CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Boekwerk kadernota 2023 inclusief 1e bijstellingen 2022

Gemeenteraad 5 juli 2022, gemeente VenrayBij agendapunt: Kadernota 202321.105 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Kadernota 2023

Gemeente Venray 17-05-2022

1

2

Aanbiedingsbrief Aan de gemeenteraad, Wij bieden u hierbij de kadernota 2023 aan. Net als ieder jaar gebruiken we het voorjaar voor het opstellen van een kadernota, met daarin een beeld van de huidige financiële situatie van Venray en de belangrijkste kaders voor de begroting 2023 die in het najaar wordt gepresenteerd. Eveneens als bij de kadernota 2022 is de eerste bestuursrapportage 2022 geïntegreerd in deze kadernota 2023. Op 14, 15 en 16 maart 2022 zijn de gemeenteraadsverkiezingen geweest. Op het moment van vaststellen van deze kadernota zijn de besprekingen over een nieuw coalitie- of bestuursakkoord 2022-2026 nog volop gaande. Dit betekent dat er in deze kadernota nog geen nieuwe richtinggevende kaders zijn aangegeven. Deze kadernota is dus beleidsarm en de basis is nog het collegeprogramma 2018-2022. Kaders en de daarvoor benodigde middelen van bestaand beleid zijn wel opgenomen in deze kadernota in het Meerjarig Uitgaven en InvesteringsPlan (MUIP). Tevens op onderdelen extra middelen als gevolg van de hoge inflatie en extra kosten duurzaamheid. Voorbeelden zijn: - aanpassing oude AH-pand ten behoeve van de nieuwe bibliotheek; - versnelling van de woningbouwopgave; - omgevingsprogramma landelijk gebied; - 4e envelop Investeringsagenda regio; - uitvoering Venray vergroent - klimaatadaptatie; - diverse vervangingen ICT; - hogere personeelskosten Werkplein.

1e bijstellingen begroting 2022 In deze kadernota zijn de 1e bijstellingen van de begroting 2022 opgenomen. De belangrijkste aanpassingen in de eerste berap 2022 hebben betrekking op: - de gevolgen van de geactualiseerde planning van de investeringen; - de financiële gevolgen van de december circulaire; - in de organisatie wordt extra geïnvesteerd, in 2022, om toekomstbestendig te kunnen werken, zowel door fysieke als door organisatorische maatregelen te nemen. Het financieel resultaat van de 1e bijstellingen is € 120.311 negatief. Rekening houdende met de eerder door uw raad genomen besluiten is de stand van de post onvoorzien € 12.911 negatief. Voorgesteld wordt om de post onvoorzien weer aan te vullen tot het oorspronkelijke bedrag van €131.000. Dit betekent dat er voorgesteld wordt om een bedrag van € 143.911 ten laste te brengen van het positieve begrotingsresultaat 2022. Meerjarenperspectief Vorig jaar in de kadernota 2022 maakten we melding van zeer onzekere tijden omtrent onze financiële positie. Het meerjarenperspectief sloot alle jaren negatief tussen € 1 mln en € 2,6 mln. Er is destijds de keuze gemaakt om niet direct over te gaan tot het nemen van maatregelen en daarmee te wachten tot de begrotingssamenstelling. Dit in de verwachting dat er dan meer duidelijkheid is over de financiële gevolgen voor de gemeenten van een regeerakkoord.

Dat regeerakkoord lag er tijdens de samenstelling van de begroting 2022 nog niet. Wel waren er door het demissionaire kabinet vooralsnog tijdelijk extra middelen toegekend aan de gemeenten. Op basis daarvan hebben we de begroting 2022 sluitend kunnen krijgen. De jaren daarna nog niet. Deze jaren waren nog ruim € 2 mln. negatief. Wel bracht de septembercirculaire wat meer lucht doordat met name het accres meerjarig naar boven was bijgesteld. In december is het regeerakkoord van het kabinet Rutte IV tot stand gekomen. Op 6 april 2022 is de maartbrief van het ministerie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) gepubliceerd waarin op hoofdlijnen is aangegeven wat het regeerakkoord financieel voor gemeenten betekent. De definitieve cijfers worden in de meicirculaire 2022 opgenomen die we eind mei/begin juni 2022 zullen ontvangen. Voor de korte termijn krijgen we als gemeente extra geld erbij waarmee ons meerjarig perspectief positief is. Dit met één kanttekening, dat de rijksmiddelen met ingang van 2026 behoorlijk naar beneden worden bijgesteld. Voor Venray ongeveer € 4 mln. Omdat een gemeente in de basis een meerjarig structurele begroting moeten hebben betekent deze korting dat er minder structurele ambities opgepakt kunnen worden. De minister is er zich van bewust dat de gemeenten niet blij 3

zijn met de onzekerheid vanaf 2026. Daarom wordt er op korte termijn een contourennota opgesteld met als doel om uiteindelijk een toekomstbestendige en stabiele financieringssystematiek te krijgen. De eerste resultaten moeten in er juni 2022 zijn. Uw raad zal hierover zo spoedig mogelijk geïnformeerd worden zodra er mee bekend is. Op dit moment gaan we er vanuit dat er voor de vaststelling van de begroting 2023 meer duidelijk is over de financiering vanaf 2026. In deze kadernota hebben we ook weer drie scenario's uitgewerkt van de ontwikkelingen gemeentefonds. Naast het voorzichtige scenario welke de basis is voor deze kadernota hebben we ook een pessimistisch en een optimistisch scenario uitgewerkt. Het meerjarenperspectief op basis van het voorzichtige scenario is als volgt: Kadernota 2023 Meerjarenperspectief incl. MUIP

(x € 1.000)

2022 2.099

2023 301

2024 3.178

2025

2026

4.171

389

Het meerjarenperspectief sluit alle jaren positief. In het 1e en laatste jaar beperkt en in de tussenjaren behoorlijk positief. De oorzaak van de ongelijke jaren is hiervoor toegelicht en is een gevolg van het regeerakkoord. Na de meicirculaire 2022 en de contourennota van het rijk die we in juni verwachten gaan we ervanuit dat het saldo over de jaren meer gelijkmatiger wordt. U wordt daarover zoals gebruikelijk zo snel mogelijk geïnformeerd. Dat is dan de meest actuele basis voor het collegeprogramma 2022-2026 en de begroting 2023-2026 die in de zomer samengesteld worden. Risico's en Weerstandsvermogen COVID-19 Op dit moment lijkt het dat we in een andere fase terecht zijn gekomen aangaande COVID-19. Het risico blijft dat het virus regelmatig weer flink zal opleven. In deze kadernota zijn niet direct maatregelen opgenomen indien dit het geval zal zijn. Oorlog Oekraïne Ook hebben we nog geen rekening gehouden met eventuele gevolgen voor onze gemeente als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Inflatie De inflatie is het laatste half jaar omhoog geschoten. Dit heeft gevolgen voor onze uitgaven van de gemeente Venray. Bij het samenstellen van de begroting 2023 worden de budgetten tegen het licht gehouden of deze bijgesteld moeten worden en voor hoeveel. Daar tegenover staat dat het Rijk op basis van de landelijke cijfers de extra lasten als gevolg van de inflatie compenseert.

De weerstandsnorm is op orde en is na inzet voor de incidentele lasten nog meer dan het dubbele van de minimale norm van 1,0. Weerstandsvermogen

2022

2023

2024

2025

2026

Weerstandsratio

4,52

4,58

4,06

2,92

2,85

Na rekening gehouden te hebben met de risico’s is de vrije ruimte in 2022 € 16 miljoen en de jaren daarna blijft deze vrije ruimte boven de 12 miljoen.

Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Venray.

