03 Concept Omgevingsprogramma Wonen gemeente Venray
Tekst van het document
•
in samenspraak met de corporaties afspraken maken, ook over kansen om verbetering van particulier bezit te koppelen aan ingrepen aan sociale huurwoningen;
•
aanvullende maatregelen doorvoeren voor stimuleren, verleiden, pilots et cetera. Deze krijgen hun basis en uitwerking in het gemeentelijk Duurzaamheidsprogramma ‘Venray Vergroent’, en werken we in dit Omgevingsprogramma Wonen niet verder uit.
4.4 Wonen en zorg 4.4.1 Wat zien we We staan aan de vooravond van een flinke vergrijzing. Het aantal huishoudens in de leeftijd van 15-30 jaar en 30-50 jaar blijft in grote lijnen constant. De groep 50-65-jarigen neemt de komende jaren af. Gelijktijdig stijgt het aantal huishoudens in de leeftijd 65-75 jaar, 75-85 jaar en 85+-ers. In samenhang met de extramuralisering leidt dit tot veranderingen in de wereld van wonen en zorg. Ouderen met een zorgvraag, cliënten in de gehandicaptenzorg, mensen die geestelijke gezondheidszorg (GGZ) ontvangen en uitstromen uit Beschermd Wonen, de mensen die een beroep doen op de maatschappelijke opvang (MO) en kwetsbare jongeren die uitstromen uit de jeugdzorg, blijven langer zelfstandig wonen of kunnen c.q. moeten eerder terug naar huis. Logisch gevolg van de beweging naar langer en weer thuis wonen is dat het aantal zorgbehoevenden op de woningmarkt toeneemt. Niet alleen verandert de omvang van deze groepen, ook hun woonwensen veranderen, bijvoorbeeld ten aanzien van de mogelijkheid om zorg te ontvangen, betaalbaarheid, levensloopbestendigheid en samenleven met leeftijd- of
3
als minimaal 25% van de gebouwschil wordt vervangen, als een dakkapel wordt geplaatst of een aanbouw wordt vernieuwd
28
Omgevingsprogramma Wonen
leefstijlgenoten. ‘Langer en weer thuis wonen’ is goed mogelijk, maar alleen als wonen, woonomgeving, de sociale en de zorginfrastructuur zodanig op elkaar worden afgestemd dat men kan terugvallen op een steunnetwerk. Welke opgave zien we dan op hoofdlijnen voor het wonen? Op basis van de rapportage ‘Wonen, Zorg, accent Ouderen’ (open data, Sinfore, 2021) komen we tot het volgende beeld van de vraagontwikkeling van ouderen. Vraagontwikkeling intramurale woonvormen (onzelfstandig wonen in een instelling) 2018
2025
2040
licht (zzp 4, 50%)
40
50
80
Somatisch (SOM)
65
85
125
Psychogeriatrisch (PG)
145
195
295
revalidatie
25
30
45
palliatief
5
5
19
280
365
564
totaal intramuraal
Vraagontwikkeling extramurale woonvormen (zelfstandig wonen met zorg aan huis) 2018
2025
2040
verzorgd wonen/servicecomplex
350
470
715
geschikt wonen
970
1.300
1.970
1.320
1.770
2.685
totaal extramuraal
Vanzelfsprekend beschikken we in Venray al over de nodige voorzieningen. Als we dat meewegen, dan resteert er met name een opgave voor: •
intramuraal somatisch en psychogeriatrisch4;
•
regulier wonen voor kwetsbare inwoners: ‘gewone’, niet-geclusterde woning. Het gaat hierbij zowel om gezinswoningen, maar ook om kleine, goedkope appartementen of studio’s waar ook mensen zonder zorgvraag kunnen wonen. Deze opgave is onderdeel van het reguliere bouwprogramma;
•
verzorgd wonen/servicecomplex. Dit wordt ook wel geclusterd wonen genoemd: woningen met een label voor senioren in een woonvorm met 10 of meer wooneenheden en met een welzijnsvoorziening (bijvoorbeeld ontmoetingsruimte, recreatievoorziening of buitenruimte voor gezamenlijk gebruik) in de directe woonomgeving (500 meter) of inpandig. Dit kunnen dus ook bestaande woningen zijn met een voorziening nabij. Dit is voor een deel een
4
somatisch = een lichamelijke ziekte psychogeriatrisch = aandoeningen die samenhangen met achteruitgang van het geheugen, zoals bijvoorbeeld bij dementie
29
Omgevingsprogramma Wonen
opgave voor het reguliere bouwprogramma, naast een opgave voor de organisatie in de bestaande voorraad; •
geschikt wonen: reguliere woning die geschikt is voor ouderen of andere zorgvragers met een (lichte) lichamelijke beperking. Alle primaire voorzieningen liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar.
