CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

003 Wrp 2026-2029

Commissie Wonen 18 november 2025, gemeente VenrayBij agendapunt: Water- en Rioleringsplan 2026-202936.780 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Gemengde riool overstorten Vroeger werd het oppervlaktewater als riool gebruikt. Dat is gelukkig niet meer zo. Tegenwoordig komt afvalwater zelden in onze leefomgeving terecht. Alleen bij hoosbuien raakt het riool soms zo vol, dat er niets meer bij past. Het teveel aan water stort dan via riooloverstorten op oppervlaktewater. Dit overstortwater is een mengsel van heel veel regen met afvalwater. Overstorten werden in het verleden vaak aan de randen van de dorpskernen aangelegd om stankoverlast en gezondheidsrisico’s te beperken. Omdat veel nieuwbouwplannen steeds vaker aan de randen van de dorpen worden gerealiseerd en dus ook in de buurt komen van de overstorten stellen we hier regels aan. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling wordt in overleg met de waterbeheerder gekeken of de overstort verplaatst kan worden buiten het gehele plangebied, met tenminste 50 m buiten de plangrenzen.

Meten is weten In het verleden is er gemeten aan de riooloverstorten. Dit gaan we in de komende periode weer oppakken om meer inzicht te krijgen in het functioneren van het rioleringssysteem. Op basis van de resultaten van de metingen kunnen we dan met het waterschap bepalen wat de impact is van de overstorten op het totale systeem. Waar de impact marginaal is treffen we niet direct maatregelen. Waar de impact groter is maken we afspraken over de te treffen maatregelen ter verbetering van de waterkwaliteit.

Toetsing huidige situatie Uit de ecologische toets die het waterschap heeft uitgevoerd blijkt dat de waterkwaliteit van het oppervlaktewater binnen de gemeente Venray nog niet overal voldoende is. Naast de gemeentelijke gemengde overstorten heeft ook het gedrag van inwoners, bedrijven, agrariërs en de RWZI impact op het realiseren van de KRW-doelen. Om inzicht te geven in de mate waarin gemengde riooloverstorten een rol spelen op de waterkwaliteit is Afbeelding 10 toegevoegd. Deze afbeelding laat zien dat er verschillende manieren zijn om de waterkwaliteit van oppervlaktewater te verbeteren. Bronaanpak door reductie van de emissie is hier zeker een belangrijke in. Ook nieuwe stoffen zoals pfas en medicijnresten kunnen op de langere termijn voor vervuiling van ons oppervlaktewater en de bodem zorgen. Vanuit de gemengde riooloverstorten is sprake van een relatief beperkte belasting op het gehele oppervlaktewatersysteem. Dit neemt niet weg dat we daarvoor onze verantwoordelijkheid moeten nemen. Ook overstorten in de zomer kunnen voor vissterfte zorgen in verband met de plotselinge zuurstofdaling in het oppervlaktewater. We houden landelijke innovaties in de gaten en stemmen af met onze buurgemeenten.

28

Afbeelding 10 Palet van instrumenten die invloed hebben op de waterkwaliteit Als gemeente zetten we vooralsnog voornamelijk in op het afkoppelen van bestaand stedelijk gebied zodat de overstortfrequentie van de gemengde overstorten afneemt. We hebben afspraken gemaakt over het realiseren van twee bergingen voor gemengd water aan de Ossendijk en bij Vlakwater (verwachte realisatie in 2026), maar vinden het duurzamer om in te zetten op afkoppelen van bestaand stedelijk gebied.

Strategie / maatregelen Afkoppelen verhard oppervlak reconstructies: Bij reconstructies leggen we een infiltratieriool aan. Het bestaande gemengde riool blijft een gemengd riool vanwege de afvoer van hemelwater van de woningen. Versneld afkoppelen ‘eenvoudige’ locaties: We koppelen tegen relatief lage kosten af door banden te verlagen en grasvelden te verlagen. Hierdoor worden ook minder materialen gebruikt dan bij volledige afkoppeling.

4.2

Hemelwater Landelijk valt er in Nederland gemiddeld 875 mm per jaar. De verwachting is dat deze hoeveelheid in 2050 is gestegen naar ongeveer 1.000 mm per jaar. De uitdaging is dat deze hoeveelheden steeds minder gelijkmatig verspreid worden over de maanden. In het eerste scenario zullen tijdens de droge zomermaanden enkele extreme buien in korte tijd vallen en voor tijdelijke wateroverlast gaan zorgen, gepaard met storm. En in de wintermaanden zal de hoeveelheid neerslag sterk gaan toenemen. Een ander scenario is dat de droogte sterk toeneemt waarin de winters licht vernatten en de zomers sterk verdrogen.

29

Het jaar 2023 gaat de boeken in als het natste jaar ooit sinds de metingen zijn gestart in 1906 met 1.060 mm. Deze situatie is dus een voorbode voor de toekomst. In de volgende paragrafen gaan we dieper in op de rollen, verantwoordelijkheden, kansen en bedreigingen. Om invulling te geven aan de hemelwaterzorgtaak richten we ons op de volgende doelstellingen: We streven naar het scheiden van waterstromen We streven naar een klimaat robuuste leefomgeving, als aspect van een gezond Venray zoals benoemd in de Omgevingsvisie We stimuleren het hergebruik en de infiltratie van hemelwater

4.2.1

We streven naar het scheiden van waterstromen We kiezen ervoor om bij nieuwbouw (uitbreidingslocaties grenzend aan bestaande kernen) een gescheiden (afval- en hemelwater)rioolsysteem aan te leggen. Bij inbreidingslocaties wordt hemelwater binnen de ontwikkeling geborgen en vuilwater aangesloten op de gemengde riolering. De perceeleigenaar moet 60 mm hemelwater per m2 verhard oppervlak op eigen perceel kunnen verwerken, daarna mag een bovengrondse zichtbare overloop naar de openbare ruimte worden gerealiseerd. Bij grote uit- of inbreidingen heeft de gemeente de voorkeur om centrale waterbergende voorzieningen in de openbare ruimte binnen de ontwikkeling te realiseren. Deze voorzieningen zijn robuuster dan individuele waterbergende voorzieningen. Voor bestaande situaties met gemengde riolering gaan wij door met zoveel mogelijk hemelwater van de gemengde riolering afkoppelen. Binnen de gemeente Venray koppelen we bij ieder project in de openbare ruimte waar nog gemengde riolering ligt de openbare verharding af. Is de gemengde riolering nog niet aan vervanging toe, maar de wegconstructie wel, dan leggen we een hemelwaterleiding erbij en kiezen we ervoor om in een latere fase de gemengde riolering te relinen. Belangrijk is dat we ernaar streven om integraal met de andere beheerdisciplines aan de slag te gaan met werkzaamheden in de openbare ruimte.

Hemelwater infiltreren We zien hemelwater als grondstof en streven ernaar zoveel mogelijk hemelwater in ons gebied vast te houden. Dit doen wij door hemelwater waar mogelijk te infiltreren in de bodem en dit maken we zichtbaar in onze woonwijken, zie Afbeelding 11. Tegenwoordig is het streven om hemelwater bovengronds te verwerken zodat het zichtbaar is. Door groen en water te combineren draagt het bij aan de biodiversiteit en kunnen we verdroging van groenvoorzieningen tegengaan. Waar dit technisch niet mogelijk is gebruiken wij robuuste beheersbare bergings- en infiltratievoorzieningen. We houden hierbij voor de openbare ruimte de volgende voorkeursvolgorde conform het “Stroomschema verantwoord afkoppelen regenwater”(BROL, 2024) aan: a) Water zoveel mogelijk vasthouden waar het valt b) Infiltreren, als de bodemsituatie en de waterberging voldoet aan de volgende voorwaarden en de ledigingstijd van de infiltratievoorziening maximaal 24 uur is: o Bodemtype: zand (met minimale bijmenging van leem) o Infiltratiecapaciteit (k-waarde) van tenminste 0,1 m/dag o Enkel de waterschijf boven de GHG mag worden geteld als berging van 60 mm c) De wadi/bergingsvijver moet goed zijn te onderhouden d) Water mogelijk bovengronds afvoeren e) Geleidelijke (vertraagde) afvoer naar oppervlaktewater of elders waar het verwerkt kan worden

30

Afbeelding 11 Zichtbaarheid voor inwoners over infiltratiegebieden

Hemelwaterstructuurplan Bij ieder project koppelen we hemelwater af van de gemengde riolering. Om een structuur te krijgen in het toekomstig hemelwatersysteem wordt een hemelwaterstructuurplan opgesteld. Hierbij houden we onder andere rekening met: De resultaten uit het SSW De leeftijd en kwaliteit van de bestaande riolering en bovengrondse inrichting De gewenste groene en blauwe structuren binnen de gemeente

Foutieve hemelwateraansluitingen drukriolering Drukriolering is niet bedoeld voor het transport van hemelwater. Uit een inventarisatie in 2018/2019 is naar voren gekomen dat er op verschillende locaties ook hemelwater is aangesloten op de drukriolering. Om de drukriolering te ontlasten wordt actief ingezet op het afkoppelen van hemelwater van de drukriolering. Inwoners hebben hier zelf een rol, maar zijn zich niet altijd bewust van de hemelwaterlozing op de riolering. De gemeente spoort de foutieve lozers op en adviseert de inwoners om maatregelen te treffen. Zie paragraaf 4.1.2 voor foutieve aansluitingen op het vrijverval stelsel en paragraaf 4.5 voor de kosten om deze op te lossen.

