CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

03-03 A Toelichting Vosseven 6 Wanssum vormverandering ivm herbouw woning

Gemeenteraad 31 oktober 2023, gemeente VenrayBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan ‘Vosseven 6, Wanssum’13.526 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Niet-agrarische bedrijven Er dient voldoende ruimtelijke scheiding te zijn tussen hinder veroorzakende objecten en hindergevoelige objecten zoals in dit geval de te herbouwen bedrijfswoning. Dit ter bescherming als ter vergroting van het woon- en leefklimaat. Om niet alle nieuwe inrichtingen en geluidsgevoelige objecten te moeten toetsen is in de vorm van de VNG uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ een pseudowetgeving gecreëerd (pseudowetgeving is geen wetgeving maar algemeen door de rechter aanvaarde methode). De eerste toets aan ‘geur afkomstig vanuit een niet-agrarische inrichting op de te herbouwen woning’ wordt aangesloten bij deze systematiek en is weergegeven in paragraaf ‘Bedrijven en

6 Vleeskalveren, schapen, geiten, varkens, kippen, kalkoenen en eenden.

26

A. Toelichting Bestemmingsplan Vosseven 6 Wanssum, herziening 1

milieuzonering’. Uit deze toets is gebleken dat aan de richtafstanden van de VNG uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ kan worden voldaan (zie paragraaf 4.2). Conclusie Gezien bovenstaande kan gesteld worden dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning. Daarnaast worden de gebruiksmogelijkheden van omliggende bedrijven niet beperkt.

4.5

LUCHTKWALITEIT Op Europees niveau zijn afspraken gemaakt om de schadelijke gevolgen door luchtverontreiniging voor de gezondheid van de mens en het milieu als geheel te voorkomen of te verminderen. De grondbeginselen staan in de Kaderrichtlijn 96/62/EG betreffende de beoordeling en het beheer van de luchtkwaliteit uit 1996. Deze kaderrichtlijn is de basis van een aantal dochterrichtlijnen, waarin de luchtkwaliteitsnormen zijn vastgelegd. De ‘Wet luchtkwaliteit’ (in werking 15 november 2007) is op rijksniveau een implementatie van enkele van de bovengenoemde richtlijnen. Deze wet bevat grenswaarden, plandrempels en alarmdrempels voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen. Verder geeft de Wet luchtkwaliteit aan op welke termijn deze normen gelden en gehaald moeten worden en welke bestuursorganen verantwoordelijk zijn voor het halen van die normen. In artikel 4 van het ‘Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de bijlagen van de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden.

De regeling 'Niet in betekenende mate' is in het leven geroepen om kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen niet onnodig te frustreren of vertragen. Het plan betreft de herbouw van de agrarische bedrijfswoning elders op het perceel. Dit betreft een plan dat niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Immers betreft een verplaatsing/herbouw van een bedrijfswoning geen nieuwe ‘netto’ ontwikkeling. De NIBM-grens7 voor woningbouwlocaties wordt daarmee niet overschreden. Naast het effect dat het plan heeft op de luchtkwaliteit dient ook gekeken te worden naar de luchtkwaliteit binnen het plangebied zelf. Het woon- en leefklimaat ter plaatse wordt deels bepaald door de luchtkwaliteit. De regels van titel 5.2 Wet milieubeheer zijn van toepassing en moeten getoetst worden. Dit betekent dat voor alle type woningen hetzelfde beschermingsniveau geldt. Er zijn geen mogelijkheden om flexibeler om te gaan met de luchtkwaliteitseisen bij bedrijfswoningen.

7 3% criterium:

< 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg; < 3.000 woningen (netto) bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. “Het ‘netto’ begrip bij woningbouwlocaties houdt in dat bij uitbreiding of wijziging van bestaande woningbouwlocaties, of bij bouw die bestaande bouw vervangt (na sloop, renovatiebouw of vernieuwbouw) alleen de netto toename van het aantal woningen ten opzichte van de eerdere of bestaande situatie in aanmerking wordt genomen.”

27

A. Toelichting Bestemmingsplan Vosseven 6 Wanssum, herziening 1

Als de wettelijke grenswaarden voor lucht niet worden gehaald, is de herbouw van een bedrijfswoning niet mogelijk.

