CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Oirlo-Leunen

Gemeenteraad 11 mei 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Wensen en bedenkingen Zonnepark Oirlo - Leunen27.439 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Uitgevoerd in een dekkende kleurstelling; - De zonnepanelen worden op het veld aangebracht, deze zijn in de toekomst gemakkelijk te verwijderen; - Eén opstelrichting zuid georiënteerd, haaks op de Beemdweg; - Eén gelijke hoogte van in beginsel 1.70m hoog; - Afstand tussen omheining en stellingen (onderhoudspad) is ca. 3 meter;

3

Kader voor opwekking duurzame energie (KODE) – september 2019

P03221 Landschappelijke inpassing Zonnepark Oirlo-Leunen Gemeente Venray 10

-

Functiecombinatie door het vrijhouden van groenstroken natuurlijk en extensief beheerd. Zowel tussen als aan de randen voorzien; Permanente onderhoudspaden worden niet aangelegd, bij de aanleg wordt gebruik gemaakt van rijplaten.

Meerwaarde Gezien de ligging van het plangebied op de overgang van natte naar wat drogere omstandigheden en grenzend aan Goudgroene Natuurzone is er voor gekozen om gedurende de exploitatie van het plan een luwe plek te maken t.b.v. de lokale biodiversiteit. Zo wordt de ontbrekende schakel beoogd tussen de Leunse Paes en de het bosgebied. We spelen hiermee in op de enorme afname van insecten die in ons land de laatste jaren doorzet. Al in 2018 is door Natuurmonumenten onafhankelijk onderzoek4 uitgevoerd waaruit blijkt dat er meer ruimte voor natuur in onze landbouwgebieden nodig is. Zonneparken bieden door hun ongemoeidheid kansen voor herstel van biodiversiteit. In het algemeen kan men stellen dat als de inrichting en het beheer van zonneparken zorgen voor de instandhouding van bloem- en kruidenrijke vegetaties, dit belangrijke leefgebieden kunnen zijn die een bijdrage leveren aan ecologische verbindingen tussen natuurgebieden 5. Enkele voordelen te benoemen per soortgroep: - Voor zoogdieren functioneren zonneparken als leefgebied. Indien het grasland tussen en onder de panelen kruidenrijk is en veel dekking geeft, is het in potentie een aantrekkelijker leefgebied dan intensief gebruikt agrarisch gebied.

- In het algemeen is door de aanleg van een zonnepark een verschuiving in de samenstelling van de vogelsoorten die het gebied gebruiken te verwachten, omdat verschillende soortgroepen vermoedelijk verschillend op de aanleg van een zonnepark reageren. Zonnepanelen bieden potentieel nieuwe nestlocaties. - Met het inzaaien van bloemrijke vegetaties wordt ingezet op het verhogen van de dichtheid aan vlinders en hommels. Met name dagvlinders zijn sterk afhankelijk van bloemrijke vegetaties en het voorkomen van specifieke waardplanten. Een naadloze overgang kan gevormd worden door het bestaande voornemen om binnen afzienbare tijd een natuur areaaluitbreiding te realiseren, aldus het Natuurbeheerplan6.

Figuur 19 uitsnede Natuurbeheerplan 2021 Provincie Limburg: rood beoogde areaaluitbreiding (bron: Atlas Limburg) 4 5 6

Alle beestjes helpen – onderzoek naar achteruitgang insecten in Nederland 2018 Publicatie Zonneparken natuur en landbouw Wageningen UR – april 2019 Natuurbeheerplan 2021 Provincie Limburg

P03221 Landschappelijke inpassing Zonnepark Oirlo-Leunen Gemeente Venray 11

Inrichtingsplan De inpassing en vormgeving van het perceel aan de Beemweg richt zich op de overgang van het zonnepark naar het omliggende landschap. Om de planontwikkeling mogelijk te maken zijn een aantal inrichtingsmaatregelen voorgesteld, welke op basis van de gestelde kaders, kennis van het landschap en de betreffende locatie zijn vormgegeven. De landschappelijke en cultuurhistorische karakteristiek van het droge heide-ontginningslandschap dient als basis voor de vormgeving van de inpassing. Onderstaande schets en dwarsprofielen illustreren de voorgestelde maatregelen, gevolgd door een argumentatie. Concreet zijn de volgende ingrepen voorgesteld: 1 (indicatief getekende) Zonnepanelen in lijn met verkavelingsrichting - zuid opstelling; 2 Aanplant struweel; 3 Aanplant vogelbosjes langs A73; 4 Aanplant bomenrij; 5 Aanplant zoom van bloem- en kruidenrijk grasland en plaatsen bijenkasten; 6 Plaatsen faunavriendelijk hekwerk sober en landelijk uitgevoerd; 7 Ontwikkelen kruiden- en faunarijk grasland i.c.m. pluktuin/pleisterplaats; 8 Ommetje.

P03221 Landschappelijke inpassing Zonnepark Oirlo-Leunen Gemeente Venray 12

Figuur 20 inrichtingstekening landschappelijke inpassing (zie bijlage voor schets op schaal)

P03221 Landschappelijke inpassing Zonnepark Oirlo-Leunen Gemeente Venray 13

Dwarsprofiel

Figuur 21 principeprofielen (zie bijlage voor profielen op schaal)

P03221 Landschappelijke inpassing Zonnepark Oirlo-Leunen Gemeente Venray 14

Inrichtingsmaatregelen De landschappelijke inpassing voor de ontwikkeling aan de Beemdweg bestaat uit de volgende inrichtingsmaatregelen: 1

(indicatief getekende) Zonnepanelen in lijn met verkavelingsrichting - zuid opstelling Vanuit landschappelijke en praktische overwegingen is het wenselijk om de oriëntatie van de panelen zo eenduidig mogelijk te houden, zodat een rechte rooilijn kan worden gemaakt en vertanding langs zichtbare zijdes kan worden voorkomen. Om een logische aansluiting bij omliggend gebied te maken is hiervoor de bestaande verkavelingsrichting haaks op zowel de Beemdweg gevolgd wat resulteert in een zuid opstelling.

