03 Toelichting Bestemmingsplan Weverslo 2a, Merselo
Tekst van het document
Weverslo 2a Merselo
Pagina | 2
Verantwoording en Status Titel: Venray
Bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo, gemeente
Rapportnummer:
NL.IMRO.0984.BP17005-va01
Ontwerp:
22 juni 2023
Definitief:
oktober 2023
© 2023 Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem gebruikt worden voor het doel waarvoor het is vervaardigd en met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening geeft in ieder geval geen toestemming aan de opdrachtgever om dit document te gebruiken of te laten gebruiken indien facturen niet of niet volledig voldaan zijn. Alle rechten voorbehouden.
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 3
Inhoudsopgave Toelichting
6
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Ligging van het plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Analyse van het plangebied 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3
Beschrijving plangebied e.o. Ruimtelijke structuren Ruimtelijke hoofdstructuur, stedenbouw en landschap Verkeer Waarden van het plangebied e.o. Gebiedsbescherming Soortenbescherming Cultuurhistorie en archeologie
Hoofdstuk 3 Ruimtelijke ontwikkeling 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.4
Projectbeschrijving Stedenbouwkundige opzet en landschappelijke inpassing Stedenbouwkundig Landschappelijk Ontsluiting en parkeren Brandveiligheid
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.2 4.2.1 4.2.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.3.5 4.3.6 4.3.7
Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ladder voor duurzame verstedelijking Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro) Provinciaal beleid Provinciale Omgevingsvisie Limburg Omgevingsverordening Limburg Gemeentelijk beleid Toekomstvisie 2030 'Venray loopt voorop' Omgevingsvisie Venray Visie en actieprogramma recreatie en toerisme 2026 Energiestrategie 2030 Structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Merselo Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling Vigerend bestemmingsplan
Hoofdstuk 5 Milieu-planologische aspecten 5.1
Milieu effect rapport
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
6 6 6 8 8
10 10 11 11 13 13 13 16 17
20 20 21 21 22 23 26
28 28 28 29 30 31 31 32 34 34 35 36 37 38 38 39
41 41
Pagina | 4
5.2 5.3 5.4 5.5 5.5.1 5.5.2 5.6 5.6.1 5.6.2 5.6.3 5.7 5.7.1 5.7.2 5.7.3 5.7.4
Geluidhinder Bodem- en grondwaterkwaliteit Luchtkwaliteit Externe veiligheid Risicovolle inrichtingen (Bevi) Vervoer gevaarlijke stoffen Milieuzonering Bedrijven en Milieuzonering; Staat van bedrijfsactiviteiten Invloed milieuhinder vanuit de inrichting Geurhinder Kabels, leidingen en straalpaden Inleiding Gas-, olie-, brandstof- of watertransportleidingen en hoogspanningskabels Obstakelbeheer- en radarverstoringsgebied Niet gesprongen explosieven
Hoofdstuk 6 Waterparagraaf 6.1 6.2
Waterbeleid Waterhuishoudkundige situatie plangebied
Hoofdstuk 7 Juridische vormgeving 7.1 7.2 7.3 7.4
Algemeen Planmethodiek Verbeelding Planregels
42 42 43 45 45 46 47 47 48 48 51 51 51 52 52
53 53 54
58 58 58 58 58
Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid, kostenverhaal en planschade
60
Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
61
Bijlagen Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 2
Landschappelijk inpassingsplan
Bijlage 3
Archeologisch onderzoek
Bijlage 4
Ladder duurzame verstedelijking
Bijlage 5
Ecologisch onderzoek
Bijlage 6
Aeriusberekening
Bijlage 7
Onderzoek geurhinder veehouderijen
Bijlage 8
Verslag omgevingsdialoog
Bijlage 9
Vooroverlegreactie Waterschap Limburg
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 5
Bijlage 10
Advies Veiligheidsregio
Bijlage 11
Vooroverlegreactie provincie Limburg
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 6
Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Initiatiefnemer heeft onder de naam Hof van Weverslo unieke, marktvergrotende recreatieve plannen ontwikkeld voor een recreatieve poort op de locatie Weverslo 2a in Merselo (gemeente Venray). De plannen spelen in op de belangrijkste wensen van de recreant, te weten het beleven van een wandel-, fiets-, wellness- en/of culinaire vakantie in een luxe en comfortabele accommodatie, dichtbij/in de natuur. De recreatieve poort 'Hof van Weverslo' wordt gerealiseerd op een zeer groen ingerichte locatie met struinnatuur op eigen erf en bevat: 1. De ontwikkeling van een recreatieve poort voor de natuurgebieden Loobeekdal en Weversloseberg, met de daarbij behorende faciliteiten; 2. Een restaurant met extra aandacht voor streekproducten en met een sfeervol en gezellig terras en een ruimte voor (culinaire) workshops; 3. De realisatie van maximaal 15 luxe toeristische verblijfseenheden, met een duurzaam karakter, zodat gasten de regio tijdens meerdaagse vakanties de natuur nog beter kunnen beleven; 4. De realisatie van een (luxe) wellnessvoorziening, maar die ook een bijzondere en natuurlijke inrichting kent.
Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied Venray 2010', herzieningen locaties en regels en heeft daarin de bestemmingen 'Agrarisch', 'Agrarisch met waarden', 'Natuur' , 'Water' en 'Wonen' (met een bouwvlakje) gekregen, alsmede de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1 en 2', 'Waarde - Esgronden' en 'Waterstaat beschermingszone watergang', en de gebiedsaanduidingen luchtvaartverkeerzone (waarbij een maximum bouwhoogte geldt van 85, 90 resp. 95 m) en reconstructiewet- zone verwevingsgebied.
Binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan kan geen medewerking worden verleend aan de realisatie van Hof van Weverslo, echter het bevoegd gezag heeft in juli 2019 te kennen gegeven dat het project een gewenste ontwikkeling betreft en heeft medewerking toegezegd. Het voorliggende bestemmingsplan 'Weverslo 2a Merselo' voorziet in een adequate planologisch-juridische regeling voor het project.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Venray, sectie Y nummers 121, 123, 133 en 135 (gedeeltelijk), 364, 365 en 368 (gedeeltelijk) en is plaatselijk bekend als Weverslo 2a en 2d te Merselo. Het plangebied beslaat een oppervlakte van grofweg 5 ha. Op onderstaande luchtfoto en uitsnede uit de omgevingskaart is de ligging van de ontwikkelingslocatie weergegeven:
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 7
Afbeelding 1: luchtfotoplangebied
De situatie is op onderstaande omgevingskaart rood omkaderd weergegeven.
Afbeelding 2: kaart met plangebied
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 8
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Voor het plangebied vigeren de volgende bestemmingsplannen: Naam bestemmingsplan Bestemming bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, inclusief herziening regels
Vaststelling Raad
- bestemming Agrarisch, Agrarisch met 14 december 2010 en Waarden, Natuur, Water en Wonen 20 september 2017 - dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1 en 2', 'Waarde - Esgronden' en 'Waterstaat beschermingszone watergang' - functieaanduiding 'bouwvlak' - gebiedsaanduiding luchtvaartverkeerzone (max. bouwhoogte 85, 90 resp. 95 m) - gebiedsaanduiding reconstructiewet- zone verwevingsgebied
Afbeelding 3: Uitsnede verbeelding
Binnen deze bestemmingen is het exploiteren van de recreatieve poort 'Hof van Weverslo' niet toegestaan. Daarom is het noodzakelijk om een reguliere bestemmingsplanprocedure te doorlopen.
