04 Bijlage Technische analyse TVW
Tekst van het document
Warmtetransitie gemeente Venray
22 / 85
5
Algemene aanbevelingen richting de Transitievisie Warmte De warmtetransitie voor woningen is een project dat qua omvang en impact haast ongeëvenaard is. In principe moet het grootste deel van de woningen worden aangepast en voor bijna alle woningen een compleet nieuwe energievoorziening worden toegepast. Een actieve rol van de gemeente is hierbij noodzakelijk, geholpen door verschillende externe stakeholders, zoals de woningcorporatie, de netbeheerder van gas en elektriciteit (Enexis), het Waterschap en de Waterleidingmaatschappij die bij deze verkenning al zijn aangehaakt. De energietransitie levert technische en economische uitdagingen op. Daarnaast is er een organisatorische en logistieke puzzel op te lossen. In welk tempo kan gewerkt worden? Zijn er voldoende installateurs en bouwers beschikbaar? De belangrijkste schakel in de aanpak zijn uiteindelijk de burgers. Het grootste deel van de woningen in de gemeente Venray is eigendom van de bewoners. Het overtuigen van al deze bewoners van nut en noodzaak van de energietransitie is noodzakelijk, maar niet eenvoudig. En als de overtuiging er eenmaal is, wordt er veel inzet en betrokkenheid van de burgers gevraagd, ook financieel. Daarom is een actieve en open houding van de gemeente gevraagd. Vanuit de markt zelf komen de ontwikkelingen niet of veel te langzaam op gang.
In dit hoofdstuk worden enkele aanbevelingen gedaan om de transitie op te starten en welke actoren (direct) betrokken moeten worden bij de uitwerking van de verkenning naar een transitievisie warmte.
5.1
De bewoners op één
Zodra er zicht is op de technische mogelijkheden in de verschillende buurten is het belangrijk de bewoners in het proces te betrekken. Met voorlichting over de plannen en mogelijkheden, maar ook met een duidelijke uitleg omtrent de onzekerheden, risico’s en kansen. Op basis hiervan moet duidelijk worden in hoeverre bewoners betrokken willen worden en mee kunnen en willen denken bij de uitwerking van de plannen. De plaatselijke energiecorporatie kan hierbij een belangrijke rol vervullen. Door eerst in te zetten op pilots met enkele enthousiaste bewoners kan in de praktijk geleerd worden hoe de gekozen opties uitpakken. Dit zorgt dat de aanpak van de buurt tot betere (technische) resultaten leidt, en dat bewoners in de buurt met eigen ogen kunnen zien wat de gevolgen zijn (het ‘goed voorbeeld doet volgen’ effect). Pilots leiden uiteindelijk tot eventuele aanpassingen en meer draagvlak in de uitvoering in het vervolgtraject van de energietransitie.
5.2
Betrokkenheid maatschappelijke organisaties
De betrokkenheid van de bewoners van de gemeente kan gestimuleerd worden via verschillende maatschappelijke organisaties waarmee de gemeente al een relatie heeft. Er zijn diverse mogelijkheden om met name de door de gemeente gesubsidieerde maatschappelijke organisaties en verenigingen te bereiken. De gemeente kan deze organisaties ondersteunen bij hun plannen om energie te besparen en duurzame energiebronnen in te zetten. Er is bijvoorbeeld subsidie voor het ondersteunen van (sport)verenigingen op het gebied van energiebesparing (Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties). Dat motiveert vervolgens betrokken bewoners weer hier ook mee aan de slag te gaan. Ook educatie op scholen kan het draagvlak voor het nemen van maatregelen in de eigen woningen verhogen.
5.3
Gebruik lokale deskundigheid
Een goede bron van (lokale) deskundigheid is Wonen Limburg. In de meeste buurten zijn de huurwoningen beter geïsoleerd dan de koopwoningen, afgemeten aan de geïnventariseerde energielabels. Wonen Limburg is daarom één van de belangrijkste partijen om het energietransitietraject van de woningbouw samen mee op te zetten.
Warmtetransitie gemeente Venray
23 / 85
Voor sommige buurten kan de aanpak die al door Wonen Limburg is doorgevoerd bij een aantal woningen gekopieerd worden voor vergelijkbare woningen van eigenaar/bewoners. Waar Wonen Limburg een bepaalde aanpak van de woningen in een buurt ontwikkelt, kan samen opgetrokken worden en de aanpak worden verbreed naar vergelijkbare woningen in een buurt. In een buurt waar een meerderheid van de woningen corporatiebezit zal altijd in overleg met Wonen Limburg de strategie worden bepaald. Goed contact met lokale ondernemers Technisch personeel is schaars. Deze schaarste neemt toe naarmate de energietransitie vordert. Samenwerken met lokale/regionale installateurs, ontwikkelaars, bouwers etc. zorgt ervoor dat de gemeente Venray een betrouwbare pool van energieprofessionals ontwikkeld. Ook voor het vertrouwen bij de burgers is het goed met lokale partijen samen te werken, in eerste instantie bij het opstellen van de transitievisie warmte en/of bij het uitvoeren van pilotprojecten.
5.4
Betrekken bedrijfsleven
Naast de directe betrokkenheid van verschillende bouw- en installatiebedrijven bij de uitvoering van maatregelen is de betrokkenheid van alle bedrijven nodig in het energietransitieproces. Bedrijven kunnen immers interesse hebben in bijvoorbeeld het aanleggen van een warmtenet of het leveren van biomassa en/of biogas waardoor de transitie in bepaalde buurten versneld kan worden. Sommige bedrijven kunnen restwarmte kwijt aan woningen en andere willen wellicht graag warmte afnemen zodra dat beschikbaar komt. Bij het opstellen van de transitievisie warmte dient daarom het (lokale) bedrijfsleven betrokken te worden, al dan niet via vertegenwoordigende instanties.
5.5
Creëer ruimte voor verduurzaming
Verduurzaming heeft – letterlijk – ruimte nodig. Openbare ruimte voor de aanleg van warmtenetten, het maken van WKO-bronnen, ketelhuizen, etc. Ook rond de woningen zelf is in sommige gevallen extra ruimte nodig. Bijvoorbeeld voor het plaatsen van een warmtepompbuitenunit of voor het aanbrengen van isolatie aan de buitenzijde. Wij adviseren om in het kader van de TVW ruimte voor duurzame warmte-installaties onder te bepalen randvoorwaarden beschikbaar te stellen. Bepaalde gebieden kunnen vervolgens in het omgevingsplan van de gemeente Venray worden vastgelegd. De mogelijkheden voor het stimuleren van duurzame warmtetoepassing zijn het vereenvoudigen van vergunningsprocedures, het vastleggen van locaties voor collectieve warmte-installaties en door de planning voor infrastructurele ingrepen te koppelen aan de planning voor de warmtetransitie. In hoofdstuk zes wordt bij verschillende buurten aangegeven waar veel ruimte voor collectieve warmte-installaties is of waar nog ruimte moet worden gecreëerd.
5.6
Faciliteer gezamenlijke inkoop
De meeste buurten van de gemeente Venray zijn niet homogeen. Met name voor de dorpen geldt dat er woningen uit bijna alle bouwperiodes voorkomen. Er is daarom niet veel winst te behalen door energiemaatregelen aan te bieden voor de gehele buurt of het gehele dorp. Per blok of straat gezamenlijk inkopen kan wél gunstig zijn. Het is dan goedkoper om het dak te isoleren, HR++-glas te plaatsen of de spouwmuur bij te vullen. Ook het gezamenlijk aanschaffen van nieuwe technische installaties kan voordelen (financieel, uitvoering en kwaliteit) opleveren. Het is echter niet realistisch om te verwachten dat de bewoners dit soort samenwerkingen zelf kunnen/gaan organiseren. De gemeente kan een actieve rol spelen door een platform te bieden voor gezamenlijke inkoopacties. Binnen het platform kunnen tenders worden begeleid voor isolatie en installaties. Door de begeleiding vanuit het platform kunnen de kosten voor bewoners lager worden en worden de risico’s beter beheersbaar. Bewoners moeten actief worden benaderd vanuit het platform. Alleen zo kan voldoende snelheid worden behaald om de transitie in de komende jaren op te starten. Bij verschillende buurten wordt aangegeven waar deze aanpak succesvol kan zijn.