Figuur 4.3: GCN-kaart RIVM fijnstof (PM10), plangebed globaal aangeduid met rode ster (bron: geodata.rivm.nl)

Figuur 4.4: GCN-kaart RIVM stikstofdioxide (NO2), plangebed globaal aangeduid met rode ster (bron: geodata.rivm.nl)

28

A. Toelichting Bestemmingsplan Vosseven 6 Wanssum, herziening 1

De achtergrondconcentratie fijnstof ter plaatse van het plangebied ligt tussen de 14 -16 μg/m3, waar de norm 40 μg/m3 bedraagt. Daarnaast is de achtergrondconcentratie stikstofdioxide ter plaatse van het plangebied gelegen tussen de 10-15 μg/m3, waar de norm 40 μg/m3 bedraagt. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit plan en voor de menselijke gezondheid.

4.6

EXTERNE VEILIGHEID Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het projectgebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op 2 maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen.

Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. (Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels, restaurants, zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

29

A. Toelichting Bestemmingsplan Vosseven 6 Wanssum, herziening 1

Risicovolle activiteiten In het kader van het plan moet bekeken worden of er in of in de nabijheid van het plan sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes) of dat risicovolle activiteiten worden toegestaan. Plangebied en conclusie Uit de risicokaart Limburg en het geldende bestemmingsplan blijkt dat ter plaatse van het plangebied en in de omgeving (straal van ca. 1 km) van het initiatief enkele risicovolle activiteiten voorkomen. Ter plaatse van het plangebied en aan de Vosseven 7 en Gagel 1 bevinden zich inrichtingen waar zich een bovengrondse propaantank met een vulpunt bevindt. Deze activiteiten hebben een risicocontour van 20 meter. Voor deze activiteiten zijn de nodige voorzieningen aanwezig ten behoeve van externe veiligheid. Daarnaast is de Venrayseweg, ten noorden van het plangebied, aangemerkt als risicovolle activiteit gezien het feit dat dit een transportroute betreft voor gevaarlijke stoffen. Deze weg heeft een risicocontour van 33 meter.

Figuur 4.5: Uitsnede risicokaart Limburg met plangebied en omgeving (1.000 meter aangegeven)

Het initiatief betreft de vormverandering van het bouwvlak ten behoeve van de herbouw van een reeds bestaande bedrijfswoning elders op het perceel. Er wordt een nieuw kwetsbaar object gerealiseerd waar een bestaand kwetsbaar object komt te vervallen.

30

A. Toelichting Bestemmingsplan Vosseven 6 Wanssum, herziening 1

Hierdoor ontstaat geen toename van het groepsrisico, omdat het aantal personen dat aanwezig is binnen het plangebied niet toeneemt t.o.v. de huidige situatie. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavige planontwikkeling.

4.7

NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen (blindgangers, granaten, mijnen en (handwapen)munitie. Het gehele grondgebied van de gemeente Venray heeft in de Tweede Wereldoorlog zwaar onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het plangebied, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). Met behulp van het explosievenonderzoek worden de aanwezigheid en risico’s van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht. De gemeente Venray adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detectieonderzoek uit te (laten) voeren. Dit onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de bestemmingsplanprocedure niet juridisch afdwingbaar. Het is echter te allen tijden de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving.

4.8

BODEM In een bestemmingsplan dient gemotiveerd te worden dat de in het plan toegelaten bestemming passend is in relatie tot de bodemkwaliteit. De (milieu hygiënische) bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor de volgens de bestemming toegestane functie(s). Deze verplichting vloeit voort uit artikel 3.1.6. Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In dit artikel wordt verwezen naar artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierin is geregeld dat het gemeentebestuur bij haar besluitvorming de nodige kennis over de relevante feiten en af te wegen belangen vergaart. Op grond van artikel 8 van de Woningwet bevat de bouwverordening voorschriften omtrent het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem. Deze voorschriften hebben uitsluitend betrekking op bouwwerken waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen aanwezig zullen zijn (> 2 uur per dag). Plangebied en conclusie Ter plaatse van het plangebied geldt reeds een agrarische bestemming. De gronden, buiten het bouwvlak, waarop de bedrijfswoning herbouwd wordt is uitsluitend in gebruik geweest als landbouwgrond. Er hebben geen bodemvervuilende activiteiten plaatsgevonden. In het kader van de ruimtelijke procedure is een bodemonderzoek niet noodzakelijk. Op basis van het Bouwbesluit dient een onderzoek te worden uitgevoerd indien een gebouw wordt gerealiseerd waarin mensen gaan verblijven. Dit geldt voor een woning.

