CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Toelichting Blankenberg 8 Leunen

Gemeenteraad 14 mei 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Blankenberg 8 Leunen’13.052 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Blankenberg 8 Leunen Gemeente Venray

COLOFON Gegevens over het plan: Plannaam: Identificatienummer: Status: Datum: Projectnummer Buro SRO:

Blankenberg 8 Leunen NL.IMRO.0984.BP23012-va01 Vastgesteld 22 februari 2024 36.90.24

Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:

V-snaar Projecten b.v.

Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem: Telefoon: E-mail: Internet:

Dhr. T. Vette Sweerts de Landasstraat 50, 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.buro-sro.nl

2

Blankenberg 8 Leunen

Inhoudsopgave Vaststellingsbesluit

5

Toelichting

7

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4

Inleiding Aanleiding voor het bestemmingsplan Ligging plangebied Leeswijzer Het initiatief Huidige situatie Toekomstige situatie Duurzame stedenbouw Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Uitvoerbaarheid Milieu Water Ecologie Verkeer Cultuurhistorie en archeologie Explosieven Economische uitvoerbaarheid Juridische planbeschrijving Algemeen Wijze van bestemmen Procedure Algemeen Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro / omgevingsdialoog Verslag zienswijzen

9 9 9 10 11 11 12 13 15 15 16 18 26 26 34 36 38 38 39 40 41 41 41 42 42 42 42 42

Bijlagen bij de toelichting

43

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5

45 47 49 51 53

Bodemonderzoek Berekening geurbelasting Aerius berekening stikstof Quickscan flora en fauna Omgevingsdialoog

Blankenberg 8 Leunen

3

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14

55 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Agrarisch met waarden Wonen Waarde - Archeologie - 2 Waarde - Archeologie - 3 Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

57 57 64 66 66 67 73 75 78 78 78 78 78 79 79 80 80 80

Bijlagen bij de regels

81

Bijlage 1

82

4

Landschappelijk inpassingsplan

Blankenberg 8 Leunen

Vaststellingsbesluit

Blankenberg 8 Leunen

5

6

Blankenberg 8 Leunen

Toelichting

Blankenberg 8 Leunen

7

8

Blankenberg 8 Leunen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding voor het bestemmingsplan

Aan de Blankenberg 8 in Leunen was een varkenshouderij gevestigd. Het bedrijf is niet meer actief. Het voornemen is om de planologische rechten voor de uitoefening van een intensieve veehouderij van de locatie te verwijderen. De locatie wordt herontwikkeld naar een woonlocatie waarbij de bestaande bedrijfswoning als reguliere woning behouden blijft. Alle bedrijfsgebouwen waaronder de varkensstallen worden gesloopt. De ontwikkeling past niet in het geldende bestemmingsplan. Omdat het initiatief wel passend is op de locatie, wordt medewerking verleend aan een herziening van het bestemmingsplan. In dit document wordt dit toegelicht en gemotiveerd waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de Blankenberg 8 in het buitengebied van de gemeente Venray. De locatie bevindt zich ten oosten van de kern Leunen. Bijgevoegde afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.

Ligging plangebied in omgeving (bron: OpenStreetMap)

Blankenberg 8 Leunen

9

1.3

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de bestaande situatie en van het plan. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 4 wordt de haalbaarheid van het project getoetst op grond van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Ook wordt ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische opzet van het plan. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op de wijze hoe burgers en andere belanghebbenden betrokken zijn bij het plan (maatschappelijke uitvoerbaarheid). Hierin zijn de uitkomsten van inspraak, vooroverleg en zienswijzen opgenomen.

10

Blankenberg 8 Leunen

Hoofdstuk 2

Het initiatief

In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde initiatief.

2.1

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen aan de Blankenberg 8 te Leunen, in het buitengebied van de gemeente Venray. De locatie bevindt zich op circa 150 meter ten oosten van de bebouwde kom van Leunen. Aan de Blankenberg liggen vooral (agrarische) bedrijven en enkele (bedrijfs)woningen. De omgeving kent verder een voornamelijk agrarisch karakter. Binnen het plangebied was een varkenshouderij actief. De varkensstallen en andere bedrijfsgebouwen met een gezamenlijk oppervlak van ca 2.500 m2 in totaal doen nog aan het bedrijf denken. Aan de noordkant van het plangebied bevindt zich een op de Blankenberg georiënteerde bedrijfswoning. Het plangebied wordt ontsloten via een inrit door de Blankenberg. Parkeren vindt in de huidige situatie plaats op eigen terrein. Navolgende afbeelding geeft de situatie globaal weer.

Luchtfoto plangebied (bron: PDOK viewer)

Aanzicht plangebied vanaf Blankenberg (bron: Google Streetview)

Blankenberg 8 Leunen

11

2.2

Toekomstige situatie

Het voornemen is om de bestaande bedrijfswoning in gebruik te nemen als reguliere burgerwoning. De planologische rechten voor de uitoefening van een intensieve veehouderij worden wegbestemd. In de toekomstige situatie is geen sprake meer van de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Alle varkensstallen en andere bedrijfsgebouwen met een gezamenlijk oppervlak van ca 2.500 m² worden gesloopt en de milieuvergunning wordt ingetrokken/omgezet in het houden van 40 schapen. De woning met aanbouw blijft zogezegd in de huidige staat behouden op een zelfstandig woonperceel. Achter de woning worden een tuinhuis en schapenstal gebouwd. Voor de bouw van het tuinhuis en de schapenstal wordt gebruik gemaakt van de afwijkingsregels zoals geformuleerd in de regels van het vigerende bestemmingsplan (zie paragraaf 3.3.9). De woning met aanbouw heeft een inhoud van 1035 m³, en het tuinhuis krijgt een inhoud van 250 m³. De schapenstal krijgt een inhoud van 1615 m 3. In de regels van voorliggend plan is vastgelegd dat de inhoud van de woning inclusief de bijgebouwen maximaal 1285 m3 mag bedragen en dat de inhoud van de schapenstal maximaal 1615 m3 mag bedragen. Een voorwaardelijke verplichting is opgenomen dat het tuinhuis en de schapenstal pas gebouwd mogen worden na sloop van ten minste 2672,5 m3 aan bebouwing.

De schapenstal biedt plaats aan 40 schapen die tijdens hoofdzakelijk de lammerperiode op locatie aanwezig zullen zijn. Deze schapen worden ingezet voor het begrazen van weilanden in de regio Venray en verblijven buiten de lammerperiode op deze weilanden. Er is daarmee sprake van overig agrarisch medegebruik. De woning met erf blijft via de huidige inrit ontsloten op de Blankenberg. Mede doordat er sprake is van een kwaliteitsverbeterende maatregel, worden met het plan 2 ruimte-voorruimtetitels verkregen (zie paragraaf 3.3.4). Deze titels worden op andere locaties ingezet. Navolgende afbeelding toont een impressie van de toekomstige situatie.

