02 Boekwerk Kadernota 2025 en 1e bijstellingen 2024 def
Tekst van het document
Kadernota 2025
Gemeente Venray 14-05-2024
2
Aanbiedingsbrief Wij bieden u hierbij de kadernota 2025 aan. Net als ieder jaar, gebruiken we het voorjaar voor het opstellen van een kadernota, met daarin een beeld van de huidige financiële situatie van Venray en de belangrijkste kaders voor de begroting 2025. Deze wordt dit najaar gepresenteerd. Net als bij de kadernota 2024, is de eerste bestuursrapportage 2024 geïntegreerd in deze kadernota 2025. Eerste bijstellingen begroting 2024 In deze kadernota 2025 zijn de eerste bijstellingen van de begroting 2024 opgenomen. De belangrijkste aanpassingen in de eerste bestuursrapportage 2024 hebben betrekking op: - Actualisering investeringen - De gemeentefonds-ontwikkelingen - Landelijk tarief jeugdbescherming en jeugdreclassering - Participatie Ambities Op het moment dat deze kadernota ter besluitvorming aan u voorligt, zijn we ongeveer halverwege de huidige collegeperiode. Over de voortgang van het collegeprogramma 2022-2026 “Samen maken we Venray” wordt u medio 2024 nader geïnformeerd via een aparte Midterm Review. Het is gebruikelijk dat in de kadernota onze ambities voor de komende jaren worden vertaald in voorstellen voor het Meerjarig Uitgaven en Investeringsprogramma (MUIP).
Ook in de aanloop naar deze kadernota is een inventarisatie gemaakt van de benodigde extra uitgaven en investeringen om, naast onze reguliere gemeentelijke taken, het Collegeprogramma 2022-2026 verder uit te kunnen voeren. De basis voor onze ambities liggen grotendeels vast in ons collegeprogramma, welke afgelopen begroting verwerkt is. De MUIP-aanvragen in deze kadernota hebben voornamelijk betrekking op het integraal huisvestingsplan 2025-2035 van de scholen, netcongestie en het integraal beleid internationale werknemers 2024-2030. Negatief meerjarenperspectief Het meerjarenperspectief is op dit moment negatief. Ook voor 2025. Een belangrijke oorzaak voor het tekort van komend jaar, is de extra korting op het gemeentefonds die het rijk onlangs aankondigde in de voorjaarsnota 2024. Het rijk heeft in haar voorjaarsnota ook maatregelen aangekondigd om de tekorten vanaf 2026 (het ravijnjaar) te verminderen. Omdat we als college graag een zo actueel mogelijk beeld van het meerjarenperspectief willen schetsen, is de voorjaarsnota van het rijk alvast verwerkt. Hierdoor laat ons meerjarenperspectief op dit moment voor alle jaarschijven vanaf 2025 een negatief resultaat zien. Als gemeente streven we in de basis naar een structureel meerjarig sluitende begroting.
We hebben ervoor gekozen om in deze kadernota nog geen maatregelen voor te stellen om een sluitend perspectief aan te bieden. We bereiden ons hier uiteraard wel op voor. Onze voorstellen vindt u in het actieplan “Sluitende begroting”, dat we op korte termijn aan de raad voorleggen. Alvorens keuzes te maken, achten wij het verstandig om eerst nog de meicirculaire af te wachten, die nog tot aanpassingen van het hier gepresenteerde meerjarenperspectief kan leiden. Het verloop van de begroting 2024 en het meerjarenperspectief is als volgt: Begroting Resultaat begroting 2024 2024
342
Resultaat primaire begroting
944
Wijzigingen 2e bestuursrapportage 2023
-1.082
Wijzigingen vóór 1e bestuursrapportage 2024 Wijzigingen 1e bestuursrapportage 2024 en kadernota
603
Totaal Saldo
807
Kadernota 2025 Meerjarenperspectief incl. MUIP
(x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
807
-1.647
-4.741
-5.110
-4.395
Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Venray. 3
4
Vaststellingsbesluit De raad van de gemeente Venray, Gelezen het advies van B&W van 14 mei 2024. Besluit: Besluit inzake 1e bijstellingen 2024: 1. Instemmen met de 1ste bijstellingen en de daarin opgenomen, financiële en administratieve mutaties in de exploitatie en investeringsbudgetten, reserves en voorzieningen; 2. Akkoord gaan met het positieve resultaat 2024 van € 389.348 voortvloeiend uit de 1e bijstellingen 2024 en dit ten gunste te brengen van het resultaat 2024; 3. Het resultaat uit deze 1e bijstellingen over de jaren 2025 tot en met 2028 verwerken in de meerjarenbegroting. Besluit inzake kadernota 2025: 1. Vaststellen van de kadernota 2025, inclusief het Meerjarig Uitgaven- en Investeringsplan (MUIP) 2025-2028 als richtinggevend kader voor de Programmabegroting 2025-2028.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 2 juli 2024.
, voorzitter
, raadsgriffier
5
Inhoud Kadernota 2025 ...........................................................................................................................................................................1 Aanbiedingsbrief .........................................................................................................................................................................3 Vaststellingsbesluit......................................................................................................................................................................5 Inhoud .........................................................................................................................................................................................6 Leeswijzer ...................................................................................................................................................................................7 1.
Financieel meerjarenperspectief ..............................................................................................................................................8 1.1 Meerjarenperspectief inclusief MUIP ...............................................................................8 1.2 Huidig verwacht resultaat .............................................................................................8 1.3 Ontwikkelingen ......................................................................................................... 10 2. Reservepositie en weerstandsvermogen ................................................................................................................................12 2.1 Weerstandsvermogen ................................................................................................ 12 2.2 Risico's..................................................................................................................... 13 2.3 Reservepositie .......................................................................................................... 13 3.
Programma's ..........................................................................................................................................................................15 Programma 1 Leven ........................................................................................................ 16 Programma 2 Wonen ....................................................................................................... 20 Programma 3 Werken ...................................................................................................... 22 Programma 4 Besturen .................................................................................................... 23 4. De 1e bijstellingen 2024 ........................................................................................................................................................25 Actueel financieel beeld na bijstellingen ............................................................................. 25 Financiële afwijkingen...................................................................................................... 26 Verloop investeringen ...................................................................................................... 33 Majeure projecten ...........................................................................................................
34 Bijlagen .....................................................................................................................................................................................49 Bijlage 1. Totaaloverzicht MUIP-aanvragen......................................................................... 49 Bijlage 2. Uitgangspunten meerjarenbegroting 2024-2028 ................................................... 57 Bijlage 3. Reserves en voorzieningen ................................................................................. 64 Bijlage 4. Mutaties investeringsbudgetten .......................................................................... 65 Bijlage 5. Lijst met afkortingen ......................................................................................... 69
6
Leeswijzer Voor u ligt de kadernota 2025, inclusief het Meerjaren Uitgaven en Investeringsplan 2025-2028 (MUIP) . De kadernota dient als richtinggevend kader voor de op te stellen Programmabegroting 2025-2028. De bestuursrapportage en de rapportage majeure projecten is geïntegreerd in de kadernota. De 1e bijstellingen 2024 zijn nader toegelicht in hoofdstuk 4 van deze kadernota. Door de automatische koppeling tussen LIAS onderdeel financieel management en LIAS onderdeel document management worden tekstuele en financiële onderbouwingen (begrotingswijzigingen) direct opgenomen in de kadernota. Hierdoor kunnen dezelfde toelichtingen voorkomen in de verschillende deelprogramma's. In het overzicht van de financiële afwijkingen op programmaniveau kan het onderwerp van de begrotingswijziging meerdere keren voorkomen echter kan de financiële invloed (positief en negatief) per deelprogramma verschillen. Deze kadernota kent de volgende opzet: Hoofdstuk 1:
Weergave toelichting op het financiële meerjarenperspectief voor 2024-2028.
Hoofdstuk 2:
Weergave van de (meerjarige) ontwikkeling van de reservepositie en het weerstandsvermogen.
Hoofdstuk 3:
Per programma een beschrijving van activiteiten om de gestelde doelen te kunnen realiseren.
Hoofdstuk 4:
1e bijstellingen 2024 en majeure projecten.
Bijlage 1:
Totaaloverzicht MUIP 2025-2028.
Bijlage 2:
Uitgangspunten meerjarenbegroting 2025-2028.
Bijlage 3:
Reserves en Voorzieningen.
