627708 Bijl01 Warmteprogramma gemeente Venlo.pdf
Tekst van het document
WARMTEPROGRAMMA GEMEENTE VENLO 2026
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
1
VOORWOORD Venlo groeit. We werken aan een stad met meer
woningen en betere voorzieningen.
Tegelijk ertijd staan we voor een van de grootste uitdagingen van deze tijd: het verduurzamen en uitbreiden van onze energievoorziening. Die opgave raakt ons allemaal bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties
:
, en vraagt om meer dan alleen
het aardgasvrij maken van gebouwen. Met dit Warmteprogramma zetten we een belangrijke stap naar een duurzame, betaalbare en eerlijke warmtevoorziening, als onderdeel van een breder energiesysteem waarin warmte en elektriciteit
hand in hand gaan.
We kiezen nadrukkelijk voor een integrale aanpak. Warmte en elektriciteit kunnen niet los van elkaar worden gezien, zeker niet in een tijd van toenemende netcongestie. Warmtenetten en slimme combinaties zoals hybride systemen en energiehubs helpen om het e lektriciteitsnet te ontlasten en lokaal opgewekte energie beter te benutten. De grootste opgave ligt in de bestaande gebouwde omgeving. Onze groeiambitie met nieuwe woningen, bedrijvigheid en voorzieningen brengt daarnaast een extra verduurzamingsuitdaging met zich mee. Daarom moet nieuwbouw vanaf het begin toekomstbestendig en net bewust worden ontworpen. Dit kan alleen in nauwe samenwerking tussen de gemeente, de netbeheerder, woningcorporaties, bedrijven en inwoners. Dit Warmteprogramma is dan ook veel meer dan een
uitvoeringskader. Het biedt
duidelijkheid en perspectief: voor bewoners die willen weten wanneer hun buurt aan de beurt is, voor bedrijven die willen investeren en voor
woningcorporaties die plannen willen
afstemmen. Ik nodig iedereen uit om samen te bouwen aan een Venlo dat niet alleen groeit, maar ook sterker, duurzamer en rechtvaardiger wordt. Marij Pollux Wethouder Duurzaamheid, Cultuur en Evenementen
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
2
MANAGEMENTSAMENVATTING Venlo streeft ernaar om in 2050 volledig aardgasvrij te zijn. Het opstellen van een Warmteprogramma is daarbij een wettelijke taak van de gemeente en bouwt voort op de Transitievisie Gebouwde Omgeving 2.0 (2023). Het programma bepaalt de koers voor de kome nde tien jaar en vertaalt landelijke doelstellingen en lokale urgenties naar een uitvoeringsgerichte aanpak. De warmtetransitie wordt daarbij buurtgericht vormgegeven: per gebied wordt gekozen voor de meest passende warmteoplossing. Nieuwe woningen worden direct aardgasvrij ontwikkeld, terwijl de bestaande gebouwde omgeving stap voor stap toekomstbestendig wordt gemaakt. Dit vraagt om een slimme samenhang tussen stedelijke ontwikkeling, ruimtelijke ordening en energie
-infrastructuur.
De warmtetransitie is een zelfstandige opgave, maar staat
nauw in verband met de
schaalsprong van Venlo. De stad groeit de komende jaren in woningen en voorzieningen, en een toekomstbestendige, schaalbare en goed afgestemde energie
-infrastructuur is daarbij
essentieel. Dit programma richt zich daarom niet alleen op de verduurzaming van de bestaande gebouwde omgeving, maar ook op nieuwe woningbouw en ontwikkelgebieden. Bij het kiezen van warmteoplossingen is nadrukkelijk gekeken naar schaalbaarheid, aansluit
ing bij de
beschikbare netcapaciteit en de ondersteuning van de versnelling van woningbouw. Omdat warmteoplossingen
direct invloed hebben op de elektriciteitsvraag, speelt afstemming tussen
warmte - en elektriciteitssystemen een centrale rol. We zetten zowel collectieve als individuele warmteoplossingen in. Collectieve systemen, zoals warmtenetten, zijn geschikt voor dichtbebouwde gebieden en vragen om gemeentelijke sturing op ontwerp, aanleg, planning, investeringszekerheid en betaalbaarheid.
Door samenwerking
met ontwikkelaars, woningcorporaties, netbeheerders en het verduurzamen van ons eigen gemeentelijk vastgoed kunnen schaalvoordelen worden benut. In minder dichtbebouwde wijken en dorpen ligt de nadruk op individuele oplossingen, zoals iso
latie en warmtepompen, waarbij
we bewoners faciliteren om hun woning toekomstbestendig te maken. Betaalbaarheid blijft een belangrijk aandachtspunt. Veel woningen hebben nog een slecht energielabel en het besteedbaar inkomen van inwoners in Venlo ligt onder het landelijk gemiddelde, waardoor investeringen in verduurzaming voor velen lastig zijn. Warmt
enetten
kunnen maatschappelijk kosteneffectief zijn, maar zijn niet altijd voordelig voor individuele huishoudens. We streven daarom naar oplossingen die zowel maatschappelijk kosteneffectief als betaalbaar zijn en treffen waar nodig aanvullende maatregele
n om onaanvaardbare lasten
voor bewoners te voorkomen.
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
3
De voortgang van de warmtetransitie wordt gemonitord via indicatoren zoals het aantal aardgasvrije woningen, isolatiemaatregelen en CO₂
-reductie. Elke vijf jaar vindt een evaluatie
plaats, waarna het programma waar nodig wordt bijgesteld. Succesvolle uitvo
ering vereist
nauwe samenwerking met woningcorporaties, ontwikkelaars en netbeheerders. Met dit Warmteprogramma nemen we actief onze regierol in de warmtetransitie, een wettelijke taak van de gemeente. We verbinden de energietransitie aan stedelijke groei, zorgen dat warmteoplossingen meegroeien met de stad en bieden een realistisch uitvoerin
gskader, zodat
de gebouwde omgeving stap voor stap kan worden verduurzaamd en de transitie haalbaar en betaalbaar blijft voor inwoners en bedrijven. Onze regierol wordt ondersteund door de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en de Wet col
lectieve warmte (Wcw). De
Wgiw geeft de gemeente de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen waar de levering van aardgas in de toekomst wordt beëindigd en verplicht tot het opstellen van wijkuitvoeringsplannen, waarmee wij als regisseur bepalen hoe en wannee
r buurten
overstappen op duurzame warmte, in afstemming met bewoners en bedrijven. De Wcw biedt een kader voor warmtenetten, stelt eisen aan transparantie, eerlijke tarieven en duurzaamheid, en waarborgt dat publieke partijen een centrale rol spelen in de
organisatie van warmte.
Het Warmteprogramma is een richtinggevend en kaderstellend document. Het biedt kaders, prioriteiten en zicht op mogelijke routes voor de warmtetransitie, maar neemt nog geen definitieve investeringsbesluiten. Zo behouden we de flexibiliteit om in te spelen
op nieuwe
technische ontwikkelingen, financiële inzichten of veranderend draagvlak, terwijl woningcorporaties, woningeigenaren en de gemeente zelf voldoende richting en duidelijkheid krijgen om hun keuzes en investeringen af te stemmen. We handelen steeds
op basis van de
kennis en inzichten van nu, waarbij toekomstige stappen geleidelijk worden bepaald.
