04 Toelichting Hiept 3
Tekst van het document
Afbeelding 20. Situatietekening voorlopig bouwplan met aangegeven per woning waar de parkeerplaatsen worden gerealiseerd
De parkeerplaatsen worden aan weerszijden van de bebouwing verwezenlijkt. Parkeren vindt daarmee niet plaats voor de binnenplaats. Doordat de boerderij dicht op de weg ligt zou parkeren hier tot onoverzichtelijkheid, en dus tot verkeersonveilige situaties, kunnen leiden. Vandaar dat het parkeren bewust elders plaatsvindt op eigen terrein.
5.8 Niet-gesprongen explosieven Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen (blindgangers, granaten, mijnen en (handwapen)munitie. Het gehele grondgebied van de gemeente Venray heeft in de Tweede Wereldoorlog zwaar onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het plangebied, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). Met behulp van het explosievenonderzoek worden de aanwezigheid en risico’s van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht. De gemeente Venray adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detectieonderzoek uit te (laten) voeren.
Vastgesteld
43
Dit onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de bestemmingsplanprocedure niet juridisch afdwingbaar. Het is echter te allen tijde de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving.
Vastgesteld
44
6 JURIDISCHE ASPECTEN Een bestemmingsplan geeft bestemmingen met de bijbehorende regels. Het bestaat niet alleen uit een tekstdocument, maar ook uit een verbeelding (plankaart). Alle toegelaten functies zijn met een eigen bestemming op de verbeelding opgenomen. Samen met de regels vormt de (digitale en analoge) verbeelding het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting hoort wel bij het bestemmingsplan, maar is geen onderdeel daarvan: de toelichting is niet juridisch bindend. Dat betekent, dat indien er onverhoopt verschillen zouden bestaan tussen de toelichting en het bestemmingsplan, de regels en de verbeelding (plankaart) doorslaggevend en bindend zijn en de toelichting niet. De toelichting beschrijft wat de doelstellingen van het bestemmingsplan zijn en hoe de regels van het bestemmingsplan moeten worden geïnterpreteerd. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de SVBP 2012 alsmede de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor). Het bestemmingsplan is digitaal opgesteld en beschikbaar. Van het elektronische document is een papieren versie gemaakt. Bij een onbedoeld verschil tussen de papieren versie en de elektronische versie gaat de laatste voor.
6.1 Toelichting op de verbeelding De verbeelding geeft met kleuren en tekens aan welke bestemming voor de gronden geldt. De bestemming is aangegeven met een gekleurd vlak met de letters van de bestemming. Er zijn voor de gronden meerdere tekens opgenomen. Het gaat dan om aanduidingen (functie- of gebiedsaanduidingen) of dubbelbestemmingen. Voor een aanduiding of dubbelbestemming zijn in de regels specifieke bepalingen van toepassing. Uit de verbeelding kan afgeleid worden op welk gebied het bestemmingsplan betrekking heeft, omdat daarop de plangrens is aangegeven. De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:500. De analoge verbeelding bestaat uit één plankaart met een legenda. Het agrarische bouwvlak is van de locatie verwijderd. Het volledige plangebied is bestemd als ‘Wonen’, waarbij de bestaande woning met de helft van het tussenstuk is voorzien van een bouwvlak. De nieuwe woning in de karakteristieke schuur, inclusief uitbreiding en de andere helft van het tussenstuk is eveneens voorzien van een bouwvlak. Aan de bestemming ‘Wonen’ is de maatvoeringsaanduiding ‘maximum volume: 1.670 m3’ toegekend zodat voor elke woning c.q. bouwvlak deze inhoud als maximum geldt. Het bakhuisje is nog steeds voorzien van de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – monument’.
Het bestemmingsvlak met daarop het bakhuisje is gekoppeld aan de het grote bestemmingsvlak met daarin de twee woningen. Beide bestemmingsvlakken moeten daarmee gezien worden als één. De dubbelbestemming (‘Waarde – Archeologie 3’) en gebiedsaanduidingen die reeds voor het plangebied golden zijn opnieuw van toepassing verklaard en daarmee niet gewijzigd ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan.
