CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Bestemmingsplan Langstraat 108 en 110(a) Venray toelichting vastgesteld

Gemeenteraad 13 december 2022, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan Langstraat 108-110a Venray22.700 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Bij een dergelijke projectbijdrage treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden. Een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming is voor het plan niet noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van het aspect stikstofdepositie er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan. Uit berekening van de invoerwaardes blijkt dat de gemodelleerde emissies van de gebruiksfase niet leiden tot overschrijding van gestelde depositie-norm. Conclusie Op basis van bovenstaande uitgangspunten en bijgesloten bijlagen kan geconcludeerd worden dat de geplande activiteiten ten behoeve van het gebruik van het beoogde woongebouw met 18 appartementen (fase 1 van het plan) geen belemmeringen vormt als gevolg van de stikstofuitstoot op voor stikstof gevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De stikstofuitstoot van tijdelijke en kortdurende bouwactiviteiten mag geheel buiten beschouwing worden gelaten. Voor de volledige inhoud van het stikstofonderzoek en –berekening met AERIUS-CALCULATOR wordt verwezen naar het rapport dat als bijlage 7 integraal onderdeel uitmaakt van deze plantoelichting.

4.9.3 Flora en fauna Om mogelijke ecologische gevolgen vanwege de planontwikkeling te beoordelen is een quickscan natuurwetgeving opgesteld. Hierin is ook gekeken naar de gevolgen van deze planontwikkeling voor beschermde flora en fauna. De belangrijkste bevindingen uit dit rapport zijn:

|bestemmingsplan ‘Langstraat 108 en 110(a) Venray’ | status: vastgesteld |

Pagina | 54

Vleermuizen In de te slopen gebouwen bevinden zich mogelijk vleermuisverblijven. Omdat alle vleermuissoorten streng zijn beschermd, dient het voorkomen van dergelijke verblijven conform het vleermuisprotocol (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging, 2021) te worden onderzocht. Volgens het vleermuisprotocol zijn daartoe 5 onderzoeksronden nodig: 3 ronden (2 avonden en 1 ochtend) onderzoek met batdetectors in de periode 15 mei – 15 juli (waarbij er minimaal 20 dagen zit tussen de twee bezoeken); 2 ronden (1 avond en 1 ochtend) onderzoek met batdetectors in de periode 15 augustus – 1 oktober (waarbij er minimaal 20 dagen zit tussen de twee bezoeken). Indien blijkt dat er vleermuisverblijven aanwezig zijn, dient de functionaliteit daarvan te worden gewaarborgd. Dit houdt in dat er op aangepaste wijze wordt gesloopt (zodat er geen vleermuizen worden verstoord of gedood) en dat er nieuwe vleermuisverblijven gecreëerd moeten worden. Ook dient er dan een ontheffing op de Wnb te worden aangevraagd. De eerste 3 ronden in de periode 15 mei – 15 juli, zoals hierboven aangegeven, zijn reeds uitgevoerd. Tot nu toe zijn géén vleermuizen waargenomen. De resterende 2 ronden in de periode 15 augustus – 1 oktober staan reeds gepland en worden nog uitgevoerd.

Derhalve is er vóór vaststelling van dit bestemmingsplan duidelijkheid over de aanwezigheid van vleermuizen en of er een ontheffing dient te worden aangevraagd. Op deze manier wordt tegemoetgekomen aan de vooroverlegreactie van de provincie waarin zij verzoekt te wachten met het innemen van een definitief standpunt totdat de resultaten van het onderzoek bekend zijn. Om daarnaast vertraging te voorkomen, is het verstandig om vooruitlopend op de resultaten van het vleermuizenonderzoek alvast vleermuiskasten verspreid rondom de wijk op te hangen. Gewone dwergvleermuizen hebben bijvoorbeeld de tijd nodig om aan nieuwe verblijfplaatsen te wennen. Gedurende deze gewenningsperiode moeten zowel de oorspronkelijke situatie als de nieuw aangebrachte vervangende voorzieningen beide aanwezig zijn. Het is daarom beter om voor zekerheid te gaan en alvast 4 vleermuiskasten op te hangen. Dit dient te gebeuren aan niet te slopen of renoveren panden binnen een straal van 200 meter van het plangebied (BIJ12, 2017). Als blijkt dat er vleermuisverblijven aanwezig zijn die door de sloopwerkzaamheden zullen worden vernietigd, wordt vertraging van de werkzaamheden (in verband met de gewenningsperiode) in de meeste gevallen voorkomen. De voorgenoemde typen vleermuiskasten zijn uitwendige modellen, die in principe niet geschikt zijn als permanente vervanging.

