04 Toelichting Hoofdstraat 20 Oirlo
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN “Hoofdstraat 20, Oirlo” NL.IMRO.0984.BP22020-va01 Vastgesteld
Document:
Bestemmingsplan “Hoofdstraat 20, Oirlo”
IDN:
NL.IMRO.0984.BP22020-va01
Status:
Vastgesteld
Datum:
31 oktober 2023
Bureau Leefomgeving B.V. Schoolstraat 7 5961 EE HORST 077 – 208 60 99 contact@bureauleefomgeving.nl www.bureauleefomgeving.nl
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING .................................................................................................................................................................3 1.1 Aanleiding en doel van het bestemmingsplan .............................................................................................................................................. 3 1.2 Ligging van het plangebied..................................................................................................................................................................................... 4 1.3 Vigerend bestemmingsplan .................................................................................................................................................................................. 4 2 HUIDIGE SITUATIE ................................................................................................................................................6 2.1 Algemeen .....................................................................................................................................................................................................................
6 2.2 Ruimtelijke structuur .............................................................................................................................................................................................. 6 2.3 Functionele structuur ............................................................................................................................................................................................. 7 3 BEOOGDE SITUATIE .............................................................................................................................................9 3.1 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan ........................................................................................................................................ 11 3.2 Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten ............................................................................................................................................... 11 4 BELEIDSKADER .................................................................................................................................................... 13 4.1 Rijksbeleid .................................................................................................................................................................................................................
13 4.2 Provinciaal beleid ................................................................................................................................................................................................... 15 4.3 Gemeentelijk beleid.............................................................................................................................................................................................. 19 5 RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN ................................................................... 23 5.1 Milieuaspecten......................................................................................................................................................................................................... 23 5.2 Externe veiligheid................................................................................................................................................................................................... 30 5.3 Water .........................................................................................................................................................................................................................
32 5.4 Kabels, leidingen en straalpaden ..................................................................................................................................................................... 33 5.5 Natuur ........................................................................................................................................................................................................................ 33 5.6 Archeologie en cultuurhistorie ....................................................................................................................................................................... 36 5.7 Verkeer en parkeren ........................................................................................................................................................................................... 38 5.8 Niet-gesprongen explosieven .......................................................................................................................................................................... 39 5.9 Duurzaamheid.........................................................................................................................................................................................................
39 6 JURIDISCHE ASPECTEN .................................................................................................................................... 41 6.1 Toelichting op de verbeelding.......................................................................................................................................................................... 41 6.2 Toelichting op de planregels............................................................................................................................................................................. 41 7 UITVOERBAARHEID........................................................................................................................................... 43 7.1 Economische uitvoerbaarheid ......................................................................................................................................................................... 43
Vastgesteld
1
7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................................................................................................................. 43 8 PROCEDURE.......................................................................................................................................................... 45 BIJLAGEN: Bijlage 1: V-stacks geurberekening Bijlage 2: AERIUS-berekening SEPARATE BIJLAGEN: ▪ Verkennend bodemonderzoek, AERES Milieu (d.d. 23 september 2022, kenmerk: AM22136) ▪ Akoestisch onderzoek, HMB groep (d.d. 11 november 2022, kenmerk: 22305201N) ▪ Archeologisch onderzoek, AERES Milieu (d.d. 21 juni 2022, kenmerk: AM22136) ▪ Quickscan flora en fauna, Faunaconsult (d.d. 13 april 2022) ▪ Omgevingsdialoog geanonimiseerd
Vastgesteld
2
1 INLEIDING
1.1 Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Aan de Hoofdstraat 20 in Oirlo is thans cafetaria ‘D’n Terp’ gevestigd. De locatie bestaat uit de feitelijke horecagelegenheid, zijnde het cafetaria, en de bijbehorende bedrijfswoning. De huidige eigenaren hebben bijna de pensiongerechtigde leeftijd bereikt en zijn voornemens te stoppen met het cafetaria. Daarbij is de wens van de huidige eigenaren om op de locatie te kunnen blijven wonen, derhalve is er gezocht naar een passende herontwikkeling voor deze locatie. Hieruit is het voornemen ontstaan om de thans verouderde bedrijfsbebouwing te slopen en daarvoor in de plaats een appartementencomplex te realiseren met 7 appartementen. Het bestaande woonhuis zal hierbij grotendeels behouden blijven en betrokken worden bij het appartementencomplex. In het appartementencomplex zal ruimte zijn voor vijf nultreden appartementen en twee startersappartementen. Aan nultreden appartementen (appartementen waarin voorzieningen zijn aangebracht die het mogelijk maken het appartement te bewonen als iemand minder goed ter been is) alsook startersappartementen blijkt in de gemeente Venray een grote behoefte. Met de herontwikkeling van de locatie wordt op kleine schaal aan deze behoefte voldaan.
Afbeelding 1 Ligging en omgeving plangebied
Op basis van het vigerende bestemmingsplan “Oirlo” is de voorgenomen realisatie van het appartementencomplex niet toegestaan omdat de locatie sec voor horecadoeleinden is bestemd. Om de beoogde herontwikkeling van deze locatie in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is voorliggend nieuw bestemmingsplan, in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), opgesteld waarmee een woonbestemming aan de locatie wordt toegekend. Het cafetaria wordt daarmee formeel beëindigd en de realisatie van het appartementencomplex is dan vervolgens wel toegestaan. Bij de gemeente Venray is door initiatiefnemer een verzoek ingediend om de herontwikkeling van de locatie toch mogelijk te maken om enerzijds het cafetaria te saneren en anderzijds te voldoen aan de plaatselijke behoefte aan levensloopbestendige en starters woningen. Ten slotte betekent de herontwikkeling een kwaliteitsverbetering doordat de verouderde bebouwing wordt vervangen door nieuwe bebouwing. De gemeente Venray vindt dit een passende
Vastgesteld
3
herontwikkeling voor deze locatie en heeft hieraan daarom in principe haar medewerking verleend om op de locatie een appartementencomplex mogelijk te maken.