Bijlage 4:
Mutaties investeringsbudgetten.
Bijlage 5:
Lijst met afkortingen.
De bedragen in de tabellen zijn in € 1.000 tenzij anders is vermeld.
7
1. Financieel meerjarenperspectief 1.1 Meerjarenperspectief inclusief MUIP Inleiding
In de aanbiedingsbrief is de huidige financiële situatie op hoofdlijnen toegelicht. Een nadere toelichtingen op de ontwikkelingen waaronder het gemeentefonds zijn opgenomen bij onderdeel 1.3 Ontwikkelingen. Hieronder wordt het huidig verwachte verloop van het meerjarenperspectief 2024 – 2028 getoond. Voor een nadere inhoudelijke toelichting op het meerjarenperspectief verwijzen wij u naar onderdeel 1.2 tot en met 1.3. Kadernota 2025
2024
2025
2026
2027
2028
343
2.085
-5.244
-6.804
-13.182
0
0
0
0
0
944
975
933
2.597
4.314
-1.082
-666
-155
-157
2.115
1e Berap 2024
389
86
47
16
2.868
Huidig verwacht resultaat
593
2.479
-4.420
-4.349
-3.886
Kadernota 2025
214
-2.575
235
-443
-255
Geactualiseerd meerjarenperspectief
807
-96
-4.184
-4.792
-4.141
0
-1.551
-556
-318
-254
807
-1.647
-4.741
-5.110
-4.395
Begrotingsresultaat begroting 2024 - 2028 Post onvoorzien begroting 2024 - 2028 2e berap 2023 Raadsbesluiten tot en met april 2024
Totaal nieuwe MUIP aanvragen Meerjarenperspectief incl. MUIP
1.2 Huidig verwacht resultaat
Onderstaand wordt het huidig verwacht resultaat zoals vermeld in het meerjarenperspectief bij 1.1 nader toegelicht. Begrotingsresultaat begroting 2024- 2028. Dit betreft het begrotingsresultaat 2024-2028 na vaststelling van de programmabegroting 20242027 door de raad op 7 november 2023. Post onvoorzien. In overeenstemming met de financiële verordening (artikel 212) is de post onvoorzien bepaald op € 0. Vanwege wet- en regelgeving is het noodzakelijk om deze zichtbaar te maken. 2e berap 2023. De 2e bestuursrapportage 2023 is vastgesteld in de raad van 12 december 2023. Raadsbesluiten tot en met april 2024. Hieronder is een specificatie opgenomen van de door uw raad tot en met 2 april 2024 genomen besluiten die financiële gevolgen hebben voor het meerjarenperspectief. De administratieve wijzigingen welke geen financiële consequenties hebben, worden in tegenstelling tot eerdere verantwoordingsdocumenten, zichtbaar gemaakt. Dit komt door de automatische koppeling met de financiële gegevens.
8
Specificatie Raadsbesluiten
2024
2025
2026
2027
2028
Aanvullend krediet realisatie nieuwbouw Focus Spectrum
0
0
-78
-78
-77
Aanwijzing externe accountant boekjaren 2024-2027
-57
-60
-64
-67
-71
Integraal beleid internationale werknemers 2024-2030
-416
0
0
0
0
Internationaal beleid huisvesting internationale werknemers. 0
0
0
0
0
Sloop en renovatie delen Raayland College
-19
-19
-19
-19
-19
Stelpost IKB
1
4
6
7
201
Stelpost inflatie 2028
0
0
0
0
2.582
Subsidieplafonds en -verordeningen.
0
0
0
0
0
Uitvoeringskosten Hervormingsagenda Jeugd 2024 en 2025. -591
-591
0
0
0
Wegenbeleidsplan 2023-2027
0
0
0
0
-502
Totaal raadsbesluiten t/m april 2024
-1.082
-666
-155
-157
2.115
1e berap 2024. De bijstellingen van de 1e bestuursrapportage 2024 zijn tekstueel en financieel nader toegelicht bij onderdeel 4. De 1e bijstellingen 2024. In overleg met de auditcommissie is op 13 maart 2024 besloten om een tekstueel en financieel totaaloverzicht van de financiële afwijkingen zichtbaar te maken. In het verleden werden afzonderlijke overzichten per programma weergegeven waardoor dubbelingen ontstonden in de teksten. Kadernota 2025. De ontwikkelingen zijn opgenomen bij het onderdeel kadernota 2025. Deze worden nader toegelicht bij onderdeel 1.3 Ontwikkelingen. Begin april is een financiële vertaling van de ontwikkelingen nog niet mogelijk en wordt volstaan met een tekstuele toelichting. Een aantal ontwikkeling zijn bekend maar doorlopen het bestuurlijke besluitvormingsproces vanaf 3 april 2024. Vanwege het inzicht en de benodigde strakkere financiële sturing is ervoor gekozen om deze voorstellen inzichtelijk te maken. Jenaplan Kindcentrum (JKC) De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht m.b.t. onderwijshuisvesting primair onderwijs. Met de realisatie van JKC Talententuin in de wijk Noord West wordt een witte vlek qua onderwijsvoorziening in Venray opgeheven. Bij deze realisatie hoort een voorziening voor bewegingsonderwijs, alsmede aanpassingen aan de infrastructuur om een veilige schoolomgeving te realiseren. Een separaat raadsvoorstel wordt opgesteld.
Bijstelling instandhoudingsvergoeding Bijstelling instandhoudingsvergoeding 2024 o.b.v. Collegebesluit d.d. 23 april 2024. Ontwerp begroting 2025 Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN) Structurele verwerking van de ontwerp begroting 2025 van de Veiligheidsregio Limburg-Noord, die is opgesteld op basis van de Kaderbrief 2025. Opvang zwerfdieren De gemeente Venray zal voor het ophalen en opvangen van gevonden huisdieren, zwerfdieren en de daaraan gerelateerde diensten, een dienstverleningsovereenkomst aangaan met Dierenambulance Brabant Noord-Oost (DABNO) en Dierenopvang Maasland (Maasland).Bijstelling instandhoudingsvergoeding 2024 o.b.v. Collegebesluit d.d. 23 april 2024.
9
Specificatie verwachte college/raadsbesluiten vanaf 3 april 2024
2024
2025
2026
2027
2028
Aanpassingen openbare ruimte rondom realisatie JKC TT
0
0
0
-23
-23
Bijstelling instandhoudingsvergoeding
-35
-35
-35
-35
-35
Bouw JKC Talententuin
0
0
0
-400
-372
Gemeentefondsuitkering: voorjaarsnota 2024 Rijk
288
-2.314
532
307
375
Inrichting beweegvoorziening JKC TT
0
0
0
-10
-10
Ontwerp begroting 2025 Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN)
0
-153
-188
-207
-114
Opvang zwerfdieren
-39
-73
-74
-75
-76
Totaal verwachte college/raadsbesluiten vanaf 3 april 2024
214
-2.575
235
-443
-255
1.3 Ontwikkelingen
Gemeentefondsuitkering Het gemeentefonds is voor de gemeente Venray veruit de grootste inkomstenbron. Het gemeentefonds is gebaseerd op diverse besluitvormingsmomenten van het rijk zoals de voorjaarsnota en de miljoenennota. De Voorjaarsnota 2024 van het rijk bevat een eerste update van de Rijksbegroting voor de komende jaren. In de Voorjaarsnota is vermeld dat vanwege de demissionaire status van het kabinet dit voorjaar terughoudendheid past bij nieuw beleid. Het kabinet blijft echter wel uitvoering geven aan het coalitieakkoord. De Voorjaarsnota 2024 vormt de basis voor de mei- circulaire 2024 gemeentefonds. In lijn met het advies van de Raad van State heeft het kabinet in de voorjaarsnota 2024 opgenomen dat de normeringssystematiek al vanaf 2024 gekoppeld wordt aan het bruto binnenlands product (bbp). Dit zou eerder vanaf het jaar 2027 het geval zijn. De eerdere invoering van deze bbp-systematiek heeft voor de gemeenten nadelige gevolgen in hun gemeentefondsuitkering. In de voorjaarsnota is opgenomen dat de gemeenten voor deze nadelen incidenteel worden gecompenseerd, met uitzondering van het jaar 2025. In het jaar 2025 is sprake van een compensatie van ongeveer 50%. Voor Venray voor het jaar 2025 een nadeel van ruim € 1.6 miljoen. De loon- en prijsontwikkeling voor de komende jaren is structureel neerwaarts bijgesteld ten opzichte van de septembercirculaire 2023.
