CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

007 Begroting 2026 inclusief meerjarenbegroting 2027-2029 RUD LN

Gemeenteraad 24 juni 2025, gemeente VenrayBij agendapunt: Zienswijze Ontwerpbegroting 2026 inclusief meerjarenbegroting 2027-2029 van de RUD LN11.031 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begroting 2026 Inclusief meerjarenraming 2027-2029 GR RUD Limburg Noord

Datum: 10 april 2024 Versie: 1.0

Inhoudsopgave Voorwoord

2

1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Bestuurlijke organisatie 1.3 Leeswijzer

4 4 4 4

2 Programmabegroting 2.1 Programmabegroting 2.2 Wat willen we bereiken? 2.3 Wat gaan we doen?

5 5 5 6

Opdracht en werkwijze Organisatorische ontwikkelingen en opgaven Landelijke ontwikkelingen en opgaven Vakinhoudelijke ontwikkelingen en opgaven Ontwikkelingen en opgaven in de bedrijfsvoering

2.4 Wat mag het kosten?

6 7 9 9 11

11

3 Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.2 Financiering 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen 3.4 Bedrijfsvoering

13 13 15 17 17

4 Financiële begroting 2026 4.1 Balans inclusief toelichting Overzicht van baten en lasten Overzicht van incidentele baten en lasten Overzicht van reserves en voorzieningen

20 20 22 27 28

Bijlage 1 Bijdrage per deelnemer

30

Bijlage 2 geactualiseerde risico-inventarisatie

33

Bijlage 3 Berekening kengetallen

35

1

Voorwoord Algemeen Voor u ligt de begroting 2026 van de Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (RUD LN). De RUD LN is één van de inmiddels 28 Omgevingsdiensten die Nederland heeft. Namens haar 16 deelnemers is de omgevingsdienst belast met de uitvoering van taken voor vergunningverlening, toezicht en handhaving, gericht op een schone, veilige en gezonde leefomgeving. Activiteiten die het leefmilieu belasten kunnen langdurige effecten op onze gezondheid hebben en zijn daarom aan regels gebonden. Er wordt gecontroleerd of deze regels in de praktijk worden nagekomen en desnoods wordt er samen met bevoegd gezag corrigerend opgetreden (handhaving). We moeten inspelen op maatschappelijke (milieu) ontwikkelingen die extra aandacht vragen zoals: energiebesparing, ZZS (zeer zorgwekkende stoffen), waterkwaliteit, digitalisering e.d. Regionale ambities kunnen ook om een rol van de omgevingsdienst vragen. De RUD Limburg-Noord krijgt steeds meer met deze overkoepelende en complexe milieuvraagstukken te maken en treedt hierin op als deskundig adviseur vanuit de uitvoering van de VTH-taken. Ontwikkelingen Alle omgevingsdiensten moeten per 1 april 2026 voldoen aan landelijke robuustheid criteria.

Het Algemeen Bestuur (AB) van de RUD Limburg Noord heeft op 17 oktober 2024 met de vaststelling van de opdracht voor de projectorganisatie besloten om onze regionale uitvoeringsdienst om te bouwen tot een robuuste omgevingsdienst die voldoet aan de landelijke criteria. De route naar een robuuste omgevingsdienst en het dus gaan voldoen aan de landelijke robuustheidcriteria loopt langs twee sporen. Enerzijds via het in 2022 ingezette kwaliteit verbeterspoor: het (doorontwikkeling van) going concern (GC) spoor. Anderzijds binnen de projectorganisatie die voortvarend gestart is met het opstellen van het bedrijfsplan op hoofdlijnen. Alle toekomstige medewerkers, de medewerkers van de RUD LN, de 16 bestuurders, de 16 secretarissen, de 16 VTH-managers en de medezeggenschap zijn intensief bij de bouw van de robuuste omgevingsdienst betrokken. We werken aan een nieuwe organisatie die onze leefomgeving vanuit professionaliteit en passie (deskundig, consistent en daadkrachtig) schoner, veiliger en gezonder maakt. Waar mensen en professionals aansprekende en betekenisvolle resultaten gaan boeken. Waar bestuurders en medewerkers met plezier en trots samenwerken. De nieuwe organisatie vraagt om een nieuwe naam en daarom heeft het AB in 2025 besloten dat de nieuwe organisatie de naam Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg krijgt. We gebruiken daarvoor de afkorting OD NML.

2

Gevolgen voor de begroting 2026. De RUD Limburg-Noord heeft met het vaststellen van het plan van aanpak een keuze gemaakt over de toekomst als robuuste omgevingsdienst. Deze transformatie naar een reguliere (fysieke) omgevingsdienst betekent ook een complete herziening van de begroting. Er vinden verschuivingen plaats van mensen en middelen van de deelnemers naar de omgevingsdienst. De gevolgen van de gemaakte keuze laten zich, op het moment dat de begroting 2026 wordt aangeboden, nog niet bepalen. Het Dagelijks Bestuur, het Algemeen Bestuur, de colleges en gemeenteraden zullen over verschillende onderdelen besluiten moeten nemen. De structurele gevolgen worden dan ook in het spoor financiën uitgewerkt en aan de betreffende gremia ter besluitvorming voorgelegd, in de vorm van een meerjarenbegroting. Daarom is deze begroting 2026 als (nagenoeg) beleidsarme begroting opgezet. Indexering dus en aanpassingen van verschillende posten waarover wel al meer bekend is, zoals bijvoorbeeld contributies. Ontwikkelingen vanuit het going concern spoor zijn hier wel in meegenomen.

Namens het Dagelijks Bestuur,

Anne Fleerakkers en Nini Bos Interim-Directeur RUD Limburg Noord

3

1 Inleiding 1.1 Algemeen De 15 gemeenten in Limburg Noord en de provincie Limburg zijn deelnemers van de RUD Limburg-Noord. Er zijn circa 147 fte (conform het tweejaarlijks onderzoek medio 2023) die taken voor vergunningverlening, toezicht en handhaving verrichten en ondersteunende diensten verrichten. Vanwege de nu nog netwerkopzet van de RUD LN werken zij bij de aangesloten partners aan de taken die in het jaarlijks uitvoeringsprogramma zijn opgenomen.

1.2 Bestuurlijke organisatie Het bestuur van de RUD Limburg Noord bestaat uit een Algemeen en een Dagelijks Bestuur. Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur bestaat uit 16 leden, waaronder de voorzitter. De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en Gedeputeerde Staten van de provincie hebben uit hun midden elk één lid en één plaatsvervangend lid aangewezen. Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur is door en uit het Algemeen Bestuur gekozen. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit vijf leden. De voorzitter De tijdelijk voorzitter van de RUD Limburg Noord is de heer R.J.H. (Raymond) Vlecken, burgemeester van de gemeente Weert. Hij is lid en tijdelijke voorzitter van het AB én van het DB. De verkiezing van een nieuwe voorzitter is uitgesteld tot volgend jaar, tegelijk met de vorming van een nieuw algemeen en dagelijks bestuur na de gemeenteraadsverkiezingen.

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de programmabegroting opgenomen. Hierin staat op hoofdlijnen wat de RUD Limburg Noord wil bereiken, wat ze daarvoor gaat doen en wat dat mag kosten. In hoofdstuk 3 wordt inzicht gegeven in de verplichte paragrafen: weerstandsvermogen en risicobeheersing, financiering, onderhoud kapitaalgoederen en bedrijfsvoering. In hoofdstuk 4 is de financiële begroting uiteengezet. In de bijlagen vindt u: 1. de bijdrage per deelnemer; 2. de risico-inventarisatie; 3. de berekening kengetallen.

4

2 Programmabegroting 2.1 Programmabegroting De begroting 2026 van de RUD Limburg Noord is opgezet conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In het BBV is geregeld hoe decentrale overheden hun financiële administratie inrichten en verantwoorden. In de programmabegroting en de paragrafen wordt de voorgenomen uitvoering in het jaar 2026 toegelicht.

