CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Bijlage Technische analyse TVW

Commissie Wonen 12 oktober 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Vaststellen Transitievisie Warmte.25.261 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Warmtetransitie woningen Gemeente Venray Analyse technische opties en praktische mogelijkheden per buurt

DATUM

9 december 2020

OPDRACHTGEVER

Gemeente Venray Hanny van Dinther en Arjen van Wijngaarden Business Development Holland b.v. Theo Elfrink & Paul Friedel

AUTEURS

Inhoudsopgave 1 Inleiding

4

2 Strategieën 7 2.1 Strategie 1: All-electric in combinatie met extra isolatie 7 2.2 Strategie 2: Warmtenet met midden- en hogetemperatuurbron 8 2.3 Strategie 3: Warmtenet met laag temperatuurbron (LT) zoals aquathermie 9 2.4 Strategie 4: Inzetten op isolatie en toepassing van hybride warmtepompen en non-fossiel gas 12 2.5 Strategie 5: Isoleren en non-fossiel gas 13 3 Ontwikkelingen om rekening mee te houden 3.1 Regionale Energiestrategie (RES) 3.2 Gebruik en vervangen van huidige gasleidingen 3.3 Status van de huidige laagspanningsnetten voor elektriciteit 3.5 (Ruimtelijke) ontwikkelingen binnen de gemeente/koppelkansen 3.6 Ontwikkelingen bij de woningcorporatie 3.7 Contouren nieuwe Warmtewet (Warmtewet 2)

15 15 15 16 16 17 17

4 Warmtebronnen in de gemeente Venray 4.1 Restwarmtebronnen 4.2 Aquathermie 4.3 Geschatte opbrengst warmtekoudeopslag (WKO) - bron: warmteatlas en WKOTool.nl 4.4 Geothermie 4.5 Reststromen biomassa (eventueel om te zetten in groen gas)

18 18 19 20 21 22

5 Algemene aanbevelingen richting de Transitievisie Warmte 5.1 De bewoners op één 5.2 Betrokkenheid maatschappelijke organisaties 5.3 Gebruik lokale deskundigheid 5.4 Betrekken bedrijfsleven 5.5 Creëer ruimte voor verduurzaming 5.6 Faciliteer gezamenlijke inkoop 5.7 Werk blok voor blok 5.8 Pilotprojecten

23 23 23 23 24 24 24 25 25

6 Vergelijking op buurtniveau

26

7 Opties energiebesparing en duurzame warmte per buurt 7.1 Leeswijzer/achtergrond bij de afweging van opties 7.2 Blitterswijck 7.3 Bomenbuurt 7.4 Brabander 7.5 De wijk Brukske (Buurten Brukske 1 en 2) 7.6 Burggraaf 7.7 Castenray 7.8 Venray Centrum 7.9 Keizersveld 7.10 De wijk Landweert (buurten Landweert 1,2 en 3) 7.11 Leunen 7.12 Merselo 7.13 Noordwest 7.14 Oirlo 7.15 Oostrum

31 31 34 36 39 42 45 48 49 51 52 54 56 57 60 61

Warmtetransitie gemeente Venray

2 / 85

7.16 Oranjebuurt 64 7.17 Smakterheide 65 7.18 St. Antoniusveld 67 7.19 De wijk Veltum (Veltum 1 en 2) 69 7.20 Vlakwater 71 7.21 Wanssum 72 7.22 West Midden 74 7.23 West Zuid 76 7.24 Ysselsteyn 77 7.25 De kleinere kerkdorpen (met minder dan 200 woningen) 78 7.26 Geijsteren 78 7.27 Heide 79 7.28 Smakt 80 7.29 Veulen 80 7.30 Vredepeel 81 .1 Bijlage 1: Overzicht opties energiebesparing en duurzame warmte 83 .2 Bijlage 2: Toelichting strategieën PBL 83 .3 Bijlage 3: PDF bestand vanuit Power BI bestand met daarin de complete weergave van de data analyse per buurt 83 .4 Bijlage 4: Potentie aquathermie in de gemeente Venray 84 .5 Bijlage 5: Elektriciteitskabels en materialen gasleidingen in de gemeente Venray 85

Warmtetransitie gemeente Venray

3 / 85

1

Inleiding Vanuit het Klimaatakkoord is bepaald dat gemeenten vóór eind 2021 een transitievisie warmte (TVW) moeten opstellen. De verkenning van duurzame warmteopties per buurt vormt hiervan de basis. Als ondersteuning heeft de rijksoverheid diverse gegevens beschikbaar gesteld, zoals de Leidraad Warmte met daarbij de Startanalyse die door het Planbureau van de leefomgeving (PBL) is opgesteld. PBL heeft vijf te volgen strategieën voor een duurzame warmtevoorziening geformuleerd en per (CBS) buurt aangegeven welke van deze vijf opties met de minste maatschappelijke kosten gerealiseerd kan worden. Verschillen binnen een buurt worden niet of nauwelijks aangegeven (tenzij er bijvoorbeeld al deels een warmtenet is). In het algemeen beperkt de startanalyse zich tot het berekenen van één optie voor de gehele buurt, wat naar ons idee alleen representatief is in een sterk homogene buurt met vergelijkbare woningen. Omdat in Venray slechts enkele buurten homogeen zijn, hebben wij geprobeerd om per buurt een differentiatie te geven van de mogelijke maatregelen, zowel qua isolatie, afgiftesystemen als de mogelijkheden voor toepassing van verschillende duurzame warmteopties. In de meeste buurten moet eerst het isolatieniveau van de woningen verbeterd worden alvorens duurzame warmteopties rendabel toegepast kunnen worden.

Aan de hand van verschillende databronnen (CBS, gemeente, Warmte Atlas, etc.) is de situatie per buurt in kaart gebracht. Deze data is aangevuld met gegevens van netwerkbedrijf Enexis, Waterschap Limburg, Waterleidingmaatschappij Limburg (WML) en woningcorporatie Wonen Limburg. Ook de gemeente heeft gegevens aangeleverd van plannen in de openbare ruimte die wellicht kunnen leiden tot koppelkansen. Helaas gaat de planning hiervan niet verder dan 2025, maar voor het inplannen van eventuele pilots kunnen bepaalde werkzaamheden wellicht worden gecombineerd. Zodat daarmee een kostenbesparing kan worden gerealiseerd. Vervolgens heeft BDH in de gemeente de situatie per buurt bekeken via onder andere Google Maps en Streetview. Met een combinatie van deze visuele informatie en de verzamelde data hebben we een concrete inschatting gemaakt van de mogelijkheden die er zijn voor energiemaatregelen en duurzame warmteopties. Dit rapport bestaat uit meerdere delen: 1. Beschrijving verschillende mogelijke strategieën om te verwarmen zonder aardgas 2. Ontwikkelingen om rekening mee te houden 3. Overzicht van de belangrijkste energiebronnen voor warmte in de gemeente Venray 4. Algemene aanbevelingen voor de gemeente voor de aanpak van de warmtetransitie 5. Een overzicht van de situatie en aanbevelingen per buurt en een vergelijking voor alle buurten.

Uit dit overzicht kan een prioritering voor de aanpak per buurt worden bepaald 6. Vergelijking op buurtniveau 7. Opties energiebesparing en warmte per buurt Daarnaast zijn er vijf bijlages: 1. Een overzichtsdocument waarin alle energiebesparings- en duurzame warmteopties beschreven worden, inclusief voor- en nadelen, praktische aspecten en een kostenindicatie 2. Beschrijving van de 5 strategieën van Planbureau van de Leefomgeving (PBL) 3. Een Microsoft Power BI bestand met daarin de complete weergave van een data-analyse per buurt 4. Kaarten van warmteopties aquathermie (TEO, TEA en TED) 5. Kaarten van elektriciteit- en gasleidingen Enexis

Warmtetransitie gemeente Venray

4 / 85

Vervolgstappen Dit rapport is een eerste opstap naar een TVW. De achtergronden en mogelijkheden per buurt worden in kaart gebracht en een voorselectie voor pilots en uitvoering kan hieruit al snel gedestilleerd worden. Het rapport is nog geen blauwdruk voor de warmtetransitie zelf. Per buurt wordt nader bekeken welke opties levensvatbaar zijn en hoe de praktische implementatie vormgegeven kan worden. Financierbaarheid is hierbij van belang, maar draagvlak onder de bewoners cruciaal. Daarom is het belangrijk in de volgende fase van Visievorming en pilots (deze twee kunnen deels parallel lopen) nadrukkelijk samen te werken met de direct betrokken partijen als de woningcorporatie (Wonen Limburg), netbeheerder (Enexis), Waterleidingmaatschappij Limburg (WML), Waterschap Limburg/Waterschapsbedrijf en verschillende vertegenwoordigende instanties van lokale bedrijven en bewoners.