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit de volgende delen. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met een uitgebreide analyse van (de waarden van) het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van de ruimtelijke ontwikkeling zelf. In hoofdstuk 4 wordt het plan getoetst aan het geldende ruimtelijke beleid. Hoofdstuk 5 geeft inzicht in de milieu-planologische aspecten. Hoofdstuk 6 bevat de waterparagraaf. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is neergelegd in hoofdstuk 7. In hoofdstuk 8 wordt aandacht besteed aan de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure inclusief de maatschappelijke uitvoerbaarheid. | bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 9
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 1 0
Hoofdstuk 2 Analyse van het plangebied In dit hoofdstuk wordt de feitelijke situatie van het plangebied beschreven. Er wordt ingegaan op de aanwezige ruimtelijk-functionele structuur van het plangebied en omgeving. Ook worden de aanwezige gebiedswaarden (natuur en landschap, flora en fauna en cultuurhistorie) van het plangebied beschreven.
2.1
Beschrijving plangebied e.o.
Binnen het plangebied is de woning van initiatiefnemer gesitueerd, met een vrijstaand bijgebouw; het geheel is gelegen in een bomenrijk gebied met veel open danwel begroeide natuur, zoals op onderstaande afbeeldingen is te zien. Achter de woning bevindt zich een ruime vijver. Verder van de weg af, neemt de natuurlijke begroeiing af. Langs het plangebied stroomt de beek Weverslo, welke over gaat in de beek met de naam Nachtegaal. Binnen het plangebied bevinden zich nog enkele zaksloten die zorgen voor drainage, buffering en infiltratie van hemelwater welke op de weilanden neerslaat. De weilanden zijn mede in gebruik voor het (hobbymatig) beweiden van paarden.
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 1 1
Afbeelding 4: Foto's van de woning, het in het groen verscholen bijgebouw en de omliggende gronden.
2.2
Ruimtelijke structuren
2.2.1
Ruimtelijke hoofdstructuur, stedenbouw en landschap
De omgeving van het plangebied kenmerkt zich voornamelijk door akker- en landbouwgronden (open landschap) afgewisseld met bospassages, agrarische bedrijven en enkele andere voorzieningen, zoals een vakantieboerderij, minicamping, manege en een natuurbegraafplaats. Het verkavelingspatroon is als gevolg van de ontginningen en de latere ruilverkaveling, rationeel en rechthoekig. De wegstructuur volgt dit beeld. Beplanting is er hoofdzakelijk in de vorm van
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 1 2
wegbegeleidende beplanting en erfbeplanting rond de agrarische erven, zoals op onderstaande afbeeldingen is te zien.
Afbeelding 5: Weverslo, zicht richting noorden
Afbeelding 6: Weverslo, zicht richting zuiden
Bovendien zijn enkele bospercelen te vinden in de directe omgeving. Deze bospercelen kennen een versnipperde structuur, maar zijn op korte afstand van elkaar gelegen. Hierdoor kennen de bospercelen, veelal bestemd als "natuur", een verbinding met elkaar. De diersoorten die in deze gebieden leven kunnen zich zo gemakkelijk verplaatsen tussen de gebieden. Weverslo is een buurtschap op 2 km ten zuiden van Merselo. De buurtschap werd al genoemd in 1407. Er zijn enkele monumentale boerderijen, zoals de kortgevelboerderij "De Martiene Plats" waarvan de geschiedenis tot 1640 teruggaat. Enkele honderden meters ten zuidwesten van Weverslo ligt de Weverslose Berg. Dit is een voormalig stuifduin dat bebost is en met 38,6 meter het hoogste punt van Noord-Limburg is. Boven op dit duin is een uitzichtpunt. Het bos bestaat voornamelijk uit eiken, die gebruikt werden voor hakhout en tevens het stuifzand vastlegden. Na de Tweede Wereldoorlog werd er geen hakhout meer geoogst en groeiden de eiken tot een bos uit.
De hoofdlijnen van het gemeentelijke groenbeleid zijn vastgelegd in het Groenstructuurplan. In het groenstructuurplan worden aanbevelingen gedaan voor het ontwikkelen van een sterke groenstructuur, die aansluit bij de karakteristieke eigenschappen van elk dorp. Als algemene doelstellingen voor de kerkdorpen worden genoemd:
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 1 3
het versterken van de ruimtelijke opbouw van de landelijke kern en de onderlinge samenhang van de diverse groenvoorzieningen; het tot stand brengen van een goede ruimtelijk relatie tussen het omringend landschap en het dorpsgroen; de entrees van de dorpen markeren door een laanbeplanting met aanvullende beplanting die een verkeersremmende invloed kan hebben. Merselo wordt in dit Groenstructuurplan beschreven als een historisch gegroeid esdorp gelegen grenzend aan het beekdal van de Loobeek. De dorpskern ligt tussen drie essen, op de splitsing van verschillende lokale wegen. Rond Merselo liggen de hoger gelegen bouwlanden, aan de oostkant overgaand in de weilanden op van oorsprong vochtige beekdalgronden. In de loop der eeuwen heeft Merselo zich ontwikkeld tot een zogenaamd kransesdorp. Het dorp beschikt over weinig openbaar groen; het particulier groen bepaalt het beeld van Merselo. Ter bevordering van de groene uitstraling dienen de toegangswegen naar het dorp (tot in het dorp) van een aanvullende of passende wegbeplanting te worden voorzien ter versterking van zowel de entrees van het dorp, als het historisch wegenpatroon en als de landschappelijke ligging.
De bestaande fysieke omgeving zal buiten het plangebied geen wijzigingen ondergaan en in het landschappelijk inpassingsplan wordt rekening gehouden met de esgronden, bestaande landschappelijke kwaliteiten en gewenste kwaliteiten van het gebied, zodat deze een impuls krijgen.
2.2.2
Verkeer
Het gebied kent vooral kleine buitenwegen en is op korte afstand gelegen van de ontsluitingsweg N270. Deze provinciale weg loopt van Helmond naar Venray en verder richting Well. De hoofdontsluiting vindt dan ook vooral plaats via deze weg. Ten zuidoosten van Venray kruist de N270 de snelweg A73 welke het verkeer in noordelijke en zuidelijke richting leidt (Nijmegen respectievelijk Roermond).
De parkeernormen van de gemeente Venray zijn neergelegd in de Beleidsnota Parkeernormen Venray. Deze beleidsnota zal in hoofdstuk 3 worden toegepast bij de beschouwing van het noodzakelijke aantal parkeerplaatsen voor de nieuwe ontwikkeling. In de parkeergelegenheid dient geheel op eigen terrein te worden voorzien.
2.3
Waarden van het plangebied e.o.
2.3.1
Gebiedsbescherming
Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied (rode cirkel) te zien ten opzichte van het NNN (grijze vlakken). De afstand van de nieuwe ontwikkelingen binnen het plangebied tot aan dit Natuurnetwerk bedraagt ruim 500 meter.
