CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Toelichting Bestemmingsplan Weverslo 2a, Merselo

Gemeenteraad 6 februari 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan ‘Weverslo 2a, Merselo’.17.971 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ook is samenwerking nader geduid als het gaat om de regio, met onderwijs, bedrijfsleven en in de naaste omgeving van inwoners. Speciale aandacht verdient de komst van de Omgevingswet. De toekomstvisie 2030 is een belangrijke 'eerste stap' (identiteit, kwaliteiten, doelen) voor de totstandkoming van de Omgevingsvisie. In dat traject zal de verdieping plaatsvinden op de toekomstvisie, meer specifiek in de ruimtelijke vertaling.

| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 3 5

De gemeente Venray heeft voor de komende tien jaar de volgende vijf concrete ambities geformuleerd: "In het Venray van 2030: 1. zijn inwoners, hun netwerken, culturen en voorzieningen met elkaar verbonden; 2. woon je groen en sociaal; 3. zorgt ondernemerschap met aandacht voor mens, dier en milieu, voor nieuwe economische kansen; 4. stroomt kennis, creativiteit en vernieuwing; 5. is iedereen mobiel." In de toekomstvisie wordt geconstateerd dat de agrarische sector bijdraagt aan het recreatieve aanbod. Landbouwgrond is beschikbaar gesteld voor wandel- en fietsroutes en je kunt onderweg uitrusten op een terrasje of op excursie bij de boer. Natuurontwikkeling heeft in deze transitie weer de kans gekregen. Het Limburgse landschap heeft meerdere functies: recreatie en ontspanning, (agrarisch) ondernemerschap en natuurbeleving. Maatschappelijke ontwikkelingen hebben invloed op hoe de beschikbare ruimte wordt ingericht.

Deze aspecten (recreatie en ontspanning, ondernemerschap en natuurbeleving) komen tot leven bij Hof van Weverslo. Een reguliere woonbestemming wordt omgevormd en uitgebreid tot een recreatieve poort, waarbij natuurontwikkeling de drager wordt van de recreatieve poort. Hier wordt aangehaakt op de bestaande wandel- en fietspaden en worden de opbrengsten van de regionale agrarische sector (fruit-groente-vlees) verwerkt in gerechten waarmee de 'Regio van de Smaak' (en de smaak van de regio) wordt gepromoot. Hof van Weverslo is als recreatief concept sterk gericht op kwaliteit. Omdat er een doelgroep wordt aangesproken die van comfort, luxe en natuur houdt, zorgt dit concept voor een kwaliteitsimpuls waardoor er meer bezoekers naar het gebied trekken. Het initiatief draagt bij aan de gewenste verbreding van het toeristisch aanbod in de gemeente Venray en daarmee aan de lokale economie. De (esthetische) kwaliteit van de nieuwe bebouwing zal aansluiten op het landelijke karakter en de in het gebied voorkomende historische bouwstijlen, waarbij tevens de duurzaamheidsmaatregelen betrokken worden. Deze invulling van de locatie betreft een nieuwe economische kans en is daardoor niet strijdig met de toekomstvisie.

4.3.2

Omgevingsvisie Venray

Op 2 november 2021 heeft de gemeenteraad van Venray de Omgevingsvisie Venray vastgesteld. De omgevingsvisie van geeft aan wat belangrijk wordt gevonden in de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving is alles wat we buiten zien en voelen: bijvoorbeeld hoe de gemeente eruit ziet, wat de kwaliteit is van de lucht en welke bedrijven er zijn. De omgevingsvisie gaat in op ambities, beleid en de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, wonen en werken en cultureel erfgoed. De onderdelen van deze leefomgeving waar de gemeente trots op is, moeten worden beschermd en verbeterd. Daarnaast zet de gemeente in op nieuwe doelen die zijn beschreven in vier hoofdambities. De omgevingsvisie is gebiedsgericht. In de agrarische gebieden: | bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 3 6

We bevorderen werkgelegenheid en economische groei door onze groene omgeving open te stellen aan gasten en toeristen. We spelen in op kansen in het landelijk gebied, zoals het toevoegen aan een gezinstrekker die past bij de identiteit van Venray en onderscheidend genoeg is ten opzichte van huidige aanbieders. We verrijken het agrarische gebied door kleinschalige recreatie, bijvoorbeeld B&B’s, Bed & Paard, vakantiewoningen en boerencampings. Dit zijn gezinstrekkers die passen bij de identiteit van Venray. We ontwikkelen thema fiets- en wandelroutes. Omdat er voor de gezinnen zoals voornoemd al veel recreatiemogelijkheden zijn, richt initiatiefnemer zich in het bijzonder op de (binnen- en buitenlandse) 'empty nesters' en de actieve en vitale senioren (in principe in leeftijd variërend van 45 t/m 70) waarvoor veel minder specifieke recreatiemogelijkheden op zijn toegerust. Uiteraard zijn ook andere personen die zich aangetrokken voelen tot de bijzondere, luxe en comfortabele productmix welkom, maar de focus zal liggen op deze specifieke doelgroep. Het project speelt in op de belangrijkste wensen van deze specifieke doelgroep, zijnde het beleven van een wandel-, fiets-, wellness- en/of culinaire vakantie in een luxe en comfortabele accommodatie, dichtbij (in) de natuur: 'bezinning en beleving' en past daarmee in de Omgevingsvisie Venray.

4.3.3

Visie en actieprogramma recreatie en toerisme 2026

In 2010 is de kadernota Toerisme en Recreatie vastgesteld. Met name om tred te houden met de ontwikkelingen in de sector én met regionale en provinciale ontwikkelingen, was het noodzakelijk om deze te actualiseren. Venray is met ongeveer 3.75 miljoen dagrecreatieve bezoeken en 146.000 overnachtingen goed voor circa € 67 miljoen bestedingen op jaarbasis. Met name de dagrecreatieve sector is sterk vertegenwoordigd in Venray. Het winkelaanbod in het centrum speelt hierin een voorname rol evenals een aantal grote evenementen. De toeristisch-recreatieve sector is ambitieus en wil zich de komende jaren verder ontwikkelen. Er liggen kansen voor crossovers met andere sectoren bijvoorbeeld met de agrarische sector en met het centrumgebied. Gezamenlijk heeft de sector in de nieuwe Visie en actieprogramma recreatie en toerisme 2026, door de gemeenteraad van Venray vastgesteld op 12 mei 2020, een viertal ambities vastgesteld, waarmee ze aan de slag wil. Deze zijn als volgt geformuleerd: 1. We sluiten aan bij regionale samenwerkingsverbanden binnen Noord-Limburg maar ook met Brabant om gezamenlijk meer toeristen te trekken en bestedingen te genereren. Binnen die samenwerking zijn we onderscheidend door ons als gemeente te focussen op twee grote kernthema’s. 2.