2

Aanplant struweel De droge heide-ontginningen hebben veel van hun originele kleinschalige en hoekige patroon ingeruild voor meer openheid en rechtlijnigheid na de ruilverkaveling van de jaren 50-60 van de vorige eeuw. Visueel-ruimtelijk aspect waar dit type landschap juist zijn karakter aan ontleent zijn de hoekverdraaiingen, waarbij binnen één blok het patroon wel recht is, maar de grote blokken onderling niet loodrecht op elkaar staan, goed te zien aan het mozaïek van kleinere houtopstanden. Om enerzijds bij te dragen aan het herstel van een groen raamwerk binnen een halfopen landschap (afwisselend open/gesloten) en anderzijds de ontwikkeling aan het oog te onttrekken is voorgesteld langs de westelijke zijde robuust gemengd inheems struweel aan te planten. Bes- en doorndragend struweel vormt een leefomgeving voor veel planten, vogels, vlinders en andere insecten en markeert tevens de overgang van het beekdal naar het landschap van de droge heideontginningen.

3

Aanplant vogelbosjes langs A73 In lijn met de mozaïek achtige bospercelen die in de directe omgeving te vinden zijn, wordt als onderdeel van de landschappelijke inpassing langs de A73 enkele vogelbosjes aangeplant. De breedte en lengte maar ook de opbouw in lagen zijn sterk bepalend voor zowel natuurwaarden als beeld. De aanplant van diverse bosjes zorgt voor wisselende doorzichten naar het achterliggende landschap. Er wordt een combinatie van boomlaag, struiklaag en een kruidlaag voorgesteld om tot een meest ideale situatie te komen. Door eveneens voornamelijk bes- en doorndragende inheemse struiken te gebruiken ontstaat een beschutte plek, die voedsel en bescherming biedt voor diverse klein fauna.

4

Aanplant bomenrij Haaks op de Locht bestaat een oude verbindingsweg naar het noorden toe, welke halverwege het plangebied naar het oosten toe wegdraait. Deze weg deed dienst als doorgaande verbinding naar De Blakt (tegenwoordig bedrijventerrein) voordat de A73 werd aangelegd en deze functie overging naar de Beemdweg. Langs het zandpad dat er nu nog ligt staat een bomenrij als relict. Als onderdeel van de landschappelijke inpassing wordt deze lijn doorgetrokken tot de A73 en daarmee opnieuw zichtbaar.

5 6

Aanplant zoom van bloem- en kruidenrijk grasland en plaatsen bijenkasten/ Plaatsen faunavriendelijk hekwerk sober en landelijk uitgevoerd Ter afscheiding openbaar terrein en zonneweide wordt langs de binnenranden een hekwerk geplaatst. Om migratie van klein fauna niet te benadelen wordt om de 50m en nabij hoekpunten voorzien in een faunadoorgang. Het hekwerk staat op ruime afstand

P03221 Landschappelijke inpassing Zonnepark Oirlo-Leunen Gemeente Venray 15

van de panelen en wordt sober en in een donkere kleurstelling uitgevoerd. Buiten de contouren van zonnepanelen zal bloem- en kruidenrijk grasland worden ontwikkeld. Om de biodiversiteit ter plaatse te verbeteren zal het maaibeheer zodanig worden afgestemd dat ook inheemse soorten spontaan kunnen opkomen en meegroeien tot een bloemrijke strook. Dit type oppervlakte trekt veel insecten aan zoals hommels en vlinders, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de landelijke afname van het aantal insecten. Deze geschakeerde inrichting verhoogt ook nog een de belevingswaarde van het geheel en zorgt voor een vriendelijke aanblik en overgang naar het direct aangrenzende ommetje. Daarnaast wordt in het kader van het lichtreflectieonderzoek voorgesteld het hekwerk, dat grenst aan de A73, te laten begroeien met wintergroene klimplanten om overlast te voorkomen. Lonicera periclymenum en Hedera helix zijn beide inheems en geschikt. 7 8

Ontwikkelen kruiden- en faunarijk grasland i.c.m. pluktuin/pleisterplaats Ommetje In de oksel van de Locht en Beemdweg is een aanzienlijke ruimte vrij gehouden om natuurlijk in te richten. Hier wordt met het aanplanten van een bomenrij aangesloten op de landschappelijke structuur van zuidelijk gelegen perceel. Daarnaast is ruimte gereserveerd voor een open plek die ontwikkeld wordt als kruiden- en faunarijk grasland, mogelijk te combineren met een pluktuin. Met het plaatsen van een rustpunt wordt tegemoetgekomen aan fiets- en wandelende recreanten. Met de ligging in de nabijheid van de bebouwde kom biedt het park naast recreanten op doortocht ook direct omwonenden de mogelijkheid tot het vergroten van een ommetje in het buitengebied. We sluiten aan op de bestaande wandelknooppuntenroute door parallel aan de Beemdweg ruimte voor een struin pad vrij te laten. Deze maatregel komt tegemoet aan de wensen van omwonenden die, zo blijkt uit gesprekken met de omgeving, geconstateerd hebben dat er op de Beemdweg sprake is van toenemende verkeersdrukte. Het ommetje rondom het park is opgebouwd uit zowel bestaande als nieuw aangelegde paden. Criterium bij de aanleg is een volledig onverharde route. Het deels openstellen van het park biedt de ontwikkelaar de mogelijkheid tot het promoten van duurzame energieopwekking.