Dit
is een opgave voor aanpak van de bestaande
woningvoorraad én het reguliere nieuwbouwprogramma (nabij voorzieningen). Daarnaast zien wij een opgave voor gehandicaptenzorg en GGZ. Maar daar hoort de volgende kanttekening bij. In Venray is de intramurale capaciteit stevig afgebouwd. Gelijktijdig is het aantal zelfstandig wonende GGZ-cliënten toegenomen van 14 tot 111. Venray neemt daarmee bijna de helft van de niet zelfstandige GGZ op zich voor de zorgregio en heeft bovendien de meeste zelfstandige GGZ-woningen.
4.4.2 Wat willen we bereiken
Inhoudelijke opgave De vergrijzing en veranderingen in de zorg vragen om een andere kijk op het thema wonen in relatie tot de voorzieningen en de leefbaarheid in de wijken. De toenemende behoefte aan huisvesting van bijzondere groepen (denk aan statushouders, in- en uitstroom uit de maatschappelijke opvang en beschermd wonen, huisvesting van jongeren via de jeugdwet) en aan levensloopbestendige woningen betekent een extra opgave voor het aanbod van betaalbare woningen, in een veilige
Ambitie We willen dat al onze inwoners die zelfstandig willen wonen en een zorgvraag hebben, in Venray kunnen blijven wonen, zoveel mogelijk in eigen wijk of kern. Mensen die de stap van een instelling naar zelfstandig wonen kunnen maken, willen we hiervoor kansen bieden met passende ondersteuning. We realiseren een breder palet van woonvormen voor onze inwoners, met veel variatie tussen gewoon zelfstandig wonen en intramuraal wonen en de daarbij passende zorg.
en beschermde woonomgeving. We omarmen woonconcepten die een bijdrage leveren aan ‘het zorgen voor elkaar’, waaronder mantelzorgwoningen. Deze woonconcepten worden integraal afgewogen, waarbij we kijken naar de eisen vanuit toegankelijkheid en veiligheid. Hierbij hebben we ook oog voor de spreiding van doelgroepen, wat gemengde wijken bevordert. In onze kwetsbare wijken zetten we in op een integrale, mensgerichte aanpak om de leefbaarheid te verhogen. We zetten ons ook preventief in voor een gezonde woning en woonomgeving en voldoende mogelijkheden voor iedereen om te bewegen en te ontmoeten. Dit betekent ook dat bij nieuwe ontwikkelingen het aspect (positieve) gezondheid vanaf het begin wordt meegenomen en bewoners hierbij worden betrokken.
30
Omgevingsprogramma Wonen
De organisatie In Venray vinden we het belangrijk dat er een goede verbinding ontstaat tussen het fysieke en het sociale domein en een afweging van de belangen. Wij zien de boom als metafoor voor de leefomgeving: •
de stam en takken zijn zichtbaar boven de grond, zij staan voor de ruimtelijke inrichting;
•
dit wordt gedragen door en komt voort uit ‘niet zichtbare’ wortels, die staan voor de sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen.
De twee werkvelden, het fysieke en sociale domein, zijn nog behoorlijk verdeeld. Voor een betere aansluiting in de toekomst, moeten we af van deze strikte scheiding. Zij zijn één geheel en wisselwerking is nodig.
4.4.3 Wat gaan we daarvoor doen We gaan: •
een concreet Actieplan wonen-zorg opstellen (samenwerking tussen het ruimtelijke en sociale domein van de gemeente), in nauwe samenwerking met onze partners (in ieder geval zorg- en welzijnsorganisaties en corporaties);
•
een afwegingskader voor nieuwe woon-zorginitiatieven opstellen. Hiermee beschikt de gemeente over een checklist aan de hand waarvan bepaald kan worden of initiatieven gehonoreerd kunnen worden (criteria: past het binnen de kwantitatieve opgave, speelt het in de op juiste kwaliteiten qua wensen, doelgroep, inkomen et cetera, is het de juiste locatie, draagt het bij aan verminderen van het personeelsprobleem in de zorg, speelt het in op zo min mogelijk verhuisbewegingen voor inwoners?);
•
levensloopbestendige woningen toevoegen;
•
ontwikkeling van verschillende woonvormen stimuleren, variërend van individuele tot collectieve woonvormen (zoals bijvoorbeeld hofjes of een woongemeenschap met daarbij behorende voorzieningen van ontmoeting). We nemen deze ambitie op in de kwalitatieve uitgangspunten voor nieuwe initiatieven;
•
mantelzorg aan huis ruimer faciliteren, prémantelzorg stimuleren;
•
doorstroming van ouderen stimuleren om tijdig te verhuizen naar een passende, kleinere woning. Daarvoor is goede informatie nodig over bijvoorbeeld tijdig inschrijven. En we verkennen overige mogelijkheden, zoals de huur bij een verhuizing naar een kleinere woning niet te laten te toenemen, maar op eenzelfde niveau te behouden. Of een voorrangsregeling zodat de ouderen in de nabijheid van hun netwerk kunnen blijven of juist daarheen kunnen verhuizen;
31
Omgevingsprogramma Wonen
•
mensen bevorderen en ondersteunen tijdig regie te nemen door goed te informeren en bijvoorbeeld wooncoaches in te zetten;
•
een Regietafel Wonen en Zorg oprichten. In eerste instantie intern, om de ‘boom’ goed op te tuigen en het eerder genoemde afwegingskader op te stellen. In later stadium verbreden we de Regietafel met externe partijen om samen een gericht actieplan op te stellen. Intern borgen we een goede verbinding met de Regiegroep Wonen.