Toetssteen Openbare ruimte Binnen de gemeente gebruiken we de toetssteen openbare ruimte (TOR), versie 2022. In de TOR zijn technische uitvoeringseisen opgenomen voor het realiseren van ruimtelijke ontwikkelingen. Deze komen ook voort uit het eerdere rioleringsbeleid en worden met dit WRP nog wat aangescherpt. Belangrijk is dat hierin staat opgenomen wat voor type waterbergende voorzieningen de gemeente accepteert in de openbare ruimte. Is er aanleiding om de TOR te actualiseren dan wordt dat gedaan. Verwachting is dat dit in 2026 zal gebeuren.

31

Toetsing huidige situatie Bij bijna alle reconstructies is een hemelwaterleiding aangelegd naast de gemengde riolering. Hierop zijn de straatkolken aangesloten. Het gemengde rioolsysteem blijft in tact en de woningen lozen hier hun hemelwater nog op tenzij de eigenaren zelf besluiten om hemelwater af te koppelen. Bij deze projecten is zoveel mogelijk infiltratieriolering toegepast waar de grondwaterstanden het toelaten. Particulieren worden bij uitvoering van projecten ook gestimuleerd om hemelwater af te koppelen om zo ook een steentje bij te dragen, immers iedere druppel telt voor een leefbaar Venray.

Strategie / maatregelen Opstellen hemelwaterstructuurplan: Na het afronden van het SSW gaat de gemeente aan de slag met een hemelwaterstructuurplan zodat op een gestructureerde en toekomstgerichte manier wordt omgegaan met hemelwater, vooral in het licht van klimaatverandering. Foutieve hemelwateraansluitingen op drukriolering opsporen: De gemeente spoort foutieve lozers op en adviseert inwoners hoe zij de foutieve lozing ongedaan kunnen maken.

4.2.2

We streven naar een klimaatbestendige leefomgeving Klimaatbestendig betekent voor de gemeente Venray dat: Normale regenbuien (eens per 1-2 jaar) geen overlast veroorzaken Extreme regenbuien (eens per 10-100 jaar) niet leiden tot uitval van belangrijke functies Waterschade bij extreme piekbuien zoveel mogelijk wordt beperkt. Bij normale buien vangen we hemelwater zoveel mogelijk ondergronds op. Bij extreme buien laten we het gecontroleerd bovengronds afstromen, bijvoorbeeld via verlaagde groenstroken. Waar mogelijk laten we hemelwater infiltreren in de bodem als aanvulling op het grondwater.

Niet meer alles in rioolbuizen Wij vinden het niet doelmatig om de capaciteit van de riolering oneindig te vergroten. De extreme buien passen simpelweg niet in het ondergrondse stelsel. Daarom gebruiken we de hele openbare ruimte om water tijdelijk op te vangen, zoals het tijdelijk bergen van hemelwater tussen de straatbanden, op parkeerplaatsen en in groenvoorzieningen. Dit betekent een verbreding ten opzichte van de traditionele en sectorale aanpak omdat oplossingen voor hemelwater niet meer alleen in de ondergrond plaatsvindt, maar ook in de leefruimte. We combineren deze werkzaamheden waar mogelijk met andere werkzaamheden in de openbare ruimte en nemen de mogelijkheid tot particuliere afkoppeling mee in de communicatie tijdens projecten.

Omgaan met hemelwater in bestaand stedelijk gebied Klimaatbestendig zijn wil niet zeggen dat er nooit ernstige hinder of overlast (schade) op kan treden, dit kunnen wij niet garanderen. Bovendien hebben inwoners en bedrijven hierin ook eigen handelingsperspectief en verantwoordelijkheid omdat zij tussen de 60 en 70% van het bebouwd gebied bezitten/beheren.

32

Wij streven de volgende ambities na en hanteren de volgende uitgangspunten: Afvalwater op straat: We hebben de ambitie om geen afvalwater uit de (gemengde) riolering op straat te hebben bij een T=5 (bui 09) uit de Kennisbank Stedelijk Water van Stichting RIONED. Bij het ontwerp van een hemelwaterstructuur (bij afkoppelen van bestaand stedelijk gebied) en maatregelen voor knelpunten ontwerpen we op composietbui T = 10. Tijdens het ontwerp bepalen we welk klimaatscenario passend is. Hemelwater op straat: Wij streven er naar dat een bui die 1 keer per 100 jaar voorkomt geen schade aan gebouwen veroorzaakt. We toetsen dit bij het maken van het SSW en bepalen tijdens de toetsing welk klimaatscenario passend is voor deze toetsing.

Afbeelding 12 Hemelwater dat uit de riolering stroomt ter hoogte van Kempweg

33

Omgang met verschillende vormen van wateroverlast Wateroverlast wordt verschillend ervaren. Voor het bepalen van maatregelen maken we onderscheid in hinder, ernstige hinder en overlast. Wat we daaronder verstaan en wanneer we actie ondernemen is opgenomen in Tabel 2. Tabel 2

Overlast gebeurtenissen

Gebeurtenis Hinder

Omschrijving Kortdurende periode (< 1 uur) en < 10 cm water op straat, geen materiele schade en beperking voor verkeer in woonstraten / bedrijventerreinen zijn marginaal.

Strategie/maatregelen Wij ondernemen geen actie, maar vragen inwoners hun gedrag aan te passen (bijv. rijgedrag).

Ernstige hinder

Forse hoeveelheden water op straat (10-25 cm; < 1 uur), opdrijvende putdeksels, geen materiele schade. Ernstige beperking voor verkeer in woonstraten / bedrijventerreinen. Beperking voor verkeer op hoofdverkeerroutes, winkelstraten, dorpscentra en bij publieke diensten.

Wij liften mee bij andere maatregelen in de openbare ruimten en treffen maatregelen zodat de kans op het optreden van ernstige hinder aanzienlijk kleiner wordt.

Overlast

Water op straat' (> 25 cm) met als gevolg water in woningen of winkels, materiele schade en een ernstige beperking van het verkeer en hulpdiensten op hoofdverkeersroutes, winkelstraten, dorpscentra en bij publieke diensten.

Om de acute risico’s op schade te beperken treffen wij zo nodig eerst tijdelijke bovengrondse kostenefficiënte maatregelen.

Afbeelding 13 Water op straat ter plaatse van Zevenblad

34

Hemelwater bij (her)inrichting van de openbare ruimte -

Wij richten de openbare ruimte zo in dat deze voldoet aan onze uitgangspunten. We combineren dit met andere werkzaamheden in de openbare ruimte. Daar waar mogelijk benutten we overvloedig hemelwater op locaties die gevoelig zijn voor droogte.

-

We zoeken oplossingen die ook bijdragen aan: minder hittestress, meer biodiversiteit en een hogere belevingswaarde van de openbare ruimte.

