04 Kleindorp 11 Merselo ontwerpbestemmingsplan Toelichting
Tekst van het document
Kleindorp 11 Merselo
Pagina | 2
Verantwoording en Status
Titel:
Bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo, gemeente Venray
Rapportnummer:
NL.IMRO.0984.BP21017-on01
Versie:
1 november 2021
© 2021 Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem gebruikt worden voor het doel waarvoor het is vervaardigd en met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening geeft in ieder geval geen toestemming aan de opdrachtgever om dit document te gebruiken of te laten gebruiken indien facturen niet of niet volledig voldaan zijn. Alle rechten voorbehouden.
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 3
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4
5
Aanleiding Ligging van het plangebied Voorgaand bestemmingsplan Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Analyse van het plangebied 2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3
Ruimtelijke en functionele structuren Ruimtelijke en functionele structuur, stedenbouw en landschap Verkeer Groen en water Waarden van het plangebied e.o. Natuur en landschap Flora en fauna Cultuurhistorie en archeologie
Hoofdstuk 3 Ruimtelijke ontwikkeling 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Projectbeschrijving Ontsluiting en parkeren Groen- en watervoorzieningen Brandveiligheid Duurzaamheid Privacy en bezonning
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4 4.4.5 4.4.6
Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ladder voor duurzame verstedelijking Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro) Provinciaal beleid Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 Provinciale Omgevingsvisie Limburg Omgevingsverordening Limburg 2014 Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Toekomstvisie 2030 'Venray loopt voorop' Volkshuisvestingsbeleid Structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Merselo Energiestrategie Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling Bestemmingsplan
Hoofdstuk 5 Milieu-planologische aspecten
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
5 5 7 8
9 9 9 11 11 12 12 13 14
18 18 18 19 19 19 20
21 21 21 22 22 23 23 25 25 26 27 27 28 29 29 30 30
32
Pagina | 4
5.1 5.2 5.3 5.4 5.4.1 5.4.2 5.5 5.5.1 5.5.2 5.6 5.6.1 5.6.2 5.6.3 5.6.4
Geluidhinder Bodem- en grondwaterkwaliteit Luchtkwaliteit Externe veiligheid Risicovolle inrichtingen (Bevi) Vervoer gevaarlijke stoffen Milieuzonering Bedrijven en Milieuzonering; Staat van bedrijfsactiviteiten Invloed milieuhinder op het plangebied Kabels, leidingen en straalpaden Inleiding Gas-, olie-, brandstof- of watertransportleidingen en hoogspanningskabels Obstakelbeheer- en radarverstoringsgebied Niet gesprongen explosieven
Hoofdstuk 6 Waterparagraaf 6.1 6.2
Waterbeleid Waterhuishoudkundige situatie plangebied
Hoofdstuk 7 Juridische vormgeving 7.1 7.2 7.3 7.4
Algemeen Planmethodiek Verbeelding Planregels
32 32 34 34 34 35 35 36 36 37 37 37 38 38
39 39 40
41 41 41 41 42
Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid, kostenverhaal en planschade
43
Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
44
9.1 9.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Procedure
Bijlagen Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 2
Ecologisch onderzoek
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek
Bijlage 4
Archeologisch onderzoek
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
44 44
Pagina | 5
Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Initiatiefnemer is voornemens om het planologisch regime van het perceel kadastraal bekend als gemeente Venray, sectie AB nummer 346 en plaatselijk als Kleindorp 11 te Merselo, zodanig aan te passen, dat hier één vrijstaande woning kan worden gerealiseerd, welke in de lijn van en passend binnen het straatveld op deze braak liggende locatie zal (zullen) worden gesitueerd.
Het kadastrale perceel is gelegen binnen het bestemmingsplan 'Merselo' en heeft daarin de bestemming 'Wonen' gekregen, waarbij echter géén bouwvlak is opgenomen. Het bouwen buiten cq zonder een bouwvlak past niet binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan.
De gemeente Venray heeft bij schrijven van 3 juli 2019 te kennen gegeven mee te willen werken aan deze ruimtelijke ontwikkeling door de vaststelling van een nieuwe en passende planologisch-juridische regeling in de vorm van een regulier bestemmingsplan.
Het voorliggende bestemmingsplan 'Kleindorp 11 Merselo' voorziet in een adequate planologisch-juridische regeling voor het project.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Venray, sectie AB nummer 346 en plaatselijk als Kleindorp 11 te Merselo. Het plangebied beslaat een oppervlakte van 776 m2. Op onderstaande luchtfoto en uitsnede uit de kadastrale omgevingskaart is de ligging van de ontwikkelingslocatie weergegeven:
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 6
Afbeelding:Ligging plangebied
De kadastrale situatie is op onderstaande afbeelding weergegeven.
Afbeelding: kadastrale kaart met plangebied
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 7
1.3
Voorgaand bestemmingsplan
Voor het plangebied vigeert het volgende bestemmingsplan: Naam bestemmingsplan
Bestemming
Vaststelling Raad
bestemmingsplan Merselo - bestemming 'wonen' 16 december 2014 - dubbelbestemming Waarde Archeologie - 2 respectievelijk 4 - gebiedsaanduiding luchtvaartverkeerszone - gebiedsaanduiding vrijwaringszone molenbiotoop
Afbeelding: Uitsnede verbeelding
Binnen deze bestemming is het bij afwezigheid van een bouwvlak niet mogelijk om te bouwen. Daarom is het noodzakelijk om een bestemmingsplanherziening te doen.
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 8
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit de volgende delen. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met een uitgebreide analyse van (de waarden van) het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van de ruimtelijke ontwikkeling zelf. In hoofdstuk 4 wordt het plan getoetst aan het geldende ruimtelijke beleid. Hoofdstuk 5 geeft inzicht in de milieu-planologische aspecten. Hoofdstuk 6 bevat de waterparagraaf. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is neergelegd in hoofdstuk 7. In hoofdstuk 8 wordt aandacht besteed aan de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure inclusief de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 9
Hoofdstuk 2 Analyse van het plangebied In dit hoofdstuk wordt de feitelijke situatie van het plangebied beschreven. Er wordt ingegaan op de aanwezige ruimtelijk-functionele structuur van het plangebied en omgeving. Ook worden de aanwezige gebiedswaarden (natuur en landschap, flora en fauna en cultuurhistorie) van het plangebied beschreven.