Verkenning duurzame warmteopties (dit document)

Pilotprojecten

Transitievisie warmte

Opschalen naar buurtniveau

Terugkoppeling ervaringen

Voor de meeste buurten is geen eensluidende aanbeveling gedaan voor de te kiezen techniek. Nader onderzoek is nodig om tot de passende duurzame warmteoplossing per buurt te komen. Het maken van een kostenberekening voor de specifieke omstandigheden is altijd nodig. In het overzichtsdocument met technieken (bijlage 1) is wel een indicatie voor de kosten van iedere techniek gegeven. Per buurt geven we aan of bepaalde plaatsen geschikt zijn voor een pilotproject. De pilot begint bij een indicatie van de technische oplossing, de bijbehorende kosten met daarbij het creëren van draagvlak bij bewoners en bij verschillende partijen zoals een energiecoöperatie. Vervolgens wordt bepaald wie de trekker van het proces wordt. Dat kan de gemeente zijn, maar ook de woningcorporatie, het Waterschapsbedrijf of een lokale energiecorporatie. Maar, zoals aangegeven, is dit een stap voor een volgende fase, het wijkuitvoeringsplan (WUP). In alle gevallen is het essentieel om de bewoners mee te krijgen en de benodigde financiering te vinden. De transitie naar een duurzame warmtevoorziening vraagt om grote investeringen en is een aanzienlijke opgave voor het gemeentelijk apparaat van de gemeente Venray.

Afbakening Per buurt wordt aangegeven welke maatregelen nodig en mogelijk zijn om de woningen zonder aardgas te verwarmen. In deze rapportage wordt daarbij niet gekeken naar utiliteitsgebouwen. In elke buurt zijn echter in meer of minder mate bedrijfsgebouwen, zoals kantoren en winkels, aanwezig. Als er gekozen wordt voor een collectieve voorziening voor de woningen in een wijk/buurt, zoals een warmtenet, is het aan te bevelen ook de mogelijkheden voor het aansluiten van gebouwen/kantoren van bedrijven mee te nemen. Deze extra energievraag kan een project meer rendabel en/of een kosten-batenanalyse sluitend maken. In het vervolgstadium kan het ook andersom werken. Een initiatief vanuit het bedrijfsleven om gebruik te maken van een duurzame warmtebron kan extra rendabel worden als er woningen in een (deel van een) buurt worden aangesloten. Vandaar het advies om bedrijven (organisaties) bij de uitwerking van de TVW te betrekken. Voor sommige buurten geldt dat zowel isolatiemogelijkheden als duurzame warmteopties beperkt mogelijk zijn. Wij raden aan bij deze buurten pas als laatste actief te benaderen voor het toepassen van duurzame warmteopties. Voorbeeld hiervan zijn de monumentale woningen in het centrum van Venray.

Dit heeft als voordeel dat innovaties op het gebied van energiebesparing en duurzame warmtetoepassingen er wellicht toe leiden dat er op termijn toch maatregelen bij deze woningen technisch mogelijk of beter betaalbaar zijn. Te denken valt hierbij aan ontwikkelingen op het gebied van

Warmtetransitie gemeente Venray

5 / 85

warmtepompen die een hoge(re) temperatuur kunnen leveren, minder geluidsproductie van een buitenunit of warmtepompen zonder buitenunit. Ook de mogelijkheden voor toepassing van non-fossiel gas zoals biogas en waterstof kunnen verbeteren. Het aantal woningen dat hiervoor in aanmerking kan komen is nu nog minimaal vanwege de beperkte beschikbaarheid en de hoge prijs van non-fossiel gas. De optie om non-fossiel gas in te zetten wordt dan ook voor geen enkele buurt expliciet aanbevolen.

Recreatieparken De gemeente Venray heeft een recreatiepark op haar grondgebied; De Witte Vennen bij Oostrum. De kwaliteit van deze 320 recreatiewoningen is in het kader van dit project niet in beeld gebracht. Het lijkt een goed plan om voor een volgende fase de eigenaar van deze woningen te betrekken en te bekijken of een regionale of provinciale aanpak van deze woningen mogelijk is. Dit is interessant, omdat het recreatiepark is gecombineerd met een recreatieplas, waardoor thermische energie uit oppervlaktewater toepasbaar kan zijn. Ook is er sprake van restwarmte bij het nabijgelegen bedrijf Rixona waarvan wellicht gebruik kan worden gemaakt.

Warmtetransitie gemeente Venray

6 / 85

2

Strategieën In hoofdstuk 7 is per buurt de bouwkundige staat van de woningen geschetst en zijn de kansen aangegeven voor energiebesparing d.m.v. verbetering van isolatie en de mogelijkheden voor toepassing van verschillende duurzame warmtetoepassingen. De gemeente Venray heeft een aantal buurten met een homogene samenstelling (woningen uit dezelfde bouwperiode). In de meeste buurten en dorpen zijn woningen uit verschillende tijdsperiodes terug te vinden en moet waarschijnlijk een mix van strategieën worden ingezet om uiteindelijk de buurt aardgasloos te kunnen verwarmen en van warm tapwater te voorzien. In bijlage 2 is een overzicht van de strategieën van PBL gegeven. In dit hoofdstuk zijn deze strategieën samengevat en aangegeven op welke manier met deze verkenning een verdere verdiepingsslag wordt gemaakt en/of extra opties voor duurzame warmte worden gegeven.

Rode draad Het vervangen van aardgas door elektrische verwarming gaat gepaard met een hogere belasting van het elektriciteitsnet. De gevolgen daarvan wil men zo veel mogelijk beperken. Beperken van de energievraag door isolatie is daarom de basis van elke strategie. Daarnaast streeft men naar een combinatie van zo laag mogelijke temperatuur van het afgiftesysteem (radiatoren, vloer- of wandverwarming) en waar mogelijk toepassen van (seizoens)opslag om het elektriciteitsgebruik in de wintermaanden te beperken. Bij de aanleg van een warmtenet zijn de gevolgen voor het lokale elektriciteitsnet het kleinst. In de scenario’s van PBL wordt de nadruk gelegd op de maatschappelijke kosten. Dat wil zeggen dat alle kosten worden ingeschat en meegenomen die bij de keuze voor een bepaalde duurzame warmteoptie worden gemaakt, inclusief bijvoorbeeld het aanpassen van het elektriciteitsnet. Helemaal correct is dit niet, omdat ook andere ontwikkelingen vragen om een hogere capaciteit van het net, zoals het invoeden van lokaal geproduceerde elektriciteit, elektrisch laden van auto’s en, in mindere mate, maar wel relevant voor het piekverbruik, koken op elektriciteit. Wij leggen daarom in deze verkenning de nadruk bij de kosten en baten voor de bewoner. De vijf strategieën worden in de komende paragrafen nader uitgewerkt.

Bij elke strategie worden de kosten per woning voor de bewoners, de CO₂-reductie (voor de gehele woning) en de jaarlijkse besparing op de totale energierekening (uitgaande van huidige en toekomstige prijzen) aangegeven. Op deze manier krijgt u een beeld van de verschillen tussen de mogelijke warmteopties.

2.1

Strategie 1: All-electric in combinatie met extra isolatie

Deze strategie is in sommige wijken in te zetten bij woningen die voldoende geïsoleerd zijn en waarbij het afgiftesysteem kan worden (of al is) ingeregeld op lage temperaturen. Bij woningen die relatief ver uit elkaar liggen is een warmtenet niet snel rendabel en ligt het installeren van een warmtepomp voor de hand. In de Startanalyse worden alleen de varianten bodemwarmtepomp, met individuele bodembron, en lucht/water warmtepomp met buitenunit genoemd. Aandachtspunt is hierbij dat er plaats moet zijn om een bodembron te boren of een buitenunit te plaatsen zonder geluidsoverlast. Ook in de woning is ruimte nodig, met name voor een boiler voor warm tapwater. Buiten de varianten uit de Startanalyse verwijzen wij ook naar lucht/water warmtepompen die geschikt zijn voor hogere temperaturen (tot ca. 65oC. aanvoertemperatuur), de ontwikkeling van warmtepompen zonder buitenunit (op dit moment tot maximaal 6 kW) en het aanleggen van een gezamenlijke bodembron voor 4 à 5 woningen (zie bijlage 1).

