CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Regels (aangepast) Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

Gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening stoppers ensaneringsregeling (ronde 3)33.754 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

b.

het creëren van een ecologische verbinding economisch uitvoerbaar moet zijn;

c.

de te ontwikkelen natuurwaarden moeten worden afgestemd op de potentiële en actuele natuurwaarden van het gebied wijziging is alleen toegestaan binnen gebieden met de dubbelbestemmingen 'Waarde - Ontwikkelingszone groen' en 'Waarde - Ecologische Hoofdstructuur'.

4.7.17 Wijziging Agrarisch met waarden naar Wonen Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduidingen 'agrarisch bedrijf', 'intensieve veehouderij' en 'glastuinbouwbedrijf' het plan wijzigen en de bestemming 'Agrarisch met waarden' wijzigen in de bestemming 'Wonen' onder de voorwaarden dat: a.

ter plaatse alle agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd;

b.

het aantal woningen niet mag toenemen;

c.

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

d.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

e.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

f.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid.

4.7.18 Wijziging Agrarisch met Waarden naar Sport- Manege Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduidingen 'agrarisch bedrijf', 'intensieve veehouderij' en 'glastuinbouwbedrijf' het plan wijzigen en de bestemming 'Agrarisch met waarden' wijzigen in de bestemming 'Sport - Manege', ten behoeve van de vestiging van een manege, onder de voorwaarden dat: a.

ter plaatse alle agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd;

b.

de wijziging enkel is toegestaan binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - agrarisch gemengd';

c.

detailhandelsactiviteiten niet zijn toegestaan;

d.

de bestaande bebouwingsmassa niet mag worden uitgebreid;

e.

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

f.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

75

g.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

h. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; i.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat bebouwing wordt ingepast;

j.

de oppervlakte van het nieuwe bouwvlak bedraagt maximaal 1,5 hectare;

k.

er is een positief advies verkregen van de adviescommissie;

l.

aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn ter plaatse van de aanduidingen 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied' .

4.7.19 Omschakeling naar agrarisch bedrijf - beëindiging intensieve veehouderij of glastuinbouw Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en een functieaanduiding 'intensieve veehouderij' of 'glastuinbouw' op de verbeelding te wijzigen in de functieaanduiding 'agrarisch gebruik' onder de voorwaarden dat: a.

ter plaatse alle agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd;

b.

het aantal woningen niet mag toenemen;

c.

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

d.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

e.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

f.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid.

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

76

Artikel 5 5.1

Bedrijf

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

landbouwverwant bedrijven, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – landbouwverwante bedrijven';

b.

kleinschalige bedrijven, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – kleinschalige bedrijven';

c.

mestverwerkings- en mestvergistingsbedrijven max. categorie 3.2, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – mestverwerking'.

d.

verkooppunt motorbrandstoffen met LPG, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met LPG';

e.

een opslagbedrijf met een oppervlakte die afwijkt van opslagbedrijven die vallen onder de kleinschalige bedrijven, ter plaatse van de aanduiding ‘opslag’.

f.

overige niet-agrarische bedrijven in de bestaande aard, omvang en bijbehorende milieucategorie, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf overige niet-agrarische bedrijven'.

g.

nutsvoorzieningen in de vorm van ondermeer waterleidingmaatschappij, gasdrukregelstation, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening';

h. een rioolgemaal, bestemd voor de afvoer van rioolwater, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - rioolgemaal'; i.

containerteelt, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf containerteelt';

j.

wonen, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning';

k.

aan-huis-gebonden-beroep tot een maximum van 40 m2;

l.

detailhandelsactiviteiten, mits direct gerelateerd aan de bedrijfsfunctie tot een maximum vloeroppervlakte van 100 m2, met dien verstande dat: 1. het bedrijfsvloeroppervlak bestemd voor detailhandel ten behoeve van het tuincentrum bedraagt op gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - detailhandel 1' maximaal 400 m² ; 2. het bedrijfsvloeroppervlak bestemd voor detailhandel bouwmaterialen bedraagt op gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - detailhandel - 2' maximaal 1000 m² ;

m. een propaantank, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf propaangastank'. Het op de verbeelding aangeduide maximum volume mag niet worden overschreden; n. een vulpunt LPG-tankstation, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'vulpunt lpg'; o.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding- monument' het behoud en/of herstel van de aldaar voorkomende monumenten;

p.

op- en overslagbedrijf van grond en/of zand, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – op- en overslagbedrijf grond en/of zand';

q.

voorzieningen van openbaar nut.

Een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder groen, parkeervoorzieningen, in- en

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

77

uitritten, tuinen, met dien verstande dat: r.

ten behoeve van de ter plaatse aanwezige functie moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Algemeen

Op de voor 'Bedrijf' aangewezen gronden mogen enkel bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a.

gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend zijn toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen, welke binnen het gehele bestemmingsvlak zijn toegestaan en met uitzondering van keerwanden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf- op- en overslagbedrijf grond en/of zand’, welke binnen het gehele bestemmingsvlak zijn toegestaan;

b.

voor zover op de verbeelding aangeduid, mag de maximale bebouwingsoppervlakte, alsmede de aangegeven goot- en bouwhoogte niet worden overschreden, met dien verstande dat het maximale bebouwingsoppervlak niet van toepassing is op de bedrijfswoning(en), aan- en bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bedrijfswoning.Indien geen maximale bebouwingsoppervlakte is opgenomen bedraagt deze voor: 1. een gasregelstation maximaal 100 m2; 2. een apparatuurkast bij masten voor mobiele telefonie maximaal 10 m 2; 3. een rioolgemaal ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf rioolgemaal' maximaal 20 m2;

c.

ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is één woning toegestaan met dien verstande dat de daarbij behorende aan- en bijgebouwen en uitbreiding van de woning buiten de gronden met deze aanduiding is toegestaan;

d.

kassen zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van een tuincentrum;

e.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - rioolgemaal' mogen uitsluitend gebouwen ten dienste van bestemming worden gebouwd, en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke qua aard en afmetingen passen bij deze bestemming;

5.2.2

Bedrijf

Voor de bouwwerken behorend tot het niet-agrarische bedrijf gelden de volgende eisen: a.

bedrijfsgebouwen:

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

78

Goothoogte,

uitgezonderd

gronden

met

de Max. 5,5 m, tenzij anders op de verbeelding

aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - weergegeven. rioolgemaal' of 'nutsvoorziening' Goothoogte

op

gronden

met

aanduiding Max. 3 m

'specifieke vorm van bedrijf - rioolgemaal' Goothoogte

op

gronden

met

aanduiding Max. 3 m, uitgezonderd het gasregelstation

'nutsvoorziening'

waar deze max. 3,5 m bedraagt

Bouwhoogte

Max. 10 m, tenzij anders op de verbeelding weergegeven.

Dakhelling

Min. 12 º, tenzij anders op de verbeelding weergegeven.

afstand tot de niet naar de weg gekeerde Min. 5 m bouwperceelsgrens afstand tussen twee bedrijfsgebouwen afstand

tot

de

bestemming

'Verkeer

Max. 20 m - Min. 10m

Wegverkeer'

b.

bedrijfswoningen:

inhoud,

inclusief aan/bijgebouwen t.b.v. het Max. 1075 m3

wonen Goothoogte

Max. 4,5 m

Dakhelling

Min. 12 º en max. 45 º

afstand tot de niet naar de weg gekeerde

Min. 5 m

bouwperceelsgrens afstand tot de bestemming 'Verkeer -

Min. 10 m

Wegverkeer'

c.

aan- en bijgebouwen bij de bedrijfswoning:

Goothoogte

Max. 3 m

dakvorm en –helling

afgestemd op dakvorm en -helling bedrijfswoning

afstand tot de niet naar de weg gekeerde

Min. 5 m

bouwperceelsgrens afstand tot de bestemming 'Verkeer -

Min. 10 m

Wegverkeer'

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

79

d.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde:

bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen, achter de

Max. 2 m

voorgevelrooilijn erf- en terreinafscheidingen, voor de

Max. 1 m

voorgevelrooilijn hoogte masten voor mobiele telefonie

Max. 37,5 m

hoogte bouwwerken, geen gebouw zijnde

Max. 15 m, met uitzondering van erf- en

behorende bij gasregelstation met de aanduiding terreinafscheidingen max 3m 'nutsvoorziening' Bouwhoogte mestsilo’s , uitsluitend bij bedrijven Max. 11 m, mits de silo achter de achtergevel met de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf-

van de woning wordt gebouwd

mestverwerking’ Bouwhoogte sleufsilo’s, uitsluitend bij bedrijven

Max. 3 m, mits de silo achter de achtergevel van

met de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf-

de woning wordt gebouwd

mestverwerking’ Bouwhoogte vergistingssilo’s, uitsluitend bij

Max. 11 m, mits de silo achter de achtergevel

bedrijven met de aanduiding ‘specifieke vorm

van de woning wordt gebouwd

van bedrijf- mestverwerking’ Bouwhoogte mestbassins, uitsluitend bij

Max. 2 m. mits het mestbassin achter de

bedrijven met de aanduiding ‘specifieke vorm

achtergevel van de woning wordt gebouwd

van bedrijf – mestverwerking’ overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Max. 3 m

afstand tot de bestemming 'Verkeer -

Min. 10 m

Wegverkeer' Oppervlakte ten behoeve van bedrijfswoning,

Max. 30 m2

uitgezonderd een onoverdekt zwembad Onoverdekt zwembad e.

Max 50 m²

ondergeschikte bouwdelen (tussenlid, kleine, lage aanbouwen, dakkapellen, etc) zijn wat betreft hoogte en verschijningsvorm uitgezonderd van het gestelde onder artikel 5.2.2 onder a tot en met d;

f.

bij nieuwbouw dienen bedrijfsgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bouwhoogte van 3 meter of hoger, op een minimale afstand van 15 meter van de bedrijfswoning en achter de achtergevel van de bedrijfswoning te worden gesitueerd.

g.

ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is één woning toegestaan met dien verstande dat de daarbij behorende aan- en bijgebouwen en uitbreiding van de woning buiten de gronden met deze aanduiding is toegestaan;

h. in aanvulling op artikel 5.2.1 onder a en 5.2.2 onder g dienen aan- en bijgebouwen bij bedrijfswoningen met de dichtstbijzijnde gevel binnen een omtrek van 15 m. van de achter- en zijgevels van de woning te worden gebouwd; i.

vervangende nieuwbouw vindt plaats op de bestaande fundamenten;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

80

j.

binnen de fundering van de woning en/of het bijgebouw bij de woning is het ondergronds bouwen van menstoegankelijke ruimten ter vergroting van het woongenot toegestaan, mits deze ruimte(n) uitsluitend van binnenuit toegankelijk zijn en geen ruimtelijke uitstraling hebben.

5.3 a.

Nadere eisen Burgemeester en wethouders stellen nadere eisen ten aanzien van: 1. de situering, de oppervlakte, de (goot)hoogte van bebouwing; 2. de aard, bouwhoogte en de situering van erfafscheidingen; 3. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing.

Een en ander op basis van een landschappelijke inpassingsplan (en/of stedenbouwkundig ontwerp) gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit. b.

De onder a genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld: 1. indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke inpassing en 2. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de omliggende waarden en 3. ter verbetering van de gebiedskwaliteit.

5.4

Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a.

artikel 5.2.1 onder c en toestaan dat een bedrijfswoning wordt opgericht buiten het aanduidingsvlak 'bedrijfswoning' onder de volgende voorwaarden: 1. dit vanuit het verkeersbelang dan wel een aanvaardbaar woonmilieu noodzakelijk is; 2. de afstand buiten het aanduidingsvlak 'bedrijfswoning' niet meer bedraagt dan noodzakelijk is in verband met het verkeersbelang dan wel het woonmilieu; 3. dit vanuit verkeerkundig, stedenbouwkundig en/of milieuhygiënisch oogpunt toelaatbaar is; 4. natuurlijke, cultuur-historische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden mogen niet worden aangetast; 5. het toevoegen van een extra woning is niet toegestaan.

b.

artikel 5.2.2 onder a, b en c van de planregels en het bouwen binnen de minimale afstand van gebouwen tot de bouwperceelsgrens toestaan, onder de voorwaarden dat: 1. het bouwen, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het bedrijf; 2. de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing wordt ingepast; 3. met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater; 4. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 5. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

