CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Regels (aangepast) Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

Gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening stoppers ensaneringsregeling (ronde 3)33.754 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

53

Afstand

tot

de

bestemming

'Verkeer

- Min. 10 m

Wegverkeer'

f.

teeltondersteunende voorzieningen:

Hoogte Tunnel: max 2,50 m; Boogkas: 2,5 m – 4 m; Kas: max 7,5 m; Hagelnetten: max 4,5 m. Oppervlakte

Max. 5.000 m2 van de totale teeltoppervlakte, met

uitzondering

kassen

bij

van

agrarische

glastuinbouwbedrijven,

teeltondersteunende bedrijven waar

niet

het

zijnde

oppervlak

maximaal 750 m2 bedraagt. Afstand tot de niet naar de weg gekeerde Min. 5 m bouwperceelsgrens Afstand

tot

de

bestemming'Verkeer

- Min. 10 m

Wegverkeer'

met dien verstande dat: g.

er geldt een bouwverbod van vijf meter tot de bouwperceelsgrens ten behoeve van de landschappelijke inpassing; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – containerteelt' alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van beregening en afwatering zijn toegestaan;

h. ondergeschikte bouwdelen (tussenlid, kleine, lage aanbouwen, dakkapellen etc) zijn wat betreft hoogte, verschijningsvorm en dakvorm uitgezonderd zijn van het gestelde onder artikel 4.2.2 onder a tot en met f; i.

bij nieuwbouw dienen bedrijfsgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde (met uitzondering van bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bedrijfswoning), met een bouwhoogte van 3 meter of hoger, op een minimale afstand van 15 meter van de bedrijfswoning en/of plattelandswoning en achter de achtergevel van de bedrijfswoning en/of plattelandswoning te worden gesitueerd, tenzij vervangende nieuwbouw vindt plaats op de bestaande fundamenten;

j.

ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' en/of 'plattelandswoning' is één woning toegestaan met dien verstande dat de daarbij behorende aan- en bijgebouwen en uitbreiding van de woning buiten de gronden met de aanduiding ‘bedrijfswoning’ is toegestaan;

k.

in aanvulling op artikel 4.2.1 onder a en 4.2.2 onder j dienen aan- en bijgebouwen bij bedrijfswoningen en/of plattelandswoningen met de dichtstbijzijnde gevel binnen een omtrek van 15 m van de achter- en zijgevels van de woning te worden gebouwd;

l.

binnen de fundering van de bedrijfswoning en/of het bijgebouw bij de bedrijfswoning en/of plattelandswoning is het ondergronds bouwen van menstoegankelijke ruimten ter vergroting van het woongenot toegestaan, mits deze ruimte(n) uitsluitend van binnenuit toegankelijk zijn

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

54

en geen ruimtelijke uitstraling hebben. m. ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij', gelegen binnen de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone – extensiveringsgebied' is uitbreiding van het agrarisch bouwvlak van het intensieve veehouderij niet mogelijk;

4.3 a.

Nadere eisen Burgemeester en wethouders stellen nadere eisen ten aanzien van: 1. de situering, de oppervlakte, de (goot)hoogte van bebouwing; 2. de aard, bouwhoogte en de situering van erfafscheidingen; 3. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing.

Een en ander op basis van een landschappelijke inpassingsplan (en/of stedenbouwkundig ontwerp) gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit. b.

De onder a genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld: 1. indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke inpassing en 2. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de omliggende waarden en 3. ter verbetering van de gebiedskwaliteit.

4.4

Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a.

artikel 4.1 van de planregels ten behoeve van de huisvesting van maximaal 20 tijdelijke werknemers bij het agrarisch bedrijf, met dien verstande dat: 1. de oprichting van een tijdelijke (maximaal 5 jaar) logiesgelegenheid (woonunit) is toegestaan mits aangetoond is dat gebruik van bestaande bebouwing voor een logieseenheid niet mogelijk is en wordt alleen toegestaan ter overbrugging naar structurele huisvesting. 2. de leefruimte per logiesgelegenheid minimaal 10 m2 per medewerker bedraagt. 3. de nevenactiviteiten qua aard en omvang passen in de omgeving; 4. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; 5. ondersteunende voorzieningen (zoals toiletten en wasvoorzieningen) binnen het logiesgebouw dienen te zijn gelegen met minimaal 1 toilet en douche per 8 personen; 6. bij beëindiging van de agrarische bedrijfsvoering voor zover gelegen buiten de aanduiding 'overige zone - agrarisch gemengd' ook het gebruik van gronden en opstallen voor nietagrarische activiteiten worden gestaakt; 7. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 8. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 9. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; 10.

voor het houden van een kleinschalig kampeerterrein voor recreatief gebruik dient de omgevingsvergunning in combinatie met de omgevingsvergunning van artikel 4.6 onder a te worden aangevraagd.

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

55

b.

artikel 4.1 van de planregels en de oprichting van gebouwen ten dienste van het kleinschalig kamperen toestaan, onder de voorwaarden dat: 1. bouwwerken ten behoeve van het kampeerterrein zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak met de aanduiding 'agrarisch bedrijf'; 2. aangetoond wordt dat voorzieningen ten behoeve van het kleinschalig kamperen niet in de reeds bestaande bebouwing gerealiseerd kunnen worden; 3. de goothoogte van de gebouwen maximaal 3 m bedraagt; 4. de gezamenlijke inhoud van de bijgebouwen voor kleinschalig kamperen ten hoogste 125 m³ bedraagt; 5. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 6. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 7. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; 8. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein.

c.