Hemelwater bij nieuwbouw ontwikkelingen Als ontwerpnorm voor waterberging hanteren wij de volgende beleidsregels bij de realisatie van nieuw verhard oppervlak bij in/uitbreidingsgebieden: Een statische/absolute berging van hemelwater in de boven- en/of ondergrond en binnen het plangebied van 60 mm per m2 verhard oppervlak. Voor de berekening van de berging wordt geen rekening gehouden met infiltratie. Minimale waking van 0,25 m in een wadi (en dus eigenlijk extra capaciteit bij extreme situaties). Bouwpeilen liggen 0,25 m hoger dan de kruin van de weg om wateroverlast bij extreme neerslag te voorkomen. Nieuwe hemelwaterriolering bij ontwikkeling van gebieden dimensioneren we op T = 10 composietbui klimaatscenario 2085 (Hydrogram C_10_2085_H) uit de Kennisbank Stedelijk Water van Stichting RIONED. Geen afwenteling van de overlast: geef inzicht in wat er gebeurt bij 100 mm neerslag. Waar blijft het surplus van 60 mm en leidt dat tot overstroming binnen of buiten het plangebied? Bij een dergelijke bui mag in principe geen schade optreden aan eigendommen en/of mogen geen essentiële gebruiksfuncties uitvallen. Wij toetsen het ontwerp van het watersysteem in de openbare ruimte bij composietbui T = 100 klimaatscenario 2085 (Hydrogram C_100_2085_H) uit de Kennisbank Stedelijk Water van Stichting RIONED. Bij deze toetsing mag geen water in de woningen komen.

Bij elke activiteit mag de reeds aanwezige totale hoeveelheid (hemel)waterberging op het perceel van de eigenaar niet afnemen. Om bij extreme situaties wateroverlast te voorkomen mag er na realisatie van waterberging op particuliere percelen wel een bovengrondse overstort van hemelwater worden gerealiseerd naar de openbare ruimte. Is er sprake van een overstort naar oppervlaktewater dan gelden de beleidsregels zoals opgenomen in de Waterschapsverordening van Waterschap Limburg. Het Waterschap Limburg hanteert een norm van 100 mm berging per m2 verhard oppervlak voor hemelwater, waarbij het waterschap wel rekening houdt met infiltratie. De bergingsnorm is wat betreft Waterschap Limburg afhankelijk van de situatie (bestaand of nieuw verhard oppervlak). Als het een nieuw verhard oppervlak betreft is de norm 100 mm. Betreft het bestaand verhard oppervlak dat wordt afgekoppeld dan is 100 mm de richtlijn en zijn maatwerkafspraken mogelijk. De gemeente Venray maakt bij nieuwbouw onderscheid in soort nieuwbouw. Het onderscheid is terug te lezen in het stroomschema van de handreiking hemelwaterbeleid (zie Afbeelding 14) en deze is in bijlage B5 nader toegelicht. De eisen die de gemeente stelt aan het realiseren van waterbergende voorzieningen is opgenomen in bijlage B6.

35

Afbeelding 14 Handreiking hemelwaterbeleid gemeente Venray

Afbeelding 15 Wadi in Vlakwater

36

Waterbergingsfonds Het blijkt met name bij inbreidingslocaties soms lastig te zijn om de benodigde waterberging te realiseren volgens de normen. De gemeente wil in de planperiode van het WRP onderzoeken of zij kan gaan werken met een waterbergingsfonds. Mocht het vanwege de beperkte aanwezige ruimte niet mogelijk zijn om binnen een ontwikkeling waterberging te realiseren dan zou dit onder voorwaarden kunnen worden afgekocht zodat de gemeente op een andere locatie in de nabijheid van de ontwikkeling een collectieve waterberging kan realiseren.

Toetsing huidige situatie Binnen de systeemanalyse van het SSW vindt een verdere verdieping plaats op het thema wateroverlast waarbij bepaald wordt waar bij hevige neerslag water op straat komt te staan. Deze inzichten gebruiken we voor het bepalen van maatregelen. Deze gegevens zijn op dit moment nog niet beschikbaar, maar komen in de loop van het eerste jaar van de planperiode beschikbaar. We proberen zoveel mogelijk hemelwater vast te houden. Dit doen we door het aanleggen van waterbergingen bij nieuwe ontwikkelingen, maar ook door het afkoppelen van bestaand stedelijk gebied. Onder afkoppelen wordt ook het verwijderen van bestrating beschouwd, waardoor droogte wordt tegengegaan en dit water niet meer naar de RWZI afstroomt. Venray neemt deel aan de Stichting Steenbreek.

Strategie / maatregelen Afkoppelmaatregelen: We blijven inzetten op het verder afkoppelen van verhard oppervlak van de gemengde riolering. In het Kostendekkingsplan (KDP) is voor de planperiode budget opgenomen om de gemengde riolering te vervangen door gescheiden riolering of een hemelwaterriool aan te leggen naast de gemengde leiding. Onderzoeken mogelijk waterbergingsfonds: We streven er naar om in de planperiode een waterbergingsfonds in te stellen. Hiermee kunnen we in situaties waar het, bij inbreidingslocaties niet mogelijk is om waterberging binnen de nieuwe ontwikkeling te realiseren, toch ruimte bieden om elders de waterberging te realiseren. Op deze wijze vormt het wateraspect geen belemmering voor het realiseren van de ontwikkeling.

4.2.3

We stimuleren hergebruik en infiltratie van hemelwater op particulier terrein Belangrijk vertrekpunt in de wetgeving is dat de zorgtaak in eerste instantie bij de inwoners ligt. De inwoner draagt zelf zorg voor het verwerken van hemelwater op het eigen perceel. Dit kan door hergebruik, doorzagen van de regenpijp en infiltreren in de tuin of bergen in bijvoorbeeld een vijver of op een groen dak. Wanneer dit redelijkerwijs niet mogelijk is, moet de gemeente de zorgtaak op een doelmatige manier overnemen op de erfgrens. Met onze stimuleringsregelingen voor het afkoppelen van hemelwater en het realiseren van groene daken proberen we onze inwoners te stimuleren om zelf aan de slag te gaan. Daarbij voorziet onze watercoach onze inwoners van advies.

37

4.3

Grondwater Deze zorgtaak heeft het karakter van een inspanningsverplichting. Dat wil zeggen dat de gemeente niet verantwoordelijk is voor handhaving van het grondwaterpeil in bebouwd gebied, maar alleen een regierol vervult. De zorgtaak werkt niet met terugwerkende kracht en kan dus niet leiden tot aansprakelijkheid voor schadesituaties uit het verleden. De gemeente is voor haar inwoners aanspreekpunt voor grondwateroverlast. Inwoners en bedrijven zijn in eerste instantie op eigen terrein zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen tegen de nadelige gevolgen van grondwater. We verwachten van perceeleigenaren dan ook dat hun panden voldoen aan de geldende bouwregelgeving. Dit betekent in hoofdzaak dat de verblijfsruimten waterdicht zijn. De perceeleigenaar is als eerste aan zet om verbetermaatregelen te treffen bij grondwateroverlast. Als van perceeleigenaren niet kan worden verlangd dat zij op eigen terrein maatregelen treffen, zijn we als gemeente aan zet. In dat geval beoordelen we de situatie en treffen maatregelen in het openbaar gebied mits dit praktisch haalbaar en doelmatig is. Om invulling te geven aan de grondwatertaak richten wij ons op de volgende doelstelling: We zorgen dat grondwater de bestemming van een gebied niet structureel nadelig belemmert en faciliteren bij grondwaterproblemen.

DEFINITIE STRUCTUREEL NADELIG De gemeentelijke taakopvatting ten aanzien van de begrippen structureel en nadelig vullen we als volgt in: Structureel - Regelmatig terugkerende of blijvende gebeurtenissen (geen incident) - en een grondwaterstand ter plaatse van bebouwing/infrastructuur die minimaal vier aaneengesloten weken hoger is dan 70 cm onder maaiveld of hoger is dan in een lokaal waterhuishoudingsplan vastgelegd. Nadelig Significante belemmering van het normale gebruik van de bestemming zoals vastgelegd in het bestemmingsplan/omgevingsplan of chronische gezondheidsklachten of schade aan gebouwen of infrastructuur.

