CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Regels Zonnedauw 18 Ysselsteyn

Gemeenteraad 14 mei 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Zonnedauw 18 te Ysselsteyn’10.881 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

4

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

4 13

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

15

Artikel 3 Artikel 4

Wonen Waarde - Archeologie 4

15 19

Hoofdstuk 3

Algemene regels

21

Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels

21 22 23 24 25 26 27

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

28

Artikel 12 Artikel 13

Overgangsrecht Slotregel

28 29

2

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

Regels

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze planregels wordt verstaan onder: 1.1

Plan

Het bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn' van de gemeente Venray. 1.2

Bestemmingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0984.BP23003-va01 met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.3

Aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4

Aanduidingsgrens

Grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5

Aaneengebouwde woning

Een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van minimaal drie woningen waarvan de hoofdgebouwen aan elkaar gebouwd / verbonden zijn. 1.6

Achtergevelrooilijn

De denkbeeldige lijn die wordt getrokken langs de achtergevel van het hoofdgebouw – zonder aanbouwen en aangebouwde bijgebouwen – alsmede het verlengde daarvan. 1.7

Architectonische waarde

De aan een bouwwerk toegekende waarde in verband met de vormgeving, het materiaalgebruik en/of detaillering. 1.8

Bebouwing

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.9

Bebouwingspercentage

Een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwperceel dat ten hoogste mag worden bebouwd.

4

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

1.10

Bed & breakfast

Het bieden van de mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben door de eigenaar of hoofdbewoner van de desbetreffende woning. 1.11

Bedrijf aan huis

Het beroepsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, in tegenstelling tot het beroep aan huis, gericht op consumentenverzorging geheel of gedeeltelijk door middel van handwerk en waarbij de omvang van de activiteiten zodanig is dat als deze in een woning en bijgebouwen wordt uitgeoefend de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd. 1.12

Begane grond

De natuurlijke oppervlakte van het terrein, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging, alsmede dat gedeelte van een gebouw dat met die oppervlakte gelijk is. Is er sprake van hoogteverschillen in het terrein, dan geldt: de hoogte van het hoogst gelegen aangrenzend maaiveld. 1.13

Beroep aan huis

De uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten aan huis op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied dat door zijn beperkte omvang in een woning en bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; hieronder dient niet te worden begrepen de uitoefening van prostitutie. 1.14

Bestaand

Ten tijde van de inwerkingtreding van het plan aanwezig. 1.15

Bestemmingsgrens

De grens van een bestemmingsvlak. 1.16

Bestemmingsvlak

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.17

Bijbehorend bouwwerk

Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.18

Bijgebouw

Een aangebouwd of vrijstaand gebouw of ander bouwwerk met een dak die door de vorm onderscheiden kan worden van het op hetzelfde perceel gelegen hoofdgebouw, die in architectonisch opzicht ondergeschikt zijn en functioneel dienstbaar aan dit hoofdgebouw. Een bijgebouw is een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in de Wabo.

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

5

1.19

Bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.20

Bouwgrens

De grens van een bouwvlak. 1.21

Bouwlaag

Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond. 1.22

Bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.23

Bouwperceelsgrens

De grens van een bouwperceel. 1.24

Bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.25

Bouwwerk

Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.26

Carport

Een overkapping van lichte constructie, bestemd om te dienen als overdekte stalling voor een motorrijtuig, welke geen tot de constructie behorende wanden heeft. 1.27

Dagrecreatief medegebruik 1

Extensieve vormen van dagrecreatie die in de open lucht plaatsvinden in gebieden waar de hoofdfunctie een andere is; hieronder worden in ieder geval verstaan: wandelen, fietsen, paardrijden of kanoën. 1.28

Dagrecreatief medegebruik 2

Tijdelijk medegebruik van grasland, akkerbouwgrond of onbebouwde agrarische grond voor kleinschalige dagrecreatie die in de open lucht plaatsvindt, waaronder kleinschalige recreatieve luchtvaart ten behoeve van luchtballonvaren en ultralights.

6

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

1.29

Detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.30

Erf

Een gedeelte van het perceel, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij geldt: a. Achtererf: Erf achter de met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied evenwijdig gelegen lijn, die het hoofdgebouw raakt: 1. aan een niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel, op 1 meter achter het snijpunt met de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde, en; 2. aan een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel, op het snijpunt met de achtergevel. b. Voorerf: Erf dat geen onderdeel is van het achtererf. c. Zijerf: Het gedeelte van het erf dat zich bevindt aan de zijkant van het hoofdgebouw, startend bij de voorkant en eindigend bij de achterkant van het hoofdgebouw. Het zijerf maakt onderdeel uit van het voorerf wanneer het grenst aan openbaar gebied, als dit niet zo is dan maakt het onderdeel uit van het achtererf vanaf 1 meter achter de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde. 1.31

Evenement

Een activiteit in de openlucht, dan wel in al dan niet tijdelijke tenten of paviljoens, gericht op het bereiken van publiek voor sociale, informerende, educatieve, culturele, levensbeschouwelijke doeleinden en/of doeleinden van vermaak. Onder toegestane evenementen wordt verstaan: kermissen, herdenkingsplechtigheden, feesten, muziekvoorstellingen, wedstrijden op of aan de weg, braderieën of markten, optochten en daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen evenementen. 1.32

Gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.33

Geschakelde woning

Een woning waarvan het hoofdgebouw via een ondergeschikt bijgebouw verbonden is met het volgende hoofdgebouw en waarvan het hoofdgebouw op de perceelsgrens is gebouwd. 1.34

Gestapelde woning

Een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen bevat. 1.35

Gevel

Buitenmuur van een gebouw, waarbij geldt: Voorgevel: de gevel aan de voorzijde van een hoofdgebouw.