Impressie toekomstige situatie (bron: Landschappelijk ienpassingsplan Blankenberg 8, G, W.F.M. Paumen Tuin & Landschapsarchitect)

12

Blankenberg 8 Leunen

2.3

Duurzame stedenbouw

In een duurzame leefomgeving wordt bewust omgegaan met energie, klimaat, grondstoffen, ruimte, water en groen. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn een logisch moment om de verschillende aspecten van duurzame stedenbouw vanaf het begin in de planvorming mee te nemen. Bouwbesluit Het Bouwbesluit stelt eisen aan energiezuinigheid van nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen. De maat voor energiezuinigheid heet Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Voor woningen geldt sinds 2015 een Energie Prestatie Coëfficiënt van 0,4 op gebouwniveau. Vanaf 2020 wordt deze verlaagd richting een coëfficiënt dichter bij de nul. Vanaf 2020 moeten alle nieuwe gebouwen voldoen aan de BENG-eisen. Dit is rijksbeleid, waarbij BENG staat voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen. Kansen Bij de herinrichting van een perceel en bij nieuwbouw liggen kansen om duurzaamheid te verbeteren. Het energieneutraal maken van een gebouw kan beter bij de bouw dan achteraf. Nieuwbouw biedt de kans om meteen voor een duurzame wijze van verwarming te kiezen, maar ook andere duurzaamheidsaspecten zijn bij nieuwbouw relatief eenvoudig te realiseren, zoals het opwekken van duurzame energie. Het is van belang de kansen voor het opwekken van duurzame energie te benutten om de gestelde toename van duurzaam opgewerkte energie te behalen. Sinds 01-07-2018 moeten nieuwe woningen gasloos worden gebouwd.

Daarnaast kan bij de inrichting van de buitenruimte rekening worden gehouden met water- en hittestress. Het aanplanten van groen is goed voor de klimaatbestendigheid, omdat het bijdraagt aan het verminderen van de hittestress en het verbeteren van het watervasthoudend vermogen van het gebied. Op platte daken zijn sedum- of grasdaken mogelijk. Dit is naast wateropvang goed als isolerende maatregel bij extreme temperaturen. Ook overstekken op de juiste plek kunnen bijdragen aan minder zoninstraling in het gebouw bij hete zomers. Daarbij kan gekeken worden naar natuurinclusief bouwen, hierbij wordt er ruimte gemaakt voor biodiversiteit op/in/aan het gebouw. Daarnaast kan aandacht worden besteed aan het gebruiken van duurzaam bouwmateriaal. Tevens kan men kijken naar circulaire isolatiematerialen (houtvezel, hennep, etc. Voordeel hiervan is dat deze materialen het leefklimaat bevorderen (toepassing natuurlijke materialen) en op deze wijze langdurig CO 2 wordt opgeslagen. Planspecifiek Door het verdwijnen van de varkenshouderij draagt het plan direct bij aan een verbetering van het woon- en leefklimaat van bewoners in de omgeving van het bedrijf, waaronder bewoners van de kern Leunen. Navolgende afbeelding, waarbij de geurcontour van de varkenshouderij is te zien, toont dit goed aan.

Blankenberg 8 Leunen

13

Voormalige geurcontour varkenshouderij Blankenberg 8 (bron: Michels-Groep)

Naast het verdwijnen van het geureffect zorgt de sloop van de stallen en andere bedrijfsgebouwen voor een aanzienlijke afname van verhard oppervlak. De mogelijkheden om hemelwater te infiltreren in de bodem nemen aanzienlijk toe. De nieuwe gebouwen worden conform de normen uit het Bouwbesluit gebouwd en voldoen daarmee aan de actuele eisen met betrekking tot energie en isolatie. De locatie wordt landschappelijk ingepast. De toename van bomen en struiken zorgt voor een groener aanzien en een verkoelend effect tijdens (zeer) warme dagen. Dit komt het woon- en leefklimaat van de woonlocatie en de omgeving ten goede.

14

Blankenberg 8 Leunen

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.

Met de komst van de NOVI komen meerdere nationale beleidsstukken te vervallen, waaronder de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Strategisch relevante delen van de SVIR en het Barro worden echter opgenomen in de NOVI en blijven daarmee ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. Dit bestemmingsplan zal daarom ook aan dit beleid worden getoetst. Gebiedsgericht De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. In het Barro waren regels opgesteld waarmee deze gebiedsbescherming juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. Ladder duurzame verstedelijking Een meer algemeen onderwerp uit de SVIR is 'duurzame verstedelijking'. Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied.

Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro (artikel 3.1.6 onder 2). De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Blankenberg 8 Leunen

15

Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Planspecifiek Gebiedsgericht Het plangebied ligt niet in een van de aangewezen gebieden van de NOVI/SVIR en het Barro. Het initiatief heeft geen effect op één of meerdere aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Ladder duurzame verstedelijking Voorliggend initiatief voorziet niet in het toevoegen van nieuwe woningen. De hoeveelheid bebouwing neemt af als een gevolg van het plan. Daarmee is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een nadere toetsing aan de ladder is niet aan de orde. Conclusie Het plan is passend binnen het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg Op 1 oktober 2021 is de Provinciale Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. In de omgevingsvisie Limburg is de lange termijn visie van de provincie Limburg beschreven. In de visie staat beschreven hoe de provincie richting wil geven aan toekomstbestendige ontwikkeling en hoe daarbij steeds de balans wordt gezocht tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. De provincie geeft met deze visie een doorkijk voor de periode 2021 tot 2030 - 2050. De omgevingsvisie Limburg vervangt het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) en is in een interactief proces met overheden, semi - overheden, belangenvertegenwoordigers, andere partnerorganisaties en inwoners opgesteld. De visie bouwt deels voort op eerder gemaakte beleidskeuzes. Op andere onderdelen zijn nieuwe keuzes gemaakt. In de omgevingsvisie staan drie hoofdopgaven centraal:  Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; 1. in stedelijk c.q. bebouwd gebied 2. in landelijk gebied  Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouw transitie;  Klimaatadaptatie en energie transitie. Deze opgaven spelen Limburg-breed, maar de accenten verschillen per gebied en per sector.

Per sector is in de omgevingsvisie aangegeven wat de opgave is voor de sector, welke ambitie de provincie heeft met deze sector en welke keuzes worden gemaakt per sector. Ook voor de sector 'land- en tuinbouw' is op deze manier beschreven welke richting de provincie de komende jaren op wil. De Omgevingsvisie beschrijft dat in de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 nadrukkelijk de verbinding gelegd wordt tussen de (toekomstige) bevolkingssamenstelling en de bestaande woningvoorraad. Uit die analyse blijkt dat de aandacht met name moet uitgaan naar de bestaande voorraad. De transformatie van de bestaande woningvoorraad naar meer toekomstige woonvormen en woningen speelt hierbij een rol.