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 1 4
Afbeelding 7: NNN rondom plangebied
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De gebiedsbescherming wordt geregeld in hoofdstuk 2 van de Wnb. De groengekleurde vlakken op onderstaande afbeelding hebben betrekking op de Deurnsche Peel & Mariapeel, Boschhuizerbergen en Maasduinen (op een afstand van respectievelijk ruim 5 km, 6 km en 12 km van het plangebied).
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 1 5
Afbeelding 8: natura 2000-gebieden rondom plangebied
Binnen het plangebied is er sprake van een wijziging van een burgerwoonbestemming en onbebouwde agrarische gronden met een klein perceel met de bestemming Natuur, naar een recreatieve functie in de vorm van een recreatieve poort welke goed landschappelijk zal worden ingebed. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en worden negatieve effecten uitgesloten. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de bouw en de aanvoer van materialen en personen en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de constructie ten behoeve van de realisatie van het plan. De relevante emissies tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 1 6
verkeersbewegingen van en naar het plangebied. De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is op 7 juni 2023 verricht met behulp van het programma Aerius Calculator welke als bijlage 6 bij de planstukken is gevoegd. Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof. Enige andere aantasting van Natura 2000-gebieden en eveneens op het NNN op deze ruime afstand zal als gevolg van het project ook niet plaatsvinden. In de volgende paragraaf zal ingegaan worden op mogelijke aantasting van flora en fauna.
2.3.2
Soortenbescherming
Met de Wet natuurbescherming (Wnb) wordt een eind gemaakt aan de discussies over de implementatie van de Europese richtlijnen. In artikel 3.1 Wnb wordt direct een link gelegd met de Vogelrichtliijn. Alle vogels die beschermd zijn op grond van artikel 1 Vogelrichtlijn vallen onder het beschermingsregime van de artikel 3.1 Wnb, voor zover deze vogels van nature in Nederland voorkomen. Artikel 3.1 eerste lid Wnb ziet op het verbod om vogels te doden of vangen. De verboden in de Wnb zijn vrijwel letterlijk overgenomen uit de artikelen 5 en 6 Vogelrichtlijn. Net als de in de Vogelrichtlijn zijn de verboden beperkt tot opzettelijke handelingen. Het beschermingsregime voor vogels is iets versoepeld ten opzichte van het systeem onder de Flora en Faunawet. Het verbod op het opzettelijk verstoren van vogels is beperkt tot verstoringen die van “wezenlijke invloed” zijn op de staat van instandhouding van de soort. Onder wezenlijke invloed wordt verstaan: “een wezenlijke negatieve invloed op een beschermde soort”. Of daar sprake van is hangt af van de populatie van de diersoort. Hoe zeldzamer de soort hoe groter de kans dat naar bijvoorbeeld een lokale populatie moet worden gekeken. Daarnaast is van belang of de populatie een negatief effect zelf teniet kan doen, bijvoorbeeld of er voldoende uitwijkmogelijkheden zijn naar een volwaardig leefgebied elders.
Als een populatie het effect niet zelf teniet kan doen is de kans groter dat het effect als wezenlijke invloed kan worden aangemerkt. Bij vogels is verstoring tijdens het broedseizoen niet langer verboden als de gunstige staat van instandhouding niet in gevaar is. De wet voorziet in ruime mogelijkheden voor het verlenen van vrijstellingen, ook voor vogels en strikt beschermde soorten. Bij het verlenen van de vrijstelling moet aan dezelfde voorwaarden worden voldaan als bij het verlenen van de vroegere ontheffing. Een ontheffing van een verbod ex artikel 3.1 Wnb kan slechts worden verleend indien: er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is; er geen sprake is van verslechtering van de staat van instandhouding van de soort; en er een limitatief opgesomde ontheffingsgrond aan de ontheffing ten grondslag kan worden gelegd. Quick scan flora en fauna Op 26 juni 2022 heeft IJzerman Advies een quick scan opgesteld voor de ontwikkellocatie aan Weverslo 2a en 2d.
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 1 7
Onderstaand is de conclusie van deze scan weergegeven: '•Vrijgestelde soorten kunnen mogelijkerwijs worden aangetroffen. Hiervoor hoeft in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen geen ontheffing meer te worden aangevraagd. Het voorkomen van deze soorten wordt door de geplande ontwikkelingen niet in gevaar gebracht. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Hierbij valt te denken aan het uitvoeren van de meest verstorende werkzaamheden in de maanden september en oktober. •Voor overige beschermde soorten is nader onderzoek niet noodzakelijk door het ontbreken van geschikte biotopen en vaste verblijfslocaties. Van soorten met jaarrond beschermde nestlocaties zoals huismussen, gierzwaluwen, uilen of vleermuizen zijn geen nest- of verblijfslocaties aangetroffen. Er worden geen vaste nest- of verblijfslocaties aangetast. Ook nader onderzoek hiernaar is niet relevant. • Ter voorkoming van het verstoren van broedende vogels wordt aangeraden eventuele kapwerkzaamheden tussen half juli en half maart (buiten het broedseizoen) te verrichten. Het verstoren van broedende vogels is verboden. Voor het verstoren van broedende vogels wordt geen ontheffing verleend.
In het broedseizoen kan ook gekapt worden, alleen dient het dan onder begeleiding van een ter zake kundige te worden uitgevoerd. • Initiatiefnemer dient rekening te houden dat de ontwikkelingen geen fysieke verstoring van nestlocaties van broedende vogels (zoals vernietiging, verplaatsing of bewuste verjaging) tot gevolg heeft.'
De quick scan is integraal als bijlage 5 bij de planstukken gevoegd. Flora en fauna vormt vooralsnog geen belemmering voor onderhavig plan.
2.3.3
Cultuurhistorie en archeologie
Ten aanzien van archeologie is het uitgangspunt dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Dit vloeit voort uit het Europese Verdrag van Valetta (1992) inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed en de Wet op de archeologische monumentenzorg die de Monumentenwet 1988 deels heeft aangepast. Gezien dit uitgangspunt mogen bekende archeologische monumenten niet aangetast worden en moet in geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde, in principe een inventariserend en waarderend vooronderzoek plaatsvinden. Eventueel aangetroffen waarden dienen primair ter plekke (in situ) beschermd te worden dan wel - indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is - door een opgraving (ex situ) te worden veilig gesteld. Uit onderstaande uitsnede van de gemeentelijke Archeologische Beleidskaart blijkt dat voor de gronden van het plangebied waarop de toekomstige ontwikkeling zal plaatsvinden, de aanduiding “categorie 4” geldt. Voorzover op delen van het plangebied een middelhoge waarde rust, zal hier geen verstoring plaatsvinden; ter plaatse van de aarden wal geldt deels categorie 7 (vrijjgegeven gebied). De categorie 4 (waarop de ontwikkelingen plaatsvinden) omvat droge en natte gebieden met een hoge verwachting.