2.1
Ruimtelijke en functionele structuren
2.1.1
Ruimtelijke en functionele structuur, stedenbouw en landschap
Merselo is een historisch gegroeid esdorp gelegen aan de rand van het beekdal van de Loobeek. De dorpskern ligt tussen drie essen, op de kruising van verschillende lokale wegen. Ten noorden en ten westen van Merselo liggen de hoger gelegen bouwlanden, aan de oostkant de weilanden op van oorsprong vochtige beekdalgronden. Merselo kan gekarakteriseerd worden als een fraai gesitueerd esdorp in een open landschap met een historisch gegroeide ruimtelijke structuur en een eigen identiteit. Merselo is te typeren als een duidelijk herkenbare, betrekkelijk compacte kern. Om die reden is aan de noordzijde uitgebreid. Deze ontwikkeling impliceert een heldere ruimtelijke opbouw van de kern Merselo, waarbij de kern blijft groeien in dezelfde richting. De oudere wegen Grootdorp en Kleindorp zijn randwegen met lintbebouwing en dienen niet overschreden te worden. Het dorp beschikt over weinig openbaar groen, maar wel over enkele forse bomen op particuliere grond. Juist dit particulier groen bepaalt het beeld van Merselo. Ten noorden van de kern Merselo ligt het buurtschap Kleindorp, ten zuidwesten ligt de lintbebouwing aan de Haag en aan de Veldstraat/Bakelsedijk. Op onderstaande afbeeldingen is het plangebied en de directe omgeving in beeld gebracht:
Zicht op plangebied
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 1 0
Zicht op plangebied komend vanuit de kern Merselo
Zicht op plangebied in de richting van de kern Merselo
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 1 1 Luchtfotomet plangebied in de rode cirkel
De belangrijkste functie van Merselo is de woonfunctie. De woonfunctie bestaat grotendeels uit eengezinswoningen, van het type twee-onder-één kap, geschakeld of vrijstaand. Rijtjeswoningen komen nauwelijks voor. Merselo heeft - mede door zijn ligging nabij het winkelcentrum van Venray - weinig voorzieningen en openbare verblijfsruimte. In Merselo is het non-foodaanbod relatief zwaarder vertegenwoordigd dan het foodaanbod. Veel winkelvoorzieningen, zoals een kruidenier, zijn uit de kern Merselo verdwenen. Er zijn nog wel voorzieningen zoals een fietsenmaker en een café. Voor het merendeel doen de bewoners van Merselo hun zaken en inkopen in Venray. Naast de genoemde commerciële voorzieningen beschikt Merselo over gemeenschapshuis/clubhuis “D'n Hoek”, de RK-kerk met begraafplaats en een school. Recreatieve voorzieningen zijn er in de vorm van diverse sportvoorzieningen, -verenigingen en -accommodaties. Daarnaast zijn er een café, restaurant en een feestzaal in de kern Merselo.
Het plangebied ligt in de noordoostelijke rand van de kern Merselo en betreft een inbreidingslocatie; het invullen van deze braak liggende gronden is een mooie afronding van de bebouwing aan deze westelijke rand van Kleindorp.
2.1.2
Verkeer
In de omgeving van het plangebied zijn openbaar vervoersmogelijkheden in de vorm van een bushalte nabij de kerk op de kruising Kleindorp/Grootdorp, op een afstand van nog geen 150 meter van het plangebied. Het project leidt tot extra verkeersbewegingen als gevolg van het feit dat er één woning wordt toegevoegd. De verwachte verkeersgeneratie van de woning zoals voorzien bedraagt circa 8 bewegingen. De verkeersbewegingen zullen beperkt blijven tot bewoners- en bezoekersverkeer. De toename van het aantal verkeersbewegingen is dus zodanig beperkt dat dit geen wezenlijke consequenties heeft voor de wegenstructuur en verkeersveiligheid. Langs Kleindorp is geen verhoogd trottoir aangebracht, maar een wandelstrook welke door een molgoot wordt gescheiden van de rijbaan. Ter plaatse van het plangebied staan een tweetal bomen en een straatlantaarn in deze wandelstrook. Bij de ontsluiting van de nieuwe woningen zal met deze objecten rekening moeten worden gehouden. In Kleindorp zijn verkeersremmende maatregelen aangebracht in de vorm van zogenaamde punaises ter plaatse van T-splitsingen.
2.1.3
Groen en water
De hoofdlijnen van het gemeentelijke groenbeleid zijn vastgelegd in het Groenstructuurplan. In het groenstructuurplan worden aanbevelingen gedaan voor het ontwikkelen van een sterke groenstructuur, die aansluit bij de karakteristieke eigenschappen van elk dorp. Als algemene doelstellingen voor de kerkdorpen worden genoemd: het versterken van de ruimtelijke opbouw van de landelijke kern en de onderlinge samenhang van de diverse groenvoorzieningen; het tot stand brengen van een goede ruimtelijk relatie tussen het omringend landschap en het dorpsgroen;
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 1 2
de entrees van de dorpen markeren door een laanbeplanting met aanvullende beplanting die een verkeersremmende invloed kan hebben. Het plangebied is gesitueerd aan het Kleindorp, nabij de splitsing met het Dorperveld, welke samen met het Grootdorp grofweg de kern Merselo omringt. Kleindorp is een weg met een snelheidsregime welke ter hoogte van het plangebied 30 km/uur bedraagt, en welke ter plaatse voorzien is van laanbeplanting. De bestaande fysieke omgeving buiten het plangebied zal geen substantiële wijzigingen ondergaan als gevolg van de projectie van één vrijstaande woning. Het gat in de bebouwingsstructuur zal worden opgevuld op een wijze die passend is bij de woningen in de directe omgeving en waarbij een groene, landelijke invulling van het niet te bebouwen deel van het erf zal worden gestimuleerd. Onderdeel van die landelijke invulling is het infiltreren van het hemelwater binnen het plangebied.
2.2
Waarden van het plangebied e.o.
2.2.1
Natuur en landschap
Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied te zien ten opzichte van Natura 2000-gebieden. Het okerkleurige vlak heeft betrekking op de Boschhuizerbergen (op een afstand van ruim 5 km ten oosten van het plangebied) en het lichtgroene vlak betreft de Deurnsche Peel & Mariapeel ( op ruim 6 km van het plangebied). Op onderstaande afbeelding zijn beide gebieden ten opzichte van de kern Merselo weergegeven:
Afbeelding: Natura 2000-gebieden rondom plangebied
Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en worden negatieve effecten uitgesloten.
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 1 3
De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de aanvoer van materialen en personen en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de constructie ten behoeve van de realisatie van het plan. De relevante emissies tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan. De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase dient te worden verricht met behulp van het programma Aerius Calculator. Echter, de praktijk leert dat ingeval er sprake is van de realisatie van maximaal 3 woningen op een afstand groter dan 5 km vanuit Natura 2000-gebieden, het projecteffect op die Natura 2000-gebieden kleiner dan of gelijk is aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. In dat geval is er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof. In casu gaat het slechts op één woning, zodat hetprojecteffect niet zal zorgen voor een significante toename van de stikstofdepositie. Enige andere aantasting van Natura 2000-gebieden op deze ruime afstand zal als gevolg van het project ook niet plaatsvinden. In de volgende paragraaf zal ingegaan worden op mogelijke aantasting van flora en fauna.