16

Blankenberg 8 Leunen

Met het oog op de verwachte leegstand in vrijkomende agrarische bebouwing en de bijbehorende agrarische bedrijfswoningen als gevolg van het groot aantal stoppende agrariërs, wordt in beginsel ruimte gegeven om een herbestemming van deze locaties en gebouwen te onderzoeken. Daaronder wordt ook het omzetten van bedrijfswoningen naar burgerwoningen verstaan. Planspecifiek Voorliggend plan voorziet in de wijziging van een bedrijfswoning naar burgerwoning. Dit is in lijn met de in de Omgevingsvisie en Regionale Woonvisie geschepte verwachtingen. Het plan is passend binnen de Omgevingsvisie. 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg Omgevingsverordening Limburg 2014 De Omgevingsverordening Limburg 2014 schept de regels die nodig zijn om het POL2014 juridische binding te geven. De Omgevingsverordening is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterwetverordening en de Ontgrondingenverordening. De verordening is uitgebreid met een nieuw hoofdstuk Ruimte, wat een aantal instrumenten bevat gericht op de doorwerking van het ruimtelijk beleid van het POL 2014. Omgevingsverordening Limburg 2021 De Omgevingsverordening Limburg 2021 treedt in werking bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Tot die tijd geldt de Omgevingsverordening Limburg 2014.

De Omgevingsverordening Limburg 2021 voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Planspecifiek In de Omgevingsverordening Limburg zijn geen direct relevante artikelen opgenomen voor de voorgenomen ontwikkeling. Wel is opgenomen in de verordening dat onderhavig plangebied gelegen is in de regio NoordLimburg. Voor deze regio geldt dat een ruimtelijke plan niet voorziet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen, alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. Met voorliggend plan worden echter geen nieuwe woningen toegevoegd, dus toetsing hieraan is niet nodig. Het initiatief is passend binnen de Omgevingsverordening. Conclusie Het plan is passend binnen het provinciale beleid.

Blankenberg 8 Leunen

17

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Toekomstvisie Venray 2030 'Venray loopt voorop' Op 27 juni 2019 is de Toekomstvisie Venray 2030 'Venray loopt voorop' vastgesteld. In deze visie heeft de gemeente Venray haar ambities opgesteld voor de ontwikkeling van de gemeente tot 2030. Deze visie vervangt de Strategische visie 2020 en de nota 'Venray, stad in de Peel (2025)'. De toekomstvisie geeft de gemeente een koers voor het omgaan met nieuwe trends en ontwikkelingen in de gemeente, zowel binnen de gemeenschap van Venray als in de regio. Belangrijke thema's uit de vorige strategische visie worden doorgezet in deze visie. 'Venray loopt voorop' heeft aandacht voor burgerparticipatie, de rol van de overheid, en regionale samenwerking, met name op het gebied van onderwijs, bedrijfsleven en in de naaste omgeving van inwoners. Hiermee speelt de toekomstvisie in op de nieuwe Omgevingswet. Daarnaast is er veel aandacht voor de kwalitatieve ontwikkeling van onder meer de leefomgeving. De uitdaging daarbij is om de ruimtelijke kwaliteit zowel in de stad, op het platteland als in de natuur op een hoog niveau te houden. De gemeente Venray heeft voor de komende tien jaar de volgende vijf ambities geformuleerd.

In het Venray van 2030:  zijn inwoners, hun netwerken, culturen en voorzieningen met elkaar verbonden;  woon je groen en sociaal;  zorgt ondernemerschap met aandacht voor mens, dier en milieu, voor nieuwe economische kansen;  stroomt kennis, creativiteit en vernieuwing;  is iedereen mobiel. Planspecifiek Door het slopen van de varkensstallen en bedrijfsgebouwen op het terrein wordt een ruimtelijke kwaliteitsverbetering bewerkstelligd (zie paragraaf 3.3.4). Op het gebied van milieu wordt daarnaast, door het verdwijnen van de bedrijfsbebouwing en -functie, ten gunste van de minder vervuilende functie wonen, een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitswinst op het platteland geboekt. Het plan draagt op die manier bij aan de ambities van de gemeente Venray, onder meer op het gebied van groen wonen. Het initiatief past binnen de Toekomstvisie Venray 2030 'Venray loopt voorop'. 3.3.2 Omgevingsvisie Venray Op 2 november 2021 heeft de gemeente Venray de 'Omgevingsvisie Venray' vastgesteld. In de Omgevingsvisie gaat de gemeente in op de grote uitdagingen van de aankomende tijd en geeft de gemeente aan waar het naar toe wil in de toekomst. De Omgevingsvisie vormt de ruimtelijke vertaling van de strategische visie: Toekomstvisie 2030 'Venray loopt voorop'. De Omgevingsvisie is tot stand gekomen in samenwerking met inwoners, ondernemers en verenigingen uit de gemeente Venray.

De volgende vijf ambities zijn geformuleerd: 1. Groen wonen voor iedereen. 2. Een gezond Venray heeft de toekomst. 3. Venray bloeit, bruist en boeit. 4. Natuurlijk Venray! 5. Ambities in regionaal perspectief. Verder geeft de gemeente aan dat het de belangrijkste waarden (Erfgoed, Landschap, Natuur en Groen, Water en bodem en Stedenbouwkundig kader) wil beschermen en versterken. Daarbij wordt er rekening gehouden met klimaatverandering, de energietransitie en de woningbouw om het woningtekort op te lossen.

18

Blankenberg 8 Leunen

Planspecifiek Het bedrijf gevestigd aan de Blankenberg 8 in Leunen maakt gebruik van een milieuvergunning, die voor onderhavig plan wordt ingetrokken. Een positief effect op het milieu en klimaat wordt hiermee beoogd. Daarnaast blijft met het plan een woning in een groene omgeving behouden. Het plan past daarmee goed in de ambitie 'groen wonen voor iedereen' van de gemeente Venray. 3.3.3 Visie Veehouderij Venray 2018 Op 30 januari 2018 heeft de gemeenteraad van Venray de 'Visie veehouderij Venray 2018' vastgesteld. In de visie is het beleid van de gemeente Venray uiteengezet dat moet bijdragen aan een balans tussen de ontwikkelingsruimte voor de veehouderijen en de bescherming van een goed woon- en leefklimaat voor de inwoners. In delen van het buitengebied en in enkele dorpskernen wordt door inwoners van de gemeente hinder ervaren door veehouderijen uit de omgeving. De hinder heeft voornamelijk betrekking op geuroverlast maar ook transport, vliegen en geluid dragen bij aan de hinder. In het gemeentelijke beleidsstuk ''Veehouderij en gezondheid omwonenden'' uit 2015 is er ook extra aandacht voor de gezondheid van inwoners. De gemeente wil dat de emissies (geur, ammoniak, fijn stof en endotoxinen) voldoende snel afnemen en het aantal overlastlocaties snel daalt. Dat betekent dat nieuwe overlast moet worden voorkomen en dat ontwikkeling gepaard moet gaan met een verbetering.

In de visie 'Veehouderij Venray' staat, bij het streven naar een duurzame ontwikkeling van de veehouderij, de gezondheid van de mens centraal. Een gemeentelijke Ruimte voor Ruimteregeling kan een bijdrage leveren aan de beëindiging en verplaatsing van intensieve veehouderijbedrijven. Dit is vervolgens opgenomen in het document 'Gemeentelijke regeling Ruimte voor Ruimte 2018'. Planspecifiek Voorliggend plan zet een bestaande agrarische bedrijfslocatie om naar een woonlocatie. In de toekomstige situatie is het bedrijfsmatig houden van dieren (met uitzondering van 40 schapen) niet meer toegestaan. Van nadelige milieuhinder, waaronder geurhinder, op de omgeving is dan ook geen sprake meer. Daarmee komt het plan tegemoet aan de doelstellingen uit de Visie Veehouderij Venray 2018. 3.3.4 Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling 2011 - Borging Kwaliteitsmenu Op 20 december 2011 heeft de gemeente Venray de 'Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling 2011' vastgesteld. Uitgangspunt van deze visie is dat ruimtelijke ontwikkelingen kunnen worden aangegrepen om de ruimtelijke kwaliteit van een gebied te verbeteren. Het doel daarbij is om bestaande (groene) kwaliteiten te behouden en waar mogelijk te verbeteren, zowel in het buitengebied als in het stedelijk gebied.