Warmtetransitie gemeente Venray
24 / 85
5.7
Werk blok voor blok
Het is niet altijd mogelijk een gehele buurt in één klap aan te pakken, in veel gevallen is het ook niet noodzakelijk. Kleinschalige warmtenetten, waarbij op blok- of straatniveau een warmtevoorziening wordt gerealiseerd, zijn eenvoudiger te realiseren. Er zijn immers minder betrokken bewoners, zodat sneller overeenstemming bereikt wordt. De prestaties van een kleinschalig systeem hoeven zeker niet slechter te zijn dan een buurt-, wijk- of zelfs stadsaanpak. Blok voor blok aanpakken biedt de mogelijkheid bewoners die voor willen lopen te faciliteren en geeft de overige buurtbewoners een inspirerend voorbeeld. Wanneer van toepassing, wordt voor een buurt aangegeven in hoeverre deze blok voor blok aanpak geschikt is.
5.8
Pilotprojecten
Voor het zichtbaar maken van diverse energiebesparingsmogelijkheden en warmteopties stellen wij voor actief de resultaten van al uitgevoerde projecten meer bekendheid te geven. Voor de meeste mensen is het belangrijk als ze in hun eigen buurt een voorbeeld kunnen zien, liefst vergelijkbaar met de mogelijkheden van hun eigen woning. Nog mooier is het als ze de ervaring van de bewoners kunnen horen, als ze de woningen kunnen bezoeken. In de buurten waar dergelijke voorbeeldprojecten ontbreken, is het extra belangrijk een aantal pilotprojecten te initiëren. Per buurt wordt aangegeven welke pilotprojecten relevant kunnen zijn. Dat kunnen zowel individuele als collectieve opties zijn, zoals een (klein) warmtenet. De ervaringen hiervan kunnen het draagvlak voor toekomstige maatregelen verhogen en als input worden gebruikt voor de transitievisie warmte. Daar waar pilots met individuele opties worden voorgesteld en blijkt dat deze al voldoende zijn uitgevoerd, kan worden aangedrongen op het delen van de ervaringen in de buurt, bijvoorbeeld via de duurzame huizenroute. Voor wat betreft de collectieve projecten zijn er verschillende mogelijkheden die wellicht niet realiseerbaar zijn vóór afronding van de TVW, maar waarbij wel de businesscases kunnen worden berekend.
We hebben het dan over een WKO met aquathermie als warmtebron voor minimaal 100 woningen, in samenwerking met de woningcorporatie en het Waterschapsbedrijf. Een andere mogelijkheid is een hogetemperatuur warmtepomp voor bijvoorbeeld een appartementencomplex.
Warmtetransitie gemeente Venray
25 / 85
6
Vergelijking op buurtniveau Alle buurten in de gemeente Venray worden in de volgende paragrafen beschreven met verschillende mogelijkheden voor duurzame warmteopties. De diverse kansen en beperkingen kunnen een aanzet geven voor prioritering van aanpak in bepaalde buurten. In de volgende infographics zijn alle buurten met elkaar vergeleken op een aantal aspecten.
Warmtetransitie gemeente Venray
26 / 85
In onderstaand blokkenschema zijn alle aspecten opgenomen die een rol spelen bij de uiteindelijke keuze voor een duurzame warmteoptie. Er zijn vele aspecten die bij de verkenning meewegen en het is moeilijk hierbij een hiërarchie aan te geven op basis waarvan we tot bepaalde warmteopties in een buurt komen. In het blokkenschema staan de aspecten die bij de verkenning naar boven komen in donkerblauw. De lichtblauwe blokken komen in de volgende fase naar voren, tijdens het voorbereiden en uitvoeren van pilots en het opstellen van de TVW en het wijkuitvoeringsplan. Voor het formuleren van pilots en in de pilotfase en de fase van het wijkuitvoeringsplan is onze Keuzehulp Duurzaam Verwarmen goed inzetbaar. Hiervoor is het nodig te weten welke maatregelen per woning reeds zijn genomen en het temperatuurniveau van het afgiftesysteem te kunnen bepalen.
Figuur 2: Aspecten die meewegen bij voorstel duurzame opties
Om beter inzicht te geven in de afwegingen die worden gemaakt in de verkenning is in figuur 2 een rangschikking gemaakt van de verschillende blokken. Links (oranje) de bouwkundige cijfers (een ster geeft aan dat de gegevens hiervan vindbaar zijn in PowerBI). Hierbij zijn een aantal aspecten van belang om te bepalen of we richting midden temperatuur gaan, of dat lage temperatuur voor verwarming voldoende is. Hiervoor is niet alleen het isolatieniveau van belang, maar met name ook het afgiftesysteem. In het midden (geel) de koppelkansen die met name van belang zijn als er kansen zijn voor een (klein) warmtenet, en rechts de aspecten die met name bepalen wat de mogelijkheden zijn voor een warmtenet.
Warmtetransitie gemeente Venray
27 / 85
Figuur 3: Rangschikking van verschillende aspecten die afweging voor een bepaalde duurzame warmteoptie bepalen
Via een analyse kunnen verschillende aspecten gecombineerd in beeld worden gebracht waardoor naar voren komt in hoeverre individuele of collectieve opties in een bepaalde buurt gunstig zijn. In onderstaande tabel is per aspect aangegeven welke gegevens/cijfermateriaal in PowerBI zijn opgenomen en welke bronnen hiervoor zijn gebruikt. Onderaan de tabel staan nog enkele andere aspecten die zijn meegewogen bij de advisering van energiebesparende maatregelen en duurzame warmteopties.
Aspecten in PowerBI Bouwjaar woningen
Bron van de data WOZ/BAG
M2 per woning
Gegevens gemeente/ afd. WOZ
WOZ waarde
Gegevens gemeente/ afd. WOZ
Gasgebruik
CBS (per buurt)/ Enexis (per PC6) CBS
Percentage minima Energielabel huur/koopwoningen
CBS
Woningtype
Bestand gemeente/ afd. WOZ
Warmtetransitie gemeente Venray
afweging Bepalen homogeniteit van de buurt en besparingspotentieel Bepalen grootte van de woning. Eventuele plek voor binnenunit warmtepomp, boiler en buffervaten Bepalen waarde van de woningen en mogelijkheid om te investeren in verbeteringen; investeringsruimte, samen met percentage minima Voor het bepalen van het energiegebruik per m2 is het gasgebruik essentieel Bepalen in hoeverre bewoners in staat zijn te investeren in energiemaatregelen Bepalen in hoeverre er al veel energiemaatregelen zijn genomen bij eigenaar/bewoners of bij huurders; indicatie van het isolatieniveau Samen met leeftijd, energiegebruik, label en dichtheid bebouwing bepalend voor aantrekkelijkheid van individuele, dan wel collectieve opties
28 / 85
Dichtheid bebouwing
Klimaatmonitor gemeenten
Percentage corporatiewoningen
CBS/gemeente Venray
Onderhoudsplannen particuliere verhuurders
Afdeling RO van de gemeente
Voor warmtenetten/aquathermie wordt voor een rendabel project minimaal 20 woningen per hectare aangehouden. In de klimaatmonitor is een getal per buurt opgenomen, daarbij zijn ook de lokale groengebieden meegenomen. Beter is het om voor bepaalde clusters van woningen apart te bekijken wat de dichtheid is In geval van hoog percentage huurwoningen is het zaak om te kijken wat al bij de corporatiewoningen aan energiemaatregelen is getroffen en of samen met de woningcorporatie een vervolgactie kan worden opgezet. Voor het opstellen van de warmte transitievisie proberen om contact te leggen met de grotere particuliere verhuurders. Voor zover zij verhuren excl. gas-, water- en elektriciteitskosten is deze doelgroep niet snel geneigd maatregelen te nemen op het gebied van energie. Wanneer inclusief gas-, water- en elektriciteitskosten wordt verhuurd staat men hier meer dan open voor. Voor de gemeente Venray is slechts condensatiewarmte van koeling van onder andere supermarkten in beeld gebracht. Kansen voor WKO gesloten of open (aquifer).
Interessant als een bron in de nabijheid ligt van een aantal woning met een dichtheid groter dan 20 woningen per hectare Interessant als een bron in de nabijheid ligt van een aantal woning met een dichtheid groter dan 20 woningen per hectare De jaartallen van aanpak zijn door Wonen Limburg aangegeven en meegenomen in de analyse per buurt als koppelkans of overweging om in een bepaalde buurt te beginnen. Helaas zijn er niet altijd exacte projectspecificaties/informatie over de genomen maatregelen beschikbaar in verband met de fase waarin het project verkeerd. Kan een koppelkans zijn of overweging om in een bepaalde buurt te beginnen.