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
4
VOORWOORD
2
MANAGEMENTSAMENVATTING
3
1
INLEIDING
7
1.1
Doel van dit Warmteprogramma
7
1.2
Context van het Warmteprogramma
9
1.3
Veranderingen ten opzichte van de transitievisie
19
1.4
Totstandkoming Warmteprogramma
20
2
LEIDENDE PRINCIPES
22
2.1
Beleidsprincipes
22
2.2
Leidende principes participatie
24
3
AANPAK VOOR DE HELE GEMEENTE
25
3.1
Verwachte resultaten van het Warmteprogramma
25
3.2
Sturing en samenwerking
26
3.3
Overzicht van de oplossing
34
3.4
Onderbouwing van de keuzes
42
4
AANPAK GEMEENTE VENLO WARMTETRANSITIE
49
4.1
Gemeentebrede aanpak
50
4.2
Buurtaanpak
51
5
MONITORING EN EVALUATIE
56
5.1
Monitoring
56
6
BIJLAGE I: TOELICHTING OP GEBRUIKTE METHODOLOGIEËN
57
7
BIJLAGE II: SCHAALSPRONG
62
7.1
Economie
63
7.2
Woningbouw
65
7.3
Mobiliteit
68
7.4
Leefomgeving
69
8
BIJLAGE III: WARMTECLUSTERS VENLO
70
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
5
9
BIJLAGE IV: TUSSENDOELSTELLINGEN
78
10
BIJLAGE V: VERGELIJKING WARMTEPROGRAMMA EN TRANSITIEVISIE
79
10.1
Evaluatie transitievisie gebouwde omgeving 2.0
80
11
BIJLAGE VI: PARTICIPATIEVERSLAG
82
11.1
Feedback en verwerking
- Interviews
83
11.2
Feedback en verwerking
– Werkgroep
86
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
6
1
INLEIDING
In het klimaatakkoord uit 2019 is vastgelegd dat alle woningen en gebouwen in Nederland in 2050 aardgasvrij moeten zijn. In lijn met deze landelijke doelstelling hebben we als gemeente de ambitie gesteld om in 2050 een volledig duurzame gebouwde omgeving t e hebben. Daarom zijn we al een tijd aan de slag met de verduurzaming van de gebouwde omgeving. De Transitievisie Gebouwde Omgeving 2021 was onze eerste, vrijwillige verkenning van de warmtetransitie op gemeentelijk niveau. Het Warmteprogramma is de verplichte, meer concrete opvolger, die de basis vormt voor de daadwerkelijke uitvoering van de warmtetransitie voor de komende tien jaar. Het Warmteprogramma bouwt voort op de Transitievisie Gebouwde Omgeving 1.0 en Tran sitievisie Gebouwde Omgeving 2.0. Over vijf jaar herijken we het Warmteprogramma. Zo ontstaat stap voor stap een steeds duidelijker beeld van de weg naar een aardgasvrije gemeente in 2050.
Figuur 1. Opvolging documenten warmtetransitie Venlo
1.1
DOEL VAN DIT WARMTEPROGRAMMA
In de eerdere transitievisies wordt al een aanzet gedaan voor de technische keuzes per buurt. In dit Warmteprogramma wordt de technische keuze geconcretiseerd en wordt uitspraak gedaan over de planning van de warmtetransitie in Venlo. Hiermee biedt het War mteprogramma handelingsperspectief aan stakeholders in Venlo, zoals bewoners, woningcorporaties en bedrijven. Hieronder gaan we nog iets dieper in op de veranderingen ten opzichte van het voorgaande beleidsdocument ‘Transitievisie Gebouwde Omgeving 2.0’.
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
7
•
Planning krijgt een centralere rol
. Het Warmteprogramma benadrukt de tijdslijn, wat
cruciaal is om stakeholders duidelijkheid en handelingsperspectief te bieden. Waar de Transitievisie Gebouwde Omgeving 2.0 zich primair richtte op de uiteindelijke oplossing, verschuift onze focus nu naar h
et plaatsen van de oplossing in een tijdslijn aan de hand
van duidelijke fases. Het concreet benoemen van buurten vermindert de onzekerheid en biedt betrokken partijen een handelingsperspectief. Zo kunnen bewoners hier rek
ening
mee houden met het vervangen van hun installatie en kunnen woningcorporaties hun onderhoudscycli erop afstemmen. •
De focus verschuift naar concrete actieplanning en uitvoering
. Waar de Transitievisie
Gebouwde Omgeving 2.0 de algemene richting en contouren van de warmtetransitie schetste, vormt het Warmteprogramma de fundamentele basis voor het maken van detailplannen per buurt, bijvoorbeeld in de vorm van uitvoeringsplannen. In d
eze
uitvoeringsplannen worden de strategieën per specifieke buurt concreet uitgewerkt tot uitvoerbare acties en projecten. Dit biedt betrokken partijen, zoals bewoners, woningcorporaties en be drijven, beter inzicht in wanneer en hoe zij stappen kunnen zetten en hun activiteiten kunnen afstemmen op de warmtetransitie. •
Warmteprogramma biedt concreet instrumentarium
. Het Warmteprogramma
presenteert een concreet beleidsinstrumentarium waarmee de warmtetransitie daadwerkelijk vormgegeven kan worden. Waar de Transitievisie Gebouwde Omgeving 2.0 voornamelijk de strategische richting en ambities schetste, reiken we nu tas
tbare
instrumenten aan voor gemeentelijk handelen. Denk hierbij aan duidelijke criteria voor de keuze van warmte -alternatieven (afwegingskaders), instrumenten voor financiële ondersteuning van bewoners en bedri aanleg van infrastructuur, en monitoring
jven (subsidies, leningen), juridische kaders voor de - en evaluatiekaders om de voortgang te
bewaken en tijdig bij te sturen. •
Relatie met elektriciteit.
Ook wordt in dit Warmteprogramma nadrukkelijker gekeken
naar de relatie tussen warmte en elektriciteit. Warmteoplossingen hebben direct invloed op de elektriciteitsvraag, bijvoorbeeld door het gebruik van warmtepompen, en dragen daarmee bij aan mogelijke
netcongestie. Door deze koppeling expliciet mee te nemen in
de planning en uitvoeringsstrategieën per buurt, kan de stad zowel de warmtetransitie als de elektriciteitsinfrastructuur slim en toekomstbestendig ontwikkelen.”
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
8
1.2
CONTEXT VAN HET WARMTEPROGRAMMA
1.2.1
Juridisch kader
Het Warmteprogramma is opgesteld binnen het kader van verschillende relevante wetten die de energietransitie ondersteunen. Deze wet
- en regelgeving biedt niet alleen richtlijnen,
maar ook concrete instrumenten om de overgang naar een aardgasvrije gebouwde omgeving uiterlijk in 2050 mogelijk te maken. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen wetgeving die al van kracht is en wetgeving die nog in ontwikkeling is. Reeds ingevoerde wetgeving De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) vormt een belangrijk uitgangspunt voor de uitvoering van het Warmteprogramma. Deze wet geeft gemeenten de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen waar de levering van aardgas in de toekomst wordt beëin digd. In dat kader zijn gemeenten verplicht een wijkuitvoeringsplan op te stellen, waarin per buurt de gewenste warmteoplossingen, het tijdspad en de uitvoeringsaanpak worden vastgelegd. Deze plannen moeten zorgvuldig worden voorbereid en uitgevoerd, in na uwe samenwerking met bewoners, bedrijven en andere betrokken partijen. Het is op dit moment nog niet besloten of en wanneer de gemeente gebruik zal maken van de aanwijsbevoegdheid. Het inzetten van deze bevoegdheid kent zowel voordelen als aandachtspunten. Zo kan aanwijzing duidelijkheid bieden en investeringen in duurzame wa rmte -infrastructuur versnellen, waardoor de transitie gecoördineerd kan verlopen. Tegelijkertijd is het noodzakelijk dat er voldoende betaalbare alternatieven zijn, dat de technische haalbaarheid is geborgd, dat er draagvlak onder bewoners bestaat en dat d
e
timing passend is. Totdat er voldoende zicht is op haalbare warmtealternatieven, financiële consequenties, uitvoeringscapaciteit en draagvlak, wordt ingezet op een open proces. In dit proces wordt verkend welke warmteoplossingen per buurt het meest passend, betaalbaar en toe komstbestendig zijn. Naast de Wgiw is ook de Wet collectieve warmte (Wcw) vastgesteld, die een belangrijke rol speelt bij de warmtetransitie. Deze wet reguleert warmtenetten en stelt eisen aan transparantie, eerlijke tariefstelling en de duurzaamheid van warmtebronnen. De Wcw versterkt de publieke regie op warmtenetten, onder meer door de invoering van concessiegebieden waarin publieke partijen een centrale rol hebben. Met deze wet wordt gewaarborgd dat de warmtevoorziening bijdraagt aan de klimaatdoelen, maatschappelijk verant woord is en aansluit bij de belangen van bewoners.
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
9
Aankomende wetten Naast de reeds ingevoerde wetten zijn er ook nieuwe wetsvoorstellen in voorbereiding die van belang zijn voor het gemeentelijk Warmteprogramma. De nieuwe Energiewet, die de huidige Gaswet en Elektriciteitswet zal vervangen, introduceert strengere eisen voor de verduurza ming van het energiesysteem. Deze wet legt meer nadruk op de duurzaamheid van warmtenetten en de herkomst van warmtebronnen. Dit zal invloed hebben op de keuzes die gemeenten maken bij het ontwikkelen van nieuwe warmte 1.2.2
-infrastructuren.
