RC008 bijl03 Analyserapport Omgevingsprogramma Retail door Rho Adviseurs.pdf
Tekst van het document
GEMEENTE VENLO, OMGEVINGSPROGRAMMA RETAIL Bijlagenboek: analyses en achtergronden 12 juli 2023
1/85
DATUM KENMERK
12 juli 2023 20220687/31589
PROJECT PROJECTLEIDER
Gemeente Venlo, Omgevingsprogramma Retail T. Walvius
OPDRACHTGEVER Gemeente Venlo PROJECTNUMMER 20220687 AUTEURS STATUS
2/85
Julia Breukelman, Maurits Paauwe Definitief
INHOUD Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9
3/85
Trends en ontwikkelingen retail Verslagen participatie Omgevingsprogramma Retail Venlo Overzicht beleidskaders Analyse commercieel voorzieningenaanbod gemeente Venlo Huidige stand van zaken retailstructuur gemeente Venlo Onderbouwing dienstenrichtlijn Overzicht harde en zachte plannen Branche-indeling Locatus Inventarisatie plancapaciteit detailhandel en horeca
4 9 16 31 49 65 72 75 82
Bijlage 1 Trends en ontwikkelingen retail 1.1
Algemene trends en ontwikkelingen
De retailbranche is de laatste jaren sterk aan verandering onderhevig. Deze, soms structurele, veranderingen hebben invloed op de fysieke verkooppunten van commerciële voorzieningen in steden en dorpen. In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste algemene trends en ontwikkelingen opgenomen.
INTERNETVERKOOP HEEFT EEN BLIJVENDE IMPACT OP FYSIEK WINKELAANBOD De wereld van de retail is al jaren bijzonder dynamisch. Concurrentie neemt vanuit verschillende branches toe en de technologische ontwikkelingen leiden tot een verdere druk op de marktverhoudingen. Het online afzetkanaal valt niet meer weg te denken en neemt nog steeds in belang toe. Onder andere door online concurrentie is het aantal fysieke winkels in Nederland de afgelopen tien jaar met gemiddeld 12% afgenomen (figuur 1.1). Het aantal webwinkels blijft stijgen, in 2021 bijvoorbeeld met 28% ten opzichte van het jaar ervoor. Internetverkoop heeft blijvende invloed op het koopgedrag van de consument en daarmee de behoefte aan fysieke winkelmeters.
Figuur 1.1: Aantal fysieke winkelvestigingen in Nederland (CBS, 2022) Toch zijn er ook uitzonderingen. Zo nam het aantal winkels in de food-sector in Nederland gemiddeld genomen toe in 2022 (+3,4%). Het aantal winkels met non-foodproducten bleef in 2022 nagenoeg gelijk ten opzichte van het jaar ervoor. Er is wel een aantal groeibranches binnen deze niet-dagelijkse goederensector, zoals telefoonwinkels, warenhuizen, winkels in persoonlijke verzorging, woninginrichting, rijwielzaken en tuincentra. Generieke producten die gemakkelijk online te bestellen zijn, zijn steeds minder vaak in de fysieke winkel te vinden. Winkels die dit soort producten verkopen verdwijnen steeds meer uit het Nederlandse straatbeeld (figuur 1.2). Tegelijkertijd openen steeds meer online bedrijven fysieke winkels, vaak als een soort ‘etalage’ van de producten of als servicepunt. Door gebruik te maken van bijvoorbeeld showrooms en nieuwe technieken worden consumenten verleid om (online) een product aan te kopen.
4/85
Figuur 1.2: Ontwikkeling fysieke winkelvestigingen food en non-food (CBS, 2022)
BRANCHEVERVAGING EN -VERBREDING: DE DISCUSSIE OVER ‘BLURRING’ In de detailhandel vindt al enkele jaren branchevervaging en -verbreding plaats. Dit betekent dat het aangeboden assortiment in veel winkels (sterk) is uitgebreid met artikelen die niet thuishoren in de oorspronkelijke branchegroep. Het gaat hierbij steeds meer om nieuwe combinaties van bedrijfsmodellen in de horeca, detailhandel en dienstverlening. Dit wordt vaak samengevat met de term ‘blurring’. Een voorbeeld is een kapper die ook koffie schenkt. Het inpassen van deze nieuwe bedrijfsmodellen in bestaande regels levert vaak discussie op, met name als de verkoop van alcohol daarbij in het spel is (Drank- en Horecawet).
SCHAALVERGROTING IN DE RETAIL Winkelbedrijven realiseren steeds grotere winkels om de veeleisende consument een zo groot mogelijk assortiment en veel comfort (veel kassa’s, ruime gangpaden en extra diensten) te kunnen bieden. Zo hebben nieuwe supermarkten tegenwoordig een omvang vanaf circa 1.500 m2, maar soms ook al 3.000 m² winkelvloeroppervlak (wvo). Schaalvergroting vindt eveneens plaats op het niveau van winkelketens. Er komen meer en meer ketenbedrijven en deze krijgen ook steeds meer filialen: de zogenaamde filialisering. De consument ervaart de aanwezigheid van de bekende (grootschalige) ketens in een winkelgebied als aantrekkelijk. Het aantal zelfstandige winkeliers is flink gedaald, veelal mede door gebrek aan opvolging. Tot slot is ook schaalvergroting waarneembaar bij afzonderlijke winkelgebieden. In grotere winkelgebieden is de kans groter dat consumenten vinden wat ze zoeken. Hierbij is wel sprake van specifieke wensen ten aanzien van de omvang van winkelgebieden gericht op bezoekmotief en het verzorgingsgebied.
BEZOEKMOTIEF CONSUMENT VERANDERT De consument bezoekt verschillende winkelgebieden met een verschillend motief en gaat daarbij ook steeds anders om met de push- en pull-factoren. In het algemeen voelen consumenten zich aangetrokken tot winkelgebieden met een ruim
5/85
winkelaanbod in een compacte structuur. Als de consument langer in een gebied verblijft, is ook een aantrekkelijke openbare ruimte en goede horeca van belang. Deze kenmerken worden wel omschreven als de pull-factoren. Voor het overige verwachten consumenten dat een aantal zaken goed is geregeld in een winkelgebied. De consument verwacht een goed bereikbaar winkelcentrum met voldoende (gratis) parkeren op korte afstand van de winkels. Als dit niet aanwezig is dan 'duwt' dit hen als het ware naar concurrerende winkelcentra (of naar het internet). In dit verband spreekt men van pushfactoren. Voor reguliere winkelgebieden zijn er drie soorten bezoekmotieven: ● Boodschappen doen: voor de dagelijkse en frequent benodigde niet-dagelijkse goederen doet de consument vooral lokaal boodschappen. Supermarkten zijn de belangrijkste soort detailhandel voor het doen van boodschappen. Consumenten combineren in 52% van de gevallen (DTNP, 2021) een bezoek aan een supermarkt met een bezoek aan naastgelegen speciaalzaken. De kwaliteit van een boodschappengebied wordt bepaald door de compleetheid van het aanbod, de omvang en complementariteit van de supermarkten, de autobereikbaarheid en de parkeermogelijkheden.
● Recreatief winkelen: bij deze categorie gaat het om het kopen van mode en luxeartikelen of de aanschaf van woonartikelen, waarbij het vergelijken tussen winkels en een dagje uit belangrijk zijn. Van belang is een complete mix van grootschalige trekkers en interessante, kleinschalige boetieks. Trekkers die wenselijk zijn voor centrumgebieden zijn modezaken. De grote woonwarenhuizen zijn de trekkers van recreatief bezochte woonboulevards. Ook horeca is van belang voor een recreatief winkelgebied. ● Doelgerichte aankopen: bij deze categorie heeft de consument vooraf bepaald wat wordt gekocht en waar. Het betreft kooptrips naar grote winkels vaak op perifere locaties, zoals bouwmarkten. Om de doelgericht winkelende consument de keuzevrijheid te bieden, hebben de winkels een uitgebreid assortiment onder één dak, waarbij de consument het productaanbod binnen dezelfde winkel vergelijkt. Productvergelijking in meer dan twee winkels onderling vindt relatief weinig plaats.