artikel 4.2.1 onder a van de planregels en overschrijding van de begrenzing van de op de verbeelding aangeduide agrarische bouwvlakken met bedrijfsgebouwen toestaan, onder de voorwaarden dat: 1. geen sprake is van een intensieve veehouderij binnen de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone- extensiveringsgebied' of een bedrijf dat ligt binnen de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologische Hoofdstructuur'; 2. de overschrijding van het agrarisch bouwvlak, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het agrarische bedrijf; 3. overschrijding enkel is toegestaan tot maximaal 10% van het bestaand bouwvlak met een maximale lengte van 25 m en slechts éénmalig tijdens de planperiode; 4. de oppervlakte van het bestaand bouwvlak als basis blijft dienen bij een eerstvolgende wijziging van begrenzing en/of omvang; 5. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 6. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 7. de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing wordt ingepast; 8.

met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

d.

artikel 4.2.1 onder a van de planregels en de oprichting van een schuilgelegenheid voor dieren buiten het bouwvlak toe te staan, onder de voorwaarden dat: 1. de hoogte maximaal 3 meter bedraagt; 2. de bebouwingsoppervlakte is afgestemd op het beoogde gebruik en de locatie, met een maximum van 30 m2; 3. de afstand tot de bestemming Verkeer - Wegverkeer bedraagt ten minste 30 meter; 4. de locatie grenst niet aan het bouwvlak van een (agrarisch) bedrijf;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

56

5. maximaal één schuilgelegenheid is toegestaan per hectare; 6. het perceel waarop de schuilgelegenheid wordt gerealiseerd dient een oppervlak te hebben van minimaal 1 ha; 7. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van de omliggende waarden en functies; e.

artikel 4.2.1 onder a van de planregels en de oprichting van bouwwerken geen gebouwen zijnde, zoals voeder-, kunstmest-, mest- en sleufsilo's of mestbassins buiten het bouwvlak toestaan, onder de voorwaarden dat: 1. in geval van een intensieve veehouderij de gronden waarop de silo of het mestbassin wordt gebouwd niet gelegen zijn binnen de gebiedsaanduiding 'Reconstructiewetzone extensiveringsgebied', zoals nader op de verbeelding aangegeven; 2. de oprichting van de silo of het mestbassin, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het agrarische bedrijf; 3. overschrijding enkel is toegestaan tot maximaal 10% van het bestaand bouwvlak met een maximale lengte van 25 m en slechts éénmalig tijdens de planperiode, waarbij de voeder-, kunstmest-, mest- of sleufsilo of mestbassin direct aansluitend aan de bestaande bebouwing moet worden geplaatst; 4. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 5. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 6. aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden die gelden binnen de op de verbeelding aangeduide 'Milieuzone - waterwingebied' of 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied' ; 7.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing/ voorziening wordt ingepast; 8. met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

f.

het bepaalde onder 4.2.1 onder c en tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van tunnels op afstand van het bouwvlak toestaan onder de volgende voorwaarden: 1. voorzieningen dienen in principe aansluitend aan het bouwvlak worden opgericht tenzij vanuit landbouwkundige motieven aangetoond kan worden dat aansluiting aan het bestaande bouwvlak niet mogelijk is; 2. indien de oppervlakte ten behoeve van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen na oprichting meer dan 5.000 m2 van de totale teeltoppervlakte van het bedrijf uitmaakt, is een positief advies noodzakelijk van de adviescommissie; 3. oprichting vanwege een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; 4. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 5. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 6. de afstand tot de niet naar de weg gekeerde perceelgrens minimaal 5 m bedraagt;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

57

7. de maximale diepte van het bouwvlak gerekend vanaf de bestemming 'Verkeer Wegverkeer' 200 m bedraagt; g.

artikel 4.2.2 onder a, b, c, d, e, f en g van de planregels en het bouwen binnen de minimale afstand van gebouwen tot de bouwperceelsgrens toestaan, onder de voorwaarden dat: 1. het bouwen, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het agrarische bedrijf; 2. de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing wordt ingepast; 3. met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater; 4. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 5. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 6. aangetoond wordt dat de plaatsing vanuit het oogpunt van (brand)veiligheid aanvaardbaar is; 7. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig worden beperkt; 8. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waterhuishoudkundige situatie;

h. artikel 4.2.2 onder a, b, c, d, e en f van de planregels en het bouwen binnen de minimale afstand van gebouwen tot de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' toestaan, onder de voorwaarden dat: 1. het bouwen, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het agrarische bedrijf; 2. de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing wordt ingepast; 3. met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater; 4. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 5. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 6. aangetoond wordt dat de plaatsing vanuit het oogpunt van (brand)veiligheid en verkeersveiligheid aanvaardbaar is; i.

artikel 4.2.2 onder b en toestaan dat indien de bedrijfswoning is gelegen in een hoofdgebouw dat groter is dan 1075 m³, het gehele hoofdgebouw inpandig mag worden verbouwd tot woning, onder de voorwaarden dat: 1. het (agrarische en) stedenbouwkundige karakter niet wezenlijk worden aangetast; 2. het bestaande bebouwingsoppervlakte niet wordt vergroot;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

58

3. verbouw in combinatie met herbouw van (een deel van) het hoofdgebouw niet is toegestaan; 4. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 5. het aantal woningen gelijk blijft, woningsplitsing is niet toegestaan; j.