4.5 Vitale wijken en kernen 4.5.1
Wat zien we
Fysieke en sociale leefbaarheid onder druk Onze inwoners zijn verknocht aan hun eigen kern en woonomgeving. Over het algemeen zijn ze tevreden. Er zijn echter ook zorgen over de leefbaarheid: zowel fysiek als sociaal. Zo is er sprake van een gevoel van onveiligheid in verband met overlast en/of drugshandel in sommige wijken en buurten. Corporaties hebben zich de afgelopen jaren steeds meer moeten richten op het huisvesten van mensen met de laagste inkomens en mensen met een kwetsbare achtergrond (mensen met een zorgvraag, statushouders, spoedzoekers). Zij doen hun best om tot een goede spreiding van deze bijzondere doelgroepen over kernen en wijken te komen, zodat er een gevarieerde bevolkingssamenstelling en voldoende draagkracht in de wijk blijft: een goede balans tussen ‘vragers’ en ‘dragers’. Dit is eenvoudiger gezegd dan gedaan. Woningcorporaties zijn bij toewijzing afhankelijk van het vrijkomend woningaanbod. Van oudsher staan de goedkopere huurwoningen soms geconcentreerd in en binnen bepaalde wijken. Hierdoor blijven de kwetsbare inwoners die afhankelijk zijn van goedkope huurwoningen in een buurt waar al relatief veel huishoudens met lage inkomens wonen. De draagkracht in deze wijken is beperkt. Er zijn buurten waar sociale huurwoningen een hoge mutatiegraad kennen en waar tuinonderhoud onvoldoende is. Het leveren van maatwerk bij de toewijzing kan daarbij helpen.
Ook het behoud van middeninkomens zorgt voor de nodige sterke schouders in deze buurten. Tegelijkertijd is het belangrijk om bij nieuwbouw te streven naar gevarieerde wijken, met een mix aan woningtypen, eigendom en prijsklassen, waardoor we ook een goede mix in de bevolkingssamenstelling nastreven.
Vitaliteit van de kernen Een ander aandachtspunt is de leefbaarheid en vitaliteit van met name de kleine kernen. Voor veel inwoners is de aanwezigheid van voorzieningen, zoals winkels, scholen, ontmoetingsplekken, kerken en het verengingsleven, belangrijk. En dat verschilt per kern. Er zijn kernen met een zeer uitgebreid voorzieningenniveau, maar er zijn ook dorpen waar het aanbod beperkt
32
Omgevingsprogramma Wonen
is. Diverse voorzieningen staan onder druk als gevolg van vergrijzing, internetaankopen en steeds verdere schaalvergroting. Meer woningen bouwen is geen garantie dat het huidige voorzieningenniveau in stand blijft. Wel kan woningbouw (ook al gaat het soms maar om een beperkt aantal) een bijdrage leveren aan de levendigheid en dynamiek in een kern, doordat een starter of jong gezin zich er kan vestigen.
Gezonde leefomgeving in het agrarisch gebied Een vermenging van veehouderijen en woningen leidt in delen van het agrarisch gebied van Venray tot problemen rond de kwaliteit van de leefomgeving. Deze problemen hebben vooral te maken met zorgen om de volksgezondheid, zoals overlast van fijnstof en geur. Het agrarisch gebied is volop in ontwikkeling. Er spelen diverse onderwerpen, zoals grootschalige agrarische bedrijvigheid, leegstand en ruimteclaims vanuit de energietransitie en klimaatverandering. Ook spelen er maatschappelijke discussies over voedselproductie, grondgebruik en biodiversiteit. Met het Programma Landelijk Gebied werken het toekomstbeeld van de agrarische gebieden verder uit in beleid en nemen we (gebiedsgerichte) maatregelen voor een betere balans tussen economie, natuur en gezondheid. In dit Omgevingsprogramma Wonen beperken we ons tot de ambities ten aanzien van het wonen in de agrarische gebieden.
4.5.2
Wat willen we bereiken
Onze ambities zijn hieronder uitgewerkt aan de hand van de gebiedsindeling uit onze Omgevingsvisie.
Centrum In het centrum van Venray heeft het voorkomen en invullen van leegstaande (winkel) panden prioriteit. Met name aan de randen van het centrum leggen we hierbij de nadruk op wonen. We krijgen te maken met een sterke vergrijzing waardoor er meer vraag komt naar wonen in de binnenstad, voornamelijk naar appartementen en huurwoningen. Maar het centrum is ook een geschikte locatie voor starters en ouderen die graag dichtbij de voorzieningen wonen. We hebben hierbij aandacht voor een goede balans tussen een rustig woonklimaat aan de randen van het centrum en voldoende reuring in het kernwinkelgebied. De gemeente blijft dit de komende jaren stimuleren en faciliteren (onder andere door middel van transformatiesubsidies).