Indien blijkt dat er in de te slopen gebouwen vleermuisverblijven aanwezig zijn, dan dient er een veelvoud van het aantal gevonden vleermuisverblijven in de nieuwbouw te worden gerealiseerd. Vleermuiskasten die geschikt zijn om te dienen als permanente vervanging, dienen zich inwendig in het gebouw te bevinden. Een goedkoper en beter alternatief bestaat uit het maken van een open stootvoeg van minstens 2 cm breed, waarbij er in de achterliggende spouw een stuk geplastificeerd volièregaas wordt geplaatst waaraan de vleermuizen kunnen hangen. De laanbomen nabij het plangebied fungeren mogelijk als vaste vliegroute en/of foerageergebied van vleermuizen. Om verstoring van vleermuizen te voorkomen, mag er tot op een afstand van 10 meter van deze bomen alleen vleermuisvriendelijke buitenverlichting worden geplaatst; van de bomen af omlaag gerichte straatverlichting, met een scherpe bundel, zoals ledlampen. Hierbij kan worden gekozen voor amberkleurige UV-vrije led armaturen (Zoogdiervereniging, 2011) of rood licht (Spoelstra et al, 2017). Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren In het plangebied komen mogelijk zoogdieren voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud.

Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen.

| bestemmingsplan ‘Langstraat 108 en 110(a) Venray’ | status: vastgesteld|

Pagina | 55

Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Voor de volledige inhoud van de quickscan wordt verwezen naar het rapport dat als bijlage 8 integraal onderdeel uitmaakt van deze plantoelichting.

4.10 Cultuurhistorie en archeologie 4.10.1 Cultuurhistorie Binnen het plangebied zijn geen rijks -of gemeentelijke monumenten gelegen. Ook ligt het plangebied niet binnen een molenbiotoop of een beschermd stads-of dorpsgezicht.

4.10.2

Archeologie

De gemeente Venray heeft in dit kader, in 2008, dan ook een archeologische beleidskaart (ABK) voor haar grondgebied opgesteld (Moonen, B.J. 2008, Begrensd verleden; Een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart en de cultuurhistorische waardenkaart voor de gemeente Venray (RAAP-Rapport 1482). Vanwege de gemeentelijke herindeling in 2010 heeft de gemeente Venray in 2011 een geactualiseerde ABK voor het gehele (gewijzigde) grondgebied opgesteld. Deze kaart is – samen met archeologische beleidsregels in 2013 vastgesteld.

archeologische beleidskaart

|bestemmingsplan ‘Langstraat 108 en 110(a) Venray’ | status: vastgesteld |

Pagina | 56

Volgens deze archeologische beleidskaart van de gemeente Venray is het plangebied voor een klein deel gelegen in een gebied met de status ‘droge en natte gebieden met een middelhoge archeologische verwachting’ (categorie 5) en voor het overgrote deel in een gebied met de status ‘monumenten van zeer hoge waarde en monumenten die betrekking hebben op historische kernen’ (categorie 2). Voor gronden waarvoor een middelhoge archeologische verwachting geldt, is archeologisch onderzoek alleen dan noodzakelijk indien er een bodemingreep plaatsvindt van meer dan 50 cm –mv en er vervolgens een oppervlak van meer dan 2500 m2 verstoord wordt. Voor gronden met een status van monument van zeer hoge waarde is archeologisch onderzoek noodzakelijk indien er een bodemingreep plaatsvindt van meer dan 50 cm –mv en er vervolgens een oppervlak van meer dan 250 m2 verstoord wordt. Gelet echter op het feit dat de bodem binnen het plangebied verstoord is door bebouwing, is een bouwhistorisch onderzoek verricht. Doel van dat bouwhistorisch onderzoek is een antwoord te vinden op de vraag of door de huidige bebouwing in het plangebied er nog een kans is dat er nog archeologische behoudenswaardige resten in het plangebied te verwachten zijn.