We gaan de beleving van ons mooie en diverse landschap versterken door meer en betere routes, meer gethematiseerde routes die passen bij het DNA van Venray (Liberation, schapen, psychiatrie) en de realisering van Land-art en uitzichtpunten. 3. We gaan de kwaliteit en diversiteit van ons verblijfsaanbod verder versterken. Er wordt nieuw en bijzonder kwaliteitsaanbod toegevoegd (gekoppeld aan thema’s) en daarnaast hebben we voortdurende aandacht voor de vitaliteit van ons huidige aanbod. 4. We gaan ons centrum verrijken met R&T om de verblijfsduur te vergroten en gaan ons actief inzetten om een nieuwe gezinstrekker in het buitengebied binnen te halen. Daarnaast willen we | bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 3 7

het huidige aanbod kwalitatief versterken en onder de aandacht brengen.

Begin 2019 hebben de Noord-Limburgse gemeenten gezamenlijk de ambitie opgesteld om de gezondste regio van Nederland te worden. Ook de toeristisch-recreatieve sector wil en kan hieraan bijdragen. In 2026 is de voedselindustrie ook voor toerisme en recreatie van belang. Bezoekers kunnen op meerdere plekken in de gemeente een kijkje nemen bij een agrarisch bedrijf en hier hun kennis verrijken (bijv. over insectenteelt). Immers, de agrarische sector maakt onderdeel uit van het DNA van Venray. Lokale streekproducten zijn belangrijk voor Venray, zowel in de horeca als voor de verkoop. De recreatieve routes binnen de gemeente, stimuleren inwoners, bezoekers en toeristen daarnaast om extra te bewegen. Een aantal trends met betrekking tot recreatie en toerisme heeft aan de wieg gestaan van het initiatief Hof van Weverslo. Deze betreffen: De beleving staat centraal Men ervaart door maatschappelijke druk en hectiek gemakkelijk stress en heeft daarom behoefte aan een ontspanning van lichaam en geest Ouderen hebben meer tijd voor leisure dan andere groepen, waardoor het belangrijk is de faciliteiten af te stemmen op de wensen van deze groep Door ontwikkelingen in mobiliteit en technologie kunnen consumenten kiezen uit een groter aanbod dan ooit tevoren. Onderscheidendheid kan worden gecreëerd door middel van een thema of voorzieningen.

Venray kan inspelen op deze trend door (kleinschalige) bijzondere vormen van verblijf toe te voegen. Uit deze Visie en actieprogramma recreatie en toerisme 2026 blijkt dat hetgeen beschreven wordt als ambitie en trend, tot verwezenlijking komt met de recreatieve poort 'Hof van Weverslo'.

4.3.4

Energiestrategie 2030

In 2013 is de Energiestrategie 2030 voor de gemeenten Beesel, Venlo en Venray: 'Energie voor groene groei' vastgesteld. Door de gemeenteraad is daarbij de ambitie uitgesproken om in 2030 CO2-neutraal (ofwel energieneutraal met compensatiemaatregelen) te zijn. Op basis van deze visie is door het college het 2e Uitvoeringsprogramma Energie Venray (2018-2021) vastgesteld. Met de Energiestrategie en het bijbehorende UP zijn de doelstellingen en de gefaseerde uitvoering op lange en korte termijn uitgewerkt. De gemeente is voor het bereiken van de energiedoelen afhankelijk van alle energiegebruikers en energieleveranciers in de gemeente: bedrijfsleven, huishoudens, instellingen etc. De samenleving laat zich echter niet door de overheid sturen om energie te besparen of lokaal duurzaam op te wekken. Daarvoor moet er in de samenleving vooral ruimte zijn die leidt tot creativiteit en innovatie van de bedrijven en inwoners zelf. De overheid heeft daarin een rol als partner die samenwerkt, belemmeringen wegneemt, faciliteert en het goede voorbeeld geeft. De betrokkenheid van de overheid zorgt voor het aanjagen en versnellen van de gewenste ontwikkelingen.

Het streefbeeld in 2030 voor woningen laat zich als volgt schetsen: Gebouwen hebben de laagste energievraag Gebouwen worden energiecentrales Slimme netwerken zorgen voor optimale uitwisseling | bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 3 8

50% van de bestaande woningen en gebouwen zijn 50% energiezuiniger en 50% van de woningen voorziet in 100% van eigen energievraag Door de positionering van de recreatieve poort, met de glaspartijen naar de zuidzijde en de dichte wanden in het talud richting de noordelijke (koude) zijde, wordt ervoor gezorgd dat wamte binnen komt en koude buiten blijft. De overstekken aan de zuidzijde voorkomen dat in de zomer de opwarming van de ruimten aan de zuidzijde te ver doorslaat. Voor het overige zal op het moment van indiening van een aanvraag om een omgevingsvergunning bepaald worden welke de op dat moment wenselijke en benodigde duurzame vorm van energievoorziening is.

4.3.5

Structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Merselo

In de Structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Merselo van mei 2019 wordt het gemeentelijk beleid op diverse aspecten voor de kern Merselo beschreven. Voor het aspect recreatie en toerisme wordt geconstateerd dat er reeds enkele faciliteiten op het gebied van kleinschalig toerisme aanwezig zijn. In de visie worden enkele campings, een vakantieboerderij en vakantieappartementen genoemd. Een recreatieve poort met verblijfsmogelijkheden als bedoeld in onderhavig plan wordt niet genoemd in de analyse van het bestaande gebied. Het groene, bosrijke buitengebied leent zich volgens de structuurvisie zeer goed voor recreatieve activiteiten. Dit komt ook in de overige reeds benoemde beleidsdocumenten aan de orde. Ook in de toekomst moet er ruimte zijn voor de ontwikkeling van recreatieve en toeristische initiatieven. Voor wat betreft de vestigingslocatie van een recreatieve poort met verblijf en de bijbehorende voorzieningen zijn in de structuurvisie geen specifieke duidingen opgenomen. Er wordt enkel in de analyse van het gebied gesproken dat het beboste buitengebied zich bij uitstek leent voor recreatieve activiteiten. Weverslo 2a is gelegen in een gebied dat verschillende beboste percelen kent. Deze bospercelen zullen door de ontwikkeling niet aangetast worden en zelfs door de aanleg van de landschappelijke inpassing beter met elkaar worden verbonden.

In deze zin draagt de ontwikkeling bij aan het aanwezige bosrijke karakter van de omgeving.

4.3.6

Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling

De Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling 2011 is vastgesteld op 20 december 2011 en op 1 januari 2012 in werking getreden. Het in deze structuurvisie vastgelegde kwaliteitsbeleid omtrent een bijdrage Ruimtelijke ontwikkeling is gebaseerd op de gedachte dat ruimtelijke ontwikkelingen (bouwactiviteiten) leiden tot verlies aan ruimtelijke kwaliteit en dat dit verlies moet worden gecompenseerd. Achterliggend doel is het behoud en waar mogelijk versterking van de (groene) kwaliteiten van zowel het buitengebied als het stedelijk gebied. Het ruimtelijk beleid in het stedelijk en het buitengebied is vastgelegd in diverse ruimtelijke visies en bestemmingsplannen. Deze zijn maatgevend voor waar welke ontwikkelingen worden toegestaan. In dit beleid en deze regelgeving wordt ook ingegaan op de ruimtelijke kwaliteit en maatregelen die kunnen worden genomen. Op basis van het Limburgs kwaliteitsmenu zijn verschillende soorten ontwikkelingen in modules uitgewerkt. Per module wordt ingegaan op de algemene beleidsdoelen en voorwaarden die gelden voor een dergelijke ontwikkeling. Tevens is per module de hoogte van de bijdrage Ruimtelijke ontwikkeling, indien van toepassing uitgedrukt in een bepaald bedrag per m2,

| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 3 9

aangegeven. Daarnaast is aangegeven welke soort kwaliteitsverbeterende maatregelen gewenst zijn.

