CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Toelichting bp Prins Bernhardstraat 46-68 Venray

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Prins Bernhardstraat 46-68 Venray’13.953 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan ‘Prins Bernhardstraat 46-68 Venray’

Bestemmingsplan ‘Prins Bernhardstraat 46-68 Venray’ Toelichting

Gemeente Venray Versiedatum 2 oktober 2023 NL.IMRO.0984.BP21008-va01

2

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. Hoofdstuk 2. 2.1. 2.2. Hoofdstuk 3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. Hoofdstuk 4. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6. 4.7. 4.8. 4.9. 4.10. 4.11. 4.12. 4.13. Hoofdstuk 5. 5.1. 5.2. Hoofdstuk 6. 6.1. 6.2. 6.3.

Inleiding ............................................................................................................. 4 Aanleiding .......................................................................................................... 4 Het plangebied .................................................................................................. 5 Afwijking ten opzichte van het geldende bestemmingsplan ............................ 6 Leeswijzer .......................................................................................................... 7 Gebieds- en projectprofiel ................................................................................ 8 Gebiedsprofiel ................................................................................................... 8 Planprofiel ......................................................................................................... 9 Beleidskader .................................................................................................... 12 Rijksbeleid ....................................................................................................... 12 Provinciaal beleid ............................................................................................ 13 Regionaal beleid ..............................................................................................

17 Gemeentelijk beleid ........................................................................................ 19 Planologische- en milieuaspecten ................................................................... 25 Archeologische en cultuurhistorische waarden .............................................. 26 Verkeer en parkeren ....................................................................................... 27 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................... 30 Waterparagraaf ............................................................................................... 31 Natuur ............................................................................................................. 34 Geluid .............................................................................................................. 39 Luchtkwaliteit .................................................................................................. 40 Bodem ............................................................................................................. 41 Externe veiligheid ............................................................................................ 42 Kabels, leidingen en straalpaden ....................................................................

43 Niet gesprongen explosieven .......................................................................... 44 Schaduwwerking………………………………………………………………………………………….44 Uitvoerbaarheid .............................................................................................. 45 Economische uitvoerbaarheid......................................................................... 45 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................. 45 Juridische planbeschrijving.............................................................................. 47 Onderdelen bestemmingsplan ........................................................................ 47 Toelichting op de verbeelding ......................................................................... 47 Toelichting op de regels .................................................................................. 47

3

Hoofdstuk 1.

Inleiding

1.1. Aanleiding Herontwikkeling Prins Bernhardstraat 46-68 Woningcorporatie Wonen Limburg wil aan de Prins Bernhardstraat 46-68 een appartementengebouw realiseren met 21 wooneenheden. Hiertoe wordt de huidige bebouwing in de vorm van 12 woningen gesloopt. Het plan past niet binnen het geldende bestemmingsplan ‘Venray’. Om de herontwikkeling van Prins Bernhardstraat 46-68 juridisch-planologisch mogelijk te maken, is dit nieuwe bestemmingsplan voorbereid. Herontwikkeling Prins Bernhardstraat 32-36a geen onderdeel van dit plan In de voorbereiding van dit plan was ook de herontwikkeling van Prins Bernhardstraat 32-36a betrokken: 6 boven- en benedenwoningen maken hier plaats voor 4 nieuwe rijwoningen. Deze herontwikkeling is geen onderdeel van dit bestemmingsplan, omdat ze juridisch-planologisch al mogelijk is in het geldende bestemmingsplan ‘Venray, 2e partiële herziening (reparatie div.)’, vastgesteld op 13 december 2022. In bestemmingsplan ‘Venray’ was de aanduiding van het maximum aantal wooneenheden van 9 ter plaatse van de Prins Bernhardstraat 30-44 niet in overeenstemming met de feitelijke situatie. Op het moment van vaststelling bedroeg het aantal woningen in het betreffende aanduidingsvlak namelijk 12: bij de vaststelling van het bestemmingsplan waren de 6 boven- en benedenwoningen abusievelijk aangezien voor 3 rijwoningen.

In de partiële herziening is - rekening houdend met de herontwikkeling van 6 boven- en benedenwoningen naar 4 rijwoningen - een maximum aantal wooneenheden aangeduid van 10. Daarbij is overwogen dat als gevolg van de sloop van de boven- en benedenwoningen en de bouw van de nieuwe rijwoningen geen andere ruimtelijke situatie ontstaat: de woningen zijn qua bouwmassa en situering passend in het straatbeeld. Daarnaast neemt het feitelijk aantal woningen af met 2.

In een aantal onderzoeken ter voorbereiding van dit plan is de herontwikkeling van de Prins Bernhardstraat 32-36a wel meegenomen (zie bijlagen 3 t/m 8 bij deze toelichting). Dat deze herontwikkeling geen onderdeel is van dit bestemmingsplan, heeft geen invloed op de geldigheid van de onderzoeken voor alleen de herontwikkeling van Prins Bernhardstraat 46-68. Hetzelfde geldt voor het inrichtingsplan dat als bijlage bij de regels is opgenomen en waarin naast de inrichting van Prins Bernhardstraat 46-68 ook die van Prins Bernhardstraat 32-36a is ingetekend. Toelichting, regels en verbeelding Dit nieuwe bestemmingsplan ‘Prins Bernhardstraat 46-68 Venray’ bestaat uit een digitale en analoge verbeelding met de daarbij behorende regels en deze toelichting. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er tevens een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend.

4

Topografische kaart omgeving, plangebied in rode cirkel

1.2. Het plangebied Het plangebied is gelegen aan de Prins Bernhardstraat 46 tot en met 68 in de kern Venray (gemeente Venray). Het plangebied is gelegen in de buurt Oranjebuurt. Het plangebied wordt aan de west- en oostzijde begrensd door respectievelijk de Prinses Margrietstraat en Prinses Marijkestraat. De Oranjebuurt bestaat uit hoofdzakelijk woningen en enkele groenplantsoenen. Het betreffende perceel binnen het plangebied staat kadastraal bekend als Venray, sectie C, nummer 8449. De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt 2.270 m².

Kadastrale en topografische kaart met plangebied blauw omlijnd/gearceerd

5

Luchtfoto met plangebied blauw omlijnd/gearceerd

1.3. Afwijking ten opzichte van het geldende bestemmingsplan Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan “Venray”. Het heeft de enkelbestemming ‘Wonen’. De huidige woningen met huisnummers 46 tot en met 68 zijn voorzien van een bouwvlak waarbinnen 12 woningen mogen worden opgericht met een maximum goothoogte van 6 meter.

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Venray’ (plangebied blauw omlijnd)

6

Ook is het plangebied (e.o.) bestemd met de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 5’, ter bescherming van de archeologische waarden. In paragraaf 4.2.1 is hierin specifiek op ingegaan. Ten slotte is het plangebied aangeduid als 'radarverstoringsgebied'. Dit betekent dat de gronden mede bestemd zijn voor de beveiliging van het nationale luchtruim en voor de veilige afhandeling van het militaire en het civiele luchtverkeer. Er mag niet hoger worden bebouwd dan 65 meter +NAP. Het planvoornemen betreft de bouw van maximaal 21 gestapelde woningen. Dit bouwplan past niet binnen de regels van het bestemmingsplan, omdat het beoogd aantal woningen niet hoger mag zijn dan 12 wooneenheden. Ook is het bouwvlak en de goothoogte niet toereikend voor het planvoornemen. Om de beoogde planontwikkeling te faciliteren is een nieuw juridischplanologisch kader benodigd. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.

