03 Ruimtelijke onderbouwing Maasheseweg 59
Tekst van het document
plaats. Vervolgonderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming is derhalve niet noodzakelijk. 4.9 Cultuurhistorie en archeologie 4.9.1 Cultuurhistorie Binnen het plangebied zijn geen rijks -of gemeentelijke monumenten gelegen. Ook ligt het plangebied niet binnen een molenbiotoop. 4.9.2 Archeologie Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Venray is het plangebied gelegen in een gebied met een middelhoge archeologische verwachting. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk indien er een bodemingreep plaatsvindt van meer dan 50 cm –mv en er vervolgens een oppervlak van meer dan 2.500 m² verstoord wordt.
Uitsnede archeologische beleidskaart Zowel de oppervlakte van het plangebied als de bebouwde grondoppervlakte van het beoogde hoofdgebouw blijft met respectievelijk 161 m² ruim onder de 2.500 m²-grens. Hierdoor is binnen dit plangebied geen nader onderzoek noodzakelijk. 4.10 Verkeer en parkeren Het plangebied wordt ontsloten via de Maasheseweg. Deze weg heeft verkeerskundig een functie als verblijfsgebied/erftoegangsweg. Het bestaande profiel is op deze functie afgestemd. Ter hoogte van het plangebied zal een 30 km/u-regime gelden. Het benodigd aantal parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van de 'Beleidsnota Parkeernormen Venray'. In deze beleidsnota zijn de parkeerkencijfers van het CROW vertaald naar parkeernormen voor de Gemeente Venray. De normen staan weergegeven in bijlage 3 van de Beleidsnota. In de beleidsnota staan verder de uitgangspunten en toepassingsregels met betrekking tot parkeren. De woningbouwlocatie valt onder de zone 'Rest bebouwde kom, kerkdorpen en buitengebied'. De Beleidsnota Parkeernormen Venray kent een specifiek parkeerkencijfer voor wonen in deze zone, namelijk 2,0 pp /woning. In het kader van dit plan zullen derhalve minimaal 2 parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig moeten zijn. Aan de noordoostzijde, waar het perceel wordt ontsloten is ruimte om op het erf 2 auto’s te parkeren.
Op de onderstaande tekening is de situering van de parkeerplaatsen weergegeven.
HOOFDSTUK 5 WATERPARAGRAAF 5.1 Waterbeleid Vanuit het Europese beleid vormen de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), het Europees Milieu- en natuurbeleid en het Verdrag van Malta de belangrijkste beleidsstukken. Op Rijksniveau zijn dit met name de Vierde Nota Waterhuishouding (NW4) en het Waterbeleid 21e eeuw: Anders omgaan met water (WB21). 5.1.1 Algemeen Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Limburg. In het kader van het beleid van zowel de gemeente Venray als het waterschap dient binnen het plangebied een duurzaam waterhuishoudkundig systeem gerealiseerd te worden. Concreet betekent dit dat er sprake moet zijn van gescheiden schoon- en vuilwaterstromen die afzonderlijk worden verwerkt. Vanuit het Waterschap Limburg gelden daarbij de volgende uitgangspunten: 1. afkoppelen van 100% van het verhard oppervlak, waarbij de beslisboom verantwoord afkoppelen van toepassing is; 2. de trits infiltratie-bergen-afvoeren is van toepassing, waarbij hergebruik dan wel infiltratie van schoon regenwater de voorkeur heeft; 3. verontreiniging van het water dient door bronmaatregelen voorkomen te worden; 4. grondwateroverlast dient voorkomen te worden; 5. een gelimiteerde afvoer naar het oppervlaktewatersysteem is toegestaan. De overkoepelende ambitie die de gemeente Venray hanteert, is het verbeteren van de omgang met het water.