Relatie met andere beleidsdocumenten
Het Warmteprogramma staat niet op zichzelf. Zoals al eerder benoemd bouwt het Warmteprogramma voort op de Transitievisie Gebouwde Omgeving en de actualisatie daarvan (2.0). Daarnaast zijn er andere beleidsdocumenten en onderzoeken die relateren aan het War mteprogramma. We bespreken de relatie met de Omgevingsvisie, de Regionale Energiestrategie (RES), het Beleidskader Nieuwe Energie 2025
-2031.
Omgevingsvisie Venlo 2040 De Omgevingsvisie Venlo 2040 schetst een brede aanpak om Venlo te transformeren tot een duurzame, groene en aantrekkelijke regio. Het document richt zich op het versterken van de ruimtelijke, ecologische en sociaal
-maatschappelijke samenhang. Centraal in d
e visie staan
thema's zoals energietransitie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie, en toekomstgerichte economische ontwikkeling. Belangrijke pijlers warmteprogramma
die aansluiten bij de ambities uit het
zijn onder meer:
•
het versterken van de lokale economie door innovatie en circulaire economie
•
het verbeteren van mobiliteit door slimme en schone vervoersoplossingen
•
het bevorderen van sociale cohesie door de leefbaarheid in wijken te vergroten
Regionale Energiestrategie Noord
- en Midden Limburg 1.0
De Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 vormt een relevant kader voor het Warmteprogramma van ons als gemeente Venlo, omdat de beide beleidsstukken een gedeelde focus hebben op de verduurzaming van de warmtevraag. Dit sluit nauw aan op het Warmteprogramma
, dat eveneens inzet op collectieve oplossingen zoals warmtenetten
en individuele maatregelen zoals warmtepompen. Daarnaast biedt de RES een integrale aanpak en bevordert de RES samenwerking tussen gemeenten, wat van cruciaal belang is om schaalvoordelen t e realiseren en de transitie lokaal haalbaar en betaalbaar te maken
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
.
10
Beleidskader Nieuwe Energie 2.0 Het Warmteprogramma sluit nauw aan bij de uitgangspunten van het beleidskader Nieuwe Energie 2025 -2031. Hoewel beide kaders zelfstandige beleidsstukken zijn, vullen ze elkaar aan. Het Warmteprogramma brengt de mogelijkheden van de beschikbare warmtebronnen in beeld en verkent daarmee de ambities van een verbreding van de energiemix, een belangrijke doelstelling in het beleidskader Nieuwe Energie 2025
-2031. De interactie tussen
warmte en elektriciteit is een essentieel aandachtspunt in beide beleidsstukken.
Een goed
doordachte keuze voor warmteoplossingen heeft niet alleen invloed op de warmtevoorziening, maar ook op de belasting van het elektriciteitsnet en daarmee op het gehele energiesysteem. Warmtenetten en andere collectieve warmtevoorzieningen kunnen de vraag naar elektrische verwarming temperen, wat bijdraagt aan een robuuster en veerkrachtiger elektriciteitsnet. Daarnaast biedt de koppeling van warmte
- en
elektriciteitsoplossingen, zoals hybride systemen of energiehubs, nieuwe kansen om lokaal opgewekt e energie efficiënter te benutten. Ruimtelijke inpassing vormt eveneens een belangrijke schakel tussen beide beleidsstukken. 1.2.3
Lessen uit eerder onderzoek
Bij het vormgeven van het Warmteprogramma hebben we ook gebruikgemaakt van eerder
e
onderzoek en en ervaringen. Denk aan het onderzoek naar sturingsmogelijkheden in de energietransitie, de lessen van het warmtenet in Hagerhof, en de inzichten van verkenningen naar een duurzame warmtevoorziening in nieuwbouwprojecten zoals het Kazernekwartier. Ook zijn er lessen geleerd vanuit landelijke ontwikkelingen rondom collectieve warmte.
1
Keuze van sturingsinstrumenten Een gemeentelijk warmtebedrijf kan een krachtig instrument zijn om regie te voeren over de ontwikkeling en exploitatie van warmtenetten. Gemeentelijke regie biedt maximale sturingsmogelijkheden en sluit goed aan bij maatschappelijke ambities, maar brengt o
ok financiële en organisatorische
risico’s met zich mee.
2
Participatie en draagvlak bij bewoners Voor de succesvolle uitvoering van warmteprojecten is vroegtijdige en gerichte betrokkenheid van inwoners essentieel. Bewoners zijn positief over duurzame en betaalbare warmtevoorzieningen, maar het bereiken van huurders vereist extra inspanning, zoals ind ividuele gesprekken en samenwerking met woningcorporaties. Het vergroten van draagvlak draagt bij aan hogere aansluitpercentages.
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
11
3
Tijdige keuzes en juridische borging Heldere, tijdige keuzes over het type warmtevoorziening zijn cruciaal om versnippering en vertraging te voorkomen. Het vastleggen van systeemkeuzes en eigendomstructuren in een vroeg stadium, bijvoorbeeld via een gemeentelijk warmtebedrijf, zorgt voor duid
elijkheid richting marktpartijen en voorkomt
conflicten in realisatie en exploitatie.
4
Integrale planning en ruimtelijke inpassing Warmtesystemen moeten integraal worden afgestemd op de technische en ruimtelijke context. Dit omvat afstemming met infrastructuurbeheerders, het zorgvuldig kiezen van tracés en het afstemmen van systeemkeuzes op schaal en bouwtypologie.
5
Duidelijkheid en handelingsperspectief voor marktpartijen Succesvolle samenwerking met ontwikkelaars en woningcorporaties vraagt om transparantie over kosten, technisch haalbare oplossingen en actieve gemeentelijke regie. Marktpartijen zijn eerder bereid deel te nemen aan collectieve systemen als
de keuze voor het systeem goed onderbouwd is en zij
voldoende zekerheid hebben over realisatie en exploitatie.
6
Betaalbaarheid en zeggenschap voor bewoners Collectieve warmtevoorzieningen moeten betaalbaar blijven en bewoners voldoende invloed geven op techniek en klantrelatie. Dit geldt met name voor huurders, waarbij demarcatie, bemetering en duidelijke afspraken met woningcorporaties essentieel zijn om woo
nlasten en zeggenschap te
waarborgen. Samenvattend Beleidsmatig bieden de Venlose ervaringen duidelijke lessen: succesvolle energietransitie vereist vroegtijdige keuzes, integrale planning, actieve sturing door de gemeente, gerichte participatie van bewoners en transparante samenwerking met marktpartijen.
Dit vormt de
basis voor een effectieve, maatschappelijk verantwoorde en financieel haalbare warmtevoorziening op collectief en individueel niveau.
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
12
1.2.4
Lokale situatie
De warmtetransitie in de gemeente Venlo vindt plaats binnen een dynamische lokale context. Deze context heeft invloed op de keuzes die in het Warmteprogramma worden gemaakt. Op dit moment telt de stad Venlo circa 104.000 inwoners, verdeeld over ongeveer 48 .000 woningen 1 . Van deze woningen
is er ongeveer 12% al volledig aardgasvrij. Een groot
deel van het woningbezit in Venlo is in handen van de woningcorporaties. In de gemeente Venlo beschikt Antares over ruim 5.000 woningen, Woonwenz over ruim 8.000 en Wonen Limburg over circa 250 woningen
. Venlo kent relatief veel appartementen en
tussenwoningen. Meer dan de helft van de woningen heeft een energielabel B of hoger. Kenmerken van de huidige woningvoorraad zijn opgenomen in Figuur 2.
Figuur 2. Woningtype en labels Venlo
1
PBL Startanalyse (2025)
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
13
Venlo groeit Richting 2040 werkt Venlo aan een schaalsprong: meer mensen, meer woningen, meer voorzieningen. Daarmee schrijven we dit Warmteprogramma niet alleen voor de huidige woningvoorraad , maar anticiperen we ook op de uitbreiding van onze stad. komen de aanleg van warmte
Daardoor
-infrastructuur, de integratie van warmtepompen of
warmtenetten en de planning van energiedragers in nieuwbouw en bestaande bouw tegelijk aan de orde. Het programma moet daarmee zowel nu loslopende opgaven aanpakken als de toekomstige voor raad voorbereid hebben op een duurzame warmtevoorziening.
