03 Toelichting bestemmingsplan Steegse Peelweg 87a te Veulen
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan Steegse Peelweg 87a te Veulen
Gemeente Venray
Colofon: Opgesteld door:
Van Santvoort Advies B.V. Berg 2 - 4 5671 CC Nuenen
Plangebied:
Steegse Peelweg 87a, 5814 AS Veulen
Kenmerk:
BCO100193
Datum:
8-11-2022
Status:
Ontwerp
IMRO-code:
NL.IMRO.0984.BP22019-on01
2 Toelichting bestemmingsplan Steegse Peelweg 87a te Veulen
Inhoudsopgave 1
Inleiding ............................................................................................................................... 5
1.1 Aanleiding en doel ............................................................................................................... 5 1.2 Ligging van het plangebied .................................................................................................. 5 1.3 Vigerend bestemmingsplan ................................................................................................. 6 1.4 Procedure ............................................................................................................................ 6 1.5 Leeswijzer ............................................................................................................................ 7 2
Planbeschrijving................................................................................................................... 8
2.1 Bestaande situatie ............................................................................................................... 8 2.2 Beoogde situatie.................................................................................................................. 8 3
Beleidskader ...................................................................................................................... 12
3.1 Rijksbeleid ......................................................................................................................... 12 3.1.1Nationale 12 3.1.2Ladder 12
Omgevingsvisie voor
duurzame
verstedelijking
3.2 Provinciaal beleid .............................................................................................................. 14 3.2.1Provinciale 14
Omgevingsvisie
3.2.2Omgevingsverordening 16
Limburg Limburg
Hierdoor sluiten beoogde plannen, naast de geldende voorwaarden uit art. 3.7.16 van het vigerend bestemmingsplan, ook aan bij de toelichting van het provinciale beleid. Het plan wordt landschappelijk ingepast waardoor sprake is van een verdere kwaliteitsverbetering van de omgeving. Derhalve past de beoogde ontwikkeling binnen het POL2014 en omgevingsverordening Limburg 2014. ..................................................................................... 17 3.3 Gemeentelijk beleid .......................................................................................................... 17 3.3.1Omgevingsvisie 17 3.3.2Structuurvisie 18
Venray Bijdrage
Ruimtelijke
Ordening
3.3.3 ..................................................................................................................Bestemmingsplan 19 4
Omgevingsaspecten .......................................................................................................... 20
4.1 Waterparagraaf ................................................................................................................. 20 4.2 Bodem ............................................................................................................................... 21 4.3 Cultuurhistorie en Archeologie ......................................................................................... 22 3 Toelichting bestemmingsplan Steegse Peelweg 87a te Veulen
4.3.1 ...................................................................................................................... Cultuurhistorie 22 4.3.2 ........................................................................................................................... Archeologie 23 4.4 Parkeren en verkeer .......................................................................................................... 23 4.4.1 ................................................................................................................................ Parkeren 23 4.4.2 ................................................................................................................................. Verkeer 24 4.5 Wet natuurbescherming ................................................................................................... 24 4.5.1Bescherming 24
op
gebiedsniveau
4.5.2 ............................................................................................................. Soortenbescherming 26 4.6 Milieuaspecten .................................................................................................................. 27 4.6.1Bedrijven 27
en
milieuzonering
4.6.2 ...................................................................................................................................... Geur 28 4.6.3 .................................................................................................................................... Geluid 29 4.6.4 ........................................................................................................................Luchtkwaliteit 30 4.6.5Externe 32 4.6.1Niet 34
veiligheid gesprongen
explosieven
4.7 Vormvrije m.e.r-beoordeling ............................................................................................. 34 5
Juridische planopzet .......................................................................................................... 36
5.1 Planvorm ........................................................................................................................... 36 5.2 Verbeelding ....................................................................................................................... 36 5.3 Planregels .......................................................................................................................... 36 6
Uitvoerbaarheid ................................................................................................................ 37
6.1 Economische uitvoerbaarheid ........................................................................................... 37 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................................... 37 7
Bijlagen .............................................................................................................................. 39
4 Toelichting bestemmingsplan Steegse Peelweg 87a te Veulen
1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een inleiding gegeven op het plan. Eerst worden de aanleiding en het doel van het plan, de ligging van het plangebied, het vigerend planologisch regime en de procedure beschreven. Tot slot is een leeswijzer voor deze toelichting opgenomen.
1.1 Aanleiding en doel Initiatiefnemers hebben de locatie aan de Steegse Peelweg 87a te Veulen recent aangekocht. Aan de Steegse Peelweg 87a te Veulen, hierna plangebied, is tot op heden een varkenshouderij gevestigd. Op het terrein waren diverse stallen aanwezig ten behoeve van de varkenshouderij. De vorige eigenaar heeft echter deelgenomen aan de Saneringsregeling Varkenshouderij en de stallen zijn door de vorige eigenaar verwijderd. Het herbestemmen van de locatie was een voorwaarde voor deelname aan deze saneringsregeling. In dit kader is overleg geweest met de gemeente over de mogelijkheden van de locatie. De gemeente heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan de wijziging van de vigerende bestemming en de verdere ontwikkeling van de locatie. Initiatiefnemers wensen om op de locatie een maatschappelijk bedrijf te vestigen gericht op coaching van en met honden en paarden. Tevens worden er recreatiemogelijkheden geboden, zodat bezoekers al dan niet met hun eigen huisdier op locatie kunnen verblijven. Zelf zullen initiatiefnemers in de te realiseren bedrijfswoning gaan wonen. Om hiervoor een gezonde woon- en werksfeer te creëren wordt het achterste deel van het perceel ingericht als voedselbos in combinatie met een paddock paradise. Deze functies worden mogelijk gemaakt met een partiële herziening van het bestemmingsplan.
1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Venray, ten zuidwesten van de kern van Venray. Het plangebied is landelijk gelegen, in de buurt zijn diverse (agrarische) bedrijven en burgerwoningen. Het plangebied bestaat uit 3 percelen. De gronden zijn gemeentelijk bekend als gemeente Veulen, sectie O, nummers 693, 784, 785. De gronden van het plangebied hebben een oppervlakte van ruim 1,2 hectare. Navolgende afbeelding geeft de ligging van het plangebied weer.
Afbeelding 1 – Ligging plangebied (bron: https://www.google.nl/maps)
5 Toelichting bestemmingsplan Steegse Peelweg 87a te Veulen
1.3 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010’, dat is vastgesteld op 14-122010, waarbij ‘Buitengebied Venray 2010, herziening regels’, vastgesteld op 20-09-2017, in acht genomen dient te worden. Het plangebied heeft binnen het vigerend bestemmingsplan de volgende bestemmingen en aanduidingen: ▪ Enkelbestemming: ‘Agrarisch’; ▪ Enkelbestemming: ‘Agrarisch met waarden’; ▪ Dubbelbestemming: ‘Waarde – Archeologie 1’; ▪ Dubbelbestemming: ‘Waarde – Beekdal’; ▪ Bouwvlak; ▪ Functieaanduiding: ‘bedrijfswoning’; ▪ Functieaanduiding: ‘intensieve veehouderij’; ▪ Gebiedsaanduiding: ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’. Navolgende afbeelding geeft de verbeelding van het plangebied weer. Het rode kader geeft het gehele plangebied weer. Het blauwe kader geeft het bouwvlak en tevens de functieaanduiding intensieve veehouderij weer. Het gele kader geeft de functieaanduiding bedrijfswoning weer.