6.2 Toelichting op de planregels Alle gronden binnen het plangebied hebben een bestemming. Een bestemming geeft de functie aan, die de gemeenteraad aan een gebied heeft toebedacht. Bij deze bestemmingen horen gebruiksregels. Het kan gaan om regels voor bouwen,
Vastgesteld
45
werken en werkzaamheden, slopen en het gebruik van grond en de opstallen voor bepaalde activiteiten. De bestemming en de regels bepalen gezamenlijk welke activiteiten en handelingen zijn toegestaan. Het gevolg van het leggen van een bestemming is, dat de betreffende gronden alleen overeenkomstig deze bestemming mogen worden gebruikt. In die zin houdt een bestemming dus een inperking in van het eigendomsrecht. De bevoegdheid om bestemmingen te leggen is toegekend aan de gemeenteraad. Dit is geregeld in artikel 3.1 van de Wro. Een gemeenteraad mag niet zomaar een bestemming leggen, maar moet daarvoor vanuit het algemeen belang van een “goede ruimtelijke ordening‟ redenen hebben. Het leggen van een bestemming betekent overigens niet, dat er een verplichting bestaat voor een grondgebruiker om die bestemming te realiseren. 'Bestemming' heeft slechts een passieve betekenis: of een bestemming gerealiseerd wordt, is afhankelijk van het handelen van de rechthebbende(n) op de grond (eigenaar, huurder, pachter). Een bestemming geeft alleen aan welk handelen toegelaten is. Daaruit kan worden afgeleid dat ander handelen niet is toegelaten. De artikelen 2.1 en 2.2 van de Wabo en enkele andere wetten verbieden het handelen in strijd met het bestemmingsplan.
Om misverstanden te voorkomen wordt bij de bestemming aangegeven wat “in ieder geval‟ beschouwd moet worden als in strijd met het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is een juridisch plan: de daarin opgenomen bepalingen zijn bindend voor burgers en bedrijven en voor de overheid. Bij het opstellen van de regels is zo veel mogelijk uitgegaan van het rapport Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) en de gemeentelijke standaard uit het bestemmingsplan “Buitengebied Venray 2010, herziening regels”. De regels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: ▪ Hoofdstuk 1: Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten; ▪ Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. Hierin worden de regels voor de op de verbeelding opgenomen bestemmingen gegeven; ▪ Hoofdstuk 3: Algemene regels, waaronder zijn opgenomen de anti-dubbeltelbepaling, algemene aanduidingsregels en algemene afwijkings- en wijzigingsregels; ▪ Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen. Het belangrijkste doel van de planregels is om de bouw- en gebruiksregels van de verschillende bestemmingen aan te geven. Hoofdstuk 1: INLEIDENDE REGELS In dit hoofdstuk worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen.
Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Hoofdstuk 2: BESTEMMINGSREGELS In deze artikelen worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Tevens worden per bestemming de bebouwingsmogelijkheden vermeld. Hoofdstuk 3: ALGEMENE REGELS Deze artikelen bevatten bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in een afzonderlijke paragraaf onder te brengen. Hoofdstuk 4: SLOT- EN OVERGANGSREGELS Hier wordt omschreven welke gebouwen en gebruik vallen onder het overgangsrecht.
Vastgesteld
46
7 UITVOERBAARHEID
7.1 Economische uitvoerbaarheid Het initiatief geschiedt volledig voor rekening van de initiatiefnemers. De gemeentelijke financiën zijn hierbij niet in het geding. Tenslotte wordt in een overeenkomst het planschadeverhaalsbeding zoals bedoeld in art. 6.4a Wro opgenomen. Hiermee wordt gewaarborgd dat eventueel te vergoeden planschade niet voor rekening van de gemeente Venray komt maar voor rekening van de initiatiefnemers.