Dit
biedt ook kansen, bijvoorbeeld als we een warmtenet ontwikkelen voor de bestaande bouw, en een nieuwbouwontwikkeling hierop kan aansluiten.
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
14
Die groei manifesteert zich vooral in het stedelijk gebied, maar ook de dorpen en het uitgestrekte buitengebied ontwikkelen volop mee. Deze
schaalsprong is niet los te zien van
de energietransitie: elke nieuwe wijk, elk bedrijfspand en elke voorziening vraagt om een toekomstbestendige manier van verwarmen én om voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet. Juist daarom is het van belang om de ruimtelijke en
economische
programmering goed in beeld te hebben, zodat we tijdig invloed kunnen uitoefenen op de investeringsplannen van de netbeheerder voor uitbreiding van het elektriciteitsnet. De woningbouwopgave biedt daarbij kansen. Wat we nu bouwen, bouwen we direct duurzaam: denk aan energieneutrale woningen, slimme all
-electric systemen of aansluiting op
warm tenetten. In delen van Venlo, zoals Hagerhof
-Oost, worden al de eerste stappen gezet
richting collectieve warmteoplossingen. De groei van Venlo heeft niet alleen ruimtelijke impact, maar is ook een energetische opgave.
Figuur 3. Warmtevraag van de gebouwde omgeving in gemeente Venlo
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
15
De verduurzamingsopgave in Venlo kent aanzienlijke complexiteit, omdat verschillende sectoren elk hun eigen specifieke uitdagingen en kansen hebben. In de glastuinbouwsector, met name in de gebieden ’t Ven
-Noord en Meelderbroek, is de overgang naar duurzam
e
warmtevoorziening beperkt door de schaarste aan lokale warmtebronnen. Geothermie (oftewel aardwarmte) is in deze regio nauwelijks beschikbaar, waardoor alternatieven essentieel zijn, maar ook hoge investeringen en technische aanpassingen vergen. Bovendie
n
kent de glastuinbouw een seizoensgebonden warmteprofiel, waarbij in de wintermaanden een hoge vraag naar constante warmte bestaat en in zomerperiodes juist koeling en ventilatie centraal staan. Dit maakt aansluiting op stedelijke warmtenetten uitdagend, omdat deze netten doorgaans minder flexibel zijn in het opvangen van piekbelastingen. De logistieke sector in Venlo kent op zijn beurt andere kenmerken die van invloed zijn op de warmtetransitie. Venlo beschikt over een breed scala aan logistieke werklocaties die zich kenmerken door zware transportbewegingen, grote distributiehallen en dake oppervlaktes voor zonne
n met grote
-energieopwekking. De energiebehoefte is hier vooral gericht op
elektriciteit voor verlichting, verwarming van kantoor
- en bedrijfshallen en laadfaciliteiten
voor elektrische voertuigen, naast een groeiende focus op verdu
urzaming van zwaar
transport. Tegelijkertijd bieden de daken van logistieke panden aanzienlijke kansen voor grootschalige opwekking van zonne
-energie, wat de mogelijkheid biedt om lokaal
geproduceerde elektriciteit te koppelen aan energie
-intensieve toepas singen.
De combinatie van deze sectorale kenmerken beïnvloedt de warmtetransitie in Venlo op verschillende manieren. De beperkte beschikbaarheid van flexibele warmtebronnen in de glastuinbouw betekent dat collectieve warmtenetten of regionale warmte
-infrastructure n
minder snel volledig kunnen aansluiten op deze sector. Tegelijkertijd kunnen logistieke locaties, met hun hoge opwekkingspotentieel via zonne
-energie en relatief constante
energiebehoefte, een belangrijke rol spelen als buffer of partner in een lokaal en ergienetwerk. Strategische koppelingen tussen glastuinbouw en logistiek, zoals het gebruik van overschotten van duurzame elektriciteit of restwarmte, kunnen daardoor essentieel zijn om de warmtetransitie in Venlo effectief te realiseren. 1.2.5
Uitdagingen
De verduurzaming van de gebouwde omgeving is een complexe opgave waarin veel gemeenten grote uitdagingen ervaren. In Venlo zijn drie belangrijke knelpunten geïdentificeerd: •
De beperkte beschikbaarheid van warmtebronnen.
•
Netcongestie op de energie
•
Het waarborgen van betaalbaarheid.
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
-infrastructuur.
16
Beperkte beschikbaarheid van warmtebronnen en energiedragers Uit de startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving analyses blijkt dat er weinig grootschalige HT de mogelijkheden voor warmtenetten.
-(2025) en aanvullende lokale
-restwarmtebronnen zijn in Venlo. Dit beperkt
Hoewel er enkele bronnen beschikbaar zijn, is het
onzeker of deze in de toekomst beschikbaar blijven.
Het is daarom niet wenselijk om
afhankelijk te worden van deze bronnen. Aquathermie (warmtewinning uit de Maas) is een kansrijke optie, maar vereist verdere investeringen en ontwikkeling. Geoth
ermie
(aardwarmte) is op dit moment niet direct toepasbaar vanwege landelijke regelgeving omtrent kans op aardbeving. Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) stelt vast dat er onvoldoende gegevens zijn over de specifieke ondergrondse situatie in en rondom Venlo
om
verantwoord aardwarmte te kunnen winnen. Ook de rol van groen gas in Venlo is beperkt: de beschikbaarheid hangt sterk af van organisch restmateriaal en de potentiële hoeveelheid is laag. Het kan een kleine oplossing bieden, bijvoorbeeld in combinatie met hybride warmtepompen, maar is geen structu
rele
oplossing voor CO₂ -reductie. Voor een toekomstbestendige warmtetransitie blijft de focus op schaalbare en voorspelbare duurzame warmte Netcongestie/energie
oplossingen.
-infrastructuur
Door de energietransitie, met name de toename van duurzame opwek zoals zonne
-energie
en de elektrificatie van mobiliteit en warmte, neemt de druk op het elektriciteitsnet sterk toe. Dit leidt tot netcongestie, waarbij het netwerk de vraag of het aanbod van elektriciteit niet meer aankan, waardoor woningen of bedrijven niet kunnen worden aangesloten. Voor de Venlose groeiambitie vormt dit een extra aandachtspunt: zonder vroegtijdige afstemming tussen ontwikkelaars, netbeheerder en gemeente kan de druk op de
energie -infrastructuur
verder toenemen. Betaalbaarheid waarborgen In Venlo bevinden zich nog veel woningen met een laag energielabel. Bovendien ligt het besteedbaar inkomen van veel inwoners onder het landelijk gemiddelde. Hierdoor komt de betaalbaarheid van de energierekening onder druk te staan en zijn inwoners vaak ni staat zelfstandig te investeren in verduurzaming
, zoals bijvoorbeeld isolatie. D
het verduurzamen van een woning tot lagere energielasten, maar hier voor nodig. Hoewel collectieve warmtenetten op nationaal niveau
et in oorgaans leidt
is wel een investering vaak worden aangemerkt
als de optie met de laagste maatschappelijke kosten, betekent dit niet automatisch dat deze ook het voordeligst uitpakken voor
een bewoner . Een warmteoplossing die voor de
bewoner
leidt tot extra kosten is niet uitlegbaar en vraagt om instrumenten om dit op te lossen.
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
17
Zolang er geen helder zicht is op de uiteindelijke tarieven onder kostengebaseerde regulering, worden we als gemeente, als regisseur van de warmtetransitie, in een lastige positie gebracht. We moeten keuzes maken over de inzet van collectieve systemen zond
er
zekerheid over de betaalbaarheid voor onze inwoners. Het Rijk heeft in de recente actualisatie van de randvoorwaarden voor collectieve warmte
2
erkend dat deze spanning
bestaat en verkent prijsgaranties en investeringssubsidies om dit verschil te overbruggen.
Het
is dan ook van belang dat er voldoende landelijke instrumenten beschikbaar komen om de relatieve betaalbaarheid van collectieve warmte te borgen. Alleen dan kunnen lokale keuzes gemaakt worden die zowel maatschappelijk verantwoord als sociaal rechtvaar die tijd vraagt dit om een behoedzame en transparante aanpak richting bewoners
2
Zie: Kamerbrief 17 april 2025 Actualisatie randvoorwaarden collectieve warmte https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=2025D17749 .