1.4. Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende delen: Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met de beschrijving van het gebieds- en projectprofiel. In hoofdstuk 3 zijn de beleidskaders van het Rijk, provincie Limburg en gemeente Venray opgenomen. In Hoofdstuk 4 volgen de planologisch- en milieurelevante aspecten: milieuzonering, water, flora & fauna, geluid, lucht, bodem en externe veiligheid. Hoofdstuk 5 bevat de uitvoerbaarheid (financieel en maatschappelijk) en in hoofdstuk 6 is de juridische planbeschrijving beschreven.

7

Hoofdstuk 2.

Gebieds- en projectprofiel

2.1. Gebiedsprofiel Het plangebied is gelegen in de kern Venray. De kern bevat zo’n 30.000 inwoners. De kern is na Venlo de grootste kern in de regio Noord-Limburg en is gesitueerd in de oksel van de A73 en N270, ten zuidwesten van de Maas en op circa 11 kilometer van de grens met Duitsland. Het bouwplan is gesitueerd in de Oranjebuurt. Dit is een buurt met overwegend grondgebonden woningen en enkele andere voorzieningen zoals een basisschool, bedrijvigheid (met name aan de randen) en een kerk. Ook zijn er enkele groenplantsoenen aanwezig. De wegenstructuur is te categoriseren als rechtlijnig. De straatnamen refereren naar de koninklijke familie. De Prins Bernhardstraat is een weg richting het centrum van de kern (via Poststraat). Aan deze laatstgenoemde straat is er sprake van geconcentreerde bedrijvigheid in de vorm van o.a. detailhandel en horeca aan het verder gelegen Henseniusplein en Schouwburgplein.

Luchtfoto 2021 (bron: gemeente Venray)

Het plangebied aan de Prins Bernhardstraat is bebouwd met 12 boven- en onderwoningen. Het betreffen woningen met twee verdiepingen en kap. Deze kap is met een oranje dakpan afgedekt, in overeenstemming met de (Oranje)buurt. De woningen zijn voorzien van achtertuinen die grenzen aan de achterliggende woningen aan de Prinses Margrietstraat en Prinses Marijkestraat.

8

Foto vanaf Nassauplein (Bron: Google Streetview)

2.2. Planprofiel Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van maximaal 21 gestapelde woningen (appartementen). De appartementen zijn voorzien in een L-vormig gebouw dat met de hoofdmassa gesitueerd wordt aan de Prins Bernhardstraat en Prinses Margrietstraat.

Stedenbouwkundige planopzet

De entree voor voetgangers bevindt zich centraal aan de Prins Bernhardstraat. Aan de achterzijde worden 18 parkeerplaatsen gerealiseerd voor de toekomstige bewoners. Tevens zijn 3 nieuwe langsparkeerplaatsen voorzien aan de Prinses Margrietstraat, waardoor het trottoir naar oosten wordt verschoven. In paragraaf 4.3 is hier nader op ingegaan. Tevens zijn aan de

9

achterzijde buitenbergingen voorzien. De inrit is aan de westzijde (Prinses Margrietstraat) en de uitrit is aan de oostzijde (Prinses Marijkestraat). Het gaan om appartementen met een gebruiksvloeroppervlakte van circa 78 m² (GO). Er is ruimte voor twee slaapkamers per appartement. Aan de voorzijden zijn balkons voorzien. De appartementen zijn via galerijen aan de achtererfzijde bereikbaar. De architectuur en goot- en bouwhoogte zijn afgestemd op haar directe stedenbouwkundige omgeving. De maximale bouwhoogte bedraagt circa 9 meter, de maximale goothoogte circa 6 meter. In afwijking daarvan is voor de lift in het gebouw een bouwhoogte van maximaal 10 m toegestaan: omdat de woningen levensloopbestendig moeten zijn, is een lift verplicht. De dakhelling mag maximaal 76o bedragen; dit is in de regels van dit plan vastgelegd. Zo is geborgd dat de bebouwing, ondanks de woningen onder de kap, het karakter krijgt een van tweelaags gebouw met een kap, in aansluiting op de bebouwing aan de Prins Bernhardstraat en de Prinses Margrietstraat.

voorgevel Prins Bernhardstraat

zijgevel Prinses Margrietstraat

10

zijgevel Prinses Marijkestraat

achtergevel, vooraf parkeerplaats

Onderhoudsarme tuin

Waterdoorlatende parkeerplaatsen

Wat betreft groen zijn de volgende voorzieningen beoogd om een bijdrage te leveren aan meer groen in de omgeving en klimaatadaptief bouwen: - De voor- en zijzijdes van het gebouw worden voorzien van groen in de vorm van een onderhoudsarme tuin, een haag en nieuwe bomen (zie ook de afbeelding op pagina 9). - De parkeerplaatsen worden voorzien van een waterdoorlatende bestrating met daaronder of aansluitend retentiekratten. - Bij de bergingen worden vergezeld met groenblijvende leibomen (bv. Red Robin glansmispel of Photinia Fraseri).

11

Hoofdstuk 3.

Beleidskader

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Verantwoord wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past in het ruimtelijk beleid. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend de relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord.

3.1. Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In Nederland staan we voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Denk aan de opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. Door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie  duurzaam economisch groeipotentieel  sterke en gezonde steden en regio’s  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen.

3.1.2. Ladder voor duurzame verstedelijking Nationaal belang 13 is wettelijk verankerd in het Bro. In artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro is gesteld dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een verantwoording voor die ontwikkeling dient te bevatten aan de hand van een drietal opeenvolgende treden. Deze treden worden samen de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ genoemd. Toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 21 gestapelde woningen in het sociale huursegment. In de huidige situatie is sprake van 12 woningen. Er is aldus sprake van een toename van 9 wooneenheden. De realisatie van 9 wooneenheden is op basis van recente jurisprudentie geen ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ in de zin van het Bro. Hierdoor is het niet vereist de behoefte aan deze ontwikkeling te beschrijven. Echter, in het kader van een goede ruimtelijke ordening is in het navolgende de behoefte zowel kwantitatief als kwalitatief beschouwd.

12

Op basis van de regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg past dit planvoornemen binnen de woningbehoefte van de gemeente, omdat er vraag is naar goedkope appartementen. De toevoeging van 9 sociale huurappartementen sluit daarmee aan op de regionale lokale behoefte, zoals blijkt uit het marktonderzoek dat als basis geldt voor de regionale Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2020-2024 (zie ook paragraaf 3.3.1). Op 15 februari 2022 heeft de gemeenteraad van Venray het nieuwe Omgevingsprogramma Wonen 'Verder bouwen aan de toekomst van Venray' vastgesteld. De toevoeging van sociale huurappartementen past ook en is gewenst binnen dit programma (zie ook paragraaf 3.4.3). De conclusie is dat onderhavig planvoornemen voor de toevoeging van 9 woningen in het sociale huursegment zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht in een regionale en lokale woningbehoefte voorziet. Kwalitatief gezien is er behoefte aan sociale en middeldure huurwoningen die als nultredenwoningen met lift eveneens geschikt zijn voor bijvoorbeeld senioren. Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat onderhavig plan geen belemmering ondervindt als gevolg van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Het plan voorziet in een duurzame verstedelijking.