Afbeelding 2 – Verbeelding vigerend bestemmingsplan (bron: https://www.ruimtelijkeplannen.nl)
Binnen de bestemming ‘Agrarisch’ zijn de gronden bestemd voor agrarisch grondgebruik. Ter plaatse van de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ zijn de gronden tevens bestemd voor de uitoefening van een intensieve veehouderij, waarbij ook activiteiten behorende tot een agrarisch bedrijf zijn toegestaan, met uitzondering van glastuinbouw. Het beoogde maatschappelijke bedrijf van initiatiefnemers is gericht op meerder facetten: coaching van en met honden en paarden, verblijfsrecreatie en het voedselbos. Om dit initiatief mogelijk te maken is derhalve een maatwerkprocedure nodig in de vorm van een partiële herziening van het bestemmingsplan.
1.4 Procedure Het voornemen past niet binnen de bepalingen van het bestemmingsplan. Voor het planvoornemen dient een bestemmingsplan te worden vastgesteld, conform artikel 3.1 eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Blijkens artikel 3.8 Wro is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Dit houdt in dat het ontwerpplan gedurende zes weken voor eenieder ter inzage wordt gelegd. Tijdens deze periode van zes weken kan door belanghebbenden een zienswijze worden ingediend. Gedurende de inzagetermijn liggen de verbeelding, regels en toelichting inclusief bijlagen, ter inzage.
6 Toelichting bestemmingsplan Steegse Peelweg 87a te Veulen
Binnen twaalf weken nadat het ontwerp ter inzage heeft gelegen, moet de gemeente beslissen over de vaststelling van het plan (termijn van goede orde). Hierbij worden eventuele zienswijzen in acht genomen. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld wordt het opnieuw zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze zes weken kunnen belanghebbenden beroep indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als er geen beroep wordt ingesteld, dan is het plan daags na afloop van de beroepsperiode onherroepelijk. Zodra het plan in werking is getreden kunnen, indien van toepassing, de benodigde omgevingsvergunningen voor het beoogde initiatief worden ingediend.
1.5 Leeswijzer In deze toelichting zal nader worden ingegaan op de volgende aspecten, te weten; ▪ Planbeschrijving (hoofdstuk 2); ▪ Het beleidskader (hoofdstuk 3); ▪ De milieuaspecten (hoofdstuk 4); ▪ De juridische planopzet (hoofdstuk 5); ▪ De uitvoerbaarheid van het plan (hoofdstuk 6).
7 Toelichting bestemmingsplan Steegse Peelweg 87a te Veulen
2 Planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt een korte beschrijving gegeven van de bestaande situatie en de beoogde situatie na de voorgenomen ontwikkeling.
2.1 Bestaande situatie Tot op heden was in het plangebied een varkenshouderij gevestigd. De gronden van het plangebied hebben een oppervlakte van ruim 1,2 hectare. Het huidig geldende bouwvlak heeft een oppervlakte van circa 8.000 m2. Op de locatie waren meerdere stalgebouwen aanwezig ten behoeve van de varkenshouderij. Het totale oppervlakte van de stalgebouwen kwam uit op circa 3.550 m2. Tevens is er nog een losstaande loods aanwezig met een oppervlakte van circa 150 m2 aan de voorzijde van het bedrijf. Hieronder is een luchtfoto op het plangebied opgenomen.
Afbeelding 3 – Luchtfoto plangebied (bron: https://www.ruimtelijkeplannen.nl)
De voormalige eigenaar heeft echter deelgenomen aan de Saneringsregeling Varkenshouderij en alle stallen zijn inmiddels verwijderd. Alleen de losstaande loods is behouden gebleven. Het plangebied is dan ook zo goed als leeg aan initiatiefnemers overgedragen.
2.2 Beoogde situatie Initiatiefnemers zijn voornemens om ter plaatse een maatschappelijk bedrijf te vestigen gericht op coaching van en met honden en paarden. Hierbij moet gedacht worden aan gedragstherapie voor honden, interne gedragshabilitatie (honden), coaching met paarden (individueel of groepen) en coachingsweekenden/retraites al dan niet samen met een eigen huisdier (hond of paard). Naar verwachting zullen er maximaal twee coaching sessies per dag plaats vinden. Elk voor één tot drie deelnemers. Daarnaast vindt er gemiddeld één keer in de twee weken een groepssessie plaats voor circa 10 deelnemers. Om dit mogelijk te maken moeten de nodige voorzieningen worden gerealiseerd. De bestaande loods (150 m2) blijft als zodanig in gebruik voor de opslag van werktuigen en materieel voor onderhoud van het perceel. Hier aan
8 Toelichting bestemmingsplan Steegse Peelweg 87a te Veulen
vast wordt een ontvangst- en werkruimte gerealiseerd voor bezoekers (150 m2). Verder wordt er op het perceel een paardenstal incl. bijbehorende voorzieningen (± 350 m2) gerealiseerd voor de eigen hobbypaarden die worden ingezet voor de coaching. Dit betreffen 2 volwassen paarden (K 1.100) en één paard in opfok jonger dan 3 jaar (K 2.100). Voor bezoekers die langer willen blijven op de locatie is er een mogelijkheid tot verblijf in een van de drie recreatieverblijven. Deze zullen worden uitgevoerd in de vorm van een chalet of anderszins van elk maximaal 50 m2 en uitgevoerd in natuurlijke en passende materialen. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van een van de drie camperplaatsen. Er is ook een mogelijkheid voor bezoekers om hun paard mee te nemen en te laten verblijven in het paardenhotel (± 200 m2). Deze wordt direct ten zuiden van de recreatieverblijven opgericht, zodat bezoekers dicht bij hun eigen huisdier zijn. Tevens zijn initiatiefnemers voornemens om op het achterste gedeelte van het plangebied een voedselbos te realiseren in combinatie met paddock paradise zodat de paarden vrij rond kunnen lopen over het terrein. Initiatiefnemers zetten hierbij in op meerdere punten. Voor initiatiefnemers is het belangrijk om een fijne en gezonde woon- en werksfeer te creëren met hun kinderen en dieren. Het voedselbos speelt hier een belangrijke rol in.
Het voedselbos wordt beheert door initiatiefnemers en zal bijdragen aan ecologische verbetering van de grond en lucht. De afzet van het voedselbos wordt verkocht aan de bezoekers, ondernemers of door middel van plukarrangementen en voldoet aan de toenemende vraag naar lokaal geproduceerde producten. Tevens hebben initiatiefnemers het doel om 0 op de meter wonen en werken mogelijk te maken door middel van het gebruik van zonnepanelen, zonnecollectoren en indien haalbaar een warmteopslag in de grond. Om de natuurlijke uitstraling te bevorderen zal, waar haalbaar, gebruik worden gemaakt van natuurlijke of gebruikte materialen voor de bouw van de nodige bebouwing. Om de doorstroom van water te bevorderen is het beoogd om waterdoorlatende bestrating te gebruiken en tevens regenwater op te vangen voor irrigatie en een waterpoel. Dit water kan vervolgens ook in de waterbakken gebruikt worden. Initiatiefnemers wensen bij het bedrijf een bedrijfswoning te ontwikkelen. Deze wordt geplaatst aan de voorzijde van het perceel, waar reeds een bouwvergunning voor een bedrijfswoning is afgegeven. Initiatiefnemers zouden de bedrijfswoning echter graag anders willen uitvoeren. De bedrijfswoning zal volledig gebouwd worden van hout. Het betreft een ecologisch woonconcept en met een zo klein mogelijke voetafdruk. De bedrijfswoning wordt langgerekt en opgebouwd uit één bouwlaag met een kap.