1.2
Ontwikkelingen supermarkten
ONTWIKKELINGEN AANBODZIJDE SCHAALVERGROTING VAN SUPERMARKTEN, MAAR OOK MEER STADSWINKELS Afgelopen jaren heeft een consolidatieslag plaatsgevonden in de supermarktbranche, waarbij kleinere supermarkten zijn overgenomen door grotere. Hierdoor blijven minder, maar ‘sterkere’ supermarktketens over in Nederland. In de steden is de afgelopen jaren daarnaast een duidelijke groei zichtbaar van het aantal stadswinkels. Het aanbod in zulke winkels richt zich sterker op broodjes, kant-en-klaarmaaltijden en kleinverpakkingen. De gemiddelde omvang is ongeveer 300 m2 wvo. Ook is er een duidelijke schaalvergroting waarneembaar op winkelniveau. Was een supermarkt in 2010 nog gemiddeld 957 m² wvo, is dat nu ruim 1.100 m² wvo. Een moderne discounter vraagt meer dan 1.000 m² wvo, terwijl voor een reguliere toekomstbestendige full-service supermarkt een maat van 1.500 m² wvo normaal is geworden. De schaalvergroting richt zich vooral op het aanpassen van de winkels naar de wens van de consument: het bieden van meer ruimte voor het versaanbod, ruime gangpaden en ruimte voor een groter assortiment. Daarbij is het van belang dat de winkels een duidelijk concept hebben met een vernieuwende winkelbeleving.
VERSCHUIVINGEN IN PRIJSSEGMENT SUPERMARKTFORMULES Lidl is de afgelopen jaren qua prijssegment – met onder meer een volwaardige versafdeling en een bakkerij – opgeschoven naar het middensegment. Ook Aldi lijkt steeds meer naar het middensegment op te schuiven. Hierdoor ontstaat ruimte voor nieuwe harddiscounters, zoals bijvoorbeeld Budget Food.
6/85
ONLINE SUPERMARKTAANKOPEN NEMEN TOE Het aandeel online in de supermarktbranche is de afgelopen jaren flink gegroeid en ligt op dit moment ongeveer 5% van de totale supermarktomzet (figuur 1.3, links). Inmiddels acteren de meeste supermarktformules (deels) online. Ook het aandeel online bestedingen is de afgelopen jaren gegroeid. Tussen 2018 en 2021 zijn online bestedingen in de supermarktbranche gegroeid van 3,1% naar 6% (figuur 1.3, rechts).
Figuur 1.3: links: Ontwikkeling online supermarktomzet in marktaandeel (Supermarkt & Ruimte, 2022); rechts: Ontwikkeling aandeel online bestedingen (KSO, 2021) Ten slotte zijn er ook grote verschillen waarneembaar in doelgroep. Jongeren en jonge gezinnen geven relatief meer uit aan online supermarktaankopen. Ook regionaal bestaan verschillen. De verschillen worden sterk bepaald door het aandeel jonge huishoudens en hogere inkomens in een bepaalde regio. Dat zorgt ervoor dat het aandeel online met name in de grote (studenten)steden hoog is. En andersom geldt ook hoe hoger de mate van vergrijzing, hoe lager het online aandeel.
FLITSBEZORGERS KOMEN OP Afgelopen jaar is er een sterke opkomst te zien van flitsbezorgers, met formules als Flink en Getir. Kapitaalkrachtige, veelal internationale spelers openen door heel Europa vestigingen. In eerste instantie vanuit zogenaamde ‘dark stores’, afgeplakte bedrijfsruimten die als magazijn dienen, maar steeds vaker vanuit city-hubs die beter geïntegreerd zijn in de centrum- of gemengde omgeving, wordt bezorging binnen een kort tijdsbestek gegarandeerd. Gemak staat hier centraal. Hun opkomst is door kapitaalinjecties – maar zeker ook door Corona - in de hand gewerkt en lijkt alleen in dichtbevolkte stedelijke gebieden te werken. Al deze partijen strijden om een pan-Europees platform. De verwachting is dat de komende 5 tot 10 jaar deze startups, onder invloed van groeikapitaal, zullen consolideren totdat er één of enkele dominante speler(s) overblijven. Dit zal deels leiden tot omzetverlies bij reguliere en online supermarkten, maar de kans is ook aanwezig dat zij zelf een dergelijke dienst lanceren. Zo werkte Jumbo al samen met Gorillas.
ONTWIKKELINGEN VRAAGZIJDE BESTEDINGEN Ondanks bovenstaand beschreven groei van de online bestedingen, zijn ook de fysieke bestedingen aan dagelijkse goederen de afgelopen vijf jaar gegroeid. De winkelomzet per persoon aan dagelijkse goederen is toegenomen van € 2.553,- in 2017 naar € 2.778,- in 2021 (Notitie Omzetkengetallen, 2022). Met name de supermarktbranche blijkt in staat om voortdurend de omzet te laten groeien. Hoewel in 2020 corona hier een rol bij speelt is de omzet in supermarkten ook in 2021 verder gegroeid ten opzichte van 2020.
7/85
1.3
Recente ontwikkelingen: impact Corona, krappe arbeidsmarkt en geopolitieke spanningen
Reeds ingezette ontwikkelingen treden vanwege de coronamaatregelen in versterkte mate op. Er is behoefte aan snel en veilig winkelen; gemak staat centraal. Mode en horeca worden het hardst geraakt; zo ook de centrumgebieden waar deze sectoren sterk vertegenwoordigd zijn en/of die sterk afhankelijk zijn van toerisme zoals Venlo. Afgelopen jaren is het aanbod in de branchegroep mode & luxe in het centrum van Venlo al teruggelopen. Als gevolg van recente geopolitieke spanningen, inflatie en krapte op de arbeidsmarkt is een verdere daling te verwachten. Komende jaren staat in het teken van consolidatie. De verwachting is dat consumenten blijvend minder winkels bezoeken en gerichter en meer lokaal gaan winkelen. Dit zal positieve effecten hebben op de dagelijkse goederensector en in de branchegroep mode & luxe specifiek op het middenen hogere segment. Maar per saldo leiden ontwikkelingen tot een verminderde vraag naar winkelmeters in de niet-dagelijkse goederensector. In 2020 heeft Rho onderzoek uitgevoerd naar verschuivingen in de afgelopen 10 jaar in winkelstraten. Hierin werd bevestigd dat het aantal winkels in de niet-dagelijkse goederensector snel terugloopt; ook in de grote binnensteden. De vrijkomende winkelpanden worden voor het grootste gedeelte ingevuld met fastservice- en ready-to-eat concepten.
Op het gebied van dagelijkse goederen is een verschuiving te zien van traditionele speciaalzaken, zoals slager, groentewinkel en poelier, naar gemakswinkels al dan niet in combinatie met horeca. Mensen halen steeds vaker koffie, lunch of avondeten buiten de deur. Deze nieuwe branches lijken echter niet op te wegen tegen het verlies in non-food en horeca.
8/85
Bijlage 2 Verslagen participatie Omgevingsprogramma Retail Venlo Een belangrijk onderdeel bij het opstellen van het nieuwe Omgevingsprogramma Retail was participatie met betrokkenen. Hiertoe is een stuurgroep opgericht om het proces te begeleiden, met vertegenwoordigers uit verschillende sectoren, en zijn verschillende bijeenkomsten georganiseerd. Onderstaand een kort overzicht van de opbrengst.
2.1 STUURGROEP Om tot een breed gedragen Omgevingsprogramma Retail voor Venlo te komen is bij aanvang een stuurgroep opgericht met vertegenwoordigers van gemeente Venlo, KHN, Venlostad.com, Vereniging vastgoedeigenaren Venlo, Venlo Partners, Centrummanagement Blerick en Tegelen en de Cultuursector. Bij aanvang zijn de ambities en doelen met elkaar besproken. Gedurende het proces zijn de uitkomsten van de verschillende analyses gepresenteerd en de belangrijkste keuzes voorgelegd. In totaal zijn er drie bijeenkomsten geweest waarvan de uitkomsten zijn meegenomen in de eerste conceptrapportage. De leden van de stuurgroep hebben hierop, na raadpleging van hun achterban, ook hun op- en aanmerkingen kunnen geven.