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

7

Zijgevel: de gevels van een hoofdgebouw die haaks staan op de voorgevel. Achtergevel: de gevel van een hoofdgebouw die zich aan de tegenovergestelde kant van de voorgevel bevindt. 1.36

Grondgebonden woning

Een gebouw, dat een vrijstaande woning of meerdere halfvrijstaande, geschakelde of aaneengebouwde, uitsluitend naast elkaar en niet boven elkaar gelegen, woningen omvat, en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid kan worden beschouwd. 1.37

Hoeksituatie

Een perceel dat met minimaal twee aaneengesloten zijden grenst aan een weg of twee kruisende wegen. 1.38

Hoofdgebouw

Een of meerdere panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.39

Huishouden

een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen voeren. 1.40

Kampeermiddel

a. Een tent, een tentwagen, een kampeerauto, caravans of stacaravans, vouwwagens en campers; b. Enig ander onderkomen of enig ander voertuig, gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 2.1 lid 1a van de Wabo een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is, een en ander voor zover genoemde onderkomens of voertuigen geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1.41

Kunstwerk

Object van artistieke kunstuiting. 1.42

Levensloopbestendig

Een woning of wooneenheid die zonder die zonder trappen van buiten af bereikbaar, rolstoeltoegankelijk en drempelvrij is en waarbij de zogenaamde 'primaire ruimtes' (keuken, badkamer en toilet, woonkamer en minimaal één slaapkamer) zich op dezelfde woonlaag bevinden of waarbij de mogelijkheid bestaat dat de primaire ruimtes op dezelfde bouwlaag aanwezig zijn doordat de aansluitingen hiervoor aanwezig zijn. 1.43

Luiffel

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand.

8

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

1.44

Maaiveld

Bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft. 1.45

Maatvoeringsvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge een maatvoeringssymbool in het betreffende vlak bepaalde afmetingen, percentages, oppervlakten, hellingshoeken en/of aantallen, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn toegelaten. 1.46

Milieuhygiënische uitvoerbaarheid

Overkoepelend begrip voor relevante milieuaspecten zoals bodem, geluid, geurhinder, luchtkwaliteit, externe veiligheid, etc. aan welke bijbehorende wettelijke kaders getoetst dient te worden, zodat omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse is geborgd. 1.47

Monumenten

Alle bouwwerken conform artikel 1 onder d Monumentenwet 1988. 1.48

Omgevingsvergunning

Omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wabo. 1.49

Onderbouw

Een gedeelte van een gebouw dat maximaal 1,50 meter boven peil is gelegen en niet als bouwlaag wordt aangemerkt. 1.50

Ondergeschikte activiteit

Activiteit die afwijkt van de hoofdfunctie, maar die hieraan niet gelijkwaardig is vanwege: de oppervlakte; de activiteit beslaat in oppervlakte maximaal 35% van het vloeroppervlak van het gebouw, of; de duur en frequentie; de activiteit komt incidenteel voor en beslaat qua beoefening dus minder tijd dan de hoofdfunctie, of; de functie in relatie tot de hoofdfunctie; de activiteit wordt uitgeoefend ter ondersteuning van de hoofdfunctie. 1.51

Ondergeschikte bouwdelen

Onderdelen van een hoofdgebouw die in architectonisch opzicht ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw en bijgebouwen, zoals erkers, ingangpartijen, luifels, schoorstenen en antennes. 1.52

Ondergronds

Beneden het peil.

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

9

1.53

Onderkomens

Voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief buitenverblijf, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken. 1.54

Openbaar toegankelijk gebied

Weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.55

Overige bouwwerken

Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct duurzaam met de aarde is verbonden. 1.56

Overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde met een dak, dat niet of slechts aan één zijde is voorzien van een (bestaande) wand. 1.57

Peil

a. Voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. In andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.58

Permanente bewoning

Bewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen van een gebouw, dan wel een gedeelte daarvan als hoofdverblijf. 1.59

Prostitutie

Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. Raamprostitutie is hieronder mede begrepen. 1.60

Recreatie

Activiteiten en mogelijkheden voor ontspanning c.q. vrijetijdsbesteding.

10

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

1.61

Seksinrichting

Een voor het publiek toegankelijk gebouw of gedeelte van een gebouw, waarin handelingen, vertoningen en/of voorstellingen van erotische en/of pornografische aard plaatsvinden. Hieronder wordt mede begrepen een sekswinkel, zijnde een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat is bestemd en/of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig te koop en/of te huur aanbieden, waaronder mede begrepen uitstalling, verhuren en/of leveren van seksartikelen. Een prostitutiebedrijf en bordeel zijn hieronder mede begrepen. Seks- en/of pornobedrijf is een aparte functie en valt op geen enkele wijze onder enig andere functie c.q. doeleinden c.q. bestemming zoals bedoeld dan wel omschreven in dit bestemmingsplan. Hieronder wordt mede verstaan prostitutie en raamprostitutie. 1.62

Standplaats

Het vanaf een vaste plaats op een openbaar toegankelijke en in de open lucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of etenswaren, het anderszins aanbieden van goederen en bedrijfsmatige of niet-bedrijfsmatige diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 1.63

Stedenbouwkundig beeld

Het beeld dat wordt bepaald door de bouwmassa's, de gevelindelingen, en de dakvormen van de bebouwing, alsmede de situering en de verschijningsvormen in zijn omgeving. 1.64

Twee-aaneengebouwde woning

Een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee woningen die met het hoofdgebouw aan elkaar zijn gebouwd. 1.65

Verbeelding

De plankaart van het plan. 1.66

Verblijfsrecreatie

Recreatie waarbij één of meerdere overnachtingen plaatsvinden. Hierbij wordt onder recreatieverblijf verstaan een bouwwerk dat bedoeld is om uitsluitend recreatief door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar te worden gebruikt, zoals een recreatiewoning, chalet, stacaravan of hiermee gelijk te stellen onderkomen; onder recreatief verblijf wordt niet verstaan het verblijf noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden of arbeid. 1.67

Verdieping(en)

De bouwlaag respectievelijk bouwlagen die boven de begane grondbouwlaag gelegen is/zijn. 1.68

Voorgevelrooilijn

De voorgevelrooilijn is de voorste grens van het bouwvlak (en het verlengde daarvan)).

