03 Energiestrategie 2030 Venray
Tekst van het document
* Bedrijven met elektriciteitsgebruik ≥50.000 kWh/jaar of gasgebruik ≥25.000 m / 3
jaar implementeren maatregelen met een terugverdientijd ≤ 5 jaar. Daarbij maken ze gebruik van de erkende maatregelen-lijsten.
* Bedrijven met een kleiner energiegebruik implementeren zoveel mogelijk maatregelen met een terugverdientijd van ≤ 5 jaar.
* Bedrijven met geschikte daken benutten deze zoveel mogelijk voor duurzame energieopwekking met zonnepanelen
Gemeentelijke beleid Omgevingsvisie Venray In de omgevingsvisie wordt beschreven hoe de economie op een steeds meer duurzame en circulaire manier ingericht kan worden. In 2035 is de circulaire werkwijze normaal geworden, ook bij alle ondernemers. In de werkgebieden van Venray wordt ingezet op:
* We gaan actief aan de slag met het verbeteren van de openbare ruimte en meer groen op bedrijventerreinen;
* We zetten in op duurzaam en circulair ondernemen en het benutten van (grote) bedrijfsdaken voor zonnepanelen;
* We stimuleren duurzame en actieve mobiliteit; * We onderzoeken de behoefte aan en ruimte voor nieuwe bedrijventerreinen. Uitvoeringsprogramma Warmte en Besparen 2022-2025 (2022) In het uitvoeringsprogramma Warmte en Besparen zijn doelen vastgelegd met betrekking tot het verduurzamen van het commercieel vastgoed. Deels betreffen dit maatregelen die vallen onder de sector gebouwde omgeving. Echter, de energievraag van bedrijven betreft niet alleen gas en elektriciteit voor gebouwgebonden energie, maar met name ook energie voor bedrijfs- en productieprocessen. Het komende jaar wil de gemeente inzicht in de
72
ENERGIESTRATEGIE 2030 GEMEENTE VENRAY
Bijlage 5 Beleidsachtergronden en opgave per sector
actuele staat van het commercieel vastgoed in Venray zodat vanaf 2024 via de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Limburg adviserend toezicht worden gehouden en zo nodig gehandhaafd op wettelijke verplichtingen. De Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Limburg kan energiebesparing bij bedrijven stimuleren via de wettelijk VTH-instrumentarium. Opgave voor de industrie in Venray Vanuit het Klimaatakkoord (2019) gelden voor de industrie de volgende landelijke opgaves:
* In 2050 is de industrie circulair en stoot vrijwel geen broeikasgas meer uit.
De fabrieken draaien dan op duurzame elektriciteit uit zon en wind of energie uit aardwarmte, waterstof en biogas. De grondstoffen komen uit biomassa, reststromen en -gassen. De restwarmte gebruikt de industrie zelf of levert die aan de tuinbouw of gebouwen en woningen. De industrie is dan naast gebruiker van energie ook producent en buffer van energie.
* Nationaal doel voor 2030: 14,3 miljoen ton minder CO2-uitstoot t.o.v. 1990. In 2030 moet de industrie flink minder CO2 uitstoten. De industrie wordt
aangesloten op duurzame bronnen – overheden zorgen voor inpassing en vergunningen. Dit is een tussenstap op weg naar volledige duurzaamheid. In Venray is de sector industrie voor 22% verantwoordelijk van de totale CO2-uitstoot. De ontwikkeling van de CO2-uitstoot sinds 2010 is in onderstaande grafiek weergegeven.