2.2 PARTICIPATIE 18/19 OKTOBER 2022 Er is gekozen voor een gebiedsgerichte aanpak voor de participatie, per stadsdeel, zodat met deelnemers dieper op hun eigen kern of gebied kan worden ingegaan. Bovendien komen verschillende thema’s bij elkaar (detailhandel, horeca, eigenaren, etc.) zodat deelnemers ervaringen kunnen delen en van elkaar kunnen leren. Rho adviseurs en BRO hebben in gezamenlijkheid vier sessies georganiseerd in verschillende kernen: 1. Arcen, Lomm en Velden 2. Blerick, Hout-Blerick en Boekend 3. Tegelen, Steyl en Belfeld 4. Venlo Deze uitnodiging is online gepubliceerd op de gemeentelijke site voor nieuws & informatie: nu.venlo.nl en via de diverse belangenvertegenwoordigers verspreid naar hun achterban. Helaas is de eerste bijeenkomst (Arcen, Lomm en Velden) geannuleerd wegens te weinig animo. Degenen die zich hier hadden aangemeld zijn persoonlijk benaderd. De overige drie bijeenkomsten zijn goed bezocht. Geïnteresseerden die niet konden op het moment van de bijeenkomst voor hun kern, konden ook aansluiten bij één van de andere bijeenkomsten of op voorhand schriftelijk hun ideeën geven. In totaal waren er meer dan 100 deelnemers, verdeeld over de drie sessies. Dit waren zowel ondernemers, vastgoedeigenaren, belangenvertegenwoordigers, bewoners als anderszins geïnteresseerden. Over de breedte was er dan ook sprake van een representatieve groep deelnemers.
Van de opbrengst uit de participatiebijeenkomsten is voorliggend participatieverslag gemaakt dat is gedeeld met aanwezigen. Ook zijn zij op de hoogte gehouden van vervolgstappen. Sessie 1: Arcen, Lomm en Velden Datum: 18 oktober 2022, 16.00 uur Locatie: BMV De Vilgaard Deelnemers: 0 Geannuleerd. ● Voor deze sessie hadden slechts 2 deelnemers zich aangemeld. ● Met deze personen is persoonlijk contact gezocht en zij konden deelnemen aan de andere sessies.
9/85
Sessie 2: Blerick, Hout-Blerick en Boekend Locatie: ’t Raodhoes, Blerick
Datum: 18 oktober 2022, 19.30 uur Deelnemers: 25
Al tijdens de presentatie van Rho adviseurs en BRO kwam een interessante discussie op gang die daarna verder ging aan de verschillende tafels, met als belangrijkste thema’s: 1. Positionering – Het centrum van Blerick moet zich onderscheiden van grote broer Venlo door (persoonlijke) schaal, kwaliteit, gemak en gezelligheid. 2. Parkeren - Het behoud van voldoende parkeerplaatsen is een belangrijk aandachtspunt in het centrum van Blerick. Transformatie naar wonen, zonder eigen parkeeroplossing, zet de parkeerbereikbaarheid van het centrum onder druk. Bewoners hebben een ander parkeergedrag dan bezoekers aan een centrum. Bewoners van het centrum kunnen hun auto laten staan terwijl zij boodschappen doen of het centrum bezoeken. dat maakt dat de parkeerdruk van bewoners substantieel kan zijn. Idee is om autoparkeerplaatsen te bundelen, bijvoorbeeld bij Hubertusplein, Wieënpassage, Laurentiusplein en Maasbreesestraat en te zoeken naar uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen in het centrumgebied specifiek voor bewoners en ondernemers. In dit kader is het belangrijk dat er parkeerplaatsen beschikbaar blijven aan de Antoniuslaan (bij de Antoniuskerk) en bij transformatie van winkels naar woningen op een andere manier rekening wordt gehouden met de parkeerdruk van bewoners in het centrum. 3.
Fietsen – Het is belangrijk om mensen te stimuleren om op de fiets naar het centrum te komen; Ook met het oog op de ontwikkeling van het Kazerne Kwartier. Hiervoor zijn (elektrische) fietsenstallingen nodig waarop de belangrijke aanrijroutes uitkomen. 4. Warenmarkt - De opstelling van de weekmarkt in de Kloosterstraat is voor ondernemers ongelukkig: de marktkramen staan voor de winkels/terrassen opgesteld. Hierdoor krijgen zij minder bezoekers. Bovendien eindigt de weekmarkt bij de Carleypassage; het resterende deel/het begin van de Kloosterstraat wordt hierdoor aan het zicht onttrokken. De potentie van de weekmarkt kan beter benut worden, met een andere opstelling voor een betere de wisselwerking tussen weekmarkt en winkels, of door langere openingstijden. 5. Compacter centrum – Geconstateerd wordt dat het aangewezen kernwinkelgebied al heel compact is; er valt niet meer zoveel te saneren. Kansen liggen met name aan de randen. 6. Leegstand – Voor (toekomstige) leegstand in de Kloosterstraat, die de laatste tijd is afgenomen, is een gezamenlijke aanpak wenselijk. Als kansen wordt gezien woningen (al dan niet i.c.m. werken), dienstverlening of bibliotheek. Het blijkt een pré als pandeigenaren zich betrokken voelen bij de opwaardering en goede invulling/branchering met lange termijnvisie. 7. Horeca - Een upgrade is gewenst van de kwaliteit van de horeca in de Pepijnstraat.
Dit komt ook de Wieënpassage ten goede. 8. Openbare ruimte - De Carleysplaats moet een verblijfsplein/horecaplein/dorpsplein worden en een gezellige doorgang bieden tussen het centrum en het Laurentiusplein/Berden. Auto’s moeten op dit plein niet domineren. 9. Openbare ruimte 2 - Het kunstwerk voor het terras van het Raodhoes wordt gezien als belemmering (obstakel) bij evenementen of andere straat/plein activiteiten.
10/85
10. Er liggen kansen voor Blerick met de ligging aan de Maas, zowel de kwaliteit van de maasoever als de route hier langs. Een verdere versterking van de route van het centrum naar de Maas (via de Helling) is belangrijk evenals het versterken van het doel of eindpunt van de route door deze plek een functie te geven, bijvoorbeeld de passantenhaven, een stadsstrand of horecaplek. Aandachtspunt is verbetering van de oversteekbaarheid van PontanusstraatAntoniuslaan (auto’s minder dominant/ te gast). 11. Winkelcentra buiten het centrum – de drie boodschappencentra buiten het centrum zijn goed op orde/hebben voldoende perspectief. Sessie 3: Tegelen, Steyl en Belfeld Locatie: Cultureel Centrum De Haandert, Tegelen
Datum: 19 oktober 2022, 16.00 uur Deelnemers: 20
Rho adviseurs en BRO hebben een presentatie gegeven over landelijke ontwikkelingen en de laatste stand van zaken voor de gemeente Venlo in zijn algemeenheid en de kernen Tegelen, Steyl en Belfeld in het bijzonder. Deze kernen kennen ieder hun eigen uitdagingen. Aan de verschillende tafels kwamen wel duidelijke thema’s naar voren: 1. Leefbaarheid en behoud van voorzieningen – Dit is een belangrijk punt in de drie kernen, met name in Belfeld waar de horeca is uitgehold en het winkelaanbod afneemt. Gelukkig hebben de drie kernen ieder nog minimaal een supermarkt. Maar de leefbaarheid – het elkaar kunnen ontmoeten – komt wel onder druk te staan. 2. Vergrijzing – De drie kernen vergrijzen, zo ook de ondernemers. Jongeren zijn bijna volledig gefocust op de stad Venlo en niet meer op de eigen kern. Doordat er maar beperkt opvolging is, is de verwachting dat er de (komende jaren de) nodige bedrijfsbeëindigingen zullen zijn. 3. Onderlinge afstemming – Door de korte afstanden en afnemend voorzieningenaanbod raken keuzes elkaar sneller. Zo werd gesproken over afname van commerciële horeca, zalenverhuur en paracommercie. 4. Steyl – De toekomstplannen voor Kloosterdorp Steyl krijgen steeds meer vorm. De toeristische functie van het cultureel erfgoed wordt versterkt.