2.2.2
Flora en fauna
Met de Wet natuurbescherming (Wn) wordt een eind gemaakt aan de discussies over de implementatie van de Europese richtlijnen. In artikel 3.1 Wn wordt direct een link gelegd met de Vogelrichtlijn. Alle vogels die beschermd zijn op grond van artikel 1 Vogelrichtlijn vallen onder het beschermingsregime van de artikel 3.1 Wn, voor zover deze vogels van nature in Nederland voorkomen. Artikel 3.1 eerste lid Wn ziet op het verbod om vogels te doden of vangen. De verboden in de Wn zijn vrijwel letterlijk overgenomen uit de artikelen 5 en 6 Vogelrichtlijn. Net als de in de Vogelrichtlijn zijn de verboden beperkt tot opzettelijke handelingen. Het beschermingsregime voor vogels is iets versoepeld ten opzichte van het systeem onder de Flora en faunawet. Het verbod op het opzettelijk verstoren van vogels is beperkt tot verstoringen die van “wezenlijke invloed” zijn op de staat van instandhouding van de soort. Onder wezenlijke invloed wordt verstaan: “een wezenlijke negatieve invloed op een beschermde soort”. Of daar sprake van is hangt af van de populatie van de diersoort. Hoe zeldzamer de soort hoe groter de kans dat naar bijvoorbeeld een lokale populatie moet worden gekeken. Daarnaast is van belang of de populatie een negatief effect zelf teniet kan doen, bijvoorbeeld of er voldoende uitwijkmogelijkheden zijn naar een volwaardig leefgebied elders.
Als een populatie het effect niet zelf teniet kan doen is de kans groter dat het effect als wezenlijke invloed kan worden aangemerkt. Bij vogels is verstoring tijdens het broedseizoen niet langer verboden als de gunstige staat van instandhouding niet in gevaar is. De wet voorziet in ruime mogelijkheden voor het verlenen van vrijstellingen, ook voor vogels en strikt beschermde soorten. Bij het verlenen van de vrijstelling moet aan dezelfde voorwaarden worden voldaan als bij het verlenen van de vroegere ontheffing. Een ontheffing van een verbod ex artikel 3.1 Wn kan slechts worden verleend indien: er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is; er geen sprake is van verslechtering van de staat van instandhouding van de soort; en er een limitatief opgesomde ontheffingsgrond aan de ontheffing ten grondslag kan
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 1 4
worden gelegd. Quickscan flora en fauna Het plangebied is in gebruik als tuin; het gebouw in de noordwestelijke hoek zal behouden blijven en dienst gaan doen als bijgebouw behorende bij de woning welke tussen dat gebouw en de openbare weg zal worden gerealiseerd. Water is binnen het plangebied sec niet aanwezig. Het bestaande gebruik van het plangebied en de omgeving daarvan bestaat uit tuinieren op hobbymatige basis.
Gelet op het feit dat het begroeide erf bouwrijp zal worden gemaakt, is een verstoring van flora en fauna door onderhavig project niet uit te sluiten, waardoor er een noodzaak is tot het uitvoeren van ecologisch veldwerk, tenzij dit bouwrijp maken plaatsvindt buiten het broedseizoen. Dit flora en fauna-onderzoek is op 26 april 2021 uitgevoerd door FaunaConsult. Hierin is het volgende geconstateerd: 'Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Vogels In de opgaande vegetatie in het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen.
Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) te verwijderen. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan.'
Het ecologisch onderzoek is als bijlage aan de toelichting toegevoegd. Alles potentieel faunaverstorende werkzaamheden zullen buiten de periode 15 maart – 15 juli worden uitgevoerd, zodat het aspect ecologie geen belemmering is voor het project.
2.2.3
Cultuurhistorie en archeologie
Archeologie
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 1 5
Ten aanzien van archeologie is het uitgangspunt dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Dit vloeit voort uit het Europese Verdrag van Valetta (1992) inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed en de Wet op de archeologische monumentenzorg die de Monumentenwet 1988 deels heeft aangepast. Gezien dit uitgangspunt mogen bekende archeologische monumenten niet aangetast worden en moet in geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde, in principe een inventariserend en waarderend vooronderzoek plaatsvinden. Eventueel aangetroffen waarden dienen primair ter plekke (in situ) beschermd te worden dan wel - indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is - door een opgraving (ex situ) te worden veilig gesteld. Uit onderstaande uitsnede van de gemeentelijke Archeologische Beleidskaart blijkt dat voor de gronden van het plangebied waarop de toekomstige ontwikkeling zal plaatsvinden, grotendeels de aanduiding "categorie 2" geldt (monumenten met zeer hoge waarde en monumenten die betrekking hebben op de historische kernen) maar ook deels de aanduiding “categorie 4” geldt. Deze laatste categorie omvat droge en natte gebieden met een hoge verwachting.
Figuur: uitsnede archeologische beleidskaart
Deze categorieën zijn in het bestemmingsplan Merselo vertaald in de dubbelbestemmingen Waarde Archeologie - 2 respectievelijk 4, waarbij een onderzoeksverplichting geldt ingeval de te verstoren oppervlakte groter is dan 250 m2 respectievelijk 500 m2 én de verstoringsdiepte groter is dan 50 cm onder het maaiveld. Omdat het grootste deel van het plangebied in de zware categorie valt en groter is dan 250 m2 leidt tot een onderzoeksnoodzaak, is opdracht gegeven aan Econsultancy BV om dit archeologisch onderzoek uit te voeren. Tijdens dit onderzoek is het volgende geconstateerd: 'Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. In het bijzonder verhoogt de ligging van het plangebied op een dekzandrug de kans daarop. Daarom is er aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. | bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 1 6
Op basis van de waargenomen lichte bodemverstoringen en het ontbreken van een podzolprofiel in de top van de dekzandafzettingen kan de gespecificeerde archeologische verwachting worden bijgesteld naar laag voor archeologische waarden uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum. Voor archeologische waarden uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd blijft de hoge archeologische verwachtingswaarde gehandhaafd. Op basis van het behoud van een deels hoge trefkans blijft de kans reëel dat archeologische resten binnen het plangebied aanwezig zijn. Gezien de in dit onderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Venray). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit.'
Het archeologisch onderzoek, daterend van 5 mei 2021, is als bijlage opgenomen bij de planstukken. Voormeld onderzoek zal gevolgd dienen te worden door het opstellen van een programma van eisen ten behoeve van het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek.
De gemeente Venray heeft het advies van Econsultancy BV in het rapport over het archeologische vooronderzoek om vervolgonderzoek te doen door middel van proefsleuven, bij wijze van (selectie)besluit, overgenomen. Aangezien het gaat om een bestemmingsplanherzieniging, dient het proefsleuvenonderzoek te zijn uitgevoerd vóórdat de omgevingsvergunning kan worden verleend voor de planrealisatie. Op basis van de resultaten van het vervolgonderzoek zal het bevoegd gezag een besluit nemen over nut en noodzaak van definitief onderzoek in de vorm van een opgraving. Bij een negatief besluit wordt het plangebied vrijgegeven en speelt het aspect archeologie geen rol meer.
