CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid -Toelichting

Gemeenteraad 27 juni 2023, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid.17.685 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

1 alinea's met “deur”: 444

3.4.6

Geurverordening Veehouderijen Venray In het kader van de Wet geurhinder en veehouderij is de gebiedsvisie ‘Geurverordening Veehouderijen Venray’ (d.d. 11 november 2011, verder ‘de Geurverordening) opgesteld. De Wet geurhinder is sinds 1 januari 2007 van kracht. Gemeenten kunnen op grond van deze wet binnen een bepaalde bandbreedte variëren met de bescherming van geurgevoelige objecten, mits dit is onderbouwd in een geurverordening. Deze gebiedsvisie is dus een onderbouwend document voor een gemeentelijke normering waarin wordt aangegeven of en waar in Venray wordt afgeweken van de vaste wettelijke waarden. De Geurverordening geeft beknopt aan welke aandachtspunten bestaan of kunnen gaan ontstaan ten aanzien van geuremissies uit de veehouderij in relatie tot de aanwezigheid van bestaande geurgevoelige objecten (zoals woningen) en gewenste ruimtelijke ontwikkelingen, zoals nieuw te ontwikkelen woongebieden en de spreiding van de intensieve veehouderij. Het kan daarbij gaan om de volgende situaties: 1. De gewenste milieu- en leefkwaliteit voor wonen, werken en recreatie wordt niet gehaald met toepassing van de wettelijke geurcontouren. 2. Gewenste nieuwbouw van woningen en andere geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom, grenzend aan de bebouwde kom of in het buitengebied wordt doorkruist door de wettelijke geurcontouren van veehouderijbedrijven (‘omgekeerde werking’). 3.

De gewenste ontwikkeling van veehouderijen in ruimtelijk opzicht en in milieuopzicht wordt met de wettelijke geurcontouren niet gehaald. In de Geurverordening heeft de gemeente de juiste balans gevonden en vastgelegd tussen agrarische ontwikkelingen, belangen van burgers in de kernen en het buitengebied en de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de realisatie van nieuwe woongebieden en bedrijventerreinen. Voor enkele specifieke ontwikkelingen zijn specifieke regels opgenomen over de toegestane geurbelasting. De geurbelasting wordt uitgedrukt in aantallen Europese odour units in een volume-eenheid lucht (ou/m³: odour units per kubieke meter lucht). Binnen daartoe aangewezen gebieden die zijn aangeduid op de bij de Geurverordening behorende kaart is een andere waarde van toepassing dan de wettelijke norm voorschrijft.

CroonenBuro5

21

Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid

Gemeente Venray

Het gaat om de volgende situaties: • Zoekgebieden woningbouw / individuele woningbouw: 8 OU/m³; • Bijzondere gebieden (vakantiepark de Witte Vennen, clustering TBS/Pascalis/Dichterbij): 8 OU/m³; • Bedrijfsterreinen: 8 OU/m³; • Plangebied Burgemeester Ponjeestraat in Wanssum: 7 OU/m³;• Kern van Wanssum (met uitzondering van plangebied Burgemeester Ponjeestraat): 2,5 OU/m³. Aanvulling op de Gebiedsvisie: Aanvaardbaar Woon- en leefklimaat In de gebiedsvisie behorende bij de geurverordening is geen specifieke definitie of uitwerking opgenomen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wél is aangegeven dat de afwijkende normering uit de geurverordening niet mag leiden tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat. De zoekgebieden woningbouw zijn veelal gelegen aan de randen van de kernen en vormen de overgang naar het buitengebied. In de zoekgebieden woningbouw varieert de gemiddelde achtergrondbelasting zodanig dat van een redelijk goed tot een matig woon- en leefklimaat kan worden gesproken. Gelet op de ligging van de zoekgebieden in een overgangszone van bebouwde kom naar buitengebied wordt in de zoekgebieden een matig leefklimaat aanvaardbaar geacht. Een matig woon- en leefklimaat vormt geen belemmering voor de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen in de zoekgebieden.

Aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan ter plaatse van zoekgebieden voor woningbouw worden voldaan met een maximale achtergrond belasting van 20 ouE/m3 en een maximale voorgrond belasting van 8 ouE /m3.

Relevantie Het plangebied ligt op de kaart behorende bij de Geurverordening gedeeltelijk in zoekgebied woningbouw met norm 8 ouE /m3 en gedeeltelijk in het buitengebied met norm 14 ouE /m3. Zoals hieronder zichtbaar.

Ligging plangebied (zwart omlijnd) op de uitsnede van de indicatieve kaart voorgrondbelasting (2018)

CroonenBuro5

22

Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid

Gemeente Venray

Deze uitsnede laat zien dat alleen de contouren van de voormalige veehouderij aan de Albionstraat 46 over het plangebied heen liggen. Inmiddels is de vergunning van dit bedrijf opgeheven en heeft het gehele plangebied een lagere voorgrondbelasting dan de norm 8 ouE /m3.

Ligging plangebied (zwart omlijnd) op de uitsnede van de indicatieve kaart achtergrondbelasting (2018)

Hierboven is de uitsnede van de achtergrondbelasting weergegeven. Deze uitsnede laat zien dat het gehele plangebied onder de maximale achtergrond belasting van 20 ouE /m3 ligt. De voorliggende ontwikkeling wordt daarmee niet doorkruist door de wettelijke geurcontouren van de omliggende bedrijven doordat de de bestaande geurcontour van 8 ouE/m3 vanwege het perceel Albionstraat 46 is komen te vervallen. Hiermee wordt voldaan aan de richtlijnen uit de Geurverordening.

CroonenBuro5

23

Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid

4

Gemeente Venray

Milieuhygiënische en planologische verantwoording Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante planologische en milieuhygiënische aspecten. In dit hoofdstuk is een verantwoording voor deze aspecten opgenomen.

4.1

Bodem Voor elke functiewijziging, al dan niet naar een gevoelige functie, dient een onderzoek te worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. De bodem moet geschikt zijn voor het voorgenomen gebruik. In 2008 is reeds een bodemonderzoek verricht op het perceel. Door Econsultancy is dit onderzoek geactualiseerd. De rapportage, d.d. 26 februari 2016 is als bijlage aan deze toelichting toegevoegd. Hierna zijn de conclusies en bevindingen beschreven. Gezien het ongewijzigde gebruik, zijn geen aanwijzingen gevonden die aanleiding geven voor actualiserend bodemonderzoek ter plaatse van de agrarische percelen. In het voorgaand bodemonderzoek is bovendien het nieuwe, huidige stoffenpakket gehanteerd. Voor wat betreft de actuele bodemkwaliteit kan worden aangesloten bij de resultaten van het voorgaand onderzoek. Op basis van het vooronderzoek zijn verder 2 deellocaties vastgesteld:

A: halfverharding toegangspad (oostzijde plangebied) De toplaag ter plaatse van het halfverharde pad bestaat uit 10 tot 15 cm puin-/asfaltgranulaat. Hieronder is de bovengrond zwak puin en/of keien/leisteenhoudend. Verder zijn er in de bodem zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. In de halfverhardingslaag zijn zintuiglijk in de fractie > 16 mm geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Analytisch is in de fractie < 16 mm eveneens geen asbest aangetoond. In de bovengrond onder de halfverharding zijn geen verontreinigingen geconstateerd. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "verdacht" kan worden beschouwd wordt, op basis van de onderzoeksresultaten verworpen.