81

6. aangetoond wordt dat de plaatsing vanuit het oogpunt van (brand)veiligheid aanvaardbaar is; 7. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig worden beperkt; 8. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waterhuishoudkundige situatie; c.

artikel 5.2.2 onder b en een grotere inhoudsmaat toestaan voor woning inclusief bijgebouwen indien bestaande (bij)gebouwen worden gesloopt, onder de volgende voorwaarden: 1. gesloopt wordt binnen een of meer van de voor het buitengebied geldende bestemmingsplannen van de gemeente Venray; 2. er is sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 3. alleen de te slopen gebouwen die op die locatie niet vallen binnen het daar, op grond van de bouwregels, toegestane maximale bebouwingsvolume, worden in de berekening meegenomen; 4. de te slopen gebouwen dienen legaal aanwezig te zijn op het moment van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en mogen niet onder een andere regeling of verzoek vallen; 5. aan de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt de voorwaarde verbonden dat pas met de bouw gestart mag worden als sloop heeft plaatsgevonden; 6. alle te slopen gebouwen en de daarbij behorende bouwwerken en bouwdelen, zoals aanbouwen, overkappingen, bijbehorende ondergrondse (kelder-)ruimten, fysieke erfafscheidingen, voederplaten en andere erfverhardingen dienen gesloopt te worden; 7. alleen bovengrondse gebouwen worden meegerekend bij het te bepalen sloopvolume; 8. het percentage van het te bouwen volume dat moet worden gesloopt is bepaald in de onderstaande tabel: 9.

Aantal m3 dat wordt gebouwd

Minimaal te slopen % (sloopvolume)

(bebouwingsvolume) Tot en met 250 m3

100%

Het meerdere boven de 250 m3

150%

10. bij de berekening wordt begonnen met het vullen van het getal in de eerste rij van bovenstaande tabel, waarna op dezelfde manier de volgende rijen gevolgd wordt; 11. met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater; d.

artikel 5.2.1 onder b van de planregels en uitbreiding van een bedrijf met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – landbouwverwante bedrijven' respectievelijk van een bedrijf met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf- kleinschalige bedrijven' toe te staan, indien bestaande (bij)gebouwen worden gesloopt, onder de voorwaarden dat: 1. de totale hoogte niet hoger dan 10 meter is; 2. de uitbreiding voor bedrijven met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – landbouwverwante bedrijven' bedraagt maximaal; 1000 m2. Bestaande bedrijven waarbij

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

82

op de verbeelding meer dan 1000 m2 is toegestaan, kunnen maximaal 50% van de bestaande inhoud uitbreiden; 3. de uitbreiding voor bedrijven met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijfkleinschalige bedrijven' bedraagt maximaal 500m2. Bestaande bedrijven waarbij op de verbeelding meer dan 500 m2 is toegestaan, kunnen maximaal 25% van de inhoud, zoals die op basis van de verbeelding is toegestaan, uitbreiden; 4. het volume dat wordt uitgebreid ten behoeve van bedrijven met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – landbouwverwante bedrijven' is gelijk aan het totale gesloopte volume; 5. het volume dat wordt uitgebreid ten behoeve van bedrijven met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf- kleinschalige bedrijven' bedraagt niet meer dan de helft van het totale gesloopte volume; 6. gesloopt wordt binnen een of meer van de voor het buitengebied geldende bestemmingsplannen van de gemeente Venray; 7. alleen de te slopen gebouwen die op die locatie niet vallen binnen het daar, op grond van de bouwregels, toegestane maximale bebouwingsvolume, worden in de berekening meegenomen; 8. er is sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 9. de te slopen gebouwen dienen legaal aanwezig te zijn op het moment van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en mogen niet onder een andere regeling of verzoek vallen; 10.

de te slopen gebouwen dienen door middel van een eerder daarvoor afgegeven omgevingsvergunning voor het bouwen te zijn vergund dan wel te vallen onder het overgangsrecht; 11. aan de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt de voorwaarde verbonden dat pas met de bouw gestart mag worden als sloop heeft plaatsgevonden; 12. alle te slopen gebouwen en de daarbij behorende bouwwerken en bouwdelen, zoals aanbouwen, overkappingen, bijbehorende ondergrondse (kelder-)ruimten, fysieke erfafscheidingen, voederplaten en andere erfverhardingen dienen gesloopt te worden; 13. alleen bovengrondse gebouwen worden meegerekend bij het te bepalen sloopvolume; 14. de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overlegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing wordt ingepast; 15. met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater; e.

artikel 5.2.2 onder b en toestaan dat indien de bedrijfswoning is gelegen in een hoofdgebouw dat groter is dan 1075 m³, het gehele hoofdgebouw inpandig mag worden verbouwd tot woning, onder de voorwaarden dat: 1. het (agrarische en) stedenbouwkundige karakter niet wezenlijk worden aangetast; 2. de bestaande bebouwingsoppervlakte niet wordt vergroot; 3. verbouw in combinatie met herbouw van (een deel van) het hoofdgebouw niet is toegestaan; 4. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

83

5. het aantal woningen gelijk blijft, woningsplitsing is niet toegestaan; f.

artikel 5.2.2 onder f van de planregels en toestaan dat bedrijfsgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bedrijfsvoering op een afstand minder dan 15 meter van de bedrijfswoning en achter de achtergevel worden gebouwd, onder de voorwaarde dat de noodzaak tot een kortere afstand kan worden aangetoond;

g.