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
dig zijn. Tot .
, via:
18
1.3
VERANDERINGEN TEN OPZICHTE VAN DE TRANSITIEVISIE
Dit Warmteprogramma bouwt voort op de Transitievisie Gebouwde Omgeving 2.0 (2023). Toch zijn er zaken veranderd. We beschrijven de belangrijkste veranderingen: Beperkte inzet van hogetemperatuur
-warmte (HT). In het Warmteprogramma Venlo is
gekozen voor een terughoudende inzet van hogetemperatuur
-warmtebronnen, in
tegenstelling tot de eerdere Transitievisie Gebouwde Omgeving 2.0, waarin nog een aanzienlijke bijdrage van deze bronnen werd voorzien. Deze keuze
is gebaseerd op de
onzekerheid over de beschikbaarheid van deze bronnen op de lange termijn, aangezien het hier voornamelijk om industriële warmte gaat die nog sterk afhankelijk is van aardgas. Het is niet zek er of deze bronnen in de toekomst in voldoende mate en tegen acceptabele kosten beschikbaar zullen zijn.
We willen een onwenselijke afhankelijkheid van fluctuerende of
onzekere aanvoeren voorkomen en
richten ons met het Warmteprogramma op robuustere
en lokaal verankerde alternatieven. Rol voor duurzaam gas.
Uit de startanalyse blijkt dat in enkele buurten een hybride
oplossing in combinatie met een duurzaam gas de goedkoopste oplossing is.
Duurzame
gassen kunnen verschillende vormen hebben, zoals groen gas (biomethaan) dat direct aardgas kan vervangen, en waterstof, een koolstofvrij gas dat lokaal of in specifieke toepassingen kan worden ingezet als alternatief voor aardgas.
We staan realistisch
tegenover deze oplossing. We beseffen dat de beschikbaarheid en prijs van duurzame gassen in de toekomst hoogst onzeker is. Daarom wordt deze eindoplossing nog niet toegewezen in het Warmteprogramma. Vanwege de beperkte beschikbaarheid en de hoge kosten van duurzaam gas, zien we het op dit moment niet als grootschalige eindoplossing. Echter, wille n we voor enkele specifieke buurten de mogelijkheid van deze eindoplossing niet volledig uitsluiten. Duurzaam gas kan namelijk op bepaalde plekken, zoals historische kernen of verspreide huizen in een buitengebied, een belangrijke rol spelen. We stellen vo
or
om in deze buurten later tot een eindoplossing te komen, en in de tussentijd hybride warmtepompen met aardgas te adviseren. Het Warmteprogramma richt zich dan ook primair op andere, structureel duurzame bronnen, terwijl duurzaam gas strategisch wordt ingezet waar het tijdelijk of aanvullend het verschil kan maken.
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
19
Grotere potentie kleine warmtenetten en warmteopslag.
Waar we ons in de Transitievisie
Gebouwde Omgeving primair richtten op grootschalige oplossingen, erkennen we nu een significanter potentieel voor kleinschalige warmtenetten, versterkt door de integratie van warmteopslag. Dit komt met name door de kostenon
twikkelingen van kleinschalige
warmtenetten op basis van lagetemperatuurwarmte en opslagtechnieken. Op bepaalde plekken is deze combinatie inmiddels maatschappelijk goedkoper dan een individuele elektri sche warmtepomp. Ook bij nieuwbouw blijkt dit regelmatig de optie met de laagste maatschappelijke kosten. Kleinschalige warmtenetten vormen daarmee een kansrijke aanvulling binnen het Warmteprogramma. Ze bieden een efficiënte en flexibele oplossing voor bu urten of dorpskernen waar grootschalige netten niet haalbaar of wenselijk zijn. Door gebruik te maken van lokale duurzame bronnen (zoals zonthermie of aquathermie), en deze te combineren met warmteopslag, ontstaat een robuuste en betrouwbare warmtevoorzien ing. Hoewel de schaal kleiner is, is de impact lokaal groot. Kleinschalige netten maken zo maatwerk mogelijk en versterken de uitvoeringskracht van de warmtetransitie op wijkniveau.
1.4
TOTSTANDKOMING WARMTEPROGRAMMA
Dit Warmteprogramma is met behulp van een zorgvuldig proces tot stand gekomen, waarbij we voortbouwen op de waardevolle inzichten en analyses uit de Transitievisie Gebouwde Omgeving 2.0. Daarnaast zijn beleidsdocumenten zoals het beleidskader Nieuwe Energi 2025 -2031, de Omgevingsvisie en de Energievisie van de RES Noord
e
- en Midden Limburg
richtinggevend geweest bij het opstellen van dit Warmteprogramma. Bij het opstellen van het Warmteprogramma is nauw en constructief samengewerkt met partners zoals netbeheerder Enexis en de lokale woningcorporaties. Deze partijen zijn in meerdere interviews en sessies betrokken bij de totstandkoming van het Warmteprogram
ma
(zie voor meer informatie het participatieverslag in de bijlage VI). Door met Enexis op te trekken, hebben we inzicht gekregen in de huidige capaciteit van de energie -infrastructuur. Ook hebben we gekeken naar hoe we het aardgasvrij maken van buurten kunnen laten aansluiten bij de plannen van Enexis voor netverzwaring. Net
als het
partnerschap met Enexis was de samenwerking met de woningcorporaties onmisbaar voor de totstandkoming van het Warmteprogramma. De woningcorporaties beschikken over een aanzienlijk deel van de totale woningvoorraad van Venlo. Daarmee zijn woningcorp
oraties
een onmisbare schakel in de verduurzaming van de gebouwde omgeving.
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
20
Het betrekken van partners heeft geleid tot een gedragen en realistisch Warmteprogramma dat rekening houdt met de diverse belangen en uitdagingen binnen onze gemeente. Om tot een succesvolle uitvoering van het programma te komen is het van groot belang dat samenwerking en informatie
de
-uitwisseling tussen Enexis, de woningcorporaties en de
gemeente Venlo wordt voorgezet. Hier gaan we in hoofdstuk 3.2 dieper op in. Naast de bovengenoemde partners zijn ook bewoners en energie
-initiatieven betrokken bij
de totstandkoming van het Warmteprogramma. Begin 2025 is het duurzaamheidsloket van de gemeente Venlo geëvalueerd, waarvoor er een bewonerspeiling is uitgevoerd naar de wensen en behoeften van bewoners bij het verduurzamen van hun woning. In het kader van deze evaluatie zijn ook de Venlose energiecoöperatie Samenstroom en Team Goede Buren geïnterviewd. Deze interviews hebben waardevolle inzichten opgeleverd voor de toeko mstige ontwikkeling van het duurzaamheidsloket maar hebben ook kansen en belemmeringen kenbaar gemaakt die bruikbaar zijn voor het Warmteprogramma. Uitgebreide informatie over hoe bewoners, energie gemeentelijke organisatie
-initiatieven maar ook de interne
zijn betrokken en wat er met hun inbreng is gedaan, staat in het
participatieverslag in bijlage VI.
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
21
2
LEIDENDE PRINCIPES
We sturen de warmtetransitie als gemeente op twee niveaus: gemeentebreed (beleid dat gericht is op de hele gemeente) en buurtgericht (beleid dat is gericht op de verduurzaming principes zijn richtinggevend bij het opstellen, uitvoeren en evalueren van het programma.
2.1
BELEIDSPRINCIPES
Betaalbaarheid
We streven naar oplossingen die zowel maatschappelijk kosteneffectief zijn als betaalbaar voor de eindgebruiker. Hoewel een warmteoplossing vanuit nationaal perspectief financieel voordelig kan zijn, weegt minstens zo zwaar of de kosten voor bewoners, onde
rnemers en
andere eindgebruikers realistisch, eerlijk en draagbaar zijn. Indien blijkt dat een keuze leidt tot onaanvaardbaar hoge lasten voor de eindgebruiker, bijvoorbeeld door hoge aansluitkosten of maandlasten, zal deze keuze worden heroverwogen of zul
len aanvullende
maatregelen (zoals subsidies, ontzorging of gefaseerde invoering) worden getroffen om de betaalbaarheid lokaal te borgen. Op de korte termijn kunnen we energiekosten besparen door al te starten met het
verduurzamen van woningen met lage energielabels.
andere door woningeigenaren te ontzorgen met het isoleren van hun woning.