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

11

1.69

Voorkant van een hoofdgebouw

De gevel waarlangs de voorgevelrooilijn loopt. 1.70

Voorzieningen van openbaar nut

Een voorziening ten behoeve van de distributie van gas, water en elektriciteit, en de telecommunicatie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen ondergrondse afvalvoorzieningen, bovengrondse afvalvoorzieningen, transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten, plus voorzieningen voor warmte- en koudeopslag of voorzieningen van soortgelijke aard met bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.71

Vrijstaand geschakelde woning

Woning waarvan het hoofdgebouw via een bijgebouw verbonden is met het volgende hoofdgebouw en waarvan het hoofdgebouw op de perceelsgrens is gebouwd. 1.72

Vrijstaande woning

Een woning zonder gemeenschappelijke wand met een andere woning. 1.73

Wabo

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.74

Waterhuishoudkundige voorzieningen

Boven- en ondergrondse voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, infiltratie en waterkwaliteit. Onder een dergelijke voorziening worden onder andere infiltratievoorzieningen verstaand, zoals infiltratiekratten, wadi's, infiltratiegreppels, doorlatende bestrating of infiltratie- en transportriolen. 1.75

Weg

Een voor het openbaar verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeervoorzieningen. 1.76

Woning / wooneenheid

Een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden. 1.77

Woningsplitsing

Het bouwkundig en functioneel splitsen van een bestaande woning in twee of meer wooneenheden ten behoeve van de vestiging van meer dan één huishouden.

12

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

De afstand tot de zijdelingsebouwperceelgrens

Tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is. 2.2

Het bebouwingspercentage

Het percentage van een bouwperceel dat met bebouwing mag worden bebouwd. Voor zover op de kaart bouwgrenzen zijn aangegeven wordt het bebouwingspercentage berekend over het gebied binnen de bouwgrenzen. 2.3

De bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4

De dakhelling

Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5

De goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6

De inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.7

De lengte, breedte en diepte van een bouwwerk

De buitenwerks tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren gemeten grootste afstand. 2.8

De ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk

Vanaf peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.9

De oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

13

2.10

Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing gelaten, tot een maximum van 1,00 meter.

14

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Wonen

3.1

Bestemmingsomschrijving

3.1.1

Algemeen

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. beroepen aan huis met een maximum oppervlak van 40 m2; c. voorzieningen van openbaar nut; een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder waterhuishoudkundige en parkeervoorzieningen, paden en verhardingen, in- en uitritten en tuinen en erven, met dien verstande dat: d. infiltratie van hemelwater dient plaats te vinden op eigen terrein; e. ten behoeve van de ter plaatse aanwezige functie moet conform de in de Parkeernormen Venray of diens rechtsopvolgers worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid binnen het bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn'. 3.1.2

Dubbelbestemmingen en aanduidingen

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 11.3.1. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Op en in de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d.

gebouwen; de daarbij behorende bijgebouwen; de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde; ongeacht het bepaalde in artikel 3.2.2, artikel 3.2.3en artikel 3.2.4dient tenminste 50% van het achtererf onbebouwd en onoverdekt te blijven.

3.2.2

Regels voor hoofdgebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de voorgevel van een hoofdgebouw dient te worden opgericht ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' of ten hoogste 3 meter achter die gevellijn. Indien voor een bouwperceel twee voorgevelrooilijnen zijn bepaald dient zowel de voor- als zijgevel in of ten hoogste 3 m achter deze lijn te worden gebouwd; c. per bouwvlak is maximaal één woning toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', het aangeduide aantal woningen/wooneenheden is toegestaan; d. woningsplitsing is niet toegestaan; e. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' zijn zowel vrijstaande woningen en twee-aaneengebouwde woningen toegestaan; f. de goothoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

15

'maximum goothoogte (m)' is aangegeven. g. elke woning dient te worden afgedekt met een dak, waarvan de dakhelling ten minste 0° en ten hoogste 65° bedraagt; h. de voorgevelbreedte per woning mag maximaal 12 meter bedragen; i. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt: 1. bij vrijstaande woningen minimaal 3 meter aan beide zijden 2. bij twee-aan-eengebouwde woningen minimaal 3 meter aan één zijde. 3.2.3

Regels voor bijgebouwen

a. voor het bouwen van bijgebouwen bij vrijstaande- en twee-aaneen gebouwde woningen, gelden de volgende bepalingen: 1. bijgebouwen mogen uitsluitend op het achtererf worden gebouwd, met dien verstande dat bij vrijstaande woningen aan één zijde minimaal 7 meter aan opstelruimte ten behoeve van parkeren vrij blijft; 2. tegen de achtergevel van het hoofdgebouw mag/mogen (een) bijgebouw(en) worden gebouw over de volledige breedte van die achtergevel, met een diepte van maximaal 4 meter. De oppervlakte hiervan telt niet mee bij de berekening van de oppervlakte als bedoeld onder 3; 3. bijgebouwen zijn toegestaan met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 50 m². De oppervlakte van carports blijft bij de berekening van die oppervlakte buiten beschouwing; 4. de gezamenlijke oppervlakte als bedoeld onder 3 mag worden verhoogd tot maximaal 70 m2, mits het achtererf, ook na de bouw van bijgebouwen als bedoeld onder 2 en carports, voor niet meer dan 40% wordt bebouwd; 5. de goothoogte van bijgebouwen mag niet hoger zijn dan: Voor aangebouwde bijgebouwen: 0,3 meter boven de vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw, of -als het hoofdgebouw geen tweede bouwlaag heeft- even hoog als het hoofdgebouw met een maximum van 3 meter; Voor vrijstaande bijgebouwen 3 meter. 6. de bouwhoogte van bijgebouwen mag maximaal 5 meter bedragen; 7.