Via ons grondwatermeetnet houden we een vinger aan de pols met betrekking tot het ontwateringsniveau. Bij langdurige droogte kan het grondwater wegzakken. Bij langdurig natte perioden kan het grondwaterpeil stijgen. Er zal altijd sprake zijn van een bepaalde mate van fluctuatie. Met name als gevolg van klimaatverandering of grote ingrepen in het gebied kan het fluctuatiepatroon veranderen en mogelijk structurele grondwater-onder- of overlast ontstaan. In geval van structureel nadelige onder- en overlast komen we mits dit doelmatig is als gemeente in actie. Het jaar 2023/2024 was een heel nat jaar, waarbij het grondwater op sommige plekken wel bijna 1,5 m hoger stond dan normaal, maar dat het op veel plekken ook nog steeds minimaal 2 m onder maaiveld stond. Uit de metingen van de gemeentelijke peilbuizen blijkt dat dit echt incidenteel is, zie ook de grafiek in Afbeelding 16 van een van de peilbuizen in het centrum van Venray.

38

Afbeelding 16 Grafiek monitoring peilbuis centrum van Venray

Ontwatering bij nieuwbouw Voor nieuwbouw geldt dat wij hydrologisch neutraal ontwikkelingen. Tijdens de initiatieffase beoordelen wij de ontwateringssituatie om ‘natte voeten’ te voorkomen. Waar onvoldoende ontwatering beschikbaar is hanteren wij de volgende voorkeursvolgorde: Niet bouwen Ophogen met behoud van bestaande (kavel) sloten en greppels inclusief onderhoud pad: deze zones zijn kwetsbaar voor (grond) wateroverlast en dienen als groen/blauw te worden ingericht. Oppervlakkige ontwatering met behoud van bestaande (kavel) sloten en greppels inclusief onderhoud pad: deze zones zijn kwetsbaar voor (grond) wateroverlast en dienen als groen/blauw te worden ingericht. Draineren Wij hanteren een ontwateringsdiepte van 0,80 m ten opzichte van de gemiddeld hoogste grondwaterstand voor wegpeilen. Bij uitbreidingsplannen ligt het bouwpeil 0,25 m boven de kruin van de weg om het risico op (grond)wateroverlast bij extreme neerslag te verkleinen. Bij inbreidingsplannen geldt een inspanningsverplichting voor de ontwateringsdiepte en het te hanteren bouwpeil omdat dit niet altijd mogelijk is vanwege bestaande hoogten waarop wordt aangesloten.

Bronneringen Bij een bronnering wordt tijdelijk grondwater aan de bodem onttrokken om de grondwaterstand te verlagen (voor het droog uit kunnen voeren van werkzaamheden zoals de aanleg van bouwwerken en kabels en leidingen). Voor zowel het onttrekken als het lozen van opgepompt grondwater op oppervlaktewater geldt dat het waterschap hiervoor het bevoegd gezag is. Voor lozingen van bronneringswater op de riolering geldt dat de gemeente hiervoor bevoegd gezag is. Bij grote lozingen vanaf 50 m3/uur op de gemengde riolering wordt het Waterschap betrokken. Uitgangspunt is dat schoon bronneringswater niet op het vuilwaterriool wordt geloosd, maar wordt teruggebracht in de bodem of afgevoerd (via hemelwaterleidingen) naar oppervlaktewater. Bij grotere projecten is daarom een omgevingsvergunning verplicht.

Drainagewater Binnen de gemeente Venray is maar op enkele locaties sprake van hoge grondwaterstanden waardoor drainage een uitkomst biedt om grondwateroverlast te voorkomen. Uitgangpunt is dat er in basis geen drainagesystemen meer worden aangelegd. Blijkt dit wel noodzakelijk voor het gebruik

39

van percelen dan wordt peilgestuurde drainage aangelegd. Hiervoor dienen afspraken gemaakt te worden met het waterschap. Voor de afvoer van drainagewater uit drainagesystemen hanteren wij de volgende voorkeursvolgorde: Afvoer naar bodem elders Afvoer van drainagewater op oppervlaktewater (in overleg met het waterschap) Als er geen oppervlaktewater in de buurt is, dan het drainagewater afvoeren via de hemelwaterriolering (in overleg tussen gemeente en waterschap) Als er geen hemelwaterriolering aanwezig dan kan het drainagewater worden geloosd op de gemengde riolering (in overleg tussen gemeente en waterschap) Waar mogelijk treffen wij voorzieningen om op een later tijdstip alsnog te kunnen aansluiten op oppervlaktewater/hemelwaterriolering

Grondwaterbeschermingsgebieden Binnen onze gemeente is ten zuiden van Venray een grondwaterbeschermingsgebied aanwezig, zie ook Afbeelding 17. Provincie Limburg onderzoekt de mogelijkheden voor het aanpassen van de grenzen van het grondwaterbeschermingsgebied om de drinkwaterzekerheid te kunnen blijven waarborgen. Binnen de grondwaterbeschermingsgebieden gelden regels voor het infiltreren van hemelwater. Naast de grondwaterbeschermingsgebieden zijn binnen de gemeente Venray ook grondwaterafhankelijke natuurgebieden aangewezen. In deze gebieden gelden weer andere regels die duidelijke gevolgen hebben voor agrariërs, projectontwikkelaars en andere betrokkenen. In Afbeelding 17 is zichtbaar gemaakt welke gebieden het betreft. In de provincie Limburg zijn boringsvrije zones ingesteld om het diepgelegen grondwater van hoge kwaliteit te beschermen tegen vervuiling. De Venloschol, die ook binnen de gemeente Venray ligt, is een van die boringsvrije zones, zie Afbeelding 17. Doel van deze boringsvrije zones is: Bescherming van drinkwaterbronnen: 75% van het Limburgse drinkwater komt uit grondwater. Voorkomen van doorboring van beschermende kleilagen die het grondwater afschermen tegen verontreiniging. Beperken van risico’s door menselijke activiteiten zoals: • Gebruik van bestrijdingsmiddelen • Diepe grondbewerkingen • Installatie van WKO-systemen

40

Afbeelding 17 Grondwaterbeschermingsgebied binnen Venray

Toetsing huidige situatie We beschikken als gemeente over een grondwatermeetnet dat is ontsloten via de BRO. Dit vormt de basis voor toetsing van grondwateroverlast situaties. Met deze informatie kunnen onze inwoners zien wat het grondwater in hun omgeving doet en zo nodig zelf maatregelen treffen. Bij nieuwe ontwikkelingen binnen grondwaterbeschermingsgebieden toetsen wij of de juiste maatregelen worden getroffen om de drinkwaterzekerheid te kunnen blijven waarborgen.

Strategie / maatregelen Grondwatermeetnet uitbreiden: Er is al een goed basisnetwerk van peilbuizen aanwezig. Binnen de planperiode zien wij een uitbreiding van het meetnet zodat we ook meer informatie hebben voor de toekomstige uitbreidingen binnen onze gemeente.

41

4.4

Oppervlaktewater Het oppervlaktewater staat in verbinding met het grondwater. Als het heel hard regent komt rioolwater in het oppervlaktewater terecht. Waterschap Limburg en gemeente Venray zijn verantwoordelijk voor de waterstand en de waterkwaliteit van oppervlaktewater voor zover deze in openbaar gebied liggen. Planten en dieren die in oppervlaktewater leven zijn gevoelig voor vervuiling. Het is daarom belangrijk dat iedereen het oppervlaktewater schoonhoudt.

4.4.1

Bodem en watersysteem Venray Al het oppervlaktewater en grondwater staat met elkaar in verbinding. Daarom wordt dit een watersysteem genoemd. Venray kent een karakteristiek beekdallandschap dat van west naar oost door het gebied loopt. Deze beekdalen zijn van oorsprong laaggelegen en nat, en spelen een belangrijke rol in de waterhuishouding. Ze zijn gevoelig voor hoogwater en worden daarom benut voor waterberging. In het verleden zijn veel beken gekanaliseerd, maar er is nu een beweging richting hermeandering en herstel van natuurlijke structuren. Het rivierdal van de Maas loopt van zuid naar noord.