Geplaatst parallel aan de weg. Overeenkomstig met de bestaande woningen in de omgeving. De bedrijfswoning wordt daarnaast gesitueerd op voldoende afstand van de weg, zodat verstoring door wegverkeerslawaai minimaal blijft. Om deze situering mogelijk te maken wordt de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ aangepast. De initiatiefnemers hebben ook de wens om educatieve mogelijkheden te verwezenlijken. Deze educatie is vooral gefocust op de welzijn voor mens, dier en omgeving en doelt op het bevorderen van de binding tussen mens en de natuur. Dit zal plaatsvinden in de ontvangst- en werkruimte aan de voorzijde van de weg. Tevens is het beoogd dat de educatieruimte en de huidige loods dezelfde uitstraling krijgen als de bedrijfswoning. Hierdoor wordt het landschappelijk beeld niet verstoord. Navolgende afbeelding geeft een situatieschets weer van de beoogde situatie.
9 Toelichting bestemmingsplan Steegse Peelweg 87a te Veulen
Afbeelding 4 – Situatieschets beoogde situatie
Om bovenstaande ontwikkeling mogelijk te maken is het beoogd het voorste deel van het perceel te wijzigen in de bestemming ‘Maatschappelijk’ met de nadere aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk - honden- en paardencoaching’. Binnen deze bestemming wordt ook de mogelijkheid vastgelegd voor ondergeschikte recreatieverblijven, het houden van hobbydieren en de verkoop van streekproducten uit het voedselbos. Dit gedeelte van het plangebied heeft een omvang van circa 7.600 m2. Het achterste gedeelte van het perceel behoudt de agrarische bestemming, zodat hier het voedselbos in combinatie met het paddock paradise gerealiseerd kan worden. Landschappelijke inpassing Voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing van het plangebied is een inpassingsplan opgesteld door BNL Advies. Dit inpassingsplan bestaat uit diverse bestaande en nieuw aan te planten landschapselementen: ▪ Gemengde hagen (nieuw) ▪ Landschapsbomen (bestaand) ▪ Landschapsbomen in rij (nieuw) ▪ Houtsingel (bestaand en nieuw) Het volledige landschappelijke inpassingsplan is opgenomen in Bijlage 1. In Afbeelding 5 is een uitsnede van de schets opgenomen. Het gecombineerde voedselbos met het paddock paradise is niet in het inpassingsplan opgenomen, omdat deze naar eigen inzicht zal worden aangeplant en (gedeeltelijk) jaarlijks zal roteren.
10 Toelichting bestemmingsplan Steegse Peelweg 87a te Veulen
Afbeelding 5 – Schets landschappelijk inpassingsplan
11 Toelichting bestemmingsplan Steegse Peelweg 87a te Veulen
3 Beleidskader In dit hoofdstuk wordt voor zover relevant het ruimtelijke beleid voor het plangebied beschreven.
3.1 Rijksbeleid Het beleidskader op nationaal niveau is vervat in de Nationale Omgevingsvisie en de Ladder voor duurzame verstedelijking.
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Het biedt perspectief om grote opgaven aan te pakken, om samen het land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten1, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI. De NOVI staat voor een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Het biedt ruimte voor economische ontwikkeling, mobiliteit, reductie van stikstofemissies, wonen en herstel van biodiversiteit.
De NOVI richt zich op vier prioriteiten; ▪ Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie ▪ Duurzaam economisch groeipotentieel ▪ Sterke en gezonde steden en regio’s ▪ Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Binnen het landelijk gebied stelt de NOVI de volgende beleidskeuzes: ▪ In het landelijk gebied verbeteren we de balans tussen het landgebruik en de omgevingswaarde van bodem, water en lucht; ▪ We beschermen en versterken de biodiversiteit, en benutten ons natuurlijk kapitaal duurzaam; ▪ We realiseren een duurzaam en vitaal landbouw- en voedselsysteem, gebaseerd op kringlopen en natuurinclusiviteit; ▪ Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschap inclusief. Beoogde plannen omvatten een landschappelijk inpassingsplan welke extra landschapskwaliteit toevoegt. Het beoogde voedselbos zorgt ook voor kwaliteitsverbetering in het plangebied. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de omgevingswaarden bodem, water en lucht. Geconcludeerd kan worden dat beoogde plannen aansluiten bij beleidskeuzes van de NOVI.
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
In het geval van stedelijke ontwikkeling dient getoetst te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking conform artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder heeft als doel te komen tot een zorgvuldig ruimtegebruik waarbij goede afwegingen worden gemaakt waar gebouwd mag worden. Daarnaast is de ladder erop gericht om ontwikkelingen die een ruimtelijke impact hebben zoveel mogelijk binnen het bestaande stedelijk gebied op te vangen waardoor verstening van het buitengebied wordt tegengegaan. Het is een toetsingsinstrument dat gevolgd moet worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waardoor een nieuwe Laddersystematiek geldt. De begrippen ‘actuele’ en ‘regionale’ zijn geschrapt en de Ladder bevat geen treden meer. De Ladder is van toepassing op plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken en bepaalt dat de toelichting op dat plan een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling en - indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied - een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Voordat getoetst wordt aan de ladder, moet worden vastgesteld of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling, bedoeld als in artikel 1.1.1 Bro.
Onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: nieuwe bebouwing die een stedelijk karakter heeft zoals woningbouw, realisatie winkelruimte, kantoorpanden, bedrijventerreinen of overige stedelijke functies.
12 Toelichting bestemmingsplan Steegse Peelweg 87a te Veulen
Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling is inhoudelijk open voor interpretatie en dient onder specifieke omstandigheden nader ingevuld te worden. De Raad van State heeft de norm voor een stedelijke ontwikkeling al veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op basis van de jurisprudentie dient voor toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking getoetst te worden aan de volgende vragen: a. Voorziet het besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? Als een vraag positief kan worden beantwoord dient de Ladder verder te worden doorlopen. Wanneer een vraag negatief wordt beantwoord is de Ladder niet (verder) van toepassing. a. Voorziet het besluit in een stedelijke ontwikkeling? Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling hangt af van de aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkeling. Beoordeeld dient te worden of het maatschappelijk bedrijf gericht op coaching van en met honden en paarden i.c.m. verblijfsrecreatie en het voedselbos valt onder één van de genoemde ‘stedelijke ontwikkelingen’ in het Bro.
Verder dient de in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt. Het voedselbos is agrarisch van aard en derhalve per definitie geen stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is in het Bro namelijk gedefinieerd als ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of ander stedelijke voorzieningen’. De coaching van en met honden en paarden i.c.m. de verblijfsrecreatie is ook niet onder een van de categorieën te scharen, behalve mogelijk de categorie ‘andere stedelijke voorzieningen’. Uit de jurisprudentie blijkt dat de volgende functies tevens kunnen worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling: ▪ accommodaties voor maatschappelijke functies zoals een school, zorgcomplex, sportfaciliteiten of een crematorium; ▪ accommodaties voor religie zoals een kerk of moskee; ▪ accommodaties voor cultuur zoals bijvoorbeeld een museum; ▪ accommodaties voor leisure zoals een hotel of bioscoop; ▪ accommodaties voor recreatie. De coaching en educatie van en met honden en paarden i.c.m. verblijfsrecreatie zou kunnen worden gecategoriseerd als ‘accommodatie voor maatschappelijke functies/recreatie’.