Kosten en opbrengsten -

Meer investering t.o.v. cv-ketel inclusief subsidie en BTW: tussen € 7.000,- en 10.000,- voor een lucht/water warmtepomp en zo’n € 15.000,- voor een bodemgebonden warmtepomp. De kosten

Warmtetransitie gemeente Venray

7 / 85

-

-

voor het verwijderen van de aardgasaansluiting, op dit moment zo’n € 600,-, komen hier nog bij. In een deel van de woningen moet de groepenkast nog aangepast worden voor elektrisch koken. CO₂-reductie t.o.v. een HR ketel is ca. 35% (lucht-water) en ca. 40% (bodem-water). De besparing van een all-electric warmtepomp t.o.v. cv-ketel in vergelijking met een hybride warmtepomp is hoger, doordat géén vaste kosten voor een gasaansluiting meer hoeven te worden betaald. De gemiddelde financiële besparing van een all-electric warmtepomp is ca. 35 (lucht/water) tot ca. 40% (bodem/water) van de energierekening (tot € 950,-/jaar bij prijspeil begin 2020 en basis jaargebruik 1.700 m3 aardgas en 3.000 kWh elektriciteit).

NB In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de energieprijzen in de komende jaren met behulp van wijzigingen in energiebelasting worden aangepast. De energiebelasting op aardgas wordt hoger, de energiebelasting op elektriciteit lager. Als gevolg hiervan loopt de besparing van een all-electric warmtepomp ten opzichte van toepassing van een cv-ketel jaar voor jaar op. Berekend bij een prijs van € 1,- per m³ aardgas en € 0,15 per kWh elektriciteit kunnen de energiekosten van een all-electric warmtepomp meer dan 50% lager uitkomen ten opzichte van een cv-ketel. In dat geval is er (veel) meer ruimte voor extra isolerende maatregelen en eventueel benodigde aanpassingen aan het afgiftesysteem, die op hun beurt weer zorgen voor extra besparingen.

Aanbeveling Het voorstel is voorlopig alleen in te zetten op grootschalige vervanging van cv-ketels (op aardgas) door all-electric warmtepompen in buurten met goede isolatie (homogene samenstelling) en een afgiftesysteem dat geschikt is voor toepassing van lagere temperaturen. In buurten waar goed geïsoleerde woningen ver uit elkaar liggen is een warmtenet niet rendabel. Hier moet worden bekeken in hoeverre het afgiftesysteem geschikt is voor lagere temperaturen. Vervolgens kan een collectief aanbod worden gedaan voor een all-electric warmtepomp (waarbij bewoners uit andere buurten die voldoen aan de randvoorwaarden aan kunnen haken).

2.2

Strategie 2: Warmtenet met midden- en hogetemperatuurbron

Als er in een gemeente midden- of hogetemperatuurbronnen beschikbaar zijn op basis van bijvoorbeeld restwarmte van fabrieken of op basis van geothermie, dan kan met deze energie een deel van de woningen gevoed worden. Hiervoor kan een middentemperatuur warmtenet van ongeveer 70°C worden aangelegd, zodat woningen kunnen worden voorzien van warmte voor ruimteverwarming én warm tapwater. Voor een gemeente als Venray, waar in de meeste buurten verschillende soorten woningen met verschillende energievraag en afgiftesysteem staan, is een dergelijk warmtenet prima geschikt. Probleem is alleen dat de aanleg van een dergelijk warmtenet een aanzienlijke investering is. Bij dichte bebouwing (meer dan 20 woningen per hectare) is een warmtenet mogelijk. Er zijn echter maar enkele buurten in Venray die aan dit criterium voldoen. Bovendien wordt er, voor zover bekend, door bedrijven uit de gemeente Venray nauwelijks tot geen restwarmte geproduceerd. Een derde optie voor rechtstreekse voeding van een warmtenet met warmte van hoge- of middentemperatuur is een biomassa WKK. Verschillende gemeenten hebben hier op ingezet de laatste jaren. Helaas is de hoeveelheid hiervoor beschikbare biomassa in de gemeente Venray beperkt en staat het verbranden van biomassa voor (duurzame) energie ter discussie.

Ook gezien het beperkte aanbod in de gemeente (zie paragraaf 4.5) is deze variant in deze verkenning niet uitgewerkt. De kansen van een andere hoog temperatuur warmtebron, geothermie, worden in noord en midden Limburg nog nader onderzocht in het kader van het nationale onderzoeksprogramma SCAN (Seismische Campagne Aardwarmte Nederland). De resultaten hiervan worden in 2021 of 2022 verwacht (zie hiervoor ook paragraaf 4.4).

Warmtetransitie gemeente Venray

8 / 85

In de Startanalyse komt het warmtenet met middentemperatuur als duurste variant naar voren en wordt daarom door ons in géén van de buurten voorgesteld. Een warmtenet met middentemperatuur kan echter voor een klein deel van een buurt rendabel uitpakken, bijvoorbeeld wanneer er een restwarmtebron op korte afstand voorhanden is. Er zijn een aantal bedrijven die restwarmte leveren, zoals de grotere supermarkten die - met name in de zomer - veel koelen en deze energie via het dak weer afvoeren. Als het aanbod van de restwarmte vooral in de zomer is, ligt de combinatie met warmtekoudeopslag (WKO) in een aquifer voor de hand (zie voor toelichting WKO bijlage 1). Bij WKO kan de warmte in de zomer worden opgeslagen en in de winter weer omhoog worden gepompt. De investering voor een WKO is aanzienlijk; al snel meer dan € 250.000,-. Over het algemeen gaat men bij de aanleg van een WKO uit van minimaal 100 woningen. Vervolgens heb je alsnog een bron met laagtemperatuur en een warmtepomp nodig om deze warmte in de winter weer op de juiste temperatuur te brengen. In dat geval kan net zo goed voor aquathermie als bron gekozen worden. (zie strategie 3)

Kleinschalig warmtenet (blokverwarming) Flats of appartementencomplexen die nog worden verwarmd door een collectieve cv-installatie kunnen ook verduurzaamd worden door middel van toepassing van een hoog temperatuur (HT) warmtepomp al dan niet in combinatie met extra isolatie. Door toepassing van specifieke koudemiddelen kan ondanks een hoge aanvoertemperatuur van 70°C of hoger toch een goed rendement van de warmtepomp worden behaald (zie bijlage 1).

Kosten en opbrengsten -

-

De aansluitkosten voor een woning op een warmtenet liggen rond de € 4.000,- incl. btw. Dit zijn de maximale kosten die worden doorgerekend aan de woningeigenaren, vastgelegd in de Warmtewet. De werkelijke kosten liggen vaak hoger. Meestal komen er extra kosten bij voor de verwijdering van de aardgasaansluiting (soms zijn deze meegerekend bij het realiseren van de aansluiting op het warmtenet). Voor een deel van de woningen moet de groepenkast nog aangepast worden voor elektrisch koken.

Een besparing op de energierekening is er voorlopig niet, omdat op dit moment nog het ‘niet meer dan anders principe’ wordt gehanteerd. De warmteprijzen stijgen voorlopig nog mee met de aardgasprijs (inclusief energiebelasting). Bij forse stijging van de energiebelasting stijgt de warmteprijs niet meer mee om aansluiting op een warmtenet voor bewoners aantrekkelijker te maken. Het voordeel dat bewoners hebben bij het aansluiten op een MT-warmtenet is dat ze niet of nauwelijks kosten hoeven te maken voor extra isolatie of aanpassing van het afgiftesysteem. Daarnaast zijn aansluitkosten eenmalig. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de energiebelasting op aardgas wordt verhoogd en op elektriciteit wordt verlaagd. Door deze wijziging in de energieprijzen kan de besparing van een warmtenet t.o.v. een cv-ketel op aardgas oplopen tot 20%. Dit is berekend bij een totale prijs van € 1,- per m³ gas en 0,15 per kWh elektriciteit. Voorwaarde hierbij is wel dat de warmteprijzen niet meestijgen met de energiebelasting op aardgas. De wijziging in de energieprijzen, onder invloed van aanpassingen van de energiebelasting, zorgt er in ieder geval voor dat toepassing van een warmtenet in de komende jaren gunstiger wordt.