3.1.3. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte – voorganger van de NOVI – is uitgewerkt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze uitwerking is opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het Bkl wordt van kracht zodra de Omgevingswet in werking treedt en geldt dan als de uitwerking van het beleid dat in de NOVI staat. De nationale belangen die nu nog in het Barro worden geborgd betreffen onder meer rijksvaarwegen, zones van buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Het plangebied is niet gelegen in een dergelijk Rijksbelang. Het is dan ook niet noodzakelijk om op deze zaken afzonderlijk nader in te gaan.

3.2. Provinciaal beleid 3.2.1. Provinciale Omgevingsvisie Limburg Algemeen Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten van Limburg de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld, met inachtneming van de aanvaarde amendementen. De Omgevingsvisie Limburg vervangt het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) en is via een interactief proces met overheden, semioverheden, belangenorganisaties en burgers opgesteld. De Omgevingsvisie Limburg is op 25 oktober 2021 in werking getreden. De Omgevingsvisie Limburg is een strategische en lange termijn visie (2030-2050) op de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie Limburg kijkt echter breder dan enkel naar de fysieke leefomgeving. Dat wil zeggen dat de visie ook ingaat op onderwerpen als gezondheid en

13

veiligheid, economie en sociale aspecten. Dit in onderlinge samenhang en met oog voor de internationale context waarin Limburg zich bevindt. De opzet en scope van de Omgevingsvisie (fysieke leefomgeving in brede zin) sluiten aan bij de nieuwe Omgevingswet (beoogde inwerkingtreding per 01-07-2022). Wonen De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Conjuncturele ontwikkelingen en migratiestromen beïnvloeden vraag en aanbod op de woning- markt. Daarnaast zien we dat de woonvraag verandert waardoor het woningaanbod niet altijd aansluit op de vraag. Daardoor is er op korte termijn een vraag naar woningen voor specifieke doelgroepen en lokaal een overschot aan incourante plannen en woningen. Voor zover (harde en zachte) planvoorraad voorziet in de mogelijkheid om woningen te bouwen waar niet langer behoefte aan is, zal de Provincie in overleg met de gemeenten onderzoeken hoe deze planvoorraad aangepakt kan worden. Hiertoe is reeds in POL2014 een oproep gedaan aan gemeenten, die Limburgbreed nog niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd. Het gevolg is dat woningbouwplannen waaraan dringend behoefte bestaat, niet kunnen worden toegevoegd vanwege een te grote voorraad aan niet meer actuele plannen die niet meer aansluiten bij de behoefte.

Volgens de huidige prognoses kunnen we ongeveer vanaf 2030 overschotten in de woningvoorraad verwachten. Lokaal zijn die er nu al of ontstaat dit overschot juist later. Getalsmatig zijn er voldoende woningen en liggen er meer dan genoeg plannen klaar. Kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Daarnaast is er behoefte aan passende, en mogelijk tijdelijke, huisvesting voor bijvoorbeeld internationale werknemers, vluchtelingen, statushouders en woonurgenten. Limburg kent daarnaast een relatief oude, incourante woning- en planvoorraad. Deze woningen moeten toekomst- en levensloopbestendig én verduurzaamd worden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld isoleren, het plaatsen van zonnepanelen en woningen van het gas halen. Dit leidt tot sloop- en/of herstructureringsopgaven in centra, buurten, wijken, dorpen en het buitengebied, om daarmee de woningvoorraad up-to-date en passend bij de woonbehoefte te maken. Bovendien dragen we hiermee bij aan het verbeteren van de sociaaleconomische en gezondheidssituatie van de inwoners en het voorkomen van segregatie.

14

Beoordeling plan Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een appartementengebouw in het bestaand stedelijk gebied. Er is dan ook sprake van verdichting, waarbij gebruik wordt gemaakt van het bestaande ruimtebeslag. Zoals uit de Ladder voor duurzame verstedelijking blijkt (paragraaf 3.1.2), is er binnen Venray vraag naar de beoogde woningen. Sociale huurwoningen zijn als kansrijk aangemerkt in het gemeentelijke woonprogramma. Dit plan voorziet dan ook in de bouw van sociale huurwoningen binnen een kansrijk segment. Het plan past daarmee binnen de kaders van de Provinciale Omgevingsvisie Limburg voor wat betreft het aspect bebouwd gebied, wonen en leefbaarheid.

3.2.2. Omgevingsverordening Limburg Algemeen Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Hoewel de op 17 december 2021 vastgestelde Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Ook in de Omgevingsverordening Limburg 2021 moet de toevoeging van een of meerdere woningen straks worden gemotiveerd. In de instructieregels is bepaald dat rekening moet worden gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de POVI, dat sprake moet zijn van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk behoefteonderzoek en dat de behoefte aan de toe

15

te voegen woningen regionaal moet zijn afgestemd. In aanvulling op de geldende Omgevingsverordening Limburg 2014 verplicht de provincie ook om de toevoeging mee te neme in de Limburgse systematiek van monitoring en stelt ze regels om de realisatie van de woningen binnen 5 jaar te bevorderen.

Voor onderhavig planvoornemen is artikel 2.2.2 (Ladder voor duurzame verstedelijking) van toepassing.

Uitsnede Omgevingsverordening Limburg, kaart 2 (plangebied rood omlijnd)

Het project is gelegen binnen ‘Bebouwd gebied’ in de regio Noord-Limburg. Hiervoor gelden de volgende provinciale regels: Ad.1: Artikel 2.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 1. Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, houdt rekening met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 2. Bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, worden tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen, zoals bedoeld in artikel 2.2.3, onderzocht. 3. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat een verantwoording over de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid. Ad. 2: Artikel 2.2.3 Herbenutting leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen 1. Een ruimtelijk plan dat voorziet in het toestaan van nieuwe functies(s) betrekt daarbij tevens de mogelijkheid om deze functies(s) in leegstaande monumentale gebouwen onder te brengen. 2. Wanneer herbenutting van leegstaande monumentale gebouwen zoals bedoeld in het eerste lid niet mogelijk blijkt, wordt bij de beoordeling van het toestaan van nieuwe functie(s) ook de mogelijkheid van herbenutting van leegstaande beeldbepalende gebouwen betrokken. 3.

De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat een verantwoording over de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid.

