03 Veldstraat 23 paardenbak-met bijlagen
Tekst van het document
De archeologische dubbelbestemming blijft daarom gehandhaafd. Indien er in de toekomst graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden in het plangebied (rijbak) die dieper reiken dan 35 centimeter beneden maaiveld (inclusief een buffer van 20 centimeter), dan wordt op basis hiervan voor het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Venray). De resultaten van dit onderzoek zijn getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Venray), dat op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen.
Pagina | 4
AM22056
Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn. Als gevolg hiervan is bij het aantreffen van archeologische resten het, conform de Erfgoedwet van 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing.
Pagina | 5
AM22056
ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Projectnummer
: AM22056
OM-nummer
: 5161103100
Soort onderzoek
: Verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen
Adres onderzoekslocatie
: Veldstraat 23 te Venray
Toponiem
: Veldstraat 23
Gemeente
: Venray
Provincie
: Limburg
Kadastrale registratie
: Venray, sectie Z, nummer, 399 (gedeeltelijk)
Coördinaten
: Centraal
192.218; 393.118
NW:
192.203; 393.126
NO:
192.220; 393.135
ZW:
192.216; 393.100
ZO:
192.234; 393.108
Oppervlakte
: Circa 556 m2
Huidig locatie gebruik
: Paddock/rijbak
Aanleiding onderzoek
: Omgevingswetvergunning
Opdrachtgever
: Keurbedrijf Kempkens
Bevoegde overheid
: Gemeente Venray
Opslag documentatie en materiaal
: Noordhoven 4 te Roermond tot deponering bij provinciaal depot te Heerlen/E-depot
Datum uitvoering veldwerk
: 15 februari 2022
Pagina | 6
AM22056
1. INLEIDING In opdracht van Keurbedrijf Kempkens heeft Aeres Milieu een archeologisch verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie
: Veldstraat 23 te Merselo
Gemeente
: Venray
Oppervlakte
: Circa 556 m2
Huidig gebruik van de locatie
: Paddock/rijbak
Toekomstig gebruik
: Paddock /rijbak
Dit archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de BRL SIKB 4000 (protocol 4003), KNA 4.1. Het archeologische onderzoek bestaat uit een verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen op het perceel uitgevoerd. De werkzaamheden in het veld zijn uitgevoerd onder leiding van een senior KNA-prospector.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen (her)ontwikkeling van de locatie ten behoeve van de aanleg van een paddock/rijbak. Deze paddock/rijbak is inmiddels gerealiseerd.
De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Venray (2011) deels in de Beleidscategorie 2 (Monumenten van zeer hoge waarde en monumenten die betrekking hebben op de historische kernen) en deels in de Beleidscategorie 4 (Droge en natte gebieden met een hoge verwachting). Voor de Beleidscategorie 2 geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 250 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 50 centimeter onder maaiveld. Voor de Beleidscategorie 4 geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 50 centimeter onder maaiveld. De hoogste beleidscategorie is leidend. De gemeente heeft middels deze kaart aangegeven dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt.1 De gemeente Venray heeft middels een brief aangegeven ter plaatse van de reeds gerealiseerde paddock/rijbak alsnog een verkennend archeologisch booronderzoek dient te worden uitgevoerd (een bureauonderzoek is niet nodig). Hiermee kan worden nagegaan hoe diep de bodem is verstoord bij de aanleg van de paddock/rijbak. Op basis van de resultaten daarvan kan in ieder geval worden geconstateerd of er nader archeologisch onderzoek moeten worden verricht in het kader van de planrealisatie (Bron: Brief gemeente Venray, d.d. 17 januari 2022, kenmerk HZ-OMV-2021-0361).
Doel Middels het verkennend booronderzoek zal worden nagegaan in hoeverre het plangebied is verstoord en of er nog potentiële archeologische lagen aanwezig zijn. Specifiek voor de onderzoekslocatie Veldstraat 23 te Merselo zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: •
Is er sprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten?
•
In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten?
1 RAAP-adviesdocument, Beleidskaart gemeente Venray, kaartbijlage 8, 2011. Pagina | 7
AM22056
•
Wat is de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten door de voorgenomen bodemingrepen?