kton CO2 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0 2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
Figuur 2: CO2-emissies van de industrie in Venray
73
Het energieverbruik in de sector industrie is sinds 2010 met ca. 20% gedaald. Industriesectoren met veel emissies in de gemeente Venray zijn:
* productie van aardappelproducten; * machinebouw; * veevoeders; * metaalbewerking; * cement en betonfabrieken. Om de gestelde klimaatdoelen te bereiken moet het energieverbruik van de industriesector verminderen en moeten de bedrijven overschakelen op hernieuwbare warmtebronnen. In de praktijk betekent dit dat de energie-efficiëntie van de productieprocessen door technologische ontwikkelingen vergroot moet worden en aardgas moet worden vervangen door duurzame elektriciteit, groene waterstof, groengas of aardwarmte. Daarmee krijgt de opgave voor de industrie een verbinding met de opgaves voor de duurzame opwek van elektriciteit en waterstof (sector elektriciteit) en biogas (sector landbouw). Ook is er een relatie met de opgave voor mobiliteit, immers ook het industriële vervoer moet verduurzamen door elektrificatie en het gebruik van waterstof. Hierdoor zal de vraag naar duurzaam opgewekte elektriciteit sterk stijgen maar ook het aanbod van opgewekte energie (m.n. zon) door bedrijven neemt sterk toe. Dit leidt nu al tot netcongestie op bedrijfsterreinen. De verwachting is dat ook in de verdere toekomst de capaciteit van het elektriciteitsnet onvoldoende zal zijn om de piekvraag of het piekaanbod te kunnen transporteren.
Een toekomstrobuust energienetwerk waarin bedrijven onderling energie uitwisselen, de productieprocessen afstemmen om de totale piekvraag te verlagen en gezamenlijk energie opslaan, vormt een belangrijke opgave voor de bedrijventerreinen. Opgave voor het vestigingsbeleid is om rekening te houden met energieprofiel van nieuwe bedrijven zodat dit bijdraagt aan een efficiënt energienetwerk.
Sector landbouw en landgebruik: beleidsachtergrond en -uitgangspunten Glastuinbouw De glastuinbouwsector heeft in het Klimaatakkoord toegezegd om de uitstoot van CO2 te willen verminderen tot 2,2 Mton/jaar in 2030. De ambitie is om de glastuinbouw in Nederland al in 2040 klimaatneutraal te maken. Daarvoor worden financiële ‘prikkels’ voor glastuinbouwers ingezet, zoals subsidies en belastingmaatregelen. Intensieve veehouderij en overige landbouw ZDeze energiestrategie gaat niet over het terugdringen van de uitstoot van de (overige) broeikasgassen methaan en lachgas. Voor CO2 zijn er geen specifieke afspraken voor de intensieve veehouderij gemaakt, dit maakt deel uit van de totale broeikasreductie binnen de sector.
74
ENERGIESTRATEGIE 2030 GEMEENTE VENRAY
Bijlage 5 Beleidsachtergronden en opgave per sector
Voor de rol die de intensieve veehouderij heeft in de opwek van duurzaam opgewekte energie is het volgende beleid relevant: Beleid voor de opwek van zonne- en windenergie Dit is uitgewerkt in bijlagen 1 en 2 van deze energiestrategie. Voor de sector is relevant dat het beleidskader agrarische ondernemers ruimte biedt om duurzame elektriciteit op hun landbouwgrond op te wekken, mits dat binnen de gestelde kaders gebeurt. Beleid voor de productie van biogas Tot aardgaskwaliteit opgewaardeerd biogas wordt ‘groen gas’ genoemd. Duurzaam groen gas kan mogelijk via het bestaande gasnet van Enexis worden gebruikt in bestaande en nieuwe cv-ketels en zo een rol spelen in de warmtevoorziening van gebouwen of gebruikt worden in industriële processen. Mest heeft veruit het grootste aandeel in de totale potentie. De huidige potentie voor de opwek van biogas in Venray wordt geschat op 13 miljoen m3 per jaar. De RES-NML voert nader onderzoek uit naar de potentie, voor- en nadelen van biogas. Bij de verdere concretisering van de productiecapaciteit van groen gas (bij de RSW 2.0) worden de ontwikkelingen in een transitie naar een natuurinclusieve landbouw meegenomen (dat mogelijk gevolgen hebben voorde productie van groen gas). De maximale groen gas productie heeft haar grenzen en verschillende sectoren (waaronder de zware industrie) maken aanspraak op de beperkte hoeveelheid groen gas.
Er zullen landelijke keuzes gemaakt moeten worden over de inzet van dit totale potentieel, ook in onze regio. Limburgs programma landelijk gebied Het Limburgs programma landelijk gebied heeft de volgende opgaves en ambities opgesteld:
* Onze natuur- en waterkwaliteit staat onder druk en ons klimaat verandert.