16

Ad. 3: Artikel 2.4.2 Wonen Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. In de (ontwerp) Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 wordt (o.a.) artikel 2.4.2 gewijzigd in: De toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op de realisatie van een of meerdere woningen beschrijft dat: a. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; c. over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid-Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d. het ruimtelijk plan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring. e.

realisatie van de woningen beoogd is binnen vijf jaar na vaststelling van het ruimtelijk plan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. Beoordeling plan 1. Met de toevoeging van 9 wooneenheden is op basis van recente jurisprudentie geen sprake van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ in de zin van het Bro (zie paragraaf 3.1.2): een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking is niet nodig. 2. Met dit planvoornemen wordt niet voorzien in de herbenutting van leegstaande bebouwing. De huidige bebouwing wordt gesloopt, omdat deze bebouwing niet meer voldoet aan de eisen van deze tijd. Renovatie en transformatie van de bebouwing is onderzocht, echter is gebleken dat dit niet tot de mogelijkheden behoort. 3. Dit plan voorziet in de realisatie van maximaal 21 sociale huurwoningen op een locatie waar in de huidige situatie 12 woningen aanwezig zijn. De toetsing aan het beleid van de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg komt in § 3.3 aan bod. Geconcludeerd is dat kan worden voldaan aan het gestelde beleidskader zoals is gebleken uit de Omgevingsvisie en het meer recentelijk vastgestelde Programma Wonen. Zoals ook in ad 1 is beschreven wordt met dit plan in een behoefte voorzien. Binnen de regio is overeenstemming over dit planvoornemen.

Beoogd is dit planvoornemen binnen 5 jaar na vaststelling te realiseren. Conclusie is dat het planvoornemen past binnen de beleidsregels van de Omgevingsverordening Limburg.

3.3. Regionaal beleid

17

3.3.1. Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 De Regionale Woonvisie Noord-Limburg is een visie waarmee de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg sturing geven aan de regionale woningmarkt. In 2020 is de visie herijkt voor de periode 2020-2024. Samen met alle woonpartners zijn vijf inhoudelijke pijlers geïdentificeerd die de kern vormen van deze visie. De pijlers rusten op een stevig fundament: krachtige gemeenten en een sterke regio. Ze zijn samen te vatten in: 1. Een gezonde woningmarkt in balans: nieuwbouw naar behoefte; 2. De juiste woning op de juiste plek en dynamisch voorraadbeheer; 3. Goed wonen voor iedereen, maar met extra aandacht voor specifieke groepen; 4. Kwaliteit bestaande voorraad en kernen meer centraal; 5. Een levensloopvriendelijke en duurzame regio. Samen wil de regio een breed palet aan woonmilieus bieden dat aansluit bij de huidige en toekomstige inwoners van deze regio. De vergroting van huurwoningen in de regio is hierbij een belangrijk speerpunt. Er is in de visie een afwegingskader ontworpen dat regionaal en lokaal het instrument vormt om tot een heldere prioritering en onderbouwing van nieuwbouwplannen te komen. De werkwijze sluit aan bij de principes van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking.

Integrale afweging en integraal voorraadbeleid zijn sleutelwoorden. In de herijkte regionale structuurvisie wordt meer aandacht besteed aan kwaliteit dan aan kwantiteit. Alsook wordt de reductieopgave losgelaten en wordt er meer nadruk gelegd op de kwaliteit van de nieuwbouw. Dat houdt echter niet in dat er ongebreideld woningen kunnen worden toegevoegd. In de regio zijn uitgangspunten geformuleerd waaraan alle bouwplannen moeten voldoen die binnen de kwalitatieve richtlijn vallen. Beoordeling plan In de regionale Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2020-2024 wordt geconcludeerd dat het aantal 1-persoonshuishoudens en ouderen flink zal toenemen en dat deze trends niet goed aansluiten bij het bestaande aanbod. Op regionaal niveau blijkt dat het planvoornemen past in de woningbehoefte, omdat wordt ingezet op appartementen met lift. Deze zijn zowel kansrijk voor senioren als alleenstaanden, waardoor kan worden geconcludeerd dat dit plan voldoet aan het regionaal beleid op het gebied van wonen en ruimtelijke ordening. De Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg is op gemeentelijk niveau uitgewerkt in de Omgevingsvisie Venray en Programma Wonen die er onder andere in toeziet om de plancapaciteit terug te brengen en om de juiste woning op de juiste plek te krijgen (zie § 3.1.2 en § 3.4.3).

18

3.3.2. Regionale Mobiliteitsvisie ‘Trendsportal’ Acht Noord-Limburgse gemeenteraden hebben de Mobiliteitsvisie Noord-Limburg vastgesteld onder de naam Trendsportal (Venray op 30 januari 2018). Als gevolg van technologische ontwikkelingen, andere vormen van organisatie en veranderingen in financiële stromen wordt hiermee een verschuiving in gang gezet van meer traditionele infraprojecten naar andersoortige projecten op het gebied van mobiliteit, verkeer en vervoer. De hoofddoelstellingen van Trendsportal zijn: 1. Verhogen kwaliteit van leven: Mobiliteit zodat iedereen mee kan doen 2. Verbeteren verkeersveiligheid: Streven naar NUL verkeersslachtoffers 3. Aantrekkelijk mobiliteitssysteem: Robuust, attractief en betrouwbaar 4. Ondersteunen milieu-en energietransitie: Overschakelen op schone en stille mobiliteit 5. Verbeteren ruimtelijk-economische bereikbaarheid: Voor toerisme, agro, maak en logistieke sector Deze Trendsportal is lokaal uitgewerkt in de gemeentelijke nota ‘Uitgangspunten netwerken infrastructuur en verkeer, fietsen en lopen in de spotlights’.

3.4. Gemeentelijk beleid 3.4.1. De Toekomstvisie 2030 ‘Venray loopt voorop’ In het coalitieakkoord 2018-2022 ‘Een gezonde toekomst voor Venray’ is opgenomen dat een nieuwe strategische visie met een horizon tot 2030 moet worden vastgesteld. Met de vaststelling van de Toekomstvisie 2030 is de richting aangegeven aan de vraag waarin de gemeente zich komende jaren wil ontwikkelen. De 5 centrale ambities uit de Toekomstvisie voor 2030 zijn: 1. Inwoners, hun netwerken, culturen en voorzieningen zijn met elkaar verbonden, zodat iedereen kan meedoen en er in Venray altijd wat te beleven valt. 2. In Venray woon je groen en sociaal. Alle inwoners beschikken in elke levensfase over een passende woonvorm die bijdraagt aan een sociaal krachtige naaste omgeving. 3. Ondernemerschap met aandacht voor mens, dier en milieu zorgt voor nieuwe economische kansen. Agro, zorg, maakindustrie en logistiek innoveren en genereren banen voor toekomstige generaties. 4. Kennis, creativiteit en vernieuwing stroomt in Venray. We hebben netwerken gecreëerd en versterkt die leiden tot kennisdeling, creativiteit en vernieuwing tussen bedrijven, (onderwijs)instellingen, inwoners en overheid. 5. Iedereen is mobiel in Venray. Een verbeterde ruimtelijk economische bereikbaarheid vergroot de energietransitie, vergroot de verkeersveiligheid en stimuleert tot meer fietsgebruik.

Onderhavig woningbouwproject voorziet met name in ambitie 2 (in Venray woon je groen en sociaal). Met de realisatie van dit project worden vanuit woningbouwcorporatie Wonen Limburg

19

passende (sociale) huurwoningen gerealiseerd. Het project past dan ook goed binnen de Toekomstvisie 2030.

