03 Jaarverslag en jaarrekening 2021
Tekst van het document
Venray
Gennep
Peel en Maas
Horst aan de Maas
Provincie Limburg
Venlo
Gemiddelde WOZwaarde
253.639
243.555
272.515
281.544
274.308
228.085
224.492
OZB tarief OZB
0,1065% 270,23
0,1384% 337,08
0,1078% 293,77
0,0937% 263,81
0,1455% 399,12
0,1448% 330,27
0,1641% 368,39
Rioolheffing Afvalstoffenheffing
240,7 267,83
227,4 219,01
241,41 268
288,76 212
217 233,55
215,55 271,48
155,03 274,21
Totaal
778,76
783,49
803,18
764,57
849,67
817,3
797,63
4] Bron: belastingoverzicht 2021 Limburgse gemeenten uitgegeven door provincie Limburg Belastingdruk gemeente Venray per huishouden en bedrijf Artikel 16 lid 5 van de financiële verordening (ex artikel 212 Gemeentewet) geeft aan dat het college bij de jaarrekening verslag doet van de ontwikkeling van de lokale lastendruk voor éénpersoonshuishouden, meerpersoonshuishouden en bedrijven. Eénpersoonshuishoudens
WOZ-waarde
2019
2019
2020
2020
2021
2021
raming
realisatie
raming
realisatie
raming
realisatie
220.881,00 221.235,00 229.021,00 229.600,00 240.800,00 243.100,00
Lastendruk OZB eigenaar
326,68
327,20
326,81
327,64
333,27
336,45
Rioolheffing eigenaar
101,13
101,13
102,86
102,86
104,61
104,61
Rioolheffing gebruiker
59,36
59,36
60,37
60,37
61,40
61,40
Afvalstoffenheffing
118,18
118,18
142,38
142,38
188,70
188,70
Totaal
605,35
605,87
632,42
633,25
687,98
691,16
Noot: voor de jaren 2019 t/m 2021 is uitgegaan van een vast tarief vermeerderd met 14 ledigingen bij de ondergrondse voorziening . Met de korting in het jaar 2019 en 2020 is rekening gehouden.
Meerpersoonshuishoudens
WOZ-waarde
2019
2019
2020
2020
2021
2021
raming
realisatie
raming
realisatie
raming
realisatie
220.881,00 221.235,00 229.021,00 229.600,00 240.800,00 243.100,00
Lastendruk OZB eigenaar
326,68
327,20
326,81
327,64
333,27
336,45
Rioolheffing eigenaar
101,13
101,13
102,86
102,86
104,61
104,61
Rioolheffing gebruik
118,72
118,72
120,74
120,74
122,79
122,79
Afvalstoffenheffing
145,05
145,05
171,33
171,33
219,01
219,01
Totaal
691,58
692,10
721,74
722,57
779,68
782,86
Noot: voor de jaren 2019 t/m 2021 is uitgegaan van een vast tarief vermeerderd met 7 ledigingen van 140 liter container Restafval en 3 ledigingen van containers van 140 liter GFT. Met de korting in het jaar 2019 en 2020 is rekening gehouden.
76
Bedrijven
WOZ-waarde
2019
2019
2020
2020
2021
2021
raming
realisatie
raming
realisatie
raming
realisatie
457.000,00 458.000,00 477.000,00 553.000,00 566.000,00 583.200,00
Lastendruk OZB eigenaar
1.431,32
1.434,46
1.453,42
1.684,99
1.714,98
1.767,10
OZB gebruiker
1.147,07
1.149,58
1.158,16
1.342,68
1.364,06
1.405,51
101,13
101,13
102,86
102,86
104,61
104,61
Rioolheffing eigenaar Rioolheffing gebruiker Totaal
118,72
118,72
120,74
120,74
122,79
122,79
2.798,24
2.803,89
2.835,18
3.251,28
3.306,44
3.400,01
5. Het gerealiseerde kwijtscheldingsbeleid Burgers die de aanslag niet kunnen betalen, kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding. Handmatige- en geautomatiseerde kwijtschelding Kwijtschelding vindt enerzijds plaats door middel van een toetsing door de Stichting Inlichtingenbureau van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dit bureau voert geautomatiseerde bestandsvergelijkingen uit, waardoor de kwijtschelding eenvoudiger en geautomatiseerd toegekend kan worden. Anderzijds wordt ook nog een aanzienlijk aantal verzoeken tot kwijtscheldingen handmatig beoordeeld en afgehandeld. 100% Norm De raad heeft in het verleden besloten de regeling voor kwijtschelding zo ruim mogelijk toe te passen. Het normbedrag voor levensonderhoud is toen vastgesteld op 100% van de bijstandsnorm. Het gehanteerde normbedrag is het maximale bedrag dat gemeenten mogen hanteren volgens de Invorderingswet 1990 en de daarbij behorende uitvoeringsregeling. Waarbij wordt uitgegaan van het vermogensbegrip van art. 34 van de Participatiewet. Het aanvragen van kwijtschelding is mogelijk voor OZB: kwijtschelding kan in bepaalde omstandigheden plaatsvinden indien de vermogenspositie hiertoe aanleiding geeft.
Afvalstoffenheffing: kwijtschelding kan plaatsvinden van het vastrecht, vermeerderd met maximaal het gemiddelde aantal ledigingen van grijze en groene containers of inworpen in een verzamelcontainer voor restafval. Jaarlijks wordt dit gemiddelde aantal ledigingen of inworpen opnieuw vastgesteld. Dit gebeurt in de verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing, waarmee ook de hoogte van het variabel en vastrecht wordt vastgesteld. Rioolheffing: kwijtschelding kan m.n. plaatsvinden voor het gebruikersdeel voor woningen. Kwijtscheldingen Het aantal kwijtscheldingsverzoeken daalt de afgelopen jaren licht. Belastingplichtigen met meerjarige betalingsproblemen worden vanaf 2016 actief benaderd. Daarnaast zijn alle belastingplichtigen, die verleden jaar geen kwijtscheldingen ontvingen, automatisch opgenomen in de procedure en wordt onderzocht of deze groep nu wel voor kwijtschelding in aanmerking kan komen. Door de coronacrisis wordt verwacht dat de komende jaren het aantal kwijtscheldingen gaat toenemen.
Totaal aantal klanten
2016
2017
2018
2019
2020
2021
1.085
1.125
1.018
1.005
1.137
949
Automatische kwijtschelding (inlichtingenbureau)
415
494
505
465
450
483
Beroepschriften (klanten)
82
85
47
52
25
20
77
Paragraaf B. Weerstandsvermogen en risicobeheer In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op het weerstandsvermogen en de mate waarin de organisatie de belangrijkste risico’s onder controle heeft. In het risicobeleid zijn de doelstellingen en uitgangspunten vastgelegd en wordt ook aangegeven op welke wijze we risico’s managen. Deze paragraaf geeft inzicht in: Weerstandsvermogen: de mate waarin de gemeente in staat is om risico’s van materiële betekenis te kunnen opvangen, zonder te hoeven ingrijpen in de normale bedrijfsvoering. Risico’s: de afwijking van een doelstelling als gevolg van het optreden van een onzekere gebeurtenis. Van strategische risico’s worden opgenomen: de omvang en de getroffen beheersmaatregelen en de ontwikkelingen hierin. Weerstandscapaciteit: toelichting op omvang en ontwikkeling van de vermogenscomponenten en andere bronnen die dienen om de risico’s op te vangen. Financiële kengetallen: conform de BBV is een basisset financiële kengetallen opgenomen. 1. Risicomanagement De raad, het college en het management zijn ervan bewust dat adequate risicobeheersing onderdeel is van “good governance” en bijdraagt aan het “in control” zijn van de organisatie. Kernthema hierin is transparantie: het (tijdig) rapporteren over risico’s en gezamenlijk met alle betrokkenen afstemmen over beheersmaatregelen.