artikel 5.2.2 onder h van de planregels en toestaan dat bijgebouwen op een grotere afstand dan 15 m van de woning worden gebouwd, onder de voorwaarde dat de landschappelijke en agrarische waarden ter plaatse niet worden aangetast;

h. van de planregels en logiesgelegenheid voor maximaal 20 tijdelijke werknemers toestaan, met dien verstande dat: 1. de oprichting van een tijdelijke (maximaal 5 jaar) logiesgelegenheid (woonunit) is toegestaan mits aangetoond is dat gebruik van bestaande bebouwing voor een logieseenheid niet mogelijk is en wordt alleen toegestaan ter overbrugging naar structurele huisvesting; 2. de leefruimte per logiesgelegenheid minimaal 10 m2 per medewerker bedraagt; 3. de nevenactiviteiten qua aard en omvang passen in de omgeving; 4. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; 5. ondersteunende voorzieningen (zoals toiletten en wasvoorzieningen) binnen het logiesgebouw dienen te zijn gelegen met minimaal 1 toilet en douche per 8 personen; 6. bij beëindiging van de agrarische bedrijfsvoering voor zover gelegen buiten de aanduiding 'overige zone - agrarisch gemengd' ook het gebruik van gronden en opstallen voor niet-agrarische activiteiten worden gestaakt; 7. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 8. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 9. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. i.

artikel 5.2.2 onder a, b, c en d van de planregels en het bouwen binnen de minimale afstand van gebouwen tot de bestemming Verkeer - Wegverkeer toestaan, onder de voorwaarden dat: 1. het bouwen, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het agrarische bedrijf; 2. de ontwikkeling moet zijn gericht op gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing wordt ingepast; 3. met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater; 4. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 5. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 6. aangetoond wordt dat de plaatsing vanuit het oogpunt van (brand)veiligheid en verkeersveiligheid aanvaardbaar is;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

84

5.5

Specifieke gebruiksregels

5.5.1 Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en opstallen voor: a.

het gebruik van opstallen voor permanente of tijdelijke huisvesting, uitgezonderd huisvesting binnen bedrijfswoningen;

b.

het gebruik ten behoeve van horecadoeleinden, behoudens verband houdend met het binnen de bestemming op de grond gerichte gebruik van gronden en opstallen;

c.

het gebruiken van gronden voor buitenopslag, met uitzondering van bedrijven ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf- op en overslagbedrijf grond en/of zand’, waar buitenopslag mogelijk is tot een hoogte van 6 meter, ook buiten het bouwvlak;

d.

het gebruik van gedeeltes van de (bedrijfs)woning, waaronder aan- uit of bijgebouwen, als zelfstandige woning in het kader van mantelzorg;

e.

het gebruik van de woning en de bestaande bedrijfsgebouwen voor huisvesting van tijdelijke werknemers;

f.

aan-huis-gebonden-bedrijf;

g.

inrichtingen vallend onder de categorieën genoemd in artikel 2.1, derde lid van het Besluit omgevingsrecht;

h. bevi-inrichtingen, met uitzondering van LPG-tankstations en inrichtingen waar propaan wordt opgeslagen en toegepast ten behoeve van het eigen gebruik. i.

het gebruik of het laten gebruiken van gronden en/of gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een seksinrichting, een escortbedrijf en (straat)prostitutie;

j.

het gebruik van gronden voor een landbouwverwant bedrijf gelijk of hoger aan milieucategorie 3.1, met uitzondering van bestaande bedrijven die onder milieucategorie 3.1 of hoger vallen.

5.6

Afwijken van de gebruiksregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a.

artikel 5.1 onder a, b, c of e van de planregels en omschakeling toestaan naar landbouwverwante bedrijven of kleinschalige bedrijven onder de voorwaarden dat: 1. sprake is van een gelijke of verminderde milieukundige en ruimtelijke impact; 2. een landbouwverwant bedrijf alleen is toegestaan wanneer het bedrijf niet is aangeduid als 'overige zone - agrarisch gemengd' en aan minimaal twee zijden grenst aan de bestemming Agrarisch of Agrarisch met waarden; 3. een kleinschalig bedrijf alleen is toegestaan wanneer het bedrijf aan minimaal één zijde grenst aan de bestemming Agrarisch met waarden of is aangeduid als 'overige zone agrarisch gemengd';

b.

artikel 5.1onder e van de planregels en activiteiten toestaan met een andere bedrijfsmatige aard, onder de voorwaarden dat: 1. sprake is van een gelijke of verminderde milieukundige en ruimtelijke impact; 2. de omzetting is slechts toegestaan naar een bedrijf als opgenomen in Staat van bedrijfsactiviteiten;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

85

c.

artikel 5.5 onder c en buitenopslag tot 2,5 meter hoog toestaan, uitsluitend binnen het bouwvlak, met dien verstande dat de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de opslag wordt ingepast;

d.

artikel 5.1 onder b van de planregels en toestaan dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – kleinschalige bedrijven' een bedrijf dat is ingedeeld in een hogere milieucategorie dan 2 onder de voorwaarden dat: 1. het bedrijf qua aard en omvang vergelijkbaar is met een bedrijf in de milieucategorie 1 of 2; 2. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 3. sprake is van een goed aanvaardbaar woon- en leefklimaat;

e.

artikel 5.1 onder i en 5.5 onder f van de planregels en een grotere omvang van aan-huisgebonden-beroep respectievelijk een aan-huis-gebonden-bedrijf toestaan, onder de volgende voorwaarden: 1. de omvang van de activiteit bedraagt maximaal 70 m2; 2. de primaire woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate wordt gehandhaafd; 3. detailhandel vindt slechts plaats voor zover deze beperkt blijft tot verkoop in direct verband met het aan-huis-gebonden-beroep en/ of het aan-huis-gebonden-bedrijf; 4. de activiteit geen zodanige verkeersaantrekkende werking heeft dat als gevolg daarvan extra verkeersmaatregelen - waaronder parkeervoorzieningen - noodzakelijk zijn. 5. de activiteit mag uitsluitend in het hoofdgebouw en/ of aanbouw plaatsvinden;

f.

artikel 5.5 onder e van de planregels en toestaan dat bestaande bebouwing wordt gebruikt voor logiesgelegenheid voor maximaal 20 tijdelijke werknemers, onder de voorwaarden dat: 1. de niet-agrarische functie ondergeschikt blijft aan het bestaande gebruik van het bouwperceel en wordt ingepast in het bestaande bouwvolume; 2. de leefruimte per logiesgelegenheid minimaal 10 m2 per medewerker bedraagt. 3. de nevenactiviteiten qua aard en omvang passen in de omgeving; 4. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; 5. ondersteunende voorzieningen (zoals toiletten en wasvoorzieningen) binnen het logiesgebouw dienen te zijn gelegen met minimaal 1 toilet en douche per 8 personen; 6. bij beëindiging van de agrarische bedrijfsvoering voor zover gelegen buiten de aanduiding 'overige zone - agrarisch gemengd' ook het gebruik van gronden en opstallen voor niet-agrarische activiteiten worden gestaakt; 7. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 8. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 9. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein.