Plangebied Het plangebied ligt aan de aan de Veldstraat, ten zuidwesten van de dorpskern van Merselo. De ligging van het plangebied is weergegeven in Figuur 1. Momenteel is het plangebied in gebruik als paddock/rijbak. In het noorden wordt het plangebied begrensd door bebouwing aan de Veldstraat (nummer 23), in het oosten en zuiden door weiland en in het westen door een schuur.
Figuur 1. Topografische ligging van het plangebied. Het plangebied is weergegeven met het rode kader. (Bron: PDOK-viewer).
Pagina | 8
AM22056
2. VELDWERKZAAMHEDEN 2.1
Inleiding
Archeologische verwachting Het plangebied ligt in het zuidelijke zandgebied van Nederland. Het huidige landschap met het hierop aanwezige dekzand is gevormd tijdens de laatste ijstijd (Weichselien; circa 115.000 – 11.700 jaar geleden). Hierbij zijn in de diepe ondergrond fluvioperiglaciale afzettingen gevormd die bestaan uit fijn en grof zand, soms met grind, leemlagen en plantenresten en worden tot de Formatie van Boxtel gerekend.2 De fluvioperiglaciale afzettingen raakten bedekt met dekzand.3 Dit dekzand is kalkloos, fijnkorrelig (150 – 210 μm) en arm aan grind. Het dekzand wordt tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel gerekend. Volgens de Geomorfologische kaart ligt het plangebied grotendeels op een dekzandrug (code 3B53). Het uiterste zuidoostelijke deel ligt in een glooiing van beekdalzijde (code 4H42) met op een afstand vanaf 250 meter ten oosten het beekdal van de Loobeek (code 22R42). Volgens de Bodemkaart worden hoge zwarte enkeerdgronden in lemig fijn zand (code zEZ23) verwacht. Volgens historische kaarten was het plangebied sinds tenminste begin 19e eeuw in gebruik als boomgaard en later als weiland, gelegen direct ten zuiden van de oude bebouwing aan de Veldstraat. Vanaf de jaren zestig van de 20e eeuw ontstaat er bebouwing (bijgebouwen) binnen het plangebied. Deze verdwijnt in de loop van de jaren tachtig.
Verkennend veldonderzoek door middel van boringen Het inventariserend veldonderzoek (IVO) is uitgevoerd conform KNA 4.1, Protocol 4003. Aan de hand van het Plan van Aanpak (PvA) en de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek 4 wordt een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van 6 boringen per hectare uitgevoerd. Het onderzoek is hiermee verkennend voor alle perioden. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 556 m2. Bij het verkennend veldonderzoek zal daarom uitgegaan worden van 6 boringen welke in een grid van 50x40 meter over het plangebied verdeeld zijn, zie Figuur 2. De boorkernen worden conform de ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijving 5.2) beschreven. Gelet zal worden op de aanwezigheid van archeologische indicatoren als fragmenten keramiek, fosfaatvlekken en brokjes houtskool en verbrande leem. Daartoe worden de opgeboorde monsters verbrokkeld waar nodig. De hoogte zal worden bepaald met het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3). De boringen worden gezet met een Edelmanboor met een boorkop van 7 centimeter.
2 Berendsen 2008, 189. 3 Berendsen 2004, 190. 4 Tol et al. 2012. Pagina | 9
AM22056
2.2
Algemeen - veldwaarnemingen
Middels het verkennend booronderzoek zal worden nagegaan in hoeverre het plangebied is verstoord en of er nog potentiële archeologische lagen aanwezig zijn. Hiertoe zijn op 15 februari 2022 in totaal 6 boringen gezet (zie Bijlage 2). Boringen 1 t/m 5 zijn in de rijbak gezet en boring 6 is buiten de rijbak gezet en wordt als een referentieboring gebruikt. De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 centimeter door L. Kruithof MSc., F. van den Blink MA. en drs. ing. N.J.W. van der Feest. De boordiepte varieerde van 110 tot 150 centimeter beneden maaiveld. De boorkernen zijn conform ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijving 5.2) beschreven, zie Bijlage 3. De meetpunten worden met behulp van een meetwiel en meetlint of met een DGPS uitgezet. De maaiveldhoogten van de boorpunten worden gerelateerd aan het AHN3. De maaiveldhoogte in het plangebied varieert tussen circa 26,32 en 26,37 meter +NAP.
