen natuur(behoud), ruimtelijke kwaliteit en het mogelijk maken van ontwikkelingen. Daarnaast zijn schaalvergroting en leegstand van agrarische bebouwing, toeristisch-recreatief (mede)gebruik, biodiversiteit, stikstof en (grond)waterkwaliteit belangrijke thema’s. 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie; Tot 2020 groeit het aantal banen in Limburg. De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag.

In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal ouderen toeneemt. Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentratie van kwetsbare groepen. Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan. 3. Klimaatadaptie en energietransitie; Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt uitdagingen en veiligheidsoverwegingen, maar ook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van thema's. Deze klimaatontwikkelingen hebben invloed Vastgesteld – ‘Mgr. Hanssenstraat 1a/Stationsweg 197a, Oostrum’

12

op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natuur. Ook verandert de komende jaren de energievoorziening in Nederland fors. Deze energietransitie zal ook een grote impact hebben op de woon- en leefomgeving in Limburg. Energiebesparing in industrie, landbouw, woningen en mobiliteit én het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, zijn hierbij uitdagingen met impact op de omgeving. De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: ▪ Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; ▪ Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader.

Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. In het kader van onderhavige ontwikkeling zijn de thema’s wonen en werklocaties van toepassing. Werklocaties Op het gebied van werklocaties, waaronder inbegrepen bedrijventerreinen, houdt het POVI vast aan het vinden van geschikte huisvesting waarbij ruimte noodzakelijk is. Dit kan in Limburg vaak een probleem zijn. Soms is er onvoldoende ruimte beschikbaar, of voldoet de ruimte niet aan de eisen van de gebruikers. Daarbij kunnen eisen ook snel veranderen door digitalisering, verduurzaming, globalisering of robotisering van bedrijfsprocessen. In Noord-Limburg ontstaat druk op grootschalige kavels, die met name gebruikt worden door logistieke bedrijven die de corridor van Rotterdam/Antwerpen naar het Ruhrgebied willen benutten. Dit vraagt om het maken van keuzes, ook omdat niet alle logistieke bedrijven evenveel toegevoegde waarde leveren aan onze economische structuur. Er is een behoorlijke voorraad aan bedrijventerreinen, echter kan afhankelijke van de vraagontwikkeling deze voorraad niet voldoen door het soort of de kwaliteit van het terrein niet volstaat.

De Provincie heeft dan ook de ambitie om in de toekomst te beschikken over voldoende werklocaties waar goede ontwikkelruimte is voor bestaande en nieuwe bedrijven. In de komende jaren wordt er samen met gemeenten en/of eigenaren toegewerkt naar werklocaties die zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht aan de maat zijn. Hierbij dient gekeken te worden naar het zo efficiënt mogelijk omgaan met de beschikbare ruimte. Met betrekking tot bedrijventerrein wordt de redeneerlijn ‘behoefte-bestaand-uitbreiding-nieuw’ gehanteerd. Dit betekent dat eerst de behoefte aangetoond dient te worden. Hierna dient eerst gekeken te worden naar (her)gebruik van bestaande terreinen. Indien blijkt dat (her)gebruik van bestaande terreinen niet volstaat kan gekeken worden naar het ontwikkelen van nieuwe terreinen aansluitend aan bestaande werklocaties. Als laatste mogelijk is er dan nog het ontwikkelen van andere buitenstedelijke locaties, mits goed gemotiveerd. De beoogde ontwikkeling voorziet op de locatie Stationsweg in de uitbreiding van de bestaande werkplaats waardoor een winkel/showroom gerealiseerd kan worden. Met de uitbreiding van de werkplaats/opslag komt de voormalige winkelruimte op de Mgr. Hanssenstraat te vervallen.

De ontwikkeling voorziet in het oplossen van een ongewenste bedrijfssituatie op twee separate locaties, hiermee wordt de bedrijfsvoering enerzijds geoptimaliseerd en anderzijds komen de ongewenste verkeersbewegingen tussen de twee separate locaties hiermee te vervallen. Een positieve ontwikkeling voor zowel het bedrijf als de omliggende omgeving. Er wordt met de ontwikkeling dan ook ingezet op zorgvuldig ruimtegebruik en er wordt voldaan aan de behoefte van de gebruiker. Het plan is dusdanig klein van aard dat

Vastgesteld – ‘Mgr. Hanssenstraat 1a/Stationsweg 197a, Oostrum’

13

het geen beperkingen oplevert voor de provinciale belangen. Het initiatief is dan ook passend binnen de kaders van de Provinciale Omgevingsvisie. Wonen Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil.

Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving. De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied. Groen, schone lucht, het tegengaan van hittestress en voorzieningen om wateroverlast (zowel overstromingen als droogte) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit. De voorgenomen ontwikkeling voorziet op de locatie Mgr. Hanssenstraat 1a in het inpandig verbouwen van een winkelruimte naar een nieuwe woning. Dit woongebruik sluit aan bij de omliggende woningen in de omgeving. Daarnaast voorziet de ontwikkeling in een (kleine) bijdrage aan het heersende woningtekort. De woning is voorzien in de bebouwde kom van Oostrum. Mede gelet op de regionale en gemeentelijke beleidskaders past het onderhavige initiatief binnen de ontwerp Provinciale Omgevingsvisie Limburg. 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2021 Op 17 december 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening Limburg vastgesteld.

In de Omgevingsverordening Limburg staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening, die grofweg twee typen regels bevat: ▪ Instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap; ▪ Regels voor activiteiten die rechtstreeks voor eenieder gelden of voor specifieke doelgroepen. Het plangebied is op basis van de nieuwe omgevingsverordening aangewezen als ‘landelijk kern’. In een landelijke kern is de leefbaarheid en vitaliteit belangrijk. Het initiatief draagt bij aan een betere leefbaarheid van de landelijke kern en past daarmee binnen dit gebiedstype. De volgende regels uit de Omgevingsverordening Limburg 2021 zijn in dit geval van toepassing: ▪ Wonen, werken en recreëren Wonen, werken en recreëren In de Omgevingsverordening Limburg 2021 is opgenomen dat de motivering bij een plan dat betrekking heeft op de realisatie van een of meerdere woningen beschrijft dat: a. Rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; Vastgesteld – ‘Mgr. Hanssenstraat 1a/Stationsweg 197a, Oostrum’

14

b. c.

d. e.

Sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk behoefteonderzoek; Over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; Het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in Afdeling 14.5; Realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen.

Voor wat betreft detailhandel is eveneens in de Omgevingsverordening 2021 opgenomen dat de motivering bij een plan dat voorziet in een toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor detailhandel aan de bestaande voorraad of planvoorraad beschrijft dat: a. Rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering), 8 (Economie) en 9 ( Werklocaties) van de provinciale omgevingsvisie, de regionale visie Kantoren Noord-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014; b. Een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan bovenstaande onder a; c. Een beschrijving van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en, wanneer dat aan de orde is, de verantwoording van de afstemming in (sub-)regionaal verband. Onderhavig initiatief is hierboven getoetst aan het rijksbeleid en het provinciaal beleid en wordt hieronder getoetst aan het regionale en gemeentelijk beleid. Uit toetsing blijkt dat het initiatief niet voorziet in een toevoeging van detailhandel aan de bestaande voorraad, maar slechts in een verplaatsing van een bestaande detailhandelsfunctie. Daarnaast is het toevoegen van één woning een passende ontwikkeling in de kern Oostrum. Gelet op bovenstaande blijkt dan ook dat de voorgenomen ontwikkeling passend is. Conclusie Op dit moment geldt nog de Omgevingsverordening Limburg 2014.

Met de komst van de Omgevingswet (verwachte inwerkingtreding: 1 januari 2024) is een nieuwe verordening nodig die de huidige gaat vervangen. Tot het moment dat de Omgevingswet en de nieuwe Omgevingsverordening Limburg in werking treden, blijft de huidige verordening gelden. Hierna is het initiatief getoetst aan de huidige verordening. 3.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2014 Op 12 december 2014 is de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld en in werking getreden. De juridische doorwerking van het omgevingsbeleid wordt in deze verordening geregeld. Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd. Sindsdien hebben allerlei wijzigingen van de Omgevingsverordening Limburg 2014 plaatsgevonden. In januari 2023 is de Omgevingsverordening nogmaals herzien op bepaalde onderdelen. De volgende regels uit de Omgevingsverordening zijn in dit geval van toepassing: ▪ Nieuwe woningen ▪ Detailhandel Nieuwe woningen In artikel 2.2.2 van de verordening is bepaald dat een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening moet houden met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid van het Bro (ladder duurzame verstedelijking).

Onderhavig initiatief is getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zie paragraaf 4.1.3. Er is sprake van het toevoegen van één nieuwe woning, binnen bestaande bebouwing. Bij het toevoegen van één woning is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waardoor de ladder niet van toepassing is.