B: tuintjes (noordzijde plangebied) Ter plaatse van de voormalige tuintjes zijn zintuiglijk geen verontreinigingen aangetroffen. De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met drins (component van chloorbestrijdingsmiddel). Aangezien de aangetoonde stoffen (dieldrin en DDT/DDE/DDD al voor 1981 verboden waren en de productie van dieldrin in 1990 wereldwijd is gestaakt, kan worden geconcludeerd dat de aanwezige verontreiniging voor 1987 moet zijn ontstaan. Er is geen sprake van zorgplicht in het kader van de Wet Bodembescherming. Deze verontreiniging is mogelijk te relateren aan het voormalige agrarische gebruik. Gezien het zeer lage gehalte is echter geen sprake van noemenswaardige bodembelasting. In de bovengrond zijn verder geen verontreinigingen geconstateerd. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen geconstateerd. In het grondwater zijn geen verontreinigingen geconstateerd. De vooraf gestelde hypothese, dat deellocatie B als "onverdacht" kan worden beschouwd wordt, op basis van de lichte verontreiniging met drins, verworpen.

CroonenBuro5

24

Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid

Gemeente Venray

Conclusie Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er geen reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmeringen voor de herontwikkeling van de onderzoekslocatie voor woningbouw. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. De regels van het Besluit bodemkwaliteit zijn hierop mogelijk van toepassing.

4.2

Explosieven Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen (blindgangers, granaten, mijnen en (handwapen)munitie. Het gehele grondgebied van de gemeente Venray heeft in de Tweede Wereldoorlog zwaar onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het besluitgebied, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). Met behulp van het explosievenonderzoek worden de aanwezigheid en risico’s van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht. De gemeente Venray adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detectieonderzoek uit te (laten) voeren.

Conclusie Voorafgaand aan de bouw van de nieuwe woningen dient door de initiatiefnemer te worden aangetoond dat in de grond geen niet-gesprongen explosieven aanwezig zijn.

4.3

Geluid Conform de Wet geluidhinder (verder Wgh) dient een akoestisch onderzoek te worden verricht indien er sprake is van het projecteren van geluidgevoelige bebouwing die binnen de zone van een bron is gelegen. In deze situatie is er sprake van wegverkeer op de Albionstraat / Horsterweg en de Veulenseweg. De nieuwe woningen liggen binnen de zone van deze wegen. Door Antea Group is het rapport akoestisch onderzoek ‘Woningbouw locatie Leunen Zuid te Leunen’ van 28 september 2020 opgesteld. Het akoestisch onderzoek heeft tot doel de geluidbelasting vanwege de wegen op de gevels van de te projecteren geluidgevoelige bebouwing te bepalen en te toetsen aan de grenswaarden die in de Wet geluidhinder zijn gesteld. De rapportage is opgenomen als bijlage aan deze toelichting. Hierna zijn de conclusies en bevindingen beschreven.

Onderzoek Gezoneerde wegen Uit de berekeningsresultaten blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ten gevolge van de Albionstraat, de Horsterweg en de Veulenseweg, niet wordt overschreden. Hierdoor beschikken alle woningen binnen het plangebied over minimaal één geluidluwe gevel. Aangezien de voorkeursgrenswaarde nergens wordt overschreden, wordt er ook geen woningindeling voorgeschreven en ligt de tuin altijd aan een geluidluwe zijde. Hiermee wordt voldaan aan het hogere waarde beleid van de gemeente Venray en is tevens sprake van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwbouwwoningen. Niet-gezoneerde wegen Uit de berekeningsresultaten blijkt dat de geluidbelasting vanwege de 30 km/uur wegen tezamen 52 dB (excl aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder) op de gevels van de nieuwe woningen bedraagt. Hiermee is geen sprake van een overschrijding van de toetswaarde van 53 dB (overeenkomstig de voorkeursgrenswaarde van 48 dB zonder aftrek). Er zijn geen rekenpunten op de bestaande woningen gelegd omdat deze op grotere afstand van de nieuw aan te leggen weg

CroonenBuro5

25

Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid

Gemeente Venray

zijn gelegen en omdat er sprake van afscherming zal zijn door de nieuwe woningen en de al aanwezige bestaande bebouwing. Nu er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat zal zijn voor de nieuwe woningen kan met zekerheid worden vastgesteld dat er ook voor de bestaande woningen sprake zal zijn en blijven van een aanvaardbaar woon- en leefmilieu. Cumulatie Uit de rekenresultaten blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting vanwege wegverkeer op de gevels van de nieuw te bouwen woningen, ten hoogste 52 dB (excl aftrek ex art. 110g Wgh). Ondanks dat geen toetswaarde aan de orde is, kan worden gesteld dat een gecumuleerde geluidbelasting van 53 dB of lager (excl aftrek ex artikel 110g Wgh), aanvaardbaar is. De geluidwering van de gevel dient zodanig te worden uitgevoerd dat het resulterende binnenniveau in de woning niet meer bedraagt dan 33 dB, uitgaande van de gecumuleerde geluidbelasting op de gevel. Bij woningen met een gecumuleerd geluidbelasting van 53 dB of hoger, dient de gevel zwaarder te worden uitgevoerd dan de minimale geluidwering van 20 dB die wordt voorgeschreven in het Bouwbesluit. In dit geval kan worden volstaan met de standaard gevelwering van 20 dB.

Bestuurlijke lus Op 15 februari 2023 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) in de beroepsprocedure van het bestemmingsplan ‘Leunen Zuid’ van de gemeente Venray een tussenuitspraak (ECLI:NL:RVS:2023:618) gedaan en de zogenoemde ‘bestuurlijke lus’ conform artikel 8:51d Awb toegepast. In de tussenuitspraak geeft de ABRvS in overweging om nader akoestisch uit te voeren en uit dit nader akoestisch onderzoek te beoordelen of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de bestaande woning aan de Vullingsstraat 62. Door Antea Group is een memo opgesteld waarin wordt ingegaan op tussenuitspraak van de ABRvS. De memo is opgesteld met als doel om invulling te geven aan de gevraagde aanvullende onderbouwing en in te gaan op de consequenties van de aanvullende onderbouwing. De memo d.d. 3 mei 2023 is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Hieronder komen de conclusies en aanbevelingen aan bod. Nader onderzoek Uit het nader akoestisch onderzoek april 2023 kan worden geconcludeerd dat zonder het treffen van aanvullende maatregelen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning Vullingsstraat 62 niet aannemelijk is.