Wanneer een bestemmingsplan voorziet in kleinschalige bedrijfsbebouwing, het plandeel met de bedrijfsbestemming beperkt van omvang is en beperkte gebruiksmogelijkheden biedt, voorziet dit plan in zoverre niet in een stedelijke ontwikkeling (uitspraak van 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1442 (Wierden)). Zo kan een ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt als het bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van minder dan 500 m 2. In dit geval krijgt de maatschappelijke bestemming een omvang van circa 7.600 m2. Hierin wordt maximaal 1.000 m2 aan bedrijfsgebouwen (excl. bedrijfswoning) toegestaan. In totaal komt dit dus uit op een ruimtebeslag van meer dan 500 m2. Gezien de aard en omvang van het initiatief kan dus worden geconcludeerd dat er hier sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Dat betekent dat verder wordt getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. b. Voorziet het besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Om te bepalen of met de stedelijke ontwikkeling ook sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden beoordeeld of er een nieuw of groter beslag op de ruimte is. Of te wel, maakt het ruimtelijk besluit meer bebouwing mogelijk dan het geldende omgevingsplan toestaat.
Van belang is dus welke planologisch beslag op de ruimte het initiatief mogelijk maakt in vergelijking met het vorige plan. In de bestaande situatie is binnen het plangebied een bouwvlak van circa 8.000 m 2, dat volledig mag worden bebouwd ten behoeve van een intensieve veehouderij. Tot voor kort was er ter plaatse ook 3.550 m2 aan stalgebouwen ten behoeve van de varkenshouderij aanwezig. Tevens ligt er een vergunning voor het bouwen van een bedrijfswoning. In de beoogde situatie wordt de maatschappelijke bestemming teruggebracht tot 7.600 m 2. Hierbinnen wordt maximaal 1.000 m2 aan bedrijfsgebouwen (excl. bedrijfswoning) toegestaan. Er kan dus worden
13 Toelichting bestemmingsplan Steegse Peelweg 87a te Veulen
geconcludeerd dat, ten opzichte van het vigerende planologische regime, het initiatief gebruik maakt van een beperkter planologisch beslag op de ruimte. Conclusie Uit de toetsing aan de Ladder kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Laddertoets hoeft niet verder doorlopen te worden.
3.2 Provinciaal beleid Het beleidskader van de provincie Limburg is vervat in de Provinciale Omgevingsvisie Limburg. In procedure is de Ontwerp wijzigingsverordening Limburg 2014. Het plan wordt hier in navolgende paragrafen aan getoetst.
3.2.1
Provinciale Omgevingsvisie Limburg
Het ruimtelijk beleid van de provincie is vastgelegd in de Provinciale Omgevingsvisie Limburg (Pol). Dit plan vervangt het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014). In dit plan staan de ruimtelijke afwegingen voor de toekomst van de provincie, met nadruk om het toekomstbeeld voor 2030-2050. De thema’s wonen, werken, recreatie en natuur komen aan bod. Gezien de verschillen tussen de gebieden in Limburg groot zijn, zijn de ‘Regiovisies Noord- en Midden-Limburg’ en de ‘Regiovisie Zuid’ opgesteld. Hier gelden verschillende kernkwaliteiten, doelstellingen, opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden. De omgevingsvisie omschrijft deze zaken vanuit het provinciaal belang. Verdere gedetailleerde uitwerkingen vinden plaats in gemeentelijke structuurvisies en bestemmingsplannen. De provincie heeft drie hoofdopgaven: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonden en veilige leefomgeving a. in stedelijk c.q. bebouwd gebied b. in landelijk gebied 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouw-transitie; 3. Klimaatadaptatie en energietransitie. De omgevingswet gaat uit van het zoeken naar de balans tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving waarin we leven, wonen, werken, leren en onze vrije tijd besteden. De Omgevingsvisie is geen blauwdruk voor de toekomst. Bij (nieuwe) ontwikkelingen kunnen er nog keuzes worden gemaakt.
Daarbij wordt er gekozen voor maatwerk en wordt er rekening gehouden met het karakter en mogelijkheden van een gebied en de afweging van belangen op lokale schaal. Als er afwegingen worden gemaakt, wordt dat gedaan op basis van onderstaande Limburgse principes: ▪ Een inclusieve, gezonde en veilige samenleving; ▪ De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal; ▪ Meer stad, meer land; ▪ Zorgvuldig omgaan met onze ruimte en voorraden bovengronds én ondergronds; ▪ Procesmatige uitgangspunten: ▪ de maatschappelijke opgaven en kansen staan centraal; ▪ (grensoverschrijdende) samenwerking, participatie en eigenaarschap; ▪ gebiedsgericht werken; ▪ adaptief werken aan de opgaven; ▪ werken als één overheid. Deze principes sluiten aan bij de afwegingsprincipes uit de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en bij de Duurzame Ontwikkelingsdoelen die de Verenigde Naties in 2015 hebben vastgesteld. Het toekomstbeeld voor Limburg kan worden gevangen in een indicatieve zonering. Die zonering bouwt voort op de ‘tijdloze’ karakteristiek van de ondergrond; de geomorfologie en het watersysteem en de typering en ontwikkeling van het ruimte- gebruik in deelgebieden binnen Limburg in de afgelopen decennia. Het geformuleerde beleid in deze Omgevingsvisie leidt niet tot aanpassingen van de begrenzing in de bestaande indicatieve kaartbeelden.
De begrenzingen van de zoneringen en andere werkingsgebieden die voortkomen uit de Limburgse principes en de uitwerkingen in de thema’s in deze Omgevingsvisie, zullen verankerd worden in het kaartmateriaal behorende bij de Omgevingsverordening Limburg. Het landelijke gebied kan worden onderverdeeld in 3 categorieën: ▪ Groenblauwe mantel ▪ Natuurnetwerk Limburg (inclusief Natura 2000-gebied)
14 Toelichting bestemmingsplan Steegse Peelweg 87a te Veulen
▪
Buitengebied
Na de vaststelling van de Omgevingsverordening Limburg 2021, zie volgende paragraaf, kunnen de kaartbeelden van de zonering in de Omgevingsverordening Limburg 2021 ter ondersteuning van de Omgevingsvisie gebruikt worden. Het plangebied is gelegen in het landelijk gebied binnen de aanduidingen ‘Buitengebied’ en ‘Groenblauwe mantel’. Navolgende afbeelding geeft een uitsnede van de Ontwerp Omgevingsverordening Limburg 2021 weer.