Daartoe wordt onder meer integraal waterbeheer voorgestaan. Integraal waterbeheer richt zich op het verminderen van watergebruik, een goede ontwatering en voldoende berging van afstromend water, het vasthouden van gebiedseigen water, het terugdringen van afvoerpieken en het afkoppelen van hemelwater. 5.1.2 Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2018-2021 In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2018-2021 is het beleid voor het beheer van de gemeentelijke riolering voor de periode 2018 tot en met 2021 vastgelegd. Het plan bevat een beschrijving van de huidige situatie, een evaluatie van de aan het plan voorafgaande periode en een beschrijving van de te verwachten toekomstige ontwikkelingen. In het GRP wordt onder andere ingegaan op hemelwater- en oppervlaktewaterafvoer. In het kader van het GRP is onderzoek gedaan naar de geschiktheid van het uitvoeren van afkoppelprojecten binnen de gemeente. Op basis van de bodemgesteldheid, de hoogte van de grondwaterstand en de aanwezigheid van oppervlaktewater is onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor afkoppeling: uit het onderzoek blijkt dat in het overgrote deel van de gemeente Venray voldoende mogelijkheden voor afkoppeling aanwezig zijn. Bij afkoppelprojecten wordt in de eerste plaats gekeken naar openbare verharde oppervlakken.
Daarbij wordt opgemerkt dat afkoppelen als maatregel slechts wordt uitgevoerd in combinatie met wegwerkzaamheden (onder andere reconstructies van wegen) of rioolvervangingen, dit gezien de kosten die dergelijke ingrepen met zich meebrengen. Het afkoppelen van particuliere oppervlakten wordt slechts in uitzonderlijke situaties meegenomen. Bij particuliere duurzame
waterhuishoudkundige systemen, zoals bergings- en infiltratievoorzieningen hanteert de gemeente Venray de volgende voorwaarden: 1. infiltratievoorziening dient minimaal een neerslaggebeurtenis van 40 mm te kunnen verwerken; 2. de infiltratievoorziening dient een leeglooptijd te hebben van 24 uur of minder; 3. noodoverloop gaat via maaiveld - en niet via ondergrondse buizen of leidingen - naar de openbare riolering. 5.1.3 Waterparagraaf Ruimte maken voor water in plaats van ruimte onttrekken aan water; dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Het watertoetsproces is één van de instrumenten om dit te bereiken. Het proces is er om waterbelangen in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Een van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid voor de 21e eeuw vorm te geven is het watertoetsproces. Het watertoetsproces moet ervoor zorgen dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten die relevant zijn voor de waterhuishouding. 5.2 Geohydrologie en infiltratiewaarden Uitgangspunt van het watersysteem is een maximale afkoppeling en infiltratie van schoon regenwater. De bodemopbouw ter plaatse van de bouwlocatie biedt daarvoor goede mogelijkheden. Voor de individuele kavels geldt dat, daar waar mogelijk, op eigen terrein infiltratievoorzieningen moeten worden/ zijn aangelegd.
Met name in de achtertuinen moet hiermee rekening worden gehouden. De initiatiefnemer heeft besloten om - met in acht name van de voorwaarden die de gemeente in het GRP stelt - het hemelwater vanaf de dakvlakken en de oppervlakteverhardingen te bergen en te infiltreren ter plaatse van de te realiseren tuin bij de toekomstige woning. De technische uitwerking van het uiteindelijk te realiseren systeem zal plaatsvinden in het kader van de aanvraag - omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. 5.3 Waterhuishoudkundige situatie plangebied Het plangebied bedraagt circa 810 m² en is nu ter hoogte van de locatie waar de woning wordt gerealiseerd bijna geheel onverhard. In de nieuwe situatie zal - door de beoogde bebouwing en door de beoogde erfverharding – de omvang van het verhard afvoerend oppervlak toenemen met ca. 160 m² . Het hemelwater zal worden afgekoppeld van de riolering en zal geloosd worden op een infiltratievoorziening op eigen terrein. Dit zal verder worden uitgewerkt bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’. Het huishoudelijke afvalwater zal wel op de openbare riolering worden geloosd. 5.4 Overleg Waterschap Vooroverleg met en advies van het Waterschap Limburg maakt onderdeel uit van de watertoets.