Een bodemonderzoek is derhalve in het kader van het bouwbesluit noodzakelijk en zal

31

A. Toelichting Bestemmingsplan Vosseven 6 Wanssum, herziening 1

onderdeel uitmaken van de omgevingsvergunningaanvraag voor de activiteit ‘Bouwen’ (indieningsvereisten).

4.9

ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE 4.9.1 Archeologie Begin 1992 ondertekende Nederland het Verdrag van Valletta/Malta. Daarmee heeft de zorg voor het archeologische erfgoed een prominentere plaats gekregen in het proces van de ruimtelijke planvorming. Uitgangspunten van het verdrag zijn het vroegtijdig betrekken van archeologische belangen in de planvorming, het behoud van archeologische waarden in situ (ter plaatse) en de introductie van het zogenaamde "veroorzakerprincipe". Dit principe houdt in dat degene die de ingreep pleegt financieel verantwoordelijk is voor behoudsmaatregelen of een behoorlijk onderzoek van eventueel aanwezige archeologische waarden (indien de gemeente archeologisch beleid heeft vastgesteld). Vanaf 1 juli 2016 bundelt de Erfgoedwet bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. De bepalingen en vergunningen uit de Monumentenwet 1988 die overgaan naar de Omgevingswet blijven van toepassing tot de datum dat de Omgevingswet in werking treedt. Deze artikelen gelden tot dat moment als overgangsrecht op grond van de Erfgoedwet en tenzij expliciet vermeld, veranderen deze niet van inhoud.

Tot die tijd blijft de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) het wettelijke kader voor de omgang met gebouwde en aangelegde rijksmonumenten en de Monumentenwet 1988 voor de omgang met de archeologische rijksmonumenten. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. De Erfgoedwet bevat daarnaast regels voor omgang met archeologie in het algemeen. Zo is het verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met archeologische waarden. Als bij uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 melding van de desbetreffende vondsten bij de minister verplicht. Plangebied en Conclusie De gemeente Venray beschikt over een archeologische beleidskaart, die is doorvertaald in de bestemmingsplannen. Op een gedeelte van de gronden waarop de nieuwe woning wordt gerealiseerd geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Binnen deze dubbelbestemming mag worden gebouwd, waarbij de grond voor maximaal 500 m² (gemeten op maaiveldniveau) wordt verstoord.

Indien de verstoring meer dan 500 m² bedraagt en deze dieper gaat dan 50 cm dient een rapport overlegd te worden, waaruit blijkt dat de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. Ditzelfde geldt voor werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden waarbij de verstoring van de gronden meer dan 500 m² bedraagt en de verstoring dieper gaat dan 50 cm. De wijziging van het bouwvlak ten behoeve van de nieuwe woning betreft het oostelijke gedeelte van het plangebied. Hier is geen sprake van een archeologische dubbelbestemming, dus het aspect archeologie speelt hier geen rol. 4.9.2 Cultuurhistorie Per 1 juli 2011 is de Modernisering Monumentenzorg (MoMo) in werking getreden. Als gevolg van de MoMo is de Bro per 1 januari 2012 (artikel 3.6.1, lid 2) gewijzigd. Wat eerst alleen voor archeologie gold, geldt nu ook voor al het cultureel erfgoed: in de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het

32

A. Toelichting Bestemmingsplan Vosseven 6 Wanssum, herziening 1

gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Plangebied en Conclusie Op de cultuurhistorische waardenkaart is te zien dat er ter plaatse van het initiatief geen cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Het initiatief heeft geen gevolgen voor cultuurhistorische waarden in de omgeving.

4.10

Figuur 4.6: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart met aanduiding plangebied (bron: gemeente Venray)

NATUUR Sinds 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De nieuwe Wet natuurbescherming (Natuurwet) voorziet in vereenvoudigde regels ter bescherming van de natuur, in decentralisatie van bevoegdheden naar provincies en in een goede aansluiting op het omgevingsrecht. Er wordt beter aangesloten op de Europese regelgeving en er wordt een duidelijker onderscheid gemaakt tussen soorten die Europees beschermd zijn en nationaal beschermde soorten. De Wet natuurbescherming is, door de samenvoeging van de wetten, zowel gericht op de gebiedsbescherming als de soortenbescherming. Gebiedsbescherming Er dient aannemelijk te worden gemaakt dat het plan geen negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van Europees beschermde Natura2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