2.2 Wat willen we bereiken? De doelstelling van het programma is om in een gezamenlijke verantwoordelijkheid met de deelnemers de kwaliteit van de leefomgeving te borgen danwel te verbeteren bij de uitvoering van VTH-taken. Dit doen we door een goede dienstverlening aan burgers, bedrijven en onze deelnemers. De RUD Limburg-Noord wil daarbij een innovatieve, slagvaardige en efficiënte organisatie zijn, die bijdraagt aan een duurzame, gezonde en veilige leefomgeving en aan de verbetering van de dienstverlening aan burgers en bedrijven. De omgevingsdienst wil een deskundige partner in de regio zijn voor het bereiken van de (kern)doelen van de Omgevingswet; zit bij de partners aan tafel en werkzaamheden worden in goede afstemming uitgevoerd. De RUD LN kan daarbij flexibel inspringen op veranderende behoeften vanuit haar deelnemers en de maatschappij; groeit van de uitvoeringsdienst zoals we nu zijn naar een robuuste Omgevingsdienst die input levert aan (milieu)beleid en adviseert bij de aanpak van maatschappelijke vraagstukken over de leefomgeving; Werkt volgens de wettelijk kwaliteitscriteria (momenteel 3.0) Opereert regionaal, maar ook als onderdeel van het landelijk VTH-stelsel en levert hieraan ook een bijdrage.

5

2.3 Wat gaan we doen? Opdracht en werkwijze Uitvoeringsbeleid Het algemeen bestuur heeft op basis van een probleem- en risicoanalyse en van wettelijke eisen een VTH-uitvoeringsbeleid vastgesteld. Dit vormt het kader voor de manier waarop wordt gewerkt en geprioriteerd. In 2025 is de probleem- en risicoanalyse geactualiseerd voor het opstellen van het RUP 2026. Voor het nog te actualiseren uitvoeringsbeleid in 2026 wordt deze geactualiseerde probleem- en risicoanalyse als uitgangspunt gebruikt. Verder wordt er gewerkt volgens regionaal afgesproken procedures en uitvoeringsniveau. Hierdoor is een level- playing field (wettelijke eis) in de regio geborgd. De gemeenteraden hebben met hun Verordening kwaliteit VTH vastgesteld dat uitvoering van de VTH-taken dient te voldoen aan de geldende kwaliteitscriteria. Dit is ook zo vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling van de RUD Limburg Noord. Takenpakket De RUD Limburg-Noord is een omgevingsdienst op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, advies en monitoring. Deze taken vloeien voort uit de wettelijke verplichtingen uit onder andere de Omgevingswet. Partners brengen minimaal het basistakenpakket in, maar kunnen ook de zogenaamde plus-taken inbrengen. Dit zijn bijvoorbeeld de bouw- en APV-vergunningen.

De RUD LN is samen met het netwerk verantwoordelijk voor de uitvoering van alle ingebrachte taken en tevens verantwoordelijk dat de uitvoering ervan aan de wettelijke kwaliteitscriteria voldoet. Ook wordt gezamenlijk invulling gegeven aan het innovatiebudget, opleidingsbudget en de verdere ontwikkeling van onze uitvoeringdienst. In het op te stellen bedrijfsplan robuuste Omgevingsdienst zal het spoor Taken en processen in samenhang met het spoor Financiën businesscases opstellen voor de inbreng van een uniform takenpakket. Uitvoeringsprogramma Het Algemeen Bestuur stelt jaarlijks vast welke taken komend jaar worden uitgevoerd. Dit wordt vastgelegd in het Regionaal Uitvoeringsprogramma. Het RUP 2026 wordt in december 2025 ter vaststelling voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. Toezicht en handhaving worden risicogedreven en datagestuurd aangepakt. Vanwege de nieuwe werkwijze van het RUP is het de bedoeling dat dan niet alleen het programma (inhoudelijk) wordt vastgesteld, maar wordt ook wordt vastgelegd wie voor de uitvoering van welk onderdeel verantwoordelijk is. Ook zou dan inzichtelijk moeten worden op welke fronten er vacatures ingevuld moeten worden of tijdelijk extra inhuur benodigd is. Met de vaststelling van het RUP dragen de deelnemers de uitvoering van de overeengekomen taken op aan de GR RUD LN.

Na de vaststelling van het jaarprogramma is de Omgevingsdienst hiervoor verantwoordelijk als functioneel opdrachtgever.

6

Verhouding RUP- kosten taken in relatie tot werkzaamheden GR RUD LN Het vastgesteld RUP wordt door de deelnemers gezamenlijk uitgevoerd. De kosten voor deze taken danwel de capaciteit voor de uitvoering van deze taken worden door de netwerkpartners geleverd en zijn dus opgenomen in de begroting van de deelnemers. Gezamenlijk is er een verantwoordelijkheid voor de taakuitvoering qua inzet maar ook in de uitvoering. De GR RUD NL is hierbij vooral ondersteunend. Waarbij er een risico is wanneer er wel middelen beschikbaar zijn danwel taken in het RUP worden opgenomen, maar geen capaciteit voor de uitvoering hiermee de uitvoering van het RUP niet wordt gehaald. De verantwoordelijkheid houdt ook in dat bij de inzet van medewerkers op andere taken of door vacatures of door uitval dit door de netwerkpartners georganiseerd moet worden. De kosten en middelen voor de werkzaamheden van het coördinatie centrum zijn voornamelijk voor de inzet van medewerkers van het CC voor de ondersteuning DB/AB, monitoring, werkverdeling, ondersteuning kennisgroepen, deelname landelijke projecten, beheer ICT-omgeving en uitvoering geven aan het opleidingsplan. Daarnaast is het energieteam ondergebracht bij het coördinatie centrum op basis van de tijdelijke SPUK-regeling.

Organisatorische ontwikkelingen en opgaven Versterking robuustheid VTH-stelsel, Interbestuurlijk programma (IBP VTH) Alle omgevingsdiensten moeten per 1 april 2026 voldoen aan landelijke robuustheid criteria. Het Algemeen Bestuur (AB) van de RUD Limburg Noord heeft op 17 oktober 2024 met de vaststelling van de opdracht voor de projectorganisatie besloten om onze regionale uitvoeringsdienst om te bouwen tot een robuuste omgevingsdienst die voldoet aan de landelijke criteria. Met dit besluit zijn we bestuurlijk nader tot elkaar gekomen en start de bouw van de nieuwe organisatie. Het AB heeft vier leidende principes meegegeven voor de bouw van de nieuwe organisatie. 1. Kwaliteitsverbetering en professionalisering in de taakuitvoering in brede zin is de primaire opgave; 2. De inhoudelijke verworvenheden van de huidige organisatie worden waar mogelijk meegenomen in de doorontwikkeling; 3. Startdatum van de nieuwe Omgevingsdienst Limburg Noord is 1 april 2026. Uitgangspunt daarbij is dat zorgvuldigheid van het proces én draagvlak in de regio voorop staan; 4. De werkbaarheid van de nieuwe organisatie dient te worden geborgd. Voldoen aan de eerste drie principes is één, het praktisch werkbaar kunnen organiseren van de werkzaamheden (lees: het adequaat kunnen faciliteren van de medewerkers) is twee.

De route naar een robuuste omgevingsdienst en het dus gaan voldoen aan de landelijke robuustheidcriteria loopt langs twee sporen. Enerzijds via het in 2022 ingezette kwaliteit verbeterspoor: het (doorontwikkeling van) going concern (GC) spoor. Anderzijds binnen de projectorganisatie.

7

Bouwproces van de robuuste omgevingsdienst Richten In fase 1, tot 1 juli 2025, wordt het bedrijfsplan opgesteld. Dit bedrijfsplan wordt door het DB en AB van de RUD LN vastgesteld en vormt het inrichtingsadvies voor een nieuwe organisatie aan de colleges en raden van 15 gemeenten en de provincie Limburg. Met de vaststelling van het bedrijfsplan door het AB ronden we de ‘richten fase’ af en is de opdracht voor de projectorganisatie afgerond. Inrichten Na deze vaststelling start de volgende bouwfase: het inrichten. In deze fase wordt op basis van het bedrijfsplan de (gewijzigde of nieuwe) gemeenschappelijke regeling vormgegeven en wordt het bedrijfsplan geïmplementeerd of uitgerold. Verrichten Op 1 april 2026 kan de nieuwe Omgevingsdienst Limburg Noord aan de slag met het verrichten (fase 3) van de taken uit het regionaal uitvoeringsprogramma voor alle deelnemers. Er vinden verschuivingen plaats van taken, mensen en middelen van de deelnemers naar de omgevingsdienst. De gevolgen van de gemaakte keuzes laten zich, op het moment dat de begroting 2026 wordt aangeboden, nog niet bepalen. Het Dagelijks Bestuur, het Algemeen Bestuur, de colleges en gemeenteraden zullen over verschillende onderdelen besluiten moeten nemen.