Afbeelding 6 – Uitsnede Ontwerp Omgevingsverordening Limburg 2021
Het type ‘Buitengebied’ is een land- en tuinbouwzone primair gericht op agrarische bedrijfsvoering. De land- en tuinbouw in Limburg is een innovatieve sector met economisch gezonde bedrijven en vooruitstrevende ondernemers, die duurzaam produceren en midden in de samenleving staan. De provincie streeft ernaar dat in 2025 elk land- en tuinbouwbedrijf een lust is voor zijn omgeving. Voor de sector liggen er de volgende opgave: ▪ Als onderdeel van duurzame productie worden de emissies naar lucht, water en bodem teruggedrongen. In het bijzonder van ammoniak, geur, fijnstof, nitraat en gewasbeschermingsmiddelen; ▪ Ruimte bieden aan doorgroei van bestaande land- en tuinbouwbedrijven, in een goede balans met omgevingswaarden; ▪ Ruimte bieden voor de vestiging van nieuwe bedrijven; bij intensieve veehouderij- en glastuinbouwbedrijven focussen we daarbij op (een beperkt aantal) daarvoor geschikte locaties in het landelijk gebied; ▪ Een perspectief bieden voor de ontwikkeling van agglomeratielandbouw op daarvoor geschikte locaties; ▪ Kwaliteitsslag in het landelijk gebied voor verduurzaming van bestaande agrarische bedrijven, hergebruik van leegkomende (beeldbepalende) gebouwen en sloop van de leegkomende bebouwing waar geen passend alternatief voor aanwezig is. Het type ‘groenblauwe mantel’ bestaat uit het Maasdal, de beekdalen en steilere hellingen.
Voorheen werden deze gebieden aangeduid als bronsgroene landschapszone en zilvergroene natuurzone. Op veel plekken zijn in de rivier- en beekdalen in de loop der tijd steden en dorpen tot ontwikkeling gekomen. Die bebouwde gebieden maken geen deel uit van de groenblauwe mantel, maar staan er wel mee in verband. De kernkwaliteiten in de groenblauwe mantel zijn: ▪ het groene karakter; ▪ het visueel-ruimtelijk karakter; ▪ het cultuurhistorisch erfgoed; ▪ het reliëf; ▪ ruime voor water en waterberging in de laagten en beekdalen.
15 Toelichting bestemmingsplan Steegse Peelweg 87a te Veulen
3.2.2
Omgevingsverordening Limburg
De Omgevingsverordening Limburg is de juridische en planologische doorvertaling van de Provinciale Omgevingsvergunning Limburg. Hierin zijn regels opgenomen die bepaald zijn door de beleidskeuzes uit de Provinciale Omgevingsvergunning Limburg. In deze Omgevingsverordening zijn de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening opgenomen en zijn deze tevens in de regels door vertaald. De laatste geconsolideerde versie ‘Omgevingsverordening Limburg 2014’ is van 22 november 2019. De ‘Ontwerp Omgevingsverordening Limburg’ is gepubliceerd op 25 maart 2021. Daarnaast worden in de Ontwerp wijzigingsverordening Limburg 2014 eisen gesteld aan de risico’s en gevolgen van klimaatadaptie van een plan. De Omgevingsverordening Limburg is opgedeeld in 3 thema’s: ▪ Ruimte: Belangrijk toetsingsaspect is de duurzame verstedelijking. ▪ Natuur: De locatie ligt niet in een van de beschermingsgebieden. ▪ Water: Belangrijk is de opvang van hemelwater. Het initiatief omvat het herbestemmen van een intensieve veehouderij tot maatschappelijk bedrijf gericht op coaching van en met honden en paarden i.c.m. verblijfsrecreatie en een voedselbos. Het initiatief valt aan te merken als een doorontwikkeling van een (vrijkomend) agrarisch bedrijf, waaraan binnen het gebiedstype ‘landelijk gebied’ de ruimte wordt geboden.
Er wordt een bestaande varkenshouderij gesaneerd waardoor de uitstoot van het plangebied beduidend zal afnemen. Het beoogde bedrijf is gericht op een natuurlijke en diervriendelijke uitstraling door de vrije uitloop van paarden en de ontwikkeling van een voedselbos. Tevens richt het bedrijf zich op educatie en coaching om de binding tussen mens, dier en natuur te bevorderen. Het provinciale beleid biedt tevens ruimte voor de vestiging van nieuwe bedrijven in het buitengebied. Het bedrijf richt zich op het houden van dieren in combinatie met coaching en educatie, de verkoop van eigen geproduceerde producten en verblijfsrecreatie waardoor het passend is in het buitengebied. Door de saneringsregeling wordt de bestaande varkensstal gesaneerd en wordt er nieuwe bebouwing ontwikkeld ten behoeve van het maatschappelijke bedrijf. Hierdoor wordt leegkomende bebouwing waar geen passend alternatief voor aanwezig is gesloopt. Dit is ook passend bij het provinciale beleid. Het initiatief zet zich in voor een duurzame en natuurvriendelijke omgeving. Het provinciale beleid beschrijft het belang van de opvang van hemelwater. Initiatiefnemers zijn beoogd om regenwater op te vangen in de vijver en de waterpoel. Indien haalbaar zijn initiatiefnemers ook voornemens om het hemelwater te hergebruiken binnen het bedrijf, bijvoorbeeld voor het doorspoelen van de toiletten.
Klimaatrisico’s Op grond van de Ontwerp wijzigingsverordening Limburg 2014 wordt in dit plan onderzocht in hoeverre de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onderhevig is aan risico’s en gevolgen van klimaatverandering. De Atlas Leefomgeving biedt informatie over de kwaliteit van de Nederlandse leefomgeving. Het gaat om milieuthema's die van invloed zijn op onze lichamelijke en geestelijke gezondheid. Onderwerpen zijn onder andere luchtkwaliteit, waterkwaliteit en veiligheid. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de provincies zijn de opdrachtgevers van de Atlas Leefomgeving. Rijkswaterstaat en het RIVM voeren deze opdracht uit. Op dit moment zijn er 17 kaarten over klimaatverandering beschikbaar. Met behulp van de kaart ‘kwetsbare buurten voor klimaatrisico’s’ is getoetst in hoeverre voor het plangebied klimaatrisico’s aanwezig zijn. Onderstaande afbeelding geeft een indicatie van de klimaatrisico’s ter plaatse van het plangebied. Daaruit blijkt dat het plangebied niet in een kwetsbare buurt ligt.
16 Toelichting bestemmingsplan Steegse Peelweg 87a te Veulen
Afbeelding 7: Uitsnede Kaart Atlas klimaatrisico’s (Bron:www.atlasleefomgeving.nl/kaarten)
Ondanks het feit dat het plangebied niet in een kwetsbare buurt voor klimaatrisico’s ligt zijn er enkele maatregelen genomen om de risico’s en gevolgen van klimaatverandering te voorkomen of te beperken. De nieuwe bebouwing heeft een aanzienlijk kleiner oppervlak dan de gesaneerde varkensboerderij met een bebouwd oppervlakte van circa 3.550 m2. Daarnaast voorziet de beoogde ontwikkeling in het aanleggen van een voedselbos en een waterpoel waarin de beoogde bebouwing wordt afgekoppeld. Het initiatief heeft dus een positief effect op de waterhuishoudkundige situatie in het plangebied. Risico’s van wateroverlast en oververhitting worden hierdoor verminderd. Bovendien is het risico op overstroming minimaal omdat het plangebied niet in de buurt van een rivier ligt. De dichtstbijzijnde rivier de Maas loopt op een afstand van minimaal 12 km.
3.3 Hierdoor sluiten beoogde plannen, naast de geldende voorwaarden uit art. 3.7.16 van het vigerend bestemmingsplan, ook aan bij de toelichting van het provinciale beleid. Het plan wordt landschappelijk ingepast waardoor sprake is van een verdere kwaliteitsverbetering van de omgeving. Derhalve past de beoogde ontwikkeling binnen het POL2014 en omgevingsverordening Limburg 2014.Gemeentelijk
beleid Het relevante gemeentelijke beleid is vervat in de Omgevingsvisie Venray, de Structuurvisie Bijdrage Ruimtelijke Ordening en het bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010’.