Onderhavig initiatief valt, na afstemming hierover met het bevoegd gezag, binnen deze structuurvisie binnen de ontwikkeling “Gebiedseigen en/of kleinschalige recreatie”. Voor ruimtelijke ontwikkelingen van deze aard wordt in het buitengebied een minimumverhouding rood:groen van 1:5 gehanteerd. Dit houdt in dat voor elke vierkante meter bebouwing en verharding een compensatie van 5 vierkante meter groen wordt gevraagd. In Bijlage 1 bij het landschappelijk inpassingsplan is berekend wat de omvang van de oppervlakte aan groen is welke dient te worden gerealiseerd voor onderhavig initiatief. Dit is gebaseerd op de te realiseren bebouwing en verharding en is tevens onderstaand opgnomen:

Figuur 16a: berekening investering landschap

Uit de totale berekening volgt de volgende benodigde natuur-/landschapscompensatie van totaal: 34.350,9 m2 = 3,44 hectare Het totale inrichtingsplan voorziet in een te realiseren natuur-/landschapscompensatie van 36.848 m2. Hierdoor wordt aan de Structuurvisie Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling voldaan.

4.3.7

Vigerend bestemmingsplan

Voor het plangebied vigeren de volgende bestemmingsplannen: Naam bestemmingsplan Bestemming

| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |

Vaststelling Raad

Pagina | 4 0

bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, inclusief herziening regels

- bestemming Agrarisch, Agrarisch met 14 december 2010 en Waarden, Natuur, Water en Wonen 20 september 2017 - dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1 en 2', 'Waarde - Esgronden' en 'Waterstaat beschermingszone watergang' - functieaanduiding 'bouwvlak' - gebiedsaanduiding luchtvaartverkeerzone (max. bouwhoogte 85, 90 resp. 95 m) - gebiedsaanduiding reconstructiewet- zone verwevingsgebied

Afbeelding 17: Uitsnede verbeelding

Binnen deze bestemmingen is het exploiteren van de recreatieve poort 'Hof van Weverslo' niet toegestaan. Daarom is het noodzakelijk om een reguliere bestemmingsplanprocedure te doorlopen.

| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 4 1

Hoofdstuk 5 Milieu-planologische aspecten 5.1

Milieu effect rapport

Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In het gewijzigde Besluit staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is moet een m.e.r.- beoordelingsbesluit worden genomen. Dit houdt in dat in afwijking van voorheen voor iedere activiteit die wordt genoemd in kolom 1, ook al blijft deze onder de drempelwaarde van gevallen in kolom 2, een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet worden genomen. Onderhavige ruimtelijke onderbouwing met beschrijving van de activiteiten, de noodzaak en de (milieu)gevolgen dient tevens gezien te worden als 'aanmeldnotitie' op basis waarvan het m.e.r.-beoordelingsbesluit kan worden genomen.

Uit bijlage onderdeel D, Besluit milieueffectrapportage.

Wanneer een project wordt getoetst aan onderdeel D en wordt gekeken in kolom 2 van de D-lijst, is hier een drempelwaarde opgenomen voor 'een oppervlakte van 100 ha of meer'. In casu behoeft er geen m.e.r.-beoordelingsbesluit te worden genomen. De activiteit voor de realisatie van de recreatieve poort daar waar nu de bestemming Wonen geldt, inclusief aangrenzende gronden, waarbij het plangebied een omvang heeft van circa 5,5 ha, valt niet binnen de definitie van kolom 1, 'een stedelijk ontwikkelingsproject' waarbij de drempelwaarde van 100 ha (kolom 2) wordt overschreden.

Overigens passeren in onderhavige plantoelichting alle relevante milieuaspecten uitgebreid de revue en wordt geconstateerd dat aan betreffende wet- en regelgeving wordt voldaan.

| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 4 2

5.2

Geluidhinder

De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen (onder meer onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen) en geluidsgevoelige terreinen (onder meer woonwagenstandplaatsen). Uit art. 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De zonebreedte is afhankelijk van het gebied (stedelijk of buitenstedelijk) en het aantal rijstroken. Binnen de zones moet een akoestisch onderzoek worden verricht. De voorkeursgrenswaarde voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen bedraagt in die zone op de buitengevel 48 dB (art. 82 Wgh). De N270 is aangewezen als weg met een maximumsnelheid van 80 km/h en aan Weverslo, Zandstraat en Janslust is een maximumsnelheid van 60 km/h toegestaan. De nieuwe bestemming waarbinnen zich verblijfsfuncties bevinden, zijn gelegen binnen de geluidzones van Weverslo en Janslust. Echter, hotels, recreatiewoningen en kantoren zijn geen geluidsgevoelige objecten. In situaties waarop de Wgh niet van toepassing is, vind de bescherming tegen geluid via de invulling van 'een goede ruimtelijke ordening' plaats.

Bij de afbakening van geluidsgevoelige functies die niet door de Wgh worden beschermd, kan in eerste instantie worden aangesloten bij de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen van de Wgh. Ook voor andere functies kan, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, een zeker mate van bescherming tegen geluid nodig zijn. Vooralsnog is het uitvoeren van dergelijk onderzoek dus niet noodzakelijk. Spoorweglawaai Het plangebied ligt niet in een zone van een spoorweg.

5.3

Bodem- en grondwaterkwaliteit

In het kader van het onderhavige plan wordt binnen het plangebied een bodemgevoelige functie toegelaten in de vorm van verblijf. Deze nieuwe bodemgevoelige functie beslaat een groter gebied dan waarop nu reeds de bestemming Wonen rust. Voor alle bestemmingen, waarbij de functie wijzigt of de locatie wordt heringericht, dient de bodemkwaliteit door middel van een bodemonderzoek in kaart te worden gebracht. Op 3 september 2021 heeft Lankelma Geotechniek Zuid B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een locatie aan de Weverslo 2a te Merselo, gemeente Venray. Hierin is het volgende geconstateerd: 'Algemeen De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 0,5 m-mv overwegend zandige veenhoudende klei. Vervolgens wordt tot de verkende diepte matig fijn siltig zand aangetroffen. Lokaal bevindt zich een dunne veenlaag. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. Grond

| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 4 3

In de grondmengmonsters MM1 en MM2 (bovengrond) zijn analytisch licht verhoogde gehalten met cadmium aangetoond. De gehaltenoverschrijden de achtergrondwaarden, doch overschrijden de interventiewaarden niet. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van deze bodemlaag indicatief als klasse AW2000 beschouwd worden. In het grondmengmonster MM3 (ondergrond) zijn analytisch geen van de onderzochte parameters in verhoogde mate aangetoond. Allen liggen onder de achtergrondwaarden. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van deze bodemlaag indicatief als klasse AW2000 beschouwd worden. Grondwater In het grondwater uit peilbuis PB01 zijn analytisch geen verhoogde concentraties aangetoond. Asbest in grond In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een indicatieve inspectie van het terrein plaatsgevonden. In de vrijkomende grond en op het maaiveld zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie.Toetsing hypothese De hypothese ‘onverdacht’ kan op basis van de resultaten, slechts licht verhoogde gehalten met cadmium in de bovengrond, formeel worden aanvaard.