Vastgesteld – ‘Mgr. Hanssenstraat 1a/Stationsweg 197a, Oostrum’

15

Artikel 2.4.2 van de Omgevingsverordening Limburg heeft betrekking op 'wonen' en kent de volgende bepalingen: 1. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; 2. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; 3. over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; 4. het ruimtelijk plan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring. 5. realisatie van de woningen beoogd is binnen vijf jaar na vaststelling van het ruimtelijk plan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. Het betreft hier een zodanig kleinschalige ontwikkeling dat deze niet valt onder de definitie 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' zoals bedoeld in artikel 2.2.1 van de Omgevingsverordening Limburg 2014 en artikel 1.1.1 onder i, jo. artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro. Hierdoor is de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking in het kader van dit plan niet aan de orde.

Verwezen wordt naar de motivatie zoals opgenomen in paragraaf 3.1.3. Het initiatief voorziet in het inpandig realiseren van een woning ter vervanging van de bestaande winkelruimte. De nieuwe woning is beoogd in de bebouwde kom van Oostrum. Hierdoor wordt voor deze voormalige winkellocatie in een passende nieuwe invulling voorzien en wordt aangesloten op de omliggende woonbebouwing. Zoals in paragraaf 3.2.3 is vermeld, is de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg inmiddels vervangen door de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024. Geconcludeerd wordt dat het initiatief voldoet aan de uitgangspunten voor deze woonvisie. Detailhandel Artikel 2.4.3 van de Omgevingsverordening Limburg heeft betrekking op 'detailhandel' en kent de volgende bepalingen: 1. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg voorziet niet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor detailhandel aan de bestaande voorraad detailhandel alsmede aan de bestaande planvoorraad detailhandel anders dan in overeenstemming met de thematische principes zoals beschreven in paragraaf 6.3 van het POL2014, de regionale Detailhandelsvisie Noord-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Noord-Limburg, zoals verwoord in de bij deze paragraaf behorende bijlage 1. 2.

Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor detailhandel aan de bestaande voorraad detailhandel alsmede aan de bestaande planvoorraad detailhandel anders dan in overeenstemming met de thematische principes zoals beschreven in paragraaf 6.3 van POL2014, het beleidskader werklocaties Midden-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Midden-Limburg, zoals verwoord in de bij deze paragraaf behorende bijlage 2. 3. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet niet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor detailhandel aan de bestaande voorraad detailhandel alsmede aan de bestaande planvoorraad detailhandel anders dan in overeenstemming met de thematische principes zoals beschreven in paragraaf 6.3 van het POL2014, de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Zuid-Limburg, zoals verwoord in de bij deze paragraaf behorende bijlage 3. 4.

De toelichting bij het ruimtelijke plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg respectievelijk de regio Midden-Limburg respectievelijk de regio Zuid-Limburg bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste lid respectievelijk het tweede lid respectievelijk het derde lid. 5. De toelichting bij een ruimtelijk plan bevat een beschrijving van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en indien aan de orde de verantwoording van de afstemming in (sub-)regionaal verband. In dit kader zijn leden 1, 4 en 5 van toepassing. Het initiatief betreft het uitbreiden/verplaatsen van een thans bestaande detailhandelslocatie. Voor een nadere toelichting op de Regionale detailhandelsvisie Noord-Limburg wordt verwezen naar paragraaf 3.2.5. Geconcludeerd wordt dat het initiatief voldoet aan de uitgangspunten voor deze detailhandelsvisie.

Vastgesteld – ‘Mgr. Hanssenstraat 1a/Stationsweg 197a, Oostrum’

16

3.2.4 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 De gemeente Venray heeft samen met de gemeenten in Noord-Limburg (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg) afspraken gemaakt over de regionale woningmarkt. In 2016 resulteerde dit in de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’. Ondertussen is op 22 september 2020 de geactualiseerde ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ vastgesteld. Op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ de status van een intergemeentelijke structuurvisie. Hierdoor heeft het document een juridische status en een zelfbindend karakter. Voor de gemeente Venray gold in het kader van de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’ een reductieopgave van 105 woningbouwplannen in de periode 2016-2020. Uit de recent vastgestelde Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 blijkt dat de gemeente Venray de gestelde opgave ruim heeft overtroffen. Een van de centrale opgave in de Regionale Woonvisie is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Hierover staat aangegeven dat bij nieuwbouw bij voorkeur ingezet dient te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten.