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 1 8
Figuur 9: uitsnede archeologische beleidskaart
Voor deze categorie 4-gebieden geldt dat er een hoge verwachting is, te beschermen middels een archeologische dubbelbestemming; bij een verstoring van meer dan 500 m2 welke verstoring dieper reikt dan 50 cm - mv, is een archeologisch onderzoek vereist. Gezien de omvang van het plangebied, omvang van de gewenste bebouwing en vergravingen ten behoeve van de vijver, wordt deze drempel overschreden. Op 17 augustus 2021 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) uitgevoerd ten behoeve van het project Hof van Weverslo in de gemeente Venray. Samengevat is het volgende geconstateerd: 'Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied dat de nabijheid van een beekloop het mogelijk maakt dat uit booronderzoek blijkt dat het plangebied in een gradiëntzone ligt die met name in de steentijd aantrekkelijk kan zijn geweest voor bewoning. In dat geval geldt een hoge verwachting voor archeologische resten uit het laat laat-paleolithicum en het mesolithicum. Omdat het plangebied in een laagte ligt aan de rand van een tamelijk vlak en aanmerkelijk hoger gelegen deel van het dekzandlandschap, is de verwachting voor nederzettingsresten uit het neolithicum, de bronstijd, de ijzertijd, de Romeinse tijd en de vroege-middeleeuwen, laag.
De verwachting voor huisplaatsen uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd is door de ligging op ruime afstand van historische bewoning, eveneens laag. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn binnen het plangebied 15 boringen gezet in een dichtheid van vijftien boringen per hectare. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek kunnen de onderzoeksvragen als volgt beantwoord worden: -Kunnen binnen het plangebied (nog) archeologische resten verwacht worden? Het plangebied blijkt niet op een met een enkeerdgrond afgedekte dekzandvlakte te liggen zoals respectievelijk de bodemkaart en de geomorfologische kaart suggereren, maar op een uitloper van het noordelijker gelegen, met veen gevulde beekdal. Plaatselijk werd ook beekklei afgezet. De lage ligging in een van nature zeer slecht ontwaterde zone betekent dat de kans op de aanwezigheid van bewoningsresten binnen het plangebied nagenoeg nihil is.
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 1 9
De verwachting voor de aanwezigheid van bewoningsresten kan derhalve voor alle perioden worden bijgesteld tot een lage verwachting. -Zo ja, in welke zones en op welke diepten is dit het geval? Binnen het in het plangebied aangetroffen veen kunnen resten van typisch aan beekdalen gebonden activiteiten aanwezig zijn zoals resten die samenhangen met jacht en visvangst maar ook depotvondsten en knuppelpaden e.d. - Welke vorm van veldonderzoek is geschikt om de verwachte resten op te sporen? De bovengenoemde, specifiek aan met veen gevulde beekdalen gebonden archeologische resten zijn nauwelijks door middel van prospectief onderzoek op te sporen. Op basis van de aanwezigheid van louter veen is niet aan te geven of, en zo ja waar, dergelijke resten aanwezig zijn. Om deze reden wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd.'
Het archeologisch onderzoek is integraal aan de planstukken toegevoegd (bijlage 3).
Het bevoegd gezag heeft het advies om geen archeologisch vervolgonderzoek te doen overgenomen bij wijze van (selectie)besluit. Het plangebied is hiermee archeologisch vrijgegeven en het aspect archeologie speelt geen rol meer bij de planontwikkeling.
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 2 0
Hoofdstuk 3 Ruimtelijke ontwikkeling 3.1
Projectbeschrijving
De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling 'Hof van Weverslo' betreft een nieuwbouwplan voor een recreatieve poort in het buitengebied, aan Weverslo 2a te Merselo (gemeente Venray). Deze recreatieve poort zal bestaan uit:
Hoofdgebouw/recreatieve poort - Verblijfsrecreatie: 15 (luxe) verblijfseenheden (kamers) - (Luxe) Restaurant met terras, ook voor derden toegankelijk (aanleglocatie voor fietsers, wandelaars) - (Luxe) Wellness enkel ten behoeve van gasten van de verblijfseenheden - Multifunctionele ruimte: informatievoorziening regio, workshops, exposities, vergaderen, verkoop streekproducten, fietsenverhuur en hiermee direct te vergelijken functies - Struinnatuur op eigen erf Van belang is dat er een recreatieve poort ontstaat welke is gericht op het hogere segment en luxe, comfort, kwaliteit biedt, gecompleteerd met culinaire faciliteiten.
De doelgroep waarop initiatiefnemer zich richt, zijn de (binnen- en buitenlandse) 'empty nesters' en de actieve en vitale senioren (in principe in leeftijd variërend van 45 t/m 70). Uiteraard zijn ook andere personen die zich aangetrokken voelen tot de bijzondere, luxe en comfortabele productmix welkom, maar de focus zal liggen op deze specifieke doelgroep. Het project speelt in op de belangrijkste wensen van deze specifieke doelgroep, zijnde het beleven van een wandel-, fiets-, wellness- en/of culinaire vakantie in een luxe en comfortabele accommodatie, dichtbij (in) de natuur: 'bezinning en beleving'. De marktvergrotende productmix van het Hof van Weverslo wordt gerealiseerd op een locatie die deels al is ingevuld met struinnatuur op eigen erf maar nog verder landschappelijk zal worden ingericht.
Ook omdat initiatiefnemer veel waarde aan duurzaamheid hecht en dit past bij de doelgroep, zal aansluiting worden gezocht bij Euro-Toques Nederland 2019 (ETN). ETN wil uitdragen dat al haar leden zich hebben verplicht gezond te koken en of voedsel te bereiden met in beginsel regionale en seizoensgebonden producten zonder kunstmatige additieven. Vanuit ETN zullen ook vakinhoudelijke lezingen en workshops worden georganiseerd. De invulling van de restaurantfunctie van Hof van Weverslo is tevens een welkome aanvulling c.q. uitbreiding van het aanbod van de Regio van de Smaak, welke bevordert dat: bewoners en bezoekers van de regio “smaak” ervaren als een van de belangrijke onderscheidende kwaliteiten van Noord-Limburg en dat het daardoor onder andere toeristisch-recreatief van groot belang is kinderen en volwassenen (waaronder ook de meer kwetsbare burgers) meer waardering | bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 2 1
opbrengen voor gezonde en duurzaam geproduceerde voeding; onder andere door middel van op de doelgroepen toegesneden educatieve programma’s met een hoge belevingswaarde de afstand tussen consument en producent kleiner wordt door middel van samenwerking rond het thema “smaak” met de partners binnen de voedselketen. Dit moet leiden tot een hogere waardering van de consument voor de regionale agro & food sector en verhoging van de omzet er in Noord-Limburg meer aandacht komt voor gezonde voeding en (het belang van) ambachtelijk en duurzaam geproduceerde streekproducten en hun producenten. Richtinggevend voor de Regio van de Smaak zijn de thema's ‘be part of nature’ en ‘Cradle to Cradle’. Ook het streven van Noord-Limburg om te komen tot versterking van de Quality of Life past in de doelstellingen van ‘de streek van de smaak’.
Onderhavig initiatief is de verwezenlijking van deze doelstellingen en leidt tot (met name) een groter welbevinden, gezondere levensstijl en gezonder voedingspatroon. Recreatieve poorten zijn dé startpunten voor een fiets- of wandeltocht door de natuur en liggen dichtbij attractieve locaties (aan knooppuntennetwerken of aan de start van leuke fiets- en wandelroutes) voor deze activiteiten. Bij een recreatieve poort is altijd een horecapunt en voldoende parkeergelegenheid aanwezig. Ook wordt er informatie verstrekt over de regio en in het geval van Hof van Weverslo met name over Loobeekdal en Weverloseberg, de natuur en de beschikbare routes. Het knooppuntennetwerk is reeds aanwezig en zal de komende jaren verder worden uitgebreid. Hof van Weverslo ligt bij knooppunt 35 en 36 en eveneens dichtbij diverse bijzondere wandelen fietsroutes zoals de "Vierseizoenenwandeling Loobeek", "Ommetje Loobeekdal" en "Wandel- en fietsroute Venray" van VVV-Noord-Limburg.