Het risicobewustzijn blijft altijd een punt van aandacht in de organisatie. Op de verschillende terreinen wordt dit steeds beter opgepakt, maar het is nog geen automatisme. Risico’s overkomen ons nog af en toe, ondanks signalen die achteraf onvoldoende onderkend werden. In beleids-/besluitvormingsnota’s worden de risico’s nog niet altijd voldoende uitgewerkt, waardoor niet de juiste beheersmaatregelen worden genomen. Bij de implementatie van de rechtmatigheidsverantwoording door het college krijgt de inrichting en de werking van de administratieve organisatie en interne controle extra aandacht. 2. Weerstandsvermogen Het beleid gaat uit van een weerstandsratio van minimaal 1,0. Dat wil zeggen dat de berekende risico’s in ieder geval zijn afgedekt door de aanwezige weerstandscapaciteit (vermogensbuffer). Hiermee sluiten we aan bij de adviezen van de provinciale toezichthouder. Daarnaast is een minimumgrens van € 12 mln. (10% van de jaarexploitatie) als streefwaarde voor de weerstandscapaciteit vastgesteld. Stand ultimo (bedragen x € 1.000)
2018
2019
2020
2021
Algemene reserve
15.468
16.740
18.021
16.565
Risicoreserve grondbedrijf
3.137
4.664
5.022
6.404
nvt
nvt
nvt
nvt
Weerstandscapaciteit
18.605
21.404
23.043
22.969
Algemene risico's
1.443
3.059
6.571
2.915
Risico's grondbedrijf
1.944
1.593
1.108
603
Risico's
3.387
4.652
7.679
3.518
Vrije ruimte
15.218
16.752
15.364
19.451
- Algemeen
14.025
13.681
11.450
13.650
- Grondbedrijf
1.193
3.071
3.914
5.801
Weerstandsvermogen
5,49
4,60
3,00
6,53
Niet benutte deel belastingcapaciteit
Het weerstandsvermogen komt ultimo 2021 uit op 6,53. Dit is flinke stijging ten opzichte van eind 2020. Oorzaak is de forse afname van de risico’s, met name op het gebied van het sociaal domein en van COVID-19. De positieve financiële ontwikkeling bij het grondbedrijf draagt eveneens bij aan de verhoging van het weerstandsvermogen. Deze blijft ruim boven de vastgestelde norm van 1,00. De vrije ruimte bedraagt € 19,5 mln, een toename van ca. € 4,1 mln. ten opzichte van eind 2020. De vrije ruimte in de algemene reserve bedraagt € 13,7 mln en het grondbedrijf € 5,8 mln.
78
3. Risico's De risico’s uit de jaarrekening 2020 zijn het uitgangspunt van de rapportage. Nieuwe (strategische) risico’s zijn toegevoegd, relevante wijzigingen in bestaande risico’s worden toegelicht. De risicomatrix plaatst de risico’s in het perspectief van kans en gevolg. In de risicotoelichting wordt het risico nader beschreven en de (voortgang van) beheersmaatregelen aangegeven. Nadat we in 2020 werden overvallen door COVID-19 en dit virus ons maatschappelijke en sociale leven overheerste, bracht het ook hoge risico’s met zich mee voor onze bedrijfsvoering en de uitvoering van de gemeentelijke taken. Inmiddels hebben we ervaren dat met de rijkscompensatiemiddelen deze risico's voor de betreffende taakvelden voldoende opgevangen konden worden. Op enkele andere beleidsterreinen (waarvoor geen compensaties beschikbaar werden gesteld), werd besloten om deze kosten (of inkomstenderving) ten laste van de Algemene Reserve te brengen, denk hierbij aan o.a. het niet heffen van de reclamegelden en terrasgelden. Binnen het sociaal domein verwachten we nog wel een doorwerking van COVID-19 in het komende jaar, maar met de overheveling van de resterende compensatiemiddelen die we in 2021 kregen, kunnen we naar verwachting de extra kosten die dit mogelijk met zich meebrengt, wel opvangen.
In de laatste impact-analyse (door de raad vastgesteld in februari 2022) werd ook geen risicoberekening meer opgenomen. In juni 2022 zal een laatste impact-analyse en evaluatie worden aangeboden. Dit natuurlijk onder voorbehoud dat er geen grote opleving van het virus zal zijn of bijzondere ontwikkelingen plaatsvinden. In de jaarrekening 2020 werd als gebeurtenis na balansdatum aangegeven: het aftreden van het voltallige College van Gedeputeerde Staten van Limburg op 9 april 2021. Hierdoor ontstond een uitzonderlijke situatie, doordat op belangrijke dossiers besluitvorming kon worden uitgesteld en/of standpuntbepalingen niet werden gedaan. Inmiddels is hierin duidelijk geworden dat dit geen nadelige impact voor Venray heeft gehad en dat op deze dossiers de reguliere voortgang weer is opgepakt. Een belangrijke ontwikkeling na balans is de in februari 2022 ontstane oorlogssituatie in Oekraïne en de opvang van vluchtelingen, ook in onze gemeente. De oplopende inflatiecijfers en de forse prijsstijgingen (o.a. op energie en materialen) waarmee we vanaf medio 2021 te maken kregen worden versterkt door de sancties tegen Rusland en de situatie in het oorlogsgebied. Als gevolg hiervan zal het beroep op minimaregelingen naar verwachting verder toenemen. Als gevolg hiervan zal het beroep op minimaregelingen naar verwachting verder toenemen.
Daarnaast worden er nieuwe regelingen in het leven geroepen om de lagere inkomensgroepen extra te ondersteunen. Vraag is in hoeverre dit door het rijk volledig gecompenseerd gaat worden. Risicomatrix
Risicotoelichting 79
In navolgend overzicht: kolom nr. verwijst naar risicomatrix. Kolom potentiële risicogebeurtenis: de gebeurtenis voorafgegaan door het nummer van het deelprogramma waarop deze betrekking heeft. Enkel risico's hebben betrekking op meerdere deelprogramma's, die zijn algemeen genoemd. (Status) beheersmaatregelen: per risico zijn beheersmaatregelen benoemd. De voortgang/status is "cursief" beschreven. Nr. Potentiële risicogebeurtenis Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan) 1
1. Breed Sociaal Domein
Er is een uitvoeringsprogramma sociaal domein vastgesteld met diverse deelopdrachten die gekoppeld zijn aan de bouwstenen uit de Kadernota SD (zie hieronder)
Bouwsteen Omgeving De omgeving wordt onvoldoende versterkt waardoor de beweging van “vangnet” naar “omgeving” niet of onvoldoende gemaakt wordt.
Inzet van gebiedsgericht werken (aansluiting zoeken bij de specifieke behoefte van een wijk of dorp). Inzet van ondersteunende maatregelen zoals subsidies, accommodaties, etc. -
-
-
-
Gebiedsgericht werken is ingezet. Subsidiebeleid en accommodatiebeleid is geactualiseerd. Het versterken van de omgeving vormt een deelopdracht van het uitvoeringsprogramma SD. Opdrachtformulering is opgesteld en implementatie is gestart. Er zijn specifieke maatregelen geformuleerd om de omgeving te versterken: JSP, BSO+, SOJ, jeugdhulp en opvoedondersteuning, overzicht van voorliggende voorzieningen WMO en Jeugd. actieplan eenzaamheid is vastgesteld. er zijn, in het kader van corona, extra activiteiten gesubsidieerd die onze kwetsbare inwoners versterken. ervaringsdeskundigen Venray zijn structureel geborgd.
Bouwsteen Vangnet De afschaling van voorzieningen komt onvoldoende tot stand.
Versterken van de omgeving. Anders organiseren van de toegang. Herijken van onze inkoopmethodiek.
Openeinderegelingen: Toename van het aantal maatwerkvoorzieningen als gevolg van veranderende omstandigheden (economische, demografische, wetgeving, rijksbeleid)
Duurzaam partnerschap met aanbieders en gesubsidieerde instellingen. Afspraken maken met andere verwijzers. -
Voor wat betreft de toegang is een visie en zijn leidende principes opgesteld en geaccordeerd door het college. Vervolgstap is het inrichtingsvraagstuk waarbij op basis van
80
Nr.
Potentiële risicogebeurtenis
Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan)
-
-
-
verschillende scenario’s een keuze wordt gemaakt. Start implementatie in 2022. In 2021 is definitief besloten om de samenwerking met Venlo op het terrein van werk en inkomen te beëindigen. Implementatietraject gestart om alle werkzaamheden per 2022 binnen de organisatie van Venray uit te voeren. Afstemming over toekomstige inrichting vindt plaats met het traject toegang. Sturing en inkoop: Nieuwe inkoopmethodiek afgerond en gestart per 1 januari 2022. Nieuwe inkoop gaat o.a. uit van langdurige contracten. Implementatie van uniforme werkwijze is in de organisatie geïmplementeerd. Traject sturing en inkoop zal nog gedurende de eerste helft 2022 doorlopen om impact te monitoren en eventuele bijstellingen door te voeren. In 2021 zijn maatregelen getroffen om de stijging van de kosten om te buigen (taskforce sociaal domein). De taskforce is eind 2021 beëindigd.