aangebouwde bijgebouwen dienen plat te worden afgedekt indien de bijbehorende woning plat is afgedekt; 8. bijgebouwen dienen met de dichtstbijzijnde gevel binnen een afstand van 15 meter van de achter- en/of zijgevels van de woning te worden gebouwd. b. in afwijking van het bepaalde in lid a onder 1 mogen worden gebouwd: 1. bijgebouwen in hoeksituaties op het naar openbaar gebied gekeerde zijerf, met dien verstande dat: de totale bebouwde oppervlakte maximaal 30 m2 mag bedragen; slechts aan het hoofdgebouw aangebouwde bijgebouwen zijn toegestaan, met een breedte van maximaal 4 meter; 2. carports, zowel op het voorerf als het achtererf, met dien verstande dat: de oppervlakte tot maximaal 30 m2 mag bedragen; de bouwhoogte maximaal 3 meter mag bedragen; de carport met minimaal één zijde of een deel daarvan tegen de zijgevel van het hoofdgebouw of tegen een voor- of zijgevel van een bijgebouw wordt gebouwd; de carport maximaal 2,5 meter voor de voorgevelrooilijn mag worden gebouwd; 3. ondergeschikte bouwdelen op het voorerf, met dien verstande dat: de diepte maximaal 1 meter bedraagt; de breedte maximaal 50% bedraagt van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw; de hoogte maximaal 3 meter bedraagt. 3.2.4

Regels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

16

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

a. de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2 meter, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen vóór de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde maximaal 1 meter mag bedragen; b. in afwijking van het bepaalde onder a mag de hoogte van erf- en terreinafscheidingen aan de zijgevel bij hoekwoningen voor de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde maximaal 2 meter mag bedragen, mits: 1. de afstand tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 0,5 meter bedraagt; 2. de afstand tot de voorgevel minimaal 3 meter bedraagt; 3. het verkeersbelang niet onevenredig aangetast wordt. c. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3 meter. 3.3

Nadere eisen

Ten aanzien van het bepaalde in artikel 3.2zijn burgemeester en wethouders bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmetingen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde; b. de situering en afmetingen van de bouwpercelen; indien zulks noodzakelijk is in verband met één of meer van de volgende aspecten: 1. 2. 3. 4. 5.

de woonsituatie; het straat- en bebouwingsbeeld; het verkeers-, sociale en brandveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden in aangrenzende bestemmingen.

3.4

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in: a. artikel 3.2.2onder g voor het overschrijden van de op de verbeelding aangegeven aanduiding 'maximum goothoogte (m)' tot ten hoogste 6 meter; b. artikel 3.2.2onder i voor het verhogen van de maximale toegestane breedte van het hoofdgebouw; c. artikel 3.2.3onder a sub 3 voor het overschrijden van de maximale oppervlakte aan bijgebouwen tot maximaal 100 m2, mits de bebouwing met de dichtstbijzijnde gevel op niet meer dan 15 meter van de achtergevel van het hoofdgebouw is gelegen en maximaal 15% van het achtererf mag worden bebouwd, Onder de voorwaarden dat: d. de belangen van de eigenaren en / of gebruikers van de nabij gelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; e. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad. 3.5

Specifieke gebruiksregels

3.5.1

Verboden gebruik

Onder gebruiken en/of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan: a. het niet voorzien in voldoende parkeergelegenheid binnen het bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn' ten behoeve van de ter plaatse gevestigde functie(s). De gemeente Venray beschouwt in het kader van dit bestemmingsplan de parkeerkengetallen zoals deze zijn opgenomen in de Parkeernormen Venray of diens rechtsopvolgers als vigerende normstelling;

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

17

b. het niet voorzien in de infiltratie van hemelwater op eigen terrein; c. het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: 1. opslag anders dan inherent aan het toegelaten gebruik; 2. de uitoefening van detailhandel, met uitzondering van beperkte detailhandel, ondergeschikt aan het beroep aan huis als bedoeld in 3.1.1onder b; 3. zelfstandige bewoning voor zover het vrijstaande bijgebouwen betreft; 4. woningsplitsing; 5. gebruik van gronden voor de voorgevelrooilijn voor het stallen van voertuigen, caravans en dergelijke, anders dan op een oprit; 6. bedrijf aan huis; 7. recreatief (mede)gebruik; 8. seksinrichting. 3.5.2

Beroep aan huis

Een beroep aan huis is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. een beroep aan huis mag worden uitgeoefend in de woning of in de bijgebouwen; b. de woonfunctie blijft in overwegende mate gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning wordt niet aangetast; c. maximaal 40 m² van het vloeroppervlak van de woning inclusief de daarbij behorende bijgebouwen mag als zodanig worden gebruikt; d. degene die de activiteiten uitvoert, is tevens de bewoner van de woning; e. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; f. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein; g. er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van beperkte detailhandel, ondergeschikt aan en in direct verband met het beroep aan huis. 3.6

Afwijken van de gebruiksregels

3.6.1

Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in: a. artikel 3.5.1onder a, mits elders in de omgeving in voldoende parkeergelegenheid is voorzien; b. artikel 3.5.1onder b, mits elders in de omgeving is voorzien in de infiltratie van het hemelwater. 3.6.2

Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van een bedrijf aan huis

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.5.1onder c, sub 6, ten behoeve van een bedrijf aan huis, met dien verstande dat de voorwaarden zoals genoemd in artikel 3.5.2onder a tot en met g in acht worden genomen. 3.6.3

Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van een bed & breakfast

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een aanvraag omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 3.5.1onder c, sub 7 van de planregels en kleinschalige verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van een bed & breakfast toestaan onder de voorwaarden dat: a. b. c. d. e. f.