Conclusie Uit de geraadpleegde bouwtekeningen en de aanwijzingen voor ondergrondse brandstoftanks en ondergrondse infra kan gesteld worden dat in het plangebied al aanzienlijke bodemingrepen hebben plaats gevonden waardoor het de vraag is of er nog behoudenswaardige archeologische resten in het plangebied te verwachten zijn. De waarschijnlijke aanwezigheid van een hoge zwarte enkeerdgrond zal een zekere bescherming hebben geboden tegen de bodemingrepen maar dit zal zeker ter plaatse van de funderingen en de brandstoftanks onvoldoende zijn geweest. De kans dat er nog een behoudenswaardige vindplaats in het plangebied aanwezig is wordt laag geacht. Gezien de in dit onderzoek opgestelde verwachting is binnen het plangebied geen vervolgonderzoek noodzakelijk en kan het gebied voor wat betreft archeologische waarden worden vrijgegeven. Voor de volledige inhoud van rapportage wordt verwezen naar de brief die als bijlage 9 integraal onderdeel uitmaakt van deze plantoelichting.

4.11 Verkeer en parkeren Het plangebied wordt ontsloten via de Langstraat en de Blauwververstraat. Deze wegen hebben verkeerskundig een functie als gebiedsontsluitingsweg respectievelijk erftoegangsweg. Het bestaande profiel is op deze functies afgestemd. Ter hoogte van het plangebied geldt een 50 km/u-en 30 km/u-regime voor respectievelijk de Langstraat en de Blauwververstraat. Het benodigd aantal parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van de 'Beleidsnota Parkeernormen Venray'. In deze beleidsnota zijn de parkeerkencijfers van het CROW vertaald naar parkeernormen voor de Gemeente Venray. De normen staan weergegeven in bijlage 3 van de Beleidsnota. In de beleidsnota staan verder de uitgangspunten en toepassingsregels m.b.t. parkeren. De woningbouwlocatie valt onder de zone 'Rest bebouwde kom, kerkdorpen en buitengebied'. De Beleidsnota Parkeernormen Venray kent een specifieke parkeerkencijfer voor wonen in deze zone, namelijk 1,5 pp /woning. Op basis van deze norm dienen er voor 18 koopappartementen (18 x 1,5) 27 parkeerplaatsen aangelegd te worden. Er wordt op eigen terrein zorggedragen voor 22 parkeerplaatsen op het achtererf van het woongebouw. Daarnaast wordt er aan de Blauwververstraat – direct voor het woongebouw – voorzien in 6 langsparkeerplaatsen, waarvan er 4 reeds aanwezig zijn en 2 extra worden aangelegd.

De 4 bestaande langsparkeerplaatsen die gebruikt worden voor dit project, werden al voornamelijk ten behoeve van het voorheen gevestigde autobedrijf gebruikt. Nu dit bedrijf is beëindigd komen deze parkeerplaatsen vrij voor het gebruik ten behoeve van het beoogde woongebouw. Het nieuwe gebruik van de bestaande 4 langsparkeerplaatsen leidt derhalve niet tot een vermindering van openbare parkeergelegenheid ten behoeve van de bestaande bewoners van de Blauwververstraat. Verwezen wordt hier ook naar het bepaalde in paragraaf 2.2.3 van deze plantoelichting. Met de aanleg van 28 parkeerplaatsen wordt aan de gestelde parkeernorm voor fase 1 voldaan.

| bestemmingsplan ‘Langstraat 108 en 110(a) Venray’ | status: vastgesteld|

Pagina | 57 e

Voor wat betreft fase 2 van de gebiedsontwikkeling (3 patiowoningen) zit in de laatste (28 ) parkeerplaats het bezoekersparkeren verwerkt (0,3 pp per woning/0,3 x 3 = 0,9 (afgerond 1) pp). Het parkeren voor de bewoners van de patiowoningen kent een parkeernorm van 2 pp per woning (naast elkaar) en zal op eigen perceel plaats vinden. Dat zal te zijner tijd in een definitief woningbouwplan geborgd worden.

|bestemmingsplan ‘Langstraat 108 en 110(a) Venray’ | status: vastgesteld |

Pagina | 58

HOOFDSTUK 5

WATERPARAGRAAF

Ruimte maken voor water in plaats van ruimte onttrekken aan water; dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Het watertoetsproces is één van de instrumenten om dit te bereiken. Het proces is er om waterbelangen in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Een van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid voor de 21e eeuw vorm te geven is het watertoetsproces. Het watertoetsproces moet ervoor zorgen dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten die relevant zijn voor de waterhuishouding.