Onder Door nu te
investeren in energiebesparing profiteren inwoners direct van een lagere energierekening, vermindert de CO₂ -uitstoot van onze gemeente en bereiden we won
ingen voor op
toekomstige duurzame warmteoplossingen zoals warmtenetten of warmtepompen. Goed geïsoleerde woningen zijn daarmee aardgasvrij
-ready: ze verbruiken minder energie en
maken de overstap naar duurzame warmte eenvoudiger en betaalbaarder.
Duurzaamheid We bouwen aan een toekomstbestendige, fossielvrije gebouwde omgeving. In 2050 willen we volledig aardgasvrij zijn. Dit sluit aan op de landelijke klimaatdoelstellingen die zijn vastgelegd in het klimaatakkoord. We zetten in op duurzame, hernieuwbare energi ebronnen die lokaal beschikbaar en betrouwbaar zijn. Door te kiezen voor een mix van bronnen (brede energiemix) verminderen we onze afhankelijkheid van één techniek of leverancier. Ook stimuleren we energiebesparing door isolatie en bewust energiegebruik. D oor op korte termijn al te starten met isoleren, besparen we energie en verlagen we de CO₂ -uitstoot.
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
22
Ruimtelijke inpasbaarheid De warmtetransitie vraagt om een slimme en zorgvuldige inrichting van de fysieke ruimte. In Venlo streven we naar een integrale benadering, waarbij warmte -infrastructuur, energieopwekking en andere functies zoals laadpleinen en opslaglocaties op elkaar wor den afgestemd. We brengen de geschiktheid van gebieden, beschikbare bronnen, energetische vraag en bestaande infrastructuur in kaart. Omdat ruimte schaars is, reserveren we hiervoor tijdig plekken in onze plannen.
Netbewust bouwen We hanteren de ontwerpbenadering ‘netbewust bouwen’. Hierbij richten we nieuwbouw en gebiedsontwikkeling vanaf het begin zo in dat de belasting op het elektriciteitsnet zoveel mogelijk wordt beperkt. Het gaat daarbij niet alleen om energie -efficiënte gebouwen, maar vooral om het maken van slimme, integrale keuzes in tijd, schaal en systeeminrichting. Collectieve oplossingen krijgen hierin soms de voorkeur boven individuele installaties, omdat ze in staat zijn de druk op het elektriciteitsnet te verlichten. Zo ontstaat er binnen het energiesysteem ruimte voor andere functies, zoals woningbouw, mobiliteit en econom ie. O ntwerpprincipes voor netbewust bouwen zijn opgenomen in bijlage II.
Rechtvaardigheid
We willen dat iedereen kan meedoen aan de warmtetransitie, ongeacht inkomen, type woning of buurt. Een rechtvaardige transitie betekent dat zowel de lasten als de baten eerlijk verdeeld worden, en dat niemand wordt achtergelaten, ook niet in buurten die ee
rder of
later verduurzamen of een andere warmteoplossing krijgen. Daarom continueren en versterken we onze ontzorgingsregelingen voor isolatie en warmtepompen, zodat ook kwetsbare huishoudens kunnen meedoen. Daarnaast investeren we in voorlichting en begel eiding, zodat bewoners goed geïnformeerde keuzes kunnen maken over hun woning. Voor buurten waar de eindoplossing nog onzeker is, bieden we perspectief en communicatie op maat, zodat ook daar bewoners weten welke stappen ze op termijn kunnen verwachten.
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
23
2.2
LEIDENDE PRINCIPES PARTICIPATIE
Participatie is cruciaal voor het uitvoeren van het Warmteprogramma omdat het zorgt voor draagvlak en het beter benutten van lokale kennis. Leidende principes voor participatie die we als gemeente nastreven zijn: 1. Vroegtijdige betrokkenheid van partners
: woningcorporaties en de netbeheerder
worden vanaf de start bij het proces betrokken. Dit betekent vanaf de ontwikkeling van het Warmteprogramma, maar ook bij toekomstige verkenningen van buurtgerichte warmteoplossingen. Dit geeft hen de kans om invloed u
it te oefenen voordat plannen te
concreet worden. 2. Transparantie en open communicatie:
We communiceren actief en via verschillende
kanalen met inwoners, ondernemers en andere betrokkenen over de warmtetransitie. We zorgen gedurende het hele traject voor transparantie over het beleid, de totstandkoming van besluiten en de stand van zaken. We
maken helder welke
onderdelen al vastliggen, welke nog openstaan, en waarop betrokkenen invloed kunnen uitoefenen. 3. Maatwerk per buurt of gebied:
We erkennen dat de behoeften en voorkeuren kunnen
verschillen per buurt. Daarom stellen we per buurt een passende participatieaanpak op. Hiervoor gaan we in gesprek met lokale betrokkenen om wensen, prioriteiten en kansen in kaart brengen. We zetten een m
ix van instrumenten in om een zo breed mogelijke
groep mensen te bereiken. Dit proces laten we aansluiten bij de fase waarin een buurt zich bevindt. Bij concrete plannen in een buurt, beweegt de vorm van communicatie daarin mee .
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
24
3
AANPAK VOOR DE HELE GEMEENTE
3.1
VERWACHTE RESULTATEN VAN HET WARMTEPROGRAMMA
Venlo heeft de ambitie om in 2050 een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving te realiseren. Het hoofddoel van het Warmteprogramma is dan ook het stapsgewijs realiseren van een gebouwde omgeving waarin aardgas geen rol meer speelt. De voortgang wordt gemon itord zowel op het aandeel aardgasvrije woningen als op het absolute aantal aardgasvrije woningen. Om dit hoofddoel te bereiken, zijn tussendoelstellingen geformuleerd die de transitie in fasen sturen. Belangrijke tussendoelen zijn •
het aantal buurten waar een uitvoeringsplan gereed is
•
het aantal buurten waar de randvoorwaarden voor de warmtetransitie zijn geregeld.
;
Deze tussendoelstellingen maken het mogelijk om tijdig bij te sturen en stapsgewijs richting het einddoel te werken. Tegelijkertijd is duidelijk dat de gemeente niet altijd volledige invloed heeft op het behalen van deze mijlpalen, omdat de voortgang vaak externe factoren en andere stakeholders.
ook afhankelijk is van
Daarnaast worden aanvullende indicatoren
gevolgd om de praktische voortgang richting 2050 te beoordelen. Deze omvatten onder andere het aantal woningen dat is aangesloten op duurzame warmte afname van aardgasverbruik en de reductie van CO₂
-infrastructuur, de
-uitstoot. Op deze indicatoren heeft de
gemeente geen directe sturing, maar ze bieden waardevolle inzichten in hoeverre de stad op koers ligt. Meer informatie hierover is
opgenomen in bijlage IV.
Bij het monitoren en evalueren van de voortgang is de relatie gelegd met het 213
-a
onderzoek programma Circulaire en Duurzame Hoofdstad en het Uitvoeringsprogramma Circulaire en Duurzame Hoofdstad. Hiermee wordt de warmtetransitie gekoppeld aan bredere doe lstellingen op het gebied van circulaire en duurzame ontwikkeling, zodat inzichten en resultaten ook binnen die bredere context worden meegenomen.
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
25
3.2
STURING EN SAMENWERKING
We zullen hieronder dieper ingaan op deze rollen, de uitdagingen die hierbij komen kijken en de manier waarop we met onze partners samenwerken. 3.2.1
Rol van de gemeente
Als gemeente hebben we een regierol in de warmtetransitie. We stellen het Warmteprogramma op, waarin we per weq bepalen wanneer en op welke wijze de overstap van aardgas plaatsvindt. Dankzij onze kennis van de lokale situatie kunnen we gericht maatwerk lev eren en de belangen van bewoners, bedrijven en andere betrokkenen zorgvuldig afwegen. We coördineren de samenwerking met onder andere netbeheerders, woningcorporaties en warmtebedrijven en bewaken de voortgang. Daarnaast zorgen we voor de benodigde interne
samenwerking binnen de gemeente van beleid tot uitvoering.