Slot De nieuwe ontwikkeling aan de Beemdweg kan middels de voorgestelde inrichtingsmaatregelen landschappelijk worden ingepast, waardoor er op een verzorgde en natuurlijke manier wordt aangesloten op de aanwezige landschappelijke structuren en kwaliteiten. Kracht van deze inpassing is dat niet alleen landschappelijk, maar ook ecologisch een meerwaarde kan worden behaald, wat als nieuwe kwaliteitslaag aan het gebied wordt toegevoegd.

P03221 Landschappelijke inpassing Zonnepark Oirlo-Leunen Gemeente Venray 16

Bijlage 01 Beplantings- en beheerindicatie Struweel/vogelbosje Aanplant - oppervlakte: ca. 2,6 ha - 1 plant per m2 - 3-jarig bosplantsoen - maat 60-80 cm hoogte - planten in driehoeksverband - buitenrij op 0.5m uit de rand - afstand tussen de rijen 1.00 meter - plantafstand in de rij 1.00 meter - aanplant tussen half november en half maart - voorfrezen grondoppervlak - aanplant in groepen van 5 tot 7 stuks - inzaaien met klavers of vergelijkbaar om groei van brandnetel/akkerdistel te onderdrukken Sortiment - 15% Rhamnus frangula - Sporkehout - 15% Viburnum opulus - Gelderse roos - 5% Prunus spinosa - Sleedoorn - 5% Rosa canina - Hondsroos - 10% Prunus padus - Gewone vogelkers - 10% Corylus avellana - Hazelaar - 10% Amelanchier lamarckii - Amerikaans krentenboompje - 10% Cornus sanguinea - Rode kornoelje - 10% Acer campestre - Spaanse aak - 10% Sorbus aucuparia - Wilde lijsterbes Beheer - door middel van een visuele beoordeling kan worden bekeken of onderhoudssnoei en het verwijderen van boomvormers noodzakelijk is, een eerste beoordeling na ong. 5 jaar

P03221 Landschappelijke inpassing Zonnepark Oirlo-Leunen Gemeente Venray 17

Kruiden- en faunarijk grasland Aanplant - eindhoogte ca. 50-110cm - geschikt voor permanente invulling - type middengebied: samenstelling graskruidenmengsel zandgrond - type noordrand: G1 bloemrijk graslandmengsel - planttype: vaste en tweejarige planten - inheems: inheems in Nederland - leverancier: Cruydyhoeck of vergelijkbaar - bovenste 4-6cm afplaggen of onderspitten - indien nodig vals zaaibed aanleggen, om de 2-3weken (na kiemen) ondiep schoffelen - zaaien: jaarrond, maar bij voorkeur in de nazomer of het vroege voorjaar - gemiddeld 1,5 - 2 gram per m2 Sortiment middengebied Kruiden - 15% Leucanthemum vulgare - Margriet - 10% Centaurea jacea - Knoopkruid - 15% Lotus corniculatus - Gewone rolklaver - 15% Achillea millefolium - Gewoon duizendblad - 13% Hypericum perforatum - St. Janskruid - 2% Trifolium repens - Witte klaver Grassen - 12,5% Phleum pratense subsp.

Pratense - Timothee - 5% Dactylis glomerata - Kropaar - 12,5% Festuca pratensis - Beemdlangbloem Sortiment randzone Achillea millefolium - Duizendblad Barbarea vulgaris - Gewoon barbarakruid Centaurea jacea - Knoopkruid Crepis biennis - Groot streepzaad Daucus carota - Peen Echium vulgare - Slangenkruid Erodium cicutarium - Gewone reigersbek Galium mollugo - Glad walstro Hieracium laevigatum - Stijf havikskruid Hieracium umbellatum - Schermhavikskruid Hypericum perforatum - Sint Janskruid Hypochaeris radicata - Gewoon biggenkruid Jasione montana - Zandblauwtje Leontodon autumnalis - Vertakte leeuwentand

Leucanthemum vulgare - Gewone margriet Lotus corniculatus - Gewone rolklaver Luzula campestris - Gewone veldbies Malva moschata - Muskuskaasjeskruid Oenothera biennis - Middelste teunisbloem Plantago lanceolata - Smalle weegbree Prunella vulgaris - Gewone brunel Ranunculus acris - Scherpe boterbloem Rhinanthus minor - Kleine ratelaar Silene dioica - Dagkoekoeksbloem Tragopogon pratensis subsp. pratensis - Gele morgenster Trifolium arvense - Hazenpootje

Beheer -

Bij het opkomen van probleemkruiden 1 jaar na inzaai: 3 tot 4x maaien. Laat het onkruid niet hoger worden dan 20-30cm, en maai tot 5cm Vervolgbeheer één tot twee keer per jaar maaien en het maaisel afvoeren.