5.1

Regelgeving, beleid en uitgangspunten

5.1.1 Waterbeheerplan Waterschap Limburg De gemeente Venray valt in de zin van wateraangelegenheden binnen de Keur van het Waterschap Limburg. Het Waterschap Limburg is de waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheerder en de beheerder van de primaire en secundaire waterkeringen. In het waterbeheerplan 2016-2021 is de koers uitgezet voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg en wordt aangegeven hoe het waterschap invulling zal geven aan de taak om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten en voldoende en schoon water. In het plan is vastgelegd hoe men het watersysteem en waterkeringen op orde wil brengen en houden. Ook staat hierin welke bijdrage het waterschap levert aan de Europese Kaderrichtlijn Water. Voorbeelden van maatregelen zijn: 1.

het aanleggen en verbeteren van dijken tegen overstromingen;

2.

het aanpakken van knelpunten van wateroverlast;

3. 4.

herstellen van beken; het verbeteren van de effluentkwaliteit van de rioolwaterzuiveringsinstallaties.

Voor het aan de orde zijnde plan en plangebied kent het Waterbeheerplan geen specifieke uitgangspunten.

5.1.2 Legger en Keur Waterschap Limburg Het waterschap kent naast zijn beleid de Keur als regelgeving (en de bijbehorende Legger als kaart). Om zijn taak uit te kunnen oefenen, maakt het waterschap gebruik van deze Keur. De Keur is een door het waterschapsbestuur vastgestelde verordening waar gedoogplichten, geboden en verboden in staan. Deze regels gelden voor toestanden en handelingen op en vlakbij waterkeringen, watergangen en kunstwerken zoals duikers. De Keur bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken en waterpartijen, alsmede de onderhoud- en beschermingszones. Het waterschap levert deze gegevens aan de gemeente, teneinde de hoofdwatergangen en waterkeringen, inclusief de onderhoud- en beschermingszone in het bestemmingsplan te regelen. Op 1 april 2019 heeft het Waterschap een nieuwe Keur vastgesteld.

5.1.3 Toetsingspunten waterparagraaf in de toelichting van bestemmingsplannen Het Waterschap Limburg hanteert sinds 1 april 2019 de volgende uitgangspunten voor haar toetsing met betrekking tot de behartiging van waterhuishoudkundige belangen binnen een bestemmingsplan alsmede voor de toetsing van de waterparagraaf van een bestemmingsplan: 1.

2.

Circa 10% van het plangebied reserveren voor water. Doorgaans zijn lager gelegen gebiedsdelen het meest geschikt. Nagaan of plangebied nodig is voor wateropgave van omliggende gebieden; zorgen dat geen logische waterstructuren worden geblokkeerd. Rekening houden met hoogteverschillen in plangebied en omgeving. Voorkomen van wateroverlast en erosie door afstromend water vanuit de omgeving naar het plangebied en andersom.

3.

Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand. Input voor ontwerpen van het hemelwatersysteem. Denk ook aan bodemverontreinigingen.

4.

Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit. Schoonhouden, scheiden, zuiveren.

| bestemmingsplan ‘Langstraat 108 en 110(a) Venray’ | status: vastgesteld|

Pagina | 59

5.

Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit. Hergebruik water, vasthouden in de bodem (infiltratie), tijdelijk bergen, afvoeren naar oppervlaktewater, afvoeren naar gemengd of DWA-riool.

6.

Toepassen voorkeurstabel afkoppelen. Verantwoorde systeemkeuze conform voorkeurstabel; maatwerk per situatie. Bij voorkeur toepassen van bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. Bij diepteinfiltratie gelden zeer strenge randvoorwaarden; liever geen diepte-infiltratie toepassen.

7.

Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 100 mm per etmaal voor Noord Limburg (ten noorden van Sittard) en 80 mm per twee uur ten zuiden van Sittard met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur. Voldoende opvangcapaciteit en een duurzame leegloop realiseren.

8. 9.

Beheer en onderhoud regelen. Denk aan bereikbaarheid, controlemogelijkheid, verantwoordelijkheid. Watersysteem verankeren in het bestemmingsplan.

5.1.4 Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2022-2025 In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2022-2025 is het beleid voor het beheer van de gemeentelijke riolering voor de periode 2022 tot en met 2025 vastgelegd. Het plan bevat een beschrijving van de huidige situatie, een evaluatie van de aan het plan voorafgaande periode en een beschrijving van de te verwachten toekomstige ontwikkelingen. In het GRP wordt onder andere ingegaan op hemelwater- en oppervlaktewaterafvoer. In het kader van het GRP is onderzoek gedaan naar de geschiktheid van het uitvoeren van afkoppelprojecten binnen de gemeente. Op basis van de bodemgesteldheid, de hoogte van de grondwaterstand en de aanwezigheid van oppervlaktewater is onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor afkoppeling: uit het onderzoek blijkt dat in het overgrote deel van de gemeente Venray voldoende mogelijkheden voor afkoppeling aanwezig zijn. Bij afkoppelprojecten wordt in de eerste plaats gekeken naar openbare verharde oppervlakken. Daarbij wordt opgemerkt dat afkoppelen als maatregel slechts wordt uitgevoerd in combinatie met wegwerkzaamheden (onder andere reconstructies van wegen) of rioolvervangingen, dit gezien de kosten die dergelijke ingrepen met zich meebrengen. Het afkoppelen van particuliere oppervlakten wordt slechts in uitzonderlijke situaties meegenomen.