De structurele gevolgen worden dan ook in het spoor financiën uitgewerkt en aan de betreffende gremia ter besluitvorming worden voorgelegd, in de vorm van een meerjarenbegroting. Daarom is deze begroting 2026 als (nagenoeg) beleidsarme begroting opgezet. Indexering dus en aanpassingen van verschillende posten waarover wel al meer bekend is, zoals bijvoorbeeld contributies. De doorontwikkeling van het spoor going concern zijn hier financieel in meegenomen. Ook in de kadernota is dit benoemd. Tevens heeft dit een samenhang met de doorontwikkeling naar een Robuuste Omgevingsdienst. Deze budgetten zijn noodzakelijk voor de verdere ontwikkeling van innovatie, een ICT-omgeving, en de centralisatie van de aansturing binnen de huidige constellatie. Deze ontwikkelingen waren eerder niet voorzien gelet op de besluitvoering in het algemeen bestuur die medio 2024 en eind 2024 hebben plaatsgevonden. Deze ontwikkelingen brachten een versnelling in de doorontwikkeling van de going concern vooruitlopend op de ontwikkeling naar een Robuuste Omgevingsdienst. Ook is bij het rijk een subsidie aangevraagd van maximaal 245.000 euro voor de vorming van de Robuuste Omgevingsdienst wat betreft het concept bedrijfsplan. We verwachten deze middelen in 2025, uiterlijk in 2026 te ontvangen.

8

In deze begroting zijn de voorziene ontwikkelkosten meegenomen voor de doorontwikkeling van de going concern en de projectorganisatie (voorzover bekend). Hierover hebben wij het Algemeen bestuur voorstellen voorgelegd over de noodzaak van de benodigde middelen.

Landelijke ontwikkelingen en opgaven Omgevingswet In 2024 trad de Omgevingswet in werking. Samen met de partners worden nieuwe werkwijzes en processen toegepast. De omzetting naar de zogenaamde ‘ milieubelastende activiteiten” (hierna: MBA’s) is een intensief proces en nog niet in alle systemen doorgevoerd. Naar verwachting vraagt dit in 2026 ook nog de nodige aandacht. De Omgevingswet voorziet in meer lokale afwegingsruimte, passend bij lokaal beleid, in bijvoorbeeld omgevingsplannen. Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om beleidskeuzes te maken en de zogenaamde bruidsschatregels om te vormen tot eigen regels in het omgevingsplan. Welke keuzes gemeenten hierin maken en wanneer, heeft effect op de uitvoering van taken door de RUD Limburg Noord. De RUD Limburg Noord adviseert de gemeenten daarbij, bijvoorbeeld door deskundig advies over geluid- en bodemregels. Doorontwikkeling informatievoorzieningen en datakwaliteit De komst van de Omgevingswet (OW), de ontwikkelingen in digitale dienstverlening vereist een andere manier van bijhouden van de informatie. Doordat alle 15 gemeenten van de RUD Limburg Noord, als ook de veiligheidsregio, de RUD Zuid Limburg als de RUD Limburg Noord werken vanuit hetzelfde VTH-systeem Rx.Mission, is er betere en uniforme werkwijze mogelijk.

Van lokale, stand-alone systemen naar systemen die “in de cloud” zitten en aangesloten zijn op landelijke voorzieningen. In 2025 is gewerkt aan een ICT omgeving waarin vanuit de RUD omgeving in RX.mission gewerkt wordt maar ook wordt samengewerkt en een betere dataverzamelimg kan plaatsvinden en monitoring. Maar borgt ook een betere ontsluiting van informatie naar Inspectieview. De RUD LN zet in op verdere ontwikkeling van Business-intellegence (BI) strategie en uitbreiding van capaciteit en inzet op dit vlak.

Vakinhoudelijke ontwikkelingen en opgaven Energie Vanwege de subsidie die de RUD LN rechtstreeks ontvangt, de zogenaamde specifieke uitkering voor toezicht energiebesparing (SPUK-THE 2022-2026). Voor het uitvoeren van deze extra werkzaamheden is er een energieteam opgezet, waarvan de medewerkers in dienst van de RUD LN werken. Zij werken samen om de bewustwording en energiebesparing bij bedrijven te bevorderen.

9

Voor de RUD Limburg Noord is onder gestelde voorwaarden uit het SPUK THE in totaal maximaal € 2,1 miljoen beschikbaar gesteld voor de periode 2022-2026. Om deze middelen te kunnen inzetten moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Deze zijn: - middelen moeten worden besteed aan additionele inzet merendeels in de vorm van medewerkers in dienst bij de RUD; - middelen dienen te worden ingezet voor producten die zijn vermeld in de regeling; - er dient (half) jaarlijks verantwoording te worden afgelegd over de besteding van middelen; - 40% van het budget moet aan het einde van het jaar minimaal zijn gespendeerd; Voor de jaren waarin de SPUK gelden van toepassing zijn, bestaat het risico dat niet alle werkzaamheden uitgevoerd door het energie-team, in aanmerking komen volgens de subsidieregeling, waardoor niet alle kosten gedekt zullen zijn. Dit risico is meegenomen in de geactualiseerde risico-inventarisatie. In 2026 zal meer duidelijkheid komen of de SPUK regeling nog een vervolg zal krijgen in een subsidieregeling na 2026, of dat partners meer energietaken in zullen brengen bij de RUD LN of dat het personeel dat vast in dienst is genomen ingezet kan worden voor andere werkzaamheden. Het risico bestaat dat vanaf 2027 de kosten voor het team niet of gedeeltelijk niet gedekt zullen zijn. Dit hogere risico zal te zijner tijd in de risico-inventarisatie worden opgenomen.

Waterkwaliteit De waterkwaliteit in Nederland is al langer een thema dat vraagt om aandacht. De kwaliteit van de meeste wateren voldoet niet aan de eisen die daaraan gesteld worden. Omgevingsdiensten spelen hierin een rol, omdat zij verantwoordelijk zijn voor het reguleren en toezicht op de indirecte lozingen van bedrijven. Op welke manier dit zal doorwerken in onze advisering, vergunningverlening, toezicht en handhaving, moeten we gaan bepalen in samenwerking met waterschappen en Rijkswaterstaat. In een project van de waterketen wordt in eerste instantie inzicht gegenereerd in de oorsprong van de schadelijke verontreinigingen. Dan wordt ook duidelijk welke mogelijke rol de RUD Limburg-Noord kan spelen in het verbeteren van de waterkwaliteit. Zeer zorgwekkende stoffen en PFAS Een zeer zorgwekkende stof is een stof die gevaarlijk is voor mens of milieu door de kenmerken van de stof (bijvoorbeeld carcinogeen). Het voorkomen van verspreiding van 10

deze stoffen naar lucht, bodem en water is dus belangrijk voor het behouden van een gezonde leefomgeving. Zowel via vergunningverlening als toezicht besteden we aandacht aan het verminderen van de emissies van ZZS-stoffen.

Ontwikkelingen en opgaven in de bedrijfsvoering Personeel Het blijft lastig om vacatures te vervullen en naar verwachting blijft dit de komende jaren zo. De arbeidsmarktsituatie leidt ertoe dat vacatures niet altijd ingevuld kunnen worden en dit kan een toename van (duurdere) inhuur tot gevolg hebben. Deze krapte geldt niet alleen in onze regio, maar landelijk binnen het gehele VTH-domein. Door de hoge werkdruk is het extra van belang om oog te hebben voor het personeel om “uitval” en ziekteverzuim te voorkomen. Zeker nu de RUD de aankomende jaren voor een forse verandering staat. Het opstellen van het bedrijfsplan en de omvorming van de organisatie kan nog meer werkdruk bij medewerkers veroorzaken. Bij het bedrijfsplan worden uiteraard ook de BOR, vakbonden en dergelijke betrokken.