Afbeelding 18 Beken in de gemeente Venray

42

De belangrijkste beken door Venray zijn de Loobeek, Oostrumsebeek, de Groote Molenbeek en Wolterskamp. De beekdalen:  Verbinden natuurgebieden en hebben een hoge ecologische waarde.  Zijn belangrijk voor klimaatadaptatie, zoals het vasthouden van water in droge periodes.  Worden ingezet voor vernatting en omvorming van landbouwgrond naar kruidenrijke graslanden.  Zijn grotendeels onbebouwd, met bebouwing alleen aan de randen op hoger gelegen gronden. Venray ligt grotendeels op zandgronden wat een gunstig effect heeft voor de verwerking van hemelwater. De hoge zandgronden zijn over het algemeen goed doorlatend, ze zijn geschikt voor landbouw en bebouwing en kunnen water goed infiltreren. De lagere zandgronden bevinden zich in de beekdalen en zijn natter en gevoeliger voor wateroverlast en worden daarom vaak ingezet voor natuurontwikkeling en extensieve landbouw. In het oosten van Venray ligt het Peelgebied, dat bestaat uit veenachtige en kleiige bodems, deze gebieden worden ingezet voor natuur en waterberging.

Toetsing huidig watersysteem De afgelopen planperiode kampte ons watersysteem in de kernen vooral met droogte en droogval. Sinds 2018 zijn er meerdere jaren geweest met langdurige droogte, waaronder in 2022 en ook dit jaar. Deze droogtes hebben geleid tot lage grondwaterstanden en verminderde afvoer in beken. Het waterschap heeft hierop gereageerd door stuwen te verhogen om water vast te houden. Daarnaast is vanaf eind september 2023 tot en met mei 2024 de (grond)waterstand vanwege de vele regen nog nooit zo hard gestegen sinds het begin van de landelijke tellingen (1906). Door deze gebeurtenissen hebben we zowel met een stresstest droogte als een stresstest wateroverlast te maken gehad.

Strategie / maatregelen Beheer en onderhoud oppervlaktewater: Vanuit het taakveld water en riolering dragen wij jaarlijks bij aan het beheer en onderhoud van de sloten en waterpartijen, voor het behouden van de afvoeren bergingscapaciteit in relatie tot de afval- en hemelwaterzorgtaak. De uitvoering vindt grotendeels plaats via het groenbeheer.

4.4.2

Waterkwaliteit Stedelijk water heeft een belangrijke functie in de berging, verwerking en afwatering van ons overtollige hemelwater. Het beheer en onderhoud van de watergangen, waterbergingen en wadi’s maken onderdeel uit van onze hemelwaterzorgtaak. Zorgvuldig beheer draagt bij aan een goede kwaliteit van de oppervlaktewateren. Waterschap en gemeente hebben een gezamenlijke rol in het verbeteren van de waterkwaliteit van het oppervlaktewater. In het kader van de (Europese) Kader Richtlijn Water (KRW) maatregelen zijn er reeds diverse waterbuffers aangelegd nabij overstorten om de waterkwaliteit van het oppervlaktewater te verbeteren. De enige momenteel bekende KRW maatregel die Venray nog zou moeten doen is de aanleg van twee bergingen (Ossendijk en vlakwater) en bij deze overstorten een positief effect op de waterkwaliteit te realiseren. Aan de hand van de resultaten van het SSW wordt bekeken welke maatregelen er aan de riolering nog nodig zijn in het kader van KRW-maatregelen.

43

Meten is weten De gemeente wil graag een beter inzicht krijgen in de frequentie van overstorten uit de gemengde stelsels. Met deze informatie kan in de toekomst een betere validatie plaatsvinden het rioleringsmodel en krijgt de gemeente beter inzicht in het werkelijk functioneren van het rioleringssysteem. Het meten van de frequentie van overstorten zegt niets over de kwaliteit van het overstortende water, daarom bekijkt te gemeente bij het opstellen van het meet- en monitoringsplan in hoeverre er ook mogelijkheden zijn om informatie te verkrijgen over de kwaliteit van het overstortende water.

Toetsing huidige waterkwaliteit Het waterschap controleert de waterkwaliteit bij meldingen en licht de gemeente in voor mogelijke maatregelen (bijvoorbeeld blauwalg/vissterfte). Op dit moment beschikt vrijwel alleen het waterschap over gegevens van de waterkwaliteit Een enkel keer is er sprake van blauwalgen in de jachthaven van Wanssum. Over het algemeen ontvangen we weinig klachten over de staat van ons oppervlaktewater. Om meer inzicht te krijgen in de waterkwaliteit heeft het waterschap een ecologische toets uitgevoerd welke gebaseerd is op hetgeen in het veld is aangetroffen en datgene wat uit rioolberekeningen komt. De gebruikte berekeningen zijn verouderd waardoor de overstortfrequenties niet juist zijn. De gemeente is momenteel bezig met een update van de rioolberekeningen. Met de input van het nieuwe SSW vindt samen met de resultaten uit de ecologische toets een beoordeling plaats van welke maatregelen noodzakelijk zijn in het kader van verbetering van de waterkwaliteit (randvoorzieningen versus afkoppelen).

Strategie / maatregelen Meet- en monitoringsplan opstellen en uitvoeren: De gemeente gaat in 2026 aan de slag met een meet- en monitoringsplan en dit tot uitvoering brengen zodat er in de planperiode ook meer inzicht komt in het functioneren van het rioleringssysteem. De overstorten worden dan nauwkeuriger gemeten. Realisatie buffers: We gaan in 2026 nog twee buffers realiseren achter gemengde overstorten om ervoor te zorgen dat minder vervuild water het oppervlaktewater bereikt.

4.5

Rioleringssysteem op orde Om het functioneren van de riolering te waarborgen voeren we beheer- en onderhoudsmaatregelen uit. Onder functioneren wordt tevens verstaan het oplossen van foutaansluitingen. De benodigde budgetten maken onderdeel uit van de exploitatielasten. Vervangingen en verbetermaatregelen pakken wij integraal en projectmatig op, afstemming hierover vindt plaats met de disciplines wegen, verkeer en groen. Deze budgetten vallen onder dit programma. Voor de afweging tussen instandhouding (renovatie middels relinen) en vervangingen kiezen we voor relinen mits het bestaande riool aan de volgende voorwaarden voldoet: Het riool heeft een goede afstroming De oorspronkelijke vorm van het riool is behouden Er zijn geen hydraulische aanpassingen nodig Afkoppelen is bovengronds mogelijk De aansluitingen op het hoofdriool zijn nog in voldoende staat.

44

Wanneer niet aan deze voorwaarden wordt voldaan kiezen wij voor de traditionele aanpak en vervanging en nemen we dit op in de integrale aanpak. De praktijk is dat 70% van de gemengde riolen in aanmerking komt om te relinen, 30 wordt traditioneel vervangen. Het ondergronds afkoppelen van het verhard oppervlak maakt hier dan onderdeel van uit.

Vervangingsprojecten Voor de periode 2026 - 2029 voorzien we voornamelijk bijleggen van hemelwaterriolen of infiltratieriolen en enkele vervangingen of relining van riolen. De projecten worden zoveel mogelijk integraal uitgevoerd waarbij de disciplines wegen, verkeer en groen hun inbreng leveren. De investeringen voor de riolering en water maatregelen zijn opgenomen in het kostendekkingsplan. Op basis van de technische leeftijd van de gemalen is een deel van de gemalen mechanisch en elektrisch aan vervanging toe. Op basis van inspectie word bepaald wat werkelijk wordt vervangen. Door het verder afkoppelen van verhard oppervlak zijn wij er in het kostendekkingsplan vanuit gegaan dat we de randvoorzieningen aan het einde van de bouwkundige levensduur niet vervangen. In het kostendekkingsplan is wel rekening gehouden met mechanische en elektrische vervanging van deze randvoorzieningen.

Beheer en onderhoud We hanteren de volgende uitgangspunten voor beheer en onderhoud: Inspectie en onderhoud rioolleidingen - 6 á 7% per jaar Inspectie en onderhoud gemalen en bergbezinkvoorzieningen - 2 x per jaar Inspectie en onderhoud pompunits - een keer per 2 jaar Inspectie en onderhoud hoofdgemalen - 2x per jaar Straatvegen - 2x per jaar Kolkenzuigen - 2x per jaar Maaien wadi’s - 1 x per jaar

Afbeelding 19 Waterberging bij de nieuwe Overloonseweg

45

Beheergegevens We houden de beheergegevens op orde en actueel. De Omgevingswet schrijft voor dat wij onze rioleringsvoorzieningen in beeld hebben en dat wij weten in welke staat zij verkeren. Ook de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON) schrijft dit voor. De gegevens in ons beheersysteem zijn voor ongeveer 95% compleet, actueel en inzichtelijk. Bij nieuwe opleveringen hanteren wij de gemeentelijke standaard zodat uniformiteit van de gegevens ontstaat.