Eén van de maatregelen die getroffen kan worden om wel een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te creëren, is de huidige verkeerssituatie in stand te houden en géén verkeerskundige verbinding(en) te maken tussen de bestaande woonwijk met het nieuwe woongebied. Het nieuwe woongebied heeft met deze ingreep geen verkeer aantrekkende werking meer op de nabijgelegen bestaande 30 km/uur-wegen. De bestaande wegen Sparveld, Rondeveld en Vullingsstraat zijn doodlopende wegen en blijven dat dan ook in de nieuwe situatie.

CroonenBuro5

26

Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid

Gemeente Venray

Overzicht van planontwikkeling met de nieuwe ontsluitingsweg richting de Albionstraat, met aanduiding waar wegen blijven afgesloten voor gemotoriseerd verkeer

Nader onderzoek gewijzigde plansituatie Uit het nader akoestisch onderzoek voor de bovengenoemde gewijzigde plansituatie blijkt dat de geluidbelasting op de woning Vullingsstraat 62 (wanneer de bestaande drie wegen (Sparveld, Rondeveld en Vullingsstraat) niet worden verbonden met de nieuwe ontsluitingsweg naar de Albionstraat) dermate laag is dat er op grond van de Wet geluidhinder en het gemeentelijke beleid sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de woning Vullingsstraat 62. Ten aanzien van het aspect geluid is daarmee tevens sprake van een zogenaamde ‘goede ruimtelijke ordening’ zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Om de gewijzigde plansituatie, met de afsluiting van de wegen Sparveld, Rondeveld en Vullingsstraat, vast te leggen en te borgen waarmee een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt gecreëerd, is voorliggend bestemmingsplan aangepast. In de regels en de verbeelding van het bestemmingsplan is een zogenoemde ‘voorwaardelijke verplichting’ opgenomen, waardoor op de wegen Sparveld, Rondeveld en Vullingstraat geen gemotoriseerd verkeer is toegestaan, met uitzondering van calamiteiten. Het gebruik van de nieuwe woningen is uitsluitend toegestaan wanneer de verkeerskundige maatregelen zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden, zodat gemotoriseerd verkeer niet mogelijk is.

Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

CroonenBuro5

27

Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid

4.4

Gemeente Venray

Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer is de regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteit vastgelegd. In artikel 5.16 is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning, mogen uitoefenen wanneer sprake is van één van de volgende gevallen: a er is geen sprake van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden; b de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft ten minste gelijk; c het plan draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht; d de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip ‘niet in betekende mate’ is vastgelegd in het ‘Besluit niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’. Voor ontwikkelingen die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven.

Er is volgens deze regeling geen onderzoek nodig voor ‘woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat’.

Conclusie Onderhavig bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van 50 woningen mogelijk. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de norm ‘Regeling niet in betekende mate bijdragen’. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met het bepaalde in de Wet milieubeheer. Er zijn wat betreft het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen voor voorliggend bestemmingsplan.

4.5

Externe Veiligheid Algemeen In het kader van de bestemmingsplanprocedure moet het aspect externe veiligheid onderzocht worden. Hierbij dienen de risico's in beeld gebracht te worden die het gevolg zijn van opslag, vervoer of verwerking van gevaarlijke stoffen. Risicobronnen zijn bijvoorbeeld vervoersassen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, buisleidingen en risicovolle inrichtingen. Externe veiligheidsbeleid bestaat uit twee onderdelen: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandseisen tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het groepsrisico is een maat die aangeeft hoe groot de kans is op een ongeval met gevaarlijke stoffen met een bepaalde groep slachtoffers. Hoe hoger het groepsrisico, hoe groter deze kans. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven in de vorm van contouren rond een risicobron. Het groepsrisico wordt weergegeven in een grafiek: de fN-curve. Deze curve geeft aan hoe groot de kans is op een ongeval met een bepaald aantal slachtoffers. De plaatsgebonden risicocontouren en de fN-curve zijn weergegeven in de onderstaande afbeelding.

CroonenBuro5

28

Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid

Gemeente Venray

Plaatsgebonden risicocontouren en fN-curve

Binnen de plaatsgebonden risicocontouren bestaat een bepaald risico te overlijden als gevolg van een calamiteit. Binnen deze contouren gelden harde bouwrestricties. Deze restricties kunnen per risicobron verschillen. De hoogte van het groepsrisico wordt niet alleen bepaald door de aard van de risicobron, maar ook door het aantal aanwezige personen binnen het invloedsgebied daarvan. Bij veel ruimtelijke besluiten moet de hoogte van dit groepsrisico verantwoord worden. Dit noemt men de verantwoordingsplicht van het groepsrisico.

Regelgeving Besluit externe veiligheid Sinds 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van kracht. Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen. Het Bevi is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. Het Bevi is van toepassing op vergunningsplichtige risicovolle bedrijven en de nabijgelegen al dan niet geprojecteerde (beperkt) kwetsbare objecten. In artikel 2, lid 1 van het Bevi is opgesomd wat wordt verstaan onder risicovolle bedrijven en wat wordt verstaan onder (beperkt) kwetsbare objecten. Uit het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico's in het projectgebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico's dienen te worden beoordeeld op het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet een verantwoording worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken.

Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Ten behoeve van de verantwoording groepsrisico is advies gevraagd en ontvangen van de regionale brandweer.

CroonenBuro5

29

Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid

Gemeente Venray

Onderzoek Op de provinciale risicokaart staan de risicobronnen weergegeven die bij een ongeval mogelijk meerdere slachtoffers maken. De uitsnede van de risicokaart voor het plangebied is afgebeeld in de onderstaande afbeelding.

Doorsnede risicokaart ter plaatse van het plangebied (zwart omlijnd)

Risicovolle inrichtingen Nabij het plangebied bevinden zich twee inrichtingen zoals bedoeld in het Bevi. Beide Beviinrichtingen betreft het een propaantank. Eén propaantank bevindt zich ten westen van het plangebied op een afstand van circa 400 meter. De andere propaantank bevindt zich ten zuidwesten van het plangebied op een afstand van circa 700 meter. Voor beide Bevi-inrichtingen geldt een generiek risicoafstand van 25 meter. Het plangebied bevindt zich niet binnen deze risicocontouren. Transport gevaarlijke stoffen In of nabij het plangebied liggen geen routes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Buisleidingen In of nabij het plangebied liggen geen buisleidingen.