Het Waterschap Limburg heeft evenwel aangegeven dat bij plannen met een nieuw afvoerend verhard oppervlak van minder dan 2.000 m² en waarbij het plangebied niet is gelegen in specifieke aandachtsgebieden, er geen vooroverleg plaats hoeft te vinden via het watertoetsloket. Het plan leidt tot een toename van het afvoerend verhard oppervlak van minder dan 2.000 m² en is niet gelegen in een aandachtsgebied. Specifiek wateradvies door het waterschap is derhalve niet noodzakelijk. HOOFDSTUK 6 JURIDISCHE VORMGEVING 6.1 Algemeen De heer en mevrouw Rouwette, woonachtig aan de Maasheseweg 57A, 5804 AA te Venray (gemeente Venray), zijn eigenaren van het perceel Maasheseweg 59, 5804 AA te Venray (hierna ook te noemen: de initiatiefnemers resp. het plangebied). Initiatiefnemers zijn voornemens de bestaande kavel op de locatie Maasheseweg 59, 5804 AA te Venray te bebouwen met een duurzame, energiezuinige, aan de leefsituatie aanpasbare woning. Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Venray’. Ter plaatse geldt onder meer de bestemming ‘Wonen’. De bouwregels van de woonbestemming verbieden in eerste instantie de toevoeging van een extra woning/ wooneenheid omdat het maximale aantal woningen/ wooneenheden binnen het bouwblok reeds is bereikt (artikel 19.2.2 onder b).
De beoogde realisatie van de duurzame, energiezuinige, aan de leefsituatie aanpasbare woning aan de Maasheseweg 59 is derhalve in strijd met het bestemmingsplan ‘Venray’. Er zijn geen afwijkings-of wijzigingsbevoegdheden binnen dit plan die gebruikt kunnen worden om deze ontwikkeling mogelijk te maken.
De initiatiefnemer heeft een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor de realisatie van een duurzame, energiezuinige, aan de leefsituatie aanpasbare woning aan de Maasheseweg 59 5804 AA Venray. Gelet op het bovengenoemde project betreft het hier een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan (artikel 2.1 lid 1 onder c Wabo). Op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3° van de Wabo, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bestemmingsplan. De aanvraag om een omgevingsvergunning dient volgens de gemeente Venray een ruimtelijke onderbouwing te bevatten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de afwijking van het bestemmingsplan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Uit deze ruimtelijke onderbouwing blijkt dat het project in overeenstemming is met rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk ruimtelijk beleid. Het onderhavige project heeft betrekking op de toevoeging van een duurzame, energiezuinige, aan de leefsituatie aanpasbare woning in bestaand stedelijk gebied. Bovendien is hier sprake van een situatie dat op de gronden van het projectgebied al een onherroepelijke woonbestemming rust. Hierdoor past het project binnen de beleidskaders voor toegestane ontwikkelingen binnen bestaand stedelijk gebied.
De realisatie van een nieuwe duurzame, energiezuinige, aan de leefsituatie aanpasbare woning in een rustige woonomgeving net buiten het stadscentrum van Venray, vormt verder een aanvulling op het bestaande woning aanbod in de gemeente. Het projectgebied wordt ontsloten via de Maasheseweg. Het project is met de realisatie van één woning zodanig kleinschalig dat de toename van het (auto) verkeer volledig opgaat in het heersende verkeersbeeld op de Maasheseweg en de daarop aansluitende Nieuwe Maasheseweg. Het project heeft geen gevolgen voor de verkeersstructuur, wegprofielen en verkeersveiligheid van de betreffende openbare wegen. Er dient – en er zal - op eigen terrein voorzien worden in 2 parkeerplaatsen. Door de aard van het project en gelet op de aard van en waarden binnen het projectgebied zelf, worden er geen natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden en beschermde flora en fauna aangetast. Ook zijn er geen milieu-planologische en/of veiligheidsbeperkingen met betrekking tot de realisatie van het project. Het project is ruimtelijk aanvaardbaar. Er worden geen belangen geschaad door het verlenen van medewerking aan de realisatie van het project. HOOFDSTUK 7 UITVOERBAARHEID 7.1 Economische uitvoerbaarheid De realisatie van het plan geschiedt voor rekening van de initiatiefnemers. Het plangebied is ook geheel in eigendom van de initiatiefnemers.