3.4.2. Omgevingsvisie Venray Algemeen De Omgevingsvisie Venray geeft aan wat de gemeente belangrijk vindt in de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving is alles wat we buiten zien en voelen: bijvoorbeeld hoe de gemeente eruit ziet, wat de kwaliteit is van de lucht en welke bedrijven er zijn. De omgevingsvisie gaat in op ambities, beleidsdoelen en de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, wonen en werken en cultureel erfgoed. Met de omgevingsvisie wilt de gemeente samen met inwoners, ondernemers en verenigingen een toekomstbeeld schetsen en hen inspireren om de gemeente Venray nog mooier te maken om in te wonen, werken en verblijven. In de omgevingsvisie laat de gemeente zien voor welke uitdagingen zij staan en waar zij als gemeente naar toe willen in de toekomst. De omgevingsvisie vormt de ruimtelijke vertaling van de strategische visie: onze Toekomstvisie 2030 ‘Venray loopt voorop’. Woongebied Het plangebied is in de Omgevingsvisie van Venray aangewezen als woongebied. De woongebieden zijn over een aantal jaar veranderd in groene wijken en dorpen waar jong en oud over een woning beschikken die past bij hun levensfase en levensstijl. In het toekomstig Venray ziet de gemeente voldoende betaalbare en voldoende nultredenwoningen.

De gemeente ziet een groene woonomgeving, bijzondere woonvormen en vitale gemeenschappen die voor elkaar zorgen. De mens staat centraal en de inwoners hebben de kansen en keuzemogelijkheden om te kunnen deelnemen aan de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan de toegang tot voorzieningen en vervoer. Venray gaat voor een aantrekkelijk en duurzaam woonklimaat. We zetten in op voldoende betaalbare woningen en nultredenwoningen zodat ouderen langer thuis kunnen blijven wonen. In de kern Venray richten we ons hierbij vooral op inbreiding en herontwikkeling; hier vindt 90% van de nieuwbouw binnenstedelijk plaats (in de dorpen is dat ca. 50%). Hierbij waken we ervoor dat er in de woonomgeving voldoende ruimte voor groen blijft om te bewegen en te ontmoeten. Ook ons veranderende klimaat vraagt om meer ruimte voor water en groen. We stimuleren inwoners van Venray om ook hun steentje bij te dragen aan het klimaat door hun eigen woning te verduurzamen en te vergroenen. De gemeente Venray heeft de ambitie om in 2030 CO2 neutraal te zijn. Het doel voor de sector wonen is: 50% van de bestaande woningen zijn 50% energiezuiniger en 50% van de woningen voorziet in 100% van eigen energievraag. Om dit doel te bereiken, stimuleren we woningbezitters en verhuurders (zoals woningcorporatie) om maatregelen te treffen zoals betere isolatie en zonnepanelen.

Overigens gaan we de ambitie uit de Energiestrategie in 2022 evalueren.

20

We zetten ons in het programma Wonen ‘Koers op Wonen’ in voor het oplossen van het urgente woningtekort en het verhogen van de woonkwaliteit. Dit doen we door te versnellen, vergroten, veranderen en verduurzamen (zie paragraaf 3.4.3). Daarnaast zet de gemeente zich in voor voldoende en goede huisvesting van internationale werknemers. Hiermee wordt illegale huisvesting tegengegaan. Naast huisvesting willen we meer oog hebben voor integratie en zorg. We zijn bezig met een verkenning om tot een lokale integrale aanpak voor internationale werknemers in Venray te komen. Beoordeling plan Kwalitatief gezien is er behoefte aan goedkopere en kleinere huurwoningen die eveneens geschikt zijn voor senioren. Er worden met dit plan gestapelde sociale huurwoningen gerealiseerd die tevens levensloopbestendig zijn, omdat de woningen op de eerste en tweede verdieping met een lift bereikbaar zijn. De afgelopen jaren heeft de gemeente Venray de plancapaciteit in overeenstemming gebracht met de geprognosticeerde ontwikkeling van het aantal huishoudens, waardoor ruimte is ontstaan om deze 21 voorziene woningen te realiseren (een toename van 9 wooneenheden t.o.v. de huidige situatie). Daarnaast is door de vaststelling van de Omgevingsvisie extra plancapaciteit ontstaan, o.a. vanwege het urgente tekort aan woningen.

Met het plan worden in totaal 21 gestapelde sociale huurwoningen gerealiseerd, waarbij zowel de woningen op de begane grond als op de eerste en tweede verdieping geschikt zijn voor senioren en woningzoekenden met een lichamelijke beperking, omdat deze woningen met een lift bereikbaar zijn. De bestaande verouderde woningen (12) worden hiervoor gesloopt en vervangen. Met de extra woningen (9) wordt ingespeeld op de actuele en urgente vraag naar betaalbare (sociale huur) woningen. Kwantitatief en kwalitatief sluit het bouwplan aan op de actuele behoefte aan meer betaalbare, toegankelijke en duurzame woningen. De nieuwbouwwoningen bieden een passend aanbod van nultreden woningen (met lift) voor senioren en mensen met fysieke beperkingen, die kunnen doorstromen vanuit hun eigen huurwoning en hun woonomgeving. Tevens kan dit bijdragen aan de doorstroming van de bestaande woningvoorraad sociale huurwoningen.

3.4.3. Omgevingsprogramma Wonen Op 15 februari 2022 heeft de gemeenteraad van Venray het nieuwe Omgevingsprogramma Wonen 'Verder bouwen aan de toekomst van Venray' vastgesteld. Nadat in het gemeentelijke programma 'Koers op Wonen' uit het voorjaar van 2021 de ambities en uitgangspunten voor met name de kwantitatieve bouwopgave waren vastgelegd, is in dit omgevingsprogramma ook de kwalitatieve opgave verder uitgewerkt en zijn de eerdere vier actielijnen uit het programma 'Koers op Wonen' (versnellen, vergroten, veranderen en verduurzamen) aangevuld en vertaald naar vijf centrale thema's: 1. Snel voldoende woningen bouwen: a. minstens 2000 woningen vóór 2035; b. gemiddeld 150 woningen per jaar de komende 10 jaar c. de eerste jaren zelfs 200 woningen per jaar; d. woningen bouwen in iedere kern van de gemeente

21

2. Een gevarieerd aanbod a. doorstroming naar passende woningen stimuleren: levensloopbestendig voor senioren, starterswoningen voor jongeren; b. juridisch mogelijk maken om woningen langere tijd betaalbaar en bereikbaar te houden voor specifieke doelgroepen; c. verschillende soorten woningen, allemaal duurzaam en toekomstgericht gebouwd d. 50% betaalbare, 20% bereikbare en 30% dure woningen 3. Duurzame woningvoorraad a. CO2-neutraal met compensatie in 2030; b. volledig energieneutraal in 2050; c. circulaire werkwijze als vanzelfsprekend uitgangspunt in 2035; d. meer groen in kern en wijk voor meer verkoeling. 4. Wonen, gezondheid en zorg a. zorgbehoevenden die zelfstandig willen wonen kunnen dit in onze gemeente; b. mensen vanuit instelling bieden we een passende ondersteuning en huisvesting; c. verschillende woonvormen; 5. Vitale wijken en dorpen; a. samen wonen en elkaar helpen; b. ruimte voor woningbouw in elke kern met behoud van ruimtelijke en cultuurhistorische waarde; c. voldoende voorzieningen in kernen of nabijheid. Beoordeling plan De herontwikkeling van Prins Bernhardstraat 46-68 draagt met een toevoeging van 9 wooneenheden bij aan de kwantitatieve woningbouwopgave van de gemeente Venray. In de regels van dit plan is opgenomen dat een lift verplicht is en dat de woningen sociale huurwoningen moeten zijn.