Bij particuliere duurzame waterhuishoudkundige systemen, zoals bergings- en infiltratievoorzieningen hanteert de gemeente Venray de volgende voorwaarden: 1.

infiltratievoorziening dient minimaal een neerslaggebeurtenis van 60 mm te kunnen verwerken;

2.

de infiltratievoorziening dient een leeglooptijd te hebben van 24 uur of minder;

3.

noodoverloop gaat via maaiveld - en niet via ondergrondse buizen of leidingen - naar de openbare riolering.

5.2

Waterhuishoudkundige situatie plangebied

afvoerend verhard oppervlak en riolering Het plangebied heeft een oppervlakte van 3020 m2. Het plangebied is thans voor 2225 m2 verhard ( 1590 m2 aan bebouwing + 635 m2 aan erfverharding). In de nieuwe situatie bedraagt het netto afvoerend verhard oppervlak 1368 m2 (835 m2 aan bebouwing (waarvan 225 m2 groen (sedum)dak waarop het hemelwater mag blijven liggen en ter plaatse verwerkt wordt; derhalve 610 m2 (835-225)) + 758 m2 aan erfverharding). Het plan voorziet in een afname van het afvoerend verhard oppervlak van 857 m2 en is hydrologisch positief. Ter plaatse van de Langstraat ligt een gescheiden rioolstelsel. bodem en grondwater Voor het bepalen van de bodemopbouw en geohydrologische situatie zijn gegevens uit de Grondwaterkaart van Nederland geraadpleegd en/of het DINO loket geïnterpreteerd en verwerkt. Het maaiveld van het plangebied ligt op een hoogte van 27 meter boven NAP, net als de omliggende gronden. De bodemopbouw tot 12 m-mv bestaat voornamelijk uit zand (zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus) en leem .

|bestemmingsplan ‘Langstraat 108 en 110(a) Venray’ | status: vastgesteld |

Pagina | 60

De gemiddelde freatische grondwaterstand ligt op 5 m-mv (22 meter boven NAP). Op basis van het isohypsenpatroon van de grondwaterkaart wordt aangenomen dat de stromingsrichting van het freatisch grondwater noordoostelijk gericht is. Er staan geen peilbuizen in de directe omgeving van het plangebied. Er zijn geen klachten bekend van grondwateroverlast in de omgeving. Het plangebied heeft verder geen specifieke status als grondwaterbeschermingsgebied. geohydrologie Er is geen informatie aanwezig over de feitelijke K-waarden van het plangebied zelf. De K-waarden (geeft de mate van infiltratiegeschiktheid aan) van het plangebied e.o. wordt – op basis van informatie uit de bodemdoorlatendheidskaarten van het waterschap Limburg - geschat op 0,45 - 0,75 m/dag. Onderstaande tabel geeft de classificatie van de waterdoorlatendheid van bodemlagen weer:

De onderhavige gronden zijn derhalve 'vrij goed doorlatend' en daarmee geschikt voor hemelwaterinfiltratie.

oppervlaktewater en beschermingszone Oppervlaktewater en waterlopen zijn binnen het plangebied niet aanwezig.

hoogwaterproblematiek Het plangebied ligt buiten het stroomvoerend en bergend rivierbed van de Maas, een en ander zoals geregeld in de beleidsregels "Grote Rivieren" alsmede buiten het dal van beken met een specifieke of algemene ecologische functie.

5.3

Duurzame verwerking van regenwater

Bij de bepaling van de kwantitatieve bergingscapaciteit van een te realiseren waterbergende – en infiltrerendevoorziening zal uitgegaan worden van de onderstaande randvoorwaarden: 1.

afvoerend verhard oppervlak van 1368 m2;

2.

een minimale K-waarde van 0,45 m/dag;

3.

veiligheidsfactor van 0,5 m;

4.

absoluut infiltratiesysteem met een dimensionering van 60 mm berging;

5.