Bouwsteen Gedrag en Houding De gewenste gedragsverandering bij medewerkers komt onvoldoende tot stand.
Opstellen ontwikkelplan voor medewerkers gericht op het gesprek met de inwoner, de integraliteit en het aansluiten bij de omgeving.
De gemeentelijke visie wordt niet onderschreven door de aanbieders
Meerjarige afspraken maken met aanbieders waarbij zij het vertrouwen krijgen om te investeren in innovatie. -
-
Houding en gedrag vormt een deelopdracht van het uitvoeringsprogramma SD. Opdrachtformulering is opgesteld en implementatie in 2021 e.v. Meerjarige afspraken: zie ook project sturing en inkoop.
Bouwsteen Communicatie De boodschap komt onvoldoende over
Opstellen communicatiestrategie en instrumenten. -
Communicatie vormt een deelopdracht van het uitvoeringsprogramma SD. Centraal staat daar het meer in gesprek zijn met inwoners. Opdrachtformulering deelopdracht communicatie opgesteld. Verbreding van instrumenten vindt plaats in 2021 e.v.
Bouwsteen Financiën
81
Nr.
Potentiële risicogebeurtenis
Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan)
De gerealiseerde uitgaven van het Sociaal Domein Breed overstijgen de begroting.
Monitoren uitgaven SD-breed versus begroting, waarbij de indeling “vangnet” en “omgeving” wordt gehanteerd. Oplevering van de halfjaarrapportage Sociaal Domein. -
-
-
2
Begroting 2022 geheel in lijn gebracht van de kadernota sociaal domein.
2.1 Grondbedrijf De afzet van gronden kan achterblijven ten opzichte van de planning
3
Monitoring uitgaven vindt maandelijks plaats. Nieuwe overlegstructuur ingevoerd op basis van advies taskforce SD. Raadsmonitor doorontwikkeld en geïntroduceerd bij de raad. Eerste rapportage nieuwe stijl over het kalenderjaar 2021. Verschillende dashboard ontwikkeld ten behoeve van de monitoring sociaal domein (Jeugd, Wmo, Schulddienstverlening en Onderwijs)
Stimuleringsmaatregelen verkoop kavels (promotie via website en woontafel) - geen betaling waarborgsom is mogelijk - courtageregeling makelaars
4.3 Privacy en Informatiebeveiliging - Vertrouwelijke/gevoelige informatie is beschikbaar bij niet-geautoriseerden (binnen en buiten de organisatie) - Onverantwoordelijk gebruik en uitwisseling van persoonsgegevens en privacygevoelige informatie binnen de organisatie en naar partners. - De kans dat informatiebeveiligingsincidenten de bedrijfsvoering raken neemt toe. - Niet voldoen aan de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming)
Maximale samenwerking door de functies van FG (Functionaris gegevensbescherming), PO (Privacy Officer) en CISO (Chief Information Security Officer); De onafhankelijke rol van privacy en informatiebeveiliging zorgt voor een objectieve advisering van maatregelen. Jaarlijkse verantwoording over informatieveiligheid, implementatie BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) en privacy via ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit); Privacy en Informabeveiliging (P&IB) maken standaard onderdeel uit van projecttoetsing. Door maatregelen te nemen worden risico’s geminimaliseerd; Met het uitvoeren van PIA's (Privacy Impact Assessments) brengen we risico’s in beeld en maken we bewuste keuzes welke risico’s we accepteren/mitigeren; De verantwoordelijkheid voor P&IB bij de proceseigenaren borgen; Uitvoeren Privacy en Security awareness
82
Nr.
Potentiële risicogebeurtenis
Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan) trainingen. Alle medewerkers hebben de security-awareness training gevolgd en zijn gewezen op de risico’s bij het thuiswerken. Het opstellen van een businesscontinuïteitsplan zorgt dat we beter zijn voorbereid op informatiebeveilgingsincidenten; Jaarlijks uitvoeren pentest/ethische hack.
4
Algemeen: Garantstellingen Gemeente wordt aangesproken op inlossen van een garantstelling.
Garantstellingsbeleid actualiseren. Vooralsnog geen prioriteit - risico's explicieter opnemen - in besluitvorming toelichten waarom risico's al dan niet worden meegewogen. Bewustwording wordt meegenomen in overlegstructuren en krijgt daarmee meer aandacht.
Het garantieplafond voor 2021 is € 701.000.
- periodieke rapportage over ontwikkeling risicovolste garantstellingen. Informatieverstrekking vindt per dossier plaats.
Meest risicovolle garantstelling: Glasweb: - Er wordt niet voldaan aan regels voor staatssteun en financieringsconstructies.
Glasweb: Aanvullende informatie inwinnen Deze informatie geeft geen aanleiding om aanvullende maatregelen te nemen.
- Exploitatie valt tegen (minder uptake, meer kosten).
Periodieke rapportage Via de maandelijkse voortgangsrapportage (zie ook majeure projecten).
- Aanleg fase 2. Met de aanleg van de 2e fase door KPN is een beroep door GlaswebVenray op een aanvullende garantstelling niet aan de orde. 5
Algemeen: Samenwerken/Verbonden Partijen (VP) Resultaten van samenwerkingspartners wijken af van lokale doelstellingen.
Beleid op samenwerking en verbonden partijen opstellen (incl. timing en niveau van informatievoorziening) - Nota vizier op samenwerking vastgesteld - Evaluatienota (incl. verbetermaatregelen) opgesteld. Verbetermaatregelen deels nog doorvoeren. 83
Per bestaande VP doelen en risico's inventariseren en maatregelen treffen. Bij het deelnemen in nieuwe VP-eisen stellen aan informatievoorziening. - Onder de noemer "grip op samenwerking" vindt uniforme sturing plaats op de vijf grote gemeenschappelijke regelingen. - In 2021 heeft de rekenkamer een evaluatierapport opgeleverd met betrekking tot intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. De conclusies en aanbevelingen hebben wij onderschreven. Voor zover het de rol van het college betreft is voor ons de belangrijkste les om continu kritisch te zijn op de vraag of aangegane samenwerkingsverbanden nog altijd doen wat we beogen. Ons algemene beleidskader (de nota Vizier op samenwerking) is daarbij een leidraad. Meest risicovolle Verbonden Partijen: Veiligheidsregio: onverwachte gebeurtenissen leiden tot extra budgetaanvraag
Veiligheidsregio: Regionale overleggen financieel adviseurs en adviseurs openbare orde en veiligheid per 2 maanden Oppakken adviezen rekenkameronderzoek Raad geïnformeerd over financiële ontwikkelingen n.a.v. P&C-producten Veiligheidsregio. Invullen van afspraken uit RIB “Grip op samenwerken”. Venray is adoptiegemeente. Ambtenaren betrokken in voortraject beleidsontwikkeling en opstellen P&C-producten. NLW:
Noord Limburg West (NLW): (bedrijfsvoerings)kosten worden onvoldoende in lijn gebracht met de (korting op de) rijkssubsidie. Begrote opbrengsten worden onvoldoende gerealiseerd (dalende Wsw-inkomsten en afnemende tewerkstelling van medewerkers)
6
In december 2020 is door de raad een nieuwe koers vastgesteld. Deze koers is voor de periode 2021-2030 en bestaat uit een drietal sporen. Uitvoering WSW, Participatiewet dienstverlening aan gemeenten en dienstverlening aan derden. De koers wordt jaarlijks gemonitord.
Algemeen: Bestuurders: pensioen/wachtgeld/ nabestaande pensioen en arbeids-ongeschiktheid Door dalende marktrente en actualisatie
Onderbrengen bij pensioenfonds De aangekondigde komst van een landelijk 84
sterftetabel moeten extra stortingen in de pensioenvoorziening worden gedaan om deze op niveau te houden.
Bestuurders stappen voortijdig op en maken aanspraak op wachtgeld
Bestuurders komen te overlijden of raken arbeidsongeschikt
fonds voor de dekking van pensioenen voor bestuurders zal, gezien de recente (economische en financiële) ontwikkelingen, nog langere tijd op zich laat wachten. Het is nog onduidelijk wanneer een dergelijk fonds daadwerkelijk tot stand zal komen. Aanbieden outplacementtraject om wachtgeldperiode te bekorten.