Cultuurhistorie Over een klein deel van het plangebied rust de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone 'Molenbiotoop' ter waarborging van de windvang van de molen "Nooit Gedacht" Merselo. Deze vanuit cultuurhistorie waardevolle molen is in 1867 gebouwd door Simon Lambertus van den Brekel, molenaar op de door zijn vader gebouwde molen in Haren bij Oisterwijk. Het metselwerk van de molen werd uitgevoerd door metselaars die vuurtorens bouwden in zee. Daardoor kreeg het metselwerk bijzondere aandacht en werden de muren nagenoeg waterdicht. De molen die twee koppels stenen had, stond goed in het gemaal en had veel klandizie uit de omliggende gehuchten. In 1899 kwam er een derde koppel blauwe stenen bij voor het malen van tarwe en boekweit. In 1927 werd aan de voorzijde van de molen een pakhuis gebouwd. Tijdens een herfststorm in november 1975 sloeg de molen op hol en werd er veel vernield. De
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 1 7
'vang' van de molen raakte los, waardoor de wieken op drift raakten en de as van de molen in brand vloog. Een gedeelte van de 'vang' was verbrand en het hekwerk en de platen waren voor de helft weg. Jarenlang heeft de molen er 'kaal' bij gestaan maar het onvermijdelijke kwam. In 1987 werd de molen aan de Stichting Nooit Gedacht verkocht. Door de inspanning en volharding van deze Stichting is het gelukt de molen te redden van de ondergang.
Het plangebied aan het Kleindorp 11 ligt op een afstand van ongeveer 280 m ten oosten van deze molen. De woonbebouwing in de kern Merselo bevindt zich tussen de molen en het plangebied in. Als gevolg van de beperkte goot- (en daarmee ook bouw-)hoogte van de nieuwe woningen, en de tussenliggende bebouwingsmassa's, behoeft het geen nadere uitleg dat de windvang van de molen als gevolg van onderhavig plan niet in het geding is.
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 1 8
Hoofdstuk 3 Ruimtelijke ontwikkeling 3.1
Projectbeschrijving
Initiatiefnemer is voornemens om het planologisch regime van het perceel kadastraal bekend als gemeente Venray, sectie AB nummer 346 en plaatselijk als Kleindorp 11 te Merselo, zodanig aan te passen, dat hier één vrijstaande woning kan worden gerealiseerd, welke in de lijn van en passend binnen het straatveld op deze braak liggende locatie zal (zullen) worden gesitueerd. De gemeente Venray heeft bij schrijven van 3 juli 2019 te kennen gegeven mee te willen werken aan deze ruimtelijke ontwikkeling door de vaststelling van een nieuwe en passende planologisch-juridische regeling in de vorm van een regulier bestemmingsplan. Het zal gaan om een koopwoning van het type 'levensloopbestendig', waarbij het gehele woonprogramma zich op de begane grond bevindt, danwel de woning geschikt is of geschikt is te maken voor meerdere doelgroepen, al dan niet met beperkingen. De woning bestaat uit één bouwlaag met een kap. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de voorwaarden van de gemeente. Bij het ontwerp van de nieuwbouw zal rekening worden gehouden met de verschijningsvorm van de woningen op de belendende percelen; enerzijds betreft dit een langevelboerderij uit 1920 en anderzijds een landelijke woning uit 1985, waarvan de kap voorzien is van wolfseinden.
3.2
Ontsluiting en parkeren
Ontsluiting: De nieuw te realiseren woning wordt ontsloten op het Kleindorp. Via de Beekweg is de Peelweg (N277) te bereiken waar het verkeer wordt opgenomen in de grotere verkeersstromen; via de Merseloseweg is er een snelle verbinding met het centrum van Venray. Het project leidt tot extra verkeersbewegingen als gevolg van het feit dat er één woning wordt toegevoegd. De verwachte verkeersgeneratie bedraagt circa 8 bewegingen per woning per etmaal meer dan in de bestaande situatie. De verkeersbewegingen zullen beperkt blijven tot bewoners- en bezoekersverkeer. De toename van het aantal verkeersbewegingen is dus zodanig beperkt dat dit geen wezenlijke consequenties heeft voor de wegenstructuur en verkeersveiligheid. Langs het Kleindorp is geen verhoogd trottoir aangebracht, maar een wandelstrook welke door een molgoot wordt gescheiden van de rijbaan. Ter plaatse van het plangebied staan een tweetal bomen en een straatlantaarn in deze wandelstrook. Bij het aanleggen van de nieuwe ontsluiting ten behoeve van de linker (zuidelijk) gelegen woning, dient rekening te worden gehouden met de noodzakelijke verplaatsing van de straatlantaarn, danwel de verplaatsing (kap en herplant) van een boom in het openbaar gebied. In Kleindorp zijn verkeersremmende maatregelen aangebracht in de vorm van zogenaamde punaises ter plaatse van T-splitsingen.
In de omgeving van het plangebied zijn openbaar vervoersmogelijkheden in de vorm van een bushalte nabij de kerk op de kruising Kleindorp/Grootdorp, op een afstand van nog geen 150 meter van het plangebied.
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 1 9
Parkeren bij de nieuwe woning: De parkeernorm van de gemeente Venray (‘Beleidsnota Parkeernormen Venray ' en het CROW) betreft voor grondgebonden woningen 2 parkeerplaatsen. Hiervoor is op betreffend perceel voldoende ruimte beschikbaar.
3.3
Groen- en watervoorzieningen
Het plangebied zal als regulier woonperceel worden ingericht, met bijbehorende tuin. De nieuwe woning zal zoveel mogelijk in gebiedseigen groen gezet worden. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater voorzien, anders dan eventueel een open hemelwaterinfiltratievoorziening waarover meer in hoofdstuk 6.
3.4
Brandveiligheid
In het Bouwbesluit 2012 zijn regels gesteld ten aanzien van brandveiligheid van onder andere woongebouwen. Aan deze regels zal worden getoetst op het moment dat de omgevingsvergunning voor de woning worden aangevraagd. In beginsel kan echter wel aan de regels worden voldaan.
3.5
Duurzaamheid
De ambities ten aanzien van duurzaamheid in Venray zijn hoog, zoals neergelegd in de Energiestrategie 2030 (zie voor de inhoud van deze strategie paragraaf 4.5.5). Vanaf 2020 is alle nieuwbouwproductie in de woning- en utiliteitsbouw energieneutraal. Deze ambitie is grotendeels wettelijk verankerd. Het Bouwbesluit stelt dat per januari 2021 nieuwbouw bijna energieneutraal (BENG) moet zijn: er is vrijwel geen energie nodig, energie die nog nodig is komt uit groene bronnen. De binnen het plangebied te realiseren woning zal in ieder geval energieneutraal zijn. In het bestemmingsplan kunnen alleen regels worden opgenomen die bijdragen aan 'een goede ruimtelijke ordening'. Voor de uitleg van dit begrip is in de rechtspraak het criterium ‘ruimtelijk relevant’ ontwikkeld. Alleen regels die ruimtelijk relevant zijn, kunnen in het bestemmingsplan opgenomen worden. Algemeen erkend wordt dat energietransitie een ruimtelijke impact heeft, maar de visie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is dat hiertoe geen regels in het bestemmingsplan kunnen worden opgenomen. De gemeente Venray zal daarom het aspect 'duurzaamheid' en 'energieneutraalheid', maar ook 'levensloopbestendigheid' opnemen in de met initiatiefnemer overeen te komen anterieure overeenkomst.