De bestaande woning met bijgebouw zullen behouden blijven; de woning wordt bedrijfswoning en het bijgebouw wordt bedrijfsgebouw behorende bij de recreatieve functie en zal worden gebruikt voor opslagdoeleinden ten behoeve van het bedrijf.
3.2
Stedenbouwkundige opzet en landschappelijke inpassing
3.2.1
Stedenbouwkundig
Voor de inrichting van het plangebied zijn schetsen en artist impressions gemaakt. De architect heeft zich bij het ontwerp van Hof van Weverslo laten leiden door de ligging in het buitengebied bij Merselo en heeft zich ten doel gesteld om de bouwwerken zo veel mogelijk in het landschap te integreren. De context bestaat uit een afwisselend landschap, deels bos, deels natuurontwikkeling, doorkruisd door een kleine beek. Het bestaande bos blijft gehandhaafd. De basis van het ontwerp van het hoofdgebouw, is in beginsel om het uitzicht vanuit binnen naar buiten optimaal te laten beleven. Openheid vanuit het interieur naar de open landschappelijke ontwikkeling aan de zuidzijde is daarbij een logische stap. Door de kromming van de gevels is vanuit het interieur steeds een iets ander facet van het uitzicht te genieten, zonder dat daarbij de rest van de bebouwing in beeld komt. De beleving ontstaat dat men 'alleen is samen met het landschap". Ruimte en rust en 'be part of nature'.
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 2 2
Aan de noordzijde, waar zich verkeersruimte's bevinden zijn de gevels juist gesloten en grotendeels ingebed in een aarden wal. Daarmee verdwijnt het bouwwerk deels letterlijk in de context, maar is ook beschutting gecreëerd voor het koude noorden. Vervolgens is in de verdere vormgeving en materialisering gekozen voor ontwerpen welke een link hebben met gebiedseigen architectuur.
Op afbeelding 10 is de impressie van de nieuwe bebouwing weergegeven; deze is al geaccordeerd door de Adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit.
Afbeelding 10: nieuwe accommodatie met 15 overnachtingsruimten, wellnessfaciliteiten,horeca en multifunctioneleruimten
3.2.2
Landschappelijk
Voor deze inbedding van het project in de natuur, is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld dat als bijlage 2 aan de planstukken is toegevoegd. De aanwezige diversiteit in het landschap is hiervoor onderzocht en zal verder worden versterkt. Wat het landschap uniek maakt, de diversiteit op een relatief kleine schaal, maakt ook dat deze natuurontwikkeling interessant is voor de bezoekers welke in de gelegenheid worden gesteld door het gebied te wandelen, of er voor een iets langere tijd te verblijven. Het natuurlijke en landschappelijke decor draagt bij om naast het Loobeekdal ook het dal van de beek Weverslo een impuls te geven waardoor de differentiatie van de verschillende landschapstypen in dit gebied wordt versterkt. Door de inrichting en beheer krijgt niet alleen het landschap een impuls, maar ook de ecologische waarde van het gebied, doordat de beek Weverslo een belangrijke schakel vormt om de bestaande natuurwaarden met elkaar te verbinden. Het plan draagt daarmee bij aan een kwaliteitsverbetering van het landschap, evenals een versterking van de biodiversiteit en een bijdrage aan klimaatadaptatie. De landschappelijke inpassing van het gebied laat zich per saldo als volgt schetsen:
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 2 3
Figuur 11: Landschappelijk inpassingsplan
Het gebruik van de gronden voor de recreatieve poort is uitsluitend toegestaan indien de landschappelijke inpassing, conform bovenstaand landschappelijk inpassingsplan, is uitgevoerd en kwalitatief en kwantitatief in stand wordt gehouden.
3.3
Ontsluiting en parkeren
Ontsluiting: Het plangebied en omgeving kent vooral kleine buitenwegen en is op korte afstand gelegen van de ontsluitingsweg N270. Deze provinciale weg loopt van Helmond naar Venray en verder richting Well. De hoofdontsluiting vindt dan ook vooral plaats via deze weg. Ten zuidoosten van Venray kruist de N270 de snelweg A73 welke het verkeer in noordelijke en zuidelijke richting leidt (Nijmegen respectievelijk Roermond). De N270 heeft ter plaatse van de kruising met Weverslo een zogenaamde linksafstrook met middengeleiding, waardoor het rechtdoorgaande verkeer niet gehinderd wordt door afslaand verkeer. Dit bevordert niet alleen de doorstroom van het verkeer, maar ook de verkeersveiligheid. Beide zijden van de N270 beschikken over een vrijliggend fietspad. Het plangebied bevindt zich aan wandel- en fietsroutes en - knooppunten, zodat Hof van Weverslo een ideale uitvalsbasis vormt voor extensieve recreatie in de vrije natuur. Op onderstaande afbeeldingen zijn de routes weergegeven waarop direct aangesloten kan worden.
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 2 4
Figuur 12: Fietsroutenetwerk
Figuur 13: Wandelroutenetwerk
De verblijfsgasten van Hof van Weverslo zullen veelal met de auto komen.
Op basis van het CROW laat de totale verkeersgeneratie voor de bedrijfsmatige ontwikkeling zich als volgt schetsen:
Bedrijfswoning
Eenheid of verkeersgeneratie/eenheid oppervlakt e
Totaal
1
9
9
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 2 5
15 verblijfseenheden (kamers)
15
27,6 per 10 kamers
41,4
Restaurant met terras
275 m2 en 140 m2
Geen kental beschikbaar
324 (met 3x turn over)
33 met turnover
34
Multifunctionele ruimte 195 m2 Totaal
408,4 voertuigbewegingen per etmaal
De theoretisch berekende verkeersgeneratie bedraagt dus na realisatie 409 bewegingen per dag. Omgeslagen naar een periode van 12 uur per dag waarbinnen zich de meeste verkeersbewegingen zullen manifesteren, en uitgaande van een goede spreiding (gelet op de capaciteit van de recreatieve poort) betekent dit dat er een toename zal zijn van 34 bewegingen per uur (van 10.00 tot 22.00 uur). Deze toename is relatief beperkt zodat gesteld kan worden dat de extra verkeersbewegingen snel opgaan in de reguliere verkeersstroom over de Deurneseweg. Ook over Weverslo zelf zal deze toename, mede gelet op de korte afstand tot de Deurneseweg en een beperkte aanwezigheid van kruisend verkeer, geen onaanvaardbare of verkeersonveilige situaties tot gevolg hebben, temeer nu het komende en verstrekkende verkeer van elkaar gescheiden wordt en ter plaatse van de ontsluiting gezorgd wordt voor een goed overzicht op de weg.