100% afkoppeling van het afvoerend verhard oppervlak.

Uit de modelberekening volgt dat een bergende – en infiltrerende voorziening gedimensioneerd moet zijn op de volgende regenwaterkwantiteit:

| bestemmingsplan ‘Langstraat 108 en 110(a) Venray’ | status: vastgesteld|

Pagina | 61

kwantiteitsberekening 1368 m2 x 0,06 m= 82 m3

Over het algemeen wordt gesteld dat infiltratie van hemelwater interessant is indien: de doorlatendheid groter is dan ca. 0,2 m/24 uur; de grondwaterstand dieper dan 0,5 à 0,7 m minus maaiveld aanwezig is; het in te leiden hemelwater niet is verontreinigd. Hieraan wordt in casu voldaan. De voorzieningen die - op basis van de locatiespecifieke kenmerken en de beslismethodiek – geschikt zijn voor de onderhavige situatie zijn: 1.

wadi, greppel, infiltratievijver;

2.

infiltratiekratten, -koffers, -sleuf, -riool;

3.

infiltratie door waterpasserende verharding.

De voorkeur van zowel de gemeente Venray als het Waterschap Limburg gaat uit naar een open bovengrondse infiltratievoorziening. In deze voorzieningen worden eventuele verontreinigingen in de bovengrond gebonden. Door de toplaag periodiek te vervangen wordt de kans op het ontstaan van een bodem- of grondwaterverontreiniging en het dichtslibben van de voorziening tot een minimum beperkt. Een voorbeeld van zo’n voorziening is een wadi, infiltratiesloot of infiltratievijver.

Randvoorwaarde voorkomen (grond)water en bodemverontreiniging Uit een verkennend bodemonderzoek van het gebied voor fase 1 van de woningbouw is een verontreiniging met kobalt ter plaatse van de voormalige wasplaats geconstateerd. Uit een nader bodemonderzoek naar deze verontreiniging is gebleken dat er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, er geen sprake is van een verontreiniging met b.v. vluchtige aromaten of olie, en deze (immobiele) verontreiniging enkel plaatselijk in de bovenlaag van de bodem zit. Het betreft hier een zogenaamde ‘historische verontreiniging’. Het geval is niet saneringsplichtig (zie in dit verband ook paragraaf 4.3 van deze plantoelichting). De initiatiefnemer heeft echter besloten om de beperkte en ondiepe verontreiniging te saneren en de verontreinigde grond volledig af te voeren. Voordat een - nader te bepalen – hemelwaterberging en – infiltratievoorziening gerealiseerd zal worden, zal eerst deze sanering hebben plaatsgevonden. Daarnaast zal een nader te bepalen infiltratiesysteem altijd dieper infiltreren dan waar de verontreiniging in de bovenlaag zit, en wordt voor dat infiltratiesysteem ook een andere locatie gekozen dan waar de verontreiniging is gelegen. Hierdoor wordt verontreiniging van het geïnfiltreerde hemelwater en grondwater alsmede de omringende bodem voorkomen.

Juridische borging hemelwaterberging en -infiltratie Het aanleggen en in stand houden van een systeem van duurzame hemelwaterverwerking op eigen terrein zal als een voorwaardelijke verplichting opgenomen worden in de planregels van dit bestemmingsplan (artikel 5.1 onder e. jo artikel 7.3). De keuze en technische uitwerking van het uiteindelijk te realiseren waterbergende – en infiltratiesysteem zal plaatsvinden in het kader van de aanvraag - omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. huishoudelijk afvalwater Onder de Langstraat ligt een gescheiden rioolstelsel. Het huishoudelijk afvalwater vanaf de appartementen zal op het vuilwaterriool geloosd worden.

|bestemmingsplan ‘Langstraat 108 en 110(a) Venray’ | status: vastgesteld |

Pagina | 62

bouwmaterialen De gemeente Venray streeft naar het terugdringen van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen (zoals koper, zink e.d.). Dit aspect is als aanbeveling opgenomen in het pakket duurzaam bouwen. Van de bouwende partij wordt daarom, voorzover relevant, gevraagd geen gebruik te maken van uitlogende bouwmaterialen.