In onderhavig plan zijn de volgende duurzaamheidsmaatregelen voorzien cq daar waar een afweging mogelijk is, worden overwogen: de woning wordt niet aangesloten op gas (elektrisch koken); de woning zal worden aangesloten op een aardwarmtepomp ter verwarming en koeling van de woning; in de woning wordt balansventilatie toegepast (warmte-terugwin-installatie);
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 2 0
de woning zal een substantiële hoeveelheid energie opwekken middels zonnepanelen; de woning wordt zeer goed geïsoleerd en heeft een zeer lage warmtevraag.
3.6
Privacy en bezonning
Voor een onaanvaardbare aantasting van privacy bij belendende percelen hoeft niet gevreesd te worden. De afstand tussen en de ligging van de nieuwe woning tot de woningen op de belendende en tegenovergelegen woningen, alsmede de vormgeving van de woningen, is zodanig dat er vanuit de nieuwe woning geen inkijk is op belendende percelen. Weliswaar zal het gebruik van het perceel intensiever zijn, maar dit is niet zodanig dat dit onaanvaardbare schending van privacy tot gevolg heeft. Evenmin is er sprake van een onaanvaardbare verminderde lichtinval in de omliggende tuinen en woningen door het project.
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 2 1
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI), vastgesteld op 11 september 2020, is een onderdeel van de nieuwe Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht het Rijk tot een strategische visie op de fysieke leefomgeving. Het doel is om alle onderdelen van de fysieke leefomgeving met elkaar in samenhang te brengen. Ook gemeenten en provincies maken een omgevingsvisie vanwege deze nieuwe wet. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) richt zich op onderstaande vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe de fysieke leefomgeving wordt ingericht. De Nationale Omgevingsvisie helpt bij het maken van de noodzakelijke keuzes.
Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie Het klimaat verandert. De gevolgen hiervan worden steeds duidelijker merkbaar. Denk aan de steeds drogere zomers, de hevigere regenval en stijgende zeespiegel. Op deze en andere gevolgen van de klimaatverandering moet tijdig worden ingespeeld. Tegelijkertijd moet de overstap worden gemaakt naar duurzame energie. Het is de bedoeling dat ons land in 2050 een duurzame energievoorziening heeft. Iedereen draagt hier zelf aan bij door bijvoorbeeld zoveel mogelijk woningen aardgasvrij te maken. Maar er zullen ook aanpassingen nodig zijn, bijvoorbeeld met windenergie, die moeten worden ingepast in het landschap. Mensen in de omgeving moeten ook voordelen ervaren van geplaatste windmolens.
De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden Nederland heeft een sterke internationale concurrentiepositie. Vanuit die positie wordt gewerkt aan een nieuw economisch verdienmodel dat duurzaam is en circulair. Door grondstoffen te hergebruiken in de bouw bijvoorbeeld. De overstap naar duurzame energie en het zorgen voor een gezond milieu zijn belangrijk. Ook zullen bedrijven zich hier goed moeten kunnen vestigen met voldoende ruimte voor bedrijvigheid. Daarvoor is het van belang om alle verschillende aspecten te betrekken die hierbij een rol spelen, zodat duurzaam geld verdiend kan blijven.
Onze steden en regio’s sterker en leefbaarder maken Veel mensen zijn op zoek naar een geschikte, betaalbare woning. Iedereen wil graag wonen in een prettige omgeving. Een omgeving met voldoende groen en met aandacht voor veiligheid en gezondheid. Denk bijvoorbeeld aan groen en fonteinen op plekken waar het erg warm kan worden (hittestress). Tegelijkertijd is het belangrijk dat de woningen goed bereikbaar zijn door goede fiets- en wandelpaden en aansluiting op het wegennet en het openbaar vervoer. Kortom, het gaat niet alleen om voldoende woningen, maar ook om een aantrekkelijke woonomgeving.
Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 2 2
In sommige regio’s staan de natuurlijke systemen en het landschap onder druk. Soms is daar sprake van een verzakkende bodem, onder meer door een te laag waterpeil. Als het waterpeil omhoog wordt gebracht, kan dat gevolgen hebben voor de landbouw en de veeteelt. In sommige gebieden wordt het dan misschien logischer om duurzame energie te produceren in plaats van voedsel. Tegelijkertijd moeten de kwaliteiten van het landschap worden behouden om te kunnen recreëren en ook vanwege het cultureel erfgoed.
In hoofdstuk 3 van onderhavige plantoelichting zijn de aspecten duurzaamheid, kwaliteit van leefomgeving, bereikbaarheid, groen en water uitgebreid aan de orde gesteld. Tevens in relatie met hoofdstuk 5 kan gesteld worden dat in onderhavig bouwproject voldoende aandacht is voor de afwegingen die op basis van de nationale omgevingsvisie dienen te worden gemaakt.
4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat: 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. In casu is er sprake van een toevoeging van 1 woning, hetgeen geen stedelijke ontwikkeling betreft en daarom is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing.
4.1.3
Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro)
In het Barro zijn een aantal onderwerpen opgenomen waarvoor het rijk uit het oogpunt van de nationale belangen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ruimtelijke regels stelt: rond rijksvaarwegen wordt ruimte geborgd voor de veiligheid van scheepvaart; rond de Maastakken wordt ruimte gereserveerd voor toekomstige rivierverruiming; rond verschillende hoofdwegen en op enkele locaties wordt ruimte gereserveerd voor toekomstige uitbreiding van het hoofdwegennet en hoofdspoorwegennet; op verschillende locaties wordt ruimte gereserveerd voor (kern)energiecentrales en zones onder hoogspanningsverbindingen worden gevrijwaard; de provincies wordt opgedragen de ecologische hoofdstructuur te beschermen; primaire waterkeringen buiten het kustfundament krijgen ruimtelijke bescherming; in het IJsselmeer wordt verstedelijkingsruimte beperkt mogelijk gemaakt; het erfgoed van de Stelling van Amsterdam, de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Romeinse Limes worden ruimtelijk beschermd; rond militaire radarposten worden voorwaarden gesteld aan windmolens en hoge bebouwing. Voor een aantal van de genoemde Barro-onderwerpen, waaronder de uitbreiding van het hoofdwegennet, het hoofdspoorwegennet en de militaire radars, geldt dat de regels worden
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 2 3
uitgewerkt in de Rarro. Op onderhavig project werken geen van de in het Barro genoemde rijksbelangen rechtstreeks door.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014
Op 12 december 2014 is het provinciaal omgevingsplan Limburg vastgesteld. Belangrijke principes in dit nieuwe omgevingsbeleid zijn: 1. Kwaliteit. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto ‘meer stad, meer land’, het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Het instrument van het Limburgs Kwaliteitsmenu is overgedragen aan gemeenten. 2. Algemene principes voor duurzame verstedelijking. De ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen. 3. Uitnodigen. De manier waarop de provincie samen met de partners het voortreffelijke leefen vestigingsklimaat willen realiseren. Met instrumenten op maat en ruimte om te experimenteren. De Provincie wil hierbij selectief zijn: het POL richt zich alleen op die zaken die er op provinciaal niveau echt toe doen en vragen om regionale oplossingen. Voor wat betreft de projectlocatie geeft het POL 2014 aan dat de omgeving getypeerd kan worden als overgangsgebied tussen 'overig bebouwd gebied'.