Risico’s verzekeren Voor het financiële risico van overlijden van een (wachtgeld) wethouder vóór de pensioengerechtigde leeftijd is een verzekering afgesloten (zgn. kortleven-risico). Daarnaast is het risico van arbeidsongeschiktheid voor (wachtgeld-) bestuurders afgedekt middels een collectieve Arbeidsongeschiktheidsverzekering.
7
Algemeen: Rijksinkomsten: uitkeringen gemeentefonds M.i.v. 2023 kunnen tekorten in de exploitatie ontstaan door het fundamenteel herijken van de uitgangspunten voor het Gemeentefonds. M.i.v. 2022 ontstaan extra tekorten op de Jeugdzorg omdat de (administratief) toegezegde extra middelen niet worden ontvangen.
Bijhouden van ontwikkelingen in het Gemeentefonds: vooralsnog geen signalen dat dit grote nadelige gevolgen voor ons heeft.
Bijhouden van informatie omtrent de Jeugdzorgmiddelen. Dit is één van de belangrijkste punten in de onderhandeling van de VNG met het nieuwe kabinet. Verder proberen we de stijging van de uitgaven op de jeugdzorg om te buigen (taskforce SD, uitvoeringsprogramma SD, traject sturing & inkoop) en monitoren we de uitgaven permanent.
Implementatie Omgevingswet
Onvoldoende structurele compensatie-middelen beschikbaar om hieraan adequate invulling te kunnen geven. -In de onderhandeling van de VNG met het nieuwe kabinet is dit ook een thema vanuit het standpunt: ‘nieuwe taken, nieuwe knaken’. -Alternatieve inkomstenbronnen overwegen.
Inflatie en prijsstijgingen voor energiekosten/materialen, alsmede extra kosten voor vluchtelingenopvang vanuit Oekraïne.
Onvoldoende compensatiemiddelen om de hoge inflatie en extra kosten te dekken. We nemen een risico van 2% op in de risicoberekeningen.
85
8
Impact COVID-19 Door de uitbraak van COVID-19 ontstaan hogere kosten op de diverse beleidsterreinen (o.a. handhavingstaken, sociaal domein), komen burgers/bedrijven in financiële problemen en worden inkomstenramingen niet gehaald. Na opnieuw een lock-down in het najaar 2021, die eindigde in februari 2022 is de verwachting dat toekomstige beperkende maatregelen achterwege blijven.
Bijhouden en monitoren gevolgen en effecten van COVID-19 Direct na de lock-down in maart 2020 werden de concrete gevolgen en risico’s op de diverse beleidsterreinen geïnventariseerd, werd door de raad een handelingskader vastgesteld en d.m.v. impact-analyses per kwartaal geïnformeerd. De resterend compensatiemiddelen worden in 2022 ingezet om de nog te verwachten (extra) kosten op te vangen. verwachting is dat deze middelen voldoende zijn om alle risico’s op te vangen. Nu alle beperkende maatregelen zijn afgeschaald, zal er in juni 2022 een laatste impact-analyse worden aangeboden.
Over de risico’s voor 2022 en volgende jaren zal in de laatste impact-analyse worden stilgestaan.
Risico-ontwikkeling In het risicobeleid is aangegeven dat niet alle risico’s een financieel gevolg hoeven te hebben. Risico’s kunnen ook imagoschade en negatieve effecten hebben op het realiseren van (maatschappelijke) doelstellingen. De financieel gecalculeerde risico’s hebben zich als volgt ontwikkeld: Stand ultimo (bedragen x € 1.000)
2018
Algemeen
1.443
2019
2020
3.059
2021
6.571
2.915
Grondbedrijf
1.944
1.593
1.108
603
Totaal
3.387
4.652
7.679
3.518
Het totaal aan risico’s neemt met ruim € 4,2 mln. af. Dit komt met name door de afname van de risico’s op het sociaal domein en het vervallen van de impact van COVID-19. Ook de risico's in het grondbedrijf dalen met € 0,5 mln. Algemene dienst Stand ultimo (bedragen x € 1.000) Sociaal domein
2018
2019
2020
2021
1.599
3.864
4.714
2.015
Garanties
726
654
725
667
Verbonden partijen
563
563
544
544
Pensioen/arbeidsongeschiktheid bestuurders
710
650
475
530
Niet gecompenseerde prijsstijgingen/inflatie e.d.
2600
Impact COVID-19 Diversen
3.856 452
338
338
259
4.453
6.069
10.652
6.615
Risico's doen zich niet in 1 jaar voor
-1.113
-1.517
-2.662
-1.654
Niet geïdentificeerde risico's
1.200
1.200
1.200
1.200
Opvangen risico's in exploitatie
-3.097
-2.693
-2.618
-3.246
Totaal algemene risico's na correctie
1.443
3.059
6.571
2.915
Totaal algemene risico's Correcties cf risicobeleid:
86
De risico’s voor het sociaal domein zijn fors lager: binnen het uitvoeringsprogramma sociaal domein zijn/worden maatregelen uitgevoerd, waarmee beter sturing gegeven kan worden om onvoorziene kosten te beperken. Daarnaast zijn in 2021 maatregelen getroffen om de kostenstijging om te buigen (taskforce sociaal domein), waardoor de risico’s beter beheersbaar zijn. Met de reeds ontvangen rijkscompensatie-middelen denken we de nog te verwachten coronagerelateerde kosten in 2022 (ook voor het sociaal domein) op te kunnen vangen. We constateren daarentegen wel een risico ten aanzien van de oplopende inflatiecijfers en de forse prijsstijgingen (o.a. op energie en materialen): het is nog onduidelijk in hoeverre deze extra kosten door de rijksoverheid gecompenseerd gaan worden. In de risico-berekenen we hiervoor een bedrag van 2,6 mln, zijnde ca. 2% van de totale lasten. Grondbedrijf Stand ultimo
2018
(bedragen x € 1.000) Project-specifieke risico's/ramingsonzekerheden
2019
2020
2021
1.291
967
730
487
Marktrisico
204
342
246
116
Risico ontwikkelbedrijf Greenport
449
284
132
0
1.944
1.593
1.108
603
Totaal risico's
In zijn algemeenheid nemen risico’s af naarmate het project vordert, per project nemen de ramingen af, zowel de kosten als de opbrengsten. Daarnaast nemen ook de jaren waarover het marktrisico wordt berekend af. De grootste afname van risico’s binnen het Grondbedrijf zien we bij de projecten Aan den Heuvel (€ 70.000), Brukske (-€ 59.000), Castenray (-€ 171.000), Oirlo (-€ 16.000) Restkavels (-€ 31.000), Heide (-€ 13.000) en Blitterswijck (- € 13.000). Het risico van Greenport is met ( -€ 132.000) verlaagd, het berekende risico Greenport is reeds voorzien. Het totale verschil tussen 2020 en 2021 is een lager risico van € 505.000. Per 31 december 2021 werden de grondexploitaties Aan den Heuvel A, Brukske, Heide en Blitterswijck afgesloten, deze risico’s komen te vervallen. Daarnaast lopen de verkopen in Oirlo en Ysselsteyn voorspoedig waardoor deze naar verwachting, eind 2022 zullen worden afgesloten. De huidige verwachting is dat Aan den Heuvel B eind 2023 sluit, Veulen en Castenray sluiten naar verwachting eind 2024. Sinds 2018 zijn we als gemeente gehouden aan een vaste methode van winst nemen bij grondexploitaties: de POC-methode, Percentage Of Completion. Oftewel % gerealiseerde kosten * % gerealiseerde opbrengsten = % te nemen winst (-/- reeds gerealiseerde winst).