2.4 Wat mag het kosten? In onderstaande tabel zijn de totale baten en lasten opgenomen voor de uitvoering van de hierboven benoemde doelstellingen en werkwijze. In paragraaf 4.2 als onderdeel van de begroting is een toelichting opgenomen op de lasten en baten.

11

Tabel 2 Programmabegroting Begroting Lasten 1 Programmauitvoering Basis- en milieutaken RUP Basis- en milieutaken overige Projecten Wonen en Bouwen taken RUP 2 Coordinatiecentrum 3 Onvoorzien 4 Vennootschapsbelasting 5 Betalingsverkeer Totaal lasten Baten 6 Programmauitvoering Openbare orde en veiligheid RUP Basis en milieutaken RUP Basis en milieutaken overige Projecten Wabotaken Bestuurskosten Overhead Onvoorzien 5 Betalingsverekeer Totaal baten Resultaat Resultaat voor bestemming 7 Mutatie reserve onttrekkingen 7 Mutatie reserve storting Resultaat na bestemming

Taakveld

Rekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen 0.1 bestuur 0.4 overhead 0.8 overige baten en lasten 0.9 Vpb 0.5 Treasury

€ 680.000 € € 555.000 € 106.000 € 21.000 € 1.049.000 € € € € 2.411.000

€ € € € € € € € € €

302.000 177.000 634.000 111.000 31.000 1.376.000 50.000 2.681.000

€ 318.000 € 318.000 € 318.000 € 183.000 € 183.000 € 183.000 € 1.143.000 € € € 117.000 € 117.000 € 117.000 € 32.000 € 32.000 € 32.000 € 1.941.000 € 1.821.000 € 1.821.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € € € € € € € 3.784.000 € 2.521.000 € 2.521.000

€ 318.000 € 183.000 € € 117.000 € 32.000 € 1.821.000 € 50.000 € € € 2.521.000

1.2 Openbare orde en Veiligheid 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen 0.1 bestuur 0.4 overhead 0.8 overige baten en lasten 0.5 Treasury

€ € 744.000 € € 419.000 € 106.000 € 30.000 € 1.279.000 € 50.000 € 100.000 € 2.728.000

€ € € € € € € € € €

302.000 177.000 634.000 111.000 31.000 1.346.000 50.000 30.000 2.681.000

€ € € € 318.000 € 318.000 € 318.000 € 183.000 € 183.000 € 183.000 € 1.143.000 € € € 117.000 € 117.000 € 117.000 € 32.000 € 32.000 € 32.000 € 1.920.000 € 1.807.000 € 1.807.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 21.000 € 14.000 € 14.000 € 3.784.000 € 2.521.000 € 2.521.000

€ € 318.000 € 183.000 € € 117.000 € 32.000 € 1.807.000 € 50.000 € 14.000 € 2.521.000

€ € € €

€ € € €

€ € € €

€ € € €

0.10 mutaties reserves 0.10 mutaties reserves

317.000 631.000 626.000 322.000

-

-

€ € € €

-

€ € € €

-

12

-

3 Paragrafen In de BBV zijn meerdere verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de RUD. De RUD int geen belastingen en heffingen, bezit geen grondposities en heeft geen verbonden partijen. Om deze reden zijn de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid, kapitaalgoederen en verbonden partijen niet opgenomen. Hieronder staan de paragrafen: 1. Weerstandvermogen en risicobeheersing; 2. Financiering; 3. Onderhoud kapitaalgoederen; 4. Bedrijfsvoering.

3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de buffer om tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) die de RUD LN loopt. Voor het beoordelen van het weerstandsvermogen is inzicht nodig in zowel de omvang en de achtergronden van de mogelijke risico’s als ook in de beschikbare weerstandscapaciteit. De ratio tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit (op basis van de geïnventariseerde risico’s) bepaalt het weerstandsvermogen van de RUD Limburg Noord. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd als de middelen en mogelijkheden waarover de RUD LN kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Het is een buffer om ervoor te zorgen dat de organisatiedoelstellingen niet in gevaar komen, als risico’s werkelijkheid worden. Risicobeheersing De RUD LN inventariseert de risico’s waaraan de RUD LN is blootgesteld. Een aantal risico’s zijn afgedekt met verzekeringen. Denk daarbij aan de aansprakelijkheidsen rechtsbijstandverzekering. Een tabel van de geactualiseerde risico-inventarisatie is in bijlage 2 opgenomen. Opgemerkt dient te worden dat de tabel inzicht geeft in de verwachtingswaarde van de risico’s.

Wanneer een risico zich daadwerkelijk voordoet kan het effect groter of kleiner zijn dan de verwachtingswaarde.

13

Beoordeling weerstandsvermogen Voor de beoordeling van het weerstandsvermogen is gebruik gemaakt van de waarderingstabel die door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit van Twente is ontwikkeld (NARIS). Tabel 3

In de onderstaande tabel is de beoordeling van het weerstandsvermogen opgenomen. Uit de tabel blijkt dat het huidige weerstandsvermogen door een actualisatie van de risico’s een ratio heeft van 0.94 en daarmee als “matig” wordt beoordeeld. Het uitgangspunt is dat de het weerstandsvermogen als ratio minimaal “voldoende” is. Indien de gekwantificeerde risico’s hoger zijn, dient de algemene reserve daarop te worden aangepast. Ontwikkelspoor Voor onze nieuwe omgevingsdienst wordt gewerkt aan een nieuwe (meerjaren)begroting. Bij het opstellen wordt rekening gehouden met de criteria die het IBP VTH - het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH- stelt aan onder andere de omvang van het weerstandvermogen. Criteria 4c bepaalt dat de weerstandratio minimaal een waarde van 0,8 en streefwaarde van 1,0 heeft. Wij zien dan ook geen aanleiding om nu aanpassingen voor te stellen. De uitgangspunten voor algemene reserve zijn nader toegelicht in paragraaf 4.4 reserves en voorzieningen. Tabel 4

Weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit • Algemene reserve • Post onvoorzien Totaal Risico’s Ratio Beoordeling

€ 155.000 € 50.000 € 205.000 € 212.250 0,97 matig

Kengetallen In artikel 11 van het BBV staat dat gemeenten, Provincies en gemeenschappelijke regelingen in de paragraaf Weerstandsvermogen een set van vijf financiële kengetallen dienen op te nemen. Dit zijn kengetallen voor: de netto schuldquote, solvabiliteitsratio,

14

structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. Gezien de RUD Limburg Noord geen belastingen en heffingen int en geen grondposities bezit zijn de kengetallen voor grondexploitatie en belastingcapaciteit niet van toepassing. Hieronder zijn de (overige) ratio’s weergegeven. In bijlage 3 is de berekeningswijze uiteengezet. Tabel 5 Realisatie 2024

Begroting 2025

2026

2027

Beoordeling 2028

Duiding

2029 Dit kengetal geeft inzicht in het

Netto s chul dquote

Netto s chul dquote, gecorri geerd voor vers trekte l eni ngen

Sol va bi l i tei ts -ra ti o

Structurel e expl oi ta ti erui mte

-39,19%

-39,19%

33,35%

16,64%

-28,42%

-28,42%

25,53%

23,65%

-20,53%

-20,53%

25,39%

0,00%

-31,42%

-31,42%

25,26%

0,00%

-32,01%

-32,01%

25,12%

0,00%

-32,61%

De RUD bes chi kt over niveau van de schuldenlast ten vol doende ei gen opzichte van de eigen mi ddel en en heeft geen middelen. Hoe lager dit l eni ngen. percentage hoe beter.

-32,61%

De RUD heeft geen l eni ngen vers trekt en ga a t deze na a r verwa chti ng ook ni et vers trekken. Hi erdoor wi jkt het percenta ge ni et a f va n de netto s chul dquote.

Bij verstrekte leningen bestaat onzekerheid op terugbetaling. Door deze leningen in mindering te brengen op de financiële activa wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dat betekent voor de schuldenlast. Hoe lager dit percentage hoe beter.

24,99%

Door de a l gemene res erve bl i jft het s ol va bi l i tei ts ra ti o pos i ti ef.

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de RUD in staat is zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage hoe beter.

0,00%

Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke De begroti ng l a a t zi en structurele ruimte de RUD s tructureel i n evenwi cht heeft om de eigen lasten te te zi jn. dragen. Hoe hoger dit percentage hoe beter.