Figuur 2. Foto van het plangebied, kijkende in zuidelijke richting (Foto: 15 februari 2022).
Pagina | 10
AM22056
2.3
Boorbeschrijving, fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw
De top van bodem wordt in de rijbak (boringen 1 t/m 5) gevormd door een licht grijs(wit), zwak siltig, matig grof zand. Dit pakket heeft een dikte van circa 10 tot 30 centimeter. Hieronder volgt met een scherpe overgang een matig humeus, matig siltig, matig fijn zandpakket. De kleur van dit pakket is donker bruingrijs en heeft een dikte van circa 30 tot 75 centimeter. Plaatselijke wordt dit pakket gekenmerkt door resten worteldoek en spikkels baksteen. In boring 6 vormt dit pakket de top van de bodem.
De natuurlijke ondergrond bestaat uit zwak tot matig siltig, matig fijn zand met een donkergrijze tot geelbeige kleur. Het zand is slecht gesorteerd. De top van de natuurlijke ondergrond wordt veelal gevormd met een pakket matig siltig, matig fijn, donkergrijs zand. De dikte van dit pakket varieert van circa 15 tot 50 centimeter. Het donkergrijze zandpakket ontbreekt in boringen 5 en 6. De top van de natuurlijke ondergrond is aangetroffen op circa 55 tot 95 centimeter onder maaiveld. Dit komt overeen met circa 25,56 tot 25,79 meter +NAP. Ter plaatse van boring 5 ligt dit pakket beduidend lager, op circa 25,19 meter +NAP.
Aa-hor
Ap-hor Opgebracht (sub-)recent 0 cm -mv
C-hor
140 cm -mv Figuur 3. Foto van boring 3. De leesrichting is van linksboven naar rechtsonder (0 – 140 centimeter) (Foto: 15 februari 2022).
Ap-hor
Aa-hor
C-hor
0 cm -mv
150 cm -mv
Figuur 4. Foto van referentieboring 6. De leesrichting is van links naar rechts (0 – 150 centimeter) (Foto: 15 februari 2022).
Pagina | 11
AM22056
2.4
Interpretatie
Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzandafzettingen van het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel). Het dekzand bestaat uit matig siltig, matig fijn, slecht gesorteerd zand. De duidt op verspoeld dekzand. De onverstoorde dekzandafzettingen bevinden zich op een diepte van circa 55 tot 95 centimeter onder maaiveld. Dit komt neer op een gemiddelde diepte van circa 25,56 tot 25,79 meter +NAP. Ter hoogte van boring 5 ligt de natuurlijke ondergrond op circa 25,19 meter +NAP. De top van de bodem wordt, met uitzondering van boring 6, gevormd door een circa 10 tot 30 centimeter (sub-)recent opgebracht pakket rijbak zand. Hieronder ligt een circa 25 tot 45 centimeter dikke moderne ploeglaag (Ap-horizont). Hieronder volgt veelal een circa 20 tot 25 centimeter dik antropogeen opgebracht pakket (Aa-horizont). Binnen het plangebied is er sprake van een AC-profiel. De (ondiepe) bodemverstoring is mogelijk het gevolg van moderne grondbewerking, nog vóór de aanleg van de rijbak, en/of (diep)ploegactiviteiten. Ter hoogte van boring 5 is de bodemverstoring mogelijk veroorzaakt door de voormalige en huidige bebouwing. Uit het verkennend booronderzoek blijkt ook de bodem bij de aanleg van de rijbak tot in de top van A-horizont is verstoord. In het plangebied worden hoge zwarte enkeerdgronden (code zEZ23) verwacht.
De gronden worden gekenmerkt door een tenminste 50 centimeter dikke humeuze bovengrond. Op basis van de boringen is er een circa 30 tot 75 centimeter dikke humeuze (top)laag aangetroffen. Dit betekent dat bij de aanleg van de rijbak de top van bodem mogelijk tot maximaal 20 centimeter is verstoord. Op basis hiervan kan er worden geconcludeerd dat de bodem door de aanleg van de rijbak niet diepgaand verstoord is.