Daarbij zorgen we voor een samenhangende aanpak die niet alleen technisch en economisch haalbaar is, maar ook ruimtelijk inpasbaar en sociaal rechtvaardig is. We koppelen de warmtetransitie waar m
ogelijk aan andere opgaven, zoals wijkverbetering,
klimaatadaptatie en energiearmoedebestrijding. Daarnaast stimuleren en faciliteren we inwoners met voorlichting, ondersteuning en praktische instrumenten om te verduurzamen. We zijn als gemeente ook beheerder van de openbare ruimte. Dat betekent dat we verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van wegen, groen en water, waaronder de vervanging van riolering. Deze rol biedt kansen om werkzaamheden in de openbare ruimte te koppel en aan de uitvoering van de warmtetransitie. Door slim te plannen en gebruik te maken van ontwikkelend beheer kunnen we overlast voor bewoners beperken en kunnen mogelijk ook kosten worden bespaard. Met ontwikkelend beheer benutten we onderhoudsprojecten i n de openbare ruimte om tegelijk stappen te zetten in de warmtetransitie. Zodra een verkenning concreet wordt, bekijken we meteen of er kansen zijn om voorbereidingen te treffen voor andere projecten of toekomstige infrastructuur. Zo kunnen we tijdens werk zaamheden bijvoorbeeld leidingen aanleggen of extra ruimte creëren. Dit vraagt dat we elkaar informeren zodra een project van verkenning naar uitvoering gaat. Het invullen van deze regierol brengt echter de nodige uitdagingen met zich mee. We balanceren voortdurend tussen onze ambities, de praktische uitvoerbaarheid en de bestuurlijke slagkracht die nodig is om daadwerkelijk stappen te zetten.
Daarbij stuiten we op een aantal terugkerende spanningsvelden en uitdagingen.
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
26
1. Eindgebruikerskosten versus maatschappelijke kosten Een van de grootste uitdagingen is de kloof tussen maatschappelijke kosten en eindgebruikerskosten. Collectieve warmteoplossingen zijn maatschappelijk gezien soms de meest duurzame en kostenefficiënte keuze. Toch kunnen deze voor individuele bewoners duurd er uitpakken dan het behoud van een gasaansluiting of de overstap naar een eigen warmtepomp. Dit verschil maakt het moeilijk om voldoende draagvlak te creëren in situaties waar draagvlak al beperkt is of waar de financiële ruimte klein is. De gemeente heef t in deze situatie weinig instrumenten om kosten te verdelen of gelijk te trekken, wat de realisatie van collectieve systemen bemoeilijkt. 2. De mate van invloed De gemeente kan als regisseur een strategie opstellen. Toch ligt de uitvoering grotendeels in handen van particuliere en institutionele vastgoedeigenaren zoals bewoners, woningcorporaties, bedrijven en beleggers. Zonder hun actieve medewerking kan geen enk ele warmteoplossing gerealiseerd worden. De verschillen in belangen, investeringsmogelijkheden en tempo leiden tot versnippering en vertraging. Op dit moment bestaan er geen instrumenten die bewoners direct een keuze opleggen. Vanaf 1 januari 2026 kan een
gemeente echter wel een gebied in het omgevingsplan aanwijzen
waar, na minimaal acht jaar, de levering van aardgas wordt beëindigd. Omdat deze wetgeving pas recentelijk is ingevoerd, hebben we nog geen besluit genomen of we het wenselijk vinden om dit inst rument in de toekomst in te zetten. 3. Onzeker rijksbeleid Ook het landelijke beleidskader is nog volop in ontwikkeling. Wetgeving en financiële regelingen wijzigen regelmatig of zijn nog niet volledig uitgewerkt. Dit zorgt voor onzekerheid in lokale besluitvorming. Hierdoor moeten we als gemeente plannen maken op basis van aannames die mogelijk veranderen, wat bestuurlijke risico’s en terughoudendheid in investeringen vergroot. Daarbij gaat het zowel over investeringen in assets zoals warmtenetten, maar ook om investeringen in personele capaciteit. 4. Spanningsveld tussen tempo en participatie De urgentie om tempo te maken in de energietransitie staat soms haaks op het belang van goede participatie. Inwoners verwachten duidelijkheid, betaalbaarheid en keuzevrijheid, terwijl participatieprocessen juist tijd vragen, zeker in wijken met een diverse samenstelling. We bevinden ons daarmee in een lastige positie waarin we zowel druk moeten uitoefenen om voortgang te boeken als ruimte bieden voor draagvlak.
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
27
5. Spanningsveld tussen faciliteren en zelf sturen Als regisseur binnen de warmtransitie wordt van gemeenten enerzijds verwacht dat zij richting geven, keuzes maken en partijen bijeenbrengen. Anderzijds moeten zij ruimte laten voor initiatieven van bewoners, marktpartijen en maatschappelijke organisaties. Vooral bij bottom -up -initiatieven ontstaat frictie tussen de mate waarin de gemeente enerzijds regie houdt, maar tegelijkertijd ruimte biedt aan autonomie van inwoners. Te veel sturing kan het initiatief van onderop verstikken, terwijl te weinig sturing ka
n leiden
tot versnippering, vertraging of suboptimale keuzes. Dit maakt dat we als gemeente voortdurend moeten balanceren tussen faciliteren en interveniëren.
Sturingsinstrumenten
Rol van de gemeente in de uitvoering: onderscheid tussen collectieve en individuele warmteoplossingen
De warmtetransitie vraagt van ons als gemeente om doelgerichte en strategische sturing binnen een complex en veranderlijk speelveld. Zonder de inzet van passende instrumenten en partnerschap komt de verduurzaming van de warmtevoorziening onvoldoende van de grond. Tegelijkertijd vraagt de verscheidenheid aan technieken, bewonerssituaties en ruimtelijke context om maatwerk. Binnen het Warmteprogramma hanteren we daarom een gebiedsgerichte aanpak die nauw aansluit bij het gekozen warmtealternatief: collectief waar gezamenlijke infrastructuur centraal staat, en individueel waar bewoners zelfstandig stappen zetten in de verduurzaming van hun woning. Deze twee benaderingen verschillen, zowel in uitvoering als in de rol die wij als gemeente kunnen innemen.
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
28
Collectieve oplossingen: sturing op infrastructuur en tijdpad
Bij collectieve warmteoplossingen (zoals warmtenetten) ligt het zwaartepunt van de uitvoering bij gezamenlijke besluitvorming en geborgde infrastructuur. Binnen de kaders van de toekomstige Wet collectieve warmte (Wcw) kunnen wij als gemeente een gebied aa nwijzen als warmtekavel, een warmtebedrijf aanwijzen en afspraken vastleggen in een kavelplan. Daarmee ontstaat een collectieve uitvoeringsstructuur die ons in staat stelt om richting te geven aan het tempo, de volgorde en de schaal van uitvoering. We hebben hier een sturende rol: we maken afspraken met ontwikkelaars, warmtebedrijven, netbeheerders en andere partners over fasering, aansluitverplichtingen, bewonersparticipatie en investeringszekerheid. De schaalvoordelen, gebundelde investeringen en c entrale regie maken het mogelijk om bewoners en gebouweigenaren te begeleiden naar een concreet en tijdig alternatief voor aardgas. Een actueel voorbeeld is het warmtenetproject in Venlo
-Zuid (Hagerhof en omgeving). Sinds
2023 werken we aan de realisatie van dit net, waarvoor eind 2024 een concessie is verleend aan Linthorst Energy. Eind 2025 heeft het college een besluit genomen over
de oprichting
van een publiek warmtebedrijf, waarbij de gemeenteraad is geconsulteerd. In lijn met de Warmtewet (Wcw) streven we naar een constructie met gedeeld eigenaarschap van het warmtenet, waarin de gemeente medeaandeelhouder is van het warmtebedrijf
dat
verantwoordelijk wordt voor zowel de levering als het beheer van de infrastructuur. Een definitief investeringsbesluit over de realisatie van het warmtenet zal echter nog in 2026 moeten worden genomen, zodat alle technische, financiële en organisatori
sche
randvoorwaarden zorgvuldig kunnen worden gewogen.