2.3

Strategie 3: Warmtenet met laag temperatuurbron (LT) zoals aquathermie

De optie laag temperatuur warmtenet is het meest geschikt voor buurten die homogeen zijn, met redelijk geïsoleerde woningen voorzien van een laagtemperatuur afgiftesysteem, waarbij bovendien een warmtebron in de buurt aanwezig is. Een warmtenet met lage temperatuur is het meest gunstig in verband met de beperkte verliezen bij het transport van de warmte. Bovendien kan een warmtenet met lage temperatuur met allerlei soorten warmtebronnen, zoals aquathermie, worden gevoed.

Warmtetransitie gemeente Venray

9 / 85

Warm tapwater en aquathermie Aandachtspunt bij een laagtemperatuur warmtenet is dat de geleverde warmte een te lage temperatuur heeft voor warm tapwater. Er is dus een extra voorziening nodig voor warm water. Die kan worden gerealiseerd door middel van een elektrische boiler, een boosterwarmtepomp of een ventilatiewarmtepomp/warmtepompboiler, op ventilatielucht of (deels) buitenlucht. De goedkoopste optie voor de productie van warm tapwater is een elektrische boiler. Deze gebruikt echter ook de meeste elektriciteit. De boosterwarmtepomp gebruikt de warmte uit het warmtenet om deze vervolgens op tapwatertemperatuur te brengen. Een ventilatiewarmtepomp gebruikt warmte uit de ventilatielucht en/of buitenlucht. De investering voor een ventilatiewarmtepomp is vergelijkbaar met de boosterwarmtepomp. Verschil is dat bij de ventilatiewarmtepomp na aanschaf alleen betaald wordt voor de benodigde elektrische energie. Bij de boosterwarmtepomp haal je naast elektriciteit de benodigde warmte uit het warmtenet en die warmte moet ook worden betaald. De meest logische en stabiele lage temperatuurbron voor de gemeente Venray is aquathermie. Een lage temperatuur warmtenet is in slechts enkele buurten geschikt, zoals in Brabander, Landweert en St. Antoniusveld, waar goed geïsoleerde woningen zijn gebouwd (vanaf 1990 tot 2015).

Aandachtspunt is hierbij wel dat het afgiftesysteem te krap kan zijn uitgevoerd en hiervoor nog aanpassing of uitbreiding nodig is in een aantal woningen. In de andere buurten met minder goed geïsoleerde woning zijn de minst geïsoleerde woningen leidend voor het gevraagde temperatuurniveau: Dan moet je al snel kijken naar een warmtenet met middentemperatuur (rond 70°C). Bij het leveren van de benodigde middentemperatuur moet de warmte uit het oppervlaktewater, hoofdwaterleiding, RWZI of hoofdleiding van het riool met een warmtepomp op 70°C worden gebracht. Het totale energetische rendement van een middentemperatuur warmtenet is daarom lager dan een laagtemperatuur net.

Kosten en opbrengsten -

-

-

-

De kosten voor een laag temperatuurnet zijn lager dan voor een netwerk met hogere temperaturen. De verliezen zijn lager. Nadeel is dat een laag temperatuurnet eigenlijk alleen geschikt is voor een (zeer) goed geïsoleerde woning, en er moet, naast de aansluitkosten van zo’n € 4.000,- ook nog een toestel voor productie van warm tapwater worden aangeschaft. Een mogelijkheid voor toepassing van een LTV warmtenet is het installeren van een water/water warmtepomp voor elke woning die warmte produceert uit het LTV op het gevraagde niveau voor verwarming en warm tapwater. Daarmee wordt de installatie per woning duurder. Een ander alternatief is het verhogen van de temperatuur van de bron door een gezamenlijke grote warmtepomp. Dit is per woning goedkoper. In dat geval spreek je echter over een middentemperatuur warmtenet. De CO₂-reductie kan voor een middentemperatuur warmtenet met aquathermie als bron uitkomen op ongeveer 25% t.o.v. een HR ketel. Voor een LT net kan de CO2 besparing oplopen tot bijna 35%. Let wel, deze berekening is op basis van de huidige elektriciteitsmix. Uiteraard wordt de CO2-reductie hoger naarmate het percentage opwekking van duurzame elektriciteit stijgt.

Aanbeveling Er is voor een aantal buurten een kans voor aquathermie (zie 4.2), maar niet al deze buurten voldoen aan de juiste voorwaarden. In negen buurten is de dichtheid van het aantal woningen boven de twintig woningen.

Warmtetransitie gemeente Venray

10 / 85

In andere buurten kan de dichtheid hoog zijn in een klein deel van de buurt. Aquathermie uit het (hoofd)riool of de (hoofd)waterleiding kan een dergelijk klein net voeden. Zo lang warmtekoudeopslag niet nodig en de afstand tot de bron klein is, kunnen de kosten van de aanleg van een warmtenet beperkt blijven. Het aanleggen en beheren van een warmtenet is niet eenvoudig en brengt de nodige risico’s met zich mee. Interessant is nog wel om de onderzoeken naar toepassing van aquathermie in de regio te volgen. Zo loopt er een onderzoek naar het gebruik van thermische energie aquathermie uit de Maas in Venlo. WML (Limburgs drinkwater) is bezig met een pilotproject Thermische energie uit Drinkwater voor het eigen pompstation in de buurt van Venlo en staat open voor een pilot met woningen. Op basis van goede regionale voorbeelden kan het enthousiasme/draagvlak voor een dergelijke toepassing binnen de gemeente groeien alvorens hier concrete voorstellen voor te doen. Aanpassing van de energieprijzen kan de uitkomsten van een kosten-batenanalyse hiervoor sterk verbeteren.

Trekkersrol van de gemeente? Het initiatief tot een warmtenet te komen ligt in eerste instantie bij de gemeente. Een aantal warmtenetexploitanten zijn geïnteresseerd om lokale en kleinschalige warmtenetten te exploiteren, maar hanteren hierbij wel een behoorlijke winstmarge. Om warmtenetten betaalbaar te houden, kan het helpen als ze geëxploiteerd worden door een organisatie zonder winstoogmerk, zoals een lokale energiecoöperatie. Slechts in een enkel geval lukt het een energiecoöperatie om een lokaal warmtenet te exploiteren. Thermobello in Culemborg is daarvan een goed voorbeeld. Tot nu toe houden de meeste energiecoöperaties zich bezig met het opzetten van Duurzame Energieprojecten met zonne- en soms windenergie en verkopen ze lokaal opgewekte stroom. Af en toe worden ook lokale inkoopacties opgezet met de inkoop van zonnepanelen en/of isolatie. Het opzetten en/of exploiteren van een lokaal warmtenet vraagt hele andere capaciteiten. Van inwoners in een gemeente kan dus niet vanzelfsprekend verwacht worden dat zij zichzelf voldoende kunnen organiseren om warmtenetten technisch, financieel en organisatorisch mogelijk te maken. Gezien de hoge kosten die warmtenetten kunnen hebben, is het de moeite waard te bekijken hoe actief de rol van de gemeente moet en kan zijn. Door te kiezen voor een actieve rol (bv.

een gemeentelijk warmtebedrijf) kunnen de kosten beheerst worden en risico’s eerlijk worden verdeeld. Bovendien heeft men bij een actieve rol voor de gemeente invloed op de uiteindelijke warmteprijs die aan de bewoners wordt berekend. In de exploitatie moet men ernaar streven de warmteprijzen niet volledig te laten meestijgen met de aardgasprijzen, zodat aansluiten op een warmtenet voor bewoners aantrekkelijk is.

Warmtetransitie gemeente Venray

11 / 85

Een goed overzicht van de mogelijke rollen is te vinden in een document van RVO: https://warmopweg.nl/wp-content/uploads/2019/01/Rol-van-Gemeenten-bij-aanleggenwarmtenetten.pdf.

2.4

Strategie 4: Inzetten op isolatie en toepassing van hybride warmtepompen met non-fossiel gas

Bij deze strategie blijft de HR ketel in de woning hangen en wordt er een warmtepomp met laag vermogen naast geplaatst. De warmtepomp werkt vooral efficiënt tussen 18°C buitentemperatuur tot rond het vriespunt, afhankelijk van de kwaliteit en capaciteit van de warmtepomp. In de Startanalyse wordt in deze strategie alleen ingegaan op de toepassing van een lucht/water warmtepomp met buitenunit (zie bijlage 2). Inmiddels zijn er verschillende soorten hybride toepassingen van warmtepompen, waarbij ook lucht/ water warmtepompen worden ingezet op basis van ventilatielucht en/of direct gebruik van buitenlucht (zonder buitenunit) of dat er een water/water warmtepomp wordt ingezet die een zonnecollector of zogenaamd PVT paneel als bron gebruikt (hierbij wordt een combinatie van een zonPV- en een zonneboiler in één apparaat geplaatst). Een hybride warmtepomp kan overal als een ‘no regret’ oplossing worden toegepast. Ook wanneer de hybride warmtepomp nog niet optimaal functioneert, wordt en blijft het huis gewoon warm en wordt er met de cv-ketel warm tapwater gemaakt. We adviseren echter deze maatregel altijd te combineren met isolatie. Isolatie verdient zich in de bijna alle gevallen snel terug, zorgt voor een lager benodigde temperatuur van het afgiftesysteem. Hoe beter een woning in de loop van de tijd geïsoleerd wordt, des te beter functioneert de hybride warmtepomp.