2.5
Archeologische indicatoren
Alhoewel geen doel van een verkennend veldonderzoek met boringen, is gelet op de aanwezigheid van archeologische indicatoren die kunnen wijzen op archeologische waarden in de ondergrond. Tijdens het onderzoek zijn dergelijke indicatoren echter niet aangetroffen. Dit zegt echter niets over de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische resten in de diepere ondergrond.
Pagina | 12
AM22056
3. CONCLUSIE 3.1
Algemeen
Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat in een deel van het plangebied sprake is van hoge zwarte enkeerdgronden. De natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzandafzettingen van het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel). Het dekzand bestaat uit matig siltig matig fijn, slecht gesorteerd zand. Het betreft hier verspoelde dekzandafzettingen. De top van de verspoelde dekzandafzettingen bevinden zich op een diepte van circa 55 tot 95 centimeter onder maaiveld. Dit komt neer op een gemiddelde diepte van circa 25,19 tot 25,79 meter +NAP. Er is tijdens het veldonderzoek ook vastgesteld dat de bodem in meer of mindere mate verstoord is. Binnen het plangebied is sprake van een AC-bodemprofiel. In geen van de boringen zijn geen sporen van deze podzolbodem (E-, B- en/of BC-horizont) waargenomen. Aangenomen wordt dat een eventueel aanwezige podzolbodem door bewerking van het land geheel is opgenomen in de Ap-horizont. De scherpe overgang naar de C-horizont is mogelijk het gevolg van moderne grondbewerking en/of (diep)ploegen. Dit betekent dat de top van het potentieel archeologisch niveau voor de periode jager-verzamelaars niet meer intact is. Deze vindplaatsen zijn immers erg kwetsbaar en zullen, indien deze aanwezig zijn geweest, alleen nog ex-situ kunnen worden aangetroffen.
Op basis hiervan wordt de kans laag geacht dat er nog archeologische resten uit deze periode aanwezig zijn. Voor de daaropvolgende periode van meer sedentaire bewoningsvormen met robuustere sporen kan worden gesteld dat deze naar verwachting nog goed aangetroffen kunnen worden.
3.2
Beantwoording onderzoeksvragen •
Is er sprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten? Ja, eventuele archeologische resten zouden aanwezig kunnen zijn op de overgang van de A-horizont (Aa- en Ap-horizont) naar de C-horizont.
•
In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten? De afwezigheid van een oorspronkelijk (podzol)bodem kan duiden op bewerking van de bodem in het verleden. Eventuele archeologische resten van jagers-verzamelaars zullen daarom vermoedelijk niet meer in situ aanwezig zijn. Archeologische resten van latere perioden kunnen nog wel worden aangetroffen.
•
Wat is de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten door de voorgenomen bodemingrepen? Eventueel aanwezige archeologische resten worden verwacht onder de A-horizont. Deze wordt vanaf 55 centimeter onder maaiveld aangetroffen. Indien toekomstige graafwerkzaamheden dieper reiken dan dit niveau dan kan dit resulteren in de aantasting van eventueel aanwezige archeologische resten.
Pagina | 13
AM22056
4. AANBEVELINGEN Op basis van het uitgevoerde verkennend veldonderzoek door middel van boringen kan worden gesteld de bodemopbouw binnen het plangebied bestaat uit een AC-profiel. Dit is mogelijk het gevolg van een egalisatie voorafgaand aan de ontginning van het gebied of opname in het bovenliggend dek door ploegen van de akker. De overgangen naar de natuurlijke ondergrond is scherp. Bij de aanleg van de rijbak is maximaal 20 centimeter van de top van de A-horizont verstoord geraakt. Op basis van deze gegevens en het aangetroffen AC-profiel is de archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten voor de perioden (laat-paleolithicum – mesolithicum) laag. Voor de daaropvolgende periode van meer sedentaire bewoningsvormen met robuustere sporen kan worden gesteld dat deze naar verwachting nog goed aangetroffen kunnen worden. Voor het plangebied wordt geadviseerd om de archeologische dubbelbestemming te hanteren. Archeologische resten kunnen onder de humushoudende bovengrond (vanaf 55-95 centimeter beneden maaiveld) aanwezig zijn. De archeologische dubbelbestemming blijft daarom gehandhaafd. Indien er in de toekomst graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden in het plangebied (rijbak) die dieper reiken dan 35 centimeter beneden maaiveld (inclusief een buffer van 20 centimeter), dan wordt op basis hiervan voor het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd.
Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Venray). De resultaten van dit onderzoek zijn getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Venray), dat op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn. Als gevolg hiervan is bij het aantreffen van archeologische resten het, conform de Erfgoedwet van 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing.
Pagina | 14
AM22056
LITERATUURLIJST Stouthamer, E./ K.M. Cohen/ W.Z. Hoek, 2020: De vorming van het land. Geologie en Geomorfologie, Utrecht. TNO, 2021: Geologische overzichtskaart van Nederland, Den Haag (www.dinoloket.nl). Tol, A.J./ J.W.H.P. Verhagen/ M. Verbruggen, 2012: Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek, SIKB, versie 2.0, Gouda. Zonneveld, J.I.S., 1981: Vormen in het landschap, hoofdlijnen van de geomorfologie, Utrecht.
Archeologische kaarten en databestanden: Actueel Hoogtebestand van Nederland (2008-2019). AHN3 en AHN4 (Geraadpleegd via www.arcgis.com, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data). Alterra 2021: Bodemkaart van Nederland,
schaal 1:50.000,
blad 52 West, Wageningen
UR
(Geraadpleegd via
UR
(Geraadpleegd
https://zoeken.cultureelerfgoed.nl, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data Alterra). Alterra
2019:
Geomorfologische
kaart
van
Nederland,
schaal
1:50.000,
Wageningen
via
https://zoeken.cultureelerfgoed.nl, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data Alterra). Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007 (Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). Archeologisch Informatie Systeem II (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015 (Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). Maas, G. J./ W.M. van der Meij/ S. P. J. v. Delft/ A. H. Heidema, 2019. Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland, schaal
1:
1:50
000
(2019).
Wageningen,
Wageningen
Environmental
Research
(geraadpleegd
via
https://legendageomorfologie.wur.nl/).
Pagina | 15
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische ligging onderzoeksgebied
AM22056
Bijlage 1: Topografische ligging onderzoeksgebied
N
AM22056 Merselo Veldstraat 23
Plangebied Achtergrond:Opentopo
v1.0_14- 2 - 2022_LKr
Schaal
aeres milieu
Bijlage 2 Boorpuntenkaart
AM22056
Bijlage 2: Boorpuntenkaart
N
AM22056 Merselo - Veldstraat 23
Plangebied Boringen Achtergrond: Luchtfoto ArcGIS online imagery
v1.0_15- 2 - 2022_LKr
Schaal
aeres milieu
Bijlage 3 Boorkernbeschrijvingen
AM22056
getekend volgens NEN 5104
Boring:
01 0
26,36 meter +NAP
erf
Boring:
02 0
Zand, matig grof, zwak siltig, grijsbeige, Edelmanboor, Rijbak zand, Opgebracht, (sub-)recent
30
26,37 meter +NAP
erf Zand, matig grof, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor, Onderin worteldoek, rijbak zand, Opgebracht, (sub-)recent
30
AP-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
60
AP-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, spikkels baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor
60
AA-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, matig siltig, spikkels ijzer, donkergrijs, Edelmanboor
80
Zand, matig fijn, matig siltig, donkergrijs, Edelmanboor
110
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak ijzerhoudend, licht witgrijs, Edelmanboor 130
130
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak roesthoudend, licht geelbeige, Edelmanboor, Slecht gesorteerd zand 150
Projectcode: AM22056-ARCH Projectnaam: Veldstraat 23 Merselo
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak ijzerhoudend, licht geelbeige, Edelmanboor 150
getekend volgens NEN 5104
Boring:
03 0
26,32 meter +NAP
Boring:
04
26,34 meter +NAP
erf
0
erf
Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor, Rijbak zand, Opgebracht, (sub-)recent
10
Zand, matig grof, zwak siltig, resten worteldoek, licht witgrijs, Edelmanboor, Rijbak zand, Opgebracht, (sub-)recent AP-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, spikkels baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor
25
AP-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, Worteldoek resten 50
AA-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor 70