Woongebieden Venray en de dorpen kennen een fijn woonklimaat. Ook in de toekomst streven we naar vitale wijken en dorpen, met voldoende groen en ruimte om elkaar te ontmoeten en voldoende passende woningen voor jong en oud. Elke wijk en dorp heeft zijn eigen identiteit, opgaven en ambities (zie ook de beschrijving dorpen en wijken in de Omgevingsvisie). De eerder genoemde thema’s in dit Omgevingsprogramma Wonen (snel woningen bouwen, gevarieerd aanbod, duurzame woningvoorraad, wonen en zorg) komen dan ook in al deze woongebieden terug, met maatwerk per kern, in samenwerking met de dorps- en wijkraden.
33
Omgevingsprogramma Wonen
Werkgebieden We gaan uit van een goede milieuzonering op bedrijventerreinen. Zware activiteiten vinden in het midden en lichte bedrijfsactiviteiten vinden zoveel mogelijk aan de randen van bedrijventerreinen plaats. We zetten onze beschikbare instrumenten en regels in om overlast van bedrijven voor de aangrenzende woongebieden zo veel mogelijk te beperken. We staan in principe geen nieuwe (bedrijfs-)woningen toe op bedrijventerreinen. Nieuwe woonfuncties zijn alleen in uitzonderingsgevallen mogelijk aan de randen van bedrijventerreinen, denk bijvoorbeeld aan herbestemming van leegstaande/verouderde kantoorpanden. Daarnaast wordt de haalbaarheid onderzocht van woningbouw op (een deel van) De Brier.
Natuurgebieden In onze natuurgebieden is geen ruimte voor nieuwe woonfuncties; bescherming van de natuurwaarden staat voorop. Deze natuurgebieden vervullen wel een belangrijke rol voor de beleving en aantrekkelijkheid van het woonklimaat van onze gemeente. Daarnaast draagt een groene en natuurlijke omgeving bij aan een positieve gezondheid van onze inwoners.
Agrarische gebieden Groen, gezond en duurzaam staat voorop bij wonen in het buitengebied. Woningen in het landelijk gebied hebben van nature een duidelijke relatie met de (groene) omgeving en de ruimtelijke/cultuurhistorische waarden van een gebied. Daar wordt rekening mee gehouden. Verder wordt er binnen deze ambitie ingezet op het vergroten van gezondheid en welzijn. Woningbouw in het landelijk gebied is geen doel op zich. We zijn terughoudend met nieuwe woningen en staan deze alleen toe in kernrandzones en bestaande woonclusters. De eigenschappen en kenmerken van een gebied bepalen of woningen hier kunnen landen of dat wellicht andere functies meer recht doen aan het type landschap, waarbij voorop staat dat de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving benut en versterkt wordt. We combineren woningbouw met het oplossen van vraagstukken zoals sanering van stoppende bedrijven, slopen van leegstaande gebouwen en/of herstel en versterken van het landschap. Anders dan voorheen zetten we hierbij in op nieuwe woonvormen waar behoefte aan is en die passen in het gebied. Waar in het verleden alleen grote solitaire woningen op grote kavels werden toegestaan, zal nu meer aandacht moeten zijn voor kleinschalige (gezamenlijke) woonvormen. Wij zien waarde in het proactief creëren en verbeteren van landschappen, met name in de kernrandzones.
Dit kan gecombineerd worden met nieuwe woonvormen om tot een win-winsituatie in meerdere opzichten te komen: aantrekkelijke, innovatieve woonvormen, een ruimtelijke kwaliteitsslag en transformatie van het landelijk gebied. Woonvormen waaraan gedacht wordt zijn coöperatieve woningbouw, collectief opdrachtgeverschap, erf- en generatiewonen, bijzondere woongroepen et cetera. Kleinschalige wooneenheden gebouwd in een gezamenlijke woonvorm, met gezamenlijke voorzieningen. Het
34
Omgevingsprogramma Wonen
zorgen voor elkaar en sociale binding en veiligheid/geborgenheid zijn bij deze woonvormen belangrijke pijlers. In het landelijk gebied moet daarbij extra aandacht zijn (bovenop de wettelijke vereisten) voor duurzaam, innovatief en circulair bouwen, klimaatadaptatie en inpassing in de groene landelijke omgeving. Ook ruimtelijke kwaliteit en uitstraling krijgen extra aandacht. Dit soort woonvormen zijn bijvoorbeeld uitermate geschikt om in bestaande stalvolumes (VAB’s) te situeren, maar denk ook aan nieuwbouw in bijvoorbeeld schuurvolumes in een erfachtige setting.
4.5.3 •
Wat gaan we daarvoor doen
In het centrum van Venray blijven we inzetten op transformatie van (winkel/horeca of kantoor)panden naar woningen, met name in de aanloopstraten en transformatiegebieden en op de verdieping (wonen boven winkels). We richten ons hierbij vooral op het toevoegen van betaalbare (huur)appartementen voor starters en ouderen. Dit doen we vanuit een integrale aanpak met aandacht voor: −
ruimtelijke kwaliteit: voldoende privacy, daglicht en buitenruimte, maar ook behoud van cultureel erfgoed;
−
mobiliteit: stimuleren fietsgebruik in plaats van de auto;
−
duurzaamheid: verduurzamen van panden;
−
en gezondheid: bijvoorbeeld voorkomen geluidsoverlast.