3.2 Financiering Deze paragraaf gaat in op de wijze waarop de RUD LN zo adequaat mogelijk omgaat met het liquiditeitenbeheer. Hiervoor gelden niet alleen wettelijke kaders en regels, zoals vastgelegd in onder andere de wet FiDo (Financiering Decentrale Overheden) en RUDDO (Regeling Uitzettingen Derivaten Decentrale Overheden), maar ook interne richtlijnen; deze interne richtlijnen zijn vastgelegd in het treasurystatuut. Het statuut geeft de kaders aan waarbinnen het beleid wordt uitgevoerd. Bij de inwerkingtreding van de Wet Financiering decentrale overheden (Fido) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening verplicht voorgeschreven. In het Besluit Begroting en Verantwoording is neergelegd dat de financieringsparagraaf in elk geval de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Onder risico’s worden in dit verband verstaan: renterisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en voor zover van toepassing valutarisico’s. De grondslag voor de treasuryfunctie van de RUD Limburg Noord wordt

15

gevormd door het treasurystatuut. In het treasurystatuut zijn de kaders opgenomen waarbinnen het Dagelijks Bestuur de financieringsfunctie mag uitoefenen.

Treasurybeheer- en beleid De belangrijkste algemene doelstellingen van het treasurybeleid zijn: • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; • Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s; • Het verankeren van de treasury activiteiten in de (administratieve) organisatie; • Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; • Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de wet Fido, RUDDO en de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut; • Het bewaken van de financiële risico’s op afgegeven garanties. Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente-typische looptijd van één jaar of langer. Bij de inwerkingtreding van de Wet Fido is het begrip ‘renterisico-norm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisico-norm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal.

De RUD LN heeft geen opgenomen (noch verstrekte) leningen, waarmee toetsing aan de renterisiconorm niet aan de orde is. Kasgeldlimiet Voor het bepalen van de liquiditeitspositie is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage van 8,5%, te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de RUD Limburg Noord bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van dit limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien. De RUD Limburg Noord heeft geen schulden en het is ook niet voorzien vreemd vermogen aan te trekken. De activiteiten van de RUD Limburg Noord worden gefinancierd uit voorschotten van de deelnemers. Deelnemers wordt aan de start van ieder jaar verzocht de deelnemersbijdrage voor het gehele jaar over te maken. Als zodanig is het prognosticeren van zowel de kasgeldlimiet alsook de renterisiconorm niet aan de orde. Schatkistbankieren Sinds 15 december 2013 stelt het Rijk Schatkistbankieren verplicht. Dit houdt in dat overtollige liquiditeiten aangehouden dienen te worden in de Nederlandse schatkist: 'overtollig' verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Aan de verplichting tot het aanhouden van overtollige

16

liquide middelen in de schatkist is een ondergrens verbonden, namelijk 2,0% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt Voor de RUD LN betekent dat, dat overschotten slechts in de schatkist aangehouden dienen te worden, zodra deze minimaal € 1 miljoen (gemiddeld tegoed gedurende een heel kalenderkwartaal) bedragen. Inherent aan eerder vermelde is, dat het banksaldo aan het begin van het jaar hoog is en naarmate het jaar vordert afneemt. Overtollige liquiditeiten parkeren wij dan ook conform de verplichting en in overeenstemming met de wet Fido, op een rekening ‘schatkistbankieren’ bij het Ministerie van Financiën. Interne ontwikkelingen en renteresultaat Sedert het derde kwartaal van 2022 wordt door het rijk rente vergoed over het saldo aangehouden in de schatkist. Berekening omslagrente Nieuwe regelgeving binnen het BBV stelt dat de berekening van de ‘omslagrente’ moet worden opgenomen in de paragraaf Financiering. De omslagrente wordt bepaald door de externe rentelasten te delen door het totaal van de activa. Zoals hiervoor is weergegeven heeft de RUD Limburg Noord geen externe rentelasten. De berekening van de omslagrente is daarmee niet van toepassing voor de RUD Limburg Noord.

3.3 Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen heeft tot doel om aan te tonen hoe RUD Limburg Noord de instandhouding van haar kapitaalgoederen waarborgt. Er zijn echter geen investeringen in kapitaalgoederen door de RUD Limburg Noord voorzien. RUD Limburg Noord beschikt vooralsnog niet over dienstauto’s en heeft de ondersteunende diensten zoals kantoorruimte en ICT in bij de gastorganisatie Roermond ingekocht.

3.4 Bedrijfsvoering De landelijke criteria voor een robuuste Omgevingsdienst zijn niet alleen op het primaire proces gericht, maar er worden ook eisen gesteld aan de bedrijfsvoering en de inzet van ICT. . Ook moet dit de dienst in staat stellen snel in te kunnen spelen op wijzigingen in het takenpakket of de omvang ervan. Het IBP bestaat dan ook uit 6 pijlers. De uitwerkingen van de pijlers kunnen in meer of mindere mate in gaan grijpen op de bedrijfsvoering. Zo komt vanuit pijler 1, medio 2024, een voorstel voor de inrichting van de financiële administratie om eenduidigheid te creëren. Uitkomsten van andere pijlers kunnen ook betrekking hebben op de inrichting en uitvoering van bedrijfsvoering. Zodra hier meer over bekend is wordt dit aan u voorgelegd, dan wel in het op te stellen bedrijfsplan verwerkt.

17

Personeelsbeleid Binnen de GR RUD Limburg Noord is een klein team, het coördinatiecentrum in dienst van de RUD Limburg Noord naast het energieteam. Het overig personeel is nog in dienst bij haar partners. De RUD Limburg Noord maakt voor de uitvoering van haar personeelsbeleid en de salarisadministratie gebruik van de ondersteuning door de gemeente Roermond in een gastheerconstructie. Dit is enkel gericht op de beperkte ambtelijke organisatie van de RUD LN. Rechtmatigheid Met ingang van het boekjaar 2023 geldt de nieuwe wet waarbij nieuwe regels gelden voor de financiële verslaglegging en de accountantscontrole. Met deze wetswijziging dient het Dagelijks Bestuur in de jaarrekening een verklaring af te geven over de rechtmatigheid van de financiële beheers handelingen. De accountant toetst de jaarrekening (inclusief rechtsmatigheidsverantwoording) op getrouwheid. Het Algemeen Bestuur geeft in het controleprotocol de nadere aanwijzingen aan de accountant over de reikwijdte van de accountantscontrole. Tevens stelt het Algemeen Bestuur met betrekking tot de rechtmatigheidsverantwoording door het Dagelijks Bestuur de verantwoordings- en rapporteringsgrens vast.

18

Misbruik &Oneigenlijk gebruik beleid De RUD Limburg Noord beschikt nog niet over een M&O beleid. De interne beheershandelingen zijn er mede op gericht om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen, detecteren en corrigeren. Dit wordt tevens via de interne controle (steekproefsgewijs) gecontroleerd. De RUD zal in de verdere doorontwikkeling van de organisatie ook aandacht besteden aan het M&O beleid. Uitvoering Wet open Overheid (Woo) De Wet open overheid (Woo) regelt het recht op informatie over alles wat de overheid doet. Het is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De RUD Limburg Noord heeft een contactpersoon aangewezen die de informatieverzoeken in behandeling neemt. Daarnaast is het mogelijk om informatie via email (laagdrempelig) op te vragen. Stukken die betrekking hebben op de Gemeenschappelijke Regeling worden op grond van artikel 3.1 lid 1 gepubliceerd op de website van KOOP. Vergaderstukken van het Algemeen Bestuur worden voor de betreffende vergadering op de website van de RUD gezet. Op deze manier voldoen wij aan de wettelijke verplichtingen die de Woo aan ons stelt. Overhead Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft voor in de begroting een apart overzicht “overhead” op te nemen.