33

A. Toelichting Bestemmingsplan Vosseven 6 Wanssum, herziening 1

Natura 2000-gebieden: De bescherming van Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming, die de implementatie vormt van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Natura 2000gebieden vormen samen een Europees netwerk van natuurgebieden. Als ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van natuurwaarden binnen een Natura 2000-gebied, is een vergunning vereist op grond van de Wet natuurbescherming (zie artikel 2.7 en 2.8 van de Wet natuurbescherming). Op ca. 3,5 kilometer afstand vanaf het plangebied ligt het Natura 2000-gebied ‘Boschhuizerbergen’. Negatieve effecten voor licht, geluid en trillingen ten gevolge de ontwikkeling, zijn gezien de ruime afstand, op dit Natura 2000-gebied uit te sluiten.

Figuur 4.7: Omliggende Natura 2000-gebieden (bron: www.natura2000.nl)

Onderhavig plan maakt de herbouw van een bedrijfswoning mogelijk bovenop de bestaande vigerende agrarische activiteiten ter plaatse. Voor de nieuwe ontwikkeling, die met dit plan mogelijk wordt gemaakt, is beoordeeld of sprake is van effecten op omliggende Natura 2000-gebieden. Voor de aanlegfase is een stikstofonderzoek middels een Aerius verschillenberekening uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd als bijlage 4 van onderhavige toelichting. Uit het onderzoek blijkt dat de ontwikkeling niet leidt tot een toename in stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Vervolgonderzoek is daarom niet noodzakelijk. Na de PAS uitspraak van mei 2019 is er gewerkt aan een nieuw wettelijk kader om de stikstofproblematiek aan te pakken. Uitvloeisel daarvan is de Wet stikstofreductie en natuurherstel (Wsn). Met deze wet wordt voorzien in de wettelijke verankering van de door het kabinet aangekondigde structurele aanpak van de stikstofproblematiek. De wet is op 17 december 2020 aangenomen door de Tweede Kamer en op 9 maart 2021 aangenomen door de Eerste Kamer. Op 1 juli 2021 is de wet in werking getreden. In de wet is een partiële vrijstelling opgenomen voor tijdelijke emissies bij bouwplannen (bouwactiviteiten). Deze partiële vrijstelling is opgenomen in artikel 2.9a Wnb.

De Raad van State heeft in de uitspraak van 2 november 2022 geoordeeld8 dat de bouwvrijstelling niet gebruikt mag worden bij bouwprojecten. Een bouwvrijstelling houdt in dat voor de tijdelijke stikstofuitstoot die tijdens de bouw ontstaat geen vergunning nodig is. De Raad van State vindt dit niet juist, omdat het niet is uit te sluiten dat de natuur hierdoor schade oploopt. De bouwvrijstelling voldoet daarmee niet aan het Europees natuurbeschermingsrecht. Voor onderhavig plan geldt daarmee dat, ook al zijn er geen significante effecten ten aanzien 8 ECLI:NL:RVS:2022:3159

34

A. Toelichting Bestemmingsplan Vosseven 6 Wanssum, herziening 1

van de emissie van stikstof te verwachten in de gebruiksfase, voortaan een toets nodig is of voor de bouw- en sloopfase een natuurvergunning dient te worden aangevraagd. In onderhavige situatie is een berekening uitgevoerd voor de aanlegfase, waaruit blijkt dat geen sprake is van een effect. Negatieve effecten ten gevolge van stikstof op de instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebieden kunnen op basis van het voorgaande worden uitgesloten, waardoor een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming niet vereist is. Natuurnetwerk Nederland: Het plangebied is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland (ca. 160 m afstand). Door de kleinschaligheid van het plan in combinatie met de afstand, zullen de wezenlijke kenmerken en kwaliteiten van het Natuurnetwerk Nederland niet worden aangetast. Negatieve effecten op het NNN worden uitgesloten. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor ‘andere soorten’, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. In het kader van onderhavig bestemmingsplan is door bureau Exlan een quickscan flora en fauna uitgevoerd.

Hierbij is het plangebied bezocht op woensdag 30 november 2022 tussen 8:30 en 9:30 uur om te onderzoeken of het plangebied een zodanige belangrijke status heeft dat een aanvullend veldonderzoek noodzakelijk is. Dit rapport is toegevoegd in bijlage 5. Uit dit onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: Het voornemen en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dier- en/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. De voormalige bedrijfswoning dient bij voorkeur gesloopt te worden buiten het broedseizoen. Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten.