De mogelijkheid bestaat om op dit bedrag van winstneming een bedrag voor 'risico reservering' in mindering te brengen. Voor de grondexploitaties waar we alleen zélf in deelnemen maken we hier geen gebruik van. Voor de grondexploitaties waar we met een partner in deelnemen (PPS-overeenkomsten) zijn we daar voorzichtiger in, omdat je wilt voorkomen dat je 'teveel' winst uitkeert aan de partner en hier later op terug moet komen. In 2021 is er geen PPS project meer met winstneming waarop dit van toepassing is. Misschien in 2022 weer voor Aan den Heuvel deel B als er een positief verwachte eindwaarde is. Weerstandscapaciteit Stand ultimo (bedragen x € 1.000)
2018
2019
2020
2021
Algemene reserve (vrij)
15.468
16.740
18.021
16.565
Risicoreserve grondbedrijf
3.137
4.664
5.022
6.404
Weerstandscapaciteit
18.605
21.404
23.043
22.969
Streefwaarde weerstandscapaciteit
12.000
12.000
12.000
12.000
Tekort/overschot streefwaarde
6.605
9.404
11.043
10.969
87
Algemene reserve Stand ultimo
2018
(bedragen x € 1.000) Algemene reserve administratief
2019
18.159
2020
2021
20.389
19.621
17.749
Bruto resultaat
6.242
336
2.585
7.170
Budgetoverheveling
-1.743
-973
-570
-301
-7.190
-3.012
-3.615
-4.839
Vrijval overheveling restant exploitatiebudget
45
Raadsbesluiten w.o. MUIP Storting in reserve overh. Restantbudgetten
-3.259
Algemene reserve (vrij)
15.468
16.740
18.021
16.565
Bij de presentatie van de vrij-beschikbare reserve sluiten we aan op het detailniveau dat ook in de Kadernota en de Programmabegroting wordt weergegeven. Het saldo van de reserve per 31 december 2021 wordt verhoogd met het bruto jaarrekeningresultaat 2021. Vervolgens wordt rekening gehouden met de verschuiving van investeringen die uit de algemene reserve bekostigd worden (budgetoverheveling) en met reeds genomen raadsbesluiten (o.a. de MUIP) die nog niet (volledig) uitgevoerd zijn. Tenslotte worden de restantbudgetten in mindering gebracht, waarvoor bij de vaststelling van deze jaarrekening voorgesteld wordt om deze budgetten over te hevelen naar de ‘reserve overheveling restant-budgetten’. Risicoreserve grondbedrijf Stand ultimo (bedragen x € 1.000)
2018
2019
2020
2021
Saldo per 1-1
1.307
3.137
4.664
5.022
Winstnemingen
2.099
1.477
392
1340
Onttrekkingen
-269
50
-33
42
3.137
4.664
5.023
6.404
Saldo per 31-12
De winstnemingen 2021 zijn in Aan den Heuvel (€ 606.000), Ysselsteyn (€ 158.000), Veulen (€ 9.700), Brukske (€ 9.300), Castenray (-€ 3.542) restkavels (€ 561.000) totaal is dit € 1.340.000. De onttrekkingen aan Grondbedrijf projecten betreft afboeking niet door te berekenen algemene kosten Grondbedrijf (-€ 8.000), projecten in voorbereiding (-€ 61.000), verwerving toekomstige plannen (-€32.000), en afboeking kosten restkavels (-€87.000). Daarnaast vallen de voorzieningen vrij in Blitterswijck (€ 153.000), Heide (€ 17.000), deze projecten worden nu afgesloten. In Oirlo valt de voorziening gedeeltelijk vrij (€ 60.000), project sluit 2022. Het resultaat is een negatieve onttrekking, een toevoeging aan de risicoreserve in totaal € 42.000. Financiële kerngetallen In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is voorgeschreven dat gemeenten een basisset van vijf financiële kengetallen opnemen in de programmabegroting en programmaverantwoording. De kengetallen zijn afgeleiden van bestaande informatie en genereren geen ‘nieuwe’ informatie. De kengetallen moeten het de gemeenteraad gemakkelijker maken om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente en het vergelijken met andere gemeenten gemakkelijker maken. De kengetallen drukken een verhouding uit die zichtbaar is op de balans en de jaarrekening.
Door het BBV is geen norm vastgesteld waarmee de uitkomsten van de vijf kengetallen vergeleken moeten worden. In de toelichting op de regeling is opgenomen dat deze beoordeling van de financiële positie is voorbehouden aan het horizontale controle- en verantwoordingsproces. Met andere woorden: gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de interpretatie van hun financiële positie. Een afzonderlijk kengetal zegt niet alles en moet altijd in relatie worden gezien en beoordeeld in samenhang met andere kengetallen. De hoogte van de schulden moet bijvoorbeeld in samenhang gezien worden met de hoogte van het eigen vermogen (ratio solvabiliteit) en de hoogte van de structurele baten (ratio structurele exploitatieruimte). De uitkomsten van de kengetallen zijn daarnaast ook van belang voor de provinciale toezichthouder om zijn oordeel over de financiële positie van de gemeente op te baseren. 88
In onderstaand overzicht zijn de kengetallen voor Venray opgenomen. Tevens zijn ter vergelijking opgenomen het landelijk gemiddelde voor gemeenten met 20.000 – 50.000 inwoners. Deze percentages zijn afkomstig van de site ‘waar staat je gemeente’. De jaarrekeningcijfers over het jaar 2021 van andere gemeenten zijn natuurlijk nog niet bekend. De percentages voor gemeenten 20.000 – 50.000 zijn daarom gebaseerd op de jaarrekeningen 2020. Daarnaast is een vergelijking gemaakt met de signaleringswaarden volgens het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtskader 2020 van de provincie Limburg.
Jaarrekening
Financiële kengetallen
Gemeenten 20.000 50.000 inwoners o.b.v. rekening 2020
Rek. '21 tov 100.000+ gemeenten: categorie
100.000+ gemeenten
2017
2018
2019
2020
2021
Netto schuldquote
56%
61%
61%
56%
51%
48%
A
Cat. A: < 90% Cat. B: 90 - 130% Cat. C: > 130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
45%
47%
48%
44%
40%
42%
A
Cat. A: < 90% Cat. B: 90 - 130% Cat. C: > 130%
Solvabiliteitsratio
27%
30%
30%
30%
32%
36%
B
Cat. A: > 50% Cat. B: 20 - 50% Cat. C: < 20%
Structurele exploitatieruimte
5%
7%
1%
2%
6%
2%
A
Grondexploitatie
7%
6%
0%
-1%
-2%
10%
A
Belastingcapaciteit
94%
94%
93%
98%
101%
105%
B
Cat. A: > 0% Cat. B: = 0% Cat. C: < 0% Cat. A: < 20% Cat. B: 20 - 35% Cat. C: > 35% Cat. A: < 95% Cat. B: 95 - 105% Cat. C: > 105%
Netto schuldquote. Geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van het totaal van de inkomsten (exclusief mutatie reserves). De hoogte van de inkomsten bepaalt namelijk in belangrijke mate hoeveel schulden een gemeente kan dragen. Een schuldquote tussen 0% en 100% wordt als gangbaar beschouwd. Voor een gemeente geldt als indicatie voor een zeer hoge schuld indien deze schuldquote boven de 130% uitkomt. Dus hoe lager het percentage hoe beter. De netto schuldquote van 51% is ten opzichte van de jaarrekening 2020 verbeterd. De schuldquote ligt iets hoger dan het gemiddelde van de Nederlandse gemeenten in de grootteklasse 20.000 – 50.000 inwoners (gebaseerd op jaarrekeningen 2020) en in categorie A volgens de signaleringswaarden van de provincie Limburg. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of als dat wel het geval is, valt dit niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn.
Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Netto schuldquote, gecorrigeerd met verstrekte leningen. In dit onderdeel worden de doorgeleende leningen in mindering gebracht op de totale leningen. De netto schuldquote exclusief de doorgeleende leningen van 40% ligt vanzelfsprekend lager dan de eerder gepresenteerde netto schuldquote. De netto schuldquote exclusief de doorgeleende leningen is ten opzichte van de jaarrekening 2020 ook iets verbeterd. Zichtbaar is dat deze 89
schuldquote net onder het gemiddelde van de Nederlandse gemeenten in de grootteklasse 20.000 – 50.000 inwoners (gebaseerd op jaarrekeningen 2020) ligt. De quote ligt ook ruim onder de signaleringswaarde van 90% en dus in categorie A volgens de signaleringswaarden van de provincie Limburg. Solvabiliteit. Geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen (weerbaarheid). De solvabiliteitsratio is het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves). Gangbaar is dat de ratio van een gemeente zich tussen 20% en 70% bevindt. Hoe hoger de ratio hoe beter de weerbaarheid van de gemeente is. De solvabiliteitsratio van 32% is ten opzichte van de jaarrekening 2020 iets verbeterd. De ratio is lager dan het gemiddelde van de Nederlandse gemeenten in de grootteklasse 20.000 – 50.000 inwoners (gebaseerd op jaarrekeningen 2020) en categorie B volgens de signaleringswaarden van de provincie Limburg. Door uw raad is bepaald dat onze weerstandsratio minimaal 1 moet zijn en de minimumgrens van de weerstandscapaciteit € 12 mln. is. Uit de voorliggende paragraaf (onderdeel weerstandsvermogen) blijkt dat onze weerstandsratio voor 2021 ruim boven de 1 ligt.