We moeten de biodiversiteit herstellen en een balans bereiken tussen wat onze natuur kan dragen en wat we als samenleving van haar vragen. Ook de draagkracht van ons bodem- en watersysteem wordt op plekken overschreden. Gelijktijdig ontstaat daardoor druk op het perspectief van sectoren en de leefbaarheid in onze gebieden.
Opgave voor landbouw en landgebruik in Venray De landbouwsector staat voor grote opgaves, niet alleen vanwege het Klimaatakkoord maar ook door de stikstofcrisis en de transitie naar duurzame kringlooplandbouw. De verwachting is dat de agrarische bedrijfsmodellen de komende jaren flink zullen veranderen. Vanuit het programma landelijk gebied gelden de volgende centrale opgaves:
* Natuurherstel/biodiversiteit. * Toekomstbestendig voedselproductiesysteem. * Veilig en gezonde fysieke leefomgeving en leefkwaliteit.
75
In 2050 moet de landbouw en het landgebruik klimaatneutraal zijn. Een ingewikkelde uitdaging, daar een deel van de uitstoot van broeikasgas niet te vermijden is: koeien produceren methaan en uit kunstmest en dierlijke mest komt lachgas vrij, beide broeikasgassen. Anderzijds legt de sector ook CO2 vast: in de bodem, de bomen en het gras. Dat draagt weer bij aan de reductiedoelstelling. Het landelijk tussendoel voor de sector landbouw en landgebruik is om in 2030 3,5 miljoen ton minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990. Dit is uitgedrukt in CO2-equivalenten maar voor de landbouw bestaan deze CO2-equivalenten voornamelijk uit de overige broeikasgassen lachgas en methaan en niet uit CO2. Hoe werkt de omrekening van broeikasgassen naar CO2-equivalenten? De broeikasgasuitstoot wordt doorgaans uitgedrukt in megaton CO2-equivalent (1 megaton = 1 miljoen ton = 1 miljard kilogram). Om de invloed van de verschillende broeikasgassen te kunnen optellen, worden de uitstootcijfers omgerekend naar CO2-equivalenten. De omrekening is gebaseerd op het Global Warming Potential (GWP) – dat is de mate waarin een gas bijdraagt aan het broeikaseffect. Eén kilogram CO2-equivalent staat gelijk aan de broeikaswerking van 1 kilogram CO2. De uitstoot van 1 kilogram lachgas staat gelijk aan 298 kilogram CO2-equivalent en de uitstoot van 1 kilogram methaan aan 25 kilogram CO2-equivalent.
Emissie broeikasgassen buiten scope Energiestrategie 2030 De emissie van de broeikasgassen methaan en lachgas zal de komende jaren waarschijnlijk dalen door de transitie van de landbouwsector. Dit valt echter buiten de scope van de voorliggende energiestrategie 2030 want hiervoor lopen andere trajecten binnen de gemeente, provincie en Rijk. In deze energiestrategie kijken we alleen naar de reductie van de daadwerkelijke CO2-uitstoot als gevolg van het gebruik van energie en de synergie met de andere sectoren. Venray heeft een omvangrijke landbouwsector die met name bestaat uit intensieve veehouderij (varkens, kippen). Daarnaast bestaat de sector onder meer uit glastuinbouwbedrijven (ca. 30 ha) en champignonteelt (ca. 6 ha). Het totale landbouwareaal in Venray bedraagt 8.644 ha (CBS, peiljaar 2017) In de gemeente Venray was de landbouw in 2021 verantwoordelijk voor 12% van de CO2-emissies (excl. de overige broeikasgassen). Als ook de overige broeikasgassen (o.a. methaan, lachgas) worden meegenomen dan bedraagt het aandeel van de landbouw ruim 40% van de totale uitstoot. De onderstaande figuur geeft de CO2-emissies van de landbouw weer (excl. overige broeikasgassen). De meeste emissies worden veroorzaakt door het gasverbruik.