In dit licht liggen er kansen voor herinvulling van panden met ambachten, horeca, logies en detailhandel (kleinschalig, productie gebonden of ondergeschikt). Met behoud van het erfgoed en aandacht voor beleving en ambachten kan dit een aanjaagfunctie hebben om meer toeristen te trekken. Door de juiste profilering kan Tegelen hier ook van profiteren. Deze mogelijkheden dienen dan wel planologisch mogelijk te worden gemaakt. 5. Centrum Belfeld - In Belfeld is behoefte om een keuze te maken voor één duidelijk winkelgebied. Door ontwikkelingen te focussen in een gebied ontstaat een toekomstbestendiger voorzieningenaanbod. Het Muldersplein wordt nog steeds kansrijk geacht voor deze focus. In Belfeld heeft de horeca te lijden gehad van paracommercie en de aantrekkingskracht van o.a. Reuver. Er is geen café meer in het centrum; Vestiging van nieuwe avondhoreca wordt niet meer kansrijk geacht. Gemeenschapscentrum de Hamar huisvest een groot aantal vereniging (naar eigen zeggen 70) en kan een belangrijke functie vervullen als ontmoetingsplek. 6. Centrum Tegelen – Het centrum had van oudsher een regiofunctie voor omliggende kernen, maar winkels sluiten (leegstand) en er blijft een aanbod van lage(re) kwaliteit over. Vergrijzing en bedrijfsopvolging zorgen voor een somber toekomstbeeld:
11/85
-
-
-
-
De herontwikkeling van het Martinushof zorgt voor een up-to-date boodschappenaanbod. Het is een kans om meer levendigheid in het centrum te krijgen, maar is ook een uitdaging door eventuele concurrentie met bestaande functies. Het zorgt er bovendien voor dat het zwaartepunt van het centrum naar het zuiden verschuift. De langgerektheid van de Kerkstraat wordt hierdoor meer en meer een uitdaging. Het lijk erop dat het niet meer gaat lukken om deze hele straat te vullen met winkels. De juiste functie op de juiste plek: een functionele indeling van de Kerkstraat is van belang. Diensten en horeca passen in het noordelijke gedeelte, bij het Wilhelminaplein. Wonen kan eventueel in het midden van de straat en daar is ook ruimte voor een bibliotheek. De boodschappenfunctie past aan de zuidkant. Horeca met terras is ook mogelijk bij het oude Raadhuis: er zijn plannen voor herontwikkeling van het oude Raadhuis naar o.a. een horecafunctie. De centrumpassage lijkt niet meer van deze tijd, maar het dagelijks winkelaanbod rondom de Albert Heijn loopt goed en ook is er ruimte voor de opleiding van kappers bij de kapsalon. Er wordt geopperd om ook de ‘routing’ vanaf de Kerkstraat door te trekken langs het oude Raadhuis naar het station. Horecaondernemers voelen zich bekneld door regels. Er is vooral onduidelijkheid over het paracommerciële beleid. Het keramiekverleden hoort bij Tegelen.
Dit verleden moet gebruikt worden bij een herontwikkeling.
Sessie 4: Venlo Locatie: Stadskantoor (Hanzeplaats), Venlo
Datum: 19 oktober 2022, 19.30 uur Deelnemers: 60
Rho adviseurs en BRO hebben een presentatie gegeven over landelijke ontwikkelingen en de laatste stand van zaken voor Venlo. Op voorhand zijn vragen gekomen over het ontwerp bestemmingsplan voor het Trefcenter dat dit voorjaar ter inzage is gelegd. Aangegeven is dat deze avond niet bedoeld is om inhoudelijk in te gaan op de juridische procedure die loopt. Gezien de vele thema’s in de kern zijn we snel naar de dialoogtafels gegaan: 1. Een groot deel van de discussie richtte zich op het centrum van Venlo: Het centrum heeft een belangrijk onderscheidend vermogen: de historie, structuur en de ligging aan de Maas. Hier kan meer gebruik van worden gemaakt. De bereikbaarheid van het centrum staat onder druk. Parkeren wordt te duur ervaren in het centrum en het is vaak druk in parkeergarages, bijvoorbeeld bij Nolensplein. Ook voorzien ondernemers problemen wanneer op grote schaal transformatie naar wonen plaatsvindt (zonder eigen parkeervoorziening). Een van de voorstellen was om delen van het centrum met de auto bereikbaar te houden (stop & shop met bijvoorbeeld blauwe zone) om zodoende meer variatie van functies en winkels/ondernemers in het centrum te houden, zoals woonwinkels, wijnwinkels (zware dozen) of een bloemenwinkel. Realistisch over veranderingen – Ondernemers merken verschillende tekenen van verval op (o.a. leegstand, veel wisselingen in korte tijd en laagwaardig aanbod).
Ze herkennen zich echter maar beperkt in de landelijke
12/85
2.
3.
4.
5.
6.
13/85
ontwikkelingen. Het algemene beeld is dat met verbetering van marketing, bereikbaarheid en parkeren voldoende weerstand kan worden geboden. Hierdoor kan het bezoek, met name uit Duitsland maar ook elders uit Nederland, op peil worden gehouden en weert Venlo zich tegen de algemene trend in middelgrote centra. De fietsbereikbaarheid moet worden verbeterd; Verspreid over het centrum kunnen fietsparkeerplekken worden toegevoegd. Wildgroei van bepaalde functies in het centrum moet voorkomen kunnen worden, men denkt dan vooral aan het aanpakken van het grote aantal fastfoodzaken in het centrum. Concentratiegebieden voor detailhandel moeten worden aangewezen in het centrum. Er was de nodige discussie of het kernwinkelgebied moet worden verkleind en waar dit dan zou moeten zijn. Het verhuizen van winkels van aanloopstraten naar het kernwinkelgebied moet bespreekbaar zijn. Er liggen kansen om nog meer dan nu de verbinding aan te gaan met de Maas in het centrum van Venlo. Dat kan aan de hand van betere aankleding en meer horeca langs het water. Buurt- en wijkvoorzieningen zijn van vitaal belang voor de stad Venlo. Het gaat dan over meer dan alleen supermarkten, maar ook andere kleinschalige detailhandel en horeca met een belangrijke verzorgende functie voor de omliggende buurt of wijk. Dit blijft op deze avond nog onderbelicht.
Regiopositie - De Duitse consument is van vitaal belang voor de detailhandel en horeca in het centrum van Venlo. De aantrekkingskracht van Venlo voor kooptoeristen uit Duitsland is nog steeds groot en blijkt vrij stabiel. Hier liggen, met kwaliteitsverbetering en goede marketing, mogelijk nog kansen. Voor een aantal functies, zeker op het Trefcenter, blijkt ook de Nederlandse consument bereid om verder te reizen. Met de combinatie van Trefcenter en de binnenstad heeft Venlo een regiofunctie. Het is van belang om deze regiobezoeker (langer) te binden. Onder centrumondernemers zijn de meningen over de regiopositie en de toegevoegde waarde van de Duitse consumenten echter verdeeld. Perifere detailhandel - Er moet een goede balans komen tussen de binnenstad en perifere detailhandel. Perifere detailhandel kan mensen van ver aantrekken en Venlo op de kaart zetten. Door een goede samenwerking en afstemming krijg je goede winkels en merken naar de stad. Het perifere detailhandelsgebied Trefcenter is onderdeel van de complete detailhandelsstructuur in Venlo. Paracommerciële functies, zoals gemeenschapshuizen zijn kwetsbaar. Ze krijgen te maken met een stroperige samenwerking met de gemeente en voelen zich beperkt door de paracommerciële vergunning. En dat terwijl deze functies een belangrijke sociale en maatschappelijke functie hebben.
Zou het makkelijker moeten worden voor paracommerciële ondernemingen om extra diensten aan te bieden voor bewoners en bezoekers? Terrassen - Er moet duidelijkheid komen over de criteria voor het vergunnen van terrassen. Dat geldt ook voor de coronaterrassen. Enkele ondernemers geven aan meer terrasruimte te willen op de markt of Parade. Hier moet wel rekening gehouden worden met ander gebruik (o.a. evenementen en trouwerijen) en de aanblik van het historische stadhuis.
2.3 PARTICIPATIE SUPERMARKTEN (7 FEBRUARI 2023) Een belangrijk onderdeel van het proces om tot een breed gedragen Omgevingsprogramma Retail voor Venlo te komen is participatie met betrokkenen. Daarom zijn we op 18 en 19 oktober 2022 hierover met belanghebbenden zoals ondernemers, vastgoedeigenaren en bewoners in gesprek gegaan. De opbrengst van deze bijeenkomsten zijn onderdeel van de analysefase. De analysefase is inmiddels afgerond en gepresenteerd aan het College van B&W. We hebben een goed beeld van de ontwikkelingen van afgelopen jaren, de huidige situatie in vraag en aanbod en veranderingen in beleid en wet- en regelgeving waar we mee te maken krijgen. Maar voordat er keuzes voor een nieuw beleid worden geformuleerd is er verzocht om nog een specifieke supermarktsessie te organiseren. Deze uitnodiging is persoonlijk per post verstuurd naar de verschillende supermarktondernemers in de gemeente Venlo. Om de opkomst te verhogen is er ook telefonisch en/of per mail contact geweest met de hoofdkantoren van de supermarktformules. Sessie Supermarkten Datum: 7 februari 2023, 10.00 uur Locatie: ’t Raodhoes, Blerick Deelnemers: 20 Rho adviseurs heeft een presentatie gegeven over de situatie van detailhandel in de gemeente Venlo in zijn algemeenheid en de dagelijkse goederensector (waar de supermarkten onder vallen) in het bijzonder.