Limburgs Kwaliteitsmenu Onderdeel van onderhavige structuurvisie is ook de implementatie van het Limburgse Kwaliteitsmenu. Het Limburgs kwaliteitsmenu (verder te noemen LKM) is door Gedeputeerde Staten op 12 januari 2010 vastgesteld. Vanaf 1 januari 2012 zijn Limburgse gemeenten zelf verantwoordelijk voor de advisering over plannen binnen de werkingssfeer van het LKM. Grondprincipe van dit kwaliteitsmenu is, dat bepaalde ontwikkelingen in het buitengebied ter plaatse leiden tot verlies aan omgevingskwaliteit, hetgeen dient te worden gecompenseerd door een kwaliteitsbijdrage. Deze bijdrage wordt ingezet om de omgevingskwaliteit te versterken.

Blankenberg 8 Leunen

19

In de periode tussen 2000 en 2010 zijn op basis van de provinciale ruimte-voor-ruimteregeling in heel Limburg stallen gesloopt. Omwille van het stimuleren van de beëindiging van veehouderijbedrijven in de nabijheid van dorpskernen was er daarna een gemeentelijke ruimte-voor-ruimteregeling waarvan in dit geval gebruik is gemaakt. Op basis van die regeling werkte de gemeente Venray mee aan het toestaan van ruimte-voorruimtewoningen als bijdrage om beëindiging/verplaatsing van veehouderijbedrijven uit kernrandzones mogelijk te maken. Het verlies aan ruimtelijke kwaliteit wordt gecompenseerd door de beëindiging van de veehouderij en de daarmee samenhangende sloop van de stallen. Planspecifiek Met voorliggend plan wordt een intensieve veehouderij in de nabijheid van de bebouwde kom van Leunen wegbestemd. Het verdwijnen van de varkenshouderij op de locatie leidt tot een vermindering van de geurbelasting op de woningen in de nabijheid. De sloop van de bedrijfsgebouwen leidt tot het voorkomen van leegstand. Om de sanering van de varkenshouderij te ondersteunen heeft de gemeente Venray op basis van een voorheen geldende eigen gemeentelijke ruimte-voor-ruimteregeling 2 bouwtitels toegekend. De toekenning van deze bouwtitels ligt in het verlengde van eerdere onderhandelingen en afspraken met de gemeente en is onlosmakelijk verbonden met de sanering van deze intensieve veehouderij.

Door omstandigheden worden die gemaakte afspraken pas nu opgevolgd door een planologische procedure. De twee bouwtitels zullen daarbij elders binnen de gemeente Venray, op een nog nader te bepalen locatie worden ingezet. Voor die locatie(s) zal een separate planologische procedure worden doorlopen. Per saldo wordt met het plan een verbetering van de omgevingskwaliteit bewerkstelligd. Een geldelijke bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling buitengebied is daarmee niet aan de orde. De milieurechten (met uitzondering van de 40 schapen) zullen na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan, geheel worden ingetrokken. Een en ander is tussen de initiatiefnemer en de gemeente Venray vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Het plan is passend binnen de Structuurvisie bijdrage ruimtelijke ontwikkeling. 3.3.5 Regeling ruimte voor ruimte 2018 Op 18 december 2018 heeft de gemeenteraad van Venray de 'Gemeentelijke regeling Ruimte voor Ruimte 2018' vastgesteld. De gemeentelijke regeling Ruimte-voor-Ruimte is een gemeentelijke beleidsregel die tot doel heeft om de ruimtelijke en milieukundige kwaliteit rondom de kernen en wijken te verbeteren door in ruil voor de beëindiging van intensieve veehouderijen en sloop van bedrijfsgebouwen in het buitengebied, de bouw van woningen op passende locaties toe te staan.

De RvR-regeling wordt ingezet op locaties rondom de dorpskernen en wijken waar een afname van de emissie, door het treffen van technische maatregelen, niet voldoende is. In dat geval is het wenselijk dat het intensieve veehouderijbedrijf wordt beëindigd en de stallen worden verwijderd. Hiermee ontstaat er een verbetering van het woon- en leefklimaat en de ruimtelijke kwaliteit. Voor het bepalen welke bedrijven in aanmerking komen wordt er geen begrenzing rondom de dorpen getrokken. Het doel is namelijk de vermindering van de belasting van het dorp en dus de bijdrage van het bedrijf aan de emissie op het dorp. Bedrijven komen in aanmerking als de geuremissie van het veehouderijbedrijf zo hoog is dat er sprake is van een overschrijding van de geurnorm bij de woningen in de dorpen en wijken. Uitgangspunt is de geurnorm van 3 Ou voor woningen in de dorpen en wijken, zoals is vastgelegd in de huidige geurverordening. Als bij de actualisatie van de geurverordening blijkt dat een andere norm gewenst is, kan dit aanleiding zijn om de RvR-regeling aan te passen. In opdracht van de gemeenteraad wordt gewerkt aan een verruiming van de RvR-regeling.

20

Blankenberg 8 Leunen

Locatie RvR-woning In de 'Regeling Ruimte voor Ruimte 2018' worden enkele uitgangspunten gesteld over de locatie van nieuwe ruimte-voor-ruimte woningen:  de nieuw te realiseren RvR-woning sluit aan op het aanwezige landschapstype en de stedenbouwkundige structuur van de omgeving;  een omgeving met open landschap en lintbebouwing vraagt vaak om het invoegen van solitaire woningen in het lint. Deze solitaire kavels hebben tevens een minimale oppervlakte van 750 m² concurrentie met reguliere woningbouw te voorkomen. Vrijstaande woningen behoeven een kavel van minimaal 20 m breed, zodat de openheid naar achterliggend landschap gewaarborgd blijft. Planspecifiek De 'regeling Ruimte voor ruimte 2018' is niet van toepassing op dit initiatief. De bouwtitels zijn toegekend op basis van de voorheen geldende gemeentelijke ruimte voor ruimte regeling (zie paragraaf 3.3.4). Desalniettemin zal bij de locatiekeuze en het verder uitwerken van de locaties waar de bouwtitels worden ingezet, worden aangesloten bij de voorwaarden die daarvoor in de Regeling Ruimte voor ruimte 2018 (of een opvolgende regeling) zijn opgenomen. 3.3.6 Toetssteen Openbare Ruimte De Toetssteen Openbare Ruimte, heeft betrekking op de (toekomstige) openbare ruimte, geen gebouw zijnde, welke beheerd wordt door de beheerders van de afdeling Openbare Ruimte van de gemeente Venray.