P03221 Landschappelijke inpassing Zonnepark Oirlo-Leunen Gemeente Venray 18

Bomenrij - bomen in een brede grasberm ca. 7m - aantal bomen: ca. 16 stuks Sortiment Sortiment 100% Quercus petraea (wintereik) – karakterbepalend Aanplant - aanplant tussen half november en half maart - minimale omtrek 10-12cm - plantgat 1,5x omvang kluit - voorzien van onbehandelde boompaal ten zuidwesten - toepassen grondverbetering Beheer - eerste 2 jaar voldoende water geven in droge periodes - jaarlijkse controle op beschadigingen, boompaal en band - door middel van een visuele beoordeling kan worden bekeken of onderhoudssnoei noodzakelijk is - snoeiafval verwijderen

Figuur 22 bomen in brede grasberm

Figuur 23 karakterbepalend

Figuur 24 Quercus petraea

P03221 Landschappelijke inpassing Zonnepark Oirlo-Leunen Gemeente Venray 19

Bijlage 02 Inrichtingstekening landschappelijke inpassing

P03221 Landschappelijke inpassing Zonnepark Oirlo-Leunen Gemeente Venray 20

Vigerend bestemmingsplan A1 vrijwaringszone weg - 1 B beschermingszone watergang C bestaande bomenrij

(1) opstelling panelen cf. verkaveling percelen;

(2) struweelhaag langs Beemdweg, voorziet in een robuuste noord zuid verbinding;

3

A7

(3) vogelbosje langs A73 breekt het zicht;

(4) aansluiten en doorzetten karakterbepalende bomenrij;

B

dweg

(5) brede zoom van bloem- en kruidenrijk grasland langs randen, ruimte voor bijenkasten t.b.v. de wilde bij;

Beem

te dempen

zaksloot

a3

A

73

a4 A1 C

te dem

pen za

ksloot

(6) landelijk uitgevoerd fauna vriendelijk hekwerk;

a2

Wandelro ut

e

(7) Kruiden- en faunarijk grasland i.c.m. pluktuin/pleisterplaats; De Loc

Goudgroene natuurzone

Bronsgroene landschapszone

a1

ht

(8) Ommetje maakt recreatief medegrebruik mogelijk.

Inrichtingsschets landschappelijke inpassing Zonnepark Oirlo-Leunen Gemeente Venray

Boxtel

Datum:

Schaal:

Bosscheweg 107

november 2020

1 : 3000

Getekend:

Formaat:

SvdS

A3

Tekeningnr.:

Projectnr.:

01

P03221

5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 www.bro.nl info@bro.nl

N

Bijlage 03 Dwarsprofiel landschappelijke inpassing

P03221 Landschappelijke inpassing Zonnepark Oirlo-Leunen Gemeente Venray 21

a1 7 De Locht

te ontwikkelen bloem- en kruidenrijke weide

aan te planten bosje

doorsteek

3 zonneweide i.c.m. bloem- en kruidenrijk onderbegroeiing

a2 3 zonneweide i.c.m. bloem- en kruidenrijk onderbegroeiing

8 13

12 17

profiel recreatief ommetje

3 zonneweide i.c.m. bloem- en kruidenrijk onderbegroeiing

a3 10

7 Beemdweg

recreatief ommetje

3

aan te planten struweel en te plaatsen faunavriendelijk hekwerk

zonneweide i.c.m. bloem- en kruidenrijk onderbegroeiing

a4 3 zonneweide i.c.m. bloem- en kruidenrijk onderbegroeiing

36 vrijwaringszone weg te ontwikkelen als bloem- en kruidenrijk grasland

Principeprofielen landschappelijke inpassing Zonnepark Oirlo-Leunen Gemeente Venray

A73

Boxtel

Datum:

Schaal:

Bosscheweg 107

feb 2021

1 : 500

Getekend:

Formaat:

SvdS

A3

Tekeningnr.:

Projectnr.:

02

03221

5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 www.bro.nl info@bro.nl

N

BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Tegelen www.bro.nl P03221 Landschappelijke inpassing Zonnepark Oirlo-Leunen Gemeente Venray 22

Bijlage 2 Quickscan flora en fauna

Quickscan flora en fauna Zonnepark Oirlo-Leunen Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid <Status>

colofon

titel rapport Quickscan flora en fauna Zonnepark OirloLeunen datum 21 januari 2021 projectnummer P03221 opdrachtgever Solarfields Nederland B.V. BRO projectleider SvdS opgesteld door RdM interne controle NL bron Kaft NL

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

“Als we anderen de ruimte niet gunnen zullen we zelf steeds meer opgesloten raken.” Prof. Hans Galjaard

Inhoudsopgave 1

Inleiding Werkwijze quickscan flora en fauna

3 3

2

Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie

4 4 4

3

Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Toetsing beschermde houtopstanden

6 6 6 7

4

Toetsing soortenbescherming Vogels Vleermuizen Grondgebonden zoogdieren Reptielen Amfibieën Vissen Ongewervelde diersoorten Vaatplanten

8 9 9 9 11 11 11 11 11

5

Conclusie Vervolgtraject en advies

12 12

AERIUS-berekening

12

Samenvatting Geraadpleegde bronnen

13 14

6

donderdag 21 januari 2021

2

1 Inleiding Quickscan flora en fauna Zonnepark Oirlo-Leunen

1

Inleiding

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van realisatie van een zonnepark, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

1

Werkwijze quickscan flora en fauna In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 19 januari 2021 tussen 09.15 – 10.15 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 5°C, volledig bewolkt, met neerslag en een zuidwestenwind van 5 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Limburg geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

donderdag 21 januari 2021

3

2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna Zonnepark Oirlo-Leunen

2

Planbeschrijving

Het plangebied is gelegen ten zuidoosten van Venray, tegen de A73. Het plangebied ligt ingesloten tussen de Beemdweg in het westen, De Locht in het zuiden en de A73 in het noordoosten. In figuur 2 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Huidige situatie Het plangebied bestaat momenteel uit meerdere agrarische percelen waarop intensieve landbouw plaatsvindt. In het zuidoosten van het plangebied ligt een bosschage. In figuur 3 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek. Toekomstige situatie De initiatiefnemer is voornemens een zonnepark te realiseren. Tevens zal het plangebied landschappelijk worden ingepast, waarbij struwelen en kruidenrijkgrasland wordt aangelegd. Er zullen geen bomen worden gekapt om de voorgenomen plannen mogelijk te maken. Figuur 1 geeft een beeld van de toekomstige situatie.

