CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Toelichting Laagheidseweg 15c en 17

Gemeenteraad 30 juni 2022, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan Laagheidseweg 15c en 17 Venray14.834 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Laagheidseweg 15c en 17 Venray Gemeente Venray

COLOFON Gegevens over het plan: Plannaam: Identificatienummer: Status: Datum: Projectnummer Buro SRO:

Laagheidseweg 15c en 17 Venray NL.IMRO.0984.BP21021-ON01 Ontwerp 11 januari 2022 36.90.09

Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever: Contactpersoon opdrachtgever:

V-snaar Projecten Dhr. J. Michels

Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem: Telefoon: E-mail: Internet:

Dhr. L. Arends Sweerts de Landasstraat 50, 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.buro-sro.nl

2

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

5 Inleiding Aanleiding voor het bestemmingsplan Ligging plangebied Leeswijzer Het initiatief Huidige situatie Toekomstige situatie Duurzame stedenbouw Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Uitvoerbaarheid Milieu Water Ecologie Verkeer en parkeren Cultuurhistorie en archeologie Niet gesprongen explosieven Economische uitvoerbaarheid Juridische planbeschrijving Algemeen Wijze van bestemmen Procedure Algemeen Handhaving Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro Verslag zienswijzen

7 7 7 8 9 9 10 12 13 13 14 16 17 25 25 32 34 36 37 38 38 39 39 39 41 41 41 42 42 42

Bijlagen bij de toelichting

43

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

45 47 49 51 53 55

Bodemonderzoek 15c Bodemonderzoek 17 Akoestisch onderzoek 15c AERIUS-berekening aanlegfase AERIUS-berekening gebruiksfase Quickscan Flora en Fauna 15

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

3

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

57 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Agrarisch Wonen Waterstaat - Beschermingszone watergang Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

59 59 64 66 66 68 73 74 74 74 74 74 75 76 76 76

Bijlagen bij de regels

77

Bijlage 1 Bijlage 2

79 81

Verbeelding

4

Landschappelijk inpassingsplan Bodem_deellocatie A_Laagheidseweg 17

83

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

Toelichting

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

5

6

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding voor het bestemmingsplan

Het voornemen is om de bestaande planologische bedrijfsmogelijkheden voor de uitoefening van een intensieve veehouderij aan de Laagheidseweg 17 te verwijderen en de bestaande bedrijfswoning om te zetten naar een reguliere burgerwoning. Daarnaast is op een aangrenzend landbouwperceel aan de Laagheidseweg 15c een nieuwe woonlocatie voorzien waarbinnen de oprichting van één nieuwe vrijstaande woning mogelijk wordt gemaakt. Deze nieuwe woning wordt mogelijk gemaakt met de inzet van een bouwtitel afkomstig van de locatie Peelweg 27, een buitengebiedlocatie ten noorden van Ysselsteyn. Omdat het initiatief wel passend is op de locatie, wordt medewerking verleend aan een herziening van het bestemmingsplan. In dit document wordt dit toegelicht en gemotiveerd waarom er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Laagheidseweg 15c en 17, nabij de kern Venray. Bijgevoegde afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.

De ligging van het plangebied (oranje stip) en de omgeving (bron: Openstreetmaps)

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

7

1.3

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de bestaande situatie en van het plan. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 4 wordt de haalbaarheid van het project getoetst op grond van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Ook wordt ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische opzet van het plan. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op de wijze hoe burgers en andere belanghebbenden betrokken zijn bij het plan (maatschappelijke uitvoerbaarheid). Hierin zijn de uitkomsten van inspraak, vooroverleg en zienswijzen opgenomen.

8

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

Hoofdstuk 2

Het initiatief

In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde initiatief.

2.1

Huidige situatie

Het plangebied ligt aan de Laagheidseweg, een weg in het buitengebied van de gemeente Venray. De Laagheidseweg is één van de noordelijke ontsluitingswegen van de kern Venray. De omgeving van het plangebied heeft een landelijk karakter. Tussen de landbouwgronden door lopen wegen waaraan agrarische bedrijven en burgerwoningen zijn gelegen. Het gebied langs de Laagheidseweg ter hoogte van het plangebied is door recente ontwikkelingen bezig aan een transformatie van een gebied met overwegend agrarische bedrijven naar een gebied met vooral reguliere burgerwoningen. Intensieve veehouderijen zijn gestopt met de bedrijfsvoering, waarna de schuren zijn gesloopt en bouwtitels voor burgerwoningen zijn verkregen. Ook recent nog is de intensieve veehouderij aan de Laagheidseweg 15 herbestemd naar een woonbestemming en is een nieuwe woonlocatie in ontwikkeling naast de Laagheidseweg 10. De enige veehouderij die nu nog actief is aan dit deel van de Laagheidseweg betreft de paardenhouderij aan de Laagheidseweg 17a. Het plangebied bestaat uit twee aan elkaar grenzende deellocaties aan de Laagheidseweg 15c en 17. Laagheidseweg 15c Dit betreft een landbouwperceel (ca 3000 m2) dat behoorde tot de voormalige varkenshouderij aan de Laagheidseweg 15. Deze varkenshouderij bestaat inmiddels niet meer.

De gronden zijn recent herontwikkeld tot een woonlocatie met drie vrijstaande woningen (voormalige bedrijfswoning en twee nieuwe woningen). Laagheidseweg 17 Dit betreft de voormalige varkenshouderij binnen het plangebied. De schuren, met een gezamenlijk oppervlak van ca 1.000 m2 zijn nog aanwezig. Vooraan op het perceel staat een bedrijfswoning, die nog wordt bewoond. Navolgende afbeeldingen geven een impressie van de bestaande situatie.

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

9

Luchtfoto van het plangebied (bron afbeelding: googlemaps.nl)

2.2

Toekomstige situatie

Aan de Laagheidseweg 15c is een nieuwe woonlocatie voorzien waarbinnen de oprichting van één vrijstaande woning mogelijk wordt gemaakt. Deze nieuwe woning wordt mogelijk gemaakt met de inzet van een bouwtitel van de locatie Peelweg 27, tevens gelegen in het buitengebied van de gemeente Venray. De woning aan de Peelweg 27 is inmiddels gesloopt en reeds wegbestemd. Daarnaast wordt de bedrijfswoning aan de Laagheidseweg 17 omgezet naar een reguliere burgerwoning. Als gevolg van deze ontwikkelingen wordt het woonlint aan de westzijde van dit deel van de Laagheidseweg verlengd. Laagheidseweg 15c De nieuwe vrijstaande woning aan de Laagheidseweg 15c is op een centrale positie binnen het nieuwe woonperceel voorzien. De woning komt op minimaal 10 m vanaf de weg te staan, waarbij de voorgevel in het verlengde van de voorgevel van de naastgelegen woningen aan de Laagheidseweg 15 komt te liggen. Verder krijgt de woning een maximale inhoud van 875 m³ en een maximale goothoogte van 4,5 m. Deze stedenbouwkundige randvoorwaarden sluiten aan op de al bestaande woningen in de omgeving en de algemeen geldende regels voor burgerwoningen in het buitengebied uit het moederplan. Parkeren is straks mogelijk op eigen terrein. De woning krijgt een eigen ontsluiting op de Laagheidseweg, zonder dat dit ten koste gaat van de bestaande bomenrij langs deze weg.