76
ENERGIESTRATEGIE 2030 GEMEENTE VENRAY
Bijlage 5 Beleidsachtergronden en opgave per sector
kton CO2 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0 2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
Figuur 3: CO2-emissies sector landbouw in Venray (excl. overige broeikasgassen)
In 2018-2019 is een dalende trend in de CO2-emissies zichtbaar maar daarna neemt de uitstoot weer licht toe. Grootverbruikers van energie zijn de glastuinbouwsector en de champignonteelt. Voor de glastuinbouw en de champignonteelt is de opgave om het energieverbruik te verminderen en over te stappen op duurzamere vormen van energievoorziening. Voor de glastuinbouw zijn hierover sectorafspraken gemaakt met de branche. Voor de intensieve veehouderij is de transitie van de landbouwsector grootste opgave. Het energieverbruik speelt hierbij een ondergeschikte rol. Wel kan de sector een rol spelen in de opwek van duurzaam opgewekte energie en dit kan mogelijk ook voor nieuwe verdienmodellen zorgen:
* De daken van de stallen en een deel van het agrarische grondgebied kunnen ingezet worden voor de duurzame opwek van elektriciteit.
* Daarnaast zijn ook verdienmodellen denkbaar met de vergisting van mest voor de productie van biogas (groen gas). Dit valt echter buiten de scope van deze energiestrategie omdat dit sterk samenhangt met de transitie in het landelijk gebied en de verwachte veranderingen in de landbouw en de veeteelt.
77
Sector mobiliteit: beleidsachtergrond en -uitgangspunten Klimaatakkoord Vanuit het Klimaatakkoord zijn verschillende beleidsinstrumenten opgezet om de mobiliteit te verduurzamen en de doelstellingen van 2030 en 2050 te halen. De belangrijkste afspraken zijn:
* Inzet op duurzame energiedragers: voertuigen worden geëlektrificeerd en waar elektrificatie nog niet mogelijk is wordt ingezet op biobrandstoffen.
* Elektrisch vervoer: Vanaf 2030 zijn alleen nog elektrische personenauto’s nieuw
te koop. Naast batterij-elektrische personenauto’s rijden er dan ook voertuigen op waterstof of zonnecellen. Voor het opladen van de voertuigen zijn in 2030 ongeveer 1,8 miljoen laadpalen beschikbaar.
* Verduurzaming logistiek: Alle (circa 5000) OV-bussen zijn voor 2030 100%
emissieloos. Datzelfde geldt voor bouwverkeer (waaronder bestelbusjes) en mobiele werktuigen.Duurzaamheid en bereikbaarheid gaan bij mobiliteit hand in hand bij de inrichting van openbare ruimten. Er komen steeds meer zero-emissie zones in steden. Daar krijgen lopen, fietsen en openbaar vervoer voorrang. De logistieke sector gaat ook verduurzamen, onder andere door ketenoptimalisatie. Door optimale bevoorrading in logistieke hubs net buiten de stad, ontstaan mogelijkheden voor zero emissie in de stad. Dit leidt tot een reductie van 30 procent van de CO2-uitstoot door achterland- en continentaal vervoer in 2030. Tot slot, ook (zwaar) transport, vliegverkeer en scheepvaart moeten emissieloos worden.
Regionaal beleid Regionale mobiliteitsprogramma’s Vanuit de regio Noord-Limburg zijn de volgende ambities met betrekking tot mobiliteit uitgesproken:
* Het verhogen van de kwaliteit van leven. Mobiliteit, zodat iedereen mee kan doen. * Het verbeteren van de ruimtelijk-economische bereikbaarheid, voor de toeristische, agro-, maak- en logistieke sector in Noord-Limburg.
* Het verbeteren van verkeersveiligheid. Streven naar 0 verkeersslachtoffers. * Een aantrekkelijk mobiliteitssysteem. Robuust, attractief en betrouwbaar voor de fietser en de voetganger.
* Het ondersteunen van de milieu- en energietransitie, door over te schakelen op schone en stille mobiliteit.