Parkeren: De parkeernorm van de gemeente Venray (‘Beleidsnota Parkeernormen Venray ' en het CROW) betreft voor grondgebonden woningen 2 parkeerplaatsen, waarvan minstens 1 op eigen terrein. Voor de nieuwe ontwikkeling Hof van Weverslo zullen ook alle voertuigen op eigen terrein dienen te worden gestald. Op de nieuwe functies zijn op basis van de Beleidsnota Parkeernormen de volgende parkeernormen van toepassing welke leiden tot onderstaande parkeerbehoefte voor de ontwikkeling.
Uitgangspunten: Voor kamers is aangesloten bij een vier-sterrenhotel, 0,9 parkeerplaatsen per kamer De horecafunctie is voor 0,5 deel voor eigen gasten en 0,5 deel voor externe bezoekers; als worst case scenario is het nu toch als geheel berekend voor eventuele opvang van overige functies De multifunctionele ruimte 'worst case' volledig als congrescentrum geteld, met als uitgangspunt 8,5 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo De wellness-voorzieningen zijn geheel te behoeve van interne gasten waardoor er geen parkeerbehoefte is (indien extern toegankelijk, dan is de parkeerbehoefte 10,3 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo) Restaurant met terras: 13,0 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo Indien geen parkeernorm voor het buitengebied van toepassing is in beleidsnota, dan wordt aangesloten bij 'rest bebouwde kom'
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 2 6
Parkeernormen zijn inclusief personeel Eenheid
Parkeernorm
Totaal
Bedrijfswoning
1
2
2
15 verblijfseenheden (kamers)
15
0,9
13,5
Restaurant 275 m2
2,75
13
35,8
Terras t.b.v. restaurant 140 m2
1,4
13
18,2
Multifunctionele 1,95 ruimte= 150 m2 + dakterras 45 m2 = 195 m2
8,5
16,6
Totaal
86 pp
Hiertoe is binnen de bestemming Recreatie voldoende ruimte. Op onderstaande schets van de nieuwe inrichting van het perceel is de ruimte welke zal worden ingericht voor het parkeren van 104 voertuigen aangeduid:
Afbeelding 14: parkeergelegenheid
3.4
Brandveiligheid
In het Bouwbesluit 2012 zijn regels gesteld ten aanzien van brandveiligheid. Op 9 augustus 2022 heeft de Veiligheidsregio Limburg-Noord advies uitgebracht (bijgevoegd als bijlage 10). Bij de nadere uitwerking van het project (bij de aanvraag om een omgevingsvergunning) zullen de adviezen van de Veiligheidsregio in acht worden genomen. Op | bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 2 7
onderstaande afbeelding is de opstelplaats van de brandweer voor het hoofdgebouw opgenomen. Hulpdiensten kunnen over eigen terrein tot aan het hoofdgebouw rondrijden.
Figuur 15: opstelplaatsbrandweer
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 2 8
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI), vastgesteld op 11 september 2020, is een onderdeel van de nieuwe Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht het Rijk tot een strategische visie op de fysieke leefomgeving. Het doel is om alle onderdelen van de fysieke leefomgeving met elkaar insamenhang te brengen. Ook gemeenten en provincies maken een omgevingsvisie vanwege deze nieuwe wet. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) richt zich op onderstaande vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe de fysieke leefomgeving wordt ingericht. De Nationale Omgevingsvisie helpt bij het maken van de noodzakelijke keuzes. Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie Het klimaat verandert. De gevolgen hiervan worden steeds duidelijker merkbaar. Denk aan de steeds drogere zomers, de hevigere regenval en stijgende zeespiegel. Op deze en andere gevolgen van de klimaatverandering moet tijdig worden ingespeeld. Tegelijkertijd moet de overstap worden gemaakt naar duurzame energie. Het is de bedoeling dat ons land in 2050 een duurzame energievoorziening heeft. Iedereen draagt hier zelf aan bij door bijvoorbeeld zoveel mogelijk woningen aardgasvrij te maken. Maar er zullen ook aanpassingen nodig zijn, bijvoorbeeld met windenergie, die moeten worden ingepast in het landschap.
Mensen in de omgeving moeten ook voordelen ervaren van geplaatste windmolens. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden Nederland heeft een sterke internationale concurrentiepositie. Vanuit die positie wordt gewerkt aan een nieuw economisch verdienmodel dat duurzaam is en circulair. Door grondstoffen te hergebruiken in de bouw bijvoorbeeld. De overstap naar duurzame energie en het zorgen voor een gezond milieu zijn belangrijk. Ook zullen bedrijven zich hier goed moeten kunnen vestigen met voldoende ruimte voor bedrijvigheid. Daarvoor is het van belang om alle verschillende aspecten te betrekken die hierbij een rol spelen, zodat duurzaam geld verdiend kan blijven. Onze steden en regio’s sterker en leefbaarder maken Veel mensen zijn op zoek naar een geschikte, betaalbare woning. Iedereen wil graag wonen in een prettige omgeving. Een omgeving met voldoende groen en met aandacht voor veiligheid en gezondheid. Denk bijvoorbeeld aan groen en fonteinen op plekken waar het erg warm kan worden (hittestress). Tegelijkertijd is het belangrijk dat de woningen goed bereikbaar zijn door goede fiets- en wandelpaden en aansluiting op het wegennet en het openbaar vervoer. Kortom, het gaat niet alleen om voldoende woningen, maar ook om een aantrekkelijke woonomgeving.
Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen In sommige regio’s staan de natuurlijke systemen en het landschap onder druk. Soms is daar
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 2 9
sprake van een verzakkende bodem, onder meer door een te laag waterpeil. Als het waterpeil omhoog wordt gebracht, kan dat gevolgen hebben voor de landbouw en de veeteelt. In sommige gebieden wordt het dan misschien logischer om duurzame energie te produceren in plaats van voedsel. Tegelijkertijd moeten de kwaliteiten van het landschap worden behouden om te kunnen recreëren en ook vanwege het cultureel erfgoed.
In hoofdstuk 3 van onderhavige plantoelichting zijn de aspecten duurzaamheid, kwaliteit van leefomgeving, bereikbaarheid, groen en water uitgebreid aan de orde gesteld. Tevens in relatie met hoofdstuk 5 kan gesteld worden dat in onderhavige ontwikkeling voldoende aandacht is voor de afwegingen die op basis van de nationale omgevingsvisie dienen te worden gemaakt.
4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.
Voor de laddertoets is een separate verantwoording opgesteld, welke integraal als bijlage 4 is opgenomen bij de plantoelichting. De rapportage volgt de voor de "ladder van duurzame verstedelijking", mede op basis van de jurisprudentie van toepassing zijnde beantwoording van de navolgende 5 aspecten: 1. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? 2. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? 3. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? 4. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? 5. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? In de rapportage wordt geconcludeerd dat de plannen voor de realisatie van de recreatieve poort Hof van Weverslo, mede vanwege de hoge kwaliteit, luxe en comfort, die specifiek inspelen op de wensen en eisen van de (uitgerekte) doelgroep "empty nesters", die nog nergens in de regio zo specifiek benaderd wordt, voldoen aan de eisen van de "ladder voor duurzame verstedelijking" en bovendien een welkome aanvulling zijn voor het toeristisch-recreatieve product van de gemeente Venray.
Door de kennis van de markt en ervaring en het feit dat de bijzondere productmix van het toekomstige Hof van Weverslo precies aansluit bij de ideeën van initiatiefneemster, wordt de kans dat dit, voor de regio, unieke concept succesvol in de markt gezet zal worden, zeer reëel geacht.