In de regels van voorliggend plan is middels een voorwaardelijke verplichting geborgd dat de ingebruikname van de nieuwe woning pas is toegestaan als er elders binnen de gemeente Venray een stal is gesloopt. De te slopen stal dient over een minimaal oppervlak van 570,5 m² te beschikken.

10

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

Laagheidseweg 17 Deze locatie wordt omgezet van agrarische bedrijfslocatie naar een woonlocatie. De bedrijfswoning blijft behouden en wordt in gebruik genomen als burgerwoning. Ook de schuren blijven als vrijstaande bijgebouwen bij de woning behouden. De gronden achter de schuren blijven in gebruik als landbouwgrond, zonder dat hier nog agrarische bedrijfsbebouwing is toegestaan. Voorliggend plan voorziet niet in bouwontwikkeling binnen deze locatie, waardoor het aanzien van het erf niet veranderd. De bestaande inrit blijft behouden en parkeren blijft mogelijk op eigen terrein.

Landschappelijke inpassingstekening van de toekomstige situatie (bron: Landschappelijke inpassing 'Bouwplan Laagheidseweg 15c en 17', G. Paumen Tuin & landschapsarchitect)

Landschappelijke inpassing De ruimtelijke kwaliteitsbijdrage van voorliggend plan wordt enerzijds bewerkstelligd door het verwijderen van het agrarisch bouwvlak aan de Laagheidseweg 17. De oprichting van een (intensieve) veehouderij is straks niet meer toegestaan, waarmee milieuhinder op de omgeving en de kern Venray wordt voorkomen. Naast deze behaalde milieuwinst worden de woonlocaties met landschapselementen en erfbeplanting ingepast in het landschap, waardoor het buitengebied ter plaatse wordt vergroend. Een volledige toelichting op de inpassing van de woningen is te raadplegen in het landschapsplan uit bijlage 1 van de regels. De inrichting van het plangebied conform dit inpassingsplan is als een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van voorliggend bestemmingsplan.

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

11

2.3

Duurzame stedenbouw

Duurzaamheid In een duurzame leefomgeving wordt bewust omgegaan met energie, klimaat, grondstoffen, ruimte, water en groen. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn een logisch moment om de verschillende aspecten van duurzame stedenbouw vanaf het begin in de planvorming mee te nemen. Bouwbesluit Het Bouwbesluit stelt eisen aan energiezuinigheid van nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen. De maat voor energiezuinigheid heet Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Voor woningen geldt sinds 2015 een Energie Prestatie Coëfficiënt van 0,4 op gebouwniveau. Vanaf 2020 wordt deze verlaagd richting een coëfficiënt dichter bij de nul. Vanaf 2020 moeten alle nieuwe gebouwen voldoen aan de BENG-eisen. Dit is rijksbeleid, waarbij BENG staat voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen. Kansen Bij de herinrichting van een perceel en bij nieuwbouw liggen kansen om duurzaamheid te verbeteren. Het energieneutraal maken van een gebouw kan beter bij de bouw dan achteraf. Nieuwbouw biedt de kans om meteen voor een duurzame wijze van verwarming te kiezen, maar ook andere duurzaamheidsaspecten zijn bij nieuwbouw relatief eenvoudig te realiseren, zoals het opwekken van duurzame energie. Het is van belang de kansen voor het opwekken van duurzame energie te benutten om de gestelde toename van duurzaam opgewerkte energie te behalen. Sinds 1 juli 2018 moeten nieuwe woningen gasloos worden gebouwd.

Daarnaast kan bij de inrichting van de buitenruimte rekening worden gehouden met water- en hittestress. Het aanplanten van groen is goed voor de klimaatbestendigheid, omdat het bijdraagt aan het verminderen van de hittestress en het verbeteren van het watervasthoudend vermogen van het gebied. Planspecifiek Voorliggend initiatief is aan te merken als een duurzame ontwikkeling. Negatieve milieueffecten in de toekomst voor het landschap en het woon- en leefklimaat voor omwonenden worden voorkomen door het verwijderen van de agrarische bedrijfsmogelijkheden aan de Laagheidseweg 17. De nieuwe woning aan de Laagheidseweg 15c zal als gasloze woning worden opgeleverd en tevens voldoen aan de huidige BENG-eisen. De toepassing van duurzame technieken en bouwmaterialen dragen daar aan bij. Ook bij de inrichting van de buitenruimte zijn er kansen voor het creëren van een duurzame leefomgeving. Het toevoegen van bomen en struiken zorgt voor een verkoelend effect op warme dagen, waarmee hittestress wordt voorkomen. Verder kunnen infiltratievoorzieningen worden aangelegd om overtollig hemelwater af te voeren in de bodem. Een nadere uitwerking van de toepassing van duurzame technieken, bouwmaterialen en infiltratievoorzieningen volgt gedurende de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen.

12

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.

Met de komst van de NOVI komen meerdere nationale beleidsstukken te vervallen, waaronder de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Strategisch relevante delen van de SVIR en het Barro worden echter opgenomen in de NOVI en blijven daarmee ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. Dit bestemmingsplan zal daarom ook aan dit beleid worden getoetst. Gebiedsgericht De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. In het Barro waren regels opgesteld waarmee deze gebiedsbescherming juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. Ladder duurzame verstedelijking Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied. Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro (artikel 3.1.6 onder 2).

De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

13

Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Per 01 juli 2017 is de ladder voor duurzame verstedelijking herzien. Bij de herziening zijn onder meer de drie afzonderlijke 'treden' van de ladder losgelaten en is het begrip 'actuele regionale behoefte' gewijzigd in 'behoefte'. Nieuw is dat de laddertoets bij flexibele plannen kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van een wijzigings- of uitwerkingsplan. Planspecifiek Gebiedsgericht Het plangebied ligt niet in één van de aangewezen gebieden uit de NIVO. Het initiatief heeft geen effect op één of meerdere aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Ladder duurzame verstedelijking Uit jurisprudentie blijkt dat van een stedelijke ontwikkeling kan worden gesproken als een woningbouwplan voorziet in 11 nieuwe woningen of meer. Voorliggend initiatief maakt één nieuwe woning mogelijk en is daarmee niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling.

Een nadere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarmee niet aan de orde. Het initiatief past binnen het Rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 Op 12 december 2014 is door Provinciale Staten het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014, met bijbehorend plan m.e.r., de Omgevingsverordening Limburg 2014 en het Provinciaal Verkeers enVervoersprogramma vastgesteld. De meest recente actualisatie dateert uit 2018. In het POL staat kwaliteit centraal. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto 'meer stad, meer land', het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Algemene principes voor duurzame verstedelijking sluiten hierop aan, zoals de ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen. Noord-Limburg kenmerkt zich door een aantrekkelijk woon- en leefklimaat. Er dient een transformatie van de bestaande woningvoorraad plaats te vinden, aangezien er nauwelijks bevolkingsgroei meer is. Daarbij zal primair worden gekozen voor inbreiding, aanpassing en functieverandering en slechts in beperkte mate voor uitbreiding in de nabijheid van kleine kernen. In het POL is opgenomen dat het toevoegen van nieuwe woningen aan de woningvoorraad dient te worden afgestemd met de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2040 (zie paragraaf 3.3.1).