Venlo kent best veel supermarkten en de afgelopen jaren is het winkelaanbod in de dagelijkse goederensector in het algemeen en de omvang van supermarkten (incl. de plannen) aanzienlijk gegroeid. Op dit moment zijn de nodige supermarktplannen (uitbreidingen) in procedure. Bovendien zijn er - gezien de beperkte omvang van een aantal supermarkten - ook nog wel nieuwe plannen te verwachten. Uit een distributieplanologische analyse blijkt dat er geen, of slechts zeer beperkte marktruimte is. Rekening houdend met de gevoeligheden en belangen die spelen rondom actuele supermarktontwikkelingen, zijn er met de aanwezigen verschillende thema’s besproken: ● Huidig detailhandelsbeleid Venlo 2015-2025 – Aangegeven wordt dat de keuzes in dit beleid destijds weloverwogen zijn gemaakt; voor ieder (type) winkelcentrum een eigen regime: wel of niet uitbreiden en een eigen maximale omvang voor de supermarkten. Uit de discussie blijkt dat de meesten hiermee op hoofdlijnen uit de voeten kunnen. Wel worden vraagtekens gezet bij een aantal in procedure zijnde plannen i.r.t. dit beleid (o.a. omvang en locatie). ● Gelijk speelveld – In de basis is iedereen het er over eens dat iedereen dezelfde kansen (maximale maat) zou moeten krijgen. Wel wordt enige zorg geuit dat dit niet ten koste moet gaan van supermarkten in de kleinere kernen of locaties waar fysiek geen groei mogelijk is.
● Groei – In de basis wilt iedereen verder groeien. De modale maat voor een buurt/wijk supermarkt ligt op dit moment rond 1.250 – 1.500 m² wvo. ● Clustering – Op een aantal locaties worden supermarkten geclusterd, waardoor ze een sterkere aantrekkingskracht krijgen op de consument. Dit gaat (mogelijk) ten koste van de leefbaarheid op de achterblijvende locatie. ● Nieuwe supermarkten – het aantal inwoners van de nieuwe woonwijken in Venlo is beperkt. In die situatie is een nieuwe supermarkt voor een duurzame exploitatie altijd afhankelijk van omzet uit omliggende wijken. Vanuit dit oogpunt en de beperkte ruimte in de markt is de toevoeging van nieuwe supermarkten niet gewenst. ● Plancapaciteit – De wens wordt uitgesproken om de supermarktbestemming van achterblijvende locaties te halen. ● Grenssupermarkten – Vanuit de grenssupermarkten wordt speciale aandacht gevraagd voor (groeimogelijkheden voor) supermarkten die zich specifiek richten op de Duitse consumenten in het buitengebied. Deze halen (vrijwel) geen omzet bij de Nederlandse consument. De vraag is wel of de consument bij de grens opgevangen moet worden of dat er gestimuleerd moet worden om deze consumenten ook door te laten rijden naar het centrum van Venlo. ● Blurring – Er wordt aandacht gevraagd voor meer duidelijkheid rondom blurring in supermarkt/winkelconcepten.
14/85
●
Randvoorwaarden – voor supermarkten is een aantal randvoorwaarden van belang voor het toekomstig functioneren, waaronder bereikbaarheid en parkeren. Dit laatste staat in een aantal centra onder druk en verdient blijvende aandacht.
Per saldo ondersteunen de aanwezigen op hoofdlijnen nog steeds het beleid uit 2015-2025.
15/85
Bijlage 3 Overzicht beleidskaders Tabel 3.1: Overzicht relevante beleidsdocumenten detailhandel Venlo Naam Omgevingsvisie Limburg Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) Regionale Detailhandelsvisie Noord-Limburg Ruimtelijke Structuurvisie Venlo Detailhandelsbeleid Venlo 2015-2025 Economische Visie Plan Binnenstad Venlo 2030 - Aanzet gebiedsprofielen binnenstad Venlo (werkdocument, niet vastgesteld) Op eigen initiatief vanuit ondernemers en consulatie met stakeholders Centrum Tegelen: Visie inrichting openbare ruimte Ontwikkelrichting centrum Blerick
Jaar van verschijnen 2021 2014, 2019 2017 2014 2015 2023 2021 2022 2021 2021
3.1 OMGEVINGSVISIE LIMBURG (2021) Met €7,3 miljard consumentenbestedingen, 50.000 banen en 5.960 winkels met een totale oppervlakte van 1.997.000 m² wvo is detailhandel een belangrijke sociaaleconomische sector in Limburg. De provincie heeft echter te veel winkels; de verwachting is dat het aantal winkels de komende jaren flink afneemt. De centrale opgave is dan ook een groei in kwaliteit bij een afnemende kwantiteit. Het is de ambitie van de Provincie Limburg om ook in de toekomst te beschikken over genoeg werklocaties en goede ontwikkelruimte voor bestaande en nieuwe bedrijven, zoals bedrijventerreinen, kantoorlocaties en winkelgebieden. Samen met gemeenten en/of eigenaren werkt de Provincie de komende jaren toe naar werklocaties die zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht aan de maat zijn. De inzet is om zo efficiënt mogelijk om te gaan met het ruimtebeslag. Concrete doelen van de provincie op het gebied van detailhandel zijn: ● Het steunen en stimuleren van gemeenten bij het compacter maken en kwalitatief versterken van de bestaande winkelgebieden in de steden en landelijke kernen. Het Koopstromenonderzoek (KSOL2019) biedt retailers, vastgoedpartijen en gemeenten mogelijkheden om grip te krijgen op het functioneren van hun winkelgebieden. Zo ontstaan nieuwe mogelijkheden om de kwaliteit van centra te behouden en versterken.
Dit vraagt om nieuwe creatieve ideeën, innovatie en een gezamenlijk aanpak van alle betrokkenen. ● Het behoud, en waar mogelijk de versterking, van de kwaliteit van de stedelijke centra als belangrijke ontmoetingsplaats. Die kwaliteit wordt uiteraard niet alleen bepaald door winkels, maar door de mix met horeca, dienstverlening, cultuurhistorische objecten, kantoren, (ambachtelijke) bedrijven en binnenstedelijk wonen en zorg. Met aantrekkelijke binnensteden kan ook de aantrekkingskracht van Limburg voor grensoverschrijdend kooptoerisme en funshoppen behouden blijven en waar mogelijk worden verhoogd. ● Een goede balans vinden tussen de winkelvoorraad in de grootschalige winkelgebieden zoals meubel-, huis- en tuinboulevards en outletcentra aan de rand van de steden, in de binnensteden en in de dorpskernen en wijken. Nieuwe grootschalige winkelgebieden zijn niet aan de orde, gezien de overmaat aan winkels in onze provincie. In bestaande grootschalige winkelgebieden aan de rand van de steden is er geen ruimte voor winkels uit branches die bij uitstek thuishoren in de stadscentra.
16/85
3.2 PROVINCIAAL OMGEVINGSPLAN LIMBURG (POL 2014, GECONSOLIDEERD SEPTEMBER 2019) Het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) is een visie waarin centraal staat wat er nodig is om de kwaliteit van de fysieke omgeving in de provincie Limburg te verbeteren. In het POL staat kwaliteit centraal. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg, het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Algemene principes voor duurzame verstedelijking sluiten hier op aan. Woningen, bedrijventerreinen, kantoren en winkels zijn er in toenemende mate te veel. Tegelijkertijd is de kwaliteit steeds minder toegesneden op de behoefte. Blijvende vernieuwing en innovatie zijn dan ook van groot belang. Per regio worden visies gemaakt waarin gezamenlijke ambities, principes en werkwijze zijn uitgewerkt resulterend in concrete uitvoeringsafspraken. De afspraken richten zich op het verbeteren van de kwaliteit van de bestaande voorraad, de mogelijke aanpak van overmatige leegstand en het schrappen van plannen die niet goed passen bij de beoogde kwaliteit. Er is onder voorwaarden ruimte voor het toevoegen van goede nieuwe voorraad, maar dan wel in combinatie met het schrappen van bestaande voorraad.
Nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten een plek krijgen binnen het bebouwd gebied. In combinatie met het dynamische voorraadbeheer wordt invulling gegeven aan het principe van duurzame verstedelijking. De ambitie ten aanzien van detailhandel is een gezonde detailhandelsmarkt die goed inspeelt op maatschappelijke ontwikkelingen. De belangrijkste kwalitatieve uitdagingen zijn: ● De kwaliteit van binnensteden als belangrijkste ontmoetingsplaatsen behouden en waar mogelijk versterken. Met aantrekkelijke binnensteden kan ook de aantrekkingskracht van Limburg voor grensoverschrijdend kooptoerisme en funshoppen behouden blijven. ● Voor dorpskernen en wijken is de opgave vooral om het voorzieningenniveau op peil te houden. ● Er moet gewerkt worden aan de kwaliteit van de grootschalige winkelgebieden aan de rand van steden. De opgave zal per winkelgebied sterk uiteenlopen. De meeste beslissingen over de ontwikkeling van winkelvoorzieningen worden op lokaal niveau genomen. Het dynamisch voorraadbeheer vereist een regionale aanpak. Er zullen gezamenlijke regionale detailhandelsvisies voor Noord-, Middenrespectievelijk Zuid-Limburg opgesteld én uitgevoerd moeten worden.
Voor de regionale visievorming gelden de volgende basisprincipes en spelregels: ● Voor nieuwe winkelgebieden of grotere uitbreidingen van bestaande winkelgebieden met regionale impact is er ruimte als deze aantoonbaar toegevoegde waarde bieden aan de regio, leiden tot versterking van de structuur en de vitaliteit van binnensteden niet aantasten. Volgens de principes van het dynamisch voorraadbeheer moet de ontwikkeling ervan gepaard gaan met het verdwijnen van bestaande voorraad elders in de regio. ● Nieuwe ontwikkelingen dienen zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande winkelgebieden. Als er ruimte is voor grotere nieuwe ontwikkelingen, dan heeft vestiging daarvan in de stedelijke centra de voorkeur, eventueel ook in gebieden die daarop aansluiten. ● De provincie is van mening dat winkels in principe niet thuishoren op bedrijventerreinen, behalve als het gaat om verkoop van goederen die zich bij uitstek lenen voor vestiging op zo’n terrein. ● De provincie zet in op compactere winkelgebieden en clustering van winkels. ● Om te voorkomen dat grootschalige winkelgebieden aan de rand van steden uitgroeien tot nieuwe binnensteden biedt de provincie deze gebieden geen ruimte voor winkel uit de branches die bij uitstek thuishoren in de stadscentra, zoals kleding en schoenen. In bepaalde gevallen zijn uitzonderingen mogelijk.
Het vraagt wel om een goede afweging, waarbij de onmogelijkheid voor vestiging in een regulier winkelgebied, de impact op de leefbaarheid en een passende (her)invulling van de vrijvallende locatie betrokken worden. ● Voor initiatieven voor grotere nieuwe winkelgebieden, winkels of uitbreidingen zal steeds beken worden of deze passen binnen de regionale visie. Er vindt daarover regionale afstemming plaats. ● Aan de afweging ligt een ruimtelijk-economische effectenstudie ten grondslag. Bij de afweging speelt ook de ladder voor duurzame verstedelijking een rol.
17/85
3.3 REGIONALE DETAILHANDELSVISIE NOORD-LIMBURG (2017) Met de regionale detailhandelsvisie wordt het volgende doel nagestreefd: Adequaat inspelen op ontwikkelingen en trends in de markt zodat er een gezond en gedifferentieerd winkelklimaat in stand wordt gehouden. Dit is van belang om bij te dragen aan: 1. Een gezond ondernemersklimaat (economische doelstelling): het creëren van omstandigheden voor de huidige en toekomstige detailhandelsondernemingen waarbij een rendabele exploitatie mogelijk is en perspectief wordt geboden voor de langere termijn. Een ondernemer dient daarbij ook de ruimte te krijgen om te ondernemen. Dit heeft ook een positief effect op de werkgelegenheid. 2. Een compleet en aantrekkelijk voorzieningenniveau voor consumenten (sociaal-maatschappelijke functie): de consument dient te beschikken over een in kwantitatief en kwalitatief opzicht zo compleet, gevarieerd en attractief mogelijk pakket aan winkels. Dit alles op aanvaardbare afstand van de woonomgeving. Dit heeft ook een positief effect op het behoud en de versterking van de leefbaarheid en de kwaliteit van de leefomgeving. Een aantrekkelijk (winkel)centrum heeft ook een belangrijke toeristische en/of culturele functie. 3. Een goede ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik, bijvoorbeeld door het terugdringen van leegstand (ruimtelijke doelstelling).
Dit wordt bereikt door: ● Het afstemmen van grootschalige detailhandelsinitiatieven met een bovenlokaal/regionaal effect; ● De concentratie van detailhandel in perspectiefvolle, elkaar aanvullende, winkelgebieden; ● Het creëren van voorzienbaarheid om restcapaciteit/leegstand buiten de winkelgebieden te saneren.
REGIONALE AFSTEMMING Om ervoor te zorgen dat nieuwe detailhandelsinitiatieven op de goede plek worden gerealiseerd zullen grootschalige detailhandelsontwikkelingen binnen de regio ter afstemming aan de Regio worden voorgelegd. De uitgangspunten hierbij zijn: 1. Behoud en versterking van de bestaande detailhandelsstructuur: Nieuwe grootschalige ontwikkelingen dienen minimaal bij te dragen aan het behoud van de bestaande regionale detailhandelsstructuur en indien mogelijk de structuur te versterken. 2. Kwaliteit in plaats van kwantiteit (het nieuwe groeien): Het Provinciale beleid speelt, middels dynamisch voorraadbeheer, in op kwalitatieve versterkingen. Duurzame, toekomstbestendige ontwikkelingen waarbij niet alleen de aandacht uitgaat naar het ontwikkelen van nieuwe meters in het belang van de eigen gemeente. Het gaat om de afstemming van ontwikkelingen waarbij tegelijkertijd gekeken zal moeten worden naar de sanering en het herontwikkelen van incourante oude meters. Kwaliteit wordt bepaald door de meerwaarde die de locaties opleveren voor de bestaande detailhandelsstructuur. 3. Innovatie en dynamiek in de detailhandel op verantwoorde wijze faciliteren: De ontwikkeling in de detailhandel gaan heel snel. Winkelformules komen en gaan en nieuwe innovatieve winkelconcepten worden geïntroduceerd, waarbij vaak integratie wordt gezocht met niet-winkelconcepten.
Deze vernieuwing houdt winkelgebieden up-to-date en daarmee ook interessant voor de consument. Via regionale afstemming dient de vernieuwing op de juiste locatie binnen de detailhandelsstructuur plaats te vinden. 4. Schaalvergroting op de juiste plek faciliteren: Het is belangrijk dat Noord-Limburg blijft inspelen op de ontwikkeling van schaalvergroting en dit faciliteert. Omdat er grote verschillen bestaand tussen de verschillende concepten, en hun effecten op de detailhandelsstructuur als geheel, is een zorgvuldige inpassing en uiteraard concentratie van de grootste winkels in de regionale detailhandelsstructuur is daarom noodzakelijk. 5. Complementariteit perifere detailhandel: De volumineuze en grootschalige detailhandel op perifere locaties dient aanvullend (en niet bedreigend) te zijn voor de detailhandel in de bestaande hoofdwinkelgebieden (de centrumgebieden en de binnensteden met een sterk accent op recreatief winkelen). Voor de regionale afstemming is het van belang om niet te veel soortgelijk aanbod te ontwikkelen.