4

5

Vaststellingsbesluit De raad van de gemeente Venray, Gelezen het advies van B&W van 17 mei 2022. Besluit: Besluit inzake kadernota 2023: 1. Vaststellen van de kadernota 2023, inclusief het Meerjarig Uitgaven- en Investeringsplan (MUIP) 2023-2026 als richtinggevend kader voor de Programmabegroting 2023-2026. Besluit inzake 1e bijstellingen 2022: 1. Instemmen met de 1ste bijstelling en de daarin opgenomen, financiële en administratieve mutaties in de exploitatie en investeringsbudgetten; 2. Akkoord gaan met het negatieve resultaat 2022 van € 120.311 voortvloeiend uit de 1e bijstellingen 2022 en dit ten laste brengen van de post onvoorziene uitgaven 2022; 3. Het resultaat uit deze 1e bijstellingen over de jaren 2023 tot en met 2026 verwerken in de meerjarenbegroting; 4. De post onvoorziene uitgaven 2022 weer op het oorspronkelijke begrotingsniveau van € 131.000 terugbrengen door het bedrag van € 143.911 ten laste te brengen van het begrotingsresultaat 2022; 5.Beschikbaar stellen van een investeringsbudget van € 23.000 voor de aanschaf van ICTmiddelen voor de nieuwe gemeenteraadsleden. 6a. In te stemmen met een extra storting/overheveling van € 1.500.000 in de Reserve Frictiegelden personeel vanuit de Algemene Reserve en deze te alloceren en in te zetten/onttrekken voor het ontwikkelplan IV vanaf 2022; 6b.

In te stemmen met het opheffen van de regel ‘het maximale volume van de reserve is gelijk aan 2,5 maal het bedrag van de reguliere jaarlijkse storting’ van de Reserve Frictiegelden Personeel en geen maximaal volume in te stellen.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 5 juli 2022.

, voorzitter

, raadsgriffier

6

7

Inhoud Kadernota 2023 .................................................................................................................. 1 Aanbiedingsbrief ................................................................................................................. 3 Vaststellingsbesluit .............................................................................................................. 6 Inhoud ............................................................................................................................... 8 Leeswijzer ......................................................................................................................... 10 1. Financieel meerjarenperspectief ....................................................................................... 11 1.1 Meerjarenperspectief inclusief MUIP ............................................................................. 11 Inleiding ..................................................................................................................... 11 1.2 Huidig verwacht resultaat ........................................................................................... 12 Begrotingsresultaat begroting 2022- 2026. .....................................................................

12 1.3 Ontwikkelingen ......................................................................................................... 13 Gemeentefondsuitkering............................................................................................... 13 Sociaal Domein ........................................................................................................... 16 Overige ontwikkelingen 2022-2026 ................................................................................ 16 2. Reservepositie en weerstandsvermogen ............................................................................ 18 2.1 Weerstandsvermogen ................................................................................................ 18 2.2 Risico's..................................................................................................................... 19 2.3 Reservepositie .......................................................................................................... 19 3. PROGRAMMA’S ............................................................................................................... 21 Inleiding programma's ................................................................................................. 21 Programma 1 Leven ........................................................................................................

22 Meerjarig uitgaven en InvesteringsPlan (MUIP) ...................................................................... 22 Programma 2 Wonen ....................................................................................................... 23 Meerjarig uitgaven en InvesteringsPlan (MUIP) ...................................................................... 23 Programma 3 Werken ...................................................................................................... 24 Meerjarig uitgaven en InvesteringsPlan (MUIP) ...................................................................... 24 Programma 4 Besturen .................................................................................................... 25 Meerjarig uitgaven en InvesteringsPlan (MUIP) ...................................................................... 26 4. De 1e bijstellingen 2022 .................................................................................................. 27 PROGRAMMA 1 LEVEN ..................................................................................................... 27 PROGRAMMA 2 WONEN ................................................................................................... 29 PROGRAMMA 3 WERKEN ..................................................................................................

31 PROGRAMMA 4 BESTUREN ............................................................................................... 33 Actueel financieel beeld na bijstellingen ............................................................................. 36 Verloop investeringen ...................................................................................................... 37 Bijlagen ............................................................................................................................ 38 Bijlage 1. Totaal overzicht MUIP-aanvragen ........................................................................ 38 Programma 1 Leven ..................................................................................................... 38 Programma 2 Wonen ................................................................................................... 39 Programma 3 Werken .................................................................................................. 41 Programma 4 Besturen ................................................................................................ 42 Bijlage 2. Uitgangspunten meerjarenbegroting 2022-2026 ................................................... 45 Inleiding ..................................................................................................................... 45 8

2.1

Prijsontwikkeling ............................................................................................... 45

2.3

Belastingscenario .............................................................................................. 46

2.4

Renteomslag ..................................................................................................... 48

2.5

Ontwikkelingen in de taakstelling ........................................................................ 49

2.6

Grondbedrijf ..................................................................................................... 50

2.7 Kengetallen ........................................................................................................... 51 Inwoners en huishoudens ............................................................................................. 51 Woonruimten .............................................................................................................. 52 Bijstandontvangers ...................................................................................................... 52 Leerlingen .................................................................................................................. 53 WOZ-waarden ............................................................................................................. 53 Bijlage 3. Reserves en voorzieningen ................................................................................. 54 Bijlage 4. Raadsinformatiebrieven ..................................................................................... 55 Bijlage 3. Lijst met afkortingen ......................................................................................... 56

9

Leeswijzer Voor u ligt de kadernota 2023, inclusief het Meerjaren Uitgaven en Investeringsplan 2023-2026 (MUIP) . De kadernota dient als richtinggevend kader voor de op te stellen Programmabegroting 2023-2026. De bestuursrapportage is geïntegreerd in de kadernota. De 1e bijstellingen 2022 zijn nader toegelicht in hoofdstuk 4 van deze kadernota. Door de automatische koppeling tussen LIAS onderdeel financieel management en LIAS onderdeel document management worden tekstuele en financiële onderbouwingen (begrotingswijzigingen) direct opgenomen in de kadernota. Hierdoor kunnen dezelfde toelichtingen voorkomen in de verschillende deelprogramma's. In het overzicht van de financiële afwijkingen op programmaniveau kan het onderwerp van de begrotingswijziging meerdere keren voorkomen echter kan de financiële invloed (positief en negatief) per deelprogramma verschillen. De administratieve wijzigingen welke geen financiële consequenties hebben, worden in tegenstelling tot eerdere planning en control documenten, zichtbaar gemaakt. Dit komt eveneens door de automatische koppeling met de financiële gegevens. Deze kadernota kent de volgende opzet: Hoofdstuk 1:

Weergave toelichting op het financiële meerjarenperspectief voor 2022-2026.

Hoofdstuk 2:

Weergave van de (meerjarige) ontwikkeling van de reservepositie en het weerstandsvermogen.

Hoofdstuk 3:

Per programma een beschrijving van activiteiten om de gestelde doelen te kunnen realiseren.

Hoofdstuk 4:

1e bijstellingen 2022.

Bijlage 1:

Totaaloverzicht MUIP 2023-2026.

Bijlage 2:

Uitgangspunten meerjarenbegroting 2022-2026.

Bijlage 3:

Mutaties Reserves en Voorzieningen.

Bijlage 4:

Raadsinformatiebrieven.

Bijlage 5:

Lijst met afkortingen.

De bedragen in de tabellen zijn in € 1.000 tenzij anders is vermeld.

10

1. Financieel meerjarenperspectief 1.1 Meerjarenperspectief inclusief MUIP Inleiding Algemeen In de aanbiedingsbrief is de huidige financiële situatie op hoofdlijnen toegelicht. Een nadere toelichtingen op de ontwikkelingen en de bijbehorende scenario’s in het gemeentefonds zijn opgenomen bij onderdeel 1.3 Ontwikkelingen. Hoge inflatie Het is geen nieuws meer dat de inflatie het laatste half jaar omhoog geschoten is. Dit heeft uiteraard ook gevolgen voor onze uitgaven als gemeente. Op onderdelen is dat al direct zichtbaar zoals bij diverse investeringen. Daarvoor zijn al enkele investeringsbedragen bijgesteld zoals MFA Merselo en De Linde in Oirlo. Ook de energieprijzen stijgen fors. Bij samenstelling van de begroting worden de reguliere budgetten tegen het licht gehouden of deze bijgesteld moeten worden en voor hoeveel. Daar tegenover staat dat het rijk op basis van landelijke cijfers de lasten als gevolg van de inflatie compenseert. Uit de meicirculaire zal blijken wat de financiële correctie voor Venray betekent. Hieronder wordt het huidig verwachte verloop van het meerjarenperspectief 2022 – 2026 getoond. Voor een nadere inhoudelijke toelichting op het meerjarenperspectief verwijzen wij u naar onderdeel 1.2 en 1.3. Kadernota 2023