Figuur 2: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

Figuur 3: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

donderdag 21 januari 2021

Figuur 1: Toekomstige situatie plangebied

4

2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna Zonnepark Oirlo-Leunen

Figuur 5: Plangebied gezien vanaf de Beemdweg

Figuur 6: Sloot in het noorden van het plangebied

Figuur 4: Zuidoostgrens van het plangebied

Figuur 7: Bomenrij en De Locht te midden van het plangebied

donderdag 21 januari 2021

Figuur 8: Plangebied gezien vanuit het noordoosten

Figuur 9: Noorden van het plangebied, gezien vanaf De Locht

5

3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna Zonnepark Oirlo-Leunen

3

Toetsing gebiedsbescherming

Wettelijke gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Boschhuizerbergen”, bevindt zich op circa 2,6 kilometer afstand ten noorden van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van een zonnepark betreft, is een toename aan stikstofuitstoot te verwachten. Een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is niet uit te sluiten.

Vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening dient uit te wijzen of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt.

donderdag 21 januari 2021

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Limburg bestaat het NNN uit de goudgroene natuurzone. Daarnaast worden ook de zilvergroene natuurzone en bronsgroene landschapszone beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Het plangebied is gelegen binnen de bronsgroene landschapszone, en grenst aan de goudgroene landschapszone (zie figuur 10).

De kernkwaliteiten van het landschap zijn meegenomen binnen het landschappelijk inpassingsplan, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van de bronsgroene landschapszone niet worden aangetast. Tevens zullen de natuurlijke waarden van de aangrenzende goudgroene landschapszone niet worden aangetast, gezien er binnen de voorgenomen plannen geen extra verlichting, wandelpaden of bebouwing wordt aangelegd ten opzichte van de huidige situatie. Vervolgonderzoek in het kader van de bronsgroene landschapszone of de goudgroene landschapszone wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

Figuur 10: Ligging goudgroene natuurzone (groen), zilvergroene natuurzone (geel) en bronsgroene landschapszone (blauw) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

6

3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna Zonnepark Oirlo-Leunen

Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Binnen het plangebied zijn geen (onderdelen van) houtopstanden aanwezig en is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.

donderdag 21 januari 2021

7

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Zonnepark Oirlo-Leunen

4

Toetsing soortenbescherming

De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:   

Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde

donderdag 21 januari 2021

soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot de meeste provincies, eekhoorn, steenmarter, hazelworm en levendbarende hagedis vrijgesteld in bepaalde periodes in het jaar in Limburg.

Tabel 1

Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de

Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten

Vogels (artikel 3.1 Wnb)

Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)

Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

-

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

-

-

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

8

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Zonnepark Oirlo-Leunen

jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend. Vogels In de ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ van de provincie Limburg (6 december 2017) is een aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten gepubliceerd. Hier wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten die beschermd zijn binnen de provincie Limburg. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn.

Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 13 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die

over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 4-soorten’). Op het terrein is geen bebouwing aanwezig. Hierdoor kunnen broedlocaties van soorten als kerkuil, huismus, en gierzwaluw worden uitgesloten. In de opgaande beplanting binnen het plangebied en in de bosrand direct grenzend aan het plangebied bevinden zich tevens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als havik en ransuil. Wel kunnen hier mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop, winterkoning en houtduif tot broeden komen. Toetsing Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen.

Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten. Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de

donderdag 21 januari 2021

volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis en watervleermuis. Op het terrein zijn geen gebouwen of bomen met loshangende stukken schors of holten aanwezig. Hierdoor kunnen rust- en verblijfplaatsen voor een vleermuizensoort binnen het plangebied worden uitgesloten. Het opgaand groen en de bosschages rond het plangebied dienen mogelijk als vliegroutes en of foerageergebieden. Toetsing Het plangebied bevat geen potentiële rust- en verblijfplaatsen voor een vleermuissoort. Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rust- of verblijfplaatsen. Wel dient het opgaand groen en de bosschages rond het plangebied mogelijk als vliegroutes en of foerageergebieden. Om verstoringen en overtredingen te voorkomen dient licht gericht of uitstralend op dit opgaand groen te worden vermeden, zowel tijdens de werkzaamheden als tijdens de toekomstige situatie. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt weinig geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als vos, egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten.

Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan

9

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Zonnepark Oirlo-Leunen

zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied. Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten steenmarter, eekhoorn, bever en das voor. Het plangebied biedt geen geschikte nestlocaties voor de steenmarter, gezien het ontbreken van gebouwen, steenhopen, takkenrillen en rommelige hoekjes. Binnen het plangebied zijn tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen. Binnen het plangebied is geen geschikt habitat voor de bever aanwezig. In de bosschage ten zuidoosten van het plangebied is een (bij)burcht van de das aangetroffen (figuur 11 t/m 13). Voor de hoofdingang zijn wel verse graafsporen en uitwerpselen aangetroffen, maar er zijn geen duidelijke wissels aangetroffen die van of naar de burcht lopen. Wel dienen maatregelen te worden genomen om het verstoring op de dassen en de dassenburcht zo beperkt mogelijk te houden. De werkwijze van activiteiten die binnen een straal van 200 meter van de burcht plaatvinden zullen moeten worden aangepast op de volgende punten; Geen werkzaamheden laten plaatsvinden tussen zonsondergang en zonsopkomst.