55
Zand, matig fijn, matig siltig, donkergrijs, Edelmanboor 70
Zand, matig fijn, matig siltig, donkergrijs, Edelmanboor
C-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor
90
C-HORIZONT Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor 105
120
120
C-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, grijsoranje, Edelmanboor 140
Projectcode: AM22056-ARCH Projectnaam: Veldstraat 23 Merselo
C-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, zwak ijzerhoudend, licht geelbeige, Edelmanboor
getekend volgens NEN 5104
Boring:
05 0
26,14 meter +NAP
erf
Boring:
06 0
Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor, Rijbak zand, Opgebracht, (sub-)recent
26,19 meter +NAP
erf AP-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
20
AP-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, spikkels baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor
30
AA-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
50
AA-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
55
Zand, matig fijn, matig siltig, bruingrijs, Edelmanboor 70
C-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, spikkels ijzer, licht geelbeige, Edelmanboor 95
Zand, matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Edelmanboor 110
150
Projectcode: AM22056-ARCH Projectnaam: Veldstraat 23 Merselo
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
Ligging plangebied De paddock/ rijbak is gelegen ten zuidwesten van de kern Merselo, gemeente Venray rij-paddock
opentopo
Schaal: 1:4000 Datum: 14-2-2021 Bron: http://geodata.rivm.nl
Huidige situatie Aan de Veldstraat 23 te Mersolo heeft de eigenaar van het perceel kadastraal bekend gemeente Venray, sectie Z perceelsnummers 287 en 399 een paddock ingericht die ook hobbymatig als rijbak wordt gebruikt. Deze is achter de bestaande woning gerealiseerd, op ongeveer 7,5m van de achtergevel van de woning. perceel
Luchtfoto Actueel Ortho 25cm RGB
Schaal: 1:1000 Datum: 16-2-2021 Bron: http://service.pdok.nl
Historische ontwikkeling De woning Veldstraat 23 is gebouwd in de jaren 70. De huidige bebouwing in de omgeving dateert van verschillende perioden. Toch is er al halverwege de 19e eeuw bebouwing aan de Veldstraat. Begin 20e eeuw waren er boomgaarden in de zone rondom de bebouwing. Het landschap in de okstel van de Veldstraat en Haag onderging in de jaren vijftig van de 20e eeuw een sterkere verdichting. Zie de onderste uitsnede (1958). De oorspronkelijke kavelindeling is heden ten dage nog goed herkenbaar. perceel
rivm pand bouwjaar
perceel rivm pand bouwjaar
Luchtfoto Actueel Ortho 25cm RGB
Luchtfoto Actueel Ortho 25cm RGB
Schaal: 1:3000 Datum: 14-2-2021 Bron: http://geodata.rivm.nl www.topotijdreis.nl
Beplanting bestaand Het perceel ligt wordt zijdelings afgeschermd door de bebouwing van Bestaande beplanting (inheems en niet-inheems) buurerven en beplanting op het eigen erf en buurerven. Ook de voorzijde van het perceel (vanaf de weg) is ruimschoots voorzien van wintergroene beplanting. De paddock/ rijbaken wordt derhalve vanaf de Veldstraat, nauwelijks waargenomen. Ook de direct omwonenden links en rechts hebben niet of nauwelijks zicht op de bak vanwege al aanwezige beplanting op de erfgrenzen. Conifeer
Conifeer
Laurier
Beukenhaag
Op grotere afstand, vanaf Haag, is er evenmin zicht op de bak, vanwege bestaande beplanting. Aan de zuidkant grenst de bak aan open bouwland maar wordt ten opzichte van de erven aan Haag eveneens in hoge mate afgeschermd door de bebouwing en beplanting van die erven. perceel
Plangebied Veldstraat 23
rij-paddock
Luchtfoto Actueel Ortho 25cm RGB
De bestaande beplanting op het perceel, hoofdzakelijk laurier en conifeer, is niet streekeigen beplanting en daarmee niet van landschappelijke waarde. Wel heeft deze beplanting een waarde in de vorm van een groene afscherming. Een goed voorbeeld hiervan is de laurierhaag die helemaal doorloopt tot achterop het perceel. Vanwege de bedrijfsbeeindiging van Veldstraat 21 en de daarmee samenhangende sloop van bedrijfsgebouwen, heeft deze laurier zijn afschermende functie verloren. De sterke laurier kan in de toekomst nog wel bijdragen aan de privacy.