Hierbij dienen de huishoudprognose van E’til (Progneff) als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter, de kwalitatieve toets is leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren. Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten: ▪ Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; ▪ Gekeken dient te worden naar koppelkansen; ▪ Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot; ▪ Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; ▪ De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na; ▪ Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijk, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen. Aanvullend is daarnaast in de Regionale Woonvisie tevens opgenomen dat: ▪ Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte. ▪ Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt.

▪ Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad. ▪ Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen. De beoogde ontwikkeling betreft onder andere het realiseren van extra inpandige woning op de locatie Mgr. Hanssenstraat, gelegen in de bebouwde kom van Oostrum. De woning voorziet in een (kleine) bijdrage aan het heersende woningtekort en is door de ligging en grootte uitermate geschikt voor diverse doelgroepen. Gezien de aard van het initiatief en de vraag naar woningen binnen de gemeente sluit de nieuwe woning aan op de regionale uitgangspunten op basis van de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024. 3.2.5 Regionale Detailhandelsvisie Noord-Limburg De gemeenteraad van Venray heeft op 27 juni 2017 de Regionale Detailhandelsvisie Noord-Limburg vastgesteld. Deze visie is een uitwerking van de provinciale omgevingsverordening (2014). Het doel van de regionale detailhandelsvisie is ‘adequaat inspelen op ontwikkelingen en trends in de markt zodat een gezond en gedifferentieerd winkelklimaat in stand kan worden gehouden'. Dit doel wordt bereikt door: ▪ het afstemmen van grootschalige detailhandelsinitiatieven met een bovenlokaal / regionaal effect.

De concentratie van detailhandel in perspectiefvolle, elkaar aanvullende, winkelgebieden; ▪ het creëren van voorzienbaarheid om restcapaciteit/leegstand buiten de winkelgebieden te saneren. Vastgesteld – ‘Mgr. Hanssenstraat 1a/Stationsweg 197a, Oostrum’

17

Venray is de tweede winkelstad van Noord-Limburg en heeft een functie als regionaal verzorgend centrum. Onderhavige locatie maakt echter geen onderdeel uit van het centrum van Venray, maar is gelegen in de kern Oostrum. Conform de regionale detailhandelsvisie mogen detailhandelslocaties buiten het centrum geen bedreiging vormen voor de detailhandel in de hoofdwinkelgebieden. Het is van belang niet teveel soortgelijk aanbod te ontwikkelen. Onderhavige locatie betreft een bestaande detailhandelslocatie in de kern Oostrum, welke in het kader van de voorgenomen ontwikkeling wordt voorzien van een uitbreiding om de continuïteit van het bedrijf op deze locatie te kunnen waarborgen. Daarbij betreft het een fietsenwinkel met werkplaats/opslag, een locatie buiten de kern is voor deze detailhandelsfunctie wenselijk, gezien de benodigde ruimte en bereikbaarheid. Er kan dan ook gesteld worden dat de fietsenwinkel geen bedreiging vormt voor de detailhandel in de hoofdwinkelgebieden, maar juist een toevoeging aan de detailhandelsfuncties binnen de gemeente Venray.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Toekomstvisie Venray 2030 In 2009 heeft de gemeente Venray een strategische visie vastgesteld met als tijdzone 2020. In 2013 is de Strategische visie ‘Venray, stad in de Peel (2025)’ als een aanvulling op en herijking van de strategische visie 2020, ‘Venray Dorp en Stad’ opgesteld met een doorkijk naar 2025. De nieuwe toekomstvisie Venray 2030, ‘Venray loopt voorop’ is tot stand gekomen in 2019 en geeft een doorkijk naar 2030. De toekomstvisie gaat in op: ▪ De grote ontwikkelingen die op Venray afkomen en aangeven wat dit betekent voor de opgaven op lokaal en regionaal niveau en voor de vraagstukken of agendapunten voor het lokaal bestuur (kompas); ▪ Verbinding en energie opleveren door samen met de Venrayse gemeenschap – inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners – te komen tot een gezamenlijk toekomstbeeld van Venray; ▪ Slim verbinding leggen met andere participatietrajecten, zodat hier op voortgebouwd kan worden onder meer bij de totstandkoming van de omgevingsvisie. Ten aanzien van het thema wonen zijn wat betreft het voorliggend project geen nieuwe of afwijkende uitgangspunten geformuleerd. Het belang van een goede kwaliteit van woonomgeving en woningen, de aanwezigheid van werkgelegenheid en kwalitatief goede voorzieningen, wordt andermaal onderstreept.