artikel 4.2.2 onder b en een grotere inhoudsmaat toestaan voor woning inclusief bijgebouwen indien bestaande (bij)gebouwen worden gesloopt, onder de volgende voorwaarden: 1. gesloopt wordt binnen een of meer van de voor het buitengebied geldende bestemmingsplannen van de gemeente Venray; 2. er is sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 3. alleen de te slopen gebouwen die op die locatie niet vallen binnen het daar, op grond van de bouwregels, toegestane maximale bebouwingsvolume, worden in de berekening meegenomen; 4. de te slopen gebouwen dienen legaal aanwezig te zijn op het moment van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en mogen niet onder een andere regeling of verzoek vallen; 5. aan de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt de voorwaarde verbonden dat pas met de bouw gestart mag worden als sloop heeft plaatsgevonden; 6. alle te slopen gebouwen en de daarbij behorende bouwwerken en bouwdelen, zoals aanbouwen, overkappingen, bijbehorende ondergrondse (kelder-)ruimten, fysieke erfafscheidingen, voederplaten en andere erfverhardingen dienen gesloopt te worden; 7. alleen bovengrondse gebouwen worden meegerekend bij het te bepalen sloopvolume; 8. het percentage van het te bouwen volume dat moet worden gesloopt is bepaald in de onderstaande tabel:

Aantal m3 dat wordt gebouwd

Minimaal te slopen % (sloopvolume)

(bebouwingsvolume) Tot en met 250 m3

100%

Het meerdere boven de 250 m3

150%

9. bij de berekening wordt begonnen met het vullen van het getal in de eerste rij van bovenstaande tabel, waarna op dezelfde manier de volgende rijen gevolgd wordt; k.

artikel 4.2.2 onder b en een goothoogte van maximaal 6 m toestaan voor de bedrijfswoning, onder de voorwaarde dat sprake is van een goede ruimtelijke inpassing zoals bedoeld is in het beeldkwaliteitsplan en het Ruimtelijk Kwaliteitskader;

l.

artikel 4.2.2 onder a en een maximale goothoogte van 8 m en een maximale bouwhoogte van 12 m toestaan, onder de voorwaarde dat sprake is van een goede ruimtelijke inpassing zoals bedoeld is in het beeldkwaliteitsplan en het Ruimtelijk Kwaliteitskader;

m. artikel 4.2.2 onder e en een goothoogte toestaan van maximaal 8 meter en een bouwhoogte toestaan van 10 meter ten behoeve van de realisatie van kassen behorende bij een glastuinbouwbedrijf; n. artikel 4.2.2 onder i van de planregels en toestaan dat bedrijfsgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bedrijfsvoering op een afstand minder dan 15

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

59

meter van de bedrijfswoning en achter de achtergevel worden gebouwd, onder de voorwaarde dat: 1. de noodzaak tot een kortere afstand kan worden aangetoond en/of; 2. de bouw stedenbouwkundig aanvaardbaar is, gelet op de bestaande bebouwing op het perceel. o.

artikel 4.2.2 onder j en toestaan dat een bedrijfswoning wordt opgericht buiten het aanduidingsvlak 'bedrijfswoning' of 'plattelandswoning' onder de volgende voorwaarden: 1. dit vanuit het verkeersbelang dan wel een aanvaardbaar woonmilieu noodzakelijk is; 2. de afstand buiten het aanduidingsvlak 'bedrijfswoning' niet meer bedraagt dan noodzakelijk is in verband met het verkeersbelang dan wel het woonmilieu; 3. dit vanuit verkeerkundig, stedenbouwkundig en/of milieuhygiënisch oogpunt toelaatbaar is; 4. natuurlijke, cultuur-historische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden mogen niet worden aangetast; 5. het toevoegen van een extra woning is niet toegestaan. 6. het oprichten van de plattelandswoning buiten het aanduidingsvlak van de bedrijfswoning is slechts toegestaan mits de kortste afstand tot de bedrijfsbebouwing minimaal 25 meter is dan wel de afstand ten opzichte van de bestaande situatie niet wordt verkleind; 7. de uitbreiding vindt plaats binnen het aanduidingsvlak 'plattelandswoning'.

p.

artikel 4.2.2 onder k van de planregels en toestaan dat bijgebouwen op een grotere afstand dan 15 m van de woning worden gebouwd, onder de voorwaarde dat de landschappelijke en agrarische waarden ter plaatse niet worden aangetast;

q.

artikel 4.2.1 onder a van de planregels en toestaan dat hagelnetten buiten het bouwvlak worden gebouwd, onder de voorwaarde dat het volgende beoordelingskader bij de toelaatbaarheid in acht wordt genomen: 1. zicht op continuïteit van het agrarisch bedrijf; 2. netten mogen niet tot op de grond en niet buiten het bloeiseizoen worden afgerold; 3. ze dienen voor het overige naar aard en afmetingen bij deze bestemming te passen; 4. er wordt voorzien in een landschappelijke inpassing, bestaande uit een afschermende haag;

r.

artikel 4.2.1 onder e van de planregels en toestaan dat het oprichten van aanbouwen bij de plattelandswoning buiten het aanduidingsvlak 'bedrijfswoning' is toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. dit vanuit het verkeersbelang dan wel een aanvaardbaar woonmilieu noodzakelijk is; 2. de afstand buiten het aanduidingsvlak 'bedrijfswoning' niet meer bedraagt dan noodzakelijk is in verband met het verkeersbelang dan wel het woonmilieu; 3. dit vanuit verkeerskundig, stedenbouwkundig en / of milieuhygiënisch oogpunt toelaatbaar is; 4. natuurlijke, cultuur-historische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden mogen niet worden aangetast; 5. de afstand tot bedrijfsbebouwing minimaal 25 meter is dan wel de afstand ten opzichte van de bestaande situatie niet wordt verkleind; 6. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid.

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

60

s.

artikel 4.2.2 onder i van de planregels en toestaan dat bedrijfsgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bedrijfsvoering voor de achtergevel van de bedrijfswoning worden gebouwd, onder de voorwaarde dat: 1. de noodzaak hiertoe kan worden aangetoond; 2. de aanpassing niet leidt tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat; 3. de bouw stedenbouwkundig aanvaardbaar is, gelet op de bestaande bebouwing op het perceel.