1.2 Ligging van het plangebied De locatie is gelegen aan de Hoofstraat 20, in de dorpskern van Oirlo. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Venray, sectie R, nummers 1759 en 1762 en heeft een oppervlakte van circa 1.060 m². Deze percelen zullen in het vervolg van onderhavig bestemmingsplan als “het plangebied” worden bestempeld. Het plangebied is gelegen rondom de kruising waar de Hoofdstraat, de Deputé Petersstraat en de Pastoor Gerardstraat elkaar kruisen. Rondom dit kruispunt is de dorpskern van Oirlo ontstaan, hier is onder andere ook de kerk aan gelegen. Aan de Hoofdstraat is sprake van een bebouwingslint, welke overwegend uit woningen bestaat. Her en der verspreid aan de Hoofdstraat zijn nog enkele maatschappelijke- en bedrijfsfuncties gelegen. Aan westzijde grenst het plangebied aan de Hogeweg. Hier is thans een in- en uitrit aanwezig welke toegang biedt tot het aan de achterzijde van de bebouwing gelegen privé parkeerterrein. De Hogeweg vormt een zijstraat van de Deputé Petersstraat en loopt in zuidelijke richting parallel aan de Hoofdstraat waarna deze het buitengebied in voert en hierna weer aansluit op de Hoofdstraat/Castenrayseweg.
Afbeelding 2 Ligging en omgeving plangebied
1.3 Vigerend bestemmingsplan De locatie maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Oirlo” van de gemeente Venray (vastgesteld d.d. 3 november 2015) en is hierin volledig bestemd als ‘Horeca’ en voorzien een bouwvlak met de aanduiding ‘bedrijfswoning’. Aan de voorzijde van het bouwvlak is tevens de maatvoeringsaanduiding ‘maximum goothoogte: 6 m’ opgenomen. Aan de achterzijde van het bouwvlak is het bouwvlak voorzien van de maatvoeringsaanduiding ‘maximum goothoogte: 4 m’. De locatie is tevens voorzien van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’, ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Archeologie 4’. Vastgesteld
4
Afbeelding 3 Uitsnede vigerend bestemmingsplan (rood; plangebied)
De voor ‘Horeca’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het gebruik als horecabedrijf. Bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding bedrijfswoning, waarbij slechts één bedrijfswoning per bouwperceel is toegestaan. De gronden die aangewezen zijn als ‘Waarde – Archeologie 2’, ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Archeologie 4’ zijn, behalve voor de daar voorkomende hoofdbestemming, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden in het gebied. Het wonen in een bedrijfswoning is uitsluitend toegestaan voor het huishouden van een persoon wiens huisvesting ter plaatse, gelet op de bedrijfsvoering, noodzakelijk is. Burgerbewoning wordt uitgesloten in een bedrijfswoning en is daarom strijdig met het vigerende bestemmingsplan.
Vastgesteld
5
2 HUIDIGE SITUATIE
2.1 Algemeen Het plangebied is gelegen in de dorpskern van Oirlo, aan de Hoofdstraat. Oirlo maakt onderdeel uit van de gemeente Venray, gelegen in het noorden van Limburg. Circa 1.200 inwoners bevolken de kern. De kern Oirlo ligt tussen Venray en Horst, ten oosten van de A73, die deze twee kernen met elkaar verbindt.
Afbeelding 4 Luchtfoto ligging en omgeving plangebied
Het plangebied is gelegen rondom de kruising waar de Hoofdstraat, de Deputé Petersstraat en de Pastoor Gerardstraat elkaar kruisen. Rondom dit kruispunt is de dorpskern van Oirlo ontstaan. De Hoofdstraat vormt betreft een doorgaande verbinding tussen Oostrum en Castenray welke Oirlo doorkruist. Via de Hoofdstraat ( en de daarop aansluitende, buiten de bebouwde kom gelegen in het verlengde gelegen wegen) zijn de regionale gebiedsontsluitingswegen te bereiken, zoals de N270 en de Rijksweg A73. Het plangebied maakt thans onderdeel uit van het bebouwingslint van de Hoofdstraat. De bebouwing bestaat overwegend uit woningen maar verspreid aan de Hoofdstraat zijn nog enkele bedrijfs- en maatschappelijke functies actief, zoals de kerk en de basisschool. Aan de westelijke zijde van het plangebied grenst deze aan de Hogeweg. Via de Hogeweg is er thans een in- en uitrit aanwezig welke toegang biedt aan een klein parkeerterrein aan de achterzijde van de bebouwing. De Hogeweg betreft een zijstraat van de Pastoor Gerardstraat. Aan de Hogeweg zijn overwegend woningen gelegen.
2.2 Ruimtelijke structuur Oirlo is van oudsher een zelfstandig kerkdorp in de gemeente Venray en heeft hoofdzakelijk een woonfunctie. De relatie van het dorp met het buitengebied van Venray wordt gevormd door kleinschalige open bebouwingslinten en -clusters
Vastgesteld
6
langs de beekdalzone van de Boddebroekerloop. De historische structuur is gebaseerd op het wegenpatroon met een tweetal doorgaande wegen, zijnde de Pastoor Gerardstraat / Deputé Petersstraat en de Hoofdstraat. De oorspronkelijke lintbebouwing heeft zich daarbij geleidelijk verdicht. Deze wegen vormen heden ten dage nog steeds de belangrijkste wegen in de verkeerstructuur van Oirlo. De kern van het dorp is gesitueerd rond de kruising van deze wegen. Rond deze kern, haaks op de linten, heeft zich in de loop der tijd een structuur van woonbebouwing ontwikkeld. Het dorp bevat relatief veel historische en oudere bebouwing. De dorpsstructuur, maar ook de beeldvorming, leunt zwaar op de twee doorgaande linten. Door de ligging direct aan de kruising heeft de kerk een dominante uitstraling, waardoor deze in hoge mate het gezicht van het dorp bepaald. Dit overigens tezamen met de nog aanwezige boerderijbebouwing en de bijzondere functies welke geconcentreerd zijn rond de doorgaande wegen. Er zijn veel kleinschalige boerderijachtige woningen aanwezig. Het bouwvolume kan sterk variëren, maar het basispatroon van de gevelgeleding is kleinschalig. Oudere bebouwing bestaat uit een lang- of kortgevel in één bouwlaag met een mansarde kap en inpandige schuren. Nieuwere bebouwing bestaat uit overwegend twee lagen met kap, georiënteerd op de weg, met voorruimte naast de bebouwing.