De Toetssteen Openbare Ruimte heeft als doel het waarborgen van de kwaliteit van de openbare ruimte van de gemeente Venray. Het begrip kwaliteit kan worden opgedeeld in: 1. Technisch-functionele kwaliteit; 2. Sociaal-maatschappelijke kwaliteit. De Toetssteen beschrijft de uitgangspunten, randvoorwaarden, ontwerpeisen etc. waaraan bouwplannen in de openbare ruimte minimaal dienen te voldoen. Verder verschaft de Toetssteen inzicht in de toetsingsprocedure van de gemeente. Het meenemen van de uitgangspunten, randvoorwaarden en ontwerpeisen van al de betrokken vakdisciplines in een vroeg stadium zal resulteren in een meer integraal ontwerp. Met deze werkwijze kan op de lange termijn integraal ontworpen openbare ruimte kostenefficiënter worden beheerd en kan deze door keuzes als flexibiliteit en aanpasbaarheid blijven voorzien in de behoeften van de maatschappij. Ook zal het beoordelingstraject van een bouwplan efficiënter verlopen. Het waarborgen dat wordt voldaan aan de verschillende kwaliteitseisen van de gemeente bestaat uit twee stappen, te weten: 1. Aanleveren Toetssteen. 2. Controle op toepassing Toetssteen in de plannen. Planspecifiek Voorliggend initiatief voorziet alleen in ontwikkelingen binnen privaat terrein, waardoor de Toetssteen Openbare Ruimte met betrekking tot dit plan alleen voor het onderdeel 'Verkeer' relevant is.

In paragraaf 4.4 is gemotiveerd dat binnen eigen terrein voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn in lijn met de parkeernormen uit de 'Beleidsnota Parkeernormen Venray'. Daarmee is geborgd dat parkeren als gevolg van het toekomstig gebruik van het plangebied binnen eigen terrein dient plaats te vinden en de parkeerdruk op de openbare ruimte door dit initiatief niet toeneemt. De toekomstige burgerwoning blijft op de huidige wijze ontsloten door de Blankenberg. Hiermee is voldaan aan de Toetssteen Openbare Ruimte van de gemeente Venray.

Blankenberg 8 Leunen

21

3.3.7 Doelgroepenverordening Wonen Venray 2022 In februari 2022 heeft de gemeenteraad van Venray het Omgevingsprogramma Wonen en de Uitvoeringsagenda Wonen 2022 vastgesteld. In het Omgevingsprogramma is een aantal instrumenten benoemd die kunnen bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van het Omgevingsprogramma. De Doelgroepenverordening Wonen Venray 2022 is een van die instrumenten. In het Omgevingsprogramma Wonen is vastgelegd dat van de 1.500 woningen die de komende 10 jaar gerealiseerd worden voor minimaal 50% in het betaalbare segment gerealiseerd worden. Met de doelgroepenverordening kan publiekrechtelijk worden geregeld dat er voldoende woningen in het sociale en betaalbare segment worden gerealiseerd in nieuwe woningbouwontwikkelingen. Tevens wordt geregeld dat deze woningen ook langjarig beschikbaar blijven voor de betreffende doelgroepen. Met de doelgroepenverordening neemt de gemeente meer regie op de bouw en het beschikbaar houden van woningen in het sociale en betaalbare segment. De doelgroepenverordening is alleen van toepassing bij nieuwbouw van 12 of meer woningen en regelt niet de toewijzing van woningen. Planspecifiek Voorliggend plan betreft het herbestemmen van een bestaande bedrijfswoning en blijft daarmee ruim onder de gestelde voorwaarde van 12 of meer nieuwe woningen.

De doelgroepenverordening is hiermee niet van toepassing op voorliggend plan. De Doelgroepenverordening Wonen Venray 2022 staat het plan niet in de weg. 3.3.8 Ruimtelijk KwaliteitsKader In november 2021 is de Omgevingsvisie Venray vastgesteld. In de Omgevingsvisie staat bij de uitvoering en monitoring opgenomen dat een Ruimtelijk KwaliteitsKader voor het hele gemeentelijke grondgebied opgesteld wordt. In de Omgevingsvisie wordt ook een beschrijving van de waarden gegeven. Het betreft de waarden:  Erfgoed,  Landschap,  Natuur en groen,  Water en bodem en  Stedenbouwkundig kader (alleen voor de kern Venray) Deze waarden vormen gezamenlijk de basis voor de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente. Door de ruimtelijke kwaliteit van Venray te beschermen en te versterken wordt aangesloten bij het motto van de Omgevingswet ‘Ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’. Het opgestelde Ruimtelijk KwaliteitsKader (vastgesteld op 31 oktober 2023) geldt zowel voor het landelijk als voor het stedelijk gebied. Hierin wordt de ruimtelijke kwaliteit vastgelegd in de vorm van kenmerken en streefbeelden. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt getoetst aan het Ruimtelijk KwaliteitsKader waarin wordt vastgelegd welke kwaliteiten belangrijk zijn om te behouden en welke ontwikkelingen waar gewenst zijn.

Het Ruimtelijk KwaliteitsKader vormt ook een inspiratiedocument voor initiatiefnemers en bevat aanbevelingen die helpen om een initiatief zo goed mogelijk in te passen rekening houdend met de omringende waarden. Planspecifiek Het plangebied bevindt zich binnen het deelgebied 'Esgronden'. Kenmerken van dit gebied betreffen:  Kleinschalige verkaveling en bebouwing langs de historische wegen  Veelal kleine verkavelingen in diverse richtingen, vooral op de flanken van de essen en aan historische wegen. De essen om Leunen zijn aan de binnenzijde van de randweg bebouwd, elders aan de buitenzijde.  Akkerbouw op de es, vollegrond tuinbouw

22

Blankenberg 8 Leunen

Met het plan worden geen functies mogelijk gemaakt die op grond van het geldende bestemmingsplan niet mogelijk waren. De verkavelingsstructuur wordt niet gewijzigd. Het plan heeft daarmee geen invloed op de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Het plan is passend binnen het Ruimtelijk KwaliteitsKader. 3.3.9 Geldende bestemmingsplannen Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Venray 2010' (vastgesteld op 14 december 2010) en de meest recente herziening 'Buitengebied Venray 2010, herziening regels' (vastgesteld op 20 september 2017) door de gemeente Venray. Daarnaast geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Venray, Herziening regels Ruimtelijk KwaliteitsKader (vastgesteld op 31 oktober 2023)'. Navolgende afbeelding geeft een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan weer:

Uitsnede vigerend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Op de afbeelding is te zien dat ter hoogte van het plangebied de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden' geldt. Tevens zijn binnen het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde Archeologie 3' van toepassing. Binnen het plangebied is een bouwvlak opgenomen met de functieaanduiding 'intensieve veehouderij'. Binnen het bouwvlak is de aanduiding 'bedrijfswoning' opgenomen. Het plangebied kent de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied'. Strijdigheid Binnen het vigerende bestemmingsplan is een burgerwoning op de locatie niet toegestaan. Voorliggend plan maakt dit mogelijk.