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.

4.6

Bedrijven en milieuzonering Algemeen Om te bepalen welke bedrijfsactiviteiten uit oogpunt van milieuhinder kunnen worden toegestaan, kan gebruik worden gemaakt van de systematiek van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (editie 2009). In de VNG-brochure is een bedrijvenlijst opgenomen, die informatie geeft over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. In de lijst is op basis

CroonenBuro5

30

Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid

Gemeente Venray

van een aantal factoren (waaronder geluid, geur en gevaar) een indicatie gegeven van de afstand tussen bedrijven en hindergevoelige functies waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Het doel van milieuzonering is tweeledig: • door het toepassen van milieuzonering wordt hinder ter plaatse van woningen of andere gevoelige objecten al in het ruimtelijk spoor voorkomen; • door het toepassen van milieuzonering wordt aan bedrijven voldoende zekerheid geboden dat zij hun activiteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Op basis van de indicatieve afstanden zijn de bedrijven op de bedrijvenlijst in de VNG-handreiking ingedeeld in milieucategorieën die variëren van categorie 1 (indicatieve afstand van 10 meter) tot categorie 6 (indicatieve afstand van 1.500 meter). Als aan de indicatieve afstand kan worden voldaan, is een activiteit qua milieuhinder inpasbaar. Enerzijds is dan ter plaatse van omliggende milieugevoelige objecten (waaronder woningen) sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, anderzijds heeft het bedrijf voldoende zekerheid dat de bedrijfsactiviteiten binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen worden uitgeoefend.

Omgevingstype In de VNG-brochure worden twee omgevingstypen onderscheiden, namelijk ‘rustige woonwijk’/‘rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. De richtafstanden uit de VNG-brochure zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een daarmee vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied). De indicatieve afstanden zijn de afstanden die moeten worden aangehouden tot de gevels van woningen in een ‘rustige woonwijk’. Voor woningen in een ‘gemengd gebied’ mag de indicatieve afstand worden gecorrigeerd en kan de afstand met één trede worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Het omgevingstype van de woningen in de omgeving van het plangebied kan worden getypeerd als rustige woonwijk, waardoor de indicatieve afstanden niet kunnen worden gecorrigeerd.

Toetsing initiatief Het plangebied is gelegen aan de zuidzijde van de kern Leunen. Het plangebied is grotendeel gelegen in het huidige buitengebied. Bestemming ‘Bedrijf’ Aan de Albionstraat is op diverse percelen de bestemming ‘Bedrijf’ van kracht. De percelen liggen minimaal op ongeveer 100 meter van het plangebied. Binnen deze bestemming zijn in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010, herziening regels’ zijn enkel kleinschalige agrarische bedrijven toegestaan tot en met milieucategorie 2. De richtafstand voor bedrijven in milieucategorie 2 tot burgerwoningen is 30 meter. Er wordt dus ruimschoots voldaan aan deze richtafstand. Gezien het feit dat er naast deze bedrijfspercelen reeds gevoelige functies (woningen) zijn gesitueerd heeft onderhavig bestemmingsplan bovendien geen negatieve invloed op de ontwikkelingsmogelijkheden van deze bedrijven. Overige (agrarische) bedrijven waaronder het mestverwerkingsbedrijf aan Scheiweg 15, liggen op voldoende afstand van het plangebied. Sportvelden Ten oosten van het plangebied ligt een perceel met de enkelbestemming ‘Sport’. Op het perceel zijn een aantal sportvelden gelegen. Het dichtstbijzijnde sportveld met verlichting is gelegen op circa 90 meter van het plangebied. De richtafstanden voor een veldsportcomplex met verlichting bedraagt 50 meter. Er wordt dus ruimschoots voldaan aan deze richtafstand.

CroonenBuro5

31

Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid

Gemeente Venray

Gezien het feit dat er naast deze sportvelden reeds gevoelige functies (woningen) zijn gesitueerd, zullen de sportvelden geen hinder opleveren voor de te bouwen woningen.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het voorliggend bestemmingsplan op gebied van milieuhinder inpasbaar is in de omgeving.

4.7

Verkeer en parkeren Ten behoeve van de bestemmingsplanprocedure voor de woningbouwlocatie Leunen Zuid is het wenselijk om inzicht te krijgen in de toekomstige parkeerbehoefte in relatie tot het benodigd aanbod aan parkeervoorzieningen binnen het plangebied. Daarnaast dient de toekomstige verkeersgeneratie van en naar het plangebied geen onevenredige belasting op het omliggend wegennet of hinder naar de omwonenden veroorzaken. Verkeer Naar verwachting heeft voorliggend bestemmingsplan maximaal 369 extra voertuigbewegingen per etmaal tot gevolg. Voor de afwikkeling van verkeer is echter een gemiddelde werkdag maatgevend. Conform de richtlijn van het CROW 1 geldt bij de verkeersgeneratie voor de functie wonen de vuistregel: een weekdag kan worden omgerekend naar werkdag door de kencijfers te vermenigvuldigen met 1,11. Dit betekent een verkeersgeneratie van 410 voertuigbewegingen per gemiddelde werkdag. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de kencijfers van het CROW. Hierbij is uitgegaan het plangebied zich in rest bebouwde kom van een matig stedelijk gebied bevindt. In onderstaande tabel is de berekening weergegeven.

soort woning Koop, huis, vrijstaand Koop, huis , twee-onder-een-kap Koop, huis, tussen/hoek Huur, huis, vrije sector Huur, huis, sociale huur

aantal wo- verkeersgeneratie ningen woning 17 6 4 10 13 50

per aantal verplaatsingen 8,6 146,2 8,2 49,2 7,5 30 7,5 75 5,3 68,9 369 mvt/etm (weekdag) 410 mvt/etm (werkdag)

Berekening verkeersgeneratie op basis van kencijfers CROW

De huidige verkeersintensiteit op de Albionstraat ter plaatse van het plangebied bedraagt ongeveer 6.010 voertuig bewegingen op een gemiddelde weekdag2. De toename van de verkeersintensiteit op dit wegvlak bedraagt maximaal 6,6%. Negatieve gevolgen op de doorstroming van de Albionstraat worden niet verwacht. Het bestemmingsplan is uitvoerbaar in het kader van verkeersafwikkeling. Parkeren De parkeerbehoefte dient te worden getoetst aan de ‘Beleidsnota Parkeernormen (vastgesteld 28 januari 2014). Uitgangspunt is dat een bouwinitiatief binnen de eigen plangrenzen voldoet aan de parkeervraag. Voor de parkeernormen is aansluiting gezocht bij de CROW publicatie 317 Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie (december 2012). Bij ruimtelijke initiatieven binnen de gemeente wordt deze publicatie ook al gehanteerd als toetsingskader. Op voorliggend bestemmingsplan is conform het gemeentelijk beleid het gebiedstype ‘rest bebouwde kom, kerkdorpen’ van toepassing in een matig stedelijk gebied. 1