Deze bebouwing staat verder van de weg. Opvallend is dat veel nieuwe bebouwing in de historische stijl is gebouwd en dat veel gebouwen in historische stijl zijn gerenoveerd.
Afbeelding 5 Hoofdstraat richting buitengebied
Afbeelding 6 Zicht vanuit plangebied op kerk en daarachter woonbebouwing
2.3 Functionele structuur De belangrijkste functie van Oirlo is de woonfunctie. De woningen bestaan overwegend uit vrijstaande en halfvrijstaande woningen. De oude lintstructuur van de Hoofdstraat heeft een gevarieerde samenstelling naar verschijningsvorm, ouderdom en onderlinge afstand tussen de bebouwing. De woningen en andere bebouwing zijn hier bij gebrek aan voortuinen veelal direct aan het trottoir gelegen. Het aanbod in woningtype binnen de kern is vrij eenduidig; de traditionele eengezinswoningen overheerst. In functionele zin is het plangebied en omgeving primair te kwalificeren als een rustig woongebied met her en der verspreid nog enkele andere functies. Aan de overzijde van de weg in de plaatselijke kerk en begraafplaats gelegen en verspreid aan de Hoofdstraat liggen nog enkele bedrijfs en maatschappelijke functies, zoals onder andere het gemeenschapshuis en een installatiebedrijf.
Vastgesteld
7
Afbeelding 7 Woonbebouwing omgeving plangebied
Vastgesteld
Afbeelding 8 Bebouwing plangebied
8
3 BEOOGDE SITUATIE De locatie Hoofdstraat 20 in Oirlo is thans bebouwd met een cafetaria en een bedrijfswoning. De huidige eigenaren hebben inmiddels de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en zijn voornemens het cafetaria te sluiten en te gaan genieten van hun pensioen. Gelet op de centrale ligging in de kern en het kenmerkende karakter van de bebouwing vraagt de locatie om een passende herontwikkeling. De huidige eigenaren hebben de wens uitgesproken om op deze locatie te blijven wonen. Het voornemen bestaat dan ook om, gezien de wens van de huidige eigenaren om op deze locatie te blijven wonen maar ook door de nog steeds groeiende vraag naar passende woningen, om de bedrijfsbebouwing te slopen en hiervoor in de plaats een appartementencomplex te realiseren. Het bestaande woonhuis dient hierbij grotendeels behouden te blijven en onderdeel te worden van het appartementencomplex, waardoor het kenmerkende dorpse beeld van het woonhuis aan de Hoofdstraat behouden blijft. Enerzijds wordt de locatie door het grotendeels slopen van de bedrijfsbebouwing en het hiervoor in de plaats realiseren van nieuwbouw voorzien van een aanzienlijke kwaliteitsimpuls, anderzijds wordt een specifieke (lokale) woonbehoefte vervult. Met de beoogde woonfunctie wordt aangesloten bij de reeds bestaande woonfuncties in de omgeving en wordt de locatie voorzien van een passende nieuwe invulling.
Afbeelding 9 Impressie appartementencomplex
Gelet op het kenmerkende gevel van het woonhuis is het van belang deze te behouden en waar mogelijk te versterken. De voorgevel van de nieuwbouw zal daarom grotendeels dezelfde vorm krijgen als de gevel van het woonhuis, echter zal deze iets terug liggen ten opzichte van het woonhuis. Hierdoor ontstaat er een eenheid maar blijft er visueel, aan de Hoofdstraat sprake van twee gevels. Om de ontwikkeling op een passende manier op te laten gaan in het straatbeeld zal de locatie verder naar de achterzijde worden ontwikkeld. Hier zal de nieuwe bebouwing dan ook slechts uit één bouwlaag bestaan. Hiermee wordt enerzijds aangesloten bij de omliggende woonpercelen, een woning van twee bouwlagen aan de voorzijde en een bijgebouw en/of schutting van een bouwlaag aan de achterzijde en anderzijds wordt hiermee de privacy van omliggende buren gewaarborgd. In totaliteit zullen er zeven appartementen worden gerealiseerd. Vijf van de zeven appartementen zijn op de begane grond gelegen, volledig gelijkvloers en hierdoor ook levensloopbestendig. De overige twee appartementen zijn voorzien op de eerste verdieping van het thans bestaande woonhuis, daar deze voor starters bestemd zijn en er dus geen noodzaak is
Vastgesteld
9
deze levensloopbestendig uit te voeren. De appartementen zijn, gezien de grootte, met name geschikt voor één- en tweepersoonshuishoudens.
Afbeelding 10 Impressie beoogde binnentuin
De appartementen variëren in oppervlakten van 45 tot 100 m². Alle appartementen zullen worden verkocht in het middensegment qua prijsklasse ( € 175.000 - € 297.000). Aan de Hoofdstraat zijde zijn twee ingangen voorzien, de thans bestaande ingang van het woonhuis en een nieuw te realiseren ingang ten westen hiervan. De nieuw te realiseren ingang biedt toegang aan één levensloopbestendig appartement dat bestemd is voor de huidige eigenaren van het cafetaria. De bestaande ingang van het woonhuis biedt, via een centrale hal, toegang tot een van de levensloopbestendige appartementen aan de rechterzijde van het woonhuis en de twee startersappartementen op de eerste verdieping. Vanuit de centrale hal is ook het binnenhof toegankelijk, vanuit waar de overige appartementen bereikbaar zijn. Vanuit het binnenhofje zijn tevens de bergingen en de parkeerplaats aan de achterzijde van het terrein toegankelijk. De parkeerplaats wordt ontsloten via de thans bestaande in- en uitrit aan de Hogeweg.