14

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

Er wordt de komende jaren een hausse aan vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing verwacht. Het proces van functieverlies speelt al langere tijd, maar het aanbod van leegstaand vastgoed blijft toenemen en de vraag blijft achterwege. Er wordt naar gestreefd dat de vrijkomende agrarische bebouwing zoveel mogelijk wordt hergebruikt door de land- en tuinbouw, ter voorkoming van verdere verstening in het buitengebied. Maar het is zeker niet te verwachten dat alle leegstand zo kan worden opgelost. In dat geval is sloop (bijvoorbeeld van verouderde stallen, schuren en overige voorzieningen) gewenst, om leegstand, verval en mogelijk ook illegaal gebruik te voorkomen. 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 In de Omgevingsverordening Limburg 2014 is bepaald dat een plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt rekening houdt met de Ladder voor duurzame verstedelijking. De regionale afspraken over wonen zijn met een Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 geborgd in de provinciale omgevingsverordening. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg mag alleen voorzien in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg.

In het ruimtelijk plan dat betrekking heeft op het toevoegen van woningen, dient te worden verantwoord op welke wijze het plan aansluit bij de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. Planspecifiek Als onderdeel van het provinciale Omgevingsplan Limburg 2014 zijn in de Omgevingsverordening Limburg 2014 de volgende relevante artikelen opgenomen voor dit initiatief: Hoofdstuk 2 Ruimte - Artikel 2.4.2 Wonen Het plangebied behoort tot het bestuursgebied 'Noord-Limburg'. In de verordening is opgenomen dat binnen deze regio geen nieuwe woningen mogen worden toegevoegd aan de bestaande woningvoorraad, anders dan de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde 'Regionale Structuurvisie Wonen NoordLimburg'. In voorliggend plan blijft de bestaande bedrijfswoning aan de Laagheidseweg 17 behouden als reguliere woning en wordt er op het aangrenzende perceel één nieuwe woning mogelijk gemaakt. In paragraaf '3.3.1' is nader gemotiveerd dat deze nieuwe woning uit voorliggend initiatief mogelijk is binnen de 'Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 - 2040'. Daarmee past het plan binnen het gestelde van artikel 2.4.2. Hoofdstuk 6 Ontgrondingen Artikel 6.1.1 Vrijstellingen In artikel 3, eerste lid, van de Ontgrondingenwet is opgenomen dat het ontgronden van de bodem zonder vergunning verboden is.

In Artikel 6.1.1 uit de Omgevingsverordening is bepaald dat voorgaand verbod niet geldt voor ontgrondingen van ten hoogste 3 meter beneden het oorspronkelijke maaiveld, met een oppervlakte van ten hoogste 400 m² en een volume van ten hoogste 500 m³. De ontgrondingen als gevolg van de bouwwerkzaamheden voor de realisatie van de nieuwe woning vallen binnen de vrijstellingsgrens, waardoor de activiteiten op het gebied van ontgronding vergunningvrij kunnen worden uitgevoerd en het initiatief past binnen het gestelde van artikel 6.1.1. Borging Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) Vanaf 1 januari 2012 zijn Limburgse gemeenten zelf verantwoordelijk voor de advisering over plannen binnen de werkingssfeer van het LKM. De borging van het Limburgs Kwaliteitsmenu komt daarom nader aan bod in paragraaf 3.4 'gemeentelijk beleid'. Het initiatief past binnen het provinciale beleid.

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

15

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2040 De Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2040 geeft richting aan het woonbeleid van de regio voor de komende vier jaar. Uitgangspunt daarbij is dat de huidige samenwerking en afstemming tussen verschillende partijen, waaronder corporaties, ontwikkelaars, zorginstellingen etc., wordt voortgezet. Op basis van een analyse over de huishoudensontwikkeling, de link tussen de (toekomstige) bevolkingssamenstelling en de bestaande woningvoorraad en enkele trends en ontwikkelingen zijn er in de visie enkele opgaven geformuleerd die als volgt zijn samen te vatten:  Mismatch woningbehoefte en woningvoorraad - Zowel met betrekking tot de bestaande- en nieuwe woningvoorraad. De nieuwbouw die wordt toegevoegd dient toegespitst te worden op de toekomstige woningbehoefte. Hierbij wordt er nog meer dan voorheen gekeken naar de kwalitatieve vraag en het bevorderen van de doorstroming op de regionale woningmarkt. Bij nieuwbouw is de kwalitatieve toets daarom leidend en in mindere mate de kwantitatieve toets.  Zoektocht om alle doelgroepen een plek te geven binnen onze woningmarkt - De druk op de sociale huursector neemt toe. Niet alleen in aantallen, ook door een concentratie van mensen die door allerlei oorzaken hun weg maar moeilijk kunnen vinden in onze maatschappij. Dit brengt de druk op de leefbaarheid met zich mee.

Bij nieuwbouw dient de voorkeur ingezet te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten. Om richting te geven aan de benodigde aantallen wordt er gebruik gemaakt huishoudensprognoses. Een goede onderbouwing van de woningbehoefte blijft echter leidend. Daarvoor zijn in de visie onderstaande uitgangspunten opgenomen, waaraan alle nieuwe woningbouwplannen, ook Ruimte voor Ruimte plannen, aan moeten voldoen:  Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen.  Koppelkansen.  Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot.  Het type toe te voegen woningen moet passen binnen de kwalitatieve behoefte.  De regio streeft sociaal duurzame woonconcepten na.  De regio sluit aan op duurzaamheidsdoelen die landelijk, regionaal en lokaal zijn gesteld. Ruimte voor Ruimte Voor Ruimte voor Ruimte geldt dat de provincie een verbreding heeft gemaakt in de regeling, waaronder het ruimte bieden aan andere woonvormen die beter aansluiten bij de behoefte. Tevens is er een mogelijkheid om andere verdienmodellen te verkennen. De regio onderschrijft deze verbreding. Zo ontstaan er mogelijkheden om Ruimte voor Ruimte in te zetten voor de kwalitatieve opgaven van de regio. Planspecifiek Uitgangspunt van de regionale structuurvisie is dat er gebouwd moet worden naar behoefte.

Voorliggend plan voorziet niet in nieuwbouw binnen de locatie Laagheidseweg 17. Daar blijft de bestaande bedrijfswoning als reguliere woning behouden. Wel wordt er een nieuwe woning mogelijk gemaakt binnen het aangrenzende perceel aan de Laagheidseweg 15c. De gemeente Venray staat nieuwe woningbouw beperkt toe in het buitengebied, zie verder 3.4. Om de nieuwe woning mogelijk te maken wordt gebruik gemaakt van de inzet van een bouwtitel. De nieuwe woning voldoet aan de huidige duurzaamheidsnormen (2.3) en is geschikt voor het huisvesten van alle doelgroepen in het bovengemiddelde segment. Het initiatief sluit daarmee aan op de uitgangspunten voor nieuwbouwwoningen zoals opgenomen in de regionale visie. Het initiatief past binnen de 'Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2040.