2022

2023

2024

2025

2026

72

-2.397

-2.322

-2.329

-2.036

2.086

1.749

1.612

1.792

2.049

Raadsbesluiten tot en met april 2022

-45

-80

-82

-83

-107

1e Berap 2022

-120

252

-47

-602

-999

2.099

-304

-671

-1.080

-922

0

3.069

5.281

6.358

2.455

2.099

2.765

4.610

5.279

1.534

0

-2.464

-1.432

-1.108

-1.144

2.099

301

3.178

4.171

389

Begrotingsresultaat begroting 2022 - 2026 2e berap 2021

Huidig verwacht resultaat Kadernota 2023 Geactualiseerd meerjarenperspectief Totaal nieuwe MUIP aanvragen Meerjarenperspectief incl. MUIP

11

1.2 Huidig verwacht resultaat Onderstaand wordt het huidig verwacht resultaat zoals vermeld in het meerjarenperspectief bij 1.1 nader toegelicht. Begrotingsresultaat begroting 2022- 2026. Dit betreft het begrotingsresultaat 2022-2026 na vaststelling van de programmabegroting 20222025 door de raad op 9 november 2021. 2e berap 2021. De 2e bestuursrapportage 2021 is vastgesteld in de raad van 14 december 2021. Raadsbesluiten tot en met april 2022. Hieronder is een specificatie opgenomen van de door uw raad tot en met 12 april 2022 genomen besluiten die financiële gevolgen hebben voor het meerjarenperspectief. Ook de 2e bestuursrapportage 2021 is opgenomen in onderstaande specificatie. De administratieve wijzigingen welke geen financiële consequenties hebben, worden in tegenstelling tot eerdere verantwoordingsdocumenten, zichtbaar gemaakt. Dit komt door de automatische koppeling met de financiële gegevens. In het meerjarenperspectief zoals gepresenteerd bij onderdeel 1.1. is de 2e bestuursrapportage afzonderlijk zichtbaar gemaakt.

Specificatie Raadsbesluiten

2022

2023

2024

2025

2026

2e Berap 2021

2.086

1.749

1.612

1.792

2.049

aanpassing lumpsum-OOT budget

0

0

0

0

0

Adm wijz wijkteam

0

0

0

0

0

Adm.wijz. N270 Via Venray inhuur C&V

0

0

0

0

0

Beleidsplan Gladheidbestrijding 2021-2026

-13

-5

-5

-5

-5

Beleidsplan Openbare Verlichting 2022-2026

0

0

0

0

-23

Div adm wijz

0

0

0

0

0

Formatie griffie

-44

-45

-46

-47

-48

formatie programma landelijk gebied

0

0

0

0

0

Grootboek aanpassen 1e tranche regiodeal en investeringsagenda

0

0

0

0

0

Inlossing taakstelling ontbinding GR Samenwerking handhaving

0

0

0

0

0

Intrekking 68501 en 68791 Afgesloten per 31-12-2021

0

0

0

0

0

Inverdien op Multi-functionals

0

0

0

0

0

Maatregelen in de Vergeten Driehoek (R.15.02.2022)

0

-2

-2

-2

-2

Omgevingsprogramma Landelijk Gebied

0

0

0

0

0

Projectplan Gemeenschapshuis De Linde Oirlo (SddP)

12

0

0

0

0

Uitbreiding brandweerkazerne

0

-28

-29

-29

-30

Vierde impactanalyse en vervolgaanpak 2021 Covid-19

0

0

0

0

0

wijz. inkomsten frictiegelden naar incidenteel

0

0

0

0

0

Totaal raadsbesluiten t/m april 2022

2.040

1.668

1.530

1.709

1.941

12

1e berap 2022. De bijstellingen van de 1e bestuursrapportage zijn tekstueel en financieel nader toegelicht bij onderdeel 4. De 1e bijstellingen 2022. Kadernota 2023. De ontwikkelingen zijn opgenomen bij het onderdeel kadernota 2023. Deze worden nader toegelicht bij onderdeel 1.3 Ontwikkelingen.

1.3 Ontwikkelingen Gemeentefondsuitkering Op 15 december jl. is het coalitieakkoord 'Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst' gepresenteerd. In dit akkoord zijn diverse ontwikkelingen zichtbaar die van invloed zijn op de gemeentefondsuitkering. Deze ontwikkelingen zijn echter in het akkoord niet uitgewerkt. Begin april jl. is een maartbrief gemeentefondsuitkering gepubliceerd waarin een eerste beeld wordt gepresenteerd van de gevolgen van het akkoord op het gemeentefonds. Hiervoor verwijzen wij u naar de raadsinformatiebrief waarin de meest recente actualiteiten, waaronder de gevolgen maartbrief 2022 gemeentefondsuitkering, zijn toegelicht. In de maartbrief wordt nadrukkelijk gesteld dat het ramingen betreft waarvan een nadere uitwerking volgt bij de meicirculaire 2022. De maartbrief heeft helaas niet de duidelijkheid verschaft waar de gemeenten om vragen. Een belangrijke onzekerheid is de aankondiging van een nieuwe financieringssystematiek, ingaande 2026, waarbij de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied wordt betrokken. Deze nieuwe financieringssystematiek moet ervoor zorgen dat gemeenten meer stabiliteit en autonomie krijgen. Omdat deze nieuwe financieringssystematiek echter nog uitgewerkt moet worden, heeft het kabinet ervoor gekozen vanaf 2026 het gemeentefonds niet volgens de afgesproken normeringssystematiek (samen de trap en af) te berekenen.

De gemeentefonds-uitkering laat hierdoor vanaf 2026 een heel forse teruggang zien. Dit heeft onder meer tot gevolg, dat de jaren ervoor een groot deel van de financiële ruimte als incidenteel aangemerkt moet worden. Het tekort wordt vanaf 2026 ook elk opvolgend jaar groter. Vanuit de VNG, de Raad van State et cetera wordt er bij het kabinet dan ook op aangedrongen om in het voorjaar te komen tot een meerjarig budgettair kader om zo gemeenten meer financiële zekerheid te geven. De nieuwe colleges en gemeenteraden zijn namelijk wettelijk verplicht een begroting op te stellen die structureel en reëel in evenwicht is. Dit begint al direct in de nieuwe bestuursperiode met de begroting 2023 waarin de meerjarenraming tot en met 2026 moet worden opgenomen. De VNG dringt dan ook aan op duidelijkheid in de voorjaarsnota van het rijk (uiterlijk 1 juni). Ten tijde van het schrijven van deze kadernota waren de resultaten hiervan nog niet bekend.

13

Scenario's ontwikkelingen gemeentefonds

Onderwerp

2023

2024

2025

2026

voorzichtig scenario (x €1.000,-) Extra accressen startnota (vrij besteedbaar)

1.602

3.149

3.628

2.006

Opschalingskorting

956

1.278

1.613

0

Herverdeeleffect gemeentefonds vanaf 1-1-2023

330

794

796

798

Bezuiniging middelen jeugdzorg

-239

-1.194

-1.194

Te heffen inkomensafhankelijke ouderbijdrage

239

1.194

1.194

Inkomensafhankelijke bijdrage huishoudelijke hulp korting Gemeentefonds

24

24

-191

-191

Te heffen inkomensafh. bijdrage huishoudelijke hulp

-24

-24

191

191

2.887

5.221

6.036

2.805

Totaal Wijzigingen tov voorzichtig scenario

2023

2024

2025

2026

pessimistisch scenario (x €1.000,-) Herverdeeleffect gemeentefonds vanaf 1-1-2023

-330

Te heffen inkomensafhankelijke ouderbijdrage

-794

-796

-798

-239

-1.194

-1.194

-191

-191

-1.033

-2.182

-2.184

2024

2025

2026

Te heffen inkomensafh. bijdrage huishoudelijke hulp Totale mutatie tov voorzichtig scenario Wijzigingen tov voorzichtig scenario

-330 2023

optimistisch scenario (x €1.000,-) Extra accressen startnota (vrij besteedbaar)

400

556

597

Opschalingskorting Middelen jeugdzorg verhoging richtlijn van 75% naar 100% Totale mutatie tov voorzichtig scenario

2.219 1.613

903

842

776

535

1.303

1.398

1.373

4.367

14

De onderwerpen en de bijbehorende inschatting van de financiële ontwikkelingen voor de diverse scenario’s zijn onderstaand toegelicht. Accressen startnota De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toe- of afname van het gemeentefonds, voortvloeiend uit de trap op trap afmethode, wordt het accres genoemd. De Startnota van het rijk presenteert relatief hoge accressen voor de periode 2023-2025, met een daling in de jaarschijf 2026. Als motivatie geldt het feit dat het kabinet kijkt naar een andere bekostigingssystematiek voor gemeenten en een verruiming van het lokale belastinggebied. Vervolgens zijn de accressen handmatig neerwaarts bijgesteld. Daarnaast gaan wij uit van een onderuitputting van de rijksbegroting waardoor het accres niet het niveau kan krijgen dat in de startnota vermeld staat. De arbeidsmarkt is momenteel erg krap waardoor de vraag ontstaat of er voldoende arbeidskrachten zijn om alle plannen uit te kunnen voeren. In het positieve scenario volgen we de suggestie van de landelijke werkgroep 100.000+ gemeenten om het bedrag van 2025 door te trekken naar 2026.