De initiatiefnemers en de gemeente Venray hebben samen een anterieure exploitatie-overeenkomst (inclusief planschadeverhaalsclausule) gesloten ten behoeve van het gemeentelijk kostenverhaal en de afwenteling van eventuele planschadeclaims op de initiatiefnemers. De economische uitvoerbaarheid is niet in het geding. 7.2 Handhaving De doelstellingen van het ruimtelijke beleid kunnen slechts verwezenlijkt worden, indien de regels van het bestemmingsplan worden nageleefd. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray hebben sinds 1 april 2005 via een gemeenschappelijke regeling hun handhavingscapaciteit gebundeld. Beleidsuitgangspunten voor toezicht en handhaving zijn vastgelegd in de Nota Integraal Handhavingsbeleid Horst aan de Maas en Venray (2012-2015). Het beleidsplan bevat naast een visie, doelstellingen en prioriteiten ook de werkwijzen hoe met geconstateerde overtredingen wordt omgegaan en welke strategieën daarbij worden gevolgd. Ook wordt invulling gegeven aan de vele eisen die wet- en regelgeving aan de gemeentelijke taakuitvoering stelt. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray voeren hun handhavingstaken uit op basis van het volgende uitgangspunt. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray stellen een gezonde, veilige, leefbare en groene leefomgeving centraal. Handhaving is één van de middelen om de kwaliteit van wonen, leven en werken te behouden en te versterken.
Het bestuur streeft naar een gestructureerd en integraal handhavingsbeleid waarbij preventief beleid voorop staat. De betrokkenheid en het eigen verantwoordelijkheidsbesef van de burgers, bedrijven en instellingen moeten daarbij worden vergroot. Als de preventieve inzet (informatievoorziening) niet werkt en het geschonken vertrouwen wordt beschaamd, volgt daadwerkelijke handhavend optreden. Zo krijgt iedereen de aanpak die hij/ zij verdient.
De uit deze visie voorvloeiende doelstellingen en beleidsuitgangspunten van het handhavingsbeleid zijn: 1. Appelleren aan de eigen verantwoordelijkheid. 2. Preventie gaat boven repressie. 3. Draagvlak creëren. 4. Klantgericht handelen. 5. Alleen noodzakelijke en handhaafbare kaders stellen. Concreet betekent dit dat nadrukkelijk wordt ingezet op preventie. Leidend uitgangspunt is dat burgers, bedrijven en instellingen worden vertrouwd in een rechtmatige uitoefening van hun activiteiten. Er wordt daarbij van uitgegaan dat het maatschappelijk veld met gerichte voorlichting en communicatie, verantwoordelijk kan worden gemaakt (en gehouden) voor de naleving van voor hen geldende wet- en regelgeving. Daarbij past een bewuste differentiatie van de handhavingsinzet. In een jaarlijks op te stellen handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) worden de prioriteiten vertaald naar actie. Het jaarlijkse HUP wordt vastgesteld door de colleges van burgemeester en wethouders van beide gemeenten en ter kennis gebracht van de gemeenteraden. 7.3 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.3.1 Bekendmaking ex artikel 1.3.1. Bro Burgemeester en wethouders van Venray zullen - op grond van artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening bekendmaken dat zij het voornemen hebben om het plan ‘Maasheseweg 59 Venray’ voor te bereiden.