Deze bijstelling volgt uit het Centraal Economisch Plan 2024 (CEP) van het Centraal Planbureau (CPB). De bijstelling voor het jaar 2024 is hiermee definitief. Voor Venray voor het jaar 2024 een nadeel van ruim € 0.2 miljoen oplopend naar ongeveer € 1.3 miljoen in 2028. In de voorjaarsnota is ook opgenomen dat de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026 geschrapt wordt. Hiermee is de discussie over de opschalingskorting afgerond. Voor Venray vanaf 2026 een voordeel van ruim € 1.6 miljoen. In het coalitieakkoord Rutte IV is een aanvullende besparing in het kader van Jeugdzorg van structureel € 511 miljoen opgenomen. In de voorjaarsnota van het rijk is opgenomen dat deze voorgenomen bezuiniging op de jeugdzorg van ruim 500 miljoen euro in 2025 voor gemeenten niet door gaat. Vanaf 2026 is er nog wel een bezuiniging van € 511 miljoen gepland, maar het is aan een nieuw kabinet om dit door te zetten of niet. Voor de begroting van de gemeenten en dus ook voor Venray heeft dit per saldo voor het jaar 2025 geen gevolgen omdat deze besparing budgettair neutraal in de begroting is opgenomen. Gemeenten hebben in 2023 landelijk € 573 miljoen minder gedeclareerd bij het BTWCompensatiefonds (BCF). Via de septembercirculaire 2023 werd al een voorschot van € 359 miljoen uitbetaald. De Voorjaarsnota 2024 biedt informatie over de eindafrekening voor het jaar 2023.
De afrekening BCF bedraagt landelijk € 214 miljoen en dit bedrag wordt in 2024 incidenteel toegevoegd. Voor Venray ongeveer € 0.5 miljoen. 10
De VNG geeft in een recente ledenbrief bij de Voorjaarsnota 2024 van het Rijk aan dat het financiële probleem van de gemeenten hiermee niet is opgelost, maar dat wel betekenisvolle stappen zijn gezet. Op basis van deze resultaten vervolgt de VNG haar inzet richting de formatietafel voor een goede balans tussen taken en middelen. * € 1.000 Ontwikkelingen gemeentefonds o.b.v. Voorjaarsnota 2024 Rijk
2024
2025
Normeringssystematiek o.b.v. bbp
-1.727
-3.189
-332
-285
-213
Compensatie Rijk
1.727
1.564
332
285
213
0 -1.625
0
0
0
-1.125
-1.336
-1.257
1.657
1.643
1.632
532
307
375
Per saldo gevolgen invoering bbp systematiek Loon- prijsontwikkeling o.b.v. CEP 2024
-226
2026
-689
Opschalingskorting: ophoging vervallen Jeugdzorg
2027
2028
0
Plafond btw-compensatiefonds eindafrekening
514
Totaal
288 -2.314
- = nadeel Overige ontwikkelingen 2023-2027 Noord Limburg West (NLW) Door de gemeenten zijn twee nieuwe opdrachten geformuleerd. Enerzijds gericht op de lange termijn waarbij de focus ligt op het participatiebeleid van de drie gemeenten en anderzijds de korte termijn waarbij de focus ligt op continuering van de bedrijfsvoering van de NLW. De aanvulling van het tekort van de NLW NV is teruggebracht op het oude niveau. De ontwikkeling van de realisatie versus begroting wordt maandelijks gemonitord zodat tijdig kan worden bijgestuurd. Regionale UitvoeringsDienst Limburg Noord (RUDLN) Op 1 april 2024 hebben alle omgevingsdiensten in Nederland een plan van aanpak moeten aanleveren waarin is opgenomen hoe ze kunnen voldoen aan de robuustheidscriteria zoals gesteld in het interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (IBP VTH). Dat geldt ook voor de RUDLN, onze omgevingsdienst. Op 28 maart 2024 heeft het AB van de RUD ingestemd met het plan van aanpak. Uw raad is hier middels een RIB over geïnformeerd. Het is aan het rijk om te bepalen of dit plan van aanpak in hun ogen voldoende is om binnen een termijn van twee jaar aan de robuustheidscriteria te voldoen. Het plan van aanpak is ingrijpend, omdat de huidige RUD LN een netwerkorganisatie is en deze vorm van organisatie niet kan voldoen aan de gestelde criteria.
Het plan van aanpak moet nader worden uitgewerkt onder andere op de onderdelen personele en financiële gevolgen. De eerste inschattingen van de incidentele kosten voor de transitie (met name de kosten van de projectorganisatie) voor Venray zijn ten minste € 245.000 verdeeld over 2024, 2025 en 2026. RUD breed bedragen deze incidentele kosten € 3,3 miljoen. Totaal nieuwe Meerjarig Uitgaven en Investeringsprogramma (MUIP) 2025-2028 In de Kadernota vinden ontwikkelingen hun plek. Dit zijn ontwikkelingen die nog niet financieel vertaald zijn in de meerjarenbegroting en die via het MUIP worden ingediend. Bij de vaststelling van de programmabegroting 2025 worden de aanvragen die opgenomen staan voor de jaarschijf 2025 definitief. Indien er in de periode van nu tot aan de vaststelling van de programmabegroting 2025 andere inzichten ontstaan, kan dit aanleiding zijn tot herprioritering. In de programma’s van deze kadernota 2025 wordt inzicht gegeven op hoofdlijnen van de MUIPaanvragen. In bijlage 1 is een totaaloverzicht MUIP-aanvragen opgenomen waarbij de afzonderlijke MUIP-aanvragen financieel inzichtelijk zijn gemaakt en toegelicht. In voorgaande jaren zijn de incidentele lasten ten laste van de vrije ruimte in de algemene reserve gebracht. In deze kadernota wordt dit ook weer voorgesteld.
Het doel van de algemene reserve is onder meer deze in te zetten ter dekking van incidentele lasten.
11
2. Reservepositie en weerstandsvermogen Inleiding
In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op het weerstandsvermogen: het vermogen van de gemeente om substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat het bestaande beleid daarvoor moet worden aangepast. Hiervoor is inzicht vereist in de omvang van de aanwezige reserves (weerstandscapaciteit) en in de risico's. Bij de berekening van risico’s hanteren we een bestendige gedragslijn: de concreet aanwijsbare en kwantificeerbare risico’s worden meegenomen. Er zijn dus diverse risico’s die we wel kunnen benoemen, maar waarvan de omvang niet bekend is en/of de kans op manifesteren zeer ongewis is. Derhalve moeten de uitkomsten als richtinggevend worden geïnterpreteerd.
2.1 Weerstandsvermogen Op 31 oktober 2023 werd door de raad het geactualiseerde risicobeleid vastgesteld. In dit nieuwe risicobeleid is de minimumwaarde van het weerstandsvermogen op 1,0 gesteld. Dat wil zeggen dat de berekende risico’s in ieder geval zijn afgedekt door de aanwezige weerstandscapaciteit. Hiermee sluiten we aan bij de adviezen van de provinciaal toezichthouder. Daarnaast streven we een minimale omvang van de weerstandscapaciteit na van 10% van de jaarexploitatie. Op basis van de geraamde jaarlasten (excl. mutaties reserves) kan de minimale weerstandscapaciteit per boekjaar anders zijn, overeenkomstig de lasten in de verschillende jaarschijven. Op basis van deze uitgangspunten verwachten we in deze Kadernota 2025 onderstaande ontwikkeling van de weerstandscapaciteit. Stand ultimo (bedragen x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
Algemene reserve
43.652
42.876
42.294
41.906
41.712
Risicoreserve grondbedrijf
7.712
7.388
7.051
6.704
6.348
Weerstandscapaciteit
51.364
50.264
49.345
48.610
48.060
Algemene risico's
4.249
4.791
5.818
6.452
6.521
314
317
320
323
323
4.563
5.108
6.138
6.775
6.844
Vrije ruimte
46.801
45.156
43.207
41.835
41.215
- Algemeen
39.402
38.085
36.476
35.454
35.191
- Grondbedrijf
7.398
7.071
6.731
6.381
6.025
Weerstandsvermogen
11,26
9,84
8,04
7,18
7,02
Risico's grondbedrijf Risico's
Tabel 2.1. opbouw weerstandsvermogen Definitie weerstandsvermogen: bedrag weerstandscapaciteit delen door bedrag risico’s Het totale weerstandsvermogen neemt in de planperiode af van 11,26 naar 7,02. Het weerstandsvermogen blijft nog ruim boven de minimale grens van 1,0. De vrije ruimte neemt in de planperiode af met € 5,6 mln. In de algemene reserve daalt de vrije ruimte met 4,2 mln. In de risicoreserve van het grondbedrijf daalt de vrije ruimte met ca. 1,4 mln. De weerstandscapaciteit daalt in de komende planperiode van € 51,4 mln in 2024 naar € 48,1 mln in 2028. Dit wordt met name veroorzaakt door de (eenmalige) aanwendingen uit de algemene reserve.