Een algehele vrijstelling op basis van de Omgevingsverordening is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing. Conclusie Uit het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het voornemen uitvoerbaar is binnen de kaders van de Wet natuurbescherming. Het aspect natuur vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

35

A. Toelichting Bestemmingsplan Vosseven 6 Wanssum, herziening 1

4.11

WATERPARAGRAAF Sinds 1 november 2013 bestaat de verplichting een watertoets uit te voeren. Het Rijk heeft haar beleid voor waterbeheer vastgelegd in het Nationaal Waterplan. De gemeente Venray heeft het thema ook in de Omgevingsvisie opgenomen. Hoofddoelstelling van beleid is 'het hebben en houden van een veilig en bewoonbaar land en het in stand houden en versterken van gezonde en veerkrachtige watersystemen, waarmee een duurzaam gebruik blijft gegarandeerd'. Goede waterkwaliteit, afkoppelen van hemelwater van de riolering en het bevorderen van infiltratie van water in de bodem zijn belangrijke uitgangspunten, ook op grond van gemeentelijk beleid. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Direct ten noorden van het plangebied is de 2e Zijtak Vossevennen gelegen welke op de legger is aangemerkt als een primaire watergang. Het plan ligt in het werkgebied van Waterschap Limburg. Het plangebied is nu in gebruik t.b.v. een agrarische veehouderijbedrijf (bedrijfsbebouwing en erfverharding) met woning en tuin. Met de herbouw van de bedrijfswoning elders op het perceel zal er ten opzichte van de bestaande situatie niet direct verharding worden toegevoegd. Immers wordt de bestaande bedrijfswoning afgebroken en komt hiervoor een nieuwe bedrijfswoning op een andere locatie voor terug.

Wanneer bij de aanvraag omgevingsvergunning blijkt dat er alsnog sprake is van een toename van het verhard oppervlak zal in voldoende bergingsvermogen moeten worden voorzien op eigen terrein. In het geval van nieuwe ontwikkelingen zal er gekeken moeten worden hoe het plan klimaat adaptief wordt ingericht. Sinds 1 april 2019 is er een nieuwe keur. Het waterschap Limburg heeft aangegeven dat men wil voorkomen dat het (schone) hemelwater van de nieuwe bedrijfswoning in de riolering terecht komt. Ook wanneer er geen toename is van de totale hoeveelheid verharding adviseert het waterschap om bij nieuwe ontwikkelingen (sloop en vervolgens weer opnieuw bouwen valt hier onder) het verharde oppervlak te beschouwen als nieuwe verharding. Zo wordt gestimuleerd dat de nieuwe situatie beter wordt dan de oude situatie. Aangezien hier geen directe lozing plaatsvind op het oppervlaktewater van het waterschap is de gemeente in dit geval het bevoegde gezag op dit gebied. Het hemelwater van de nieuwe woning met erfverharding kan ter plaatse infiltreren in de bodem (in de tuin of eventueel kan deze afgevoerd worden naar de infiltratiesloot die ter plaatse enkele jaren geleden is gerealiseerd). Ter plaatse is geen toename van HWA of DWA te verwachten.

Infiltratie- en bergingsvoorzieningen moeten volgens gemeentelijke beleid worden gedimensioneerd op 60 mm per vierkante meter verhard oppervlak (dak/inrit/terras/bijgebouwen). Bij het ontwerp en realisatie van de woning zal met bovenstaande beleid rekening worden gehouden. De afvoer van huishoudelijk afvalwater dient plaats te vinden via het aanwezige rioleringssysteem. De te realiseren woning zal daartoe worden aangesloten op de gemeentelijke riolering ter plaatse. Voor de bouw van de woning zullen duurzame, niet uitlogende bouwmaterialen worden toegepast. De aspecten rondom de waterhuishouding vormen geen belemmering voor de voorgestane ontwikkeling

4.12

DUURZAAMHEID De nieuwbouw van woningen of gebouwen moet aan een reeks wetten en regels voldoen. Zo moeten vanaf 1 januari 2021 alle nieuwe gebouwen in Nederland bijna energieneutrale gebouwen (BENG) zijn. Ook moet rekening worden gehouden met de milieubelasting van gebruikte materialen. De Nederlandse wet- en regelgeving over de energieprestatie van gebouwen is gebaseerd op de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). De huidige