4.5

Specifieke gebruiksregels

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden voor: a.

het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens: 1. voor zover het plaatsvindt binnen het bouwvlak of; 2. voor zover zulks noodzakelijk voor het op de bestemming gericht grondgebruik;

b.

Tijdelijke opslag van geoogste producten met een maximum van drie maanden aansluitend aan de oogst;

c.

het gebruik van opstallen voor opslagdoeleinden, uitgezonderd: 1. opslagdoeleinden die verband houden met het op de bestemming gerichte gebruik van opstallen; 2. statische opslag in niet meer functionele agrarische bedrijfsbebouwing, niet zijnde kassen;

d.

het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen, waaronder tevens caravans ten behoeve van de huisvesting door tijdelijke werknemers;

e.

het gebruik van gronden en opstallen voor detailhandel, uitgezonderd het bepaalde in artikel 4.1 onder f;

f.

het gebruik van gronden en opstallen voor niet-agrarische activiteiten op een agrarisch bedrijf;

g.

het gebruik van gronden en opstallen voor het bewerken van agrarische producten van derden;

h. het gebruik van de agrarische bedrijfswoning en de bestaande bedrijfsgebouwen voor de huisvesting van tijdelijke werknemers; i.

het gebruik van de agrarische bedrijfswoning en (agrarische) bedrijfsgebouwen voor de huisvesting van stagiaires en grooms voor het africhten van paarden;

j.

het gebruik van (agrarische) bedrijfsgebouwen (stallen) en bijgebouwen ten behoeve van bewoning;

k.

het gebruik van recreatiewoningen ten behoeve van permanente bewoning;

l.

elke vorm van detailhandel;

m. het gebruik ten behoeve van horecadoeleinden, behoudens verband houdend met het binnen de bestemming op de grond gerichte gebruik van gronden en opstallen; n. aan-huis-gebonden-bedrijf; o.

het gebruik van gedeeltes van de (bedrijfs)woning, waaronder aan- uit of bijgebouwen, als zelfstandige woning in het kader van mantelzorg;

p.

het gebruik van gronden en opstallen ten behoeve van mestverwerkingsactiviteiten behoudens activiteiten welke ondergeschikt zijn aan het agrarisch bedrijf waarbij de mest afkomstig is van hetzelfde bedrijf;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

61

q.

het omschakelen van een agrarisch bedrijf naar een glastuinbouwbedrijf of een intensieve veehouderij;

r.

het omschakelen van een agrarisch bedrijf naar niet- grondgebonden agrarische bedrijvigheid;

s.

het uitoefenen van nevenactiviteiten, uitgezonderd verkoop van streekeigen producten binnen het bouwvlak tot een verkoopvloeroppervlak van maximaal 100 m 2;

t.

het gebruik van opstallen ten behoeve van kleinschalige verblijfsrecreatie;

u. bevi-inrichtingen; v.

de opslag van gevaarlijke stoffen, zoals kunstmeststoffen en propaan anders dan bestaande situaties, die een 10-6 risicocontour hebben die de aanduiding 'bouwvlak' overschrijdt.

w. het gebruik van gronden voor containerteelt buiten de bouwvlakken voor een agrarisch bedrijf en / of de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden – containerteelt'; x.

het gebruik of het laten gebruiken van gronden en/of gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een seksinrichting, een escortbedrijf en (straat)prostitutie;

4.6

Afwijken van de gebruiksregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a.

artikel 4.5 onder d van de planregels ten behoeve van het houden van een kleinschalig kampeerterrein voor recreatief gebruik, onder de voorwaarden dat: 1. de niet-agrarische functie, inclusief eventueel andere niet-agrarische functies op het bouwperceel, ondergeschikt blijft aan het bestaande gebruik van het bouwperceel; 2. de nevenactiviteiten qua aard en omvang passen in de omgeving; 3. het maximaal 25 kampeerplaatsen betreft; 4. de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de voorziening wordt ingepast; 5. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; 6. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; 7. het kampeerterrein gelegen is binnen het bouwvlak ofwel binnen een strook van 100 m aan een zijde (niet zijnde de voorzijde) ofwel aan de achterzijde, direct aansluitend aan het bouwvlak of een bestemmingsvlak wonen. In het laatste geval dient de omgevingsvergunning in combinatie met de omgevingsvergunning van artikel 18.6 onder b te worden aangevraagd. 8. de inrichting van het kampeerterrein niet leidt tot onevenredige aantasting van de aanwezige gebiedskwaliteiten; 9.

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 10. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 11. voor oprichting van gebouwen ten dienste van het kleinschalig kamperen dient de omgevingsvergunning in combinatie met de omgevingsvergunning van artikel 4.4 onder b te worden aangevraagd.

b.

artikel 4.5 onder m en s van de planregels ten behoeve van het ontplooien van activiteiten met betrekking tot kleinschalige horeca en dagrecreatie, onder de voorwaarden dat:

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

62

1. de niet-agrarische functie ondergeschikt blijft aan het bestaande gebruik van het bouwperceel; 2. de activiteiten ten dienste staan van dagrecreatief medegebruik 1 in het gebied (ondersteuning wandel- en fietsroutes); 3. de nevenactiviteiten qua aard en omvang passen in de omgeving; 4. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; 5. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; 6. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 7. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid. c.

artikel 4.5 onder f van de planregels ten behoeve van het houden van een kinderdagverblijf, onder de voorwaarden dat: 1. de niet-agrarische functie ondergeschikt blijft aan het bestaande gebruik van het bouwperceel; 2. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; 3. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; 4. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 5. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

d.