7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpbestemmingsplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. Omgevingsdialoog Initiatiefnemers hebben voorafgaand aan de feitelijke bestemmingsplanprocedure de omwonenden benaderd met als doel de buurt te informeren over de plannen en de in voorbereiding zijnde bestemmingswijziging. Alle omwonenden hebben aangegeven op het eerste gezicht geen bezwaren te hebben tegen de gepresenteerde wijzigingen van het bestemmingsplan en kunnen zich positief vinden in de plannen. Indien het bestemmingsplan als zodanig wordt voortgezet verwachten de omwonenden dan ook niet bezwaar en/of beroep aan te tekenen gedurende de procedure van het bestemmingsplan. Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit geeft aan dat het college van Burgemeester van Wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg dienen te plegen met betrokken instanties.
Om die reden is onderhavig bestemmingsplan voorgelegd aan de provincie Limburg en Waterschap Limburg. Van de provincie Limburg is een reactie ontvangen. De provincie geeft per email aan: Het plan is beoordeeld op de adequate doorwerking van de provinciale belangen. De beoordeling van het plan geeft aanleiding tot het maken van opmerkingen. Indien u in het plan onderstaande opmerkingen adequaat verwerkt, zal er geen aanleiding zijn om in de verdere procedure van het plan een zienswijze in te dienen. De opmerkingen betreffen de artikel 3.6 ‘Afwijken van de gebruiksregels’ lid b en d van de Planregels. Artikel 3.6 lid b. In dit lid worden voorwaarden benoemd op basis waarvan middels een omgevingsvergunning kan worden toegestaan dat de gronden bij een burgerwoning worden gebruikt als kleinschalig kampeerterrein met maximaal 25 kampeerplaatsen. Wij achten het conform de Omgevingsverordening Limburg van belang dat een dergelijke ontwikkeling ter informatie wordt voorgelegd aan de regio. Daarom verzoeken wij u ofwel een dergelijke voorwaarde op te nemen, ofwel dit lid te schrappen uit de regels.
Vastgesteld
47
Artikel 3.6 lid d. In dit lid worden voorwaarden benoemd op basis waarvan middels een omgevingsvergunning een verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van een recreatiewoning, logiesvoorzieningen, groepsaccommodaties en/of bed & breakfast kan worden toegestaan. Het op deze manier mogelijk maken van een groepsaccommodatie achten wij, gezien de gebruikelijke omvang van groepsaccommodaties, ongewenst op basis van de hiervoor aangehaalde bepalingen uit de Omgevingsverordening Limburg. Voor wat betreft de overige mogelijkheden, achten wij kleinschaligheid van belang. Wij verzoeken u dan ook niet alleen een maximum oppervlak voor deze verblijfsrecreatieve voorzieningen in te stellen, maar ook een maximum aantal personen waarvoor deze voorzieningen bedoeld zijn. Wij denken daarbij aan maximaal 4 à 6 personen in totaal per burgerwoning. Tevens verzoeken wij u dit plan op te nemen in de plancapaciteitsmonitor wonen. De planregels van dit bestemmingsplan zijn gebaseerd op de standaardregeling van de gemeente Venray. Naar aanleiding van deze reactie is artikel 3.6 lid b voor het toestaan een kampeerterrein echter uit de planregels verwijderd. Initiatiefnemers hebben namelijk geen enkele intentie om ter plaatse een kampeerterrein te realiseren. Initiatiefnemers willen wel graag de mogelijkheid behouden om in de toekomst een kleinschalige bed & breakfast te beginnen.
Om de kleinschaligheid te borgen is een aantal personen van 6 opgenomen als voorwaarde in artikel 3.6 lid d. Tevens zijn de overige recreatieve voorzieningen hier verwijderd. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 24 december 2021 tot en met 3 februari 2022 voor eenieder ter inzage gelegen. Er zijn tegen het ontwerpbestemmingsplan geen zienswijzen ingediend. Wel heeft de provincie Limburg per email nog gereageerd als volgt: Het plan is beoordeeld op de adequate doorwerking van de provinciale belangen. Het overleg over het planvoornemen op grond van artikel 3.1.1 Bro, heeft geleid tot een aantal opmerkingen onzerzijds. Die opmerkingen zijn in voldoende mate in het plan meegenomen. Wij zien geen aanleiding om ten aanzien van het plan een zienswijze in te dienen.