Opschalingskorting De opschalingskorting is jaren geleden door de toenmalige regering ingevoerd als bezuiniging. De intentie was gemeenten op te schalen tot 100.000+ gemeenten. Dit zou flinke efficiency voordelen opleveren. Daardoor wordt de algemene uitkering gekort. De intentie gemeenten op te schalen is er niet meer maar de oplopende korting is wel blijven staan. Gemeenten onder aanvoering van de VNG ijvert er al jaren voor om deze korting af te schaffen. Wij hebben de korting in onze meerjarenbegroting verwerkt. De opschalingskorting is tot en met 2025 bevroren. Dat wil zeggen dat de eerder geraamde oploop in de kortingen op het gemeentefonds, niet doorgaan. In de jaarschijf 2026 staat de opschalingskorting echter wel weer opgenomen, voor het volledige en vanaf dat moment ook structurele bedrag. Er is geen onderbouwing gegeven voor het feit dat de opschalingskorting in 2026 weer in volle omvang terugkomt. Daarom gaan wij in het optimistische scenario ervan uit dat deze in 2026 niet terug komt. Echter is het belangrijk op te merken dat wanneer én het accres 2025 én de bevriezing van de opschalingskorting structureel wordt gemaakt, hierdoor het risico ontstaat dat door de stapeling van deze effecten de budgettaire ruimte te hoog is ingeschat. Herverdeeleffect gemeentefonds De voorgenomen herverdeling van het gemeentefonds gaat per 1 januari 2023 in.

De gevolgen van deze herverdeling zijn voor onze gemeente aan veel veranderingen onderhevig geweest. Volgens de meest recente berichtgeving in december 2021 blijft Venray een voordeelgemeente met een stijging van €18,- per inwoner. Echter is eind maart 2022 gecommuniceerd dat het maximale positieve herverdeeleffect voor 2023 waarschijnlijk gemaximeerd gaat worden op €7,50 per inwoner i.p.v. de eerder gestelde €15,-. In de begroting 2022 is bij de gevolgen van de herijking voor gemeente Venray in verband met de grote onzekerheid nog geen rekening gehouden met een mogelijk voordeel. Conform het advies van de landelijke werkgroep mogen voordeelgemeenten bij het opstellen van de Kadernota al (deels) rekening houden met een mogelijk voordeel. Het ingroeipad wordt voor alle gemeenten voor het jaar 2023 op maximaal € 7,50 per inwoner gezet. Ook wordt het ingroeipad beperkt tot drie jaar. Na drie jaar bedraagt het maximaal voor- of nadelig herverdeeleffect voor een gemeente hierdoor € 37,50 per inwoner. Wij volgen dit ingroeipad waarbij we het effect vanaf 2024 maximaliseren op de eerder genoemde €18,- per inwoner voor gemeente Venray. In het pessimistische scenario elimineren we dit voordeel. Jeugdzorg Op 10 januari jl. heeft het kabinet de Startnota aan de Tweede Kamer aangeboden met daarin de financiële vertaling van de afspraken uit het coalitieakkoord.

Hierin is een aflopende reeks opgenomen ten aanzien van de financiële compensatie van de jeugdhulp. Vanaf 2024 verlaagt het Rijk de bijdrage in de tekorten voor de jeugdzorg met € 100 mln. en met € 500 mln. voor 2025 en verder. Er wordt echter gesproken over het terugdraaien van deze korting, maar dit is nog niet bevestigd door het Rijk. Er wordt in bovenstaand model uitgegaan van het invoeren van een

15

inkomensafhankelijke ouderbijdrage, waardoor de korting geen financieel effect zou moeten hebben op de gemeenten. We zijn in het optimistische scenario ervan uitgegaan dat in de huidige begroting 2022 - 2025 opgenomen raming van 75% van de jeugdgelden bijgesteld wordt naar 100% zoals nu opgenomen in het regeerakkoord. In het voorzichtige scenario wordt nog altijd uitgegaan van 75% omdat de Hervormingsagenda nog moet worden uitgewerkt. Huishoudelijke hulp In het coalitieakkoord wordt gesignaleerd dat stijgend gebruik van de huishoudelijke hulp de beschikbaarheid van de WMO voorzieningen onder druk zet. Daarom wordt gewerkt aan een eerlijkere eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp. Het advies van de landelijke werkgroep is om zolang er geen duidelijkheid is over de eerlijkere eigen bijdrage en de bijbehorende taakstelling vanaf 2025 dit op een neutrale wijze te begroten. De veronderstelling is dat de korting wordt goedgemaakt door hogere eigen bijdrage. In het pessimistisch scenario elimineren we deze eigen bijdrage. Sociaal Domein Vanaf 2018 hebben we te maken gehad met stijgende uitgaven in het sociaal domein. Met name op het gebied van jeugdzorg en wmo was er sprake van een grote stijging in de uitgaven voor individuele voorzieningen. In de meerjarenbegroting 2021 zijn hierop de budgetten voor jeugdzorg en wmo structureel verhoogd.

Daarnaast werd een taakstelling op het sociaal domein van € 1,7 miljoen opgenomen die gekoppeld was aan de opdracht om de uitgavenstijging in het sociaal domein af te buigen. Inmiddels zien we dat na de forse uitgavenstijging in 2019 en 2020 in 2021 sprake is van een stabilisatie. De uitgaven aan individuele voorzieningen voor jeugdzorg en participatie zijn vrijwel gelijk gebleven ten opzicht van het jaar ervoor. Bij de wmo zien we dat de uitgavenstijging in 2021 minder hoog is geweest dan de jaren ervoor. In bijlage 2, onderdeel 2.5, is verder toegelicht wat de actuele stand van zaken is van de taakstelling Sociaal Domein. Er vanuit gaande dat de uitgaventrend, die in 2021 is ingezet binnen het sociaal domein, zich doorzet, dan is de verwachting dat de budgetten die we nu voor het sociaal domein in de meerjarenbegroting hebben opgenomen toereikend zijn. Uiteraard moeten we hierbij het voorbehoud maken dat we op dit moment met grote onzekerheden te maken hebben. Hoe ontwikkelt zich de situatie in de oorlog tussen Rusland en Oekraïne, wat is het effect van de huidige inflatie of wat zijn de naweeën van de coronacrisis, om er maar eens een paar te noemen. De afgelopen jaren hebben we veel geïnvesteerd in de monitoring van het sociaal domein.

Niet alleen de rapportage aan de raad is verbeterd, ook in de uitvoering wordt inmiddels gebruik gemaakt van diverse dashboards, die ons ondersteunen in de sturing op het sociaal domein. Zo zijn we beter in staat om ontwikkelingen eerder te onderkennen, waar mogelijk te anticiperen en de raad hierover tijdig te informeren. Overige ontwikkelingen 2022-2026 Begroting 2023 van de Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN) De concept ontwerp begroting 2022 van de VRLN laat een kostenstijging zien, die een hogere bijdrage van de aangesloten gemeenten tot gevolg heeft. Deze voorliggende begroting heeft als gevolg voor de gemeente Venray een verhoging van de inwonersbijdrage. Deze is onder andere te verklaren doordat in de vorige meerjarenbegroting (2022 en verder) rekening is gehouden met een loonkostenstijging CAO van 1,4%, deze is nu aangepast in 2,3% conform de nieuwe CAO. Daarnaast zit er ook een kleine stijging in de materiële kosten. Regionale UitvoeringsDienst Limburg Noord (RUD LN) De begroting van de RUD Limburg Noord wordt normaal gesproken uiterlijk 15 april aan de gemeenteraden verzonden voor eventuele zienswijzen. De RUD verwacht de begroting eind mei 2022 te kunnen verzenden. Bij de toezichthouder (het Ministerie van BZK) is uitstel gevraagd en verleend voor het aanleveren van de begroting 2023 tot eind september.