WML, Enexis en Waterschapsbedrijf
Kan een koppelkans zijn of overweging om in een bepaalde buurt te beginnen.
-
Restwarmtebronnen
Warmteatlas
Potentieel WKO gesloten of open Beschikbaarheid thermische energie uit oppervlaktewater en uit afvalwater Beschikbaarheid Thermische energie uit drinkwater
Warmteatlas
Onderhoudsplannen woningcorporatie
Werkzaamheden in de openbare ruimte (wegen, riolering en groenvoorzieningen Werkzaamheden WML, Enexis (gas- en elektriciteitsleidingen) en waterschap (hoofdriool)
Warmtetransitie gemeente Venray
Kaart Waterschapsbedrijf Kaart waterschapsbedrijf -
29 / 85
Overige aspecten Materialen gasleiding en diameters elektriciteitsleidingen Uiterlijk woning
Buitenruimte
Enexis Google streetview
Google maps
Onderhoudsplannen eigenaar/bewoners
-
Afgiftesysteem
-
Kan prioriteit bepalen voor pilotprojecten of aanpak in een bepaalde buurt Bij woningen die onderhoud nodig hebben, bijvoorbeeld voegen en schoonmaken metselwerk kun je eerder voorstellen om aan de buitenkant te isoleren. Dubbele winst, besparing en verhoging waarde woning. Sommige woningen hebben nog een gevel of dak met asbest. Ook daar kan prioriteit voor aanpak aan worden gegeven. Ruimte in de tuin voor bijvoorbeeld een buitenunit van een warmtepomp of ruimte in het openbare gebied voor een gezamenlijke warmtepomp Over het algemeen maken eigenaar/bewoners géén onderhoudsplannen. Voor zover er echter sprake is van vergelijkbare woning zou men op dit punt mee kunnen liften met de woningcorporatie. Wordt bepaald op basis van ervaring. Onze ervaring is dat met name de woningen die rond 2000 zijn gebouwd krap bemeten afgiftesystemen/ radiatoren hebben.
In een volgende fase van het energietransitieproces kunnen de gegevens in PowerBI worden geactualiseerd en er kunnen aspecten worden toegevoegd om per buurt een beter inzicht in de kansen voor bepaalde duurzame opties te krijgen.
Warmtetransitie gemeente Venray
30 / 85
7
Opties energiebesparing en duurzame warmte per buurt 7.1
Leeswijzer/achtergrond bij de afweging van opties
In dit hoofdstuk is voor alle buurten in de gemeente Venray aangegeven hoe de buurt er voor staat voor wat betreft de energietransitie. Het algemene beeld van alle buurten is dat er bij het gros van de woningen nog iets moet worden gedaan aan isolatie en/of het aapassen van het afgiftesysteem.
Specifieke aspecten in een buurt Een aantal aspecten spelen echter specifiek bij een aantal buurten. Deze opvallende parameters worden per buurt in beeld gebracht. Zo wordt specifiek voor deze buurt een aanpak mogelijk of meer bereikbaar. Dat kan op basis van bijvoorbeeld een type woning dat veel voorkomt, of gebaseerd op leeftijd van bepaalde woningen met al of niet een bepaald ventilatiesysteem dat weer bepaalde kansen geeft voor toepassing van hybride (ventilatie)warmtepompen. Voor wat betreft de warmteopties nemen we als referentie de opties uit de startanalyse, zie bijlage 2.
Hybride warmtepomp/non-fossiel gas Voor wat betreft de warmteopties nemen we als referentie de opties die uit de Startanalyse naar voren komen, zie bijlage 2 voor de uitleg daarvan. Omdat niet duidelijk is hoeveel en tegen welke prijs nonfossiel gas, groen gas of waterstof beschikbaar kan komen, verwacht PBL hiervoor geen uitvoeringsprojecten vóór 2030. Voor de komende jaren wordt daarom eerst gekeken naar opties als een LT of MT warmtenet of all-electric warmtepompen. De optie hybride warmtepompen wordt door ons in eerste instantie als overgangsoptie, gecombineerd met het bestaande (aard)gasnet. Als in een later stadium voldoende non-fossiel gas, groen gas of waterstof beschikbaar komt, kan een hybride warmtepomp alsnog als eindstadium voor een aardgasloze oplossing worden gezien.
Investeringruimte Ook de investeringsruimte is een maat voor haalbaarheid van bepaalde opties. In eerste instantie wordt deze gegeven op basis van een gemiddelde woning in een buurt, maar deze kan verder worden opgesplitst naar het soort woning; zie hiervoor het PowerBI bestand dat per buurt in bijlage 3 is toegevoegd. De investeringsruimte wordt gerelateerd aan het huidige gas- en elektriciteitsgebruik. De jaarlijkse kosten die je daarvoor kwijt bent kun je in principe stoppen in de financiering van volledige verduurzaming van een woning. Uitgangspunt bij dit getal is volledige verduurzaming van de energievoorziening, waarbij we uitgaan van elektriciteitsprijzen van € 0,20 per kWh en gasprijzen van € 0,80 per kWh en afschrijving van de investering in 15 jaar. Dit is nog enigszins voorzichtig, omdat bijvoorbeeld investeringen in isolatie en bodembron al snel meer dan 30 jaar meegaan. Bovendien maakt de energiebelasting in de komende jaren een verschuiving door. Op basis van de afspraken uit het Klimaatakkoord daalt de energiebelasting op elektriciteit en stijgt die op gas. In de loop der jaren stijgt de investeringsruimte en/of de besparing van de consument die reeds heeft verduurzaamd.
Individueel versies collectief Gezien de opbouw van de gemeente en de lage dichtheid van de woningen komt in de meeste buurten de individuele warmteoptie als meest kosteneffectief naar voren. Ook in de Startanalyse zie je dat in de meeste buurten terug. Slechts in enkele buurten heeft de aanleg van een collectief warmtenet lagere maatschappelijke kosten. We willen in ons advies wat specifieker adviseren dan het PBL in de Startanalyse doet. Een klein warmtenet in een deel van een buurt kan namelijk wel een goede optie zijn, zeker als er sprake is van een lokale restwarmtebron of een bron als oppervlaktewater, het hoofdriool of de RWZI (aquathermie). Het is dan interessant om nader te onderzoeken voor hoeveel woningen in de winter voldoende warmte beschikbaar kan komen. Bij een dergelijk klein project hoeft dan géén warmtekoudeopslag of WKO te worden aangelegd. In veel gevallen schat PBL de maatschappelijke kosten van een middentemperatuur warmtenet hoger in dan die van individuele opties. We gaan dan toch in op de mogelijkheden voor een warmtenet, omdat
Warmtetransitie gemeente Venray
31 / 85
voor bewoners aansluiten op een dergelijk warmtenet voordeliger kan uitpakken. Men hoeft dan immers minder te investeren in isolatie, afgiftesysteem en warmtepomp. Nadeel is wel dat na aansluiting de kosten voor ruimteverwarming en warm tapwater niet omlaag gaan. De kosten van het warmtenet moeten immers worden terugverdiend. Door in te zetten op kleinere warmtenetten verwachten wij de kosten van een warmtenet te beperken en daarmee de gebruikskosten te beperken. Kleine warmtenetten kunnen ook eerder in exploitatie worden genomen bij een partij met geen winstoogmerk, zoals een lokale energiecoöperatie. Ook de gemeente kan hierbij een actieve rol spelen (zie paragraaf 2.3). Lagere winstopslag beperkt de uiteindelijke gebruikskosten flink.
Koppelkansen De inzichten uit de Startanalyse worden in dit hoofdstuk gekoppeld aan lokale informatie over bijvoorbeeld de plannen van de woningcorporatie Wonen Limburg, vervanging van leidingen door diverse NUTS bedrijven en gepland onderhoud door de gemeente zelf. In die delen van een wijk waar de komende jaren koppelkansen ontstaan kan het eerst worden bekeken of er pilotproject technisch mogelijk is, financieel haalbaar en of hier in de betreffende buurt voldoende draagvlak voor is. Voor de afweging of een bepaalde warmteoptie gunstig is binnen een bepaalde buurt wordt gekeken naar een aantal parameters die genoemd zijn in de Startanalyse van PBL en wordt gekeken naar de parameters die vanuit PowerBI in beeld zijn gebracht (zie hoofdstuk 6).
Alle parameters Om de kansrijke opties in beeld te brengen zijn onderstaande parameters meegenomen. We hebben ons echter vooral geconcentreerd op de bouwkundige, installatietechnische en financiële aspecten. Bij het opstellen van de transitievisie kan worden bepaald welke aspecten zwaar of minder zwaar gaan meewegen bij de keuzes voor de alternatieven. Uiteindelijk is het aan het gemeentelijk bestuur, in afstemming met de gemeenteraad, (vertegenwoordigers van) bewoners, huurders, verhuurders en andere stakeholders om een keus te maken en met voldoende draagvlak richting wijk/buurtuitvoeringsplan en uitvoeringsfase te gaan.
Figuur 4
Warmtetransitie gemeente Venray
32 / 85
Volgorde buurten In de komende paragrafen worden de buurten van de gemeente Venray op alfabetische volgorde in beeld gebracht. Aan het eind van dit hoofstuk, vanaf 7.24 zijn de dorpen tot 200 inwoners, de 5 dorpen Geijsteren, Heide, Smakt, Veulen en Vredepeel in één paragraaf behandeld, ook weer op alfabetische volgorde.
Warmtetransitie gemeente Venray
33 / 85
7.2
Blitterswijck
Het dorp Blitterswijck heeft 1090 inwoners met een vrij gemêleerd woningenbestand van totaal 655 woningen. De energetische kwaliteit is divers. Ongeveer 25% van de woningen heeft label A of B, de rest heeft label C (rond 30%) of hoger. Nadruk in deze buurt ligt dus voorlopig op het verbeteren van de isolatie van de woningen. Het energiegebruik van de woningen in Blitterswijck ligt tussen de 800 en 2400 m³. De investeringsruimte op basis van de energierekening is daarmee vrij hoog: van € 14.000,- voor appartementen tot gemiddeld € 40.000,- voor vrijstaande woningen. Er is sprake van 8% corporatiewoningen en 31% particuliere huurwoningen.
Opties voor isolatie en afgifte Spouwmuurisolatie is bij een groot deel van de woningen mogelijk, met name voor de woningen gebouwd tussen 1960 en 1980, voor zover dit nog niet is uitgevoerd. De opbrengst hiervan is gezien de beperkte dikte (3-5 cm) van de spouw beperkt, maar geeft een redelijk goede basisisolatie. Bij de meeste woningen in Blitterswijck is voldoende ruimte beschikbaar voor buitenisolatie. Buitenisolatie levert een forse besparing op en is zonder (al te veel) overlast uit te voeren. Het verandert wel het uiterlijk van de woningen en is dus met name interessant als de buitengevel toch al moet worden aangepakt. Aandachtspunten hierbij zijn de aansluitingen met het dak en de dakgoot, combinatie van
Warmtetransitie gemeente Venray
34 / 85
isolatie van het dak geeft hier nog meer meerwaarde. Een natuurlijk moment hiervoor is vervanging van de dakpannen. Door isolatie wordt de benodigde temperatuur van het afgiftesysteem, bijvoorbeeld radiatoren, verlaagd. In veel gevallen is nog extra verbetering mogelijk door het vervangen van radiatoren door of het bijplaatsen van convectoren.
Opties voor duurzame warmte Uit de startanalyse van PBL komt naar voren dat het installeren van de individuele warmtepompen het meest kosteneffectief is voor de woningen in Blitterswijck. Voor het toepassen van een elektrische warmtepomp lijkt bij de meeste woningen voldoende ruimte, zowel in de woningen (boiler voor warm water) als buiten de woningen (buitenunit of bodembron). Voor woningen die nog niet voldoende zijn geïsoleerd, is het plaatsen van een hybride warmtepomp een goede tussenoplossing. De woningen waarbij isolatie niet of nauwelijks mogelijk is, kunnen op termijn worden voorzien van groen gas. Warmtenet Het PBL komt ook met een optie voor het toepassen van een warmtenet met geothermie. Vanwege de ligging bij de Maas is een warmtenet met aquathermie eerder een optie. Ook het hoofdriool dat bij Blitterswijck ligt kan gebruikt worden als warmtebron. Een warmtenet voor Blitterswijck is echter relatief duur aangezien de woningen redelijk ver uit elkaar liggen (50% van de woningen is vrijstaand). Het PBL geeft daarom niet voor niets aan dat een net op basis van aquathermie slechts geschikt is voor 3% van de woningen van Blitterswijck.
Praktische aanpak generiek 1.
2.
Advies is om in Blitterswijck voorlopig nog geen plan te maken voor duurzame warmteopties, maar een energiebesparingsprogramma op te zetten zodat woningen stap voor stap geschikt kunnen worden gemaakt voor individuele warmtepompen. Ondertussen kan worden bekeken in hoeverre de particuliere verhuur van woningen verdeeld is over meerdere partijen en hoe hiermee samenwerking kan worden gezocht. De gemeente kan een faciliterende rol spelen door gezamenlijke inkoop te organiseren en te werken met één of enkele voorbeeldwoningen in de buurt. Hierdoor kunnen de kosten voor bewoners aanzienlijk lager worden en wordt ook het draagvlak hoger.
Pilot/voorbeeldproject Bijna 20% van de woningen in Blitterswijck is rond 1977 gebouwd. De uitwerking van verduurzamingsmogelijkheden voor deze vergelijkbare woningen kan met voorrang worden opgepakt, al
Warmtetransitie gemeente Venray
35 / 85
dan niet in combinatie met dezelfde woningen in de rest van de gemeente. Het realiseren van een voorbeeldwoning in deze categorie lijkt het meest effectief.
7.3
Bomenbuurt
In de Bomenbuurt wonen 730 mensen verdeeld over 372 woningen. Vanwege het feit dat een groot deel van de buurt vernieuwd is, is in de bomenbuurt is maar liefst 90% van de labels van de woningen bekend. Bijna 50% van de woning heeft een A of B label. Slechts 3% van de woningen is vrijstaand. 41% van de woningen is na 1990 gebouwd. Het meest recente project is de sloop/nieuwbouw van woningen aan de Zuidsingel, in 2019 afgerond door Wonen Limburg. Ondanks de vernieuwing is het energiegebruik gemiddeld nog redelijk hoog, behalve voor de appartementen. De investeringsruimte voor rijtjeswoningen, hoek en 2/1 kapwoningen ligt daarbij gemiddeld op zo’n € 25.000,-. Meer dan 50% is tussen 1945 en 1970 gebouwd. De besparingsvoorstellen voor deze wijk concentreren zich met name op dit deel van de woningen.
Opties voor isolatie en afgifte Afgaande op het bouwkundig beeld van deze buurt zijn verschillende isolatie-opties mogelijk. Waar nodig kan spouwmuur- of glasisolatie worden aangebracht of verbeterd. Wanneer voldoende ruimte beschikbaar is bij de woningen en gevels toch aangepakt moeten worden, kan ook de buitengevel worden geïsoleerd. Waar nodig en mogelijk kunnen de vele platte daken in de Bomenbuurt aan de buitenkant (extra) worden geïsoleerd. Goed te combineren met isolatie van de gevels aan de buitenkant. Op die manier is de detaillering van de dakaansluiting het eenvoudigst te realiseren.
Warmtetransitie gemeente Venray
36 / 85
Afgiftesysteem De woningen die na 1992 zijn gebouwd zijn goed geïsoleerd. Ook bij deze woningen is echter het afgiftesysteem niet altijd geschikt voor lage temperatuur verwarming. Net als bij de oudere woningen is aan te bevelen de plaatsing van (extra) convectoren in de woonkamers (evt. ook keukens) van de woningen te stimuleren. Hierdoor daalt de afgiftetemperatuur in de woningen significant.
Opties voor duurzame warmte In de Startanalyse van PBL zijn als de drie warmteopties met de laagste maatschappelijke kosten aangegeven: warmtenet, hernieuwbaar gas en hybride warmtepomp in combinatie met hernieuwbaar gas. Warmtenet / klein collectief De Bomenbuurt is geschikt voor een warmtenet vanwege o.a. de dichtheid van de woningen (23 per hectare). Aangezien de openbare ruimte, de wegen, riolering en openbare verlichting net zijn opgepakt en momenteel (2020) wordt afgerond, ligt de aanleg van een warmtenet in deze buurt voorlopig niet voor de hand. Voor sommige delen van de wijk is klein collectief wellicht een optie, waar er ruimte kan worden gemaakt in het openbare gebied voor een collectieve installatie voor bijvoorbeeld 5 tot 10 woningen. Ook voor de appartementsgebouwen kan bij vervanging van de cv-installatie worden gekeken naar verduurzaming van de (collectieve) warmtevoorziening. Als op termijn een aansluitende wijk wordt voorzien van een warmtenet kan opnieuw worden overwogen (een deel van) de Bomenbuurt aan te laten haken.
Warmtetransitie gemeente Venray
37 / 85
Hybride warmtepomp Een hybride warmtepomp is naar alle waarschijnlijkheid nu al toepasbaar in de meeste woningen en wordt in de Startanalyse gezien als de op één na goedkoopste optie voor de Bomenbuurt. Hierbij kan bij gebrek aan buitenruimte gekeken worden naar ventilatiewarmtepompen al dan niet in combinatie met gebruik van buitenlucht. Individuele lucht/water warmtepomp Een all-electric warmtepomp voor verwarming en warm water is de optie om 100% aardgasvrij te worden. In deze buurt voor de meeste woningen qua buitenruimte niet overal even makkelijk. Ook het plaatsen van een boiler voor warm tapwater lijkt bij de woningen in de Bomenbuurt moeilijk haalbaar. Door innovaties kan deze optie in de komende jaren gunstiger uitpakken. Bij toepassing van all-electric warmtepompen moet ook worden bekeken of de capaciteit van de elektriciteitsleidingen in de buurt voldoende is. Hernieuwbaar gas Voor de woningen die niet kunnen aanhaken bij een (klein) collectieve warmtevoorziening en waar een individuele warmtepomp niet mogelijk is, kan op termijn hernieuwbaar gas worden aangeboden. Het aanbieden van hernieuwbaar gas wordt in de Startanalyse gezien als het goedkoopste gasloze alternatief.
Praktische aanpak generiek 1.
De gemeente kan een faciliterende rol spelen door gezamenlijke inkoop te organiseren van isolatiemogelijkheden. Bijna 30% van de woningen in de Bomenbuurt is rond 1962 gebouwd. Inmiddels heeft Wonen Limburg een aantal woningen hiervan gerenoveerd tot minimaal label C, meestal label A/B. In de komende jaren zet Wonen Limburg deze renovatie door. Wellicht is het mogelijk om in overleg met Wonen Limburg kopers bij de aanpak van vergelijkbare woningen te laten aanhaken.
Pilotprojecten 2. 3.
Bij succes van de isolatiecampagne kan worden doorgeschakeld naar de promotie van hybride (lucht)warmtepompen bij de woningen met een redelijke buitenruimte. Bij de woningen met minder ruimte kan een pilotproject worden opgezet voor een collectieve warmtepomp voor 5 tot 10 woningen. Dit kan bijvoorbeeld in de straten rond de Eikenlaan (waar woningen in rijen staan).
Warmtetransitie gemeente Venray
38 / 85
7.4
Brabander
In de buurt Brabander wonen 1925 mensen in ongeveer 715 woningen. De buurt Brabander is grotendeels nieuwbouw; 80% van de woningen is na 2000 gebouwd, meer dan 25% van de woningen is na 2010 gebouwd. Bij zo’n 65 woningen van deze woningen is géén gasaansluiting meer aangelegd (Brabander west). De wijk is redelijk ruim en groen opgezet met veel vrijstaande woningen. Het grootste deel van de woningen in de buurt heeft energielabel A. De investeringsruimte op basis van de huidige energierekening varieert van gemiddeld €11.500,- voor appartementen tot rond de € 35.000,- voor de vrijstaande woningen.
Slechts 20% van de buurt bestaat uit huurwoningen. Van de huurwoningen bestaat 50% uit (nieuwe) appartementen (aan De Schans). De aandacht gaat dus vooral uit naar het creëren van draagvlak voor energiemaatregelen bij eigenaar/bewoners van eengezinswoningen.
Warmtetransitie gemeente Venray
39 / 85
Opties voor isolatie en afgifte Voor wat betreft Isolatie gaat de aandacht vooral uit naar het kleine aantal woningen in de buurt die vóór 1980 zijn gebouwd. Te denken valt dan met name aan HR++ glas, dakisolatie en spouwmuurisolatie.
In Brabander is bij de meeste woningen voldoende ruimte beschikbaar voor buitenisolatie. Deze maatregel heeft een goede opbrengst en is zonder (al te veel) overlast uit te voeren. Wel betekent dit verandering van uiterlijk van de woningen. Dit kan gevoelig liggen, dus met name inzetten als optie als de buitengevel aan een opknapbeurt toe is. Aandachtspunten hierbij zijn de aansluitingen met het dak en de dakgoot. Combinatie met isoleren van het dak aan de buitenkant is daarom aan te bevelen. Dan is de detaillering van de dakaansluiting het eenvoudigst te realiseren. De aansluiting bij de dakkapellen is hierbij een aandachtspunt. Tot slot is het zeer sterk aan te bevelen om de plaatsing van (extra) convectoren in de woonkamers (evt. ook keukens) van de woningen te stimuleren. Hierdoor daalt de afgiftetemperatuur in de woningen significant. Bij woningen die ná 1990 zijn gebouwd is er kans dat het afgiftesysteem/de radiatoren krap zijn berekend. Ook daar is het soms nodig om (extra) convectoren te plaatsen waardoor verwarming met lagere temperaturen mogelijk is.
Opties voor duurzame warmte Uit de Startanalyse van PBL komt naar voren dat individuele warmtepompen de optie is voor Brabander met de laagste maatschappelijke kosten. Als tweede komt hier de hybride warmtepomp naar voren en als derde een warmtenet met middentemperatuur (MT) op basis van geothermie. Van de mogelijkheid van geothermie als warmtebron is voorlopig geen sprake. Wel is er een mogelijkheid om warmte te onttrekken aan de Loobeek die langs de buurt loopt (Thermische energie uit oppervlaktewater). In eerste instantie zijn daarvoor met name de appartementen geschikt, maar dat zijn er relatief weinig in deze buurt. Combinatie met de appartementsgebouwen in Noordwest (met hogere dichtheid van woningen) ligt dan eerder voor de hand. Individuele lucht/water warmtepomp Een individuele lucht/water warmtepomp is volgens PBL de goedkoopste optie om 100% aardgasvrij te worden voor de nieuwere woningen en goed na-geïsoleerde oudere woningen. Er zijn verschillende opties waarvoor bij de woningen in deze buurt zowel binnen als buiten voldoende ruimte lijkt te zijn (ook het plaatsen van een boiler voor warm tapwater). Let op dat voor deze optie is LT-verwarming noodzakelijk is. Dus meestal (extra) convectoren toepassen voor zover niet al vloerverwarming aangelegd is. Klein collectief met bodembron
Warmtetransitie gemeente Venray
40 / 85
Een all-electric warmtepomp met bodembron wordt over het algemeen als meest ideaal gezien, maar is duur vanwege het aanleggen van een bron voor elke woning. Er kan ook voor een aantal woningen een gezamenlijke (bodem)bron worden aangelegd. Daarmee wordt de aanschaf en installatie van een warmtepomp meer betaalbaar. Hybride warmtepomp Hybride warmtepompen zijn ook in de oudere woningen nu al toepasbaar. Hiervoor kan de buitenlucht als bron dienen via een buitenunit, maar kan ook worden gekozen voor ventilatiewarmtepompen die zijn aangesloten op de buitenlucht. Op termijn kan worden overgegaan naar een all-electric warmtepomp doordat ondertussen beter is geïsoleerd en/of betaalbare HT warmtepompen op de markt zijn gekomen.
Praktische aanpak generiek 1.
Interesse bij de eigenaar/bewoners van de nieuwere woningen wekken voor gezamenlijke inkoop/aanbesteding van all-electric warmtepompen. Hierbij kan, in samenwerking met lokale installateurs, bijvoorbeeld worden aangesloten bij de vervangingscyclus van de cv-ketels. Dat kan betekenen dat hiermee pas later in de buurt kan worden gestart, gezien de jonge leeftijd van de meeste woningen.
Pilotprojecten 1.
2.
Een deel van de oudere woningen kan al over op hybride warmtepompen of all-electric voor zover het afgiftesysteem dit toelaat. Belangrijkste hierbij is dat het aanbod hiervoor moet plaatsvinden op het moment dat de huidige verwarmingsinstallatie vervangen moet worden. In dit kader kan een samenwerkingsproject (voor de hele gemeente) met installatiebedrijven uit de gemeente of regio worden opgezet. Inventariseren van interesse voor klein collectief systeem met realisatie gezamenlijke bodembron voor meerdere woningen en een warmtepomp per woning die de ruimteverwarming en het warm tapwater verzorgt.
Warmtetransitie gemeente Venray
41 / 85
7.5
De wijk Brukske (Buurten Brukske 1 en 2)
Brukske 1 is een homogene buurt met iets meer dan 1000 woningen, grotendeels gebouwd tussen 1970 en 1980, met in het westen een klein bedrijventerrein. Ook Brukske 2 is behoorlijk homogeen. Meer dan 95% van de woningen is gebouwd tussen 1970 en 1980. De woningdichtheid in Brukske 1 is relatief hoog (21 per ha) en Brukske 2 nog iets hoger (bijna 27 per ha). De woningen in Brukske zijn naar alle waarschijnlijkheid (beperkt) na-geïsoleerd met spouwmuur, zolderisolatie en dubbel glas. Desalniettemin zijn de energielabels niet erg goed. Het dominante label bij de zowel koop- als huurwoningen is C of D, met relatief veel woningen die een hoger label hebben en minder goed geïsoleerd zijn. Het verbruik van de woningen in Brukske 1 is hoger dan gemiddeld, waarmee de investeringsruimte op basis van de energierekening vrij hoog is: van gemiddeld € 23.000,- voor de appartementen tot zo’n € 44.000,- voor de vrijstaande woningen. In Brukske 2 liggen deze bedragen wat lager: van gemiddeld € 14.000,- voor de appartementen tot zo’n € 26.000,- voor de hoekwoningen.
Het grootste deel, bijna 60% van de buurt, bestaat uit huurwoningen. Woningbouwvereniging Wonen Limburg is al aan de slag geweest met veel woningen in Brukske 1 en 2. In 2018 zijn de huurwoningen in Brukske 1 grotendeels naar label A gebracht. Bij voorstellen voor een verdere verduurzaming moet Wonen Limburg nadrukkelijk worden betrokken. De woningen in Brukske zijn gegroepeerd in rijen. Dit geeft kansen voor een blok-voor-blok aanpak.
Warmtetransitie gemeente Venray
42 / 85
Opties voor isolatie en afgiftesysteem Technisch gezien is er waarschijnlijk het eenvoudigst winst te behalen door te mikken op dakisolatie en het vernieuwen van glas. Mogelijk kan een collectieve spouwmuurcampagne worden gestart voor woningen die de spouwmuur nog niet hebben geïsoleerd. Dit is echter een relatief kleine groep. Extra isolatie met gevelisolatie is effectiever, maar relatief duur. Bij de woningen die een opknapbeurt nodig hebben, kan dit het meest succesvol zijn omdat hiermee ook de waarde van de woning flink omhoog wordt gebracht. Door het verhogen van de isolatiewaarde is de benodigde temperatuur voor het verwarmen van de woning flink omlaag te brengen. Waar nodig kunnen de woningen nog worden uitgerust met (extra) convectoren.
Opties voor duurzame warmte De hoge woningdichtheid van Brukske 2 is de belangrijkste reden waarom in de Startanalyse een middentemperatuur warmtenet wordt voorgesteld (de laagste maatschappelijke kosten). Aansluiting van delen van Brukske 1 moet hierbij bekeken worden, omdat in delen van deze buurt nog stalen gasleidingen liggen die vervangen moeten worden en in 2022 een aantal waterleidingen vervangen worden (rond de Vivaldistraat en de Verdistraat). Bij Enexis staat een gasleiding in de Leunenseweg in 2023 op de nominatie om te worden vervangen.
Warmtetransitie gemeente Venray
43 / 85
In Brukske 1 komt vanuit de Startanalyse hernieuwbaar gas als optie naar voren met de minste maatschappelijke kosten. Daarna hybride met hernieuwbaar gas en all-electric warmtepompen met een laag temperatuur (LT) warmtenet voor de appartementen.
Warmtenet (deel van de buurt) Een lage temperatuur warmtenet lijkt voor de buurt ongeschikt. Alleen voor de appartementsgebouwen in de buurt kan lage temperatuur geschikt zijn. Bijvoorbeeld het appartementencomplex aan de Mozartstaat, mits het afgiftesysteem hiervoor geschikt is. Een warmtenet met middentemperatuur ligt voor de wijk Brukske eerder voor de hand omdat daarmee minder aanpassingen aan de woningen hoeven te worden aangebracht. Restwarmte met lage temperatuur van bijvoorbeeld de Jumbo supermarkt (Brukske 1) kan op de gewenste temperatuur worden gebracht met een gezamenlijke warmtepomp voor een aantal woningen. Er wordt door PBL in Brukske 2 uitgegaan van het voeden van het middentemperatuur warmtenet door geothermie, maar daar is voorlopig in de buurt geen sprake van. Er zijn echter diverse bronnen voor een warmtenet in de buurt van Brukske, onder andere 3 vormen van aquathermie. Vlak bij de buurt ligt een hoofdleiding van het riool, een hoofdleiding van de waterleiding én er ligt een plas ten zuiden van de buurt aan de Weideweg (zie bijlage 5). Dit zijn bronnen met lage temperatuur, maar met een gezamenlijke warmtepomp kan de temperatuur op het niveau van middentemperatuur (maximaal 70°C) worden gebracht. Warmtepomp per woningblok Binnen de buurt verschilt de ruimte voor installaties. Het plaatsen van buitenunits is daarom niet overal haalbaar.
Een bodembron voor elke woning is (veel) te duur, maar deze kan ook voor een blok van woningen worden aangelegd. De gemeente moet hiervoor mogelijk (tijdelijk) werkruimte scheppen binnen de Openbare Ruimte, beplantingszones/groenstroken. Voor zowel warmtenet als klein collectief is het aan te bevelen te onderzoeken of de aanvoer van warmte door de nok van de daken te realiseren is. Zeker als ook dakisolatie wordt aangelegd, kunnen de werkzaamheden worden gecombineerd en dat kan de kosten sterk drukken t.o.v. het ingraven van leidingen. Ook beperkt deze optie de aanleg van leidingen binnen de woningen.
Warmtetransitie gemeente Venray
44 / 85
Praktische aanpak regulier 1.
2.
3.
Interesse bij een deel van de eigenaar/bewoners wekken voor gezamenlijke inkoop/aanbesteding van isolatie, dubbel glas en convectoren. De reeds aangepakte woningen van Wonen Limburg kunnen hierbij als voorbeeld worden gebruikt. Voor woningen uit de jaren zeventig zijn diverse besparingsconcepten ontwikkeld. In overleg met Wonen Limburg kan met name voor Brukske 2, waar veel woningen nog geen A of B label hebben, bekeken worden of bij bepaalde huurwoningen een dergelijk concept kan worden toegepast en of dit concept ook voor vergelijkbare koopwoningen kan worden aangeboden. Een deel van de woningen kan al over op hybride warmtepompen of all-electric voor zover het afgiftesysteem dit toelaat. Belangrijkste hierbij is dat het aanbod hiervoor plaatsvindt op het moment dat de huidige verwarmingsinstallatie vervangen moet worden. Samenwerking met de lokale installateurs kan hierbij een kans zijn.
Voorstel Pilots 1.
7.6
Onderzoek naar gebruik van aquathermie voor een middentemperatuur warmtenet in Brukske 2, al dan niet gecombineerd met levering van warmte aan de bedrijven in Brukske West en met (delen van) Brukske 1. In eerste instantie kan daarbij worden gekeken naar de toepassing van warmte uit het hoofdriool dat ten zuiden van Brukske loopt. Als uit dit hoofdriool voldoende warmte kan worden gewonnen in de winter, hoeft hiervoor geen warmtekoudeopslag te worden aangelegd. Gebruik van de restwarmte van de supermarkt kan ook in dit onderzoek worden meegenomen.