18/85
POSITIE WINKELGEBIEDEN VENLO Binnen de gemeente Venlo worden de volgende gebieden en opgaven onderscheiden: ● Het centrum van Venlo heeft als bovenregionaal verzorgend centrum een belangrijke recreatieve winkelfunctie. Het is een kansrijk centrum waar de voorwaarden aanwezig zijn om te komen tot een verdere kwalitatieve groei van winkelen andere functies, waarbij de focus ligt op recreatief winkelen. De opgave is om ontwikkelingsmogelijkheden te bieden binnen het compacte centrum. ● De opgave voor de twee stadsdeelverzorgende centra van Tegelen en Blerick is zwaarder. In het verleden hadden deze centra een bovenlokaal verzorgend karakter met zowel een boodschappenfunctie als een beperkte recreatieve functie. Voor de toekomst is de opgave om binnen een compacter gebied de boodschappenfunctie te behouden. ● Het Trefcenter is een bovenregionaal cluster met volumineuze detailhandel. Hier is de opgave dat de ontwikkelingen aanvullend en niet bedreigend dienen te zijn voor de detailhandel in het centrumgebied van Venlo. Daarnaast moet het Trefcentrum voldoende aantrekkelijk zijn door een compleet winkelaanbod en een (eventuele) combinatie met andere functie. Trefcentrum Venlo wordt als kansrijk getypeerd in de regionale detailhandelsvisie Noord-Limburg.
NIEUWE ONTWIKKELINGEN Bij nieuwe ontwikkelingen die vallen binnen de reikwijdte van deze regionale detailhandelsvisie wordt in principe beleidsmatig meegewerkt als: ● Aangetoond wordt dat het initiatief en/of locatie een meerwaarde heeft voor de regionale detailhandelsstructuur. ● Als er sprake is van een nieuwe formule die zich onderscheidt door kwaliteit, specialisatie en/of gerichtheid op één of meer bepaalde doelgroepen. ● Als alternatieve locaties ten opzichte van elkaar afgewogen en beoordeeld zijn conform ladder voor duurzame verstedelijking. ● Aangetoond kan worden dat het initiatief geen (blijvende) negatieve effecten heeft op de bestaande regionale detailhandelsstructuur (onaanvaardbare afname van keuzemogelijkheden). Regionale afstemming is op onderstaande manier vormgegeven (omvang in m² bvo).
Bij nieuwe ontwikkelingen dient bij uitbreiding van het aantal m² wvo, saldering van plancapaciteit elders plaats te vinden. Dit kan bijvoorbeeld door: ● Compensatie door direct gekoppelde sloop of onttrekking (al dan niet gekoppeld aan sloop) buiten de afgebakende hoofdstructuur. ● Compensatie met direct gekoppelde onttrekking (al dan niet gekoppeld aan sloop) binnen (andere) gebieden in de afgebakende hoofdstructuur.
19/85
De gemeenten hebben als opgave om op termijn restcapaciteit/leegstand buiten de afgebakende winkelgebieden te saneren. Dat betekent dat de gemeenten planovercapaciteit moeten terugbrengen op detailhandelslocaties buiten de centrumgebieden. Dit doel wordt onder andere bereikt door het compacter maken van winkelgebieden in de provincie, het uitwerken van de saldobenadering bij nieuwe initiatieven, dynamisch voorraadbeheer en het saneren van restcapaciteit en leegstand van detailhandel buiten de afgebakende winkelgebieden.
3.4 DETAILHANDELSBELEID VENLO 2015-2025 (2015) De ruimtelijke structuurvisie geeft in hoofdlijnen het ruimtelijk beleid voor de hele gemeente Venlo weer, voor zowel stad als land. De ruimtelijke structuurvisie is verdeeld in vijf thema’s, de zogenaamde ‘majeure opgaven’. 1. Drukte in het ommeland | het contrast tussen buitengebied en stedelijk gebied verscherpen door het buitengebied ook daadwerkelijk als buitengebied te behandelen. Dit betekent het combineren van meerdere functies, zoals landbouw, recreatie, waterberging en natuurontwikkeling. 2. Ruimte in de stad | het contrast tussen buitengebied en stedelijk gebied door de beschikbare ruimte in bestaand stedelijk gebied maximaal te benutten. 3. Leven met de Maas | ruimte geven aan de rivier en haar beken om te anticiperen op klimaatverandering. 4. Voorzieningen op maat | zorgen voor vitale en toekomstbestendige voorzieningenclusters die aansluiten bij de reële behoefte van de samenleving. 5. Robuuste structuren | werken aan een weerbare infrastructuur voor personen- en goederenvervoer. Daarnaast vraagt het gebruik van de ondergrond en het opwekken van schone energie steeds meer aandacht. De gemeente zet in op het behoud en versterken van de bestaande vitale voorzieningenstructuur op basis van complementariteit en draagvlak.
De bestaande voorzieningenstructuur zal niet gelijk zijn aan de toekomstige vitale voorzieningenstructuur. Met name de kleine buurtcentra en de verspreid gelegen voorzieningen behoren niet langer tot de vitale structuur die we in stand willen houden. De gewenste vitale voorzieningenstructuur waar op gestuurd wordt, bestaat slechts uit clusters met een verondersteld positief toekomstperspectief. Enkel ontwikkelingen en uitbreidingen die passen in de vitale voorzieningenstructuur zullen mogelijk zijn. Met uitbreidingen van bestaande voorzieningen buiten de structuur is de gemeente terughoudend en stelt hieraan voorwaarden. In de vitale voorzieningenstructuur worden twee niveaus onderscheiden: ten eerste clusters die draagvlak hebben op stadsniveau of regionaal niveau en ten tweede clusters die een lokaal draagvlak voor de wijk of het dorp hebben. Het stedelijk centrum is hét concentratiegebied voor grootstedelijke en (EU)regionale voorzieningen op het gebied van recreatief winkelen, cultuur, leisure, horeca, hoger onderwijs en dienstverlening is. Deze voorzieningen worden geclusterd we in het aantrekkelijke, historische en compacte centrum van Venlo, als stedelijk hart van de stad en de regio.
Als grootstedelijke voorzieningen ruimtelijk of bedrijfseconomisch niet inpasbaar zijn in het stedelijk centrum of qua profiel beter passen bij Bad Arcen of Kloosterdorp Steyl worden deze specifieke locaties benut. Voor perifere detailhandel zijn dat de PDV-clusters ViaVenlo en Zuiderbrug. Voor grootstedelijke vrijetijdsvoorzieningen (leisure) met een stedelijk karakter en een (boven)regionale uitstraling is het KazerneKwartier -onderdeel van het stedelijk centrum- de aangewezen locatie. Voor leisure-initiatieven met een (boven)regionale uitstraling die een niet-stedelijk karakter hebben, is het gebied de Peelbergen de voorkeurslocatie. In wijken en dorpen waar het aanbod aan basisvoorzieningen onder druk staat wordt gestreefd naar ruimtelijke en functionele clustering. In principe zijn dit voorzieningen voor eerstelijnszorg, dagelijkse boodschappen, basisonderwijs, sport en welzijn. Echter, gezien het beperkte draagvlak moeten ook hier keuzes gemaakt worden om op dit niveau een vitale voorzieningenstructuur overeind te kunnen houden. Op dorps- en wijkniveau worden een drietal niveaus van clusters onderscheiden: buurtsteunpunten, boodschappencentra en boodschappencentra+.
20/85
Samenvatting beleidslijn ontwikkelperspectief detailhandel.
21/85
3.5 DETAILHANDELSBELEID VENLO 2015-2025 (2015) Als doel is gesteld om een compleet en kwalitatief voorzieningenaanbod voor eigen bewoners en bezoekers van de gemeente Venlo te behouden en versterken. Strategische doelstellingen hierbij zijn: ● De ontwikkeling van Venlo als centrumstad voor de (Eu)regio. ● Het bieden van een aantrekkelijke woon- en leefomgeving. De algemene uitgangspunten van het detailhandelsbeleid van de gemeente Venlo zijn: 1. Behoud en versterking bestaande detailhandelsstructuur (vanuit oogpunt leefbaarheid én aantrekkelijkheid): Binnen of in aansluiting op perspectiefrijke winkelcentra (zie tabel 3.2). Perspectiefvolle clusters in buurten en wijken met supermarkt. Kleinschalige initiatieven in wijk en buitengebied. Complementair perifeer aanbod in één krachtig gebied, Trefcenter, passend bij specifieke branchering. Geen solitair gelegen ontwikkelingen ondersteunen. 2. Webwinkels worden beschouwd als detailhandel: Webwinkels en afhaalpunten bij perspectiefrijke winkelgebieden of trafficlocaties. Tabel 3.2: Perspectief per winkelgebied in Venlo volgens Detailhandelsbeleid Venlo 2015-2025
22/85
23/85
24/85
25/85
26/85
Naast een toetsing aan de algemene uitgangspunten gelden de volgende specifieke toetsingscriteria: 1. De ontwikkeling moet passen bij het type koopgedrag dat het type winkelgebied bedient. 2. Voor supermarkten gelden maximale afmetingen (maatvoering is aangegeven per type winkelgebied). 3. De ontwikkeling moet passen bij het perspectief: toevoeging van wvo is in principe alleen mogelijk in winkelgebieden met een goed perspectief. 4. Transformatie naar andere functies is in randgebieden altijd mogelijk. Er is ruimte voor maatwerk als initiatieven niet passen binnen de detailhandelsstructuur of het detailhandelsbeleid.