Dit betekent dat de geïnventariseerde risico’s meer dan voldoende zijn afgedekt en dat de weerstandscapaciteit ruim boven minimumgrens ligt. Structurele exploitatieruimte. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte is om de structurele lasten te kunnen dragen. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Hoe hoger het kengetal hoe beter. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. De structurele exploitatieruimte is 6% en is ten opzichte van de jaarrekening 2020 verbeterd en bevindt zich boven aan het gemiddelde van de Nederlandse gemeenten in de grootteklasse 20.000 – 50.000 inwoners (gebaseerd op de jaarrekeningen 2020). Het percentage van 6% ligt ook boven de signaleringswaarde en dus in categorie A volgens de signaleringswaarden van de provincie Limburg. Grondexploitatie. Geeft weer hoe de waarde van de grond (grondpositie) zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten (exclusief mutatie reserves). Voor de berekening van dit kengetal worden de bouwgronden in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale (geraamde) baten.
Hoe lager het percentage hoe minder risico er wordt gelopen. Het kengetal grondexploitatie is -2%. Dit komt omdat er per 31 december 2021 sprake is van een negatieve boekwaarde bouwgrondexploitaties. De totale boekwaarde van de gronden in exploitatie is gedaald met € 1,2 mln.. Dit komt enerzijds door de hogere gerealiseerde opbrengsten dan kosten bij de meeste projecten. Met name door de voorspoedige grondverkopen in project Aan den Heuvel (€ 4 mln.) zijn de opbrengsten zo hoog, maar ook bij de projecten Ysselsteyn fase 2, Oirlo zuid-oost en Castenray waren de grondopbrengsten hoog. Daarentegen zijn er bij project ’t Brukske juist grote investeringen gedaan in de openbare ruimte waardoor de boekwaarde voor dat project met € 2 mln. is gestegen. Voor een nadere toelichting per project verwijzen wij u naar de paragraaf Grondbeleid. Zichtbaar is dat Venray zich ruim onder het gemiddelde van de Nederlandse gemeenten bevindt in de grootteklasse 20.000 – 50.000 inwoners (gebaseerd op de jaarrekeningen 2020 ) en in categorie A volgens de signaleringswaarden van de provincie Limburg. De grondpositie vormt dan ook een verwaarloosbaar deel van de totale baten. Bij gemeenten waar dit verhoudingspercentage fors hoger is, kan dit duiden op een forse grondvoorraad waarover de gemeente mogelijk een risico loopt.
90
Belastingcapaciteit. Dit kengetal geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente Venray zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Uitgangspunt zijn de woonlasten meerpersoonshuishouden van het voorafgaande jaar. De uitkomst van het kengetal belastingcapaciteit is 101% en bevindt zich onder het gemiddelde van de Nederlandse gemeenten in de grootteklasse 20.000 – 50.000 inwoners (gebaseerd op de jaarrekeningen 2020). Volgens de signaleringswaarden van de provincie Limburg is sprake van categorie B. Conclusie financiële kengetallen: Ten opzichte van de signaleringswaarden van de provincie Limburg is, met uitzondering van de solvabiliteitsratio en belastingcapaciteit, sprake van een indeling in de hoogste categorie A. Dit komt overeen met het beeld in de jaarrekeningen van voorgaande jaren. Ten aanzien van de solvabiliteit is de ratio iets verbeterd. De weerstandscapaciteit is goed te noemen en ligt ook ruim boven de door uw raad gestelde minimumwaarden. De uitkomsten van de financiële kengetallen zijn dan ook goed te noemen.
91
Paragraaf C. Onderhoud kapitaalgoederen Deze paragraaf gaat in op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot de “grotere” kapitaalgoederen in onze gemeente. Onder Kapitaalgoederen verstaan we “duurzame productiemiddelen”: de spullen die we nodig hebben om de diensten en goederen die wij aan onze burgers leveren te produceren. Daarbij gaat het om grotere goederen die meerdere jaren meegaan en veel waarde hebben. Hierbij moet worden gedacht aan de kosten van instandhouding van wegen, verlichting, riolering, groen, sportfaciliteiten en gebouwen (inclusief de scholen). In de kosten voor het onderhoud van de kapitaalgoederen zijn meegenomen: reguliere kosten, dagelijks (klein) onderhoud en groot onderhoud. Een groot deel van het “vermogen” van onze gemeente ligt in de grond of op het openbaar gebied. Het is dan ook van belang dat hierover een zorgvuldig beheer wordt gevoerd. Met het onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Om die reden dienen de kosten van de instandhouding dan ook hun weerslag te vinden in onderhoudc.q. beheerplannen. De vaststelling hiervan is voorbehouden aan de raad. Hiermee wordt invulling gegeven aan het dualisme namelijk kaders stellen voor het onderhoud van wegen, riolering, gebouwen enz.
Onderhoud van en investeringen in kapitaalgoederen worden integraal uitgevoerd door alle disciplines binnen de openbare ruimte, om te zorgen dat de beschikbare middelen zo efficiënt mogelijk worden ingezet en de overlast van de burgers tot een minimum wordt beperkt. Daarnaast worden de bewoners, dorps- en wijkraden en gebruikers betrokken bij het maken van het ontwerp en wordt zelfwerkzaamheid meegenomen in de uitvoering. Op deze manier van werken wordt uitvoering gegeven aan zelfsturing en wordt de betrokkenheid bij de openbare ruimte vergroot. Deze werkwijze zorgt er ook voor dat de planning uit de individuele beheersplannen wordt aangepast om meer synergie te behalen en/of integrale uitvoering mogelijk te maken. Hierdoor kunnen plannen naar voren of achteren schuiven of prioriteiten worden aangepast, zodat onderhoud niet of anders wordt uitgevoerd. Deze paragraaf geeft invulling aan het onderhoud van de kapitaalgoederen. De investeringen zijn opgenomen in paragraaf H. De omvang van de kapitaalgoederen wordt geïllustreerd weergegeven in onderstaande tabel door de volgende cijfers: Omschrijving Oppervlakte van de gemeente Venray (ha) Verharde en onverharde wegen (m2)
2020
2021
16.500
16.500
4.034.540
3.971.383
Aantal lichtmasten
9.256
9.464
Aantal kolken
19.083
19.126
Aantal pompen en gemalen
742
715
Vrijverval riool (km)
366
381
Persleiding (km)
192
195
1.380
1.385
Bos. incl. natuurterreinen (ha) Beplanting/openbaar groen (m2) Gras/openbaar groen, excl. bermen buitengebied (m2)
528.764
563.171
1.494.287
1.349.046
Artikel 12 van het BBV schrijft expliciet voor dat van de kapitaalgoederen moet worden aangegeven: - het beleidskader; - de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; - de vertaling van de financiële consequenties in de begroting. Wij zullen nader ingaan op de volgende onderdelen: Onderhoud wegen. Onderhoud riolering. Onderhoud haven. Onderhoud openbaar groen. Onderhoud bossen, natuurgebieden en landschappelijke elementen. Onderhoud openbare verlichting. Onderhoud gebouwen.
92
Voor deze onderdelen zijn de volgende beheerplannen actueel: Beheerplan
Vastgesteld in
Looptijd t/m
Financiële vertaling in begroting
Achterstallig onderhoud
Wegen
2016
2022 Ja (aanvullend besluit)
GRP
2021
2025
Havenbeheerplan
Verwacht mei 2025 2022
Ja
Nee
Groenbeheerplan
2019
2025
Ja
Nee
Beheerplan onkruid op verharding
2017
Geen einddatum
Ja
Nee
Bossen
2014
2020
Gesloten systeem Nee
Openbare Verlichting
2021
2026
Ja
Nee
Gebouwen
2021
2030
Deels
Nee
Ja
Gesloten systeem Nee
Bijzonderheden Wegen In 2021 is conform het wegenbeleidsplan (groot) onderhoud gepleegd aan diverse wegen. In zijn algemeenheid vinden reconstructies plaats in combinatie met andere projecten. De belangrijkste reconstructies die vanuit het wegenbeleidsplan zijn uitgevoerd zijn de Vredeweg, klimaat adaptatie Blitterswijck fase 4 en 5, Veerweg en Leunseweg/Zuidsingel. De investeringsbudgetten voor de komende 4 jaar zijn al verwerkt in de begroting door middel van het vaststellen van de wegenmonitor 2020. Riolering Jaarlijks wordt er afgekoppeld in de riolering. Zo zijn in 2021 weer een aantal straten in Blitterswijck voorzien van een infiltratieriool. Deze werkzaamheden lopen nog een aantal jaren door. Als gevolg van personele wisselingen zijn de geplande renovaties van een deel van de drukriolering in 2021 niet gerealiseerd. Deze worden in 2022 ingehaald. Verder is in 2021 het nieuwe GRP 2022-2025 door de raad vastgesteld. Haven In de haven van Wanssum is hard gewekt aan de uitbreiding van de insteekhaven. Deze werkzaamheden zijn, op wat laatste loodjes na, in 2021 afgerond. De voorbereidingen voor het vestigen van het eerste bedrijf in de uitbreiding zijn opgestart en worden naar verwachting in 2022 afgerond. Ook Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum heeft de werkzaamheden, net voor de hoogwatersituatie van de zomer 2021, afgerond.