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 2 4
Figuur: uitsnede uit POL-kaart
Het betreft gemengde woon/werkgebieden met voorzieningen, deels met een stedelijk karakter, deels met een dorps karakter. Transformatie naar woningbouw dient samen te gaan met kwaliteitsverbetering, herstructurering en waar nodig sloop. Dynamisch voorraadbeheer betekent ook dat er slechts ruimte is voor nieuwe toevoegingen aan de voorraad als deze echt kwaliteit toevoegen en samengaan met het schrappen van slechte voorraad. Noord-Limburg kenmerkt zich door een aantrekkelijk woon- en leefklimaat waar mensen zich prettig voelen. Er dient een transformatie van de bestaande woningvoorraad plaats te vinden, aangezien er nauwelijks bevolkingsgroei meer is. Daarbij zal primair worden gekozen voor inbreiding, aanpassing en functieverandering en slechts beperkte uitbreiding in de nabijheid van kleine kernen. Uitbreiding via uitleggebieden slechts in zeer uitzonderlijke gevallen, met als uitgangspunt bouwen voor eigen behoefte. Kwantitatief ligt er dus een aanzienlijke opgave om ervoor te zorgen dat de woningmarkt aansluit bij de demografische ontwikkeling. Het hoogtepunt van de regionale huishoudensgroei (basis voor de behoefte aan het aantal woningen) wordt inmiddels verwacht in 2036 (aldus 'Progneff 2019 Update'). Noord-Limburg kenmerkt zich door een aantrekkelijk woon- en leefklimaat.
De ambities en uitgangspunten uit het POL2014 zijn vastgelegd in de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 en in gemeentelijke visies, waarbij met name het Dorpsontwikkelingsplan Merselo de behoefte aan nieuwe woningen in deze kern laat zien.
Omdat er sprake is van een locatie gelegen binnen het bebouwd gebied (ook in de feitelijke
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 2 5
bebouwde kom), er al sprake is van een woonbestemming, de nieuwe ontwikkeling met de toevoeging van één vrijstaande woning van hoogwaardige kwaliteit is, waarbij gebouwd wordt voor de eigen behoefte binnen Merselo, is er geen strijdigheid met het POL 2014.
4.2.2
Provinciale Omgevingsvisie Limburg
Binnen afzienbare tijd zal voornoemd POL 2014 vervangen worden door de Provinciale Omgevingsvisie Limburg (nu nog in 'ontwerp-fase'). Hierin wordt het woningbouwbeleid bestendigd. De woningbouwontwikkelingen worden vanuit een brede maatschappelijke context bekeken. Dit vraagt een integrale aanpak van locaties en gebieden in de vorm van herstructurering en transformatie/herbestemming in centra, buurten, wijken, dorpen en het buitengebied. Bij de keuzes houdt de provincie rekening met samenhangende belangen zoals leegstand bij detailhandel, kantoren, maatschappelijk vastgoed, monumenten, etc. Daarnaast wordt de woningopgave altijd in samenhang met veiligheid en leefbaarheid gezien. Het is van belang dat eerst de kwaliteit van het feitelijk bestaand bebouwd gebied op orde wordt gemaakt. Via het principe van de Ladder voor duurzame verstedelijking dient de ruimte in bestaand bebouwd gebied optimaal te worden benut, zowel kwantitatief als kwalitatief. Wonen is in beginsel alleen maar toegestaan in bestaand bebouwd gebied.
Onderhavig verzoek past binnen die ambities van de provincie Limburg, doordat de woning wordt toegevoegd binnen bestaand bebouwd gebied en zal worden gerealiseerd naar de wens en de specifieke behoeften van de kopers.
4.2.3
Omgevingsverordening Limburg 2014
De Omgevingsverordening Limburg is in 2014 gewijzigd vanwege de vaststelling van het POL 2014, waarin was bepaald dat er een nieuw hoofdstuk Ruimte aan de Omgevingsverordening zou worden toegevoegd. Dat hoofdstuk Ruimte is gericht op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van het POL 2014 naar gemeentelijke ruimtelijke plannen. Artikel 2.4.2 van de Omgevingsverordening Limburg heeft betrekking op 'wonen' en kent de volgende bepalingen: 1. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. 2. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg. 3. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen. 4. Het derde lid is niet van toepassing indien: a.
er sprake is van een door de gemeenteraad vastgestelde Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg; en b. het ruimtelijk plan voldoet aan het bepaalde in de vastgestelde Structuurvisie Wonen | bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 2 6
Zuid-Limburg. 5. De toelichting bij het ruimtelijke plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg respectievelijk de regio Midden-Limburg respectievelijk de regio Zuid-Limburg, dat betrekking heeft op het toevoegen van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen, bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste lid respectievelijk het tweede lid respectievelijk het vierde lid. In dit kader zijn de leden 1 en 5 van toepassing. Zoals in paragraaf 4.3 (Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024) van onderhavige plantoelichting is vermeld, is er in casu sprake van bouwen naar reële behoefte (er hebben zich al kopers gemeld) en wordt een woning toegevoegd die qua kwaliteit, woningomvang en perceelsomvang beantwoorden aan een feitelijk aanwezige behoefte en tevens qua prijs marktconform is. Voor het plangebied zijn er verder geen beperking opgenomen. Het project is dan ook niet strijdig met de Omgevingsverordening Limburg 2014.
4.3
Regionaal beleid
Op 22 september 2020 heeft de gemeente Venray de nieuwe Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 vastgesteld. Deze woonvisie geeft richting aan het woonbeleid voor de komende 4 jaar. Het is de 2e visie die door de 8 Noord-Limburgse gemeenten in gezamenlijkheid is opgesteld. In deze visie wordt teruggekeken naar de vorige visie: waar komen we vandaan en wat willen we meenemen naar de nieuwe visie. En zijn er ook zaken die veranderd zijn? Het 'wonen’ is steeds meer verweven met andere beleidsvelden in het economische én het sociaal domein. In het hoofdstuk 'analyse: trends en ontwikkelingen' wordt aangegeven wat de huishoudensontwikkeling is. Demografie blijft immers een belangrijke onderlegger voor het woonbeleid. Prognoses geven een handvat om in te spelen op de toekomstige ontwikkeling van onze bevolking. Hierbij gaat het zeker niet alleen om aantallen, maar ook om de samenstelling van onze bevolking. Uit de analyse die inzicht geeft in de sterke en zwakke segmenten van de woningvoorraad, blijkt dat de aandacht met name moet uitgaan naar de bestaande voorraad. Ook zijn allerlei trends en ontwikkelingen die de context waarbinnen wordt gewerkt, beïnvloeden en de druk op de leefbaarheid vergroten. Denk hierbij aan grote ontwikkelingen zoals de energietransitie en de vergaande extramuralisering van de zorg.