12
2.2 Risico's 2024
2025
2026
2027
2028
3.433
2.992
3.022
3.119
3.220
639
642
578
527
475
1.481
1.481
1.481
1.481
1.481
Pensioen/arbeidsongeschiktheid bestuurders
900
900
900
900
900
Diversen
259
259
259
259
259
6.712
6.274
6.241
6.286
6.337
Risico's doen zich niet in 1 jaar voor
-1.678
-1.569
-1.560
-1.572
-1.584
Niet geïdentificeerde risico's
1.710
1.684
1.694
1.737
1.769
Opvangen risico's in exploitatie
-2.494
-1.598
-557
0
0
Totaal algemene risico's na correctie
4.249
4.791
5.818
6.452
6.521
314
317
320
323
323
4.563
5.108
6.138
6.775
6.844
Stand ultimo (bedragen x € 1.000) Sociaal domein Garanties Verbonden partijen
Totaal algemene risico's Correcties cf risicobeleid:
Risico 's grondbedrijf Totaal risico's
De risico’s nemen in de planperiode met € 2,3 mln. toe. De risico’s in het grondbedrijf alsook de algemene risico's blijven nagenoeg gelijk. De toename van de risico's wordt veroorzaakt door de correctiepost “opvang van risico’s in exploitatie”. Deze neemt af omdat we voor toekomstige jaren in principe uitgaan van een sluitende exploitatie. Voor de eerste 3 jaren draagt het gemiddelde rekeningresultaat nog bij aan deze correctiepost.
2.3 Reservepositie
De stand van de reserves ontwikkelt zich als volgt: Stand ultimo (bedragen x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
Algemene reserve (vrij)
43.652
42.876
42.294
41.906
41.712
Risicoreserve grondbedrijf
7.712
7.388
7.051
6.704
6.348
T.b.v. bepaling weerstandsvermogen
51.364
50.264
49.345
48.610
48.060
Bestemmingsreserves algemeen
19.821
19.022
18.239
17.653
17.063
Bestemmingsreserve grondbedrijf Totaal
4.490
4.490
4.490
4.490
4.490
75.675
73.776
72.074
70.753
69.613
De totale waarde van de reserves neemt in de planperiode af met ca. € 6,1 mln. Dit wordt met name veroorzaakt door de afname van de algemene reserve (€ 1,9 mln), de daling van de risicoreserve grondbedrijf (€ 1,4 mln) alsmede de daling binnen de algemene bestemmingsreserves (€ 2,8 mln). Bestemmingsreserves zijn geoormerkt maar kunnen na raadsbesluit anderszins bestemd worden. Voor de beoordeling van de reservepositie worden de bestemmingsreserves aangemerkt als onderdeel van het eigen vermogen. Deze maken echter geen deel uit van de weerstandscapaciteit.
13
Algemene dienst Stand ultimo (bedragen x € 1.000) Algemene reserve (adm) stand 31-dec-2023
2024
2025
2026
2027
2028
35.312
43.652
42.876
42.294
41.906
Raadsbesluiten t/m mei 2024
-8.710
Resultaatbestemming 2023 (besluit juli 2024)
17.907
Vrijval overheveling restant expl.budget
964
Budgetoverheveling alg.reserve
-617
1e bijstelling 2024 (besluit juli 2024)
-429
MUIP 2025 e.v. (besluit juli 2024)
-776
-776
-582
-388
-194
43.652
42.876
42.294
41.906
41.712
Algemene reserve (vrij)
In bovenstaande tabel is uitgegaan van de (administratieve) stand van de algemene reserve op balansdatum 31 december 2023 en zijn vervolgens de reeds genomen besluiten en de nog te nemen besluiten apart vermeld. Door deze mutaties afzonderlijk in beeld te brengen, vooruitlopend op definitieve besluitvorming, wordt een transparant beeld gegeven van de impact van de nog te nemen besluiten. Immers, toekomstige uitgaven uit hoofde van MUIP en andere raadsbesluiten leggen een claim op de (administratieve) algemene reserve. Voor de berekening van het weerstandsvermogen worden deze bedragen in mindering gebracht op de administratieve reserve. We gaan (vooralsnog) uit van een sluitende exploitatie 2025-2028 bij de begroting 2025. Grondbedrijf Stand ultimo (bedragen x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
Saldo per 1-1
7.835
7.712
7.388
7.051
6.704
Winstnemingen
514
0
0
0
0
Onttrekkingen
-638
-324
-337
-347
-357
7.712
7.388
7.051
6.704
6.348
Saldo per 31-12
De winstnemingen en bijdragen zijn gebaseerd op de geactualiseerde exploitatieberekeningen bij de Programmaverantwoording 2023. Er is rekening gehouden met tussentijdse winstnemingen gebaseerd op het principe dat de negatieve boekwaarde groter is dan de gecalculeerde nog te maken kosten. Eventuele toekomstige vertragingen in de uitvoering van exploitaties kunnen grote invloed hebben op de bovenstaande cijfers.
14
3. Programma's Inleiding programma's In deze kadernota komen de speerpunten van het collegeprogramma 2022-2026 tot uiting. Per programma lichten we onze ambities kort toe en beschrijven we aan welke speerpunten uit het collegeprogramma een bijdrage wordt geleverd. Ook benoemen we per programma eventuele nieuwe ontwikkelingen vanaf 2024 waar we als gemeente mee te maken gaan krijgen. Tot slot worden per programma de MUIP-aanvragen toegelicht en er wordt inzicht gegeven in de hieruit volgende (meerjarige) financiële effecten. Financiële gevolgen Hieronder treft u het totaaloverzicht aan van de financiële gevolgen per programma van de MUIPaanvragen. Voor een nadere inhoudelijke toelichting verwijzen wij u naar de diverse (deel)programma’s. Deze financiële gevolgen zijn verwerkt in het meerjarenperspectief in hoofdstuk 1. Het overzicht toont de toe- of afname van de exploitatielasten ten opzichte van de huidige begroting 2024-2027. Door de actualisering van de bestaande MUIP-aanvragen qua fasering of investeringsbedrag ontstaan mutaties ten opzichte van de exploitatielasten die in de huidige begroting 2024-2027 zijn opgenomen.
Programma Omschrijving Bedragen x € 1
Investering 2025
2026
2027
2028
CP01
Leven
1.053.387
360.260
10.172
196.025
CP02
Wonen
152.000
27.000
27.000
CP03
Werken
119.402
118.512
256.000
92.807
CP04
Besturen
420.097
244.420
219.182
158.802
TCP01
Leven (projecten)
TCP02
Wonen (projecten)
TCP03
Werken (projecten)
2.184.982 25.007.306 1.744.886
750.192
512.354
447.634
Totalen
2025
270.000
2026 - 2028
Exploitatielasten
23.501.306 644.000
1.914.982
862.000
15
Programma 1 Leven Ambities In het collegeprogramma 2022-2026 is de volgende ambitie voor het programma Leven vastgelegd: “Wij geloven in het uitgangspunt dat voorkomen beter is dan genezen, dus zetten wij vol in op preventie. Wij werken aan een inclusieve Venrayse samenleving waarin iedereen naar vermogen mee kan doen. Wij doen een beroep op onze inwoners, hun omgeving én onze partners zoals (zorg)aanbieders om eigen verantwoordelijkheden te nemen en de eigen krachten in te zetten. Belemmeringen die het meedoen in de weg staan nemen wij zoveel mogelijk weg. Wij bieden ondersteuning aan onze inwoners die dat echt nodig hebben.” Het programma leven draagt bij aan de volgende speerpunten uit ons collegeprogramma: - Kadernota Sociaal domein - Gezondheid (inclusief sport) en Zorg - Onderwijsbeleid - Kunst & Cultuur - Inclusieve samenleving - Preventie - Accommodaties, subsidies en onderwijshuisvesting - Wonen en zorg (bijzondere doelgroepen) - Vangnet Ontwikkelingen De raad is in 2024 middels de raadsinformatiebrieven geïnformeerd over specifieke ontwikkelingen. Voor programma Leven zijn voor 2025, naast de raadsinformatiebrieven, de volgende ontwikkelingen belangrijk en relevant om hier te benoemen: Economische ontwikkelingen Het Centraal Planbureau heeft in februari 2024 het Centraal Economisch Plan 2024 gepubliceerd.