artikel 4.5 onder f van de planregels ten behoeve van het houden van een zorgboerderij, onder de voorwaarden dat: 1. de niet-agrarische functie ondergeschikt blijft aan het bestaande gebruik van het bouwperceel; 2. de nevenactiviteiten qua aard en omvang passen in de omgeving; 3. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; 4. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; 5. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 6. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

e.

artikel 4.5 onder g van de planregels ten behoeve van het bewerken van agrarische producten, onder de voorwaarden dat: 1. de niet-agrarische functie ondergeschikt blijft aan het bestaande gebruik van het bouwperceel; 2. de nevenactiviteiten qua aard en omvang passen in de omgeving; 3. het de bewerking van producten afkomstig van agrarische bedrijven betreft; 4. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; 5. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 6. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

63

f.

artikel 4.5 onder h van de planregels en toestaan dat bestaande bebouwing wordt gebruikt voor logiesgelegenheid voor maximaal 20 tijdelijke werknemers, onder de voorwaarden dat: 1. de niet-agrarische functie ondergeschikt blijft aan het bestaande gebruik van het bouwperceel en wordt ingepast in het bestaande bouwvolume; 2. de leefruimte per logiesgelegenheid minimaal 10 m2 per medewerker bedraagt; 3. de nevenactiviteiten qua aard en omvang passen in de omgeving; 4. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; 5. ondersteunende voorzieningen (zoals toiletten en wasvoorzieningen) binnen het logiesgebouw dienen te zijn gelegen met minimaal 1 toilet en douche per 8 personen; 6. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 7. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 8. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

g.

artikel 4.5 onder i van de planregels ten behoeve van het huisvesten van maximaal 5 grooms/stagiaires voor het africhten en verzorgen van paarden, onder de voorwaarden dat: 1. de niet-agrarische functie ondergeschikt blijft aan het bestaande gebruik van het bouwperceel; 2. de huisvesting en alle daarbij benodigde voorzieningen enkel mogen plaatsvinden binnen de bestaande bebouwing. 3. de nevenactiviteiten qua aard en omvang passen in de omgeving; 4. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; 5. bij beëindiging van de paardenhouderijactiviteiten ook het gebruik van gronden en opstallen voor de niet-agrarische activiteiten worden gestaakt; 6. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 7. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid.

h. artikel 4.1 onder p en 4.5 onder e en n van de planregels en een grotere omvang van aanhuis-gebonden-beroep respectievelijk een aan-huis-gebonden-bedrijf toestaan, onder de volgende voorwaarden: 1. de omvang van de activiteit bedraagt maximaal 70 m2; 2. de primaire woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate wordt gehandhaafd; 3. detailhandel vindt slechts plaats voor zover deze beperkt blijft tot verkoop in direct verband met het aan-huis-gebonden-beroep en/ of het aan-huis-gebonden-bedrijf; 4. de activiteit geen zodanige verkeersaantrekkende werking heeft dat als gevolg daarvan extra verkeersmaatregelen - waaronder parkeervoorzieningen - noodzakelijk zijn; 5. de activiteit mag uitsluitend in het hoofdgebouw en/ of aanbouw plaatsvinden; i.

artikel 4.5 onder s van de planregels en afwijkend gebruik van gronden en opstallen toestaan, mits het gebruik is aan te merken als nevenactiviteit, voor: 1. landbouwverwant bedrijf, of 2. kleinschalig bedrijf, of

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

64

3. manege. met dien verstande dat: 

het gebruik plaatsvindt in niet meer in gebruik zijnde agrarische bedrijfsgebouwen;

de niet-agrarische functie ondergeschikt blijft aan het bestaande gebruik van het bouwperceel;

de nevenactiviteiten qua aard en omvang passen in de omgeving;

de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden;

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

bij beëindiging van de agrarische bedrijfsvoering dient, voor zover gelegen binnen de aanduiding 'overige zone - agrarisch gemengd' ook het gebruik van gronden en opstallen voor landbouwverwant bedrijf te worden gestaakt;

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

 j.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

artikel 4.5 onder u van de planregels en kleinschalige verblijfsrecreatie toestaan onder de volgende voorwaarden: 1. indien er sprake is van een recreatiewoning, logiesvoorzieningen, groepsaccommodaties en/of bed&breakfast geldt de voorwaarde dat de omvang van de kleinschalige verblijfsrecreatie niet groter is dan 100 m2; 2. de verblijfsrecreatie vindt plaats binnen bestaande bebouwing; 3. de recreatieve functie ondergeschikt blijft aan het bestaande gebruik van het bouwperceel; 4. kleinschalige horeca mogelijk is mits deze ondergeschikt is aan de dagrecreatie; 5. de nevenactiviteiten qua aard en omvang passen in de omgeving; 6. deze omgevingsvergunning mag niet worden gecombineerd met de omgevingsvergunning zoals opgenomen in artikel 4.6 onder a; 7. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 8. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

4.7

Wijzigingsbevoegdheid

4.7.1

Nieuwvestiging intensieve veehouderij (omschakeling)

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en nieuwvestiging van een intensieve veehouderij, uitsluitend binnen de op de verbeelding aangegeven gebiedsaanduiding 'Reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied' toestaan daar waar reeds een bouwvlak is opgenomen, onder de voorwaarden dat: a.

het dient te gaan om een volwaardig agrarisch bedrijf dan wel een bedrijf dat naar verwachting binnen redelijke termijn zal uitgroeien tot een volwaardig bedrijf;

b.

het bedrijf in de nabijheid ligt van andere agrarische bedrijven en aan een goede infrastructurele ontsluiting;

c.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat bebouwing wordt ingepast.