Bermbeheerplan Het nieuwe bermbeheerplan voor het buitengebied van Venray heeft als doel het verhogen van de biodiversiteit door het toepassen van een ecologisch verantwoord berm- en slotenbeheer. De 16

primaire functie van bermen en sloten, zoals verkeersveiligheid en afwatering moeten daarbij gewaarbord blijven. De aanpassingen brengen hogere kosten met zich mee, zeker in de beginperiode. Daarnaast is extra capaciteit (0,22 fte) nodig voor het volgen en bijsturen van het proces. De kosten voor de capaciteitsverhoging zijn € 15.543. Er wordt in 2023 gestart met de meest potentiële plekken, waarvoor een extra budget nodig is van € 113.681. Na 2 jaar wordt 50% van het resterende areaal ook ecologisch beheer en na vier jaar volgt het resterende deel. Vanaf 2025 is daarom een extra budget ad € 152.264 (excl. indexatie) nodig, vanaf 2027 is jaarlijks € 190.847 (excl. indexatie) nodig. Havenbeheerplan In het Beheerplan haven Wanssum (verder: havenbeheerplan) wordt het beleid met betrekking tot de haven vastgesteld (raad mei). Verder wordt aangegeven welke budgetten noodzakelijk zijn voor het onderhoud en investeringen, en wat de verwachte inkomsten zijn. De voorgestelde looptijd van het beheerplan is 2022-2025. Voorgesteld wordt het begrote resultaat (2022: € -33.064, 2023 € 74.676, 2024 € -54.730 en 2025 € -53.218) structureel ten laste te brengen van de gemeentelijke begroting. Totaal nieuwe Meerjarig Uitgaven en Investeringsprogramma (MUIP) 2023-2026 In de Kadernota vinden ontwikkelingen hun plek.

Dit zijn ontwikkelingen die nog niet financieel vertaald zijn in de meerjarenbegroting en die via het MUIP worden ingediend. Bij de vaststelling van de programmabegroting 2023 worden de aanvragen die opgenomen staan voor de jaarschijf 2023 definitief. Indien er in de periode van nu tot aan de vaststelling van de programmabegroting 2023 andere inzichten ontstaan, kan dit aanleiding zijn tot herprioritering. In de programma’s van deze kadernota 2023 wordt inzicht gegeven op hoofdlijnen van de MUIPaanvragen. In bijlage 1 is een totaaloverzicht MUIP-aanvragen opgenomen waarbij de afzonderlijke MUIP-aanvragen financieel inzichtelijk zijn gemaakt en toegelicht. In voorgaande jaren zijn de incidentele lasten ten laste van de vrije ruimte in de algemene reserve gebracht. In deze kadernota wordt dit ook nu weer voorgesteld. Het doel van de algemene reserve is onder meer deze in te zetten ter dekking van incidentele lasten.

17

2. Reservepositie en weerstandsvermogen Inleiding In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op het weerstandsvermogen: het vermogen van de gemeente om substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat het bestaande beleid daarvoor moet worden aangepast. Hiervoor is inzicht vereist in de omvang van de aanwezige reserves (weerstandscapaciteit) en in de risico's. Bij de berekening van risico’s hanteren we een bestendige gedragslijn: de concreet aanwijsbare en kwantificeerbare risico’s worden meegenomen. Er zijn dus diverse risico’s die we wel kunnen benoemen, maar waarvan de omvang niet bekend is en/of de kans op manifesteren zeer ongewis is. Derhalve moeten de uitkomsten als richtinggevend worden geïnterpreteerd.

2.1 Weerstandsvermogen In het risicobeleid is de minimumwaarde van het weerstandsvermogen op 1,0 gesteld. Dat wil zeggen dat de berekende risico’s in ieder geval zijn afgedekt door de aanwezige weerstandscapaciteit. Hiermee sluiten we aan bij de adviezen van de provinciaal toezichthouder. Daarnaast streven we een minimale omvang van de weerstandscapaciteit na van € 12 mln. Op basis van de uitgangspunten in deze Kadernota 2023 verwachten we de volgende ontwikkeling van de weerstandscapaciteit.

Stand ultimo

2022

2023

2024

2025

2026

(bedragen x € 1.000) Algemene reserve

12.876

12.876

12.876

12.876

12.876

Risicoreserve grondbedrijf

7.731

7.312

7.080

6.696

6.307

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

Weerstandscapaciteit

20.607

20.188

19.956

19.572

19.183

Algemene risico's

3.949

3.775

4.267

6.064

6.070

613

638

644

650

650

4.562

4.413

4.911

6.714

6.720

Vrije ruimte

16.044

15.776

15.046

12.859

12.463

- Algemeen

8.926

9.102

8.610

6.813

6.806

- Grondbedrijf

7.118

6.674

6.436

6.046

5.657

Weerstandsvermogen

4,52

4,58

4,06

2,92

2,85

Niet benutte deel belastingcapaciteit

Risico's grondbedrijf Risico's

Tabel 2.1. opbouw weerstandsvermogen Definitie weerstandsvermogen: bedrag weerstandscapaciteit delen door bedrag risico’s Het totale weerstandsvermogen neemt in de planperiode af van 4,52 naar 2,85. Het weerstandsvermogen blijft nog ruim boven de minimale grens van 1,0. De vrije ruimte neemt in de planperiode af met € 3,6 mln. In de algemene reserve daalt de vrije ruimte met 2,1 mln. In de risicoreserve van het grondbedrijf daalt de vrije ruimte met ca. 1,5 mln. De weerstandscapaciteit overstijgt gedurende de gehele planperiode de minimale streefwaarde van € 12 mln. In 2022 is deze overschrijding € 8,6 mln. Dit loopt in de jaren daarna terug tot 7,2 mln.

18

2.2 Risico's Stand ultimo (bedragen x € 1.000) Sociaal domein

2022

2023

2024

2025

2026

2.015

2.037

2.061

2.089

2.118

Garanties

622

579

540

518

496

Verbonden partijen

544

544

544

544

544

Pensioen/arbeidsongeschiktheid bestuurders

475

475

475

475

475

2.600

2.600

2.600

2.600

2.600

0

0

0

0

0

259

259

259

259

259

6.515

6.494

6.479

6.485

6.492

Risico's doen zich niet in 1 jaar voor

-1.629

-1.624

-1.620

-1.621

-1.623

Niet geïdentificeerde risico's

1.200

1.200

1.200

1.200

1.201

Opvangen risico's in exploitatie

-2.137

-2.296

-1.793

0

0

Totaal algemene risico's na correctie

3.949

3.775

4.267

6.064

6.070

Niet gecompenseerde prijsstijgingen/inflatie e.d. Impact COVID-19 Diversen Totaal algemene risico's Correcties cf risicobeleid:

Risico 's grondbedrijf Totaal risico's

613

638

644

650

650

4.562

4.413

4.911

6.714

6.720

De risico’s nemen in de planperiode met € 2,1 mln. toe. De risico’s in het grondbedrijf alsook de algemene risico's blijven nagenoeg gelijk. De toename van de risico's wordt veroorzaakt door de correctiepost “opvang van risico’s in exploitatie”. Deze neemt af omdat we voor toekomstige jaren in principe uitgaan van een sluitende exploitatie.