Grondslag rioolheffing De middelen voor het beheer en onderhoud komen binnen via de rioolheffing. Vanuit bedrijfsvoering is de vraag gekomen om de heffingsgrondslag voor het innen van de rioolheffing minder complex te maken. Belangrijk hierin is dat de totaalinkomsten gelijk blijven en er geen grote verschillen ontstaan ten opzichte van de huidige bedragen. Binnen de planperiode van het WRP wordt een voorstel gedaan voor een minder complexe grondslag voor het innen van de rioolheffing.

Toetsing huidige situatie Het algemene beeld is dat de kwaliteit van het rioleringssysteem redelijk tot goed is, dit geldt ook voor de oudere riolen. In bijlage B4 hebben wij onze doelen geformuleerd en hoe wij toetsen of we de doelen hebben behaald. De beheergegevens zijn op dit moment voor 95% op orde. Het streven is om dit bij te gaan werken in de komende planperiode zodat dit naar 100% toe gaat. De huisaansluitingen zijn gedigitaliseerd en opgenomen in het beheerssysteem en voor onze inwoners zichtbaar via de website van de gemeente Venray onder ‘Venray op de kaart’.

Strategie/maatregelen Op orde brengen en houden van gegevens: De komende planperiode richten wij ons op het verder op orde brengen en houden van de beheergegevens. Wij geven hier op de volgende manier invulling aan: Verwerken revisiegegevens: conform WIBON verwerken wij revisiegegevens uiterlijk 30 dagen naar aanlevering. Het verwerken van revisiegegevens pakken wij volledig op binnen onze eigen organisatie. Beheergegevens standaardiseren (Gegevens Woordenboek Stedelijk Water, GWSW-proof maken) nemen wij mee in ons dagelijks beheer. Ontbrekende gegevens laten wij inmeten door onze landmeters. Heffingsgrondslag voor rioolheffing aanpassen: Binnen de planperiode van het WRP wordt intern onderzocht hoe de heffingsgrondslag voor de rioolheffing kan worden versimpeld.

4.6

Regionale samenwerking Binnen de regio wordt op verschillende wijzen samengewerkt met onze waterpartners. We werken in de regio samen binnen het samenwerkingsverband Waterpanel Noord waarbij we gezamenlijke projecten uitvoeren met de samenwerkingspartners.

46

Waterketenplan In 2021 is het Waterketenplan 2021 - 2025 opgesteld vanuit het Waterpanel Noord. Hierin staan acties die samen met de regio worden uitgevoerd. Het waterketenplan wordt momenteel geactualiseerd en naar verwachting begin 2026 vastgesteld. De hieruit voortkomende activiteiten worden zoveel als mogelijk binnen het samenwerkingsverband opgepakt. De benodigde middelen voor het realiseren van de acties worden bepaald en naar rato verdeeld over de deelnemende gemeenten. Vooruitlopend wordt een bedrag hiervoor opgenomen bij de exploitatielasten. Concrete uitwerkingen uit het waterketenplan zijn voor inwoners te herkennen aan projecten onder de vlag van Waterklaar; zoals afkoppelen van hemelwater en projecten op het gebied van klimaatadaptatie. Ook is onder de vlag van Waterpanel Noord een start gemaakt met het (ver)groenen van schoolpleinen. De uitwerking hiervan is onderdeel van het uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie. Het opstellen van bouwstenen water en klimaat in het omgevingsplan, het uitvoeren van risicodialogen en het coördineren van klimaatstresstesten worden ook in dit samenwerkingsverband opgepakt.

Bouwstenen omgevingsplan De bouwstenen vanuit water en riolering die opgenomen kunnen worden in de gemeentelijke omgevingsplannen zijn een concreet resultaat dat we als gemeente gaan gebruiken bij het opstellen van het omgevingsplan. Op deze wijze kunnen belangrijke regels als het gaat om water en riolering ook worden vastgelegd.

Verantwoord afkoppelen van regenwater Parallel is vanuit het BROL, waaraan Provincie Limburg, Waterschap Limburg, Waterleiding Maatschappij Limburg en de gemeenten in Limburg deelnemen, gezamenlijk beleid gemaakt voor het verantwoord afkoppelen van regenwater. Het stroomschema bevat veel keuzes van maatregelen voor waterbergende voorzieningen in verschillende situaties. De gemeente onderschrijft een groot deel van deze maatregelen, maar accepteert niet alle maatregelen. Voor de gemeente blijft haar TOR leidend voor wat betreft het accepteren en in beheer nemen van waterbergende voorzieningen in de openbare ruimte.

Toetsing huidige situatie We hebben binnen de regio al veel samen bereikt en zien de voordelen van het regionaal oppakken van projecten die verder gaan dan de gemeentegrenzen. Via Waterklaar en de watercoachen bereiken wij onze inwoners zodat zij zich bewust worden om zelf, door hemelwater af te koppelen of groene daken aan te leggen, een bijdrage te leveren aan een leefbaar Venray.

Strategie/maatregelen Samenwerkingen voortzetten: In de planperiode blijven wij samenwerken binnen het Waterpanel Noord en de regio Limburg om gezamenlijk projecten uit te voeren die gemeente overstijgend zijn. Door deze samenwerking komt er meer uniformiteit in aanpak wat ten goede komt aan onze inwoners en bedrijven.

47

5

BENODIGDE MIDDELEN Dit hoofdstuk beschrijft de middelen die nodig zijn om onze rioleringszorg vorm te geven. Middelen bestaan zowel uit personele middelen als de financiële middelen. Hierbij is ingegaan op de kostendekking, waarbij het verloop van de voorzieningen en de benodigde rioolheffing is berekend. Wij streven hierbij naar een solide beleid ten aanzien van de financiering van onze strategie. Het financieel beleid is gericht op een goede instandhouding van de bestaande assets en de vervanging hiervan op de lange termijn, rekening houdend met nieuwe inzichten en klimaatveranderingen. Uitgangspunt is om dit tegen een kostendekkend tarief aan te bieden. Bij de kostendekkingsplanberekening zijn de laatste actuele areaalgegevens van de gemeente gebruikt. Vervangingskosten zijn gebaseerd op kostenkengetallen van Stichting RIONED en waar nodig aangepast aan de hand van kengetallen van de gemeente. Ten opzichte van het vigerend plan ‘Gemeentelijk Rioleringsplan Venray 2022 - 2025’ zijn voor de herberekening van het kostendekkingsplan een aantal uitgangspunten gewijzigd welke van invloed zijn op de uitkomsten: Tabel 3 Analyse uitgangspunten GRP 2022 - 2025 en WRP 2026 - 2029 Onderdeel Prijspeil Rekenrente nieuwe kapitaallasten Inflatiepercentage Areaalgegevens Aantal equivalente heffingen per 01/01/2026

5.1

GRP 2022-2025 2021 1,60% 1,70% Anno 2022 19.229

WRP 2026-2029 2025 1,40% 2,20% Anno 2025 20.000

Personele middelen In regionaal verband is de formatiescan van Stichting RIONED uitgevoerd ter controle wat onze organisatie aan formatie minimaal nodig heeft om alle taken op het gebied van rioleringen uit te kunnen voeren. Wij beschikken over circa 3,8 fte. Wanneer er sprake is van investeringen worden de uren van de projectleiders/werkvoorbereiders binnen die projecten geboekt, waardoor deze niet drukken op de structurele formatie voor water en riolering. Daarnaast zijn middelen gereserveerd binnen de exploitatie voor inhuur in piekperiodes of specifieke projecten. Afgelopen periode hebben we achterstanden zoveel mogelijk weggewerkt. Inmiddels zijn we bezig met de dagelijkse rioleringstaken. Wanneer er sprake is van pieken, zijn dat momenten om tijdelijk iemand in te huren voor het uitvoeren van die taken. Alhoewel dit minder is dan de uitkomst dan de formatiescan aangeeft, is de beschikbare formatie toch voldoende.

5.2

Uitgaven rioleringen In de kostendekkingsberekening zijn aan de hand van de totale uitgaven (kosten) de benodigde inkomsten (baten) berekend om kostendekkend te zijn. De uitgaven bestaan uit exploitatielasten en kapitaallasten van gerealiseerde projecten (oude kapitaallasten), nieuwe operationele investeringen en vervangingsinvesteringen of renovatie van het areaal.