Afbeelding 11 Impressie achterzijde
Vastgesteld
10
3.1 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan De doelstelling van dit bestemmingsplan is gericht op het herontwikkelen van de locatie Hoofdstraat 20 en het planologisch mogelijk maken de locatie te benutten voor woondoeleinden alsmede het realiseren van 7 appartementen. De huidige horecabestemming dient daarvoor te worden gewijzigd in een woonbestemming. Het uitoefenen van een horecabedrijf is dan niet meer toegestaan. De locatie kan dan uitsluitend nog worden gebruikt voor woondoeleinden. Bij de opstelling van dit bestemmingsplan zijn de volgende uitgangspunten leidend geweest: ▪ Het bestemmingsplan dient een adequate en duidelijke regeling te bevatten voor de realisatie van maximaal 7 appartementen in de vorm van een appartementencomplex; ▪ De volledige locatie verliest de functie als horecagelegenheid, het is dan ook niet langer meer mogelijk de locatie voor horecadoeleinden te gebruiken, in plaats daarvoor wordt de locatie benut voor woondoeleinden. ▪ De huidige bedrijfswoning blijft behouden en zal onderdeel uit maken van het appartementencomplex; ▪ De maximale bouwhoogte van het appartementencomplex bedraagt 3,5 meter zodat een gebouw met slechts één bouwlaag kan worden gerealiseerd. Aan de straatzijde dient het de thans aanwezige bouwmassa behouden te blijven, derhalve bedraagt hier de maximale bouwhoogte 9,5 meter; ▪ Op eigen terrein c.q.
binnen het plangebied worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd om te voorzien in de eigen parkeerbehoefte, gebaseerd op het gemeentelijke parkeerbeleid; ▪ Op eigen terrein c.q. binnen het plangebied worden passende voorzieningen gerealiseerd om overtollig hemelwater op eigen terrein te bergen en infiltreren, gebaseerd op de gemeentelijke infiltratienormen; ▪ De geldende gebiedsaanduidingen uit het vigerende bestemmingsplan dienen opnieuw te gelden; ▪ Ten behoeve van de uniformiteit van bestemmingsplannen binnen de gemeente Venray dient het onderhavige bestemmingsplan qua systematiek aan te sluiten bij het bestemmingsplan “Oirlo”, zoals dat thans voor het plangebied geldt. De uitgangspunten hebben geleid tot een bestemmingsplan waarin het gehele plangebied bestemd is als ‘Wonen’ en voorzien van een bouwvlak met de aanduidingen ‘maximum aantal wooneenheden: 7’ en ‘aaneengebouwd’, waardoor de realisatie van 7 aaneengebouwde appartementen is toegestaan. Ter plaatse van de voormalige bedrijfswoning zijn de tevens aanduidingen ‘maximum goothoogte: 6 m en maximum bouwhoogte: 9,5 m’ en ‘gestapeld’ opgenomen waardoor de thans bestaande bouwmassa behouden kan blijven en ter plaatse gestapelde appartementen zijn toegestaan. Aan de achterzijde Aan de achterzijde is de aanduiding ‘maximum bouwhoogte: 3,5 meter’ om de privacy voor omwonende te waarborgen.
Het gehele plangebied is daarnaast nog steeds voorzien van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’, ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Archeologie 4’ zoals dat in het vigerende bestemmingsplan reeds het geval is.
3.2 Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten De beoogde herontwikkeling van voormalig cafetaria ‘D’n Terp’ in Oirlo bestaat uit het realiseren van in totaal zeven wooneenheden. Het bestaande woonhuis zal behouden blijven en onderdeel uitmaken van het appartementencomplex. De thans aanwezige bijgebouwen achter en naast het woonhuis zullen in het kader van de beoogde ontwikkeling worden gesloopt en hiervoor in de plaats zal vervangende nieuwbouw worden gerealiseerd. De gevel en bouwmassa van het bestaande woonhuis is een kenmerkend onderdeel van het historische karakter en dorpse beeld aan de Hoofdstraat. Deze zal dan ook behouden blijven. De voorgevel van de nieuwbouw aan de Hoofdstraat zal daarom grotendeels dezelfde vorm krijgen als de gevel van het woonhuis, echter zal deze iets terug liggen ten opzichte van het woonhuis. Hierdoor ontstaat er een eenheid maar blijft er visueel, aan de Hoofdstraat sprake van twee gevels. Door het iets terugleggen van de gevel aan de zijde ontstaat er een passende stedenbouwkundige overloop in het straatbeeld, welke niet tot nauwelijks afbreuk doet aan de historische structuur en karakteristiek van de Hoofdstraat.
Vastgesteld
11
Aan de achterzijde van het woonhuis zal de bebouwing slechts uit één bouwlaag bestaan. Hierdoor blijft er visueel, vanuit de Hoofstraat, sprake van slechts één woonhuis. Daarnaast blijft hiermee het zicht vanuit de omliggende tuinen behouden en wordt ook de privacy van de omwonende maar ook de beoogde nieuwe bewoners gewaarborgd.
Afbeelding 12 Straatbeeld Hoofdstraat voor en na ontwikkeling
Vastgesteld
12
4 BELEIDSKADER
4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;
Vastgesteld
13
2.
3.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.
Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor onderhavig initiatief zijn als volgt: ▪ Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; ▪ Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; ▪ Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; ▪ Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Alhoewel de NOVI zich niet specifiek uit laat over dergelijke kleinschalige initiatieven betreft het een initiatief waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en waarbij er geen sprake is van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat met het initiatief wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden.
Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op Rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Met het initiatief worden geen van de andere belangen geschaad. In het plangebied is verder geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Kortom, het initiatief is niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro.
4.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de Ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.
Vastgesteld
14
Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per 1 juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd. De drie treden uit de oorspronkelijke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. De ladder is uitsluitend van toepassing als een ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt gerealiseerd. Het begrip “stedelijke ontwikkeling” is daarbij als volgt gedefinieerd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Zoals de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft overwogen (uitspraak van 18 december 2013, zaak nr. 201302867/1/R4), is het begrip woningbouwlocatie in de omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro niet nader gedefinieerd in het Bro.
Voorts ontbreekt in de nota van toelichting bij deze bepaling (Stb. 2012, 388) een toelichting op de definitiebepaling van het begrip stedelijke ontwikkeling. De Afdeling is in een eerdere zaak van oordeel geweest dat een aantal van 11 toe te voegen woningen in de bebouwde kom, een ontwikkeling is die niet voorziet in een woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015, ECLI: NL:RVS:2015:2921, r.o. 4.3). Gelet hierop kan zeker geconcludeerd worden dat het oprichten van 7 appartementen, waarvan 1 in de plaats van de vroegere bedrijfswoning, dus slechts6 nieuwe appartementen in de bebouwde kom van Oirlo evenmin een stedelijke ontwikkeling betreft als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid Bro. Er hoeft in dit geval dan ook niet aan de ladder getoetst te worden.
4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Provinciale omgevingsvisie Limburg Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. In de periode 7 september 2020 tot en met 18 oktober 2020 heeft de provincie Limburg een ontwerp provinciale omgevingsvisie ter inzage gelegd: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg.’ Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten de Provinciale Omgevingsvisie, met bijbehorend m.e.r vastgesteld. De Provinciale Omgevingsvisie is per 25 oktober 2021 in werking getreden. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het voormalige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg’ (POL2014). De omgevingsvisie is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: ▪ Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk als in het bebouwde gebied; ▪ Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); ▪ Klimaatadaptatie en energietransitie.
Vastgesteld
15
Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt vervolgens een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: ▪ Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; ▪ Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Het realiseren van zeven appartementen binnen de bebouwde kom past in het gemeentelijke woonbeleid. Op het gebied van wonen is de omgevingsvisie een op hoofdlijnen richtinggevend kader. De daadwerkelijke invulling wordt overgelaten aan regio’s en / of gemeenten. Het initiatief wordt hierna getoetst aan het regionaal c.q. het gemeentelijk beleid. De toevoeging van een extra woningen is niet in strijd met de omgevingsvisie. 4.2.2 Omgevingsverordening 2021 In de Omgevingsverordening Limburg staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte.
Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening, die grofweg twee typen regels bevat: ▪ Instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap; ▪ Regels voor activiteiten die rechtstreeks voor eenieder gelden of voor specifieke doelgroepen. De volgende regels uit de Ontwerp Omgevingsverordening zijn in dit geval van toepassing: ▪ Omgevingswaarden wateroverlast; ▪ Wonen, werken en recreëren. Het plangebied is op basis van de nieuwe omgevingsverordening aangewezen als ‘landelijk kern’. In een landelijke kern is de leefbaarheid en vitaliteit belangrijk. Het saneren van de huidige bedrijfsfunctie en het daarvoor in de plaats het realiseren van een woonfunctie sluit veel beter aan op de woonfunctie van de landelijke kern Oirlo. In die zin draagt het initiatief bij aan een betere leefbaarheid van de landelijke kern. Voor nieuwe woningen dient het volgende aangetoond te worden (artikel 12.1.1): a. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk behoefteonderzoek; c. over de behoefte aan realisatie van deze woning overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid-Limburg.
De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d. het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring; e. realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. Voor zover van toepassing wordt aan deze voorwaarden voldaan. Het initiatief voldoet daarmee aan de nieuwe omgevingsverordening. 4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 De Omgevingsverordening Limburg is op 1 januari 2011 in werking getreden maar is in 2014 gewijzigd vanwege de vaststelling van het toenmalige POL2014, waarin was bepaald dat er een nieuw hoofdstuk Ruimte aan de Vastgesteld
16
Omgevingsverordening zou worden toegevoegd. Dat hoofdstuk Ruimte is gericht op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van het POL2014 naar gemeentelijke ruimtelijke plannen. Behalve de toevoeging van het hoofdstuk Ruimte zijn in de Omgevingsverordening Limburg 2014 ook de verordeningen Veehouderijen en Natura 2000 (van oktober 2013) en Wonen Zuid-Limburg (van juli 2013) opgenomen. Hiermee zijn alle verordeningen die betrekking hebben op het omgevingsbeleid ondergebracht in één document. Het hoofdstuk Ruimte heeft twee kenmerkende verschillen met de andere onderdelen van de verordening. In de eerste plaats bevat het hoofdstuk geen gedragsvoorschriften die gelden voor iedereen, maar uitsluitend instructiebepalingen die zijn gericht tot gemeentebesturen. Elders in de Omgevingsverordening wordt zeer incidenteel gebruik gemaakt van deze methodiek, maar het hoofdstuk Ruimte kent geen andere bepalingen dan opdrachten aan gemeentebesturen, die door de besturen in acht moeten worden genomen bij het vaststellen van bestemmingsplannen en bepaalde omgevingsvergunningen. Het tweede verschil met de overige onderdelen van de Omgevingsverordening is dat de Wro slechts zeer beperkte mogelijkheden biedt om ontheffing te verlenen van een bepaling uit het hoofdstuk Ruimte. Artikel 2.4.2 van de Omgevingsverordening Limburg heeft betrekking op 'wonen' en kent de volgende bepalingen: 1.
Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. 2. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving MiddenLimburg. 3. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen. 4. Het derde lid is niet van toepassing indien: a. er sprake is van een door de gemeenteraad vastgestelde Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg; en b. het ruimtelijk plan voldoet aan het bepaalde in de vastgestelde Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. 5.
De toelichting bij het ruimtelijke plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg respectievelijk de regio Midden-Limburg respectievelijk de regio Zuid-Limburg, dat betrekking heeft op het toevoegen van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen, bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste lid respectievelijk het tweede lid respectievelijk het vierde lid. 6. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat tevens een verantwoording van de bijdrage die met de vaststelling van dat ruimtelijk plan wordt geleverd aan de regionale opgave gericht op het terugdringen van de planvoorraad van nog onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen Het betreft hier een zodanig kleinschalige ontwikkeling dat deze niet valt onder de definitie 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' zoals bedoeld in artikel 2.2.1 van de Omgevingsverordening Limburg 2014 en artikel 1.1.1 onder i, jo. artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro. Hierdoor is de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking in het kader van dit plan niet aan de orde. Verwezen wordt naar de motivatie zoals opgenomen in paragraaf 4.1.2. In dit kader zijn de leden 1, 5 en 6 van toepassing. Dit bouwplan voorziet in de realisatie van vijf levensloopbestendige appartementen en twee startersappartementen.
Er zijn nog steeds te weinig woningen in dit specifieke segment van de Venrayse woningmarkt. Zoals in paragraaf 4.2.3 van onderhavige toelichting is vermeld, is de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg inmiddels vervangen door de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024. Geconcludeerd wordt dat het initiatief voldoet aan de uitgangspunten voor deze woonvisie.
Vastgesteld
17
Voor het plangebied kent de verordening geen verdere beperkingen. Het initiatief is dan ook niet strijdig met de Omgevingsverordening Limburg 2014. 4.2.3 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 De gemeente Venray heeft samen met de gemeenten in Noord-Limburg (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Peel en Maas en Venlo en de provincie Limburg) afspraken gemaakt over de regionale woningmarkt. In 2016 resulteerde dit in de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’. Ondertussen is op 22 september 2020 de geactualiseerde ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ vastgesteld. Op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ de status van een intergemeentelijke structuurvisie. Hierdoor heeft het document een juridische status en een zelfbindend karakter. Voor de gemeente Venray gold in het kader van de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’ een reductieopgave van 105 woningbouwplannen in de periode 2016-2020. Uit de recent vastgestelde Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 blijkt dat de gemeente Venray de gestelde opgave ruim heeft overtroffen. Een van de centrale opgave in de Regionale Woonvisie is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad.
Hierover staat aangegeven dat bij nieuwbouw bij voorkeur ingezet dient te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten. Hierbij dienen de huishoudprognose van E’til (Progneff) als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter, de kwalitatieve toets is leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren. Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten: ▪ Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; ▪ Gekeken dient te worden naar koppelkansen; ▪ Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van de kwetsbare woningoverschot; ▪ Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; ▪ De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na; ▪ Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijk, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen. Aanvullend is daarnaast in de Regionale Woonvisie tevens opgenomen dat: ▪ Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte. ▪ Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen.
Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt. ▪ Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad. ▪ Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen. In casu is er sprake naar bouwen naar reële behoefte. In Oirlo domineert de traditionele ééngezinswoning het straatbeeld. Er blijkt echter in Oirlo een groeiende behoefte te ontstaan aan betaalbare woonruimtes voor één- en tweepersoonshuishouden, zoals voor starters en senioren. De beoogde appartementen voldoen aan deze behoefte. Tevens is er in dit geval sprake van een herstructurering in de bebouwde kom van Oirlo die aansluit bij de kwantitatieve behoefte van Oirlo en die bijdraagt aan het bieden van passende woonruimtes. Tevens vervult één van de nieuwe woningen de directe woonwensen van de huidige eigenaren van de locatie. Het initiatief sluit dan ook aan bij de uitgangspunten zoals gesteld in de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024.
Vastgesteld
18
4.3 Gemeentelijk beleid 4.3.1 Toekomstvisie Venray 2030 Binnen de ‘Toekomstvisie Venray’ staat de vraag centraal hoe Venray eruit ziet in het jaar 2030. De toekomstvisie is tot stand gekomen op basis van de inbreng van ruim 1.500 inwoners van Venray. De gemeente Venray heeft voor de komende tien jaar de navolgende vijf concrete ambities geformuleerd: 1. zijn inwoners, hun netwerken, culturen en voorzieningen met elkaar verbonden; Ambitie in het jaar 2030: Om deze eerste ambitie te realiseren zal de gemeente Venray de komende tien jaar op actieve wijze initiatieven stimuleren en ondersteunen die ontmoeting en verbinding tussen verschillende leeftijdsgroepen of culturele groepen tot stand brengen. 2. woon je groen en sociaal; Ambitie in het jaar 2030: Tot 2030 is nog sprake van een bevolkingstoename in Venray. Desondanks kan je de komende tien jaar in Venray voor elke levensfase een passende woning vinden. De mismatch tussen inwoners en het woningaanbod is verleden tijd en er is een gedifferentieerd aanbod aan woningtypes en woonmilieus. 3. zorgt ondernemerschap met aandacht voor mens, dier en milieu, voor nieuwe economische kansen; Ambitie in het jaar 2030: Hergebruik, recycling en het gebruik van herbruikbare materialen is in 2030 de norm, waardoor we zowel de grondstoffenvoorziening als onze milieu-impact beperken.