Vastgesteld
48
8 PROCEDURE De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is in werking getreden met ingang van 1 juli 2008. De wettelijke procedure start met het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan. De procedure ziet er als volgt uit: ▪ Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan; ▪ Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken; ▪ Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; ▪ Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken indien zienswijzen zijn ingediend; ▪ Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling; ▪ Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden; ▪ Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroeps/inwerkingtreding termijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Indien beroep wordt ingediend, dat kan te allen tijde een voorlopige voorziening worden ingediend.
Vastgesteld
49
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 en Situatie 2 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RyXWFPGUsjJv (02 juli 2021) pagina 1/13
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Bureau Leefomgeving
Hiept 3, 5801 HL Venray
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Gebruiksfase
RyXWFPGUsjJv
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
02 juli 2021, 15:30
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Situatie 1
Situatie 2
Verschil
NOx
-
6,29 kg/j
6,29 kg/j
NH3
374,00 kg/j
< 1 kg/j
-373,98 kg/j
Resultaten
Natuurgebied
Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)
Uw berekening heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Toelichting
Verschilberekening oude en nieuwe situatie
Resultaten
Situatie 1 Situatie 2
RyXWFPGUsjJv (02 juli 2021) pagina 2/13
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Veestal Landbouw | Stalemissies
Resultaten
Situatie 1 Situatie 2
Emissie NH3
Emissie NOx
374,00 kg/j
-
RyXWFPGUsjJv (02 juli 2021) pagina 3/13
Resultaten
Locatie Situatie 2
Emissie Situatie 2
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
Woning 1 Plan | Plan
-
3,03 kg/j
Woning 2 Plan | Plan
-
3,03 kg/j
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Verkeer van en naar woningen Wegverkeer | Buitenwegen
Resultaten
Situatie 1 Situatie 2
RyXWFPGUsjJv (02 juli 2021) pagina 4/13
Resultaten
Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden
Natuurgebied
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
Deurnsche Peel & Mariapeel
0,01
0,00
0,00
Groote Peel
0,01
0,00
0,00
Weerter- en Budelerbergen & Ringselven
0,01
0,00
0,00
De Bruuk
0,01
0,00
0,00
Leudal
0,01
0,00
- 0,01
Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux
0,01
0,00
- 0,01
Strabrechtse Heide & Beuven
0,01
0,00
- 0,01
Rijntakken
0,01
0,00
- 0,01
Sint Jansberg
0,01
0,00
- 0,01
Oeffelter Meent
0,01
0,00
- 0,01
Maasduinen
0,01
0,00
- 0,01
Zeldersche Driessen
0,01
0,00
- 0,01
Boschhuizerbergen
0,08
0,00
- 0,08
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
(mol/ha/j)
*
Resultaten
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Situatie 1 Situatie 2
RyXWFPGUsjJv (02 juli 2021) pagina 5/13
Resultaten
Resultaten per habitattype
Deurnsche Peel & Mariapeel Habitattype
(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen
0,01
0,00
0,00
ZGH7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen
0,01
0,00
- 0,01
H4030 Droge heiden
0,01
0,00
- 0,01
Lg04 Zuur ven
0,01
0,00
- 0,01
H7110A Actieve hoogvenen (hoogveenlandschap)
0,01
0,00
- 0,01
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Groote Peel Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen
0,01
0,00
0,00
Lg04 Zuur ven
0,01
0,00
- 0,01
ZGH7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen
0,01
0,00
- 0,01
H4030 Droge heiden
0,01
0,00
- 0,01
Situatie 1 Situatie 2
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
RyXWFPGUsjJv (02 juli 2021) pagina 6/13
Resultaten
Weerter- en Budelerbergen & Ringselven Habitattype
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
Lg13 Bos van arme zandgronden
0,01
0,00
0,00
L4030 Droge heiden
0,01
0,00
0,00
H91D0 Hoogveenbossen
0,01
0,00
- 0,01
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,01
0,00
- 0,01
Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden
0,01
0,00
- 0,01
H4030 Droge heiden
0,01
0,00
- 0,01