5.4

Overleg met waterschap

Vooroverleg met en advies van het waterschap Limburg maakt onderdeel uit van de watertoets.

| bestemmingsplan ‘Langstraat 108 en 110(a) Venray’ | status: vastgesteld|

Pagina | 63

HOOFDSTUK 6 6.1

JURIDISCHE VORMGEVING

Algemeen

Het bestemmingsplan heeft als doel het planologisch-juridisch kader te geven voor de ontwikkeling van het beschreven plan. De nadere juridische invulling is gedetailleerd geregeld. Dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: 1. plantoelichting (inclusief bijlagen); 2. planregels; 3. verbeelding. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Waar dat noodzakelijk was , is afgeweken van de standaard en is het plan specifiek toegesneden op de feitelijke situatie in het onderhavige plangebied. Verder voldoet dit bestemmingsplan aan de digitale eisen uit het ' Uitbestedingsprotocol digitale bestemmingsplannen gemeente Venray (versie 090305)' . De plansystematiek voldoet - onder meer - aan de volgende RO-standaarden 2012: 1. Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012; 2. PraktijkRichtlijn BestemmingsPlannen (PRBP) 2012; 3. Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI) 2012.

6.2

Planmethodiek

Er is, volgens de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik.

6.3

Toelichting op de verbeelding

In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis ingevolge het voorliggende plan, indien en voor zover deze in de regels daaraan wordt gegeven. Als een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis heeft, is deze niet opgenomen in de verbeelding. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan wel op een topografische ondergrond gelegd. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn bij de verbeelding opgenomen in een renvooi. Opgemerkt wordt nog dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar kunnen verschillen, immers de wijze van raadplegen is ook verschillend. Inhoudelijk zijn er echter geen verschillen te vinden.

6.4

Toelichting op de regels

De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, in bestemmingsregels, in algemene regels en in overgangs- en slotregels. De Inleidende regels bestaan uit begrippen en de wijze van meten, teneinde te voorkomen dat discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In de Begrippen (artikel 1) wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als gebruikte begrippen niet in deze lijst voorkomen, dan geldt de uitleg/interpretatie conform het dagelijks taalgebruik. In het artikel over de Wijze van meten (artikel 2) worden de te gebruiken meetmethodes vastgelegd.

|bestemmingsplan ‘Langstraat 108 en 110(a) Venray’ | status: vastgesteld |

Pagina | 64

De bestemmingsregels van een bestemmingsplan bevatten regels omtrent het gebruik van de in het plan begrepen gronden en bebouwing. Per onderscheiden bestemming is een apart artikel gemaakt. Het onderhavige bestemmingsplan bevat de enkelbestemmingen ‘Bedrijf’ (artikel 3), ‘Groen’ (artikel 4) en 'Wonen' (artikel 5). Per bestemming is in de bestemmingsomschrijving aangegeven welke doeleinden binnen die bestemming zijn toegestaan. In de bouwregels wordt verder aangegeven welke bebouwing mogelijk is binnen de betreffende bestemming. Tevens kunnen Burgemeester en Wethouders nadere eisen stellen aan de situering van gebouwen en de inrichting van gronden. Daarnaast zijn in de voorkomende gevallen per bestemming flexibiliteitsregels opgenomen, in de vorm van een afwijkingsmogelijkheid voor het bevoegd gezag om in nader aangegeven gevallen van de bouw-of gebruiksregels te kunnen afwijken. In de Algemene regels zijn opgenomen de Anti-dubbeltelbepaling (artikel 6), de algemene bouwregels (artikel 7), een algemene gebruiksregel (artikel 8), de algemene aanduidingsregel met een regeling voor een radarverstoringsgebied (artikel 9), de algemene afwijkingsregels (artikel 10), de algemene wijzigingsregels (onder meer ten behoeve van de realisatie van fase 2 van het plan (artikel 11)) en de procedure- en overige regels (artikelen 12 en 13).

In de Overgangs- en slotregels zijn het overgangsrecht (artikel 14) en de slotregel (artikel 15) opgenomen.

| bestemmingsplan ‘Langstraat 108 en 110(a) Venray’ | status: vastgesteld|

Pagina | 65

HOOFDSTUK 7 7.1

UITVOERBAARHEID

Economische uitvoerbaarheid

De realisatie van het plan geschiedt voor rekening van de initiatiefnemer. Het plangebied is ook geheel in eigendom van de initiatiefnemer. Op 1 juli 2008 zijn samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepalingen omtrent de grondexploitatie (Afdeling 6.4 Wro) in werking getreden. In de Grondexploitatiewet is bepaald dat de gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel waarin mogelijkheden voor een bouwplan gecreëerd worden, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Als bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de wet, wordt onder andere aangewezen een bouwplan voor de bouw van een of meer woningen. Aangezien het voorliggende plan voorziet in het vergunnen van een woongebouw met 18 woningen (appartementen) is er sprake van een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt het vaststellen van een exploitatieplan waarin het kostenverhaal wordt geregeld verplicht, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd in de vorm van een anterieure overeenkomst (artikel 6.12 tweede lid, onder a Wro).