Daarmee draagt het plan ook in kwalitatieve zin bij aan een gevarieerd aanbod van woningen in de gemeente Venray.

3.4.4. Doelgroepenverordening Wonen Venray 2022 Op 13 december 2022 heeft de gemeenteraad van Venray de Doelgroepenverordening Wonen Venray 2022 vastgesteld. Met deze doelgroepenverordening regelt zij publiekrechtelijk dat er voldoende woningen in het sociale en betaalbare segment worden gerealiseerd in nieuwe woningbouwontwikkelingen en dat deze woningen ook langjarig beschikbaar blijven voor de betreffende doelgroepen. De doelgroepenverordening legt de juridische link tussen bestemmingsplan (waarin de verordening van toepassing wordt verklaard) en het woonbeleid van de gemeente. Beoordeling plan In de regels van dit plan is opgenomen dat de woningen alleen als sociale huurwoningen mogen worden gebruikt volgens de regels van de Doelgroepenverordening Wonen Venray 2022. In de doelgroepenverordening is ten aanzien van sociale huurwoningen de maximale aanvangshuurprijs bepaald, de doelgroep (huishoudens met een huishoudinkomen niet hoger dan de DAEB-inkomensnorm) en de instandhoudingstermijn (ten minste 25 jaar na eerste ingebruikname).

22

3.4.5. Nota uitgangspunten netwerken infrastructuur en verkeer Deze nota is de opvolger van het “Venrays Verkeer- en Vervoerplan (VVVP)” uit 2007 en wordt ook wel de netwerkennota genoemd. Naast dat de in paragraaf 3.3.2 genoemde vijf hoofddoelstellingen nader zijn uitgewerkt, zijn ook de uitgangspunten voor de inrichting van de infrastructuur geactualiseerd. De netwerkennota formuleert een nieuw kader voor de inrichting van een goede en verkeersveilige infrastructuur en is daarmee de nieuwe basis voor een uitvoeringsprogramma van infrastructurele projecten. In deze netwerkennota wordt bijvoorbeeld uitwerking gegeven aan de hoogst scorende subdoelstelling “Hoogwaardig en compleet fietsnetwerk”. De netwerkennota heeft als beleidspijlers de doelstellingen van Trendsportal, de rode draden uit het Collegeprogramma 2018-2022, het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 en het VNverdrag inzake de rechten van mensen met een handicap uit 2016. De netwerkennota is een vertrekpunt voor discussie. Binnen concrete projecten waar aan de infrastructuur wordt gewerkt, is deze nota uitgangspunt voor functie, vorm en gebruik van de betreffende weg. Binnen een project wordt vervolgens de afstemming gezocht met andere beleidsvelden om de meest optimale oplossing te vinden. De netwerkkaarten zijn, hoewel uitgangspunt, zijn dus niet per definitie in beton gegoten.

Met het vaststellen van de hoofddoelstellingen van Trendsportal en de nieuwe netwerkennota, zijn de nota’s “Venray’s Verkeer- en Vervoerplan (VVVP)” uit 2007, “Visie Wegenstructuur en Wegcategorisering” uit 2008 en “Verkeersvisie Wanssum-Blitterswijck-Geijsteren” uit 2013 verleden tijd. Beoordeling plan De omliggende wegen Prins Bernhardstraat, Prinses Margrietstraat en Prinses Marijkestraat kunnen worden getypeerd als een erftoegangswegen. Deze functies zijn van toepassing op wegen met een overwegende perceelsontsluitende functie (erftoegangsweg). De weginrichting is in beide gevallen gericht op het efficiënt en veilig afwikkelen van de aan de orde zijnde verkeersstromen. Het betreft hier echter geen wegen waarvoor in de visie concrete beleidsdoelstellingen zijn geformuleerd.

3.4.6. Duurzaamheid De ambities ten aanzien van duurzaamheid in Venray zijn hoog, zoals neergelegd in de Energiestrategie 2030. Door de gemeenteraad is daarbij de ambitie uitgesproken om in 2030 CO2-neutraal (ofwel energieneutraal met compensatiemaatregelen) te zijn. Op basis van deze visie is door het college het 2e Uitvoeringsprogramma Energie Venray (2018-2021) vastgesteld. Met de Energiestrategie en het bijbehorende UP zijn de doelstellingen en de gefaseerde uitvoering op lange en korte termijn uitgewerkt. De gemeente is voor het bereiken van de energiedoelen afhankelijk van alle energiegebruikers en energieleveranciers in de gemeente: bedrijfsleven, huishoudens, instellingen etc. De samenleving laat zich echter niet door de overheid sturen om energie te besparen of lokaal

23

duurzaam op te wekken. Daarvoor moet er in de samenleving vooral ruimte zijn die leidt tot creativiteit en innovatie van de bedrijven en inwoners zelf. De overheid heeft daarin een rol als partner die samenwerkt, belemmeringen wegneemt, faciliteert en het goede voorbeeld geeft. De betrokkenheid van de overheid zorgt voor het aanjagen en versnellen van de gewenste ontwikkelingen. Het streefbeeld in 2030 voor woningen laat zich als volgt schetsen: ▪ Gebouwen hebben de laagste energievraag ▪ Gebouwen worden energiecentrales ▪ Slimme netwerken zorgen voor optimale uitwisseling ▪ 50% van de bestaande woningen en gebouwen zijn 50% energiezuiniger en 50% van de woningen voorziet in 100% van eigen energievraag Beoordeling plan Het Bouwbesluit stelt dat vanaf 1 januari 2021 nieuwbouw bijna energieneutraal (BENG) moet zijn. De binnen het plangebied te realiseren woningen zullen in ieder geval voldoen aan 'BENG'. Duurzaamheid gaat echter verder dan alleen bouwen. Zo wordt de ruimte tussen de openbare weg en de bebouwing groen ingericht, waardoor het straatbeeld wordt verbeterd en hittestress wordt verminderd. Onder het parkeerterrein (op eigen terrein) worden voorzieningen aangelegd t.b.v. de opvang van hemelwater. Deze maatregelen zijn passend in het beleid als het gaat om het meer vergroenen en verduurzamen van de woonomgeving.

24

Hoofdstuk 4.