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

65

d.

op de verbeelding wordt een 'bouwvlak' opgenomen met een maximale oppervlakte van 1,5 hectare;

e.

er is een positief advies verkregen van de adviescommissie;

f.

met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

g.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

h. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; i.

de maximale diepte van het bouwvlak gerekend vanaf de bestemming 'Verkeer Wegverkeer' 200 m bedraagt;

j.

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

k.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

l.

op de verbeelding wordt een aanduiding 'intensieve veehouderij' opgenomen;

m. aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn voor de opgenomen gebiedsaanduidingen 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied'.

4.7.2

Wijziging bouwvlak - uitbreiding intensieve veehouderij

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de uitbreiding van een intensieve veehouderij toestaan waarbij het 'bouwvlak' op de verbeelding wordt aangepast, onder de voorwaarden dat: a.

de intensieve veehouderij is gelegen binnen de gebiedsaanduiding 'Reconstructiewetzone landbouwontwikkelingsgebied' of is gelegen binnen de gebiedsaanduiding 'Reconstructiewetzone - verwevingsgebied' mits de ruimtelijke kwaliteit of de functies van het gebied zich daar niet tegen verzetten;

b.

uitbreiding binnen de gebiedsaanduiding 'Reconstructiewetzone - extensiveringsgebied' is niet toegestaan.

c.

aangetoond is dat binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende mogelijkheden zijn voor uitbreiding;

d.

de vergroting, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het agrarische bedrijf;

e.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat bestaande en nieuwe bebouwing wordt ingepast. Daarnaast wordt een aanvullende kwaliteitsverbetering geleverd;

f.

indien het bouwvlak in de nieuwe situatie groter is dan 1,5 hectare blijkt uit het landschappelijk inpassingsplan, als bedoeld onder e, tevens dat bestaande bebouwing wordt ingepast. Daarnaast wordt een aanvullende kwaliteitsverbetering geleverd;

g.

de oppervlakte van het bouwvlak bedraagt maximaal 2,5 hectare;

h. er is een positief advies verkregen van de adviescommissie indien het bouwvlak in de nieuwe situatie groter is dan 1,5 hectare; i.

met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

66

j.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

k.

de maximale diepte van het bouwvlak gerekend vanaf de bestemming 'Verkeer Wegverkeer' 200 m bedraagt;

l.

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

m. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; n. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; o.

aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn ter plaatse van de aanduidingen 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied' .

4.7.3

Wijziging bouwvlak - uitbreiding glastuinbouwbedrijf

Burgemeester

en

wethouders

kunnen

het

plan

wijzigen

en

de

vergroting

van

een

glastuinbouwbedrijf toestaan waarbij het 'bouwvlak' op de verbeelding wordt aangepast, onder de voorwaarden dat: a.

aangetoond is dat binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende mogelijkheden zijn voor uitbreiding;

b.

de vergroting, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het agrarische bedrijf;

c.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat bestaande en nieuwe bebouwing wordt ingepast. Daarnaast wordt een aanvullende kwaliteitsverbetering geleverd;

d.

indien het bouwvlak in de nieuwe situatie groter is dan 3 hectare blijkt uit het landschappelijk inpassingsplan, als bedoeld onder c, tevens dat bestaande bebouwing wordt ingepast. Daarnaast wordt een aanvullende kwaliteitsverbetering geleverd;

e.

de oppervlakte van het bouwvlak bedraagt maximaal 5 hectare;

f.

er is een positief advies verkregen van de adviescommissie indien het bouwvlak in de nieuwe situatie groter is dan 3 hectare;

g.

met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

h. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid ; i.

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

j.

de maximale afstand van de aan de wegzijde gelegen grens van het bestemmingsvlak tot de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' 200 m bedraagt;

k.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

l.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

m. aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn ter plaatse van de aanduidingen 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied' .

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

67

4.7.4

Wijziging bouwvlak - uitbreiding agrarisch bedrijf

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en vergroting van bestaande agrarische bedrijven, geen intensieve veehouderij of glastuinbouwbedrijf zijnde, toestaan waarbij het 'bouwvlak' op de verbeelding wordt aangepast, onder de voorwaarden dat: a.

aangetoond is dat binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende mogelijkheden zijn voor uitbreiding;

b.

de vergroting, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het agrarische bedrijf;

c.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat bestaande en nieuwe bebouwing wordt ingepast. Daarnaast wordt een aanvullende kwaliteitsverbetering geleverd;

d.

indien het bouwvlak in de nieuwe situatie groter is dan 1,5 hectare blijkt uit het landschappelijk inpassingsplan, als bedoeld onder c, tevens dat bestaande bebouwing wordt ingepast. Daarnaast wordt een aanvullende kwaliteitsverbetering geleverd;

e.

de oppervlakte van het bouwvlak bedraagt maximaal 2,5 hectare;

f.

er is een positief advies verkregen van de adviescommissie indien het bouwvlak in de nieuwe situatie groter is dan 1,5 hectare;

g.

met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

h. er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; i.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

j.

de maximale diepte van het bouwvlak gerekend vanaf de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' 200 m bedraagt;

k.

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

l.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

m. aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn voor de op de verbeelding opgenomen aanduiding 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied'.

4.7.5

Toevoeging 'bedrijfswoning'

Burgemeester

en

wethouders

kunnen

het

plan

wijzigen

en

een

functieaanduiding

'bedrijfswoning' op de verbeelding toewijzen ten behoeve van de bouw van een bedrijfswoning onder de voorwaarden dat: a.

er nog geen bedrijfswoning aanwezig is;

b.

het dient te gaan om een volwaardig agrarisch bedrijf dan wel een bedrijf dat naar verwachting binnen redelijke termijn zal uitgroeien tot een volwaardig bedrijf;

c.

aangetoond wordt dat de bedrijfswoning noodzakelijk is voor de doelmatige agrarische bedrijfsvoering;

d.