Figuur 3.1 Beleidskaart Detailhandelsvisie Venlo 2015-2025
27/85
3.6 PLAN BINNENSTAD VENLO 2030 (2021) Venlo wil zichzelf doorontwikkelen als stad (in een verder rurale regio), waarbij een sterk, gevarieerd, toegankelijk en compleet stedelijk centrum en een gevarieerd aanbod van woonmilieus en woonvormen essentieel is. Hiervoor moet de positie van grootstedelijke functies, detailhandel en horeca in het centrum bijvoorbeeld worden versterkt, net zoals de ruimtelijke kwaliteit van het centrum. Het centrum van Venlo krijgt momenteel te maken met drie uitdagingen: 1. De bestaande kracht en onderscheidende positie van Venlo beter benutten; 2. Succesvol met elkaar de noodzakelijke transitie maken van vooral winkel- naar een gevarieerd centrumprogramma; 3. In specifieke deelgebieden de transformatie naar niet-publieksfuncties (waaronder wonen) actief bevorderen. De uitgangspunten van het centrumplan zijn: ● Winkelfunctie belangrijkste basis voor de toekomst (compacter, maar nog wel de basis in het centrum). ● Passende kwaliteit: beter bedienen van bezoekers, ondernemers en een divers aanbod. ● Duurzaam/klimaatadaptief en circulaire economie: ontwikkelingen moeten Cradle2Cradle zijn. ● Integraal kansen verzilveren: acties in het centrumplan dienen aan te sluiten bij bestaand beleid, lopende projecten en kansrijke initiatieven. ● Data en onderzoek: toekomstplannen dienen gestaafd te worden door data en onderzoek.
De volgende ontwikkelingen worden verwacht voor het centrum van Venlo: ● Minder bestedingen in fysieke winkels verwacht: overschot aan niet-dagelijks winkelaanbod zal oplopen. 20.000 à 25.000 m2 (wvo) zal in 2030 getransformeerd moeten worden. ● Toename leegstand verwacht: leegstand was 13.000 m2 (wvo) in 2020. De leegstand zal verder toenemen. ● Eenzijdig winkelaanbod kwetsbaar: De focus op de Duitse consument maakt de binnenstad kwetsbaar (maar biedt ook kansen). ● ‘Overige functies’ al ruimschoots aanwezig: Bij de transformatieopgave wordt gezocht naar nieuwe ‘publieksgerichte functies’. Venlo-Centrum biedt nu echter al een diverse functiemix. Hierdoor zal het lastiger zijn om nieuwe functies te vinden die de terugloop in winkelaanbod kunnen opvangen. Krimp op de winkelmarkt zal dus vaak leiden tot sanering van commerciële meters. ● Samenvatting: Kwantitatieve saneringsopgave: bestaande leegstand plus toekomstige krimp in de niet-dagelijkse sector. Kwalitatieve transitieopgave: toekomstbestendigere positionering (identiteit, functiemix) voor centrum. De opgaven voor de binnenstad in 2030 zijn hiermee: 1. Inzetten op de economische kracht van beleving: van ‘place to buy’ naar ‘place to be’; 2. Terugdringen vierkante meters detailhandel; 3. Opmars van eenzijdig en voordelig doorbreken en onderscheidend en uniek aanbod (voor midden- en hoge inkomens) stimuleren; 4.
Binden van de regiobewoners; 5. Grip krijgen op ontwikkeling van horeca, voor goede balans tussen wonen en leven in de binnenstad; 6. Verzilveren potentie kenniseconomie. Om de hedendaagse opgaven het hoofd te kunnen bieden en te komen tot een toekomstbestendig, compact en vitaal centrum vinden de centrumpartners het van belang om gezamenlijk: ● Te kiezen voor een compact en compleet publieksgericht gebied, met de historische kern als sterke basis voor de toekomst. Zie figuur 3.2. Het beleid is gericht op het terugbrengen van het aantal ‘B-straten’ en het inperken van het ‘hoofdcircuit’ in het centrum van Venlo.
28/85
●
Te focussen op de authentieke kwaliteiten die elk een andere doelgroep aanspreken en gezamenlijk het verhaal van Venlo vertellen. Hierbij wordt gewerkt met vier thema’s: Venlo als EU-regionale handelsstad, Venlo als podium, Gruuëts Venlo en Venlo als slimme stad.
Figuur 3.2: Aangescherpte indeling centrumgebied Venlo anno 2022.
3.7 CENTRUM TEGELEN: VISIE INRICHTING OPENBARE RUIMTE (2021, NIET VASTGESTELD DOOR GEMEENTE) Stichting Ondernemersfonds Tegelen Centrum heeft een visie opgesteld het centrum van Tegelen een flinke impuls te geven. Het centrum heeft al jaren te kampen met teruglopende bezoekersaantallen. Leegstand, het uitblijven van investeringen en te weinig aandacht voor de inrichting van de openbare ruimte zijn zichtbare gevolgen. Een grote ontwikkeling in Tegelen is de herontwikkeling van Martinushof. Met de komst van een tweetal moderne supermarkten gaat er in dit gebied een stevige boodschappenfunctie ontstaan. Maar bezoekers verwachten meer van een centrum dan alleen supermarkten. De historie van Tegelen biedt mogelijkheden om een lokaal verhaal te vertellen. Het centrum van Tegelen moet een ‘place to be’ worden. Door middel van ‘placemaking’ wordt een plek met een verhaal gecreeerd. De kern van placemaking is dat gebruikers betrokken worden bij de (her)inrichting van de openbare ruimte. Door plekken te creëren die in staat zijn te verbinden, met een lokaal verhaal en met hoge kwaliteitseisen, zal de waardering voor het centrum toenemen en wordt het economisch functioneren versterkt. Stichting Ondernemersfonds Tegelen Centrum wil het volgende bereiken: 1.
Minder leegstand, meer investeringen en een sterke lokale economie: Een centrum ontleent haar identiteit steeds minder aan het aanbod. Het aanbod is een basisfunctie, net als dat het schoon, heel en veilig moet zijn. Er is meer nodig om bezoekers aan te trekken en meer te laten besteden. Onderzoek van de Retailagenda (2020) wijst uit dat aanpak van de openbare ruimte het meest efficiënt is om leegstand aan te pakken en bestedingen te laten toenemen. 2. Een openbare ruimte die eenheid uitstraalt en herkenbaar is: Niets is zo storend als een openbare ruimte die rommelig is, die moeilijk te ‘lezen’ is, die vol staat met obstakels en waar het materiaalgebruik geen eenheid kent. Een goede openbare ruimte kent een logische opbouw. Met materialen die samen een eenheid vormen, met logische zichtlijnen en een openbare ruimte die functioneel is, 3. Een openbare ruimte die wordt doorverteld en herinneringen oproept: Ieder zelfrespecterend centrum vertelt haar bezoekers tegenwoordig een uniek verhaal. De openbare ruimte is als een boek, opgebouwd uit verschillende hoofdstukken. Iedere plek verbeeldt een onderdeel van de grotere verhaallijn. Cruciaal is dat bezoekers het verhaal van Tegelen herkennen en het positieve emoties oproept, waar bezoekers na hun verblijf nog eens aan terugdenken. 4.
Een openbare ruimte die in staat is delen in het centrum te verbinden: In de meest letterlijke zin van het woord heeft de openbare ruimte in ieder centrum de functie om bezoekers van plek naar plek te ‘brengen’. De openbare ruimte is het verbindende element tussen straten en pleinen. Met logische verbindingen wordt de verblijfsduur van de bezoeker verlengd.