2.3 Reservepositie De stand van de reserves ontwikkelt zich als volgt. Stand ultimo

2022

2023

2024

2025

2026

Algemene reserve (vrij)

12.876

12.876

12.876

12.876

12.876

Risicoreserve grondbedrijf

8.083

7.664

7.432

7.047

6.658

T.b.v. bepaling weerstandsvermogen

20.959

20.540

20.308

19.924

19.534

Bestemmingsreserves algemeen

18.800

18.164

17.563

17.062

16.586

(bedragen x € 1.000)

Bestemmingsreserve grondbedrijf Totaal

3.949

3.949

4.098

4.098

4.098

43.708

42.654

41.969

41.085

40.218

De totale waarde van de reserves neemt in de planperiode af met € 3,5 mln. Dit wordt met name veroorzaakt door de afname van de algemene bestemmingsreserves (€ 2,2 mln) en de daling van de risicoreserve grondbedrijf (€ 1,4 mln). Bestemmingsreserves zijn geoormerkt maar kunnen na raadsbesluit anderszins bestemd worden. Voor de beoordeling van de reservepositie worden de bestemmingsreserves aangemerkt als onderdeel van het eigen vermogen. Deze maken echter geen deel uit van de weerstandscapaciteit. Algemene dienst

Algemene dienstStand ultimo

2022

2023

2024

2025

2026

Algemene reserve (adm) stand 31-dec-2021

16.565

16.285

13.360

12.925

12.901

Raadsbesluiten t/m mei 2022 (cf jaarrek 2021)

-4.839

-2.404

-484

-49

(bedragen x € 1.000)

Raadsbesluiten t/m mei 2022 (jaarschijf 2026)

-25

Resultaatbestemming 2021 (besluit juli 2022)

7.170

Vrijval overheveling restant expl.budget Budgetoverheveling alg.reserve Vrijval claim brandweerkazerne

-25

45 -301 25

1e bijstelling 2022 (besluit juli 2022)

-1.500

Storting in reserve overheveling rest.budgetten

-3.259

MUIP 2023 e.v. (besluit juli 2022)

-1.005

-1.005

0

0

0

Algemene reserve (vrij)

12.876

12.876

12.876

12.876

12.876

19

In bovenstaande tabel is uitgegaan van de (administratieve) stand van de algemene reserve op balansdatum 31 december 2021 en zijn vervolgens de reeds genomen besluiten en de nog te nemen besluiten apart vermeld. Door deze mutaties afzonderlijk in beeld te brengen, vooruitlopend op definitieve besluitvorming, wordt een transparant beeld gegeven van de impact van de nog te nemen besluiten. Immers, toekomstige uitgaven uit hoofde van MUIP en andere raadsbesluiten leggen een claim op de (administratieve) algemene reserve. Voor de berekening van het weerstandsvermogen worden deze bedragen in mindering gebracht op de administratieve reserve. We gaan (vooralsnog) uit van een sluitende exploitatie 2023-2026 bij de begroting 2023. Grondbedrijf Stand ultimo

2022

2023

2024

2025

2026

Saldo per 1-1

6.404

7.731

7.312

7.080

6.696

Winstnemingen

2.016

19

147

0

0

Onttrekkingen

-689

-438

-379

-384

-389

7.731

7.312

7.080

6.696

6.307

(bedragen x € 1.000)

Saldo per 31-12

De winstnemingen en bijdragen zijn gebaseerd op de geactualiseerde exploitatieberekeningen bij de Programmaverantwoording 2021. Er is rekening gehouden met tussentijdse winstnemingen gebaseerd op het principe dat de negatieve boekwaarde groter is dan de gecalculeerde nog te maken kosten. Eventuele toekomstige vertragingen in de uitvoering van exploitaties kunnen grote invloed hebben op de bovenstaande cijfers.

20

3. PROGRAMMA’S Inleiding programma's In deze kadernota komen de speerpunten van het collegeprogramma 2018-2022 tot uiting. Per programma lichten we onze ambities kort toe en beschrijven we aan welke speerpunten uit het collegeprogramma een bijdrage wordt geleverd. Ook benoemen we per programma eventuele nieuwe ontwikkelingen vanaf 2022 waar we als gemeente mee te maken gaan krijgen. Tot slot worden per programma de MUIP-aanvragen toegelicht en er wordt inzicht gegeven in de hieruit volgende (meerjarige) financiële effecten. Financiële gevolgen Hieronder treft u het totaaloverzicht aan van de financiële gevolgen per programma van de MUIPaanvragen. Voor een nadere inhoudelijke toelichting verwijzen wij u naar de diverse (deel)programma’s. Deze financiële gevolgen zijn verwerkt in het meerjarenperspectief in hoofdstuk 1. Het overzicht toont de toe- of afname van de exploitatielasten ten opzichte van de huidige begroting 2022-2025. Door de actualisering van de bestaande MUIP-aanvragen qua fasering of investeringsbedrag ontstaan mutaties ten opzichte van de exploitatielasten die in de huidige begroting 2022-2025 zijn opgenomen.

Lasten MUIP (x € 1.000)

Investering 2023

Investering 2024-2026

Programma 1 Leven

250

530

Programma 2 Wonen

0

313

Programma 3 Werken

430

882

Programma 4 Besturen

231

Totaal

911

2023

2024

2025

2026

27

78

48

58

474

303

34

35

120

14

49

74

46

2.808

1.071

1.034

1.047

1.771

3.429

1.466

1.165

1.214

+/+ zijn lasten; -/- zijn baten

21

Programma 1 Leven Ambities In het collegeprogramma 2018-2022 is de volgende ambitie vastgelegd voor het programma Leven vastgelegd: “Een duurzame Venrayse samenleving betekent voor ons, naast investeren in energie, klimaat en circulaire economie, ook dat iedereen, inwoners en partners, naar vermogen meedoet en participeert. De kracht van de Venrayse samenleving geldt hierbij als uitgangspunt. Waar nodig en mogelijk bieden we als gemeente de noodzakelijke ondersteuning. Wij zetten in op het bevorderen van de verbinding tussen de verschillende beleidsterreinen en het daarbij investeren in netwerken en het bouwen aan relaties. Voor ons zijn het uitgaan van eigen kracht, preventie en innovatie belangrijke uitgangspunten. Dit geldt niet alleen voor onze inwoners, maar ook voor onze voorzieningen en thema’s als onderwijs, kunst en cultuur, sport en subsidies.” Het programma leven draagt bij aan de volgende speerpunten uit ons collegeprogramma: - Sociaal Domein, de volgende stap - Voorzieningen: gebouwelijk, subsidie en onderwijs(huisvesting) - Zelfsturing - Kunst en cultuur - Duurzaamheid Ontwikkelingen De raad is in 2022 middels de raadsinformatiebrieven geïnformeerd over specifieke ontwikkelingen. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van deze raadsinformatiebrieven.

Voor programma Leven is voor 2022, naast de raadsinformatiebrieven, de volgende ontwikkeling belangrijk en relevant om hier te benoemen: Hoe efficiënt is ons armoedebeleid? De enorme inflatie (lees prijsstijgingen) waar we op dit moment mee te maken hebben gaan veel gezinnen voelen in hun portemonnee. Als gemeente kunnen we via ons minimabeleid iets doen voor de mensen met de laagste inkomens (tot 110% van het minimumloon). Een grote zorg vormt echter ook de groep die daar boven zit en de middeninkomens. Ook zij zullen grote moeite hebben om de gevolgen van inflatie op te vangen. Als gemeente hebben we echter minder mogelijkheden om deze groep te ondersteunen. Als lagere overheid mogen wij immers geen inkomenspolitiek bedrijven. Daarnaast loopt deze groep vaak het risico dat wanneer zij extra inkomsten ontvangen, het recht op mogelijke toeslagen vervalt, de zogenaamde armoedeval.