Planologische- en milieuaspecten

4.1.1. Milieueffectrapportage Zoals uit artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voortvloeit, dient in de toelichting bij het bestemmingsplan (of ruimtelijke onderbouwing bij een omgevingsvergunning) gemotiveerd te worden in welke mate rekening is gehouden met diverse ruimtelijke belangen. In artikel 3.1.6, lid 5 van het Bro wordt verwezen naar enkele milieuaspecten die in de toelichting terug dienen te komen. Daarbij wordt eveneens verwezen naar de milieueffectrapportage (m.e.r.). Dit is een wettelijk instrument dat als doel heeft milieuaspecten volwaardig te betrekken in de ruimtelijke afweging die gemaakt wordt ten behoeve van ruimtelijke plannen en besluiten. Er zijn in beginsel drie afzonderlijke situaties die kunnen leiden tot een m.e.r.plicht: 1. Er is een passende beoordeling nodig in het kader van de Wet natuurbescherming; 2. Het project is genoemd in kolom 3 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportrage; 3. Het project is genoemd in kolom 4 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst D valt, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een gevoelig natuurgebied ligt.

Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die beneden de drempelwaarden vallen, moet dan ook een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is, dient bepaald te worden (1) of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, (2) of de ontwikkeling in een gevoelig gebied ligt en (3) of er belangrijke milieugevolgen zijn. Beoordeling plan Uit de jurisprudentie volgt dat of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van Besluit m.e.r. afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard, omvang en locatie van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Hieronder wordt ingegaan op deze aspecten. Binnen het plangebied worden maximaal 21 woningen gerealiseerd na sloop van 12 boven- en onderwoningen (3 gebouwen). Het plangebied ligt in stedelijk gebied. Een dergelijke stedelijke ontwikkeling past daardoor goed in het aanwezige stedelijke woonmilieu. Het planvoornemen zal wat betreft verkeer aansluiten op de aanwezige infrastructuur. De infrastructuur heeft voldoende capaciteit en hoeft hierdoor niet te worden opgeschaald.

Het plangebied is goed bereikbaar. De parkeerbehoefte die deze ontwikkeling met zich mee brengt wordt op eigen terrein opgelost. Tenslotte wordt nog opgemerkt dat de uitgevoerde onderzoeken aantonen dat het realiseren van deze woningen op de locatie voldoet aan de wettelijke eisen vanuit milieuoogpunt. Het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is niet benodigd.

25

4.2. Archeologische en cultuurhistorische waarden 4.2.1. Archeologie De zorg voor het bodemarchief is door de Monumentenwet en recentelijk de Erfgoedwet bij gemeenten komen te liggen. De gemeente Venray beschikt over een archeologische beleidskaart (2011) met diverse categorieën (verwachtings)waarden en bijbehorende beleidsnormen voor het bepalen van de noodzaak van archeologisch onderzoek bij ruimtelijke plannen. Op basis van deze archeologische beleidskaart en de onderscheiden categorieën is het beleid ten aanzien van archeologie vertaald in het bestemmingsplan ‘Venray’. In dit bestemmingsplan is onderscheid gemaakt tussen de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie 2’ tot en met ‘Waarde - Archeologie 5’.

Uitsnede Beleidskaart archeologie gemeente Venray

Beoordeling plan Het plangebied is volgens de Beleidskaart gelegen in de categorie 5. Dit zijn droge en natte gebieden met een middelhoge verwachting. Volgens het geldende bestemmingsplan ‘Venray’ is hiervoor de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 5’ opgenomen. Dit betekent dat wanneer er een verstoring plaatsvindt met een oppervlakte van meer dan 2.500 m² een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd ter bepaling van de archeologie. Het plangebied heeft een oppervlakte van 2.270 m² en is in de huidige situatie met een drietal woongebouwen bebouwd (circa 500 m²). Tevens is sprake van erfverhardingen rondom de bebouwing. De bodem van een groot gedeelte van het plangebied is dus verstoord. Gezien deze feiten is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Er zijn dan ook geen belemmeringen vanuit archeologie voor de realisatie van onderhavig planvoornemen.

26

4.2.2. Cultuurhistorie Uit historische kaarten blijkt dat het plangebied net buiten Venray lag, nabij een toenmalige weg richting het oosten. Bebouwing is volgens historische kaarten niet aanwezig geweest. De historische bebouwing van Venray lag (en ligt) ten westen van het plangebied. Het plangebied heeft in de huidige situatie weinig tot geen cultuurhistorische waarde, omdat de huidige bebouwing geen waardevolle cultuurhistorische kenmerken bevatten.

Topografische kaart 1850

Op basis van gemeentelijk en provinciaal kaartmateriaal is te herleiden dat het gedeelte van de Prins Bernhardstraat vanaf de kruising met de Kolkweg een weg is uit de periode voor 1806. Voor het overige zijn er geen cultuurhistorische lijnen of objecten aangegeven op provinciaal kaartmateriaal. Het plangebied bevat geen cultuurhistorische waarden. Beoordeling plan Hiermee kan geconcludeerd worden dat het bouwplan geen onevenredige afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarde van het plangebied of haar omgeving.

4.3. Verkeer en parkeren 4.3.1. Parkeren In 2013 heeft de gemeente Venray de ‘Beleidsnota Parkeernormen’ vastgesteld met als doel bij ruimtelijke plannen en ontwikkelingen de parkeerbehoefte te kunnen bepalen en hiermee de bereikbaarheid en leefbaarheid in de gemeente Venray te waarborgen. In de nota zijn de parkeerkencijfers van het CROW vertaald naar parkeernormen voor de plaatselijke situatie van de gemeente Venray.

27

Per woningbouwtype en afhankelijk van het gebied (centrum, schil of rest bebouwde kom, kerkdorpen en buitengebied) gelden er volgens de nota de volgende verschillende parkeernormen. Met het planvoornemen is beoogd maximaal 21 sociale huurwoningen te realiseren (21 appartementen). In de huidige situatie zijn er reeds 12 appartementen en 5 parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig. Dit betekent dat er per saldo 9 appartementen bijkomen. De extra parkeerbehoefte komt zodoende voort uit 9 appartementen. Het plangebied is gelegen in het gebied ‘schil’. Voor appartementen is in de Beleidsnota Parkeernormen een parkeernorm van 1,5 parkeerplaatsen per wooneenheid opgenomen, wat resulteert in 14 parkeerplaatsen (9 * 1,5 = 13,5). Daarvan moet 0,3 pp per wooneenheid een openbaar karakter hebben (3 stuks). In de huidige situatie zijn er 5 parkeerplaatsen aanwezig op eigen terrein voor de huidige 12 appartementen, overige automobilisten maken gebruik van de openbare ruimte. Deze 5 parkeerplaatsen komen niet terug op de huidige locatie en moeten daarom ook worden gecompenseerd. In totaal geeft dit een parkeervraag van 19 parkeerplaatsen (14 + 5).

Stedenbouwkundige planopzet

Met het planvoornemen zijn in dit geval 18 parkeerplaatsen voorzien op het terrein ten zuiden van het appartementengebouw, zoals op de afbeelding is weergeven. Tevens worden 3 nieuwe openbare parkeerplaatsen gerealiseerd. Er worden in totaal dus 21 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de gemeentelijke Beleidsnota Parkeernormen.