16

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Toekomstvisie Venray 2030 'Venray loopt voorop' Op 27 juni 2019 is de Toekomstvisie Venray 2030 'Venray loopt voorop' vastgesteld. In deze visie heeft de gemeente Venray haar ambities opgesteld voor de ontwikkeling van de gemeente tot 2030. Deze visie vervangt de Strategische visie 2020 en de nota 'Venray, stad in de Peel (2025). De toekomstvisie geeft de gemeente een koers voor het omgaan met nieuwe trends en ontwikkelingen in de gemeente, zowel binnen de gemeenschap van Venray als in de regio. Belangrijke thema's uit de vorige strategische visie worden doorgezet in deze visie. 'Venray loopt voorop' heeft aandacht voor burgerparticipatie, de rol van de overheid, en regionale samenwerking, met name op het gebied van onderwijs, bedrijfsleven en in de naaste omgeving van inwoners. Hiermee speelt de toekomstvisie in op de nieuwe Omgevingswet. Daarnaast is er veel aandacht voor de kwalitatieve ontwikkeling van onder meer de leefomgeving. De uitdaging daarbij is om de ruimtelijke kwaliteit zowel in de stad, op het platteland als in de natuur op een hoog niveau te houden. De gemeente Venray heeft voor de komende tien jaar de volgende vijf ambities geformuleerd.

In het Venray van 2030:  zijn inwoners, hun netwerken, culturen en voorzieningen met elkaar verbonden;  woon je groen en sociaal;  zorgt ondernemerschap met aandacht voor mens, dier en milieu, voor nieuwe economische kansen;  stroomt kennis, creativiteit en vernieuwing;  is iedereen mobiel. Planspecifiek Voorliggend initiatief verwijdert het agrarisch bouwvlak aan de Laagheidseweg 17 en zet de bedrijfswoning om in een reguliere burgerwoning. In lijn met het ambitieniveau uit de visie wordt er door het verdwijnen van de agrarische bedrijfslocatie door het voorkomen van milieuoverlast in de toekomst een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitswinst bewerkstelligd. Daarnaast voorziet het plan in een rode ontwikkeling in het buitengebied door het toevoegen van een nieuwe woonlocatie met één nieuwe vrijstaande woning. De nieuwe woonlocatie wordt landschappelijk ingepast door het toevoegen van erfbeplanting met een ruimtelijke kwaliteitsbijdrage van het buitengebied tot gevolg. Zie verder ook de toelichting in de paragraaf Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling 2011 - Borging Kwaliteitsmenu. Voorliggend initiatief past binnen de Toekomstvisie 'Venray loopt voorop'. 3.4.2 Woonvisie Venray 2017 Op 16 mei 2017 heeft de gemeenteraad van Venray de 'Woonvisie Venray 2017' vastgesteld.

De visie gaat in op de rol die het thema 'wonen' vervult in de algehele ambitie om Venray sterker en aantrekkelijker te maken. Venray is één van de drie plaatsen in Limburg die groeien. Door te kijken naar woonwensen en behoeften van woningzoekenden wenst de gemeente deze groei passend te beantwoorden en zo de woningmarkt voor de lange termijn positief te ontwikkelen. In algemene zin formuleert de gemeente de wens van de toekomstige woonconsument als volgt: een wat kleinere woning, gebruiksvriendelijk en duurzaam. Deze woningen staan er al voor een groot deel, maar omdat de huishoudenssamenstelling verandert, is het nodig om de bestaande voorraad aan te passen. Daarmee wil de gemeente tegelijkertijd de differentiatie in de bestaande voorraad vergroten. Ook toevoegingen zullen moeten bijdragen aan de differentiatie, waardoor er een betere balans komt in de woningvoorraad. Daarmee wil de gemeente de waarde van de bestaande voorraad in stand houden en tegelijkertijd de kwaliteit van de bestaande voorraad verbeteren.

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

17

Nieuwe kleinschalige initiatieven Nieuwe kleinschalige plannen zullen een belangrijke rol gaan spelen om de voorraad woningen geschikt te maken om de effecten van de wijzigingen in de bevolkings- en huishoudenssamenstelling in de komende jaren te kunnen opvangen. Met name in de kernen kan op die manier een antwoord gegeven worden op de (beperkte) vraag naar geschikte woningen. Die opening voor kleinschalige uitbreidingen wordt ook ingezet ten behoeve van de ruimte-voor-ruimte regeling, die hard nodig is om de sanering van intensieve veehouderijen (lees: het verbeteren van het woon- en leefklimaat in de dorpskernen en wijken) mogelijk te maken. Planspecifiek De 'Ruimte voor Ruimte regeling gemeente Venray 2018' is niet van toepassing op dit initiatief. De in te zetten bouwtitel voor de nieuwe woning aan de Laagheidseweg 15c is afkomstig van de locatie Peelweg 27 in Ysselsteyn en is ontstaan op basis van de beleidsregel 'Regeling verplaatsen agrarische bedrijfswoningen gemeente Venray 2019'. De herontwikkeling van de locatie aan de Laagheidseweg 17 heeft geen gevolgen vanuit de woonvisie. De bestaande bedrijfswoning blijft behouden als reguliere burgerwoning en er worden binnen deze locatie geen extra, nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Het plan past binnen de 'Woonvisie Venray 2017'.

3.4.3 Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling 2011 - Borging Kwaliteitsmenu Op 20 december 2011 heeft de gemeente Venray de 'Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling 2011' vastgesteld. Uitgangspunt van deze visie is dat ruimtelijke ontwikkelingen kunnen worden aangegrepen om de ruimtelijke kwaliteit van een gebied te verbeteren. Het doel daarbij is om bestaande (groene) kwaliteiten te behouden en waar mogelijk te verbeteren, zowel in het buitengebied als in het stedelijk gebied. Limburgs Kwaliteitsmenu Onderdeel van onderhavige structuurvisie is ook de implementatie van het Limburgse Kwaliteitsmenu. Het Limburgs kwaliteitsmenu (verder te noemen LKM) is door Gedeputeerde Staten op 12 januari 2010 vastgesteld. Vanaf 1 januari 2012 zijn Limburgse gemeenten zelf verantwoordelijk voor de advisering over plannen binnen de werkingssfeer van het LKM. Grondprincipe van dit kwaliteitsmenu is, dat bepaalde ontwikkelingen in het buitengebied ter plaatse leiden tot verlies aan omgevingskwaliteit, hetgeen dient te worden gecompenseerd door een kwaliteitsbijdrage. Deze bijdrage wordt ingezet om de omgevingskwaliteit te versterken. Planspecifiek Voorliggend plan is gebaseerd op de inzet van een bouwtitel. De bouwtitel voor de woning uit dit plan komt voort uit de herontwikkeling van de veehouderij aan de Peelweg 27 en 29 in Ysselsteyn.