18

de primaire woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate wordt gehandhaafd; de voorzieningen in hun totaliteit niet groter zijn dan 100 m²; het woonmilieu niet onevenredig wordt aangetast; sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; de parkeerbalans en verkeersafwikkeling in de directe omgeving niet onevenredig worden benadeeld; detailhandel slechts plaatsvindt voor zover deze beperkt blijft tot verkoop in direct verband met de verblijfsrecreatieve voorziening.

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

Artikel 4 4.1

Waarde - Archeologie 4

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende (basis)bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden in het gebied, waarbij artikel 11.3 in acht dient te worden genomen. 4.2

Bouwregels

Voor het bouwen op of in de als 'Waarde - Archeologie 4' aangeduide gronden gelden de volgende regels: a. Op of in de als 'Waarde - Archeologie 4' aangegeven gronden mag op basis van de onderliggende bestemming worden gebouwd, waarbij de grond voor maximaal 500 m² per bouwperceel gemeten op maaiveldniveau) wordt verstoord; b. Indien de verstoring meer dan 500 m² per bouwperceel bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm dient de aanvrager een rapport (bureauonderzoek, inventariserend (verkennend, karterend of waarderend) veldonderzoek d.m.v. proefsleuven of boringen, opgraving, archeologische begeleiding) te overleggen, waaruit blijkt dat de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; c. Uitsluitend indien archeologische waarde is vastgesteld worden aan de omgevingsvergunning daartoe de volgende voorwaarden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden. Hierbij kan gedacht worden aan het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag, het gebruiken van alternatieven voor het funderen van bouwwerken zoals heien, of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of 3.

de verplichting de uitvoering van de (bouw)activiteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1

Verboden werken en werk zaamheden

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren die de archeologische waarden verstoren, indien bij het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de verstoring van gronden meer dan 500 m² per bouwperceel bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm: a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); b. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); c. het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het oorspronkelijke maaiveld) ten behoeve van agrarisch gebruik (diepploegen- en woelen); d. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); e. het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen; f. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/of grond van elders; g. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond;

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

19

h. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); i. het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; j. het aanplanten van gewassen of jonge bomen (ten behoeve van boomkwekerij of sierteelt). 4.3.2

Uitzonderingen

Het in artikel 4.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. blijkens een rapport van een door van gemeentewege erkende archeologisch deskundige (voortoets) de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; c. het aanbrengen van leidingen in wegbermen binnen de bestemming verkeer betreffen, voor zover deze niet aansluit op de bestemming natuur. 4.3.3

Afwegingskader

Een in artikel 4.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken en/of werkzaamheden of door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden van deze gronden, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

4.3.4

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen en de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 4' geheel of gedeeltelijk van de verbeelding te verwijderen, als op basis van archeologisch onderzoek, dat voldoet aan de normen van de archeologische beroepsgroep, geen archeologische waarden zijn vastgesteld.

20

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 Artikel 5

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

21

Artikel 6 6.1

Algemene bouwregels

Ondergronds bouwen

Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen beperkingen, de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan bij bestaande hoofd- en bijgebouwen; b. de oppervlakte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan de toegestane oppervlakte van bouwwerken boven peil; c. in aanvulling op het bepaalde in sub a en b is maximaal 1 niet-overdekt zwembad toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. het zwembad dient te worden gebouwd in het achtererf en op een afstand van ten minste 3,00 meter van zijdelingse en achterste perceelsgrens; 2. het zwembad mag niet overdekt zijn, tenzij de regeling voor bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde als bedoeld in respectievelijk artikel 3.2.3en 3.2.4in acht wordt genomen; 3. het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut; d. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 meter onder peil. 6.2

Parkeergelegenheid

6.2.1

Parkeernorm

Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw gebouw, de uitbreiding van een bestaand gebouw of de verbouw van een bestaand gebouw, wordt uitsluitend verleend indien op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Voldoende parkeergelegenheid betekent dat wordt voldaan aan de normen die zijn neergelegd in de Parkeernormen Venray of diens rechtsopvolgers. Indien deze nota niet toereikend is wordt getoetst aan de CROW publicatie 317 'kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Indien de beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging. 6.3

Infiltratie

6.3.1

Infiltratieplicht

Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw gebouw, de uitbreiding van een bestaand gebouw of de verbouw van een bestaand gebouw, wordt uitsluitend verleend indien voor de aanwezige functie op eigen terrein wordt voorzien in infiltratie van hemelwater. 6.3.2

Afwijking

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 6.3.1 voor zover op andere wijze in de nodige infiltratievoorziening wordt voorzien.

22

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

Artikel 7 7.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Onverlet het bepaalde in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, is het (ook) verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het laten gebruiken danwel het doen laten gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan.

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

23

Artikel 8 8.1

Algemene afwijkingsregels

10 %-regeling

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van de in deze regels voorgeschreven minimale en/of maximale maten (hoogte, oppervlakte, inhoud etc.) en percentages tot maximaal 10% en maximaal 1 meter van die maten en percentages indien de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad, met dien verstande dat dit niet geldt wanneer reeds op grond van deze regels een andere omgevingsvergunning/ontheffing is of kan worden verleend. 8.2

Bouwvlak

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het uitbreiden van het bouwvlak, binnen de bestemming, tot maximaal 10%, met dien verstande dat: a. binnen een afstand van minimaal 5 meter tot aan de zijdelingse en achterste perceelsgrens geen nieuwe bebouwing mag worden opgericht; b. de belangen van eigenaren en/of gebruikers van de nabij gelegen gronden en bebouwing niet onevenredig worden geschaad; c. er uit oogpunt van brandveiligheid geen belemmeringen zijn. 8.3

Meetverschillen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van de aangeduide bouwgrenzen indien een meetverschil of onnauwkeurigheid op de kaart ten opzichte van de feitelijke situatie daartoe aanleiding geeft, mits de afwijking maximaal 3,00 meter bedraagt. 8.4