Aan de detaillering van dit overzicht worden door het BBV geen eisen gesteld, met uitzondering van de bepaling dat er minimaal een scheiding moet zijn tussen de lasten en de baten. Dit overzicht is hieronder in tabel 6 weergegeven. Tabel 6

Overzicht overhead

Begroting Lasten 2 Coordinatiecentrum Baten 6 Overhead Resultaat 7 Mutatie reserve onttrekkingen 7 Mutatie reserve storting Resultaat na bestemming

Taakveld

Rekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

0.4 overhead

€ 1.049.000 € 1.376.000 € 1.941.000 € 1.821.000 € 1.821.000 € 1.821.000

0.4 overhead

€ 1.279.000 € 1.346.000 € 1.920.000 € 1.807.000 € 1.807.000 € 1.807.000 € 230.000 € -30.000 € -21.000 € -14.000 € -14.000 € -14.000 € € € € € € € € € € € € € 229.000 € -30.000 € -21.000 € -14.000 € -14.000 € -14.000

0.10 mutaties reserves 0.10 mutaties reserves

Een toelichting op de lasten, baten en de reserve mutatie is opgenomen in hoofdstuk 4 de financiële begroting.

19

4 Financiële begroting 2026 4.1 Balans inclusief toelichting Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemeen

De begroting is opgesteld in overeenstemming met de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor provincies en gemeenten. In overeenstemming met artikel 63 BBV vindt de waardering van de activa plaats op basis van verkrijgingsprijs. De waardering van passiva vindt plaats op basis van nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen welke tegen de contante waarde zijn gewaardeerd. Mits niet anders vermeld bij de desbetreffende balansonderdelen, worden de activa, passiva en de bepaling van het resultaat gewaardeerd tegen nominale waarde. De baten en lasten worden in overeenstemming met artikel 2 BBV toegerekend aan het begrotingsjaar waarop ze betrekking hebben. Baten en winsten nemen we slechts op voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. De verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar, nemen we in acht indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Personeelslasten rekenen wij in principe toe aan het begrotingsjaar waarop ze betrekking hebben. Er geldt echter een formeel verbod om voorzieningen of schulden op te nemen voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten en gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. De referentieperiode is hetzelfde als die van de meerjarenraming.

Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties), dan dienen deze als een verplichting opgenomen te worden. Echter, in de CAO van 2021-2022 is vastgesteld dat medewerkers vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke verlofuren mogen sparen (verlofsparen). Met verlofsparen kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke verlofuren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levensen carrièreplanning. Deze uren verjaren niet en de opbouw is onvoorspelbaar. Zodoende dient deze verplichting daarentegen wel conform het BBV in een voorziening opgenomen te worden. Dit is dan ook in de meerjarenbegroting opgenomen.

20

Tabel 8

Omschrijving

Realisatie

(bedragen x € 1.000)

2024

Begroting 31-12 2025*

2026

2027

2028

2029

Activa Vaste activa: Materiële vaste activa

€

-

€

- €

- €

- €

- €

-

Immateriële vaste activa

€

-

€

- €

- €

- €

- €

-

Financiële vaste activa

€

-

€

- €

- €

- €

- €

-

Totaal vaste activa:

€

- €

- €

- €

- €

- €

-

Vlottende activa: Uiteenzettingen met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Liquide middelen

2.453

2.146

2.161

2.176

2.191

2.206

4

4

4

4

4

4

655

655

655

655

655

655

Totaal vlottende activa:

3.112

2.805

2.820

2.835

2.850

2.865

Totaal activa

3.112

2.805

2.820

2.835

2.850

2.865

Eigen vermogen:

1.038

716

716

716

716

716

Voorzieningen

31

46

61

76

91

106

1.069

762

777

792

807

822

Overlopende activa

Passiva Vaste passiva:

Totaal vaste passiva: Vlottende passiva: Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overlopende passiva

280

280

280

280

280

280

1.763

1.763

1.763

1.763

1.763

1.763

Totaal vlottende passiva:

2.043

2.043

2.043

2.043

2.043

2.043

Totaal passiva

3.112

2.805

2.820

2.835

2.850

2.865

* de balans van de begroting 2025 is aangepast n.a.v. de jaarrekening 2024

21

Tabel 8 2025 -322

EMU-SALDO Mutaties (1 januari tot 31 december)

Financiële vaste activa

2026

2027

2028

2029

0

0

0

0

0

0

0

0

0

-307

15

15

15

15

Liquide middelen

0

0

0

0

0

Overlopende activa

0

0

0

0

0

Vaste schuld

15

15

15

15

15

Vlottende schuld

0

0

0

0

0

Overlopende passiva

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Kapitaalverstrekkingen en leningen Uitzettingen

Activa Vlottende activa

Vaste Passiva Passiva Vlottende passiva

Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa * de balans van de begroting 2025 is aangepast n.a.v. de jaarrekening 2024

- Overzicht van baten en lasten Uitgangspunten 1. De begroting 2026 is gebaseerd op de jaarrekening 2024, de begroting 2025 en de kadernota 2026. 2. Voor de indexering van loon-en prijsstijgingen wordt uitgegaan van de meest actuele raming van het CPB (zijnde de MEV 2025 in augustus 2024). • Loonvoet sector overheid: 2,1% • Prijs overheidsconsumptie, netto materieel: 2,2% 3. Voor de indexering van de bijdrage van de provincie is uitgegaan van het afgesproken DPI-index, de meest actuele raming is van het 3e kwartaal 2024, zijnde 4,3%. 4. Zoals vastgelegd in de Kadernota 2026 wordt vanaf de begroting 2026 niet meer gewerkt met een meerjarige indexering van de begroting maar wordt aangesloten bij de systematiek van gemeenten waar constante lonen en prijzen worden toegepast. Dat betekent dat alleen het jaar 2026 is geïndexeerd. 5. 28 maart is het plan van aanpak naar een robuuste omgevingsdienst door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Dit betekende het startsein voor het opstellen van het bedrijfsplan om te komen tot een robuuste omgevingsdienst die daarbij voldoet aan de robuustheidscriteria gesteld vanuit het Interbestuurlijk programma VTH (IBP). 6. De begroting 2026 en verder betreft de ‘going concern’ begroting waarin nog geen rekening is gehouden met de ontwikkelingen rondom de robuuste omgevingsdienst.

Met uitzondering van de doorwerking van de onderstaande punten: • De verwachting is dat de volledige SPUK THE (€ 2.089.000) benut zal worden tot en met 2026 en daarom is in 2026 nog een bedrag van € 1.143.000 opgenomen als baten en lasten m.b.t. SPUK THE. De medewerkers van het energieteam zijn in vaste dienst genomen. Het risico bestaat dat uiteindelijk niet alle kosten declarabel zijn voor de SPUK regeling. De SPUK regeling loopt in 2026 af. De verwachting is dat er een aanvullende regeling zal komen in 2027, of dat partners meer energietaken zullen inbrengen vanaf 2027, of dat deze medewerkers op andere werkzaamheden ingezet kunnen worden. Het blijft echter een risico na 2027.

22

•

AB-besluiten van 27-03-2025 zijn verwerkt binnen de overhead. Dat betreft: i. uitbreiding formatie met 1 FTE Beleidsmedewerker en 1 FTE Functioneel beheerder/data analist (structureel € 180.000) ii. Inrichten tijdelijke ICT omgeving in 2026 (incidenteel € 120.000 in 2026) iii. Innovatiebudget voor versterking van projecten binnen de RUD (structureel € 250.000) 7. Alle bedragen zijn afgerond op duizendtallen. In het onderstaande overzicht van baten en lasten zijn de lasten en baten meerjarig weergegeven. Tevens is aangegeven op welk taakveld de baten en lasten betrekking hebben. Na de tabel volgt een toelichting. De effecten van bovengenoemde aanpassingen op de bijdrage van de deelnemers is toegelicht in bijlage 1. Tabel 9 Programmabegroting Begroting Lasten 1 Programmauitvoering Basis- en milieutaken RUP Basis- en milieutaken overige Projecten Wonen en Bouwen taken RUP 2 Coordinatiecentrum 3 Onvoorzien 4 Vennootschapsbelasting 5 Betalingsverkeer Totaal lasten Baten 6 Programmauitvoering Openbare orde en veiligheid RUP Basis en milieutaken RUP Basis en milieutaken overige Projecten Wabotaken Bestuurskosten Overhead Onvoorzien 5 Betalingsverekeer Totaal baten Resultaat Resultaat voor bestemming 7 Mutatie reserve onttrekkingen 7 Mutatie reserve storting Resultaat na bestemming

Taakveld

Rekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen 0.1 bestuur 0.4 overhead 0.8 overige baten en lasten 0.9 Vpb 0.5 Treasury