36

A. Toelichting Bestemmingsplan Vosseven 6 Wanssum, herziening 1

regelgeving voor gebouwen vanuit de EPBD staat in het Besluit energieprestatie gebouwen (BEG) en de Regeling energieprestatie gebouwen (REG). Zoals reeds in paragraaf 2.3 ‘Voorgenomen ontwikkeling’ is aangegeven zal de exacte uitwerking van de woning plaatsvinden bij de omgevingsvergunningsfase, na onherroepelijk worden van onderhavig bestemmingsplan. In ieder geval zal bij het ontwerp rekening gehouden dienen te worden met de wetten en regels voor nieuwbouw. Zo dient de woning energieneutraal uitgevoerd te worden en wordt rekening gehouden met de milieubelasting van gebruikte materialen.

37

A. Toelichting Bestemmingsplan Vosseven 6 Wanssum, herziening 1

HOOFDSTUK 5 JURIDISCHE PLANOPZET

5 1 Juridische planopzet 5.1

ALGEMEEN Het bestemmingsplan ‘Vosseven 6 Wanssum, herziening 1’ is conform de eisen van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) opgesteld. Naast de wettelijke eisen uit de Wro is in dit bestemmingsplan, om de consistentie met de vigerende bestemmingsplannen te waarborgen, voor de opzet en inhoud van de regels aangesloten bij het bestemmingsplan ‘Vosseven 6 Wanssum’ van de gemeente Venray. Tevens voldoet het plan aan de eisen van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. Dit bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld.

5.2

TOELICHTING De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit plan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het plan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan.

5.3

VERBEELDING Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven met daarbij andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

5.4

PLANSYSTEMATIEK In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Hieronder wordt de systematiek, opbouw en indeling van de regels kort toegelicht.

38

A. Toelichting Bestemmingsplan Vosseven 6 Wanssum, herziening 1

1. Inleidende regels Begrippen: In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten: Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. 2. Bestemmingsregels In het tweede hoofdstuk komen de bestemmingen aan de orde. De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: Bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle belangrijkste bouwwerken (hoofdgebouwen), bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Afwijken van de bouwregels: In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de bouwregels waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken. Deze bevoegdheid wordt objectief begrensd en bevat duidelijke criteria.

Specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik/welke activiteiten in ieder geval strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Afwijken van de gebruiksregels: In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de gebruiksregels waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken. Deze bevoegdheid wordt objectief begrensd en bevat duidelijke criteria. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden: In de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie - 2’ is een (aanleg)vergunningregeling opgenomen. Hierin worden bepaalde werken en/of werkzaamheden vergunningplichtig gesteld. Bij de beoordeling van de vraag of en in welke mate bepaalde werken en/of werkzaamheden toelaatbaar worden geacht gelden enkele maatstaven.

39

A. Toelichting Bestemmingsplan Vosseven 6 Wanssum, herziening 1

Wijzigingsbevoegdheid: In deze bepaling is burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. 3. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels: Hierin zijn algemene regels opgenomen over bestaande afstanden en andere maten m.b.t. maximale en minimale maatvoering en heroprichting. Algemene aaduidingsregels Hier wordt verwezen naar de ligging in de reconstructiewetzone – verwevingsgebied. Algemene afwijkingsregels: In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels in het plan waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene wijzigingsregels: In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels in het plan waar het bevoegd gezag middels een wijzigingsplan aan mee kan werken en onder welke voorwaarden. 4.

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: In dit artikel wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

5.5

BESTEMMINGEN In voorliggend bestemmingsplan komen de volgende (dubbel)bestemmingen voor: Agrarisch Het perceel aan de Vosseven 6 heeft de bestemming Agrarisch. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor agrarisch grondgebruik en de uitoefening van een agrarisch bedrijf. De planregels bevatten de bouwregels en enkele afwijkingsmogelijkheden. Datzelfde geldt voor de gebruiksregels met afwijkingsmogelijkheden. Wonen is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’. Op de verbeelding wordt deze functieaanduiding ter plaatse van de bestaande woning verwijderd en ter plaatse van de locatie waarbinnen men de nieuwe woning wil realiseren toegevoegd.