Daarin vallen de volgende zaken op: • De Nederlandse economie keert terug naar een gematigd groeipad. De komende jaren normaliseert de economische groei, na een turbulente periode. De economie groeide hard na de coronacrisis, wat niet alleen leidde tot oververhitting in aanvoerketens die toch al verstoord waren, maar ook tot historische krapte op de arbeidsmarkt.. • De koopkracht herstelt zich stevig dankzij de stijging van lonen en de daling van de inflatie. In 2025 groeit de koopkracht niet verder. Hierdoor komt de koopkracht in 2025 weer bijna uit op het niveau van 2021, vóór de koopkrachtklap van 2022 en 2023. • Gericht beleid heeft de armoede structureel doen dalen. Dit jaar daalt het aantal personen en het aantal kinderen in armoede door het koopkrachtondersteunend beleid gericht op lagere inkomens. In 2025 loopt de armoede weer licht op omdat de huurtoeslag, het kindgebonden budget en de bijstand weer wat afgebouwd worden. • De overheidsfinanciën verslechteren op de korte termijn vooral door stijgende uitgaven. Onder andere door uitgaven vanuit het Klimaatfonds, het Transitiefonds, het Nationaal Groeifonds en het Defensiematerieelfonds. De uitgaven aan sociale zekerheid stijgen, met name door hogere lonen, vergrijzing en een lichte oploop van de werkloze beroepsbevolking. Ook de zorguitgaven lopen op, als gevolg van de vergrijzing en door hogere lonen en prijzen.
Als gemeente zullen wij ook de effecten merken van voorstaande ontwikkelingen. Hervormingsagenda Jeugd Het doel van de hervormingsagenda is tweeërlei: 1. Betere en tijdige zorg en ondersteuning, op de juiste plek en wanneer dit nodig is; 2. Een beheersbaar en daarmee duurzaam financieel houdbaar stelsel. Over de hervormingsagenda jeugd hebben gemeenten en rijk in 2023 overeenstemming bereikt en is een implementatieplan vastgesteld. Dit betekent dat we de komende jaren aan de slag kunnen, lokaal alsook regionaal, om de eerder genoemde doelen te halen. Een commissie van deskundigen volgt de uitvoering van de maatregelen en de gepleegde inspanningen en zal voor het eerst in 2025 een advies formuleren waarbij onder andere ook aandacht voor de ontwikkeling van het uitgavenpatroon in relatie tot het afgesproken meerjarenperspectief en het risico dat partijen dragen.
16
NLW De in 2020 vastgestelde strategische koers is niet uitvoerbaar gebleken. De oorzaken daarvoor zijn dat: • met ingang van 1 januari 2015 nieuwe instroom in de Wsw niet meer mogelijk was; • er sprake is van een versnelde uitstroom uit Wsw met name door vergrijzing; • een aantrekkende arbeidsmarkt meer mogelijkheden voor met inwoners met beperkingen biedt; • met de uitbreiding aan ondersteuningsmogelijkheden binnen de Participatiewet meer inwoners met een arbeidsbeperking regulier aan het werk gaan op de arbeidsmarkt. De gemeenten hebben in 2022 twee opdrachten geformuleerd. Enerzijds gericht op de lange termijn waarbij de focus ligt op een brede analyse van het participatiebeleid van de drie gemeenten en anderzijds de korte termijn waarbij de focus ligt op continuering van de bedrijfsvoering van de NLW in afwachting van de uitkomst van de langetermijnopdracht. De brede analyse van de langetermijnopdracht laat zien dat de instroom vanuit Participatiewet niet in verhouding staat tot de grootschalige uitstroom van SW-medewerkers. De uitstroom wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door natuurlijk verloop. Deze kwantitatieve analyse heeft de noodzaak om de NLW te transformeren en het maken van bestuurlijke keuzes in een versnelling gebracht. Op dit moment werken de gemeente aan het opstellen van een nieuwe opdracht ‘Iedereen doet mee'.
Het beoogd resultaat van deze opdracht: een toekomstbestendige uitvoering voor inwoners met een arbeidsbeperking, die (nog) niet aan de slag kunnen op de reguliere arbeidsmarkt. Daarbij een verbeterede sturing op uitvoering en effectievere inzet van middelen. Besluitvorming over deze opdracht vindt in de zomer van 2024 plaats. Op dit moment kunnen we nog niet zeggen wat de concrete gevolgen van deze opdracht zijn voor de uitvoeringsorganisatie van de NLW NV. De gemeenten erkennen in ieder geval dat er een collectieve voorziening voor beschermd en beschutte werkplekken moet blijven bestaan, maar de invulling, uitvoering en wijze van samenwerking zal wijzigen. Ook kan de behoefte aan de dienstverlening van de NLW per schapsgemeente verschillen. Hoe dit eruit komt te zien, weten we nu nog niet. Wel is duidelijk dat de NLW dient te transformeren. De nieuwe opzet wordt kleiner en dient actief in te spelen op de behoefte van de inwoners met een arbeidsbeperking, de (lokale) arbeidsmarkt en de conjunctuur. De vervolgstappen en hiermee het toekomstscenario voor de NLW NV zal op basis van de volgende uitgangspunten verder uitgewerkt worden: • Schaalbaar • Flexibel • Nabijheid In december 2024 worden de gemeenteraden in ieder geval geïnformeerd over voortgang van de opdracht en waar mogelijk worden opbrengsten van deelopdrachten voorgelegd.
Dorpsondersteuner De pilot inzet dorpsondersteuner in Ysselsteyn is zeer succesvol gebleken en heeft aantoonbaar geleid tot minder inzet van Wmo-voorzieningen. De pilot is geëvalueerd en er is een afwegingskader opgesteld dat onderdeel is van de subsidieregeling Ondersteuning en Zorg. Dit kan gebruikt worden om ook andere dorpen op een gelijksoortige manier de kans te geven in hun dorp een dorpsondersteuner uit te rollen. De verwachting is dat deze uitrol tot in 2026 zal doorzetten. Inkomensafhankelijk abonnementstarief 2026 Het Rijk heeft besloten om voor alle Wmo-voorzieningen waar nu het abonnementstarief voor geldt een inkomensafhankelijke bijdrage in te voeren. Deze wijziging gaat in per 1 januari 2026. Met de invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage gaat een korting in onze algemene uitkering gepaard maar levert aan de inkomstenkant een hogere eigen bijdrage op. Het is nog niet bekend hoe de berekening van de eigen bijdrage eruit komt te zien. Regionaal verdeelmodel surplus Beschermd Wonen Bij de start van de regionale samenwerking van Noord- en Midden-Limburg op de thema’s Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang, Bemoeizorg en Preventie is overeengekomen dat de deelnemende gemeenten middels een verdeelsleutel meebetalen aan tekorten of overschotten ontvangen, op basis van het resultaat van de regionale begroting voor BW, MO en B&P.
Er is overeengekomen dat de toepassing van de verdeelsleutel wordt geëvalueerd en waar nodig de parameters worden geactualiseerd. Deze evaluatie speelt in 2024. Venray heeft een aandeel van 10.27%. De wijziging van dit percentage kan gevolgen hebben voor ons aandeel in de overschotten dan wel tekorten. Het is op dit moment nog niet duidelijk of een actualisering van de verdeelsleutel per 2025 haalbaar is.