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 3 0
Hoewel de laddertoets dateert van november 2019 en ook nog ingaat op een tweede fase van de planontwikkeling die inmiddels geen onderdeel meer uitmaakt van onderhavig bestemmingsplan, is die laddertoets nog steeds actueel (met dien verstande dat de bestaande woning met bijgebouw van 190 m2 behouden zullen blijven; de woning wordt bedrijfswoning en het bijgebouw wordt bedrijfsgebouw behorende bij de recreatieve functie en zal worden gebruikt voor opslagdoeleinden ten behoeve van het bedrijf). De concurrentie op de vakantiemarkt is sterk toegenomen. Uit de vitaliteitsscan Verblijfsrecreatie (Rapport Vitaliteit Verblijfsrecreatie Limburg, ZKA, 2015) blijkt dat binnen deze sector verblijfsrecreatie een urgent probleem bestaat: het kwantitatieve aanbod van bungalowparken en campings is groter dan de vraag en de kwaliteit sluit onvoldoende aan bij de snel veranderende eisen en wensen van de consument. In regio Noord Limburg is geen behoefte aan meer van hetzelfde. Vergrijzing en ontgroening maken dat de consument andere eisen stelt aan het recreatieve verblijf: comfort en luxe zijn belangrijk. Mensen willen meer luxe en meer kortere vakanties. Onderhavige nieuwe ontwikkeling 'Hof van Weverslo'' is een initiatief dat zowel toeristisch perspectief biedt en onderscheidend is doordat het zich richt op het hogere en luxere segment zoals beschreven in paragraaf 3.1 van de plantoelichting.
Duurzaam zijn door verse streekproducten te serveren en ook de mogelijkheid tot overnachting door mindervaliden zorgen voor extra onderscheidendheid. Het aantal senioren (babyboomers) groeit nu snel. Samen met de impact van de Coronacrisis op verblijfsrecreatie leidt dit tot een almaar groter wordende vraag naar luxere vakanties in eigen land. Dit effect manifesteert zich in het voorjaar van 2022 des te sterker door personeelsgebrek op luchthavens waardoor vluchten geannuleerd werden (en zullen worden) en met name de oudere vakantiegangers sneller de keuze maken om de vakantie in eigen land te genieten.
Het initiatief is ter instemming voorgelegd aan het regionale PHO Ruimte en deze is akkoord.
4.1.3
Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro)
In het Barro zijn een aantal onderwerpen opgenomen waarvoor het rijk uit het oogpunt van de nationale belangen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ruimtelijke regels stelt: rond rijksvaarwegen wordt ruimte geborgd voor de veiligheid van scheepvaart; rond de Maastakken wordt ruimte gereserveerd voor toekomstige rivierverruiming; rond verschillende hoofdwegen en op enkele locaties wordt ruimte gereserveerd voor toekomstige uitbreiding van het hoofdwegennet en hoofdspoorwegennet; op verschillende locaties wordt ruimte gereserveerd voor (kern)energiecentrales en zones onder hoogspanningsverbindingen worden gevrijwaard; de provincies wordt opgedragen de ecologische hoofdstructuur te beschermen; primaire waterkeringen buiten het kustfundament krijgen ruimtelijke bescherming; in het IJsselmeer wordt verstedelijkingsruimte beperkt mogelijk gemaakt; het erfgoed van de Stelling van Amsterdam, de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Romeinse Limes worden ruimtelijk beschermd; rond militaire radarposten worden voorwaarden gesteld aan windmolens en hoge bebouwing. Voor een aantal van de genoemde Barro-onderwerpen, waaronder de uitbreiding van het hoofdwegennet, het hoofdspoorwegennet en de militaire radars, geldt dat de regels worden uitgewerkt in de Rarro.
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 3 1
Op onderhavig project werken geen van de in het Barro genoemde rijksbelangen rechtstreeks door.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Provinciale Omgevingsvisie Limburg
De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. In de Omgevingsverordening legt de Provincie regels vast voor onder meer natuur, milieu, (grond-) water, ontgronding, wegen, ruimte (verstedelijking, woon- en werklocaties, agrarische bedrijven). De Omgevingsvisie is op 1 oktober 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. Voor wat betreft verblijfsaccommodaties wordt aangegeven vraag en aanbod van verblijfsaccommodaties beter in balans gebracht dienen te worden, zowel kwantitatief als kwalitatief. Meer van hetzelfde leidt tot verdringing en leegstand. Een voortdurende kwaliteitsslag is nodig om nieuw en bestaand aanbod aan te passen aan de veranderende vraag van zowel vaste als nieuwe gasten. Net als in het voorgaande POL 2014 blijft de aanpak staan waarmee wordt gewerkt aan vernieuwing van vakantieparken en kampeerterreinen, met aandacht voor nieuwe doelgroepen, de vraag naar ruime en luxe accommodaties, ruimere opzet van terreinen en goede landschappelijke inpassing.
Uitbreiding van het bestaande aanbod is alleen mogelijk als het kwalitatief echt goed is en extra vraag genereert. Meer van hetzelfde leidt tot verdringing en leegstand. Initiatieven die niet het gewenste kwaliteitsniveau hebben, die een bedreiging voor landschappelijke kwaliteiten vormen of versnippering vergroten, worden niet ondersteund. Gelet op de teruglopende vraag en het overaanbod op met name huisjesterreinen wordt een saneringsslag verwacht bij verouderde accommodaties, met een verkleuring van functies tot gevolg.
Afweging Aan het buitengebied gerelateerde toeristisch-recreatieve voorzieningen passen binnen de doelstellingen voor de zone buitengebied in de Provinciale Omgevingsvisie Limburg. De beoogde ontwikkelingen passen bovendien binnen de provinciale en regionale doelstellingen voor verblijfsaccommodaties, aangezien met deze ontwikkelingen het bestaande aanbod wordt verruimd, waarmee tevens plaats wordt geboden aan een nieuwe doelgroep in de hoedanigheid van de (binnen- en buitenlandse) 'empty nesters' en ook de actieve en vitale senioren. Het project speelt in op de belangrijkste wensen van deze specifieke doelgroep, zijnde het beleven van een wandel-, fiets-, wellness- en/of culinaire vakantie in een luxe en comfortabele accommodatie, dichtbij (in) de natuur: 'bezinning en beleving'. Hiermee wordt het bestaande aanbod aan dagrecreatieve voorzieningen vergroot. Het is een uniekconcept met een hoog kwaliteitsniveau. Met onderhavige ontwikkeling wordt daarnaast gestreefd naar een goede landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering, zoals in paragraaf 3.2.2 al aan de orde is gekomen. Dit zal
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 3 2
tevens de biodiversiteit bevorderen en de belevingswaarde van het gebied doen toenemen. De ontwikkeling past daarmee binnen de uitgangspunten van de Provinciale Omgevingsvisie.
4.2.2
Omgevingsverordening Limburg
Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Hoewel de op 17 december 2021 vastgestelde Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers.