Voor zonsondergang, maar niet later dan 19.00 uur, de menselijke activiteiten af te ronden zodat wissels weer toegankelijk zijn, afval is opgeruimd en gebruikte machines en voertuigen uit het gebied zijn verwijderd. Werkzaamheden die in de directe omgeving van de burcht plaatsvinden, zo kort mogelijk te laten duren

-

en uitvoeren met zo min mogelijk licht, geluid en trillingen. Geen (extra) werkverlichting plaatsen.

Er kan redelijkerwijs worden aangenomen dat het plangebied tot het territorium en foerageergebied van het deze das behoort. Het plangebied biedt in de huidige situatie met name secundair foerageergebied, gezien met name intensieve akkerbouw wordt uitgevoerd binnen het plangebied. In de toekomstige situatie zal het plangebied tevens secundair foerageergebied bieden, gezien de onder de zonnepanelen ruigte zal ontstaan. Door het gebruik van een fauna-vriendelijk hekwerk, zal toegang tot het plangebied voor de das behouden blijven. Door de aanleg van kruidenrijkgrasland en struwelen in het zuidwesten van he plangebied (figuur 1), wordt de verbinding met de graslanden rond de Oostrumsche beek verbeterd. Deze graslanden bieden primair foerageergebied.

Figuur 11: Hoofdingang naar (bij)burcht

De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen.

Figuur 12: Neveningang naar (bij)burcht

Figuur 13: Locatie van de (bij)burcht van das

donderdag 21 januari 2021

10

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Zonnepark Oirlo-Leunen

Reptielen Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis. De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten. Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde rugstreeppad, boomkikker, poelkikker, heikikker, vinpootsalamander, Alpenwatersalamander en kamsalamander bekend. Het enige oppervlakte water binnen het plangebied betreft een sloot. De te dempen sloten stonden op het moment van bezoeken droog. Deze sloten bieden niet het juiste habitat voor de meeste van deze soorten, en hun aanwezigheid binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing.

Toetsing De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om

donderdag 21 januari 2021

voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen. Vissen Het aanwezig oppervlaktewater binnen het plangebied, biedt geen geschikt habitat voor beschermde vissoorten. In de directe omgeving van het plangebied zijn tevens geen waarnemingen bekend van beschermde vissoorten. Wel kunnen in de aanwezige sloten algemene soorten zoals stekelbaars, blankvoorn, zeelt, snoek en baars voorkomen. Wel dienen er zorgplichtmaatregelen genomen te worden. Te denken valt aan het zoveel mogelijk overdag uitvoeren van de werkzaamheden. Bij werkzaamheden met harde geluiden en/of trillingen moeten voorafgaand aan de werkzaamheden afgezwakte waarschuwingsgeluiden worden afgegeven om fauna in de gelegenheid te stellen tijdig weg te komen. Vlak voorafgaand aan de werkzaamheden dient roering in het water gecreëerd te worden zodat vissen vroegtijdig het werkgebied kunnen verlaten.

beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten. Vaatplanten In de directe omgeving van het plangebied zijn beschermde soorten bekend als kartuizer anjer en wilde weit. Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.

Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten. Ongewervelde diersoorten In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder, beekrombout en teunisbloempijlstaart. Al deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige

11

5 Conclusie Quickscan flora en fauna Zonnepark Oirlo-Leunen

5

Conclusie

Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen: 

 

Een AERIUS-berekening dient de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door de werkzaamheden te berekenen; Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op opgaand groen te worden vermeden; De werkwijze van activiteiten dient te worden aangepast om verstoring van dassen en de dassenburcht ten zuidoosten van het plangebied te voorkomen. Dit geldt voor alle activiteiten in een straal van 200 meter van de dassenburcht; Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid en opgaand groen buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

donderdag 21 januari 2021

Vervolgtraject en advies AERIUS-berekening Om op voorhand negatieve effecten op Natura-2000 gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten kan een AERIUSberekening uitgevoerd worden. Als uit deze berekeningen blijkt dat bij zowel de aanlegfase (bouw/aanleg) als bij de gebruiksfase niet meer dan 0,00 mol/ha/j aan depositie plaatsvindt op stikstofgevoelige habitattypen, kunnen negatieve effecten uitgesloten worden en is voor het aspect stikstofdepositie geen aparte (Wet natuurbescherming)vergunning benodigd. Als uit de berekening een resultaat komt boven 0,00 dienen vervolgstappen ondernomen te worden. Zo is het soms mogelijk om te kijken wat als referentiesituatie gezien kan worden (bestaande situatie), waarbij deze in mindering gebracht kan worden op de gewenste situatie (verschilberekening). Om een AERIUS-berekening uit te voeren zijn verschillende gegevens nodig voor de aanlegfase en gebruiksfase. Voor de aanlegfase is het van belang dat in beeld wordt gebracht welke (mobiele) werktuigen (hijskraan, graafmachine etc.) er gebruikt gaan worden, want bij de verbranding van fossiele brandstoffen komt stikstof vrij, de totale gebruiksduur van deze werktuigen, het bouwjaar van de werktuigen is en het vermogen (kW).