In 2021 is gestart met een actualisatie van het havenbeheerplan. Deze wordt naar verwachting in het voorjaar 2022 ter vaststelling voorgelegd. Openbaar Groen Eind 2021 is het beheerplan groen & reiniging geëvalueerd. Uit de evaluatie blijkt dat er al flinke stappen zijn gezet met betrekking tot de ambities uit het beheerplan groen & reiniging, maar ook blijkt dat er ook nog veel werk te doen is. Met de vaststelling van het beheerplan in 2019 is tevens extra formatie beschikbaar gesteld. Na twee jaar blijkt, zoals verwacht, dat deze capaciteit grotendeels nodig is om invulling te kunnen geven aan het regulier beheer en onderhoud. Slechts een klein deel van de tijd wordt besteed aan de invulling van ambities uit het beheerplan groen & reiniging. Om in te blijven lopen op de opgelopen achterstanden, invulling te kunnen geven aan het reguliere beheer en onderhoud en om invulling te kunnen geven aan de opgenomen ambities is de extra formatie bij de vaststelling van de evaluatie definitief gemaakt. Na de oplevering van het project GOW is alles in het werk gesteld om het ‘nieuwe’ beheerareaal van de gemeente Venray inzichtelijk te krijgen en op te nemen in het reguliere beheer en onderhoud. Voor zowel groen, bomen, bossen als landschappelijke elementen heeft dit gevolgen voor het totale beheerareaal en het daarvoor benodigde onderhoudsbudget.
De extra benodigde budgetten voor het beheer en onderhoud van deze elementen worden in de MUIP 2023 aangevraagd.
93
Bossen, Natuurgebieden en Landschappelijke elementen Ondanks het 'nattere' groeiseizoen van afgelopen jaar zijn er, door de aanhoudende droogte van voorgaande jaren, nog steeds bomen in bossen, natuurgebieden en/of landschappelijke elementen die het zichtbaar moeilijk hebben. De uitval onder bomen is meer dan normaal. Vooralsnog wordt herstel middels het reguliere beheer en financiële middelen opgevangen. Mogelijke lange termijn effecten zijn nog onvoldoende inzichtelijk waardoor het onduidelijk is of de huidige beheerbudgetten toereikend zijn. Naast de oplevering van het project GOW is in het landschap ook het project 'herinrichting Loobeek' aan het gemeentelijke beheerareaal toegevoegd. Hiervoor zullen tevens financiële middelen nodig zijn die middels de MUIP 2023 worden aangevraagd. In samenwerking met de stichting IKL (Instandhouding Kleine Landschapselementen) werd uitvoering gegeven aan projecten die bijdragen aan natuureducatie en burgerparticipatie en die van meerwaarde zijn voor de natuurterreinen. Helaas is medio 2021 het IKL failliet gegaan. Tot op heden is er nog geen andere invulling gevonden. Openbare verlichting In 2021 zijn lokale knelpunten, zo mogelijk in combinatie met andere projecten opgelost. Een aantal projecten is dit jaar gerealiseerd of opdracht voor gegeven.
Er zijn een groot aantal projecten uitgevoerd waarbij de conventionele verlichting is vervangen door LED. Dit is onder andere op de volgende locaties gebeurd: Augustinessenhof, hier hebben we LED units geplaatst, met behoud van het ingebouwde armaturen, zogenaamd retrofit. Een groot deel van de wijk Brukske, de straten rond de Schutsboom, het Groene Hart en het noordelijk deel van Oirlo. Een van de uitgevoerde projecten was de schoolfietsroute tussen Geysteren en Wanssum. Hier is dynamische verlichting geplaatst. De verlichting loopt als het ware met de fietser of wandelaar mee en brandt dus niet onnodig. Ook is hier gebruik gemaakt van een speciale lichtkleur die minder hinder oplevert voor de flora en fauna. Met al deze projecten hebben we een besparing behaald van bijna 50.000 kWh, wat neer komt op een vermindering van ruim 20 ton CO2 uitstoot. Voor 2022 is een nieuw vervangingsplan gemaakt en staan er al weer nieuwe projecten op de planning. We gaan in ieder geval een groot aantal armaturen retrofit toepassen, waarbij het bestaande armatuur behouden blijft en een 50% langere levensduur krijgt. Gebouwen Voor alle gemeentelijke gebouwen wordt het onderhoud gepland op basis van meerjarige onderhoudsplannen. Dit is ook wettelijk voorgeschreven. De schoolbesturen zijn nog steeds zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van de scholengebouwen van het primair onderwijs.
De gemeente heeft een zeer beperkte rol met betrekking tot beheer van deze gebouwen. In 2020 is de meest recent gemeten onderhoudsstaat vergeleken met de eerdere uitgevoerde gebouwinspectie van 2015. Uit dit vergelijk komt naar voor dat de gemeentelijke gebouwen zich in een redelijke tot goede onderhoudsstaat bevinden. Tevens is inzichtelijk geworden voor welke gebouwen er nog extra maatregelen of afspraken nodig zijn om de onderhoudsstaat te verbeteren. Op basis van de meest recente gebouwinspecties zijn in 2020 nieuwe meerjarenonderhoudsplannen (MJOP's) opgesteld. In 2021 is berekend of de hiervoor bestaande voorzieningen 'gemeentehuis' en 'accommodatiebeheer' nog toereikend waren of dat bijstelling nodig was. Een voorstel hiertoe is in 2021 aan de raad voorgelegd en geaccordeerd. Hierdoor zijn de onderhoudsvoorzieningen weer actueel en op peil. Verduurzaming De gemeente onderneemt acties in verduurzaming van de gebouwen die zij zelf beheert. Zo is in 2021 reeds gestart met een verduurzamingsslag in de MJOP's van een aantal gebouwen waar naar verwachting op relatief eenvoudige wijze een resultaat behaald kan worden. Ook in gebouwen waarvan het onderhoud is geprivatiseerd, wordt door de beheerders in samenspraak met de gemeente gekeken naar meer duurzame oplossingen. In de gemeentelijke binnensportaccommodaties is de afgelopen jaren een inhaalslag gemaakt o.a.
door toepassing van meer duurzame gebouwgebonden installaties. Meerjarig onderhoud De onderhoudssituatie van de gemeentelijke gebouwen is in 2020 opnieuw in kaart gebracht en vastgelegd in meerjarige onderhoudsrapportages (MJOP's 2020-2030). De raad heeft deze rapportages inclusief geactualiseerde budgetten vastgesteld in 2021. Hierdoor is het mogelijk om op geactualiseerde en planmatige wijze de uitvoering van het onderhoud te continueren. In 2021 is gestart met het analyseren van mogelijkheden om binnen de MJOP's een (verdere) verduurzaming te bewerkstelligen.
94
Onderhoud wegen (programma 3) Doel Instandhouding van het verharde wegennet, zodanig dat de mobiliteit van de gebruikers gewaarborgd en van voldoende comfort blijft. De streefkwaliteit voor wegen is B. Voor fietspaden en het centrumgebied wordt A nagestreefd. Het minimale onderhoudsniveau mag daarbij nooit lager worden dan niveau C. Beleidskader In Venray wordt de strategie toegepast dat het juiste onderhoud op het juiste tijdstip wordt uitgevoerd, om een zo rendabel mogelijk beheer van de verhardingen te realiseren. In het huidige beleidsplan, is aangegeven dat veel gebruikte verhardingen een hoger kwaliteitscijfer mogen hebben dan minder of niet gebruikte verhardingen. Er is gekozen voor gedifferentieerde kwaliteit, waarbij extra aandacht besteed zal worden aan de verhardingen in de centra van Venray en kerkdorpen en verhardingen ten behoeve van de voet- en fietspaden. In de monitoring van 2018 is nog een aanvulling op het wegenbeleidsplan gekomen, rijbanen en goten worden binnen de bebouwde kom in het vervolg uitgevoerd in gebakken klinkers. Enkele stroomwegen binnen de bebouwde kom zullen voortaan onderhouden worden met Steen Mastiek Asfalt (asfalt met een open structuur die zorgt voor geluidsreductie ten opzichte van dicht asfalt beton). Investerings- en onderhoudsbudgetten worden eens per twee jaar voor de eerst volgende 4 jaar vastgesteld.