Er kan worden ingezet op energiebesparing in de woning door (betere) isolatie van dak, muur en vloer, verbetering van het afgiftesysteem en inregeling van de verwarmingsinstallatie. Waar nodig en mogelijk dient ook de ventilatie van de woningen verbeterd te worden. Er is waarschijnlijk weinig weerstand tegen deze strategie omdat hybride warmtepompen meestal zonder aanpassingen in de woningen kunnen worden toegepast. Een van de weinige nadelen is dat er geen heel snelle terugverdientijd is van de warmtepomp (voor gasgestookte opties was dat destijds niet anders). Dat komt doordat de vastrechtkosten van een gasaansluiting € 250,- per jaar bedragen en deze waarschijnlijk stijgen de komende jaren. Er is wél een lager tarief bij een laag gasgebruik. Hier kan het een uitdaging zijn om de woning steeds zuiniger te stoken om onder de 500 m³ gas te komen, zodat de vaste lasten in ieder geval zakken tot minder dan € 200,-. Aandachtspunt bij deze strategie is geluid van een buitenunit van een hybride warmtepomp buiten de woning. Waar géén geluidsoverlast wordt verwacht en voldoende afstand kan worden gehouden met de omwonenden, kan worden gekozen voor een hybride warmtepomp met buitenunit.

Is er geen plek voor een buitenunit of kan het geluid van de buitenunit niet binnen de wettelijke kaders gerealiseerd worden, dan is er keuze tussen een hybride ventilatiewarmtepomp of toepassing van PVT als bron. Tot voor kort konden ventilatiewarmtepompen slechts een klein deel van het vermogen van een woning voor hun rekening nemen. Inmiddels zijn er ventilatiewarmtepompen op de markt die ook een aansluiting met de buitenlucht hebben en een hoger vermogen kunnen leveren. Combinatie met een mechanische ventilatie is beter, maar géén vereiste meer voor toepassing van deze warmtepomp. Over het algemeen is het risico op geluidsoverlast bij een hybride minder dan bij een all-electric warmtepomp. Op de momenten dat een all-electric warmtepomp op vollast draait (bij een lage buitentemperatuur en voor het produceren van warm tapwater van 55°C) neemt de cv-ketel het immers over van de hybride warmtepomp.

Kosten en opbrengsten -

Meerinvestering t.o.v. cv-ketel inclusief subsidie en btw: tussen € 2.500,- en € 4.000,-

Warmtetransitie gemeente Venray

12 / 85

-

Gemiddelde besparing van een hybride warmtepomp is tussen 10 en 25% van de energierekening. CO₂-reductie ca. 20% op het totale energiegebruik voor verwarming en warm water.

Door de correctie van de energieprijzen (hogere energiebelasting op aardgas en lagere energiebelasting op elektriciteit) kan de besparing oplopen tot meer dan 30% (berekend bij een totale prijs van € 1,25 per m³ gas en € 0,12 per kWh elektriciteit). Er ontstaat dus steeds meer ruimte voor extra isolatie en verbetering van het afgiftesysteem, waarbij deze maatregelen ook nog weer een extra besparingseffect kennen.

Aanbeveling Deze strategie kan in alle wijken meteen worden ingezet. Bij een woning waar al met lage temperatuur kan worden verwarmd, is de all-electric warmtepomp een meer gunstige optie.

2.5

Strategie 5: Isoleren en non-fossiel gas

Het toepassen van non-fossiel gas lijkt in eerste instantie voor veel woningen een optie zonder al te veel aanpassingen. De vraag is echter hoeveel gas van niet fossiele oorsprong er voor woningen beschikbaar komt en in hoeverre dit betaalbaar is. Er zijn diverse scenario’s voor opwekking van biogas. De beschikbaarheid is daarbij vooral afhankelijk van nog te ontwikkelen technieken als watervergassing en monovergisting van mest. Dit vraagt een sterk stimulerend beleid. De Startanalyse houdt rekening met de beperkte beschikbaarheid van non-fossiel gas voor gebouwen en woningen in de komende tien jaar. Een groot deel van het non-fossiele gas is geproduceerd met behulp van biomassa. Voor wat betreft toepassing van biomassa is er ook nog de lopende discussie over de daadwerkelijke CO2 reductie hiervan. Voor non-fossiel gas rekent men nu met een reductie van 70% CO₂. Voor het totale huishouden is dit een besparing van meer dan 55%. Non-fossiel gas wordt momenteel vooral gemaakt uit vergisting en vergassen van biomassa. Bij dit proces en bij de verbranding komt CO₂ vrij, maar deze wordt gecompenseerd doordat nieuwe biomassa deze CO₂ weer opneemt. De huidige discussie concentreert zich erop of het eerlijk is 70% te hanteren als sprake is van lang-cyclische CO₂-opname.

De verwachting is dat de komende jaren wijzigingen komen in de rekenmethodes voor het bepalen van de CO₂-reductie door het gebruik van met name de houtachtige biomassa.

Kosten en opbrengsten Voor het toepassen van non-fossiel gas in een woning zijn de kosten in een woning gering. Er zijn géén extra aansluitkosten en er hoeft meestal niets te worden gedaan aan het afgiftesysteem. Soms is aanpassing van een cv-ketel nodig, maar de meeste nieuwe cv-ketels zijn al geschikt voor gas met een andere gassamenstelling dan aardgas en eventuele bijmenging van waterstof.

Hogere stookkosten De verwachting is dat de verwarmingskosten sterk toenemen door de hogere energiebelasting op aardgas. De kosten voor non-fossiel gas gaan naar verwachting mee in deze prijsstijging. Productie van non-fossiel gas is veelal duurder dan aardgas. Het vergt de nodige inspanningen om non-fossiel gas op het vereiste kwaliteitsniveau te krijgen en bovendien is non-fossiel gas qua hoeveelheden beperkt beschikbaar. In dit kader wordt ook landelijk gekeken naar toepassing van waterstof. Op dit moment ligt de prijs hiervan per megaJoule ongeveer een factor 5 (zonder energiebelasting) hoger dan die van aardgas. In het geval van gebruik van 100% waterstof zijn meer aanpassingen aan de installatie en waarschijnlijk ook vervanging van de cv-ketel te verwachten. De verwachting is dat bij betere beschikbaarheid en betaalbare waterstof, deze eerder beschikbaar komt voor industrie en mobiliteit dan voor de gebouwde omgeving.

Warmtetransitie gemeente Venray

13 / 85

Aanbeveling Gezien de verwachte prijs van non-fossiel gas dan wel waterstof en de discussie rond de CO₂-reductie lijkt het verstandig ook bij dit scenario zwaar in te zetten op isolatie om het gebruik van (groen) gas zo veel mogelijk te beperken. De beschikbaarheid van non-fossiel gas is erg onzeker. In de gemeente Venray komt jaarlijks een behoorlijke hoeveelheid biomassa vrij (zie paragraaf 4), maar daarvan moet nog onderzocht worden welk deel hiervan beschikbaar kan komen voor de energievoorziening. Pas daarna kan worden bepaald voor welke delen/buurten van de gemeente non-fossiel gas beschikbaar komt.

Warmtetransitie gemeente Venray

14 / 85

3

Ontwikkelingen om rekening mee te houden 3.1

Regionale Energiestrategie (RES)

De RES voor Noord- en Midden-Limburg geeft aan dat in 2030 25% minder CO₂-uitstoot t.o.v. 2015 kan worden behaald door energiebesparing en toepassing van zonnepanelen. Er is vooral aandacht voor het isoleren van de woningen. Uit de eerste regionale analyses blijkt de combinatie van een (hybride) warmtepomp en extra isolatie in de meeste gevallen de beste oplossing om gebouwen duurzaam te verwarmen. Vanuit de regio komt een pakket van maatregelen beschikbaar voor bewoners, bedrijven, organisaties en overheden. De gemeente Venray kan deze instrumenten aanvullend inzetten om haar doelstellingen op het gebied van de energietransitie in de gebouwde omgeving te behalen. In het kader van de RES worden diverse onderzoeken naar (regionale) warmtebronnen meegenomen, zoals de mogelijkheid van gebruik van geothermie en aquathermie.