Meerjarig uitgaven en InvesteringsPlan (MUIP) In het kader van het Meerjarig Uitgaven en InvesteringsPlan 2023-2026 heeft een inventarisatie plaatsgevonden van alle investeringen en exploitatie uitgaven welke voor de komende vier jaar noodzakelijk zijn. Een overzicht met de financiële consequenties voor het programma Leven is hieronder opgenomen in hoofdlijnen. Een uitgebreide financiële uiteenzetting met onderbouwing is opgenomen in bijlage 1; totaal overzicht MUIP 2023-2026. x € 1.000 Lasten Muip: programma Leven

2023

2024

2025

2026

Deelprogramma: Breed Sociaal Domein

-

-

-

12

27

78

48

47

Zelfsturing

-

-

-

-

Kunst en Cultuur

-

-

-

-

27

78

48

58

Voorzieningen

Totaal

22

Programma 2 Wonen Ambities In het collegeprogramma 2018-2022 is de volgende ambitie vastgelegd voor het programma Wonen: “Ontwikkelingen als Omgevingswet en duurzaamheid, maar ook ontwikkelingen op het gebied van demografie en veiligheid stellen ons de komende jaren voor grote opgaven binnen het beleidsterrein wonen. Waarbij wij onmiddellijk toevoegen dat deze ontwikkelingen zich niet beperken tot alleen wonen. Met de genoemde, niet uitputtende ontwikkelingen in het achterhoofd zetten wij in op vraaggericht, duurzaam ,levensloopbestendig en divers bouwen. Waarbij er met inwoners en partners gezorgd wordt voor een leefbare, duurzame en veilige woon- en leefomgeving.” Het programma Wonen draagt bij aan de volgende speerpunten uit ons collegeprogramma: - Woningbouw en woonomgeving - Huisvesting arbeidsmigranten - Integrale veiligheid - Toezicht en handhaving - Uitvoering visie veehouderij - Duurzaamheid Ontwikkelingen De raad is in 2022 middels de raadsinformatiebrieven geïnformeerd over specifieke ontwikkelingen. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van deze raadsinformatiebrieven. Voor programma Wonen zijn voor 2022 verder geen ontwikkelingen, anders dan reeds eerder met de raad is gecommuniceerd.

Meerjarig uitgaven en InvesteringsPlan (MUIP) In het kader van het Meerjarig Uitgaven en InvesteringsPlan 2023-2026 heeft een inventarisatie plaatsgevonden van alle investeringen en exploitatie uitgaven welke voor de komende vier jaar noodzakelijk zijn. Een overzicht met de financiële consequenties voor het programma Leven is hieronder opgenomen in hoofdlijnen. Een uitgebreide financiële uiteenzetting met onderbouwing is opgenomen in bijlage 1; totaal overzicht MUIP 2023-2026. x € 1.000 Lasten Muip: programma Wonen

2023

2024

2025

2026

Deelprogramma: Woningbouw

-

-

-

-

160

-

-

-

-

-

-

-

Natuur, landschap en plattelandsontwikkeling

314

303

34

35

Totaal

474

303

34

35

Woonomgeving Veiligheid en Handhaving

23

Programma 3 Werken Ambitie In het collegeprogramma 2018-2022 is de volgende ambitie vastgelegd voor het programma Werken: “Wij maken het mogelijk dat sectoren en bedrijven in Venray duurzaam kunnen blijven innoveren en ontwikkelen. Hoewel veel ontwikkelingen binnen het programma Werken een bovenlokale schaal kennen, is het onze ambitie om als Venray ook voor bedrijven herkenbaar te blijven. Door het creëren van goede randvoorwaarden, zoals een goede dienstverlening, een goede bereikbaarheid, voldoende en goed opgeleide arbeidskrachten en een goede verbinding tussen het onderwijs en bedrijfsleven, blijven wij aantrekkelijk als vestigingsplaats, zeker voor de bestaande Venrayse bedrijven.” Het programma Werken draagt bij aan de volgende speerpunten uit ons collegeprogramma: - Kennis en Innovatie op het gebied van agrofood - Behoud economische ontwikkeling - Vrijetijdseconomie - Kernwinkelgebied - Ontwikkeling De Brier - Trendsportal - Duurzaamheid Ontwikkelingen De raad is in 2022 middels de raadsinformatiebrieven geïnformeerd over specifieke ontwikkelingen. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van deze raadsinformatiebrieven. Voor programma Werken zijn voor 2022 verder geen ontwikkelingen, anders dan reeds eerder met de raad is gecommuniceerd.

Meerjarig uitgaven en InvesteringsPlan (MUIP) In het kader van het Meerjarig Uitgaven en InvesteringsPlan 2023-2026 heeft een inventarisatie plaatsgevonden van alle investeringen en exploitatie uitgaven welke voor de komende vier jaar noodzakelijk zijn. Een overzicht met de financiële consequenties voor het programma Leven is hieronder opgenomen in hoofdlijnen. Een uitgebreide financiële uiteenzetting met onderbouwing is opgenomen in bijlage 1; totaal overzicht MUIP 2023-2026. x € 1.000 Lasten Muip: programma Werken

2023

2024

2025

2026

Deelprogramma: Kennis en innovatie

-

-

-

-

Economische ontwikkeling

-

-

-

-

Centrumontwikkeling

-

Mobiliteit en infrastructuur

120

14

49

74

Totaal

120

14

49

74

24

Programma 4 Besturen Ambities In het collegeprogramma 2018-2022 is de volgende ambitie vastgelegd voor het programma Besturen vastgelegd: “Zowel naar onze inwoners als naar onze partners, lokaal en regionaal, hanteren wij een open en transparante bestuursstijl. We moeten het met elkaar doen: met inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties, medeoverheden. Zeker kijkend naar de ontwikkelingen die plaats (gaan) vinden. Waar nodig nemen wij vanuit onze positie als tweede stedelijke kern in NoordLimburg het voortouw om gewenste ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, mogelijk te maken. Richting onze inwoners is het verder optimaliseren van onze dienstverlening een van de uitdagingen voor de komende jaren.” Het programma besturen draagt bij aan de volgende speerpunten uit ons collegeprogramma: - Regionale samenwerking - Strategische visie - Omgevingswet - Duurzaamheid - Op de toekomst toegeruste dienstverlening Ontwikkelingen De raad is in 2022 middels de raadsinformatiebrieven geïnformeerd over specifieke ontwikkelingen. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van deze raadsinformatiebrieven. Voor programma Besturen zijn voor 2022, naast de raadsinformatiebrieven, de volgende ontwikkelingen belangrijk en relevant om hier te benoemen: Omgevingswet De implementatie van de Omgevingswet is een majeur (verander)proces van omvang, complexiteit en doorlooptijd.

Het is niet voor niets de grootste wetgevingsoperatie in Nederlands sinds Thorbecke in 1848. Niet alleen juridisch is het een gigantische opgave; aan deze wetswijzing is tevens een digitaliseringsopgave gekoppeld van ongekend formaat. Dit geldt landelijk in de vorm van het digitaal stelsel omgevingswet (DSO), maar ook voor medeoverheden zoals de gemeenten zijn het uitdagingen van formaat. Nadat de datum van inwerkingtreding diverse malen is uitgesteld, heeft minister Hugo de Jonge recentelijk aangekondigd dat - naar alle waarschijnlijk - de wet nu inwerking treedt op 1 januari 2023. De gemeente Venray is sinds eind 2016 voortvarend aan de slag met alle voorbereidingen. Er is toentertijd een procesplan vastgesteld, een raadswerkgroep is ingesteld en implementatiebudget is door uw raad beschikbaar gesteld. Venray ligt goed op schema met de bereikte resultaten in de voorbereiding. Toch ligt er nog veel werk voor ons. Deze majeure ontwikkeling kent namelijk een doorlooptijd tot en met 2029. Dat is het moment waarop er een integraal en digitaal omgevingsplan moet zijn gerealiseerd voor het gehele grondgebied van onze gemeente, welke voldoet aan de nieuwe regelgeving. Een gebiedsdekkend digitaal omgevingsplan is echt anders dan het bestaande systeem van bestemmingsplannen, verordeningen en rijksregels.