Vanuit deze analyse is er dan ook een aantal opgaven dat kan worden samengevat in: Mismatch woningbehoefte en woningvoorraad: Het gaat hierbij om zowel de bestaande woningvoorraad, als nieuwbouw. Er wordt geconstateerd dat de samenstelling van onze bevolking verandert. Men wordt ouder en er is een grote toename van het aantal 1-persoonshuishoudens. Dit brengt een andere woonvraag met zich mee. Deze vraag sluit maar deels aan op wat we in de bestaande voorraad hebben. De opgave ligt dan ook bij het aanpassen van de bestaande voorraad. De nieuwbouw die wordt toegevoegd dient toegespitst te worden op de toekomstige woningbehoefte. Hierbij wordt nog meer dan voorheen gekeken naar de kwalitatieve vraag en het bevorderen van de doorstroming op de regionale woningmarkt. Bij nieuwbouw is de kwalitatieve toets daarom leidend en in mindere mate de kwantitatieve toets. Zoektocht om alle doelgroepen een plek te geven binnen onze woningmarkt: In onze regio komen verschillende doelgroepen nadrukkelijker naar voren. Die moeten allemaal een plek krijgen binnen onze woningmarkt en maatschappij. Denk hierbij aan zorgdoelgroepen
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 2 7
(vanuit beschermd wonen naar de reguliere woningmarkt) en internationale werknemers die zich hier voor langere tijd willen vestigen. Voor een deel zijn bijzondere doelgroepen afhankelijk van de sociale huursector. De druk op dit segment lijkt dan ook toe te nemen. Niet alleen qua aantallen, maar juist door een concentratie van mensen die door allerlei oorzaken hun weg maar moeilijk kunnen vinden in onze maatschappij. Dit brengt druk op de leefbaarheid met zich mee. Toets aan regionale Woonvisie: Het woningbouwproject zoals beschreven in paragraaf 3.1 van deze plantoelichting heeft consequenties voor de woningvoorraad in die zin dat er één woning wordt toegevoegd. De geplande woning is geschikt voor het huisvesten van alle doelgroepen welke op zoek zijn naar een woning in een (qua prijs) gemiddeld doch kwalitatief heel mooi segment; de ligging op relatief korte afstand van stedelijke voorzieningen is daarbij een pre. Het project is derhalve passend in de gedachtengang zoals verwoord in de regionale Woonvisie Noord-Limburg.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1
Toekomstvisie 2030 'Venray loopt voorop'
In het coalitieakkoord 2018-2022 'Een gezonde toekomst voor Venray' is opgenomen dat de gemeente Venray wil komen tot een nieuwe strategische visie met een horizon tot 2030. Deze stip op de horizon moet richting geven aan de vraag waarin de gemeente zich de komende jaren wil ontwikkelen gezien de actuele trends en ontwikkelingen. Bijvoorbeeld op het gebied van klimaat, energie, duurzaamheid, leefomgeving, gezondheid, demografie en technologie, maar ook kijkend naar de positie en rol van de gemeentelijke overheid. Hiertoe heeft de gemeenteraad op 27 juni 2019 een nieuwe strategische visie vastgesteld; de Toekomstvisie 2030 'Venray loopt voorop'. Deze visie vervangt de Strategische visie Venray 2020 en de nota 'Venray, stad in de Peel (2025)'. De toekomstvisie geeft richting om de koers te bepalen waarlangs we de gevolgen van de trends en ontwikkelingen laten landen in de gemeente, binnen de gemeenschap van Venray én in de regio. Belangrijke thema's uit de vorige (herijkte) strategische visie 'Tweede stad in de Peel' lopen door naar deze visie. 'Venray loopt voorop' geeft een eigentijdse vertaling van zelfsturing met een herijking van participatie en de rol van de overheid. Daarnaast is er veel aandacht voor de kwalitatieve ontwikkeling van onder meer de leefomgeving.
Ook is samenwerking nader geduid als het gaat om de regio, met onderwijs, bedrijfsleven en in de naaste omgeving van inwoners. Speciale aandacht verdient de komst van de Omgevingswet. De toekomstvisie 2030 is een belangrijke 'eerste stap' (identiteit, kwaliteiten, doelen) voor de totstandkoming van de Omgevingsvisie. In dat traject zal de verdieping plaatsvinden op de toekomstvisie, meer specifiek in de ruimtelijke vertaling. De gemeente Venray heeft voor de komende tien jaar de volgende vijf concrete ambities geformuleerd: "In het Venray van 2030:
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 2 8
1. 2. 3. 4. 5. 6.
zijn inwoners, hun netwerken, culturen en voorzieningen met elkaar verbonden; woon je groen en sociaal; zorgt ondernemerschap met aandacht voor mens, dier en milieu, voor nieuwe economische kansen; stroomt kennis, creativiteit en vernieuwing; is iedereen mobiel."
In de toekomstvisie worden weinig directe beleidsuitspraken gedaan over woningbouwontwikkelingen in de gemeente Venray. In ambitie 2 wordt geconstateerd dat Venray zich tot doel stelt, dat er voor de diverse doelgroepen voldoende woningen beschikbaar zijn, welke net iets energiezuiniger zijn dan gemiddelde woningen en welk ook levensloopbestendig zijn.
De invulling van de braak liggende kavel aan Kleindorp 11 met één woning waarbij duidelijk aandacht is voor levensloopbestendigheid en duurzaamheid, komt de ruimtelijke kwaliteit in deze omgeving ten goede en past goed bij de woonbebouwing in de omgeving en bij de woonwensen/-behoeften in kleine kernen. Hierdoor is het plan in overeenstemming met de toekomstvisie.
4.4.2
Volkshuisvestingsbeleid
In mei 2017 heeft de gemeenteraad de 'Woonvisie Venray 2017: Transformatie van de woningmarkt' vastgesteld. De woonvisie geeft op hoofdlijnen de visie van het gemeentebestuur voor de komende jaren. De visie heeft de focus op de rol van het wonen in de algehele ambitie om Venray sterker en aantrekkelijker te maken. Uit de verrichte onderzoeken is gebleken dat in Limburg, dat wordt aangeduid als een anticipeergebied, er tegen de stroom in nog 3 plaatsen zijn die groeien; één daarvan is de gemeente Venray. De kwaliteit van het wonen speelt een grote rol voor de tevredenheid, identiteit, zelfredzaamheid en participatie van Venraynaren en is zeker ook van belang voor de economische ontwikkeling van Venray. Met deze woonvisie wil de gemeente ervoor zorgen dat Venray zich ook op langere termijn positief ontwikkelt. De focus ligt op het beantwoorden van de groeiende vraag naar woningen in Venray voor de komende jaren. Om de verwachte groei te kunnen opvangen, zijn woningen nodig om de nieuwe wens van de woonconsument te kunnen vervullen: een wat kleinere woning, gebruiksvriendelijk en duurzaam. Deze woningen staan er al voor een groot deel, maar omdat de huishoudenssamenstelling verandert, is het nodig om de bestaande voorraad aan te passen. Daarmee willen wij tegelijkertijd de differentiatie in de bestaande voorraad vergroten.