Daarnaast is met name in de driehoek ‘Henseniuskwartier’ (sociale) veiligheid een aandachtspunt, doordat in een relatief klein gebied uiteenlopende en soms conflicterende functies zijn ondergebracht. Hiervoor nemen we flankerende maatregelen op het gebied van verkeer, openbare ruimte, veiligheid en sociale binding; •
We streven naar gemengde wijken met sociale huurwoningen, duurdere huurwoningen en betaalbare koopwoningen. Behalve menging is ook voldoende en goede begeleiding en zorg voor bijzondere/kwetsbare doelgroepen een voorwaarde voor leefbare wijken en kernen. Partijen (inclusief de door de gemeente gecontracteerde zorgpartijen) brengen in kaart tegen welke problemen de wijken aanlopen met betrekking tot dit samen leven en zoeken gezamenlijk naar manieren om het samen wonen te bevorderen. Inwoners met initiatieven hierover worden ondersteund door partijen;
•
Permanente bewoning van recreatieparken vinden we niet wenselijk. Samen met de provincie en de regio Noord Limburg zetten we in op de vitalisering van de verblijfsrecreatieve sector. Het toestaan van permanente bewoning gaat tegen deze doelstelling in en draagt niet bij aan de leefbaarheid;
•
De woningbouwopgave in onze dorpen werken we in nauwe samenwerking met de dorpsraden verder uit. Maatwerk per dorp is daarbij het uitgangspunt. We nemen dit op als actie in de Uitvoeringsagenda;
•
We experimenteren met nieuwe woonvormen in het landelijk gebied. Vanzelfsprekend op plekken waar dit kan (veelal in de kernrandzones van het stedelijke gebied) en waar het ook een meerwaarde oplevert voor het aanwezige landschap. Dit doen we door een pakket van randvoorwaarden en spelregels op te stellen die een latere doorvertaling krijgen in het
35
Omgevingsprogramma Wonen
omgevingsplan. Ook de uitwerking van het Ruimtelijk Kwaliteitskader zal hier nadere duiding aan geven.
36
Omgevingsprogramma Wonen
5 Naar uitvoering: regie in samenwerking 5.1
Een goed afwegingskader voor nieuwe initiatieven
Voor het realiseren van de in dit Omgevingsprogramma beschreven ambities zijn we afhankelijk van onze stakeholders: corporaties, projectontwikkelaars, zorgorganisaties én onze inwoners. Het is dus belangrijk om die uitvoering goed te organiseren. Dit doen we in aan de hand van een afwegingskader voor woningbouwplannen. We actualiseren het huidige afwegingskader aan de hand van de kwantitatieve en kwalitatieve uitgangspunten uit hoofdstuk 4. We dagen initiatiefnemers in vroegtijdig stadium van planontwikkeling uit hier rekening mee te houden en verantwoordelijkheid te nemen voor hun plan in de omgeving. We toetsen initiatieven daarbij aan de hand van onze uitgangspunten. We actualiseren het afwegingskader (bij voorkeur gebiedsspecifiek) op basis van de volgende weegcriteria (in willekeurige volgorde): •
Past het plan binnen de kwantitatieve opgave voor de komende jaren?
•
Past het plan binnen het kwalitatieve woningbouwprogramma en de opgaven voor de wijken en kernen?
•
Geeft het plan invulling aan de wens bijzondere woonvormen te realiseren?
•
Draagt het plan bij aan langer zelfstandig wonen en huisvesting van bijzondere doelgroepen?
•
Wordt met het plan goed ingespeeld op mobiliteit, duurzaamheid, klimaatadaptatie, circulariteit en natuurinclusief bouwen?
•
Draagt het plan bij aan een gezonde woon-, werk- en leefomgeving? Aandacht voor fysieke aspecten als milieu, duurzame mobiliteit, openbare ruimte en dergelijk. Maar ook voor maatschappelijk aspecten als ontmoeting, bewegen, nabijheid van voorzieningen;
•
Wordt met het plan een ruimtelijk knelpunt opgelost?
5.2
Regie in samenwerking
Onderdeel van een goede regie is tevens een goede communicatie, afstemming en intensievere samenwerking met stakeholders op het gebied van wonen. Voor dit Omgevingsprogramma hebben wij onze stakeholders geraadpleegd. Op basis daarvan hebben we keuzes gemaakt. Maar hoe brengen we dat stappen verder? En hoe toetsen we dat periodiek aan kennis en expertise van onze partners in het veld en onze inwoners? We richten twee samenwerkingstafels in rond de belangrijkste opgaven: 1. Samenwerkingstafel Woningbouw Deze bestaat uit de gemeente, lokaal werkzame corporaties, ontwikkelaars en makelaars. De tafel komt twee maal per jaar bij elkaar. De gemeente heeft de regie. Hoofddoelen van deze samenwerkingstafel zijn:
37
Omgevingsprogramma Wonen
•
Kwantitatief en kwalitatief toetsen van het programma aan de ambities uit het Omgevingsprogramma Wonen en aan actuele marktpotenties;
•
Onderlinge afstemmen van bouwplannen;
•
Woningbouwprogrammering monitoren en indien gewenst bijstellen;
•
Delen van relevante kennis en informatie.