17
[NB een wijziging van de verdeelsleutel zelf is in principe niet aan de orde in 2025, omdat we de parameters niet mogen veranderen. Dit omdat dan de GR aangepast moet worden, wat pas in 2026 gepland staat. Het gaat daarom puur om een actualisering van het aantal inwoners en de lokale zorgkosten, die we nu opnieuw aan het definiëren zijn] Evaluatie inkoop sociaal domein In 2022 is de nieuwe inkoop sociaal domein (sturing en inkoop) geïmplementeerd. Op dit moment wordt de inkoop geëvalueerd en daarbij zijn een tweetal scenario’s mogelijk: 1) We verlengen het contract; 2) Wij besteden opnieuw aan en gaan nieuwe contracten per 1-1-2026 aan. Dit heeft mogelijke gevolgen voor de budgetten vanaf 2026. Indexering tarieven Vanuit aanbieders zijn verschillende signalen ontvangen vanwege ontoereikende indexering van de tarieven. Contractueel is geregeld dat de tarieven met de voorlopige OVA-index worden aangepast. Momenteel loopt er een onderzoek naar de hoogte van de tarieven waarvan we verwachten rond de zomer 2024 uitsluitsel te krijgen. Dit kan dus wellicht financiële gevolgen hebben voor 2024 en 2025. Met het verlengen van de huidige contracten of het aangaan van nieuwe contracten per 1 januari 2026 (zie ook punt evaluatie inkoop) dient de AMvB Reële prijzen te worden toegepast en dienen de tarieven (en indexaties) te worden heroverwogen.
Tevens dienen we dan ook verplicht de contractstandaarden in gebruik te nemen. Die contractstandaard gaat uit van het toepassen van de definitieve OVA-index. Bibliotheekwerk Via een aanpassing van de Bibliotheekwet wordt de huidige bevorderingstaak van gemeenten en provincies omgezet in een zorgplicht. In 2023 is gestart met de herijking van de bibliotheekvisie. In de loop van 2023 werd echter duidelijk dat de invoeringsdatum van de nieuwe wetgeving niet eerder dan 2026 is voorzien. Daarnaast geven de contouren van de nieuwe wetgeving aan dat gemeenten een 4-jaarlijks beleidsplan moeten opstellen. Dit beleidsplan stellen wij in 2025 op. Tennis in Venray De fusie tussen de beide tennisclubs in Venray is volop in voorbereiding. Een nieuwe accommodatie voor deze fusieclub is echter niet haalbaar. Op dit moment wordt onderzocht of en op welke manier de toekomst van het tennis, met daarbij padel, in Venray gerealiseerd kan worden. Tijdelijke huisvesting In dit project wordt in eerste instantie gezocht naar geschikte en haalbare locaties om de opgave te realiseren. De planning is dat eind 2024 / begin 2025 een definitieve locatiekeuze wordt gemaakt voor de realisatie van een AZC en voldoende flexwoningen om te voldoen aan de Venrayse opgave.
Voor het AZC zal de financiering door COA worden opgepakt (mits qua beheer en omvang passend binnen de randvoorwaarden), maar voor de overige woningen is extra budget nodig. Er wordt volop ingezet op het verwerven van subsidies en financiering, maar de verwachting is dat er per te realiseren woning extra budget nodig is. Op dit moment is een subsidie in het kader van de Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen (RHA) toegekend van € 1.388.000 en tot en met 2023 is een bedrag van € 2.787.000 overgeheveld uit het budget voor de huisvesting van vluchtelingen uit Oekraïne. Dit budget is vrij besteedbaar voor deze doelgroepen. Er is dus een substantieel bedrag beschikbaar, maar onduidelijk is of dit voldoende is en of het subsidiebedrag in zijn geheel ingezet kan worden binnen de voorwaarden die eraan zijn verbonden qua doelgroepen en termijnen waarbinnen de huisvesting gerealiseerd moet worden. Onderhoud van gemeentelijke gebouwen In 2019 is de onderhoudsstaat van de gemeentelijke gebouwen in beeld gebracht. Op basis hiervan zijn meerjarenonderhoudsplannen (MJOP's) opgesteld en zijn ook financiële gevolgen voor de onderhoudsvoorzieningen doorberekend. Op dit moment wordt een actualisatie uitgevoerd van de MJOP’s, waarbij gekeken wordt in hoeverre het onderhoud is uitgevoerd conform deze planningen.
Dit moment zal ook gebruikt worden om te beoordelen of de in 2019 vastgestelde indexering van de onderhoudskosten, die voor de looptijd van de MJOP’s zijn toegepast, bijgesteld moeten worden. We hebben de afgelopen jaren namelijk te maken gehad met bovengemiddelde prijs- en loonstijgingen. Het resultaat van de actualisatie wordt meegenomen bij het opstellen van de begroting 2025 en de tweede bestuursrapportage 2024.
18
Meerjarig uitgaven en investeringsplan (MUIP) In het kader van het Meerjarig Uitgaven en InvesteringsPlan 2025-2028 heeft een inventarisatie plaatsgevonden van alle investeringen en exploitatie uitgaven welke voor de komende vier jaar noodzakelijk zijn. Een overzicht met de financiële consequenties voor het programma Leven is hieronder opgenomen in hoofdlijnen. Een uitgebreide financiële uiteenzetting met onderbouwing is opgenomen in bijlage 1. Totaal overzicht MUIP-aanvragen 2025-2028. Lasten MUIP (x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Deelprogramma: Omgeving Vangnet Totaal
-1.053 0 -1.053
-360 0 -360
-10 0 -10
-196 0 -196
19
Programma 2 Wonen Ambities In het collegeprogramma 2022-2026 is de volgende ambitie vastgelegd voor het programma Wonen: “De behoefte aan woningen groeit en daarom zetten wij in op het bouwen van goede en voldoende woningen voor al onze inwoners. Daarnaast werken we de komende jaren aan het minimaal behouden en waar nodig en mogelijk verbeteren van de kwaliteit van onze leefomgeving. Wij zetten stappen vooruit om onze woon- en leefomgeving duurzamer, veiliger en gezonder te maken. Wij bouwen verder op de uitgangspunten die door de gemeenteraad zijn vastgesteld binnen de omgevingsprogramma’s Wonen, Landelijk Gebied en Venray Vergroent.” Het programma Wonen draagt bij aan de volgende speerpunten uit ons collegeprogramma: - Omgevingswet - Omgevingsprogramma "Wonen" - Huisvesting internationale werknemers - Woonomgeving - Vliegbasis de Peel - Veiligheid - Vergunningsverlening, toezicht en handhaving - Omgevingsprogramma "Landelijk gebied" - Omgevingsprogramma "Venray Vergroent" (energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie) Ontwikkelingen De raad is in 2024 middels de raadsinformatiebrieven geïnformeerd over specifieke ontwikkelingen.
Voor programma Wonen zijn voor 2024, naast de raadsinformatiebrieven, de volgende ontwikkelingen belangrijk en relevant om hier te benoemen: Wetsvoorstel Versterking regie Volkshuisvesting Dit wetsvoorstel is in maart 2024 aangeboden aan de Tweede Kamer. Deze wet zorgt ervoor dat overheden beter en sneller kunnen sturen op hoeveel, waar en voor wie ze gaan bouwen. Als de wet wordt aangenomen moet het Omgevingsprogramma Wonen in de gemeente Venray nader wordt bekeken of en waar aanvullingen of actualisaties noodzakelijk zijn. Bijvoorbeeld als het gaat om het voorstel om twee derde van de woningen betaalbaar te bouwen, waarvan 30% sociale huur. Uitvoering beëindigingsregelingen Vanwege de natuurherstelopgaven wil het rijk de deposities op de beschermde natuurgebieden verlagen. Het rijk wil deze reductie bereiken door uitvoering te geven aan het “trappetje van Remkes”. Deze trap bestaat uit de volgende treden: innoveren, extensiveren, verplaatsen en stoppen. De eerste maatregelen die het rijk genomen is het faciliteren van het stoppen van veehouderijbedrijven door twee landelijke beëindigingsregelingen voor veehouderijbedrijven (de LBV en LBV+-regeling) open te stellen. Aan welke regeling een veehouder mee kan doen is afhankelijk van de diersoort die op de boerderij gehouden wordt, de toegepaste stalsystemen en de ligging van het bedrijf.