Het toekennen van de bouwtitel voor de nieuwe woning uit voorliggend plan is vastgelegd in de anterieure overeenkomst die tussen de gemeente en de initiatiefnemers is opgesteld. In de 'Structuurvisie bijdrage ruimtelijke ontwikkeling' is opgenomen dat een bijdrage ruimtelijke ontwikkeling niet van toepassing is op een Ruimte voor Ruimte-initiatief zoals voorliggend initiatief. Desondanks is een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld, zie bijlage 1 van de regels. De inrichting van het plangebied conform de ontwerpprincipes van het inrichtingsplan is als een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van voorliggend initiatief, waarmee planologisch is geborgd dat het plan een ruimtelijke kwaliteitsbijdrage levert ter plaatse van het plangebied. Het wegbestemmen van de intensieve veehouderij binnen de locatie Laagheidseweg 17 heeft, in lijn met het beleid uit de 'Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling 2011', tot gevolg dat nadelige milieueffecten op het woon- en leefklimaat van de woningen uit de omgeving en de kern Venray in de toekomst worden voorkomen.

18

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

Het initiatief past binnen de 'Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling 2011'. 3.4.4 Ruimte voor Ruimte regeling gemeente Venray 2018 Op 18 december 2018 heeft de gemeenteraad van Venray de 'Ruimte voor Ruimte regeling gemeente Venray 2018' vastgesteld. De gemeentelijke regeling Ruimte-voor-Ruimte is een gemeentelijke beleidsregel die tot doel heeft om de ruimtelijke en milieukundige kwaliteit rondom de kernen en wijken te verbeteren door in ruil voor de beëindiging van intensieve veehouderijen en sloop van bedrijfsgebouwen in het buitengebied, de bouw van woningen op passende locaties toe te staan. De RvR-regeling wordt ingezet op locaties rondom de dorpskernen en wijken waar een afname van de emissie, door het treffen van technische maatregelen, niet voldoende is. In dat geval is het wenselijk dat het intensieve veehouderijbedrijf wordt beëindigd en de stallen worden verwijderd. Hiermee ontstaat er een verbetering van het woon- en leefklimaat en de ruimtelijke kwaliteit. Voor het bepalen welke bedrijven in aanmerking komen wordt er geen begrenzing rondom de dorpen getrokken. Het doel is namelijk de vermindering van de belasting van het dorp en dus de bijdrage van het bedrijf aan de emissie op het dorp.

Bedrijven komen in aanmerking als de geuremissie van het veehouderijbedrijf zo hoog is dat er sprake is van een overschrijding van de geurnorm bij de woningen in de dorpen en wijken. Uitgangspunt is de geurnorm van 3 Ou voor woningen in de dorpen en wijken, zoals is vastgelegd in de huidige geurverordening. Als bij de actualisatie van de geurverordening blijkt dat een andere norm gewenst is, kan dit aanleiding zijn om de RvR-regeling aan te passen. Locatie RvR-woning In de 'Ruimte voor Ruimte regeling gemeente Venray 2018' worden enkele uitgangspunten gesteld over de locatie van nieuwe ruimte-voor-ruimte woningen:  de nieuw te realiseren RvR-woning sluit aan op het aanwezige landschapstype en de stedenbouwkundige structuur van de omgeving;  een omgeving met open landschap en lintbebouwing vraagt vaak om het invoegen van solitaire woningen in het lint. Deze solitaire kavels hebben tevens een minimale oppervlakte van 750 m² concurrentie met reguliere woningbouw te voorkomen. Vrijstaande woningen behoeven een kavel van minimaal 20 m breed, zodat de openheid naar achterliggend landschap gewaarborgd blijft. Planspecifiek De 'Ruimte voor Ruimte regeling gemeente Venray 2018' is niet van toepassing op dit initiatief.

Desalniettemin sluit het bouwplan van de nieuwe woning uit voorliggend initiatief met betrekking tot de locatiekeuze, inhoudsmaten en oppervlakten van de nieuwe woning aan op de uitgangspunten die in de Regeling Ruimte voor ruimte 2018 zijn opgenomen, zie verder paragraaf 2.2. De in te zetten bouwtitel is afkomstig van de locatie Peelweg 27 in Ysselsteyn en is ontstaan op basis van de beleidsregel 'Regeling verplaatsen agrarische bedrijfswoningen gemeente Venray 2019'. Daarmee kon onder voorwaarden een agrarische bedrijfswoning worden verplaatst naar het stedelijk gebied. Er is op 29 januari 2019 tussen de gemeente Venray en de initiatiefnemer van Peelweg 27 een overeenkomst gesloten waarmee de verwachting is gewekt dat er een oplossing was voor die agrarische bedrijfswoning. Op basis van die overeenkomst mocht de initiatiefnemer er op vertrouwen dat hij in ieder geval tot 1 januari 2021 de tijd had om de bedrijfswoning te verplaatsen. Tegelijkertijd is echter deze beleidsregel vanaf 31 december 2019 niet meer effectief vanwege het beëindigen van de beleidsregel 'Kavel voor Kavel'. Met het beëindigen van die beleidsregel 'Kavel voor Kavel' kan iedereen een woning bouwen binnen het stedelijk gebied als dit stedenbouwkundig acceptabel is, en is er niet langer de verplichting om een bouwtitel van elders te verwerven.

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

19

Vanwege deze unieke situatie zijn er redenen om, in afwijking van de beleidsregel 'Regeling verplaatsen agrarische bedrijfswoningen gemeente Venray 2019', de bouwtitel van Peelweg 27 te plaatsen op de locatie Laagheidseweg 15C te Venray. Gelet op de strekking van de 'Ruimte voor Ruimte regeling gemeente Venray 2018' en de beleidsregel 'Regeling verplaatsen agrarische bedrijfswoningen gemeente Venray 2019' is een ruimte-voor-ruimte bouwtitel niet vergelijkbaar met de verplaatsing van een agrarische bedrijfswoning. Dat betekent dat een locatie voor een ruimte-voor-ruimte woning niet zondermeer kan worden gebruikt om een agrarische bedrijfswoning naar toe te verplaatsen. Het is daarom nodig om aanvullende voorwaarden te stellen. In het onderhavige geval gaat het om een unieke situatie waarbij de volgende voorwaarden worden gekoppeld aan de concrete mogelijkheden ter plaatse. a. de beëindiging van het agrarisch bedrijf Laagheidseweg 17, het wegbestemmen van agrarische bestemming en de functieaanduiding intensieve veehouderij en het herbestemmen tot Wonen; b. de sloop van de (voormalige) varkensstal op locatie Laagheidseweg 17. Is deze sloop aantoonbaar niet haalbaar (omdat de betreffende eigenaar niet wil meewerken), dan wordt deze voorwaarde vervangen door de sloop van een vergelijkbare (voormalige) stal binnen 400 meter van een kerkdorp in de gemeente Venray; c.