78
ENERGIESTRATEGIE 2030 GEMEENTE VENRAY
Bijlage 5 Beleidsachtergronden en opgave per sector
Gemeentelijk beleid Netwerkennota “Uitgangspunten Netwerken Infrastructuur en Verkeer, fietsen en lopen in de spotlights! In de netwerkennota is prioriteit gegeven aan het opstellen van een netwerk voor nietgemotoriseerd verkeer (fiets en voetganger). Het doel is dat fietsen en lopen een veilige en aantrekkelijke wijze van vervoer gaan worden voor alle inwoners en bezoekers van Venray en de kerkdorpen. Voor het stimuleren van fietsverkeer wordt ingezet bijvoorbeeld in op de aanleg van ontbrekende schakels, het opwaarderen van kwalitatief mindere verbindingen of het verbeteren van de oversteekbaarheid van wegen. In de netwerkennota wordt verder aandacht besteed aan de netwerken voor gemotoriseerd verkeer: personenauto, vrachtverkeer en landbouwverkeer. Naast infrastructurele maatregelen zoals het aanleggen van fietsverbindingen, wordt ook ingezet op fietsstimuleringsprojecten onder verschillende doelgroepen. Zo willen de gemeente ervoor zorgen dat oudere inwoners ook veilig op de fiets durven te stappen, maar ook dat werknemers gestimuleerd worden om de auto te laten staan en ervoor kiezen om met de fiets naar het werk te gaan. Collegeprogramma 2022 – 2026 De gemeentelijke uitgangspunten vanuit het collegeprogramma met betrekking tot de sector mobiliteit zijn het investeren in duurzame mobiliteit waarbij ingezet wordt op fietsstimulering en deelmobiliteit.
Daarnaast wordt geïnvesteerd in voldoende oplaadpunten voor vervoersmiddelen, zoals auto, scootmobiel en fiets. De stationsomgeving wordt aantrekkelijker gemaakt met aandacht van duurzaam voor- en natransport. In het centrum wordt het huidige beleid herzien en nieuwe uitgangspunten geformuleerd voor fietsen en lopen in het centrum. Bij de aanpak van de infrastructuur staan goede en veilige bereikbaarheid, uitbreiding van 30km/u zones en fietsverbindingen centraal. Uitvoeringsprogramma Warmte en Besparen 2022-2025 (2022) Uit het uitvoeringsprogramma Warmte en Besparen 2022-2025 (2022) zijn de volgende opgaves af te leiden:
* In 2025 minstens 105 openbare laadpalen in de gemeente. * Uitbreiding van het aantal elektrische auto’s in het gemeentelijk wagenpark. Opgave voor mobiliteit in Venray Vanuit het Klimaatakkoord (2019) gelden voor de mobiliteit de volgende landelijke opgaves voor de periode tot 2030:
* Inzet zero-emissie bouwmaterieel volgens routekaart Schoon en Emissieloos
Bouwen (SEB): Het SEB biedt een aanpak voor de verduurzaming van mobiele werktuigen en bouwlogistiek tot aan 2030.
* Vanaf 2025: minimaal 1 laadpunt bij utiliteitsbouw van meer dan 20 parkeervakken. 50% van de taxi’s is emissieloos.
* Alle lichte voertuigen in het gemeentelijk wagenpark zijn emissieloos. Zware voertuigen moeten zo veel mogelijk emissieloos zijn.
79
In Venray is de sector mobiliteit voor 33% verantwoordelijk van de totale CO2-uitstoot. De ontwikkeling van de CO2-uitstoot sinds 2010 is in onderstaande grafiek weergegeven.
kton CO2 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0 2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
Figuur 4: CO2-emissies van verkeer en vervoer in Venray
Te zien is dat het energieverbruik en daarmee de uitstoot in de periode 2010-2019 sterk gestegen is. Door de Corona-pandemie is het energieverbruik in 2020 en 2021 fors gedaald. De verwachting is dat het energieverbruik in 2023 weer vergelijkbaar zal zijn met de periode voor Corona. In lijn met het uitvoeringsprogramma Warmte en Besparen 2022-2025 (2022) zijn de opgaves voor Venray in de periode tot 2030:
* In 2030 is bij opdrachten van de gemeenten emissieloos bouwen de standaard. * In 2025 staan minstens 105 openbare laadpalen in de gemeente. * In 2030 moeten alle auto’s van het gemeentelijk wagenpark elektrisch zijn.
80
ENERGIESTRATEGIE 2030 GEMEENTE VENRAY
Bijlage 5 Beleidsachtergronden en opgave per sector
81