Nader bodemonderzoek Op basis van voornoemde samenvatting en conclusies is nader bodemonderzoek vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien niet aan de orde.

Resumé en aanbeveling Middels onderhavig bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. In het kader van de Wet bodembescherming zijn geen aanvullende procedures noodzakelijk. Op basis van de bevindingen uit onderhavig bodemonderzoek zijn er, ons inziens, vanuit milieuhygiënisch oogpunt derhalve geen belemmeringen c.q. beperkingen voor de geplande ontwikkelingen op deze locatie.'

Het verkennend bodemonderzoek is integraal als bijlage 1 bij deze plantoelichting opgenomen.

5.4

Luchtkwaliteit

De regels inzake luchtkwaliteit kennen het onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in het Besluit “Niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)”.

| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 4 4

Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten - die jaarlijks meer dan 3 procent van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM10 en NO2 bijdragen- een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. De Regeling 'Niet in betekenende mate bijdragen' bevat regels omtrent de aanwijzing van categorieën van gevallen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, onder c, van de Wet milieubeheer (Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)). Voor woningbouw geldt dat woningbouwprojecten van netto niet meer dan 1500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) niet in betekende mate bedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 4 lid 1 Besluit NIBM jo. art. 4 lid 2, bijlage 3B.2 Regeling NIBM). Onderhavig plan heeft betrekking op de omzetting van de bestemming Wonen en Agrarisch (al dan niet met Waarden) in een bestemming 'Recreatie' en een bestemming 'Natuur'. Het aantal verkeersbewegingen zal op basis van de voorziene bedrijfsvoering toenemen tot een aantal van circa 419 per etmaal (waarvan 9 zijn te relateren aan de bedrijfswoning).

Via de NIBM-rekentool is een berekening gemaakt waaruit blijkt dat bij een toename van het aantal van 419 verkeersbewegingen per dag (waarvan minder dan 3% zwaarder verkeer) sprake is van 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

Afbeelding 18: uitvoer NIBM-tool

De nieuwe verblijfsaccommodatie is echter ook een object dat moet voldoen aan het blootstellingscriterium. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden bezien of de luchtkwaliteit ter plaatse goed genoeg is om een goed woon- en leefklimaat te kunnen waarborgen. Volgens de kaarten van het RIVM bedraagt de actuele concentratie PM10 ter plaatse van het plangebied 16 microgram/m3, en de concentratie NO2 17 microgram/m3. In de Wet milieubeheer is de jaargemiddelde grenswaarde voor PM10 40 microgram/m3. Voor NO2 bedraagt de jaargemiddelde grenswaarde eveneens 40 microgram/m3. De luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied is hiermee goed te noemen.

| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 4 5

Luchtkwaliteit vormt derhalve ook geen belemmering voor het plan.

5.5

Externe veiligheid

5.5.1

Risicovolle inrichtingen (Bevi)

De veiligheid rond bedrijven wordt gereguleerd in de vigerende omgevingsvergunning voor de activiteit milieu (of het Activiteitenbesluit) en het Besluit externe veiligheid inrichtingen van 21 oktober 2004 (Bevi). In het Bevi zijn specifieke regels opgenomen voor specifieke risicovoIle inrichtingen. Het gaat hierbij onder meer om inrichtingen in het kader van het Besluit risico's zware ongevallen 1999, LPG-tankstations, inrichtingen waar gevaarlijke (afval)stoffen of bestrijdingsmiddelen in emballage van meer dan 10.000 kg worden opgeslagen of inrichtingen met een koel-of vriesinstallatie met meer dan 400 kg ammoniak. In het Bevi heeft iedere risicovolle inrichting een veiligheidszone gekregen. Dit heet de plaatsgebonden risicocontour (PR-contour). Binnen deze contour mogen nieuwe kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen, grootschalige kantoren, hotels, winkelcentra, campings) of beperkt kwetsbare objecten (zoals verspreid liggende woningen, bedrijfswoningen dan wel bedrijfsgebouwen van derden, kleinere kantoren, hotels en winkels, sporthallen, zwembaden) niet of niet zonder meer worden opgericht. Het Bevi gaat uit van een PR-contour 10-6/jr.

Het kan gaan om inrichtingen waarbij door middel van een vaste afstand wordt voldaan aan deze contour (zogenaamde “categoriale inrichtingen”) en inrichtingen waarbij deze contour individueel moet worden berekend (Quantitative Risk Assement (QRA)). Dit is geregeld in de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Bij het nemen van een planologisch besluit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan) moet het bevoegd gezag deze contour in acht nemen voor kwetsbare objecten. Hierbij geldt de PR-contour 10-6/jr. als grenswaarde. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de contour als richtwaarde, d.w.z. in principe moet PR 10-6/jr. aangehouden worden, maar er mag gemotiveerd van worden afgeweken. Naast het plaatsgebonden risico kent het Bevi ook het groepsrisico (GR). Het groepsrisico geeft aan wat de kans is op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde bron. Het aantal personen dat in de omgeving van de bron verblijft bepaalt daardoor mede de hoogte van het groepsrisico. Voor het GR geldt geen harde juridische norm (zoals de PR-contour 10-6/jr. wel is) maar een zogenaamde oriënterende waarde. Het berekende groepsrisico wordt weergegeven in een curve, waarbij de kans op een ongeval wordt uitgezet tegen het aantal mensen dat daarbij om kan komen.

In dezelfde grafiek wordt de oriënterende waarde uitgezet. Als die wordt overschreden door een ruimtelijke ontwikkeling moet dat worden verantwoord. Hiermee wordt in beeld gebracht of en in welke mate het bevoegd gezag het GR wel of niet aanvaardbaar vindt, al dan niet na het nemen van maatregelen. De verblijfsaccommodatie is te kwalificeren als een (beperkt) kwetsbaar object. Volgens de Risicokaart van de provincie Limburg liggen in de directe omgeving (in een straal van 500 m) van het plangebied twee risicovolle inrichtingen of risicovolle installaties. Het betreft de inrichting aan Weverslo 2 (varkensfokkerij) waar een bovengrondse propaantank met een capaciteit van 5000 liter aanwezig is, met een plaatsgebonden risicocontour van 20 meter. De feitelijke afstand tussen deze risicocontour en het plangebied bedraagt 190 meter. | bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 4 6

Verder ligt er aan Weverslo 5 (eveneens een varkenshouderij) ook een bovengrondse propaantank welke een capaciteit heeft van 3000 liter; de plaatsgebonden risicocontour bedraagt 20 meter. De feitelijke afstand tussen deze risicocontour en het plangebied bedraagt 310 meter. Aan de Nachtegaalweg 6 ligt een inrichting met een bovengrondse propaantank welke een capaciteit heeft van 3000 liter, maar betreffende risicocontour van 20 meter ligt op een grotere afstand dan 500 meter.

Afbeelding 19: uitsnede uit risicokaart met plangebied ter plaatse van blauwe ster

Gezien de ruime afstanden tussen het plangebied en de propaantanks, zal de ontwikkeling hierdoor niet worden belemmerd.

5.5.2

Vervoer gevaarlijke stoffen

Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Daarmee wordt de opdracht aan het bevoegd gezag voor ruimtelijke besluiten nadrukkelijk vastgelegd om rekening te houden met de risico's van transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. In het basisnet is de omvang voor de verschillende transportmodaliteiten vastgelegd. De dichtstbijzijnde weg waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt is de N270 (Deurneseweg). In onderstaande tabel zijn de vervoersintensiteiten voor 2020 weergegeven voor 3 soorten gevaarlijke stoffen, namelijk LF1 en LF2-stoffen (brandbare vloeistoffen) en GF3-stoffen (brandbare gassen/ LPG en propaan): Vervoershoeveelheden N270 (jaarintensiteiten) N270

LF1

| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |

LF2

GF3

Pagina | 4 7

Wegvak B124:N270/N277 (bij Ysselsteyn)-A73/N270 (A73 afrit 9 673 Venray)

224

390

De PR-contour 10-6/jr bedraagt hier 0 meter en het invloedsgebied in verband met het groepsrisico bedraagt 200 m. De afstand van de nieuwe bebouwing met verblijfsruimten tot aan de provinciale weg bedraagt ruim 340 meter. Er behoeft derhalve geen groepsrisico te worden verantwoord.

5.6

Milieuzonering

Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woongebieden. Om milieuzonering hanteerbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals die is opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering'.

5.6.1

Bedrijven en Milieuzonering; Staat van bedrijfsactiviteiten

De indeling van de bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten is vastgelegd in een Staat van bedrijfsactiviteiten die is opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering', van maart 2009. In deze Staat worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in een zestal categorieën met toenemende potentiële milieuemissies. Op grond van deze Staat kan een beleidsmatige selectie worden gemaakt van de op het plangebied toe te laten bedrijfsactiviteiten. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-codes) in deze Staat gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elk ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven die in beginsel moet worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstype 'rustige woonwijk' , 'rustig buitengebied' of vergelijkbare omgevingstypen; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.

De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q. bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. De milieucategorie is direct afgeleid van de grootste afstand. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kortere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype 'gemengd gebied', dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. In zo'n geval is het ruimtelijk aanvaardbaar dat de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd.

| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 4 8

5.6.2

Invloed milieuhinder vanuit de inrichting

Het plangebied ligt in het buitengebied van Merselo. Het project heeft betrekking op een inrichting welke vergeleken kan worden met de in de Brochure genoemde functies 'hotel', 'conferentie-oord', 'restaurant', 'vakantiecentrum' en 'sauna-baden'; de hierbij behorende zwaarste categorie is 3, met een bijbehorende richtafstand van 50 m ten opzichte van een rustige woonwijk/woning in rustig buitengebied. In casu echter, is er sprake van een menging van burgerwoningen, (intensieve) veehouderij en overige agrarische bedrijfsbestemmingen, een niet-agrarische bedrijfsbestemming en een natuurbegraafplaats; dit betekent dat uitgegaan mag worden van een dynamische omgeving waarbij één afstandsstap lager gehanteerd mag worden (zijnde 30 meter). De enige, binnen een afstand van 50 meter vanuit het plangebied gesitueerde (bedrijfs)woning van derden (Weverslo 2b) ligt op circa 25 meter uit de nieuwe bestemming Recreatie. Ook de woningen aan de Deurneseweg 82 en 84 bevinden zich ruim buiten de richtafstand.

Tevens is gekeken of het nieuwe initiatief een belemmering vormt voor de andere functies in de omgeving. In de directe nabijheid van het plangebied bevinden zich in een straal van 200 meter, zes (agrarische) bedrijven, waarvan drie intensieve veehouderijbedrijven. Voor deze bedrijven is met neme het geuraspect van belang. Vanuit het initiatief dient beoordeeld te worden of het initiatief geen belemmering vormt voor betreffende bedrijven. Doordat er reeds een bestemming Wonen op het deel van het plangebied rust, dat het dichtste bij de veehouderijen is gelegen, was er in de bestaande situatie al sprake van een beperking; door de wijziging naar de bestemming Recreatie en Natuur wordt deze beperking niet vergroot, zodat deze veehouderijen niet in hun bedrijfsvoering worden geschaad. Ten opzichte van de overige veehouderijen geldt dat de afstand tot het plangebied groter is dan de richtafstand voor deze agrarische bedrijven. Voor het aspect geurhinder dient echter ook in beeld te worden gebracht of er ter plaatse van het initiatief sprake is van een aanvaardbaar leefklimaat (omgekeerde werking). Hierover handelt de volgende subparagraaf.

5.6.3

Geurhinder

In de directe nabijheid van het plangebied bevinden zich zoals hiervoor gezegd in een straal van 200 meter, zes (agrarische) bedrijven, waarvan drie intensieve veehouderijbedrijven. Het wettelijk kader voor geur afkomstig van veehouderijen is vervat in de Wet geurhinder en veehouderij (en gelijkluidend in het Activiteitenbesluit milieubeheer). Dit wettelijk kader schrijft voor op welke wijze het bevoegd gezag de geurhinder vanwege dierenverblijven moet beoordelen indien een veehouderij uitbreidt of wijzigt. In deze wetgeving zijn geurnormen en minimaal vereiste vaste afstanden benoemd. De toets van het aspect 'geur' is in oktober 2021 (geactualiseerd in juni 2022) uitgevoerd door LS Plan & Advies. In deze rapportage welke integraal als bijlage 7 is bijgevoegd, zijn twee onderzoeksvragen beschouwd. Onderstaand zijn beide vragen met de bijbehorende conclusies opgenomen: Vraag 1: Zorgt de ontwikkeling van de recreatieve poort ‘Hof van Weverslo’ voor onevenredige beperkingen in de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende veehouderijen?

| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 4 9

Doelstelling is om een ruimtelijke procedure te doorlopen voor onderhavige ontwikkeling, de realisatie van recreatieve poort 'Hof van Weverslo'. De bestaande woning blijft hierbij ongewijzigd behouden. Uit een beschouwing van de ligging van de planlocatie in relatie tot omliggende veehouderijen en de richtafstanden uit de VNG-handreiking Bedrijven en milieuzonering volgt dat voor het hoofdgebouw van 'Hof van Weverslo' voor alle omliggende veehouderijbedrijven ruimschoots aan de richtafstanden (voor de aspecten geur, stof, geluid, gevaar) voor omgevingstype gemengd gebied wordt voldaan. Hieruit kan in beginsel reeds geconcludeerd worden dat er ten gevolge van deze bedrijvigheid sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het plangebied en dat de ontwikkeling niet zorgt vooronevenredige belemmeringen in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Voor Weverslo 2B en Weverslo 2 kan enkel niet worden voldaan aan de richtafstanden voor het aspect geur indien wordt uitgegaan van omgevingstype rustig buitengebied, in plaats van omgevingstype gemengd gebied. Derhalve is voor dit aspect een nadere beschouwing uitgevoerd. Gelet op de omvang van de aanwezige bedrijven Deurneseweg 72 en Deurneseweg 87 zijn deze volledigheidshalve ook betrokken bij een nadere afweging omtrent geur.

Voor de adressen Weverslo 2B, Weverslo 2, Deurneseweg 72 en Deurneseweg 87 zijn aanvullende geurberekeningen (voor- en achtergrondbelasting) uitgevoerd. Voor deze adressen kan ten aanzien van de ontwikkelingsmogelijkheden het volgende worden geconcludeerd: Weverslo 2B: De ontwikkeling van 'Hof van Weverslo' heeft geen gevolgen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van Weverslo 2B. De bestaande (ongewijzigd te behouden) woning Weverslo 2a is namelijk het bepalende object voor de ontwikkelingsmogelijkheden. Deze toetsing blijft dus ongewijzigd behouden. Weverslo 2: De ontwikkeling van 'Hof van Weverslo' heeft geen gevolgen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van Weverslo 2. De bestaande geurgevoelige objecten op het adres Weverslo 3 zijn bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden en hier wordt met de vergunde situatie reeds niet voldaan aan de normstelling van 14,0 OUE/m3. Deurneseweg 72: De ontwikkeling van 'Hof van Weverslo' heeft geen gevolgen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van Deurneseweg 72. De bestaande geurgevoelige objecten op o.a. de adressen Deurneseweg 70, Deurneseweg 73 en Deurneseweg 76 zijn meer bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden. Deurneseweg 87: De ontwikkeling van 'Hof van Weverslo' heeft geen gevolgen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van Deurneseweg 87. De bestaande geurgevoelige objecten op o.a.

de adressen Deurneseweg 81, 84 en 89 zijn meer bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden en hier wordt met de vergunde situatie reeds niet voldaan aan de normstelling van 14,0 OUE/m3. Concluderend, wegens de ligging van het plangebied, de afstanden tot omliggende veehouderijen en de aanwezigheid van bestaande geurgevoelige objecten, is de planontwikkeling niet bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen in de directe omgeving. De ontwikkelingsmogelijkheden voor veehouderijen blijven ongewijzigd behouden. Vraag 2: Is ter plaatse van de recreatieve poort ‘Hof van Weverslo’ sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, bezien vanuit het aspect veehouderijen en milieuzonering? Voor alle veehouderijen in de directe omgeving kan, ter plaatse van het hoofdgebouw 'Hof van Weverslo' in beginsel worden voldaan aan de richtafstanden uit de VNG-handreiking (op basis van omgevingstype gemengd gebied) en de voorgeschreven afstanden op grond van de Wet

| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 5 0

geurhinder en veehouderij en het Activiteitenbesluit milieubeheer. Hieruit kan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden aangenomen. Volledigheidshalve zijn echter aanvullend berekeningen gemaakt van de voorgrondbelasting (Weverslo 2B, Weverslo 2, Deurneseweg 72 en Deurneseweg 87) en de achtergrondbelasting. De locatie is gelegen in het buitengebied (buiten de bebouwde kom) van de gemeente Venray. Deze gemeente valt binnen de concentratiegebieden als van toepassing voor de Wet geurhinder en veehouderij. Blijkens de Wgv en de gemeentelijke geurverordening geldt ter plaatse van het plangebied een geurnorm voor de voorgrondbelasting van 14,0 OUE/m3. Deze normstelling is van toepassing bij de vergunningverlening bij veehouderijen, indien zij willen uitbreiden of wijzigen. Het betreft dus geen rechtstreekse norm voor de totstandkoming van nieuwe geurgevoelige objecten. Daarnaast gelden hierbij minimaal vereiste vaste afstanden (50 meter tot emissiepunt, 25 meter tot gevel dierenverblijven). Aan de minimaal vereiste vaste afstanden kan ruimschoots worden voldaan. De gemeente Venray heeft in haar gemeentelijke gebiedsvisie opgenomen voor het buitengebied een streefwaarde van maximaal 20 OUE/m3 achtergrondbelasting (en derhalve 20% geurgehinderden) te hanteren, als toetswaarde voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Ter plaatse van het hoofdgebouw Hof van Weverslo' kan het woon- en leefklimaat worden aangemerkt als 'Matig'. Uit de rekenresultaten volgt: De hoogst berekende voorgrondbelasting bedraagt 7,6 OUE/m3 (bij een normstelling van 14 OUE/m3). De hoogst berekende achtergrondbelasting bedraagt 16,18 OUE/m3 (bij een normstelling van 20 OUE/m3). Het hoogste percentage geurgehinderden bedraagt 17,3% (bij een normstelling van 20%). De door de gemeente Venray opgestelde geurkaart voor de achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied en omgeving laat het volgende beeld zien, in het verlengde van voornoemde rekenresultaten:

| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 5 1

Afbeelding 20: geurkaart Venray achtergrondgeurbelasting

Hieruit valt af te leiden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, bezien vanuit de actuele geurbelasting (voor- en achtergrondbelasting).

5.7

Kabels, leidingen en straalpaden

5.7.1

Inleiding

Ruimtelijk relevante leidingen en straalpaden worden op de verbeelding en in de planregels geregeld. Leidingen met ongevaarlijke stoffen zoals hoofdwatertransportleidingen, transport-/rioolpersleidingen zijn in beginsel niet opgenomen in het bestemmingsplan, tenzij door de leidingbeheerder de noodzaak voor opname is aangetoond. Een vereiste voor opname in het bestemmingsplan is dat de opgave van de ligging van de leidingen op digitale wijze dient te geschieden. Dit in verband met het bepalen van de exacte ligging.

5.7.2

Gas-, olie-, brandstof- of watertransportleidingen en hoogspanningskabels

Een buisleiding die wordt gebruikt voor transport van gevaarlijke stoffen, vormt een risico voor de veiligheid. Als de leiding gaat lekken, kunnen de gevaarlijke stoffen vrijkomen en ontstaat er een kans op explosie, vergiftiging van mensen of dieren of verontreiniging van bodem/milieu. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen zoals dit per 1 januari 2011 geldt, staan veiligheidseisen voor de exploitant en de gemeente. Exploitanten hebben een zorgplicht en moeten ervoor zorgen dat hun buisleidingen veilig zijn. Gemeenten moeten buisleidingen in hun bestemmingsplannen opnemen en bij nieuwbouw zorgen voor genoeg afstand tot de | bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 5 2

buisleidingen. In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen leiding- of hoogspanningkabeltracés welke belemmerend zijn voor het project.

5.7.3

Obstakelbeheer- en radarverstoringsgebied

Het plangebied bevindt zich niet binnen een straalpad van telecomvoorzieningen. Wel ligt het plangebied in het radarverstoringsgebied dat hoort bij de radar die staat op vliegbasis Volkel. Objecten hoger dan 65 meter boven NAP binnen een straal van 28 km van het radarstation kunnen aanleiding geven tot verstoring van het radarbeeld en zijn derhalve in beginsel niet toegestaan. Op de algemene hoogtekaart van Nederland is te zien dat het plangebied is gelegen op zodanige hoogte, dat met de planregels de toegestane bouwhoogte van het "object" niet boven 65 meter boven NAP uit zal komen en dus geen belemmering vormt voor de radarverbinding. Gelet op het bovenstaande mag worden gesteld dat met het onderhavige bestemmingsplan de belangen van defensie niet worden geschaad.