€ 680.000 € € 555.000 € 106.000 € 21.000 € 1.049.000 € € € € 2.411.000

€ € € € € € € € € €

302.000 177.000 634.000 111.000 31.000 1.376.000 50.000 2.681.000

€ 318.000 € 318.000 € 318.000 € 183.000 € 183.000 € 183.000 € 1.143.000 € € € 117.000 € 117.000 € 117.000 € 32.000 € 32.000 € 32.000 € 1.941.000 € 1.821.000 € 1.821.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € € € € € € € 3.784.000 € 2.521.000 € 2.521.000

€ 318.000 € 183.000 € € 117.000 € 32.000 € 1.821.000 € 50.000 € € € 2.521.000

1.2 Openbare orde en Veiligheid 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen 0.1 bestuur 0.4 overhead 0.8 overige baten en lasten 0.5 Treasury

€ € 744.000 € € 419.000 € 106.000 € 30.000 € 1.279.000 € 50.000 € 100.000 € 2.728.000

€ € € € € € € € € €

302.000 177.000 634.000 111.000 31.000 1.346.000 50.000 30.000 2.681.000

€ € € € 318.000 € 318.000 € 318.000 € 183.000 € 183.000 € 183.000 € 1.143.000 € € € 117.000 € 117.000 € 117.000 € 32.000 € 32.000 € 32.000 € 1.920.000 € 1.807.000 € 1.807.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 21.000 € 14.000 € 14.000 € 3.784.000 € 2.521.000 € 2.521.000

€ € 318.000 € 183.000 € € 117.000 € 32.000 € 1.807.000 € 50.000 € 14.000 € 2.521.000

€ € € €

€ € € €

€ € € €

€ € € €

0.10 mutaties reserves 0.10 mutaties reserves

317.000 631.000 626.000 322.000

-

-

€ € € €

-

€ € € €

-

23

-

1. Programma uitvoering De programma uitvoering bestaat deels uit het uitwisselingsdeel van de uitvoering van het Regionale Uitvoeringsprogramma en deels uit projecten en overige taken. Het uitwisselingsdeel van het uitvoeringsprogramma is ingedeeld in drie taakvelden: • Openbare orde en veiligheid. Hiervoor is in 2026 geen uitwisseling begroot. • Basis- en milieutaken. Hiervoor is in 2026 € 318.000 aan uitwisseling begroot. • Wonen en Bouwen. Hiervoor is in 2026 € 117.000 aan uitwisseling begroot. Daarnaast bestaat de programma uitvoering nog uit de budgetten voor projecten en voor overige basis- en milieutaken. • Voor de projecten is een bedrag van ruim € 1.134.000 geraamd. Dit betreft de inzet vanuit de Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht (SPUK THE) 2022-2026. Deze kosten komen uit het aangepaste, goedgekeurde plan bij de subsidieaanvraag. In totaal is voor deze regeling € 2.089.000 beschikbaar en na aftrek van de werkelijke kosten tot en met 2024 en de verwachte kosten voor 2025 resteert voor 2026 nog een bedrag van € 1.134.000. Nu de opstartproblemen zijn opgelost is de verwachting dat de werkzaamheden uit het projectplan nog volledig kunnen worden uitgevoerd. • Overige basis- en milieutaken beslaat een bedrag van € 183.000.

Dit bestaat uit: • De kosten voor de bereik- en beschikbaarheidsdiensten voor circa € 55.000; • De kosten voor inspectieview milieu voor circa € 28.000. • De hosting en licentiekosten en beheerkosten voor het VTH-systeem voor € 42.000. • Een budget van € 58.000 voor het aanschaffen en onderhouden van (meet)apparatuur, visualisering van de informatieplicht en overige kosten zoals voor rapporteringstools. 2. Coördinatiecentrum De kosten van het coördinatiecentrum bestaan uit bestuurskosten en overheadkosten. • De bestuurskosten van € 32.000 hebben betrekking op de inzet van de accountant. • De overheadkosten van € 1.941.000 bestaan uit loon- en reiskosten (€ 1.164.000, inclusief de uitbreiding met 2 FTE zoals vastgesteld door het AB op 27-03-2025), verlofsparen (€ 15.000), opleidingskosten en innovatiefonds (€ 361.000, waarvan € 250.0000 betreffende het innovatiefonds zoals vastgesteld door het AB op 27-03-2025), inkoop van PIOCHAF-diensten bij de gastorganisatie (€ 104.000), contributies (€ 70.000), kosten voor de tijdelijke ICT omgeving (€ 120.000; volgens AB-besluit 27-03-2025) en overige kosten, zoals representatie, advieskosten, verzekeringen etc. (€ 107.000). 3. Onvoorzien Voor onvoorzien is een bedrag van € 50.000 gereserveerd. 4.

Vpb De RUD gaat ervanuit dat zij geen vpb hoeft te betalen aangezien a) de RUD geen winstdoelstelling heeft, b) de kosten via een vaste verdeelsleutel worden verrekend en c) eventuele overschotten normaliter aan het eind van het jaar worden teruggegeven aan deelnemers.

24

5. Betalingsverkeer Voor het betalingsverkeer is, in verband met de tot op heden zeer beperkte omvang, geen apart bedrag begroot. 6. Baten De baten zijn in 2026 als volgt onderverdeeld: Tabel 10

A

Onderdeel

Taakveld

Uitwisseling

1.2 Openbare orde en

werkzaamheden RUP

Veiligheid 7.4 Milieubeheer

Bedrag

Verdeelsleutel €0

Werkelijke afname op basis van uitwisseling vanuit het RUP

€ 318.000

Werkelijke afname op basis van uitwisseling vanuit het RUP

8.3 Wonen en bouwen

€ 117.000

Werkelijke afname op basis van uitwisseling vanuit het RUP

B

Projecten

C

Overige milieu:

D

7.4 Milieubeheer

€ 1.143.000

SPUK uitkering

Beschikbaarheidsregeling

7.4 Milieubeheer

€ 49.000

Vast: evenredig

Bereikbaarheidsregeling

7.4 Milieubeheer

€ 6.000

Werkelijke afname

Apparatuur

7.4 Milieubeheer

€ 128.000

Vast: inwoneraantal

Coördinatiecentrum

0.1 Bestuur

€ 32.000

Vast: inwoneraantal

0.4 Overhead

€ 1.905.000

Vast: inwoneraantal

0.4 Overhead (EVP’s)

€ 15.000

Werkelijke afname

E

Onvoorzien

0.8 Overige baten en lasten

€ 50.000

Vast: inwoneraantal

F

Betalingsverkeer

0.5 Treasury

€ 21.000

Op basis van verwachte rentevergoedingen

Totaal

€ 3.784.000

Toelichting: A. Uitwisseling werkzaamheden RUP De uitwisseling van uitvoeringscapaciteit voor de basis en milieutaken zijn geraamd op € 318.000. Voor de Wabo-taken is de uitwisseling geraamd op € 118.000. De kosten worden aan de deelnemers doorberekend op basis van daadwerkelijke afname geregistreerd in de voorgangsmonitor, op basis van door het Algemeen Bestuur nog vast te stellen uurtarieven. B. Projecten Het betreft de Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparing en Informatieplicht. De kosten worden via de SISA regeling verantwoord, waarna de subsidie kan worden vastgesteld.

C. Overige milieu:

25

• • •

De kosten voor de beschikbaarheidsregeling van € 49.000 worden evenredig over de deelnemers verdeeld, met uitzondering van de Provincie. Ieder betaald 1/15e deel. De ingeschatte kosten voor de bereikbaarheidsregeling (€ 6.000) worden achteraf op basis van werkelijke calls met de betreffende partners verrekend. De kosten voor apparatuur worden verdeeld op basis van het inwoneraantal per gemeente. Hierbij wordt uitgegaan van de meest actuele gegevens.