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
29
Individuele oplossingen: ondersteuning bij versnipperde uitvoering
In wijken waar een collectieve oplossing niet haalbaar of passend is, richten we ons op individuele alternatieven zoals (hybride) warmtepompen in combinatie met woningisolatie. In deze gevallen ligt de uitvoering grotendeels bij individuele gebouweigenaren
, die zelf
bepalen of en wanneer zij stappen zetten richting aardgasvrij. Dit maakt de uitvoering meer versnipperd en minder voorspelbaar. Als gemeente hebben we hier een faciliterende rol waarin we bewoners ondersteunen bij oriëntatie, besluitvorming en u
itvoering.
De afhankelijkheid van bewonerskeuzes, de beschikbaarheid van vakmensen, de betaalbaarheid van maatregelen en de capaciteit van het elektriciteitsnet maken dat de transitie in deze gebieden in een ander tempo en met meer variatie verloopt. De netbeheerder is hierbij een cruciale partner, omdat elektrificatie vaak leidt tot extra belasting van het stroomnet. Netverzwaring is dan noodzakelijk, maar valt grotendeels buiten onze directe invloedssfeer. Wel kunnen we met goede afstemming, planning en ruimtelijke reserveringen bijdragen aan een uitvoerbare netaanpassing. Tegelijkertijd blijft ook in all -electric -wijken een wijkaanpak waardevol. Hier ligt het accent echter niet op centrale infrastructuur, maar op het creëren van handelingsperspectief: via gezamenlijke inkoopacties, informatiecampagnes, subsidies en het vers bewonersinitiatieven. De aanpak is minder top
terken van
-down, maar eerder een ondersteunend
netwerk dat bewoners helpt om individuele keuzes te maken en uit te voeren. Afstemming op lokale context Deze verschillen tussen collectieve en individuele warmteoplossingen zijn niet alleen technisch van aard, maar raken ook aan eigenaarschap, tempo, juridische borging, bewonersinvloed en uitvoeringszekerheid. Daarom stemmen we onze uitvoeringsstrategie per gebied af op de gekozen techniek, de fysieke en sociale kenmerken van het gebied, de mate van collectiviteit én de beschikbaarheid van netcapaciteit. Collectieve oplossingen vragen om centrale regie, investeringszekerheid en juridische borging. Individuele oplossingen vergen juist intensieve communicatie en flexibele ondersteuning.
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
30
Aspect
Collectieve warmte
Individuele oplossingen
Rol gemeente
Sturend en coördinerend
Faciliterend en ondersteunend
Instrumentarium
Aanwijsbevoegdheid
Beleidsmatige ondersteuning,
Warmtekavel, kavelplan (Wcw)
voorlichting, subsidies
Sterk: collectieve planning en
Beperkt: afhankelijk van keuzes
uitvoering
gebouweigenaren
Top-down georganiseerd met
Gedecentraliseerd, maatwerk
vaste partners
per eigenaar
Georganiseerd via
Gedecentraliseerd, maatwerk
publieke/collectieve structuur
per eigenaar
Technisch en bestuurlijk complex,
Losse keuzes per
vereist bron, net en
woning/gebouweigenaar
Regie op tijdpad en uitrol
Besluitvorming
Uitvoeringsstructuur
Afhankelijkheden
afnamezekerheid Participatie
Gericht op draagvlak en keuze
Gericht op activeren en
voor collectieve oplossing
begeleiden van individuele keuzes
Aanpak openbare ruimte
Netimpact
Ingrijpend (graafwerk, leidingen)
Beperkt: minder directe impact
met centrale planning
op openbare ruimte
Warmtenet vraagt eigen
Hoge druk op elektriciteitsnet
infrastructuur
Externe factoren en afhankelijkheden Hoewel deze instrumenten ons in staat stellen stappen te zetten richting het realiseren van onze doelstellingen, blijft onze regierol kwetsbaar zolang aanvullende financiële instrumenten ontbreken en het rijksbeleid niet duidelijk en consistent is. Daarnaa
st zijn er
meerdere externe factoren waarop we als gemeente beperkte of geen invloed hebben, maar die wel grote impact kunnen hebben op het slagen van de warmtetransitie. Externe randvoorwaarden en beperkte beïnvloedbaarheid •
Energieprijzen en technologische innovaties
. De beschikbaarheid en ontwikkeling van
warmtetechnieken, opslagmogelijkheden en fluctuaties in energieprijzen beïnvloeden de haalbaarheid en aantrekkelijkheid van duurzame warmteoplossingen. Hoewel we hier als gemeente nauwelijks directe invloed op hebbe
n, is het van belang om beleidsmatig
flexibel te kunnen inspelen op deze ontwikkelingen.
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
31
•
Planningen en capaciteit van netbeheerders
. De voortgang van de warmtetransitie is
mede afhankelijk van de tijdige inzet van netbeheerders. Als gemeente kunnen via afstemming en kennisdeling knelpunten proberen te voorkomen, maar hebben we geen volledige regie over hun capaciteit of planning. Beïnvloedbaar gedrag van maatschappelijke actoren •
Investeringsbereidheid van particuliere huiseigenaren en bedrijven
. De keuze om te
investeren in duurzame warmtevoorzieningen ligt bij individuele huiseigenaren en bedrijven. Als gemeente kunnen we dit stimuleren met financiële prikkels, informatie en ontzorging, maar de uiteindelijke bereidheid wordt ook bepaald door re
gelgeving,
persoonlijke voorkeuren en vertrouwen in technologie. •
Publieke acceptatie en gedragsverandering
. Het succes van de warmtetransitie staat
of valt met het draagvlak onder bewoners en bedrijven. Acceptatie en gedragsverandering zijn essentieel, maar slechts deels door ons als gemeente te beïnvloeden. Communicatie, participatie en betrokkenheid blijven
3.2.2
van belang.
Rol van partnerorganisaties
Als gemeente werken we intensief samen met diverse partners aan de warmtetransitie in Venlo. Veel van de stappen richting een aardgasvrije toekomst worden door deze organisaties uitgevoerd, of vinden plaats in afstemming met hen. Hieronder lichten we de be langrijkste partners toe en beschrijven we hun rol binnen het Warmteprogramma. Woningcorporaties Woningcorporaties spelen een centrale rol in de verduurzaming van sociale huurwoningen. In Venlo bestaat ongeveer 28% van de woningvoorraad uit sociale huurwoningen in bezit van corporaties. Zij zijn verantwoordelijk voor de verduurzaming van hun eigen won ingvoorraad, onder andere door isolatie en het implementeren van duurzame warmtesystemen zoals warmtepompen en de aansluiting op warmtenetten.
De
woningcorporaties in Venlo zijn bereid te investeren in verduurzaming, zolang dit gespreid kan gebeuren en nie t leidt tot hogere kosten bij hun huurders. Een belangrijke landelijke afspraak is dat corporatiewoningen met energielabel E, F of G uiterlijk in 2028 zijn uitgefaseerd. Ook spelen woningcorporaties een belangrijke rol in het betrekken van huurders bij de warmtetransitie. Daarnaast hebben woningcorporaties in buurten waar het corporatiebezit hoog is, vaak een strategische rol bij bijvoorbeeld bij de aanleg van warmtenetten. In buurten met ‘gespikkeld bezit’ (een mix van corporatie
- en particulier
eigendom) trekken woningcorporaties bovendien regelmatig samen op met andere partijen om gebiedsgerichte oplossingen te realiseren.
Warmteprogramma
Gemeente Venlo
32
Enexis Enexis is als regionale netbeheerder verantwoordelijk voor het aanleggen, beheren en onderhouden van het elektriciteits
- en gasnet in een groot deel van Nederland. Daarmee
vervult Enexis een essentiële rol in de energietransitie. Het is aan Enexis om te zo
rgen dat de
energie -infrastructuur wordt aangepast en uitgebreid, zodat deze de toenemende vraag naar elektriciteit én het wisselende aanbod van duurzame energie kan opvangen. Daarbij is Enexis gebonden aan wettelijke taken, prioriteiten op basis van veili
gheid en
leveringszekerheid. Bovendien zijn ze afhankelijk van vergunningen, personeel en materieel. Taken van Enexis in het kader van de energietransitie zijn onder meer: •
Verzwaring van het elektriciteitsnet waar nodig, om pieken in vraag en aanbod op te vangen en netcongestie te voorkomen.
•
Het afkoppelen van delen van het gasnet in gebieden waar collectieve of individuele alternatieven voor aardgas worden gerealiseerd, in afstemming met gemeenten en warmteaanbieders.