48

Daarnaast hebben we een voorziening waaruit toekomstige pieken in de vervanging van het rioolstelsel worden betaald. De totale uitgaven zijn in Afbeelding 20 grafisch weergegeven en in de volgende paragrafen nader toegelicht. Dit om een beeld te krijgen van de uitgaven.

Afbeelding 20 Totale uitgaven inclusief inflatie

5.2.1

Exploitatielasten De voor het beheer en onderhoud benodigde middelen zijn overgenomen uit de programmabegroting en waar nodig in nauwe samenwerking met de beheerder bijgesteld. Er wordt op rioleringen rekening gehouden met de kosten voor plannen en onderzoek, beheer en onderhoud riolen en gemalen, kolken en overige voorzieningen, maar ook kosten voor kwijtschelding, subsidies, bijdragen en personeelskosten. Aan de begroting zijn posten toegevoegd die nog niet waren voorzien. Deze hebben te maken met nieuwe uitgaven. De exploitatielasten zijn gespecificeerd in de berekening van het kostendekkingsplan opgenomen. Ook worden periodieke plannen zoals SSW (voorheen BRP) en hert WRP uit de exploitatiebegroting betaald. De exploitatielasten inclusief btw bedragen binnen de planperiode 2026 - 2029 en zonder inflatie gemiddeld circa € 3,15 miljoen per jaar. Na de planperiode vanaf 2029 bedragen deze zonder inflatie gemiddeld circa € 3,3 miljoen per jaar. Zie bijlage B7.1.3.

5.2.2

Kapitaallasten reeds gerealiseerde projecten Onder kapitaallasten worden de afschrijvingsbedragen tezamen met de rente bedoeld van rioleringsprojecten die in het verleden door de gemeente zijn uitgevoerd. Deze projecten worden op lineaire basis afgeschreven. Investeringen in nieuwe rioolaanleg bij nieuwe ontwikkelingen/omgevingsplannen vallen hier buiten en de kosten daarvan worden betaald via de exploitatie van het project.

49

Na verloop van tijd zullen nieuw aangelegde riolen onderhouden en uiteindelijk ook vervangen moeten worden. Deze kosten worden op dat moment wel gedekt uit de rioolheffing. Bij projecten die tot en met 2002 zijn uitgevoerd is de btw in de investeringsbedragen inbegrepen. Met de invoering van het btw-compensatiefonds heeft de gemeente de keuze om de teruggaaf van de btw ten goede te laten komen aan rioleringen (afschrijven op de netto investeringsbedragen) of naar de Algemene Middelen te laten vloeien (afschrijving op het investeringsbedrag inclusief btw). Ter compensatie van het verdwijnen van het gemeentefonds laat de gemeente de teruggaaf van de btw naar Algemene Middelen vloeien. Dat betekent dat bij de investeringen de btw-component is meegenomen in de kapitaallasten, dus over de afschrijving inclusief rente. In 2026 bedragen de kapitaallasten van projecten uit het verleden afgerond € 1,5 miljoen inclusief btw. Deze lasten lopen geleidelijk af naar € 0 totdat in 2105 de laatste betalingen zijn verricht. Zie bijlage B7.1.1.

5.2.3

Operationele (nieuwe) investeringen Doel van de nieuwe investeringen is het creëren van een goed werkend systeem voor de afvoer van hemel- en afvalwater. Het grootste deel van de nieuwe investeringen komt voort uit afkoppelen van verhard oppervlak. Riolering lift wat dat betreft mee met het wegbeheer. Wanneer projecten vanuit wegbeheer op de planning staan, wordt er vanuit rioleringen een hemelwater- of infiltratieriool gelegd. Als kostenverdeelsleutel geldt dat ongeveer een derde van de totale projectkosten voor rekening van rioleringen zijn.

Afbeelding 21 Operationele investeringsbedragen De operationele projecten zijn in bijlage B7.1.2 in detail opgenomen. Het gaat voornamelijk om projecten vanuit het wegbeheer waar vanuit rioleringen hemelwaterriolen of infiltratieriolen bijgelegd worden om verhard oppervlak af te koppelen.

50

5.2.4

Vervanging bestaande voorzieningen (bestaand areaal) Bij het bepalen van de vervangingsplanning met kosten van het bestaande areaal is uitgegaan van de laatste areaalgegevens van de gemeente. De bedragen geven de gemiddelden aan over een periode van 5 jaar.

Afbeelding 22 Investeringskosten vervangen bestaand areaal inclusief relinen Zie bijlage B7.1.4 voor de vervangingskosten en reliningskosten van het areaal.

5.2.4.1

Vrijvervalriolen Bij gemengde stelsels worden openbare verhardingen afgekoppeld en worden deze stelsels op termijn omgebouwd naar gescheiden stelsels. Bij het afkoppelen worden particulieren gestimuleerd om ook af te koppelen. De vervangingskosten zijn gebaseerd op sleufherstel. Dat wil zeggen dat alleen de benodigde verharding boven de rioolsleuf wordt vernieuwd en niet de gehele verharding van de rijbaan of zelfs van gevel tot gevel. Tevens is rekening gehouden dat een deel van de riolering middels relinen wordt gerenoveerd. Mocht een gemengd riool relined zijn, dan kan ombouw naar een gescheiden stelsel alsnog op een later tijdstip plaatsvinden door hier een hemelwaterriool naast te leggen. Uitgangspunten kostenberekening vrijvervalriolering: Volledig (100%) relinen van de vuilwaterriolering (droogweerafvoer of DWA-riolering) en van de hemelwaterriolering (HWA-riolering) Van de gemengde riolering wordt 70% relined Infiltratieriolen worden volledig vervangen en niet relined Bemalingskosten bij 50% van de leidingen tot en met leidingen met een diameter 600 mm Bemalingskosten bij alle leidingen vanaf leidingen met een diameter 700 mm Stempeling bij alle leidingen vanaf diameter 1250 mm Er is gerekend met gemiddelde vervangingskosten per 5 jaren.

51

5.2.4.2

Drukriolering De vervangingskosten van persleidingen en drukriolering volgen uit de beheerdata en de kostenkengetallen van de gemeente. Persleidingen liggen voornamelijk in verharding en drukleidingen voornamelijk in bermen. Er is bij drukriolering rekening gehouden met wegkruisingen.

5.2.4.3

Bergbezinkvoorzieningen Omdat we als gemeente zeer actief verhard oppervlak van de riolering afkoppelen, verwachten we dat de BergBezinkBassins (BBB’s) in de gemeente op termijn komen te vervallen. We hebben in de exploitatiebegroting wel rekening gehouden met beheer en onderhoud van deze objecten, maar niet meer met de vervanging ervan.

5.2.4.4

Rioolgemalen, pompputten en pompunits Met ingang van 2026 zijn de budgetten voor het vervangen van de rioolgemalen, pompputten en pompunits aangepast naar huidig prijspeil. Bij de uitgaven zijn we uitgegaan van een vast bedrag per jaar over de gehele rekenperiode van 80 jaar. Dit budget wordt jaarlijks gebruikt, doch op voorhand is niet aan te geven welke rioolgemalen, pompputten en pompunits aan vervanging toe zijn. Het budget wordt in de planperiode geëvalueerd en indien nodig in 2030 bijgesteld.

5.3

Kostendekkingsplanberekening Op basis van de uitgaven is een op termijn kostendekkende rioolheffing berekend. Uitgangspunt is dat de heffing over de gehele looptijd zoveel mogelijk gelijk blijft (exclusief inflatie) en dat de heffing aan het einde van de rekenperiode van 80 jaar kostendekkend is. Tussentijdse stabilisatie en stijging of zelfs daling van de heffing zijn wel mogelijk. Bij de kostendekkingsberekening zijn verder de volgende uitgangspunten gehanteerd: De exploitatielasten volgen uit de gemeentelijke meerjarenbegroting. Waar nodig zijn de bedragen aangepast en aangevuld. De rente over de afschrijving van operationele investeringen en vervangingsinvesteringen bedraagt 1,4%. In geval van het afsluiten van een lening wordt op investeringen en vervangingen lineair afgeschreven. Er is rekening gehouden met 2,20% inflatie. De werkelijke inflatie rekenen wij jaarlijks bij het vaststellen van de nieuwe begroting toe aan de heffing. De bedragen in de berekening zijn prijspeil 2025. De restant boekwaarde van oude investeringsprojecten schrijven wij overeenkomstig de meerjarenbegroting, afhankelijk van het object in verschillende afschrijvingstermijnen, af tot nul. Om de stand van zaken per 01-01-2026 te kunnen ramen, starten we met de berekening van het kostendekkingsplan op peildatum 01-01-2025. De getallen van die peildatum zijn immers bekend.