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
De Bruuk Habitattype
H6410 Blauwgraslanden
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
0,01
0,00
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
0,00
Leudal Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,01
0,00
- 0,01
H9160A Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden)
0,01
0,00
- 0,01
ZGH9160A Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden)
0,01
0,00
- 0,01
Situatie 1 Situatie 2
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
RyXWFPGUsjJv (02 juli 2021) pagina 7/13
Resultaten
Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux Habitattype
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,01
0,00
- 0,01
H4030 Droge heiden
0,01
0,00
- 0,01
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,01
0,00
- 0,01
H9190 Oude eikenbossen
0,01
0,00
- 0,01
H3160 Zure vennen
0,01
0,00
- 0,01
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Strabrechtse Heide & Beuven Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H4030 Droge heiden
0,01
0,00
- 0,01
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,01
0,00
- 0,01
H3160 Zure vennen
0,01
0,00
- 0,01
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,01
0,00
- 0,01
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,01
0,00
- 0,01
Lg03 Zwakgebufferde sloot
0,01
0,00
- 0,01
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,01
0,00
- 0,01
H2330 Zandverstuivingen
0,01
0,00
- 0,01
Situatie 1 Situatie 2
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
RyXWFPGUsjJv (02 juli 2021) pagina 8/13
Resultaten
Rijntakken Habitattype
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
Lg02 Geïsoleerde meander en petgat
0,01
0,00
- 0,01
ZGLg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied
0,01
0,00
- 0,01
H9999:38 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H6120).
0,01
0,00
- 0,01
ZGLg02 Geïsoleerde meander en petgat
0,01
0,00
- 0,01
H3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, 0,01 buiten afgesloten zeearmen
0,00
- 0,01
ZGLg07 Dotterbloemgrasland van veen en klei
0,00
- 0,01
0,01
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Sint Jansberg Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,01
0,00
- 0,01
L91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,01
0,00
- 0,01
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,01
0,00
- 0,01
H7210 Galigaanmoerassen
0,01
0,00
- 0,01
Lg05 Grote-zeggenmoeras
0,01
0,00
- 0,01
Situatie 1 Situatie 2
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
RyXWFPGUsjJv (02 juli 2021) pagina 9/13
Resultaten
Oeffelter Meent Habitattype
H6120 Stroomdalgraslanden
0,01
0,00
- 0,01
H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
0,01
0,00
- 0,01
*
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Situatie 1 Situatie 2
RyXWFPGUsjJv (02 juli 2021) pagina 10/13
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
Uitstoothoogte Warmteinhoud NH3
Dier
Resultaten
RAV code
Omschrijving
A 1.100
A 3.100
Situatie 1 Situatie 2
Veestal 194395, 393862 1,5 m 0,000 MW 374,00 kg/j
Aantal Stof dieren
Emissiefactor (kg/dier/j)
Emissie
overige huisvestingssystemen (Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar) (Overig)
22 NH3
13,000
286,00 kg/j
overige huisvestingssystemen (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar) (Overig)
20 NH3
4,400
88,00 kg/j
RyXWFPGUsjJv (02 juli 2021) pagina 11/13
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 2
NOx
Sector
Categorie
Omschrijving
Eenheden Stof
Emissie
Woningen (nieuwbouw): Vrijstaande woning
Woning 1
1,0 NOx
3,03 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx
Sector
Omschrijving
Eenheden Stof
Emissie
Woningen (nieuwbouw): Vrijstaande woning
Woning 2
1,0 NOx
3,03 kg/j
Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Situatie 1 Situatie 2
Woning 2 194376, 393882 3,03 kg/j
Categorie
Naam
Resultaten
Woning 1 194393, 393863 3,03 kg/j
Verkeer van en naar woningen 194333, 393974 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
8,6 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
RyXWFPGUsjJv (02 juli 2021) pagina 12/13
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210525_2040287d5b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1 Situatie 2
RyXWFPGUsjJv (02 juli 2021) pagina 13/13