Of een ondernemer zich inschrijft bepaalt de ondernemer zelf. De uitvoering van deze regeling ligt bij gemeenten. De wettelijke taken zijn reguliere taken zoals het wijzigen van de bestemming, het intrekken van vergunningen, het aanvragen van nieuwe vergunningen/meldingen en het slopen van gebouwen. De omvang van deze beëindigingsregelingen en de impact hiervan op het buitengebied zijn groot. Daarom is Venray al sinds de zomer van 2023 druk bezig met om deze beëindigingsregelingen goed te begeleiden. Het rijk stelt aan gemeenten een tegemoetkoming beschikbaar voor de uitvoeringskosten van deze regelingen. Gemeenten krijgen een bedrag vergoed voor iedere veehouderij die zich inschrijft en voor iedere veehouderij die ook daadwerkelijk deelneemt. Deze vergoeding wordt via een decentralisatie-uitkering in het gemeentefonds uitbetaald. Dit betekent dat we vrijwel de totale vergoeding voor de uitvoering in 2024 en eerste helft 2025 zullen ontvangen, terwijl de uitvoering zelf, en dus ook de kosten, naar verwachting tot ca. 2030 kunnen doorlopen. Er zal medio 2024 nog een advies worden opgesteld over de uitvoering van deze stikstofregelingen en de bijbehorende financiële gevolgen.
20
Meerjarig uitgaven en investeringsplan (MUIP) In het kader van het Meerjarig Uitgaven en InvesteringsPlan 2025-2028 heeft een inventarisatie plaatsgevonden van alle investeringen en exploitatie uitgaven welke voor de komende vier jaar noodzakelijk zijn. Een overzicht met de financiële consequenties voor het programma Wonen is hieronder opgenomen in hoofdlijnen. Een uitgebreide financiële uiteenzetting met onderbouwing is opgenomen in bijlage 1. Totaal overzicht MUIP-aanvragen 2025-2028. Lasten MUIP (x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Deelprogramma: Woningbouw Woonomgeving Veiligheid en handhaving Natuur landschap plattelandsontwikkeling Duurzaamheid Totaal
-52 -100 0 0 0 -152
-27 0 0 0 0 -27
-27 0 0 0 0 -27
0 0 0 0 0 0
21
Programma 3 Werken Ambitie In het collegeprogramma 2022-2026 is de volgende ambitie vastgelegd voor het programma Werken: “Wij blijven ons onverminderd inzetten voor een welvarend Venray. Aantrekkelijk om te wonen, werken, leren en recreëren. Hier hoort een gezonde en toekomstbestendige economie en een goede bereikbaarheid van Venray via weg, spoor, water en de digitale snelweg bij. Wij vinden het belangrijk dat sectoren en bedrijven in Venray duurzaam kunnen blijven innoveren en ontwikkelen. Steeds meer ontwikkelingen op het gebied van economie, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur en mobiliteit zijn niet langer lokaal. Daarom is en blijft onze ambitie om ook in regionaal verband actief te zijn. We profileren Venray, juist via die sectoren die bijdragen aan de richting die we voor de toekomst van Venray willen bereiken. Verder is het onze ambitie om als Venray voor bedrijven herkenbaar en aantrekkelijk te blijven als vestigingsplaats, zeker voor de bestaande Venrayse bedrijven.” Het programma Werken draagt bij aan de volgende speerpunten uit ons collegeprogramma: - Bedrijven en arbeidsmarkt - Kennis en innovatie - Centrumontwikkeling - Vrijetijdseconomie - Mobiliteit - Infrastructuur Ontwikkelingen De raad is in 2024 middels de raadsinformatiebrieven geïnformeerd over specifieke ontwikkelingen.
Voor programma Werken zijn voor 2024, naast de raadsinformatiebrieven, de volgende ontwikkelingen belangrijk en relevant om hier te benoemen: Toerisme en recreatie In 2024 werken we aan een nieuwe gezamenlijke regionale toeristische marketing voor geheel Noord-Limburg en daarop aansluitend een nieuwe vorm voor de lokale promotie, oftewel een vervolg op “Venray Bloeit”. Beide ontwikkelingen dragen bij aan het waarmaken van de ambitie van het programma werken en worden integraal onderdeel van het Omgevingsprogramma Economie, dat in het najaar van 2024 gereed is. In het Omgevingsprogramma Economie worden ook directe relaties gelegd met de Omgevingsprogramma’s Landelijk gebied en Venray Vergroent en ook de thema’s arbeidsmarkt en gezondheid worden hierin meegenomen. College en raad worden actief bij de totstandkoming betrokken. Netwerkennota. In het tweede half jaar van 2024 wordt de nieuwe netwerkennota ter besluitvorming gebracht. Hierin staat nieuw beleid en volgt een uitvoeringsprogramma in verband met het wegennet van de gemeente Venray. Meerjarig uitgaven en investeringsplan (MUIP) In het kader van het Meerjarig Uitgaven en InvesteringsPlan 2025-2028 heeft een inventarisatie plaatsgevonden van alle investeringen en exploitatie uitgaven welke voor de komende vier jaar noodzakelijk zijn.
Een overzicht met de financiële consequenties voor het programma Werken is hieronder opgenomen in hoofdlijnen. Een uitgebreide financiële uiteenzetting met onderbouwing is opgenomen in bijlage 1. Totaal overzicht MUIP-aanvragen 2025-2028. Lasten MUIP (x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Deelprogramma: Economische ontwikkeling Mobiliteit en infrastructuur Totaal
-138 18 -119
-140 22 -119
-142 -114 -256
-38 -55 -93
22
Programma 4 Besturen Ambities In het collegeprogramma 2022-2026 is de volgende ambitie vastgelegd voor het programma Besturen vastgelegd: “In contact met onze inwoners, onze lokale en regionale partners, gebruiken wij een open en transparante bestuursstijl. Samen komen we verder: Inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties, medeoverheden. Zeker met het oog op alle ontwikkelingen die we hiervoor beschreven. Waar nodig nemen wij, als tweede stedelijke kern in Noord-Limburg, het voortouw. Het verbeteren van de dienstverlening naar onze inwoners is een van de uitdagingen voor de komende jaren. Ook willen we de kwaliteit van onze ambtelijke organisatie behouden. Dit met het oog op de toenemende krapte op de arbeidsmarkt.” Het programma besturen draagt bij aan de volgende speerpunten uit ons collegeprogramma: - Bestuursstijl - Inwonersparticipatie, zelfsturing en vitale gemeenschappen - Regionale samenwerking - Dienstverlening - Organisatie - Financieel beleid Ontwikkelingen De raad is in 2024 middels de raadsinformatiebrieven geïnformeerd over specifieke ontwikkelingen.
Voor programma Besturen zijn voor 2024, naast de raadsinformatiebrieven, de volgende ontwikkelingen belangrijk en relevant om hier te benoemen: Regionale Samenwerking Ontwikkelingen rondom nieuwe samenstelling Gedeputeerde Staten Ons college heeft voor de Provinciale Staten verkiezingen op 15 maart 2023 samen met de overige Noord-Limburgse gemeenten een propositie namens de regio Noord Limburg aangeboden aan de provinciale lijsttrekkers. Daarmee hebben we de ambities van onze regio onder de aandacht gebracht. Met het nieuwe college van GS hebben we op meerdere momenten gesproken over de samenwerking tussen regio en provincie. Dit heeft er in geresulteerd dat de Provincie Limburg mee doet met de nieuwe Regiodeal. Over de bestaande afspraken, vastgelegd in de Investeringsagenda, zijn ook toezeggingen gedaan. Verder blijven we met het nieuwe college van GS in gesprek over opgaven en ambities waar de regio en de provincie voor staan en waarin we elkaar met mensen en middelen kunnen ondersteunen. Een nieuwe Regiodeal De regio Noord-Limburg heeft in de afgelopen 4 jaar succesvol samengewerkt. We hebben een Regiodeal afgesloten met Rijk en Provincie en een Investeringsagenda met de Provincie. Met de Regiodeal werd een bedrag van € 37,5 mln. aan overheidsgeld geïnvesteerd in projecten die bijdragen aan brede welvaart en gezondheid in onze regio.