g.

artikel 5.5. onder j van de planregels en toestaan dat ter plaatse een landbouwverwant bedrijf dat is in de milieucategorie 3.1 of qua aard en omvang vergelijkbaar met de milieucategorie 3.1 wordt uitgeoefend, onder de voorwaarden dat: 1. de omvang van de activiteit bedraagt maximaal 1000 m2;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

86

2. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 3. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 4. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. 5. sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;

5.7

Wijzigingsbevoegdheid

5.7.1

Nieuwvestiging agrarische bedrijven

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Bedrijf' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch' en/of 'Agrarisch met waarden' met de nadere aanduiding 'agrarisch bedrijf' onder de voorwaarden dat: a.

het dient te gaan om een volwaardig agrarisch bedrijf dan wel een bedrijf dat naar verwachting binnen redelijke termijn zal uitgroeien tot een volwaardig bedrijf

b.

er geen sprake is van de vestiging van een intensieve veehouderij of glastuinbouwbedrijf;

c.

wijziging niet is toegestaan binnen gebieden met de aanduiding 'overige zone – agrarisch gemengd';

d.

het bedrijf in de nabijheid ligt van andere agrarische bedrijven en dat het komt te liggen aan een goede infrastructurele ontsluiting.

e.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat bestaande en nieuwe bebouwing wordt ingepast;

f.

het bedrijf dient te worden opgericht binnen het vigerende bestemmingsvlak voor 'Bedrijf', waarbij de oppervlakte van het bouwvlak maximaal 1,5 hectare bedraagt;

g.

er is een positief advies verkregen van de adviescommissie;

h. met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater; i.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

j.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

k.

de maximale diepte van het bouwvlak gerekend vanaf de bestemming 'Verkeer Wegverkeer' 200 m bedraagt;

l.

de cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en/of abiotische waarden behouden dienen te blijven;

m. sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; n. aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn voor de opgenomen gebiedsaanduidingen 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied'.

5.7.2

Nieuwvestiging intensieve veehouderij

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Bedrijf' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch' met de nadere aanduiding 'intensieve veehouderij' ten behoeve van nieuwvestiging van een intensieve veehouderij, onder de voorwaarden dat: a.

het dient te gaan om een volwaardig agrarisch bedrijf dan wel een bedrijf dat naar verwachting binnen redelijke termijn zal uitgroeien tot een volwaardig bedrijf

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

87

b.

de wijziging uitsluitend plaatsvindt binnen de op de verbeelding aangegeven gebiedsaanduiding 'Reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied';

c.

wijziging niet is toegestaan binnen gebieden met de aanduiding 'overige zone – agrarisch gemengd';

d.

het bedrijf in de nabijheid ligt van andere agrarische bedrijven en dat het komt te liggen aan een goede infrastructurele ontsluiting.

e.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de bestaande én nieuwe bebouwing wordt ingepast;

f.

het bedrijf dient te worden opgericht binnen het vigerende bestemmingsvlak voor 'Bedrijf', waarbij de oppervlakte van het bouwvlak maximaal 1,5 hectare bedraagt;

g.

er is een positief advies verkregen van de adviescommissie;

h. met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater; i.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

j.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

k.

de cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en/of abiotische waarden behouden dienen te blijven;

l.

de maximale diepte van het bouwvlak gerekend vanaf de bestemming 'Verkeer Wegverkeer' 200 m bedraagt;

m. aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn voor de op de verbeelding opgenomen aanduidingen 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied';

5.7.3

Wijziging naar Wonen

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Bedrijf' wijzigen in de bestemming 'Wonen' en/of in de bestemmingen Agrarisch met waarden onder de voorwaarden dat: a.

het betreft een locatie die aan ten minste twee zijden grenst aan de bestemming 'Agrarisch met waarden';

b.

ter plaatse alle bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd;

c.

het aantal woningen niet toeneemt;

d.

er sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

5.7.4

Wijziging bouwvlak - uitbreiding bedrijf

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen ten behoeve van een bestaand bedrijf, waarbij het 'bouwvlak' op de verbeelding wordt aangepast binnen de bestemming Bedrijf, onder de voorwaarden dat: a.

aangetoond is dat binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende mogelijkheden zijn voor uitbreiding;

b.

de vergroting, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het bedrijf;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

88

c.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat bestaande en nieuwe bebouwing wordt ingepast. Daarnaast wordt een aanvullende kwaliteitsverbetering geleverd;

d.

met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

e.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

f.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

g.

de maximale diepte van het bouwvlak gerekend vanaf de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' 200 m bedraagt;

h. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; i.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

j.

aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn voor de op de verbeelding opgenomen aanduiding 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied'.

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

89

Artikel 6 6.1

Horeca

Bestemmingsomschrijving

De voor Horeca aangewezen gronden zijn, overeenkomstig de aanduidingen op de verbeelding, bestemd voor: a.

een horecavoorziening, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - hotel/restaurant' met de daarbij behorende inpandige bedrijfswoning;

b.

een restaurant, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca restaurant';

c.

huisvesting tijdelijke werknemers, uitsluitend op gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van horeca – huisvesting tijdelijke werknemers', met dien verstande dat dit binnen bebouwing plaatsvindt.

d.

wonen, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning';

e.

erfbeplanting, groen- en speelvoorzieningen;

f.

water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

Een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder sanitair-, ontspannings- en recreatieruimten, parkeervoorzieningen, in- en uitritten, tuinen, met dien verstande dat: g.

ten behoeve van de ter plaatse aanwezige functie moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

6.2

Bouwregels

Op de voor Horeca aangewezen gronden mogen enkel bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a.

de inhoud van de bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken maximaal 1.075 m 3 mag bedragen;

b.

ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is één woning toegestaan met dien verstande dat de bijbehorende bouwwerken en uitbreiding van deze woning buiten deze gronden met deze aanduiding is toegestaan;

c.

gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend zijn toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen, welke binnen het gehele bestemmingsvlak zijn toegestaan;

d.

voor zover op de verbeelding een maximale bebouwingsoppervlakte respectievelijk goot- en bouwhoogte is opgenomen mogen deze niet worden overschreden;

e.

in aanvulling op het bepaalde onder c. zijn op gronden met de aanduiding ‘specifieke vorm van horeca – huisvesting tijdelijke werknemers’ gelden de voorwaarden: 1. de leefruimte per logiesgelegenheid minimaal 10 m2 per medewerker bedraagt 2. ondersteunende voorzieningen zoals toiletten en wasvoorzieningen) binnen het logiesgebouw dienen te zijn gelegen met minimaal 1 toilet en douche per 8 personen;

f.

bouwwerken, geen gebouw zijnde, moeten voldoen aan de volgende bepalingen:

bouwhoogte Erf-

en

terreinafscheidingen,

voor

de max 1 m

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

90

voorgevelrooilijn Erf- en terreinafscheidingen, achter de

max 2 m

voorgevelrooilijn Lichtmasten

Max 6 meter

Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

max 3 m

6.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats, de afmeting en inpassing van de bebouwing ten behoeve van: a.

de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van de bebouwing;

b.

de milieusituatie;

c.

de verkeersveiligheid;

d.

de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;

e.

het bijdragen aan het behoud en/of versterking van de aanwezige gebiedskwaliteiten.

6.4

Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 6.2 onder b en toestaan dat gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten het bouwvlak worden gerealiseerd onder de volgende voorwaarden: a.

er is aantoonbaar onvoldoende ruimte binnen het bouwvlak;

b.

de bebouwing wordt gerealiseerd binnen het bestemmingsvlak;

c.

er sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

d.

er aantoonbaar voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein wordt gerealiseerd (bestemmingsvlak.)

6.5

Specifieke gebruiksregels

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en opstallen voor: a.

het gebruik van opstallen voor permanente of tijdelijke huisvesting, niet zijnde normaal hotelgebruik en eveneens uitgezonderd de bedrijfswoning;

b.

het gebruik of het laten gebruiken van gronden en/of gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een seksinrichting, een escortbedrijf en (straat)prostitutie;

c.

het gebruik van een bedrijfswoning en bijbehorende bijgebouwen ten behoeve van een aanhuis-gebonden-bedrijf;

d.

het gebruik van gedeeltes van de (bedrijfs)woning, waaronder aan- uit of bijgebouwen, als zelfstandige woning in het kader van mantelzorg;

e.

het gebruik van de woning voor huisvesting van tijdelijke werknemers;

f.

bevi-inrichtingen.

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

91

Artikel 7 7.1

Maatschappelijk

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn, overeenkomstig de aanduidingen op de verbeelding, bestemd voor: a.

maatschappelijke doeleinden in de vorm van openbaar bestuur, openbare dienstverlening, religie, verenigingsleven, onderwijs, opvoeding, cultuur, lichamelijke en geestelijke volksgezondheid;

b.

een begraafplaats, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats';

c.

gemeenschapshuis, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk – gemeenschapshuis';

d.

zorgboerderij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij';

e.

wonen, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning';

f.

aan-huis-gebonden-beroep tot een maximum van 40 m2.

Een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder groen, parkeervoorzieningen, in- en uitritten, tuinen, met dien verstande dat: g.

ten behoeve van de ter plaatse aanwezige functie moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

7.2

Bouwregels

7.2.1

Algemeen

Op de voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden mogen enkel gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a.

gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend zijn toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen, welke binnen het gehele bestemmingsvlak zijn toegestaan;

b.

voor zover op de verbeelding een maximale bebouwingsoppervlakte respectievelijk goot- en bouwhoogte is opgenomen mogen deze niet worden overschreden en met dien verstande dat het maximale bebouwingsoppervlak niet van toepassing is op de bedrijfswoning(en), aan- en bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bedrijfswoning;

c.

één bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', en de daarbij behorende bijgebouwen, waarbij de bijbehorende tuin binnen het bouwvlak dient te zijn gelegen;

d.

gebouwen mogen niet voor de voorgevelrooilijn gebouwd worden, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

7.2.2

Maatschappelijk

Voor de gebouwen behorend tot de maatschappelijke functie gelden de volgende eisen, tenzij anders op de verbeelding weergegeven:

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

92

a.

bedrijfsgebouwen:

afstand tot de niet naar de weg gekeerde

Min. 5 m

bouwperceelsgrens afstand tot de bestemming 'Verkeer -

Min. 10 m

Wegverkeer'

b.

bedrijfswoningen:

inhoud,

inclusief aan/bijgebouwen t.b.v. het Max. 1075 m3

wonen Bouwhoogte

Max. 4,5 m

Goothoogte

Max. 3 m

Dakhelling

Min. 12 º en max. 45 º

afstand tot de niet naar de weg gekeerde

Min. 5 m

bouwperceelsgrens afstand tot de bestemming 'Verkeer -

Min. 10 m

Wegverkeer'

c.

aan- en bijgebouwen bij de bedrijfswoning:

Goothoogte

Max. 3 m

dakvorm en –helling

afgestemd

op

dakvorm

m

met

en

-helling

bedrijfswoning afstand tot de niet naar de weg gekeerde Min. 5 m bouwperceelsgrens

d.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde:

bouwhoogte bouwwerken, geen gebouw zijnde

Max.

10

uitzondering

van

op gronden met de aanduiding 'begraafplaats' erfafscheidingen: max 2 m bouwhoogte bouwwerken, geen gebouw zijnde

Max. 3,5 m achter de voorgevelrooilijn, met

op gronden met de aanduiding 'specifieke

uitzondering van erfafscheidingen: max 2 m

vorm van maatschappelijk – gemeenschapshuis' bouwhoogte overige bouwwerken, geen

Max. 3 m

gebouwen zijnde bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen, achter Max. 2 m de voorgevelrooilijn bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen, voor

Max. 1m

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

93

de voorgevelrooilijn Afstand tot de bestemming 'Verkeer -

Min. 10 m

Wegverkeer' oppervlakte ten behoeve van bedrijfswoning,

Max 30 m2

exclusief onoverdekt zwembad Onoverdekt zwembad

e.