De parkeerkencijfers en kencijfers verkeersgeneratie, 2018

2 Verkeersmodel Noord-Limburg, Royal Haskoning DHV, d.d. 07-22-2015

CroonenBuro5

32

Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid

Gemeente Venray

Op basis van de bovenstaande uitgangspunten is op voorliggend bestemmingsplan een parkeernorm van 2,0 per grondgebonden woning van toepassing. Voorliggend bestemmingsplan maakt maximaal 50 woningen mogelijk, waardoor in het plangebied minimaal 100 parkeerplaatsen noodzakelijk zijn. Hiervan dient 0,3 parkeerplaats per woning openbaar toegankelijk te zijn ten behoeve van bezoekers. Dit houdt in dat van de 100 parkeerplaatsen minimaal 30 parkeerplaatsen openbaar toegankelijk moeten zijn. In de regels van voorliggend bestemmingsplan is opgenomen dat voor de aanleg van woningen dient te worden voldaan aan het geldend gemeentelijk parkeerbeleid. Voor de volledigheid is de parkeercapaciteit getoetst op basis van het stedenbouwkundig plan. Parkeren op eigen terrein Type woningen Twee-aaneengebouwde-woning Vrijstaande woningen Vrijstaande woningen subtotaal

Parkeerplaatsen per woning 1 1 2

Aantal woningen

Totaal

8 10 9 27

8 10 18 36

Parkeren in openbare ruimte

64

Totaal aantal parkeerplaatsen

100

Het parkeren wordt opgelost op eigen terrein en in de openbare ruimte. Voor de beoogde situering en inrichting wordt verwezen naar het stedenbouwkundig plan. Voor de private kavels is rekening gehouden met minimaal één parkeerplaats per woning op het eigen terrein (m.u.v. tussenwoningen), negen vrijstaande woningen hebben 2 parkeerplaatsen op eigen terrein. De overige parkeerbehoefte wordt in de openbare ruimte ingepast. Er zijn geen garages in de berekening meegenomen. In het stedenbouwkundig plan zijn 100 parkeerplaatsen ingepast. Hiermee is aangetoond dat binnen het plangebied voldoende ruimte c.q. capaciteit is om te voorzien in de parkeerbehoefte.

4.8

Water Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is de opstelling van een waterparagraaf verplicht gesteld, mede in relatie tot de watertoets. In de bijlage waterhuishouding BP Leunen Zuid is verwoord hoe er in het plan met de aspecten water en ruimte rekening wordt gehouden, in relatie tot enerzijds het waterbeleid en anderzijds de waterhuishouding. U treft hier een korte samenvatting.

Beleid en regelgeving Bij alle in- en uitbreidingsplannen adviseert en toetst het Waterschap op hydrologische effecten, waarbij het hydrologisch neutraal ontwikkelen het uitgangspunt is. Kortom, het initiatief mag niet leiden tot een verandering in de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse en in de directe omgeving. Daarnaast is het streven om het schone en het verontreinigde water zoveel mogelijk te scheiden.

Toekomstige situatie Binnen het plangebied worden 50 grondgebonden woningen ontwikkeld met de benodigde infrastructuur. Aangezien er geen open water in de directe nabijheid aanwezig is en een overstort naar waterschapswater daarmee niet mogelijk is, zijn de gemeentelijke eisen (statische berging 40 mm) leidend.

CroonenBuro5

33

Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid

Gemeente Venray

Hemelwater Voor dit plan zijn de volgende afstromingsfactoren gehanteerd: • Hemelwater afkomstig van kavels (daken en particuliere verharding) 65% • Hemelwater afkomstig van openbare weg (incl. parkeren en trottoir) 100% • Hemelwater afkomstig van groen 50% Op basis van het ontwerp verkavelingsplan resulteert dit in onderstaande tabel.

Benodigde berging

In het groengebied is ruimte om een wadi te realiseren om hemelwater te bergen. Gezien de geringe hoogteverschillen in het plangebied zal echter een HWA-riool moeten worden aangelegd om al het hemelwater in de wadi te krijgen. Door het HWA-riool uit te voeren als IT-riool, al dan niet met omhulling, geldt de inhoud hiervan ook als waterberging. De wadi dient dan alleen als overloop van het HWA-riool waardoor deze meestal droog staat en tevens als speelplek gebruikt kan worden. Het HWA-riool zal worden verbonden met het recentelijk aangelegde HWA-stelsel in Sparveld en Rondeveld. Afvalwater Voor het afvalwater dient een rioolstelsel te worden aangelegd onder de rijweg. Het kan aangesloten worden op zowel Sparveld, Rondeveld als Vullingsstraat. In de verdere uitwerking zal dit met gemeente Venray nader worden afgestemd

Conclusie Binnen het plangebied is aan de oostzijde ruimte om een open bergingsvoorziening te realiseren in het grote groengebied. De doorlatendheid van de ondergrond is voldoende om het hemelwater binnen het plangebied te infiltreren. In het voortraject is met gemeente Venray al gesproken om aansluitend op het recent aangelegde hemelwatersysteem in het Rondeveld, een IT-riool met lavaomhulling toe te passen. Door de combinatie van wadi (ca. 800 m2) met IT-riool ( ca. 450 m) is voldoende berging te realiseren om al het hemelwater te kunnen bergen. De exacte invulling van het hemelwatersysteem zal tijdens de technische uitwerking worden bepaald, waarbij de ontwerpeisen van de TOR2019 gevolgd dienen te worden.

CroonenBuro5

34

Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid

4.9

Gemeente Venray

Flora en fauna Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht geworden en vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Het voornemend initiatief is door Faunaconsult middels de ‘Flora- en fauna-inspectie stedenbouwkundigplan Leunen-Zuid’ op 14 september 2020 getoetst aan de nieuwe wetgeving. De flora- en fauna-inspectie is opgenomen als bijlage aan deze toelichting. Hierna zijn de conclusies en bevindingen beschreven.

Conclusie Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wet natuurbescherming zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud (Provincie Limburg, 2016). Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wn): deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens het werk worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Algemene vogels Verstoring en vernietiging van vogelnesten is te vermijden, door opgaande vegetaties buiten het broedseizoen (dus buiten de periode 15 maart – 15 juli) te verwijderen. De ontwikkeling is uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming.