Daarnaast dienen het aantal verwachte verkeersbewegingen in de aanlegfase (vrachtwagens die materiaal aan- en afvoeren, busjes, personenauto’s, enz.) ook meegenomen te worden.

12

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Zonnepark Oirlo-Leunen

6

Samenvatting

Tabel 2

In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

Tabel 3

Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen

Gebiedsbescherming

Afstand tot gebied

Sprake van aantasting

Vervolgtraject

Bijzonderheden / opmerkingen

Natura 2000

Ca. 2,6 km

Nee

-

Geen externe verstorende factoren

Natuurnetwerk Nederland

Gelegen binnen de bronsgroene landschapszone

Nee

-

Ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk

Houtopstanden

-

Nee

-

Niet van toepassing

Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen

Soortgroep

Potentieel aanwezig

Sprake van overtreding

Vervolgtraject / maatregelen

Bijzonderheden / opmerkingen

Algemeen

Ja

Te voorkomen

Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp maken of controle vooraf

Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus

Jaarrond beschermd

Nee

Nee

-

-

Verblijfplaatsen

Nee

Nee

-

-

Foerageerhabitat

Ja

Te voorkomen

Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op opgaand groen te worden vermeden

Licht heeft een verstorend effect op vleermuizen

Grondgebonden zoogdieren

Ja

Te voorkomen

De werkwijze van activiteiten dient te worden aangepast met betrekking tot de das

Zorgplicht afdoende voor soorten als de egel

Reptielen

Nee

Nee

-

-

Amfibieën

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de gewone pad

Vissen

Nee

Nee

-

-

Ongewervelden

Nee

Nee

-

-

Vaatplanten

Nee

Nee

-

-

Broedvogels

Vleermuizen

Vliegroutes

donderdag 21 januari 2021

13

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Zonnepark Oirlo-Leunen

Geraadpleegde bronnen Algemene Literatuur  Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.  Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.  Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen.  Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.  SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. Algemene websites  Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a.

huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten)  Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden)  Floron.nl (soortgegevens planten)  Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen)  Sovon.nl (soortgegevens vogels)  Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden)  Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten)  Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen)  Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming)

donderdag 21 januari 2021

Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren)

Provinciale websites  van Buggenum, H.J.M., R.P.G. Geraerds & A.J.W. Lenders (red.) 2009. Herpetofauna van Limburg. Verspreiding en ecologie van amfibieën en reptielen in de periode 1980-2008. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht.  Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg, Gedeputeerde Staten van Limburg, 6 december 2017  Hermans, J.T., R.W. Akkermans, F. Mertens, J. van der Weele & H.W.G. Heijligers 2004. Werkatlas libellen in Limburg. Inventarisatiegegevens periode 1977-2003. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Roermond.  Huizinga, C.E., L.S.G.M. Verheggen & R.W. Akkermans 2005. Werkatlas zoogdieren in Limburg. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Roermond.  Huizinga, C.E., R.W. Akkermans, J.C. Buys, J. van der Coelen, H. Morelissen & L.S.G.M. Verheggen 2010. Zoogdieren van Limburg. Verspreiding en ecologie in de periode 1980-2007. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht.  Kurstjens, G., B. Peters & K. van Looy 2010. De flora van het Maasdal. Ontwikkelingen van bijzondere soorten sinds de start van natuurontwikkeling vanaf 1994. Deelrapport 7. Kurstjens ecologisch adviesbureau, Beek-Ubbergen / Bureau Drift, Berg en Dal / INBO, Brussel.  Natuurgegevensprovincielimburg.nl (natuurgegevens provincie Limburg)  Polviewer.nl (NNN en beschermde gebieden in Limburg)

14

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Zonnepark Oirlo-Leunen

Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Tegelen Industriestraat 94 5931 PK Tegelen

www.bro.nl | info@bro.nl

donderdag 21 januari 2021

T +31 (0)77 373 06 01

15

Bijlage 3 Aeriusberekening

AERIUS berekening Zonnepark Oirlo-Leunen <Status>

colofon

titel rapport AERIUS berekening Zonnepark Oirlo-Leunen datum 11 maart 2021 projectnummer P03221 opdrachtgever Solarfields Nederland B.V. BRO Projectteam NL bron Kaft BRO

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

“Als we anderen de ruimte niet gunnen zullen we zelf steeds meer opgesloten raken.” Prof. Hans Galjaard

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

AERIUS berekening 2.1 Aanlegfase

4 4

3

2.1.1 (Mobiele) werktuigen

4

2.1.2 Verkeer bouw en aanleg

4

2.1.3 Conclusie

4

2.2 Gebruiksfase

5

2.2.1 Conclusie

5

Resultaat en conclusie

6

donderdag 11 maart 2021

2

1 Inleiding AERIUS berekening Zonnepark Oirlo-Leunen

1

Inleiding

De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wnb is een Nederlandse wet die de bescherming regelt van gebieden in het kader van de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn, waaronder de Natura 2000-gebieden. Natura 2000gebieden maken onderdeel uit van het Europese netwerk van natuurgebieden. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs negatieve effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Het projectgebied ligt niet binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden, ‘Boschhuizerbergen’, ‘Maasduinen’ en ‘Deurnsche Peel & Mariapeel’ bevinden zich respectievelijk op 2,6 kilometer ten noorden-, 9,2 kilometer ten zuidwesten-, en 7,8 kilometer ten noordoosten van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toename van depositie van stikstof. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van een zonnepark betreft, kan een toename aan stikstofdepositie tijdens de aanleg- en gebruiksfase op omliggende Natura 2000-gebieden niet op voorhand worden uitgesloten. In dit rapport worden de stikstofeffecten in beeld gebracht.