5.7.4

Niet gesprongen explosieven

Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen (blindgangers, granaten, mijnen en (handwapen)munitie. Het gehele grondgebied van de gemeente Venray heeft in de Tweede Wereldoorlog zwaar onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het plangebied, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). Met behulp van het explosievenonderzoek worden de aanwezigheid en risico's van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht. De gemeente Venray adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detectieonderzoek uit te (laten) voeren. Dit onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de bestemmingsplanprocedure niet juridisch afdwingbaar. Het is echter te allen tijden de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving.

| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 5 3

Hoofdstuk 6 Waterparagraaf 6.1

Waterbeleid

Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Limburg. In het kader van het beleid van zowel de gemeente Venray als het waterschap dient binnen het plangebied een duurzaam waterhuishoudkundig systeem gerealiseerd te worden. Concreet betekent dit dat er sprake moet zijn van gescheiden schoon- en vuilwaterstromen die afzonderlijk worden verwerkt. Vanuit de eisen genoemd in de Toetssteen Openbare Ruimte 2019 van de gemeente Venray gelden daarbij de volgende uitgangspunten: 1. afkoppelen van 100% van het verhard oppervlak, waarbij de beslisboom verantwoord afkoppelen van toepassing is; 2. de trits vasthouden-bergen-afvoeren is van toepassing, waarbij hergebruik dan wel infiltratie van schoon regenwater de voorkeur heeft; 3. verontreiniging van het water dient door bronmaatregelen voorkomen te worden; 4. grondwateroverlast dient voorkomen te worden; 5. een gelimiteerde afvoer naar het oppervlaktewatersysteem is toegestaan; 6. bij inbreidingslocaties dient een voorziening gerealiseerd te worden met een minimale inhoud van 60 mm met een overloop naar maaiveld of oppervlaktewater (het aangesloten verharde oppervlak vermenigvuldigd met 60 mm geeft de benodigde bergingscapaciteit in m3).

Ook in het kader van het beleid van het waterschap dient binnen het plangebied een duurzaam waterhuishoudkundig systeem gerealiseerd te worden, hetgeen betekent dat er sprake moet zijn van gescheiden schoon- en vuilwaterstromen die afzonderlijk worden verwerkt. Vanuit het waterschap Limburg gelden daarbij de volgende uitgangspunten als wens: 1. Circa 10% van het plangebied reserveren voor water. Doorgaans zijn lager gelegen gebiedsdelen het meest geschikt. Nagaan of plangebied nodig is voor wateropgave van omliggende gebieden; zorgen dat geen logische waterstructuren worden geblokkeerd. 2. Rekening houden met hoogteverschillen in plangebied en omgeving. Voorkomen van wateroverlast en erosie door afstromend water vanuit de omgeving naar het plangebied en andersom. 3. Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand. Input voor ontwerpen van het hemelwatersysteem. Denk ook aan bodemverontreinigingen. 4. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit. Schoonhouden, scheiden, zuiveren. 5. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit. Hergebruik water, vasthouden in de bodem (infiltratie), tijdelijk bergen, afvoeren naar oppervlaktewater, afvoeren naar gemengd of DWA-riool. 6. Toepassen voorkeurstabel afkoppelen. Verantwoorde systeemkeuze conform voorkeurstabel; maatwerk per situatie.

Bij voorkeur toepassen van bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. Bij | bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 5 4

diepte-infiltratie gelden zeer strenge randvoorwaarden; liever geen diepte-infiltratie toepassen. 7. Voldoende opvangcapaciteit en een duurzame leegloop realiseren. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 100 mm per etmaal voor Noord Limburg (ten noorden van Sittard) en 80 mm per twee uur ten zuiden van Sittard met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur. 8. Beheer en onderhoud regelen. Denk aan bereikbaarheid, controlemogelijkheid, verantwoordelijkheid.

6.2

Waterhuishoudkundige situatie plangebied

Hemelwater Binnen het plangebied moet een duurzaam waterhuishoudkundig systeem worden aangelegd om de hoeveelheid regenwater te verwerken die gelet op het ter plaatse aan de orde zijnde (nieuw) afvoerend verhard oppervlak (bebouwing inclusief niet doorlatende erfverhardingen) binnen het plangebied valt. Op onderstaande afbeelding zijn de nabij het plangebied gelegen primaire watergangen (Weverslo, De Nachtegaal en Loobeek) weergegeven. Deze watergangen blijven ongewijzigd behouden en hier zal ook geen hemelwater op worden geloosd.

Afbeelding 21: waterlopen nabij plangebied

De K-waarde (geeft de mate van infiltratiegeschiktheid aan) van het plangebied bedraagt volgens de kaart inzake de bodemdoorlatendheid (K-waarde) van de gemeente Venray van het waterschap 0,45 - 0,75 m/dag. De onderhavige gronden zijn derhalve gemiddeld geschikt voor

| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 5 5

hemelwaterinfiltratie. Bij de bepaling van de capaciteit/kwantiteit van de gekozen infiltratievoorziening wordt, nu er niet wordt geloosd op het oppervlaktewater, uitgegaan van een neerslaggebeurtenis waarbij 60 mm neerslag valt in 24 uur. De te realiseren waterbergingsruimte kan dan berekend worden door de toename van het afvoerend verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met 0,06 m. De benodigde buffercapaciteit wordt berekend over de nieuw te realiseren bebouwing met aansluitende erfverharding en bedraagt circa 1050 m2 x 0,06 m = 63 m3. De interne ontsluitingsstructuur en het bosparkeren zal niet voorzien worden van een volledig afvoerend oppervlak, waardoor hierop neerslaand hemelwater kan infiltreren in deze halfverharding danwel kan afvloeien naar de wadi's die zijn voorzien in het groen dat de interne ontsluitingsstructuur omringd. De parkeergelegenheid onder de bomen zal zelfs voornamelijk onverhard worden en een organische vorm aannemen, zodat de bestaande bomen behouden kunnen blijven. De (half)verharding zal onder afschot worden aangebracht, zodat het hemelwater in wadi's terecht zal komen welke groene 'eilandjes' vormen in de parkeerstructuur en welke een ideale en landschappelijk aantrekkelijke mogelijkheid bieden om het hemelwater van de parkeeromgeving hier direct te laten infiltreren.