De stand van de voorziening bedraagt € 8.915.169 per 01-01-2025. De modelberekening geeft de uitkomst van de heffingsinkomsten weer per jaar. Het aantal equivalente aanslagen op basis van een meerpersoons huishouden bedraagt 20.000 stuks in 2025. Er is geen rekening gehouden met woninggroei. Wanneer dit aan de orde is, dienen ook de beheer en onderhoudskosten voor deze areaaluitbreiding te worden meegenomen in de kostendekkingsplan berekening. Dit controleren we periodiek telkens een maal halverwege de planperiode. Voor 2026 is de hoogte van de heffing vastgesteld door de raad en bedraagt € 265,14.

52

-

Vanaf 2027 is de benodigde heffing opnieuw berekend en is deze afgestemd op zowel de uitgaven als de omvang van de voorziening. De compensabele btw komt ten goede van Algemene Middelen. Dat betekent dat in de berekening van de heffing waar van toepassing rekening gehouden is met btw. Zie bijlage B7.2.1 voor het parameterblad met de uitgangspunten behorende bij de heffingsberekening.

5.4

Uitkomsten berekening rioolheffing De heffingsberekening is gebaseerd op prijspeil 2025, waarbij we uitgaan van 2,20% inflatie per jaar. Dat betekent niet alleen 2,20% prijsstijging bij de uitgaven, maar ook 2,20% stijging aan de inkomstenzijde. Bij de heffingsberekening letten we erop dat de voorziening niet teveel in omvang toeneemt. Omdat we tussen 2050 - 2059 een piek in vervangingen verwachten, zal de heffing eerst moeten stijgen om deze vervangingskosten te kunnen dekken. Daarna nemen de jaarlijkse vervangingen weer af en is de heffing op een peil dat deze meer dan kostendekkend is. De consequentie is dat de heffing na verloop van tijd weer kan ‘dalen’. In de modelberekening komt het erop neer dat de heffing niet daalt, maar met minder dan de volledige inflatie ten opzichte van het jaar daarvoor hoeft te stijgen.

Afbeelding 23 Heffingsverloop prijspeil 2025 en inclusief inflatie

53

De berekende heffing per jaar inflatie leidt tot onderstaand verloop van de voorziening in de tijd. Met deze heffing voorkomen we dat de voorziening enerzijds teveel oploopt en anderzijds niet negatief wordt.

Afbeelding 24 Verloop voorziening inclusief inflatie

54

55

BIJLAGEN

B1 TERUGBLIK PLANPERIODE 2022 - 2025 De gemeenteraad heeft in 2021 conform artikel 4.22 van de Wet Milieubeheer het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan Venray 2022 - 2025’ vastgesteld. In dit GRP zijn 6 speerpunten opgenomen waarmee de gemeente aan de slag is gegaan. In de planperiode zijn maatregelen uitgevoerd om invulling te geven aan deze speerpunten. In deze terugblik laten we zien wat we hebben bereikt bij de verschillende speerpunten en waar we nog voor aan de lat staan. Speerpunt 1: Duurzame waterketen In de planperiode is veel gemengde riolering afgekoppeld waardoor het aanbod afvalwater op de RWZI aanzienlijk minder is geworden. Dit afkoppelen heeft ook een positief effect op overstortfrequenties van de gemengde overstorten. In 2025 heeft een inventarisatie van het verhard oppervlak plaatsgevonden voor een gedeelte van de kerkdorpen. Tijdens de inventarisatie is onderscheid gemaakt tussen openbare verharding en inritten. Daaruit komt naar voren dat op straatniveau zichtbaar minder verharding is aangesloten op de gemengde riolering dan in 2015. Er is geen inzicht in het aantal inritten dat in 2015 was aangesloten op de gemengde riolering. Het opsporen van foutaansluitingen heeft onvoldoende aandacht gehad in de planperiode. Er heeft wel onderzoek plaatsgevonden in het buitengebied en het is bekend dat er hemelwater is aangesloten op de drukriolering.

Het vervolg om de mensen aan te schrijven is niet gedaan vanwege vertrek van een medewerker. Het zou goed zijn om hier in de komende planperiode meer aandacht aan te geven. Foutieve aansluitingen op drukriolering leveren meer draaiuren op voor de pompinstallaties, maar er zijn geen overlastklachten waardoor het in de praktijk minder prioriteit heeft gekregen als vooraf bedacht. De verwachting was dat we in de planperiode al een SSW als vervanger van het BRP 2015 opgesteld zouden hebben. Doordat pas in 2025 gestart is met de inventarisatie van het verhard oppervlak en doordat de gemeente is overgestapt op een nieuw beheerpakket wat impact heeft gehad op de beschikbare data kan pas eind 2025 een start worden gemaakt aan het opstellen van het SSW. Binnen de planperiode was incidenteel sprake van stankoverlastklachten bij een aantal lozingspunten van de drukriolering. Hierbij was het actief koolfilter niet op tijd vervangen waardoor de stankoverlastklachten ontstonden. Speerpunt 2: Aanpassen aan klimaatverandering (klimaatadaptatie) Venray wil in 2035 klimaatadaptief zijn. Dit wordt bereikt door actief in te spelen op klimaatveranderingen en ruimte te maken voor water en hemelwater af te koppelen. Daarnaast hebben we in projecten ook oog voor het vergroenen in de openbare ruimte en op daken van gebouwen zodat dit bijdraagt aan het voorkomen van hittestress.

De gebouwde omgeving wordt daarmee steeds bestendiger tegen extreme situaties. Doordat we als gemeente actief aan de slag zijn gegaan met het uitvoeringsprogramma om wateroverlastlocaties aan te pakken heeft dit er in de planperiode toe geleid dat er beperkt klachten van wateroverlast zijn geweest.

B1-1

Bij hevige hoosbuien zijn wel veel meldingen binnengekomen, maar het was voor (bijna) iedereen wel duidelijk dat dit iets is wat inwoners moeten accepteren in een dergelijke situatie. De geplande werkzaamheden uit het BRP 2015, die zijn opgenomen in het GRP 2022 - 2025 laten zien dat deze een positief effect hebben. Er wordt minder wateroverlast in stedelijk gebied ervaren. Wel is bekend dat we bij een doorrekening van het SSW met toekomstige te verwachten regenbuien gaan rekenen en dit kan leiden tot nieuwe risicolocaties voor wateroverlast. Voortschrijdend inzicht zorgt ervoor dat we altijd bezig zullen zijn met waterveiligheid in onze bebouwde omgeving. In de planperiode hebben we op heel wat plekken een hemelwaterleiding aangelegd. Het overzicht in Tabel 4 laat zien op welke plekken hemelwater is bijgelegd en we daarmee verhard oppervlak hebben afgekoppeld. Ten opzichte van de oorspronkelijke planning zijn een aantal straten omgewisseld met elkaar, omdat deze wegtechnisch aangepakt moesten worden. Uit een rioolberekening bleek dat we deze straten konden inwisselen voor andere straten met daarbij een gelijk effect. De aanleg van hemelwaterleidingen staat los van vervangingen van de gemengde riolering. Tabel 4 Gerealiseerde projecten planperiode GRP 2022 - 2025 Volgnr Bijleggen hemelwater riool/IT-riool Oorspr. Status zonder vervangen bestaand Jaar 1

Blitterswijck fase 4

2021

Uitgevoerd

2

Blitterswijck fase 5

2021

Uitgevoerd

3

Afkoppelen flats Veltum

2021

Uitgevoerd

4

Overloonseweg

2021

Uitgevoerd

5

Stationsomgeving Oostrum

2021

6

Stayerhofweg

2021

Vervallen, is opgenomen in wegenplanning voor 2025 (proj. 75 wegbeheer) Uitgevoerd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16149635/1