2. Samenwerkingstafel Wonen en Zorg Deze bestaat uit de gemeente (samenwerking tussen ruimtelijk en sociaal domein), lokaal werkzame corporaties en lokaal werkzame zorg- en welzijnspartijen en partijen uit het veiligheidsdomein. De gemeente heeft de regie. Hoofddoelen van deze samenwerkingstafel zijn: •
Verder scherp krijgen van de globale ontwikkeling van de behoefte aan wonen met zorg zoals we die in dit Omgevingsprogramma hebben verwoord: wat is de ontwikkeling aan de vraagzijde? Tevens confronteren met bestaande woningvoorraad en vastgoed: welke geschikt aanbod hebben we al? Dat moet een beeld opleveren van de opgave voor aanpassing van bestaande woningen en zorgvastgoed én aanvullend gewenste nieuwbouw;
•
Opstellen van een gezamenlijk Lokaal Actieplan Wonen-Zorg, dat concreet beschrijft welke opgaven opgepakt moeten worden, wie daarvoor verantwoordelijk is en wat daarvoor nodig is. Daarin wordt de gewenste woonzorginfrastructuur voor de toekomst beschreven (niet alleen wat nodig is aan intramurale en extramurale woonvormen, maar ook welke begeleiding en zorg nodig is, de organisatie, samenwerking en financiering);
•
Monitoren en periodiek toetsen van de uitvoering.
5.3
Prestatieafspraken corporaties en huurdersorganisatie
Op basis van dit Omgevingsprogramma en de visies/ondernemingsplannen van onze corporaties en de visie van de huurdersorganisatie maken we meerjarige prestatieafspraken over de inzet en rollen die nodig zijn om de ambities te verwezenlijken. Daarbij streven wij in de komende afspraken nadrukkelijk naar concrete én wederkerige afspraken. Wij maken als gemeente ook helder welke bijdragen wij leveren in de samenwerking aan goed wonen in onze gemeente. We blijven verder intensief in overleg met onze corporaties. Kort samengevat zijn de volgende thema’s en aandachtspunten basis voor de prestatieafspraken: •
Snel woningen bouwen, waaronder 30% sociale huur;
•
Inzet op flexwoningen;
•
Aanpassing
bestaande
woningvoorraad
aan
veranderende
woonwensen
(naar
meer
compacte en levensloopbestendige woningen); •
Aandacht voor gemengde wijken, buurten en kernen, goede balans tussen ‘vragers’ en ‘dragers’;
•
Aandacht voor nieuwe woonvormen, onder andere in het kader van wonen en zorg;
•
Samenwerken aan invoering instrumentarium (doelgroepenverordening, Huisvestingsverordening);
38
Omgevingsprogramma Wonen
•
Aandacht voor bevorderen doorstroming in de woningvoorraad;
•
Verduurzaming van de woningvoorraad;
•
Samenwerken aan uitwerking bouwopgave in de kernen met de dorpsraden.
5.4
Monitoring, evaluatie en actualisatie
Duidelijk is dat we in dynamische tijden leven. De woningmarkt en maatschappelijke ontwikkelingen staan de komende jaren beslist niet stil. De gevolgen van de Coronacrisis op langere termijn zijn vooralsnog niet helder. Bovendien zullen de plannen van het nieuwe kabinet en gemeenteraadsverkiezingen van 2022 wellicht leiden tot koerswijzigingen op het gebied van het wonen. Het thema staat in ieder geval hoog op de agenda! Hierdoor zijn er grenzen aan de maakbaarheid en planbaarheid van het Omgevingsprogramma. We willen zorgen voor voldoende flexibiliteit om kansen te benutten en in te kunnen spelen op nieuwe urgente opgaven. Hier ligt een direct verband met de monitoring en evaluatie van onze Omgevingsvisie en de andere omgevingsprogramma’s die we hebben opgesteld of gaan opstellen onder de nieuwe Omgevingswet. We gaan uit van een groeiproces waarbij we de verschillende programma’s en de monitoring ervan steeds beter op elkaar afstemmen en op onze beleidscyclus5. Minimaal éénmaal per vier jaar vindt een integrale herijking van de omgevingsvisie en van de omgevingsprogramma’s plaats. Maar vaker is ook mogelijk, indien zich specifieke opgaven aandienen. Hiertoe ontwikkelen we een cyclisch proces om de gemeenteraad, maar ook onze inwoners en andere partners te betrekken bij nieuwe trends, ontwikkelingen en/of opgaven.