Voorzieningen van openbaar nut

Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen en (gebieds)aanduidingen, een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van de bouw- en/of gebruiksregels voor het bouwen van kleine, niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut en voor religieuze doeleinden, zoals wachthuisjes, transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, pinautomaten, afval- en glascontainers, kapellen, wegkruisen en dergelijke, met dien verstande dat: a. de inhoud maximaal 50 m³ mag bedragen; b. de hoogte maximaal 3,00 meter mag bedragen. 8.5

Evenementen

Het is mogelijk om een locatie die niet is aangewezen als ‘evenemententerrein’ te gebruiken ten behoeve van evenementen, onder de voorwaarden dat: a. deze evenementen niet langer dan drie kalenderdagen in beslag nemen, inclusief de dagen die nodig zijn voor het op- of afbouwen; b. versterkt geluid of muziek slechts gedurende één dag is toegelaten tussen 10.00 uur en 01.00 uur; c. voorzien kan worden in voldoende parkeergelegenheid en een goede verkeersafwikkeling; d. het maximaal aantal bezoekers per evenement per dag niet meer bedraagt dan 5.000.

24

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

Artikel 9 9.1

Algemene wijzigingsregels

Verschuiven bestemmingsgrenzen

Het bevoegd gezag kan het bestemmingsplan wijzigen ten behoeve van het in geringe mate, tot maximaal 2,00 meter, verschuiven van de bestemmingsgrenzen, mits dit noodzakelijk is, in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden op de kaart ten opzichte van de feitelijke situatie, voor zover daarmee wordt beoogd een zo goed mogelijke overeenstemming tussen het plan en de werkelijke toestand te bereiken.

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

25

Artikel 10 10.1

Algemene procedureregels

Nadere eisen

Bij het stellen van nadere eisen, worden in ieder geval de volgende procedureregels in acht genomen: a. het ontwerp-besluit ligt, met de daarop betrekking hebbende stukken, gedurende vier weken voor belanghebbenden ter inzage op het gemeentehuis; b. burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging tevoren bekend in het elektronisch gemeenteblad van Venray; c. in deze kennisgeving wordt vermeld dat belanghebbenden gedurende de termijn van terinzagelegging schriftelijk zienswijzen omtrent de aanvraag of het ontwerpbesluit kunnen indienen bij het bevoegd gezag; d. indien tegen het ontwerpbesluit zienswijzen naar voren zijn gebracht, wordt het besluit met redenen omkleed; e. burgemeester en wethouders delen aan hen die hun zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede.

26

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

Artikel 11 11.1

Overige regels

Overtreding algemene gebruiksregels

Overtreding van het bepaalde in artikel 8 is een economisch delict in de zin van artikel 1a, sub 2° van de Wet op de economische delicten en als zodanig strafbaar op grond van deze wet. 11.2

Wettelijke regelingen

Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 11.3

Voorrangsregels

11.3.1 Voorrang dubbelbestemming In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming, gaat het belang van de dubbelbestemming voor. 11.3.2 Onderlinge relatie dubbelbestemmingen Ten aanzien van de onderlinge relatie tussen de dubbelbestemmingen geldt dat dubbelbestemmingen gericht op het instandhouden of ontwikkelen van het groene karakter en het voorkomen van bebouwing voorgaan boven dubbelbestemmingen met bebouwing. In concreto wordt in afnemende mate prioriteit verleend aan de dubbelbestemming: a. Leiding - Riool b. Waarde - Archeologie 4; c. Waterstaat - Beschermingszone watergang

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

27

Hoofdstuk 4 Artikel 12 12.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwen

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

28

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

Artikel 13

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Zonnedauw 18 te Ysselsteyn'.

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

29

Bijlagen bij Regels

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

3

Bijlage 1 Parkeernormen Venray

4

Bestemmingsplan "Zonnedauw 18 te Ysselsteyn" (vastgesteld)

Beleidsnota Parkeernormen Gemeente Venray

Afdeling Ruimte december 2013

Inhoudsopgave 1. Inleiding..........................................................................................................................................................3 1.1 Aanleiding ....................................................................................................................................................... 3 1.2 Juridisch kader .............................................................................................................................................. 3 1.3 Doelstelling ..................................................................................................................................................... 3 1.4 Leeswijzer ....................................................................................................................................................... 3 2. Uitgangspunten parkeernormen ...........................................................................................................4 2.1 Basis parkeernormen .................................................................................................................................. 4 2.2 Stedelijkheidsgraad en ligging .................................................................................................................

4 2.3 Aanwezigheidspercentages ....................................................................................................................... 5 2.4 Parkeren op eigen terrein .......................................................................................................................... 5 2.5 Aan huis verbonden beroep en lichte bedrijvigheid aan huis ......................................................... 6 2.6 Tijdelijke wooneenheden ............................................................................................................................ 6 2.7 Migrantenhuisvesting .................................................................................................................................. 6 2.8 Gehandicaptenparkeerplaatsen ................................................................................................................ 6 3. Toepassing parkeernormen ....................................................................................................................7 3.1 Bepalen parkeerbehoefte ........................................................................................................................... 7 3.2 Bepalen parkeereis ......................................................................................................................................

7 3.3 Parkeerbalans ................................................................................................................................................ 7 3.4 Ontheffingsmogelijkheid............................................................................................................................. 8 3.5 Overgangsregeling ....................................................................................................................................... 8 3.6 Hardheidsclausule ........................................................................................................................................ 8

Bijlagen Bijlage 1: Centrumgebied Venray Bijlage 2: Aanwezigheidspercentages Bijlage 3: Parkeernormen Venray

Pagina 2 van 13

1. Inleiding 1.1 Aanleiding In 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) ingegaan. Tegelijk is de Woningwet, waarop de bouwverordening is gebaseerd, gewijzigd. Dat heeft als consequentie dat bouwverordeningen in de toekomst naar verwachting geen voorschriften meer mogen bevatten over parkeren. Om te voldoen aan actuele wetgeving en te beschikken over een toetsingskader voor vragen met betrekking tot parkeren is de 'Beleidsnota Parkeernormen' opgesteld. Dit is tevens een uitwerking van het in 2011 vastgestelde Parkeerbeleidsplan. 1.2 Juridisch kader Op grond van de Wabo dient een aanvraag omgevingsvergunning aan de bouwverordening getoetst te worden. In artikel 2.5.30 van de geldende bouwverordening van de gemeente Venray is bepaald dat ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's in voldoende mate ruimte moet zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. De 'Beleidsnota Parkeernormen' heeft alleen betrekking op toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen en plannen binnen de gemeente, daar waar het betreft nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functies. Hij is daarnaast van toepassing op ruimtelijke plannen zonder dat sprake is van een aanvraag omgevingsvergunning.

De 'Beleidsnota Parkeernormen' is bedoeld als richtlijn voor het bepalen van de parkeerbehoefte en parkeereis richting externe partijen (adviesbureaus, projectontwikkelaars, woningbouwverenigingen, makelaars etc.) 1.3 Doelstelling De doelstelling van de 'Beleidsnota Parkeernormen' is als volgt samen te vatten: Het vaststellen van gemeentelijke parkeernormen om bij nieuwe ruimtelijke plannen en ontwikkelingen de parkeerbehoefte te kunnen bepalen en hiermee de bereikbaarheid en leefbaarheid in de gemeente Venray te waarborgen. 1.4 Leeswijzer Het eerste hoofdstuk gaat in op de aanleiding, het juridisch kader en de doelstelling van de parkeernormennotitie. In het tweede hoofdstuk wordt ingegaan op de uitgangspunten die gebruikt zijn bij het opstellen van de parkeernormennotitie. Het derde en laatste hoofdstuk gaat in op de wijze waarop de parkeernormennotitie moeten worden toegepast en welke ontheffingsmogelijkheden aanwezig zijn.

Pagina 3 van 13

2. Uitgangspunten parkeernormen 2.1 Basis parkeernormen Voor de parkeernormen is aansluiting gezocht bij de CROW publicatie 317 Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie (oktober 2012). Bij ruimtelijke initiatieven binnen de gemeente wordt deze publicatie ook al gehanteerd als toetsingskader. In de CROW publicatie zijn de parkeerkencijfers opgenomen voor de volgende zeven hoofdcategorieën: winkel en boodschappen; sport, cultuur en ontspanning; horeca en (verblijfs)recreatie; gezondheid en (sociale) voorzieningen; onderwijs; wonen; werken. De parkeernormen in CROW publicatie 317 Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie hebben minimum- en maximumwaarde. De parkeernormen in deze parkeernormennotitie hebben geen bandbreedte. De gehanteerde parkeernorm is in de meeste situaties samengesteld uit een gemiddelde van de minimum en maximum CROW parkeernorm. Dit sluit aan bij de werkwijze in de praktijk en voorkomt discussie bij de plantoetsing. Voor het centrum van Venray zijn de parkeernormen bepaald aan de hand van de Parkeerbalans 2010-2020, waaruit blijkt dat de minimale parkeernorm het beste aansluit. De reden is dat de werkelijk gemeten parkeerdruk lager was dan op grond van de aanwezige woningen en functies werd verwacht.

2.2 Stedelijkheidsgraad en ligging Stedelijkheid De stedelijkheidsgraad van een gebied is van invloed op het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen en daarmee ook van invloed op de parkeernorm. Naarmate een gebied een lagere stedelijkheidsgraad heeft neemt het aanbod en de kwaliteit van alternatieven voor de auto (fietsen, lopen, openbaar vervoer) af, en neemt de behoefte aan parkeerplaatsen toe. In de CROW kencijfers wordt daarom onderscheid gemaakt naar 5 verschillende stedelijkheidsgraden (van niet stedelijk tot zeer sterk stedelijk). De mate van stedelijkheid is gebaseerd op de omgevingadressendichtheid (oad) van het CBS. De oad wordt uitgedrukt in het aantal adres per vierkante kilometer. Volgens de oad wordt de totale gemeente Venray getypeerd als matig stedelijk gebied (500-100 adressen per km²). Tussen de afzonderlijke kernen zijn verschillen in de oad zichtbaar. Om schijnnauwkeurigheid te voorkomen is in de 'Beleidsnota Parkeernormen' uitgegaan van één stedelijkheidsgraad, matig stedelijk, voor de totale gemeente. Ligging De ligging van een gebied is ook van invloed op het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen en dus ook van invloed op de parkeernorm.

Naarmate een gebied verder van een centrum af ligt neemt het aanbod en de kwaliteit van alternatieven voor de auto (fietsen, lopen, openbaar vervoer) af, en neemt de behoefte aan parkeerplaatsen toe. In de CROW kencijfers is daarom onderscheid gemaakt naar vier stedelijke zones: 1. centrum; 2. schil; 3. rest bebouwde kom; 4. buiten de bebouwde kom. In de 'Beleidsnota Parkeernormen' zijn deze overgenomen. Om ook hier schijnnauwkeurigheid te vermijden is alleen het centrumgebied van de kern Venray als “centrum” aangemerkt. In de