4.10

Archeologie en cultuurhistorie

4.10.1

Archeologie Op grond van de Wet op de archeologische monumentenzorg is de gemeente verplicht om bij het vaststellen van nieuwe bestemmingsplannen of aanpassing(en) van oude plannen, rekening te houden met archeologie. Op de Archeologische beleidskaart is door de gemeente in beeld gebracht welke archeologische waarden er zijn of worden verwacht. Hier dient rekening mee te worden gehouden bij het vast stellen van bestemmingsplannen. Het plangebied is aangeduid gebied met een hoge archeologische verwachting. In het vigerende bestemmingsplan is derhalve de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ opgenomen. Op of in de als 'Waarde - Archeologie - 2' aangegeven gronden mag op basis van deze dubbelbestemming worden gebouwd, mits de verstoring van de bodem maximaal 500 m2 bedraagt en niet dieper dan 50 cm, danwel nadat de aanvrager een rapport (voortoets, bijvoorbeeld bureauonderzoek, inventariserend veldonderzoek, proefsleuvenonderzoek, opgraving, sleufgraaf, archeologische begeleiding) van een door gemeenteweg erkende archeologisch deskundige heeft overgelegd waaruit blijkt dat de in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemmingsplan omschreven archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad

CroonenBuro5

35

Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid

Gemeente Venray

Uitsnede Archeologische beleidskaart Venray

In juni en juli 2009 heeft er een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een karterend verkennend booronderzoek naar aanleiding van het voornemen in het voorliggend bestemmingsplan. Door het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven (SRE) Milieudienst is deze rapportage beoordeeld. De beoordeling, d.d. 22 juli 2012 is als bijlage aan deze toelichting opgenomen. Hierna zijn de conclusies en bevindingen beschreven. De SRE Milieudienst stemt in met het Inventariserend Veldonderzoek (IVO), karterende fase (door middel van boringen) en kan zich vinden in het advies het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling. De aanwezigheid van archeologische resten kunnen nooit geheel worden uitgesloten op basis van het uitgevoerde onderzoek. Mochten er tijdens toekomstige grondwerkzaamheden toch onverwacht archeologische vondsten en structuren worden aangetroffen, dan dient men dit zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de gemeente Venray te melden (Monumentenwet 1988, artikel 53). Gezien de hoge concentratie vondsten in het plangebied, was in het plangebied of in de directe omgeving hoogstwaarschijnlijk een archeologische vindplaats uit de Late Middeleeuwen en/ of Nieuwe Tijd aanwezig. Deze is door de asperge en venkelteelt sterk aangetast dan wel grotendeels vernietigd.

Vanwege de verstoring van de top van het dekzand luidt het advies het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling.

4.10.2

Cultuurhistorie In het plangebied liggen geen cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig. Onderhavig bestemmingsplan heeft dus geen invloed op cultuurhistorisch waardevolle elementen.

CroonenBuro5

36

Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid

4.11

Besluit milieueffectrapportage

4.11.1

Algemeen

Gemeente Venray

Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r-beoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Als een activiteit op grond van onderdeel D m.e.r.-beoordelingsplichtig is, geldt voor een kaderstellend (bestemmings)plan dat die activiteit mogelijk maakt, een plan-m.e.r-plicht. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de C- of D-lijst en de drempelwaarden uit kolom 2 worden overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht. Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd.

Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden - aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling). De motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling. Voor de toets gelden echter geen vormvereisten, daarom wordt de term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ gehanteerd.

4.11.2

Activiteit en drempelwaarden In artikel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is een categorie ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ (D11.2) opgenomen. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage dient voor de ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1° een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2° een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3° een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Het plan voorziet in maximaal 50 woningen. Het plangebied heeft een grootte van circa 2 hectare. De voorgenomen activiteit blijft dus ruimschoots onder de drempel van 2.000 woningen en/of 100 hectare zoals opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage. De activiteit is dus niet m.e.r.-beoordelingsplichting. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst, dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht.

4.11.3

Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r..

CroonenBuro5

37

Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid

Gemeente Venray

De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in bijlage III van de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. De criteria vallen uiteen in criteria betreffende de: kenmerken van het project: omvang van het project, cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico op ongevallen; plaats van het project: bestaand gebruik van de locatie, natuurlijke hulpbronnen en opnamevermogen/gevoeligheid van het milieu; kenmerken van het potentiële effect: bereik, grensoverschrijdend karakter, orde van grootte en complexiteit, waarschijnlijkheid en duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect.

4.11.4

Toetsing Kenmerken van het project Het woningbouwprogramma bestaat uit de realisatie van maximaal 50 grondgebonden woningen, in verschillende typologieën. De groen- en speelzone die het plangebied scheidt van de Albionstraat wordt heringericht. In de toekomstige situatie wordt in deze zone een ontsluitingsweg aangelegd tussen het nieuwe woongebied en de Albionstraat. Er is geen sprake van cumulatie met andere projecten en de ontwikkeling heeft geen gevolgen voor natuurlijke hulpbronnen. Er wordt bijvoorbeeld geen grondwater onttrokken of grondstoffen in de omgeving gedolven. Er is geen sprake van de productie van afvalstoffen, anders dan regulier huishoudelijk afval. Relevante Natura 2000-gebieden Onderstaand zijn de voor het onderhavige project relevante gebieden weergegeven. Daarnaast zijn per gebied de aanwijzingsdata weergegeven en de afstand tot het projectgebied. In figuur zijn deze gebieden geografisch weergegeven ten opzichte van het projectgebied. 1.

Boschhuizerbergen: a) Afstand: circa 4,1 kilometer ten noordoosten van het projectgebied; b) Aanwijzingsdatum: 7 december 2004 als Habitatrichtlijngebied. 2. Deurnse Peel & Mariapeel: a) Afstand: ruim 7 kilometer ten westen/ zuidwesten van het projectgebied; b) Aanwijzingsdata: 12 mei 1992 als Vogelrichtlijngebied en 7 december 2004 als Habitatrichtlijngebied. 3. Maasduinen: a) Afstand: ruim 10 kilometer ten oosten van het projectgebied; b) Aanwijzingsdata: 24 maart 2000 als Vogelrichtlijngebied en 7 december 2004 als Habitatrichtlijngebied.