Burggraaf
De buurt Burggraaf is een relatief kleine buurt in Venray met 284 woningen. Het grootste deel van de buurt is vanaf 1980 gebouwd. Het energiegebruik ligt bij de eengezinswoningen (grotendeels koop) hoger dan gemiddeld, waarbij er op basis van de energierekening een behoorlijke investeringsruimte is. Per woning ligt in Burggraaf de investeringsruimte tussen € 16.500,- voor de appartementen tot gemiddeld bijna € 42.000,- voor de vrijstaande woningen. 40% van de woningen zijn appartementen en corporatiebezit. Er zijn daarbij nu nog 50% C en D labels, maar een groot deel van de woningen op de Burggraaf wordt dit jaar (2020) aangepakt. Streven van Wonen Limburg is om woningen tot minimaal label B te renoveren, met uitschieters tot label A.
Warmtetransitie gemeente Venray
45 / 85
Isolatie en afgiftesysteem Het isolatieniveau van woningen tussen 1979 en 2012 kan beter, maar is lastig te verbeteren. De spouwmuur is immers al geïsoleerd. Alleen als een woning van de buitenkant een opknapbeurt verdient is buitenmuurisolatie een interessante optie. Bij vervanging van het dubbel glas kan worden gekozen voor HR++ of zelfs triple glas (als dat binnen de bestaande kozijnen mogelijk is). Het gros van de woningen lijkt goed geïsoleerd, maar de capaciteit van het afgiftesysteem is wellicht te krap om met lage temperatuur te kunnen verwarmen. Bijplaatsen van convectoren of vervangen van radiatoren voor LT-convectoren is hierbij het advies om de woningen geschikt te maken voor lagere temperatuur en toepassing van een warmtepomp.
Opties voor warmte In de Startanalyse wordt voor de wijk Burggraaf als goedkoopste optie een middentemperatuur warmtenet voorgesteld op basis van geothermie. Voor een warmtenet is naar ons oordeel de dichtheid te laag en zou warmtelevering zich moeten beperken tot de appartementen. Met name voor verduurzaming van een nu al collectieve warmtevoorziening of blokverwarming is een warmtenet heel goed mogelijk. Een voorbeeld hiervan is in Venray aan de Veltumse Kleffen gerealiseerd. Voor de appartementen aan de Noordsingel kan nog worden bekeken of in de toekomst gebruik kan worden gemaakt van restwarmte van de supermarkt van Jan Linders. Als tweede optie komt de hybride warmtepomp met hernieuwbaar gas naar voren. De all-electric warmtepomp en de HR-ketel met hernieuwbaar gas volgen kort hierop. Wij denken dat de nieuwere woning met enkele aanpassingen voor het afgiftesysteem geschikt gemaakt kunnen worden voor een allelectric warmtepomp. De woningen lijken groot genoeg om een extra boiler kwijt te kunnen in de woning en een buitenunit in de buitenruimte (of plek voor een bodembron gevonden kan worden). Bij de oudere woningen kan eerder gekeken worden naar de optie cv-ketel met groen gas, al dan niet in combinatie met een hybride warmtepomp.
Praktische aanpak/pilotprojecten 1.
Polsen van interesse bij de eigenaar/bewoners van de nieuwere woningen voor gezamenlijke inkoop/aanbesteding van all-electric warmtepompen. Hierbij kan, in een gezamenlijk project met
Warmtetransitie gemeente Venray
46 / 85
2.
lokale of regionale installateurs, worden aangesloten bij de vervangingscyclus van de cv-ketels. Aandachtspunt hierbij is het afgiftesysteem. Een deel van de oudere woningen kan al over op hybride warmtepompen of all-electric voor zover het afgiftesysteem dit toelaat. Belangrijkste aandachtspunt hierbij is dat het aanbod plaatsvindt op het moment dat de huidige verwarmingsinstallatie vervangen moet worden. In dit kader kan worden samengewerkt met installatiebedrijven.
Warmtetransitie gemeente Venray
47 / 85
7.7
Castenray
Castenray is een dorp met zo’n 800 inwoners, verdeeld over 319 woningen van verschillende bouwjaren. De woningen zijn relatief groot, grotendeels vrijstaand of twee-onder-een-kap. Het gemiddeld gasgebruik van de koopwoningen ligt net onder de 2000 m³ aardgas. Op basis van de energierekening is er dus een redelijk hoge investeringsruimte: van gemiddeld € 17.000,- voor de appartementen tot bijna € 39.000,voor de vrijstaande woningen.
Slechts 9% is corporatiewoning. De verduurzaming hangt dus met name af van het draagvlak hiervoor bij woningeigenaren.
Opties voor isolatie en afgiftesysteem Spouwmuurisolatie is bij een groot deel van de woningen mogelijk, met name voor de woningen tussen 1960 en 1980, voor zover deze nog niet is uitgevoerd. De opbrengst hiervan is gezien de beperkte dikte (3-5 cm) van de spouw beperkt, maar geeft een redelijk goede basisisolatie. Bij de woningen in Castenray is voldoende ruimte beschikbaar om te denken aan buitenisolatie. Buitenisolatie levert een forse besparing op en is zonder (al te veel) overlast uit te voeren. Het levert wel verandering van het uiterlijk van de woningen op, dus met name interessant als de buitengevel toch al moet worden aangepakt. Dat lijkt echter (nog) bij weinig woningen in Castenray het geval.
Warmtetransitie gemeente Venray
48 / 85
Om woningen met minder isolatie geschikt te maken voor duurzame verwarming kan het afgiftesysteem worden aangepast. Hiertoe kunnen radiatoren worden vervangen voor lage temperatuur (LT) convectoren of convectoren worden bijgeplaatst of kan worden gedacht aan vloer- of wandverwarming. Dit laatste uiteraard alleen op een natuurlijk moment als de woning toch wordt gerenoveerd.
Opties voor warmte Hoewel er kansen zijn voor toepassing van aquathermie is het een warmtenet al snel te duur voor Castenray, met name vanwege het beperkt aantal woningen per hectare (0,35). Van de individuele warmteopties lijkt de all-electric warmtepomp het meest geschikt, ook vanuit de Startanalyse komt deze optie naar voren. Er is over het algemeen voldoende ruimte in de woningen voor een extra boilervat voor warm water en voldoende buitenruimte voor een eventuele buitenunit. Voor het toepassen van een bodemwaterbron lijkt ruimte voldoende, maar vanwege de ligging van Castenray in een gebied met een provinciale restrictie is hier specifiek toestemming van de provincie Limburg nodig. De woningen die niet goed geïsoleerd kunnen worden en waarbij een lage temperatuursysteem moeilijk is toe te passen, kunnen in de toekomst worden voorzien van groen gas, al dan niet in combinatie met een hybride warmtepomp.
Praktische aanpak generiek Er is geen specifiek gebied binnen Castenray aan te wijzen dat om speciale aandacht vraagt. In een voorlichtingscampagne voor verduurzamingsmogelijkheden van de gemeente Venray kan wel worden benadrukt dat er relatief hoge besparingen per woning mogelijk zijn.
Voorbeeldproject/pilot Mocht er in Castenray animo zijn voor een voorbeeldproject, dan ligt isolatie en plaatsen van een allelectric warmtepomp bij een of meer vrijstaande woningen voor de hand.
7.8
Venray Centrum
In het centrum van Venray staan ongeveer 1307 woningen in een redelijk hoge dichtheid van 27 woningen per hectare. Vanaf 1980 is het centrum behoorlijk vernieuwd. Meer dan 60% van de woningen is van 1980 of recentere datum. Hierdoor is het centrum van Venray een mix van oude en nieuwe woningen.
Warmtetransitie gemeente Venray
49 / 85
Een kwart van de woningen is verhuurd door Wonen Limburg (met name appartementen van na 1988), 40% is koopwoning en een derde deel is particulier verhuurd. De energielabels van de huurwoningen zijn relatief goed, het grootste deel heeft label A of B. De koop- en de huurwoningen in de particuliere sector scoren over het algemeen lager. Het energiegebruik per m² is daarbij relatief hoog. Als het gaat om verduurzamen zal de meeste aandacht uitgaan naar deze woningen. Vanwege het relatief hoge gebruik ontstaat er voor verduurzamingsmaatregelen een redelijk hoge investeringsruimte bij de grondgebonden woningen: rond € 26.000,- voor tussenwoningen en gemiddeld meer dan € 40.000,- voor de vrijstaande woningen.