Max 50 m²

voor het bouwen van bedrijfswoningen en de daarbij behorende bijgebouwen, uitsluitend ten behoeve van de bedrijfsvoering ter plaatse, op de gronden met de aanduiding 'zorgboerderij', gelden de volgende bepalingen:

inhoud

bedrijfswoning

inclusief

aan/ Max. 1075 m3

bijgebouwen Goothoogte

Max. 5,5 m

Dakhelling

Min. 12 º en max. 45 º

goothoogte bijgebouwen

Max. 3 m

bouwhoogte bijgebouwen

Max. 4,5 m

Afstand tot de niet naar de weg gekeerde Min. 5 m bouwperceelsgrens Afstand

tot

de

bestemming

'Verkeer

- Min. 10 m

Wegverkeer' f.

er geldt een bouwverbod van vijf meter tot de bouwperceelsgrens ten behoeve van de landschappelijke inpassing;

g.

ondergeschikte bouwdelen (tussenlid, kleine, lage aanbouwen etc) zijn wat betreft hoogte, verschijningsvorm en dakhelling uitgezonderd van het gestelde onder artikel 7.2.2 onder a tot en met e;

h. binnen de fundering van de woning en/of het bijgebouw bij de bedrijfswoning is het ondergronds bouwen van menstoegankelijke ruimten ter vergroting van het woongenot toegestaan, mits deze ruimte(n) uitsluitend van binnenuit toegankelijk zijn en geen ruimtelijke uitstraling hebben.

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

94

7.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats, de afmeting en inpassing van de bebouwing ten behoeve van: a.

de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van de bebouwing;

b.

de milieusituatie;

c.

de verkeersveiligheid;

d.

de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;

e.

de afvoer van hemelwater;

f.

het bijdragen aan het behoud en/of versterking van de aanwezige gebiedskwaliteiten.

7.4

Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a.

artikel 7.2.1 onder c en toestaan dat een bedrijfswoning wordt opgericht buiten het aanduidingsvlak 'bedrijfswoning' onder de volgende voorwaarden: 1. dit vanuit het verkeersbelang dan wel een aanvaardbaar woonmilieu noodzakelijk is; 2. de afstand buiten het aanduidingsvlak 'bedrijfswoning' niet meer bedraagt dan noodzakelijk is in verband met het verkeersbelang dan wel het woonmilieu; 3. dit vanuit verkeerkundig, stedenbouwkundig en/of milieuhygiënisch oogpunt toelaatbaar is; 4. natuurlijke, cultuur-historische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden mogen niet worden aangetast; 5. het toevoegen van een extra woning is niet toegestaan;

b.

artikel 7.2.2 onder a, b en d van de planregels en het afstand van gebouwen tot de bouwperceelsgrens toestaan, onder de voorwaarden dat: 1. het bouwen, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het bedrijf; 2. de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing wordt ingepast; 3. met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater; 4. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 5. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 6. aangetoond wordt dat de plaatsing vanuit het oogpunt van (brand)veiligheid aanvaardbaar is; 7. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig worden beperkt; 8. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waterhuishoudkundige situatie;

c.

artikel 7.2.2 onder a en een grotere inhoudsmaat toestaan voor woning inclusief bijgebouwen indien bestaande (bij)gebouwen worden gesloopt, onder de volgende voorwaarden:

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

95

1. gesloopt wordt binnen een of meer van de voor het buitengebied geldende bestemmingsplannen van de gemeente Venray plangebied; 2. er is sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 3. alleen de te slopen gebouwen die op die locatie niet vallen binnen het daar, op grond van de bouwregels, toegestane maximale bebouwingsvolume, worden in de berekening meegenomen; 4. de te slopen gebouwen dienen legaal aanwezig te zijn op het moment van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en mogen niet onder een andere regeling of verzoek vallen; 5. aan de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt de voorwaarde verbonden dat pas met de bouw gestart mag worden als sloop heeft plaatsgevonden; 6. alle te slopen gebouwen en de daarbij behorende bouwwerken en bouwdelen, zoals aanbouwen, overkappingen, bijbehorende ondergrondse (kelder-)ruimten, fysieke erfafscheidingen, voederplaten en andere erfverhardingen dienen gesloopt te worden; 7. alleen bovengrondse gebouwen worden meegerekend bij het te bepalen sloopvolume; 8. het percentage van het gesloopte te bouwen volume dat moet worden gesloopt is bepaald in de onderstaande tabel:

Aantal m3 dat wordt gebouwd

Minimaal te slopen % (sloopvolume)

(bebouwingsvolume) Tot en met 250 m3

100%

Het meerdere boven de 250 m3

150%

9. bij de berekening wordt begonnen met het vullen van het getal in de eerste rij van bovenstaande tabel, waarna op dezelfde manier de volgende rijen gevolgd wordt; d.

artikel 7.2.2 onder b van de planregels en vergroting van het maximaal toegestane bebouwingsoppervlak toestaan onder de voorwaarden dat: 1. als gevolg van de uitbreiding de bestaande waarden binnen de bestemming 'Maatschappelijk' niet onevenredig worden aangetast; 2. er sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 3. de uitbreiding maximaal 15% van de op de verbeelding toegestane bebouwing bedraagt;

e.

artikel 7.2.2 onder b en toestaan dat indien de bedrijfswoning is gelegen in een hoofdgebouw dat groter is dan 1075 m³, het gehele hoofdgebouw inpandig mag worden verbouwd tot woning, onder de voorwaarden dat: 1. het (agrarische en) stedenbouwkundige karakter niet wezenlijk worden aangetast; 2. de bestaande bebouwingsoppervlakte niet wordt vergroot; 3. verbouw in combinatie met herbouw van (een deel van) het hoofdgebouw niet is toegestaan; 4. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 5. het aantal woningen gelijk blijft, woningsplitsing is niet toegestaan;

f.

artikel 7.2.2 onder a en een goothoogte van maximaal 6 m toestaan onder de voorwaarde dat sprake is van een goede ruimtelijke inpassing zoals bedoeld is in het beeldkwaliteitsplan en

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

96

het Ruimtelijk Kwaliteitskader;

7.5

Specifieke gebruiksregels

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en opstallen voor: a.

het gebruik van opstallen voor permanente of tijdelijke huisvesting, uitgezonderd bewoning van als zodanig aangeduide bedrijfswoningen;

b.

elke vorm van detailhandel;

c.

het gebruik van opstallen ten behoeve van horecadoeleinden, behoudens verband houdend met het binnen de bestemming toegelaten gebruik van gronden en opstallen;

d.

het gebruik van gedeeltes van de (bedrijfs)woning, waaronder aan- uit of bijgebouwen, als zelfstandige woning in het kader van mantelzorg;

e.

het gebruik van de woning als huisvesting van tijdelijke werknemers;

f.

aan-huis-gebonden-bedrijf;

g.

bevi-inrichtingen.