3.2

Gebruik en vervangen van huidige gasleidingen

In het Klimaatakkoord is als uitgangspunt geformuleerd dat bewoners minimaal acht jaar de tijd krijgen om over te schakelen naar een alternatief voor aardgas indien de gasleiding in een bepaalde buurt of wijk wordt verwijderd. De verwachting is dat er in de gemeente Venray géén wijk- of buurtaanpak wordt gestart voordat eind 2021 de transitievisie warmte is gepubliceerd. Telt men daar acht jaar bij op, dan wordt in de gemeente Venray niet eerder dan in 2030 een gasleiding uit een wijk of een buurt verwijderd. Enexis heeft onderstaande tabel aangeleverd, waarin wordt aangegeven uit welke materialen het gasnet van de gemeente Venray bestaat. Op basis hiervan concluderen wij dat er op dit moment géén asbestcement of gietijzeren gasleidingen meer liggen in de gemeente Venray.

Gasleidingen gemeente Venray PE (poly-ethyleen) PVC SPVC (slagvast PVC) Staal

1.0% 12.7% 76.7% 9.6%

In de gemeente Venray liggen nog wel stalen gasleidingen onder de grond. De planning is echter om deze leidingen vóór 2030 te vervangen voor leidingen van slagvast PVC. Vanaf 2030 heeft de gemeente Venray dus een gasnet dat voor meer dan 85% bestaat uit slagvast PVC en zo’n 14% PVC en PE. Ook PVC en PE (polyethyleen) leidingen gaan zeer lang mee en hoeven niet zonder aanleiding vervangen te worden. Conclusie is dat er na 2030 voor het grootste deel van de gasleidingen géén technische reden meer is voor vervanging. Aangezien er nauwelijks gasleidingen zijn die na 2030 nog snel vervangen moeten worden, hoeven we voor een verdere planning bijv. van een warmtenet nauwelijks rekening te houden met de eventuele aanpassingen van het gasnet. Vanaf 2030 is er geen reden meer om ergens nog delen van het gasnet vervroegd te vervangen. Hiervan uitgaande lijkt het niet relevant om een gehele buurt te prioriteren op basis van de leeftijd van het gasnet. Uitgangspunt is dus dat er in de gehele gemeente een goed gasnet ligt en dat hier lokaal een warmtenet naast kan worden aangelegd, mits hier voldoende ruimte voor is. Als het echter gaat om pilotprojecten, bijvoorbeeld voor het creëren van een (klein) warmtenet, zijn er juist koppelkansen in buurten waar vóór 2030 nog stalen leidingen moeten worden vervangen; zodat kosten bespaard kunnen worden.

Bij de voorstellen voor pilotprojecten wordt dus wél rekening gehouden met de aanwezigheid van gasleidingen die in de komende jaren vervangen moeten worden (zie bijlage 5).

Warmtetransitie gemeente Venray

15 / 85

3.3

Status van de huidige laagspanningsnetten voor elektriciteit

Op basis van de te verwachten groei van de belasting van het elektriciteitsnet bij particulieren moet in de komende twintig jaar het elektriciteitsnet in diverse buurten worden verzwaard. Met name in de oudere wijken (gebouwd vóór 1970) liggen elektriciteitskabels die berekend zijn op een lage belasting per woning (veel lager dan de aansluitwaarde). De meeste energie komt nu de woning binnen via de gasleiding. Een G4 gasaansluiting heeft een vermogen van 60 kW, tegen 17 kW voor een elektriciteitsaansluiting van 3x25A. Verder waren historisch gezien de gelijktijdigheid van de belasting, en de mogelijke pieken op het e-net vrij laag en zijn de elektriciteitsnetten daarop destijds gedimensioneerd. De gelijktijdigheid in de belasting van het elektriciteitsnet gaat omhoog, door de groei in zonnepanelen (invoer), elektrische auto’s (laden/ontladen), elektrisch koken en warmtepompen. Een deel van de oplossing hiervoor is het verzwaren van het laagspanningsnet, wat veel maatschappelijke kosten en overlast voor de buurt met zich meebrengt. Een andere oplossing is toepassing van energiebeheer door smart grids. Met energiebeheer in de woning kan grotendeels voorkomen worden dat de netwerkbelasting te hoog wordt. Daarvoor moet een energiebeheersysteem geïnstalleerd worden voor het aansturen van een warmtepomp, elektrisch laden en eventueel een accu.

Een aantal instrumenten voor de toepassing hiervan is getest in proefprojecten zoals in Gorinchem (Hoog Dalem) en Groningen (Smart city). Helaas heeft de netbeheerder nog geen wettelijke mogelijkheden om de inzet van een bewoner binnen een smart grid context te belonen. Met toepassing van een smart grid kan de investering in het verzwaren van het net mogelijk beperkt worden. Bij de voorstellen per buurt wordt de capaciteit van de elektriciteitsleidingen meegenomen (zie bijlage 5 voor een overzichtskaart met diameters van de elektriciteitsleidingen. Let wel: de capaciteit wordt niet alleen bepaald door de dikte van de kabels, maar ook door de capaciteit van het trafostation in de betreffende buurt.

3.4

(Vervanging) waterleiding

Een eerste inventarisatie levert slechts de plannen op voor het vervangen van waterleiding in de komende jaren. Er lijkt sprake van een redelijk goede afstemming van de werkzaamheden tussen waterleidingbedrijf, Waterschap, Enexis en de gemeente. Voor het aanwijzen van pilots worden de werkzaamheden in de komende jaren meegenomen. De koppelkansen lopen grotendeels parallel met die van de gemeente, bijvoorbeeld voor vervanging van riolering.

3.5

(Ruimtelijke) ontwikkelingen binnen de gemeente/koppelkansen

Naast mogelijke werkzaamheden aan de netwerken van drinkwater en energie worden er verschillende werkzaamheden gepland per wijk/buurt met betrekking tot vervanging van de riolering, wegenonderhoud, groenvoorziening en dergelijke. Deze informatie per wijk is aan BDH aangeleverd door de gemeente Venray om te zien waar relevante combinaties ten aanzien van gelijktijdige uitvoering te maken zijn. Over het algemeen geven de beschikbare gegevens slechts een overzicht van enkele jaren vooruit. Deze worden per buurt in de PowerBi bestanden naar voren gebracht. Er lijkt sprake van een redelijk goede afstemming van de werkzaamheden tussen het waterleidingbedrijf (WML), het waterschapsbedrijf (Waterschap Limburg) en de gemeente. Op dit moment lijken de cijfers van de werkzaamheden die recent hebben plaatsgevonden het meest relevant: buurten waar kort geleden een aanpak van de openbare ruimte, inclusief leidingwerk van de diverse nutsbedrijven, heeft plaatsgevonden. Het ligt niet voor de hand om in dit soort buurten te gaan praten over het aanleggen van een warmtenet. Voorbeeld hiervan is de buurt Brabander waar de werkzaamheden in 2020 worden afgerond.

De aanpak van een bepaalde straat of klein gebied in een buurt is niet bepalend voor prioritering van de aanpak in een buurt, maar kan wel bepalend zijn voor het aanwijzen van een pilot, bijvoorbeeld voor het aanleggen van een klein warmtenet.

Warmtetransitie gemeente Venray

16 / 85

3.6

Ontwikkelingen bij de woningcorporatie

Wonen Limburg investeert met betrekking tot de bestaande woningportefeuille met name in energiereductie in combinatie met het verlagen van woonlasten. Momenteel door middel van een programma dat zich richt op het realiseren van minimaal 2 labelstappen en het realiseren van minimaal label B. Het betreft circa 1.000 woningen per jaar, verdeeld over de hele provincie. Daarnaast voert Wonen Limburg momenteel enkele pilots uit met betrekking tot de energietransitie in de bestaande woningportefeuille, o.a. in de gemeente Venray. Wonen Limburg loopt hiermee ruim voor op de ontwikkelingen bij de eigenaar/bewoners in de gemeente Venray. Dat zie je terug in de gemiddelde labels van de particuliere woningen. Het ligt voor de hand om in overleg met Wonen Limburg de uiteindelijke plekken voor pilots te selecteren en de pilots samen met Wonen Limburg te formuleren.