CroonenBuro5

38

Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid

Gemeente Venray

Ligging van het projectgebied ten opzichte van relevante Natura 2000-gebieden

Rekenresultaten beoogde situatie gebruiksfase Uit de rekenresultaten blijkt dat in de ‘beoogde situatie, gebruiksfase’ geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j op omliggende Natura 2000-gebieden zijn berekend. Dat betekent dat het onderhavige plan in de permanente gebruiksfase geen significant negatieve invloed uitoefent op de instandhoudingsdoelstellingen van omliggende Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van de gebruiksfase zijn geen nadere stappen noodzakelijk. Rekenresultaten beoogde situatie realisatiefase Uit de rekenresultaten blijkt dat ook in de ‘beoogde situatie, realisatiefase’ geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j op omliggende Natura 2000-gebieden zijn berekend. Dat betekent dat het onderhavige plan ook in de tijdelijke realisatiefase geen significant negatieve invloed uitoefent op de instandhoudingsdoelstellingen van omliggende natura 2000-gebieden. Ten aanzien van de realisatiefase zijn geen nadere stappen noodzakelijk. Conclusie Uit de rekenresultaten van Aerius-calculator is gebleken dat als gevolg van onderhavig project zowel in de gebruiksfase als in de realisatiefase geen sprake is van stikstofdeposities op de omliggende Natura 2000- gebieden hoger dan 0,00 mol/ha/j. Stikstofemissie afkomstig van onderhavig project heeft geen significant negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende Natura 2000-gebieden.

Het aspect stikstof in relatie tot Natura 2000 vormt geen belemmering voor de realisatie en de vergunningverlening van de ‘omgevingsvergunning, activiteit bouwen’. Daarnaast is geen (natuur)vergunning op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk omdat geen sprake is van een depositie hoger dan 0,00 mol/ha/j. Kenmerken van het potentiële effect De effecten van het project blijven, zoals ook blijkt uit de voorgaande, beperkt tot het plangebied en de directe omgeving daarvan. In het plangebied zelf worden 50 woningen ontwikkeld. De effecten zijn beperkt en de ontwikkeling van het woningbouwproject stuit niet op bezwaren (zie de voorgaande aspecten). Er is zeker geen sprake van ‘belangrijke nadelige’ milieueffecten.

CroonenBuro5

39

Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid

4.11.5

Gemeente Venray

Conclusie In het kader van deze notitie is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de ontwikkeling van het woningbouwproject aan de zuidzijde van Leunen. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de effecten van het project, moet worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat sprake kan zijn van ‘belangrijke nadelige milieugevolgen’. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure of m.e.r.-procedure. Een en ander zoals gemotiveerd in de formele Aanmeldnotie (d.d. 20 november 2020) die als bijlage bij voorliggend bestemmingsplan is toegevoegd.

4.12

Duurzaamheid Duurzaamheid is in het collegeprogramma ‘Samen aan de slag, Samen verantwoordelijk 201420-18’ (d.d. 26 augustus 2014) verweven in het leven, wonen, werken en besturen in Venray. Venray is in samenwerking met de regiogemeenten (waaronder Venlo en Beesel) bezig met de uitvoering van de Energiestrategie 2030. De ambitie van de gemeente is om in 2030 energieneutraal te worden met compensatiemaatregelen. Venray wil vooral inzetten op lokale mogelijkheden als biovergisting en zon, maar sluit geen enkel alternatief uit. Duurzaamheid vormt onderdeel van het afwegingskader waarbinnen beleidskeuzes en investeringsbeslissingen kunnen worden afgewogen. Voorliggend ontwikkelingsplan gaat uit van duurzaam bouwen. Hiermee draagt het plan bij aan de duurzaamheidsambities van de gemeente.

CroonenBuro5

40

Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid

5

Gemeente Venray

Juridische planopzet Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van gronden en gebouwen binnen het plangebied. In dit hoofdstuk is een toelichting op de systematiek en de inhoud van de verschillende toegekende bestemmingen van het bestemmingsplan gegeven.

5.1

Juridische planopzet De bij dit plan behorende regels zijn opgenomen in 4 hoofdstukken: — hoofdstuk 1 – Inleidende regels; — hoofdstuk 2 – Bestemmingsregels; — hoofdstuk 3 – Algemene regels; — hoofdstuk 4 – Overgangs- en slotregels. Deze hoofdstukindeling is conform de richtlijnen uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). In hoofdstuk 1 worden ter voorkoming van interpretatieproblemen in de regels gebruikte begrippen nader verklaard. Ook wordt aangegeven op welke wijze in de regels gebruikte afmetingen moeten worden gemeten. In hoofdstuk 2 worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en voor welke doeleinden de in die bestemmingen opgenomen gronden en gebouwen mogen worden gebruikt. Daarnaast zijn per bestemming de bebouwingsmogelijkheden vermeld. In hoofdstuk 3 (Algemene regels) zijn de bepalingen opgenomen die betrekking hebben op meerdere bestemmingen. Hoofdstuk 4 bevat het overgangsrecht en de aanhalingstitel van het bestemmingsplan.

5.2

Beschrijving van de bestemmingen In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor:

Bestemming ‘Groen’ De groenvoorzieningen van enige omvang binnen het plangebied zijn voorzien van de bestemming ‘Groen’, waardoor een groene invulling van de openbare ruimte wordt geborgd. Binnen deze bestemming zijn behalve groenvoorzieningen ook waterpartijen (inclusief waterbergende en infiltrerende voorzieningen) en speelvoorzieningen toegestaan. De bouwmogelijkheden zijn beperkt.

Bestemming ‘Verkeer’ Deze bestemming is gericht op de afwikkeling van het verkeer. Naast wegverkeer zijn onder meer ook voet- en rijwielpaden, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan. De bestaande (ontsluitings)wegen en paden, alsmede de parkeervoorzieningen binnen het plangebied zijn opgenomen in de bestemming ‘Verkeer’. De bouwmogelijkheden zijn beperkt. Ter plaatse van de kruisingen die niet worden opengesteld voor gemotoriseerd verkeer is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Met deze voorwaardelijke verlichting is geborgd dat het gebruik van de nieuwe woningen uitsluitend is toegestaan indien ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – voorwaardelijke verplichting’ zodanige verkeerskundige maatregelen zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden waardoor gemotoriseerd verkeer, met uitzondering van calamiteiten, tussen plangebied en het bestaand woongebied (over de wegen Sparveld, Rondeveld en Vullingstraat) niet mogelijk is.