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

e.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

68

f.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

g.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

h. de regels in artikel 4.2.2 van de planregels in acht genomen worden.

4.7.6

Toevoeging 'plattelandswoning'

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en een functieaanduiding 'plattelandswoning' op de verbeelding opnemen te behoeve van het gebruik door derden van de bestaande bedrijfswoning, onder de voorwaarden dat: a.

er sprake is van een aanduidingsvlak 'bedrijfswoning' binnen het agrarisch bouwvlak en er sprake is van een daadwerkelijk functionerend agrarisch bedrijf;

b.

de bedrijfswoning moet minimaal vóór 17 december 2010 zijn opgericht;

c.

er geen sprake is van het toevoegen van een nieuwe agrarische bedrijfswoning binnen het agrarische bouwvlak;

d.

de afstand tot bedrijfsbebouwing minimaal 25 meter is dan wel de afstand ten opzichte van de bestaande situatie niet wordt verkleind;

e.

er voldaan wordt aan een goed woon-en leefklimaat.

4.7.7

Wijziging bouwvlak - vormverandering

Burgemeester en wethouders kunnen vormverandering van het bouwvlak toestaan en het 'bouwvlak' op de verbeelding aanpassen, onder de voorwaarden dat: a.

indien er sprake is van een intensieve veehouderij in de gebiedsaanduiding 'Reconstructiewetzone - extensiveringsgebied' vormverandering alleen is toegestaan indien de door de ondernemer gewenste vormverandering per saldo geen negatieve invloed heeft op de aspecten die bij de integrale afweging op grond van artikel 4 van de Reconstructiewet hoort, zijnde het bevorderen van een goede ruimtelijke structuur van de concentratiegebieden, in het bijzonder met betrekking tot landbouw, natuur, bos, landschap, recreatie, water, milieu en infrastructuur, alsmede ter verbetering van een aanvaardbaar woon-, werk- en leefklimaat en van de economische structuur;

b.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing wordt ingepast;

c.

met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

d.

de maximale diepte van het bouwvlak gerekend vanaf de bestemming 'Verkeer Wegverkeer' 200 m bedraagt;

e.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

f.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

g.

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

h. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; i.

aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn ter plaatse van de aanduidingen 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied';

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

69

4.7.8

Toevoeging functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - boogkassen'

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en een functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – boogkassen' op de verbeelding opnemen ten behoeve van het oprichten van permanente boogkassen met de daarbij behorende vooorzieningen onder de voorwaarden dat: a.

aangetoond is dat binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende mogelijkheden zijn voor uitbreiding;

b.

de vergroting, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het bedrijf;

c.

de locatie aansluitend aan het bouwvlak is gelegen;

d.

de oppervlakte van het containerveld bedraagt maximaal 1,5 hectare;

e.

de bouwhoogte maximaal 4 meter bedraagt;

f.

de maximale afstand van de aan de wegzijde gelegen grens van het bestemmingsvlak tot de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' 200 m bedraagt;

g.

de totale oppervlakte van het bouwvlak en de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – boogkassen' niet meer dan 3 ha bedraagt;

h. met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater; i.

de cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en/of abiotische waarden behouden dienen te blijven;

j.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

k.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

l.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing en/of voorziening wordt ingepast;

m. er is een positief advies verkregen van de adviescommissie;

4.7.9

Toevoeging specifieke vorm van agrarisch met waarden - containerteelt

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en een functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden – containerteelt' op de verbeelding opnemen ten behoeve van het aanleggen van containervelden met de daarbij behorende voorzieningen onder de voorwaarden dat: a.

uitbreiding binnen de aanduiding 'Waarde – Ecologisch hoofdstructuur' niet is toegestaan;

b.

aangetoond is dat binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende mogelijkheden zijn voor uitbreiding;

c.

de vergroting, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het bedrijf;

d.

de locatie van het containerveld ligt aansluitend aan het bouwvlak;

e.

de oppervlakte van het containerveld bedraagt maximaal 1,5 hectare;

f.

de totale oppervlakte van het bouwvlak en de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – containerteelt' niet meer dan 3 ha bedraagt;

g.

de maximale afstand van de aan de wegzijde gelegen grens van het bestemmingsvlak tot de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' 200 m bedraagt;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

70

h. er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; i.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

j.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing en/of voorziening wordt ingepast;

k.

met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

l.

de cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en/of abiotische waarden behouden dienen te blijven;

m. er is een positief advies verkregen van de adviescommissie;

4.7.10 Vergroting manege Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming Agrarisch met Waarden wijzigen in bestemming Sport - Manege ten behoeve van vergroting van een bestaande manege onder de voorwaarden dat: a.

aangetoond is dat binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende mogelijkheden zijn voor uitbreiding;

b.

de vergroting, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van de manege;

c.

de maximale afstand van de aan de wegzijde gelegen grens van het bestemmingsvlak tot de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' 200 m bedraagt;

d.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

e.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

f.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat bestaande en de nieuwe bebouwing wordt ingepast. Daarnaast wordt een aanvullende kwaliteitsverbetering geleverd;

g.

vergroting van de manege is toegestaan tot een maximale oppervlakte van 1,5 ha;

h. er is een positief advies verkregen van de adviescommissie; i.

met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

j.

de cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en/of abiotische waarden behouden dienen te blijven;

k.

aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn ter plaatse van de aanduidingen 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied'.