3.7

Contouren nieuwe Warmtewet (Warmtewet 2)

In juni is de Wet collectieve warmtevoorziening, ook wel Warmtewet 2 genoemd, ter consultatie voorgelegd. De wet moet helpen bij de groei en verduurzaming van warmtenetten, het afdwingen van de beslissing om individuele gebouwen van het aardgas af te halen en een einde te maken aan de traditionele monopolyposities in de warmtemarkt. De wet moet per 2022 ingaan.

De belangrijkste voorgestelde wetswijzigingen zijn: Aansluitrecht met opt-out Er komt meer zekerheid voor een warmtebedrijf om alle gebouwen in een bepaald gebied aan te kunnen sluiten. Er komt hiervoor wel een opt-out, net als bij nieuwbouwgebieden waar een warmtenet wordt aangelegd. Als je als eigenaar-bewoner aantoont dat je zelf een voorziening of installatie aanlegt of aan laat leggen die net zo duurzaam is.

Tarief straks niet langer gebaseerd op prijs voor aardgas Het nieuwe warmtetarief is straks niet meer gebaseerd op de prijs voor aardgas, zoals dat nu wel het geval is. Het tarief wordt, na een overgangsfase, gebaseerd op de kosten die warmtebedrijven daadwerkelijk maken plus een redelijk rendement. In een overgangsfase maakt de ACM telkens een tarief op basis van de aardgasprijs en dit tarief wordt omhoog of omlaag gecorrigeerd aan de hand van de gemaakte kosten van warmtebedrijven.

Gemeente sterkere positie bij aansluiten wijken De Warmtewet 2 zorgt ervoor dat de gemeente met een vaststaand aanbod komt voor het aansluiten van een wijk op een warmtenet. Warmtebedrijven kunnen daar vervolgens op inschrijven met een gedegen plan waarin ze uitleggen hoe ze gebouwen aan gaan sluiten, de kosten laag houden, de leveringszekerheid waarborgen en het warmtenet gaan verduurzamen. Uiteindelijk moeten de plannen goedgekeurd worden door de ACM. Vervolgens kiest de gemeente het warmtebedrijf. De provincie beslist mee als het warmtenet in meerdere gemeenten komt te liggen.

Uitzonderingen De Warmtewet 2 geldt voor grotere warmtenetten. Voor een klein buurtnet, waar maximaal tien huizen op worden aangesloten, gelden niet zulke strenge regels. Voor collectieve systemen van verhuurders en Verenigingen van Eigenaren (VVE’s) die warmte van het warmtebedrijf doorleveren aan hun huurders, gelden voor het tarief andere regels.

Warmtetransitie gemeente Venray

17 / 85

4

Warmtebronnen in de gemeente Venray 4.1

Restwarmtebronnen

In de gemeente Venray zijn slechts enkele restwarmtebronnen bij bedrijven bekend (via de warmteatlas: https://rvo.b3p.nl/viewer/app/Warmteatlas/v2). Dit zijn met name supermarkten die een redelijk koelvermogen nodig hebben. De (condens)warmte die daarbij vrijkomt is grotendeels van lage temperatuur (30-45oC), maar kan met een warmtepomp naar het niveau middentemperatuur (60-80°C) worden gebracht. Deze warmte kan in de zomer voor warm water en in de winter voor verwarming en warm water worden gebruikt. Helaas is er in de winter minder warmte beschikbaar, juist als er meer warmtebehoefte is. In de zomer kan de warmte echter worden opgeslagen, bijvoorbeeld in een bodembron of aquifer, waarna de warmte in de winter weer kan worden opgepompt en gebruikt. Om het water dan weer op 70°C te krijgen is de warmtepomp nodig. Kleinschalige toepassing in de nabijheid van een bron blijft overigens mogelijk. Er zijn landelijk verschillende voorbeelden van het verwarmen van bedrijfsgebouwen en/of enkele woningen met restwarmte van koeling van supermarkten of andere gebouwen. Steeds meer supermarkten maken ook zelf gebruik van de warmte die nu nog meestal wordt weg gekoeld en naar buiten afgevoerd. Dat betekent ook dat deze energiebron niet kan worden gegarandeerd voor de komende tien of vijftien jaar. Per buurt wordt aangegeven of gebruikgemaakt kan worden van restwarmte van een bedrijf.

Voor een investering in een aquifer en warmtepomp zijn de hoeveelheden restwarmte die beschikbaar kunnen komen in de gemeente Venray relatief laag; de grootste supermarkt kan met een warmtepomp tot 10TJ/jaar produceren; genoeg voor meer dan honderd woningen. Rixona is in de gemeente Venray het bedrijf met de meeste restwarmte. Daar kan in combinatie met een warmtepomp een hoeveelheid van 34 TJ/jaar warmte geproduceerd worden. Dit kan genoeg energie zijn voor verwarming en warm water bij honderden woningen. De dichtstbijzijnde buurten met een voldoende hoge dichtheid van woningen zijn Brukske en St. Antonius, deze liggen op ca. 2 km afstand. Grootste probleem bij gebruik van restwarmte van bedrijven is de beschikbaarheid van voldoende warmte in geval van calamiteiten en de garantie dat de energie ook in de komende jaren beschikbaar is. Als de beschikbaarheid van warmte niet kan worden gegarandeerd is het veiliger om restwarmte van bedrijven alleen in te zetten als aanvulling van warmte uit bijvoorbeeld aquathermie. Naast condensatiewarmte zijn er bedrijven waarbij veel warmte vrijkomt in de vorm van rookgassen. Om de warmte uit rookgassen te winnen is over het algemeen een hoge investering nodig.

Mocht een bedrijf een relatief grote hoeveelheid warmte gegarandeerd beschikbaar maken, dan kan dat, onder dezelfde randvoorwaarden als voor condensatiewarmte besproken, toepasbaar zijn. NB Voor het installeren van warmteterugwinning uit rookgassen is subsidie mogelijk via RVO (Energie Investerings Aftrek - EIA).

Warmtetransitie gemeente Venray

18 / 85

4.2

Aquathermie

Aquathermie is een verzamelnaam voor het winnen van thermische energie uit oppervlaktewater (TEO), afvalwater (TEA) of drinkwater (TED). Het gaat hierbij om het winnen van energie op lage temperatuur, meestal in combinatie met warmtekoudeopslag (WKO); zie voor meer informatie hierover het overzicht energiebesparingsopties en duurzame warmteopties. In de warmteatlas (www.warmteatlas.nl) is voor bijna alle oppervlaktewateren aangegeven hoeveel energie hier maximaal winbaar is. Kanttekening hierbij is wel dat aquathermie alleen onder bepaalde voorwaarden rendabel inzetbaar is: De afstand tussen de afnemer van de warmte mag niet te groot zijn, liefst binnen 1 km. Is de afname van warmte geconcentreerd op één plek of moet de warmte worden verspreid over gebouwen of woningen die ver uit elkaar liggen? Is de warmte makkelijk winbaar; is er bijvoorbeeld een warmtewisselaar te plaatsen die op termijn ook een hoog rendement houdt (bijvoorbeeld niet regelmatig met slib wordt overspoeld)? Is er een partij te vinden die de exploitatie van de warmtebron op zich wil nemen?

Potentieel aquathermie gemeente Venray (bronnen: warmteatlas/Waterschapsbedrijf Limburg/ Waterleiding Maatschappij Limburg) TEO

TJ

De Maas bij Geijsteren

8065

Haven Wanssum (jachthaven, industriehaven)

25

Groote Molenbeek

248

Geijsters Ven

3,7

Oostrumsche Beek

248

Plassen bij Oirlo (De witte Vennen)

57

Wanssumse Ven

13

Plassen en gracht bij kasteel Geijsteren richting Maas

26

Plas ten oosten van Wanssum

5,5

Grindgat Venray-Zuid

4,7

Loobeek van IJsselsteyn naar Smakt

248

Afleidingskanaal

1,7

Visvijver Ballonzuil

5,4

Peelkanaal

8

Totaal potentieel TEO gemeente Venray

8986

TEA (economische potentie directe levering)

TJ

Leidingen Venray oost en zuidoost

13,8

Leidingen bij Leunen

5,5

Leidingen bij Merselo

1,6

Leidingen bij IJsselstein

2,7

Leidingen bij Heide

1,4

Warmtetransitie gemeente Venray

19 / 85

Potentieel aquathermie gemeente Venray (bronnen: warmteatlas/Waterschapsbedrijf Limburg/ Waterleiding Maatschappij Limburg) Leidingen bij Oostrum 4,8 Leidingen bij Castenray

1,2

Leidingen bij Blitterswijck en Wannsum

2,1

Leidingen bij Wanssum

8,4

RWZI

58,3

Totaal potentieel TEA gemeente Venray

99,8

TED Thermische energie uit hoofdleidingen waterleiding

5

Totaal potentieel TED gemeente Venray

5

Totaal potentieel aquathermie gemeente Venray

9066

In totaal is er in potentie meer energie uit oppervlaktewater beschikbaar voor de gemeente Venray dan de energievraag van de gehele gemeente. Als we de Maas meerekenen heeft de gemeente een potentieel aan aquathermie dat ruim hoger is dan het totale energiegebruik van de gehele gemeente (7.500 TJ). Als het alleen om de behoefte van de woningen gaat (1.100 TJ) is de warmte van de Maas niet eens nodig. Helaas is niet elke bron makkelijk beschikbaar en is het aanleggen van warmtenetten in gebieden met weinig woningen niet rendabel. Er moet per buurt bekeken worden in hoeverre een warmtenet voor de voorziening van verwarming en warm water financieel interessant en technisch haalbaar genoeg is om toe te passen. De ervaring bij bestaande projecten en berekeningen voor nieuwe projecten geven veelal een onrendabele top voor woningen te zien van enkele duizenden euro’s. Als hier commerciële partijen leidend zijn, kan de onrendabele top oplopen tot meer dan € 10.000,- per woning en is een behoorlijk subsidiebedrag nodig om de businesscase rond te krijgen. Met name projecten waarbij warmtekoudeopslag niet noodzakelijk is en de exploitatie van het warmtenet in handen is van een nietcommerciële partij, zie je dat aquathermie rendabel toegepast kan worden. Een aantal nieuwe projecten wordt momenteel gefinancierd via de subsidie voor aardgasvrije wijken.

Vanaf 29-9-2020 is ISDE subsidie verkrijgbaar voor projecten met aquathermie. Alleen TEO en TEA projecten hiervoor in aanmerking. De ISDE subsidie geldt in elk geval tot 2025.

4.3

Geschatte opbrengst warmtekoudeopslag (WKO) - bron: warmteatlas en WKOTool.nl

Seizoensopslag van warmte is belangrijk voor bijna alle duurzame warmteopties. In de zomer is er immers een overschot aan warmte, in het geval van de gemeente Venray met name in de vorm van thermische energie uit oppervlaktewater, en in de winter is er een tekort aan warmte. Warmtekoudeopslag in open en gesloten bronnen kan de warmtevoorziening over een jaar grotendeels stabiliseren. WKO wordt met het afbouwen van het gasgebruik (waarvan in de meeste winters voldoende voorhanden was) extra belangrijk en heeft één groot voordeel ten opzichte van aardgas: WKO kan ook de (groei van de) koudevraag verzorgen. De capaciteit van warmtekoudeopslag in de gemeente Venray, verdeeld over open en gesloten bronnen: WKO (open bron): rond 500 GJ/ha/jaar t.o.v. landelijk gemiddeld 2.000 GJ/ha WKO (gesloten bron): 1.200 - 1.400 GJ/ha/jaar t.o.v. landelijk gemiddeld 1.500 GJ/ha Koude uit gesloten WKO: 320 - 380 GJ/ha/jaar (bij de Maas 380-440 GJ/ha/jr) t.o.v. landelijk gemiddeld 2.500 GJ/ha

Warmtetransitie gemeente Venray

20 / 85

Hoewel rond Venray géén ideale ondergrond aanwezig is voor warmtekoudeopslag is er voor de lokale warmtevraag voldoende mogelijkheid warmte op te slaan en met het overschot aan warmte in de zomer in de warmtevraag voor de winter te voorzien. Er zijn inmiddels verschillende gesloten bronnen gerealiseerd en 2 open WKO bronnen voor het gemeentehuis en het bedrijventerrein bij Oostrum. Een deel van de gemeente Venray (omgeving Veltum) en het buitengebied van de gemeente Venray (met name het dorp Heide en het gebied ten zuiden hiervan) is grondwaterbeschermingsgebied. Hier mag géén WKO installatie worden aangelegd (het roze en lichtblauwe gebied in figuur 1). Ook is er sprake van een aantal provinciaal aangewezen aandachtsgebieden voor natuur en aardkundige waarden (groen en bruin in figuur 1) zie voor verder toelichting wkotool.nl. Voor de gebieden met de hoogste bebouwingsdichtheid en het industriegebied, waar de meeste vraag voor WKO zal liggen, lijken de restricties weinig invloed te hebben. Bij het bepalen van de plek voor WKO moet rekening gehouden worden met deze restricties. Ligt een locatie in een dergelijk aandachtsgebied, dan dient bij het ontwerp en de vergunningaanvraag van het beoogde bodemenergiesysteem hiermee rekening gehouden te worden. De voorwaarden voor WKO kunnen bij de provincie worden opgevraagd.

Figuur 1 kaart met restricties voor toepassing van WKO rond Venray

4.4

Geothermie

Geothermie is een fundamenteel andere techniek dan WKO. Bij diepe of ondiepe geothermie wordt immers géén warmte toegevoegd, maar alleen gewonnen. Vanaf enkele kilometers onder de grond kan de bodem al behoorlijk warm zijn, waarbij warmte kan worden gewonnen van midden- tot hoogtemperatuur niveau (90°C). Geothermie wordt daarom ook wel aardwarmte genoemd. Er blijken mogelijkheden voor gebruik van geothermie in de regio. Er zijn ook enkele boringen gerealiseerd. Helaas werd bij een geothermieproject in de buurt van Venlo (Grubbenvorst) de winning van aardwarmte gestaakt vanwege vervuiling van de bron. De seismologische activiteit in de regio was een andere reden om het project stil te leggen. De vervuiling kan daar ook mee samenhangen. De verwachtingen voor nieuwe geothermieprojecten zijn daardoor flink getemperd. In het kader van de regionale Energie Strategie (RES) wordt in de regio nader onderzoek gepleegd. Na dit regionale onderzoek kan opnieuw worden bepaald of geothermie voor verwarming van woningen in de gemeente Venray of andere regiogemeenten kan worden ingezet. Net als bij andere warmtebronnen speelt hierbij echter de lage dichtheid van de bebouwing. De kans dat toepassing van geothermie grootschalig wordt toegepast in de gemeente Venray is dus niet groot.

Warmtetransitie gemeente Venray

21 / 85

4.5

Reststromen biomassa (eventueel om te zetten in groen gas)

Op basis van de Warmteatlas is geïnventariseerd welke reststromen van biomassa er zijn in de gemeente Venray zijn (www.warmteatlas.nl). Hieronder de totale hoeveelheden op basis van landelijke gemiddelden voor landbouw en bosbouw in Nederland. Deze reststromen worden al grotendeels ingezet/gebruikt, en zijn op dit moment waarschijnlijk niet beschikbaar voor omzetting naar biogas.

Potentiële bronnen van biomassa op basis van de Warmteatlas: -

Biogas reststromen akkerbouw 45 GJ/ha/jaar Biogas GFT afval 0,25 GJ/ha/jaar Biogas uit vloeibare mest, 46 GJ/ha/jaar Totaal potentieel biogas: 91 GJ/ha/jaar

-

Biogas uit houtachtige biomassa bos: 1,8 GJ/ha/jaar Biogas uit houtachtige biomassa snoeiafval: 4,2 GJ/ha/jaar Totaal potentieel houtachtige biomassa: 6 GJ/ha/jaar

Voor de gemeente Venray zou in totaal 97 GJ/ha per jaar kunnen worden geproduceerd. Dit aantal x 16.500 ha betekent dat er globaal 1.600 TJ aan biomassa per jaar wordt geproduceerd. Dat is veel, maar dat wil nog niet zeggen dat dit ook ter beschikking kan komen voor productie van warmte. Het grootste deel van de biomassa wordt op dit moment gebruikt voor andere doeleinden, bijvoorbeeld voor houtproductie. Snoeihout/snoeiafval laat men meestal liggen om de voedselarme bodem te verrijken. Nader onderzoek moet aantonen welk deel van de biomassa nu niet nuttig wordt gebruikt en/of (op termijn) beschikbaar kan komen voor het produceren van biogas/groen gas. Vervolgens kan worden bepaald of een kosteneffectieve inzet van de betreffende biomassa bij de duurzame warmtevoorziening van de gemeente Venray mogelijk is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10598799/1