CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Energiestrategie 2030 Venray

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente VenrayBij agendapunt: Energiestrategie 203020.292 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3



Energiestrategie 2030 Venray op st®oom Gemeente Venray

Energiestrategie 2030 Venray op st®oom

Gemeente Venray projectnummer 0484049.100 revisie 1.0 18 oktober 2023 Auteurs G.W. Schuur J. van den Doel (gemeente Venray) Opdrachtgever Gemeente Venray Postbus 500 5800 AM VENRAY Colofon Projectgroep J. van den Doel (gemeente Venray) H. van Dinther (gemeente Venray) M. de Wolff (Antea Group) G.W. Schuur (Antea Group)

Inhoudsopgave Samenvatting5 1.

Inleiding

9

1.1

Aanleiding 

9

1.2

(Inter)nationale en lokale beleidskaders

9

1.3

Opbouw energiestrategie

11

2.

Doelen, ambitie en koers voor Venray

15

2.1

Onze doelen en ambitie 2030

15

2.2

Onze koers

16

2.3

Rol gemeente Venray

17

2.4

Vooruitblik 2050

18

3.

Energie besparen

21

3.1

Doelstelling

21

3.2

Opgave per sector

22

3.3

Speerpunten

22

4.

Een toekomstrobuust energiesysteem ontwikkelen

27

4.1

Nieuwe energiemix

27

4.1.1 Van fossiel naar hernieuwbaar

27

4.1.2 Elektriciteit als ruggengraat van het energiesysteem 

28

4.1.3 De rol van duurzame gassen in de energiemix

29

4.1.4 Duurzame warmte

30

4.1.5 Speerpunten

30

Van een centraal naar een decentraal energiesysteem 

32

4.2.1 Verschuiving naar decentrale opwekking

32

4.2.2 Aandeel lokale hernieuwbare opwek in de totale energiebehoefte

32

4.2.3 Opgave lokale opwek elektriciteit 2030

33

4.2.4 Opgave lokale opwek duurzame warmte 2030

35

4.2.5 Speerpunten

36

Sterke en slimme netwerken

38

4.3.1 Vraag en aanbod op korte afstand en opslag

38

4.3.2 Opslag van energie in een decentraal energiesysteem

38

4.3.3 Samenwerking in energieclusters

40

4.3.4 Speerpunten

41

Organisatie 

45

4.2

4.3

5.

2

ENERGIESTRATEGIE 2030 GEMEENTE VENRAY

Bijlage 1 KODE - Zon

49

Pijlers en doelen voor zonprojecten 

49

Pijler 1: Ruimte, inzetten op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 

50

Pijler 2: Integraal, koppeling met andere opgaves 

56

Pijler 3: Omgeving: samenwerken aan een acceptabel plan 

56

Pijler 4: Locatie: esthetica, inpassing, verbetering kwaliteit en ecologie 

57

Pijler 5: Eigenaarschap: eerlijk verdelen van lusten en lasten 

57

Looproutes bij zonneprojecten 

58

Bijlage 2 KODE - Wind

60

Bijlage 3 KODE - Waterstof

61

Bijlage 4 KODE - Batterijopslag

63

Bijlage 5 Beleidsachtergronden en opgave per sector

64

Sector elektriciteit: beleidsachtergrond en -uitgangspunten  

64

Sector gebouwde omgeving: beleidsachtergrond en -uitgangspunten  

67

Sector industrie: beleidsachtergrond en -uitgangspunten 

71

Sector landbouw en landgebruik: beleidsachtergrond en -uitgangspunten 

74

Sector mobiliteit: beleidsachtergrond en -uitgangspunten 

78

3

4

ENERGIESTRATEGIE 2030 GEMEENTE VENRAY

Samenvatting

Samenvatting De urgentie om onze CO2-uitstoot te reduceren is groot want de gevolgen van klimaatverandering zijn steeds beter merkbaar. De doelstelling van het huidige (demissionaire) kabinet is om in 2030 de CO2-uitstoot met 55% te reduceren ten opzichte van 1990. Venray volgt dit rijksbeleid. Om deze 55% CO2 -reductie te realiseren richt onze koers zich op een besparing in de sectoren elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie, mobiliteit, en landbouw en landgebruik1 (alleen waar dit betrekking heeft op het energieverbruik, niet op de uitstoot van overige broeikasgassen). Het energiesysteem van de toekomst omvat:

* Een nieuwe energiemix waarin niet fossiele brandstoffen maar elektriciteit de hoofdrol speelt.

* Een decentraal systeem waarin we 45% van onze energiebehoefte lokaal hernieuwbaar opwekken.

* Slimme en sterke netwerken om elektriciteit efficiënt in te zetten en energiezekerheid te behouden.

We bevinden ons in een transitiefase van het oude naar het nieuwe systeem. Kenmerkend voor een transitiefase is dat de weg naar het einddoel vaak kronkelend verloopt en veel onzekerheden kent. We maken gebruik van de mogelijkheden die er nu al zijn om toekomstige generaties niet op de zadelen met deze enorme opgave. Besparen. Forse verbeteringen in energie-efficiëntie in de diverse sectoren zorgen voor een lager energieverbruik maar we zien over de jaren een gelijkblijvend energieverbruik als gevolg van bevolkingstoename en nieuwe toepassingen. Nieuwe energiemix. De energiebehoefte in Venray wordt nu nog voor meer dan 80% door fossiele brandstoffen gedekt. Met de vervanging van fossiele brandstoffen door hernieuwbare energiebronnen verandert ook de zogenaamde energiemix. Naast elektriciteit spelen ook groene waterstof en duurzame warmte (bijv. uit de bodem, water) een rol in de nieuwe energiemix. We bereiden ons voor op een verdrie- of zelfs verviervoudiging van de elektriciteitsvraag. Decentraal systeem. De fossiele energie die we nu gebruiken wordt centraal opgewekt of geproduceerd. Bij de inzet van duurzame energiebronnen zien we een verschuiving van centrale naar decentrale opweklocaties.

De noodzaak om 45% lokaal hernieuwbare energie op te wekken (betekent een opgave van 116 ha zon op land) wordt ingegeven door een complex samenspel van factoren en is niet op detailniveau uitgewerkt maar wordt als geheel benaderd op basis van realistische aannames. 1

De reductie van de broeikasgassen lachgas en methaan in de sector landbouw en landgebruik valt buiten de scope van de voorliggende energiestrategie omdat dit deel uitmaakt van de transitieopgave in de landbouw.

5

Slimme en sterke netwerken. Met sterke en slimme netwerken willen we onder andere een oplossing bieden voor netcongestie. Een slim energienetwerk, ook wel smart grid genoemd, is een netwerk dat gebruik maakt van digitale technologieën om vraag en aanbod van energie beter op elkaar af te stemmen. Middels speerpunten die uitgewerkt zullen worden in uitvoeringsplannen werken wij als gemeente actief aan een beter klimaat, energieonafhankelijkheid en een duurzame gemeente. De gemeente kiest primair een faciliterende en procesondersteunende rol. Dat betekent dat de gemeente initiatieven van (markt)partijen en inwoners stimuleert, begeleidt en toetst, zoals bijvoorbeeld van een ondernemersvereniging of inwonerscollectief.

6

ENERGIESTRATEGIE 2030 GEMEENTE VENRAY

Samenvatting

7

8

ENERGIESTRATEGIE 2030 GEMEENTE VENRAY

Inleiding

1. Inleiding 1.1 Aanleiding De opwarming van de aarde betekent dat de zeespiegel stijgt, biodiversiteit afneemt, neerslaghoeveelheden groter worden, zomers droger en heter en winters milder. De gevolgen hiervan zijn voor iedereen merkbaar: de drinkwatervoorziening kan in gevaar komen, oogsten kunnen mislukken, sterftegevallen door hitte nemen toe en het aantal klimaatvluchtelingen stijgt. Klimaatverandering en de opwarming van de aarde kunnen beperkt worden door de CO2 uitstoot te verminderen. De urgentie om dit te doen is groot want de gevolgen van klimaatverandering zijn steeds beter merkbaar. We willen niet uitstellen wat we nu kunnen doen. We willen Venray ook voor toekomstige generaties een fijne plek om te wonen, leven en werken houden. In 2013 is bij het bepalen van de energiestrategie gekozen voor CO2-neutraal in 2030 met compensatie. In 2021 heeft CE-Delft het energiebeleid geëvalueerd en geconcludeerd dat gewenste CO2-neutraliteit in 2030 nog niet in zicht is2. Daarnaast heeft op gemeentelijk niveau de evaluatie van het Kader Opwek Duurzame Energie (KODE) laten zien dat de opwek van grootschalige duurzame energie moeizaam verloopt3.