7.6

Afwijken van de gebruiksregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.5 onder b van de planregels en detailhandel toestaan voor zover deze beperkt blijft tot verkoop van streekgebonden producten en uitsluitend is toegestaan bij de locaties nader aangeduid met 'zorgboerderij'.

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

97

Artikel 8 8.1

Maatschappelijk - Geestelijke gezondheidszorg

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk - Geestelijke gezondheidszorg' aangewezen gronden zijn, overeenkomstig de aanduidingen op de verbeelding, bestemd voor: a.

een TBS-kliniek, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - geestelijke gezondheidszorg - tbs kliniek';

b.

een instituut voor verstandelijk gehandicapten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - geestelijke gezondheidszorg - instituut voor verstandelijk gehandicapten';

c.

een kliniek voor verslavingszorg, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - geestelijke gezondheidszorg - kliniek voor verslavingszorg';

d.

de instandhouding van natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en abiotische waarden met een zo sterk mogelijk ecologische en ruimtelijk-structurele samenhang ter plaatse van de aanwezige bos- en natuurgebieden.

Een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder groen, parkeervoorzieningen, in- en uitritten, tuinen, met dien verstande dat: e.

ten behoeve van de ter plaatse aanwezige functie moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

8.2

Bouwregels

8.2.1

Algemeen

Op de voor 'Maatschappelijk - Geestelijke gezondheidszorg' aangewezen gronden mogen enkel bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a.

gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend zijn toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen, welke binnen het gehele bestemmingsvlak zijn toegestaan;

b.

voor zover op de verbeelding een maximale bebouwingsoppervlakte respectievelijk goot- en bouwhoogte is opgenomen mogen deze niet worden overschreden;

c.

gebouwen mogen niet voor de voorgevelrooilijn gebouwd worden, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

8.2.2

Maatschappelijk - Geestelijke gezondheidszorg

Voor de gebouwen binnen de bestemming 'Maatschappelijk - Geestelijke gezondheidszorg' gelden de volgende eisen: a.

bedrijfsgebouwen:

afstand tot de niet naar de weg gekeerde

Min. 5 m

bouwperceelsgrens afstand tot de bestemming 'Verkeer -

Min. 10 m

Wegverkeer'

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

98

b.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde:

bouwhoogte

erfafscheidingen max. 2 m achter de voorgevelrooilijn en max 1 m voor de voorgelrooilijn, met uitzondering van erfafscheidingen deel uitmakend van de beveiligingszone: deze max 10 m

Afstand tot de bestemming 'Verkeer -

10 m

Wegverkeer' c.

er geldt een bouwverbod van vijf meter tot de bouwperceelsgrens ten behoeve van de landschappelijke inpassing;

d.

ondergeschikte bouwdelen zijn wat betreft hoogte en verschijningsvorm uitgezonderd van het gestelde onder artikel 8.2.2 onder a en b en 8.2.1 onder b;

e.

binnen de fundering van de woning en/of het bijgebouw bij de bedrijfswoning is het ondergronds bouwen van menstoegankelijke ruimten ter vergroting van het woongenot toegestaan, mits deze ruimte(n) uitsluitend van binnenuit toegankelijk zijn en geen ruimtelijke uitstraling hebben.

8.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats, de afmeting en inpassing van de bebouwing ten behoeve van: a.

de inpasbaarheid in het landschap indien er sprake is van landschappelijke en/of natuurlijke waarden;

b.

de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van de bebouwing;

c.

de milieusituatie;

d.

de verkeersveiligheid;

e.

de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;

f.

de afvoer van hemelwater;

g.

het bijdragen aan het behoud en/of versterking van de aanwezige gebiedskwaliteiten.

8.4

Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a.

artikel 8.2.2 onder a van de planregels en het bouwen binnen de minimale afstand van gebouwen tot de bouwperceelsgrens toestaan, onder de voorwaarden dat: 1. het bouwen, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het bedrijf; 2. de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing wordt ingepast; 3. met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

99

4. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 5. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 6. aangetoond wordt dat de plaatsing vanuit het oogpunt van (brand)veiligheid aanvaardbaar is;. 7. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig worden beperkt; 8. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waterhuishoudkundige situatie; b.

artikel 8.2.1 onder b van de planregels en vergroting van de maximaal toegestane bebouwingsoppervlakte toestaan, ten behoeve van de uitbreiding van de bestaande instellingen onder de voorwaarde dat: 1. als gevolg van de uitbreiding de bestaande waarden binnen de bestemming 'Maatschappelijk - Geestelijke gezondheidszorg' niet onevenredig worden aangetast; 2. er sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 3. de uitbreiding maximaal 15% van de op de verbeelding toegestane bebouwing bedraagt.

8.5

Specifieke gebruiksregels

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en opstallen voor: a.

het gebruik van opstallen voor permanente of tijdelijke huisvesting;

b.

elke vorm van detailhandel;

c.

het gebruik van opstallen ten behoeve van horecadoeleinden, behoudens verband houdend met het binnen de bestemming toegelaten gebruik van gronden en opstallen;

d.

het gebruik van gedeeltes van de (bedrijfs)woning, waaronder aan- uit of bijgebouwen, als zelfstandige woning in het kader van mantelzorg;

e.

het gebruik van de woning voor tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers;

f.

bevi-inrichtingen.

g.

het gebruik of het laten gebruiken van gronden en/of gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een seksinrichting, een escortbedrijf en (straat)prostitutie;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13807928/2