Integratie van regels en digitalisering daarvan gaat de komende jaren veel inzet vragen, naast het ‘openhouden van de winkel’. De komende jaren wordt een transitiefase waarin sprake is van twee juridische regimes naast elkaar en het tegelijkertijd nastreven en monitoren van de gestelde doelen uit de Omgevingsvisie. Voor de implementatie van de Omgevingswet, heeft uw raad in 2017 een implementatiebudget vastgesteld van 3,8 miljoen euro. Dit budget is over meerdere jaren ingezet voor alle voorbereidingen. Inmiddels spreken we over twee fases van implementatie: de voorbereidingsfase tot aan de datum van inwerkingtreding (1-1-2023) en de transitiefase van 2023 tot 2030. Een deel van het implementatiebudget is ook na de voorbereidingsfase nog beschikbaar, maar zal ontoereikend zijn voor de gehele transitiefase. Door het Rijk is vanaf 2016 gesteld dat de implementatiekosten van de Omgevingswet voor rekening van gemeenten zijn, maar dat daar tegenover staat dat gemeenten (toekomstige) baten mogen behouden. Inmiddels is bekend dat de éventuele baten in de toekomst maar marginaal zullen zijn, als deze er überhaupt al komen. Om gemeenten daarin tegemoet te komen, heeft het 25

nieuwe kabinet in het regeerakkoord opgenomen dat er compensatie voor gemeenten komt (in de meicirculaire zal het eerste deel van deze compensatie worden verrekend. De exacte verdeling over de gemeenten en hoogte van het bedrag zijn nu nog niet bekend). Voor Venray betekent dit dat deze te ontvangen Rijkscompensatie ten behoeve van de implementatie van de Omgevingswet, zal worden toegevoegd aan het reeds door de raad beschikbaar gestelde implementatiebudget. Daarmee kan de transitiefase verder worden doorlopen. Na verloop van tijd zal blijken hoe eventuele structurele kosten en baten zich verhouden. Landelijk is immers afgesproken dat twee jaar na invoering een evaluatie zal plaatsvinden. De periode tot dat moment zal naar verwachting ook worden gebruikt om meer inzicht te krijgen in de structurele kosten en baten van de Ow voor gemeenten. De komende jaren zal hierover onzekerheid blijven bestaan. Het rijk is echter al gestart met een onderzoek naar deze structurele kosten en baten en de eventuele compensatie daarvan. Wet open overheid (Woo) De Wet open overheid (Woo) is per 1 mei 2022 in werking getreden. Deze wet vervangt de Wet openbaarheid bestuur (Wob). De wet is bedoeld om overheidsinformatie beter vindbaar en toegankelijk te maken en verplicht bepaalde informatie actief openbaar te maken.

De wet bevat een uitputtende lijst met categorieën van documenten die in aanmerking komen voor deze actieve openbaarmakingsplicht. De regeling voor verplichte actieve openbaarmaking treedt de komende jaren gefaseerd in werking. Belangrijk is dat de algemene inspanningsverplichting van bestuursorganen om publieke informatie actief openbaar te maken wel al vanaf 1 mei 2022 geldt. Dat betekent dat we tot actieve openbaarmaking zijn verplicht als dat zonder onevenredige inspanning of kosten redelijkerwijs mogelijk is èn er geen sprake is van een uitzonderingsgrond of met de openbaarmaking geen redelijk belang wordt gediend. Voor de passieve openbaarmakingsplicht (openbaarmaking na een verzoek hiertoe) treden in de Woo geen veranderingen op ten opzichte van de vereisten uit de Wob; een ieder kan een verzoek indienen bij een bestuursorgaan om bepaalde informatie te openbaren, zonder dat de verzoeker hierbij een belang hoeft te stellen. Samen met Horst aan de Maas hebben we een regieteam samengesteld dat de implementatie van de Woo vorm gaat geven. Tevens is een Woo-coördinator (voorheen Wob-coördinator) benoemd.

Meerjarig uitgaven en InvesteringsPlan (MUIP) In het kader van het Meerjarig Uitgaven en InvesteringsPlan 2023-2026 heeft een inventarisatie plaatsgevonden van alle investeringen en exploitatie uitgaven welke voor de komende vier jaar noodzakelijk zijn. Een overzicht met de financiële consequenties voor het programma Leven is hieronder opgenomen in hoofdlijnen. Een uitgebreide financiële uiteenzetting met onderbouwing is opgenomen in bijlage 1; totaal overzicht MUIP 2023-2026. x € 1.000 Lasten Muip: programma Besturen

2023

2024

2025

2026

Deelprogramma: Bestuur

845

-

-

-

Duurzaamheid

168

171

174

178

1.795

900

859

869

-

-

-

-

2.808

1.071

1.034

1.047

Dienstverlening en bedrijfsvoering Financiën Totaal

26

4. De 1e bijstellingen 2022 PROGRAMMA 1 LEVEN Financiële afwijkingen Hieronder vindt u de financiële afwijkingen tekstueel nader toegelicht voor de afwijkingen boven de €25.000 (ten gunste en/of ten nadele van post onvoorzien). Daarna is de totale afwijking zichtbaar gemaakt voor dit programma. Bij het onderdeel actueel financieel beeld na bijstellingen is een totaaloverzicht van de programma's weergegeven. Tekstuele financiële afwijkingen DP11 Decembercirculaire 2021 Gemeentefonds Wijzigingen in de decembercirculaire 2021 gericht op de jaren 2022 en verder. Verdeling van diverse gelden naar de betreffende afdeling en positief resultaat van € 90.540. DP11 Herstel- en stimuleringsfonds Corona 2022 Medio 2021 heeft de raad ingestemd met het instellen van een herstel- en stimuleringsfonds voor ondernemers. De bedoeling van het fonds was een steuntje in de rug voor ondernemers die veel te lijden hebben gehad als gevolg van corona. Eind 2021 is het fonds voor een derde benut, corona trekt echter nog steeds een sterke wissel op onze ondernemers. Daarom is het herstelfonds voor 2022 opnieuw ingesteld. Op basis van de ervaring van 2021 bevat het fonds voor 2022 € 50.000 en wordt gedekt uit de compensatiemiddelen Covid-19 die de gemeente Venray van het Rijk heeft ontvangen.

De resterende middelen uit het herstelfonds 2021 zijnde € 23.000) worden overgeheveld naar 2022 en worden aangevuld met € 27.000 uit de nog beschikbare COVIDmiddelen. DP11 Regionaal beleidsplan jeugd 2022 en verder Conform college besluit 2 november 2021 is besloten om een regionaal beleidsplan jeugd vast te stellen in de regio Noord-Limburg. DP11 Actualiseringen investeringen 2021 Actualiseringen afgesloten investeringen 2021 ten tijde van de jaarrekening 2021. DP11 Actualisering investeringen 2021 Actualisering niet afgesloten investeringen 2021 bij de jaarrekening 2021. DP11 Kunst en Cultuur nota 2022-2025 Conform raadsvoorstel van 2 november 2021 is besloten om in te stemmen met de Kunst en Cultuur nota 2022-2025 en deze financieel te verwerken bij Berap I van 2022. DP12 Subsidie ontwikkelkosten Maasweg 5 Blitterswijck Vanuit de Stichting Kerngroep Blitterswijck is een initiatief ontstaan om op de locatie van ’t Honk een kleinschalig gebouw met sociale huurappartementen te realiseren voor ouderen die behoefte hebben aan een meer beschermde, ontzorgde, beschutte en met nauwe buren omringde leefomgeving. Het gaat om 8 à 9 sociale huurappartementen en een gezamenlijke ruimte. Dit initiatief is ambtelijk als wenselijk beoordeeld.

De initiatiefnemer is een groepje vrijwilligers die ten behoeve van de ontwikkeling, realisatie en beheer van het initiatief een aparte stichting gaan oprichten. De initiatiefnemer is geen commerciële partij. Soortgelijke initiatieven zijn er ook (geweest) voor de voormalige schoolgebouwen in Castenray (reeds gerealiseerd), Geijsteren (wordt verbouwd), Vredepeel (is vergund en er wordt spoedig gestart met de verbouwing) en Veulen (aanvraag vergunning in voorbereiding). Bovenstaande initiatieven hebben allen een provinciale subsidie gekregen: het initiatief in Castenray rechtstreeks van de provincie en de overige drie via de gemeente op basis van de subsidieregeling Kwaliteit Limburgse Centra. Met de provincie is het initiatief aan de Maasweg besproken in het kader van de 2e tranche van die subsidieregeling. Het initiatief wordt gezien als kansrijk maar dan moeten er voor 1 januari 2023 onomkeerbare stappen zijn genomen in deze ontwikkeling. In ieder geval moet de planologische procedure die de ontwikkeling mogelijk moet maken, voor die datum zijn afgerond. Dit betekent dat de initiatiefnemer, een stichting in oprichting, nu kosten moet gaan maken waarvoor zij nog geen gelden hebben. Hiervoor wordt een incidentele subsidie verstrekt van € 19.000 ten behoeve van de verdere uitwerking van het initiatief herontwikkeling Maasweg 5.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11503551/1