04 Toelichting natuurbegraafplaats Janslust 11 Heide
Tekst van het document
Cultuurhistorie en archeologie Er vinden geen nieuwe (bouw)activiteiten plaats, behoudens het feit dat de grafdichtheid toeneemt. Ten tijde van het opstellen van het projectbesluit is er een archeologisch onderzoek3 uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek is destijds geconcludeerd dat aanvullend boor- en proefsleuvenonderzoek dient plaats te vinden. Echter zijn deze onderzoeken gezien de aard van het terrein, de verwachte lage vondstdichtheid en de spreiding in ruimte en tijd van de aan te leggen graven niet uitvoerbaar gebleken. Er is toentertijd dan ook geadviseerd deze niet uit te voeren. Wanneer er vondsten worden gedaan bij de aanleg van graven, geldt er een meldingsplicht bij de gemeente Venray.
3 Archeologisch bureauonderzoek Janslust 9 Venray, Econsultancy BV, RAY.WEV.ARC, nr. 09033164, d.d. 7 mei
2009 (zie projectbesluit)
24
Deze conclusie en aanbevelingen blijven ook onverminderd gelden voor het verhogen van de grafdichtheid. Het aspect cultuurhistorie en archeologie zal dan ook geen belemmering opleveren voor de ontwikkeling en is middels een dubbelbestemming planologisch juridisch in dit bestemmingsplan verankerd.
4.5
Niet gesprongen explosieven (NGE) Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen (blindgangers, granaten, mijnen en (handwapen)munitie. Het gehele grondgebied van de gemeente Venray heeft in de Tweede Wereldoorlog zwaar onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het plangebied, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). Met behulp van het explosievenonderzoek worden de aanwezigheid en risico’s van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht. De gemeente Venray adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detectieonderzoek uit te (laten) voeren. Dit onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de bestemmingsplanprocedure niet juridisch afdwingbaar. Het is echter te allen tijden de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving.
4.6
Verkeer Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen er optreden en of dit een effect heeft op het wegverkeer en het parkeren.
4.6.1
Mobiliteit Er vinden geen nieuwe activiteiten plaats, behoudens het feit dat de grafdichtheid toeneemt. Doordat de grafdichtheid toeneemt, wordt ook de verkeersaantrekkende werking van het plangebied in theorie groter. Immers: er kunnen meer mensen begraven worden, hetgeen over het jaar genomen zal (kunnen) leiden tot meer ceremonies en bezoekers. De verkeersgeneratie voor begraafplaatsen in het buitengebied ligt tussen de 37,4 en 51,4 per plechtigheid (CROW -kencijfers). Dit aantal komt tevens overeen met de aantallen bezoekers per plechtigheid die de initiatiefnemer heeft geregistreerd in een logboek (gemiddeld 40,2 bezoekers per plechtigheid). Het CROW heeft echter geen kencijfers over individuele bezoekers van begraafplaatsen. De initiatiefnemer daarentegen heeft dit wel bijgehouden in het logboek. Met een grafdichtheid van 100 graven i.c. met 400 urngraven per hectare werd in 2019 een totaal aantal autobezoeken behaald van 1810 (gemiddeld 5 per dag). Dit aantal zal naarmate er meer mensen begraven worden (hetgeen mogelijk wordt op basis van de toename van de grafdichtheid) weliswaar toenemen, maar zal deze stijging cumulatief zijn en plaatsvinden over een periode van 30 jaar. Hiermee zal het gemiddeld aantal verkeersbewegingen per jaar dus slechts licht stijgen. Deze lichte jaarlijkse stijging kan de weg Janslust verkeerskundig goed verwerken en behoeft dan ook geen
25
fysieke aanpassingen. Het aspect verkeer levert dan ook geen belemmeringen op voor onderhavig plan. 4.6.2
Parkeren Bij het bouwen, uitbreiden of wijzigen van de gebruiksfuncties in het plangebied dient altijd voldoende parkeergelegenheid gegarandeerd te zijn. Het beleid van de gemeente Venray luidt dat parkeren dient te geschieden op eigen terrein. Bij de realisatie van de natuurbegraafplaats (zie projectbesluit) is reeds een parkeerterrein aangelegd om de (piek)belasting tijdens plechtigheden op te vangen. Er is op eigen terrein een parkeercapaciteit van ca. 27 parkeerplaatsen. Dit betreft de parkeerplaats die op dit moment reeds aanwezig is. Tevens zijn de parkeerplaatsen voor de rouwstoet (voor het bospaviljoen) hierin opgenomen. Daarnaast is er op eigen terrein nog een parkeerplaats aanwezig voor 13 extra plaatsen. Hiermee kan dus op eigen terrein voorzien worden in circa 40 parkeerplaatsen. Dit aantal is overeenkomstig de norm zoals deze in de gemeentelijke parkeernota is opgenomen (31,6 parkeerplaatsen per plechtigheid). Aangezien de gemiddeld 40,2 bezoekers per plechtigheid (zie 4.6.1) niet allemaal per auto naar de begraafplaats komen, is er bij de ingang van het landgoed tevens een fietsenstalling aanwezig met ruimte voor circa 20 fietsen.
Daarnaast is er voor wat betreft dit gemiddeld aantal bezoekers per plechtigheid geen rekening gehouden met een autobezetting van meerdere personen per auto, waardoor geconcludeerd wordt dat het huidige aantal aanwezige parkeerplaatsen (ca. 32) in combinatie met de fietsenstalling ruimschoots voldoende is. Tenslotte is er op eigen terrein, in gevallen van een incidentele piekbelasting, in het aangrenzende weiland nog een overloop-parkeergelegenheid van circa 40 auto’s (zie figuur 7).