De oppervlakte van de erf(half)verharding bedraagt circa 4150 m2, hetgeen gepaard moet gaan met een hemelwateropvang met een capaciteit van 4150 m2 x 0,06 m = 249 m3. Er zal in relatie tot de bebouwing derhalve moeten worden voorzien in een buffer van 63 m3. Deze infiltratievoorziening zal geïntegreerd worden in de landschappelijke inpassing in de vorm van een waterpartij die een oppervlakte zal beslaan van circa 1500 m2 (vijver met continu aanwezig water) welke voorzien wordt van een een flauw talud richting de begrenzing van de vijver waardoor de vijver met 1200 m2 verruimd wordt ten behoeve van extra opvangcapaciteit. Hierdoor kan, ingeval van een extreme bui van T=100, het hemelwater binnen de vijver opgevangen kan worden. Bij de verruiming van de waterpartij is ook rekening gehouden met extra bufferruimte die de mogelijkheid biedt om het water dat in de op het perceel aanwezige 'zakslootjes' terecht komt, op te vangen, nu deze zakslootjes met de komst van de nieuwe bebouwing en de vijver komen te vervallen. Deze zakslootjes staan, met uitzondering van hevige regenbuiten, altijd droog en zijn voor het gebruik van het gebied met de bestemming Natuur ook niet noodzakelijk; het hemelwater kan hier direct infiltreren. Ten behoeve van de 249 m3 op de erf(half)verharding neerslaand hemelwater zijn 11 wadi's voorzien rondom deze erfverhardingen.

Alle wadi's beslaan bij elkaar een oppervlakte van 1530 m2. Bij een gemiddelde verlaging van het maaiveld met 60 cm kan hier al het op de bestrating neerslaand hemelwater worden opgevangen en langzaam infiltreren. Op onderstaande afbeelding zijn deze hemelwateropvangplekken weergegeven:

| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 5 6

Afbeelding 22: hemelwaterinfiltratieop perceel

Afvalwater Bedrijfsafvalwater dient via het rioolstelsel te worden afgevoerd. In de straat Weverslo ligt een bestaand drukrioolstelsel. Er is onderzocht of dit bestaande stelsel voldoende capaciteit heeft om deze ontwikkeling te kunnen verwerken. Waterzuiveringsinstallatie zwembad en whirlpool Belasting op het riolering vindt plaats door het terugspoelen van het zandfilter van de waterzuivering. Het binnenzwembad en de whirlpool zijn op deze zandfilter aangesloten. Het zwembad is voor de bepaling spoelwater maatgevend. Aanname voor de berekening: Vormfactor bassin 4 x 10 x 1,4 = 77 m3 inhoud Filter 1100 mm/A = 0,95 m3 Elke week wordt circa 5% schoon water toegevoegd en zal eenzelfde hoeveelheid afgevoerd worden-> 3,8 m3/week Om de hoeveelheid rioolwater dat direct op het riool loost te doseren kan een zogenaamde tussenbuffer (wateropslag circa 4 m3) worden geplaatst. Vanuit deze buffer kan het rioolwater op basis van de rioleringscapaciteit worden uitgestreken over een langere tijdsduur. Ook kan de warmte uit het zwembadwater worden teruggewonnen middels een warmte/warmtepomp systeem. De warmte wordt dan weer gebruikt voor zwembadwater.

Gebruiksfuncties Op basis van de gebruiksfuncties in het gebouw is het aantal aanwezige personen bepaald.

| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 5 7

Stel: 0,125 m3 afvalwater per persoon per dag Totalen per functie: Gebruiksfunctie

aantal personen

0,125 x aantal personen

Bijeenkomstfunctie

55

6,875

Logiesfunctie

33

4,125

Sportfunctie

10

1,25 12,25 m3 per dag

Totaal

Volgens navraag bij de gemeente Venray heeft het huidige gemaal een capaciteit van 10 m3/u. Met de gebruiksfuncties wordt er circa 12,25 m3 water geloosd per dag; dit is nooit allemaal tegelijk, maar verdeeld over de dag met piekmomenten zoals de ochtend en avond wanneer er meer gebruik wordt gemaakt van de douches. Het huidige gemaal zou dit goed moeten kunnen verwerken. Het zwembadfilter wordt één keer per dag gespoeld waarbij 3800 liter water geloosd wordt; de meeste minigemalen kunnen circa 1000 liter water afvoeren, waardoor het wenselijk is om een bufferput te plaatsen. Indien er toiletten in de kelder geplaatst gaan worden, moet er gewerkt worden met een pompput om het lager gelegen riool van de kelder omhoog te pompen. Het is mogelijk om de bufferput en de pompput te combineren.

Bouwmaterialen De gemeente Venray streeft naar het terugdringen van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Dit aspect is als aanbeveling opgenomen in het pakket duurzaam bouwen. Er zal derhalve, voorzover relevant, geen gebruik worden gemaakt van uitlogende bouwmaterialen.

| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 5 8

Hoofdstuk 7 Juridische vormgeving 7.1

Algemeen

Het bestemmingsplan heeft als doel het planologisch-juridisch kader te geven voor de ontwikkeling van het beschreven plan. De nadere juridische invulling is gedetailleerd geregeld. Dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: plantoelichting planregels; verbeelding. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Waar dat noodzakelijk was , is afgeweken van de standaard en is het plan specifiek toegesneden op de feitelijke situatie in het onderhavige plangebied. De plansystematiek voldoet aan de volgende RO-standaarden 2012: Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012; PraktijkRichtlijn BestemmingsPlannen (PRBP) 2012; Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI) 2012.

7.2

Planmethodiek

Er is, volgens de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik. Verder is aansluiting gezocht bij de systematiek van het bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010 (inclusief herziening regels).

7.3

Verbeelding

Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis ingevolge het voorliggende plan, indien en voor zover deze in de regels daaraan wordt gegeven. Als een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis heeft, is deze niet opgenomen in de verbeelding. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn bij de verbeelding opgenomen in een renvooi.

7.4

Planregels

De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, in bestemmingsregels, in algemene regels en in overgangs- en slotregels.

De Inleidende regels (hoofdstuk 1) bestaan uit begrippen en de wijze van meten, teneinde te | bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |

Pagina | 5 9

voorkomen dat discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In de Begrippen (artikel 1) wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als gebruikte begrippen niet in deze lijst voorkomen, dan geldt de uitleg/interpretatie conform het dagelijks taalgebruik. In het artikel over de "Wijze van meten" (artikel 2) worden de te gebruiken meetmethodes vastgelegd.

Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingen. De bestemmingen vangen steeds aan met de bestemmingsbenaming. Daarna wordt in de doeleindenomschrijving weergegeven voor welke doeleinden de betreffende gronden bestemd zijn. Indien er sprake zou kunnen zijn van conflicterende belangen, is er een nadere detaillering van de doeleinden opgenomen waarin wordt vermeld welke doeleinden prevaleren. Vervolgens wordt in de bebouwingsregeling aangegeven welke bouwwerken bij recht mogen worden opgericht en welke situerings- en maatvoeringseisen hiervoor gelden. In sommige bestemmingen wordt bovendien nader ingegaan op de toegestane voorzieningen. Vervolgens is een gebruiksbepaling opgenomen waarin wordt aangegeven dat gronden en opstallen niet in strijd met de bestemming mogen worden gebruikt. Voor de duidelijkheid zijn een aantal situaties aangegeven die in ieder geval in strijd met de bestemming worden geacht.

In de Algemene regels (hoofdstuk 3) zijn opgenomen de Anti-dubbeltelbepaling, de algemene bouwregels, de algemene afwijkingsregels, de algemene wijzigingsregels, de algemene procedureregels voor wijzigingen, ontheffingen en nadere eisen en de overige regels.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13705364/1