28

4.3.2. Verkeer Het plangebied is goed bereikbaar. Het parkeerterrein zal te bereiken zijn via de westzijde (Prinses Marijkestraat) en de uitrit wordt aangesloten op de Prinses Margrietstraat (oosten). Alle omliggende erftoegangswegen zijn eenrichtingsverkeer. Door deze wijze van aansluiten ontstaat een logische doorstroming op het bestaande verkeersnet, zoals op navolgende afbeelding is weergegeven. Bij de totstandkoming van het bouwontwerp is rekening gehouden met het realiseren van voldoende uitzicht van en naar de toekomstige op- en afritten, o.a. door de verschuiving van het trottoir ter plaatse van de drie extra langsparkeerplaatsen (bestemming Verkeer). Ook heeft het invloed gehad op de positionering van de gevels. Bij de uitvoering zal het verkeersveiligheidsaspect tevens worden meegewogen.

Verkeerscirculatie (rode pijlen: eenrichtingsverkeer, blauwe pijlen: op- en afrit plangebied)

Wat betreft verkeersgeneratie zijn verkeersgegevens verstrekt door de gemeente Venray, op basis van telgegevens in de periode augustus 2020. Deze gegevens betreffen de motorvoertuigbewegingen (mvt) per etmaal. Voor de Prins Bernhardstraat (ten oosten van Kolkweg) is sprake van een verkeersintensiteit van 181 mvt per etmaal. Ten behoeve van de wegen Prinses Margrietstraat en Prinses Marijkestraat kan worden uitgegaan van dezelfde intensiteit, omdat vanwege het eenrichtingsverkeer dezelfde route moet worden gereden. Conform CROW-publicatie 381 “Toekomstig parkeren - kencijfers parkeren en verkeersgeneratie” (december 2018) is de toekomstige verkeersgeneratie te berekenen conform deze landelijk geaccepteerde richtlijn. Voor sociale huur geldt een verkeersgeneratie kencijfer van 6 motorvoertuigbewegingen per etmaal per wooneenheid. In de huidige situatie is er reeds sprake van 12 sociale huurappartementen. De toename behelst daarom per saldo 54 motorvoertuigbewegingen per etmaal (9 * 6). De Prins Bernhardstraat, de Prinses

29

Margrietstraat en de Prinses Marijkestraat kunnen deze extra verkeersgeneratie goed faciliteren, zonder belemmeringen voor de verkeersdoorstroming en de verkeersveiligheid.

4.4. Bedrijven en milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient tussen kwetsbare of gevoelige objecten, zoals een woning, en bepaalde functies en bedrijven voldoende afstand te worden gehouden. Deze afstand is enerzijds nodig om het woon- en leefklimaat ter plaatse van het gevoelige object niet aan te tasten, anderzijds is deze afstand nodig om het bedrijf of de functie niet te beperken in de betreffende (bedrijfs)activiteiten. Als uitgangspunt worden de richtafstanden uit publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) genomen. In de VNG-publicatie is voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar een richtafstand gegeven, waarbij de grootste richtafstand leidend is. De VNG maakt onderscheid tussen de omgevingstypen ‘Rustige woonwijk / rustig buitengebied’ en ‘Gemengd gebied’. Bij het eerste type is er duidelijk sprake van functiescheiding. Bij het tweede is sprake van functiemenging en komen direct naast woningen ook andere functies voor zoals winkels, horeca en (kleine) bedrijven. In de VNG-publicatie is aangegeven dat wanneer er sprake is van een ‘gemengd gebied’, de richtafstand met één afstandsstap mag worden verminderd. Dat wil zeggen dat een oorspronkelijke richtafstand van 30 meter wordt verminderd naar 10 meter en een oorspronkelijke richtafstand van 10 meter wordt verminderd naar 0 meter.

Toepassing plangebied Dit planvoornemen voorziet in de realisatie van maximaal 21 wooneenheden op een met woningen bebouwde locatie. Het plangebied heeft daarom de bestemming ‘Wonen’. De directe omgeving van het plangebied is te karakteriseren als een ‘rustige woonwijk’, omdat bijna uitsluitend sprake is van woonbestemmingen, met uitzondering van enkele percelen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn hierna deze dichtstbijzijnde (ruimtelijk relevante) niet-woonfuncties beschouwd in relatie tot de voornoemde VNG-publicatie.

Bestemmingen in de omgeving van het plangebied (rood omlijnd)

30

Dichtstbijzijnde niet-woonfunctie in de directe omgeving is schoonmaakbedrijf Van den Heuvel B.V. aan Prinses Marijkestraat 1a (ten oosten van het plangebied). Conform het vigerend bestemmingsplan mogen op dit perceel uitsluitend dienstverlenende functies vestigen. Hiervoor geldt de milieucategorie 1, met een richtafstand van 10 meter. Aan de richtafstand kan worden voldaan aangezien deze inrichting en het perceel is gelegen op een afstand vanaf 10 meter van het plangebied. Voorts zijn er twee andere bestemmingen Dienstverlening aanwezig in de directe omgeving van het plangebied, namelijk op de adressen Kolkweg 22 en Prinses Marijkestraat 19. De betreffende percelen zijn gelegen op een afstand van 65 meter respectievelijk 85 meter. Aan de richtafstand kan worden voldaan. Ten slotte is er een bedrijfsbestemming gesitueerd ten zuiden van het plangebied, op de locatie Prinses Irenestraat 21 en Oude Oostrumseweg 19. In de huidige situatie is er sprake van een leegstaand pand en een kunstatelier. Binnen de betreffende bedrijfsbestemming is de mogelijkheid opgenomen activiteiten te verrichten tot en met milieucategorie 2. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter. De locaties liggen op meer dan 100 meter afstand van het plangebied. Aan de richtafstand kan worden voldaan. Gelet op het voorgaande wordt voldaan aan de richtafstanden tussen wonen en nietwoonfuncties.

Er is daarom sprake van een goed woon- en leefklimaat. Anderzijds brengt het planvoornemen geen verslechtering teweeg voor de niet-woonfuncties, omdat inrichtingen niet in de bedrijfsvoering worden gehinderd. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor doorgang van deze ontwikkeling c.q. voor de uitvoerbaarheid van voorliggend plan.

4.5. Waterparagraaf 4.5.1. Algemeen In artikel 3.1.6, lid 1 onder b van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat de toelichting van een bestemmingsplan c.q. ruimtelijke onderbouwing een beschrijving dient te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. In deze paragraaf wordt eerst ingegaan op het waterbeleid op verschillende overheidsniveaus. Het plangebied is gelegen binnen het werkingsgebied van Waterschap Limburg. Voorts zijn, eveneens op basis van de watertoets, de huidige en toekomstige waterhuishoudkundige situatie van het plangebied beoordeeld op basis daarvan is een conclusie geformuleerd.

4.5.2. Waterbeleid Relevante beleidstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerplan 2016-2021 van het waterschap, het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014), het Nationaal Waterplan, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Water legt een ruimteclaim op het landschap waaraan voldaan moet worden. De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13433227/1