Opties voor isolatie en afgifte In het algemeen kan isolatie – uiteraard – voor de woningen in deze buurt worden aanbevolen en ondersteund. Bijvoorbeeld door collectieve inkoop te faciliteren. Het is echter niet mogelijk om vooraf in te schatten welke mogelijkheden het meest voor de hand liggen. Dat is per woning verschillend.
Opties voor warmte
Gezien de beperkte ruimte tussen de woningen is er nauwelijks ruimte voor collectieve voorzieningen, maar ook niet voor een buitenunit. Vanuit de Startanalyse wordt dan ook terecht aangegeven dat hybride
Warmtetransitie gemeente Venray
50 / 85
warmtepompen in combinatie met non-fossiel gas het meest geschikt zijn en met de minste kosten gerealiseerd kunnen worden. Te denken valt hierbij met name aan de toepassing van ventilatiewarmtepompen waarbij géén buitenunit nodig is. Aangezien de woningen een niet al te grote inhoud hebben is er ook moeilijk een plek te vinden voor een extra voorraadvat voor warm water. Restwarmte In het centrum ligt de Jumbo supermarkten (voorheen Emté) waarvan bekend is dat daar restwarmte vrijkomt (bron: warmteatlas). Dit is wellicht een optie voor het leveren van ruimteverwarming aan bijvoorbeeld appartementen in de buurt van deze supermarkt.
Aanpak/voorstel pilotprojecten 1.
2.
7.9
Voorbeeldproject of inkoopactie hybride ventilatiewarmtepompen bij een aantal woningen die na 1975 zijn gebouwd. Bij de meeste woningen na 1975 is mechanische afzuiging met een MVbox toegepast, met toevoer van buitenlucht via roosters boven de ramen. Ventilatiewarmtepompen zijn het best toepasbaar in combinatie met een MV-box. De (appartementen)complexen van Wonen Limburg kunnen als zelfstandig project worden aangepakt. Voor zover in deze complexen een collectieve installatie aanwezig is, kan bij vervanging waar mogelijk een duurzame installatie worden aangelegd, wellicht in combinatie met het gebruik van restwarmte van de Jumbo supermarkt. Of hier in de toekomst mogelijkheden voor komen, moet eerst worden nagevraagd bij het supermarktconcern.
Keizersveld
De buurt Keizersveld bestaat voornamelijk uit bedrijven. In Keizersveld is slechts 1 woning geregistreerd uit 1952. Helaas zijn gegevens over warmtevraag en energiegebruik van bedrijven lastig te verkrijgen i.v.m. privacy. Het is zaak om bij het opstellen van de warmtevisie in gesprek te gaan met de bedrijven om te achterhalen of er eventueel restwarmte beschikbaar is en of de nu geproduceerde warmte voor met name ruimteverwarming op een duurzame manier kan worden ingevuld. We kijken hierbij met name naar het mogelijke gebruik van restwarmte van de RWZI en uit het hoofdriool dat langs de wijk Landweert en Keizersveld loopt.
Warmtetransitie gemeente Venray
51 / 85
7.10
De wijk Landweert (buurten Landweert 1,2 en 3)
Landweert is een wijk die is gebouwd tussen 1980 en 2000. De buurt Landweert 1 heeft 830 woningen die zijn gebouwd tussen 1980 en 1990 (waarvan 47% corporatiewoningen). Landweert 2 heeft 922 woningen die tussen 1980 en 2000 zijn gebouwd (waarvan 28,5% corporatiewoningen), en de buurt Landweert 3 heeft 853 woningen en is gebouwd tussen 1990 en 2000 (waarvan 9% corporatiewoningen). Gemiddelde oppervlakte van de woningen loopt op van 103 m² bij Landweert 1 tot 129 bij Landweert 3.
De drie buurten zijn redelijk homogeen en de verschillen tussen de buurten zijn gering; bij de buurten ligt de dichtheid van de woningen allemaal boven de 22 woningen per hectare. De woningen van Landweert 3 zijn het zuinigst: daar hebben de woningen bijna allemaal een A of een B-label, in Landweert zijn het vooral label B en C woningen en een aantal label D woningen. Landweert 1 heeft weer meer label A woningen, maar bij de vrijstaande woningen zijn ook nog verschillende F en G woningen te vinden. Dat laatste heeft er wellicht mee te maken dat er nog zo’n 25 woningen van vóór 1980 zijn blijven staan in Landweert 1. De investeringsruimte van deze woningen is het hoogst (rond €15.000,- voor de appartementen tot bijna €39.000,- voor de vrijstaande woningen), maar bij deze woningen moet op het gebied van isolatie dan ook nog heel wat gebeuren.
Warmtetransitie gemeente Venray
52 / 85
Isolatie en afgiftesysteem Woningen tussen 1980 en 2000 zijn redelijk goed geïsoleerd. Voor wat betreft het dak kan aan de binnenkant nog extra isolatie aangebracht worden. Vervangen van een dak met isolatie aan de buitenkant of het opknappen van een gevel is nog niet aan de orde. Blijft over dat bij vervanging van het dubbel glas naar HR++ of triple glas nog redelijke slagen kunnen worden gemaakt. Daarnaast kan worden bekeken in hoeverre extra convectoren of het vervangen van bestaande radiatoren voor convectoren mogelijk is, zodat op een lagere temperatuur kan worden verwarmd.
Mogelijke warmteopties Voor wat betreft de na te streven lage temperatuur kun je als eerste een warmtenet toepassen in Landweert 3. In de Startanalyse denkt men ook aan warmtenet als meest goedkope optie, maar dan met middentemperatuur met geothermie. Deze optie is nog ver weg, maar wellicht kan hierbij gebruik worden gemaakt van de restwarmte van de Plus-supermarkt in Landweert 3. Een warmtenet wordt er echter moeilijk, omdat er met name eigenaar-bewoners wonen waarbij het lastiger is om draagvlak voor een warmtenet te creëren. In Landweert 2, en nog meer in Landweert 1, zijn de kansen voor een warmtenet groter als op dit punt kan worden samengewerkt met Wonen Limburg, waarvan respectievelijk bijna 30 en meer dan 45% van de woningen in bezit is. Landweert 2 kan wellicht gebruikmaken van de hoofdrioolleiding die in de buurt ligt, waaruit warmte voor ruimteverwarming zou kunnen worden gewonnen. Hybride warmtepompen zijn bij Landweert 2 en 3 de tweede opties uit de Startanalyse. Bij Landweert 1 komt het, in combinatie met groen gas, als goedkoopste optie uit de bus. Daar kunnen we goed in meegaan; het gros van de woningen in Landweert is voorzien van mechanische ventilatie. Een ventilatiewarmtepomp is in de meeste gevallen mogelijk en een goede optie.
Zeker in de wat kleinere woningen in Landweert 1, waar in huis lastig ruimte gevonden kan worden voor bijvoorbeeld een boiler voor warm tapwater. En deze is nodig wanneer er wordt gekozen voor een all-electric warmtepomp. Groen gas en een cv-ketel is in de Startanalyse ook genoemd als optie voor deze buurt, qua kosten vergelijkbaar met die van een all-electric warmtepomp. Hiervoor komen wat ons betreft alleen de hele oude woningen voor in aanmerking, waar de mogelijkheden om te verduurzamen (te) beperkt zijn.
Warmtetransitie gemeente Venray
53 / 85
Aanpak (regulier) 1.
In gesprek gaan met Wonen Limburg over de plannen voor Landweert en de mogelijkheden voor een eventueel warmtenet in Landweert 2.
Voorbeeldproject 1.
7.11
Voorbeeldproject met ventilatiewarmtepompen bij een aantal koop- en/of huurwoningen uit Landweert 1 of 3 die voorlopig nog niet geschikt zijn voor een all-electric oplossing.
Leunen
Leunen is een dorp ten zuiden van Venray met een groot buitengebied en ongeveer 858 woningen. De dichtheid is minder dan 1 woning per hectare, maar in het dorp zelf zijn nog kleine dichtbebouwde gebieden te onderscheiden. Er zijn woningen uit bijna alle bouwjaren te vinden, met een bouwpiek rond de jaren ’70. Een klein deel (11%) van de woningen is in corporatiebezit. De aandacht bij verduurzaming gaat dus met name naar de eigenaar/bewoners. Bijna 30% van de woningen heeft label A of B; dit betreft vooral de nieuwere woningen. De investeringsruimte op basis van de energierekening is hoog: van gemiddeld € 26.000,- voor een tussenwoning tot bijna € 42.000,- voor de vrijstaande woningen.