Bestaande beplanting (inheems en niet-inheems) Conifeer Conifeer Laurier Beukenhaag perceel Plangebied Veldstraat 23 rij-paddock Luchtfoto Actueel Ortho 25cm RGB
Schaal: 1:1500 Datum: 16-2-2021
Inrichtingsplan Inrichtingsplan (Waarde - Esgronden) Haagbeuk
Bestaande beplanting (inheems en niet-inheems) Conifeer
Conifeer
Laurier
Beukenhaag
rij-paddock
perceel
Plangebied Veldstraat 23
Luchtfoto Actueel Ortho 25cm RGB
Inrichtingsplan (Waarde - Esgronden) Haagbeuk
Bestaande beplanting (inheems en niet-inheems) Conifeer Conifeer Laurier Beukenhaag rij-paddock perceel Plangebied Veldstraat 23 Luchtfoto Actueel Ortho 25cm RGB
TOELICHTING
Knip- en scheerheg
Aan de achterzijde van de rij-paddock kan tegen het bestaande hekwerk aan een knip- en scheerheg worden geplant. Hierdoor ontstaat een groene erfafscheiding.
Een knip- en scheerheg is een lijnvormig landschapselement, met aaneengesloten begroeiing van inheemse struiken, dat regelmatig wordt geknipt of geschoren.
AANLEG NIEUW ELEMENT (KNIP- EN SCHEERHEG)
De frequentie van de snoei hangt af van een aantal factoren: de soort, de vorm, de functie en de eisen die we aan de heg stellen. In het algemeen worden de meeste heggen ongeveer 2 keer per jaar geknipt. Knip de heg wanneer het bewolkt en niet te warm is. Belangrijk is dat de onderkant van de heg iets breder uitgroeit dan de bovenkant, zodat de zon ook op de onderkant van de heg kan schijnen. De heg behoudt dan zijn besloten karakter.
Locatie: Zie ontwerpkaart Lengte: 34 meter Plantwijze: 4 stuks per meter Aantal: 136 stuks Soort: Haagbeuk (Carpinus betulus) Maat: 60 - 80 cm lengte
ALGEMENE AANPLAMTINSTRUCTIE 1. Het aanplanten van een heg kan plaats vinden tussen half november en half maart, mits het niet vriest. 2. Voor de aanplant van een heg wordt vaak gekozen voor 3-jarig bosplantsoen met de maat 60-80 cm hoogte. 3. Let op dat u niet te diep plant. De diepte is afhankelijk van de omvang van het wortelstelsel. Steek een gat, (houd de grond op de schop), plaats het plantsoen zo dat alleen de wortels in het gat zitten. Gooi de grond weer in het gat, terwijl u het plantsoen vasthoudt. De grond iets aanduwen. 4. Indien u niet direct alle bomen kunt aanplanten, dan kunt u ervoor kiezen de bomen tijdelijk op te kuilen. Kies hiervoor een vochtige schaduwrijke plaats uit. Het opkuilen kan door een gat in de grond te graven en daar de bomen met de wortels in te zetten. Bedek de wortels met de vrijgekomen grond. INSTRUCTIES NA AANPLANT 1. Plaats een afrastering op 1 meter afstand van de aanplant, om de nieuwe aanplant tegen vraat door vee te beschermen. 2. De aanplant dient direct na het planten te worden terug gesnoeid tot op de helft of tweederde van de lengte. Dan ontwikkelt zich namelijk eerder een brede en vertakte heg. 3. Geef de jonge aanplant, indien mogelijk, met name de eerste twee jaar na aanplant voldoende water in droge perioden en houd het element onkruid vrij.