Ook is de Energiestrategie 2013 inmiddels gedeeltelijk achterhaald door ontwikkelingen op Internationaal (klimaatakkoord van Parijs), nationaal (Klimaatwet), provinciaal en regionaal (Regionale Energiestrategie) niveau waarin nieuwe doelstellingen zijn opgesteld. Al deze ontwikkelingen maken een herijking van de energiestrategie noodzakelijk.

1.2 (Inter)nationale en lokale beleidskaders (Inter)nationale klimaatdoelen In lijn met de afspraken in Parijs wil de Europese Unie in 2050 klimaatneutraal zijn. Dat betekent dat er dan netto geen broeikasgassen meer worden uitgestoten. De Nederlandse klimaatdoelen zijn vastgelegd in de nationale Klimaatwet: 49% reductie van broeikasgassen in 2030 en 95% minder in 2050 (beide ten opzichte van 1990). In het coalitieakkoord van het huidige (demissionaire) kabinet is de 2030-doelstelling - in lijn met de Europese doelstelling – verhoogd naar 55% CO2 reductie t.o.v. 1990. In de Klimaatwet staat niet hoe we dat gaan doen. Dat is vastgelegd in het Klimaatakkoord. In 1990 was de totale uitstoot aan broeikasgassen in Nederland ongeveer 228 miljoen ton CO2 (228 Megaton, afgekort Mton, ofwel miljard kilogram)4. In 2030 moet die uitstoot, uitgaande van het Klimaatakkoord, 49% lager zijn, dus 116 Mton. Zonder het

2

Voortgang energiebeleid gemeente Venray, CE-Delft, publicatienummer 21.210297.134, oktober 2021

3

Evaluatie KODE, conclusies en aanbevelingen na 2 jaar KODE, 2022

4

Dashboard Klimaatbeleid : https://dashboardklimaatbeleid.nl/home

9

Klimaatakkoord zou de uitstoot in 2030 op 165 Mton uitkomen. Het Klimaatakkoord moet dus zorgen voor nog eens 49 Mton minder broeikasgassen in het jaar 2030. Het Klimaatakkoord heeft betrekking op vijf sectoren en iedere sector moet zijn bijdrage aan deze extra reductie van broeikasgassen leveren. Per sector is de doelstelling voor 2030 als volgt:

* Elektriciteit: 20 Mton minder CO2-uitstoot door 70% van de elektriciteit duurzaam op te wekken.

* Gebouwde omgeving: 3,4 Mton minder CO2-uitstoot, met name door isolatie van woningen en gebouwen.

* Industrie: 14,3 Mton minder CO2-uitstoot door efficiëntere productieprocessen. * Landbouw en landgebruik: 3,5 Mton minder CO2-uitstoot. De uitstoot betreft hier met name methaan in lachgas, in het Klimaatakkoord is dit omgerekend in

CO2-equivalenten. * Mobiliteit: 7,3 Mton minder CO2-uitstoot door onder andere elektrificatie van het wagenpark.

Omdat het kabinet de reductiedoelstelling heeft verhoogd naar 55%, wordt de bovenstaande bijdrage per sector nog een stuk groter. Regionale Energiestrategie (RES NML) Met name om afspraken te maken over de opwek van duurzame elektriciteit en warmte is Nederland opgedeeld in 30 RES-regio’s, waarin Regionale Energie strategieën (RES) zijn opgesteld. Venray valt onder de RES-regio Noord- en Midden Limburg (NML). In 2021 heeft de RES NML een bod (RES 1.0) aan het Rijk gedaan om in 2030 1.200 GWh grootschalige duurzame opwek van elektriciteit gerealiseerd te hebben. Deze opgave is in de RES 1.0 niet verdeeld over de gemeenten. Gemeentelijke beleidskaders De gemeente Venray heeft in 2013 al de eerste stappen gezet om aan de hand van een strategie te werken aan de reductie van CO2-uitstoot in de gemeente. Om handelingsperspectief te geven aan de energiestrategie uit 2013 heeft Venray in 2019 een Kader Opwek Duurzame Energie (KODE) opgesteld en hierin de randvoorwaarden vastgelegd voor de ontwikkeling van zonne- en windenergie. Daarnaast heeft Venray, als uitwerking van de sector gebouwde omgeving, een Transitievisie Warmte 2022-2030 (TVW) opgesteld. De TVW beschrijft de strategie van de gemeente voor het verduurzamen van panden (woningen, utiliteit) en de manier waarop deze aardgasloos kunnen worden gemaakt.

In 2022 is het Uitvoeringsprogramma Warmte en Besparen Periode 2022-2025 vastgesteld om concreet uitvoering te geven aan het verduurzamen van de sectoren Gebouwde Omgeving, Industrie en Mobiliteit voor de periode tot en met 2025.

10

ENERGIESTRATEGIE 2030 GEMEENTE VENRAY

Inleiding

In het collegeprogramma 2022 – 2026 is opgenomen de landelijke doelstellingen uit het Klimaatakkoord als uitgangspunt te nemen voor gemeentelijk beleid. Andere speerpunten zijn de aandacht voor de op- en overslag van energie door de netcongestie in de regio en wordt de urgentie benadrukt om verder te kijken dan 2030, vanwege de stijgende vraag naar elektriciteit voor warmte en mobiliteit. Tot slot is het voornemen opgenomen om te kijken naar drie grote opweklocaties in de regio waarvan één in Venray/Horst aan de Maas. Kansen en mogelijkheden om duurzame energieopwekking te integreren met recreatie, toerisme, natuur, waterbeheer en landbouw (innovatieve vormen en transitie) zodat ze elkaar versterken. In de Omgevingsvisie is over de energietransitie opgenomen dat de energietransitie om een actieve aanpak vraagt. We zetten ons in voor energiebesparing, duurzame opwek van energie, een duurzame gebouwde omgeving en duurzame mobiliteit. We monitoren onze inspanningen en herijken onze kaders, indien nodig. Samenhang met andere thema’s / integraliteit Om de transitie naar een CO2-arme samenleving te maken is op een groot aantal terreinen afstemming nodig. Denk aan afstemming met en tussen de thema’s wonen, economie, transport, arbeidsmarkt maar ook vergunningverlening en toezicht en handhaving.

Venray bereidt zich door middel van het thema klimaatadaptatie binnen Venray Vergroent ook voor op het veranderende klimaat. Daarnaast maakt het thema Circulaire Economie onderdeel uit van Venray Vergroent, dit thema levert ook een bijdrage aan de duurzaamheidsdoelen in Venray.

1.3 Opbouw energiestrategie In de volgende hoofdstukken is achtereenvolgens beschreven wat de doelen, ambitie en koers van de gemeente Venray zijn, wat de besparingsopgave is, hoe het energiesysteem van de toekomst eruitziet en welke organisatie daarbij past. In de bijlagen 1 t/m 4 is de herijkte versie van KODE voor respectievelijk de thema’s zon, wind, waterstof en batterijopslag toegevoegd en in bijlage 5 zijn per sector de beleidsuitgangspunten en de opgave nader toegelicht. Participatietraject Draagvlak bij inwoners en belanghebbenden is belangrijk voor een goed werkend beleidskader. Daarom hebben Inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties meegedacht bij het vormgeven van deze energiestrategie. Dit zijn:

* Inwoners: in maart 2022 heeft er een brede dialoog met een groep van

ca. 50 inwoners plaatsgevonden over het energiebeleid. Vervolgens zijn er verschillende werkgroepen gestart op afzonderlijke thema’s als besparing en opwek. In april 2023 is de koers van de energiestrategie met deze groep (aanwezig ca. 25 inwoners) besproken en hebben de deelnemers hun inbreng kunnen leveren.

11

* Bedrijven: verschillende malen is met de bedrijvenvereniging Smakterheide over de mogelijkheden voor verduurzaming van het bedrijventerrein Smakterheide gesproken en zijn de mogelijkheden voor het tegengaan van netcongestie en energiehubs afgetast. Dit als voorbeeld voor de andere bedrijventerreinen.

* Gebiedspartijen buitengebied West (Vredepeel -Ysselsteyn): hier is een

gebiedsverkenning voor de opwek van duurzame energie uitgevoerd door Wiebenga Consultants waarbij in totaal 21 interviews zijn afgenomen met partijen uit de landbouw, recreatie en cultuur, natuur, overheden, grondeigenaren, netbeheerder en inwoners.

12

ENERGIESTRATEGIE 2030 GEMEENTE VENRAY

Inleiding

13

14

ENERGIESTRATEGIE 2030 GEMEENTE VENRAY

Doelen, ambitie en koers voor Venray

2. Doelen, ambitie en koers voor Venray 2.1 Onze doelen en ambitie 2030 De gemeente Venray conformeert zich aan de landelijke en regionale doelstellingen uit het Klimaatakkoord en de RES-NML. Hierbij hanteren we een reductiedoelstelling van 55% CO2 in 2030 (t.o.v. 1990). In de onderstaande figuur is aangegeven waar we nu staan en hoe groot onze opgave is om deze doelstelling te behalen. kton 700

600

500

400

300

275 kton obv trendverwachting CE-Delft

200

229 kton obv Klimaatakkoord (55% reductie)

100

0 1980

1990

2000

2010

2020

2030

2040

2050

2060

Figuur 2.1: CO2-emissies Venray sinds 1990 (bron: emissieregistratie.nl)

Volgens de trendverwachting van CE-Delft, gebaseerd op onder andere cijfers van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), zal de CO2-uitstoot in 2030 ca. 275 kton zijn5. Hierin is rekening gehouden met de verwachte woningbouwontwikkeling en uitbreiding van bedrijventerreinen. Dit komt neer op een reductie van 46% ten opzichte van 1990 en hiermee wordt de doelstelling niet gehaald. Daarvoor moet de uitstoot terug naar 229 kton CO2. Dit betekent dat we alle zeilen moeten bijzetten en niet achterover kunnen leunen!

5

Voortgang energiebeleid gemeente Venray, CE-Delft, publicatienummer 21.210297.134, oktober 2021

15

2.2 Onze koers Om de CO2-doelstelling te behalen zullen alle sectoren een bijdrage moeten leveren. Onze koers richt zich op de sectoren elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie en mobiliteit en hun plaats in het energiesysteem als geheel. De reductie van de broeikasgassen lachgas en methaan in de sector landbouw en landgebruik valt buiten de scope van de voorliggende energiestrategie omdat dit beter past bij de transitieopgave in de landbouw. De opgaves vanuit NPLG (Nationaal Programma Landelijk Gebied) en LPLG (Limburgs Programma Landelijk Gebied) krijgen een doorvertaling voor Venray. Binnen de gemeente staat het team van het Programma Landelijk Gebied hiervoor aan de lat. In deze energiestrategie kijken we alleen naar de reductie van de daadwerkelijke CO2-uitstoot als gevolg van het gebruik van fossiele energie. Daarin kan de landbouwsector een bijdrage leveren door bijvoorbeeld de opwek van hernieuwbare energie, zoals in de vorm van zonnepanelen op de daken van stallen. Om deze doelen concreter te maken voor Venray is het nodig om inzicht te krijgen in de specifieke situatie van de energiehuishouding binnen onze gemeente. We willen weten hoe we onze eigen ambitie kunnen realiseren en tegelijkertijd kunnen voldoen aan het Klimaatakkoord en de RES-NML.

De strategie dient als leidraad voor het nemen van concrete stappen en het betrekken van inwoners, bedrijven en andere stakeholders bij de energietransitie. In lijn met het Klimaatakkoord zetten we in op de volgende richtinggevende hoofdkeuzes:

* Energiebesparing: dit is de belangrijkste stap in de energietransitie. Alle energie die niet wordt verbruikt, hoeft ook niet duurzaam te worden opgewekt. Alle sectoren moeten een bijdrage leveren.

* Het realiseren van een toekomstrobuust energiesysteem, overkoepelend over alle sectoren. Dit energiesysteem van de toekomst omvat:

* Een nieuwe energiemix waarin niet fossiele brandstoffen maar elektriciteit de hoofdrol speelt

* Een decentraal systeem waarin we 45% van onze energiebehoefte lokaal hernieuwbaar opwekken6.

* Slimme en sterke netwerken om elektriciteit efficiënt in te zetten en energiezekerheid te behouden.

De bovenstaande koers hebben we in de volgende hoofdstukken verder uitgelegd en uitgewerkt in speerpunten.

6

16

Dit percentage van 45% heeft de gemeente Venray vastgelegd in de energiestrategie uit 2013 en dit is in de herijkte strategie onveranderd gebleven.

ENERGIESTRATEGIE 2030 GEMEENTE VENRAY

Doelen, ambitie en koers voor Venray

CO2 reductiedoelstelling 55%

Energie besparen

Toekomstrobuust energiesysteem ontwikkelen

(hoofdstuk 3)

(hoofdstuk 4)

Nieuwe energiemix: elektriciteit als ruggengraat

Van centrale naar decentrale opwekking

Sterke en slimme netwerken

(paragraaf 4.1)

(paragraaf 4.2)

(paragraaf 4.3)

Figuur 2.2: Richtinggevende hoofdkeuzes Venray

Niet uitstellen Op deze manier werken wij als gemeente actief aan een beter klimaat, energieonafhankelijkheid en een duurzame gemeente. Kenmerkend voor een transitiefase is dat de weg naar het einddoel vaak kronkelend verloopt en veel onzekerheden kent. De transitie leidt tot een verandering van het energiesysteem en hoe het toekomstige energiesysteem er precies uit gaat zien, weten we niet. We weten wel aan welke knoppen we kunnen draaien om de goede weg op te gaan. Omdat het reduceren van de CO2-uitstoot en het aanpassen van het energiesysteem zo veel verschillende (technologische) ontwikkelingen, sectoren en spelers omvatten, is het verleidelijk om te denken dat een reductie elders simpeler te bereiken is of dat een nieuwe technologie uitkomst gaat bieden. We willen dit uitstelgedrag voorkomen en juist gebruik maken van de mogelijkheden die er nu al zijn. Anders zadelen we toekomstige generaties op met deze enorme opgave. Een flexibele invulling Door de snel veranderende wereld is het belangrijk om flexibiliteit in de aanpak te behouden en tegelijk uit te gaan van bestaande mogelijkheden zonder onze verantwoordelijkheid op de toekomst af te wentelen. In deze strategie schetsen we een realistisch beeld op basis van de huidige beschikbare technologie, situatie en wetenschappelijke voorspellingen. We vullen deze strategie aan of updaten deze wanneer nodig.

Door regelmatige ijkmomenten, en door in nauw contact te blijven staan met bedrijven, inwoners en overheden, blijven we wendbaar en klaar om bij te sturen.

2.3 Rol gemeente Venray De gemeente heeft de regie over de energietransitie en kan op sommige aspecten meer invloed uitoefenen dan op andere. De gemeente kan het echter niet alleen en het is daarom van groot belang om inwoners en belanghebbende partijen mee te krijgen. Iedereen zal zijn of haar steentje moeten bijdragen om de doelstellingen te halen.

17

Faciliterende en procesondersteunende rol De gemeente kiest primair een faciliterende en procesondersteunende rol. Dat betekent dat de gemeente initiatieven van (markt)partijen en inwoners stimuleert, begeleidt en toetst, zoals bijvoorbeeld van een ondernemersvereniging of inwonerscollectief. Met behulp van subsidies, garanties, borgstelling en/of leningen, (al dan niet in de vorm van een revolverend fonds) en het zo eenvoudig en efficiënt mogelijk maken van vergunningprocedures ondersteunt de gemeente initiatieven om tot ontwikkeling of realisatie te komen. Het is van belang dat de gemeente zichtbaar voor de gekozen projecten staat en vanaf het begin duidelijk maakt waarom ze hiervoor heeft gekozen. Regisserende rol Bij de plannen voor grootschalige aanleg van zonneparken in het buitengebied (spoor 5, KODE) is de gemeente regisseur van de gebiedsontwikkeling. Deze ontwikkeling vraagt namelijk om een gebiedsvisie om koppelkansen in het gebied zoveel mogelijk te verzilveren. De initiatieven komen tot stand na een intensief gebiedsproces met de omgeving en de stakeholders. Ook in de warmtetransitie heeft het Rijk aan de gemeente een regisserende rol toebedeeld. Dit om de inwoners te ondersteunen bij het aardgasloos maken van hun woningen. Daarnaast toetst de gemeente periodiek of de gestelde doelen worden behaald en stuurt bij, indien noodzakelijk.

Dit doen we door bijvoorbeeld partijen te stimuleren of te verplichten om stappen te zetten.

2.4 Vooruitblik 2050 De CO2 reductiedoelstelling van 55% t.o.v. 1990 geldt voor 2030. Vooruitkijkend naar 2050 is de doelstelling 95% CO2 reductie t.o.v. 1990. Deze energiestrategie is opgebouwd rondom de bouwstenen van het toekomstig energiesysteem juist om die doelstelling voor 2050 ook binnen bereik te brengen. Onderzoeken zoals de KEV20217 8 en de trendanalyse van CE Delft laten zien dat de doelstellingen ambitieus zijn en dat

ook richting 2050 extra inzet nodig zal blijven om klimaatverandering tegen te gaan. Denk aan meer energie besparen, meer hernieuwbare opwek realiseren, en snellere inen toepassing van innovaties realiseren. De gevolgen van klimaatverandering zijn nog niet goed te overzien maar naar alle verwachtingen zeer aanzienlijk.

18

7

https://data.overheid.nl/en/dataset/klimaat-en-energieverkenning-kev-2021-pbl#:~:text=De%20 KEV%202021%20geeft%20daarom%20inzicht%20in%20de,1990%2C%20uitgaande%20van%20 het%20vastgestelde%20en%20voorgenomen%20beleid.

8

Voortgang energiebeleid gemeente Venray, CE-Delft, publicatienummer 21.210297.134, oktober 2021

ENERGIESTRATEGIE 2030 GEMEENTE VENRAY

Doelen, ambitie en koers voor Venray

19

20

ENERGIESTRATEGIE 2030 GEMEENTE VENRAY

Energie besparen

3. Energie besparen 3.1 Doelstelling Het huidige energieverbruik bedraagt ongeveer 5.600 TJ/jaar (peiljaar 2021, Klimaatmonitor). Dit energieverbruik is sinds 2010 (eerste peiljaar Klimaatmonitor) vrijwel onveranderd gebleven (zie figuur 3.1). De verwachting is dat het totale energieverbruik ook niet zal dalen de komende jaren en dat het Venrayse energieverbruik in 2050 nog steeds rond de 5.600 TJ zal liggen9. Forse verbeteringen in energie-efficiëntie in de diverse sectoren zorgen voor een lager energieverbruik maar dit wordt teniet gedaan door het extra energieverbruik als gevolg van bevolkingstoename en nieuwe toepassingen.

6.800 6.300

totaal bekend energieverbruik

5.800 5.300 4.800 4.300 3.800 3.300 0 2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Figuur 3.1: energieverbruik Venray (bron: Klimaatmonitor)

Om te voorkomen dat onze energiebehoefte verder gaat stijgen, moeten we doorgaan met zoveel mogelijk energie besparen. Alle energie die niet wordt verbruikt, hoeft ook niet duurzaam te worden opgewekt. Daarnaast zetten we in op het gebruiken van zo laagwaardig mogelijke energie. Ons huis hoeven we niet te verwarmen met hele hoge temperaturen om het binnen behaaglijk te kunnen hebben.

9

EnergiePodium: Hoeveel Energie heeft Nederland in 2050 nodig?

21

3.2 Opgave per sector Alle sectoren moeten een bijdrage moeten leveren in het besparen van energie: Gebouwde omgeving Panden moeten goed geïsoleerd zijn om ze op een duurzame manier te kunnen verwarmen. De opgave voor de gebouwde omgeving is in het Klimaatakkoord bij de gemeenten neergelegd. Aan de hand van de Transitievisie Warmte wordt uitvoering gegeven aan de benodigde maatregelen. De doelstellingen en uitwerking voor het besparen in de gebouwde omgeving staan in de Transitievisie warmte Gemeente Venray 2022-2030 en het Uitvoeringsprogramma Warmte en Besparen Periode 2022-2025. Industrie en landbouw Voor de sectoren industrie en landbouw zijn landelijke afspraken gemaakt over energiebesparing. Denk bijvoorbeeld aan het gebruiken van restwarmte of het zelf opwekken van energie. De opgave van de gemeente is om deze besparingsafspraken waar mogelijk te faciliteren, toezicht te houden en hierop te handhaven. Dit gebeurt via de doelstellingen van team VTH en de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Limburg. Mobiliteit Ook voor mobiliteit zijn landelijke afspraken gemaakt over energiebesparing. Denk bijvoorbeeld aan verplichtingen rondom de overstap naar elektrische bedrijfsmobiliteit. De opgave van de gemeente is om deze besparingsafspraken waar mogelijk te faciliteren, toezicht te houden en hierop te handhaven.

Voor mobiliteit levert elektrificatie de grootste bijdrage aan de CO2 reductie doelstellingen. Elektriciteit Door elektrificatie zal de vraag naar elektriciteit fors toenemen. De nadruk bij de CO2 reductiedoelstelling voor de elektriciteitssector ligt op het vergroten van de hernieuwbare opwekcapaciteit. Dit is verder uitgewerkt in hoofdstuk 4.

3.3 Speerpunten Om ervoor te zorgen dat de opgaves van de verschillende sectoren daadwerkelijk worden bereikt, hanteren we de volgende speerpunten.

Gebouwde omgeving

Speerpunt 1: Isolatie van woningen en utiliteit Zie hiervoor programmalijnen twee en drie uit het Uitvoeringsprogramma Warmte en Besparen Periode 2022-2025. Ambitie is om in de periode tot 2030 de ca. 615 woningen met label D en lager en daarnaast gebouwen ten behoeve van utiliteit (commercieel en publiek vastgoed) te isoleren. De gemeente zet zich de komende jaren in om de rijksmiddelen uit het Nationaal Isolatieprogramma (SPUK NIP) te verkrijgen gericht op individuele woningen en deze subsidie zo volledig en doelmatig mogelijk te besteden.

22

ENERGIESTRATEGIE 2030 GEMEENTE VENRAY

Energie besparen

Speerpunt 2: Aanpak energiearmoede De gemeente ontvangt rijksmiddelen (SPUK energiearmoede) voor de bestrijding van energiearmoede. We zetten ons in om deze middelen volledig en zo doelmatig te besteden waarbij gestreefd wordt naar een structurele verbetering van de kwaliteit van de woningen. Deels betreft dit huurwoningen waarvoor de woningcorporaties of verhuurder verantwoordelijk zijn en waarvoor we prestatieafspraken maken. Conform het Uitvoeringsprogramma Warmte en Besparen Periode 2022-2025 worden ook energiecoaches ingezet bij de aanpak van de woningen met E,F,G-label en energiearmoede.

Speerpunt 3: Emissieloos bouwen We onderzoeken de mogelijkheden voor emissieloos bouwen. Afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek kan het gebruik van emissieloos bouwmaterieel de norm worden in aanbestedingen voor gemeentelijke projecten.

Industrie en landbouw

Speerpunt 4: Naleven energiebesparing in de industrie en landbouw Om het energieverbruik in de industrie- landbouwsector te verlagen en te verduurzamen zetten we in de naleving van de bestaande verplichtingen. Het landelijke beleid bevat veel verplichtingen met grote verwachte effecten waar de industrie de komende jaren mee aan de slag moet:

* Bedrijven voldoen aan de informatieplicht cf. Activiteitenbesluit Wm (vanaf 2024: Besluit activiteiten leefomgeving): melden energiegebruik en energiemaatregelen.

* Bedrijven met elektriciteitsgebruik van meer dan 50.000 kWh/jaar of

gasgebruik van meer dan 25.000 m3/jaar implementeren maatregelen met

een terugverdientijd van minder dan 5 jaar. Daarbij maken ze gebruik van de erkende maatregelenlijsten. Voor de glastuinbouwsector zijn hierover specifieke afspraken gemaakt.

* Bedrijven met een kleiner energiegebruik implementeren zoveel mogelijk maatregelen met een terugverdientijd van minder dan 5 jaar.

* Bedrijven met geschikte daken benutten deze zoveel mogelijk voor duurzame energieopwekking met zonnepanelen.

* Bedrijven verduurzamen hun wagenpark. * De gemeente ziet via de omgevingsdienst Regionale Uitvoeringsdienst NoordLimburg toe op het naleven van deze verplichtingen.

23

Mobiliteit

Speerpunt 5: Stimulering fietsgebruik Meer fietsgebruik is goed voor het klimaat wanneer gekozen wordt voor de fiets in plaats van de auto. Programmalijn zeven ‘aanpak duurzaam vervoer’ van het Uitvoeringsprogramma Warmte en Besparen Periode 2022-2025 draagt hieraan bij bijvoorbeeld door aantrekkelijke, veilige en snelle fiets-/loopverbindingen aan te leggen. Door middel van het stimuleren en faciliteren wil de gemeente zorgen dat inwoners en ondernemers vaker de auto laten staan.

Speerpunt 6: Stimulering elektrisch autogebruik Het stimuleren van elektrisch personenvervoer met de auto helpt om de CO2uitstoot te verminderen. De rijksoverheid heeft verschillende regelingen om het gebruik van elektrisch rijden te stimuleren zoals de vrijstelling op motorrijtuigenbelasting en een lagere fiscale bijtelling. Daarnaast moeten vanaf 2030 alle nieuwe personenauto’s die op de markt komen 100% elektrisch zijn. We willen het gebruik van elektrisch rijden stimuleren via het plaatsen van laadpalen en het geven van het goede voorbeeld. Dit doen we door middel van de acties uit programmalijn zeven ‘aanpak duurzaam vervoer’ van het Uitvoeringsprogramma Warmte en Besparen Periode 2022-2025. De gemeente wil in 2025 minstens 105 openbare laadpalen in de gemeente hebben. Daarna volgt de tweede fase van uitbreiding van laadpalen die wordt afgestemd op de verwachte vraag.

Speerpunt 7: Werken aan slimme mobiliteitsoplossingen De gemeente werkt in de regio samen met andere gemeenten en partijen samen via Trendsportal. Trendsportal is een initiatief van de acht Noord-Limburgse gemeenten om samen met onder andere bedrijven en onderwijsinstellingen te werken aan slimme mobiliteitsoplossingen. We willen de succesvol lopende projecten van het regionale Trendsportal continueren. Afhankelijk van de voortgang en capaciteit worden passende nieuwe projecten van Trendsportal opgepakt. Onderdeel hiervan is de realisatie van een waterstoftankstation voor meer dan tien vrachtauto’s. Zie hiervoor ook programmalijn zeven ‘aanpak duurzaam vervoer’ van het Uitvoeringsprogramma Warmte en Besparen Periode 2022-2025.

24

ENERGIESTRATEGIE 2030 GEMEENTE VENRAY

Energie besparen

25

26

ENERGIESTRATEGIE 2030 GEMEENTE VENRAY

Een toekomstrobuust energiesysteem ontwikkelen

4. Een toekomstrobuust energiesysteem ontwikkelen In ons huidige energiesysteem gebruiken we voornamelijk fossiele brandstoffen (olie, gas). Om de klimaatdoelstellingen te behalen moeten de fossiele brandstoffen worden vervangen door hernieuwbare bronnen zoals elektriciteit uit zon of wind of warmte uit de bodem. Een toekomstrobuust energiesysteem bestaat uit de volgende elementen die bijdragen aan een duurzame en betrouwbare energievoorziening voor onze inwoners en ondernemers:

* Een nieuwe energiemix * Van een centraal naar een decentraal systeem met opwek van hernieuwbare energie * Sterke en slimme netwerken Deze elementen zijn in de volgende paragrafen nader uitgewerkt en vervolgens vertaald in speerpunten voor het beleid.

4.1 Nieuwe energiemix 4.1.1 Van fossiel naar hernieuwbaar De energiebehoefte in Venray wordt nu nog voor meer dan 80% door fossiele brandstoffen gedekt. Met de vervanging van fossiele brandstoffen door hernieuwbare energiebronnen verandert ook de zogenaamde energiemix. Naast elektriciteit spelen ook groene waterstof en duurzame warmte (bijv. uit de bodem, water) een rol in de nieuwe energiemix. Energieverbruik (TJ) 4.500

elektriciteit

4.000

biogas overige duurzame warmtebronnen

3.500

fossiel (olie/gas)

3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0

Energiemix 2021

Energiemix 2022

Energiemix 2023

Figuur 4.1: Energiemix – in 2021 werd de elektriciteit voor 80% opgewekt uit fossiele energie, in 2035 moet dit 100% duurzame bronnen zijn10. Een deel van de opgewekte elektriciteit wordt in de toekomst omgezet in waterstof. De overige duurzame warmtebronnen betreffen momenteel de opwek met biomassaWKK-installaties (ca. 600 TJ/jaar, bron: Klimaatmonitor). In de toekomst maken we meer gebruik van warmte uit de bodem of het oppervlaktewater (geo- en aquathermie). 10

Kamerbrief concept-Nationaal plan energiesysteem 2050 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

27

4.1.2 Elektriciteit als ruggengraat van het energiesysteem Het Klimaatakkoord zet aan tot meer elektrisch rijden, elektrisch koken en het verwarmen van woningen en panden met warmtepompen om het gebruik van fossiele brandstoffen omlaag te brengen. Ook de industriesector zoekt naar elektrische alternatieven voor hun productieprocessen. Met name in de twee sectoren; industrie en mobiliteit, speelt elektrificatie een grote rol. Landelijk is de verwachting dat in 2050 tot circa 70% van de energiebehoefte door elektriciteit wordt gedekt11. Dit proces waarbij het gebruik van elektriciteit steeds meer toeneemt, staat bekend als de elektrificatie van ons energiesysteem. Zowel de warmtevraag als de motorbrandstoffen zullen grotendeels door elektriciteit of daaruit opgewekte waterstof worden vervangen. Voor Venray zou dit dan uitkomen op een elektriciteitsvraag van ca. 3.800 TJ (1.050 GWh). Dat is een ruime verdriedubbeling van de huidige elektriciteitsvraag in Venray (1.195 TJ, peiljaar 2021). Al deze elektriciteit moet op basis van de meest recente kabinetsplannen in 2035 duurzaam worden opgewekt om aan de klimaatdoelstellingen te voldoen12. In de onderstaande figuren is de toename van de elektriciteitsvraag gevisualiseerd.

2021

2030

2050

urzame nnen

e/gas)

1.195 4.405

2.050 3.550

3.800 1.800

overige bronnen elektriciteit

Figuur 4.2: Ontwikkeling vraag elektriciteit (in Terajoule)

Herkomst hernieuwbare elektriciteit Verwacht wordt dat in 2050 ca. 60-70% van de benodigde elektriciteit door windturbines op zee wordt geproduceerd en ca. 5% door twee nieuwe kerncentrales13, 14, 15. De rest zal door middel van zonnepanelen en wind op land geproduceerd moeten worden.

28

11

Stroomverbruik in 2050 dreigt te verdrievoudigen - met hogere energieprijzen als gevolg | Baaz.nl

12

Kamerbrief concept-Nationaal plan energiesysteem 2050 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

13

Ambitieuze scenario’s voor klimaatneutraal energiesysteem (tno.nl)

14

Kamerbrief over windenergie op zee 2030-2050 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

15

Kernenergie in Nederland | Duurzame energie | Rijksoverheid.nl

ENERGIESTRATEGIE 2030 GEMEENTE VENRAY

Een toekomstrobuust energiesysteem ontwikkelen

Small Modular Reactors Kernenergie in de vorm van kleine modulaire reactoren (Small Modular Reactors of SMR’s) kan koolstofvrije energie produceren op kleine schaal. SMR’s zijn moduleerbaar en hebben een klein vermogen (vanaf 10MW). Daarmee kunnen ze een duurzame aanvulling zijn op hernieuwbare energie in kleinere elektriciteitsnetten. Ze kunnen niet alleen elektriciteit, maar ook warmte en waterstof produceren. Wat we nu met gascentrales doen, namelijk bijspringen wanneer er te weinig wind of zon is om stroom op te wekken, kan met een SMR CO2 vrij. Ook is er bij de zogenaamde vierde generatie SMR’s geen noodzaak voor grote hoeveelheden koelwater. Deze reactoren gebruiken de nucleaire brandstof het meest efficiënt (dus weinig afval) en koelen met behulp van vloeibaar metaal, gesmolten zout of heliumgas. Ze bestaan vooralsnog echter alleen nog op papier, dat betekent dat er vóór 2030 zeker nog geen plek is voor kleinschalige kernenergie in de energiemix. Veiligheidsvoorschriften en vergunningentrajecten zorgen er daarnaast voor dat dit lange termijn ontwikkelingen zijn. En allereerst moet onderzocht worden of er een wens en behoefte is in Venray voor SMR’s.

4.1.3 De rol van duurzame gassen in de energiemix Waterstof Voor een aantal toepassingen zoals zwaar transport en hoge temperatuur processen in de industrie is er op dit moment nog geen goede elektrische oplossing en blijft er behoefte aan energie uit andere bronnen, met name waterstof. De bestaande infrastructuur van gasleidingen kan na beperkte aanpassingen ingezet worden voor waterstof. Waterstof heeft naast de rol als brandstof ook een rol als opslagmedium. De verwachting is dat waterstof de komende periode een substantiële bijdrage kan leveren aan de transitieopgave. Groengas Groengas is biogas dat is opgewaardeerd tot aardgaskwaliteit. Het heeft dan dezelfde samenstelling als aardgas en kan via het bestaande gasnet getransporteerd en geleverd worden aan woningen en andere gebouwen. Biogas wordt gewonnen uit reststromen zoals mest, gft-afval, rioolslib, gewasresten en reststromen uit de voedingsmiddelen industrie. Het Rijk zet in op een bijmengverplichting van 20% biogas op het gasnet die toegerekend wordt aan de warmtebehoefte van de gebouwde omgeving16. De potentie van biogas is in de RES-NML ingeschat op 2.500 TJ/jaar voor de hele regio. Naar rato van het aantal inwoners (8,3% van de totale regio) zou Venray dan kunnen rekenen op ca. 200 TJ/jaar.

Daarbij tekenen we aan dat er nog zeer veel onzekerheden zijn over de daadwerkelijke potentie van biogas, vooral vanwege de transitie in het landelijke gebied. Hierdoor gaan in de landbouwsector zoveel veranderingen plaatsvinden dat nu

16

https://open.overheid.nl/documenten/ronl-340ab97d9dc06e18736afa124aba68be873a60b1/pdf

29

geen betrouwbare uitspraak kan worden gedaan over de bijdrage van mestvergisting voor de productie van biogas. 4.1.4 Duurzame warmte De resterende energiebehoefte in de energiemix van de toekomst bestaat voornamelijk uit warmte, met name nodig voor verwarming van woningen en gebouwen. Hiervoor kunnen duurzame warmtebronnen worden ingezet zoals bijvoorbeeld warmte uit de bodem of het oppervlaktewater of restwarmte van de industrie. 4.1.5 Speerpunten We hanteren de volgende speerpunten om tot een nieuwe energiemix te komen. Omdat waterstof zowel een brandstof als een energiedrager is, komen de speerpunten hiervoor in 4.2 aan bod.

Speerpunt 8: Maken van gebiedsgerichte keuzes bij de verbouwing van het energiesysteem Door planmatig samen te werken met netbeheerders, bedrijven en netgebruikers maken we kwalitatieve keuzes voor de energie infrastructuur. Dit omdat dit een ordenend principe is geworden in de ruimtelijke ontwikkeling. De lokale belangen inbrengen in de Provinciale MIEK. In het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie & Klimaat (MIEK) werkt de overheid samen met industrie, energieproducenten en netbeheerders om projecten voor de infrastructuur van energie en grondstoffen te versnellen. Dit zijn projecten die belangrijk zijn voor de verduurzaming van de industrie, gebouwde omgeving, landbouw en mobiliteit en voor de realisatie van windenergie op zee. Het doel is om met meer regie over de hele keten, de infrastructuur van opwek tot afname, en door het wegnemen van knelpunten in de besluitvorming van projecten de aanleg van energie- en grondstoffeninfrastructuur te versnellen en systeemintegratie te bereiken.

Speerpunt 9: Faciliteren van de toenemende vraag naar transportcapaciteit Een uitbreiding van infrastructuur is nodig voor elektriciteit, waterstof en warmte. We reserveren tijdig ruimte om infrastructurele uitbreidingen mogelijk te maken. Het gaat dan bijvoorbeeld over ruimte voor MS-LS kabels en stations.

30

ENERGIESTRATEGIE 2030 GEMEENTE VENRAY

Een toekomstrobuust energiesysteem ontwikkelen

Speerpunt 10: Deelname aan de coalition of the willing groengas De productie van biogas hangt nauw samen met de transitie in het landelijk gebied en de verwachte veranderingen in de landbouw en de veeteelt. Pas als er meer duidelijkheid is over deze ontwikkeling en de hoeveelheid mest die straks nog resteert, kan de gemeente een strategie bepalen voor het produceren van biogas en de bijdrage hiervan aan de energiemix. Ondertussen neemt Venray deel aan de RES NML coalition of the willing. Deze samenwerking doet onderzoek naar de potentie van groen gas in de regio, en de voor- en nadelen van verschillende scenario’s.

Speerpunt 11: Inventarisatie van de mogelijkheden voor de opslag van warmte en koude in de bodem en geothermie Woningen en gebouwen die worden verwarmd (en gekoeld) met duurzame energie uit de bodem vragen minder elektriciteit en ontlasten daarmee het elektriciteitsnet. Met warmte-koudeopslag (WKO) wordt warmte in de zomer in de bodem opgeslagen en in de winter benut en koude wordt op dezelfde manier in de zomer benut. Geothermie onttrekt warmte op grote diepte uit de bodem. ΩWe ondersteunen initiatiefnemers bij de ontwikkeling van WKO en geothermie. In RES NML verband wordt onderzocht wat de kansen voor geothermie of bodemenergie zijn. Conform programmalijn vijf in het Uitvoeringsprogramma Warmte en Besparen Periode 2022-2025.

Speerpunt 12: Verkenning SMR’s De provincie Limburg is de alliantie kernenergie gestart. Uit technisch onderzoek is gebleken dat kernenergie in Limburg haalbaar is in de vorm van kleine modulaire reactoren (SMR’s). De alliantie gaat verder onderzoek doen en kennisdeling faciliteren rondom SMR’s in Limburg. We verkennen de behoefte en mogelijkheden voor SMR’s in Venray.

Speerpunt 13 : Faciliteren van eigen initiatief inwoners en ondernemers Er komen steeds vaker inwoners en ondernemers die al dan niet gezamenlijk hun panden aardgasvrij willen maken of een buurtbatterij willen plaatsen voor de tijdelijke opslag van energie. Inwoners, ondernemers, de woningcorporatie of andere partijen die kansen zien voor het aardgas vrijmaken van hun panden, faciliteren we met kennis en zo soepel mogelijke procedures.

31

4.2 Van een centraal naar een decentraal energiesysteem 4.2.1 Verschuiving naar decentrale opwekking De fossiele energie die we nu gebruiken wordt centraal opgewekt of geproduceerd. Elektriciteit komt uit de vijf centrales die op verschillende plekken in Nederland staan. Ook gas, olie en autobrandstoffen komen uit centrale productiefaciliteiten. Bij de inzet van duurzame energiebronnen zien we een verschuiving van centrale naar decentrale opweklocaties. Denk aan de opwek van hernieuwbare elektriciteit van zonnepanelen op de daken van Venrayse woningen en bedrijven. Daarnaast zijn bijvoorbeeld ook de SMR’s een vorm van decentrale opwek. 4.2.2 Aandeel lokale hernieuwbare opwek in de totale energiebehoefte Als gemeente moeten we ons voorbereiden op deze verschuiving, te meer omdat de beschikbaarheid van energie ook steeds meer een vestigingsfactor voor bedrijven en instellingen wordt. Vraag is welk deel van de energiebehoefte in de toekomst door duurzame bronnen van buiten de gemeente, zoals wind op zee en mogelijk ook kernenergie, wordt voorzien en welk deel binnen de gemeentegrenzen zal moeten worden opgewekt. Over deze verdeling zijn landelijk geen afspraken of uitgangspunten vastgelegd. Lokale hernieuwbare opwek betreft zowel zon op dak als zon op land. Grootschalige opwek van wind laten we op dit moment buiten beschouwing i.v.m.

de radarzone en aanvliegroute van vliegbasis De Peel en Volkel. Er komen nieuwe landelijke kaders aan maar we verwachten dat deze radarzones een rol zullen blijven spelen en dat de mogelijkheden voor grootschalige opwek van wind beperkt zijn. Doel: 45% lokale opwek We houden vast aan de ambitie van de energiestrategie uit 2013 om in 2030 45% van de energiebehoefte in Venray lokaal – dus binnen de gemeentegrenzen - hernieuwbaar op te wekken. We zien namelijk dat de potentie voor het opschalen van hernieuwbare opwek van buiten de gemeente niet voldoende is om aan de vraag en de CO2-reductiedoelstelling te voldoen.

* De voorspellingen voor de potentie van wind op zee liggen enorm uiteen. Uit het

rapport ‘Alles uit de kast. Een verkenning naar de opgaven voor het Nederlandse elektriciteitssysteem van 2030’ blijkt dat de aanlanding van nog meer elektriciteit van wind op zee tot 2030 niet mogelijk is17.

* Het vergroten van de import van hernieuwbare energie uit het buitenland is naar verwachting niet mogelijk voor 203018.

32

17

Alles uit de kast - Eindrapportage werkgroep extra opgave https://open.overheid.nl/documenten/ronld7c49bfc357ac5b0ebdc26e037e19818a3aa7876/pdf

18

De EU heeft het doel om tegen 2030 voldoende internationale elektriciteitskabels te hebben om ten minste 15% van de in een lidstaat geproduceerde elektriciteit naar de buurlanden te kunnen exporteren. Zie ook: https://energy.ec.europa.eu/topics/infrastructure/electricity-interconnectiontargets_en https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2022/26/aandeel-hernieuwbare-energie-daalt-ondanksstijging-zon-en-windenergie/statistische-overdracht

ENERGIESTRATEGIE 2030 GEMEENTE VENRAY

rige bronnen

ktriciteit

Een toekomstrobuust energiesysteem ontwikkelen

* Venray valt onder de RES-regio Noord- en Midden Limburg (NML). In 2021 heeft de RES NML een bod (RES 1.0) aan het Rijk gedaan om in 2030 1.200 GWh grootschalige hernieuwbare opwek van elektriciteit gerealiseerd te hebben. Deze opgave is in de RES 1.0 niet verdeeld onder de gemeenten. Dat betekent dat we om dubbeltelling te voorkomen, geen opwek uit de overige gemeenten van de RES NML regio aan Venray toeschrijven. De ontwikkeling van Energielandschap Wells Meer in gemeente Bergen (goed voor 293 GWh) vormt daarop de enige uitzondering omdat hier een intentie ligt om hierin mee te investeren. Het kabeltracé naar Wells Meer komt te lopen door de gemeente Venray naar station Keizersveld19. De verwachting is dat dit op zijn vroegst pas vanaf 2028 aan de orde kan zijn en dat het dan om een beperkte hoeveelheid aan Venray toe te schrijven opwekcapaciteit zal betreffen. Daarop aansluitend hebben we ervaren dat het tussen 2013 en 2023 lastig was om de doelstelling voor hernieuwbare opwek ook daadwerkelijk te realiseren. Mede door de verwachte stijgende elektriciteitsvraag vinden wij het echter belangrijk ambitieus te blijven en onze aandacht niet te laten verslappen. Dit ook met het oog op de inzet die nog gepleegd zal moeten worden richting 2050. 4.000

lokale opwek

3.000

totale elektrabehoefte (TJ)

2.000 1.000 0 2021

2030

2050

Figuur 4.3: Ontwikkeling lokale opwekking van elektriciteit in Venray bij 45% lokaal

4.2.3 Opgave lokale opwek elektriciteit 2030 Uitgaande van een totale elektriciteitsbehoefte van ongeveer 2050 TJ in 2030 betekent dat een doel van 928 TJ om lokaal op te wekken. In het peiljaar 2021 werd 260 TJ lokaal hernieuwbaar opgewekt. Dan blijft nog 668 TJ over om tussen 2021 en 2030 extra te realiseren.

Hoeveel is 668 TJ? Om 668 TJ/jaar duurzaam te kunnen opwekken zijn 185 ha zonnepanelen of 14 grote windturbines nodig. Eerder hebben we al gemotiveerd waarom de ontwikkeling van windturbines in Venray niet kansrijk is.

19

https://www.tennet.eu/nl/projecten/venray-bergen

33

14x

of

185 ha

Figuur 4.4: Opgave 2030 t.o.v. 2021

Waar gaan we deze opgave realiseren? Van de 185 ha zonnepanelen is op dit moment reeds 37 ha vergund. Ondanks dat niet duidelijk is of deze parken ook gerealiseerd zullen worden trekken we deze vergunde zonneparken van de opgave af. Dan resteert een opgave van 148 ha zon. Deze opgave kan voor een deel op de daken van woningen en gebouwen worden gerealiseerd: 20

* De extra potentie van zonnepanelen op daken van woningen bedraagt ca. 12 ha. 21 * De extra potentie van zonnepanelen op bedrijfsdaken bedraagt ca. 20 ha.

De resterende opgave van 116 ha zal in de vorm van zonnepanelen op land moeten worden gerealiseerd. Totaal opgave

↓

↓

↓

reeds vergund

potentie zon op dak

restopgave zon op land

37 ha

32 ha

116 ha

Figuur 4.5: verdeling opgave lokale opwek

34

20

In 2021 werd 258 TJ (ca. 28% van het totaal) opgewekt via zonnepanelen op de daken van woningen en (bedrijfs)panden. Van de opwek via zonnepanelen komt 20,6% (53 TJ) van de daken van woningen. In 2021 beschikte 35% van de Venrayse woningen over zonnepanelen (bron klimaatmonitor). De ambitie is om dit te verdubbelen.

21

UP Warmte en Besparen 2022-2025

ENERGIESTRATEGIE 2030 GEMEENTE VENRAY

Een toekomstrobuust energiesysteem ontwikkelen

Om de 116 ha zon op land te realiseren maken we gebruik van de Limburgse zonneladder die voor Venray is aangepast in een 5 sporenbeleid. In het Kader Opwek Duurzame Energie (KODE) staat dit uitgewerkt en staan ook de uitsluitingsgebieden benoemd (zie bijlage 1). Dit zijn bijvoorbeeld gebieden nabij dorpskernen, met bijzondere cultuur- of natuurlandschappelijke waarde. Indien de kaders voor wind aangepast worden zal de manier om deze opgave te bereiken gerevalueerd worden. Verzwaring kent echter ook een grens en daarom moet er ook naar andere oplossingen gezocht worden om vraag en aanbod van stroom goed op elkaar af te stemmen. Netcongestie is ook geen tijdelijk probleem, ook na 2027 zal dit aan de orde zijn. Eén van de oplossingen is het lokaal opslaan van lokaal geproduceerde energie. In de meest recente kabinetsplannen worden zonneparken gevraagd om een grootschalige batterijopslag te plaatsen als onderdeel van hun installatie. Naast opslag zijn er een aantal andere mogelijkheden: de stroom zoveel mogelijk direct gebruiken bijvoorbeeld om auto’s op te laden of lokaal om te zetten in waterstof en deze te gebruiken voor industriële processen of transport. Dit maakt onderdeel uit van een sterk en slim netwerk. Hier gaan we in het volgende hoofdstuk verder op in. Al deze oplossingen vragen om samenwerking tussen overheden, bedrijfsleven en burgers.

Netcongestie Op dit moment is in gemeente en de hele regio sprake van netcongestie. Netcongestie is de situatie waarin de vraag naar elektriciteit het aanbod overtreft of andersom - en de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk ontoereikend is om aan de vraag te voldoen of het aanbod naar elders te transporteren. Netcongestie remt momenteel de ontwikkeling van zonprojecten. Om verdere netcongestie te voorkomen, zijn de netwerkbedrijven (Tennet en Enexis) druk bezig om het netwerk te verzwaren. Enexis verwacht dat tot 2027 geen nieuwe aansluitingen van grootschalige opweklocaties en aansluitingen van nieuwe bedrijven gerealiseerd kunnen worden in Venray. We zetten in op het voorbereiden van hernieuwbare opwekprojecten zodat deze van start kunnen gaan zodra er capaciteit op het net beschikbaar is. Een mogelijk nieuw onderstation ten behoeve van de gebiedsontwikkeling in het gebied ten westen van de kern Venray maakt hier onderdeel van uit.

4.2.4 Opgave lokale opwek duurzame warmte 2030 De mogelijkheden voor geothermie alsmede de inzet van groengas in de gebouwde omgeving (incl. de bijmengverplichting) worden binnen de RES NML onderzocht. We tekenen aan dat er nog zeer veel onzekerheden zijn over de daadwerkelijke potentie van geothermie alsmede van groengas, dit laatste vooral vanwege de transitie in het landelijke gebied. Hierdoor gaan in de landbouwsector zoveel veranderingen plaatsvinden dat nu geen betrouwbare uitspraken kunnen worden gedaan.

35

4.2.5 Speerpunten We hanteren de volgende speerpunten om tot meer lokale opwek te komen.

Speerpunt 14: Klein- en grootschalige opwek zon op dak We willen dat daken van particulieren, bedrijven en maatschappelijk vastgoed zoveel mogelijk benut worden voor de opwek van zonne-energie. Dit levert de minste overlast op en de bewoners en ondernemers plukken hier zelf direct de vruchten van.

* Zon op daken woningen: in 2030 liggen op 70% van de geschikte daken

gemiddeld 10 zonnepanelen (tevens RES-NML-doel). Dit is een verdubbeling ten opzichte van peiljaar 2021. We monitoren de ontwikkelingen en onderzoeken mogelijke stimulering wanneer deze achterblijven.

* Zon op daken bedrijven, commercieel en maatschappelijk vastgoed en

agrarische ondernemers: in 2030 is het areaal zonnepanelen toegenomen van 60 ha naar 80 ha. We monitoren de ontwikkelingen en onderzoeken mogelijke stimulering wanneer deze achterblijven.

* Zon op parkeerplaatsen: openbare parkeerplaatsen kunnen worden overdekt met zonnepanelen. De mogelijkheden hiervoor worden onderzocht. Indien

mogelijk is in 2030 ten minste 30% van de kansrijke parkeerplaatsen voorzien van zonnepanelen.

* Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 krijgt de

gemeente in het kader van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) de bevoegdheid om via een zogenoemde maatwerkregel in het Omgevingsplan te eisen dat nieuwe en bestaande gebouwen voor industrie en overige functies (schuren, parkeergarages, etc.) hun dak moeten gebruiken voor duurzame opwek van energie of klimaatadaptatie. De gemeente kan hierbij gebiedsgericht differentiëren. Voorwaarde bij nieuwbouw is dat de daken niet al onder de voorgenomen BENG-eisen (Bijna Energieneutrale Gebouwen) vallen. De BENG-eisen verplichten tot de opwek van minimaal 50% hernieuwbare energie, gerelateerd aan eigen energieverbruik van het gebouw. De gemeente onderzoekt op welke wijze van deze bevoegdheid gebruik gemaakt kan worden. Gedacht wordt aan de uitwerking hiervan in het Omgevingsplan.

36

ENERGIESTRATEGIE 2030 GEMEENTE VENRAY

Een toekomstrobuust energiesysteem ontwikkelen

Speerpunt 15: Klein- en grootschalige opwek zon op land Omdat we de CO2 reductie doelstelling niet halen met alleen zon op dak bieden we ook ruimte aan zon op land. Hiervoor zijn vijf sporen geïdentificeerd voor Venray gebaseerd op de Limburgse zonneladder. We ondersteunen initiatieven voor zon op land en toetsen deze aan de hand van KODE. Hierin staan pijlers waaraan deze initiatieven moeten voldoen, denk bijvoorbeeld aan landschappelijke inpassing, integraal en inclusief:

* Landschappelijke inpassing: een zonnepark vindt ruimtelijk logisch aansluiting bij de kenmerken van de plek waar deze beoogd wordt. Iedere plek heeft daarbij zijn eigen verhaal en kenmerken zoals bebouwingsstructuren, verkavelingspatronen en landschapselementen.

* Integraal: hierbij wordt gekeken naar de kansen en mogelijkheden om

duurzame energieopwekking met de andere opgaven te integreren zodanig dat ze elkaar versterken en een robuust toekomstbestendig gebied ontstaat.

* Inclusief: de inwoners en ondernemers in Venray profiteren mee van de ontwikkeling van zonne-energie.

Naast het toetsen van initiatieven starten we ook met het opstellen van een energieke gebiedsvisie in spoor 5 waarbinnen een deel van de opdracht voor hernieuwbare opwek kan landen.

Speerpunt 16: Wind op land Voor windprojecten worden nieuwe landelijke normen ontwikkeld. Zodra deze beschikbaar zijn, kijken we wat deze normen betekenen voor de mogelijkheden voor windenergie in Venray. Kleine windturbines (tiphoogte max. 15 meter, max. 20 kW) zijn al mogelijk (zie KODE).

Speerpunt 17: Onderzoeken mogelijkheden collectieve warmtevoorziening voor de gebouwde omgeving Een collectieve warmtevoorziening kan een belangrijk onderdeel zijn van het nieuwe energiesysteem gebaseerd op duurzame warmte. Alles wat niet individueel maar collectief opgepakt kan worden is duurzamer en biedt mogelijkheden voor besparing. In samenwerking met de RES-NML onderzoeken we de mogelijkheden voor de ontwikkeling van een duurzame warmtevoorziening conform de aanpak uit het Uitvoeringsprogramma Warmte en Besparen Periode 2022-2025.

37

Speerpunt 18: Regionale afstemming en samenwerking om opwek zo veel mogelijk te faciliteren In samenwerking met de provincie, regio en netbeheerders werken we aan oplossingen voor netcongestie. Bijvoorbeeld door gezamenlijke overzichten op te stellen met verwachte aansluitingen en door vergunningprocedures zo soepel mogelijk te laten verlopen. Het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) en het integraal programmeren onder het pMiek is hierbij leidend.

4.3 Sterke en slimme netwerken 4.3.1 Vraag en aanbod op korte afstand en opslag Met sterke en slimme netwerken willen we een oplossing bieden voor netcongestie. Een slim energienetwerk, ook wel smart grid genoemd, is een netwerk dat gebruik maakt van digitale technologieën om vraag en aanbod van energie beter op elkaar af te stemmen. Het maakt gebruik van tweerichtingsverkeer. Dit zorgt voor een efficiënter gebruik van energie en maakt het mogelijk om meer hernieuwbare energie te integreren. Een sterk en slim energienetwerk maakt daarnaast gebruik van opslagtechnologieën, zoals batterijen en waterstofopslag, om energie op te slaan wanneer er een overschot is en deze op een later moment te gebruiken wanneer er een tekort is. Groene waterstof is cruciaal voor de industrie en het (internationaal) transport en heeft daarmee een systeemrol in het toekomstige energiesysteem. Bij een slim netwerk liggen vraag en aanbod idealiter op zo kort mogelijke afstand van elkaar. We bekijken slimme netwerken niet alleen vanuit de technologiekant maar ook vanuit de sociale kant. Het is een samenwerking waarbij afstemming en medewerking heel belangrijk is. 4.3.2 Opslag van energie in een decentraal energiesysteem Hernieuwbare energie kent grote leverpieken wanneer er veel zon of wind is maar weinig vraag is of andersom.

Denk maar aan het aanzetten van de oven en afwasmachine in de avond terwijl de zon net onder is. Deze mismatch tussen vraag en aanbod gebeurt in een dag-nacht ritme en is ook seizoensgebonden. In de winter verbruiken we veel meer energie terwijl we minder opwekken. Door de transportbeperkingen van het net (netcongestie) is het belangrijk om energie op te kunnen slaan. Daarvoor bestaan de volgende opties.

38

ENERGIESTRATEGIE 2030 GEMEENTE VENRAY

Een toekomstrobuust energiesysteem ontwikkelen

Batterijopslag Batterijen krijgen een steeds belangrijkere rol in het energiesysteem. In het (concept) Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) wordt veel van batterijopslag verwacht22. Ook worden zonneparken verplicht om een grootschalige batterijopslag te plaatsen23. Ontwikkelingen rondom de opslag in batterijen volgen elkaar in rap tempo op. Er zijn veel verschillende typen batterijen en er komen steeds meer batterijtechnologieën op de markt. Deze zijn steeds beter geschikt voor lange gebruikstijden en grote vermogens. De meeste batterijen zijn geschikt voor dag-nacht overbrugging. Seizoensopslag vraagt een zeer grote capaciteit (denk 100 MWh). Voor thuisbatterijen zijn er innovaties als de zoutwater batterijen24. Voorbeelden van een goede schaalbare nieuwe technologie voor grootschalige opslag is bijvoorbeeld de flow batterij25. We vinden het belangrijk om, aansluitend op het beleid van de rijksoverheid, in Venray ervaring op te doen met de inzet van batterijen en innovatieve technologieën toe te passen. Waterstofconversie Waterstof speelt een belangrijke rol in de energietransitie. Waterstof is naast een brandstof ook een energiedrager.

Hernieuwbaar opgewekte elektriciteit hoeft dan niet tijdens de piek op het net gezet te worden maar de energie kan door gebruik van waterstof als energiedrager op een later moment gebruikt worden, bijvoorbeeld als brandstof of grondstof voor de industrie. De grootste uitdaging is het identificeren van groene waterstoftoepassingen die voldoende rendement opleveren, dit omdat momenteel de kosten van de productie van groene waterstof nog hoger zijn dan de kosten van de alternatieven. Innovaties zullen elkaar snel opvolgen, beide technisch (rondom efficiency en transport) alsmede economisch (businessmodellen). Het is belangrijk voor Venray om ervaring op te doen met groene waterstof om in de rol van waterstof in het toekomstig energiesysteem te kunnen voorzien. Warmteopslag Ook opslag van warmte is een belangrijk onderdeel van een robuust energiesysteem. Het opslaan van thermische energie kan op vele manieren. Door warmte-koude opslag (WKO) wordt warmte in de zomer in de bodem opgeslagen en in de winter benut en koude wordt op dezelfde manier in de zomer benut. Ook kan warmte in zout, stenen en beton worden opgeslagen of warm water in aquifers en buffervaten. Daarnaast kan overtollige opgewekte elektriciteit in warmte worden omgezet en bijvoorbeeld worden opgeslagen in de bodem.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13433826/1