3.3.1
Omgevingsvisie Venray
Binnen de Gemeente Venray is de Omgevingsvisie Venray van toepassing, vastgesteld op 02-11-2021. In de omgevingsvisie wordt beschreven voor welke uitdagingen de Gemeente Venray staat en waar de gemeente naar toe wil in de toekomst. De omgevingsvisie vormt de ruimtelijke vertaling van de strategische visie: onze Toekomstvisie 2030 ‘Venray loopt voorop’. De belangrijke waarden van Venray moeten beschermt en versterkt worden. De aankomende jaren wordt hier volop op ingezet. Er wordt daarbij rekening gehouden met verschillende opgaven zoals klimaatverandering, de energietransitie en de woningbouw om het woningtekort op te lossen. Dit wordt uitgevoerd aan de hand van vastgestelde ambities. Het plangebied is gelegen binnen aanduiding ‘agrarische gebieden’. Navolgende afbeelding geeft het plangebied weer.
17 Toelichting bestemmingsplan Steegse Peelweg 87a te Veulen
Afbeelding 8 – Uitsnede Omgevingsvisie Venray
Het agrarische gebied is volop in ontwikkeling. Er spelen diverse onderwerpen in het agrarisch gebied zoals grootschalige agrarische bedrijvigheid, leegstand en ruimteclaims vanuit de energietransitie en klimaatverandering. Ook spelen er maatschappelijk discussies over voedselproductie, grondgebruik en biodiversiteit. Het doel is het toekomstbestendig maken van het agrarische landschap. Veiligheid en gezondheid zijn belangrijke pijlers hierin. Een gezonder woonklimaat realiseren we door het wonen beter te scheiden van veehouderijen. Voor een agrarisch gebied in evenwicht, waar toekomstige generaties in schone lucht kunnen genieten en recreëren. In het toekomstige agrarisch gebied zijn de functies tussen wonen en intensieve veehouderij meer gescheiden. In de kernrandzones en woonclusters wonen we met minder geuroverlast. In het overig agrarische gebied ligt de nadruk op landbouw. Deze gebiedsgerichte benadering zorgt voor een juiste balans tussen wonen, recreatie en veehouderij in het agrarisch gebied. Van verrommeling in het agrarisch gebied is steeds minder sprake. Afhankelijk van het gebied wordt ingezet op sloop van leegstaande agrarische bedrijven of op hergebruik van andere functies zoals kleinschalige niet-agrarische bedrijven en ook recreatieve en maatschappelijke functies. Er is meer ruimte voor de natuur.
Uit voorgaande kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling perfect aansluit bij de gewenste ontwikkelingsrichting conform de omgevingsvisie. Het saneren van de intensieve veehouderij en de ontwikkeling van een maatschappelijk bedrijf gericht op coaching van en met honden en paarden i.c.m. verblijfsrecreatie en een voedselbos sluit duidelijk aan bij de toekomstvisie van de Gemeente Venray en heeft een positief effect op het landelijk gebied. Doordat de locatie landschappelijk wordt ingepast worden de waarden die typerend zijn voor het landschap juist versterkt.
3.3.2
Structuurvisie Bijdrage Ruimtelijke Ordening
Bij de implementatie van de grondexploitatiewet in Venray heeft het college van burgemeester en wethouders besloten om naast het kostenverhaal twee bijdragen te vragen: 1. bijdrage aan bovenwijkse voorzieningen; 2. bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen. In artikel 6.24 van de grondexploitatiewet is vervat dat een bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen zijn basis moet vinden in een vastgestelde structuurvisie. De gemeente Venray heeft deze bijdragen uitgewerkt in de Structuurvisie Bijdragen Ruimtelijke Ordening, aldus vastgesteld d.d. 20 december 2011. Het kwaliteitsbeleid dat hierin is vastgelegd is gebaseerd op de gedachte dat ruimtelijke ontwikkelingen (bouwactiviteiten) leiden tot verlies aan ruimtelijke kwaliteit en dat dit verlies moet worden gecompenseerd. Achterliggend doel is het behoud en waar mogelijk versterking van de (groene) kwaliteiten van zowel het buitengebied als het stedelijk gebied. Voor wat betreft het buitengebied – waarin de landbouw, de natuur en recreatie een hoofdplaats hebben – vindt de gemeente Venray het belangrijk dat het vitaal en aantrekkelijk blijft. Het beleid moet ertoe leiden dat het buitengebied landschappelijk en ecologisch waardevoller wordt en daardoor gelijkertijd ook meer kwaliteit te bieden heeft voor mens, plant en dier.
Tegelijkertijd zit het buitengebied niet ‘op slot’: er wordt ruimte geboden aan nieuwe en/of uitbreiding van bestaande economische functies.
18 Toelichting bestemmingsplan Steegse Peelweg 87a te Veulen
De vraag of een bepaalde ontwikkeling wel/niet gewenst is op een bepaalde plek, wordt allereerst bepaald door een zorgvuldige planologische afweging. Hierbij wordt tevens onderscheid gemaakt in gebiedseigen en nietgebiedseigen ontwikkelingen. Gebiedseigen ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die qua functie en verschijningsvorm passen in de omgeving. Het hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) voor een niet-agrarisch of recreatiebedrijf is rechtstreeks gericht op het behoud van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Een aanvullende bijdrage voor de ruimtelijke ontwikkeling is in dat geval niet aan de orde. Wel dient te allen tijde te worden gezorgd voor een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing in de omgeving. Het initiatief omvat het herbestemmen van een intensieve veehouderij tot maatschappelijk bedrijf gericht op coaching van en met honden en paarden i.c.m. verblijfsrecreatie en een voedselbos. Het initiatief valt aan te merken als een doorontwikkeling van een (vrijkomend) agrarisch bedrijf, waaraan binnen het gebiedstype ‘landelijk gebied’ de ruimte wordt geboden. Er wordt een bestaande varkenshouderij gesaneerd waardoor de uitstoot van het plangebied beduidend zal afnemen. Het beoogde bedrijf is gericht op een natuurlijke en diervriendelijke uitstraling door de vrije uitloop van paarden en de ontwikkeling van een voedselbos.
Het bouwvlak wordt met het initiatief niet vergroot en de bebouwingsmogelijkheden worden vastgelegd. Tevens wordt het plangebied zorgvuldig landschappelijk ingepast. Hiertoe is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, zoals reeds beschreven in paragraaf 2.2. Daarnaast valt dit initiatief ook aan te merken als ontwikkeling van overige (gebouwde) functies. Voor maatschappelijke functies (zoals een brandweerkazerne) geldt dat hiervoor geen bijdrage Ruimtelijke ontwikkeling is vereist. Dit is wel het geval bij overige commerciële functies zoals detailhandel, kantoren/zakelijke dienstverlening en commerciële vormen van zorg. De coaching van en met honden en paarden valt onder commerciële vorm van zorg. Hiervoor wordt in het buitengebied naast een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing een bijdrage Ruimtelijke ontwikkeling gevraagd van € 50,- per m2 bedrijfsvloeroppervlak. De in het plan maximale mogelijke vloeroppervlakte voor bedrijfsgebouwen is 1000 m2. Daarmee komt de gevraagde bijdrage voor het initiatief op een bedrag van€ 50.000,-. De tegenprestatie dient zo veel mogelijk ter plaatse en/of in de nabijheid van de ingreep plaats te vinden. In het bestemmingsplan “Buitengebied Venray 2010” is voorzien in een sloopregeling voor de functies landbouw, recreatie, bedrijven en wonen.
Door de gemeente is toegezegd dat de sloop van de stallen mag worden ingezet in het kader van de sloopregeling van het bestemmingsplan. Als sloopkosten wordt € 40,-- per m2 gehanteerd. Er is sprake van sloop van totaal 3.550 m2 stallen. De sloopkosten zijn in totaal € 142.000,-. Daarmee wordt voldaan aan de bijdrage Ruimtelijke ontwikkeling. Het initiatief is rechtstreeks gericht op een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Het initiatief is hiermee passend binnen de structuurvisie. Een aanvullende bijdrage voor de ruimtelijke kwaliteit is niet aan de orde.
3.3.3
Bestemmingsplan
In paragraaf 1.3 van deze toelichting is het vigerende bestemmingsplan dat op het plangebied van toepassing is toegelicht. Binnen dit vigerende bestemmingsplan zijn geen afwijkings- en/of wijzigingsbevoegdheden om alle facetten van het gewenste maatschappelijke bedrijf, gericht op coaching van en met honden en paarden i.c.m. verblijfsrecreatie en een voedselbos, mogelijk te maken. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken wordt derhalve een maatwerkprocedure in de vorm van een partiële herziening van het bestemmingsplan doorlopen. Hiermee wordt het voorste deel van het perceel gewijzigd in de bestemming ‘Maatschappelijk’ met de nadere aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk honden- en paardencoaching’. Binnen deze bestemming wordt ook de mogelijkheid vastgelegd voor ondergeschikte recreatieverblijven, het houden van hobbydieren en de verkoop van streekproducten uit het voedselbos. Dit gedeelte van het plangebied heeft een omvang van circa 7.600 m2. Het achterste gedeelte van het perceel behoudt de agrarische bestemming, zodat hier het voedselbos in combinatie met het paddock paradise gerealiseerd kan worden. Tevens wordt de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ aangepast.
19 Toelichting bestemmingsplan Steegse Peelweg 87a te Veulen
4 Omgevingsaspecten In dit hoofdstuk worden alle relevante omgevingsaspecten benoemd. Doel van dit hoofdstuk is om aan te tonen dat de ontwikkeling past binnen een goede ruimtelijke ordening, een goed woon- en leefklimaat en de ontwikkeling wordt getoetst aan milieutechnische aspecten.
4.1 Waterparagraaf Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient er op basis van Europees beleid, Rijksbeleid en provinciaal beleid rekening gehouden te worden met de aanwezige watersystemen en waterketens. Het waarborgen en zorgdragen voor een goede afvoer en doorstroming van water moet verplicht opgenomen worden in ieder plan. Derhalve moet ieder plan voorzien zijn van een waterparagraaf. Rijksbeleid Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is van toepassing. In dit plan is het waterbeleid op hoofdlijnen omschreven en zijn de ruimtelijke aspecten die de doelstellingen die hieruit voorkomen opgenomen. Het Rijksbeleid richt zich met name op de waterveiligheid t.a.v. de grote rivieren; de Maas, Waal en Rijn en de kustlijn, de omgang met zoetwatergebieden, de algemene waterkwaliteit en grote watergebieden zoals Rijn-Maas delta, IJsselmeer gebied etc. De beoogde ontwikkelingen zijn van dermate kleine omvang dat het rijksbeleid geen gevolgen dan wel consequenties heeft voor het beoogde plan. Provinciaal waterplan Provinciale Staten van Limburg hebben op 17 december 2021 het Provinciaal Waterprogramma 2022-2027 vastgesteld. Het Provinciaal Waterprogramma is een uitwerking van de Omgevingsvisie Limburg en bevat de doelstellingen die de provincie de komende planperiode samen met hun partners willen bereiken op het gebied van water.
Centraal staat hierbij het realiseren van een duurzaam, robuust en ecologisch gezond watersysteem dat kan omgaan met wateroverlast en droogte en dat voorziet in voldoende water van goede kwaliteit. Het plangebied is niet gelegen binnen één van de natte natuurparels. De doelstellingen en uitgangspunten hiervoor hebben geen gevolgen van dit plan. Waterschap Limburg Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 8 december 2021 vastgesteld door de Algemeen besturen van waterschap Roer en Overmaas en Waterschap Peel en Maasvallei. Met het waterbeheerprogramma geeft Waterschap Limburg richting aan de waterbeheer in de periode 2022-2027. Het programma geeft invulling aan het bestuursprogramma uit 2019 en de meerjarenbegroting waarin de koets voor de periode 2021-2025 is uitgezet. Een veranderende wereld vraagt om een nieuwe aanpak en om een innovatief en dynamisch waterschap dat meebeweegt met nieuwe ontwikkelingen en dat technieken en werkwijzen aanpast aan de omstandigheden.
Ten aanzien van het plan dienen de volgende vier doelstellingen in acht te worden genomen: ▪ Hoogwaterbescherming Maasvallei: bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas; ▪ Klimaatadaptatie: balans tussen water afvoeren én water vasthouden; ▪ Waterkwaliteit en ecologie: het water is schoon en wateren zijn natuurlijk ingericht; ▪ Zuiveren en waterketen: zuiveren rioolwater en grondstoffen terugwinnen en gebruiken. Legger Een legger is een door het waterschap vastgesteld register en geeft een overzicht van: ▪ Alle aanwezige waterlopen (sloten) en waterkeringen (dijken) inclusief kunstwerken; ▪ Wie verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van sloten en kunstwerken. Dat betekent dat het gaat om de beheertaken en onderhoudsplichten van het waterschap en om de onderhoudsplichten van derden waarop het waterschap toezicht uitoefent; ▪ Waar de beschermingszone ligt, die noodzakelijk zijn voor het waterschap om haar beheerstaken te kunnen uitvoeren. Op deze beschermingszone zijn verbodsbepalingen, volgens de keur, van toepassing zijn. Ook is de legger een naslagwerk ten aanzien van waterstaatswerken. In navolgende afbeelding is een uitsnede opgenomen uit de Leggerkaart van Waterschap Limburg. De dichtstbijzijnde watergang in de omgeving is gelegen op circa 165 meter ten zuidwesten van het plangebied. Dit betreft een primaire watergang.
De afstand van de planlocatie tot deze primaire waterlopen is voldoende, de beoogde ontwikkeling ligt namelijk niet in het profiel van de vrije ruimte of beschermingszones, waardoor het planvoornemen geen invloed heeft op de watergang.
20 Toelichting bestemmingsplan Steegse Peelweg 87a te Veulen
Afbeelding 9 – Uitsnede leggerkaart Waterschap Limburg
Keur Waterschap Limburg De Keur is in maart 2019 vastgesteld als uitwerking van de Keur van voorgaande Waterschappen Peel en Maasvallei en Roer en Overmaas. De Keur stelt regels t.a.v. de inrichting, het gebruik, beheer en onderhoud en overige werkzaamheden aan rivieren, berken, sloten, grondwater en waterkeringen. Deze regels gelden zowel voor stromen die eigendom zijn van het Waterschap als stromen die in eigendom zijn van derden. De voorschriften in de Keur geven aan wat wel en niet mag en welke plichten er zijn. Denk aan activiteiten zoals het lozen in oppervlaktewater, het onttrekken van grondwater, het dempen van een sloot of het plaatsen van een duiker of brug. Beoogde waterhuishoudkundige situatie Er is sprake van een afname van bebouwd oppervlakte door de sanering van de varkenshouderij. In de beoogde waterhuishoudkundige situatie wordt het bedrijfsafvalwater van huishoudelijk aard geloosd op het gemeentelijk riool. Huishoudelijk afvalwater van de bedrijfswoning, het sanitair water uit de bedrijfsgebouwen en de recreatieverblijven worden ook hierop geloosd. Voor het overige geldt dat er enkel niet-verontreinigd hemelwater geloosd zal gaan worden. Dit hemelwater is afkomst van regenwater dat op de daken en erfverharding valt. Gemiddeld valt er jaarlijks 0,8 m3 nietverontreinigd hemelwater per m2 verhard oppervlak.