Bovendien hebben we in 2030 de verantwoordelijkheid genomen voor onze eigen energievoorziening en zijn we aan de slag met energiebesparing, opwekking van duurzame elektriciteit en het gebruik van duurzame warmte. De energietransitie zet zich nog voort tot 2050. Dan willen we energieneutraal zijn. 4. stroomt kennis, creativiteit en vernieuwing; Ambitie in het jaar 2030: In de digitale en geautomatiseerde economie van 2030 is de beroepsbevolking kleiner en de vraag naar hoogopgeleide kenniswerkers groter, zo is de verwachting. Een leven lang leren is noodzakelijk geworden. In 2030 is de regionale arbeidsmarkt versterkt vanuit de driehoek bedrijven, onderwijs en overheid. 5. is iedereen mobiel. Ambitie in het jaar 2030: Het bevorderen van de bereikbaarheid staat hoog op de gemeentelijke en regionale agenda. Venray heeft in 2030 een veilig, toegankelijk en betrouwbaar mobiliteitssysteem met, waar mogelijk, schone en stille mobiliteit. De bovenstaande ambities zijn gebaseerd op een aantal trends en ontwikkelingen die geconstateerd zijn binnen de gemeente Venray. Deze trends en ontwikkelingen zijn: ▪ andere invulling van de (schaarse) ruimte; ▪ klimaatverandering en energietransitie; ▪ nieuwe technologie; ▪ langer leven; ▪ nieuwe rolinvulling inwoners en overheid; ▪ toenemende diversiteit; ▪ veranderende economie.
Ten aanzien van het thema wonen zijn wat betreft het initiatief geen nieuwe of afwijkende uitgangspunten geformuleerd. Het belang van een goede kwaliteit van woonomgeving en woningen, de aanwezigheid van werkgelegenheid en kwalitatief goede voorzieningen, wordt andermaal onderstreept. Met de visie op de gewenste toekomstrichting kan de gemeente Venray effectief sturing geven aan het proces van beleidsontwikkeling en prioritering. De thema’s die centraal staan zijn: 1. Venray is dorp en stad; 2. Venray is kennisintensief; 3. Venray zorgt voor elkaar; 4. Venray is levendig; 5. Venray voorziet in alle woonwensen.
Vastgesteld
19
De gemeente wil voorzien in alle woonwensen en biedt daarbij de ruimte voor een gevarieerde en boeiende maatschappelijke omgeving. Door een grote zorg voor het in stand houden en verbeteren van de bestaande woonwijken (soms in de vorm van herstructurering) beoogt de gemeente unieke woonmilieus creëren, waarin de bestaande sociale structuren en voorzieningen op een positieve wijze worden beïnvloed. Middels onderhavig initiatief wordt de locatie Hoofdstraat 20 herontwikkeld tot een appartementencomplex waarbinnen ruimte is voor 7 (levensloopbestendige) appartementen. In de toekomstvisie worden weinig directe beleidsuitspraken gedaan over woningbouwontwikkelingen in de gemeente Venray. In ambitie 2 wordt geconstateerd dat Venray zich tot doel stelt dat er voor de diverse doelgroepen voldoende woningen beschikbaar zijn, welke energiezuiniger zijn dan gemiddelde woningen en welke ook levensloopbestendig zijn. Het realiseren van 7 levensloopbestendige woningen, ter vervanging van thans verouderde bebouwing, met behoud van het dorpse beeld in de straat, komt de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving ten goede en past goed bij de bestaande woningen in de omgeving en bij de woonwensen in Venray. Met het initiatief wordt ten slotte aangesloten bij het streven van gemeente Venray om te voorzien in alle woonwensen.
De overeenkomsten tussen de resultante van onderhavig initiatief en de ambities uit de toekomstvisie maken dat het initiatief past in dit gemeentelijk beleidskader. 4.3.2 Omgevingsvisie Venray De gemeente Venray heeft, in het kader van de op handen zijnde Omgevingswet en door gewijzigde inzichten, op 2 november 2021 een nieuwe omgevingsvisie voor het grondgebied van de gemeente opgesteld. Daarin heeft de gemeente de nieuwe beleidsuitgangspunten voor ontwikkelingen in de gemeente opgenomen. De nieuwe omgevingsvisie biedt de basis van de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente en dient als ruimtelijk toetsingskader. In de omgevingsvisie wil de gemeente laten zien voor welke uitdagingen de gemeente staat en waar zij als gemeente naar toe willen in de toekomst. De omgevingsvisie vormt de ruimtelijke vertaling van de strategische visie: de Toekomstvisie 2030 "Venray loopt voorop". De omgevingsvisie is samen met de input van inwoners, ondernemers en verenigingen tot stand gebracht. De gemeente wil de belangrijke waarden van Venray beschermen en versterken. Daarbij wordt aan de hand van ambities rekening gehouden met verschillende opgaven zoals de klimaatverandering, de energietransitie en de woningbouw om het woningtekort op te lossen. Belangrijk vraagstuk daarbij is hoe de gemeente er over 10 jaar uit zal zien.
De ambities spelen een rol in ontwikkelingen binnen de verschillende deelgebieden. Het plangebied is gelegen binnen de zogenaamde ‘woongebieden’. Binnen de woongebieden staat een fijn woonklimaat voorop. Over een aantal jaar dienen de woongebieden in Venray veranderd te zijn in groene wijken waar jong en oud over een woning beschikken die past bij hun levensfase en levensstijl. De gemeente Venray zet in op het oplossen van het urgente woningtekort en het verhogen van de woonkwaliteit. Dit wil de gemeente realiseren door te versnellen, vergroten, veranderen en verduurzamen. ▪ Versnellen doet de gemeente door proactief de voortgang van alle woningbouwplannen (bestaande en nieuwe) te bewaken en waar nodig actie te ondernemen om de uitvoerbaarheid te verhogen. De gemeente bevordert de mogelijkheid van de starterslening. ▪ Vergroten van de bouwproductie door de komende 10 jaar 1.500 woningen bij te bouwen (gemiddeld circa 150 per jaar). De eerste jaren wordt een inhaalslag gemaakt door minimaal 200 woningen per jaar te realiseren. ▪ Veranderen doet de gemeente door vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. Dit wordt bereikt door onder andere het uitvoeren van een kwalitatief woningbehoefteonderzoek. Hierdoor ontstaat er een goed beeld van de behoefte aan type woningen in de toekomst. Veranderen doet de gemeente ook door: het aanpakken van leegstand
Vastgesteld
20
▪
in het centrum, meer sociale of middeldure huurwoningen, meer nultredenwoningen, meer variatie door bijzondere woon- en zorgvormen (bijvoorbeeld woonhofjes) en de huisvesting van bijzondere doelgroepen. Verduurzamen van de bestaande woningen door huiseigenaren te stimuleren tot het doen van duurzame investeringen (bijvoorbeeld isoleren). Bij ‘gasloze’ nieuwbouw wordt gekozen voor collectieve oplossingen (zoals collectieve warme koude opslag) of individuele oplossingen (zonnepanelen en warmtepomp). De zogenaamde BENG norm is hiervoor het uitgangspunt.