Blankenberg 8 Leunen

23

Art. 18.4 Afwijken van de bouwregels In het vigerende bestemmingsplan is opgenomen dat met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a.

artikel 18.2 onder a een grotere inhoudsmaat toestaan voor woning inclusief bijgebouwen indien bestaande (bij)gebouwen worden gesloopt, onder de volgende voorwaarden: 1. gesloopt wordt binnen een of meer van de voor het buitengebied geldende bestemmingsplannen van de gemeente Venray; 2. er is sprake van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 3. alleen de te slopen gebouwen die op die locatie niet vallen binnen het daar, op grond van de bouwregels, toegestane maximale bebouwingsvolume, worden in de berekening meegenomen; 4. de te slopen gebouwen dienen legaal aanwezig te zijn op het moment van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en mogen niet onder een andere regeling of verzoek vallen; 5. aan de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt de voorwaarde verbonden dat pas met de bouw gestart mag worden als sloop heeft plaatsgevonden; 6. alle te slopen gebouwen en de daarbij behorende bouwwerken en bouwdelen, zoals aanbouwen, overkappingen, bijbehorende ondergrondse (kelder-)ruimten, fysieke erfafscheidingen, voederplaten en andere erfverhardingen dienen gesloopt te worden; 7. alleen bovengrondse gebouwen worden meegerekend bij het te bepalen sloopvolume; 8. het percentage van het te bouwen volume dat moet worden gesloopt is bepaald in de onderstaande tabel:

Aantal m3 dat wordt gebouwd (bebouwingsvolume) Tot en met 250 m3 Het meerdere boven de 250 m3

Minimaal te slopen % (sloopvolume) 100% 150%

Ad. Met voorliggend plan wordt het toevoegen van een tuinhuis (250 m3) en een schapenstal (1615 m3) mogelijk gemaakt. Hierom is getoetst aan de in artikel 18.4 onder a genoemde voorwaarden: 1. Voor het plangebied gelden de bestemmingsplannen 'Buitengebied Venray 2010' en de daaropvolgende herzieningen van de gemeente Venray; 2. In paragraaf 4.1 is beschreven dat voor het plan sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 3. Hiervan is sprake. Zie daarvoor onderstaande berekening; 4. De te slopen gebouwen zijn legaal aanwezig; 5. Ten aanzien van de sloop is in de regels van dit plan een voorwaardelijke verplichting opgenomen; 6. De te slopen gebouwen worden, indien daarvan sprake is, inclusief bijbehorende bouwwerken en bouwdelen gesloopt; 7. Hiermee is rekening gehouden. Zie onderstaande berekening; 8. Met de minimaal te slopen percentages is rekening gehouden. Zie onderstaande berekening. Berekening 250 m3 * 100% (Tuinhuis) 1615 m3 * 150% (Schapenstal)

250 m3 2422,5 m3

Totaal

2672,5 m3

Op basis van de afwijkingsbevoegdheid dient voor de bouw van het tuinhuis en de schapenstal ten minste 2672,5 m3 aan gebouwen gesloopt te worden. Onderhavig initiatief voorziet hierin (zie paragraaf 2.2). In de

24

Blankenberg 8 Leunen

regels van dit plan is opgenomen dat deze sloop uitgevoerd dient te worden alvorens gestart mag worden met de bouw van het tuinhuis en de schapenstal. Hiermee is voldaan aan de voorwaarden uit de afwijkingsbevoegdheid.

Blankenberg 8 Leunen

25

Hoofdstuk 4

Uitvoerbaarheid

De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangetoond worden (artikel 3.1.6 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, etc.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan.

4.1

Milieu

4.1.1 Bodem Op grond van de Wet Bodembescherming (Wbb) moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Bij een functiewijziging zal in veel gevallen een specifiek bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd. Planspecifiek Vanwege de toekenning van de woonbestemming aan het woonerf en de sloop van bedrijfsgebouwen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 1. De bodem ter plaatse van de druppelzones is verontreinigd met asbest. Op basis van de huidige onderzoeksresultaten wordt overgegaan tot het saneren van de verontreinigde gronden. In de regels van dit plan is opgenomen dat voorafgaand aan de bouw van een tuinhuis en schapenstal een evaluatieverslag dient te worden goedgekeurd door het bevoegd gezag, waarin is opgenomen dat de verontreinigingen met betrekking tot asbest en koper zijn gesaneerd. Dit om te borgen dat die sanering ook wordt uitgevoerd en afgerond. Met inachtneming van de sanering is het bestemmingsplan uitvoerbaar ten aanzien van het aspect bodem. Het bestemmingsplan is uitvoerbaar vanuit het aspect bodem. 4.1.2 Lucht De mate van blootstelling aan luchtverontreiniging speelt een rol in het kader van een goede ruimtelijke ordening.

Met betrekking tot 'luchtkwaliteit' zijn twee aspecten van belang. Ten eerste of de luchtkwaliteit ter plaatse de nieuwe functie toelaat (de gevoeligheid van de bestemming) en ten tweede wat de bijdrage is van het plan aan die luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit ter plaatse In de Wet milieubeheer zijn normen opgenomen voor de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht ter bescherming van de mens. De twee belangrijkste stoffen zijn PM10 en PM2,5(fijnstof) en NO2 (stikstofdioxide). Voor grenswaarde van PM10 en NOx bedraagt 40 µg/m3, van PM2,5 is dat 25 µg/m3. Bijdrage aan luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen. De Wet maakt een onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen).

26

Blankenberg 8 Leunen

Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in de algemene maatregel van bestuur "Niet in betekenende mate bijdragen" (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 procent bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof en stikstofdioxide (1,2 microgram per m3) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een toevoeging van minder dan 1.500 huizen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit, omdat een dergelijk project per definitie niet boven de 3%-norm komt. Planspecifiek Luchtkwaliteit ter plaatse van het initiatief Vanuit een goede ruimtelijke ordening is de huidige luchtkwaliteit ter plaatse getoetst met behulp van de gegevens van atlasleefomgeving.nl. Door de concentraties ter plaatse te toetsen aan de grenswaarden is gekeken of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De volgende concentraties komen naar voren:

Gemeten totale concentratie jaargemiddelde 2020 (µg/m3) Grenswaarde concentratie (µg/m3)

NO2 (stikstofdioxide) 13,2 µg/m3

PM10 (fijnstof) 16,6 µg/m3

PM2,5 (fijnere fractie van fijnstof) 9,2 µg/m3

40 µg/m3

40 µg/m3

25 µg/m3

De gemeten concentraties stikstofdioxide en (zeer) fijn stof liggen ruim onder de gestelde grenswaarden. Met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. Bijdrage initiatief Ten aanzien van de bijdrage aan luchtkwaliteit is het initiatief (omzetting bedrijfswoning naar burgerwoning) van geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3%, gelijk aan 1.500 woningen). Op basis van de te verwachten toename aan verkeersbewegingen ten gevolge van het project is te concluderen dat dit project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een nadere toetsing ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit. 4.1.3 Geluid De mate waarin het geluid het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd:  woningen;  geluidgevoelige gebouwen, zoals scholen, ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen, psychiatrische instellingen en kinderdagverblijven;  geluidsgevoelige terreinen (woonwagenstandplaatsen en bestemde ligplaatsen voor woonschepen).

Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. Binnen deze zones bepaalt het bevoegd gezag de te hanteren grenswaarden. Er geldt een voorkeursgrenswaarde en een bovengrens (hoger mag niet). De Wgh gaat verder onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen. De belangrijkste bronnen van geluidhinder die bij een ruimtelijke ontwikkeling aan de orde kunnen zijn betreffen: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai.

Blankenberg 8 Leunen

27

Planspecifiek De huidige bedrijfswoning is reeds een geluidsgevoelig object in de zin van de Wet geluidhinder. Het omzetten van deze functie naar burgerwoning zorgt dan ook niet voor het toevoegen van een nieuwe geluidsgevoelige bestemming binnen het plangebied. Het uitvoeren van akoestisch onderzoek is daarom niet nodig. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geluid. 4.1.4 Geur Wet Geurhinder en veehouderij. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor milieuvergunningen als het gaat om geurhinder van veehouderijen met landbouwhuisdieren. De Wgv maakt onderscheid in dieren met en dieren zonder een vastgestelde geuremissiefactor. Voor de eerste soort wordt de geurbelasting bij geurgevoelige objecten berekend op basis van de omvang en kenmerken van het bedrijf, voor de tweede (ook wel bekend onder de term 'vaste afstandsdieren') gelden minimumafstanden tot geurgevoelige objecten. De Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) bepaalt in bijlage 1 voor welke dieren geuremissies zijn vastgelegd. Voor dieren met een geuremissie is per diercategorie per stalsysteem een geuremissiefactor vastgesteld. Als het (beoogde) veehouderijbedrijf niet in de regeling wordt genoemd betreft het ‘vaste afstandsdieren’.

Op grond van artikel 3 lid 1 van de Wgv gelden de volgende geurnormen ten behoeve van vergunningverlening voor dieren met een geuremissiefactor: Geurgevoelig object gelegen in: Maximaal toegestane geurbelasting (odourunits per m³ lucht)

Concentratiegebied binnen bebouwde kom Concentratiegebied buiten bebouwde kom Niet-concentratiegebied binnen bebouwde kom Niet-concentratiegebied buiten bebouwde kom

3,0 ouE/m³ 14,0 ouE/m³ 2,0 ouE/m³ 8,0 ouE/m³

Tabel A, normen voorgrondbelasting Wet geurhinder en veehouderij

Als het een veehouderijbedrijf is met dieren waarvoor geen geuremissiefactor is vastgelegd gelden de volgende eisen:  binnen de bebouwde kom geldt een afstand van 100 meter;  buiten de bebouwde kom geldt een afstand van 50 meter. Deze afstanden worden gemeten als kortste afstand tussen een emissiepunt en de buitenzijde van het geurgevoelige object. Tot slot geldt voor zowel dieren met als voor dieren zonder een geuremissiefactor altijd een minimumafstand tussen de buitenzijde van een dierenverblijf en de buitenzijde van een geurgevoelig object. Dit is 50 meter binnen de bebouwde kom en 25 meter buiten de bebouwde kom. De minimumafstanden gelden niet voor ruimte-voor-ruimtewoningen (en soortgelijke geurgevoelige objecten). De Wet geurhinder en veehouderij kent een omgekeerde werking. Dat wil zeggen dat ook bij plannen die woningbouwlocaties of andere geurgevoelige functies mogelijk maken moet worden getoetst aan de normen van de Wet geurhinder en veehouderij. Bij ruimtelijke ordeningsplannen moet daarnaast worden beoordeeld of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

In de Wet geurhinder en veehouderij is ook geregeld dat een woning die op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een veehouderij, qua geur daarna nog steeds (bij de beoordeling van een aanvraag van een veehouderij in die omgeving) beschouwd dient te worden als een woning bij een veehouderij.

28

Blankenberg 8 Leunen

Geurverordening gemeente Venray. De gemeenteraad van de gemeente Venray en de gemeenteraad van de voormalige gemeente MeerloWanssum hebben een Verordening geurhinder en veehouderij vastgesteld. Nadien heeft de gemeente Venray haar verordening nog aangepast in die zin dat voor een viertal locaties de geurnorm gewijzigd is. In deze verordeningen (inclusief de wijziging van de gemeente Venray) wordt afgeweken van de wettelijke normen uit de Wgv. Beide geurverordeningen zijn inmiddels samengevoegd tot één verordening waarbij de uitgangspunten ongewijzigd zijn gebleven. De normen uit deze samengevoegde verordening zijn: Gebied: Maximaal toegestane geurbelasting (odourunits per m³ lucht)

Zoekgebieden woningbouw Zoekgebieden woningbouw en bedrijventerreinen Vakantiepark de Witte Vennen, clustering TBS/Pascalis/Dichterbij Bedrijfsterreinen Plangebied Burgemeester Ponjéestraat in Wanssum Voor de bestaande woongebieden in Wanssum Voor de bestaande woongebieden van Venray, Leunen, Smakt, Vredepeel, Ysselsteyn, Oostrum, Merselo, Castenray, Oirlo, Veulen, Blitterswijck en Geijsteren. Buitengebied Timmermannsweg 13 Ysselsteyn, Ringweg 33a Ysselsteyn, Pater Tulpstraat 24 Ysselsteyn, Horsterweg 70/70a/70b Castenray

8,0 ouE/m³ 8,0 ouE/m³ 8,0 ouE/m³ 8,0 ouE/m³ 7,0 ouE/m³ 2,50 ouE/m³ 3,0 ouE/m³

14,0 ouE/m³ 8,0 ouE/m³

Tabel B, normen voorgrondbelasting Verordening geurhinder en veehouderij

Op de 'Kaart behorende bij Aanpassing verordening geurhinder en veehouderij van de gemeente Venray september 2009' is per deelgebied ingetekend wat de normstelling is. In de gebiedsvisie behorende bij de geurverordening is geen specifieke definitie of uitwerking opgenomen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wél is aangegeven dat de afwijkende normering uit de geurverordening niet mag leiden tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat. Aanvulling op de Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij gemeente Venray. In de ‘Aanvulling op de Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij gemeente Venray’ heeft de gemeente Venray vastgelegd wat wordt verstaan onder een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bij het opstellen van deze aanvulling op de gebiedsvisie en het vastleggen van de normen voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat heeft de Handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij (Infomil 2007) als basis gediend. In onderstaande tabel is de maximale waarde van de voor- en achtergrondbelasting weergegeven waarbij volgens de gemeente Venray nog sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Gebied Bestaande woongebieden Venray, Oostrum, Smakt, Geijsteren, Blitterswijck en Wanssum Bestaande woongebieden Ysselsteyn, Veulen, Castenray, Oirlo, Leunen, Heide en Merselo

Blankenberg 8 Leunen

Maximale belasting (odourunits per m³ lucht) Achtergrond Voorgrond 13,0 ouE/m³ 6,5 ouE/m³ 20,0 ouE/m³

6,5 ouE/m³

29

Zoekgebied woningbouw Wanssum Overige zoekgebieden woningbouw en bedrijventerreinen Vakantiepark de ‘Witte Vennen’ en de Clustering TBS/Pascalis/Dichterbij’ Buitengebied

13,0 ouE/m³ 20,0 ouE/m³ 13,0 ouE/m³

7,0 ouE/m³ 8,0 ouE/m³ 7,0 ouE/m³

20,0 ouE/m³

14,0 ouE/m³

Tabel C, maximale waarde voor- en achtergrondbelasting

Planspecifiek Voorgrondbelasting Voor wat betreft de voorgrondbelasting van een veehouderij is gekeken naar de veehouderij die voor de onderhavige locatie het meeste van invloed is. De gemeente Venray heeft een kaart (situatie 2022) gemaakt met de geurhindercontouren 3 ouE/m³, 8 ouE/m³ en 14 ouE/m³ van alle veehouderijbedrijven in Venray. Ook zijn de vaste afstand contouren van 50m en 100m weergegeven voor bedrijven met ‘vaste afstandsdieren’. In figuur 1 is een uitsnede opgenomen van deze kaart.