D. Coördinatiecentrum: • De kosten voor bestuur en overhead worden verdeeld op basis van het inwoneraantal per gemeente. Hierbij wordt uitgegaan van de meest actuele gegevens. Voor de Provincie is een vaste bijdrage overeengekomen. Deze bijdrage is, conform de afspraak uit het inrichtingsplan geïndexeerd met de dienstenprijsindex (jaarmutatie 3e kwartaal 2024, zijnde 4,3%). • De ingeschatte kosten voor uit te voeren EVP’s (€ 15.000) worden achteraf op basis van werkelijkheid met de betreffende partners verrekend. E. Onvoorzien: De kosten voor onvoorzien worden verdeeld op basis van het inwoneraantal per gemeente. Hierbij wordt uitgegaan van de meest actuele gegevens. F. Betalingsverkeer: Sinds het 3e kwartaal van 2022 wordt door het rijk rente vergoed over het saldo aangehouden in de schatkist. Op basis van de historische gegevens is een inschatting gemaakt van de meerjarige rentevergoeding. Voor 2025 is dit bedrag ingeschat op € 21.000. Dit zal de komende jaren verder afnemen. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de vaste bijdragen per deelnemer. 7. Mutatie reserve Vanaf 2026 zijn er geen stortingen en onttrekkingen voorzien.

26

- Overzicht van incidentele baten en lasten In het onderstaande overzicht zijn de incidentele baten en lasten beschreven. Tabel 11 Overzicht incidentele lasten en baten

Incidentele lasten en baten Lasten 1 Uitvoering 2 Coordinatiecentrum 2 Coordinatiecentrum 3 Onvoorzien 4 Vennootschapsbelasting Totaal incidentele lasten Baten 6 Programmauitvoering 6 Overhead Totaal incidentele baten Resultaat incidentele baten en lasten Incidenteel resultaat voor bestemming 7 Storting reserve 7 Onttrekking reserve Incidenteel resultaat na bestemming

Rekening 2024

Taakveld

Begroting 2025

7.4 milieubeheer 0.1 bestuur 0.4 overhead 0.8 overige baten en lasten 0.9 Vpb

€ € € € € €

554.000 € € 39.000 € € € 593.000 €

7.4 milieubeheer 0.4 overhead

€ € €

419.000 € 36.000 € 456.000 €

€ -138.000 € € 626.000 € € 631.000 € € -143.000 €

0.10 mutaties reserves 0.10 mutaties reserves

Begroting 2026

Begroting 2027

634.000 € 1.143.000 € € € € 120.000 € € € € € 634.000 € 1.263.000 €

-

€ 1.143.000 € € 120.000 € € 1.263.000

-634.000 € € € -634.000 €

-

€ € € €

Begroting 2028

-

€ € € € € €

-

€ € € € € €

-

-

€ €

-

€ €

-

-

€ € € €

-

€ € € €

-

De incidentele baten en lasten zijn als volgt te specificeren: 2026 Incidentele lasten: Uitgaven SPUK THE (projecten)

2027

2028

2029

€

1.142.651 €

-

€

-

€

-

€

120.000 €

-

€

-

€

-

Incidentele baten Uitkering SPUK THE

€

1.142.651 €

-

€

-

€

-

Bijdrage overhead ICT omgeving

€

120.000 €

-

€

-

€

-

Kosten ICT omgeving (overhead) AB-besluit 27-03-2025

Begroting 2029

27

- Overzicht van reserves en voorzieningen In de financiële verordening is vastgelegd dat in de begroting en jaarrekening een overzicht wordt opgenomen van reserves en voorzieningen. Het overzicht bevat criteria voor de vorming en besteding ervan. Reserves Algemene reserve Het aanhouden van een algemene reserve heeft als doel: • Te fungeren als weerstandsvermogen om financiële risico’s en tegenvallers op te vangen. • Het voorkomen van administratieve lasten bij het verrekenen van beperkte resultaten. De hoogte van de algemene reserve: De hoogte van de reserve wordt jaarlijks beoordeeld bij de paragraaf weerstandsvermogen. Uitgangspunt is dat het weerstandsvermogen als ratio minimaal “voldoende” is om de mogelijke risico’s op te vangen. Indien het ratio “voldoende” is, wordt als maximum gesteld dat de algemene reserve niet meer bedraagt dan 5% van de totale begroting (totale lasten). Wanneer de gekwantificeerde risico’s echter hoger zijn, dient de algemene reserve daarop te worden aangepast. Gezien de aankomende ontwikkelingen van de RUD Limburg Noord wordt op dit moment geen bijstelling op de algemene reserve doorgevoerd. Uitgangspunten: Indien de algemene reserve lager is dan het minimum kan een aanvullende bijdrage aan de partners worden gevraagd om de algemene reserve op te hogen tot aan het minimum.

In eerste instantie wordt de reserve aangevuld door het rekeningresultaat toe te voegen aan de algemene reserve. Het verloop van de algemene reserve is in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 12

Algemene reserve 1 Beginsaldo / Storting Totaal mutatie Saldo reserve 31-12

rekening 2025 2026 2027 2028 2029 2024 € 185.000 € € € € € € -30.000 € € € € € € 155.000 € 155.000 € 155.000 € 155.000 € 155.000 € 155.000

Bestemmingsreserve robuuste OD Bestedingsdoel: bijdrage aan de doorontwikkeling van de RUD naar een robuuste Omgevingsdienst. In deze going concern begroting blijft deze reserve ongewijzigd in stand. Tabel 13

rekening 2024 1 Beginsaldo / Storting € 2 Onttrekking uitvoering bedrijfsplan robuuste OD € 561.000 Totaal mutatie € 561.000 Saldo reserve 31-12 € 561.000 Bestemmingsreserve robuuste OD

2025

2026

2027

2028

2029

€ € € € 561.000

€ € € € 561.000

€ € € € 561.000

€ € € € 561.000

€ € € € 561.000

28

Voorziening verlofsparen Tabel 14

Voorziening verlofsparen 1 Storting 2 Onttrekking Totaal mutatie Saldo voorziening 31-12

rekening 2024 € 15.000 € 16.000 € 31.000 € 31.000

2025 € € € €

15.000 15.000 46.000

2026 € € € €

15.000 15.000 61.000

2027 € € € €

15.000 15.000 76.000

2028 € € € €

15.000 15.000 91.000

2028 € 15.000 € € 15.000 € 106.000

Per 1 januari 2022 is het mogelijk om bovenwettelijke vakantie-uren te sparen(CAO artikel 6.3). Aangezien er bij verlofsparen sprake is van arbeidskostengerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en afbouw kennen, dient hier een voorziening voor gevormd te worden. In de opbouwjaren zal naar verwachting vooral sprake zijn van toevoegingen en groei van de omvang van het spaarsaldo. De geraamde toevoeging is gebaseerd op de werkelijke mutatie in 2024.

29

Bijlage 1 Bijdrage per deelnemer Tabel 16

Totaal vaste bijdrage per partner Deelnemers Beesel Bergen Echt-Susteren Gennep Horst aan de Maas Leudal Maasgouw Mook en Middelaar Nederweert Peel en Maas Roerdalen Roermond Venlo Venray Weert Provincie Totaal

Rekening 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 € 37.585 € 39.588 € 53.818 € 50.869 € 50.754 € 50.635 € 36.737 € 38.695 € 52.913 € 50.016 € 49.904 € 49.786 € 85.149 € 89.709 € 124.194 € 117.138 € 116.865 € 116.579 € 48.668 € 51.267 € 70.406 € 66.488 € 66.336 € 66.178 € 115.135 € 121.305 € 169.015 € 159.344 € 158.969 € 158.578 € 95.871 € 101.006 € 139.158 € 131.229 € 130.922 € 130.601 € 65.469 € 68.971 € 95.379 € 90.004 € 89.796 € 89.578 € 23.699 € 24.957 € 34.038 € 32.243 € 32.173 € 32.101 € 47.987 € 50.550 € 69.285 € 65.433 € 65.283 € 65.127 € 119.335 € 125.730 € 175.118 € 165.091 € 164.702 € 164.296 € 56.214 € 59.219 € 81.792 € 77.210 € 77.033 € 76.847 € 157.106 € 165.530 € 232.518 € 219.142 € 218.623 € 218.082 € 268.446 € 282.852 € 394.978 € 372.123 € 371.236 € 370.311 € 117.670 € 123.976 € 171.827 € 161.992 € 161.610 € 161.212 € 133.708 € 140.876 € 196.045 € 184.797 € 184.361 € 183.906 € 93.719 € 97.937 € 102.148 € 106.540 € 111.122 € 115.900 € 1.502.498 € 1.582.168 € 2.162.634 € 2.049.660 € 2.049.688 € 2.049.717

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15543682/1