26
Figuur 7 Parkeergelegenheid
In relatie tot het voorgaande is het van belang dat er op de natuurbegraafplaats te alle tijden slechts één begraving per tijdseenheid plaatsvindt. Overlap van ceremonies is dan ook niet aan de orde, waardoor ook ten aanzien van dit aspect kan worden geconcludeerd dat er ruim voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn. Een verruiming van de gravendichtheid per hectare , zal (zoals toegelicht in paragraaf 4.6.1) niet of nauwelijks leiden tot een toename van het aantal bezoekers per dag en daarmee de benodigde parkeercapaciteit. In planologisch-juridisch opzicht is het parkeren binnen het plangebied toegestaan (dus niet per definitie ‘ingericht of in te richten ten behoeve van parkeren’) binnen de aanduiding ‘parkeren toegestaan’ zoals deze op de verbeelding is opgenomen. De begrenzing van deze aanduiding is gebaseerd op de ligging en omvang van de thans reeds aanwezige parkeerplaats, inclusief de inrit en toegangsweg naar het paviljoen (waar de ceremonie plaatsvindt en welk voor de rouwstoet bereikbaar dient te zijn) en sluit aan op het bouwvlak (gebouwtjes en paviljoenverharding). Binnen de aanduiding ‘parkeren toegestaan’ is uitsluitend halfverharding (zoals in de bestaande situatie al aanwezig) toegestaan in verband met de infiltratiemogelijkheden van hemelwater en de natuurlijke uitstraling.
Op basis van de algemene regels is voor een eventuele toekomstige uitbreiding van bebouwing of functies eveneens een omgevingsvergunning
27
voor het uitbreiden van het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein benodigd. Hoewel dergelijk uitbreidingen op dit moment niet voorzien zijn, biedt het plangebied alsook de opgenomen regels daartoe echter meer dan voldoende mogelijkheden. Op deze wijze is het aspect ‘parkeren’ ook planologisch-juridisch geborgd.
28
HOOFDSTUK
5 Uitvoerbaarheid
In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. De ontwikkeling moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn. Er wordt daarom een korte financiële toelichting gegeven en daarnaast worden de doorlopen procedures weergegeven.
5.1
Economische uitvoerbaarheid De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Wanneer met een omgevingsvergunning een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro), mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening (Wro) een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. De bebouwing die momenteel aanwezig is, wordt planologisch vastgelegd. De omvang van deze bebouwing is van dusdanig kleinschalige omvang dat deze niet is te kwalificeren als een hoofdgebouw. Hierdoor is er geen sprake van een bouwplan, zoals bedoeld in artikel 6.12, lid 1 Wro in samenhang met artikel 6.2.1. onder a Bro. Doordat er in het kader van de beoogde ontwikkeling geen aanpassingen in de openbare ruimte nodig zijn, is er geen sprake van verhaalbare kosten, waardoor volgens artikel 6.2.1a, aanhef en onder b van het Bro geen verplichting tot kostenverhaal geldt. De gemeente sluit een planschadeovereenkomst met de initiatiefnemer. Hiermee wordt vastgelegd dat eventuele tegemoetkomingen in planschade aan derden, toegebracht door een planologische wijziging, door de gemeente verhaald kunnen worden op initiatiefnemer van het plan.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid De initiatiefnemer heeft zijn plannen en onderhavig in voorbereiding zijnde bestemmingsplan op 19 januari 2020 gepresenteerd aan de direct omwonenden. Hij had hiervoor de gezinnen die woonachtig zijn op de 16 nabij gelegen adressen aan Janslust, Weverslo en de Deurneseweg uitgenodigd. Een aantal van hen kon helaas niet bij de bijeenkomst aanwezig zijn. Deze mensen heeft de initiatiefnemer op een later moment gesproken, waarbij zij aangaven zich te kunnen vinden in de ontwikkeling. In het kader van de omgevingsdialoog is een verslag opgemaakt van de bijeenkomst, dat als bijlage IV aan deze plantoelichting is toegevoegd. Op 11 september 2022 zijn omwonenden en andere direct betrokkenen persoonlijk uitgenodigd om terug te blikken op de afgelopen 12,5 jaar bestaan van de natuurbegraafplaats en om samen te kijken naar de toekomst. Hierbij zijn de plannen gepresenteerd over de uitbreiding van de graven en voor het realiseren van de beoogde bebouwing. Genodigden die niet aanwezig konden zijn, zijn persoonlijk ingelicht over de plannen.
29
Op 19 januari 2024 is een informatiebrief verspreid naar omwonenden en direct belanghebbende over de ontwikkelingen om het bestemmingsplan vast te stellen. Hierin is uitgelegd dat de huidige tent vervangen zal worden door vaste bebouwing, de capaciteit verhoogd wordt naar 200 graven/ha, een overloopparkeerweide opgenomen gaat worden, stikstofberekeningen opgenomen worden en de activiteiten gelijk zullen blijven aan de huidige situatie. Hier zijn geen reacties opgekomen en zijn de persoonlijk benaderde buurtbewoners positief over de ontwikkeling. Op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijksen provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Bij de voorbereiding is overleg geweest met de Provincie en het Waterschap Limburg. Het bestemmingsplan is bij reactie d.d. 4 december 2020 akkoord bevonden door de Provincie en is bij reactie d.d. 9 december 2020 akkoord bevonden door het Waterschap.
Het ontwerpbestemmingsplan ‘Janslust 11 Heide.‘ wordt ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter inzage gelegen, waarbij gelegenheid is geboden tot het indienen van zienswijzen.
30