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

71

4.7.11 Vergroting Bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Agrarisch met waarden' wijzigen in bestemming 'Bedrijf' ten behoeve van vergroting van een bestaand bedrijf onder de voorwaarden dat: a.

aangetoond is dat binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende mogelijkheden zijn voor uitbreiding;

b.

de vergroting, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het bedrijf;

c.

de maximale afstand van de aan de wegzijde gelegen grens van het bestemmingsvlak tot de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' 200 m bedraagt;

d.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

e.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

f.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat bestaande en de nieuwe bebouwing en/of voorziening wordt ingepast. Daarnaast wordt een aanvullende kwaliteitsverbetering geleverd;

g.

vergroting van het bedrijf is toegestaan tot een maximum van 10%, waarbij het volume niet mag worden vergroot;

h. er is een positief advies verkregen van de adviescommissie; i.

met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

j.

de cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en/of abiotische waarden behouden dienen te blijven;

k.

aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn ter plaatse van de aanduidingen 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied';

4.7.12 Vergroting Recreatie Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming Agrarisch met waarden wijzigen in bestemming Recreatie ten behoeve van vergroting van een bestaand recreatie bedrijf onder de voorwaarden dat: a.

aangetoond is dat binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende mogelijkheden zijn voor uitbreiding;

b.

de vergroting, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het bedrijf;

c.

de maximale afstand van de aan de wegzijde gelegen grens van het bestemmingsvlak tot de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' 200 m bedraagt;

d.

er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

e.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

f.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de bebouwing/ voorziening wordt ingepast met een factor 5. Dat betekent concreet dat voor iedere vierkante meter bebouwing en verharding er 5 vierkante meters groen moet worden aangelegd;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

72

g.

vergroting van het bedrijf is toegestaan tot een maximum van 10%, waarbij het volume niet mag worden vergroot;

h. er is een positief advies verkregen van de adviescommissie; i.

met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

j.

de cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en/of abiotische waarden behouden dienen te blijven;

k.

aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn ter plaatse van de aanduidingen 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied';

4.7.13 Wijziging Agrarisch met waarden naar Bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen plaatse van de aanduidingen

'agrarisch bedrijf',

'intensieve veehouderij' en 'glastuinbouwbedrijf' het plan wijzigen en de bestemming 'Agrarisch met waarden' wijzigen in de bestemming 'Bedrijf' met de nadere aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – landbouwverwante bedrijven' of 'specifieke vorm van bedrijf – kleinschalige bedrijven' onder de voorwaarden dat: a.

ter plaatse alle agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd;

b.

er sprake is van een landbouwverwant bedrijf indien gelegen buiten de gebiedsaanduiding 'overige zone - agrarisch gemengd' of een kleinschalig bedrijf;

c.

hergebruik enkel mogelijk is, indien sprake is van een bedrijfscomplex dat redelijkerwijs niet (meer) bruikbaar is (gebleken) voor een eigentijdse agrarische bedrijfsvoering;

d.

de maximale bebouwingsoppervlakte bedraagt 1.000 m2 voor landbouwverwante bedrijven en 500 m2 voor kleinschalige bedrijven. De bestaande bebouwingsmassa mag niet worden uitgebreid;

e.

voor de wijziging naar 'specifieke vorm van bedrijf – landbouwverwante bedrijven' is de uitoefening van het bedrijf toegestaan met maximaal milieucategorie 3.1;

f.

r geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

g.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

h. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; i.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

j.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat bebouwing wordt ingepast;

k.

de oppervlakte van het nieuwe bouwvlak bedraagt maximaal 1,5 hectare;

l.

er is een positief advies verkregen van de adviescommissie;

m. aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn ter plaatse van de aanduidingen 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied' .

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

73

4.7.14 Wijziging Agrarisch met waarden in Recreatie Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduidingen 'agrarisch bedrijf', 'intensieve veehouderij' en 'glastuinbouwbedrijf' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch met waarden' wijzigen in de bestemming 'Recreatie', ten behoeve van de vestiging van een recreatieve functie, onder de voorwaarden dat: a.

ter plaatse alle agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd;

b.

de bestaande bebouwingsmassa niet mag worden uitgebreid;

c.

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

d.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

e.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing/ voorziening wordt ingepast met een factor 5. Dat betekent concreet dat voor iedere vierkante meter bebouwing en verharding er 5 vierkante meters groen moet worden aangelegd;

f.

met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;

g.

er is een positief advies verkregen van de adviescommissie;

h. er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; i.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

j.

aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn ter plaatse van de aanduidingen 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied';

4.7.15 Wijzigen Agrarisch met waarden naar Maatschappelijk Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduidingen 'agrarisch bedrijf', 'intensieve veehouderij' en 'glastuinbouwbedrijf' het plan wijzigen en de bestemming 'Agrarisch met waarden' wijzigen in de bestemming 'Maatschappelijk', ten behoeve van de vestiging van een zorgboerderij of een kinderdagverblijf, onder de voorwaarden dat: a.

ter plaatse alle agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd;

b.

sprake is van zorgverlening c.q. opvang als dagactiviteit;

c.

de nieuwvestiging enkel is toegestaan binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone agrarisch gemengd';

d.

detailhandelsactiviteiten niet zijn toegestaan;

e.

de bestaande bebouwingsmassa niet mag worden uitgebreid;

f.

de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;

g.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

h. er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; i.

er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;

j.

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat bebouwing wordt ingepast;

Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling (ronde 3)

74

k.

de oppervlakte van het nieuwe bouwvlak bedraagt maximaal 1,5 hectare;

l.

er is een positief advies verkregen van de adviescommissie;

m. aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden zoals die geformuleerd zijn ter plaatse van de aanduidingen 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied';

4.7.16 Wijziging Agrarisch met waarden naar Natuur Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch met waarden' wijzigen in de bestemming 'Natuur' ten behoeve van het ontwikkelen van natuurgebieden danwel ecologische verbindingszones onder de voorwaarden dat: a.

sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13807928/2