Het initiatief sluit aan bij de omgevingsvisie. Het initiatief vindt ten eerste plaatse in een woongebied, waar een fijn woonklimaat voorop staat, het saneren van het cafetaria draagt hieraan bij. Nieuwe woningen zijn hier daarom passend. Ten tweede streeft de gemeente naar het oplossen van het woningtekort. Door het toevoegen van zeven appartementen wordt (op kleine schaal) bijgedragen aan dit woningtekort. Met het initiatief wordt overwegend ingezet op nultredenwoningen zodat geschikte woningen worden gerealiseerd voor ouderen. Ten slotte draagt het initiatief bij aan een duurzaam Venray. 4.3.3 Omgevingsprogramma Wonen 2022-2026 Op 15 februari 2022 heeft de gemeenteraad van de gemeente Venray het Omgevingsprogramma Wonen 2022-2026 vastgesteld. In het Omgevingsprogramma Wonen staat hoe Venray zich wil blijven ontwikkelen als een fijne gemeente om te wonen. Op hoofdlijnen wordt richting gegeven aan de verschillende belangrijke vraagstukken rondom het wonen. Venray staat voor grote opgaven op het gebied van het wonen. De druk op de woningmarkt is groot, wachttijden voor sociale huurwoningen lopen op. En door prijsstijgingen in de koopsector is een koopwoning voor mensen met een lager en middeninkomen steeds minder bereikbaar. Volgens recente prognoses zal de bevolking en het aantal huishoudens in Venray in de komende jaren blijven toenemen.
De veronderstelde krimp van de bevolking verschuift naar later. Daarnaast verandert de samenstelling van de bevolking: ook in de gemeente Venray is sprake van vergrijzing. Maar de opgave is diverser. De gemeente Venray zit middenin een ingrijpende transitie op het gebied van verduurzaming, energie en warmte, met de nodige consequenties voor het bouwen en verbouwen van woningen. En veranderingen in het zorglandschap zorgen eveneens voor een opgave voor andere woonvormen voor mensen die zorg en begeleiding nodig hebben, zoveel mogelijk in de eigen thuissituatie. Vitaliteit en leefbaarheid van de wijken en kernen staat soms onder druk en vraagt dan ook aandacht. De opgave waar de gemeente voor staat, is dan ook bijzonder complex en veelzijdig. Deze worden samengevat aan de hand van vijf inhoudelijke thema’s, die in het omgevingsprogramma verder zijn uitgewerkt in zo concreet mogelijke aanpak, acties en maatregelen: 1. Snel voldoende woningen bouwen 2. Gevarieerd aanbod 3. Duurzame woningvoorraad 4. Wonen en zorg 5. Vitale wijken en kernen Het initiatief voldoet aan deze inhoudelijke thema’s. Het initiatief zorgt voor een zeven extra koopwoningen, waarvan vijf levensloopbestendig en daarmee perfect voor bewoning door ouderen en twee specifiek voor staters, wat bijdraagt aan een gevarieerd woonaanbod.
4.3.4 Structuurvisie Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling gemeente Venray 2011 Het in de ‘Structuurvisie Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling gemeente Venray 2011’ vastgelegde kwaliteitsbeleid omtrent een bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling is gebaseerd op de gedachte dat ruimtelijke ontwikkelingen (bouwactiviteiten) leiden tot verlies aan ruimtelijke kwaliteit en dat dit verlies moet worden gecompenseerd. Achterliggend doel is het behoud en waar mogelijk versterking van de (groene) kwaliteiten van zowel het buitengebied als het stedelijk gebied.
Vastgesteld
21
Woningbouw dient in principe plaats te vinden binnen de contouren van de dorpen en de grens stedelijke dynamiek. Daarnaast kan het in bepaalde gevallen toch wenselijk zijn om ook in het buitengebied op beperkte schaal incidentele woningbouw toe te staan. In dit geval is het plangebied gelegen in de bebouwde kom van Venray, derhalve binnen de grens stedelijke dynamiek. Voor alle woningbouwontwikkelingen geldt dat alleen kan worden gebouwd bij aantoonbare vraag. Daarnaast is levensloopbestendig en flexibel bouwen het uitgangspunt voor elk nieuw woningbouwplan. Zoals blijkt uit paragraaf 4.3.2 is binnen de kern Venray vraag naar levensloopbestendige woningen. De voorgenomen ontwikkeling draagt dan ook bij aan deze vraag. Voor het bepalen van de hoogte van de bijdrage in het stedelijk gebied wordt aangesloten bij de bijdrage ruimtelijke ontwikkeling zoals vastgelegd in de nota grondbeleid 2011. Deze bijdrage bestaat uit € 2.500,- per kavel of appartement, met uitzondering van sociale huurwoning en koopwoningen onder de € 170.000,=. De tegenprestatie vindt zo veel mogelijk ter plaatse en/of in de nabijheid van de ingreep plaats. Indien dit niet mogelijk is, komt de bijdrage ten goede van het kwaliteitsfonds stedelijk gebied.