We handhaven onze jaarlijkse Woonmonitor en bouwen deze verder uit aan de hand van de ambities uit dit Omgevingsprogramma Wonen. Zicht op de actuele marktvraag en op een aantal indicatoren (leegstand, waardeontwikkeling, slaagkansen, voortgang bouwproductie) is cruciaal om bij te kunnen sturen in bijvoorbeeld omvang en snelheid van de nieuwbouw. Jaarlijks bespreken we de stand van zaken van het Omgevingsprogramma met onze stakeholders in de Samenwerkingstafels en tijdens een Avond van het Wonen. Ook de onderstaande uitvoeringsagenda en de woningbouwprogrammering per kern (zie bijlage) worden jaarlijks door het college van B en W geactualiseerd.
5.5
Uitvoeringsagenda
Voor de uitvoering van het Omgevingsprogramma Wonen stellen we een uitvoeringsagenda op voor de eerste periode.
5
De beleidscyclus kent 4 fasen: 1) beleidsontwikkeling, 2) beleidsdoorwerking, 3) uitvoering en 4) terugkoppeling/monitoring
39
Omgevingsprogramma Wonen
Bijlage Beschrijving per wijk en kern Kern Venray en de wijken •
Kwantitatieve opgave 2021 tot 2035 (op basis van Progneff 2021, bewerking gemeente Venray), inclusief 50% overcapaciteit
•
Korte beschrijving plannen per wijk (per 1-1-2021, op basis van actualisatie december 2021) met accenten voor de woningbouw
Opgave kwantitatief tot 2035 1.670
Plannen
Accenten woningbouw
1.640
Plannen per wijk: • Antoniusveld: 240 won (Servaasterrein) • Brabander: 101 won (o.a. afronding cluster IV) • ’t Brukske: 350 won (De Brier) • Centrum: 229 won (diverse plannen) • Centrum Oost: 67 won (diverse plannen) • Centrum West: 48 won (diverse plannen) • Landweert: 18 won (kantoor Keizersveld) • Smakterheide: 208 won (St. Annapark) • Veltum: 108 won (o.a. Gildeterrein) • Vlakwater: 271 won (o.a. Viecuri, Ruimte voor Ruimte) De plancapaciteit in de kern Venray is ruim 1.600 woningen. In kwantitatieve zin is dit voldoende, ook omdat er daarnaast nog meerdere plannen zijn waarvan het aantal woningen nog niet bekend is (‘pm-plannen’). Echter, slechts een derde hiervan ligt vast in ‘harde’ plannen (bestemmingsplannen), voor de overige moeten nog ruimtelijke procedures worden doorlopen. Verder valt op dat er in Venray sprake is van vier grote plannen (met meer dan 200 woningen per plan): St. Annapark, Servaasterrein, Viecuri en De Brier. De voortgang van deze plannen is doorslaggevend of de komende jaren in de behoefte kan worden voorzien. Daarnaast is het aandeel betaalbare woningbouw in deze plannen nog grotendeels onzeker. Het is dus ook belangrijk om snel zekerheid te verkrijgen welke type woningen hier kunnen worden gebouwd. Het accent in de kern Venray ligt dan ook op het snel woningen bouwen en het voorzien in voldoende betaalbare woningen.
40
Omgevingsprogramma Wonen
De kernen van Venray •
Kwantitatieve opgave 2021 tot 2035 (op basis van Progneff 2021, bewerking gemeente Venray), inclusief 30% overcapaciteit
•
Korte beschrijving plannen (per 1-1-2021, op basis van actualisatie december 2021) met accenten voor de woningbouw
De concrete invulling van het woningbouwprogramma per dorp zal samen met de dorpsraden nader worden uitgewerkt (voorjaar 2022). Blitterswijck Opgave kwantitatief tot 2035 55
Plannen
Accenten woningbouw
53
•
•
In Blitterswijck zijn een groot aantal kleinere locaties in ontwikkeling of in voorbereiding voor woningbouw, waaronder Eckmanshof, Molenhof (gemeentelijke kavels), Fruitboerderij Cremers (in aanbouw), Mariahoeve (plan voor tiny houses), Op den Dries en nog enkele kleine particuliere plannen. Geen noodzaak om op zoek te gaan naar aanvullende locaties.
Castenray Opgave kwantitatief tot 2035 40
Plannen
Accenten woningbouw
19
• • • •
Plan voor 4 wooneenheden Lollebeekwegweg 60. Nog een aantal beschikbare kavels binnen gemeentelijke grondexploitatie (Rietweg/Roerdomp). Plan in voorbereiding voor 4 woningen hoek Rietweg/Aan het Broek. Gesprekken met dorpsraad zijn opgestart om een locatie te vinden binnen het dorp om de aanvullende behoefte op te vangen.
Geijsteren Opgave kwantitatief tot 2035 25
Plannen
Accenten woningbouw
13
• • •
Afronding uitbreidingslocatie Heiveld II (vrije sector kavels). Verbouwing school tot 5 sociale huurwoningen (met name bedoeld voor ouderen). Er is beperkt ruimte voor nieuwe (kleinschalige, particuliere) initiatieven.