Dit hemelwater wordt onder afschot van daken en erfverharding afgevoerd op de omliggende eigen gronden. Er vinden geen bijzondere activiteiten plaats die ertoe leiden dat er stoffen in aanraking kunnen komen met het hemelwater. Het niet-verontreinigde water kan dus zonder problemen worden afgevoerd op de omliggende eigen perceelgronden. Zoals aangegeven is waterschap Limburg de beheerder van de kwaliteit en kwantiteit van het grond- en oppervlaktewater binnen het plangebied. De beoogde ontwikkeling voorziet in kleinschalige oprichting van nieuwe bebouwing. Dit is echter veel minder dan de gesaneerde varkenshouderij met een bebouwd oppervlakte van circa 3.550 m2. Hierdoor neemt de oppervlakte van verhard oppervlak niet toe en is een retentievoorziening niet nodig. Desalniettemin zal als onderdeel van het voedselbos en het paddock paradise een waterpoel worden aangelegd waarin de beoogde bebouwing wordt afgekoppeld. Het initiatief heeft dus een positief effect op de waterhuishoudkundige situatie in het plangebied.
4.2 Bodem De Wet bodembescherming (Wbb) stelt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen de kwaliteit, maar ook verdachte plekken van de bodem inclusief het grondwater in kaart dienen te worden gebracht in het kader van een goede
21 Toelichting bestemmingsplan Steegse Peelweg 87a te Veulen
ruimtelijke ordening. De Wbb is op 1 januari 1987 in werking getreden en wordt door vertaald in diverse besluiten en regelingen en vervolgens op gemeentelijk niveau in de bestemmingsplannen. Uitgangspunt is dat de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige én toekomstige gebruik van die bodem. De bodemkwaliteit als gevolg van eventueel aanwezige bodemverontreiniging mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren. Indien de bodemkwaliteit (humane) risico’s met zich mee brengt of er sprake is van een spoedeisend geval van bodemverontreiniging kan de ontwikkeling voor bepaalde nieuwe functies geen doorgang vinden tot de risico’s zijn beheerst of weggenomen door sanering. Om de bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied inzichtelijk te maken zijn een vooronderzoek volgens de NEN 5725 en een bodemonderzoek conform de NEN 5740 uitgevoerd door M&A Bodem & Asbest B.V., zie Bijlage 2. Na uitvoering van het vooronderzoek kon de hypothese "onverdachte locatie" worden gesteld. Met de onderzoeksstrategie voor “onverdachte locaties” werden 22 boringen op de locatie verricht. Hiervan zijn monsters van de bovengrond genomen. Vijf van de boringen zijn doorgezet tot 2,0 m-mv. Zintuiglijk werden geen bijmengingen met bodemvreemde materialen aangetroffen in de grond.
Er zijn geen afwijkingen in geur en / of kleur geconstateerd in de grondmonsters. Vervolgens zijn zeven mengmonsters samengesteld, te weten vier van de bovengrond en drie van de ondergrond. Ook zijn een week eerder drie peilbuizen geplaatst, waaruit watermonsters werden genomen. De grondwaterspiegel werd op ca. 2,7 tot 2,9 meter minus maaiveld aangetroffen. Na analyse van de grondmonsters en de grondwatermonsters bleek dat : ▪ in een gedeelte van de bovengrond de achtergrondwaarden (AW) voor cadmium of PCB’s worden overschreden; ▪ in een gedeelte van de ondergrond de AW voor zink of PCB’s worden overschreden; ▪ het grondwater licht verontreinigd is met barium, cadmium, nikkel en/ofzink, alsmede stroomafwaarts sterk verontreinigd is met nikkel. De verhogingen met zware metalen in de grond en het grondwater zijn te relateren aan de regionale problematiek m.b.t. zware metalen in de bodem. Formeel gezien is een nader onderzoek noodzakelijk naar de verspreiding van nikkel in het grondwater. Gezien de grootte van de regionale problematiek m.b.t. zware metalen in de bodem, zal een nader onderzoek geen nieuwe relevante informatie opleveren. Daarom is ons inziens een nader onderzoek niet noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat er geen belemmeringen zijn ten aanzien van het gewenste gebruik van de locatie uit oogpunt van de bodemkwaliteit.
4.3 Cultuurhistorie en Archeologie De zorg voor archeologische monumenten wordt geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is wettelijk bepaald dat gemeenten in nieuwe bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. De rijksoverheid wil dat er in de monumentenzorg ook aandacht is voor de omgeving waarin het monument staat. Hierbij is het belangrijk dat er niet alleen aandacht voor het monument zelf is, maar ook voor de omgeving. De uitvoering hiervan is vastgelegd in de Momo (modernisering monumentenzorg). Belangrijkste punt uit de Momo voor dit plan is dat er bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden moet worden met de aanwezige cultuurhistorische waarden en monumenten in de directe nabijheid van het plangebied.
4.3.1
Cultuurhistorie
Op basis van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburgwordt geconcludeerd dat er binnen het plangebied en in de directe omgeving geen zwaarwegende cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. De bestaande bebouwing heeft geen cultuurhistorische waarden. Enkele landschapsvormen over een groter gebied zijn aangewezen als cultuurhistorisch kenmerk. Het plan laat de landschappelijke karakteristiek in groter verband ongemoeid, waarmee aantasting van cultuurhistorische waarden is uitgesloten.
22 Toelichting bestemmingsplan Steegse Peelweg 87a te Veulen
4.3.2
Archeologie
Gemeenten hebben de wettelijke taak om verantwoord om te gaan met het archeologisch erfgoed (zorgplicht). De gemeente Venray heeft hiervoor een beleidsplan opgesteld, dat is overgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010’. In hoofdlijnen komt het erop neer dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is in gebieden met een middelhoge en hoge verwachtingswaarde en in gebieden met archeologische resten. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010’ is voor het grootste gedeelte van het plangebied geen dubbelbestemming , gericht op het aspect ‘archeologie’. Er is dan ook sprake van een lage verwachtingswaarde. Alleen het uiterst zuidelijke puntje van het plangebied heeft de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ toegekend gekregen. Uit bijbehorende regels blijkt dat daar, zonder een vergunning met aanvullend onderzoek, geen gebouwen of bouwwerken mogen worden gerealiseerd met een diepte van meer dan 50 centimeter, bij een oppervlakte van meer dan 2.500 m2. De gronden met deze archeologische dubbelbestemming zijn volledig binnen de bestemming ‘Groen’ gelegen, waar geen bebouwing mogelijk wordt gemaakt. Hieruit kan worden geconcludeerd dat (potentieel) aanwezige archeologische waarden met het initiatief niet onevenredige zijn of zullen worden geschaad. Voor de herbestemming en ontwikkeling van de locatie is dan ook geen archeologische onderzoek noodzakelijk.