Pagina 4 van 13

overige kernen is geen sprake van een sterke concentratie van aaneengesloten winkels. In bijlage 1 is het centrumgebied van Venray afgebeeld. 2.3 Aanwezigheidspercentages Wanneer twee of meerdere functies gebruik kunnen maken van dezelfde parkeervoorziening(en) worden aanwezigheidspercentages toegepast. Hiermee kan de gecombineerde maatgevende parkeervraag bepaald worden en kan in de meeste situaties volstaan worden met minder parkeerplaatsen. In bijlage 2 zijn de aanwezigheidspercentages voor de verschillende functies en maatgevende periodes opgenomen. De aanwezigheidspercentages zijn afkomstig uit de CROW publicatie. 2.4 Parkeren op eigen terrein Ontwerp Uitgangspunt is dat een bouwinitiatief op eigen terrein voldoet aan de parkeervraag. Aan parkeerplaatsen op eigen terrein worden eisen gesteld zodat deze ook daadwerkelijk gebruikt kunnen worden. Deze eisen zijn allemaal te herleiden uit de ASVV van de CROW en de Toetssteen Openbare Ruimte van de gemeente Venray. Dit ‘standaardwerk’ voor verkeerstechnische ontwerpen is leidraad voor ontwerpvraagstukken. Uiteindelijk dient de vakafdeling naast de parkeernorm, ook het ontwerp goed te keuren. Bezoekers Voor de functie wonen bestaat de parkeernorm uit een bewoners- en bezoekers gedeelte. Het aandeel bezoekers per appartement/woning is altijd 0,3 parkeerplaats per woning.

Het aandeel bezoekers parkeerplaatsen moet altijd in de openbare ruimte gerealiseerd worden. Hiervan mag worden afgeweken wanneer de parkeerplaatsen op eigen terrein via de openbare weg bereikbaar zijn en voor het openbaar verkeer open staan. De bezoekersparkeerplaatsen mogen dus niet in een afgesloten parkeergarage, achter een hekwerk of achter een slagboom liggen. Oprit, garage, carport Een garage bij een woning wordt niet meegeteld als parkeermogelijkheid op eigen terrein; in de praktijk heeft bijna elke bij een woning (aan)gebouwde garage een andere bestemming zoals bijkeuken, slaapkamer of kantoor. Hiermee wordt op voorhand rekening gehouden zodat het aantal aan te leggen parkeerplaatsen voldoende duurzaam is. De mate van openbaarheid van het parkeeraanbod is belangrijk voor gecombineerd gebruik. Hoe meer parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen, hoe minder gecombineerd gebruik mogelijk is. In de onderstaande tabel is de factor opgenomen voor bepaling van het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen. Parkeergelegenheid

berekeningsaantal

ontwerpeis

Woning met garage en/of een oprit

1,0 pp

Woning met garage

0,0 pp

Woning met oprit/parkeerplaats

1,0 pp

Minimaal 5 meter diep en 2,5 breed

Woning met carport

1,0 pp

Minimaal 5 meter diep en 2,5 breed

Woning met dubbele oprit naast elkaar

2,0 pp

Minimaal 5 meter diep en 2,5 breed per auto1

Garagebox geclusterd

0,4 pp

Minimaal 5,0 meter diep

2

Minimaal 5 meter diep en 2,5 breed

Tabel 1: Berekeningsaantallen parkeervoorzieningen bij woningen

1

Meerdere parkeerplaatsen op eigen terrein worden stuk voor stuk gerekend voor zover deze afzonderlijk van elkaar gebruikt kunnen worden. 2 Geldt alleen in nog bestaande situaties. Parkeren in garageboxen wordt beschouwd als parkeren op afstand en in nieuwe situaties wordt dat niet aangemerkt als parkeren op eigen terrein. Bovendien blijkt dat garageboxen steeds vaker gebruikt worden voor opslag in plaats van parkeren.

Pagina 5 van 13

2.5 Aan huis verbonden beroep en lichte bedrijvigheid aan huis In toenemende mate wordt in woongebieden de woonfunctie gecombineerd met een werkfunctie. Hierbij kan gedacht worden aan webwinkels, kappers, pedicures etc. Over het algemeen zijn dit bedrijven zonder personeel en weinig tot geen bezoekers. Op eigen terrein zijn in de meeste situaties geen of onvoldoende mogelijkheden om extra parkeerplaatsen aan te leggen, waardoor eventuele werknemers en/of bezoekers van de lichte bedrijvigheid aangewezen op de parkeerplaatsen in de openbare ruimte. In woonwijken is overdag over het algemeen sprake van restcapaciteit parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte van aan huis verbonden beroepen en lichte bedrijvigheid aan huis is daarom buiten beschouwing gelaten. 2.6 Tijdelijke wooneenheden Initiatieven die voorzien in de bouw van tijdelijke wooneenheden, die later worden geclusterd en omgebouwd naar een ander type woningen wordt bij bepaling van de parkeerbehoefte uitgegaan van de ‘tijdelijke situatie’ indien deze tot een hogere parkeerbehoefte leidt dan in de definitieve situatie. 2.7 Migrantenhuisvesting Arbeidsmigranten zijn in de kencijfers van het CROW niet meegenomen. Door de komst van arbeidsmigranten is in Venray de behoefte aan huisvesting van deze nieuwe groep echter toegenomen. Uitgangspunt is een parkeernorm per bewoner vanwege het tijdelijke en individuele karakter.

Echter in sommige gevallen als sprake is van meer permanente bewoning wordt een norm per huishouden/kamer gehanteerd, vergelijkbaar met kamerverhuur voor zelfstandigen (niet-studenten). 2.8 Gehandicaptenparkeerplaatsen Bij het bepalen van de parkeerbehoefte van centrumgebieden, sportvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen moet rekening gehouden worden met de realisatie van algemene gehandicaptenparkeerplaatsen. Hierbij moeten de volgende aandachtspunten in acht genomen worden: op grote parkeerlocaties (> 50 parkeerplaatsen) is (minimaal) 2% van de parkeercapaciteit aangewezen als algemene gehandicaptenparkeerplaats; de algemene gehandicaptenparkeerplaatsen liggen zo kort mogelijk bij (hoofd)ingang van de voorziening waarvoor de parkeerplaatsen bedoeld zijn; de maatvoering van een gehandicaptenparkeerplaats wordt aangelegd volgens de richtlijnen uit het ASVV 2012.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14008041/1