Heide Opgave kwantitatief tot 2035 25
Plannen
Accenten woningbouw
4
• • •
Gemeentelijke grondexploitatie Groeneweg is bijna afgerond. Enkele particuliere kavels beschikbaar (o.a. ruimte voor ruimte). Er wordt nagedacht over nieuwe woningbouwlocatie om de aanvullende behoefte op te vangen, definitieve locatiekeuze moet nog plaatsvinden in overleg met dorpsraad en initiatiefnemers.
41
Omgevingsprogramma Wonen
Leunen Opgave kwantitatief tot 2035 100
Plannen
Accenten woningbouw
54
• • •
Plannen
Accenten woningbouw
63
•
Bouw Leunen Zuid start binnenkort (48 won waarvan 23 huur). Enkele particuliere kavels beschikbaar. Aanvullend is ruimte voor nieuwe initiatieven in samenspraak met de dorpsraad.
Merselo Opgave kwantitatief tot 2035 50
• •
In samenwerking met de dorpsraad wordt gekeken naar herinvulling van de schoollocatie. Er is een principeverzoek ingediend voor een woon-zorginitiatief. Er lopen gesprekken met een initiatiefnemer voor een woningbouwplan op de langere termijn (invulling van de schoollocatie heeft nu prioriteit).
Oirlo Opgave kwantitatief tot 2035 55
Plannen
Accenten woningbouw
32
• • • •
In het plan Kerkhoek worden de laatste resterende kavels uitgegeven en projectwoningen gebouwd. In het centrumplan is nog ruimte voor 5 woningen. Verder loopt er een principeverzoek voor café d’n Terp voor enkele appartementen. Met enkele initiatiefnemers lopen gesprekken om de aanvullende behoefte op te vangen in een woningbouwplan tussen de locatie Kerkhoek en de Hoofdstraat, dit dient in samenspraak met de dorpsraad te worden opgepakt.
Oostrum Opgave kwantitatief tot 2035 95
Plannen
Accenten woningbouw
136
• • • • •
Plannen in voorbereiding met particulieren rondom de van Broekhuizenstraat voor enkele woningen. Plannen in voorbereiding voor woningbouwlocatie ten zuiden van de van Broekhuizenstraat voor ca. 56 woningen (met diverse initiatiefnemers). Er zijn principeverzoeken ingediend voor invulling van voormalig klooster Paschalis (woongemeenschap) en locatie Camps (naast het spoor) voor senioren- en zorgwoningen. Verder lopen er gesprekken voor enkele kleinere particuliere initiatieven en voor het omzetten van woon-werkkavels naar woonkavels op de Hulst I en Vennendreef. Geen noodzaak om op zoek te gaan naar aanvullende locaties.
Smakt Opgave kwantitatief tot 2035 10
Plannen
9
Accenten woningbouw
• • •
Bestemmingsplan in voorbereiding voor de bouw van 7 woningen aan de Rector Cremersstraat. 2 woningen particuliere plannen. Geen noodzaak om op zoek te gaan naar aanvullende locaties.
42
Omgevingsprogramma Wonen
Veulen Opgave kwantitatief tot 2035 25
Plannen
Accenten woningbouw
26
• • •
Plannen
Accenten woningbouw
12
• •
Plan voor 5 wooneenheden in voormalige school in voorbereiding. Op de locatie dorpsplein zijn nog enkele woningen/kavels beschikbaar. Principeverzoek ingediend voor uitbreiding van de locatie dorpsplein. Gesprekken met initiatiefnemer zijn opgestart en afstemming met dorpsraad dient plaats te vinden.
Vredepeel Opgave kwantitatief tot 2035 10
• •
Uitgifte laatste ruimte voor ruimte kavels Twistweg. Plannen voor 4 wooneenheden (sociale huur) in de school (start bouw 2022). 4 bouwkavels in de zuidwesthoek van Vredepeel. Plannen in voorbereiding voor uitbreiding van de zuidwesthoek met meer woningen als afronding van het dorp.
Wanssum Opgave kwantitatief tot 2035 90
Plannen
Accenten woningbouw
99
• • • • •
Plannen in voorbereiding voor woningbouwplan Burg. Ponjeestraat (verdeeld over 2 fases). Onderzoek naar woningbouw op locatie Zandhoek (na verplaatsing) in samenwerking met Wonen Limburg. Gesprekken met supermarkt over verbouw inclusief woningbouw (appartementen). Plannen in voorbereiding voor 8 woningen aan de Achterstraat. Diverse kleinere plannen of principeverzoeken voor enkele woningen.
Ysselsteyn Opgave kwantitatief tot 2035 130
Plannen
Accenten woningbouw
96
• •
Diverse plannen in voorbereiding of in aanbouw (Kievitsakker, Odahofje, plan in de Wei en appartementen voormalig Herberg de Peel). Verder zijn er voor een drietal locaties principeverzoeken ingediend die de resterende behoefte op moeten kunnen vangen. Gesprekken met initiatiefnemers hierover en dorpsraad lopen of worden opgestart.
43