CroonenBuro5

41

Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid

Gemeente Venray

Bestemming ‘Wonen’ De bestemming ‘Wonen’ is flexibel qua woningtype dat wordt toegestaan. Binnen deze bestemming zijn vrijstaande, twee-onder-een-kapwoningen, aaneengebouwde woningen en levensloopbestendige woningen toegestaan. Verdeeld over de verschillende bestemmingsvlakken mogen maximaal 50 woningen worden gerealiseerd Per woningtype is in de regels een maximale diepte opgenomen, alsmede de verplichte afstand tot de zijdelingse perceelgrens. De woningen mogen uitsluitend worden gebouwd in de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken. Bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen zowel in het bouwvlak als buiten het bouwvlak worden opgericht. In de regels is opgenomen waaraan bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, moeten voldoen. In de specifieke gebruiksregels zijn regels opgenomen ten aanzien van strijdig gebruik, het toestaan van beroep aan huis en parkeren bij vrijstaande woningen. Daarnaast is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het realiseren en in standhouden van verkeerskundige maatregelen, zodat er geen gemotoriseerd verkeer, met uitzondering van calamiteiten, mogelijk is tussen op de wegen Sparveld, Rondeveld en Vullingstraat. Deze voorwaardelijke verplichting is gekoppeld aan het gebruik van de nieuwe woningen ter plaatse van ‘Wonen’.

Met een wijzigingsbevoegdheid kunnen Burgemeester en wethouders het maximum aantal woningen naar beneden bijstellen indien een locatie c.q. bouwstrook volledig is ontwikkeld en er op de betreffende locatie een overschot lijkt qua woningaantallen.

CroonenBuro5

42

Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid

6

Handhaving

6.1

Algemeen

Gemeente Venray

Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan een sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde wijze daadwerkelijk aan het plan te worden gehouden.

6.2

Bestemmingsplan ‘Woningbouw Leunen Zuid’ In dit bestemmingsplan is allereerst gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van in het bijzonder de planregels. Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter in de praktijk de mogelijkheden om toe te zien op de naleving van het plan. Er zijn toereikende en evenwel flexibele bestemmings-, gebruik- en bouwvoorschriften opgenomen. Hoe minder knellend de planregels zijn, hoe kleiner de kans dat het met de regels wat minder nauw wordt genomen. In de praktijk worden op den lange duur immers ook alleen die regels gerespecteerd waarvan door de betrokkenen de noodzaak en de redelijkheid wordt ingezien. In de bouwregels zijn maten opgenomen die van toepassing zijn op gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Te realiseren gebouwen en andere bouwwerken moeten voldoen aan deze maatvoering, zo niet, dan kan het college van burgemeester en wethouders geen omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen. Gebruiksregels zijn opgenomen om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen uit te sluiten. Toetsing aan de gebruiksregels is aan de orde bij functiewisseling of nieuw vestiging. Het gemeentebestuur draagt de verantwoordelijkheid om toe te zien op de naleving van de opgenomen regels in het bestemmingsplan.

CroonenBuro5

43

Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid

7

Gemeente Venray

Haalbaarheid In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van de ontwikkeling aangetoond. De ontwikkeling moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn. Er wordt daarom een korte financiële toelichting gegeven en daarnaast worden de doorlopen procedures weergegeven.

7.1

Financiële haalbaarheid

7.1.1

Economische uitvoerbaarheid De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemers. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. Het bestemmingsplan is hiermee financieel uitvoerbaar. De economische haalbaarheid van het planvoornemen is door de initiatiefnemers gebaseerd op de verwachte opbrengst vanuit de gronduitgifte van waaruit de locatie ontwikkeld kan worden op basis van een sluitende exploitatieopzet

7.1.2

Kostenverhaal Wanneer met een bestemmingsplan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Aangezien in voorliggend geval het kostenverhaal wordt vastgelegd door middel van een anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemers, kan de vaststelling van een exploitatieplan achterwege blijven en is het kostenverhaal verzekerd.

7.2

Maatschappelijke haalbaarheid Het woningbouwproject Leunen Zuid is uitvoerig behandeld in een klankbordgroep om maatschappelijk draagvlak voor de ontwikkeling te verkrijgen. In deze klankbordgroep waren leden van de Dorpsraad Leunen en andere inwoners van het dorp verenigd. De klankbordgroep is in drie bijeenkomsten samen met de gemeente en de initiatiefnemers de kans geboden om over uiteenlopende thema’s het ontwikkelingsplan te bespreken. Onderwerpen die zijn besproken betreffen onder andere de ontsluiting, de woningtypes en de invulling van de groenzone. Bij de bijeenkomst van de dorpsraad Leunen op 22 oktober 2018 is een convenant ondertekend dat convenant staat symbool voor de samenwerking tussen de initiatiefnemers, de gemeente en de leden van de klankbordgroep.

CroonenBuro5

44

Bestemmingsplan Woningbouw Leunen Zuid

8

Procedure

8.1

Procedure

Gemeente Venray

Voordat de wettelijke procedure ten behoeve van de vaststelling van het bestemmingsplan, zoals omschreven in hoofdstuk 3 van de Wet ruimtelijke ordening kan worden opgestart, wordt eerst het voorontwerp bestemmingsplan aan diverse instanties toegezonden ten behoeve van overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Deze bepaling schrijft voor dat het bestuursorgaan (i.c. de gemeente Venray) dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Mocht een bestemmingsplan toch aanleiding geven om inspraak te verlenen, dan kunnen Burgemeester en Wethouders met het delegatiebesluit (op grond van artikel 156 van de Gemeentewet) alsnog besluiten om inspraak te verlenen. Hiervoor kan aanleiding bestaan bij politiek of maatschappelijk gevoelige kwesties. Van politiek of maatschappelijk gevoelige kwesties is geen sprake bij onderhavig bestemmingsplan. De ontwikkeling van het plangebied met woningbouw is reeds geruime tijd bekend. Derhalve wordt in het kader van de procedure van het bestemmingsplan geen mogelijkheid tot inspraak geboden.

Na de overlegronde wordt de vaststellingsprocedure zoals omschreven in art. 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening opgestart. Deze procedure kan als volgt worden samengevat: de procedure start met vaststelling van het ontwerp bestemmingsplan door de gemeenteraad, vervolgens volgt een openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan, waarna het ontwerp bestemmingsplan wordt gepubliceerd en gedurende een termijn van 6 weken door één ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen over het ontwerp bestemmingsplan kunnen worden ingebracht. Na de termijn van de terinzagelegging dient de gemeenteraad binnen 12 weken te beslissen omtrent de vaststelling van het plan. Na de publicatie van het vastgestelde bestemmingsplan hebben belanghebbenden 6 weken de tijd om tegen het plan in beroep te gaan. Het bestemmingsplan treedt de dag na afloop van de beroepstermijn in werking.

8.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening Ingevolge artikel 3.1.1. dient een bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening. In het kader van het vooroverleg is het bestemmingsplan toegestuurd naar de provincie Limburg en het Waterschap Limburg. De provincie Limburg heeft aangegeven dat de beoordeling van het plan geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen. Door het Waterschap Limburg is gevraagd meer inzicht te geven in de capaciteit voor waterberging binnen het plangebied. De vooroverlegreacties zijn in hun geheel opgenomen als bijlage bij deze plantoelichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12762464/1