40

A. Toelichting Bestemmingsplan Vosseven 6 Wanssum, herziening 1

Waarde - Archeologie 2 Deze dubbelbestemming is toegekend ter plaatse van de gronden binnen het plangebied waar in de bestemmingsplannen ‘Vosseven 6 Wanssum’ en ‘Buitengebied – Oost gemeente Venray’ deze dubbelbestemming ook geldt. De voor ‘Waarde - Archeologie 2’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende (basis)bestemmingen, mede bestemd voor bescherming van archeologische waarden in het gebied. Binnen de bestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ mogen enkel bodemingrepen plaatsvinden met een oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 0,50 m onder het maaiveld, wanneer een rapport wordt overlegd waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Waterstaat – Beschermingszone watergang Deze dubbelbestemming is toegekend ter plaatse van de gronden binnen het plangebied waar in het bestemmingsplan ‘Vosseven 6 Wanssum’ deze dubbelbestemming ook geldt. De voor ‘Waterstaat – Beschermingszone watergang’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bescherming van de nabij gelegen waterloop. Op deze gronden is de Keur van het waterschap van toepassing.

41

A. Toelichting Bestemmingsplan Vosseven 6 Wanssum, herziening 1

HOOFDSTUK 6 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

6 1 Economische uitvoerbaarheid Het plan betreft een particulier initiatief, waarvan alle kosten en risico’s voor rekening van de initiatiefnemer komen. De initiatiefnemer, die eigenaar van de betreffende woning en de gronden is, fungeert als financiële drager. Eventuele planschade komt eveneens voor rekening van de initiatiefnemer. Voor het overige zijn er geen gemeentelijke financiën met het plan gemoeid. Overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk 6 van de Wet ruimtelijke ordening is voor voorliggende ontwikkeling geen exploitatieplan noodzakelijk. Het kostenverhaal vindt immers plaats via leges.

42

A. Toelichting Bestemmingsplan Vosseven 6 Wanssum, herziening 1

HOOFDSTUK 7 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

7 1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1

ALGEMEEN Een bestemmingsplan dient maatschappelijk uitvoerbaar te zijn. Dat wil zeggen dat de voorgenomen ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt in het bestemmingsplan zijn besproken met belanghebbenden.

7.2

OMGEVINGSDIALOOG Het is de bedoeling dat initiatiefnemer in een vroeg stadium een dialoog met de directe omgeving aangaat. Bij de directe omgeving denkt de gemeente in ieder geval aan alle directe buren rondom het perceel die zicht hebben op de locatie. Concreet gaat het dan om de volgende adressen: Vosseven 2, 5, 7 en Venrayseweg 35A. In de toelichting van het bestemmingsplan moet in een verslag aangegeven worden dat de dialoog heeft plaatsgevonden en wat er uit is gekomen. Dit verslag is opgenomen in bijlage 6 van onderhavige toelichting. De dialoog heeft één op één plaatsgevonden met de eigenaren/bewoners van bovengenoemde adressen bij deze thuis. Hierbij heeft initiatiefnemer het plan kenbaar gemaakt en toegelicht. Allen die bezocht zijn hebben aangegeven geen problemen te hebben met het planvoornemen en hebben initiatiefnemer veel succes gewenst.

7.3

VOOROVERLEG Op deze herziening van het geldende bestemmingsplan is het wettelijk vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening van toepassing. De gemeente heeft ten behoeve hiervan een concept van onderhavig plan toegezonden aan relevante overheden en instanties.

7.4

FORMELE PROCEDURE De gemeente brengt dit bestemmingsplan in procedure volgens het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het ontwerpplan heeft van 7 juli 2023 tot en met 17 augustus 2023 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn was het voor iedereen mogelijk om het ontwerpbestemmingsplan in te zien en hier op te reageren door middel van het indienen van een zienswijze. Tijdens de ontwerpfase zijn geen zienswijze ingediend. Vervolgens heeft de gemeenteraad in de vergadering van 31 oktober 2023 het bestemmingsplan vastgesteld.

BIJLAGEN

43

A. Toelichting Bestemmingsplan Vosseven 6 Wanssum, herziening 1

Bijlagen BIJLAGE 1: Principebesluit; BIJLAGE 2: Situatietekening bestaande en gewenste situatie BIJLAGE 3: Landschappelijk inpassingsplan (Agrifirm Exlan); BIJLAGE 4: AERIUS verschillenberekening; BIJLAGE 5: Quickscan soortenbescherming (Exlan 8 december 2022); BIJLAGE 6: Verslag omgevingsdialoog;

44

A. Toelichting Bestemmingsplan Vosseven 6 Wanssum, herziening 1

45

A. Toelichting Bestemmingsplan Vosseven 6 Wanssum, herziening 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13163338/1