Met de visie op de gewenste toekomstrichting kan de gemeente Venray effectief sturing geven aan het proces van beleidsontwikkeling en prioritering. De thema’s die centraal staan zijn: 1. Venray is dorp en stad; 2. Venray is kennisintensief; 3. Venray zorgt voor elkaar; 4. Venray is levendig; 5. Venray voorziet in alle woonwensen. De gemeente wil voorzien in alle woonwensen en biedt daarbij de ruimte voor een gevarieerde en boeiende maatschappelijke omgeving. Door een grote zorg voor het in stand houden en verbeteren van de bestaande woonwijken (soms in de vorm van herstructurering) beoogt de gemeente unieke woonmilieus creëren, waarin de bestaande sociale structuren en voorzieningen op een positieve wijze worden beïnvloed. Daarnaast wil Venray op het gebied van ondernemerschap en bedrijven inzetten op het nieuwe economische kansen. Specifiek voor detailhandel zijn er geen ambities opgenomen. De gemeente wil de lokale bedrijvigheid de ruimte bieden om te ontwikkeling. Hierdoor blijft de werkgelegenheid in Venray en omgeving behouden, alsook de aantrekkelijkheid voor burgers en bedrijven zich in Venray te vestigen.

Vastgesteld – ‘Mgr. Hanssenstraat 1a/Stationsweg 197a, Oostrum’

18

Middels onderhavige ontwikkeling wordt enerzijds een nieuwe woning toegevoegd binnen de bestaande bebouwing in de kern van Oostrum, anderzijds wordt de huidige bedrijfsvoering, bestaande uit twee separate bedrijfslocaties, geoptimaliseerd door deze samen te brengen op één centrale locaties. Hiermee wordt de bedrijfsvoering geoptimaliseerd en wordt de thans verkeersonveilige situatie binnen een bestaand woonmilieu weg gehaald. Het initiatief sluit dan ook aan bij de ambities van Venray. 3.3.2 Omgevingsvisie Venray De gemeente Venray heeft, in het kader van de op handen zijnde Omgevingswet en door gewijzigde inzichten, op 2 november 2021 een nieuwe omgevingsvisie voor het grondgebied van de gemeente opgesteld. Daarin heeft de gemeente de nieuwe beleidsuitgangspunten voor ontwikkelingen in de gemeente opgenomen. De nieuwe omgevingsvisie biedt de basis van de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente en dient als ruimtelijk toetsingskader. In de omgevingsvisie wil de gemeente laten zien voor welke uitdagingen de gemeente staat en waar zij als gemeente naar toe willen in de toekomst. De omgevingsvisie vormt de ruimtelijke vertaling van de strategische visie: de Toekomstvisie 2030 "Venray loopt voorop". De omgevingsvisie is samen met de input van inwoners, ondernemers en verenigingen tot stand gebracht.

De gemeente wil de belangrijke waarden van Venray beschermen en versterken. Daarbij wordt aan de hand van ambities rekening gehouden met verschillende opgaven zoals de klimaatverandering, de energietransitie en de woningbouw om het woningtekort op te lossen. Belangrijk vraagstuk daarbij is hoe de gemeente er over 10 jaar uit zal zien. De ambities spelen een rol in ontwikkelingen binnen de verschillende deelgebieden. Het plangebied is in de Omgevingsvisie van Venray aangewezen als woongebied. Woongebied De woongebieden zijn over een aantal jaar veranderd in groene wijken en dorpen waar jong en oud over een woning beschikken die past bij hun levensfase en levensstijl. In het toekomstig Venray ziet de gemeente voldoende betaalbare en voldoende nultredenwoningen. De gemeente ziet een groene woonomgeving, bijzondere woonvormen en vitale gemeenschappen die voor elkaar zorgen. De mens staat centraal en de inwoners hebben de kansen en keuzemogelijkheden om te kunnen deelnemen aan de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan de toegang tot voorzieningen en vervoer. In de kern Oostrum zijn de belangrijkste ruimtelijke ambities en speerpunten als volgt: ▪ Meer doorstroming voor woningbouw in Oostrum, geef de starters een kans zich te vestigen in Oostrum en laat de senioren genieten van hun oude dag in een kleinere (aangepaste) woning.