In paragraaf 12.1.5 van de Omgevingsverordening heeft betrekking op 'Vrijetijdseconomie' is bepaald dat toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor voorzieningen voor vrijetijdseconomie is toegelaten als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 8 (Economie) en 15 (Landschap) van de provinciale omgevingsvisie. Het plangebied is gelegen binnen de 'Groenblauwe mantel' en binnen het 'Beekdal', zoals uit onderstaande uitsnede bij de kaart 'Landschap' bij de Omgevingsverordening blijkt:
Figuur 16: uitsnede kaart Landschap Provinciale Omgevingsverordening Limburg
Groenblauwe mantel en Beekdal Het Maasdal, de beekdalen en steilere hellingen vormen samen de groenblauwe mantel binnen de landelijke gebieden van Limburg. Het zijn gebieden waar we goede combinatiemogelijkheden zien voor duurzame vormen van (kringloop) land- en tuinbouw en
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 3 3
andere economische functies, vooral door hergebruik van reeds aanwezige monumentale en beeldbepalende gebouwen. In de Groenblauwe mantel blijft de grondgebonden landbouw de belangrijkste functie en is de agrarische sector tevens de belangrijkste beheerder. De focus ligt hier op het versterken van het klimaatadaptieve karakter met meer ruimte voor de beken en Maas, de biodiversiteit en kernkwaliteiten van het landschap. Gemeenten hebben de motiveringsplicht om in de toelichting op nieuwe omgevingsplannen of omgevingsplanactiviteiten in de groenblauwe mantel aan te geven hoe met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten in de betreffende gebieden wordt omgegaan. Bij nieuwe ontwikkelingen zal rekening gehouden moeten worden met de aanwezige omgevingskwaliteiten, maar ook met regionale afspraken ten aanzien van de ontwikkeling van onder meer wonen, bedrijventerreinen, detailhandel en vrijetijdseconomie.
Voor wat betreft vrijetijdseconomie ambieert de provincie om het vakmanschap in de recreatie sector te versterken. Er wordt gekozen voor het verhogen van de kwaliteit van het aanbod. Een kwantitatieve uitbreiding van het aanbod is alleen mogelijk als dit niet leidt tot verdringing en leegstand en er moeten op regionale schaal afspraken over kwantiteit en kwaliteit van verblijfsrecreatie en hotels worden gemaakt.
In artikel 7.6 van de Omgevingsverordening is een motiveringsplicht opgenomen die gemeenten vraagt om in de toelichting op nieuwe bestemmingsplannen voor onderdelen van de 'groenblauwe mantel' aan te geven hoe met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten in het betreffende gebied wordt omgegaan. Voor een beschrijving van de kernkwaliteiten in de groenblauwe mantel (voorheen: 'bronsgroene landschapszone') en een globale ruimtelijke duiding wordt verwezen naar de Omgevingsverordening (en Landschapskader Noord- en Midden-Limburg, deel A, hoofdstuk 4 onder ‘Landschapsecologie’). Bij verlies van natuurwaarden in deze zone is compensatie aan de orde, verder uit te werken in de Beleidsregel Natuurcompensatie.
Ten aanzien van toerisme en recreatie (vrijetijdseconomie) heeft Limburg een goed imago. Dit uit zich in de kwaliteit van het landschap én beeldbepalende en onderscheidende vrijetijdsproducten en -diensten zoals (inter)nationale topevenementen, attracties, kooptoerisme, zakelijk toerisme, waterrecreatie, streekproducten en het bourgondische leven. Dit trekt gasten aan uit binnen- en buitenland. Het is goed voor een substantieel werkgelegenheids- en marktaandeel. Dat draagt daarmee bij aan een goed woon-, werk- en leefklimaat voor haar inwoners. Speerpunten in Noord-Limburg zijn onder meer: de Maas, cultuurhistorie, natuur en landschap, Bourgondisch en gastvrij, funshoppen in aantrekkelijke steden, verbindingsregio van landen en culturen, de groene (be)leefomgeving van Maasduinen en Peelgebied. Toverland, Arcen en Odapark. Verblijfsrecreatie, fiets- en wandelvoorzieningen als basis, regio van de gezonde voeding. Vergrijzing en ontgroening maken dat de consument andere eisen stelt aan het verblijf: comfort en luxe zijn belangrijk. Veranderingen in de gezinssamenstelling (meer eenoudergezinnen) en de wens om met drie generaties (ouders, kinderen en grootouders) op vakantie te gaan vragen om aanpassing in het type aanbod. In Nederland is sprake van een afname van de vraag naar kamperen. Oorzaken hiervoor zijn dat mensen meer luxe willen en dat vakanties korter worden.
| bestemmingsplan Weverslo 2a Merselo | status: vastgesteld |
Pagina | 3 4
Mensen verblijven daarom liever in een chalet of vakantiewoning.
Toets aan Omgevingsverordening Limburg Deze ontwikkeling is niet strijdig met de doelstellingen zoals beschreven in de Omgevingsverordening Limburg mits de kernkwaliteiten behouden blijven of versterkt worden. Zoals in paragraaf 3.2.2 al aan de orde is gekomen, voorziet het voor deze ontwikkeling opgenomen landschappelijke inpassingsplan in een versterking van de kernkwaliteiten van het gebied, zorgt het voor de verbreding van de koppeling tussen natuurgebieden en daarmee ook voor de verbetering van de natuurlijke waarden rondom de AEF-beek (Weverslo en De Nachtegaal). Dit zal tevens de biodiversiteit bevorderen en de belevingswaarde van het gebied doen toenemen. Tevens ziet de ontwikkeling op het aanbod in luxe verblijfsmogelijkheden, en wordt aangesloten op hetgeen de regio sterk maakt: wandelen, fietsen, gezonde voeding, natuur en landschap. Onderhavig initiatief is reeds aan de 'regiotafel recreatie' getoetst in het regionale portefeuillehoudersoverleg voor recreatie en economie (portefeuillehoudersoverleg Ruimtelijke Domein (PHO Ruimte) d.d. 7 november 2019, agendapunt 8) en akkoord bevonden. Het project is dan ook niet strijdig met de Omgevingsverordening Limburg.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Toekomstvisie 2030 'Venray loopt voorop'
In het coalitieakkoord 2018-2022 'Een gezonde toekomst voor Venray' is opgenomen dat de gemeente Venray wil komen tot een nieuwe strategische visie met een horizon tot 2030. Deze stip op de horizon moet richting geven aan de vraag waarin de gemeente zich de komende jaren wil ontwikkelen gezien de actuele trends en ontwikkelingen. Bijvoorbeeld op het gebied van klimaat, energie, duurzaamheid, leefomgeving, gezondheid, demografie en technologie, maar ook kijkend naar de positie en rol van de gemeentelijke overheid. Hiertoe heeft de gemeenteraad op 27 juni 2019 een nieuwe strategische visie vastgesteld; de Toekomstvisie 2030 'Venray loopt voorop'. Deze visie vervangt de Strategische visie Venray 2020 en de nota 'Venray, stad in de Peel (2025)'. De toekomstvisie geeft richting om de koers te bepalen waarlangs we de gevolgen van de trends en ontwikkelingen laten landen in de gemeente, binnen de gemeenschap van Venray én in de regio. Belangrijke thema's uit de vorige (herijkte) strategische visie 'Tweede stad in de Peel' lopen door naar deze visie. 'Venray loopt voorop' geeft een eigentijdse vertaling van zelfsturing met een herijking van participatie en de rol van de overheid. Daarnaast is er veel aandacht voor de kwalitatieve ontwikkeling van onder meer de leefomgeving.