In 2022 zal een nieuw wegenbeleidsplan worden opgesteld. Naar aanleiding van eerdere bezuinigingen heeft het wegennet extra aandacht nodig met de vaststelling van de wegenmonitor 2020 is meer budget beschikbaar gesteld. Bij werkzaamheden wordt telkens gekozen voor een zo integraal mogelijke aanpak van alle werkzaamheden, waaronder riolering, verkeer, groen en openbare verlichting. Bij totale vervanging van de wegverharding worden aparte kredieten aangevraagd, vaak in combinatie met rioolvervanging en aanleg verkeersmaatregelen. Het dagelijks onderhoud wordt uitgevoerd op basis van inspecties en periodieke schouwen door de weginspecteurs en eigen waarnemingen van beheerders en toezichthouders. De resterende noodzakelijke reparaties worden uitgevoerd n.a.v. klachten en meldingen van derden. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Voor de uitvoering van het onderhoud in wegen en verkeersmaatregelen zijn in 2021 de volgende bedragen geraamd:
Omschrijving (bedragen x € 1.000) Lasten wegen en verkeer
Begroting 4.559
Jaarrekening 4.423
Onderhoud riolering (programma 3) Doel Het doelmatig inzamelen en afvoeren van afvalwater, minimaliseren van wateroverlast en het beperken van verontreiniging van de bodem c.q. oppervlakte- en grondwater door ongezuiverde lozingen. Beleidskader In december 2021 heeft de gemeenteraad het GRP 2022-2025 vastgesteld. In dit GRP is het beleid met betrekking tot de riolering opgenomen. En wordt aangegeven hoe dit beleid kan worden bekostigd. Het bestaande en nieuw aan te leggen rioolstelsel wordt zo efficiënt mogelijk gemaakt. Dit betekent o.a. dat jaarlijks een deel van de riolering wordt geïnspecteerd volgens de uitgangspunten van het GRP. Schades worden gerepareerd en riolen die niet meer voldoen worden vervangen of gerelined. Ter bestrijding van water op straat en wateroverlast wordt een subsidie verstrekt voor het afkoppelen van het verhard oppervlak van derden. In 2021 is er subsidie verleend voor het afkoppelen van zo'n 11.000 m2. Ook wordt bij wegreconstructies de openbare ruimte afgekoppeld van de riolering zoals de Veerweg en de Jan Franssenstraat. Een bijzonder project was de samenwerking met Wonen Limburg met het afkoppelen van een viertal flats in Veltum. Daarnaast is ook een aantal projecten uitgevoerd in het kader van klimaatadaptatie bijvoorbeeld in Blitterswijck.
95
Middels het convenant "samenwerking in de afvalwaterketen Noord-Limburg" werken we samen met het waterschap, het waterleidingbedrijf en de gemeenten in Noord en Midden Limburg. Binnen het convenant worden gezamenlijk projecten uitgevoerd met als doel het reduceren van kosten, verbeteren van de kwaliteit en het verhogen van kennis van de riolering. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Voor de uitvoering van het onderhoud in riolering zijn in 2021 de volgende bedragen geraamd:
Omschrijving (bedragen x € 1.000) Lasten riolering
Begroting
Jaarrekening
1.523
1.580
Onderhoud haven (programma 3) Doel Het in stand houden van de industrie- en jachthaven. Beleidskader Het beleidskader voor het onderhoud van de haven wordt gevormd door het havenbeheerplan. In dit plan worden de onderhoudsmaatregelen beschreven, begroot en in een planning opgenomen. Het huidige beheerplan dateert uit 2016 en wordt in het voorjaar van 2022 aan uw raad ter besluitvorming voorgelegd. De haven is door de uitbreiding van de insteekhaven en de gebiedsontwikkeling grotendeels vernieuwd. Aanvullend is in 2021 de oude insteekhaven op diepte gebracht. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Voor de uitvoering van het onderhoud in de haven zijn in 2021 de volgende bedragen geraamd:
Omschrijving (bedragen x € 1.000) Lasten industriehaven en jachthaven
Begroting
Jaarrekening 65
55
Onderhoud openbaar groen (programma 2) Doel Het in standhouden en verbeteren van de openbare groenvoorzieningen, om een comfortabel leefklimaat te handhaven. Hierbij worden, met gericht beheer en onderhoud, de verschillende functies van het openbaar groen zoals aankleding, afscherming en verkeersgeleiding gewaarborgd. Beleidskader Het openbaar groen maakt integraal deel uit van het algeheel stedelijk woon- en leefklimaat. Om zowel de visueel/ruimtelijke, gebruiks- als ecologische functie te kunnen waarborgen moet het groen zo goed en efficiënt mogelijk onderhouden worden. Binnen de beschikbare middelen wordt gezocht naar efficiënter en effectiever onderhoud. Het groenstructuurplan is vertaald naar de nieuwe omgevingsvisie van de gemeente Venray en opgenomen als belangrijke waarde van Venray onder de noemer ‘Natuur en Groen’. De waarde ‘Natuur en Groen’ geldt als uitgangspunt bij ontwikkelingen en de inrichting van de openbare ruimte. Ter verheldering is een groenkaart opgesteld waarop belangrijke groenstructuren zijn vastgelegd. Deze structuren worden beschermd en waar mogelijk versterkt. In het beheerplan groen & reiniging wordt het onderhoud op beeldkwaliteitsniveau ingedeeld. Uitgangspunt hierbij is dat het groen op minimaal basisniveau wordt onderhouden, om verwaarlozing en daardoor vroegtijdige groenrenovaties te voorkomen.
Deze beeldkwaliteitsniveaus zijn verwerkt in de onderhoudsbestekken. Om de technische staat van de plantsoenen te kunnen waarborgen worden jaarlijks groenstroken gerenoveerd en bomen vervangen. Door jaarlijks delen te vervangen ontstaat een gelijkmatigere leeftijdsopbouw van groenvoorzieningen en wordt een noodzakelijke forse investering in de toekomst voorkomen (inhaalslag). Daarnaast kan het groenareaal en bomenbestand in stand worden gehouden zodat de aanwezigheid van ‘voldoende’ groen gewaarborgd blijft en het groenareaal/bomenbestand niet afneemt. Onderdeel van het beheerplan groen & reiniging is het vergroten van de biodiversiteit binnen de bebouwde kom van Venray en haar kerkdorpen. Bij herinrichtingen/vervangen van groenstroken/bomen wordt hier door bijvoorbeeld soortkeuze rekening mee gehouden.
96
In 2020/2021 is reeds 3 hectare intensief beheerd gras omgevormd naar schraal/bloemrijk gras om de biodiversiteit te vergroten. De komende jaren wordt gestreefd naar nog eens ruim 7 hectare om te vormen intensief beheerd gras. Het beheerregime zal hierop aangepast worden zodat de soortenrijkdom van flora en fauna op deze stukken kan toenemen. Het beheerplan groen & reiniging is van toepassing op stedelijk groen en beperkt zich daarom tot het groen binnen de bebouwde kom van Venray en haar kerkdorpen. In de uitvoeringsnota bomen staan richtlijnen hoe om te gaan met het gemeentelijke bomenbestand, monumentale/waardevolle bomen en bomen in aandachtsgebieden. De gemeente wil de kwaliteit van de leefomgeving waarborgen en inspelen op het veranderende klimaat. De omgang met gemeentelijke, maar ook particuliere bomen is daarbij van groot belang. De gemeente vervult hierin een sturende rol. Deze uitvoeringsnota geeft duidelijke richtlijnen met betrekking tot de bescherming van bomen, compensatieregeling bij het kappen van bomen en een bijdrageregeling voor monumentale en waardevolle bomen op particulier grondgebied. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Voor de uitvoering van het onderhoud in openbaar groen zijn in 2021 de volgende bedragen geraamd: