03 Deurneseweg 91 en Ringweg 2 Toelichting
Tekst van het document
Om te zorgen dat onze jongeren willen blijven wonen en werken in Venray en de regio, is het de opgave dat er voor de jongeren een aantrekkelijke leef-, werken woonklimaat is.
Binnen de gemeente Venray is er op de diverse bedrijventerreinen op dit moment geen enkele bedrijfslocatie beschikbaar (terstond uitgeefbaar) welke voldoet aan de eisen voor de vestiging van het autoverhuurbedrijf (bron: Rebis Bedrijventerreinen provincie Limburg, november 2020).
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 3 4
Er zijn geen locaties beschikbaar met een bedrijfsperceel van 1-1,5 ha met de mogelijkheid om bij het bedrijf te wonen. Op bedrijventerrein Agrobaan Ysselsteyn is volgens Rebis één kavel van voldoende omvang beschikbaar, maar feitelijk is deze al verkocht aan een derde partij die hierop plannen aan het ontwikkelen is. Op bedrijventerrein De Hulst II is nog één kavel van net iets meer dan 1 ha beschikbaar; echter, het is op deze locatie niet mogelijk om een bedrijfswoning erbij te realiseren ten behoeve van enerzijds de bedrijfsbeveiliging en beperking van de kans op onder andere diefstal, en anderzijds het terstond kunnen uitvoeren van reparaties aan voertuigen welke continu in roulatie zijn. Het bieden van uitbreidingsruimte aan een feitelijk bestaand en goed renderend bedrijf langs één van de hoofdontsluitingswegen in het buitengebied, zorgt ervoor dat de bestaande werkgelegenheid behouden blijft en werkgelegenheid kan bieden aan mensen in deze regio. Het project is derhalve niet strijdig met voornoemde visie.
4.3.2
Structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Ysselsteyn
De gemeenteraad van Venray heeft op 28 september 2010 de structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Ysselsteyn vastgesteld. Hierin is een analyse van de huidige situatie van de kern Ysselsteyn en een hierop gebaseerde strategische visie neergelegd. In de strategische visie wordt de visie op Ysselsteyn voor de periode tot 2020 beschreven. Op basis van de analyse van de huidige situatie zijn de sterktes en zwaktes, en de hiermee samenhangende kansen en bedreigingen van de kern Ysselsteyn in beeld gebracht, hetgeen heeft geresulteerd in een integrale gebiedsvisie. Deze visie voor de kern Ysselsteyn is gestoeld op 4 pijlers, te weten een ruimtelijke, functionele, economische en sociaal maatschappelijke pijler. In de ruimtelijke pijler wordt aangegeven op welke locaties in en rond de kern nieuwe (woningbouw)ontwikkelingen mogelijk zijn, en welke voorwaarden hieraan zijn verbonden. Op basis van de visiebepaling is een aantal speerpunten geformuleerd voor concrete ontwikkelingen in en rond de kern Ysselsteyn. Deze speerpunten zijn opgenomen in de uitvoeringsagenda behorende bij het dorpsontwikkelingsplan. Enkele van deze speerpunten zijn de herinrichting van het Lovinckplein, vermindering van overlast als gevolg van de omliggende intensieve veehouderijen, het stimuleren van bedrijvigheid en een concentratie van de gezondheidszorg in en rondom het dorp.
Op basis van de strategische visie en de hierin geformuleerde speerpunten is een uitvoeringsagenda opgesteld, waarin 14 concrete agendapunten zijn benoemd. Deze punten zijn onder te verdelen in projecten op het gebied van: sociaal maatschappelijke aard; bedrijvigheid; openbare ruimte; milieu; verkeer.
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 3 5
Analysekaart behorende bij structuurvisie DorpsontwikkelingsplanYsselsteyn
Onderhavig bestemmingsplan komt met het wegbestemmen van de het agrarisch bouwvlak en de functieaanduiding 'intensieve veehouderij' ter plaatse van de Ringweg 2 tegemoet aan het streven tot een afwaartse beweging van het aantal intensieve veehouderijen nabij de kern. Het wegbestemmen van het agrarisch bouwvlak en de aanduiding intensieve veehouderij, omzetting naar een reguliere woonbestemming en de sloop van de stallen noopt tot een financiële impuls door het instemmen met de legalisering van het bestaande autoverhuurbedrijf aan de Deurneseweg 91 en het herbestemmen van die locatie (welke overigens niet binnen het plangebied van de Structuurvisie DOP Ysselsteyn valt), onder de voorwaarde dat ook daar een afname van het bebouwde oppervlak zal plaatsvinden.
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 3 6
4.3.3
Economische visie Venray 2008 - 2020
In haar Economische visie Venray 2008 - 2020 geeft de gemeente Venray verdere invulling aan de doelstelling ‘Venray is kennisintensief’. De visie dient als leidraad voor het gemeentelijk economisch beleid voor de periode 2008 - 2020, met waar nodig een doorkijk naar 2020/2025. In de economische visie kiest Venray voor de volgende drie speerpunten: Kennis en innovatie; Kwaliteit en duurzaamheid; Regionale identiteit. Met betrekking tot bedrijvigheid in het landelijk gebied wordt op zoek gegaan naar alternatieve economische dragers. De ruimtelijke kwaliteit is hierbij leidend. In het bestemmingsplan buitengebied zijn verder concrete randvoorwaarden opgenomen voor niet agrarische bedrijvigheid, waarover meer in paragraaf 4.3.5 van deze plantoelichting.
4.3.4
Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling
De Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling 2011 is vastgesteld op 20 december 2011 en op 1 januari 2012 in werking getreden. Het in deze structuurvisie vastgelegde kwaliteitsbeleid omtrent een bijdrage Ruimtelijke ontwikkeling is gebaseerd op de gedachte dat ruimtelijke ontwikkelingen (bouwactiviteiten) leiden tot verlies aan ruimtelijke kwaliteit en dat dit verlies moet worden gecompenseerd. Achterliggend doel is het behoud en waar mogelijk versterking van de (groene) kwaliteiten van zowel het buitengebied als het stedelijk gebied.
Het ruimtelijk beleid in het stedelijk en het buitengebied is vastgelegd in diverse ruimtelijke visies en bestemmingsplannen. Deze zijn maatgevend voor waar welke ontwikkelingen worden toegestaan. In dit beleid en deze regelgeving wordt ook ingegaan op de ruimtelijke kwaliteit en maatregelen die kunnen worden genomen. Sommige maatregelen worden niet via een bijdrage voor de ruimtelijke ontwikkeling geregeld. In het bestemmingsplan “Buitengebied Venray 2010” zijn een tweetal uitgangspunten uitgewerkt die rechtstreeks gericht zijn op behoud van de ruimtelijke kwaliteit: 1. hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB): nieuwvestiging van een niet-agrarisch bedrijf of recreatiebedrijf is alleen in een VAB toe te staan; 2. bij uitbreiding van woningen, landbouwverwante en kleinschalige bedrijven (meer dan het maximale bebouwingsvolume) is uitbreiding op basis van een sloopregeling mogelijk. Voor plangebied A is sprake van beide uitgangspunten. Het provinciale en gemeentelijke beleid is er in beginsel op gericht om nieuwe bedrijfslocaties in het buitengebied te voorkomen. Uitbreiding van bestaande bedrijven in het buitengebied, of van locaties die worden hergebruikt voor bedrijfsvestiging, is alleen toegestaan onder strikte voorwaarden. De eerste voorwaarde is een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing van het bedrijfsgebouw.
Het groen wordt daarbij passend bestemd en beschermd. Bij voorkeur vindt de compensatie binnen de ontwikkeling zelf of in de directe omgeving plaats. Voor de landschappelijke inpassing aan de Deurneseweg 91, waar de bestaande
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 3 7
autoverhuuractiviteiten zullen worden gelegaliseerd en aan deze activiteiten duidelijk omschreven en gemaximeerde gebruiksruimte wordt gegeven, is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, zoals in paragraaf 3.2 aan de orde is geweest. De tweede voorwaarde betreft de sloopverplichting welke het bevoegd gezag heeft opgelegd aan initiatiefnemer. Met de sloopoppervlakte en sloopkuubs zoals beschreven in paragraaf 3.1 van deze plantoelichting wordt derhalve voldaan aan de sloopverplichting.
4.3.5
Vigerend bestemmingsplan
Voor de plangebieden vigeren de volgende bestemmingsplannen: Deelgebied A Naam bestemmingsplan Bestemming
Vaststelling Raad
bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening locatie en regels
20 september 2017
- bestemming Agrarisch - functieaanduidingen 'glastuinbouw', 'kas'en 'bedrijfswoning' - gebiedsaanduiding luchtvaartverkeerzone (max. bouwhoogte 85, 90 resp. 95 m) - gebiedsaanduiding reconstructiewetzone - verwevingsgebied
Afbeelding: Uitsnede verbeelding A
Binnen de bestemming aan de Deurneseweg 91 is het exploiteren van een autoverhuurbedrijf niet toegestaan. Daarom is het noodzakelijk om een reguliere bestemmingsplanprocedure te doorlopen.
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 3 8
Deelgebied B Naam bestemmingsplan Bestemming
Vaststelling Raad
bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, inclusief herziening regels
14 december 2010 resp. 20 september 2017
- bestemming Agrarisch - functieaanduidingen 'intensieve veehouderij' en 'bedrijfswoning' - gebiedsaanduiding luchtvaartverkeerzone (max. bouwhoogte 72 m) - gebiedsaanduiding reconstructiewetzone - verwevingsgebied
Afbeelding: Uitsnede verbeelding B
De bestemming aan de Ringweg 2 dient afgestemd te worden op de nieuwe functie 'wonen'
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 3 9
Hoofdstuk 5 Milieu-planologische aspecten 5.1
Geluidhinder
De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen (onder meer onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen) en geluidsgevoelige terreinen (onder meer woonwagenstandplaatsen). Uit art. 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De zonebreedte is afhankelijk van het gebied (stedelijk of buitenstedelijk) en het aantal rijstroken. Binnen de zones moet een akoestisch onderzoek worden verricht. De voorkeursgrenswaarde voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen bedraagt in die zone op de buitengevel 48 dB (art. 82 Wgh). De Ringweg in Ysselsteyn is aangewezen als weg met een maximumsnelheid van 30 km/h; ter plaatse van het plangebied deel B loopt deze weg dood. In casu betreft het pand een bestaande agrarische bedrijfswoning, die alleen van bestemming wisselt. Het nieuwe bouwvlak voor de woning blijft gelijk aan het huidige aanduidingsvlak 'bedrijfswoning'. Wanneer de wijziging via het bestemmingsplan wordt gerealiseerd, hoeft er geen akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. Op basis van art.
76 lid 3 Wgh hoeft de geluidsbelasting van een aanwezige weg (waar geen wijzigingen optreden) op een bestaande woning niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Hieronder valt het omzetten van een agrarische bedrijfswoning naar een (burger)woning. Voor de ontwikkeling aan de Deurneseweg 91 is er geen sprake van planologisch nieuwe bedrijfsactiviteiten welke geluidgevoelig zijn, zodat een onderzoek naar wegverkeerslawaai ook hier niet noodzakelijk is. Spoorweglawaai Beide plangebieden liggen niet in een zone van een spoorweg.
5.2
Bodem- en grondwaterkwaliteit
In het kader van het onderhavige plan wordt binnen het plangebied aan de Ringweg 2 een andere bodemgevoelige functie toegelaten in de vorm van een burgerwoning en aan de Deurneseweg 91 in de vorm van bedrijfsactiviteiten (autoverhuurbedrijf).
Deurneseweg 91 Op 2 juli 2020 is door Econsultancy BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor deelgebied A, waarvan de conclusie onderstaand is weergegeven: "De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot sterk siltig, zeer fijn tot matig grof zand. De bovengrond is bovendien zwak tot matig humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak gleyhoudend. De bovengrond is plaatselijk zwak kolengruishoudend. Verder is plaatselijk asfalt en baksteen aangetroffen in de bodem. Er zijn op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, tijdens de terreininspectie | bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 4 0
en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Ter plaatse van de kas zijn geen boringen geplaatst daar deze momenteel nog in gebruik is voor het kweken van asperges. Gelet op de analyseresultaten waaruit blijkt dat de omgeving van de kas (anders dan de asfalthoudende bodem) niet verontreinigd is. Geconcludeerd kan worden dat in de kas geen verontreiniging aanwezig is. Op de onderzoekslocatie zijn de volgende deellocaties onderzocht: Deellocatie A: gehele onderzoekslocatie Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd, dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een "verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig" (VED-HE-NL). In de zintuiglijk schone bovengrond en de zintuiglijk zwak baksteenhoudende bovengrond zijn analytisch géén verontreinigingen aangetoond. In de zintuiglijk met baksteen en kolengruis verontreinigde laag zijn analytisch lichte verontreinigingen met zink en PAK aangetoond. In de sterk asfalthoudende laag is een lichte verontreiniging met PCB geconstateerd. Verder is een matige minerale olie verontreiniging en een sterke PAK verontreiniging geconstateerd.
Analytisch zijn geen verontreinigingen in de zintuiglijk schone ondergrond aangetoond. De matige minerale olie verontreiniging en sterke PAK verontreiniging ter plaatse van boringen A16 en A19 zijn te relateren aan de zintuiglijk sterk asfalthoudende bodem. Het grondwater is in combinatie met deellocatie B onderzocht. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen met barium, molybdeen en nikkel aangetoond. De aangetoonde lichte metaalverontreiniging is hoogstwaarschijnlijk te relateren aan het regionaal voorkomen van verhoogde concentraties van metalen in het grondwater. De vooraf gestelde hypothese dat de onderzoekslocatie ter plaatse van deellocatie A als "heterogeen verdacht" dient te worden beschouwd, wordt aanvaard.
Deellocatie B: wasplaats, bovengrondse dieseltank en olie-benzine afscheider Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd, dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een "verdachte locatie met plaatselijk bodembelasting en met een duidelijke verontreinigingskern" (VEP). Alsmede volgens de strategie voor een "verdachte locatie met plaatselijk bodembelasting, ondergrondse opslagtanks" (VEP-OO). Ter plaatse van de onderzijde van de olie-benzine afscheider is geen verontreiniging met minerale olie aangetoond, de gehalten liggen onder het detectielimiet. Verder is de bovengrond, ter plaatse van de bovengrondse dieseltank niet verontreinigd met minerale olie. De bovengrond nabij de wasplaats is eveneens niet verontreinigd met minerale olie. In het grondwater dat in combinatie met deellocatie A is onderzocht (peilbuis 01) is geen verontreiniging met minerale olie of aromaten aangetoond. De vooraf gestelde hypothese dat de onderzoekslocatie ter plaatse van deellocatie B als "plaatselijk verdacht" dient te worden beschouwd, wordt verworpen. Conclusie en advies Econsultancy adviseert om de aard en de omvang van de vastgestelde matige minerale olie en sterke PAK verontreinigingen ter plaatse van boringen A16 en A19 (traject 0,08-0,3
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 4 1
m -mv) nader te onderzoeken. Hierbij dienen ook boringen A18, A21 en B04 waar eveneens een asfalthoudende laag is aangetroffen in het onderzoek meegenomen te worden. Echter, gelet op het feit dat de locatie momenteel als agrarisch is bestemd en de locatie gewijzigd wordt in bedrijf (minder gevoelige functie), vormen deze verontreinigingen geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Voor de omgevingsvergunning bouwen is het nader bodemonderzoek wel noodzakelijk. Econsultancy acht in verband met het ontbreken van puin(resten) een verkennend/nader onderzoek asbest in bodem/puin conform de NEN 5707/5897 niet noodzakelijk. Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (d.d. 29 november 2019) of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing."
Dit verkennend bodemonderzoek is integraal aan de planstukken toegevoegd.
Ringweg 2 In juni en oktober 2020 is door HMB een verkennend bodemonderzoek (asbest) uitgevoerd. In dit onderzoek is het volgende geconcludeerd: "Deellocatie A: onverdacht terrein Geconcludeerd wordt dat de hypothese “onverdachte locatie” geen stand houdt. In de grond zijn geen van de onderzochte parameters aangetoond in een gehalte boven de achtergrondwaarden. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen met zink en / of barium aangetoond. Zware metalen in het grondwater is in Noord-Limburg een bekend verschijnsel. De verhoogde gehalten met metalen worden derhalve toegeschreven aan van nature verhoogde achtergrondgehalten. Deellocatie D en E: bovengrondse dieseltanks Geconcludeerd wordt dat de hypothese “verdachte locatie” ten aanzien van de bovengrondse dieseltanks geen stand houdt. In zowel de grond als het grondwater zijn geen verontreinigingen met minerale olie en/of BTEXN aangetoond. Deellocatie B en C: druppelzones Ter plaatse van de druppelzones is geen noemenswaardig verhoogd gehalte asbest in de grond aangetoond. Deellocatie F Puinverharding Conform de uitgevoerde toetsing zou het puin, met uitzondering van het asbest, toepasbaar zijn voor hergebruik als niet-vormgegeven bouwstof. Op basis van de asbestanalyses blijkt dat in de puinverharding, ter plaatse van proefgat P4, asbest is aangetoond in een gehalte boven de maximale samenstellingswaarde (100 mg/kg d.s.).
De aangetoonde gehalten asbest in de puinverharding vormen een belemmering voor het gebruik van de onderzoekslocatie. Aanbevelingen Naar aanleiding van het aangetroffen / aangetoonde asbest ter plaatse P4 wordt | bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 4 2
geadviseerd een aanvullend onderzoek asbest uit te voeren. Ter plaatse van de overige deellocatie is er geen aanleiding om nader bodemonderzoek te adviseren."
Dit verkennend bodemonderzoek is integraal aan de planstukken toegevoegd. Het aanvullend onderzoek naar asbest is, conform aanbeveling, inmiddels uitgevoerd en als bijlage toegevoegd aan de plantoelichting.
5.3
Luchtkwaliteit
De regels inzake luchtkwaliteit kennen het onderscheid tussen 'kleine' en grote' projecten. Kleine projecten dragen niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in het Besluit “Niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)”. Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten - die jaarlijks meer dan 3 procent van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM10 en NO2 bijdragen- een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. De Regeling 'Niet in betekenende mate bijdragen' bevat regels omtrent de aanwijzing van categorieën van gevallen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, onder c, van de Wet milieubeheer (Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)). Voor woningbouw geldt dat woningbouwprojecten van netto niet meer dan 1500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) niet in betekende mate bedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 4 lid 1 Besluit NIBM jo. art. 4 lid 2, bijlage 3B.2 Regeling NIBM).
Onderhavig plan (deelgebied B) heeft betrekking op de omzetting van een agrarische bedrijfswoning in een burgerwoning. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het project per saldo niet in betekende mate bedraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, dan wel zelfs bijdraagt aan de verbetering van de luchtkwaliteit door ook het formeel staken van agrarische bedrijfsactiviteiten. Voor de omgekeerde werking zijn eveneens de vigerende en de gewenste woonfuncties beschouwd. Het nieuwe bouwvlak 'wonen' blijft gelijk aan het huidige aanduidingsvlak 'bedrijfswoning'. De afstand van de woonfunctie tot omliggende agrarische en niet agrarische bedrijven en de Ringweg 2 blijft dus gelijk aan de huidige situatie. Het huidige woon- en leefklimaat blijft daarmee gegarandeerd en wordt zeker niet slechter. Luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor dit deel van het project.
Voor deelgebied A zullen de verkeersbewegingen welke nu te relateren zijn aan de vigerende planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, 'beëindigd' worden en hiervoor zullen de verkeersbewegingen als gevolg van het (reeds feitelijke gebruik als) autoverhuurbedrijf in de plaats komen. Het aantal verkeersbewegingen zal op basis van de
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 4 3
voorziene bedrijfsvoering circa 160 stuks per etmaal bedragen. Via de NIBM-rekentool is een berekening gemaakt waaruit blijkt dat bij een toename van het aantal van 160 verkeersbewegingen per dag (waarvan 70% zwaarder verkeer) sprake is van 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
Afbeelding: uitvoer NIBM-tool
Luchtkwaliteit vormt derhalve duidelijk ook geen belemmering voor dit deel van het plan.
5.4
Externe veiligheid
5.4.1
Risicovolle inrichtingen (Bevi)
De veiligheid rond bedrijven wordt gereguleerd in de vigerende omgevingsvergunning voor de activiteit milieu (of het Activiteitenbesluit) en het Besluit externe veiligheid inrichtingen van 21 oktober 2004 (Bevi). In het Bevi zijn specifieke regels opgenomen voor specifieke risicovoIle inrichtingen. Het gaat hierbij onder meer om inrichtingen in het kader van het Besluit risico's zware ongevallen 1999, LPG-tankstations, inrichtingen waar gevaarlijke (afval)stoffen of bestrijdingsmiddelen in emballage van meer dan 10.000 kg worden opgeslagen of inrichtingen met een koel-of vriesinstallatie met meer dan 400 kg ammoniak. In het Bevi heeft iedere risicovolle inrichting een veiligheidszone gekregen. Dit heet de plaatsgebonden risicocontour (PR-contour). Binnen deze contour mogen nieuwe kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen, grootschalige kantoren, hotels, winkelcentra, campings) of beperkt kwetsbare objecten (zoals verspreid liggende woningen, bedrijfswoningen dan wel bedrijfsgebouwen van derden, kleinere kantoren, hotels en winkels, sporthallen, zwembaden) niet of niet zonder meer worden opgericht. Het Bevi gaat uit van een PR-contour 10-6/jr.
Het kan gaan om inrichtingen waarbij door middel van een vaste afstand wordt voldaan aan deze contour (zogenaamde “categoriale inrichtingen”) en inrichtingen waarbij deze contour individueel moet worden berekend (Quantitative Risk Assement (QRA)). Dit is geregeld in de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Bij het nemen van een planologisch besluit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan) moet het bevoegd gezag
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 4 4 -6
deze contour in acht nemen voor kwetsbare objecten. Hierbij geldt de PR-contour 10 /jr. als grenswaarde. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de contour als richtwaarde, d.w.z. in principe moet PR 10-6/jr. aangehouden worden, maar er mag gemotiveerd van worden afgeweken. Naast het plaatsgebonden risico kent het Bevi ook het groepsrisico (GR). Het groepsrisico geeft aan wat de kans is op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde bron. Het aantal personen dat in de omgeving van de bron verblijft bepaalt daardoor mede de hoogte van het groepsrisico. Voor het GR geldt geen harde juridische norm (zoals de PR-contour 10-6/jr. wel is) maar een zogenaamde oriënterende waarde. Het berekende groepsrisico wordt weergegeven in een curve, waarbij de kans op een ongeval wordt uitgezet tegen het aantal mensen dat daarbij om kan komen. In dezelfde grafiek wordt de oriënterende waarde uitgezet. Als die wordt overschreden door een ruimtelijke ontwikkeling moet dat worden verantwoord. Hiermee wordt in beeld gebracht of en in welke mate het bevoegd gezag het GR wel of niet aanvaardbaar vindt, al dan niet na het nemen van maatregelen. De bedrijfsgebouwen (plangebied A) zijn te kwalificeren als een (beperkt) kwetsbaar object.
Volgens de Risicokaart van de provincie Limburg ligt in de directe omgeving (in een straal van 500 m) van het plangebied géén risicovolle inrichting of risicovolle installatie. Voor plangebied deel B vinden er geen relevante wijzigingen plaats.
5.4.2
Vervoer gevaarlijke stoffen
Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Daarmee wordt de opdracht aan het bevoegd gezag voor ruimtelijke besluiten nadrukkelijk vastgelegd om rekening te houden met de risico's van transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. In het basisnet is de omvang voor de verschillende transportmodaliteiten vastgelegd. De dichtstbijzijnde wegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt zijn de N270 (Deurneseweg) en de N277 (Jan Poelsweg). In het rapport 'Externe veiligheid provinciale wegen' van de Provincie Limburg zijn ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de N277 geen gegevens opgenomen. Ten aanzien van de N270 zijn wel transport gegevens bekend. Uit bijlage 4 van het betreffende rapport (kaartbeelden plaatsgebonden risico en groepsrisico huidige situatie) kan worden afgeleid dat ten aanzien van de N277 mag worden aangenomen dat dit aantal aanmerkelijk lager zal liggen.
Gelet op deze lage transportintensiteiten, de afstand van de plangebieden tot de N277 (ruim 500 m) en de minimale impact op het aantal personen binnen beide deelgebieden, zal het groepsrisico als gevolg van deze transportas de oriëntatiewaarde niet benaderen of overschrijden.
Op de Risicokaart Limburg zijn voor de N270 de vervoershoeveelheden gevaarlijke stoffen opgenomen, gebaseerd op tellingen die zijn uitgevoerd in 2010. Op basis van de rapportage ‘Toekomstverkenningen Vervoer Gevaarlijke Stoffen over de Weg’ kan een doorkijk gemaakt worden voor transporten van bepaalde gevaarlijke stoffen over rijkswegen in 2020. De doorkijk is bepaald met behulp van het Global Economy scenario. Hierbij worden aan de reeds bestaande tellingen bepaalde groeifactoren toegekend.
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 4 5
In onderstaande tabel zijn de vervoersintensiteiten voor 2020 weergegeven voor 3 soorten gevaarlijke stoffen, namelijk LF1 en LF2-stoffen (brandbare vloeistoffen) en GF3-stoffen (brandbare gassen/ LPG en propaan): Vervoershoeveelheden N270 (jaarintensiteiten) N270
LF1
LF2
GF3
Wegvak B124:N270/N277 (bij Ysselsteyn)-A73/N270 (A73 afrit 9 Venray)
673
224
390
De PR-contour 10-6/jr bedraagt hier 0 meter. Deelgebied A grenst aan de N270. Nu het bestemmingsplan betrekking heeft op een gebied dat binnen 200 meter van een transportroute is gelegen, dient te worden ingegaan op: a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg (bestrijdbaarheid), en b. voor zover dat plan betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet (zelfredzaamheid). De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om de taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/ adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Het plangebied is zeer goed bereikbaar voor hulpdiensten, gelet op de ligging aan de provinciale weg. Tevens zijn er binnen en nabij het plangebied voldoende opstelmogelijkheden en is de bereikbaarheid voor voertuigen van de hulpverleningsdiensten goed te noemen. Als bluswatervoorziening zal gebruik moeten worden gemaakt van de bestaande voorzieningen/brandkranen.
Zelfredzaamheid van personen binnen het invloedsgebied geeft aan in welke mate de aanwezigen in staat zijn om op eigen kracht zich in veiligheid te brengen. De mogelijkheden voor zelfredding zijn afhankelijk van het incidentscenario. Zelfredding kan een zeer belangrijke bijdrage leveren aan het reduceren van het aantal slachtoffers omdat de meeste slachtoffers vooral in de eerste minuten tot het eerste halfuur van het ongeval vallen. Naast verschillen per scenario zijn er andere factoren die de mate van zelfredding beïnvloeden. Aanwezigheid van bijvoorbeeld vluchtwegen, mate van voorbereid zijn, het aantal mensen en hun fysieke condities en het al dan niet tijdig geven van duidelijke instructies zijn belangrijke factoren. Voor het beschouwde scenario als gevolg van een incident op de provinciale weg geldt dat dit direct zichtbaar is voor de aanwezigen in het plangebied. Vluchten is mogelijk via de ontsluiting(en) op de N270, mits er geen bijzondere beperkingen zijn ten aanzien van de zelfredzaamheid van aanwezigen. In beginsel betreffen de aanwezigen de (huidige) bewoners van de woning (omdat er reeds sprake is van een bedrijfswoning, wijzigt het groepsrisico niet en mag er vanuit worden gegaan dat zij zelfredzaam zijn) en het personeel van het bedrijf (eveneens zelfredzaam).
De afstand van het bedrijfsgebouw tot aan de openbare weg bedraagt circa 25 meter; het nieuwe bedrijfsgebouw zal aan de achterzijde ruime gevelopeningen krijgen welke als vluchtmogelijkheden gebruikt worden voor aanwezige personen en welke de aanwezigen extra mogelijkheden en tijd geeft om zich van het incident weg te verplaatsen.
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 4 6
Tevens dient te worden ingegaan op de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld, rekening houdend met de in dat gebied reeds aanwezige personen en de personen die in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan of de geldende bestemmingsplannen of een omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten zijn, en de als gevolg van het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan of die vergunning betrekking heeft. De verantwoording behoeft niet plaats te vinden indien het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen met niet meer dan tien procent toeneemt, en de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen niet wordt overschreden. Er is een vergelijking gemaakt van het aantal aanwezige personen in de bestaande en de nieuwe situatie:
Uit deze tabel blijkt dat de dichtheid van het aantal personen licht toe zal nemen, op basis van de nieuwe planologische regeling. Feitelijk zijn deze personen al binnen dit deelgebied aanwezig.
Aangezien het groepsrisico als gevolg van de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan niet significant zal toenemen, de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet wordt benaderd, en het nemen van bronmaatregelen in het kader van onderhavige bestemmingsplanprocedure niet mogelijk is, is het niet noodzakelijk dat het groepsrisico als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen verder wordt verantwoord.
Op 3 september 2020 heeft de Veiligheidsregio Noord-Limburg een advies uitgebracht ten aanzien van onderhavig project. Hierin zijn aanbevelingen meegegeven aan initiatiefnemer.
5.5
Milieuzonering
Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woongebieden. Om milieuzonering hanteerbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals die is opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering'.
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 4 7
5.5.1
Bedrijven en Milieuzonering; Staat van bedrijfsactiviteiten
De indeling van de bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten is vastgelegd in een Staat van bedrijfsactiviteiten die is opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering', van maart 2009. In deze Staat worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in een zestal categorieën met toenemende potentiële milieuemissies. Op grond van deze Staat kan een beleidsmatige selectie worden gemaakt van de op het plangebied toe te laten bedrijfsactiviteiten. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-codes) in deze Staat gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elk ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven die in beginsel moet worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstype 'rustige woonwijk' , 'rustig buitengebied' of vergelijkbare omgevingstypen; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.
De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q. bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. De milieucategorie is direct afgeleid van de grootste afstand. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kortere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype 'gemengd gebied', dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. In zo'n geval is het ruimtelijk aanvaardbaar dat de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd.
5.5.2
Invloed milieuhinder op het plangebied
Plangebied A In de directe nabijheid van het plangebied A bevinden zich in een straal van 300 meter, drie (agrarische) bedrijven. De geurhindercontouren van de omliggende veehouderijen in relatie tot onderhavig plangebied zijn op onderstaande afbeeldingen in kaart gebracht:
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 4 8
Kaart individuele geurcontouren
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 4 9
Kaart indicatieve achtergrondbelasting geur
Door de wijziging van de agrarische bedrijfsbestemming naar een reguliere bedrijfsbestemming zullen deze omliggende bedrijven niet gehinderd worden in hun bedrijfsvoering omdat er op kortere afstand van die bedrijven reeds geurgevoelige objecten (burgerwoningen) zijn gelegen. Tabel 3 in paragraaf 3.1 geeft een overzicht van de berekende maximale voorgrondbelasting ter plaatse van het beoogd plangebied aan de Deurneseweg 91. Op 4 novembr 2020 is een geuronderzoek (toegevoegd als bijlage bij deze plantoelichting) uitgevoerd om te bepalen of er ter plaatse van deelgebied A sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Ten behoeve van de beoordeling van het aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij ruimtelijke plannen worden de normen zoals opgenomen in de aanvulling op de Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij gemeente Venray in acht genomen. In de aanvullende gebiedsvisie is het plangebied gelegen in het buitengebied. Voor dit gebied is een maximale voorgrondbelasting van 14,0 OUE/m3 toegestaan waarbij nog sprak is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Uit de berekeningen van V-stacks vergunning blijkt de voorgrondbelasting van het bedrijf aan de Deurneseweg 87 11,0 OUE/m3 te bedragen. Uit bovenstaande blijkt dat de maximale toegestane voorgrondbelasting van 14 OUE/m3 niet wordt overschreden.
Concluderend kan gesteld worden dat voor de locatie Deurneseweg 91 te Heide sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Tevens zijn er in een straal van 300 meter vanuit deelgebied A 3 burgerwoningen gelegen, en logischerwijs de drie bij de agrarische bedrijven behorende bedrijfswoningen. Binnen deelgebied A zal de agrarische bedrijfsbestemming gewijzigd worden in een reguliere bedrijfsbestemming in die zin dat daar waar nu agrarische bedrijvigheid is toegestaan, de | bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 5 0
nieuwe bedrijfsbestemming het mogelijk maakt om kleinschalige bedrijven in de categorie 1 en 2 en specifiek een autoverhuurbedrijf te exploiteren. Verhuur in personenauto's betreft een inrichting in de milieucategorie 2; verhuur van overige transportmiddelen betreft een categorie 3.1 inrichting. De richtafstanden bedragen ingeval van categorie 2 30 m en ingeval van categorie 3.1 50 m. De woning aan de Deurneseweg 90 ligt zonder meer binnen een afstand van 50 m vanuit de nieuwe bedrijfsbestemming; de woning aan de Deurneseweg 89 ligt feitelijk op een afstand van meer dan 50 m vanuit de nieuwe bedrijfsbestemming, maar het bestemmingsvlak Wonen grenst direct aan de bestemmings Bedrijf. Beide woningen bevinden zich planologisch gezien dus binnen de milieuzone van het (planologisch) nieuw te realiseren bedrijf. Binnen de vigerende agrarische bestemming is het nu toegestaan om een glastuinbouwbedrijf uit te oefenen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw', waarbij ook activiteiten behorende tot een agrarisch bedrijf zijn toegestaan. Een agrarisch bedrijf is een bedrijf dat naar aard en omvang uitsluitend of in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren evenals een productiegerichte paardenhouderij inclusief pensionstal.
Het houden van graasdieren en een paardenfokkerij zijn eveneens activiteiten in de milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 m. De nieuwe bestemming vergelijkend met de vigerende bestemming kan worden geconcludeerd dat de (maximale) omvang van de milieuzone niet wijzigt. Voor de te verwachten milieuhinder vanuit het autoverhuurbedrijf is met name het aspect 'geluid' relevant. Om te beoordelen welke impact de geluidsuitstraling heeft om omliggende woningen, heeft K-Plus een akoestisch onderzoek uitgevoerd vanwege de geluiduitstraling van werkzaamheden en activiteiten binnen de inrichting. Uit de resultaten van de berekeningen voor Autoverhuur de Mulder kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Met betrekking tot de langtijdgemiddelde geluidniveaus kan worden gesteld dat in de representatieve bedrijfssituatie voldaan wordt aan de grenswaarde op de gevels de woningen. Met betrekking tot de maximale geluidniveaus kan gesteld worden dat de inrichting voldoet aan maximale geluidniveaus. Met betrekking tot het aan- en afvoerende verkeer naar en van de inrichting kan gesteld worden dat in de representatieve bedrijfssituatie voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) uit de schrikkelcirculaire. Dit akoestisch onderzoek is integraal als bijlage aan de toelichting toegevoegd.
Verder zal altijd voldaan moeten worden aan de voorwaarden welke volgen uit het Activiteitenbesluit, waardoor onaanvaardbare hinder tot een minimum beperkt wordt. Er zal derhalve tijdig een melding in het kader van het Activiteitenbesluit te worden gedaan.
Plangebied B Het plangebied wordt omringd door agrarische gronden en weinig bebouwing. Op circa 160 m vanuit het plangebied begint de bebouwde kom. Er is dus sprake van een rustig buitengebied.
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 5 1
In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich (buiten burgerwoningen) alleen maar agrarische (veehouderij)bedrijven. Voor het toetsen van een aanvaardbaar woon- en/of leefklimaat ter plaatse van het plangebied en om te voorkomen dat agrarische bedrijven in hun ontwikkeling belemmerd worden, is het bepaalde in de Wet geurhinder en veehouderij van belang. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. Buiten de bebouwde kom geldt een vaste afstand van 50 meter tot een emissiepunt van een veehouderij en 25 meter afstand tot de gevel van een stal van een veehouderij. Aan deze afstanden wordt voldaan. De gemeenteraad van de gemeente Venray heeft een Verordening geurhinder en veehouderij vastgesteld. In deze verordening wijkt de gemeente Venray deels af van de wettelijke normen uit de Wgv. De geurverordening van de gemeente Venray stelt de volgende normen: Bestaande woongebieden 3,0 ouE/m3 Zoekgebieden woningbouw en bedrijventerreinen 8,0 ouE/m3 Buitengebied 14,0 ouE/m3 De normstelling is onderbouwd in de Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij (inclusief aanvulling uit 2011).
Bij de beoordeling of het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van het plangebied acceptabel is, dient de geurbelasting veroorzaakt door de individuele bedrijven (voorgrondbelasting) en de geurbelasting op het plangebied veroorzaakt door alle veehouderijen samen (achtergrondbelasting) in beeld te worden gebracht. Beoordeeld moet worden of de belasting acceptabel is.
Voorgrondbelasting Ter plaatse van het onderhavige plangebied geldt er conform de Geurverordening een geurnorm van 14 ouE/m3. Door de recente beëindiging van de intensieve veehouderij op de locatie Heidse Peelweg 47 is de individuele geurcontour van dat bedrijf verdwenen en met dit plan vervalt de geurcontour van de 'eigen' locatie Ringweg 2. Uit de geurhinderkaart met de voorgrondgeurbelastingen blijkt dat er in dat geval geen 14 ouE/m3 -geurcontouren van andere intensieve veehouderijen over het plangebied liggen. De geurcontouren (in het jaar 2018) van de veehouderijbedrijven rondom Ysselsteyn zien er als volgt uit:
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 5 2
Uitsnede geurhinderkaarten (voorgrondgeurbelasting)
Achtergrondbelasting Voor plannen binnen het invloedsgebied van intensieve veehouderijen geldt dat, alvorens er gebouwd kan worden, verzekerd dient te worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Uit de gemeentelijke kaart 'Achtergrondbelastingen Geurhinder' (november 2018) blijkt dat er ter plaatse van de Ringweg 2 sprake is van een extreem slecht leefklimaat.
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 5 3
Als gevolg van de beëindiging van de intensieve veehouderij aan de Ringweg 2 zal dit extreem slechte woon- en leefklimaat geheel verdwijnen en plaatsmaken voor een redelijk goed woonen leefklimaat. Geur vormt daardoor geen belemmering voor dit plandeel.
5.6
Kabels, leidingen en straalpaden
5.6.1
Inleiding
Ruimtelijk relevante leidingen en straalpaden worden op de verbeelding en in de planregels geregeld. Leidingen met ongevaarlijke stoffen zoals hoofdwatertransportleidingen, afvalwatertransport-/rioolpersleidingen zijn in beginsel niet opgenomen in het bestemmingsplan, tenzij door de leidingbeheerder de noodzaak voor opname is aangetoond. Een vereiste voor opname in het bestemmingsplan is dat de opgave van de ligging van de leidingen op digitale wijze dient te geschieden. Dit in verband met het bepalen van de exacte ligging.
5.6.2
Gas-, olie-, brandstof- of watertransportleidingen en hoogspanningskabels
Een buisleiding die wordt gebruikt voor transport van gevaarlijke stoffen, vormt een risico voor de veiligheid. Als de leiding gaat lekken, kunnen de gevaarlijke stoffen vrijkomen en ontstaat er een kans op explosie, vergiftiging van mensen of dieren of verontreiniging van bodem/milieu. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen zoals dit per 1 januari 2011 geldt, staan veiligheidseisen voor de exploitant en de gemeente. Exploitanten hebben een zorgplicht en moeten ervoor zorgen dat hun buisleidingen veilig zijn. Gemeenten moeten buisleidingen in hun bestemmingsplannen opnemen en bij nieuwbouw zorgen voor genoeg afstand tot de buisleidingen.
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 5 4
In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen leiding- of hoogspanningkabeltracés welke belemmerend zijn voor het project.
5.6.3
Obstakelbeheer- en radarverstoringsgebied
Het plangebied bevindt zich niet binnen een straalpad van telecomvoorzieningen. Wel ligt het plangebied in het radarverstoringsgebied dat hoort bij de radar die staat op vliegbasis Volkel. Objecten hoger dan 65 meter boven NAP binnen een straal van 28 km van het radarstation kunnen aanleiding geven tot verstoring van het radarbeeld en zijn derhalve in beginsel niet toegestaan. Op de algemene hoogtekaart van Nederland is te zien dat het plangebied is gelegen op zodanige hoogte, dat met de planregels de toegestane bouwhoogte van het "object" niet boven 65 meter boven NAP uit zal komen en dus geen belemmering vormt voor de radarverbinding. Gelet op het bovenstaande mag worden gesteld dat met het onderhavige bestemmingsplan de belangen van defensie niet worden geschaad.
5.6.4
Niet gesprongen explosieven
Het grondgebied van de kern Venray en richting Overloon heeft in de 2e wereldoorlog zwaar onder vuur gelegen. Als gevolg van de bestaande bebouwing binnen beide plangebieden en de voorzienen bebouwing aan de Deurneseweg 91 zal de bodem niet méér geroerd worden dan dat nu reeds het geval is. Op het moment dat er sloop danwel nieuwe bouwactiviteiten plaatsvinden, wordt er geroerd in de grond. Derhalve wordt geadviseerd om bij sloop en/of nieuwe ontwikkelingen/bouwactiviteiten een detectie onderzoek uit te (laten) voeren.
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 5 5
Hoofdstuk 6 Waterparagraaf 6.1
Waterbeleid
Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Limburg. In het kader van het beleid van zowel de gemeente Venray als het waterschap dient binnen het plangebied een duurzaam waterhuishoudkundig systeem gerealiseerd te worden. Concreet betekent dit dat er sprake moet zijn van gescheiden schoon- en vuilwaterstromen die afzonderlijk worden verwerkt. Vanuit het waterschap Limburg gelden daarbij de volgende uitgangspunten: 1. Circa 10% van het plangebied reserveren voor water. Doorgaans zijn lager gelegen gebiedsdelen het meest geschikt. Nagaan of plangebied nodig is voor wateropgave van omliggende gebieden; zorgen dat geen logische waterstructuren worden geblokkeerd. 2. Rekening houden met hoogteverschillen in plangebied en omgeving. Voorkomen van wateroverlast en erosie door afstromend water vanuit de omgeving naar het plangebied en andersom. 3. Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand. Input voor ontwerpen van het hemelwatersysteem. Denk ook aan bodemverontreinigingen. 4. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit. Schoonhouden, scheiden, zuiveren. 5. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit. Hergebruik water, vasthouden in de bodem (infiltratie), tijdelijk bergen, afvoeren naar oppervlaktewater, afvoeren naar gemengd of DWA-riool. 6. Toepassen voorkeurstabel afkoppelen.
Verantwoorde systeemkeuze conform voorkeurstabel; maatwerk per situatie. Bij voorkeur toepassen van bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. Bij diepte-infiltratie gelden zeer strenge randvoorwaarden; liever geen diepte-infiltratie toepassen. 7. Voldoende opvangcapaciteit en een duurzame leegloop realiseren. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 100 mm per etmaal voor Noord Limburg (ten noorden van Sittard) en 80 mm per twee uur ten zuiden van Sittard met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur. 8. Beheer en onderhoud regelen. Denk aan bereikbaarheid, controlemogelijkheid, verantwoordelijkheid.
6.2
Waterhuishoudkundige situatie plangebied
Binnen het plangebied moet een duurzaam waterhuishoudkundig systeem worden aangelegd om de hoeveelheid regenwater te verwerken die gelet op het ter plaatse aan de orde zijnde (nieuw) afvoerend verhard oppervlak (bebouwing inclusief erfverhardingen) binnen het plangebied valt.
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 5 6
Deelgebied A Op onderstaande afbeelding zijn de nabij de Deurneseweg 91 gelegen primaire watergangen weergegeven. Deze watergangen blijven ongewijzigd behouden en hier zal ook geen hemelwater op worden geloosd.
Afbeelding: waterlopen nabij Deurneseweg 91
De K-waarde (geeft de mate van infiltratiegeschiktheid aan) van het plangebied bedraagt volgens de kaart inzake de bodemdoorlatendheid (K-waarde) van de gemeente Venray van het waterschap 0,45 - 0,75 m/dag. De onderhavige gronden zijn derhalve gemiddeld geschikt voor hemelwaterinfiltratie. Bij de bepaling van de capaciteit/kwantiteit van de gekozen infiltratievoorziening wordt uitgegaan van een neerslaggebeurtenis waarbij 100 mm neerslag valt in 24 uur. De te realiseren waterbergingsruimte kan dan berekend worden door de toename van het afvoerend verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met 0,1 m. De benodigde buffercapaciteit wordt berekend over de nieuw te realiseren bebouwing en bedraagt in casu 1850 m2 x 0,1 m = 185 m3 Er zal derhalve moeten worden voorzien in een buffer van 185 m3. Deze infiltratievoorziening zal op onderstaande wijze geïntegreerd worden in de landschappelijke inpassing:
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 5 7
Afbeelding: duiding hemelwaterinfiltratielangs perceelsgrens
Onder de erfverharding zal verder voorzien worden in een hemelwaterinfiltrerende onderlaag.
Deelgebied B Op onderstaande afbeelding zijn de nabij de Ringweg 2 gelegen primaire watergangen weergegeven. Deze watergangen blijven ongewijzigd behouden en hier zal ook geen hemelwater op worden geloosd.
Afbeelding: waterlopen nabij Ringweg 2
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 5 8
Hier is sprake van een afname van bijna 1500 m2 verhard oppervlak (sloop agrarische bedrijfsgebouwen). Verder zal er geen nieuwe bebouwing worden toegevoegd, waardoor er een verbeterde situatie resteert ten aanzien van hemelwaterinfiltratie.
Afvoer van bedrijfs- en huishoudelijk afvalwater dient altijd plaats te vinden via het aanwezige rioleringssysteem.
Bouwmaterialen De gemeente Venray streeft naar het terugdringen van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Dit aspect is als aanbeveling opgenomen in het pakket duurzaam bouwen. Er zal derhalve, voorzover relevant, geen gebruik worden gemaakt van uitlogende bouwmaterialen.
6.3
Overleg Waterschap
Vooroverleg met en advies van het Waterschap Limburg maakt onderdeel uit van de watertoets. Het Waterschap Limburg heeft evenwel aangegeven dat bij plannen met een toename van het nieuw afvoerend verhard oppervlak van minder dan 2000 m2 en waarbij het plangebied niet is gelegen in specifieke aandachtsgebieden, geen vooroverleg plaats hoeft te vinden met het watertoetsloket. Het plan leidt niet tot een toename van het afvoerend verhard oppervlak van meer dan 2000 m2 en ligt niet in een specifiek aandachtsgebied. Specifiek wateradvies door het Waterschap is niet noodzakelijk.
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 5 9
Hoofdstuk 7 Juridische vormgeving 7.1
Algemeen
Het bestemmingsplan heeft als doel het planologisch-juridisch kader te geven voor de ontwikkeling van het beschreven plan. De nadere juridische invulling is gedetailleerd geregeld. Dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: plantoelichting planregels; verbeelding. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Waar dat noodzakelijk was , is afgeweken van de standaard en is het plan specifiek toegesneden op de feitelijke situatie in het onderhavige plangebied. De plansystematiek voldoet aan de volgende RO-standaarden 2012: Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012; PraktijkRichtlijn BestemmingsPlannen (PRBP) 2012; Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI) 2012.
7.2
Planmethodiek
Er is, volgens de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik. Verder is aansluiting gezocht bij de systematiek van het bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010 (inclusief herziening regels en locaties).
7.3
Verbeelding
In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis ingevolge het voorliggende plan, indien en voor zover deze in de regels daaraan wordt gegeven. Als een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis heeft, is deze niet opgenomen in de verbeelding. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan wel op een topografische ondergrond gelegd. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn bij de verbeelding opgenomen in een renvooi. Opgemerkt wordt nog dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen, immers de wijze van raadplegen is ook verschillend. Inhoudelijk zijn geen verschillen te vinden.
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 6 0
7.4
Planregels
De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, in bestemmingsregels, in algemene regels en in overgangs- en slotregels.
De Inleidende regels (hoofdstuk 1) bestaan uit begrippen en de wijze van meten, teneinde te voorkomen dat discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In de Begrippen (artikel 1) wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als gebruikte begrippen niet in deze lijst voorkomen, dan geldt de uitleg/interpretatie conform het dagelijks taalgebruik. In het artikel over de "Wijze van meten" (artikel 2) worden de te gebruiken meetmethodes vastgelegd.
Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingen. De bestemmingen vangen steeds aan met de bestemmingsbenaming. Daarna wordt in de doeleindenomschrijving weergegeven voor welke doeleinden de betreffende gronden bestemd zijn. Indien er sprake zou kunnen zijn van conflicterende belangen, is er een nadere detaillering van de doeleinden opgenomen waarin wordt vermeld welke doeleinden prevaleren. Vervolgens wordt in de bebouwingsregeling aangegeven welke bouwwerken bij recht mogen worden opgericht en welke situerings- en maatvoeringseisen hiervoor gelden. In sommige bestemmingen wordt bovendien nader ingegaan op de toegestane voorzieningen. Vervolgens is een gebruiksbepaling opgenomen waarin wordt aangegeven dat gronden en opstallen niet in strijd met de bestemming mogen worden gebruikt. Voor de duidelijkheid zijn een aantal situaties aangegeven die in ieder geval in strijd met de bestemming worden geacht.
In de Algemene regels (hoofdstuk 3) zijn opgenomen de Anti-dubbeltelbepaling, de algemene bouwregels, de algemene afwijkingsregels, de algemene wijzigingsregels, de algemene procedureregels voor wijzigingen, ontheffingen en nadere eisen en de overige regels.
In de Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen.
Omdat onderhavig bestemmingsplan slechts een partiële herziening inhoudt, zijn in de regels ook slechts de van toepassing zijnde bepalingen opgenomen.
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 6 1
Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid, kostenverhaal en planschade De realisatie van het project geschiedt voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeentelijke financiën zijn hierbij niet in het geding. Met het afsluiten van een planschadeverhaalsovereenkomst wordt gewaarborgd dat eventueel te vergoeden planschade niet voor rekening van de gemeente Venray komt maar voor rekening van de initiatiefnemer.
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 6 2
Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid Procedure Elk nieuw bestemmingsplan ontstaat uit een initiatief. De totstandkoming begint met de beslissing dat een bestemmingsplan zal worden opgesteld. Conform artikel 3.1.1. Bro worden de Provincie Limburg en het Waterschap Limburg in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg. Artikel 3.8 Wro regelt de procedure van het bestemmingsplan. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Awb van toepassing. Hierbij zijn een aantal aanvullingen: 1. kennisgeving, zoals bedoeld in artikel 3:12 Awb, dient tevens te worden gepubliceerd in de Staatscourant en langs elektronische weg te worden verzonden; 2. het ontwerpbestemmingsplan dient te worden verstuurd aan het Rijk, Provincie, Waterschappen en aan de besturen van bij het plan een belang hebbende gemeenten; 3. kennisgeving aan de eigenaren van percelen welke de bestemming in de naaste toekomst zal worden verwezenlijkt; 4. door een ieder kunnen zienswijzen naar voren worden gebracht; 5. de gemeenteraad zal binnen 12 weken, na de ter inzage termijn te beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan (termijn van orde).
Binnen twee weken wordt het besluit tot vaststelling bekend gemaakt. Indien door Gedeputeerde Staten (GS) een zienswijze is ingediend en deze niet volledig is overgenomen, dan vindt bekendmaking plaats binnen zes weken na vaststelling. Dit geldt tevens indien de gemeenteraad bij de vaststelling wijzigingen aanbrengt ten opzichte van het ontwerp. In deze gevallen zend het college na vaststelling onverwijld een afschrift van het raadsbesluit aan GS. Indien het Rijk of de Provincie gebruik wil maken van haar aanwijzingsbevoegdheid gaat deze termijn niet op. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt dan, met uitsluiting van het onderdeel waarop het aanwijzingsbesluit ziet, samen met het aanwijzingsbesluit bekend gemaakt. Het besluit treedt in werking 1 dag na afloop van de beroepstermijn.
Overleg In het kader van het wettelijk overleg heeft onder meer overleg plaatsgevonden met de Provincie Limburg en het Waterschap.
Omgevingsdialoog Voorafgaand aan het opstellen van onderhavig bestemmingsplan zijn omwonenden door initiatiefnemers op de hoogte gesteld van de plannen. Het verslag van deze omgevingsdialoog is ter hand gesteld aan het bevoegd gezag.
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |
Pagina | 6 3
Inspraak en zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan Het ontwerp-besluit tot wijziging van het bestemmingsplan heeft van 22 december 2020 tot en met 1 februari 2021 voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.
| bestemmingsplan Deurneseweg 91 en Ringweg 2 | status: vastgesteld |