de realisatie van een levensloopbestendige woning. De 'Ruimte voor Ruimte regeling gemeente Venray 2018' staat de uitvoer van voorliggend initiatief niet in de weg. 3.4.5 Visie Veehouderij Venray 2018 Op 30 januari 2018 heeft de gemeenteraad van Venray de 'Visie veehouderij Venray 2018' vastgesteld. In de visie is het beleid van de gemeente Venray uiteengezet dat moet bijdragen aan een balans tussen de ontwikkelingsruimte voor de veehouderijen de bescherming van een goed woon- en leefklimaat voor de inwoners. In delen van het buitengebied en in enkele dorpskernen wordt door inwoners van de gemeente hinder ervaren door veehouderijen uit de omgeving. De hinder heeft voornamelijk betrekking op geuroverlast maar ook transport, vliegen en geluid dragen bij aan de hinder. In het gemeentelijke beleidsstuk 'Veehouderij en gezondheid omwonenden' uit 2015 is er ook extra aandacht voor de gezondheid van inwoners. De gemeente wil dat de emissies (geur, ammoniak, fijn stof en endotoxinen) voldoende snel afnemen en het aantal overlastlocaties snel daalt. Dat betekent dat nieuwe overlast moet worden voorkomen en dat ontwikkeling gepaard moet gaan met een verbetering.

Planspecifiek In lijn met de doelstellingen van de 'Visie Veehouderij Venray 2018' heeft voorliggend plan een positief effect op het borgen van een goed woon- en leefklimaat van de woningen in de omgeving van het plangebied en de kern Venray. Door het wegbestemmen van de intensieve veehouderij aan de Laagheidseweg 17 wordt voorkomen dat de locatie in de toekomstige situatie nog in gebruik kan worden genomen als (intensieve) agrarische bedrijfslocatie. De uitstoot van emissies wordt uitgesloten, waardoor nieuwe milieuoverlast op de omgeving wordt voorkomen. Het initiatief past binnen de 'Visie Veehouderij Venray 2018'.

20

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

3.4.6 Wederzijds vertrouwen, Welstandsnota 2013 gemeente Venray In de nota 'Wederzijds vertrouwen, Welstandsnota 2013 gemeente Venray, 2e herziening 2018' past de gemeente Venray een differentiatie in welstandstoezicht toe. Het welstandsbeleid wordt in de eerste plaats gedifferentieerd naar de specifieke situatie in wijken, buurten of gebieden en naar de plaats van een bouwwerk op het erf. Dit betekent dat minder beeldbepalende gebieden (waaronder grote delen van Venray, de kerkdorpen en bedrijventerreinen) preventief worden getoetst door een ambtenaar. Voor nieuwe hoofdgebouwen, monumenten en plannen die niet passend zijn binnen het bestemmingsplan wordt de toetsing uitgevoerd door de welstandscommissie (in Venray het Adviesbureau Ruimtelijke Kwaliteit). Planspecifiek Voorliggend initiatief voorziet in een ontwikkeling van twee woonlocaties in het buitengebied van Venray. Vanwege de ligging in het buitengebied zal Het ARK (Adviesbureau Ruimtelijke Kwaliteit) het initiatief daarom niet toetsen aan de welstandsnota. Wel wordt het plan ambtelijk getoetst. In paragraaf 2.2 is nader gemotiveerd dat de nieuwe woning qua massa en positionering aansluit bij de woningen uit de omgeving en de bouwregels uit het moederplan voor burgerwoningen in het buitengebied. De nota 'Wederzijds vertrouwen, Welstandsnota 2013 gemeente Venray' staat het initiatief niet in de weg.

3.4.7 Toetssteen Openbare Ruimte De Toetssteen Openbare Ruimte, heeft betrekking op de (toekomstige) openbare ruimte, geen gebouw zijnde, welke beheerd wordt door de beheerders van de afdeling Openbare Ruimte van de gemeente Venray. De Toetssteen Openbare Ruimte heeft als doel het waarborgen van de kwaliteit van de openbare ruimte van de gemeente Venray. Het begrip kwaliteit kan worden opgedeeld in: 1. Technisch-functionele kwaliteit; 2. Sociaal-maatschappelijke kwaliteit. De Toetssteen beschrijft de uitgangspunten, randvoorwaarden, ontwerpeisen etc. waaraan bouwplannen in de openbare ruimte minimaal dienen te voldoen. Verder verschaft de Toetssteen inzicht in de toetsingsprocedure van de gemeente. Het meenemen van de uitgangspunten, randvoorwaarden en ontwerpeisen van al de betrokken vakdisciplines in een vroeg stadium zal resulteren in een meer integraal ontwerp. Met deze werkwijze kan op de lange termijn integraal ontworpen openbare ruimte kostenefficiënter worden beheerd en kan deze door keuzes als flexibiliteit en aanpasbaarheid blijven voorzien in de behoeften van de maatschappij. Ook zal het beoordelingstraject van een bouwplan efficiënter verlopen. Het waarborgen dat wordt voldaan aan de verschillende kwaliteitseisen van de gemeente bestaat uit twee stappen, te weten: 1. Aanleveren Toetssteen. 2. Controle op toepassing Toetssteen in de plannen.

Planspecifiek Voorliggend initiatief voorziet alleen in bouwontwikkelingen binnen privaat terrein. In paragraaf 4.4 'Verkeer' is reeds gemotiveerd dat binnen eigen terrein voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd in lijn met de parkeernormen uit de 'Beleidsnota Parkeernormen Venray'. Daarmee is geborgd dat parkeren als gevolg van het toekomstig gebruik van het plangebied binnen eigen terrein dient plaats te vinden en de parkeerdruk op de openbare ruimte door dit initiatief niet toeneemt. De bestaande bedrijfswoning, die wordt omgezet naar burgerwoning, blijft via de huidige inrit ontsloten op de Laagheidseweg. De nieuwe woning krijgt een ontsluiting via een nieuwe inrit op deze zelfde weg. Bij de uitwerking van de toekomstige inrichting van het nieuwe woonperceel wordt rekening gehouden dat de inrit niet ten koste zal gaan van één of meerdere laanbomen langs de Laagheidseweg. Het groene karakter van het gebied blijft daardoor behouden. Vanwege

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

21

het ontbreken van andere effecten als gevolg van dit plan op de openbare ruimte in de omgeving van het plangebied is een nadere toetsing aan de 'Toetsteen Openbare Ruimte' niet aan de orde. De locatie is gelegen in het buitengebied (buiten de bebouwde kom) en niet in het stedelijk gebied. Door de specifieke aard en plaats van deze ruimtelijke ontwikkeling dient door de huidige en toekomstige bewoners nadrukkelijk rekening gehouden te worden dat binnen de openbare ruimte geen trottoirs, geen openbare verlichting, geen parkeervakken en geen vrij liggende fietspaden aanwezig (zullen) zijn. Ook is een 30 km-zone inrichting van het gebied niet mogelijk. Het ligt ook niet in de lijn der verwachting dat de komgrens wordt opgeschoven. Het initiatief past binnen de 'Toetsteen Openbare Ruimte'. 3.4.8 Venray Vergroent De gemeente Venray heeft een belangrijke rol om problemen als klimaatverandering, luchtkwaliteit, hevige buien en afnemende biodiversiteit het hoofd te bieden. Venray Vergroent is een programma waarin de gemeente samen met inwoners op een slagvaardige, integrale en ambitieuze wijze werkt aan deze opgaven. Venray Vergroent kent drie deelprojecten: 1. Energietransitie; 2. Klimaatadaptatie; 3. Circulaire economie. Energietransitie De gemeente Venray wil energie gaan besparen door de totale energievraag drastisch te verminderen.

Desondanks zal er ook in de toekomst energie nodig zijn. Deze energie zal duurzaam worden opgewekt. Particulieren kunnen dit doen door gebruik te maken van zonne-energie en nieuwe woningen niet meer aan te sluiten op het gasnetwerk maar anderszins te verwarmen. Bijvoorbeeld via warmtepompinstallaties. Klimaatadaptatie Er zijn vier gemeentelijke speerpunten rondom dit onderwerp: wateroverlast, hitte, droogte en biodiversiteit. Door overtollig hemelwater af te koppelen en op eigen terrein van particulieren te borgen wordt het riool ontlast. Huiseigenaren kunnen hun tuinen bewuster inrichten door stenen zoveel als mogelijk te verwijderen en extra groen aan te leggen. Groen biedt meer ruimte om hemelwater in de bodem te infiltreren en zorgt daarnaast voor een verkoelend effect tijdens warme dagen. Een variatie aan bomen en struiken komt daarnaast ten goede aan het herstellen van de biodiversiteit. Circulaire economie De gemeente formuleert meerdere speerpunten rondom het onderwerp 'circulaire economie': bewustwording, inkopen, samenwerking, verdienmodellen en meten is weten. Er zijn daarnaast verschillende niveaus waarop bijgedragen kan worden aan de circulaire economie. Deze niveaus zijn inzichtelijk gemaakt in de 'Venrayse circulaire ladder'. Het hoogste niveau verdient de voorkeur. Daar worden de meeste grondstoffen bespaard en is daarmee de meest efficiënte interventie.

22

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

Venrayse circulaire ladder (bron: Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie gemeente Venray)

Planspecifiek In paragraaf 2.3 is uiteengezet op welke wijze het thema duurzaamheid is geïntegreerd in voorliggend plan. Alle drie de projecten uit 'Venray Vergroent' komen daarbij aan bod. De nieuwe woning krijgt geen aansluiting op het gasnetwerk en voldoet aan de huidige BENG-eisen. Ook is in het plan een regeling opgenomen met als strekking dat de nieuwe woning aan de Laagheidseweg 15c pas in gebruik mag worden genomen als elders binnen de gemeente een stal is gesloopt. Het plan draagt daarmee direct bij aan de afname van verhard oppervlak en er ontstaat zo meer ruimte op overtollig hemelwater te kunnen infiltreren in de bodem. De nieuwe woonkavel aan de Laagheidseweg 15c wordt landschappelijk ingepast. De toename van bomen en struiken zorgt voor een verkoelend effect en draagt bij aan het herstel van de biodiversiteit. Voorliggend initiatief sluit aan op 'Venray Vergroent'.

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

23

3.4.9 Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied gelden de bestemmingsplannen 'Buitengebied Venray 2010', vastgesteld op 14 december 2010 en 'Laagheidseweg 15 Venray', vastgesteld op 17 september 2019 en 'Buitengebied Venray 2010, herziening regels', vastgesteld op 20 september 2017.

Uitsnede van het vigerende bestemmingsplan, waarop het plangebied is aangeduid met de rode doorbroken lijn (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Het plangebied heeft de bestemming 'Agrarisch'. Ter plaatse van de voormalige varkenshouderij aan de Laagheidseweg 17 ligt een agrarisch bouwvlak met de functieaanduiding 'intensieve veehouderij' en de gebiedsaanduiding 'agrarisch gemengd'. Ter plaatse van de bedrijfswoning is de functieaanduiding 'bedrijfswoning' opgenomen. Ter plaatse van het aangrenzende perceel aan de Laagheidseweg 15c geldt de bestemming 'Agrarisch' zonder bouwvlak. De watergang langs de Laagheidseweg geniet bescherming door de dubbelbestemming 'Waterstaat - Beschermingszone watergang'. Tot slot geldt over het hele plangebied de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied'. Strijdigheid met het vigerende bestemming Om de bestaande bedrijfswoning aan de Laagheidsweg 17 in gebruik te nemen als reguliere burgerwoning is een herziening van de bestaande agrarische bestemming noodzakelijk. Ook de oprichting van de nieuwe woning op het aangrenzende perceel is niet toegestaan binnen de bestemming 'Agrarisch'. Voorliggend initiatief is daarmee in strijd met het vigerende bestemmingsplan.

24

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

Hoofdstuk 4

Uitvoerbaarheid

De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangetoond worden (artikel 3.1.6 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, etc.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan.

4.1

Milieu

4.1.1 Bodem Op grond van de Wet Bodembescherming (Wbb) moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Bij een functiewijziging zal in veel gevallen een specifiek bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd. Planspecifiek In het kader van voorliggend initiatief is een functiewijziging van het plangebied nodig van agrarisch naar wonen. Om te kunnen bepalen of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in lijn ligt met het toekomstig gebruik van het plangebied als bodemgevoelige woonlocatie, zijn voor beide locaties verkennende bodemonderzoeken uitgevoerd. De rapportages zijn te raadplegen in bijlagen 1 (Laagheidseweg 15c) en 2 (Laagheidseweg 17). Laagheidseweg 15c Het bodemonderzoek uit bijlage 1 betreft een aanvullend onderzoek van een eerder uitgevoerd bodemonderzoek in het kader van de herontwikkeling van de voormalige varkenshouderij aan de Laagheidseweg 15 naar een woonlocatie. Het originele bodemonderzoek is toegevoegd als bijlage 6 van het onderzoek uit bijlage 1.

In het originele onderzoek wordt geconcludeerd dat ter plaatse van deellocatie 'A' (de voorste gronden van het agrarisch perceel waar de nieuwe woning wordt gerealiseerd) de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in lijn ligt met het gebruik van de gronden als woonlocatie. In het aanvullend onderzoek zijn de achterste gronden van het beoogde woonperceel onderzocht (deellocatie D). Ook voor die gronden luidt de conclusie dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek is niet nodig. Laagheidseweg 17 Het verkennend bodemonderzoek voor de locatie Laagheidseweg 17 is toegevoegd als bijlage 2. Onder de aanwezige verharding zijn verontreinigingen aangetroffen. Mits de klinkerverharding niet wordt verwijderd zijn er geen belemmeringen voor de bestemmingsplanherziening en is er geen aanleiding voor nader onderzoek. Voorliggend plan heeft geen ontwikkelingen ter plaatse van de verharding tot gevolg en de verharding wordt niet verwijderd. In de regels van voorliggend plan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is geborgd dat de duurzame afdeklaag in de vorm van klinkerverharding behouden dient te blijven.

Als de afdeklaag in de toekomst (deels) verwijderd wordt, dient de onderliggende met asbest vervuilde verontreinigde puinlaag volgens de geldende wet- en regelgeving gesaneerd te worden. Daarmee zijn er geen belemmeringen ten aanzien van het aspect bodem. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect bodem.

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

25

4.1.2 Lucht De mate van blootstelling aan luchtverontreiniging speelt een rol in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Met betrekking tot 'luchtkwaliteit' zijn twee aspecten van belang. Ten eerste of de luchtkwaliteit ter plaatse de nieuwe functie toelaat (de gevoeligheid van de bestemming) en ten tweede wat de bijdrage is van het plan aan die luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit ter plaatse In de Wet milieubeheer zijn normen opgenomen voor de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht ter bescherming van de mens. De twee belangrijkste stoffen zijn PM10 en PM2,5(fijnstof) en NO2 (stikstofdioxide). Voor grenswaarde van PM10 en NOx bedraagt 40 µg/m3, van PM2,5 is dat 25 µg/m3. Bijdrage aan luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen. De Wet maakt een onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in de algemene maatregel van bestuur "Niet in betekenende mate bijdragen" (Besluit NIBM).

Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 procent bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof en stikstofdioxide (1,2 microgram per m3) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een toevoeging van minder dan 1.500 huizen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit, omdat een dergelijk project per definitie niet boven de 3%-norm komt. Planspecifiek Luchtkwaliteit ter plaatse van het initiatief Vanuit een goede ruimtelijke ordening is de huidige luchtkwaliteit ter plaatse getoetst met behulp van de NSL Monitoringstool (www.nsl-monitoring.nl). Door de metingen ter plaatse te toetsen aan de grenswaarden is gekeken of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Uit metingen van het rekenpunt 67627 (aan de Beekweg ter hoogte van plangebied) zijn de volgende concentraties naar voren gekomen:

Gemeten totale concentratie jaargemiddelde 2018 (µg/m3) Grenswaarde concentratie (µg/m3)

NO2 (stikstofdioxide) 15,9 µg/m3

PM10 (fijnstof) 17,9 µg/m3

PM2,5 (fijnere fractie van fijnstof) 10,9 µg/m3

40 µg/m3

40 µg/m3

25 µg/m3

De gemeten concentraties stikstofdioxide en fijn stof liggen ruim onder de gestelde grenswaarden. Met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. Bijdrage initiatief Als gevolg van het verdwijnen van de planologische mogelijkheden voor het uitoefenen van een agrarisch bedrijf aan de Laagheidseweg 17, is er in de toekomstige situatie ook geen sprake meer van bijbehorende verkeersbewegingen. Het aantal verkeersbewegingen van de bedrijfswoning verandert niet.

26

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

Voor wat betreft de nieuwe woning kan worden gesteld dat ten opzichte van het bestaande gebruik van die gronden als landbouwgrond, waar landbouwvoertuigen het land bewerken, het aantal verkeersbewegingen in de toekomstige situatie hooguit beperkt toeneemt. De verkeersaantrekkende werking van het plangebied verandert door voorliggend initiatief daarom niet noemenswaardig. Ten aanzien van de bijdrage aan luchtkwaliteit is het initiatief daarbij van geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (1.500 woningen). Daardoor is te concluderen dat dit project 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een nadere toetsing ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit. 4.1.3 Geluid De mate waarin het geluid het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd:  woningen;  geluidgevoelige gebouwen, zoals scholen, ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen, psychiatrische instellingen en kinderdagverblijven;  geluidsgevoelige terreinen (woonwagenstandplaatsen en bestemde ligplaatsen voor woonschepen).

Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. Binnen deze zones bepaalt het bevoegd gezag de te hanteren grenswaarden. Er geldt een voorkeursgrenswaarde en een bovengrens (hoger mag niet). De Wgh gaat verder onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen. De belangrijkste bronnen van geluidhinder die bij een ruimtelijke ontwikkeling aan de orde kunnen zijn betreffen: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Planspecifiek Voorliggend plan zet de bestaande bedrijfswoning aan de Laagheidseweg 17 om in een reguliere burgerwoning. De Wet geluidhinder maakt geen onderscheid tussen bedrijfs- en reguliere woningen. Voor deze bestaande woning is in een eerder stadium al bepaald dat op basis van wegverkeerslawaai wordt voldaan aan de wettelijke normen en sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Nader geluidsonderzoek voor deze woning is niet aan de orde. Om het geluidseffect van wegverkeer over de Laagheidseweg op de nieuwe woning aan de Laagheidseweg 15c te kunnen bepalen, is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 3. De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden. Vanuit de Wgh zijn er geen belemmeringen voor de ontwikkeling van de vrijstaande woning. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van geluid.

Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geluid. 4.1.4 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor milieuvergunningen als het gaat om geurhinder van veehouderijen met landbouwhuisdieren. De Wgv maakt onderscheid in dieren met en dieren zonder een vastgestelde geuremissiefactor. Voor de eerste soort wordt de geurbelasting bij geurgevoelige objecten berekend, voor de tweede gelden minimumafstanden tot dergelijke objecten (ook wel bekend onder de term 'vaste afstandsdieren'). De Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) bepaald in bijlage 1 voor welke dieren geuremissies zijn vastgelegd. Als het (beoogde) veehouderijbedrijf niet in deze regeling wordt genoemd betreft het vaste afstandsdieren.

Laagheidseweg 15c en 17 Venray

27

Op grond van artikel 3 lid 1 van de Wgv gelden de volgende normen ten behoeve van vergunningverlening voor dieren met een geuremissiefactor: geurgevoelig object gelegen in: maximaal toegestane geurbelasting (odour units per m3 lucht) concentratiegebied binnen bebouwde kom 3,0 ouE/m3 concentratiegebied buiten bebouwde kom 14,0 ouE/m³ niet-concentratiegebied binnen bebouwde kom 2,0 ouE/m3 niet-concentratiegebied buiten bebouwde kom 8,0 ouE/m3 Als het geen bedrijf is waar een geuremissiefactor voor is vastgelegd gelden de volgende eisen:  binnen de bebouwde kom geldt een afstand van 100 meter;  buiten de bebouwde kom geldt een afstand van 50 meter. Tot slot geldt voor zowel dieren met als voor dieren zonder geuremissiefactoren altijd een minimumafstand tussen de buitenzijde van een dierenverblijf en de buitenzijde van een geurgevoelig object. Dit betreft 50 respectievelijk 25 meter voor hetzij binnen dan wel buiten de bebouwde kom. De Wet geurhinder en veehouderij kent een omgekeerde werking. Dat wil zeggen dat ook bij plannen die woningbouwlocaties mogelijk maken wordt getoetst aan de normen van de Wet geurhinder en veehouderij. Bij ruimtelijke ordeningsplannen moet worden beoordeeld of sprake is van een goed woon- en verblijfklimaat. Geurverordening Venray De gemeenteraad van de gemeente Venray heeft een Verordening geurhinder en veehouderij vastgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11523059/1