De initiatiefnemer en de gemeente Venray hebben samen een anterieure exploitatie-overeenkomst (inclusief planschadeverhaalsclausule) gesloten ten behoeve van het gemeentelijk kostenverhaal en de afwenteling van eventuele planschadeclaims op de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is niet in het geding.

7.2

Handhaving

Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan een sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde wijze daadwerkelijk aan het plan worden gehouden. In dit bestemmingsplan is daarom allereerst gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van in het bijzonder de planregels. Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter in de praktijk de mogelijkheden om toe te zien op de naleving van het plan. Bewust zijn in het plan geen detailbepalingen opgenomen die – hoewel misschien op zichzelf niet onwenselijk – in de praktijk niet kunnen worden gehandhaafd. In het verlengde daarvan is zoveel mogelijk afgezien van bepalingen die door de bewoners en andere gebruikers als een onnodige beperking van hun vrijheid kunnen worden gevoeld.

Hoe minder knellend de planregels zijn, hoe kleiner de kans dat het met de regels wat minder nauw wordt genomen. In de praktijk worden op de lange duur immers ook alleen die regels gerespecteerd waarvan door de betrokkenen de noodzaak en de redelijkheid wordt ingezien. In de bouwregels zijn maten opgenomen die van toepassing zijn op gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Te realiseren gebouwen en andere bouwwerken moeten voldoen aan deze maatvoering, zo niet, dan kan het college van burgemeester en wethouders geen omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen. Gebruiksregels zijn opgenomen om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen uit te sluiten. Toetsing aan de gebruiksregels is aan de orde bij functiewisseling of nieuwvestiging. Het gemeentebestuur draagt de verantwoordelijkheid om toe te zien op de naleving van de opgenomen regels in het bestemmingsplan.

|bestemmingsplan ‘Langstraat 108 en 110(a) Venray’ | status: vastgesteld |

Pagina | 66

7.3

Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.3.1

Bekendmaking ex artikel 1.3.1. Bro

Op 21 juli 2022 hebben burgemeester en wethouders van Venray - op grond van artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening - via de gemeentelijke website bekendgemaakt dat zij het voornemen hebben om het bestemmingsplan ‘Langstraat 110-110a’ voor te bereiden.

7.3.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Op 25 juli 2022 heeft het College van Gedeputeerde Staten van Limburg (hierna ook : GS) gereageerd op dit plan. De provinciale opmerkingen zijn meegenomen en op 22 augustus 2022 heeft GS aangegeven akkoord te zijn met dit plan.

7.3.3

Omgevingsdialoog

Als onderdeel van een goede ruimtelijke ordening heeft de gemeente Venray aan de initiatiefnemer verzocht om met betrekking tot dit plan een zorgvuldige omgevingsdialoog te voeren met omwonenden en evt. andere belanghebbenden. Hierbij geldt dat de uitkomst van de omgevingsdialoog geen toetsingsgrond vormt voor het wel of niet meewerken aan dit plan. De gemeente beoordeelt uitsluitend of de omgevingsdialoog op een (voldoende) zorgvuldige wijze is gevoerd. Communicatie en dialoog De initiatiefnemer heeft in overleg met de gemeente alle omwonenden met direct zicht op of aangrenzend aan het plangebied actief benaderd en geïnformeerd over het beoogde woningbouwplan. Er is door de initiatiefnemer een eindverslag gemaakt waarin een volledige verantwoording is opgenomen omtrent de gevoerde omgevingsdialoog. Het eindverslag van de omgevingsdialoog is als bijlage 10 bij deze plantoelichting gevoegd en maakt er integraal deel vanuit.

7.3.4

Procedure ontwerpbestemmingsplan

Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van 19 augustus 2022 tot en met 29 september 2022. In deze periode was het voor eenieder mogelijk om zienswijzen in te dienen tegen het plan. In deze periode zijn geen zienswijzen ontvangen.

| bestemmingsplan ‘Langstraat 108 en 110(a) Venray’ | status: vastgesteld|

Pagina | 67

BIJLAGEN BIJ TOELICHTING

|bestemmingsplan ‘Langstraat 108 en 110(a) Venray’ | status: vastgesteld |

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12028942/1