Figuur 1, uitsnede 'kaart indicatieve geurhindercontouren'

Uit de kaart blijkt dat de varkenshouderij aan de Blankenberg 2 te Leunen het meest van invloed is op het plangebied. Het plangebied ligt binnen de indicatieve geurhindercontour 14 ouE/m³ rondom agrarisch bouwvlak of vaste afstand contour van 50 m. Omdat de kaart indicatief is, en om daadwerkelijk vast te stellen of ten aanzien van deze veehouderij wel sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is daarom een berekening (zie bijlage 2) uitgevoerd van de voorgrondgeurbelasting met het programma V-stacks vergunning. Uit de berekening volgt een hoogste geurbelasting (rekenpunt 01) van 9,1 ouE/m³. Hiermee wordt bevestigd dat wordt voldaan aan de gemeentelijke geurnormen ten aanzien van voorgrondbelasting. Omgekeerd levert de omzetting van de bedrijfswoning naar een burgerwoning geen belemmeringen op voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen in de omgeving. De Wet geurhinder en veehouderij bepaalt namelijk dat een woning die op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een veehouderij qua geur daarna nog steeds beoordeeld dient te worden als een woning bij een veehouderij.

30

Blankenberg 8 Leunen

Achtergrondbelasting Voor wat betreft de achtergrondbelasting van geur is gekeken naar alle veehouderijen in de omgeving van het plangebied. De gemeente Venray heeft een kaart (situatie oktober 2022) gemaakt van de indicatieve achtergrondbelasting, veroorzaakt door al die veehouderijen. In figuur 2 is een uitsnede opgenomen van deze kaart.

Figuur 2, uitsnede 'kaart achtergrondbelasting geur'

Uit voorgaande kaart blijkt dat voor het plangebied een matige tot extreem slechte beoordeling ten aanzien van geurhinder van toepassing is. Deze beoordeling is voor een belangrijk aandeel een gevolg van de voormalige varkenshouderij op de locatie zelf. Deze wordt met voorliggend plan van de locatie verwijderd. Om vast te stellen of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is daarom een berekening uitgevoerd van de achtergrondgeurbelasting met het programma V-stacks gebied (zie bijlage 2). Uit de berekening volgt een hoogste geurbelasting (RecepID 01) van 11,252 ouE/m³. Hiermee wordt bevestigd dat wordt voldaan aan de gemeentelijke geurnormen ten aanzien van de achtergrondbelasting. Overig agrarisch medegebruik Met het plan wordt het gebruik van een gedeelte van het plangebied ten behoeve van overig agrarisch medegebruik mogelijk gemaakt. Dit betreft een kleinschalige, aan de woning ondergeschikte, activiteit waarbij maximaal 40 schapen tijdens hoofdzakelijk de lammerperiode op de locatie gehouden kunnen worden. Dit is enkel toegestaan ter plaatse van de stal en de omliggende gronden. Gelet op de kleinschaligheid van de activiteit, alsmede de afstand tot (bedrijfs)woningen van derden (ruim 100 meter) en het niet jaarronde karakter ervan, wordt geconcludeerd dat deze functie niet tot negatieve effecten in het kader van de Wgv leidt.

De geursituatie verbetert aanzienlijk ten aanzien van de bestaande situatie, waarin op de locatie een intensieve veehouderij is toegestaan. Er zijn geen belemmeringen ten aanzien van het toevoegen van deze functie. Conclusie Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot geur. 4.1.5 Milieuzonering Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Doel is om bij het opstellen van een ruimtelijk plan een goed en veilig leefklimaat te waarborgen, maar tegelijkertijd ook aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun activiteiten.

Blankenberg 8 Leunen

31

De mate waarin bedrijven invloed hebben op hun omgeving is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid en de afstand tot een gevoelige bestemming. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Milieuzonering heeft betrekking op aspecten met een ruimtelijke dimensie, zoals geluid, geur, gevaar en stof. De mate van belasting, en daarmee de gewenste aan te houden afstand, kan per aspect en per bedrijfstype verschillen. In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is een lijst opgenomen met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven. Van deze richtafstanden kan worden afgeweken, mits wordt onderbouwd waarom de feitelijke milieuhinder als minder belastend wordt gezien. Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'. Planspecifiek Voor de beoogde burgerwoning is het nodig vast te stellen of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Rondom deze locatie liggen verschillende functies, waaronder intensieve veehouderijen, andere (agrarische) bedrijven en woningen. Hierom is er sprake van een gemengd gebied en kan er getoetst worden aan de richtafstanden van één lagere milieucategorie. Onderstaande tabel geeft de in de omgeving gelegen functies en hun afstanden aan. De richtafstanden voor geur zijn niet in onderstaand overzicht opgenomen. De uitvoerbaarheid met betrekking tot dit aspect is behandeld in paragraaf 4.1.4. Activiteit

Categorie

Varkenshouderij 4.1 (Blankenberg 2, Leunen) Autogarage (Blankenberg 2 1A, Leunen) Groenten- en fruitteelt 2 (Blankenberg 12, Leunen)

Minimale richtafstand (gemengd gebied) 30 m (geluid)

Feitelijke afstand tot woonbestemming ca. 70 m

10 m (geluid)

ca. 10 m

10 m (geluid)

ca. 190 m

Uit bovenstaande tabel volgt dat het plangebied voldoet aan de richtafstanden van de VNG. Aanvullend kan worden opgemerkt dat ter plaatse van de locatie Blankenberg 1a er planologische mogelijkheden aanwezig zijn voor de uitoefening van een bedrijf tot en met milieucategorie 3.1, met een bijbehorende maximale richtafstand van 50 m. In de bestaande situatie dient het bedrijf reeds rekening te houden met de woning en verandert de toekomstige situatie hieraan niets. De afstand van het bedrijf tot de woning wordt niet kleiner. Daarnaast is er al een burgerwoning (Brienshoekweg 6) op vergelijkbare afstand bij dit bedrijf gelegen als de woning uit voorliggend plan. Bij een mogelijke toekomstige verandering van het bedrijf aan de Blankenberg 1a dient het bedrijf qua milieubelasting rekening te houden met deze nabijgelegen woning aan de Brienshoekweg 6. Daarmee is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied ook in de toekomstige situatie gewaarborgd. Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omdat de bestaande bedrijfswoning reeds een gevoelig object is in het kader van milieuzonering, levert de omzetting naar burgerwoning geen nieuwe belemmeringen op voor bedrijven in de omgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14008571/1