Het is een vliegwiel geweest voor flinke investeringen door partners uit het onderwijs en bedrijfsleven. De regiodeal is afgerond en we hebben een propositie ingediend voor een nieuwe regiodeal. Het Rijk heeft ons voor deze propositie een bijdrage van € 10 miljoen toegezegd. Conform de systematiek van Co-financiering dragen wij als regio en de provincie ieder € 5 miljoen bij. Daarnaast vragen we aan initiatiefnemers (ondernemers/maatschappelijke partners) die plannen voor projecten indienen zoveel als mogelijk de overheidsbijdrage te verdubbelen. In totaal realiseren we daarmee opnieuw een investering in brede welvaart van onze regio van minimaal € 20 miljoen en maximaal € 40 miljoen. Elke Regio Telt In 2023 hebben de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli), de Raad Volksgezondheid en Samenleving (RVS) en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) een gezamenlijk advies aan het Rijk uitgebracht onder de naam Elke regio telt. In dit advies stelt men vast dat er regio's zijn die structureel achterlopen in ontwikkeling en dat de beleids- en investeringslogica van het Rijk er onvoldoende op gericht is om brede welvaart in deze regio's te bevorderen. Op grond van dit advies zijn 10 regio's (waaronder Zuid-, Midden- en Noord Limburg) aangewezen waarmee het Rijk in dialoog wil gaan over de vraag wat er nodig is om brede welvaart te bevorderen.
Welke structurele patronen in rijksbeleid en rijksinvesteringen belemmeren ontwikkelingen in deze regio's? Hoe kan dat worden verbeterd? En welke structurele investeringen zijn er nodig? Deze dialoog wordt voor de zomer van 2024 gevoerd en zal op termijn mogelijk en waarschijnlijk leiden tot nieuw rijksbeleid en structurele rijksinvesteringen met het oog op brede welvaart en versterking van de samenwerking in onze regio.
23
Organisatie en Bedrijfsvoering. De doorontwikkeling van de organisatie is een continue proces dat voor en met medewerkers wordt vormgegeven. Voor de komende periode zijn vijf doelen geformuleerd: I Een digitale gemeente We streven naar een digitale en procesgerichte organisatie met medewerkers die nu, maar ook in de toekomst kunnen werken binnen een digitale gemeente die gericht is op excellente dienstverlening. De digitale transformatie is belangrijk voor onze organisatie omdat het de efficiëntie, toegankelijkheid, transparantie en responsiviteit kan verbeteren, terwijl het tegelijkertijd duurzaamheid, innovatie en inclusie bevordert. Dit leidt tot betere dienstverlening voor de inwoners en bedrijven. II Kundige medewerkers We zien onze medewerkers als dé succesfactor bij het behalen van onze doelen. Kwalitatief goede en betrokken medewerkers die hun talenten optimaal benutten zijn de beste garantie voor goede dienstverlening. In dat kader is een pro actieve- in plaats van een reactieve houding steeds belangrijker. Beter aansluiten op wat inwoners van ons verwachten, soms zelfs voordat er vragen worden gesteld. Competenties als klantgerichtheid en omgevingsbewustzijn en digitale vaardigheden zijn daarbij essentieel.
Daarbij is strategisch personeelsmanagement steeds belangrijker vanuit het besef dat het op de huidige krappe arbeidsmarkt voor een kennisorganisatie meer dan ooit van belang is te investeren in goede medewerkers. Zij maken het verschil. Om ze te blijven boeien en binden aan de organisatie geven we ook veel ruimte voor ontwikkeling en zetten we in op onderwerpen als talentmanagement, arbeidsmarkt communicatie en een eigen leer- en ontwikkelprogramma. III Dienstverlening op maat Binnen deze pijler gaat het om de beweging waarin we de behoeftes en leefwereld van onze klanten centraal stellen. We zoeken ruimte binnen regels of gaan soms meer uit van de geest van de wet in plaats van de letter van de wet om betere dienstverlening op maat te kunnen leveren. Dit vraagt de nodige flexibiliteit van medewerkers en dus onze organisatie. Daarnaast gaat het over de manier waarop we in samenspraak met onze inwoners vormgeven aan Venray. De polarisatie lijkt toe te nemen en groepen komen steeds meer tegenover elkaar te staan. Het democratisch systeem staat onder druk. Het vertrouwen in de overheid daalt. We zoeken naar wegen om hier mee om te gaan. In deze context bekijken we ook wanneer we zaken kunnen/willen vormgeven met behulp van participatie van betrokkenen. ‘Participatief’ werken is onderdeel van de Venrayse manier van werken en dus ook van organisatie ontwikkeling.
IV Een efficiënte gemeente De verwachting is we vanaf 2026 productie moeten leveren met aanzienlijk minder middelen en waarschijnlijk minder mensen als gevolg van de krapper wordende arbeidsmarkt. Er ontstaat daardoor een nieuwe opgave waarbinnen we systematisch zoeken naar manieren om effectief en efficiënter te werken Wat zijn kansen of bedreigingen bij het streven naar excellente dienstverlening? V Bestuur en organisatie in control Een belangrijk onderdeel van de opdracht voor organisatieontwikkeling betreft een meer zakelijke en opdrachtgerichte sturing, waarin doelen en kaders helderder zijn en we elkaar meer en beter aanspreken op prestaties, resultaten en ontwikkeling. Uitgangspunt is het werken op basis van een heldere opdracht, opdrachtnemers en opdrachtgevers. Meerjarig uitgaven en investeringsplan (MUIP) In het kader van het Meerjarig Uitgaven en InvesteringsPlan 2025-2028 heeft een inventarisatie plaatsgevonden van alle investeringen en exploitatie uitgaven welke voor de komende vier jaar noodzakelijk zijn. Een overzicht met de financiële consequenties voor het programma Besturen is hieronder opgenomen in hoofdlijnen. Een uitgebreide financiële uiteenzetting met onderbouwing is opgenomen in bijlage 1. Totaal overzicht MUIP-aanvragen 2025-2028. Lasten MUIP (x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Deelprogramma: Bestuur Dienstverlening en bedrijfsvoering Financiën Totaal
-194 -226 0 -420
-194 -50 0 -244
-194 -25 0 -219
-194 35 0 -159
24
4. De 1e bijstellingen 2024 Actueel financieel beeld na bijstellingen Onderstaand actueel financieel beeld is de stand medio april 2024. Het actueel financieel beeld betreft een momentopname. Tot het einde van het jaar kunnen er nog onverwachte verschillen optreden. Deze zullen worden opgenomen in de 2e bijstellingen of de jaarrekening 2024. Bij significante wijzigingen zullen we u proactief informeren door middel van een raadsinformatiebrief. Mutaties in begrotingsresultaat Het betreft een overzicht van de bedragen ten laste of ten gunste van het begrotingsresultaat gebracht voor de jaren 2024 en verder. Om tegemoet te komen aan het budgetrecht van uw raad is een overzicht op programmaniveau opgenomen van het totaal van alle bij de 1e bestuursrapportage 2024 voorgestelde begrotingswijzigingen ten laste of ten gunste van het resultaat. Programma
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Programma 1 Leven
211
42
32
60
132
Programma 2 Wonen
-1.346
-603
-618
-633
-645
Programma 3 Werken
69
666
322
43
54
Programma 4 Besturen
112
-21
306
541
3.458
Subtotaal
-954
84
43
11
2.999
Mutaties reserves
1.343
2
5
5
-131
Begrotingsresultaat
389
86
47
16
2.868
25
Financiële afwijkingen Tekstuele financiële afwijkingen (Door-) ontwikkeling aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties Noord- en MiddenLimburg 2024 In het college van 19 december 2023 is besloten om de samenwerkingsovereenkomst Geweld in Afhankelijkheidsrelaties Noord- en Midden-Limburg aan te gaan. De kosten worden voor een deel bekostigd vanuit de Jeugdmiddelen en een deel vanuit het Surplus Beschermd Wonen, bij deze wijziging wordt het gedeelte van het Surplus Beschermd Wonen overgeheveld naar de Jeugdmiddelen, zijnde € 79.397. Dit betreft een budgettair neutrale wijziging. Aanpassing begroting 2024 Veiligheidsregio Limburg-Noord In de begroting 2024 van de Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN) heeft een aanpassing plaatsgevonden als gevolg van een te hoge doorberekende loonindex. Hierdoor wordt de bijdrage voor de gemeente Venray lager. Tevens wordt in deze wijziging de eerste begrotingswijziging 2024 van de VRLN meegenomen. Per saldo een voordeel van € 104.000. Actualisering investeringen Jaarlijks worden alle reeds goedgekeurde investeringen geactualiseerd. Bijstelling budget applicatie Axxerion De koppelingen tussen de systemen is niet meer mogelijk gezien de aanschaf van het nieuwe financieel pakket. Vandaar dat de investering is afgeboekt en hiermee dit budget komt te vervallen.