▪ Nieuw dorpsplein wat zal bijdragen aan het samenkomen van de inwoners. ▪ Ontwikkeling van de Oostrumsche Heide om de natuur rondom Oostrum te versterken. ▪ Realiseren van een verkeersarm centrum met alleen bestemmingsverkeer. Dit zal ontstaan door de aanpak van de N270 en de doorsteek op het Oostrums veld. ▪ Ontwikkelen van Paschalis tot woningen. ▪ Duurzame industrieterreinen met zonnepanelen en extra groene uitstraling, zodat deze minder zichtbaar zijn vanaf doorgaande routes, bijvoorbeeld naar Sportpark de Spar. In Oostrum is er een tekort aan woningen. Er is op dit moment geen doorstroming mogelijk en er is ook geen ruimte voor starters. Er liggen plannen voor Oostrum-Oost en deze worden in 2023 ontwikkelt en verder uitgevoerd. Als dit niet gebeurt zullen de ouderen uit het dorp vertrekken en starters vestigen zich dan ook elders. Op de langere termijn zal dit dan mogelijk schadelijk zijn voor de sociale voorzieningen en dus de leefbaarheid van het dorp. Uit de Omgevingsvisie van Venray blijkt dat in Oostrum een woningtekort is en dat de huisvesting voor starters en ouderen de prioriteit heeft. Met onderhavig initiatief wordt één nieuwe gerealiseerd in de kern van Oostrum. De woning voorziet in een (kleine) bijdrage aan het heersende woningtekort. Vastgesteld – ‘Mgr. Hanssenstraat 1a/Stationsweg 197a, Oostrum’

19

Daarnaast streeft de gemeente naar het creëren van een aantrekkelijk werkklimaat voor ondernemers om zich te vestigingen en (blijven) ontwikkelen in Venray. Dit door het bieden van werkgelegenheid en de beschikbaarheid, bereikbaarheid, verduurzaming en aantrekkelijkheid van werklocaties. Met onderhavig initiatief wordt ingezet op het optimaliseren van de bedrijfsvoering van een thans bestaand bedrijf binnen de gemeente. Hierdoor kan het bedrijf zich nu en in de toekomst blijven ontwikkelen in Venray. Het initiatief sluit dan ook uitstekend aan op de Omgevingsvisie Venray. 3.3.3 Omgevingsprogramma Wonen 2022-2026 Op 15 februari 2022 heeft de gemeenteraad van de gemeente Venray het Omgevingsprogramma Wonen 2022-2026 vastgesteld. In het Omgevingsprogramma Wonen staat hoe Venray zich wil blijven ontwikkelen als een fijne gemeente om te wonen. Op hoofdlijnen wordt richting gegeven aan de verschillende belangrijke vraagstukken rondom het wonen. Venray staat voor grote opgaven op het gebied van het wonen. De druk op de woningmarkt is groot, wachttijden voor sociale huurwoningen lopen op. En door prijsstijgingen in de koopsector is een koopwoning voor mensen met een lager en middeninkomen steeds minder bereikbaar. Volgens recente prognoses zal de bevolking en het aantal huishoudens in Venray in de komende jaren blijven toenemen.

De veronderstelde krimp van de bevolking verschuift naar later. Daarnaast verandert de samenstelling van de bevolking: ook in de gemeente Venray is sprake van vergrijzing. Maar de opgave is diverser. De gemeente Venray zit midden in een ingrijpende transitie op het gebied van verduurzaming, energie en warmte, met de nodige consequenties voor het bouwen en verbouwen van woningen. En veranderingen in het zorglandschap zorgen eveneens voor een opgave voor andere woonvormen voor mensen die zorg en begeleiding nodig hebben, zoveel mogelijk in de eigen thuissituatie. Vitaliteit en leefbaarheid van de wijken en kernen staat soms onder druk en vraagt dan ook aandacht. De opgave waar de gemeente voor staat, is dan ook bijzonder complex en veelzijdig. Deze worden samengevat aan de hand van vijf inhoudelijke thema’s, die in het omgevingsprogramma verder zijn uitgewerkt in zo concreet mogelijke aanpak, acties en maatregelen: 1. Snel voldoende woningen bouwen 2. Gevarieerd aanbod 3. Duurzame woningvoorraad 4. Wonen en zorg 5. Vitale wijken en kernen Het initiatief voldoet aan deze inhoudelijke thema’s. Het initiatief voorziet in de realisatie van één nieuwe woning die binnen de bestaande bebouwing wordt opgericht. Met het initiatief wordt tevens de onwenselijke bedrijfssituatie weggenomen waardoor de verkeersveiligheid ter plaatse aanzienlijk wordt verbeterd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13807777/1