donderdag 11 maart 2021

2,6 km 7,8 km

9,2 km

Figuur 1: Ligging van het projectgebied (rood omcirkeld) ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden (blauw en rood gearceerd) (bron: Natura 2000 Network Viewer)

3

2 AERIUS berekening AERIUS berekening Zonnepark Oirlo-Leunen

2

AERIUS berekening

Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten is een AERIUSberekening uitgevoerd. Uit deze berekeningen blijkt dat bij de aanlegfase en gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. In de bijlagen zijn de door AERIUS gegenereerde rapportages voor de aanlegfase en gebruiksfase opgenomen. In het voorliggende document wordt de invoer op sommige punten kort toegelicht.

2.1

Aanlegfase

Het planvoornemen betreft de ontwikkeling van een zonnepark ter hoogte van de Beemdweg te Venray. De locatie staat bekend als Venray, sectie R, nummers 588, 596, 597, 598, 600, 1415, 1416, 1418, 1419, 1524, 1525, 2113. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit agrarische gronden van circa 24,6 ha. Bij de realisatie van het zonnepark wordt gebruik gemaakt

Tabel 1

Mobiele werktuigen

Werktuig

Bouwjaar

Brandstof

Vermogen (kW)

Belasting (%)

Draaiuren

Totale emissie NOx (kg/j)

Totale emissie NH3 (kg/j)

Minikraan

va. 2015

Diesel

100

69

320

22,08

0,06359

Wiellader

va. 2015

Diesel

60

69

310

10,2672

0,0335

Verreiker/heftruck

va. 2015

Diesel

70

84

220

11,6424

0,03312

Kleine heimachine

va. 2015

Diesel

125

61

270

18,52875

0,05065

tijd stationair draaien. Zie hiervoor tabel 1 en bijgevoegde AERIUS-rapportage. 2.1.2

Verkeer bouw en aanleg

Ten behoeve van de bouw en aanleg vinden ook verkeersbewegingen plaats, onder andere in de vorm van vrachtwagens en busjes. De totale verkeersgeneratie is weergegeven in de navolgende tabel 2. De bewegingen zijn over de aanliggende wegen gemodelleerd, waarbij de bewegingen over de Beemdweg in de richting van de Newtonstraat zijn ingevoerd. Voor meer informatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS-rapportage.

2.1.3

Conclusie

De (mobiele) werktuigen en het bouwverkeer resulteert in een stikstofemissie van 63,39 kg/j NOx en <1 kg/j NH3. Het depositieresultaat met de ingevoerde mobiele werktuigen en het daarbij horende bouwverkeer is niet hoger dan 0,00 mol/ha/j.

van meerdere (mobiele) werktuigen en vinden verkeersbewegingen plaats. Dit zorgt voor een emissie van stikstof. Deze emissie is berekend. 2.1.1

(Mobiele) werktuigen

Voor de inzet van (mobiele) werktuigen is uitgegaan van een gemiddeld gebruik van mobiele werktuigen bij de realisatie van een zonnepark en de aanleg van de gronden daar omheen, gebaseerd op informatie uit eerdere berekeningen. Het stationair draaien van de machines is meegenomen als belaste uren. Voor de Klimaat- en Energieverkenning 2019 is door TNO uitgegaan van gemiddeld 30% van de

donderdag 11 maart 2021

Tabel 2

Bouwverkeer

Verkeersbewegingen bouwverkeer

Totale verkeersgeneratie

Bedrijfsbusjes (licht verkeer)

261 p/jaar

Zwaar vrachtverkeer (aanen afvoer materialen)

509 p/jaar

4

2 AERIUS berekening AERIUS berekening Zonnepark Oirlo-Leunen

2.2

Gebruiksfase

Het zonnepark (bron 1) zelf zorgt niet voor stikstofemissie. De verkeersbewegingen die samenhangen het onderhoud zorgen hier echter wel voor. Er zal acht keer per jaar gemaaid worden en vier keer per jaar een bezoek voor storing of (foutieve) melding wat neer komt op 24 lichte verkeersbewegingen per jaar. Daarnaast zullen halverwege de gebruiksfase de omvormers vervangen worden. Hiervoor zijn ongeveer 20 vrachtwagens nodig. De bewegingen zijn over de aanliggende wegen gemodelleerd, waarbij de bewegingen over de Beemdweg in de richting van de Newtonstraat zijn ingevoerd. Voor meer informatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS-rapportage. 2.2.1

Conclusie

Het ingevoerd verkeer resulteert in een stikstofemissie van 20,47 kg/j NOx <1 kg/j NH3. Het depositieresultaat met de ingevoerde verkeersgeneratie is niet hoger dan 0,00 mol/ha/j.

donderdag 11 maart 2021

5

3 Resultaat en conclusie AERIUS berekening Zonnepark Oirlo-Leunen

3

Resultaat en conclusie

Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen depositieresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden.

donderdag 11 maart 2021

6

Bijlage 1 AERIUS-berekening Aanlegfase

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening P03221 Aanlegfase Zonnepark Oirlo-Leunen Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RbpLFPDqxV6X (11 maart 2021) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

BRO

Beemdweg, x Leunen

Omschrijving

AERIUS kenmerk

P03221 Zonnepark Oirlo-Leunen

RbpLFPDqxV6X

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

11 maart 2021, 14:23

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10102630/1