Ook toevoegingen zullen moeten bijdragen aan de differentiatie, waardoor er een betere balans komt in de woningvoorraad. Daarmee willen wij de waarde van onze bestaande voorraad in stand houden en tegelijkertijd de kwaliteit van de bestaande voorraad verbeteren. Er is al veel gezegd en geschreven over de planovercapaciteit. Er wordt aan gewerkt om de overcapaciteit te verminderen. Toch wil de gemeente dat niet te rigoureus doen, omdat er ruimte nodig is om de voorziene groei van Venray te kunnen opvangen. Het komt er dan op aan, dat waar nodig én mogelijk de overcapaciteit wordt omgezet naar plannen, die een bijzondere bijdrage leveren aan Venray.
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 2 9
In casu heeft onderhavig project betrekking op de toevoeging van één woning aan het woningaanbod in de kern Merselo. Hierdoor zal de woningvoorraad stijgen, doch hierover heeft de gemeenteraad de 'beleidsregel woningtoevoeging' opgesteld. Hieraan is de volgende subparagraaf gewijd.
4.4.3
Structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Merselo
In mei 2019 is de Structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Merselo opgesteld. Hierin is onder andere de woningbehoefte in deze kern onderzocht. Geconstateerd is dat het wenselijk is dat er steeds voldoende ruimte en mogelijkheden zullen zijn om aan de actuele woningbehoefte van dat moment te kunnen voldoen. Dit geldt zowel voor nieuwbouw als voor aanpassing (verbouw) van bestaande bebouwing. Voor iedereen die in Merselo wil wonen moet daarvoor de kans en de mogelijkheid zijn. In de ruimtelijke visie van Merselo zijn een aantal zoeklocaties voor woningbouw opgenomen. Een projectontwikkelaar is bezig met plannen voor woningbouw ter hoogte van Grootdorp 35. Bovendien zal, na de gewenste verplaatsing van basisschool De Lier, de huidige schoollocatie de eerste aangewezen woningbouwlocatie zijn die ontwikkeld zal worden. Een stap die nu genomen moet worden, is een uitwerking van een stedenbouwkundig plan, rekening houdend met de wensen en behoefte van buurtbewoners en overige inwoners. Uitgangspunt is dat er in fases zeker ruimte zal komen voor levensloopbestendige woningen voor ouderen en starters, afgestemd op de behoefte van dat moment. Ook het bouwen van een woning in eigen beheer zal tot de mogelijkheden behoren. Tevens is er nog ruimte voor woningbouw aan het Kleindorp (voorheen zoekgebied ‘Capelleveld’).
Uit voornoemd document blijkt dus dat al rekening is gehouden met grotere woningbouwplannen aan het Capelleveld, dat een uitbreidingsgebied betreft. De braakliggende locatie aan Kleindorp 11 is verder niet specifiek benoemd in het document, maar gelet op het bovenstaande ligt het in de rede dat levensloopbestendige woningen voor ouderen en starters ook (zeker) op deze inbreidingslocatie tot het wensenpakket van deze kern hoort. Met onderhavig plan wordt aan deze wens/woningbehoefte voldaan, omdat de toe te voegen woning levensloopbestendig zal worden uitgevoerd en met name geschikt is voor senioren die in Merselo zelf willen (blijven) wonen, maar eventueel ook voor starters op de woningmarkt of andere woonrugenten.
4.4.4
Energiestrategie
In 2013 is de Energiestrategie 2030 voor de gemeenten Beesel, Venlo en Venray: 'Energie voor groene groei' vastgesteld. Door de gemeenteraad is daarbij de ambitie uitgesproken om in 2030 CO2-neutraal (ofwel energieneutraal met compensatiemaatregelen) te zijn. Op basis van deze visie is door het college het 2e Uitvoeringsprogramma Energie Venray (2018-2021) vastgesteld. Met de Energiestrategie en het bijbehorende UP zijn de doelstellingen en de gefaseerde uitvoering op lange en korte termijn uitgewerkt. De gemeente is voor het bereiken van de energiedoelen afhankelijk van alle energiegebruikers en energieleveranciers in de gemeente: bedrijfsleven, huishoudens, instellingen etc. De samenleving laat zich echter niet door de overheid sturen om energie te besparen of lokaal
| bestemmingsplan Kleindorp 11 Merselo | status: ontwerp |
Pagina | 3 0
duurzaam op te wekken. Daarvoor moet er in de samenleving vooral ruimte zijn die leidt tot creativiteit en innovatie van de bedrijven en inwoners zelf. De overheid heeft daarin een rol als partner die samenwerkt, belemmeringen wegneemt, faciliteert en het goede voorbeeld geeft. De betrokkenheid van de overheid zorgt voor het aanjagen en versnellen van de gewenste ontwikkelingen. Het streefbeeld in 2030 voor woningen laat zich als volgt schetsen: Gebouwen hebben de laagste energievraag Gebouwen worden energiecentrales Slimme netwerken zorgen voor optimale uitwisseling 50% van de bestaande woningen en gebouwen zijn 50% energiezuiniger en 50% van de woningen voorziet in 100% van eigen energievraag In paragraaf 3.5 is reeds aan de orde gekomen welke duurzaamheidsmaatregelen in onderhavig plan voor de realisatie van de nieuwe woning voorzien zijn.
4.4.5
Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling
De Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling 2011 is vastgesteld op 20 december 2011 en op 1 januari 2012 in werking getreden. Het in deze structuurvisie vastgelegde kwaliteitsbeleid omtrent een bijdrage Ruimtelijke ontwikkeling is gebaseerd op de gedachte dat ruimtelijke ontwikkelingen (bouwactiviteiten) leiden tot verlies aan ruimtelijke kwaliteit en dat dit verlies moet worden gecompenseerd. Achterliggend doel is het behoud en waar mogelijk versterking van de (groene) kwaliteiten van zowel het buitengebied als het stedelijk gebied. Voor het bepalen van de hoogte van de bijdrage in het stedelijk gebied wordt aangesloten bij de bijdrage ruimtelijke ontwikkeling zoals vastgelegd in de nota grondbeleid 2011. Deze bijdrage bestaat uit € 2.500,- per kavel. De tegenprestatie vindt zo veel mogelijk ter plaatse en/of in de nabijheid van de ingreep plaats. Indien dit niet mogelijk is, komt de bijdrage ten goede van het kwaliteitsfonds stedelijk gebied.